De juiste leefregels voor deze tijd

4 oktober 1963

Voor ik overga tot het inleiden van mijn onderwerp het volgende: klaarblijkelijk wordt dit onderwerp nogal belangrijk geacht, zodat ik eerst plaats dien te maken voor een gastspreker. Daarna zal ik, met in acht nemen van het door onze gast gestelde, op ons onderwerp van heden ingaan.

Daarbij wil ik nog opmerken, dat ikzelf wel aan het gestelde onderwerp gebonden ben, doch dat dit uit de aard der zaak voor onze gast niet geldt. Ik geef nu dus allereerst het woord aan de heer Hu.

0-0-0-0-0-0-0

Voor u met uw geestelijke leiders en broeders de juiste leefregels voor de mens in deze dagen gaat bespreken, wil ik gaarne van mijn zijde enkele punten naar voren brengen.

Er bestaan een aantal oude en wijze gezegden, die in uw dagen vergeten worden. Een daarvan luidt: “Wie in vuil water gebaad heeft, reinigt zich door in zuiver water te baden.” Hieruit blijkt, dat handelingen en werkingen, die volkomen gelijk zijn, desalniettemin voor het Ik een volkomen tegengestelde werking kunnen hebben. Er is geen eenzijdigheid van denken, leven, beschouwing, mogelijk.

Zo stelt men in uw dagen vaak, dat de mens hen moet volgen, die beter weten. Maar men zegt bij ons: “Hij die het hardste schreeuwt, is slechts een holle eend, geslagen door een verteller”. Dit betekent, dat men in deze dagen bovenal niet mag luisteren naar hen, die verkondigen, dat zij de waarheid kennen. Slechts hij, die zelf kent en oordeelt, kan waarlijk oordelen voor zich en weten, welk pad voert tot het doel, dat hij zich stelt.

De kracht van het leven is niet gelegen in de haast, waarmede men zijn tijd verbruikt, noch in de zorgen, waarmede men zichzelf omringt. Kracht van leven betekent: harmonie met het zijn.

Slechts daar, waar de tegendelen met elkander in overeenstemming zijn, bestaat de ware levenskracht.

De mens, die zich gedraagt als slaaf, zal slaaf zijn. Hij, die zich gedraagt als heerser, zal eveneens slaaf zijn, namelijk van zijn behoefte, zijn macht, steeds uit te drukken. Slechts hij, die niet denkt aan macht, en zichzelf is, kent vrijheid.

Slechts wie vrijheid kent, kan zijn doel bepalen en bereiken. De grootkrachten, die vanuit het Al inwerken, zijn in deze dagen niet gebonden aan uw beelden en voorstellingen. Zij zijn eveneens niet gebonden aan de normale regels, die voor geest en materie bestaan.

Maar let wel: dat hij, die eet, toe zie, dat hij niet teveel eet. Want voor deze wordt het voedsel tot gif. Wie van u de krachten van deze dagen erkent, aanvaarde deze krachten slechts zover, als deze verwerkt kunnen worden, zonder dat de eigen persoonlijkheid daarbij teloor gaat.

Alleen op deze wijze zult gij in uw dagen kunnen beantwoorden aan al datgene, wat noodzakelijk is.

Men spreekt u over het beminnen van vijanden. “Hebt uw vijanden lief” zo luidt deze spreuk in het westen. Een vijand waarlijk lief hebben, betekent echter: hem tot niet-vijand maken.

Men heeft dus niet de vijand zelf lief als vijand, doch tracht het wezen, dat nu vijandig is, tot vriend te maken. Vergeet dit nooit. Want dat wat gij vijand noemt, is niet een wezen, maar een toestand.

In deze dagen is veel in wezen vijandig tegen uw bestaan. Besef dit en bestrijdt de toestand, gelijktijdig trachtende hen, die deze toestanden in stand trachten te houden, tot uw vrienden te maken en deel te doen hebben aan de vrijheid, die gij voor u zelf begeert en handhaaft.

Waar een mens gelooft, zo stelt men u, zijn hem alle Krachten gegeven. Ik zeg u: vele zijn de veranderingen. Voortdurend veranderen zich waarden en gestalten, zoals reeds aangegeven in de I Tjing. Maar wie verandert en toch zichzelf kent, blijft zichzelf gelijk.

Weet, wat gij zijt, ongeacht de uiterlijkheden van uw wezen. Zoekt in deze dagen niet naar de leidsman, die u voeren zal. Want hij verandert voortdurend. Zoekt naar de leiding, die gij innerlijk bezit en volg deze, uw eigen Kracht, dóór alle veranderingen.

Bedenk, dat hij die verbergt, zich van zijn eigen schuld en onmacht bewust is. Zo iemand u iets verbergt, zult gij weten, dat hij daarin niet sterk is.

Zo iemand u vreest, zal hij u uitsluiten. Daar, waar een mens u aanvaardt en u doet binnen gaan in zijn denken en zijn rijk, zal hij u echter als gelijkwaardige tegemoet treden.

Besef, dat gij gevreesd wordt. Besef, dat men u vreest. Besef ook, dat deze vrees niet voortkomt uit de werkelijkheid van uw bestaan, maar wordt gebruikt door hen, die deze vrezen wel kennen.

Geloof nimmer een mens, die zijn handelingen verklaart met een zogenaamde noodzaak die, naar hij zegt, hopelijk nooit werkelijkheid zal worden. Wie wapens smeedt, smeedt wapens om ze te gebruiken, wie krachten oproept, roept krachten op, om deze te gebruiken. Let daarom niet op de woorden, maar acht op de daden, opdat gij daaruit zult kunnen beslissen, wat waar is.

In uw wereld is de begoocheling altijd een sterk element geweest. Maar ook altijd weer zal de mens, die naar waarheid zoekt, het spiegelbeeld van zijn eigen waarheid in de wereld rond hem kunnen erkennen, zolang hij deze wereld niet aanvaardt, zoals zij zichzelf noemt, doch haar slechts aanvaardt, zoals hij haar ziet vanuit zichzelf. Want zie: een dwaas kan het gewaad van een mandarijn dragen en toch een dwaas blijven. Maar de wijze in het gewaad van een bedelaar doet zijn wijsheid blijken uit de wijze, waarop hij u tegemoet treedt, zodat zijn wijsheid tot u spreekt en niet zijn gewaad. Zo hebt gij dan waarlijk waardevolle krachten gewonnen.

Het is in deze dagen voor ons noodzakelijk samen te werken in geest en stof. Maar een samenwerking kan nooit gebaseerd zijn op een gezamenlijk dogma of een gezamenlijke regel: slechts daar, waar de behoefte overheerst, zal de ware samenwerking ontstaan. Wij dienen ons eerst te realiseren, wat wij in stof en geest behoeven, wat onze noden zijn, die wij trachten te overwinnen. Dan eerst zullen wij waarlijk samen kunnen werken.

Ten laatste dient gij te beseffen, dat er twee vormen van schuld of zonde zijn: er is de zonde van het werkelijke kwaad, dat zichzelf wreekt. Dat dus onmiddellijk door zijn gevolgen kenbaar wordt. En er is het kwaad, dat de mensen zo hebben genoemd, maar dat in zich meestal zonder betekenis is en soms zelfs goed kan zijn.

Oordeelt dan niet over goed aan kwaad aan de hand van wat anderen u leren, wat anderen u verklaren. Bedenk, dat geen enkele mens – zelfs zij, die op de meest intieme wijze elkander nader komen – in staat is een ander zijn wezen werkelijk te openbaren.

Zoekt daarom uw eigen begrippen van juistheid. Want slechts wie zichzelf rechtvaardigt en zijn weg kiest, zal kunnen komen tot een waar bereiken in uw wereld en een waar samengaan met de Krachten van geest en de Krachten van Licht.

Vergeef mij, dat ik deze woorden heb willen doen voorafgaan aan een onderwerp, dat misschien praktischer is en dichter ligt bij uw wereld en belangstelling. Ik hoop echter, dat gij deze regels zult zien als een leidsnoer bij uw eigen realisatie van de juiste leefregels in deze tijd.

Ik dank u zeer, dat gij mij hebt willen aan horen.

0-0-0-0-0-0-0-0

Wij hebben dus een inleiding gehad op de inleiding, die ik nu moet gaan houden: De juiste leefregels voor deze tijd.

Wij moeten daarbij ons realiseren, dat geen enkele geheel juiste leefregel in deze tijd gebaseerd kan zijn op iets algemeens. Elke mens moet voor zichzelf zijn plaats weten, zijn plaats vinden. Alles wat ik hier naar voren zal brengen, is echter slechts algemeen gezien, waarbij u uw eigen standpunt dus ongetwijfeld verder kunt bepalen.

Als eerste punt had ik mij dan voorgenomen u te wijzen op het grote verschil, dat er in uw moderne tijd bestaat tussen het menselijke weten en het verborgene. Toch is het verborgene vaak even belangrijk of zelfs belangrijker dan de zuiver menselijke wetenschappen. Het is in deze dagen dan ook voor u uitermate belangrijk, dat u, zover u dit mogelijk is, kennis neemt

van de verschillende tendensen die optreden, of dit nu de invloeden zijn van sterren of de werking van uw eigen levensritme. Neem kennis van de tendensen, die voor u heersen, omdat u alleen op deze wijze uw eigen gedrag kunt regelen in overeenstemming met uw mogelijkheden.

In de tweede plaats wil ik stellen, dat de mens van heden niet in staat is om alle door mensen gegeven regels en maatregelen voor zich zonder meer te aanvaarden. Hoe groter het aantal voorschriften, regelingen en regels wordt in deze dagen, hoe geringer de mogelijkheid zal zijn, om al deze regels te kennen, te erkennen en zich daaraan te houden. Er vindt dus over de gehele wereld een feitelijke vervlakking plaats van alle gezagsverhoudingen, daarbij ook een vervlakken van alle wetsbegrippen.

Dit is een psychologische ontwikkeling, die zich ook uitwerkt op alle godsdienstige voorschriften en zelfs op de ingeschapen waarden van de mens zelf. Men is geneigd door deze veelheid van regelgevingen en voorschriften alles op dit gebied te wantrouwen, ook de regels, die men als deel van eigen Ik in zich kent. In uw eigen leven bestaan in deze dagen altijd weer regels, die u haast instinctief zult volgen, tenzij u daarover na gaat denken. Ik zou u daarom willen aanraden: denk niet te veel na over de wetten en regels, die buiten u bestaan, tracht niet te veel de wetten waaraan gij innerlijk gehoorzaamt, geheel te analyseren. Wees er voorlopig tevreden mee, dat gij uw eigen gedrag te allen tijde als positief kunt beschouwen.

Dan een punt, dat van de voorgaande enigszins afwijkt. Zoals u weet is er op het ogenblik overal sprake van wat men “verontreiniging” noemt. Uw rivieren worden doorspoeld met onoplosbare wasmiddelen, met giftige stoffen van fabrieken. De lucht is bezwangerd met giftige gassen en allerhande afvaldeeltjes, waardoor u lichamelijk in een sfeer en atmosfeer leeft, die voor uw lichamelijk welzijn niet goed is. Onthoud dit: de mens, die zelf een redelijk en gezond wezen wil blijven, zal zich voortdurend een omgeving moeten zoeken, waarin steeds weer frisse ozon of zuurstof aanwezig is, in niet te grote mate. Hij zal daarbij de voorkeur geven aan de plaatsen, die ofwel ver liggen van de bevolkingsagglomeraties, dan wel een zodanige uitgestrektheid hebben, dat de winden daar voortdurend vrij spel hebben. Het is voor de mens van heden – zeker in Nederland – noodzakelijk, dat hij zich tenminste 10 uren per week in de frisse lucht bevindt en daarbij zich op een plaats bevindt, waar voldoende zuivere lucht en zuurstof aanwezig zijn.

Denk niet, dat dit alleen maar stoffelijke gevolgen heeft. Een geringe vergiftiging van uw lichaam door overmaat van koolstofmonoxide e.d., draagt ook bij tot een verandering, een vertraging van uw denkproces, beïnvloedt uw reactievermogen en verandert zelfs op den duur – na langere tijd – uw gehele mentaliteit.

U bent dus, wat dit betreft, niet alleen afhankelijk van uw reactie op alles, wat rond u is, maar ook van deze vaak niet bemerkte vergiftigingen. Uw wijze van leven en denken wordt hierdoor mede bepaald en vaak in een verkeerde richting gestuwd. Bent u in de gelegenheid dagelijks wat frisse lucht te happen op plaatsen, die wat minder bezwangerd zijn met schadelijke stoffen, zo zou ik u willen raden, dagelijks de reinigende ademhaling te gebruiken, om zo het kwaad zo veel mogelijk uit uw lichaam uit te stoten, terwijl u daarna door diepe ademhaling niet slechts uw lichaam, maar ook bepaalde delen van uw aura kunt laden met nieuwe energie.

Bedenk, dat geluid voor een mens een kwelling kan zijn. Een teveel aan geluid veroorzaakt o.m. een geringe, maar vaak progressieve doofheid, die vaak niet wordt opgemerkt. Wen u er daarom aan om tenminste één uur per dag, indien mogelijk in twee delen, een daarvan kort na het opstaan, het tweede kort voor het slapen gaan, een zo volledig mogelijke stilte te beleven.

Dit geeft u de mogelijkheid uw zenuwstelsel te regenereren, het maakt het u daarnaast mogelijk eens te luisteren naar de stemmen van innerlijke Krachten, van de kosmische macht, die in het menselijke wezen voortdurend optreden, maar overspoeld worden door te grote en te inspannende geluidsgolven, die de moderne mens haast bij voortduring treffen.

Bedenk verder, dat de tijd in deze dagen haast voor een ieder tekort lijkt. Men went er zich aan meer te willen doen, dan men in feite wel kan volbrengen. Een dergelijk te hoog levenstempo is schadelijk, omdat het een voortdurende toestand van uitputting ten gevolge heeft. U presteert door dit gejaagd werken niet meer dan anders, maar bereikt alleen dat uw werk uiteenvalt in perioden van ongewoon grote en intense spanning en perioden van uitputting, traagheid, onjuistheid. Op deze wijze schept u voor uzelf een onevenwichtigheid, die psychologisch en zelfs zuiver geestelijk zijn invloeden merkbaar maakt.

Tijdens alle jachten en haasten bestaat verder de neiging eigen mogelijkheden te overschatten. Hierdoor zal men reserves aanspreken, die men elders en anders nodig kan hebben. Bovendien wordt tijdens de gespannenheid van werken alle concentratie zozeer aan het werk gegeven, dat men daarvan niet los kan komen, wanneer men de mogelijkheid eindelijk vindt, om te rusten. Wanneer men dan rust, kan men van zichzelf en zijn arbeid eenvoudig niet meer loskomen, zodat van een werkelijk rusten in wezen geen sprake is. Wanneer u echter tracht regelmatig te werken en voor alles wat u doet, alle tijd te nemen, ook voor een maaltijd, een gesprek, het lezen van een dagblad of andere misschien nog onbelangrijker dingen, zult u ontdekken, dat uw uiteindelijke prestatie tenminste gelijk blijft, terwijl uw veerkracht groter wordt.

Bovendien blijkt, dat velen niet alleen helderder gaan denken, maar ook de mogelijkheid vinden om meer en juister gebruik te maken van inspiratieve momenten, terwijl men in staat is veel grotere spanningen op te vangen. Bovendien, en dit is in deze tijd wel heel belangrijk, blijkt men veel minder snel ten prooi te vallen aan de een of andere suggestie.

Houdt er rekening mee, dat uw eigen leven in deze dagen niet werkelijk meer uw “eigen” leven is. Het wordt – althans voor de meeste mensen – geredigeerd door de openbare mening, de opvattingen van wat “hoort” en wat “niet hoort”. Uw eigen leren dient echter een uitdrukking te zijn van uw eigen persoonlijkheid. De taak, die u in de wereld hebt, is daarbij het voornaamste deel van uw leven. Het andere is bijkomstig. De taak is niet alleen de arbeid, die men verricht, maar ook de totale verhouding – en daardoor mogelijkheid tot bewustwording – die men in de wereld schept. Door nu zichzelf niet te richten op al wat de buitenwereld zegt of verwacht, maar

de taken, die men als onontkomelijk of onvermijdelijk op zijn pad aantreft, eenvoudig aanvaardt en in een rustig tempo tracht te volbrengen – daarbij nimmer voor zich een onderscheid makende tussen arbeid en vrije tijd, iets wat sommigen misschien wel eens moeilijk zal vallen – zo zal blijken dat uw leven niet alleen voller en rijker wordt, maar dat een voortdurende bewustwording het u mogelijk maakt op steeds juister wijze en in steeds kortere tijd en met een steeds groter wordende innerlijke kracht, alle taken te vervullen en alle hinderpalen te overwinnen.

Laat u niet door de schijn bedriegen. Uw wereld is kleiner geworden in de laatste tijd. Maar deze kleinheid van de wereld, waardoor u reeds vandaag kunt weten, wat er heden is geschiedt in Azië of Amerika, betekent nog niet, dat u die andere delen van de wereld nu ook werkelijk kent.

Besef steeds, dat uw reactie op datgene wat elders gebeurd is, niet een uitgaan van de feiten is, zoals die elders plaatselijk bestaan, maar een poging om vanuit uw eigen hoedanigheden, omstandigheden en milieu een oordeel uit te spreken over anderen, die onder omstandigheden leven, die u in feite niet kent of begrijpt. Het is zeer belangrijk, dat men dit begrijpt. Anders komt men zeer snel tot een veroordelen of verwerpen van medemensen, wiens bestaan men kent, van wier handelingen men regelmatig kennis neemt, maar van wie men de motiveringen en achtergronden absoluut niet kan bevatten. Men maakt het daardoor voor zich onmogelijk om, wanneer een mogelijkheid tot nader contact ontstaat, dergelijke mensen als mens tegenover mens te ontmoeten, te ontvangen. Verder maakt men het zich onmogelijk deze wezens in de geest en de Krachten, die voor dezen werkzaam zijn, voor uzelf te ontvangen of er maar deel aan te hebben. Het zal u dan onmogelijk zijn, zelfs in de geest, het Licht, dat ook uit dit andere is voortgekomen, te aanvaarden en te beseffen als deel van de Lichtende wereld, waarin u misschien mag vertoeven.

Ook in verband met uw voeding zou ik gaarne een paar opmerkingen willen maken: In de eerste plaats is in de westelijke wereld de voeding van velen vaak weelderiger dan noodzakelijk is. Dit wil echter niet zeggen, dat zij qua voedende bestanddelen voldoende is, maar zij beantwoordt aan de voorliefde voor bepaalde smaken en geuren. Sommigen kiezen zelfs gerechten om het aanzien, dat misschien aan het nuttigen van deze spijs volgens hen verbonden is: er zijn mensen, die oesters en kaviaar eten, omdat het nu eenmaal oesters en kaviaar zijn. Hun lichte misselijkheid bij het nuttigen van deze prestige-heerlijkheden plegen zij dan te verbergen, om zo hun stand op te houden.

Wees niet dwaas, en laat u niet door aanzien of smaak alleen leiden bij uw keuze. Richt u bij voorkeur op weinig of niet verwerkte natuurproducten. Laat zoveel mogelijk de prijs bij uw aankopen geen rol spelen. Ga steeds uit van het standpunt, dat in uw klimaat de hoofdschotel van het dagelijks menu plantaardig dient te zijn.

Bij dit plantaardig voedsel moet tenminste de helft niet gaar gekookt zijn. Misschien vindt u het vreemd, dat ik dit aanstip als een in uw tijd belangrijke leefregel. Toch is het een feit: juist de verkeerde voedingsgewoonten hebben een verslapping van het ras ten gevolge, iets wat niet alleen u persoonlijk, maar ook uw kinderen en kindskinderen dus bedreigen kan.

De eisen, die het leven aan vele mensen in deze dagen stelt, maken het reeds onmogelijk in de natuur en onder natuurlijke omstandigheden een normale honger op te doen. Normale vermoeidheid en normale lichaamsafscheidingen komen eveneens in het gedrang. Wanneer de mens zich in deze dagen dus bovenal wil wijden aan alles, wat smakelijk is, zal hij als gevolg hiervan een teveel aan afvalstoffen in het lichaam krijgen, bij een mogelijk tekort aan voor de instandhouding van dit lichaam belangrijke stoffen. Daarmede zal hij in vele gevallen, soms zelfs om zijn stand op te houden tegenover anderen, die in zijn ogen waarschijnlijk zijn meerderen zijn, zijn lichaam langere tijd, of blijvend aan deze te korten blootstellen, of trachten langs kunstmatige weg de tekorten te herstellen, zonder hierin geheel te kunnen slagen.

In dit verband is het misschien ook goed te wijzen op het toenemende gebruik van genotsmiddelen. In vele gevallen waardeert men dezen niet juist, over- of onderschat men hun waarde en mogelijkheden. Zo vertelt men u in deze dagen, dat tabaksgebruik longkanker veroorzaakt. Dat kan inderdaad soms waar zijn. Maar het wordt alleen waar wanneer andere omstandigheden aan het ontstaan van de ziekte medewerken. D.w.z. dat dergelijke ziekten alleen ontstaan, wanneer samenkomen: fouten van dieet, innerlijke spanningen, onreinheid van de omringende atmosfeer, plus overmatig gebruik van het genotmiddel zelf.

Daarbij komt, dat men vele genotmiddelen afwijst en verbiedt. Ik denk hier bv. aan hasjiesj, hennep, marihuana, opiaten. Daarnaast zijn er andere genotsmiddelen, die men kennelijk als minder schadelijk beschouwt, bv. alcohol. Toch schaadt iemand, die dagelijks, maar zeer matig, opium gebruikt, zijn lichaam minder, dan iemand die elke dag een borrel drinkt. Het laatste tast namelijk de lever aan, het eerste brengt hoofdzakelijk een ontspanning van het zenuwstelsel teweeg. Wanneer iemand door psychische of stoffelijke omstandigheden zich gedwongen voelt meer dan alleen deze ontspanning in de opium te zoeken, is zij echter gewoonte vormend en gevaarlijk.

Maar ditzelfde geldt voor alcohol. Wij zien dit verschijnsel zelfs bij stoffen, die niet als genotsmiddel worden beschouwd en niet als gewoonte vormend gelden. In dit verband dienen wij hier de in deze tijd veel voorkomende gewoonte aan te stippen, om vele middeltjes te gebruiken. Wie voortdurend barbituraten gebruikt, aspirines slikt, zich volpropt met pijnstillers, opwekkende en slaap bevorderende middelen, pleegt in feite een langzame zelfvergiftiging.

Dit gebruik van “onschuldige” patentmiddelen is voor velen een even gevaarlijke en even schadelijke gewoonte geworden als drinken, roken, gebruik van opiaten enz.

Ik moet u er op wijzen, dat dit alles niet alleen maar schadelijk is voor het lichaam, dat zijn innerlijke evenwichten verstoord ziet. Er is tevens sprake van een aantasting van denkvermogen en wil. De beheersing van eigen lichaam wordt steeds minder. Meer en meer wordt men afhankelijk van de aan het lichaam toegevoegde middelen. Men wordt daardoor steeds meer de slaaf van eigen lichaam en zal op den duur daardoor zozeer beheerst worden, dat de geestelijke aspecten van het bestaan niet meer gebruikt, laat staan ontwikkeld, worden. Hoedt u daarom tegen een teveel en vooral te regelmatig gebruik van allerlei middeltjes, tegen een te grote en te vermijden afhankelijkheid van medicatie.

Houdt er verder rekening mee, dat in uw dagen deskundigen en specialisten overal de boventoon voeren. Deze deskundigen zijn echter voortgekomen uit de practici van het verleden. Ook in deze dagen is een deskundige, een specialist, niets waard, tenzij hij zijn stellingen, theorieën, berekeningen enz. om kan zetten in iets, dat bewijsbaar praktische waarde heeft. Daarom zou ik u willen raden, altijd weer in de eerste plaats te zien naar resultaten en niet naar woorden.

Wanneer iemand u vertelt, dat 10% loonsverhoging gemakkelijk mogelijk is, zonder dat hieruit belangrijke prijsverhogingen voortkomen, dan kan dit theoretisch juist zijn. In de praktijk echter zal de feitelijke prijsverhoging als gevolg hiervan waarschijnlijk gemiddeld 12% gaan bedragen als gevolg van het grote aantal mensen, dat door winstneming eveneens een vergroting van eigen inkomen zal eisen. Een beheersen van deze tendensen is in de praktijk onmogelijk, ten hoogste kan men het proces enigszins vertragen.

Ik ben mij er wel van bewust, dat het geciteerde probleem in wezen een bijkomstigheid is. Maar het wijst op een in uw dagen veel voorkomende fout: zolang u kijkt naar hetgeen men zegt, stelt en belooft, maar niet oordeelt naar de directe resultaten, zult u zichzelf misleiden. U komt er dan toe, de stellingen van anderen te huldigen en uw leven en werken daarnaar te richten, niet naar de werkelijkheid van het bestaan. Dientengevolge zult u door een blijvende zelfmisleiding voor uzelf steeds, grotere en sterkere conflicten scheppen, uzelf het leven moeilijk maken en zo uzelf remmen in zowel geestelijke als stoffelijke ontwikkelingen.

In deze dagen treffen wij verder ontzettend veel irreëel denken en pessimisme aan op elk terrein. Dit pessimisme dreigt zo groot te worden, dat het het leven van bijna geheel de wereld gaat beheersen. Onredelijke achterdocht enz. zijn het gevolg hiervan. Samenwerking wordt hierdoor belemmerd of zelfs geheel onmogelijk. Daarbij komen ontstellende dingen naar voren, ofschoon u er misschien anders over denkt dan ik. Zo meen ik bv. dat men, zolang er atoombommen zijn, men er zeker van kan zijn dat bij het vallen van de eerste bom er meerderen zullen volgen. M.a.w., een atoombom is een wapen, waarmede je niet alleen je vijand, maar ook jezelf met grote zekerheid treft. Het is verder een wapen, dat ook het nageslacht kan aantasten en een werking van langere duur heeft op alle leven op aarde.

Een dergelijk wapen is dus voor de mensen niet bepaald goed. Men beseft dit en tracht er iets aan te doen. Maar degenen die streven naar een uitsluiten van deze wapens en een terugkeer naar een meer conventionele bewapening vergeten iets: deze normale wapens zal men wel durven gebruiken. En er is nooit een oorlog gevoerd, waarbij er niet – zelfs bij de verliezende partijen – een aantal mensen er beter van zijn geworden. Begrijp goed, wat dit in wezen betekent. Laat u niet misleiden door verklaringen als, dat wij allen zo goed zijn om verschrikkelijke wapens niet meer te gebruiken. Besef dat dergelijke maatregelen en verklaringen geboren worden uit vrees, niet uit een honger naar vrede. Begrijp, dat een dergelijke afspraak, die geheel juist en bindend gemaakt werd en onder een voortdurende controle staat, in wezen betekent, dat er weer een mogelijkheid is een grotere oorlog met gebruik van normale wapenen te doen ontbranden en zo aan het winstbejag of de behoefte naar macht van bepaalde groeperingen en personen te voldoen.

Het lijkt mij zeer belangrijk, dat u zich ook op dergelijke punten dus niet laat misleiden. Wanneer u zich verzet, dient dit niet alleen tegen de H-bom zijn, maar tegen de vervaardiging en het handhaven van elk wapen. Of u moet zich geheel niet verzetten. Wanneer u zich meent te moeten verzetten tegen een bepaald maatschappelijk onrecht, moet u dit niet doen voor een enkele en bepaalde groep, of voor een bepaald land. Strijd dan of voor alle mensen, of voor niemand, neem geen genoegen met de verklaring, dat men eerst voor deze groep of dit land moet vechten, omdat men dan later altijd nog iets voor anderen kan gaan doen.

Strijd betekent: offers brengen. Wanneer u meent, dat het strijden voor een bepaald recht, of het bestrijden van een bepaald onrecht voor alle mensen, teveel offers zou vragen, strijd liever niet.

Laat u nooit door de idee dat het verschrikkelijk zou zijn, of de verwachting dat het toch misschien nog opgelost kan worden, heen en weer slingeren tussen angst en verwachtingen, tussen pessimisme en optimisme. Wees nooit pessimist, wees geen optimist, maar tracht realist te zijn en te beseffen, dat elke dag, dat de zon schijnt, een dag van vreugde kan zijn. Wanneer men de vreugde nl. weet te aanvaarden. Besef dat een mens, die gelukkig is, geen democraat of communist zal zijn, maar wel iets voor zijn medemensen zal willen doen. Maak daarom zoveel mogelijk mensen gelukkig. Wees zélf zoveel mogelijk gelukkig. Realiseer u, dat het in deze dagen belangrijker is zich steeds weer zo veel mogelijk gelukkig te gevoelen, dan ongelukkig te zijn en steeds zo moreel, economisch, politiek enz., verantwoord te handelen. Wees gelukkig waar en wanneer gij kunt, zonder met uzelf in strijd te komen. Dat is de belangrijkste regel voor deze tijd.

Ten laatste wil ik hieraan nog toevoegen, dat vele mensen in deze dagen zoeken naar een geloof. Nu is een geloof goed. Maar alleen een innerlijke zekerheid, die geen enkele twijfel kent en zelfs geen bewijzen hoeft, kan een beschikken over de Krachten uit het geestelijke, ja, het Goddelijke betekenen. Acht daarom een geloof niet belangrijk, zolang het voor u een formaliteit is. Houdt u dan ook niet bezig met het wezen van een leer of kerk, vermoei u niet met beschouwingen over het al dan niet juist interpreteren van een uitspraak, zoek naar dat ene, waarin u innerlijk volledig gelooft. Handhaaf dit ten koste van alles. Dan zult u ontdekken, dat u ondanks alles steeds gelukkig bent en over vele Krachten beschikt, waarvan u het bestaan niet kende, of die groter blijken, dan u ooit had durven vermoeden. U zult zien, dat u dan meer kunt volbrengen, dan u ooit gedacht hebt.

Dit zijn dan een paar eenvoudige regels voor een juister leven binnen het kader van deze tijd. Ik kan er natuurlijk meer geven. Ik vrees echter, dat ik, wanneer ik dit zou doen, in strijd zou komen met vele gevestigde meningen, die in deze wereld nu eenmaal heersen en zo misschien ook onnodige verwarring zou zaaien. Daarom wil ik trachten u, zonder bepaalde regels te geven, mijn visie op de problemen van uw tijd kenbaar te maken.

U kunt nooit leven naar iets, wat niet in u bestaat. Een begrip als trouw, rechtvaardigheid enz. kan mooi zijn. Maar zolang deze waarde niet in uw wezen verankerd is, bestaat het voor u niet.

Wanneer u zich daaraan toch vastklampt, ontstaat een situatie, waarbij u van anderen trouw, liefde, rechtvaardigheid, kortom, alles wat u maar wilt, rechtens meent te kunnen verwachten, terwijl u zelf aan deze eisen niet kunt beantwoorden met geheel uw wezen.

Ik meen dan ook, dat de mens van deze tijd in de eerste plaats terug moet keren tot de feiten.

Men mag niets van anderen eisen, wat men zelf niet is. Het is oneerlijk, om afspraken te maken, beloften te doen, die gebaseerd zijn op iets, wat men niet is, niet kan, niet vanuit zichzelf als juist erkent. Zo voel ik het tenminste aan. Want zodra een mens, een groep, een firma, een staat, een belofte doet, die zij weet niet te kunnen vervullen, of die strijdig is met eigen wezen, is er volgens mij sprake van een ernstig en bewust bedrog.

Wanneer een politieke partij bv. u belooft, dat zij een belastingverlaging zal brengen, maar gelijktijdig verklaart, dat zij is voor een uitbreiding van staatsbemoeienissen, liegt zij: een uitbreiding van staatsbemoeienissen betekent altijd een feitelijke verhoging van belastingen. Nooit een verlaging. Wanneer u zich dit realiseert, zult u in de eerste plaats zelf geen verplichtingen aangaan, die u niet werkelijk kunt volbrengen. Want het is in deze dagen wel zeer belangrijk, dat de mensen werkelijk op elkaar kunnen rekenen. Men moet weten, wat men aan elkaar heeft.

Verder kunt u dan vermijden, dat u zich bezighoudt met personen, die door hun onoprechtheid, hun onjuistheid van stelling, er kennelijk op uit zijn iets ten koste van u te verkrijgen. Wees realist. Dit realisme zal u ongetwijfeld zeggen, dat een kerk, een staatsvorm en nog vele andere dingen, noodzakelijk en onvermijdelijk zijn in deze tijd. Maar dit zelfde realisme zal u ook vertellen, dat het belangrijk is deze dingen niet teveel macht te geven. Besef, dat werkelijke zeggingschap over uw eigen wezen en leven steeds bij uzelf dient te berusten. Dit geldt zelfs t.a.v. de geest. Laat u daarom ook in uw geestelijke ontwikkeling niet teveel verleiden door beloften, die oncontroleerbaar “later” liggen, hetzij in een hiernamaals, of in een verre toekomst.

Wanneer men u belooft, dat over tien jaren de woningnood in Nederland opgelost zal worden, houdt dit in feite in, dat men op het ogenblik daarvoor nog geen oplossing ziet. Het is dus heel waarschijnlijk, dat dezelfde woningnood over tien jaren nog bestaat. Wanneer men u belooft, dat u later in de hemel beloond zult worden voor alles, wat u nu direct offert, dan is dat heel erg mooi, maar betekent in feite, dat men voor zich niet de mogelijkheid ziet u hier te belonen, of het noodzakelijke vanuit de hemel onmiddellijk en hier te ontvangen.

Misschien ziet u hierin een aanval op vele dingen, die u heilig zijn. Maar dit zijn nu eenmaal de feiten. Ga uit van het werkelijke. Een gevoel van verbondenheid met God is een werkelijke beloning voor wat je doet. Zelfs indien er alleen maar een innerlijke gevoel, een gevoel van tevredenheid ontstaat door hetgeen u doet, is het aanvaardbaar. Maar wanneer u iets gaat doen, terwijl u uzelf daaronder niet prettig voelt, al belooft men u daarvoor 1000 malen de hemel, zal u nooit een resultaat leveren. Een beloning daarvoor zult u, hier of “later” niet verwerven.

Als mens ben je eeuwig. D.w.z. dat dat, wat je vandaag bent – misschien ver buiten eigen bewustzijn om – altijd je wezen zal zijn. Daaraan kun je niets doen. Je uiterlijke vorm verandert misschien. Maar wanneer je hoopt door handelingen in de tijd iets te kunnen veranderen aan je werkelijke wezen, of aan je werkelijke bestemming, ontken je in wezen de eeuwigheid van het bestaan. De mens is geen kameleon, maar een eeuwig wezen. In deze dagen lijkt het soms wel eens, of een mens in feite een soort kameleon moet zijn, een wezen, dat van de ene “waarheid” naar de andere moet kunnen omzwaaien, zonder er verder ook maar over na te denken. Het lijkt haast, of de mens van heden verplicht is alle veranderingen zonder meer maar te aanvaarden.

Daarnaast lijkt het vaak, of men meent, dat de mens van heden in de mening verkeert, dat hij in staat is zijn eigen inzichten en meningen aan anderen als eeuwig en waar bindend op te leggen.

Madame Nhu heeft zich een treffend voorbeeld van deze mentaliteit getoond, terwijl ook anderen als Adenauer en de Gaulle, de familie Kennedy, van een gelijke mentaliteit blijk hebben gegeven. Men schijnt uit te gaan van het standpunt, dat men eigen meningen en inzichten zonder meer als juist en voor allen bindend mag stellen. Dit echter kan nimmer juist zijn.

Slechts voor zich kan de ene bepalen, wat voor hem juist en waar is. Daarom kan men zich niet richten op alles, wat anderen zeggen en beweren – zelfs indien het hoge geesten zijn – wanneer men zich daarmede innerlijk niet harmonisch kan voelen. Je zou de juiste leefregels voor deze dagen eenvoudig kort en juist aan kunnen duiden – zij het algemeen – door te stellen, dat de mens van heden vanuit zichzelf moet leven, zonder daarbij een beroep te doen op – of eisen te stellen aan – de wereld buiten hem. Gelijktijdig zal deze mens in zichzelf een zo groot mogelijk geluk moeten zoeken, dat voor hem de feitelijke band met de buitenwereld, geestelijk zowel als stoffelijk, vormt.

U zult begrijpen, dat wij, uitgaande hiervan, ongetwijfeld ook aanvallen zullen moeten doen op geldende waarden als bv. de moraal. Het is immers dwaas aan de ene kant uit zedelijksoverwegingen tegen het gemengde baden te zijn en anderzijds te vragen: profumeert u al?

Waarom aan de ene kant op absolute eerlijkheid staan en zelfbeperking prediken, wanneer je aan de andere kant deze waarden niet voor jezelf van toepassing acht, zoals bepaalde regeringsbedrijven en monopolies, die hun prijzen opschroeven, terwijl de regering gelijktijdig van alle anderen eist, dat zij hun tarieven zullen verlagen, of tenminste niet zullen verhogen.

Wij moeten eerlijk zijn. Wij hebben in deze dagen de kans niet ons te houden aan “de regels”. Want de regels van vandaag zijn in feite het wapen geworden, waarmede de wereld tracht u tot slaaf te maken. Zolang dit alleen materieel zou geschieden, zou ik het niet ernstig vinden. Maar men tracht u ook geestelijk tot slaaf te maken. U hebt het recht niet op een eigen oordeel, volgens hen, die het voor het zeggen schijnen te hebben. U weet niet, wat kunst is. Dat weten alleen de deskundigen. Wanneer deze deskundigen het geknoei van een onrijpe aap nog mooier vinden dan de werken van Rembrandt, dan hebt u zich daarbij maar neer te leggen. Als het klankloos getoeter van een aantal dol geworden generatoren door de cultuurmakers wordt verkozen boven een vioolconcert, dan hoeft u zich daarbij maar neer te leggen, u bent ouderwets, minder beschaafd, hebt geen goede smaak, wanneer u durft stellen, dat het vioolconcert voor u grotere kunst betekent.

U, zelfs wanneer u zich uiterlijk aansluit bij de stellingen van de deskundigen, hebt een eigen oordeel, een eigen smaak, die kunt u aan niemand opleggen, u hebt een eigen doel in het leven, een eigen denkbeeld omtrent geluk, een eigen visie op recht. Deze waarden vanuit jezelf uitdragen en voortdurend beleven op een wijze, waardoor jezelf gelukkig bent – zonder anderen te schaden natuurlijk – is het belangrijkste in deze tijd. Niet, omdat u dan in de materie gelukkiger zult zijn, maar omdat u op deze wijze ook hogere geestelijke krachten in uzelf werkzaam maakt en grotere mogelijkheden tot bewustwording vindt. Dan zult u ongetwijfeld wel conflicten met de buitenwereld hierdoor krijgen. Ik meen niet, dat het juist is, wanneer u vanuit uzelf dergelijke conflicten forceert. Maar wanneer die buitenwereld met u in conflict zou raken, terwijl u volgens u eigen denken goed en verantwoord handelt, zo meen ik, dat u in uw recht staat, wanneer u zich verdedigt. Bedenk dat zelfs verdraagzaamheid in deze tijd niet kan bestaan zonder strijd. Want de verdraagzame zal in deze dagen zelfs moeten strijden voor zijn recht, om verdraagzaam te mogen zijn. Vergeet dit niet.

Wanneer je durft zeggen, dat iemand wel communist, maar toch een goed mens is, zo zijn er bepaalde staten, waarin groepen je onmiddellijk gaan vervolgen, terwijl je alleen maar wilde zeggen, dat het systeem nimmer de waarde van de mens kan bepalen. Houd met dit alles rekening, maar kies uw eigen weg.

Probeer in deze dagen van grote stormen niet boven anderen uit te torenen in materieel opzicht. Zelfs in geestelijk opzicht dient u voorzichtig te zijn met de aansprakelijkheden, die u aanvaardt.

Heb de moed om klein te zijn om uzelf te zijn. Durf gelukkig te zijn. Dat zijn werkelijk de meest juiste regels, die men u in deze verwarde tijden kan geven.

Zorg er voor, dat uw lichaam datgene krijgt, wat het nodig heeft. Geef het een goede, maar niet overdadige voeding. Vertroetel uzelf niet teveel. Zorg er voor, dat uw lichaam de noodzakelijke oefening krijgt zover dit u maar mogelijk is.

Gun uw lichaam steeds weer ontspanning. Maak u niet kwaad, dat heeft weinig zin. Sta niet keihard op uw rechten, maar zoek een compromis, zolang uw innerlijk wezen daardoor niet wordt aangetast. Het betekent in de meeste gevallen tenminste een besparing van zenuwkracht en tijd.

Leef, kort en goed, niet volgens de dwang van deze tijd, maar volgens de waarden van uw eigen wezen, volgens uw eigen ritme.

Nu ik mijn denkbeelden naar voren heb gebracht wil ik met enkele woorden mijn inleiding van dit onderwerp afronden: Er zullen in deze dagen ongetwijfeld veranderingen en rampen zijn. Zelfs indien men nu de betekenis van de omwentelingen en vernieuwingen niet helemaal beseft, zal men reeds na enkele jaren inzien, hoe groot de veranderingen van deze tijd eigenlijk wel waren, maar waarom zou u zich daarover zorgen maken? Wanneer u bang bent voor een aardbeving, zo schept u hoogstens door gedachtekracht de mogelijkheid, dat zij eerder en meer zal beven, de aarde, waarop u woont. Wanneer u vreest voor een uitbarsten van een vulkaan, vergroot u daarmede de mogelijkheid, dat zij werkelijk uit zal barsten. De enige oplossing is dan ergens anders te gaan wonen, waar men niet bevreesd meent te zijn of te blijven en zonder vrezen eenvoudig te aanvaarden wat komen zal. Een klein tikje fatalisme voor alles, wat op het ogenblik de wereld beroert en alles, wat gebeurt, lijkt mij goed. Slechts de mens, die innerlijk rustig is, die in zich vrede vindt, de mens, die met zijn leven gelukkig kan zijn, zal geestelijk de kracht vinden in deze tijd alle ontwikkelingen en veranderingen te aanvaarden. Dan kan men de geestelijke vernieuwing ondergaan en er deel van zijn.

Hiermede heb ik mijn toespraak voleind. Daarbij meende ik enkele punten, mede dankzij de toespraak van onze gast van heden, niet meer te moeten noemen. Wanneer u vragen hebt hierover, zal ik u graag beantwoorden. Maar bedenkt wel: ik kan alleen antwoorden in het algemeen. Nimmer zal ik u een antwoord kunnen geven, dat het voor u volledig juiste is.

Daarvoor zult u eerst na moeten gaan, wat voor u, gezien uw eigen leven en innerlijke waarde, de juiste weg is. Wanneer u daarbij rekening houdt met de stoffelijke omstandigheden, zover die overzien kunnen worden, en met de kosmische invloeden, zover deze kenbaar kunnen zijn, evenals met de golven van stoffelijke energie en geestelijke Kracht, die in uw eigen wezen optreden.

  • Stel, dat het principe vrijheid, dat u propageert door iemand of door meerderen zo doorgevoerd zou worden. Komt men dan niet in strijd met velen, die conservatief zijn in conflict? Indien men zijn vrije houding desondanks door moet voeren, hoe zit het dan met de verdraagzaamheid?

Zeer juist. Maar misschien hebt u wel eens gezien hoe men, om een boom goede vruchten te doen dragen, oude takken afsnoeit, die zelf misschien nog menen, dat zij best nog mee kunnen, of zelfs bomen eenvoudig rooit om hen door nieuwe te vervangen.

Dit vindt men heel normaal. Mensen, die zich vast blijven houden aan nu niet meer waardevolle begrippen uit vroegere tijden, zijn als dergelijke takken of bomen: zij moeten gesnoeid, gerooid worden. Wij zijn niet degenen, die hen dit aan willen doen. Zij veroorzaken dit zelf wel. De vraag luidt eigenlijk: moeten wij onjuist leven of onrecht plegen, omdat anderen menen dat dit noodzakelijk is? Wanneer eenieder zegt, dat u doden moet, maar u zelf meent, dat dit niet goed is, wilt u dit dan toch doen, alleen om die anderen niet voor het hoofd te stoten? Mijn voorbeeld is natuurlijk extreem.

Maar geldt dit eigenlijk niet precies hetzelfde, wanneer u leeft vanuit een voor u juiste innerlijke vrede en daarin een innerlijk geluk vindt? Indien de wereld zich daartegen wenst te verzetten, zo is dit verzet een zaak van de wereld, niet van u, u zult de wereld nimmer mogen betrekken in uw wijze van leven en denken. U zult de wereld de mensen, niet mogen dwingen uw zienswijze en leefwijze te aanvaarden. U dient hen zelf de vrijheid te laten, u en uw gedrag te veroordelen, indien zij dit wensen. Maar u hebt het recht op uw eigen wijze te leven.

Ik meen zelfs dat dit eigenlijk een plicht is. De verdraagzaamheid eist, dat u begrijpt, dat deze anderen menen gelijk te hebben. Zij eist, dat u hen daarom niet haat of veracht en dat u hen niet zult bestrijden dan in hoogste noodzaak en met de meest noodzakelijke middelen.

U zult echter met enig nadenken zelf beseffen, dat men niet iets kan laten voortbestaan, alleen omdat het nu eenmaal bestaat of omdat het zo prettiger is voor anderen? Men kan eenvoudig de maatschappij bv. niet voort laten gaan in de richting, waarin zij zich nu beweegt: dan moet één man voldoende verdienen om door middel van belastingen het bestaan van tien ambtenaren te verzekeren. Ieder, die een bestuursfunctie heeft, vindt dit wel prettig, vooral wanneer dit tevens een zeer redelijk levensonderhoud betekent. Men voelt er niets voor eenvoudig afgeschreven te worden. Toch kan dit vaak noodzakelijk zijn. Zal men nu zeggen: wij zijn verdraagzaam. De anderen willen dit nu eenmaal graag, dus modderen wij maar zo voort? Neen. De verdraagzame laat hen voortgaan tot de vrijheid van eigen leven, of in het gegeven voorbeeld de productie, aangetast worden. Wanneer er minder ambtelijke bemoeiingen met de woningbouw waren, zou u op het ogenblik misschien een iets hogere huur of koopprijs moeten betalen. De bouwkosten zouden ongeveer gelijk zijn of iets hoger. Maar Nederland zou geen woningnood kennen. Moet men nu omentwille van de verdraagzaamheid zeggen: laat nu al die mensen die naar een eigen woning hunkeren, maar op kamertjes blijven zitten – vaak tegen prijzen die even hoog zijn, als zij als huur voor een gehele woning zouden moeten betalen – opdat het ambtelijk bestel voort kan gaan, zoals het dit zelf juist en goed acht? Je kunt moeilijk zeggen: zij bedoelen het zo goed, laat hen dus hun gang maar gaan. Volgens mij zou dit een geheel verkeerde opvatting zijn van verdraagzaamheid.

Indien iets onjuist is en niemand anders doet er iets aan, zo zullen wij moeten zien, dat wij er zelf iets aan doen. Wij hebben niet het recht, alles aan anderen over te laten, alles aan anderen af te schuiven. Wij zijn verplicht, te handelen en te leven, zoals wij innerlijk menen, dat dit goed en juist is. Het is onvermijdelijk, dat wij op deze wijze ook conflicten scheppen. Elke mens, de geestelijk rijper wordt en een nieuwe waarheid spreekt of beleeft, zal vanuit deze waarheid een conflict met de bestaande maatschappij, met alles wat oud is, scheppen. Niet met oude mensen dus, ofschoon ook dit mogelijk is, maar met alles, wat vastgeroeste zinloze gewoonte is geworden.

Groten als Jezus, Boeddha, Mohammed e.a., als bv. Apollonius, die deze conflicten hebben veroorzaakt en aanvaard, zonder daarbij onverdraagzaam te zijn of te haten, maar toch steeds uitgingen van het onvervreemdbare recht, dat een ieder heeft zijn eigen waarheid te volgen, de voor hem juiste vorm van leven te kiezen en te handhaven, daarbij hun zienswijzen en leefregels aan anderen mededelende, mits dezen vrijwillig luisterden, aanhoorden en aanvaarden, zo meen ik, dat wij onze verdraagzaamheid niet verder door mogen voeren dan een begrip voor anderen.

Begrijp dat een ander vanuit zijn standpunt misschien juist handelt, wanneer hij tracht onze vrijheid van leven en denken aan te tasten. Jezus heeft begrepen, dat de leden van het Sanhedrin volgens eigen beste weten en begrip hebben gehandeld. Daarom haatte Hij hen niet en bad voor hen: “Vader, vergeef het hen, want zij weten niet, wat zij doen”. Maar aan de andere kant bleef Hij, tot in de dood, trouw aan zijn principes. Zo moeten ook wij zijn. Want de vernieuwing kan niet voortkomen uit het oordeel van de menigte. Vergeet niet, dat de openbare opvattingen, stelregels, kennis, moraal, altijd achter lopen bij de feiten, zodat de werkelijkheid van elke maatschappij verschilt van haar uiterlijk aanvaarde en met vuur verdedigde inzichten.

Laat ons dan rustig ons zelf zijn, laat ons de band met het Hogere zoeken, elk in eigen sfeer en wereld en deze tot uiting brengen op de juiste wijze, zoals wij die krachtens ons innerlijk wezen als juist erkennen. Wij handelen dan m.i. ondanks alle conflicten die er uit voort kunnen vloeien, juist.

  • U beveelt hoofdzakelijk groenten als voeding aan. Wat is uw bezwaar tegen vlees?

Mijn bezwaar tegen een teveel van vlees bij de voeding vloeit in de eerste plaats voort uit het feit, dat een teveel aan proteïnen en vetten in het lichaam komen, die door de huidige leefwijze van de doorsnee mens niet voldoende kunnen worden omgezet.

Ten tweede: men heeft de neiging het vlees door braden, kruiden enz. zwaarder verteerbaar te maken dan noodzakelijk. Rauw vlees zou voor u uiteindelijk nog beter zijn dan zwaar gebraden vlees; uitgekookt vlees heeft veel van zijn voedingswaarde verloren.

Ten derde: het is een kostbare wijze van zich voeden, een lichamelijk niet direct gezonde en maar voor enkelen werkelijk noodzakelijk deel van de voeding. Hierbij ga ik uit van uw klimaat.

In vele gevallen zullen in het vlees nog elementen van endocriene afscheidingen onder doodsangst aanwezig zijn. Hierdoor kan een afwijking van uw normale reacties ontstaan. Op zich is vlees een aanvaardbare voeding, doch de wijze, waarop men het in Nederland nuttigt komt niet overeen met de feitelijke behoeften van het menselijke lichaam. Het kan verder een extra belasting voor spijsvertering en endocriene-balans betekenen. Bijzonder gevaarlijk voor de spijsvertering kan het overmatig gebruik van sterk gekruide worstsoorten, gerookt vlees e.d. zijn.

Daarentegen heeft de mens van heden wel degelijk behoefte aan een rijke voeding met groenten en fruit, omdat hij hierdoor bepaalde zouten, zuren en vitaminen opneemt, die hij, gezien zijn leefwijze, niet in voldoende mate in eigen lichaam produceren kan. Men kan hierdoor dus ten dele de schadelijke inwerking op het lichaam door leefwijze, milieu enz. neutraliseren.

Het gaat dus niet om vegetarisme, maar alleen om het feit, dat in deze dagen met hun spanningen, belastingen en ongunstige condities het menselijk dieet niet in hoofdzaak meer op vlees gebaseerd mag zijn.

Verder wees ik er op, dat men zijn groenten en fruit niet in een te sterk verwerkte vorm mag nemen, omdat hierdoor de werkzame stoffen teloor gaan. Reinig echter alle groenten goed en schil alle fruit – ook zacht fruit – zo veel mogelijk. Want er worden op het ogenblik vele bespuitingspreparaten gebruikt, die voor het menselijke lichaam nu ook niet bepaald gunstig zijn.

Vis is in vele gevallen beter dan vlees, omdat de daarin aanwezige eiwitten gemakkelijker verteerd worden, terwijl wij in de vis sporen vinden van fosfor e.d. – meer dan in vlees – die voor het menselijke lichaam belangrijk zijn. Maar niet krokant bakken. Wacht u ook voor overmatig gebruik van gerookte vis, te sterk gezouten vissoorten.

Deze laatsten veroorzaken een verhoogde wateropnamen door het lichaam en daardoor een verhoogde belasting voor de weefsels. Eet ook vis bij voorkeur gekookt, gebruik bij uw maaltijden bij voorkeur in eigen land groeiende natuurkruiden als tijm, ui, citroensap, maar vermijd synthetische producten. Vermijd ook een teveel van peper – droog vermalen – nootmuskaat, e.d.

Ten laatste wil ik nog stellen: behoed uw persoonlijke vrijheid. Dit is een band met de eeuwigheid. Indien men de taak, waarvoor de mens geschapen is, vervult, is het leven goed.

Dan vallen de scheidingen tussen ik en andere werelden weg. Regels en wetten zijn alleen aanvaardbaar, wanneer zij een vrijmaken beogen en vrijheid toestaan, zodra zij overbodig zijn geworden.