De juiste wijze van mediteren

image_pdf

18 oktober 1957

Aan het begin van deze avond, allereerst de bekende waarschuwing. Wij, sprekers van de Orde, zijn niet alwetend, of onfeilbaar. Er wordt van u verwacht, dat u zelfstandig nadenkt en aan de hand van uw eigen denken en ervaringen uw oordeel velt. Wij hopen echter, dat onze beschouwingen u een hulp kunnen zijn bij het bepalen van uw eigen houding in het leven.

De laatste tijd is zoveel technisch gesproken. Ik zou voor vandaag met u willen spreken over een heel ander onderwerp: de juiste wijze van mediteren.

Meditatie is nl. een van de oefeningen, die elke mens kan helpen om én geestelijk én lichamelijk in een betere conditie te komen. De mogelijkheden van meditatie zijn praktisch onbeperkt, mits zij juist gebruikt worden. Bij de hogere vorm van meditatie echter is de leiding van een leraar of een meester nodig. Wat ik hier naar voren breng is in de eerste plaats een begin. Het is voor huis-, tuin-, of keukengebruik. Al neem ik aan, dat u misschien in uw tuintje of keuken, niet zoveel zult mediteren.

Wat is precies meditatie? Meditatie, vrienden, is het beschouwen van een onderwerp, met uitsluiting van andere onderwerpen, maar in betrekking tot al het gekende. Bij een meditatie mag dus zeer rustig de geest uitgaan naar alle mogelijkheden, die met een bepaald begrip in verband staan. Voorbeeld: Een meditatie over lijden, kan het hele lijden van de wereld in al zijn mogelijkheden, maar ook uw eigen lijden doen herleven, en zo een inzicht doen verwerven in het lijden van het totaal, in zijn betekenis en werking. Een meditatie over schoonheid bv. kan evenzeer betrekking hebben op de schoonheid van de natuur, als de schoonheid van mens en dier, de schoonheid van kunst, maar ook verder gaande kan trachten een inzicht te verwerven in die kleine flitsen van Goddelijke Schoonheid, die gelegen zijn in verschillende sferen. Meditatie is dus eigenlijk een totale beschouwing. Niet alleen maar contempleren, bezien, maar een  beschouwend overwegen van een onderwerp in al zijn geledingen.

Hierbij spelen verschillende factoren mee, die nogal eens vergeten worden. Wanneer u mediteert, dan zal uw totale bewustzijn, dus ook onder- en bovenbewustzijn, voor alle associaties verantwoordelijk gesteld kunnen worden. U maakt dus a.h.w. een zelfonthulling mee in het onderwerp, waarbij tevens uw eigen houding daartegenover zuiverder wordt bepaald. Als zodanig is zij voor zelfkennis bruikbaar. Daarnaast geeft zij een dieper inzicht in de wereld, of in werelden, en daardoor de mogelijkheid zelf sneller harmonisch te worden met die wereld, of werelden.

Wanneer wij moeten gaan mediteren, dan maken wij vaak grote fouten, als bv. té krampachtig denken aan dit ene onderwerp en niet meer. Fouten om te proberen al het andere onmiddellijk uit te schakelen, i.p.v. een geleidelijke bewustzijnsvernauwing toe te passen, waarbij uiteindelijk alleen het onderwerp van meditatie overblijft. Andere fouten zijn het mediteren over onderwerpen, waar wij te weinig van weten. Er is kennis noodzakelijk om te kunnen mediteren. En wenselijk is het bovendien, dat ook ervaring aanwezig is.

Nu wil ik dan de primitieve meditatie in verschillende fasen beschrijven. Wij kunnen een willekeurig meditatieonderwerp nemen, bv. een boom. Boom kunnen wij natuurlijk geestelijk associëren met levensboom. Daar wij vergeestelijkt willen denken zal dat waarschijnlijk onze eerste aanhef zijn, maar al snel dwalen onze gedachten af naar de boom van de buurman in de tuin, naar de takken die daar gekapt zouden moeten worden. Wij zien dit niet als een afdwaling van het onderwerp. Integendeel, wij hebben even iets bepaald, wat ook in ons leven belangrijk is. Wij zullen niet proberen dat beeld weg te schuiven, maar het te betrekken in een vergelijking. Wij gaan trachten a.h.w. om de levensboom te zien in de buurman zijn boompje. Zo komen wij weer bij de filosofie. Dan gaan wij nadenken. Dan denken wij ineens: o ja, hout verwerkende industrieën. En wij zien magazijnen vol meubels. Wij zien grote rollen krantenpapier draaien. Wij gaan ons afvragen: wat is de invloed van deze dingen op onze wereld? Hoe past dit in de levensboom? Hoe kan dit helpen om onze eigen ontwikkeling te remmen, of te bevorderen? Hoe wordt ons leven daarmee bepaald? In deze meditatie hebben wij dan al een reeks van facetten belicht. Maar wij kunnen niet blijven staan bij het zuiver symbolische, ook niet bij het zuiver wereldse.

Wij gaan ons dus realiseren, dat die boom leven heeft. Dan kom je weer tot andere gedachten. Je gaat je afvragen, of een boom het nu pijnlijk zal vinden om gehakt te worden. Je gaat je afvragen, of een boom een levensvervulling kent e.d. Op die vragen is geen antwoord. Je probeert een antwoord te geven, maar dat is een belichting vanuit je eigen standpunt. Je gaat je afvragen, hoe het zou zijn om daar te staan, vast geworteld in de grond, de kruin omhoog, in storm en wind, of rustend en ruisend in de zonneschijn. Je probeert je dit alles in te denken. Dan komt weer even op dat levensboommotief terug. Op de duur lopen al deze gedachten door elkaar. Er is een beeld verworven, dat begrip “boom” niet alleen maar als symbool, niet alleen maar als plant, maar als iets, wat direct én geestelijk én stoffelijk in relatie staat met ons eigen wezen.

Dan kunnen wij rustig de meditatie beëindigen. Wij hebben dan een inzicht verworven. Wij hebben, zoals u merkt, daarbij de door mij genoemde fouten vermeden. Wij zijn niet begonnen met te zeggen: nu wil ik alleen maar dit ene onderwerp zien. Integendeel. Wij hebben het onderwerp zich in ons laten ontwikkelen, waarbij wij slechts getracht hebben om steeds uit het bestaande beeld terug te keren tot het beeld, dat wij in onszelf dragen als begeerlijk, waarover wij eigenlijk zouden willen nadenken.

Nu kun je natuurlijk zeggen: ik ga een dergelijke meditatie zo houden. Ik geloof, dat u dat allemaal wel bewust, of onbewust, hebt gedaan. Je zit te mediteren over het onrecht, dat u werd aangedaan, of over een mogelijkheid om de wereld te verbeteren. U hebt gewoon zitten peinzen. Dan hebt u eigenlijk gemediteerd. Peinzen en mediteren zijn hetzelfde; alleen draagt meditatie een bewust streven tot persoonlijke verdieping.

Nu zou ik dan de voorbereiding voor de meditatie willen beschrijven. Ik geef u zo dadelijk de gelegenheid om uw op- en aanmerkingen te maken.

Het is belangrijk, dat ik bij mijn meditatie zelf rustig ben. Ik maak dus gebruik van rustgevende of reinigende ademhaling. U weet misschien niet, wat een reinigende ademhaling is, maar ik zal proberen het u te leggen. U haalt diep adem, waarbij u begint het onderste deel van de longen te vullen, vervolgt met het middendeel, daarna met het bovendeel. Vervolgens ademt u in korte, scherpe stoten uit, en herhaalt daarbij de gang van zaken in omgekeerde volgorde: longtoppen, middelste en daarna onderste deel van de long. Als u dat een paar keer doet, dan hebt u gassen, die daarbinnen zitten, eruit geworpen. Maar als u nu niets naar binnen krijgt, wat fris en zuiver is, als u in een bedompte atmosfeer zit, dan helpt u dat nog niet. Dus, wij zullen over het algemeen proberen om frisse lucht in te ademen en desnoods, wanneer wij die ademoefeningen niet zo gemakkelijk kunnen doen, lopen wij een eindje om. Frisse lucht dus, zo fris mogelijk.

Daarna, voor de meditatie, een houding aannemen. En nu bestaan er hopen meditatiehoudingen, die elk hun eigen betekenis hebben, binnen bepaalde systemen. Wanneer een Christen bidt, knielt hij neer. Wanneer een Hindoe aan God denkt, dan hurkt hij in een bepaalde houding neer. Het is niet, dat de houding op zichzelf zo belangrijk is, maar zij wordt a.h.w. tot mudra, tot uitdrukkingsgebaar. Daarom mag onze meditatie ook zeker niet beginnen, zonder dat wij een houding hebben aangenomen, die past bij wat wij willen doen. Voor velen zal dat zijn, eenvoudig aan tafel gaan zitten en het hoofd in de handen steunen, zich a.h.w. concentreren, een concentratiehouding aannemen. Voor een ander zal het zijn, zich ontspannen op een bed neerleggen, of divan. Legt men zich neer, dan houdt men er rekening mee, dat men het hoofd zoveel mogelijk vlak legt. Dus niet op stapels kussens gaan rusten. Het lichaam ontspannen, vlak uit leggen.

Heeft men met deze houding, zijn voorbereidingen voltooid, dan blijft er vaak nog iets over, wat storend kan zijn. Dat is dit. Wanneer u lichamelijk een beetje vuil, of smoezelig bent…, bv. je hebt gegeten en je hebt je tanden niet gepoetst. Dan kan het zijn, dat je een smaak in je mond hebt, die niet prettig is. Dat zou kunnen storen. Het zou zelfs in de meditatie een absolute afbuiging van het hoofdonderwerp kunnen betekenen; wij reinigen de mond, de neus, wij wassen onze handen en ons gezicht tenminste. Zijn er andere delen bij ons vuil, dan zullen wij proberen om die ook te reinigen. Voordat wij geestelijk kunnen beginnen, moeten wij eerst lichamelijk in orde zijn. Dan gaan we beginnen.

Je kunt natuurlijk zeggen: dáár heb ik mijn onderwerp… Wij hebben over het algemeen té weinig om zelf te beginnen. Later is dat anders. Een beginneling heeft een aanwijzing, een houvast nodig. Kiest u zich dan een gedicht, wat op het onderwerp slaat, kiest u zich desnoods een zinspreuk en probeer die voor uzelf te ontleden, dan zult u ontdekken, dat u met dit begin in staat bent om (u) veel beter te concentreren. Uw gedachten zijn al in een spoor gebracht. Dat hoeft u zelf niet te doen.

Als wij mediteren, wat doen wij dan? Dan moeten wij de ademhaling regelmatig maken. Zeker. Maar kunnen wij, vooral in het begin, dit doen zonder daar te veel aandacht aan te besteden? Neen. Dus zolang wij bezig zijn met het lezen, of iets dergelijks, proberen wij ons ademritme aan te passen aan ons lichaam. Wij moeten zo ademhalen, dat de ademhaling voldoende diep, voldoende rustig en voldoende langzaam is. Beginnen wij zelfstandig te denken, dan kan die ademhaling, wat ons betreft, voorlopig onrustig worden. Dat hindert niet. Wij moeten ons onderwerp belichten.

Stelt u zich niet voor, dat elke meditatie gelijk hoeft te zijn. Er bestaat geen vaste formule. Soms begint men met het visualiseren, dus het zich zichtbaar voorstellen van een onderwerp. In andere gevallen probeert men het zich als klank voor te stellen. Voorbeeld? Onderwerp ”lijden”. Visualisering? Hospitaal, slagveld, mensen aan het sterfbed van een ander. Wanneer ik deze dingen zie, dan kan ik dat lijden meevoelen, het gaat wat voor mij betekenen. Men kan het ook a.h.w. met een gehoor illusie doen. Ik stel mij voor, dat ik al die snikken en al die zuchten hoor, al het kreunen dat op dit ogenblik over de hele wereld wordt geslaakt. Ik probeer dat in mijzelf te verwerken, hoe machtig dat geluid zou zijn, hoe verschrikkelijk het zou zijn. Dan heb ik daar weerom iets te pakken gekregen, waarmee ik werken kan. Neem ik het onderwerp “boom”, dan kan ik mij natuurlijk een boom voorstellen, die alleen staat, of in een woud, die ik ga bekijken, maar ik kan mij ook voorstellen, dat ik alleen maar de bladeren van een boom hoor ruisen.

Ik ben dus begonnen, geleid door een spreuk, een gedicht, of desnoods een krantenartikeltje om te mediteren, om na te denken. Ik moet één ding onthouden: ik mag niet vanuit mijzelf denken. Ik mag niet zelf de leiding geven aan de meditatie. Voorbeeld: menigeen probeert te mediteren, zoals een dame uit – zeg de tachtiger jaren (v.d. 19e eeuw; Red.) – zich in een korset liet snoeren. Het is natuurlijk heel aardig om geestelijk een wespentaille te hebben om zo een uitnemende vernauwing van bewustzijn te verkrijgen, maar het zou elke verbinding met je werkelijke bewustzijn op de duur kunnen belemmeren. Die dames kregen vroeger, wanneer het te erg werd, last van vapeurs. U krijgt last van storende beelden en van een nadelige invloed, als versnelde polsslag, versnelde ademhaling, een gevoel van onbehagen, wanneer u onmiddellijk, zo ernstig reeds de zaak vernauwend, verder gaat. Wij gaan niet onmiddellijk de zaak in een onderwerp in elkaar persen. Wij laten onze gedachten werken door de voorzorgen die wij hebben genomen; door de intentie die in ons ligt, zal het geheel van ons bewustzijn – stoffelijk – trachten die meditatie goed te volvoeren, in overeenstemming met stoffelijke condities. Hiermee hebben wij dé situatie geschapen, die voor de geest bruikbaar is. De geest kan niet met de stof gezamenlijk mediteren, zonder dat een stoffelijk beeld optreedt, als stimulans voor een geestelijk ontwaken.

Wanneer die meditatie is afgelopen, wat doe ik dan? Rekt u zich eens uit. Flink uitrekken, geeuw maar even, daar zul je waarschijnlijk behoefte aan hebben. Denk niet, dat het onwaardig is. Ga dan zitten en laat je gedachten een ogenblik spelen. Maar wanneer je een idee krijgt, wat betrekking heeft op je eigen problemen, zorgen en toestanden, noteer het in een paar woorden op een stukje papier. Dan heeft deze primitieve vorm u niet alleen gegeven een verdieping van inzicht in uzelf, een grotere eenheid met de wereld, maar zij heeft u bovendien gegeven een nieuwe stimulans, zodat u de oplossing van uw eigen problemen gaat beschouwen vanuit een ander gezichtspunt. De vliedende gedachten, die na die meditatie zijn ontstaan, zijn vaak a.h.w. inspiraties, kunnen dus ook uit de geest komen, evenzeer als uit de wereld van onder- of bovenbewustzijn, waardoor u met de mensheid verbonden bent en u zult daaruit oplossingen kunnen puren, die u voordien niet kende.

Als je mediteren een tijdje hebt gedaan, dan krijg je de behoefte om die meditatie te intensiveren, om dat inniger, beleefbaarder te maken. Tot nog toe is het een soort beschouwen geweest, een zoeken, zoals een schilder, die een schets op een doek gooit en zegt: ik zal het later wel eens uitwerken… U hebt dus studies gemaakt, u gaat dus over naar de beleving. Bij de beleving, meditatief, is het gevoel zeer belangrijk, maar in de meditatie moet steeds de rede meespreken. U mag niet alleen maar proberen het lijden van de mensheid te voelen. U moet alleen proberen het lijden van de mensheid te kennen. U mag niet proberen alleen het bestaan van de boom aan te voelen, u moet voor uzelf uitmaken, wat uw verhouding is t.o.v. het lijden van de wereld, t.o.v. de boom, u moet proberen voor uzelf te vinden, wat de betekenis van uw wezen is in verband met de rest van de wereld. Hebt u deze tweede fase volbracht, dan zal u blijken, vooral tegen het einde van een zodanige reeks van meditaties, dat u de neiging krijgt om u lichamelijk sterk te ontspannen daarna. Bij sommigen neemt dit de vorm van arbeid aan, anderen echter gaan eerst een dutje doen. Het is ook weer noodzakelijk. U zult ook merken, dat uw behoefte om geheel rein, innerlijk en uiterlijk een meditatie te beginnen sterker wordt. Voordat u aan die fase komt, kan het natuurlijk enige tijd duren. Maar normalerwijze is zij bij een intens mediteren, dat regelmatig herhaald wordt, te bereiken in vier à vijf maanden.

Misschien hebt u de eerste fase al achter u, misschien bent u zelfs aan de tweede fase bezig. Laat ik daarom ook de derde fase belichten, die de meditatie plotseling een geheel nieuw aanzien geeft. In de derde meditatievorm zal ik mijn meditatieonderwerp beleven, dus met gevoel en rede mij volledig verplaatsen in een situatie, verband houdend met het onderwerp, dat ik overweeg, waarover ik mediteer. In deze beleving doe ik mijn best mij lichamelijk aan te passen. Je gaat houdingen aannemen, die niet meer normaal voor je zijn, maar die – wanneer je ze nagaat – vaak de lichamelijke stromingen bevorderen, die verder een afsluiting van de wereld en dergelijke in de hand werken.

In deze beleving gaat u voor het eerst – voor die tijd heeft het geen nut – proberen om buiten het geheel te staan. U beleeft en beschouwt gelijktijdig, u beziet uzelf als een acteur op het toneel, een actrice misschien in de hoofdrol van een of ander vreemd komediestuk. In die beschouwing leert u dan, dat uw eigen belangrijkheid van handelen een andere is, dan u zich voorstelt. In het losser worden van je lot vind je dan een gehele nieuwe benadering van de wereld en van het leven. Kun je deze in de praktijk doorvoeren, dan krijg je contacten, waardoor je verder geleid zult worden op een weg naar betere, beschouwelijker meditatie, grotere geestelijke vrijheid en grotere gezondheid. Niet alleen stoffelijk, maar ook geestelijk.

Ik heb daar zo een onderwerpje belicht. Hebt u nog vragen? Maar u moet met een ding rekening houden: ik zal u geen antwoord geven op deze bijeenkomst omtrent mogelijke meditatiepraktijken, die liggen buiten de door mij geschetste. Daar is leiding nodig, die ik in een groot gezelschap niet kan, of mag geven.

Vragen

  • U zegt, dat kennis noodzakelijk is voor meditatie. Wat verstaat u onder kennis?

Onder kennis verstaat men in dit verband een feitelijk weten, dat mogelijkerwijze theoretisch is en niet helemaal juist, bij voorkeur echter door eigen beleven en eigen onderzoek getoetst zal zijn. Die kennis hoeft niet op hoog wetenschappelijke dingen te slaan, maar kan evenzeer zich bezig houden met heel normale fasen van het leven en kan ook dan voor meditatie gebruikt worden. Zij moet de mogelijkheid geven om een redelijk en ook redelijk onvervormd beeld in jezelf te wekken. Kennis, waarover u spreekt, is geen kennis in die zin, dat het geen absolute kennis is. Het weten van veel dingen en het niet kunnen combineren daarvan, of niet willen combineren daarvan, is nu eenmaal een verwrongen beeld, dat ben ik onmiddellijk met u eens. Het resulteert soms in het verkondigen van flagrante onwaarheden.

Dit neemt niet weg, dat zelfs wanneer wij een dergelijke soort kennis gebruiken, die op eerlijke overtuiging is gebaseerd en mogelijkerwijze, althans gedeeltelijk door bv. proefnemingen, of belevingen, gesteund wordt, dan kan dit een punt van uitgang zijn. Wij kunnen echter niet mediteren over dingen, waar wij niets van af weten, omdat in een dergelijk geval een droomleven de gehele beheersing van de meditatie overneemt en dit alleen zou kunnen geschieden, indien de geest volledig vrij is om zo haar geestelijke waarde in deze verdroomde meditatie a.h.w. uit te drukken. Dit komt in de door mij genoemde fase echter niet voor.

  • Het zich in verbinding stellen met enkele eigen incarnaties, dus met wat aanwezig is, behoort dat nog tot die fase?

Neen, het ligt achter de door mij genoemde fasen, is een mogelijk resultaat van een verdere ontwikkeling, waarbij niet slechts meditatie, maar ook contemplatie en uiteindelijk een totale vergeestelijking van het wezen door uitschakeling van de stof noodzakelijk wordt. Ik bedoel hier niet de onbewuste, of toevallige onthulling van vroegere toestanden, maar het bewust nazoeken, ontdekken en herbeleven van vroegere situaties.

  • De methode, om opnieuw inzicht te krijgen in de eigen  incarnaties, dat is dus al een zeer ver gevorderd stadium?

De methode is niet volledig en zal daarom zonder, of met een buitengewoon geestelijk inzicht en begrip van het occulte, of met een gedegen leiding door een meester, over het algemeen weinig uithalen en aanleiding geven tot verschillende foutieve interpretaties.

  • Als men in een meditatie helemaal opgaat, heeft men dan het gevoel  lichamelijk geslapen te hebben?

Inderdaad. U moet eens goed luisteren. Het lichamelijke gevoel van geslapen hebben komt na een intense meditatie heel veel voor. Maar het mag niet verward worden met een werkelijk slapen. Er is een absolute herinnering bij de door mij genoemde fasen van meditatie van wat men overdacht heeft en ook een zuiver weten omtrent conclusies. Het lichaam, door de meditatie praktisch ontspannen, eventueel gesteund door juiste houding en ademhaling, zal in deze periode echter voor zich een rust hebben gevonden, die met een korte sluimering overeen kan komen.

  • Een persoonlijk bovenbewustzijn?

Neen, een persoonlijk aandeel in het bovenbewustzijn.
Dus voor de anderen nog even verklarend: Onder bovenbewustzijn wordt verstaan het totale denken met al zijn beïnvloedingen, dat ook in ons allen, wanneer wij ons bevinden binnen deze sfeer van denken, onverschillig of wij geest of mens zijn, een zekere invloed uitoefent en dus predisponeren kan tot bepaalde handelingen, of reacties, ook bepaalde denkwijzen.

  • Is er een stoffelijke voorstelling nodig om de geest te doen ontwaken?

Om in de geest een werking te doen ontwaken, te doen ontstaan. Dat is ook weer heel begrijpelijk. Je moet rekenen: onze geest leeft in en met de stof. Wanneer wij mediteren, willen wij niet alleen stoffelijk iets bereiken, maar a.h.w. een contact tussen stof en geest leggen. Wanneer wij nu abstract gaan denken, dan moeten wij betrekkelijk ver gevorderd zijn in onze denkgewoonten om dat redelijk te kunnen doen. De doorsnee mens is niet in staat om werkelijk intens en toch abstract te denken. Hij wordt dan té koud redelijk en is niet in staat zich van zijn onderwerp los te maken, wanneer het noodzakelijk wordt. Daarom nemen wij een stoffelijke voorstelling, bouwen ons dus een beeld op, dat door zijn intensiteit, door de intentie, die er achter ligt en de eventuele emotionele krachten, die ermee verbonden zijn, ons a.h.w. in contact brengt met onze geest op een niveau, waarin die geest delen kan in de stoffelijke overdenkingen en tegelijk zijn eigen reacties op eigen gebied kan vinden, zo de stoffelijke meditatie verrijken met zijn eigen invloed, gelijktijdig ontwakend en beter gericht worden als het ware door de stoffelijke impuls, die wij geven.

  • Is het mogelijk, dat na een meditatie een grotere sensitiviteit ontstaat?

Vergelijking: Je hebt mensen, die, wanneer zij opstaan, ochtendziek zijn. Je hebt ook mensen, wanneer zij gemediteerd hebben, geprikkeld worden door al wat niet in overeenstemming is met hun eigen rustigheid, hun gezapigheid eigenlijk, hun lichte vermoeidheid ook vaak, die voortvloeit uit de meditatie. Er zijn dan ook nog mensen – dat is weer een ander soort van sensitiviteit – die juist door hun meditatie scherper waar gaan nemen. Het is geen helderziendheid, naar het is a.h.w. het zien van microscopische kleine verschillen, die je normaal ontgaan, waardoor het beeld van de wereld gedurende enige tijd anders is en scherper analyse toelaat dan u in normale omstandigheden kunt geven. Meditatie brengt echter niet, in de door mij genoemde fasen, teweeg helderziendheid, of helderhorendheid, tenzij deze reeds slapend aanwezig is. Zij kan ook geen geestelijke eigenschappen onmiddellijk ontplooien. Wel kan zij de gehele mogelijkheid tot verwerven van die eigenschappen vergroten en kan zij de ontwikkeling van eventuele aanwezige eigenschappen aanmerkelijk bespoedigen.

  • Kan men ook mediteren over een persoon, die er niet meer is?

Dat kan men doen. Wanneer wij de meditatie juist gebruiken, dan zullen wij over het algemeen trachten om een band met de wereld, de wereld van stof en geest, te verwerven en zo beter in harmonie te komen met het Al. Dus harmonischer te zijn te midden van al het bestaande rond ons. Het mediteren over één persoon zal in veel gevallen een té persoonlijke reactie veroorzaken, waardoor de eenheid met het Al in gevaar, of misschien zelfs in het gedrang komt. Daarom zou ik een dergelijke soort meditatie niet bij voorkeur willen aanbevelen, zij het dan, dat de meditatie gaat over abstracte persoonlijkheden. Hiermede bedoel ik niet personen, die nooit bestaan hebben, maar personen, die u nooit gekend hebt en die voor u alleen betekenis hebben door wat zij a.h.w. geestelijk zijn. Vb. een meditatie over de persoon Jezus is aanvaardbaar, maar een meditatie over opoe, die pas drie weken over is, lijkt mij uit den boze. Een meditatie over de Comte de St. Germain, over Boeddha, over een of andere ingewijde, is volledig aanvaardbaar. Een meditatie over de Keizer van Pruisen lijkt mij absurd. U zult begrijpen, dat ik mijn voorbeelden expres niet té persoonlijk heb uitgedrukt maar ik wil hiermee dus zeggen, dat het onderwerp verwijderd moet zijn van ons persoonlijk gevoelsleven, juist om de zuiverheid van meditatie te waarborgen.

  • Het kan soms zijn, dat je ineens helemaal zonder gedachten bent. Is dat geestelijk,  of lichamelijk een gebrek?

In sommige gevallen schijnt het geen gebrek te zijn. Ik weet, dat heel veel mensen, die juist zelden maar enige gedachten hebben, in de wereld het nogal ver weten te schoppen. Ik zou het geen stoffelijk gebrek willen noemen. Geestelijk gezien kan de gedachteloosheid een uitdrukking zijn van verhoging van onderbewuste werking, waarin de geest meer te zeggen heeft dan in het bewust en redelijk denken. Het kan echter ook een zeker ouderdomsverschijnsel zijn. Het kan een gevolg zijn van overspanning, kortom, het kan ook ziekelijke of lichamelijke oorzaken hebben. Het kan ook zelfs het geval zijn van een aanhechting, waarbij dus de eigen geest geen volledige impuls meer kan geven aan het lichaam en daarbij belemmerd wordt door anderen. In deze strijd valt soms dan ook het denken stil, omdat het lichaam deze strijd niet bewust verwerken of verdragen kan.

  • Passiviteit?

Passiviteit wordt het pas, wanneer het bewust wordt bereikt.

  • Wat is de beste tijd en wat zijn de beste omstandigheden om te mediteren?

De beste tijd om te mediteren is de tijd, dat u de gelegenheid hebt om te mediteren, dat u zich voldoende ontspannen gevoelt. U mag rustig vermoeid zijn, dat hindert niet, en de tijd dat u in staat bent om u, zoals ik reeds gezegd heb, te reinigen.

Bij voorkeur mediteert men echter niet, wanneer men gebonden is. Wanneer u ’s morgens om zeven uur opstaat, kunt u natuurlijk gaan mediteren, maar wanneer u om kwart voor acht de deur uit moet, is dat niet raadzaam. Een tijdslimiet maakt u onrustig en maakt de meditatie onmogelijk. U moet niet gaan mediteren, wanneer zo dadelijk iemand komt kloppen met een boterham, of u aan tafel wordt geroepen. U zult ook niet gaan mediteren, wanneer zo dadelijk een radioprogramma komt, dat u heel graag wilt horen, want al zegt u ook, dat u het ervoor wilt opofferen, u zult onderbewust a.h.w. de meditatie willen afbreken om toch te luisteren. Kies een ogenblik, dat u rust en tijd hebt. De beste tijd is dan, wanneer uw omgeving rustig is, u zelf rustig bent en u aan de condities tegemoet kunt komen. Lichamelijke vermoeidheid is niet te zeer beperkend, daar de meditatie ontspant en dus ook een rust betekent. Een overgaan van de meditatie in slaap hoeft niet als schadelijk te worden gezien, ook al is het behouden van enig bewustzijn omtrent die meditatie zeer gewenst.

Hu, vrienden, ongetwijfeld zult u nog wel eens meer, zo nu en dan, van die verhandelingen krijgen, waar u misschien praktisch iets mee kan doen. Wanneer u nu vindt, dat die dingen te onbelangrijk zijn, of dat u liever wat anders zou willen horen, dan kunt u dat rustig zeggen, dan zullen wij ons graag daarnaar richten. Maar vindt u dat het de moeite waard is, overweegt u het eens. Ik zou willen zeggen: begint u uw eerste meditatie eens over de juiste wijze van mediteren. En doet u het al (zoals in) de gebruiksaanwijzing is vastgelegd en komt dus tot uw beschikking, u zult merken, dat ze u veel dingen vereenvoudigen.

image_pdf