De keerzijde van de medaille

image_pdf

24 maart 1967

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar. Dat weet u al lang en denkt u daarom zelfstandig na, dus eigenlijk behoef ik daarover niets te zeggen. Ons onderwerp gaf ik de titel: De keerzijde van de medaille.

Er wordt ons nogal eens de vraag gesteld: Wanneer jullie werkelijk zoveel meer weten dan de mensen, waarom helpen jullie de mensheid dan niet om in een versneld tempo vooruit te komen? Jullie zouden zoveel kunnen doen voor de oplossing van natuurkundige problemen en misschien aanwijzingen kunnen geven, waardoor alles op de wereld sneller, beter en mooier gaat. Vanuit een menselijk standpunt is dat alles wel aardig bekeken. Maar van de andere kant zijn er ook bepaalde argumenten om aan dergelijke wensen geen gehoor te schenken. Ik wil u er enkele van opsommen:

  1. Wij zijn ervan overtuigd dat de gemiddelde mens op deze wereld nog niet innerlijk rijp is voor een leven op het reeds nu bereikte technologisch peil. Om het anders te zeggen: de mensen beheersen reeds meer dan zij nu aankunnen. Elke versnelde ontwikkeling, op welk terrein dan ook, welke niet spontaan en bij de menszelf originerend plaats vindt, zou kunnen voeren tot een vergroting van de bestaande discrepantie tussen het bestaande innerlijk en zedelijk besef en de uiterlijke mogelijkheden en de uiterlijk macht.
  2. Stel dat wij spreken met de heer X, die ons om de oplossing van een bepaald probleem vraagt. Stel dat dit bijvoorbeeld het ontwikkelen van een bepaalde verfsoort voor textiel is. Wij hebben daartegen geen bezwaar en verschaffen een onmiddellijk bruikbare oplossing. De heer X vraagt nu patent aan. Elders zijn echter mensen reeds 3, 4 of zelfs 10 jaar lang aan het zoeken. Zij zouden na enige tijd een ongeveer gelijke oplossing gevonden hebben. Zonder ons ingrijpen zouden zij hun ‘moeite doen’ dus via mogelijke patenten beloond zien. Nu echter wordt hen de mogelijkheid eigen streven beloond te zien, eenvoudigweg ontnomen.

Iets dergelijks kunnen wij niet doen. Wij kunnen geen oneerlijke concurrentie beginnen met de mensen op aarde. Daarom mogen wij dergelijke antwoorden niet geven. Wij moeten hier onpartijdig blijven. Velen zullen deze bezwaren overdreven achten. Maar het is ook hier wel een kwestie van; aan welke kant van de zaak zit je.

Ik weet niet of u het bekende lied van de rat wel eens hoorde. Daarin wordt een dergelijk standpunt behandeld: Ik citeer het voor degene die het niet zou kennen:

Er zat een rat op Ararat en bad en bad en bad.

Hij sprak: O heer, ik ben het zat,

Uw toorn was mij al te nat.

en nu is Noë alweer zat,

heeft iets met elke vrouw gehad.

Maar spaar ons toch Uw toorn, o Heer

en stuur ons liefst geen regen meer.

Zo zat die rat op Ararat en bad en bad en bad.

Misschien vindt u het een flauw versje. Maar denkt u de situatie van die rat eens in. De rat zit daar en ziet wat er allemaal gebeurt: dingen, die niet goed zijn. Daarom zegt hij tegen God; ik vind het niet zo erg wat die Noë doet. Ik vind het veel erger wanneer de aarde weer overstroomd zou worden.

Zou God stellen dat een verdere zondvloed noodzakelijk zou zijn om de aarde goed te reinigen, dan antwoordt de rat: mij niet gezien. Ik niet alstublieft. Want de rat beziet het geheel van zijn eigen standpunt uit, terwijl God het van een andere, van Zijn zijde benadert. Beiden hebben van hun kant gelijk. Zoals de mensen die door de zondvloed getroffen werden, best nog een tijdlang hadden willen verder leven en zondigen. Zij zouden tegen God gezegd hebben: Je hebt ons geschapen en wij hebben hier alle vrede mee, dus laat ons nu maar. God van zijn kant kon dit alles niet langer dulden en greep op zijn wijze in. Zo zijn er altijd twee kanten aan een zaak. Hoe je het ook beziet, je moet altijd ergens partij kiezen. Want het ellendige in het leven is, dat je nooit werkelijk en eerlijk kunt zeggen dat je geheel onpartijdig, dat je neutraal bent. Zoals je niet iets gelijktijdig kunt doen en laten. Je moet  doen of niet doen, één van de twee.

Men kan bijvoorbeeld stellen dat het jammer is dat het zo loopt met de kabinetsformatie, maar dat men het toch wel zal redden. Een denkwijze die kennelijk bij bepaalde politici zeer uitdrukkelijk bestaat. Maar ik kan mij voorstellen dat een burger zegt: Heren, wij hebben niets met uw baantjesjagerij te maken. Ons interesseert het niet van welke partij degene is die de baan krijgt. Wij willen alleen maar dat de kundigste personen de baan krijgen en wel zo snel mogelijk. De politicus kan dan weer antwoorden: U moet begrijpen dat het bevorderen van onze partijbelangen ook voor het landsbelang noodzakelijk is. Waarin zij van hun standpunt uit waarschijnlijk wel gelijk zullen hebben. Maar ik kan mij voorstellen dat de burger dan weer repliceert: Partijbelangen kunnen mij niets schelen en landsbelangen weinig. Het gaat hier toch ook om mijn belangen. Alles wat ik wil weten is: Wie zorgt nu daarvoor?

Zo heeft altijd een ieder weer een hem eigen standpunt, een eigen denkwijze. Wanneer je met het beantwoorden van vragen bezig bent op één van deze bijeenkomsten, komt het nogal eens voor dat wij een, volgens de mensen, wel wat vreemde visie hebben op het menselijk bestaan.

Degenen die zo denken, hebben vanuit hun standpunt volkomen gelijk, maar ook ons standpunt is niet ongerijmd: Er zijn mensen, die nog niet eens weten hoe zij goed moeten leven. Die komen nu vragen hoe het in het hiernamaals is en wat zij daar zouden kunnen doen. Ik zou voor mij zeggen: Mensen, laat dat nu eens voor later en zorg eerst dat het in je eigen wereld goed gaat. Wanneer je overgegaan bent, kun je altijd nog wel zien wat er in de sferen voor u te doen is. Maar de mensen draaien het – volgens ons onlogisch – om en menen dat alleen het hiernamaals belangrijk is, zodat zij zich voor de wereld niet teveel behoeven te interesseren.

Ik kan mij voorstellen dat er meerderen onder u zijn, die dergelijke verklaringen niet al te prettig in de oren klinken. Maar daar men, naar men mij zegt, zelfs over de bijbel tracht ‘klare wijn te schenken’ meen ik dat ook wij dit mogen doen. Wat wij trachten te doen is, op een volgens ons verantwoorde wijze, u de mogelijkheden en middelen te verschaffen, waarover wij menen te beschikken, opdat uzelf daarmede iets zou kunnen doen. Wij geven u geen complete inrichting, maar alleen een opbouwset. Dan moet u zelf maar zien wat u ervan kunt maken. Vanuit uw standpunt zou het misschien prettiger en beter zijn wanneer wij u alles compleet, gaaf en zonder meer zouden geven. Maar volgens ons kan dit niet, omdat u dan ons leven zou leven en niet meer uw eigen leven. U zou vanuit ons denkbeeld vele van uw eigen mogelijkheden moeten missen. U zou immers ontdekkingen kunnen doen, die wij nog niet gedaan hebben? U zou dingen kunnen presteren en innerlijk krachten leren bereiken, die ver liggen buiten hetgeen wij u zouden kunnen verschaffen.

Dit is een verantwoordelijkheid, die wij niet menen te mogen nemen. Bovendien is de kans groot dat u met bepaalde dingen die wij u zouden kunnen leren, geen raad zou weten en daarom daarmede uit wanbegrip vreemde en misschien zelfs kwade dingen zou gaan doen. Denk niet dat wij uw standpunt niet begrijpen. Maar degene die zijn standpunt laat overheersen zal altijd degene zijn die de kracht tot beslissing in zich heeft. Zoals u vaak bemerkt zult hebben, zijn wij bij onze benadering van de mensen democratisch genoeg ingesteld.

Maar daarbij hebben wij toch iets van vele moderne democraten overgenomen? Zolang wij het heft in handen hebben, krijgt u van ons niet wat u zou willen, maar alleen wat wij goed voor u achten. Dit is geen dwang: Wanneer u het met onze wijze van werken niet eens bent, staat het u immers vrij om weg te blijven? Maar wanneer u meent met hetgeen wij u menen te mogen geven, wel iets te kunnen doen, dan bent u welkom wanneer u hier komt. Zo eenvoudig ligt de zaak eigenlijk.

Nu wij toch over de keerzijde van de medaille spreken, wil ik u eens een vraag stellen: Hebt u wel eens nagedacht over de rol en positie van de tovenaar in het sprookje van de gelaarsde kat?

Want die gelaarsde kat deed het allemaal nu wel erg slim en mooi, maar hoe zou die tovenaar het gevoeld hebben toen hij als muis zo krak-krak bij de kat naar binnen ging? Wat zou zijn standpunt geweest zijn? Of als u geen tovenaars kunt begrijpen, hoe denkt u dat het standpunt van de koning in het sprookje was? Heeft die misschien begrepen dat die markies van Carrabas geheel geen echte markies was, maar bij zich gezegd: Die jongen zit er goed bij, hij is zo handig dat hij zelfs tovenaars de baas is. Laat ik hem dus de hand van mijn dochter maar geven, voor hij nog op mijn troon gaat zitten ook?

In het sprookje, zowel als in het leven, moet je, om het geheel te kunnen overzien, je steeds weer afvragen wat de beweegredenen van de ander zijn. Wat zit er allemaal achter? Want alle dingen in het leven hebben een dubbele bodem. Je kunt een bepaalde handelwijze als juist zien.

Best. Je kunt daarom die wijze van handelen doorvoeren. Goed. Maar wanneer je geen rekening houdt met het feit, dat daarbij ook nog anderen in het geding komen, die een eigen visie kunnen hebben, gaat de zaak meestal fout: Je weet niet wat er voor mogelijkheden zijn. En bovendien: Ook al besef je niet alle gevolgen van je daad, zo zul je daarvoor toch wel verantwoordelijk zijn. In het leven is het altijd gemakkelijk een enkele weg te volgen. Je kunt dan eenvoudig achter het gekozen doel aangaan en daarvoor alles opzij zetten. Dan zul je over het algemeen een succesrijk mens zijn, zelfs wanneer je godsdienstig of wetenschappelijk streeft. In de ogen van anderen zul je zeker iets bereiken. Het is alleen maar de vraag of hetgeen je in de ogen van anderen bereikte, ook voor jou nog een werkelijke bereiking zal zijn.

Napoleon heeft het misschien nooit beseft, maar hij was de ondergang van de Europese superioriteit van Frankrijk. Hij wilde teveel eigen visie doorzetten en vroeg zich niet tijdig af hoe de reactie van anderen op zijn plannen en inzichten wel zou kunnen zijn. Hij was een groot man.

Maar het Frankrijk van vandaag dat, al wil het dit niet graag toegeven, toch in feite steeds meer een tweede, ja misschien zelfs derderangs mogelijkheid begint te worden, ontstond door het optreden van Napoleon. Het lot was nog niet bepaald in de revolutie, maar kwam vast te liggen door het optreden van Napoleon.

Het Europa van heden heeft bepaalde goede eigenschappen, maar toch nog meer verkeerde. Er zit heel wat fout. Indien wij de oorzaak hiervan zoeken, zo blijkt deze te liggen in het optreden van Churchill, Roosevelt, Stalin en natuurlijk ook de Duitse vrienden. Zij hebben het Europa van heden opgebouwd en onvermijdelijk gemaakt. Het is een Europa, waarin zeer grote moeilijkheden bestaan, welke door de doorsnee burgers niet worden beseft, doch waardoor zovele ethische en morele problemen zijn ontstaan, dat eigenlijk niemand daarmede meer goed raad weet. Genoemde personen hadden een groot deel hiervan, maar niet alles, kunnen voorzien.

Maar zij vochten nu eenmaal rechtlijnig alleen voor hetgeen volgens hen begeerlijk en juist was.

Pas in deze en komende dagen zal men de gevolgen gaan beseffen van dit eenzijdig streven en denken, waarbij overigens de nederlaag van Duitsland slechts één van vele punten was.

Wanneer je tracht in te zien wat de mogelijkheden in het leven zijn en wat de gevolgen zullen kunnen zijn van je handelen, zul je vanzelf ook meer aandacht gaan wijden aan de keerzijde van de medaille. Je moet wel, wanneer je nog verantwoord wilt blijven handelen. Je beseft meer en meer dat je acties en zelfs je gedachten niet alleen maar een zuiver persoonlijke aangelegenheid zijn, zodat je daden niet alleen maar jezelf betreffen, maar zelfs het lot van volkeren kunnen wijzigen.

Een voorbeeld is het volgende: Een man is boos op de kerk. Niet ten onrechte overigens. Hij schrijft een aantal punten op papier en nagelt zijn geschrift met artikelen op de deur van een kathedraal. Het resultaat was een langdurige oorlog, waarin een groot deel van de cultuurwaarden van Europa bijna vernietigd werden. Het begon in Duitsland, maar zette zich voort in geschillen, die in de Elzas en later in Frankrijk opkwamen, terwijl hierdoor ook geloofsvervolgingen in Nederland en België ontstonden.

Nu kunt u zeggen dat die man gelijk had. Van zijn standpunt had hij zeker gelijk. Maar wat kwam eruit voort? Indien hij dit zelf beseft had, zou hij misschien anders gehandeld hebben.

Want ik zou haast willen stellen dat de ontkerstening van Europa, zoals deze nu meer en meer kenbaar wordt, daar begonnen is, met heilige verontwaardiging en toorn, met gevoelens van innerlijk gekwetst zijn en een aantal artikelen, die eigenlijk allen wel juist en waar waren, maar daarom nog niet op de juiste wijze en de juiste plaats in de openbaarheid kwamen.

U weet nu allen wel dat ik op Luther doel. En wanneer je de keerzijde van de medaille probeert te zien, rijst onwillekeurig de vraag of die mens niet beter een andere weg had kunnen volgen in zijn streven. Volgens zijn karakter kon hij misschien niet aders. Maar wanneer hij alles, wat zelfs in de onmiddellijke toekomst zou volgen, had kunnen overzien, zoals wij het nu zouden kunnen zien wanneer wij ons voor dergelijke dingen niet een haast bewuste blindheid hadden aangemeten, zou hij waarschijnlijk toch anders gekozen hebben. Misschien had hij dan wel gesteld dat het beter is een kerk te hebben, zelfs wanneer deze niet christelijk is in de ware zin van het woord, die de staatkundige eenheid van Europa kan handhaven en zou hij een weg binnen de kerk gezocht hebben.

Op deze wijze moet je eigenlijk alle dingen proberen te zien. Niet alleen van een Luther of Napoleon, die grote mensen waren, maar overal. Denk eens aan Nobel, de man van de Nobelprijs. Hij vond iets uit wat goed bruikbaar was, maar produceerde het in een tijd, dat de mensen nog niet rijp waren voor een vreedzaam gebruik. Denk eens aan Lewis. Hij vond een verbeterd snelvuurgeweer uit. Maar zou hij dit ook hebben laten produceren wanneer hij had beseft hoeveel doden hij daardoor op zijn geweten zou krijgen? Toch deden al deze mensen iets wat vanuit hun eigen denken en werken op dat moment goed en aanvaardbaar was. Juist daarom tracht ik u te doen beseffen dat er een keerzijde aan elke medaille is, hoe mooi, prettig of onbelangrijk zij op het ogenblik misschien ook schijnt.

Men verwijt ons wel eens dat wij te pessimistisch zijn, dat wij te neutraal trachten te zijn, bepaalde antwoorden eenvoudig omzeilen enzovoort. U heeft gelijk. Vanuit uw standpunt hebt u volledig gelijk. Maar wij hebben nu eenmaal geen lust op deze wereld onaanraakbare omwentelingen te veroorzaken, ook wanneer die revolutie eerst na 100 jaren zou komen. Eerlijk gezegd hebben wij er weinig behoefte aan iets op uw wereld te veranderen. Het enige wat wij zouden willen veranderen, is het besef van de mens voor de mensheid en voor zijn God. Wij zouden dit niet willen doen door de mens een geheel andere visie te geven, maar door hem in staat te stellen, te ontdekken dat andere visies bestaan en eveneens redelijk kunnen zijn. Wij hebben onze eigen visie op vele van uw problemen. Wanneer wij die geven, reageert u vaak met een: Dat kan men toch zo niet zeggen. Dit is eenvoudig niet menselijk meer. Maar wij hebben vanuit ons standpunt dan toch wel gelijk.

Zo kan ik zeggen dat het eigenlijk een zegen is dat er hongersnood is in grote delen van India: U vindt dit misschien verschrikkelijk. Maar stel eens dat de mensheid daar ook verder ongelimiteerd toe zou kunnen nemen. Dan zou er een hongersnood komen die heel wat erger is en geweld dat niet meer te stuiten is en de gehele ontwikkeling der wereld kan afremmen. Maar wie denkt als mens zover na? Het is haast natuurlijk dat u dit niet wilt en kunt. Ik wil u dan ook niet raden om maar geen voedsel naar India te sturen of offers te brengen daarvoor. Want dat is geheel uw zaak en u zult daarin moeten handelen volgens eigen geweten en begrip. Maar wij mogen daarom nog wel wijzen op de andere kant van de medaille. Zo zouden wij mogen stellen dat een verdere voortzetting van de interne moeilijkheden in India en China ons welkom is.

Vooral in China is de laatste jaren in feite een soort spel van plaatselijke krijgsheren aan de gang. Het zou niet zo erg zijn wanneer dit zich zou ontwikkelen tot een haast al vernietigende burgeroorlog. Het is wel erg voor de mensen, die daarbij betrokken zouden worden, maar stel u eens voor dat China zijn interne vrede geheel zou herwinnen op korte termijn en de kans zou krijgen zich 20 jaren nog ongestoord te ontwikkelen. De vloed van mensen die daar nog steeds groeiende is, zou dan haast wel genoopt worden de rest van de wereld te overspoelen en wel op een ogenblik dat er geen sprake is van een voldoende rijpheid, om iets tot de menselijke samenleving bij te dragen. Dit zou voor praktisch de gehele wereld binnen enkele decennia een terugval tot barbarisme ten gevolge hebben. Een zeer ernstige interne crisis, die het bevolkingsaantal afremt en de ontwikkelingen eveneens vertraagt, is dan volgens ons nog wel te prefereren.

Ik wil niet zeggen dat men hierover niet anders kan denken. Ik wil alleen maar aantonen dat de medaille steeds weer een keerzijde heeft en dat het goed is ook deze te leren kennen. Wanneer wij bijvoorbeeld zeggen dat kinderbijslag in onze ogen onzin is, reageren vele mensen met een: Je kunt dit de kinderen toch niet aandoen? Wij moeten de ouders helpen om hun kinderen een gelukkige jeugd te verschaffen…. Men redeneert al zo lang: onze kinderen moeten het beter krijgen dan wij, maar wat zijn de resultaten? De kinderen hebben het materieel zo goed dat zij geen raad meer weten met zichzelf. Zij gooien ruiten in als vermaak, rossen vreemde mensen af, alleen maar om een sensatie te hebben. Zij beschouwen vaak arbeid als iets onaangenaams, wat alléén maar wordt gedaan om meer geld te krijgen. Je zou kunnen zeggen dat mede door dit ‘de kinderen moeten het beter krijgen’ vele kinderen – de goeden niet te nagesproken – het respect voor de maatschappij, en daarmede voor hun ouders, verloren hebben.

Zo goed hebben zij het nu. Zou het dan niet beter zijn wanneer de kinderen en ook hun ouders zo nu en dan het wat armer hadden? Vanuit ons standpunt (hoe ouderwets het misschien u ook in de oren moge klinken) zou het veel beter zijn wanneer de jeugd van vandaag met een hele hoop echte moeilijkheden te kampen zou krijgen. Zij zou daardoor misschien terugkeren tot een meer overleefd en beheerst handelen – na de eerste uitbarstingen dan. Want iemand die niets heeft, moet zich wel beheersen om met het weinige wat hij krijgt uit te komen. Iemand die meent alles te hebben of te kunnen krijgen, voelt geen behoefte zich te beperken, te beheersen of te bedwingen. Die eist en neemt en maakt van alles een chaos.

Alles heeft zijn keerzijde. Kijk nu eens naar de moderne maatschappij en de toenemende socialisatie daarin. U zult menen dat dit goed is, daar de mensen solidair leren zijn. Wij echter stellen dan dat deze solidariteit geen echte solidariteit is, maar een schijn, die door algemene regelingen van bovenaf tot stand wordt gebracht, maar niet in de mensen zelf wortelt. Ik kan u dan vragen hoe het komt dat in de staten, waarin de sociale ordening het verste is gevorderd, de morele onttakeling van de mens eveneens het verst gevorderd blijkt te zijn. Of ik kan vragen hoe het dan wel komt dat het aantal zelfmoorden toeneemt in staten waarin de sociale zekerheid toeneemt. Of: Hoe komt het dat, naarmate de sociale verworvenheid van de staat meer de geborgenheid van de burger gaat betekenen, de mens steeds eenzamer in het leven komt te staan?

Zo ik van onze zijde hier een antwoord mag zoeken, stel ik dat er veel goeds is gelegen in een sociaal denken en streven, maar ik het volkomen fout vind wanneer dit een overheidskwestie wordt, omdat dan de instantie en de regel in de plaats van de mens gaat treden en elke mens zich van het lot van anderen gaat distantiëren met het denkbeeld dat die ander en zijn lot de bevoegde instanties aangaat. Men gevoelt geen behoefte meer iets voor anderen te doen, omdat er nu eenmaal officiële lichamen zijn die zoiets op moeten knappen. Het is tegenwoordig al zover dat wanneer een paar opgeschoten jongens op straat een oude man aframmelen of een vrouw geweld aandoen, de meeste burgers het geheel verantwoord schijnen te vinden wanneer zij doen of zij niets zien, om elders – wanneer zij gewetensvol zijn – de politie op te gaan bellen.

Is dit geen teken van moreel verval? Van zwakte? Vindt u het, zo bezien, zo wonderlijk dat wij er steeds weer op wijzen, dat er nog een andere kant zit aan al die mooie idealen en ideeën?

Er zijn natuurlijk mensen die er onder zullen lijden wanneer dergelijke plannen niet worden uitgevoerd. De vraag is alleen maar of er op den duur niet zoveel meer mensen onder zouden moeten lijden wanneer die plannen wel verwezenlijkt worden.

De hele zaak komt hierop neer: Elke mens heeft zijn eigen verantwoordelijkheden. Deze eigen verantwoordelijkheid kan niemand werkelijk van je wegnemen. Elke geest heeft een eigen aansprakelijkheid voor al wat zij doet en daaraan kan niemand iets aan veranderen. Of men zich nu beroept op de bijbel, het evangelie of iets anders, wij zullen altijd zelf aansprakelijk blijven voor hetgeen wij zijn, doen en tot stand brengen. Wij kunnen niet stellen dat wij verlosten – of wijzen – zijn, die ons dit en dat wel kunnen permitteren. Zoals wij evenmin kunnen zeggen dat wij toch doodgaan of verdoemd zullen worden en daarom onze gang maar moeten gaan. Want dit kunnen wij zelf nooit werkelijk verwerken.

Wij moeten steeds weer beseffen dat wij zelf ons leven moeten opbouwen, dat het onze eigen zaak is van het leven iets te maken. Juist omdat wij die verantwoording dragen, dienen wij ook te begrijpen dat niet alleen hetgeen wij als juist zien als het enige goede of de enige weg, voor alle anderen gelijkelijk zal gelden. Vooral dienen wij te begrijpen dat bij elke weg die wij gaan, er ook andere mogelijkheden en wegen bestaan, die toch naar hetzelfde doel zullen voeren. Men zal ook moeten begrijpen dat aan elke keuze en handeling gevolgen verbonden zijn, die men niet geheel kan overzien. Dan zal men voorzichtiger zijn, vooral wanneer het anderen betreft.

Bij ons heeft dit geleid tot beperkingen van het feitenmateriaal, dat wij menen u te mogen geven, vooral wanneer dit betrekking heeft op stoffelijke condities en mogelijkheden. Het bracht er ons ook toe u een zo veelzijdig mogelijke belichting te geven, waarbij één en hetzelfde begrip van steeds een ander standpunt wordt benaderd en belicht. Degenen die hier ‘thuis zijn’ weten het wel: U krijgt soms een enkel onderwerp wel 50 malen, we belichten het ook 50 malen op een andere wijze. Wij trachten zo u ertoe te brengen steeds meer de gehele medaille te zien en niet u alleen maar blind te staren op een enkele zijde daarvan. Wij vallen u soms aan in wat u eerlijk ziet als uw hoogste goed of uw heiligste gevoelen. Ook dan gaat het ons er niet om u aan te vallen, maar om u te laten zien dat de medaille nog een andere kant heeft. Want hoe u het ook ziet, het kan ook nog wel anders zijn.

Dit is nu eigenlijk mijn hele betoog voor vandaag. Iedereen heeft vanuit eigen standpunt waarschijnlijk wel gelijk wanneer hij op een bepaalde wijze ageert. Maar hij mag daarbij niet de fout maken te denken dat zijn wijze van redeneren en handelen voor anderen op precies gelijke wijze kenbaar en aanvaardbaar zal zijn. Elke mens weet bijvoorbeeld voor zich wel wat hij of zij in het leven wel of niet aankan. Maar je weet niet of anderen in het leven daartegen bestand zijn. En je hebt niet het recht anderen zonder nadenken lasten op te leggen, omdat je die zelf kunt dragen. Je moet in het leven, zolang het jezelf betreft, vrij zijn. Maar je moet ook een open oog hebben voor alle consequenties, zélfs wanneer dit inhoudt dat je daardoor wel eens wat trager ageert en reageert dan anderen juist achten en je misschien zelf zou wensen.

Ik heb dit betoog niet alleen gehouden om u erop te wijzen dat er redenen bestaan voor de beperkingen bij het beantwoorden van vragen. Ik heb het mede gehouden, zodat er op het ogenblik in de gehele wereld processen aan de gang zijn waarbij eenzijdigheid van denken een zeer grote rol speelt. Ik doel hier zeker niet op de opvoering, die Barend en de zijnen geven van ‘het kabinet dat niet kwam’ en wil ook niet spreken over de E.E.G., een wankele De Gaulle of een onzekere Wilson. Ik wil niet spreken over een atoomwapenakkoord want al die dingen hebben twee kanten en de mens moet zelf kiezen. Maar wanneer u voor een bepaalde zijde kiest, realiseer u dan alstublieft dat er ook nog een andere kant aan de zaak zit? Wilt u zich herinneren dat consequenties die voor u geheel aanvaardbaar zijn, voor anderen misschien geheel onaanvaardbaar kunnen zijn? Toch zult u, dit alles bedenkende, niet tot een compromis komen. Want alle compromissen zijn alleen maar uiterlijkheden. Innerlijk zult u partij kiezen. Daaraan kunt u niet ontkomen. Maar wanneer u dan partij gekozen hebt en handelt volgens uw inzichten, doe dit dan met het volle besef van al, wat daaruit eventueel voort kan komen

0-0-0-0-0-0-0-0-0

 Vragen

  • Maar wanneer ik wijs op fouten bij anderen en ik mag daarover mijn mening nog wel zeggen meen ik, stuit ik steeds weer op weerstanden.

Begrijpelijk. Om dezelfde redenen wekken sommige van onze betogen nog al wat weerstanden bij u. Hier geldt volgens mij: Je mag het zeggen. Maar zeggen en handelen, waardoor je op anderen een dwang uit gaat oefenen, zijn verschillende dingen.

Neem een eenvoudig voorbeeld: U komt bij een vriend. Daar staat een vaas op de schoorsteen, die in uw ogen het meest afschuwelijke stukje humbug is, dat u ooit als vaas Vermont duur hebt zien verkopen. Nu zegt u tegen de ander; dat is toch niets! Ik zal je wel helpen. U legt het geld neer dat hij voor de vaas betaald heeft en slaat die vaas stuk. Vanuit uw standpunt handelt u terecht en goed. Er is weer een stuk rommel opgeruimd. Wat u niet wist was dat uw vriend die vaas op een bijzondere wijze had verkregen, zodat zij voor hem niet alleen wegens de vorm, maar ook door de daarmede verbonden herinneringen kostbaar was. Daarbij komt nog dat die vriend niet zo erudiet op kunstgebied is als u en het ding nog mooi vond ook.

Stel in de plaats van de vaas nu eens een geloof, een ideaal en vraag u af of u wel het recht hebt dit bij anderen te vernietigen. U hebt natuurlijk het recht om te zeggen, dat u zoiets niet mooi vindt en mag zelfs de redenen geven, waarom u het zo ziet. Wanneer het om een vaas gaat, zal men het daarbij nog wel laten. Maar zodra het om meer materiële waarden gaat, zullen de meesten hun oordeel niet alleen uitspreken, maar er nog iets aan gaan doen ook. Daaruit komen de grote moeilijkheden dan voort.

Dit is de reden dat ik stel: Voor je in of aan het leven van een ander iets gaat veranderen, moet je je eerst eens afvragen wat daaraan vast kan zitten.

  • Ik meen dat ook aan de andere zijde meestal van enige agressie sprake zal zijn, zodat u de zaak toch niet geheel polair kunt zetten. Dat maakt de zaak ingewikkelder, tenminste volgens ons.

Een bekende zegswijze stelt dat niets geheel wit is, maar ook niet geheel zwart.

Wanneer wij alles precies willen gaan afwegen, zo objectief mogelijk, hebt u daaraan gelijk; er is niet alleen sprake van een polariteit. Maar hier speelt geen objectieve waardebepaling een rol, maar een persoonlijke. En ieder mens weet in zichzelf wel dat er een zeer enge grens is. Aan de ene kant daarvan vind je dan een: Het kan er nog net mee door en aan de andere zijde tref je. Dit gaat nu toch net iets te ver, dit kan niet meer.

Zo men van dit criterium uitgaat, zoals wij vaak zien in zaken, politiek en zelfs bij arbeiders onderling en in hun werk – waar zij ook stellen dat dit er nog net mee door kan, maar dat dat niet meer aanvaardbaar is – zo zien wij dat de mens voor zichzelf een standpunt bepaalt en daarmee tevens voor zich een bipolariteit schept. Het gaat dan tussen het aanvaardbare en het onaanvaardbare. Daarop was mijn betoog in de eerste plaats gericht en ik stelde nadrukkelijk dat men nimmer mag vergeten dat hetgeen voor de één nog aanvaardbaar is, voor de ander onaanvaardbaar kan zijn en omgekeerd. Zover het jezelf betreft, blijkt dan dat de maatstaf op zich een doel van eigen wezen is en daarmede onbelangrijker is dan men wel pleegt te stellen.

Zodra anderen in uw acties gemoeid worden, blijkt dat de eigen maatstaf belangrijker wordt, daar een onbegrip voor de eigen maatstaven van anderen in kan houden dat er veel kapot wordt gemaakt en ontwikkelingen geschapen worden in de wereld waarvoor men als mens de algehele verantwoordelijkheid nooit zal kunnen dragen.

  • Om dit te begrijpen, moet je toch wel een zeker IQ hebben….

Dat mag waar zijn. Maar wanneer wij hier samen zijn, worden er bepaalde eisen aan uw intelligentie en ontwikkeling gesteld. Met andere woorden: Er kan misschien iemand binnen zijn komen lopen, die van dit alles weinig of niets kan begrijpen, maar de meesten, zeker degenen die meerdere malen hier komen, zijn in staat dergelijke argumenten te begrijpen. Zij verstaan zeer wel wat hier wordt gezegd.

Ik mag zelfs zeggen dat het merendeel van de hier geboden stof opzettelijk wordt gebracht op een wijze, die niet alleen het vermogen tot nadenken, maar zelfs een zekere kennis vereist.

Door de wijze waarop wij hier werken, brengen wij dus reeds een zekere selectie van publiek tot stand. Indien u hier zit, mogen wij dan ook wel aannemen dat u over een voldoende hoog iq beschikt om te begrijpen wat wij bedoelen. Dat anderen dit alles niet kunnen begrijpen en daarom ook niet op de, volgens ons, meest juiste wijze zullen reageren in het leven, betekent nog niet dat u het daarom ook niet behoeft te doen, nietwaar? Zelfs indien wij IQ, dat maar een kunstmatige waardemeter is, buiten beschouwing laten, mogen wij aannemen dat een meerdere malen hier aanwezig zijn blijk is van een voldoende natuurlijke intelligentie, dat men zal beseffen hoe het door ons gestelde in wezen zo gek nog niet is. U zult dan in ieder geval begrijpen dat, zo u al uw eigen leven en optreden niet geheel kunt wijzigen, toch de volgens u geheel gerechtvaardigde en in wezen onbelangrijke factoren in uw optreden wel eens ongedacht grote consequenties zouden kunnen hebben voor anderen en uzelf, wanneer u geen rekening houdt met de keerzijde van de medaille, die ook voor dit onderwerp natuurlijk bestaat.

Indien ik erin geslaagd ben hiervoor bij u begrip te wekken, zo betekent dit nog niet dat u nu werkelijk alle consequenties van uw daden geheel zult kunnen overzien. Maar wel zult u leren uw daden alleen te stellen wanneer u bereid bent alle consequenties, ook de ongeziene, te aanvaarden, daar de juistheid van de daad voor u volledig en onwrikbaar vaststaat.

  • U sprak over Luther en stelde dat het aanplakken van de artikelen de aanleiding werd tot geloofsvervolgingen, oorlog en nog eens oorlog, verwoestingen, enzovoort. Indien wij nu aannemen dat Luther op het ogenblik dat hij de grondstellingen aanplakte, dit deed omdat zijn geweten hem hiertoe aanzette en verplichtte, hoe kunt u dan zeggen dat als Luther de gevolgen had kunnen overzien, hij dezen nooit zou hebben aangeplakt. Maar door dit niet te doen, zou Luther zijn geweten dus opzij hebben moeten zetten om het gevolg te vermijden? Indien het volgen van het geweten dus betekent dat oorlog en verwoesting moeten volgen, wat moet ik dan doen? Het geweten het zwijgen opleggen, of……..

Dan zult u allereerst moeten overwegen of er geen andere, minder gevaarlijke weg is om aan de drang van het geweten tegemoet te komen. Ik koos Luther als voorbeeld, omdat voor hem, juist kort voor en tot het ogenblik van zijn openlijk verzet, een andere weg nog open stond. Die weg was natuurlijk niet zo spectaculair en bevredigend als de gevolgde. Dat is waar.

Maar u weet waarschijnlijk even goed als ik, dat Luther bij zijn openlijke verzetsdaad niet alleen door zijn geweten werd gedreven, maar ook door gekwetste gevoelens, daar hij gehoopt had een bepaalde aanstelling te verkrijgen en een rede te mogen houden in een bepaalde kerk, waarbij hij meende zijn beginselen binnen de kerk tot uiting te kunnen brengen.

Luther had, ondanks de afwijzing van zijn meerderen, een weg kunnen zoeken en vinden om binnen de kerk zijn verzet kenbaar te maken. Hij reageerde echter: jullie willen mij dus niet? Ik heb gelijk. Nu zullen jullie de consequenties van dit afschuiven van mijn persoon en argumenten ook ervaren. Het geweten van Luther verplichtte hem, naar ik aanneem, in te gaan tegen foute praktijken in de kerk waarvan hij deel uitmaakte. Maar ik meen niet dat dit geweten ook inhield, dat dit op een wijze zou moeten gebeuren, waardoor een scheuring in de kerk zou kunnen ontstaan.

Daarbij dienen wij in aanmerking te nemen dat Luther zeer wel wist dat onder meer Pommerse edelen – en vele anderen – zijn protest zouden aangrijpen, om hun verarmde landgoederen te verrijken door middel van een plundering van kerken en kloosters.

In feite was het volgen van Luther door hooggeplaatsten op wier bescherming hij rekende, alleen van dergelijke motieven afhankelijk. Luther wist dit. Hij was zich er zeer wel van bewust dat deze actie van hem explosief op de gemeenschap in zou werken. In de historie kunt u zelfs lezen hoe hij reeds voor zich de mogelijkheid tot vluchten had voorbereid enzovoort.

Ik stel nogmaals: Indien Luther had beseft dat hij – op zich de goede en in wezen ook wel prettige mens die hij was – oorzaak zou worden van een zeer langdurige strijd en veel geweld in Duitsland en tevens de aanleiding zou worden tot vaak zeer bloedige revoluties en achtervolgingen in andere landen, hij toch een andere weg zou hebben gezocht en gevonden, waartoe hij echter op dat ogenblik zijn gevoelens van gekwetstheid in bedwang had moeten houden. Want er waren, andere mogelijkheden en middelen om zijn doel te bereiken, die gezien de mogelijke gevolgen preferabel geweest zouden zijn.

Ik stel niet dat Luther of iemand ter wereld ooit tegen zijn geweten in zal mogen en moeten gaan. Ik stel slechts dat men de gevolgen overziende, steeds weer zal zien dat er meerdere wegen zijn, langs welke men volgens zijn geweten kan handelen. Ik stel dat, naast de gewetenskwesties in het door mij gestelde voorbeeld, ook getoetste trots, de behoefte zichzelf in het middelpunt te plaatsen en dergelijke, een rol hebben gespeeld. Ik koos daarom bewust dit voorbeeld, daar er voor Luther wel degelijk andere wegen openstonden, waarop hij zijn geweten geen dwang had behoeven aan te doen, maar die qua gevolgen veel minder ernstig geweest zouden zijn.

Ik wil nog iets verder gaan dan dit. De mens praat vaak zo graag over ‘zijn geweten’. Maar dat geweten is in 9 van de 10 gevallen, wanneer hij erover spreekt en het gebruikt als argument ter rechtvaardiging van zijn daden, niet de waakstem in het ik, maar eerder een soort zelfgeschapen, maar pseudo-goddelijke ratificatie van al, wat men wenst te ondernemen en waarin men in wezen vaak eerder meent zichzelf uit te kunnen leven.

Ik heb dan ook nogal bezwaren tegen het geweten als verklaring en goedkeuring van daden, waarvan de gevolgen allesbehalve mooi zijn. Zolang het geweten u zegt: Onthoud je, kan ik dit aanvaarden. Indien uw geweten u zegt dat u niet geheel juist leeft, zo is dit voor mij geheel aanvaardbaar en is het argument valide volgens mij. Maar als basis voor acties, die het denken en leven van vele anderen betreffen, acht ik het een gevaarlijke en misleidende zaak. Er zijn ongetwijfeld mensen, die zichzelf en anderen wijsmaken dat het hun geweten is, wat hen dwingt om nog meer mensen te laten vermoorden of doodhongeren in Vietnam of hun geweten nemen als verklaring voor het feit, dat zij zonder aarzeling op knoppen drukken, waardoor ergens op de wereld atoombommen gaan exploderen. Is dat dan nog waar?

Misschien kunnen wij teruggaan tot het grootste voorbeeld van gewetensvol handelen, wanneer ik daarover hier even mag spreken, nu de stille week al aan gaat breken.

Er was een zekere Jezus van Nazareth, een man met eigenaardige machten en mogelijkheden. Hij werd door één van zijn discipelen verraden aan de tempel. Toen de tempelwachters echter vroegen: Zijt gij het…. antwoordde hij: Ik ben het. En volgens het verhaal vielen alle achtervolgers tegen de grond. Jezus had op dat ogenblik deze gehele schare kunnen bevelen het gezag over te nemen en zich als vorst laten kronen in Jerusalem. Hij had misschien een enkel gebaar kunnen maken en daardoor alle mensen die tegen hem waren, eenvoudig machteloos kunnen maken of uitroeien. Hij had dan, volgens de menselijke waardering van het geweten, ongetwijfeld goed en gewetensvol gehandeld, daar hij dan immer het kwaad zou hebben uitgeroeid.

Hij zou tevens zijn leerlingen niet in de steek hebben gelaten, verraden zouden de mensen vaak zeggen. Maar Jezus gaf er de voorkeur aan om zelf te sterven aan het kruis op de meest smartelijke wijze. Liever dan anderen hun weg tot verlossing, hun recht van leven en bestaan te ontnemen. Diezelfde Jezus daalde na zijn dood volgens het geloof af ter helle. Ook dit heeft een grote betekenis, al is het niet volgens de meest gangbare verklaringen van dit feit en herrees uit de dood.

Hij was opgestaan, een verheerlijkt wezen. Maar wat doet hij? Gaat hij op het plein van de tempel staan om uit te roepen: Hier ben ik, Jezus, zoals ik beloofd heb. Drie dagen nam om de tempel, die was afgebroken te herbouwen? Neen. Hij kwam alleen naar zijn leerlingen, naar een paar arme en ten dele domme mensen. Hij kwam bij hen en stelde hen wat gerust, gaf hen nog wat leringen, maar zelfs daarvan niet veel meer. Hij gaf hen zekerheid. Dat was alles.

Indien Luther op een brandstapel zou zijn gestorven en zo duidelijk had gemaakt dat de kerk ten koste van alles haar fouten wenste voort te zetten, had u mij van zijn geweten mogen spreken. Nu echter niet. Dit wil niet zeggen, dat ik Luther niet als een groot man zie. Begrijp mij wel. Ik kan van velen in de wereld, die niet volgens hun geweten hebben gehandeld, maar op instigatie van gekwetste trots, betweterij en dergelijken zeggen dat zij grote mensen waren.

Karl Marx bijvoorbeeld. Maar hun grootheid heeft iets te maken met de gewetensvraag, die u op de voorgrond stelt. Blindheid voor de mogelijke gevolgen spelen bij de acties van deze grote mensen evenzeer een rol als gekwetste gevoelens, machtsbehoefte en dergelijke. Ik vraag mij af of Marx zijn stellingen zo zeker had neergeschreven, of Lenin en Trotski zo vreugdig naar Rusland zouden zijn gegaan om de revolutie te leiden, als zij allen geweten zouden hebben wat daaruit verder voort zou komen. Mensen met enig geweten zouden dan zeker een andere weg gezocht hebben.

Juist omdat een mens te eenzijdig denkt, maakt hij maar al te vaak de gehele wereld tot slachtoffer van zijn eenzijdigheid in denken en handelen, die hij dan verwart met rechtlijnigheid.

Dit geldt ook voor mensen die eerst te laat ontdekken dat zij verkeerd hebben gedaan, zij zich hebben laten misbruiken en dergelijke. Denk eens aan de Oppenheimers. Het gevaar ligt steeds weer in de mensen die zonder besef van de werkelijke consequenties een enkele weg in leven of geloof de enig juiste achten en dezen voor een ieder willen doorvoeren. Want zij zullen hun eigenzinnigheden, eenzijdigheid en onbegrip afschuiven op hun geweten. Wanneer zo dadelijk de wereld ten gronde zou gaan in een verschrikkelijke atoomoorlog, zou er zelfs in de laatste momenten voor de uitblussing nog wel iemand te vinden zijn die zichzelf zo lang mogelijk veilig heeft gesteld en zich beroept op zijn geweten, dat hem het volgen van enige andere weg onmogelijk maakte.

De oude kreet ‘liever dood dan slaaf’ geldt meestal meer voor anderen dan voor de schreeuwers zelf. Maar zelfs indien met dit eerlijk en oprecht meent, vergeet men daarbij nog steeds weer dat een levende slaaf nog veel kan bereiken, terwijl een dode held alleen maar een illusie is, die ten hoogste zal dienen om anderen later tot een even dwaze, maar heldhaftige dood ten bate van anderen te verleiden.

Neem mij dit alles niet kwalijk. Maar is dit in feite niet waar? Geweten is maar al te vaak een uitvlucht, een zelfrechtvaardiging in de naam van God en recht. Er is meer gemoord in de naam van Christus en geweten, dan er goed is gedaan in het christendom. Juist daarom ben ik ergens bang voor het woord, bang voor een woord dat mensen gebruiken om zich te rechtvaardigen, terwijl zij zich gedragen als duivels.

Luther zou niet naar ik meen, zoals sommigen die zelfs in deze dagen zich op hun geweten beroepen, ongeacht de gevolgen, zijn weg gevolgd hebben. Bij het erkennen van de werkelijke consequenties van zijn daad meen ik dat hij de grootheid bezeten zou hebben om te erkennen: Dit gaat te ver, er moeten andere wegen zijn.

  • Speelt dit alles ook geen rol in de houding van de paus tijdens de ‘wereldoorlog? Deed hij goed of had hij zijn stem duidelijk ten gunste van de joden moeten laten horen?

Ook deze medaille heeft twee kanten. Allereerst het geloof: Als Leider van de christenheid had hij volgens mij geen keuze. Vergeet niet dat hij in de ogen van zijn gelovigen onfeilbaar is, wanneer het erom gaat. Dat hij de houder is van de sleutelen van de hemel, opvolger van Petrus en vertegenwoordiger van Christus op aarde….

  • Hij is alleen op kerkelijk gebied onfeilbaar.

Dat ben ik geheel met u eens. Maar zodra het geloof in het geding komt- en dit was mijns inziens hier het geval – betekent dit dat zijn houding er één moet zijn die alle menselijke overwegingen uitsluit. Juist een paus mag volgens mij geen diplomaat zijn. Hij moet een christen pur sang zijn, een christen van het zuiverste bloed.

Waar Pius volgens mij heeft gefaald – naar ik meen deed hij dit inderdaad – zo is dit niet omdat hij niets heeft gedaan, maar omdat hij handelde als mens en daarmede optredende als staatsman, naliet de gehele wereld wakker te roepen voor de werkelijke noodzaken en de werkelijke toestanden, waarvan hij als paus wel degelijk op de hoogte was. Ik meen, dat hij hierdoor faalde zich waarlijk de opvolger van Christus op aarde te tonen, die hij in de ogen van zovelen toch is. Indien ik aanneem dat hij dit in feite is, kan ik niet anders dan zijn optreden veroordelen. Ik veroordeel hem dus niet op grond van zijn menselijke eigenschappen en zijn menselijk optreden, maar omdat hij tekort schoot ten aanzien van het beeld dat hij van zijn wezen bevorderde of althans bij anderen toeliet. Zijn optreden was een verraad aan de Christus, die hij op aarde zei te vertegenwoordigen.

Daar tegenover stel ik: Menselijk gezien en handelend als diplomaat, niet als ware en enige vertegenwoordiger van Christus op aarde met algeheel gezag, doch als representant van de katholieke geloofsgemeenschap handelde de paus zeer juist. Elke andere wijze van handelen had ongetwijfeld voor zeer vele katholieken en hun geloofsuitoefening grote gevolgen gehad. Daarom was het, gezien vanuit een menselijk standpunt, goed en juist dat hij alles zoveel mogelijk bedekt heeft gedaan. Het zal u duidelijk zijn dat mijn veroordeling hier dus niet de mens geldt. Zij geldt de illusies die men de eenvoudigen van harte toestaat omtrent die mens te koesteren. Ik moet hier wel veroordelen, omdat blijkt dat men niet in vol vertrouwen op God, bereid was consequent volgens eigen leer en gezag te handelen. Ik acht de wijze van optreden en leven, van reageren en handelen van de paus dan ook geheel strijdig met de voorstelling, die men reeds zeer lange tijd geeft van de betekenis en inhoud van zijn ambt. Ik stel dan ook dat het niet openlijk optreden en veroordelen van de Jodenvervolging door de paus misschien diplomatiek zeer juist was, maar een verraad aan de christenheid is en blijft.

  • U spreekt over mensen, die van belang zijn en een grote plaats hebben in de geschiedenis van de mensheid. Maar die kunnen wij dan steeds in tweeaangezichten zien handelen.

Dat is inderdaad waar. Toch meen ik dat Jezus zich in het besproken geval anders gedragen zou hebben dan de paus deed. Hij zou naar een concentratiekamp zijn gegaan om de mensen te troosten, te genezen. Indien men hem gedood zou hebben, zou hij uit de dood zijn opgestaan en zijn taak verder voort hebben gezet.

Maar laat ons daarop maar niet te ver doorgaan. Maar wij moeten mijns inziens hier wel inzien dat, terwijl de organisatie van de kerken volledig begrijpelijk is vanuit materieel standpunt, gelijktijdig gezien hun pretenties – het brengen van de waarheid van Jezus – de opzet onrechtmatig, helemaal onjuist is. Indien je waarlijk Jezus volgt, zoals zijn apostelen dit deden, heb je geen kerken nodig. Dan is elke kamer al meer dan voldoende. Dan heb je geen bisschoppen nodig met paleizen en grote auto’s, maar alleen geloof, een diep geloof.

Men zou het geloof moeten verkondigen zoals Jezus het zijn leerlingen gezegd heeft te doen, zonder bezit, zonder eisen, zonder opdringerigheid. Indien men beweert dat dit in deze dagen niet meer mogelijk is, toont men mijns inziens daarmede niet aan dat de tijden veranderd zijn, maar alleen dat men niet voldoende in Christus gelooft. Dat men een geloof verkondigt, terwijl men in zich geen voldoende geloof draagt.

Mijn bezwaar hier is dat men van anderen wel een algeheel geloof eiste, dat men van anderen wel een algehele aanvaarding van de eigenpersoonlijkheid en eigen gezag vergt in de naam van Christus, terwijl men toch gelijktijdig aan geloof in hem en vertrouwen in God tekort schiet.

Dingen verkondigen waaraan je zelf niet voldoende gelooft, is het probleem van de paus waarover wij spreken, maar evenzeer van anderen, die bijvoorbeeld democratie prediken, maar zich in wezen gedragen als dictatoren of regenten. Wat zij doen, kan geheel aanvaardbaar zijn.

Het verliest echter die aanvaardbaarheid, wanneer zij gelijktijdig pretenderen hun gezag aan een systeem of hogere kracht te ontlenen, waarin zij zeggen te geloven. Helaas zijn er aan haast elke zaak juist deze 2 kanten te vinden.

  • Wat betekent in dit verband de wet van oorzaak en gevolg?

Dat deze mensen, of zij willen of niet, met de consequenties van hun daden worden geconfronteerd. Dit geldt voor de pausen, Roosevelt, Churchill of wie dan ook evenzeer, zowel op aarde als in het hiernamaals.

Ten hoogste kunnen wij stellen dat voor ieder mens zijn wezen en daden aan het einde der tijden in evenwicht zullen zijn, omdat beiden dan als dezelfde kracht erkend zullen worden. De mens groeit door zijn daden. Wanneer hij werkelijk volgroeid is, is hij geworden tot het totaal van zijn daden. Niet alleen dus van zijn gedachten, maar van zijn daden, van hetgeen hij waar heeft gemaakt.

  • Het is dan wel erg moeilijk juist te handelen. Het zal dan vaak eerder een kwestie van gevoel, dan van een bewuste beslissing zijn.

Ik geloof – en daaruit blijkt dat ik niet geheel zeker ben van de juistheid van mijn antwoord – dat de doorsnee mens voor zich wel degelijk aan kan voelen wat juist is, maar dat hij zich er dan redelijk maar al te vaak van zoekt te overtuigen, dat het toch eigenlijk niet juist is. Innerlijk ben ik er ergens toch wel zeker van dat de mens, die handelt volgens zijn beste weten en daarin nimmer verantwoordelijkheid en lasten op een ander zoekt af te schuiven, door zijn daden sneller zal groeien en zeer snel bewust wordt, zelfs indien zijn daden niet altijd geheel juist zullen zijn. Degene die echter de consequenties van zijn daden tracht uit te smeren over zoveel mogelijk anderen en zijn eigen aansprakelijkheden steeds weer zoekt te leggen bij anderen, zal zich mijns inziens niet bewust zijn van hetgeen er in zijn leven werkelijk gebeurt.

Hij zal dan ook onverwacht geconfronteerd worden met de consequenties van eigen daden en deze niet beschouwen als gevolg van eigen handelen, maar als een kosmisch onrecht. Hij zal dan ook vaak langere tijd in de duisternis vluchten, voor hij in staat is te aanvaarden dat het toch heus alles eigen zaak is, dat men het toch heus alles zelf heeft gedaan.

  • Een wetenschapsman, door toeval op een bepaalde weg gezet, doet een vinding die levensgevaarlijk is.

Ik begrijp u. Hij zou moeten beseffen dat hijzelf niet in staat is het gebruik van die uitvinding te bepalen, terwijl zeer vele krachten het gebruik zullen trachten te bepalen, die de consequenties van dit gebruik niet beseffen. De grote fout van de mensen die de atoombom ontwikkelden, is niet dat zij een bepaald onderzoek deden, maar dat zij dit deden als werktuigen van groepen en mensen, die niet in staat waren de wetenschappelijke en menselijke consequenties van een dergelijk wapen voldoende te overzien. Oppenheimer heeft in ieder geval nog de moed gehad uiting te geven aan zijn onrust en zo toe te geven dat hij, door het verlenen van medewerking aan het Manhattanproject, in feite verkeerd had gedaan. Hij kan hiermede zijn medewerking niet uitwissen, maar door zijn acties heeft hij tenminste enig tegenwicht geschapen.

Het grote nadeel van moderne wetenschapsmensen, vooral bij dergelijke onderzoekingen, is volgens mij dat zij mensen zijn, dat zij zich laten gebruiken en betalen door vaak niet wetenschappelijk geschoolden in feite vaak in dienst staan van mensen, die leven van bluf en geweld wanneer het erop aankomt dat zij zich vernederen tot werktuigen van dergelijke mensen en groepen en niet bereid blijken te zijn de consequenties van hun eigen wetenschap en eruditie te dragen. Wie een uitvinding doet en deze aan de wereld geeft, draagt daarmede enige aansprakelijkheid voor zijn uitvinding. Wie de uitvinding aan een enkele macht of groep geeft, is echter niet voor de uitvinding alleen, maar ook voor de wijze waarop deze gebruikt wordt, geheel verantwoordelijk. Dit blijft gelden, ook wanneer een niet toegeven aan de eisen van groep of macht een onmogelijkheid tot verder wetenschappelijk werken, een verlies van vrijheid of leven zou betekenen.

  • Veronderstel echter, dat alle routinearbeid, verslaving van de mens enzovoort, door de uitvinding uit de wereld geholpen zou kunnen worden …..

Ik moet helaas uw vraag hier afbreken. Indien aan de uitvinding gevaar verbonden is voor de mensheid en zij in handen van een enkele groep komt of zou komen, blijft het gestelde geheel gelden. Het mogelijke heil kan dan niet opwegen tegen het zeer zeker uit de vinding voortkomende onheil. Want zelfs de wetenschapsmens zal begrijpen dat degenen die dergelijke dingen laten ontwikkelen en dan exclusies willen gebruiken, daarmede de vinding in wezen als machtsmiddel en wapen wensen te bezitten.

Haast alle uitvindingen, die op het ogenblik tot heil van de mensheid worden gedaan, vinden plaats onder auspiciën van instanties, die allereerst zullen overwegen in hoeverre men de vinding kan gebruiken als winstobject, machtsmiddel, wapen of moordmethode. Eerst het restant, dat men niet meer kan gebruiken, wordt aan het publiek gegeven. Uw supersonische straalverkeersvliegtuigen hebt u te danken aan het feit dat de gebruikte systemen reeds verouderd zijn en daarom als geheim voor bommenwerpers geen waarde meer hebben. Vraag u verder af of de mens door die vele uitvindingen die zijn leven zoveel gemakkelijker heten te maken, nu werkelijk zoveel gelukkiger is. Het tegendeel is vaak eerder waar.

  • Indien deze man zijn vinding geheel alleen doet, wat moet hij er dan mee doen?

Vernietigen. Zolang daarin een mogelijkheid tot groot en wereldomvattend geweld ligt, is hij voor God en zijn geweten verplicht de vinding te vernietigen en zelfs haar niet te bewaren tot latere tijden. Want wanneer je haar bewaart, is het wel zeker dat eens iemand haar zal vinden en gebruiken. Indien er geen wapenaspecten denkbaar zijn in de vinding en deze werkelijk van algemeen belang is, zou men haar aan de gehele wereld gelijktijdig bekend moeten maken, zodat misbruik door enkele groepen is uitgesloten.

Vroeger, in bepaalde inwijdingen, werden zekere geheimen mondeling overgedragen van meester op de enige door hem uitgekozen en geheel ingewijde en geschoolde leerling. Zou dit mogelijk zijn, dan zou men eventueel over een bewaren van gevaarlijke vindingen langs deze weg nog kunnen denken. Ik meen echter dat deze mogelijkheid voorlopig nog niet bestaat, gezien de te materialistische instelling van de meesten, die zich aan de moderne wetenschappen wijden.

0-0-0-0-0-0-0-0-0

Innerlijke verantwoordelijkheden

Elke mens groeit. In zichzelf vindt hij langzaam maar zeker een vorm, een gestalte, waarbinnen hij zijn bewustzijn van het leven tot uitdrukking kan brengen. Deze uitdrukking van zijn bestaan is gebaseerd op het ideële, het bovenzinnelijke, dat altijd weer in zijn bestaan ergens een rol speelt. Ik voor mij vermijd hierbij liever de uitdrukkingen God en hogere werelden, omdat deze slechts een verdere definitie en formulering van het ideële in zouden houden.

In mijzelf groei ik. Ik word een bepaalde persoonlijkheid. Deze persoonlijkheid zal, zoals altijd weer het geval moet zijn, balanceren op de snede van een zwaard tussen al wat ik goed en wat ik kwaad noem. Er is een wereld waarin voor mij persoonlijk de contrasten scherp en omschreven zijn, zelfs indien ik deze voor mijzelf wat weet af te vlakken en te vervagen door redeneringen en een debatteren met mijzelf.

Wanneer ik een keuze doe, die – ook al is het maar iets – naar het zwarte neigt, voel ik mij schuldig. Indien ik een stap, hoe klein ook, neem, die voor mij naar het lichtere neigt, zo gevoel ik mij goed en verrijkt. De moeilijkheid hierbij is voor mij dat ik niet voortdurend in het licht – of in het duister – kan ageren. Want ik ben zelf de scheidslijn tussen licht en duister.

Mijn innerlijke verantwoordelijkheid houdt dan ook niet in dat ik absoluut altijd licht of duister zal moeten zijn. Zij betekent eerder dat ik steeds zo dicht mogelijk bij dit wezen, deze weg, zal moeten blijven, waartoe ikzelf geworden ben. Deze grens tussen onaanvaardbaar en niet aanvaardbaar ben ik immers zelf. Ik ben als het ware voor mijzelf de grens tussen God en duivel.

Daarom juist gebruik ik het beeld van iemand die balanceert. Balanceert op de snede van een zwaard. Ik doe dit omdat ik niet anders kan. Want de weg die de groei van mijn persoonlijkheid mij innerlijk als de enig juiste doet veronderstellen, de weg die voor mij de enige is, waarop ik werkelijk tot voleinding kan komen, is een zeer smalle. Ik kan niet terzijde gaan, ik kan niet uitwijken, ik moet verder.

Misschien is het wel goed hier allereerst te stellen: Elke mens moet trachten de vrijdom van licht en duister te gewinnen in zichzelf door erkenning van zijn wezen en de weg, die door dit wezen voor hem wordt uitgedrukt. Zodra ik andere belangen dan mijn besef een rol laat spelen, kom ik tot een vervaging der wereld. Ik ga dan mijzelf een spoor voortekenen, dat niet meer inherent is aan mijn ontwikkeling en persoonlijkheid, maar zal mij eenvoudigweg gaan begeven op vlakken en wegen, die mij door anderen worden voorgehouden als juist, als begeerlijker worden geprojecteerd of mij om de een of andere reden aangenamer voorkomen. Daar wijk ik dan van de innerlijke weg af en maak zo een fout.

Mijn innerlijke verantwoordelijkheid is alleen gebaseerd en kan alleen gebaseerd zijn op mijn wezen en bewustzijn. Dit bewustzijn mag zo hier en daar vervagen, het mag hier en daar onvolledig zijn, maar het geeft mij wel degelijk een voor mij duidelijke maatstaf. Een maatstaf die ik in mijzelf steeds ken en in mijn gedrag tegenover anderen steeds zal moeten handhaven.

Dit laatste niet door anderen aan de hand daarvan te beoordelen, maar door mijn relatie met die anderen alleen op basis van de innerlijke maatstaf tot stand te doen komen. De normale omschrijvingen van de esoterie zouden aan dit beeld ongetwijfeld vele poorten en fasen van bewustwording toe kunnen voegen. Want naarmate ik meer mijzelf ben en eerlijker mijzelf ben, wordt mijn besef voor de wereld, zowel als voor de werkelijkheid van eigen wezen steeds groter.

De rechtlijnigheid van bestaan – een andere dan de zogenaamde rechtlijnigheid van handelen – is noodzakelijk om tot een uitbreiding van bewustzijn te komen.

Wanneer je in kringetjes gaat lopen – en dit gebeurt maar al te vaak – , buig je van de innerlijke werkelijkheid, de werkelijkheid van eigen wezen, af. Je denkt misschien dat je dit eigen ik kunt achterlaten en iets mooier, eerlijker, beter, kunt op gaan bouwen. Maar je kunt jezelf niet waarlijk verlaten. Elke afwijking van het smalle pad, dat onze eigen persoonlijkheid voor ons vormt, betekent dat wij er eens toe zullen terugkeren. Het is natuurlijk aardig aan de hand hiervan allerhande eisen te gaan stellen. Eisen, die wij dan meestal vooral voor anderen bedoelen. Maar wie kan scherpere en juistere eisen stellen aan de mens dan hijzelf? Want de mens zelf, gegroeid door misschien vele levens, gegroeid door vele ervaringen, weet innerlijk en voor zichzelf wel wat voor hem waardevol is en wat niet. Hij weet wat betekenis heeft en wat niet. Hij kan komen tot het innerlijk aanvaarden van zijn eigen werkelijke persoonlijkheid en daardoor gerechtvaardigd, bewust verder leven. Zoals de mens zichzelf kan verloochenen en ongeacht de gevolgen voor zich een weg kan uitstippelen, waarop hij, wanneer hij eindelijk eigen wezen in werkelijkheid beschouwt, geen enkele mogelijkheid tot rechtvaardiging van eigen daden en bestaan kan aantreffen.

Wanneer wij de wegen gaan en daaraan een bepaalde naam geven, door ze christendom te noemen, bewustwording of bijvoorbeeld trap der wijsheid, zo doen wij dit alleen maar om onszelf duidelijk te maken dat er ergens een uiterlijke norm bestaat, aan de hand waarvan die innerlijke ontwikkeling binnen de mens zal plaatsvinden. Maar de voorgeschiedenis van mijn wezen omvat nu eenmaal vele, geheel verschillende factoren en alleen deze bepaalt wat ik werkelijk ben. Wat ik ben, zal ik waar moeten maken. Hier ga ik iets zeggen wat u misschien strijdig lijkt te zijn met de beweringen van mijn voorganger: Ik moet mijzelf waarmaken, ongeacht de wereld. Want wanneer ik niet mijzelf waar maak en de mogelijkheid en krachten, die in mijn ik schuilen tot uiting weet te brengen, daarmede leer werken, zal er in mij altijd een gevoel van tekortschieten blijven bestaan. Dan kan ik niet waarlijk meer nieuw ontdekken, opnieuw beseffen. Dan blijf ik steken op mijn weg.

Elke mens bouwt in zich een weg naar het bovenzinnelijke, naar het ideële. De weg die hij zo bouwt, is geheel de zijne, een hem geheel eigene weg. Op deze weg zal de mens God ontmoeten of iets waaraan hij een andere naam geeft, maar dat in wezen op hetzelfde neerkomt. De mens zal uit de totaliteit, doodgewoon uit de totaliteit van het bestaan, zichzelf waar moeten maken en erkennen, wil hij ooit een bewustwording in de volle zin van het woord bereiken.

Mijn eerste innerlijke verantwoordelijkheid is dan ook, ik herhaal het, de verantwoordelijkheid die ik draag tegenover mijzelf. Zo ik anderen – buiten mij dus – beïnvloed, zo draag ik, zover het de uiterlijkheden betreft, ook enige verantwoording voor hen. Innerlijk kan ik een dergelijke verantwoordelijkheid echter niet in strijd met mijn wezen dragen. Je kunt trachten die verantwoordelijkheid toch innerlijk te aanvaarden. Maar dan kom je ook voor je innerlijke belevingen terecht in een keten van oorzaken en gevolgen, die een afbuiging van de werkelijkheid, de persoonlijke werkelijkheid, betekent. Ikzelf ben het product van een rechtlijnige keten van oorzaak en gevolg, waarbij elk gevolg, in zich oorzakelijk zijnde, de volgende fase van het Ik in feite bepaalt. Toch ben ik niet geheel voorbestemd, daar ik van de rechtlijnigheid enigszins kan afwijken. Er staat nergens geschreven dat ik een bepaald innerlijk bewustzijn in een bepaalde tijd zal moeten bereiken. Wel is er vastgelegd dat ik een bepaald bewustzijn eens zal bezitten. De weg, langs welke ik dit voor mijn eigen gevoel bereik, is daarbij echter geheel buiten beschouwing gelaten. Toch kan worden gesteld dat de kortste en rechtste weg tot de uiteindelijke bewustwording die van de zelfuiting is, de zelfopenbaring volgens de innerlijk erkende noodzaak en verantwoordelijkheid. Indien u ooit tot een grote innerlijke verlichting wilt komen, zo zult u moeten leren terug te vallen op de waarheid, die in uzelf leeft. Dan zult u moeten leren de waarheid omtrent goed en kwaad, uw zuiver persoonlijke waarheid omtrent goed en kwaad, duidelijk te omschrijven.

Wie weet wat aanvaardbaar en wat onaanvaardbaar is voor eigen wezen – en dit op de proef durft stellen – vindt voor zich de snelste weg tot bewustwording en daarmede een versnelde inwijding in de geheimen van het totale zijn. Ons einddoel is de kosmos. Maar in die kosmos kunnen wij alleen bewust leven en bestaan vanuit ons zelf. De weg die wij zijn, is het leven dat wij erkennen.

Met deze korte vaststellingen, vrienden, hoop ik iets te hebben bijgedragen tot een zuiverder definitie van het begrip verantwoordelijkheid:  Ik kan, vanuit mijzelf, oordelen over ieder ander. Maar dat is slechts mijn oordeel. De ander, die zichzelf kent, is de enige, die over zich een geheel waar oordeel kan spreken. Een oordeel, dat waarlijk gebaseerd is op de weg die in zijn eigen wezen is vastgelegd.

Niemand zal zich in het leven geheel van oordelen en eventueel veroordelen onthouden. Het is eenvoudig één van de functies van het bewustzijn. Zolang wij echter beseffen dat dit een geheel persoonlijke en van ons uitgaande zaak is, die niet noodzakelijkerwijze gelijk moet zijn aan of parallel lopen met de waarheid van anderen, zijn wij reeds menige schrede gevorderd op de weg van het werkelijke leven.

Erkennende hetgeen onze eigen maatstaven zijn, zullen wij aan hetgeen anderen doen, kunnen nagaan wat wij zelf zouden hebben moeten doen, zodat wij volgens onze ware persoonlijkheid kunnen reageren.

Goed en kwaad zijn misschien schijnbeelden, want niemand zal u kunnen zeggen waar het goede begint en het kwade ophoudt. Maar voor jezelf weet je dat. Voor het Ik is er inderdaad de smalle en duidelijk kenbare scheidingslijn tussen licht en duister. Laat deze scheidslijn, en alleen deze, dan steeds bepalend zijn voor uw gedrag, voor uw leven.

Oordeel en veroordeel zo weinig mogelijk, maar zoek, de wereld begrijpende, zo goed u kunt vanuit uzelf en voor uzelf te handelen volgens het vreemde innerlijke weten, soms geweten genaamd, dat de uitdrukking is van onze totale persoonlijkheid, zoals wij die beseffen. De bron, waaruit wij zijn gekomen en zelfs reeds de aanduiding omvat van het doel, waarin wij eens de voleinding zullen vinden.

image_pdf