De kosmische mens

19 juli 1971

Wij hebben ons beziggehouden met de innerlijke mens, de denkbeelden van de mens en ik geloof dat wij niet compleet zijn in een reeks van lezingen, wanneer wij ook de kosmische mens niet enigszins beschouwd hebben.

Wanneer wij zeggen: “De kosmische mens” dan bedoelen wij daarmee de mens, zoals deze bestaat buiten ruimte en tijd. Maar om daar een voorstelling van te maken proberen wij ons de mens voor te stellen als gaande door alle sferen. En dan kunnen wij misschien het beste teruggrijpen, naar de oude tijd, toen men verschillende tekeningen had van de mens door de 7 oude sferen. Die 7 sferen werden alle gerepresenteerd door een planeet. Deze planeet was dan ook gelijktijdig – zoals men zei – aansprakelijk voor de lichaamsdelen die door de lijnen van de sfeer gesneden werden. Dat is natuurlijk een beetje onzin. Er is wel – astrologisch gezien – een beïnvloeding van verschillende organen maar dat kun je verder niet zo indelen. Maar in die voorstelling staat de mens op de wereld en reikt hij naar de hemel. Deze mens omvat alle werelden die denkbaar zijn. Maar deze mens is en blijft in de eerste plaats mens.

Wanneer wij de zaak psychologisch bekijken kunnen wij het misschien eenvoudiger zeggen: “De mens kent een totaliteit van denken en gedachtewerelden, maar hij wordt voortdurend gecorrigeerd door de werkelijkheid, waarin hij leeft.” Dat is ook voor de kosmische mens waar. Je leeft in je eigen wereld. In die wereld heb je een reeks van mogelijkheden en daarnaast een reeks van ervaringen. De mogelijkheden en ervaringen zijn meestal niet congruent. Ze passen niet helemaal bij elkaar. Over het algemeen zijn de mogelijkheden van de mens 3 à 4 maal zo groot als zijn werkelijke ervaring. Deze mens ervaart. Elke ervaring die hij opdoet, moet hij correleren in zichzelf met alle andere niveaus van bewustzijn die in hem bestaan.

Wanneer ik dus iets op aarde doe, dan is dat één van de vele mogelijkheden. Deze mogelijkheid bestaat voor mij, wanneer ik op aarde leef, materieel. Maar stel dat deze mogelijkheid ook voor mij bestaat bv. in zomerland, dat ze voor mij bestaat in enkele nog hogere sferen. In dat geval zal de ervaring al deze werelden omvatten. Duur en intensiteit van ervaren zijn eigenlijk niet eens belangrijk. Belangrijk is: Ik heb een mogelijkheid verwezenlijkt die bij mij behoort in alle werelden.

Een dergelijke ervaring noemt men dan ook wel een kosmische ervaring. Omdat ze een reeks innerlijke waarden losbreekt, een reeks nieuwe conflicten brengt, nieuwe denkwijzen en benaderingen, waaraan je je als mens tenminste heel moeilijk onttrekt en waarvan de werkelijke zin verklaard kan worden, door de totaal geestelijke inhoud van je bestaan.

Is er nu geen parallel te vinden tussen een gekozen mogelijkheid op aarde en mogelijkheden en belevingsnoodzaken die elders bestaan, dan breekt de zaak af. Het is dus mogelijk dat je iets doet dat voor jou op aarde belangrijk is, maar dat het geestelijk totaal geen invloed heeft. Ook het omgekeerde is mogelijk. Er zijn bepaalde dingen die voor ons noodzakelijk zijn vanuit een kosmisch standpunt. Ze liggen ergens in de hogere sferen van ons wezen verborgen. De mogelijkheden op aarde zijn beperkt. Nu kan het zijn dat de intentie om in die richting te kiezen, voor de geestelijke voertuigen gelijk is aan de beleving. En dat betekent een heel verwarde situatie. De mens die kosmisch bewust wil worden, die innerlijk wil groeien, wordt voortdurend geconfronteerd met de strijdigheden vanuit menselijk standpunt tussen zijn geestelijke en materiële wereld. Maar in feite beoordeelt hij ook zijn geestelijke noodzaken aan de hand van materiële normen. En daardoor zal hij niet in staat zijn te beseffen dat een intentie alléén vaak een beleving gelijkkomt. Hij voelt dit – materieel gezien – als onvervuld. Er blijft daardoor een zekere hapering, een hiaat, een honger en deze kan het dan onmogelijk maken dat verdere keuzen verkeerd gedaan worden.

Indien ik nu tracht die kosmische mens een beetje te oriënteren – ook t.a.v. de sferen – dan zijn er enkele kleine conclusies mogelijk:

Al datgene wat ik in de materie kan initiëren, maar door omstandigheden niet kan vervullen en dat in mijzelf weerklank wekte, behoort tot wat wij noemen vormkennende werelden. Er zijn dan dingen die wij in zomerland waarmaken, ofschoon wij ze op aarde niet kunnen waarmaken. Die zomerlandvervulling wordt voor de mens vaak weerspiegeld in bepaalde dromen en soms ook wel in belevingen van bovenzintuiglijke aard.

Hebben wij te maken met een gevoel van noodlot – ook dat komt weleens voor – dan is het over het algemeen een keuze die wij doen, zonder ons eraan te kunnen onttrekken, al zouden wij het willen. Er zijn wel andere mogelijkheden maar wij zijn a.h.w. verlamd, wij kunnen ons hieraan niet onttrekken. In dat geval is heel vaak de oorzaak gelegen in die niet vormkennende sferen en kan zelfs de hoogste sfeer, de hoogste entiteitsvorm, a.h.w. daarop inwerken. De kosmische mens vervult dus zichzelf wel op aarde, maar de mens op aarde heeft van de kosmische betekenis geen volledig inzicht.

Als wij daarmee bezig zijn, dan komt er een ogenblik waarbij wij ons afvragen: Hoe kan ik weten als mens of bepaalde noodlottigheden zoals ik ze beschouw, geestelijk zinvol zijn? Het antwoord daarop is heel eenvoudig. Wanneer ik weet dat ik – al zijn er andere mogelijkheden – mijzelf niet aan een bepaalde keuze onttrekken kan, dan mag ik aannemen dat hier ergens karmische invloeden werkzaam zijn. Is hierbij het hoogste deel van mijn ego betrokken, dan zal ik het gebeuren zelf voortdurend suppleren. Ik zie zoveel verschillende mogelijkheden, tijdens het gebeuren dat mijn keuze vooruitloopt op een materieel slagen. En de richting die daarin wordt aangegeven, is meestal bepalend voor de hogere invloed die in het ik werkzaam is.

Verder moeten wij ons realiseren dat de kosmische mens buiten ruimte en tijd bestaat. Dat betekent dat elke vervulling in ruimte en in tijd slechts de weerspiegeling kan zijn van iets dat wezenlijk is, dat bestaat. Nu zeggen wij het volgende:

“Het ego in zijn kosmische realiteit is omringd door een grote reeks van andere ego’s. De banden die met die ego’s bestaan, zijn onverbrekelijk; ze zullen altijd bestaan en ze zullen zich voortdurend als contacten in verschillende sferen en werelden blijven reflecteren, óók zelfs in de materie.” Hierbij maakt de mens weleens de fout om te denken dat een dergelijk contact tevoren vaststaat, bepaald is. Dat is niet het geval: Menselijk gezien zou ik hier willen spreken van een zeer grote geneigdheid. Dus niet van een werkelijke dwang of een onvermijdelijkheid.

Wanneer twee zielen elkaar ontmoet hebben en op een hoger niveau verbonden zijn, dan komen twee mensen op aarde. Deze mensen zouden misschien vrienden moeten worden of moeten samenwerken. Maar toevallig zit de één in bv. de pianomakerij en de ander doet aan autofabricage. Dan is de hoogste mogelijkheid voor die twee een zeker respect voor elkaar, een sympathie voor elkaar wanneer ze elkaar ontmoeten. De samenwerking, de vriendschap, de kameraadschap, de mogelijkheid die er lag wordt dan – materieel althans – niet verwezenlijkt. Ze blijft een mogelijkheid, maar dat wil niet zeggen dat het altijd zo blijft.

Zoals u weet heeft een mens meerdere levens. En het is heel goed mogelijk dat die twee overgaan en elkaar in een sfeer vinden. De kans is verder heel groot dat ze in een later stoffelijk bestaan of in een of andere incarnatievorm, die niet op de wereld plaatsvindt maar waarbij ze bv. rassengeesten ergens anders op een zich ontwikkelende planeet worden, wel tot die samenwerking komen. De eigenschap zal nooit dwingend zijn, maar ze is een neiging. Die neiging zal door omstandigheden al dan niet verwezenlijkt kunnen worden.

Dan is het duidelijk dat als je je de kosmische mens nog eens voorstelt uit die oude tekeningen dat die met het hoofd precies onder het driehoekje reikt. Dat driehoekje straalt en dat betekent dan God. Anders gezegd: God is eigenlijk het dichtstbij ons hoogste bewustzijn. Dat is inderdaad waar. Maar God in ons bewustzijn – en dat vergeten de meeste mensen – wordt gereflecteerd door de waarden die onze sfeer beheersen. In die oude plaat zie je de banen van de sfeer, maar je ziet gelijktijdig planeten.

Een planeet is een macht, die kleiner is dan de zon. Maar ze wordt als zelfstandig en beheersend op een bepaald niveau beschreven. Zo is het met ons ook. Wanneer wij God ontmoeten in onze werkelijkheid, dan betekent dat nog niet dat wij hem in alle sferen waar wij vertoeven, in alle werelden waarin wij bestaan, op dezelfde manier zullen kunnen kennen. Integendeel. Hij zal zich voor ons manifesteren als een beperkte kracht, een beperkte noodlotskracht zelfs vaak, of een kracht van dwingend gehalte althans, want dat is de godheid die onze omgeving beheerst. Het is maar een gedeeltelijke uiting van de werkelijkheid.

Wanneer wij als mens in onszelf naar God zoeken, dan komen wij op een gegeven ogenblik tot een beeld van God. Maar het is geen werkelijke godheid, het is een soort afgodsbeeld, gebaseerd op stoffelijke voorstellingen en normen. Dan kunnen wij zeggen: ik weet, dat dat niet juist is, dus die God bestaat niet. Dat is fout. Wij moeten zeggen: Deze God is slechts een deel van de werkelijkheid en eerst wanneer ik de redelijkheid, de materiële voorstelling kan laten varen, kan ik tot een hoger godsbegrip komen. Het is steeds dezelfde God, alleen: wij zien hem minder beperkt.

En dat is voor esoterie en voor innerlijke beschouwing erg belangrijk. Dat je in plaats van te zoeken naar een God die aan alle dingen beantwoordt, heel rustig kunt uitgaan van de God die jij op dit moment kent, de kracht die jij op dit moment God noemt en de voorstelling die je ervan hebt en deze aanvaardende dan je beredeneringen daaromtrent, je beschouwingen daaromtrent kunt laten rusten. Je weet het nu toch. Ga je dan verder met geloven, dan doorbreek je a.h.w. het beeld en ontstaat daarboven een vager, maar desalniettemin kracht hebbend en betekenis hebbend beeld dat misschien als je ook die grens doorbreekt, niets anders meer is als – zoals bij ons eens gezegd is – een flonkerende wolk met gouden spikkels. U begrijpt: God is geen wolk maar zo vaag, zo amorf en zo enorm vitaal. En wanneer je dat ontmoet, kun je er als mens niets meer mee doen. Dat betekent dat de innerlijke godserkenning vanuit de redelijkheid gaat, middels het geloof naar de geloofsvoorstelling en vanuit die geloofsvoorstelling verdergaande tot het vervagende, dat tenslotte het onzegbare wordt.

Op deze manier is ook de kosmische mens te begrijpen. Wanneer hij verder komt, wanneer hij meer zichzelf wordt, vervaagt hij ergens. Want zoals een godsvoorstelling vervaagt, zo vervaagt ook zijn redelijkheid, omdat het bovenredelijke ergens steeds meer invloed krijgt en steeds meer zeggenschap. Maar op het ogenblik dat je het wilt terugbrengen tot het menselijk‑redelijke, lukt het niet, dan heeft het geen inhoud.

Esoterische bewustwording betekent, vanuit dit standpunt, in zeker zin een vervaging. Geen verwijdering van de wereld, maar het komen tot begrippen, omtrent de wereld, die voor die wereld onaanvaardbaar zijn, die niet meer begrijpelijk zijn. En dan krijg je ook vanzelf weer het compromis. U kent misschien het verschijnsel ‘feedback’. (Het terugvoeren van een bepaald signaal) Het is iets dat vroeger werd, gebruikt o.m. bij triodekoppelingen in radiotoestellen en het wordt op het ogenblik nog wel in zeer gecompliceerde vorm gebruikt in superheads. “Feedback” betekent, dat er een signaal ontstaat en dat dit signaal weer wordt toegevoerd aan de oorspronkelijke bron, zodat het a.h.w. zich herhalend inwerkt op de rest. En wat wij nu hebben in de esoterie is precies hetzelfde.

Wij kunnen zeggen: We gaan met de geestelijke kracht naar boven toe. Maar zijn wij boven, dan wordt de gehele impuls teruggebogen en die gaat naar de aarde. Op de aarde kristalliseert ze zich in een beleving, een vorm, een probleem. En wanneer wij daar op aarde mee bezig zijn, dan komt er een ogenblik dat wij voor onszelf een aanvaarding, een oplossing, een inzicht hebben gekregen en dan stijgt het weer naar boven. En dan komt het boven en dan is het daar een nieuwe waarde. En vanuit het hogere ik wordt de nieuwe waarde opnieuw naar beneden geprojecteerd en krijgt wederom de vorm van een probleem.

Dat is misschien een verklaring voor de moeilijkheden die menigeen ervaart wanneer hij probeert de wereld van het bovenzinnelijke, het geestelijke, binnen te dringen. Je hebt dan het gevoel dat alles moeilijker wordt. Dat is niet waar. Het is geen kwestie van moeilijker worden. Het is doodgewoon een kwestie van het voortdurend verder werken met één en dezelfde waarde, maar op duizend verschillende manieren. En wij menen dat zo’n probleem materieel gezien opgelost is en nu komt het in een nieuwe vorm weer terug. Dan hebben we het gevoel dat die oplossing van nul en generlei waarde is. Integendeel. Het heeft ons a.h.w. gebracht tot een nieuw probleem.

En zo komen wij ook tot het begrip van een kosmische inwijding. Een kosmische inwijding heeft niets te maken met iemand, die een sleuteltje komt geven en zegt: U bent nu burger van de kosmos. Kosmische inwijding is eigenlijk niets anders dan die “feedback”. Het is een probleem waarvoor je probeert een oplossing te vinden. Als je denkt, dat je haar gevonden hebt, dan gaat zij naar het hogere ik toe. In het hogere ik wordt die werking a.h.w. gezien als functie van het geheel en keert weer versterkt terug. Op aarde is inmiddels het één en ander gebeurd. Je staat met hetzelfde probleem in een wat andere vorm en je moet het opnieuw oplossen.

Inwijding, zegt men, is een weg met enorm veel hindernissen. Dat is wel waar. Maar ik geloof dat je het toch een beetje anders moet zeggen. Het is een weg met één hindernis. Eén hindernis die zich op vele verschillende plaatsen en onder vele verschillende omstandigheden herhaalt. Misschien dat dat voor sommige mensen minder prettig is, omdat ze denken: Ik ben tot de zoveelste graad gevorderd. Maar de zoveelste graad betekent helemaal niet: ik ben zo hoog geworden. Het betekent alleen: ik heb zoveel fasen van mijn probleem opgelost en nu sta ik wéér voor dat probleem en ik moet het weer beter oplossen. Ik moet uit de tijdelijkheid, uit de ruimtelijke gebondenheden, het ruimteloze, het tijdloze in mijzelf kristalliseren. Pas wanneer de zaak voor mij helemaal kosmisch is geworden, ook het probleem zelf, iets wat ik niet meer in ruimte en tijd oplos, maar wat ik zie als een deel van mijn eigen ik-heid, dan ga ik misschien verder naar een volgend probleem. Maar dan heb ik eigenlijk alle inwijding, alle klassen al doorlopen. En wat ik nu doe is het beginnen aan een nieuw probleem, waarin ik diezelfde inwijding weer terugvind, maar op een ander niveau.

Dan lijkt het voor een mens weleens heel erg moeilijk om dit allemaal te begrijpen. Je zoekt verklaringen voor de dingen. Dat is heel menselijk. Denk maar aan het kleine kind. Dat zegt niet: Ik brand me aan de kachel, maar “de kachel heeft mij gebeten.” Iets dat redelijk onmogelijk is, maar dat vanuit het kind een juiste definitie is. Iemand die op aarde leeft, formuleert t.a.v. het kosmische eigenlijk net zo kinderlijk. Je zegt dus niet: Ik heb mij gestoten aan een goddelijke wet, maar: God straft mij. Dat is niet waar. Een kind beredeneert iets en wanneer het niet juist is, dan zegt het: Het probleem is oneerlijk. Dat is helemaal niet waar. Het probleem heeft een oplossing, maar het kind beschikt niet over de middelen om het probleem op te lossen. Zo zeggen wij als mensen heel vaak: Wanneer dit redelijk niet te omschrijven is en wanneer wij daar geen redelijke achtergronden voor kunnen vinden, dan is het toch onzin ons daarmee bezig te houden. Dan zegt men: Het probleem bestaat niet, maar het probleem is er wel degelijk. Alleen: wij moeten groeien voordat wij het kunnen oplossen.

En dit is misschien ook een verklaring, voor het schijnbaar onredelijke element dat in alles wat met de geest en bovennatuurlijke zaken te maken heeft, schijnt binnen te sluipen. Het is net of het niet bestaat. En wat ervan bestaat, daar weten wij als mens geen weg mee. Zodra wij als geest leven is het wat anders. Maar in feite zien wij de relatie niet juist. Het is niet zo, dat de wereld mij afwijst. Het is altijd dat ik de wereld op een bepaalde wijze afwijs. Ik doe het zelf.

Het is ook niet: God dwingt mij om ziek te zijn, maar: ik schep zelf de condities, waardoor ziekte voor mij mogelijk wordt. Ik ben er zelf mee verbonden. Niet prettig, want nu zou je veel ellende ineens moeten zien als iets dat je jezelf toch werkelijk op de hals hebt gehaald. Maar waarom we zouden wij nu wel aannemen, dat iemand die in de tocht gaat staan een verkoudheid oploopt? Dan zeggen wij: Dat is een logische samenhang. En niet aannemen dat iemand wiens geestelijke of mentale instelling onjuist is, daardoor verkeerd kiest en ook zo lichamelijk moeilijkheden voor zichzelf veroorzaakt. Het is maar een probleemstelling.

Omgekeerd is het ook heel vaak zo dat mensen zeggen: Ja, maar op aarde hoort dat zo. U weet precies hoe dat is. Als je op zondag niet naar de kerk gaat, ben je een grote zondaar, dan doe je iets dat niet mag. En dat kan menselijk gezien misschien waar zijn, maar wat is de geestelijke waarheid? De kosmische mens kan alleen kosmisch bestaan, wanneer de wisselwerking tussen de hoogste waarde en de materiele waarde aanwezig is. En daarbij wordt niet gevraagd of de buren het goedvinden dat je dan niet naar de kerk gaat. Er wordt van je gevraagd dat je een erkenning, een reactie op het bovennatuurlijke vindt. En of je die nu vindt in de kerk of in de kroeg dat is kosmisch gezien van geen enkele betekenis.

Zo zijn al je daden op aarde niet aan de hand van de normen van menselijke opvattingen, of zelfs – hoe brutaal het ook moge klinken – op basis van de 10 geboden of andere wetten, volledig te waarderen. We kunnen niet zeggen: Deze mens heeft iets gedaan dat volgens de 10 geboden niet mag, dus is hij slecht, dus zal het hem later slecht gaan. De vraag is: Hoe was zijn geestelijke impuls? Wat was zijn werkelijke probleem en in hoeverre is de oplossing die hij vindt voor zijn probleem iets dat tot zijn hoogste geestelijke waarde kan doordringen? Is dat het geval, dan is er kosmisch gezien niets aan de hand. Dan is de bewustwordingsgang ononderbroken en dan is zo iemand a.h.w. op het pad van inwijding, ook al lijkt hij in menselijke ogen slecht te zijn.

Het is misschien goed u eraan te herinneren dat heel veel van de mensen, die grote heiligen worden genoemd en zelfs grote profeten, op aarde ook niet allemaal zo braaf begonnen zijn. Zelfs Jezus. Die was ook niet zo’n leuke jongen. Hij liep rustig van zijn ouders weg en liet ze in de zorg zitten. Als hij zo bovennatuurlijk begaafd was, dan had hij kunnen weten dat zijn ouders bezorgd waren, maar hij bleef rustig praten tot ze hem kwamen weghalen. Boeddha was een grote wijze, maar ondertussen heeft hij ook veel rare dingen uitgespookt. Hij heeft geleefd in de weelde van vorsten en dat betekende heel wat meer dan men er over het algemeen over zeggen wil. Enkele van de beeldhouwwerkjes uit die streken kunnen u wat nader inlichten over de sfeer die ook in zijn leven een rol heeft gespeeld. En dan wordt hij niet ineens de ingewijde. Welnee, hij wordt fakir, tovenaar, priester, yogi en dan eindelijk vindt hij zichzelf.

Ik geloof dat je altijd meer begint met jezelf te zijn. Dat is kosmisch en ook esoterisch erg belangrijk. Door jezelf te zijn zoals je bent, schep je voor jezelf een antwoord op de inhoud van je kosmische wezen. En is het eerste antwoord gegeven, dan zal het keuzeprobleem, het mogelijkheidsprobleem zich herhalen. Zolang ik mij alleen houd aan de mogelijkheden die materieel bestaan of die ik alleen vanuit een bepaalde sfeer zie, dan kom ik niet verder. Want dan bereik ik de kern van mijn wezen niet en daarmede ook niet de kern van de kracht, waaruit ik besta.

Dan moeten wij de kosmische mens eens wat eenvoudiger voorstellen.

Alles van alle levens ligt in één punt. Zeg maar het hoofd van onze kosmische mens, het werkelijke bewustzijn, het superego. Dit leven, een ander leven en alles wat ertussen ligt, zijn in wezen één geheel. Dan is het ook helemaal niet nodig dat ik iets dat in dit leven niet gebeurd is, in dit leven zal doen. Het kan 20 levens verder ook nog gebeuren. Het is ook helemaal niet erg dat iets, waar ik hier druk mee bezig was, in dit leven wordt onderbroken Het zal in een volgend leven kunnen verdergaan. Ik ben niet gedwongen om alles in de juiste volgorde te doen.

De mens houdt erg van orde, maar hoe kun je orde brengen in iets dat tijdloos is? Wat ruimtelijk niet bepaald kan worden, kun je niet ordenen. Het werkelijke ik is niet te ordenen en de kosmische mens geeft dan ook wel verschijnselen van orde en ordening, maar hij is in wezen niet orde. Hij is het complex van bestaanswaarden, niet een reeks van bestaanswetten. Hij is het complex van ervaringen, noodzaken, mogelijkheden en contacten. Niet de verwezenlijking, stukje bij beetje, leven na leven. Je bént de dingen. Pas wanneer je ze bént kunnen ze waar worden.

Wanneer ik de voorgaande stelling accepteer, dan volgt hieruit: belevingen in tijd behoeven niet in chronologische volgorde plaats te vinden. Het is mogelijk eerst te leven in 2300, dan in 1600 en dan in 1900, want de verbinding met de vorm, het contact met de vorm is bepalend en in feite leef ik al die levens gelijktijdig. En dan is het ook helemaal niet zo belangrijk dat we beperkingen kennen en het is ook niet zo belangrijk dat wij vrijheden vinden. Het is belangrijk dat wij onszelf zijn en dat wij onszelf vinden. En in onszelf is het alleen maar belangrijk dat wij ergens de schijn van redelijkheid en rede doorbreken én dat wij beantwoorden aan datgene dat voor ons innerlijk waar is.

Wanneer ik voel: dit is voor mij noodzakelijk, dan kan iedereen zeggen dat je dwaas bent, dan kun je er desnoods spijt van hebben, maar dan moet dat zijn. En als je die mogelijkheid dan kiest uit vele mogelijkheden, dan heb je daar dat bewuste contact tussen het hoger ik en het lager ik.

Er is nog iets: Elke wereld en elke sfeer kent een heerser. Elke heerser kent zijn eigen wetten. Nu zou je denken dat je door die wet in die sfeer bepaald bent, maar dat is niet zo. De sfeer bepaalt mijn mogelijkheden voor zover het mijn milieu betreft.

Het is dus de reeks van mogelijkheden en hun inhoud; mijn keuzemogelijkheid blijft vrij en geheel aan mijzelf gewijd. En op het ogenblik dat ik de keuze, die de heerser mij geeft, doorbreek door een nieuwe mogelijkheid te beseffen die niet in het milieu ligt, zal ik, vanaf dat ogenblik ressorteren onder de hogere sfeer, waarin die mogelijkheid wel bestaat. Het is mogelijk op aarde te leven en toch te gehoorzamen aan de wetten en regels en te kiezen uit de mogelijkheden van b.v. een sfeer van licht en kleur.

Weet u wat dat impliceert Dat de mensen wel gelijktijdig op aarde leven, elkaar kennen, maar dat ze desondanks niet in dezelfde wereld leven, omdat hun mogelijkheden en hun erkenningen en daarmee ook de impulsen die ze uit het ik krijgen, op een heel ander niveau liggen.

U bent kosmisch. De kosmische mens is uw werkelijkheid. Alle beperkingen, die op uw eigen wereld bestaan, zijn bijkomstigheden. In die kosmische mens zijn materiële feiten niet belangrijk, maar wel de keuze uit erkende mogelijkheden, inzicht, bestreving. Dit geldt dus ook voor u op uw wereld. Voor de kosmische mens geldt dat het totaal van mogelijkheden gelijktijdig bestaat. Voor u als mens is het evenzeer zo, maar u kunt ze niet gelijktijdig realiseren. Daarom zult u heel vaak dingen beleven die u in feite zelf gekozen hebt terwijl u gelijktijdig zegt: Dit heb ik niet gewild.

U bent kosmisch, niet alleen maar menselijk. Dat betekent dat u beantwoordt aan allerlei wetten en mogelijkheden en het enige in uw leven dat belangrijk is, is datgene dat tot de kern van uw wezen, uw Hoogste persoonlijkheid gaat en van daaruit in de wereld komt en vanuit die wereld weer teruggaat naar die hogere persoonlijkheid. Als u zich dit realiseert, dan zal veel van wat nu in uw leven misschien moeilijk of ondraaglijk of enorm problematisch lijkt, zijn belang verliezen. En u zult uw innerlijk en het spreken van uw innerlijk op een andere manier gaan vertalen. Niet meer als de dwaasheid van een mens of geregeerd worden door je onderbewustzijn alleen, maar gewoon als een impuls die ik ergens in deze wereld moet toetsen, opdat ik in mijzelf een antwoord kan geven op de werkelijkheid zoals die eeuwig buiten ruimte en tijd in mij leeft.

Ik geloof dat deze wetenschap u kan helpen om uw innerlijk ik beter te begrijpen. Om uw gedrag, ja zelfs uw lot in de wereld gemakkelijker te overzien en te aanvaarden. Ik weet dat u dit niet allemaal onmiddellijk kunt verwerken en waarmaken. Dat is niet zo belangrijk. Wanneer u enig begrip hebt voor hetgeen ik hier gezegd heb, dan zal het u steeds weer helpen om bij materiële ontwikkelingen die u niet begrijpt, bij innerlijke belevingen, waar u geen naam voor hebt, de zaak te aanvaarden en door die aanvaarding de impulsen terug te krijgen, waarbij het probleem in een nieuwe vorm en meestal gemakkelijker te overzien, terugkeert. Je kunt jezelf niet bevrijden van alle problemen maar je kunt wel degelijk een punt bereiken waarbij het probleem door zijn voortdurend wisselende vorm op den duur beheersbaar en kenbaar wordt:

En vergeet niet dat de “feedback” niet alleen betekent dat het probleem terugkeert, want met het probleem keert ook de kracht van de persoonlijkheid terug tot de tijdelijke vorm, die mens heet. En zo zult u vanuit uzelf steeds méér kunnen bereiken, kunnen beseffen en méér uw waarheid kunnen leven. Ik geloof dat dit een heel belangrijk punt is.

Wij zullen in een volgend verenigingsjaar ongetwijfeld doorgaan met allerlei beschouwingen en wij zullen daar waarschijnlijk ook verschillende gastsprekers bij ontmoeten. Maar wij zullen altijd weer moeten terugkeren, direct of geïmpliceerd, naar deze kosmische waarde, deze kosmische mens. Geen mooi woord en geen emotie kan in de plaats treden van de werkelijkheid die wij zijn buiten ruimte en tijd. En daarom dacht ik dat het voor dit jaar – voor zover het mij betreft – een goed slot was.

De gastspreker van vanavond behoort tot de Orde. Ik wil niet zeggen dat hij één van de betere sprekers is, maar wel één van de hogere sprekers van de Orde. En ik hoop dat u ook in zijn betoog iets zult vinden dat voor u belangrijk is, opdat u voor een beter besef van uw eigen wezen en waarheid kunt verdergaan in het leven de vreugde te vinden die kosmisch reeds de uwe is en uitdrukking geeft aan de verbondenheden die kosmisch bestaan en die u in deze wereld nog steeds niet juist kunt omschrijven of beseffen.

De gastspreker

Er zijn in ons geestelijk werk altijd weer ogenblikken, waarin wij ons afvragen: Kiezen wij wel juist? Zoals een mens voor een keuze komt te staan, zo zal dit ook regelmatig voor ons het geval zijn, die op onze wijze trachten iets bij te dragen aan de mogelijke bewustwording van de mens en de geest.

Er zijn kosmische krachten en invloeden aan het werk, die van een zo grote intensiteit zijn dat wij weten deze dingen niet te kunnen bestrijden, daar eigenlijk niet mee te mogen spelen. Dan komt er een ogenblik, dat je overlegt met anderen, grote broederschappen en genootschappen, wat de juiste weg is. En soms is die weer er één, waarop geweld niet geschuwd mag worden. En dan spreekt ergens in ons weer dat oude gevoel van de verdraagzaamheid en vragen wij ons af of het juist is, om hierin met de meerderheid mee te gaan. Zou het niet juister zijn te proberen een mens vrede te brengen? Wij hebben daarover lange tijd steeds weer nagedacht en zover dat binnen een groep van verdraagzamen denkbaar is, zelfs woorden gewisseld. De eindconclusies zou ik u vanavond graag willen voorleggen, omdat zij tevens een inzicht geven in de psychische ontwikkeling van de mens en de wijze, waarop wij vanuit de geest deze leren beseffen en trachten te overzien.

Strijd blijkt voor de doorsneemens onvermijdelijk. Wanneer wij de mens de strijd met de elementen, de strijd met grotere groepen afnemen, zo blijkt hij op een meer persoonlijke wijze tot gewelddadigheid te willen overgaan. En het is altijd nog beter, dat geweld in bepaalde en zoveel mogelijk beperkte massaliteit voorkomt, dan dat een mens op zuiver persoonlijke basis tot geweld komt, daar deze zaken voor hem over het algemeen een rechtvaardiging nodig hebben. En een mens die het geweld dat hij pleegt, voor zichzelf rechtvaardigt, wordt daardoor voor zoveel verschijnselen in de wereld blind, dat hij niet meer in staat is later terug te keren tot een meer normale visie op een wereld, die voor hem dan voor een kort ogenblik weer vredig is geworden.

Wij zien dat de mensen in deze tijd streven naar een nieuwe vrij-wording ook in geestelijk opzicht, dat zij zoeken naar een nieuwe modaliteit van leven. Dit zoeken op zichzelf is echter niet denkbaar zonder conflict. Het is juist het conflict, waarin de vele denkwijzen en gevoelens een concretere vorm moeten aannemen. Het is juist in deze vele problemen en verschillen die de wereld van vandaag soms teisteren dat de mens zichzelf moet hervinden.

Wanneer wij tot de conclusie komen dat stamverwantschap in bepaalde delen van de wereld zo belangrijk is. Dat juist daardoor geen respect voor de ander, geen werkelijke aanvaarding van de ander mogelijk is. Zo zijn wij geneigd – ondanks onze verdraagzaamheid – toe te geven dat deze mensen dan in strijd elkaar moeten meten en desnoods vernietigen, want eerst hierdoor zal de saamhorigheid van deze groepen langzaam doorbroken worden. Wanneer wij zien dat een gemeenschap uit verdeeldheden is opgebouwd, zo voelen wij dat in deze nieuwe tijd het conflict nodig is, omdat een vaste ordening, een vaste rangorde en indeling van de maatschappij bijna ondenkbaar is.

Ik zie de mens ongeveer als volgt: de mens leeft. Dit leven impliceert voor hem contact met anderen, daarnaast zelfhandhaving en zo mogelijk het willen van een zekere superioriteit. Hij wordt hierbij ongetwijfeld beïnvloed door hetgeen hij op aarde heeft geleerd en daarnaast en vaak in zéér grote mate door datgene, wat in vorige levens gebeurd is, zowel als door datgene, wat men geestelijk ervaren heeft of mogelijk zelfs tijdens het aardse bestaan nog ervaart.

Deze mens zal in zijn hersendenken ongetwijfeld trachten tot een zekere orde en een zekere indeling van het bestaan te komen. Nu is deze indeling van het bestaan geestelijk niet aanvaardbaar en dit betekent reeds innerlijk bij de mens conflict. Wanneer wij echter in de buitenwereld de indeling steeds onzekerder maken, de schijnbaar vaste waarden en maatstaven, waarop die mens leerde te vertrouwen, voortdurend meer variabiliteit geven, dan vloeit daaruit alleen reeds voort dat hij ook in zijn eigen denken en gedrag flexibeler moet worden.

Ik zie de mens als een wezen dat over het algemeen gesproken althans, te weinig plooibaarheid bezit. Men zal zeer veel dingen kunnen aanvaarden, verwezenlijken en verwerken; er komen echter punten, waarop het ik “neen” zegt. En zolang dit uit het werkelijke ik komt, is daartegen geen bezwaar. Maar in zeer veel gevallen komt dit voort uit een scholing. Komt het voort uit een rationalisatie, uit het zich vasthouden aan waarden, die in feite geestelijk zonder betekenis zijn. Dan kun je niets anders doen dan die waarden voortdurend in gevaar brengen, ook wanneer de mens zal strijden om die waarden te kunnen handhaven. Dan moet je proberen om a.h.w. vooruit te lopen op al datgene dat kosmisch mogelijk wordt en de mens reeds nu te confronteren (ik zou haast zeggen in homeopathische dosis) met de werkingen en invloeden die hij zo dadelijk in volle felheid zal moeten doorstaan.

Een mens kan door enkele malen het pseudo-gevaar te doorstaan, het werkelijke gevaar later veel gemakkelijker aan. Hier blijkt een vreemde reactie in het menselijk denken een rol te spelen. Men vraagt zich niet af: Heb ik dit gevaar doorstaan, terwijl het niet echt is? Men erkent de situatie en daarom weet ik, hoe ik mij kan gedragen.

Dit betekent dat vele kleine conflicten, de mens zullen voorbereiden op een houding die hij tijdens een groter conflict moet aannemen. Het betekent dat een reeks van kleinere rampen en gebeurtenissen gebruikt kan worden om de mens te gewennen aan de reactie, die bij een grote ramp noodzakelijk is, aanvaardbare is.

De wereld zweeft voortdurend op de rand van de vernietiging. Er zijn altijd weer betrekkelijk geringe invloeden, die de meest enorme en meest verschrikkelijke gevolgen kunnen hebben. U behoeft niet bang te zijn dat uw wereld binnen afzienbare tijd zal eindigen; dat de mensheid zichzelf zal uitroeien. Maar die mogelijkheid een dergelijke ontwikkeling te voorkomen, moet nu geschapen worden.

In ons gehele ontwerp van werkzaamheden – overigens lopend van Wessac tot Wessac en niet zoals bij u, van september tot september – zijn wij tot de conclusie gekomen dat in de eerste plaats in de komende tijd voorlichting gegeven moet worden omtrent de mens zelf. Dat wij daarnaast moeten trachten die mens te prepareren op gebeurtenissen en vaak door hem te wijzen op, op zichzelf niet eens opvallende gebeurtenissen en verschijnselen die hem zullen kunnen voorbereiden op grotere en meer omvattende ontwikkelingen, die later onvermijdelijk zijn.

Ons werk betekende voor ons ook de noodzaak een zekere uitbreiding te zoeken. De Orde heeft behoefte aan méér sprekers, de Orde heeft behoefte aan méér werkers die bij de overgang de mens terzijde kunnen staan. Daarnaast zal een vergrote invloed moeten worden uitgeoefend op bepaalde schemersferen, om een versnelde bewustwording voor degenen, die daar vertoeven, mogelijk te maken. Het betekent voor ons dat wij aan het reorganiseren zijn geslagen. Van die reorganisatie zult u in verhouding weinig merken.

Er zullen ogenblikken zijn dat sprekers die u niet verwacht had, plotseling optreden i.p.v. gewende figuren. Er zullen ogenblikken zijn dat u krachten ervaart die u wat wonderlijk aandoen. Of plotseling een sfeer of invloed rond u gevoelt, die u zeker op een dergelijke bijeenkomst of een dergelijk ogenblik niet verwacht zou hebben.

Maar ons hoofddoel is en blijft: het bevorderen van de bewustwording van de mensheid als geheel met daarnaast het steeds sterker beïnvloeden van individuen, die daarvoor vatbaar zijn. Wij hebben echter om bepaalde redenen besloten een deel van de taak, die men ons in de Witte Broederschap had toegedacht, over te dragen aan anderen. Hier zijn taken met een zodanig gevaar voor overmatig geweld aan verbonden dat wij gezien onze instelling en denkwijze, ons daar eenvoudig niet aan durven wagen. Wij zouden dergelijke taak niet kunnen vervullen, omdat ze niet past bij dat wat wij zijn.

Het betekent ook dat sommige van die taken gevarieerd en veranderd zullen worden. Ik weet dat andere groepen deze niet op de wijze, waarop ons toegedacht, zullen kunnen volvoeren. Maar het is zeer belangrijk – ook voor de geest – dat zij tracht trouw te blijven aan zichzelf. En dit is ook voor u belangrijk. U leeft op uw wereld en de waarden en omstandigheden rond u veranderen steeds. Wat op het ene ogenblik bereikt lijkt, is het volgende ogenblik onnoemelijk ver weg. Datgene wat vandaag waardevol is, is morgen nutteloos. Met deze veranderingen zult u moeten leven en ook u zult in de komende tijd een keuze moeten doen voor datgene wat u zelf op deze wereld nog wilt en kunt zijn.

Gezien de esoterische behoefte, de behoefte tot zelferkenning en innerlijke ontwikkeling die wij in een groep als deze toch mogen veronderstellen, zal ik u enkele punten voorleggen:

  1. Bedenk dat u uw taak in een nabije toekomst waarschijnlijk zult moeten beperken; vraag u af welke taak u het belangrijkste vindt.
  2. Niet iedereen heeft de mogelijkheid de wereld materieel te beïnvloeden, maar iedereen heeft de mogelijkheid zijn innerlijke krachten op te wekken en met deze krachten en innerlijke erkenningen een zekere harmonie in de wereld uit te stralen. Ga na of u dit wilt doen, zo ja, hoe.
  3. Juist de voortdurende verandering van uiterlijke maatstaven en waarden kan zeer bedrieglijk zijn, wanneer men zoekt naar erkenning van het ware ‘ik’. Tracht uw beeld van het ware ik niet te baseren op uw betekenis voor anderen en in de wereld, maar slechts op uw gevoelens van harmonie en disharmonie, zoals u die t.a.v. de wereld kent.
  4. Bij velen zullen in de komende tijd oude herinneringen rijzen en deze herinneringen zullen in vele gevallen met zelfverwijt, schuldbesef e.d. gepaard gaan. Wie van daaruit tracht zijn ware ik te benaderen, bedriegt zichzelf. Ga altijd uit van het standpunt dat het verleden is vastgelegd. Voor u als mens is dit zo lang u als mens leeft waar. Het verleden kan niet veranderd worden. Het te betreuren is dwaasheid. Realisatie van consequenties, zowel voor uzelf als voor anderen, heeft alleen zin wanneer men daaraan nu en op dit moment wijzigingen kan toevoegen. Wijzig die gevolgen, die binnen uw beheersing vallen. Tracht niet het verleden te veranderen door het heden te beheersen. Dat is u onmogelijk.

Deze punten maken u misschien reeds duidelijk, wat ik met mijn betoog hier in wezen beoog. Elke dag zult u nieuwe taken, nieuwe mogelijkheden vinden. Elke dag weer zult u ontdekken dat u in de bepaalde ondernemingen, door krachten die u niet kunt zien, geholpen en gesteund wordt. Terwijl in andere gevallen elke hulp afwezig blijft ondanks roepen, smeken of bidden.

Wijdt u aan die dingen, die bevorderd worden, want dit is de tijd, waarin vanuit de geest wordt gegeven wat te geven is; juist in verband met de gewenning, waarover ik u gesproken heb, juist in verband met komende ontwikkelingen en noodzaken. Wat u vandaag tot stand brengt in die richting en die zin, is voor u en anderen niet slechts belangrijk, maar vormt zelfs een onmisbare schakel voor uw verdere geestelijke ontplooiing. Wat materieel gebeurt is niet zo belangrijk als de mens schijnt te denken. Wat geestelijk gebeurt heeft een blijvender betekenis en is daardoor ook van veel groter belang.

Richt u niet in de eerste plaats op het stoffelijk gebeuren. Tracht eerder begrip op te brengen voor de geestelijke veranderingen en ontwikkelingen. Een mens, die een medemens begrijpt, is een grote stap voorwaarts in zijn geestelijke ontwikkeling en ontplooiing. Een mens, die een medemens slechts dirigeert of beheerst, verliest over het algemeen zijn inzicht, ook in zichzelf.

En dan is het misschien het ogenblik om kort vooruit te lopen op datgene, wat wij volgens belofte in de komende tijd – óók op een vrijdagavond – zullen vermelden. Uiteraard geef ik u slechts die gegevens, waarvan ik aanneem dat ze zeer summier elders zullen worden besproken.

Op dit ogenblik is de geestelijke werking en vlucht over de wereld van grote entiteiten – u is daarover reeds eerder voorgelicht – als b.v. Jezus, de verschillende Boeddha’s, Mohammed en anderen, toegenomen. Zij zijn op dit ogenblik bezig om een nieuw denken in deze wereld vast te leggen. De kern daarvan zijn de leringen van de wereldleraar. Deze zal als auteur voorlopig – naar ik meen – niet genoemd worden. Wij kunnen op grond van het ingrijpen van dergelijke hoge krachten, plus de te verwachten zeer verwarde en voor de mensen bijna noodlottige tendensen vanuit de kosmos aannemen dat vele wonderlijke ontwikkelingen en verschijnselen hiervan het gevolg zullen zijn. Verwonder u hierover niet, maar tracht hiermee harmonische te zijn. 0p deze wijze bereikt u n.l. een eenheid met de hoge en grote geestelijke krachten, die in deze wereld aan de bewustwording van de mensheid werken. Dit lijkt mij belangrijker dan inzicht en harmonie in de geestelijke groeperingen, die trachten het menselijk gebeuren te reguleren. Er is een reeks van natuurkrachten op dit ogenblik met elkaar in verbinding gebracht en van een samenwerking van elementen in de komende tijd moet worden gesproken. Deze samenwerkende elementen zijn, zoals alle natuurkrachten en daarmee verwante entiteiten, geneigd om overal waar harmonie is, zelf volledig harmonisch op te treden. Daar, waar disharmonie of verwerping is, blijken zij echter een zekere vijandigheid niet te ontberen. Deze krachten zullen op aarde natuurlijk heel veel dingen tot stand brengen, waarvan de mens zich afvraagt of dit nu wel nodig is. Ik denk aan aardbevingen, aardverschuivingen, overstromingen, stormen, onweer en al wat daarbij behoort. Maar wanneer u weet dat harmonie met de natuur, de mogelijkheid geeft om ook deze krachten aan te voelen en te begrijpen, kunt u misschien trachten met natuurverschijnselen – ook wanneer ze schrikwekkend lijken te zijn – verbonden te voelen, de schoonheid daarvan aan te voelen, i.p.v. het gevaar. Wanneer u dit doet, zult u ontdekken, dat de natuur u ten dienste zal zijn. Want deze samengebundelde natuurkrachten en natuurgeesten zoeken in wezen naar harmonie met de mensheid. Ze zullen een harmonische ontmoeting met de mensheid niet uit de weg gaan, maar daarop met een volledige vriendschappelijkheid en een bescherming zelfs, reageren. Deze natuur is er voor u. U bent niet het doelloos slachtoffer ervan, wanneer u er harmonisch mee bent.

Dan is wel heel duidelijk gebleken dat een grote reeks van ontdekkingen in de nabije toekomst noodzakelijk is. Maar een groot gedeelte van deze ontdekkingen kan alleen worden bevorderd en gedaan door de mensheid in eigen belang hiertoe te stimuleren. Het betekent dat vele ontdekkingen die uiteindelijk zeer goed en dienstig voor de gehele mensheid zullen zijn, in de eerste plaats gewelddadig zullen worden gebruikt. Wees niet te bang, wanneer men u spreekt over nieuwe wapens en verschrikkelijke ontdekkingen. Want in een andere vorm zijn ze een grote zegen voor de gehele mensheid, die op dit moment nog streven moet naar nieuw evenwicht.

Door harmonisch te zijn, ook t.a.v. dergelijke dingen, zult u harmonie vinden met de kosmische krachten, die de ontdekkingen mogelijk maken, zowel als met de geestelijke groeperingen, die trachten deze ontdekkingen op het juiste moment en op de juiste wijze verder te inspireren. Het betekent, dat ook u in uw bewustzijn deel kunt hebben aan deze processen en dat u daarnaast hierdoor uzelf beter kunt waarderen, begrijpen en beoordelen i.v.m. die wereld.

Strijd tussen mensen is onvermijdelijk. Ik heb het u gezegd. Maar strijd die haat tevoorschijn roept, brengt daarbij een volledige disharmonie met alle dingen tot stand. Ook wanneer u in strijd of strijdgewoel gemengd wordt, tracht zo harmonisch mogelijk te zijn met het gebeuren, zonder haat en zonder onzekerheid. Neem geen deel aan strijd, hoe dan ook, tenzij dit onvermijdelijk is. Wanneer ze plaatsvindt, tracht goede gedachten te geven aan allen, die als slachtoffer van zo’n strijd vallen. Tracht stoffelijk en geestelijk kracht te geven aan allen die onder het gewicht van die strijd dreigen te bezwijken.

Grote aantallen mensen zullen in de komende 5 à 6 jaren overgaan. Deze aantallen zullen aanmerkelijk hoger ligger dan de gemiddelde norm.

Een mens die uit de wereld weggaat in angst, in haat of in armoede, met een gevoel van verworpenheid, heeft het geestelijk erg zwaar. Het kan lange tijd duren voor hij middels helpers tot een aanvaarden van en besef van het licht is gebracht. Indien u hoort dat er grote rampen zijn, beklaag de doden niet, maar zendt hen een ogenblik uw gedachten van licht. Tracht hen duidelijk te maken voor het korte ogenblik dat u hen uw aandacht wijdt: er is licht en er is vreugde. De dood is het einde van uw ellende en het begin van een nieuwe mogelijkheid.

Misschien vindt u dat ik duidelijker zou moeten ingaan op al datgene wat op deze aarde gebeurt. Dit zal echter elders en door daarvoor geschikte entiteiten ongetwijfeld gebeuren. Wat ik tracht u duidelijk te maken is het aandeel dat u daarin zelf hebt. U kunt in deze tijd harmonie met de geest, met krachten van de natuur en zelfs een steeds bewustere en verdergaande verbondenheid met uw hoger ik bereiken. Want in deze dagen van enorme kosmische krachten, uitbarstingen van geestelijke kracht ook, die de wereld beroeren, kunt u door harmonisch te zijn, doordringen in gebieden, die normalerwijze voor de mens gesloten bleven.

Indien u bereid bent in uzelf deze ontdekkingen en erkenningen voortvloeiend uit de harmonie te aanvaarden, dan zult u niet alleen uzelf beter kennen maar u bewust worden van de krachten die in u schuilen. Dan zult u – en dat is eveneens belangrijk – uw vaak toch wel zeer materiële en persoonlijke motiveringen in vele opzichten kunnen vervangen door meer kosmische en daardoor in overeenstemming met de krachten, die inwerken, eigen streven en werken op aarde richten.

Wij voorzien een tijd van grote mogelijkheden, óók op esoterisch terrein. U bent vaak veel dichter bij de ontsluiering van uw werkelijk ik dan u beseft. De krachten rond u maken het mogelijk de gordijnen eigenwaan, muren van zelfbedrog te slechten, te doorbreken. Wanneer de mogelijkheid u geboden wordt, gebruikt die dan; want wij allen, mens en geest, zijn een deel van een goddelijke werkelijkheid, wier totaliteit zich voortdurend in ons openbaart. En het is in deze openbaring van de kosmische eenheid, waartoe wij behoren dat wij onszelf zullen vinden en onze juiste wegen op aarde kunnen bepalen. Dan zal het onverwachte en ondenkbare gebeuren, wanneer wij belet worden onze schreden in de juiste richting te voeren. Dan zullen de openbaringen ons toekomen op duizend wijzen, wanneer wij niet in staat zijn formuleringen te vinden voor hetgeen wij innerlijk ervaren.

Wij allen staan voor het crisispunt van een nieuwe inwijding, van een hogere ontwikkeling Vergeet wat u bereikt hebt en wacht op de nieuwe mogelijkheid tot bereiken. Want wat u bent wordt in deze kosmische woelkracht, deze zuigende kolk van eeuwigheden, die op de aarde afstormen, onbelangrijk. Maar dat, wat u in uzelf vindt in harmonie met die grote krachten, is bepalend voor wat u zult zijn op aarde en in de sferen.

Vergeef mij, dat ik u grotendeels met vermaan ben lastiggevallen. U zult, zo goed als wij hebben gedaan, uw ziel moeten onderzoeken en u moeten afvragen: Wat mag ik, wat kan ik, gezien mijn wezen in deze tijd doen? Wat kan en mag ik als mijn taak aanvaarden? Ik hoop dat u zich deze vragen zult stellen wanneer de keuzenoodzaak voor u rijst. Ik hoop echter ook dat u, zoals wij trachten te doen, zult willen kiezen voor al wat met en in u harmonisch is en vanuit deze harmonie zult willen meewerken tot het bereiken van de harmonische erkenning van de waarheid in alle tijd, ruimte en bestaan, zodat wij het tijdloze zijn volledige uiting kunnen geven in al wat tijd heet.