De innerlijke mens

17 februari 1969

Ik zou willen ingaan op de achtergronden van de innerlijke mens en willen proberen u een beeld te geven van de processen, die zich daarin kunnen afspelen.

De innerlijke mens is natuurlijk in zichzelf een besloten wereld. De meeste mensen begrijpen dat niet. Men denkt: Ik heb een innerlijke wereld en die wereld communiceert vrijelijk met die wereld daarbuiten. Dat is niet het geval. Als ik zou spreken over een grens, dan zou ik zeggen: Er staat een betrekkelijk sterke douane met zeer veel bepalingen. En dat is begrijpelijk. Onze eigen innerlijke wereld is niet alleen maar een subjectieve interpretatie van de wereld die buiten ons is. Zij vormt daarnaast onze bestaansrechtvaardiging.

Uw leven moet zin hebben. Deze zin probeert u in de materie vaak via een bepaald levensdoel voor uzelf waar te maken. Maar in de mens zelf zit een gevoel van betekenis te moeten hebben. Een gevoel ook van verbonden zijn met iets. Je kunt het niet definiëren. Deze verbondenheid nu zal van type tot type anders zijn. Er zijn dus totaal andere benaderingen van het leven en ook van eigen bestaansreden. Hierdoor alleen reeds ontstaan zeer veel beperkingen per type in de communicatie met de werelden daarbuiten.

Een tweede punt, dat wij ook hier vinden, is wel dat elk type bovendien nog een zekere mate van emotionaliteit heeft en die verschilt nog aanmerkelijk, zelfs in hetzelfde type. Wanneer wij een sanguinisch type hebben, dan kunnen sommige typen daarvan zeer nuchter en zeer daadkrachtig zijn (een beetje heethoofdig misschien), terwijl anderen sterke mystici zijn en misschien fanatiek op een bepaald terrein. (Ik geef dit als een vergelijkend voorbeeld)

Hierdoor ontstaat wederom een beperking, want mijn bestaansrechtvaardiging kan ik voor mijzelf over het algemeen niet juist en zuiver formuleren op grond van de feiten. De formulering die ik eraan geef is dus altijd een formulering, die uitgaat van bepaalde aangenomen punten, die door feiten niet bevestigd worden en in 9 van de 10 gevallen eigenlijk abstracties zijn.

Die abstracties zouden verwisselbaar moeten zijn, maar ze zijn het niet. Wij kunnen de woorden veranderen, maar het begrip dat erachter schuilt niet. Hierdoor komt een zeer sterke gerichtheid tot stand, maar tevens weer een beperking van wereldbeschouwing.

Je zou het zo kunnen zeggen: Niet alleen zuiver materieel maar ook geestelijk zoekt eenieder naar de bevestiging van zijn eigen wezen en zijn eigen zin, zoals hij zich die zelf realiseert in de wereld buiten hem. Dat wil zeggen dat je misschien wel een orkest hoort spelen, maar dat je alleen let op de piccolo of de triangel of het bekken, zoals liefhebbende ouders bij een schooluitvoering plegen te doen. Dat je dan van de rest je niet al te veel bewust wordt is duidelijk. 0p eenzelfde manier selecteren wij dus. In dit innerlijk van de mens is het selectieproces vaak zo sterk verfijnd en doorgevoerd dat het besef van een meer objectieve realiteit, zonder dat er grote interpretaties en verdraaiingen misschien bij te pas komen, 1 op 10 of 1 op 15 wordt. Dat is betrekkelijk weinig, zoals u begrijpen zult.

Nu kun je wel zeggen: “Wij moeten terug naar de werkelijkheid”, maar je speelt het niet klaar. Want de drang om jezelf te rechtvaardigen in je bestaan is nu eenmaal een soort ingeschapen waarde, die dus ook alle geestelijke voertuigen mede betreft. Ik zelf, die hier tot u spreek, laboreer daaronder dus evenzeer als u. Ook ik zwoeg en werk om voor mijzelf het besef te hebben dat ik ergens iets, mijn bestaan, mijn doel van zijn, waardig ben. En dat doel weet ik dan niet eens precies.

Deze eenzijdigheid – want dat is het eigenlijk – maakt het ons heel erg moeilijk zowel in sferen als ook in een materiële wereld een zuiver begrip te krijgen van wat er waarlijk aanwezig is. Niet alleen dat wij dus proeven nemen uit het geheel en alleen dat behouden wat ons bevalt maar we zeggen eenvoudig: het andere is er niet. Een geest kan door sferen heengaan zonder te beseffen dat ze bestaan, alleen omdat zij – en dan zeggen wij het weer heel mooi – niet harmonisch met ons zijn; in feite omdat zij niet passen bij ons eigen besef van levensdoel en zijnservaring. Deze blindheid houdt in dat het doel van de mensen volgens hun eigen besef steeds verschillend kan zijn, maar dat zeer zeker de middelen altijd verschillend zullen zijn.

Wil men in de esoterie zichzelf leren kennen, dan probeert men dat te doen aan de hand van algemene regels. Maar eenieder die de regels onderzoekt, zoekt daarin iets anders. Hij zoekt daarin zichzelf.

Het is duidelijk dat men vaak met elkaar spreekt en denkt elkaar te begrijpen zonder elkaar te begrijpen. En wanneer ik met mijzelf bezig ben op grond van bepaalde stellingen, die ik bv. op aarde geleerd zou hebben, dan is het wel zeker dat ik om die stellingen passend te maken, ofwel mijn kennis van mijzelf geweld moet aandoen, ofwel de stellingen weer moet verwringen tot iets, wat ze niet zijn.

De grote vraag is natuurlijk: Hoe kun je daar dan toch een zekere waarheid vinden?

  1. De eigen waarheid – niet altijd identiek met de eigen werkelijkheid – ontstaat door de erkenning van alle waarden, die ik in mijn wereld belangrijk acht en in mijzelf erken. Dus niet die ik in mijn wereld vind, maar die ik belangrijk acht in mijn wereld. (Let u wel op de nuances hier)
  2. Ik behoef mijzelf niet te ontleden of te kennen in de zin van volledige omschrijving; het is belangrijker, dat ik mijn eigen reactie ken. Ik zou ook hier iets aan willen toevoegen. We weten dat heel veel mensen op de een of andere manier een tikje abnormaal zijn. Het klinkt misschien niet erg vriendelijk, maar het is toch zo. Normale mensen zijn er bijna niet, anders zou de norm anders liggen. En dan zou die weer abnormaal zijn. Die abnormaliteit verdonkeremanen wij door ons te gedragen volgens de norm, dat zult u ook begrijpen. Hierbij wordt dus bewust een deel van het eigen ik weggeschoven.

De vraag is: kan ik nu op grond van de norm mijzelf kennen? Neen. Want zodra ik mijzelf als normaal beschouw, verdraai ik de norm, waarop mijn wereld is gebouwd. Maar ik kan wel weten hoe ik zelf binnen de door mij als norm erkende situaties reageer. Wanneer ik mijn reacties ken, zal ik heel vaak in staat zijn deze te beheersen of te leiden. Ik kan dan in ieder geval mijn bestaansrechtvaardiging een betere uitdrukking geven. Ik krijg het denkbeeld dat ik meer betekenis heb in het leven, meer inhoud. En dat denkbeeld brengt mij weer tot een grotere aanvaarding van de wereld buiten mij.

  1. Zij, die zoeken de wereld te verbeteren, zijn de gefrustreerden. Zij, die zichzelf voortdurend trachten tot het beste te maken, zijn over het algemeen in feite de tevredenen. (Dit derde punt moogt u heus weleens onthouden!)

Een esotericus, die voortdurend bezig is zijn wereld te veranderen, doet dit omdat hij – of hij het weet of niet – zijn wereld wil aanpassen aan zichzelf. D.w.z. dat hij zijn wereld niet kan accepteren. De esotericus daarentegen, die probeert zichzelf a.h.w. juister te doen functioneren en aan te passen, terwijl hij de wereld met rust laat, is in feite met die wereld wel tevreden, maar tracht alleen voor zichzelf een maximum aan mogelijkheden in die wereld te vinden. Deze handelt juist.

  1. Wanneer voor mij in het leven bepaalde waarden ontbreken, dan ben ik geneigd om aan andere, in wezen onbelangrijke punten, een buitengewone waarde toe te kennen. Deze vorm van compensatie brengt mij ertoe mijzelf anders aan te slaan dan ik weet te zijn. Naarmate ik zelf bepaalde waarden in mijzelf meer vrees, zal ik buiten mij deze waarden hoger prijzen en sterker aanvallen, beide mogelijkheden bestaan.

Dat is misschien allemaal een beetje psychologisch, dat geef ik graag toe. Maar wanneer u het innerlijk wezen wilt erkennen, dan zult u moeten begrijpen dat deze regeltjes niet alleen gelden voor de mens. Ze gelden voor de totale persoonlijkheid.

Ben ik in mijzelf ontevreden of voel ik dus dat de zin van mijn bestaan niet voldoende uitgedrukt is, dat ik eigenlijk er net zo goed niet zou kunnen zijn, dan ben ik vaak erg agressief tegenover alle werelden en alle sferen. Wanneer u een geest uit een duistere sfeer treft, dan vindt u het vaak een beetje vreemd dat zo iemand dan zo ongelukkig is en gelijktijdig zo ontzettend agressief is en erop gericht om anderen te doen lijden. Het voorgaande kan het u verklaren. Deze entiteit zal in zijn eigen wereld en elke wereld, die hij vanuit zichzelf dan nog kan erkennen en bereiken, proberen de innerlijke onvrede tot een norm buiten zichzelf te maken. Want hierdoor bewijst hij, dat hij in zijn bestaan zelf niet mislukt en dat hij – belangrijker zijnde dan de meeste anderen – instigerend tot een juistere norm belangrijk is.

Belangrijk is misschien niet het juist woord. Belangrijkheid is in vele gevallen voor u iets, wat alleen uiterlijk is. Maar als entiteit heb je de behoefte om ergens déél van te zijn. Dat heb je als mens ook.

Dit deel‑zijn moet je niet alleen zien als meedrijven. Je moet voor jezelf een betekenis hebben. En eenieder, die de laatste in betekenis is van de groep waarin hij aanvaard is, zal dit op de één of andere manier als onprettig ervaren. Hij zal proberen daar meer wat tegenover te stellen. Zo doet u in de stof, zo doet men ook in de geest. Ons streven is dus eigenlijk steeds verder te komen in de groep, waartoe wij behoren. Ook in een sfeer. Alleen in een lichte sfeer probeer je dat niet te doen door anderen naar beneden te halen, maar door zelf te stijgen. In een duistere sfeer probeer je het door anderen verder naar beneden te halen dan je zelf gezonken bent. Maar voor de rest is het verschil niet groot.

Een esotericus, die dat gaat begrijpen, zal dus ook voor zichzelf gaan uitmaken wat eigenlijk zijn motivering is. En geloof me, een klein besef omtrent hetgeen je dwingt tot een bepaalde levenshouding, of wat je doet spelen met bepaalde gedachten, kan buitengewoon belangrijk zijn. Het is natuurlijk prettiger om te zeggen: “Ik doe belangrijk werk. Wij staan hoog. Klaar.” Maar wanneer je eerlijk zoekt, dan ontdek je dus op een gegeven ogenblik: “Ik wil in mijn wereld ook iets tot stand brengen. Het gaat niet alleen om mijzelf”. Wat ik in mijn wereld wil doen is dus kennelijk iets compenseren wat in mijzelf niet aanwezig is, of wat ik in mijzelf als niet juist of als onbelangrijk erken.

Dan kunnen wij op grond hiervan zeggen: Hij, die naar zelfkennis streeft (in welke wereld dan ook) zal, uitgaande van hetgeen hij tracht te doen in de wereld buiten hem, kunnen erkennen wat hij in zichzelf is.

Om u een voorbeeld te geven. Ik probeer u iets te leren. Waarom doe ik dat? Omdat ik het gevoel heb dat ik nog niet genoeg geleerd heb. Dat klinkt dwaas, maar het is waar. Alleen door u iets te geven, wat ik dan beschouw als lering – ik hoop, dat u het ook doet – kan ik voor mijzelf het gevoel krijgen, dat er iets geleerd kan worden. En pas wanneer ik de overtuiging heb dat er geleerd kan worden, dat er door u geleerd wordt, voel ik mijzelf gestimuleerd om meer te leren. Mijn traagheid in opname, in lering, in accepteren, kan ik dus ergens compenseren door in u iets te scheppen wat mij achtervolgt. Ik wil graag een stap voor blijven, om niet uw meerdere zijn; dat is weer heel wat anders. Maar ik wil doodgewoon heel graag dat u, ook later in veel hogere sfeer, wanneer wij elkaar ontmoeten, tegen mij zegt: “Zeg, hoe zit dat eigenlijk?” Het is misschien erg dwaas om het zo uit te drukken en voor u onbegrijpelijk (het is niet hoog geestelijk), maar het komt er wel op neer.

Zoals het bij mij is, is dat bij praktisch elke geest, ieder op zijn eigen manier. Zo is dat ook bij u. Kijk dus naar wat je probeert aan die wereld te geven, of in die wereld te doen en je begrijpt waartoe je jezelf eigenlijk aanspoort. Want er is een heel gebrekkige communicatie tussen mijn eigen besloten kosmos en al datgene wat er dan eigenlijk allemaal zo’n beetje bij hangt, Al denk ik nu nog zo altruïstisch, ik denk toch alleen altruïstisch t.a.v. alle replica’s van mijn eigen denken. Dus ik denk in feite altijd naar mijzelf toe. Niet omdat ik mijzelf meer wil maken of zo, maar alleen omdat ik mijn bestaan slechts kan rechtvaardigen door voor mijzelf een zekere rangorde te scheppen en die te handhaven. Pas op het ogenblik dat ik dus niet meer gedreven wordt door het idee dat ik aan de zin van mijn bestaan nog niet voldaan heb – op het ogenblik van bereiking, zoals men zegt – zal dat wegvallen. Dan heb ik dus niet meer de behoefte u een stapje voor te blijven. Dan moogt u mij desnoods voorbijgaan. En dan zal ik er tevreden mee zijn, omdat er voor mij geen stimulans meer is een actie, tot verdergaan.

Ik hoop overigens dat deze bekentenis – want dat is het in zekere zin – u niet over mijn woorden zal doen wegkijken met het denkbeeld: Nou ja, dat is toch iemand van weinig belang, want hij geeft zelf toe, dat hij niet volmaakt is. Geloof mij, degenen die zeggen dat zij volmaakt zijn, zijn degenen, die het meest onvolmaakt zijn. Want slechts hij die zijn eigen onvolmaaktheid vermoedt en niet kan aanvaarden, projecteert het beeld van volmaaktheid in de wereld buiten

Met dit voorbeeld heb ik u misschien iets kunnen leren, wat ook in uzelf bestaat. Wat u wilt bereiken in die wereld, dat compenseert voor iets in uzelf. Zoals wat u gelooft ergens een compensatie vormt voor datgene, wat u vreest dat ergens niet aanwezig is, dat tekortschiet. Het is een kwestie van aanvulling.

Nu is die aanvulling op zichzelf misschien erg interessant, maar op het ogenblik althans voor ons niet. Het gaat ons om de waarde van dat innerlijk ik. Die waarde van het innerlijk ik kan ik dus bepalen door na te gaan wat ik naar buiten toe wil zijn. Want daardoor erken ik tevens wat ik naar binnen toe nog niet ben.

Dan wordt het volgende punt: de indeling van het innerlijk. Wamt wij spreken altijd over een aantal voertuigen en sferen e.d. Maar mag ik een vergelijking maken?

U zou films kunnen projecteren (zelfs heel verschillende films) op één doek, mits daartussen een zekere schaduwlijn is. Wij zijn de projector én de film én het geprojecteerde tezamen. Wij projecteren één bepaalde wereld, één bepaalde film centraal. Dat noemen wij ons werkelijke leven. Daaromheen projecteren wij allerhand andere scènes, die in zo’n projectie misschien gelden voor herinnering, parallelgebeuren, enz. En wij noemen dat onze andere werelden. Maar zijn het werkelijk andere werelden? Neen. Wij scheiden de verschillende waarden, omdat we alleen zo ertoe kunnen komen een bepaald deel van ons bestaan werkelijkheid te noemen.

U bent dus niet in te delen in een aantal verschillende voertuigen met een aantal verschillende sferen, ook al zult u dat gemakshalve doen en doen ook wij dit meestal gemakshalve. U bent niet alleen een geheel, maar u bent een veelvoudige gelijktijdigheid. D.w.z. vele verschillende levens worden in feit gelijktijdig geprojecteerd, zijn gelijktijdig aanwezig in het ik, terwijl slechts één leven, het centraal leven, als werkelijkheid wordt beschouwd.

Het zal u nu niet meer verbazen wanneer ik u vertel, dat u van het ene leven zonder meer in het andere pleegt over te stappen. Er zijn ogenblikken dat de mens in zichzelf verzinkt en terechtkomt in een andere wereld, een soort droomwereld. Een enkele keer zijn het zuiver droomscènes, soms is het zelfs een continue reeks van dromen. In andere gevallen zijn het steeds terugkerende gevoelens of steeds terugkerende dromen of zelfs symbolen. Dat menselijk ik registreert nl. slechts zijdelings wat er in de omliggende filmprojecties plaatsvindt. Maar iets ervan dringt tot u door.

Theoretisch, wanneer het besef dus voldoende is, zou wanneer één film is afgelopen (u noemt dat dood) het ik zonder meer kunnen overstappen in willekeurig welke scène van een naastliggend geprojecteerde film. Dat dit niet gebeurt komt door de scheiding, die wij maken om een in elkaar vloeien van de beelden en daardoor een onduidelijk worden daarvan te voorkomen. En daarmede heb ik eigenlijk niet alleen gezegd dat alle dingen een eenheid zijn, maar dat die verschillende waarden die in die eenheid liggen, wel degelijk elk afzonderlijk toch een volledig wereldje kunnen vormen of een volledig proces kunnen uitbeelden.

Wanneer u schilderijen ziet van Oudhollandse meesters, dan moet u eens opletten. Dan kunt u uit één zo’n schilderij (bv. van ijspret) heel kleine stukjes nemen. En wanneer u ze vergroot, zijn het alle afzonderlijke schilderijen, die elk een afzonderlijk gebeuren en zelfs een afzonderlijke relatie kunnen uitdrukken. Maar het is een geheel.

Ons geheel is dat schilderij, maar het is onoverzichtelijk. We kunnen het alleen figuur na figuur zien. En wij zeggen dus: “Wat hier is kan niet gelijktijdig zijn, het moet op elkaar volgen.”

Dan kom je dus vanzelf eigenlijk tot een beïnvloeding, want ergens lopen die verschillende films synchroon. Ergens lopen al uw incarnaties, uw herinneringen, uw belevingen in de sferen synchroon. Ze zijn gebonden door de waarde van het ik En die waarde – al is die niet in tijdelijke vervolgen helemaal uit te drukken – zou je het best kunnen omschrijven als behoefte tot “Zijn”. Wij willen bestaan. En in elke wereld zoeken wij dus bestaan uit te drukken. De beperkte communicatie die wij hebben met die buitenwereld, brengt ons er toe een afzonderlijk wereldje op te bouwen. In dit wereldje zijn de waarden van buitenaf wel mee verwerkt, maar slechts voor zover dat strookt met hetgeen wij willen uitbeelden.

Voor u speelt de hoofdfilm dus in de stof, het andere is bijkomstig. Daar alles synchroon loopt en er overal een beïnvloeding plaatsvindt zou u als mens uit deze synchroniciteit, dit gelijklopend zijn van ontwikkelingen, dus bepaalde compensaties kunnen halen. Want wanneer het mij hier slecht gaat, gaat het mij daar goed. Dat is voor mijzelf nodig. Dat komt vanuit mijzelf voort. Waar ik hier niet meer kan compenseren, kan ik het daar voort doen. Want compenseren moet ik. Ik moet mijn bestaansrechtvaardiging niet alleen vinden, maar ook handhaven. Hierdoor zullen verschillende geestelijke werelden afzonderlijk op ons inwerken. En deze afzonderlijke inwerking is afhankelijk van onze huidige situatie

Maar nu komt het mooie: U zit nl. in de stof en u moet dus komen tot een erkenning van dat innerlijk en alle waarden, die erin zitten. Maar u kunt dat alleen doen vanuit de invloed, die optreedt in uw eigen leven. Wanneer bepaalde compensaties in uw leven optreden en ze blijken uit een vaste te projectie voort te komen (dus iets, wat vast buiten u bestaat), dan moet u zich toch eens gaan realiseren welke rol u speelt in die nevenfilm.

Bijv.: u vindt dat u te kort schiet op velerlei gebied. U offert dat aan God op. Dat is best. Maar waarom offert u dat aan God? Hoe stelt u zich dat voor? Wat betekent die offerande? En dan zien wij vreemd genoeg elders het filmpje, waarin wij beloond worden voor wat wij doen. Wat is de beloning in die film? Zij geeft ons aan wat wij nu als tekort in onszelf erkennen. Beloning in die andere wereld plus het tekort hier compenseren.

Ken ik het compensatiebegrip dat ik probeer te vinden in een andere sfeer of wereld of zelfs maar in een soort droomprojectie, dan weet ik dus ook wat ik moet doen. Want wil ik mijn innerlijk hier op de wereld zo goed en zo kwaad als het gaat realiseren, dan zal ik toch wel moeten trachten om overal een compensatie te treffen op een zodanige manier dat niet een verschil in handeling voor mij de synchroniteit onbeleefbaar maakt. Wanneer nl. God mij op aarde beloont én in de sferen, dan trek ik deze dingen samen en dan zeg ik: “Het koninkrijk Gods is ook op aarde.” Wanneer ik een bepaalde sfeer heb en in die sfeer heb ik macht, maar ik heb datzelfde vermogen (op een andere manier misschien) op aarde, dan lopen die twee gelijk. Wat die sfeer betekent in mijn leven, is uitgedrukt.

En waar ik dus gekomen ben tot een samenbrengen van deze verschillende waarnemingen in mijzelf – voor zover die kenbaar zijn met mijn normale leven, (mijn zogenaamde werkelijkheid), kan ik ook komen tot een juistere definitie van hetgeen er zich in mij afspeelt. Hoe groter de tegenstellingen en verschillen zijn, hoe groter ook de verschillen in actie in de verschillende werelden en hoe groter de compensatiedwang.

Elke kracht in mijzelf is te herleiden tot één en hetzelfde. Dit is een soort geloofsstelling, maar ze komt in de praktijk steeds uit. Elke uiting van bewustzijn gaat gepaard met een behoefte tot zijnshandhaving en zijnsrechtvaardiging. Elke waarde van “zijn” zonder meer gaat gepaard met een behoefte tot erkenning van de relatie met het andere. Zoeken naar God is dus eenvoudig een deel van het bestaan, ook wanneer je niet eens over God durft denken of spreken.

Elke sfeer en elke wereld, waarin ik vertoef, zal dus voor mij de uitdrukking zijn van hetgeen ik in feite nu ook hier ben. Ook al is de nadruk verschoven, de inhoud blijft dezelfde. Dan zal een mens die op aarde leeft, toegang kunnen krijgen tot alle geestelijke sferen, wanneer hij zich maar realiseert dat – al is hij zelf daarin een ander – dezelfde waarderingen die hij nu voor zichzelf kent, ook daarin bestaan.

Erken ik de eenheid van waardering, die ik nu heb en die ik in die andere delen van de film eigenlijk zou hebben, dan kan ik misschien zover komen dat ik één of andere schijnbaar afzonderlijke sequenties gelijktijdig kan volgen en kan begrijpen, hoe ze elkaar aanvullen. Dat is dus een vergroting van besef en van bewustzijn.

Hoe meer ik gelijktijdig erken, hoe minder ik geneigd zal zijn om naar mijn werkelijkheid dus alles te herleiden. Ik heb de compensatie niet meer nodig, omdat de verschillende fasen van zijn, die ik nu als reëel heb leren kennen, elkaar aanvullen. Ik kom tot een zekere evenwichtigheid.

Evenwichtigheid is in feite een vorm van harmonie, een zekere vorm ook van tevredenheid. Ik zal dan steeds meer mijzelf zijn en alle dingen tot mijzelf in betrekking stellen. Ik kan dus wel de mensheid liefhebben, omdat naastenliefde een deel is van mijn wezen, maar ik zal dus in veel mindere mate één mens lief kunnen hebben. Ik zal een mens slechts lief kunnen hebben als representant van het geheel, maar nooit als een eenling in tegenstelling tot het geheel.

Dat klinkt natuurlijk weer verschrikkelijk voor mensen, die dat heel anders bekijken, maar daar komt het op neer. Werkelijk volledige bewustwording wordt dan ook weleens omschreven met onthechting. Ik zou zeggen: Dat is eigenlijk nog niet eens juist. Het is een onverschilligheid. Er komt een ogenblik dat mijn onverschilligheid zo groot wordt voor de individuen, dat ik eindelijk belangstelling kan krijgen voor het geheel.

Wanneer ik nu niet het individu aan het geheel opoffer (dat mag ik nooit doen, dat kan ik hoogstens mijzelf doen), dan zal ik in elk individu de totaliteit weerspiegeld zien. Zodra dat het geval is, zal dus de communicatiezwakte, die bestaat tussen mijn besloten kosmos die ik zelf ben en de wereld buiten mij, gaan verdwijnen. Want wanneer ik de massa liefheb, moet ik ook mijzelf liefhebben, omdat ik deel ben van de massa. In elk deel van de massa kan ik de totaliteit erkennen, maar zal ik ook mijzelf erkennen als deel van de massa.

Het “Hebt uw naasten lief gelijk uzelve” komt hier naar voren, niet als een sentimenteel iets, maar als een volkomen logisch iets. Iets wat voortvloeit uit een bepaalde bewustzijnstoestand, waardoor het isolement van je eigen zeer beperkte en begrensde wereld plaats gaan maken voor een waardering (nog steeds in jezelf en in die besloten kosmos), voor het andere, waarbij je de grens tussen wat buiten je ligt en wat in je bestaat, niet meer zelf beseft. En als u zover mee bent gekomen, dan komen hier als vanzelf de laatste artikelen.

Zijnsrechtvaardiging is alleen noodzakelijk op het ogenblik dat ik mijzelf erken in tegenstelling tot ander zijn. Op het ogenblik dat ik opga in het totale zijn, door een vervaging van mijn grensbegrip, (omdat mijn persoonlijke kosmos, die mijn eigen kosmos blijft, mede zoals ik al gezegd heb over het type e.d.), dus alles wat buiten mij bestaat een plaats geef in mijzelf, dan heeft het “zijn” geen rechtvaardiging meer nodig. Het is.

De tegenstellingen opheffen tussen een persoonlijk zijn en een “zijn” daarbuiten is dus de werkelijke bereiking en misschien ook wel het grootste doel, dat je kunt nastreven in de esoterie. Het houdt echter ook nog andere dingen in en daar moet ik even op wijzen.

Figuren in mijn fantasie doen wat ik zelf wil, zolang ik handel in overeenstemming met mijn totale persoonlijkheid. Doe ik dat niet, dan zullen delen van de fantasie zich zelfstandig maken en de door mij onderdrukte of niet geuite delen van mijn ik gaan openbaren.

Wanneer ik een wereld heb, waarin alles wat buiten mij bestaat, geaccepteerd kan worden, dan krijg ik dus voor zover mijn erkenning reikt (dus alleen in overeenstemming met mijn eigen wezen) ook een beheersing over dat andere. Daar waar ik een grens stel, waar ik een tegenstelling ken, is mijn beheersingsmogelijkheid beperkt. Daar waar ik geen grenzen meer stel, is mijn beheersingsmogelijkheid vanuit mij zelf en voor mijzelf – en dus mede volgens mijn eigen doelstelling – bijna onbeperkt.

Al te veel splitst de mens het leven in werkelijkheid in datgene wat later komt, of wat rond ons is en wat wij niet kennen. Dat is begrijpelijk. En voor een mens in de menselijk samenleving misschien zelfs onvermijdelijk, zo nu en dan. Maar het is niet de juiste houding. De juiste houding is: zoveel mogelijk bereiken in je eigen wereld. Je wordt dan gelijktijdig in die eigen kosmos tot God en schepsel. Je hebt a.h.w. jezelf voortgebracht. En er is een bedoeling: dat is de uitdrukking van de zijnsrechtvaardiging, die nu niet meer afzonderlijk beseft wordt; die maakt zich zelfstandig, voortkomend uit het feit dat ik mijzelf gelijktijdig beheers en schep in een zekere zin.

In de grens ligt de Drievuldigheid. Op het ogenblik dat hij in zijn eigen kosmos al het gekende kan absorberen als deel daarvan, wordt hij de God van die kosmos. Maar daar hij slechts zover kan komen door ook zichzelf als deel van die kosmos te beschouwen, is hij gelijktijdig de Zoon, de uiting van God in de kosmos. En daar zijn totale zijnsdrang en zijnsrechtvaardigheidsdrang zich gaat uiten als een norm, als een soort regel, die ook nog weer afzonderlijk in die kosmos voortdurend kenbaar moet worden, ontstaat de Moeder of de Heilige Geest, die vanuit zich de regel geeft, waardoor het mogelijk wordt de Vader te aanvaarden en Zoon te begrijpen.

U hebt waarschijnlijk nooit gedacht, dat in uzelf zulke grote mogelijkheden lagen en dat van veel van uw godsdienst, dat altijd buiten het ik werd geprojecteerd mede een weergave is van toestanden die in uzelf bestaan.

Wanneer u zich bezighoudt met de verschillende religies op deze wereld en de wijze, waarop de mens met zijn geloofsbeleving worstelt, dan moet u toch eens proberen om die terug te brengen naar uw innerlijke wereld. Het geheel a.h.w. op te nemen in uzelf, kritiekloos misschien, maar met het doel het zin en reden te geven in uzelf en gelijktijdig daardoor de zinrijkheid van uw bestaan verder uit te drukken. U zult tot uw verbazing ontdekken dat veel van de mythos, die in godsdiensten en zelfs in oudere leringen bestaat, deel uitmaakt van uw innerlijke wereld. En dat zij de samenvoeging, zowel als de scheiding van sferen en werelden in uw eigen ik verklaart en duidelijk maakt.

En nu nog één ding: denk nu niet dat ik u een grenzeloze waarheid heb zitten verkondigen zonder meer. Ik heb u materiaal gegeven om mee te werken, want ieder van u is anders, ook in zijn reactie op hetgeen ik nu heb gezegd. Maar wat ik gezegd heb is zodanig uitgedrukt dat het voor de meesten als een aanvaardbare these kan bestaan. Werk er eens mee. Misschien dat u dan gaat beseffen wat uw eigen innerlijke kosmos in feite is en dat u zo komt tot een betere erkenning van hetgeen u meent te zijn.

Eerste gastspreker

Wanneer mij gevraagd wordt een paar opmerkingen te maken tegenover u over de werkelijk belangrijke dingen van het leven, dan ben ik misschien wat eenvoudiger dan de meesten van u op prijs stellen. Dat kan ik mij tenminste indenken.

Maar als ik mijn eigen denkbeelden aan u mag voorleggen: Ik meen dat het leven veel eenvoudiger is dan de meeste mensen het zien: En ik geloof vooral ook dat alles wat in de kosmos bestaat, wat in het leven bestaat, eigenlijk veel natuurlijker, veel soepeler en eenvoudiger verloopt, dan de vaak krampachtige poging van de mens waarschijnlijk maakt.

Wij zijn ontstaan of geschapen. Wij hebben onze eigen denkbeelden. Wij hebben onze eigen dromen. En bovenal wij hebben onze eigen uitdrukking van het Hogere, van het Goddelijke, elk op zijn wijze. Doordat wij proberen dit erg precies te doen en allemaal in bepaalde vakjes in te delen, gaan wij eigenlijk heel vaak de zaken van elkaar scheiden. Wanneer ik een arm beweeg, dan doe ik dit met gebruik van een betrekkelijk groot aantal spieren. Ik denk er niet over na hoeveel spieren dit zijn. Ik weet dat ik de beweging maak en dat is voldoende.

In het leven echter probeert men vaak onder het mom van bewustwording te weten hoe alle spieren afzonderlijk functioneren. Zou men elke spier afzonderlijk bevel willen geven, dan is het gebaar niet zo gemakkelijk meer.

Een gebaar zegt misschien weinig. Maar in het leven, in de geest in de stof, moet je voortdurend een heel groot aantal invloeden samenvoegen en je moet er iets van maken. Wanneer je alles afzonderlijk gaat bekijken en beoordelen, dan wordt het ontzettend moeilijk. Dan ga je eisen stellen aan de wereld. Je gaat allerhande waarden van je eigen bestaan afhankelijk stellen van iets, wat buiten je moet gebeuren. En daardoor kom je eigenlijk nergens toe.

Maar leven is net als een gebaar, eigenlijk complex en eenvoudig tegelijk. Want u voegt onnoemelijk veel indrukken voortdurend samen en u maakt daaruit uw beeld van het leven. Waarom kunt u daaruit ook niet uw besef van noodzaak in het leven maken?

U denkt nu misschien dat ik voorstander ben van een je maar laten leven. Ik heb dat zelf nooit gedaan en ik geloof ook niet, dat dat voor u raadzaam is. Per slot van rekening u loopt toch ook niet de hele dag zó (de spreker maakt een bepaald gebaar), omdat het zo’n gemakkelijk gebaar is. Maar wanneer ik dat gebaar wil maken, wanneer ik dus meen dat het belangrijk is, dan gaat die impuls uit en alle spieren functioneren naast elkaar, door elkaar, met elkaar, zonder dat ik mij afvraag hoe ik mijn gebaar maak.

En dit is nu in het leven eigenlijk precies hetzelfde. Ik weet natuurlijk heel goed wat voor mij wel en wat voor mij niet belangrijk is. Wat op dit moment dus misschien een gebaar vraagt en wat ik beter stilzwijgend voorbij kan gaan. Wanneer ik nu een situatie ken en ik denk: “Hier zou een gebaar op zijn plaats zijn”, dan moet ik niet proberen te beredeneren hoe en op welke manier en uit welke factoren het geheel opgebouwd moet zijn. Dan moet ik in mijzelf alleen denken: “Dit wil ik” en reageren. Wanneer mijn wil er is en mijn reactie volgt, dan maakt het gehele ik in het leven a.h.w. dit gebaar. En dan krijg je dus van het leven ook je antwoord.

Ik wil niet zeggen dat deze dialoog met het bestaan altijd even prettig is. Want het gebeurt weleens dat je tegen het leven zegt: ” Ik kan je niet luchten of zien”. Je geeft dus een stomp bij wijze van spreken en je krijgt er één terug en je hebt een blauw oog. Dan zegt men: oorzaak en gevolg. Maar is het niet beter om eens een keer een stomp vergeefs te geven en een blauw oog terug te krijgen, dan altijd weer terug te krabbelen en steeds weer te zegen dat het leven je onrechtvaardig behandelt? Je weet over het algemeen heel goed wanneer het voor jou noodzakelijk is te reageren. Ontleed die reactie niet te veel. Het maakt het leven zo moeilijk.

Leef eenvoudig. De eenvoud van het leven ligt natuurlijk niet in het dan maar doen wanneer je dus iets wilt. Het is daarnaast ook wel degelijk voor jezelf eenvoudige regels maken.

Niemand kan voor u regels maken, onthoudt u dat nu a.u.b.! Het is zo eenvoudig om te zeggen: “Een ander zal mij wel vertellen hoe ik leven moet”, maar het helpt niet. Die ander kan het u niet vertellen. Maar je hebt voor jezelf toch een bepaald principe in je leven. Hou daar nu eens aan vast. Met je wil. Toets je wil alleen aan de regel, die je jezelf stelt.

Als je zegt: “ik zal nooit iemand slaan”, dan betekent dat dus ook dat je met je wil, zelfs met je wensen, geen geweld tegenover anderen zult proberen tot stand te brengen. Maar als je zegt: “Ik zal slaan waar het mij goeddunkt, zolang dit niet alleen ten eigen bate is”, dan zult u zich moeten afvragen: Heeft een ander er nut van, als ik dit gebaar maak? En als het antwoord ‘ja’ is, dan geven wij de wilsimpuls en dan kijken wij wat er gebeurt.

Mijn thema is misschien te eenvoudig. Leven is zo eenvoudig. Maar waarom, zo vraag ik mij af, moet je alles zo ingewikkeld maken.

Er zijn mensen, die hun leven lang besteden met het uitvechten van spitsvondige strijdvragen over God. Voel ik dat God er is? Goed, dan leef ik met God. Waarom zou ik mij afvragen hoe die God is? Dat is niet belangrijk.

Rechtvaardigheid. Ik heb een idee van rechtvaardigheid. Dat zal niet bij eenieder gelijk zijn misschien, maar de meeste mensen hebben wel een idee van rechtvaardigheid, zelfs wanneer ze zelf onrechtvaardig zijn. Ik wil rechtvaardig zijn. Wat is mijn idee van rechtvaardigheid? Laat dit dan mijn wil leiden.

De wil is veel sterker bij de mens dan hij denkt. Maar dan moet hij niet proberen om met die wil alles te regelen. U hebt in uw wezen heel veel impulsen, die automatisch zijn. Wanneer er een stofje naar uw oog komt, dan knipt dat oog. U weet misschien niet eens dat u dat doet. U delegeert lichamelijk een reeks van ook bewust uit te voeren spierreacties aan een ander deel van uw brein. Zo zou je als mens moeten leren een groot deel van je reacties te delegeren aan de minder redelijke fasen van het bestaan. Het is zo onbelangrijk dat dat oog knippert. Maar het kan zo pijnlijk zijn, als dat stofje erin komt. En moet u bewust dat oog sluiten, dan bent u zeker te laat. Daarom juist moet je in je leven leren een groot deel toe te vertrouwen aan impulsen. Beredenering alleen is niet voldoende. Integendeel hoe meer je beredeneert, hoe meer je te laat komt. Een impuls zal niet altijd tijdig zijn. Je knipt waarschijnlijk ook weleens, als er geen gevaar is dat er een vuiltje in je oog komt. Maar is dat zo belangrijk? Is het belangrijk, dat je eens een keer misslaat? Welnee, wanneer je maar wanneer het er maar op aan komt, slaagt.

En dat is mijn visie op het leven. Het is misschien eenvoudig, te eenvoudig voor veel mensen. Ik behoef niet te beredeneren wat ik eigenlijk toch niet weet. Ik moet leven met hetgeen ik weet omtrent mijzelf. En ik moet niet leven volgens allerhand theorieën. Ik moet leven volgens wat ik ben, als mens en als geest. En dit doe ik nu eenmaal het eenvoudigst en het gemakkelijkst door alle bijkomstigheden dan maar terzijde te stellen. Door al datgene, wat automatisch zo vaak voorkomt, te maken tot een vaste reactie, iets wat ik delegeer aan een instinct, aan een impuls.

Je kunt natuurlijk nog een stapje verdergaan op die weg. Mijn wil is alleen van belang, wanneer iets belangrijk genoeg is om het te willen. Maar de meeste mensen willen juist alleen die dingen, die onbelangrijk zijn. Als het belangrijk wordt, weten ze niet wat ze willen. En als dat zo is, dan willen we dus eigenlijk niet het belangrijke zien.

Wat is belangrijk in uw leven? Is het belangrijk dat u God vindt? Ja, natuurlijk, maar dat gebeurt toch wel. Is het belangrijk dat u goed leeft? Ja, maar wanneer u uzelf volgt en niets doet waarvan u zelf weet: “dit is een strijdigheid in mijzelf” en u ook niet afvraagt of u gisteren anders heeft gedaan dan u het vandaag zou willen doen, dan loopt dat best los. Maar op het ogenblik dat je gaat proberen om alles precies te reguleren, lieve mensen, dan ben je een dwaas.

Ik weet dat men u verkeerdelijk heeft bijgebracht, dat iets wat te gemakkelijk en te eenvoudig gaat toch nooit bijzonder goed kan zijn. Dat is een menselijke fout. De beste dingen zijn vaak het eenvoudigst. De belangrijkste dingen zijn vaak het gemakkelijkst

Men heeft u een zekere angst bijgebracht voor geluk. Dat gelukkig zijn iets uitzonderlijks zou moeten zijn. En als we eerlijk zijn, moeten wij toegeven dat de meeste mensen zichzelf het geluk onmogelijk maken.

U begint nu waarschijnlijk in mijn opmerkingen een lijn te zien. In de eerste plaats predik ik u hier: Wees jezelf. Doe alles zo eenvoudig als het mogelijk is. Wees zo gelukkig als het maar kan.

Gebruik je wil, maar alleen wanneer wat je wilt, iets belangrijks is voor jou. Geef dan daaraan je hele kracht. Verbrokkel je energie niet aan dingen, die de moeite niet waard zijn.

Misschien dat er nu iemand in stilte denkt: ”Is dat nu een gastspreker? Wat is dat voor iemand die er zo gemakkelijk bij gaat zitten en dan maar alles wil terugbrengen tot het simpelste van het simpelste Dat kan nooit goed zijn.” Bijna zou ik zeggen (maar het zou te omslachtig zijn) laat me degenen de hand drukken, die zo denken. Zo heb ik ook gedacht.

Maar als je gaat beseffen hoeveel geestelijk vermogens, hoeveel grote bereikingen je ontsnappen juist door het verbrokkelen van jezelf. Hoe vaak het onbelangrijke je zozeer gaat beheersen, dat je aan de dingen die tellen, niet toekomt. Hoe vaak een mens verhongert omdat hij een taboe gehoorzaamt, terwijl er voldoende te eten is en hoe vaak een mens zichzelf voortdurend veroordeelt, omdat hij een taboe geschonden heeft, zodat hij geen leven heeft, al heeft hij de mogelijkheid daartoe, dan zou u anders denken.

Hoog bewustzijn wil zeggen: over het kleine, het onbelangrijke heen kijken. Een mier, die tussen de grashalmen loopt, zegt misschien: “Wat een hoog bos is het hier.” Een mens loopt over de halmen zonder soms zelfs te beseffen dat ze afzonderlijk bestaan. Een kleine geest kijkt rond zich en ziet overal belangrijke dingen en zegt. “Hoe groots is het, waar ik hier in loop”. Maar de hemel ziet hij niet. En hij begrijpt niet hoe hij zichzelf voortbeweegt door de wereld. Hij meent dat het een toneel is dat aan hem voorbijtrekt. Hij voelt zich gebonden misschien en machteloos. Totdat hij leert niet naar die kleine dingen te kijken. Hij moet boven de eenvoudige dingen uitstijgen.

Eenvoud betekent ook vereenvoudiging. En vereenvoudiging betekent het elimineren van de dingen die eigenlijk van geen belang zijn. U leeft in de stof. Wanneer u honger hebt, eet u. U leeft in de geest. Wanneer u een geestelijke honger kent, gaat u dan allereerst alle wetboeken raadplegen om te kijken wat u zou kunnen nemen? Dwaasheid.

U leeft in de stof. Wanneer u ergens naartoe wilt gaan, dan gaat u en uw benen bewegen en ze voeren u waar u zijn wilt. Wanneer u in de geest wilt gaan, dan bouwt u zich hele voorstellingen op van wat zou kunnen zijn. En u geeft niet – zonder aandacht voor de middelen – uzelf het bevel om daarheen te gaan. Anders zou u veel meer geestelijke werelden betreden.

U zoekt de waarheid. En omdat u die waarheid vinden wilt, gaat u elke splinter onderzoeken. Is het niet een dwaas, die een kathedraal zoekt en begint met stenen te onderzoeken? Een kathedraal is een denkbeeld; een steen kan hoogstens de omlijning ervan zijn. Vind het denkbeeld … en de kathedraal zal komen. Vind duizend stenen … en ge zult geen kathedraal kunnen bouwen.

Dat is nu juist de grote moeilijkheid. De meeste mensen zoeken bouwstenen voor het hiernamaals, maar het hiernamaals is er. Het is een denkbeeld, het is een besef, iets in jezelf. Mensen zoeken bouwstenen. En ze lopen aan de werkelijkheid voorbij.

De mensen zoeken wetten en eeuwigheden. En ze leven in een eeuwigheid maar ze beseffen haar niet. Omdat ze niet in staat zijn de eeuwige waarden in de tijd, die ze beleven te beseffen. De mensen begrijpen niet hoe elk moment in zichzelf voor altijd verankerd is in de eeuwigheid, beter en sterker geconserveerd dan een vliegje in barnsteen. Toch is dat zo. Al wat geweest is, is blijvend. Het is niet iets wat zich morgen herhaalt. Het is eenvoudig iets, wat onafscheidelijk van je wezen is en blijft. Zo eenvoudig is het.

Wanneer u die eenvoud gaat begrijpen, zult u ook grotere waarheid zien. Wanneer u komt tot die eenvoud van leven, dan zult u juist daardoor méér bereiken, stoffelijk en anderszins. Wanneer u bang bent voor een mislukking zult u niet slagen, omdat u nooit poogt. Wanneer u de mislukking slechts beschouwt als een fase tot bereiken zult u nooit werkelijk mislukken. Dan is elke mislukking een stap verder naar de juiste bereiking.

Daarom zou ik willen zeggen: Maak u toch niet zo druk. Het gebaar is zo eenvoudig. Uw hele wezen en ook uw geest is in staat die gebaren te maken wanneer een wil die impuls geeft. Probeer eerder te zien wat belangrijk is, waar het belangrijk is om uw wil te gebruiken; waar het belangrijk is om uw eigen besef uit te drukken. En doe het daar. Probeer verder gelukkig te zijn. Laat alle dingen die onbelangrijk zijn zichzelf maar regelen en u zult ontdekken, dat het instinctief geregeld wordt.

Dan kunt u eindelijk leren waarvoor een mens bestemd is. Bestemd niet om in tranen te zwoegen, maar om in vreugde te bereiken. Om gelukkig te zijn, niet om steeds te hunkeren naar geluk zonder het te bereiken. De mens is niet bestemd om door de modder te kruipen, als een regenworm door het water uit de modder omhooggedreven. Een mens is gemaakt om rechtop te gaan tot de tijd dat zijn geest vleugels krijgt.

Ga rechtop. Wees vrij, vooral van uzelf, van uw te ingewikkeld denken, van uw bekrompenheid van constructie. Durf van een hemel te dromen. Maar maak die hemel dan waar, zodra je ziet, hier kan ik het waar maken. Leef de waarheid van jezelf, zonder rouwbeklag voor gisteren, zonder grootse verwachtingen voor morgen. Maar met een besef van werkelijkheid, waardoor je dat ene gebaar kunt maken dat erop aankomt. De wils-akte waarbij het geheel van je wezen, geest en stof gecoördineerd wordt tot een bereiking.

Tweede gastspreker

U vraagt zich misschien af waarom ik als tweede gastspreker tot u kom. Niet omdat er verwarrende dingen te gebeuren staan, maar alleen omdat er op deze wereld en op dit ogenblik krachten zijn, die bruikbaar zijn.

Dit zijn voor velen van u dagen, waarin u vorm kunt geven aan uzelf en uw gebeuren. Dit zijn dagen waarin de lichtende krachten doorstralen over alle invloed van deze wereld. Waarop – boven alle chaos en verwarring uit – licht is dat u helpen kan de zin der dingen te vinden en vanuit uzelf uit te dragen. Er zijn zeer vele dingen gebeurd in de laatste dagen, die zijn als een gistingsproces. Er is iets aan het ontwikkelen in de mensheid dat ontstellend of enorm belangrijk zal zijn. Het is alsof de tijd zwanger is van een nieuwe mensheid en de ogenblikken van geestelijk besef en denken van deze dagen zullen uitmaken of het een monster wordt of een nieuwe, een met God verenigde mens, een wezen dat kan gaan boven de grenzen van uw wereld van heden.

De komende tijd is daarom van groot belang, juist mede, door wat bereikt wordt op geestelijk terrein, juist door datgene, wat er aan krachten wordt geopenbaard ook vanuit de mensen De goede wil misschien. Maar meer nog dan dit, de zekerheid van het goede. Want wee de mens die onzeker is. In een wereld, die als deze, op de snede van het zwaard balanceert, die elk ogenblik kan afvallen in een Gehenna, maar die een paradijs binnen bereik heeft, is het belangrijk dat men geen angst kent en onzekerheid en aarzeling.

In deze wereld is er een brug geslagen van licht en van het goede. In deze wereld zijn – en op dit ogenblik zelfs werkzaam – krachten, die het mogelijk maken om het paradijs zelfs in enige zin stoffelijk waar te maken.

Het is aan u om in deze dagen uw gedachten niet te laten voeren naar het negatieve, naar het verwerpende, naar het achterdochtige. In al deze verwarring, in al deze chaos, in deze op u aanstormende demonen bent u onkwetsbaar wanneer u vertrouwen hebt. De mensheid zelf kan beschermd worden voor de demonen, die haar bedreigen en haar zullen bedreigen in de komende tijd, wanneer de mensen vertrouwen hebben.

Niet de lusteloosheid, het gelaten aanvaarden van een noodlot, want wie zo denkt wordt door de demonen neergeslagen en ligt in de foltering. Maar de mens, die zeker en vastberaden verdergaat, wetend, dat niets wat werkelijk van betekenis, niets wat merkelijk demonisch is, hem beroeren kan op dit pad naar morgen.

Wie nu zeker is in zichzelf, die geeft de basis voor zekerheid van de mensheid. En een mensheid, die reageert op deze lichtende kracht, zal de hergeboorte mogelijk maken, zal in deze dagen het nieuwe licht doen stralen, zal in deze dagen de verbinding slaan tussen het verleden en de nieuwe, de noodzakelijk nieuwe lichtende mens, die misschien reeds morgen een wijle zal vertoeven op deze wereld, totdat hij voltooid verder kan gaan naar andere werelden.

Ik doe een beroep op u. Wat ik u vraag is niet zo moeilijk als het lijkt:

Heb vertrouwen in de zin der dingen. Heb vertrouwen in de zin van het Goddelijke. Laat u niet meesleuren door degenen, die willen breken. Help bouwen. Denk eraan dat alles zinvol is in deze dagen. Dat de spookgestalten die worden opgeroepen voor u nog geen werkelijke spookgestalten zijn en voor de mensheid geen ondergang.

Als er duizend mensen zijn en er sterven er 10, dan is dat misschien bitter voor die 10, wanneer je denkt dat er niets komt na dit leven, maar indien er achter het leven een eeuwigheid ligt en een lichtende wereld, dan is dat toch niet van belang. En als die 990 dan bereiken kunnen, dan is de dood van die 10 eerder een glorieuze bereiking dan een offer.

Zeker, er zal nog veel gebeuren in deze dagen wat duister lijkt, maar het heeft zin. Draag het licht in u. Maak het licht waar. Help de wereld om te betrouwen in zichzelf. Niet in leuzen en niet in systemen, maar in de mens zelf. De mens, waarin het licht leeft, waarin ondanks alles wat u ziet en hoort goedheid is.

Als een rechte brug ligt het zwaard over de afgrond. Als een rechte brug ligt voor u het vertrouwen in de mensheid. En zo uw voeten daarvan niet wijken, zult u de gehele mensheid met u kunnen dragen tot op veilige bodem, tot een nieuwe wereld.

Deze oproep heb ik in vele landen gedaan en deze oproep doe ik nu ook bij u. Ik zal ze in uw land meerdere malen uitspreken in meerdere groepen.

Dit zijn de dagen, waarin het licht werkt. Dit zijn de dagen, waarin mogelijkheden worden geboren zo groot, dat menselijk denken ze ternauwernood zal kunnen overzien. Dit zijn de dagen, waarin de mensheid – zo ze zichzelf weet te vinden – door een schijn van afgrond en vernietiging veilig voort kan schrijden tot bereiking.

Het is niet voor uzelf, dat ik u dit vraag. Ik vraag het u voor allen. Omdat gij misschien toch een licht vindt en een wereld, waar vele anderen in een afgrond van wanhoop lang zullen moeten dolen, voordat ze licht vindt.

Het is niet voor uzelf dat ik u dit vraag. Ik vraag het voor allen, die behoefte hebben aan een wezen, waarin hogere krachten en hoger leven zich toch in de stof kunnen openbaren.

Het is niet voor uzelf dat ik u dit vraag, waarlijk niet. Ik vraag het u, omdat wij schakels bouwen door alle rassen heen. Omdat wij van ras tot ras de kracht van het licht moeten handhaven. Omdat wij de tijden samen moeten rijgen als parelen aan een snoer, rond die ene waarheid van het licht. Die ene oneindigheid, die in elke mens berust, maar die ook geopenbaard moet zijn in de wereld van de mens.

Juist daarom vraag ik u: wat ook gebeure in de dagen die komen, welke chaos rond u schijnt te bestaan, hoe onzinnig de dingen misschien ook lijken, heb vertrouwen! Vertrouwen in het leven, vertrouwen in het lot, zelfs wanneer het u een ogenblik slaat. Heb vertrouwen in de zinvolheid van dit alles. Want een mensheid, die vertrouwt in de zinvolheid van haar bestaan, die vertrouwt in menszijn en niet in iets anders, die zal die schrede maken, waardoor er binnen niet al te lange tijd nieuw licht op deze wereld is geopenbaard en een nieuwe wijze van denken en leven zich zal ontplooien. Totdat zij omvamen kan een nieuwe en hogere mensheid, die voor enige tijd deze wereld zal kunnen betreden om een erfdeel van nieuwe wijsheid na te laten.

Ik geef u verder geen redenen voor dit vertrouwen. Maar indien u zelf vertrouwen hebt, indien u erin vertrouwt, dat het goede op deze wereld leeft, dan zult u de bewijzen zelf vinden. En zult u zien dat veel schijnbaar kwaad tot goed wordt. Dan zult u zien dat waar zo‑even nog een afgrond dreigde te gapen, er nu ineens de zekerheid is van een vaste weg,

Want zo zijn de krachten gericht. Zo is die bundeling geschapen, die over enkele maanden nog eens zal worden bevestigd, in een verbond zal worden vastgelegd in de mensheid en in de geest die tracht mét die mensheid samen te gaan. Zoals het vastligt buiten alle tijden. De ene werkelijkheid, waarvan wij allen deel zijn.

Behoud uw vertrouwen en wees zeker van het goede, dan zal de werkelijkheid u het licht doen zijn.