De krachten der sterren

image_pdf

3 januari 1966

Aan het begin van deze avond wil ik u er allereerst op wijzen dat we niet alwetend of onfeilbaar zijn. Ik kan direct overgaan tot ons onderwerp: De krachten der sterren.

Ik wil mijn inleiding graag splitsen in enkele delen. Ik zou allereerst willen wijzen op de feitelijke invloed die de sterren hebben, en trachten de reden daarvan ongeveer te verklaren. Daarna zou ik over willen gaan tot een gedeelte dat wat meer op spiritueel vlak ligt. Daarbij wil ik nog opmerken, dat ik in mijn inleiding althans niet direct de astrologie wil behandelen. u kunt dit in het tweede gedeelte eventueel ter sprake brengen door uw eigen vraagstelling.

Wanneer wij de aarde bezien, dan zal de mens de gewoonte hebben om die aarde als een onafhankelijk wezen te beschouwen. Een wereld in eigen recht en grootheid. Zij is dit echter niet. De aarde staat in een zeer bepaalde relatie tot de zon en zoals de aarde door een soort onzichtbare draad, een soort veld, gebonden is aan de zon, zo is dit ook het geval met alle andere planeten.

Wij kunnen dus a priori stellen: De zon emaneert een veld of een kracht van een bepaalde grootorde waarin ten minste alle, zich rond haar planetair bewegende hemellichamen, gebonden zijn en welk veld zich zal kunnen wijzigen in overeenstemming met de placering van de planetaire lichamen in dit veld. Dat is een hele mond vol. Maar als u nu de zaak eenvoudiger wilt bekijken, dan stelt u zich gewoon voor een magnetisch veld of – wat mij betreft – de warreling van water dat vanuit het midden in een teil of tobbe aan het golven wordt gebracht. Breng ik daarin nu een voorwerp dat zich in een bepaalde richting en een bepaald tempo beweegt, dan zullen wij in die tobbe zien, dat het patroon van de golven verandert. Breng ik er twee in, dan ontstaan reflexgolven, d.w.z. dat het ene voorwerp onder omstandigheden in golven komt die van het tweede voorwerp zijn weerkaatst.

We hebben een aantal planeten en laten we daarbij massa’s van alle grootorden in aanmerking nemen, dan spreken we van twaalf. Er zijn dus twaalf planeten rond de zon. Elke wijze waarop zij ten opzichte van elkaar geplaatst staan, betekent een afwijking voor elk van hen van het normale rechtlijnige veld, de rechtlijnige kracht van de zon.

Dan kan worden gesteld dat de krachten, de levenskracht, de energie, de straling die van de zon uitgaat, zal variëren voor elke planeet in overeenstemming met de plaats die zij heeft temidden van het geheel der planeten. Daarmee zijn we gekomen aan iets dat indirect toch wel ook in de astrologie naar voren treedt, nl. dat bepaalde placeringen van planeten ten opzichte van elkander, bepaalde effecten kunnen veroorzaken. Een eenvoudig beeld kunnen wij vinden in moderne landbouwkundige proeven.

Men heeft een radiërend, een stralend element aangebracht op een hoogte boven een graanveld van 2 meter. Men heeft vervolgens graan gezaaid, op dezelfde wijze verzorgd en men zag, dat waar de straling het sterkste was, een verdorring optrad. Daar achter kwam een reeks van misvormde, vaak ook overtrokken delen van het gewas waarbij de vruchtbaarheid zeer klein was; daar achter een reeks meer vruchtdragend dan normaal en vruchtbare planten en daar achter kregen we weer een reeks minder dan normaal producerende planten en daar achter zagen we een cirkel die weer volledig normaal was. Bij die stralingsintensiteit die ze gebruikten, was de totale invloed ongeveer 17 M. Dat zegt niets, want de kracht van de bron is hier natuurlijk bepalend.

Wanneer ik nu eens zeg, dat de aarde een soort gewas is en dat door invloed van de sterren de intensiteit van die energie en straling van de zon voor de aarde bijzonder kenbaar en voelbaar wordt, dan krijgen wij een jaar waarin bv. de graanoogst slecht zal zijn, waarin bij de mensen bepaalde functies bijzonder worden gestimuleerd, andere worden afgeremd. Dat is een zuiver materieel proces. Maar dit proces is – tot op zekere hoogte – berekenbaar. Nu weet ik dat de wetenschap hier nog niet aan toe is. Dat is begrijpelijk, want de wetenschap zal eerst de geaardheid van de zwaartekracht en de aard van het magnetisch veld, het aardmagnetisch veld, moeten erkennen voordat zij zal begrijpen in hoeverre partikelstralingen e.d. hier vervormende invloeden kunnen uitoefenen en in hoeverre ook levensprocessen daarvan afhankelijk zijn.

Ik hoop althans aannemelijk te hebben gemaakt, dat ook op grond van zuiver natuurkundige, zuiver stoffelijke invloeden, mag worden gesteld, dat de planeten invloed hebben door hun plaatsing ten opzichte van elkaar op datgene dat zich op aarde afspeelt en eventueel zelfs op de verhoudingen, die op een gegeven ogenblik op de zon zelf zullen optreden, aangezien ook een reflex naar de zon ontstaat en mogelijk is. Daarmee zijn we nog niet aan de sterren toe.

Nu ga ik iets poneren dat niet helemaal wetenschappelijk bekend is, maar waarvan u toch wel veel fragmenten kunt terug vinden. En dan zeg ik: Elke ster is een wezen dat een deel van zijn wezen, een deel van zijn massa in de vorm van emissies van verschillende hardheid de ruimte in slingert, dat is bekend.

Ik zeg daarbij verder, wij kennen daarbij normale stralingen, alfa, bèta, gamma enz. Maar er bestaan ook stralingen die een praktisch niet materieel karakter hebben. Ofschoon zij geen licht zijn. Deze stralingen kunnen reizen met een snelheid groter dan die van het licht. Zij zijn in zekere zin vierdimensionaal te noemen, zij verplaatsen zich met een snelheid die tot het tienduizendvoudige kan komen (om tot een gemiddelde te nemen) van de lichtsnelheid. Dat betekent dat een uitbarsting op een zon, waarbij deze straling in het bijzonder wordt gegenereerd, binnen in verhouding zeer korte tijd de zon zal bereiken.

En nu geldt verder: Deze vorm van straling of beter gezegd gerichte krachtenoverdracht (want daar komt het op neer), beïnvloedt de periodiciteit van de verschijnselen op zon zelf. Op deze wijze kan een ster uit de ruimte wederom op zuiver materiële basis de verhoudingen in het zonnestelsel beïnvloeden. Daarvoor komen in de eerste plaats natuurlijk in aanmerking, sterren die op een betrekkelijk korte afstand staan.

Laten we het globaal nemen tot vijfhonderd lichtjaar. Daarnaast sterrenmassa’s die een gezamenlijk levensritme hebben, d.w.z. meerdere sterren bij elkaar staan zó dicht, dat een onderlinge beïnvloeding optreedt, als wij besproken hebben nu, planeten-zon; dan kan worden gezegd dat de afstand kan bedragen tot ongeveer vijfduizend lichtjaren en dat die invloed dan de zon beroeren kan. Op grond hiervan moet worden aangenomen, dat niet alleen door plaatselijke oriëntatie, maar ook door straling, sterren op het verloop van levensprocessen (en daaronder versta ik ook de elektromagnetische en emissieverschijnselen van de zon zelf) binnen het zonnestelsel invloed hebben.

Nu kom ik aan het laatste stukje over die materiële kwesties. Nu stel ik verder: Dat de wijze waarop de zon uitstraalt, bepalend is voor het ontstaan, maar ook voor het muteren van levensvormen op aarde. Ook dit is wetenschappelijk niet volledig te bewijzen. Maar het is door proeven toch wel aannemelijk gemaakt en – ten minste  voor onder een bepaalde invloed half-eiwitten – ook wel bewezen.

Nu stel ik: “Wanneer onder een bepaalde invloed, een bepaalde vorm van mutatie tot stand kan komen, zal zij voor de invloed die haar ontstaan bevorderde in het bijzonder gevoelig zijn.” Maar dat geldt dan voor het ontstaan en ondergaan van alle rassen.

Wanneer we dit nu eens zeggen t.o.v. planeten, dan kunnen we tenminste zeggen: Wanneer een bepaalde reflex van de zonnekracht door plaatsen der planeten is opgetreden gedurende een langere periode van de vorming van een menselijk lichaam, in het moederlichaam dus, dan zal een optreden van soortgelijke stralingen een zeer sterke invloed hebben op het lichaam in kwestie en daarbij in dit lichaam zuiver mechanisch a.h.w. bepaalde zenuwreflexen, veranderingen in hormoonafgave e.d. veroorzaken. Het menselijk gedrag kan tot op zekere hoogte afhankelijk worden gesteld van de plaats van planeten, de werking van de zon. Daarnaast kan het ontstaan van rassen, het ontstaan van mutaties – en wanner er geen leven is – het ontstaan van leven voor een groot deel worden geweten aan invloed die tussen de sterren heen en weer schiet. Wanner wij dan nog rekening houden met de zgn. fijne-materiewolken, die eveneens door het Al drijven, dan zijn we betrekkelijk compleet geweest.

Deze materiewolken zullen, naar gelang hun atomaire structuur van de kleine delen, eveneens bepaalde reacties in de zon kunnen veroorzaken.

Zij zullen daardoor de verbrandingsprocessen en zelfs de oppervlakte, de temperatuur van de zon beïnvloeden en zo ook de levensmogelijkheden en kwaliteiten op de planeten.

Zo, dit was deel 1. Misschien voor u minder belangrijk, maar ik dacht zo dat het toch wel noodzakelijk was om dat allereerst te noemen, want dan blijven we tenminste in het begin met voeten op de grond staan. We blijven binnen een redelijk en logisch concept. In deel 2 is dit helaas niet geheel mogelijk. Wij moeten daar van een andere kant uit gaan redeneren en misschien dat uw eigen begrips-, denkvermogen wel hier en daar op moeilijkheden zouden stuiten. Zo ja, dan kunt u daar ook vragen en commentaren over geven, nadat de inleiding beëindigd is.

Wanneer een materiële massa mogelijkheden tot ervaren en eigen functie bezit, zal die massa over het algemeen bezield zijn. Dat lijkt nog een beetje op het vorige. Nu de volgende stap. Een bezieling betekent nog niet noodzakelijkerwijs een identificatie van de bezielende kracht of geest met het voertuig, waardoor zij stoffelijke ervaringen opdoet en eventueel stoffelijke uitingen tot stand brengt. Dat wordt al moeilijker, hé? Nu komt de clincher, het laatste punt: Wanneer eenmaal een contact tussen een geest en een materiële massa tot stand is gekomen, zal de geest via deze massa of vanuit zichzelf – dankzij de ervaring opgedaan via die massa – op al hetgeen dat zich op hetzelfde niveau van stoffelijkheid bevindt of een lager niveau, voortdurende invloed kunnen uitoefenen, er ervaring mee kunnen uitwisselen en krachten daaruit kunnen putten.

Drie regeltjes, maar wat betekent dat eigenlijk? Het is natuurlijk oneerbiedig om te zeggen, daar woont een geest in de zon, daar is de ziel en die heet Jan. Daarom hebben de mensen hem ook geen Jan genoemd, maar Adonai is een zonnegod. Hij is de ziel, de kracht van de zon. Hij openbaart zich d.m.v. de zon. En hetgeen ik zojuist in die regels heb verteld, kunt u in delen van de Thora en ook wel degelijk in delen van de Bijbel terugvinden. Alleen moet u tussen de regels kunnen lezen hier en daar.

Ook andere volkeren hebben hun eigen zonnegod. Denk eens aan Ré bv., Aton een andere vorm ervan en zo kan ik doorgaan. Al die goden geven een kracht weer, de kracht van de zon. Maar gaan we verder kijken, ach, u weet het allemaal, Isis, en in wezen ergens ook Moeder Maria tegenwoordig, zijn maansymbolen; zij geven eerder de kracht van de satelliet van de aarde weer en zo hebben alle planeten of het nu Mercurius, Venus, Jupiter, Saturnus, Neptunus Pluto enz., zij hebben allemaal een eigen godheid. Nu is het dan maar de manier waarop we die bezielende kracht een naam geven. Maar het is denkbaar dat er een bezieling leeft en als er een bezieling leeft in zo’n ster, in een planeet, dan moet deze bezieling ergens dezelfde gevaren en mogelijkheden kennen als bv. in de mens schuilen. In een andere mate, in een andere samenstelling, maar ze moeten er zijn. Vandaar dat wij niet alleen meer spreken van de ziel, maar we spreken van de geest van een planeet. En dan maken we er een verschil bij. We zeggen: dat is een zeer bepaalde functie die in die ziel is opgesloten, maar die zich voor ons toont als een afzonderlijke persoonlijkheid.

En dan spreken we nog van de geest van de intelligenties of de intelligentie van de intelligenties van de planeet. Daarmee proberen we weer te geven dat er in of vanuit die planeet krachten kunnen optreden die voor ons misschien wat meer begrijpelijk zijn (we zien ze als demonen of als goden, maar die beperkt zijn en die horen dan weer samen onder een soort plan-god.) Dan zult u zeggen: Dat is kolder! Ja misschien wel, maar als u eens gaat kijken naar bv. wat de kabbala zegt over de hiërarchische structuur van de hemel, dan vindt u daar een dergelijke afkomstrelatie.

Gaat u kijken naar de Hindoes en hun pantheon, u ziet hetzelfde. U vindt steeds hetzelfde. Dit is natuurlijk niet alleen maar een verhaal, een stelling. Zoals mensen onderling kunnen verschillen, zullen ook de entiteiten, die een planeet bezielen, onderling verschillen, maar zij zijn verwanten. Zij behoren tot hetzelfde gezin, als ik het zo eens mag zeggen. Ze leven uiteindelijk van en binnen de uitstraling van de zon.

Die verwantschap houdt in dat er een functieverdeling is. Je kunt zeggen, de een heeft invloeden in deze richting, de ander aan die kant. Kijk, daar heb je ook weer de kracht van de sterren, wat is dat eigenlijk?

Het is natuurlijk makkelijk te zeggen: God doet alles. Maar dat God alles zelf doet, dat kunnen we ons niet voorstellen. Hij moet het doen via zijn engelen, zijn tronen, zijn heerschappijen, wat Hij allemaal er op nahoudt. En zo kunnen we het ons ook niet voorstellen van een planeet. Maar waarom eigenlijk niet? Wanneer ik zeg dat Mars bv. een mannelijk karakter heeft en dat deze Mars moed bevordert, strijdlust bevordert, dat Mars bepaalde geluksfactoren beheerst, dan is dat helemaal niet zo gek, dat is toevallig dat broertje dat goed kan vechten, maar dat het goed meent.

En als ik zeg dat Venus vrouwelijk is, dan bedoel ik daar helemaal niet mee, dat die planeet bevolkt is door schone meisjes of zo, maar dat het karakter van die Venus, dus die invloed van Venus voor ons het meest overeenkomt met een vrouwelijke factor. Niet alleen een kwestie van liefde – Venus is overigens meer een planeet eigenlijk van aantrekking en afstotingen dan van liefde – maar ook doordat de geluksfactoren op een andere manier gehanteerd worden, dat beïnvloeding van gezondheid bv. op een andere manier plaats vindt. En wanneer je dat voor elke planeet nagaat, dan kom je tot de conclusie: Het is helemaal niet zo vreemd om elk van hen een persoonlijkheid toe te kennen en elk van hen ook bepaalde functies binnen een geheel.

En dan kunnen we hieruit een conclusie trekken. Wanneer het door mij gestelde waar is – voor mij is het waar, voor u is het een vraag misschien of iets dat u geloven moet – dan kan worden gesteld: Het geheel van de ‘familie zon’ heeft een eigen karakteristiek. Binnen deze karakteristiek zullen de invloeden der verschillende planeten zich als persoonlijkheden voor ons uiten.

Daar de entiteiten die tot de planeten behoren materieel geuit zijn, zullen zij al datgene dat met de materie te maken heeft, kunnen waarnemen en begrijpen op een of andere manier; zij zullen het eventueel kunnen beïnvloeden en ze zullen ervan kunnen leren.

Dan zeg ik verder: Wanneer op een planeet zich een bewust ras, een denkend ras ontwikkelt, dan zal dit ras gelimiteerd zijn door de eigenschappen van de bezielende kracht. Anders gezegd: Een mens op aarde kan nimmer eigenschappen bezitten die niet gelijktijdig inherent zijn aan het karakter van het wezen aarde. Dat is een beperking. Dit geldt voor de materie, niet voor de geest. En dan is het nog maar een stap verder. Dan zeg ik: Elke keer dat ik op aarde als een bewust levend wezen met denkende vermogens, mijn aandacht richt op iets dat in verband staat met andere familieleden van de aarde, dan zal een zekere harmonie met deze wezens kunnen optreden. En zullen zij kunnen, niet moeten, maar kúnnen reageren.

Door deze reactie zal de planeet of planeetgeest of ziel een invloed kunnen uitoefenen op de mens die met die planeet harmonisch is.

Dan stel ik verder: Wanneer in de tijd dat het lichaam gevormd werd, een bijzondere sterke invloed van een planeet bijzonder sterk mogelijk worden en wel speciaal wanneer een gelijke of ongeveer gelijke stralingsstructuur zich op aarde vertoont.

Nu daar heeft u eigenlijk het grootste deel van de inleiding. Het ging er hier allereerst om: zijn er krachten? Ja, die zijn er. Zijn die krachten redelijk verklaarbaar? Sommige wel, sommige niet. Wat zijn die krachten? Dat is het laatste punt.

In de eerste plaats, wanneer wij een bacterie zien en we zetten daar tegenover een mens, dan zullen we met elkaar eens zijn dat zelfs wanneer die bacterie verstand heeft, een ziel heeft en alles wat een mens bezit, alleen reeds door het verschil van levenstempo die mens een heel ander bewustzijn zal kunnen bereiken, wel trager zal reageren waarschijnlijk, maar aan de andere kant toch ook veel vollediger zijn milieu zal kunnen overzien. De mens is dus eigenlijk ten opzichte van die bacterie, een soort halve godheid. De planeet heeft een levensduur die in miljoenen jaren kan worden gerekend en niet zoals bij de mens in tientallen jaren. Daaruit volgt dat de planeet t.o.v. de mens ongeveer in gelijke verhouding van vermogens, verstand en kracht staat als de mens t.a.v. de bacterie. Maar nu weten we ook dat bepaalde bacteriën voor de mens erg nuttig en noodzakelijk zijn. U hebt een hele darmfauna om niet van de flora te spreken, want die is er ook wel degelijk, die eigenlijk voor uw spijsverteringsprocessen noodzakelijk is. De mensheid heeft m.i. een soortgelijke functie in de bewustwordingsprocessen van de aardgeest. En zoals iemand die studeert of zich daarop richten kan, een bepaalde cultuur, een bepaalde kolonie kan bestuderen, zo kan dus ook de planeetgeest dit doen.

Die studie zal niet altijd vanuit ons standpunt volledig redelijk zijn, maar aangezien de acties van een planeet zo langzaam verlopen t.a.v. het levenstempo van de mens, kan worden gezegd dat gedurende een bepaalde periode een voor de mens als vast te beschouwen gedragslijn van een planeetgeest verwacht kan worden. Die kracht is enorm groot, maar die kracht moet gericht worden op het kleine, d.w.z. dat die kracht alleen dan tot uiting komt wanneer van een uiterste concentratie en precisie kan worden gesproken. Om het nog eens anders te zeggen, de werkelijke kracht van een planeetgeest zal maar zeer zelden volledig kenbaar worden binnen het leven van een enkele mens of zelfs een beperkte groep mensen. Wel zal ze kenbaar kunnen worden over een langere periode op een deel van de mensheid.

Nu wil ik u een heel eenvoudig raadseltje opgeven. Voor u zal het wel een raadsel zijn. We hebben een 150-jaar-cyclus ongeveer. Die 150-jaar-cyclus bepaalt de superioriteitsmogelijkheden van een bepaald volk, een bepaald ras. Er is ongeveer 150 jaren een superioriteit geweest van Engeland. Nu is deze overgenomen door de V.S. en deze is internationaal gezien overgenomen, zeg maar in 1915. De nu nog lopende periode zal dezelfde invloed, de bijzondere belangstelling zou ik haast zeggen, voor de V.S. moeten continueren, maar op een gegeven ogenblik is die 150-jaar-periode vol. U kunt het zelf wel narekenen. Dan komen we aan het jaar 2065, 2055. In die periode moet er een overgang zijn. Deze overgang zal dan waarschijnlijk weer gaan naar de volgende reeks, dan krijgen we een 150 jaar ongeveer van Russische superioriteit. Na die Russische superioriteit krijgen we dan weer waarschijnlijk Chinese superioriteit.

Wanneer u de geschiedenis nagaat, dan kunt u zien dat deze verschuiving van wat wij rassensuperioriteit zouden kunnen noemen – als de mens soms niet van superioriteit zo’n vreemd begrip maakte – dat we die werkelijk wel steeds kunnen volgen en dat we daarbij elke keer nieuwe eigenschappen maar ook nieuwe ontwikkelingen zien ontstaan.

De mens ziet het wel als een continuïteit maar het is het eigenlijk niet. Integendeel het is juist een voortdurende sprongsgewijze verandering waarbij deze zich bv. van filosofie ineens gooit op mechanisatie, van mechanisatie zich werpt op godsdienst, van godsdienst zich gooit op een andere wetenschap of een andere vorm van beleving, misschien zelfs op nietsdoen, op handel.

Nu stel ik: Er zijn krachten. Noem dit de krachten der planeten, hier en daar gesterkt of gestoord door de krachten der sterren, waardoor het lot van volkeren en daarmee gelijktijdig de op aarde overheersende tendenzen bepaald zullen worden. Flarden van die krachten, maar zelden het geheel, kunnen ook een individu bereiken; en wanneer dat individu bijzonder harmonisch is, kan daardoor een tijdelijke of voor een mensenleven zelfs blijvende verandering in die mens ontstaan, maar ook een gebruik van vermogens of krachten die de andere mensen niet of niet bewust bezitten.

En dan ga ik nog verder en ik stel: Het meest kenbaar zullen de invloeden en krachten van sterren en planeten niet worden voor ons in een persoonlijk leven, maar wel in de relatie die we hebben t.o.v. ons milieu. Het is de verhouding mens tot mens, mens tot wereld en zelfs ergens mens tot God, die het sterkst wordt beïnvloed. Dien ten gevolge zullen de krachten uit de sterren, de krachten der planeten ook, hoofdzakelijk de mentaliteit beïnvloeden en via deze mentaliteit de mens de vrijheid laten om toch een aanpassing te vinden aan zichzelf, zijn eigen ideaal, zijn eigen dromen. Het is eenvoudig om te zeggen: de sterren waarschuwen, maar ze dwingen niet. Dat is niet helemaal waar. De sterren waarschuwen niet. Wij kunnen een mogelijke waarschuwing uit de stand van de sterren aflezen. Maar dat is een potentie. Het is helemaal niet zeker dat een dergelijke kracht reëel is. Dat nemen we maar aan, want de materiële invloeden mogen dan regelmatig terugkeren, de geestelijke beïnvloeding vanuit sterren en planeten is sterk afhankelijk van de gerichtheid van persoonlijkheden en daarom uitermate variabel. Het is een zegen te weten dat hun invloed zelden zo verfijnd is, dat hierdoor de vrijheid van menselijk leven en menselijke ontwikkeling wordt beïnvloed.

Voor de geest betekent dit dat zij dus, wetend welk experiment (als je het zo eens mag noemen) die grote entiteiten op dit moment op aarde volbrengen, haar eigen ervaringsmogelijkheid reeds voor de geboorte zou kunnen kennen, dat zij in het leven de zekerheid heeft bepaalde mogelijkheden te krijgen en dat zij desondanks vrij blijft om die mogelijkheden al dan niet te realiseren. De mens in zijn vrijheid wordt in beperkte mate aangetast via het milieu, nimmer direct.

En dan stel ik nog een laatste punt. Ja, u zult zeggen, daar komen steeds meer laatste punten bij, maar dat is zoals je een brief schrijft, het belangrijkste staat meestal in een serie P.S.-jes. Dus dit: Wanneer een mens met een ster of een planeet geestelijk nu in volledige harmonie komt, is er op dit geestelijk vlak communicatie mogelijk. D.w.z. dat de entiteit mens kan spreken tot de entiteit planeet of ster en via dit spreken, deze communicatie, is het mogelijk een deel van de krachten van een planeet of ster te doen richten en nu wel met grotere precisie op een enkel individu of zijn onmiddellijke omgeving. Daardoor zijn grote krachtbronnen bereikbaar, maar de krachten die ontleend kunnen worden aan een planeet zullen altijd door het karakter van die planeet bepaald worden en ook beperkt.

Nu, ik zou zeggen, dat doet het wel voor een inleiding of niet?

Nou, ik hoop alleen maar dat ik bij u heel wat vraagstukken heb opgeworpen en niet alleen verklaringen heb gegeven, want u begrijpt wel dit is eigenlijk ……. nu als je dit werkelijk wilt gaan bestuderen, werk voor de kleuterklas. Een beetje fröbelen met sterren, maar wanneer je erover gaat nadenken, dan gaat u er misschien ook aan denken dat u zelf bepaalde affiniteiten hebt. De eerste die u zult ontdekken zal waarschijnlijk wel zijn die met de maan. De maan en haar bewegingen zijn dus in sterke mate voor de vitaliteit van de mens aansprakelijk bv. en ook voor bepaalde mentale processen.

Waarom zoveel liefde bij maanlicht altijd in de verhalen? Dat is heel begrijpelijk. Dromen en suggestie worden door het maanlicht aanmerkelijk bevorderd. Gelijktijdig een ontspanning van bepaalde kritische faculteiten van de mens en datzelfde kun je door een nagebootst maanlicht ook wel enigszins bereiken. Zou je daarbij een zekere straling, dus een lading van de atmosfeer kunnen bereiken, dan zou je het helemaal tot stand kunnen brengen. Dat wisten ze vroeger ook al. Vandaar dat we gekleurd licht vinden in bepaalde kerken. Dat is ook niet zó maar gedaan. Oorspronkelijk was dat zelfs een hele wetenschap hoe men licht en schaduw en ook kleur in een tempel moest verdelen.

In Carnac bv. waren ze er bijzonder ver mee. Trouwens ook de Grieken wisten er hier en daar wel wat van, maar daar zullen we niet verder op doorgaan, ofschoon de tempel van Poseidon, wat dat betreft, een werkelijk wonder was. Suggestieve kracht van licht en vibraties. Die vibraties maakten ze toen heel primitief met geluid. Je zou dat tegenwoordig op een andere manier kunnen doen. Dan moet u ook heel wel begrijpen, dat wanneer u uw eigen relatie tot planeten aanvoelt, dat u dat niet moet zien als een lotsbepaling. Het zijn wel krachten die op u inwerken, maar per slot van rekening die krachten kun je gebruiken.

Als u nu een eindje wilt gaan fietsen en de wind staat in de richting Bussum, dan kunt u natuurlijk zeggen: Nu dan ga ik naar Laren, dan heb ik de wind steeds half. U kunt zeggen: Ik laat me naar Bussum waaien en dan kan ik later altijd nog wel eens zien wat ik doe. Kijk, dat is nu de methode waarop je eigenlijk met die invloed van die sterren moet werken. Wat zijn je mogelijkheden, wat zijn je affiniteiten die je met bepaalde planeten gevoelt? Wanneer je ontdekt dat een bepaalde stand van de sterren voor jou een zekere mogelijkheid van energie betekent, vraag dan of je daar gebruik van wilt maken of niet. Maar wil je er gebruik van maken, dan is het het verstandigst om dat metéén te doen, want de verhoudingen wijzigen zich materieel en ook geestelijk voortdurend.

Ontdekt u dat ritmen die met de planeten in verband staan in uw leven een rol spelen, dan weet u dat u door bepaalde acties, bepaalde levensprocessen van een planeet beheerst wordt. Dat wil zeggen dat u in planning, in uw denken, in uw leven ook daarmee rekening kunt houden. Maar het is altijd alleen maar een kwestie van: zal ik de wind mee hebben of niet?

Ik hoop voor u dat u hieruit voldoende hebt geleerd om de sterren niet te zien als een lotsbepalende invloed, maar dat u aan de andere kant zegt: Nu ja, waarom zou ik wachten tot de wind tegen is wanneer ik het met wind mee ook kan doen.

Daarmee is mijn inleiding afgelopen en u krijgt eerst de gelegenheid om adem te halen en daarna hoop ik ook de gelegenheid te krijgen om uw vragen te beantwoorden. Mag ik u danken voor uw aandacht en hopen dat we elkaar in een aangename discussie zo dadelijk nog mogen treffen.

Tweede gedeelte

Nu komen we aan het tweede gedeelte, het belangrijkste deel van de avond, want nu krijgt u de kans om mij aan de tand te voelen. En dan zou ik graag allereerst willen beginnen met die punten die u schriftelijk naar voren hebt gebracht en die natuurlijk betrekking hebben op het onderwerp

  • De planeten hebben hun eigen individuele karaktereigenschappen en dienovereenkomstige invloedssfeer op ons aardbewoners. Welke karaktereigenschappen en welke invloedsuitstraling heeft nu de aarde op de andere planeten?

Ja, ik hoop niet dat het erg teleurstellend is voor u, wanneer ik zeg dat de invloed van de aarde op de andere planeten er één is die wij traagheid plegen te noemen en daarnaast zeer sterke karaktertrekken heeft van verdeeldheid. Wij kunnen enig vergelijk maken met de invloeden die bv. Neptunus, Saturnus volgens de astrologie (wanneer ze gelijktijdig optreden) kunnen hebben op de aarde. Ze zijn ook vertragend, ze geven het onverwachte en ze geven het element inspiratie weer, daarnaast echter geven ze een zekere vertraging van werkingen waardoor oorzaak en gevolg in zich vollediger en sneller uitwerken. Dat is ongeveer de uitwerking die de aarde heeft op de andere planeten. Is dit voldoende?

  • Ja, dat is erg leuk.

Nu ja, ik vind het prettig dat u het erg leuk vindt. Op de andere planeten zal men dat misschien niet zo leuk vinden. Men vindt de aarde daar toch wel een beetje een rare planeet, maar ja, daar zult u zelf niet gevoelig voor zijn.

  • U had het over een karakteristiek in de “familie zon”. Welke karakteristiek is dat?

Haar karakteristiek is gelegen, ik zou haast zeggen, in het denkvermogen. Om het heel kort te formuleren: Karakteristiek voor de zonnefamilie is de werking van oorzaak en gevolg op een bepaalde wijze, waarbij oorzaak en gevolg een sequentie vormen en geen gelijktijdig verschijnsel zoals dat elders wel het geval kan zijn.

Een tweede karakteristiek is dualiteit. Wij vinden geen mogelijkheid tot eenzijdige bereiking. Er is altijd een zekere verdeeldheid.

Dan is er een karakteristiek voor de familie, hier een vorm van biseksualiteit, d.w.z. dat de stoffelijke vormen op plegen te treden in twee geslachten, twee afzonderlijke geslachten, op het ogenblik dat zij een redelijk hoge mentale capaciteit bereiken.

En dan een laatste karakteristiek, die misschien ook wel interessant is: Karakteristiek is de tegenstelling liefde-haat, die in praktisch alle levensverschijnselen naar voren komt, soms ook wordt uitgedrukt als begeren-vrees en voor alle bewustwording en leringsprocessen binnen het zonnestelsel eigenlijk bepalend is, zelfs voor de geestelijke bewustwording in de lagere en meer gevormde sferen.

  • De zonne-mentaliteit is dus helemaal die verdeeldheid, niet alleen van de aarde?

Neen, die is niet alleen van de aarde, maar de aarde geeft aan die verdeeldheid een bepaalde uiting. Nu kunnen wij zeggen dat op dit ogenblik – want dat verandert ook zoals menselijke karakters zich ook in bepaalde uitingsmogelijkheden althans kunnen verschuiven en veranderen – de aarde ongeveer een 40.000-50.000 jaren nu een van de meer directe uitingen is van de zonne-invloed. Dat verandert wel weer, maar dat heeft nog wel even de tijd.

Er is een tijd geweest dat Mars deze invloed heeft gehad; daarvóór is er nog een andere planeet geweest, die nu niet meer bestaat, die ook een dergelijke invloed heeft gekend. Ik meen dat in deze invloed het belangrijke is eigenlijk, de oude karakteristiek van God, Liefde en Toorn die samengaan. God is aan de ene kant eigenlijk de Christus, de Al-minnende, maar aan de andere kant een soort toornende Jupiter. En dat is wel een zonne-karakteristiek, omdat de zon vruchtbaarheid en dood, geweld en vrede steeds gelijktijdig en evenwichtig bezit en deze onevenredig pleegt uit te stralen.

  • Dus de andere planeten staan sterker onder de invloed van de buiten het zonnestelselinvloeden?

Neen, maar andere planeten zijn eenzijdiger dan de aarde en het is te verwachten, dat over ongeveer een 120.000 jaren deze invloed hoofdzakelijk op Venus zal liggen. Daarna gaat het weer verder na een periode van zoveel duizend jaren, wanneer de zon dan nog actief is, dat is over honderden duizenden jaren, dan zou Mercurius aan de beurt komen en dat impliceert weer dat dan geen levensvormen, althans geen voor ons normale levensvormen, zullen optreden of wel dat de zon zeer sterk zal zijn afgekoeld in die tijd. Dat laatste is niet zo waarschijnlijk.

  • Dan is het voor die andere planeten eigenlijk wel erg makkelijk als die straling eenzijdig gericht is. Dan hebben ze nooit de moeilijkheid van de keuze.

Neen, maar ze hebben die moeilijkheid gekend en overwonnen, want anders zou er geen leven meer zijn. En daar waar die activiteit nog niet is geweest, daar hebben we nog geen ontwikkeling van hogere levensvormen.

Dan kwam nu aan de beurt Venus, die dan eventueel weer met heel globaal gerekend 35 miljoen tot 40 miljoen jaren een levensvorm analoog aan die van de mens vanuit zichzelf zonder meer voort kan brengen. En dan nog eens een dergelijke periode later zou Mercurius theoretisch een dergelijke vorm voortbrengen, maar ofwel de materiële structuur zou totaal anders moeten zijn ofwel zouden de omstandigheden anders moeten zijn. Beide mogelijkheden zijn er, maar het lijkt mij niet goed mogelijk thans te extrapoleren aan de hand van omstandigheden wat dan het geval zal zijn. Dat is niet goed mogelijk.

  • Onder welke farao vond de uittocht van de Joden uit Egypte plaats en wanneer was dat?

Ik meen dat het Amenophis was, maar hoe het ook zij, ik zal kijken of ik voor u een egyptoloog kan bemachtigen, althans het contact daarmede die mij hier dus een behoorlijk gefundeerd antwoord kan geven. Wat ik u geef is een vermoeden, maar ik kan niet met zekerheid zeggen, zo en zo is het, zo ligt dat.

Overigens schijnen er vier semitische uittochten te zijn geweest in Egypte en ik durf u werkelijk niet te zeggen onder welke vorsten en omstandigheden dat heeft plaats gevonden. Er is er maar één bekend zoals u weet, dat is de uittocht die nu nog bij het joodse paasfeest wordt herdacht. Ik zal voor u informeren.

  • De cyclus van 2100 jaar waarbij beschavingen zouden opkomen en ondergaan, welke krachten zitten daar achter?

Dat is een zonnecyclus en in deze zonnecyclus – ja, het is iets meer hoor, het is 2172 jaar – daar krijgen wij een verschuiving van geestelijke impuls, d.w.z. een variant, hebben we die, gaat vanuit het materieel denken naar een bepaalde vorm van geestelijke activiteit, dan weer terug naar materiële activiteit enz. Dat is de dualiteit van de zon die t.a.v. de mentale levensbenadering van de mens invloed uitoefent en daardoor het karakter van de beschavingen en de mogelijkheden bepaalt.

  • In de laatste “Stem van Gene Zijde” stond dat we nu in 1966 het Jupiter-jaar ingingen en dan staat Jupiter zowat het hele jaar in Gemini, maar ik begrijp niet waarom nu Jupiter-jaar en het vorige het Saturnus-jaar dat toen zowat het hele jaar in Pieces stond?

Dat heeft eigenlijk niets te maken met de stand van de planeten. Dat is een afleiding uit de oude Egyptisch, Grieks, Kabbalistische wijsheid en deze kalender is opgesteld in rond 750-760 door de Arabieren. Men beschouwt daarbij – we vinden in China een soortgelijke analogie – bepaalde krachten aan de hemel als patroon, als bepalend voor zekere omstandigheden, meestal de atmosfeer betreffend van de aarde. Men zegt dan: deze heerser heeft die en die eigenschappen. Maar daar moet men heel voorzichtig mee zijn, want deze eigenschappen – dat moet u heel goed begrijpen – zijn niet bepalend voor het wereldgebeuren op zichzelf zonder meer, zij zijn bepalend voor de atmosferische cyclus die zich afspeelt en dat is over het algemeen, zoals u weet, een zeven jaar cyclus, zodat hierbij de mysterieplaneten en bepaalde grote planeten eigenlijk niet genoemd worden. Dat stamt nog uit de tijd dat er zeven planeten waren. Dan kunt u ongeveer als volgt redeneren: Saturnus is een kracht die de overdaad op een wat rechterlijke wijze schenkt, m.a.w. hij is eigenlijk een straffend element, tenzij je de zaak weet te gebruiken. Dan zegt men: De excessen die de aardatmosfeer zal kennen, zullen onder Saturnus zijn een overmaat van neerslag en gelijktijdig een overmaat van droogte. Dus de extremen en deze extremen zullen juist daar waar men niet heeft gezorgd, negatieve inwerking hebben.

Nu kennen we bovendien nog in die zeven jaarcyclus – en dat is aan de Egyptenaren nog te danken, u vindt er iets in terug in Jozef ’s droom – de zeven positieve en de zeven negatieve ofwel de zeven vette en de zeven magere jaren. Men neemt daarbij aan dat de aarde een cyclus doormaakt waarin de verschijnselen positief zijn, daarna een cyclus waarin die zelfde machten negatief optreden, daarna een periode waarin beide machten evenwichtig positief en negatief in balans optreden; waarbij het dus normaal is. Dat is een 21 jaarcyclus en die kunnen we weer terugvinden in de zon.

Ik zal u kort verklaren wat dat betekent als u dat ten minste interesseert. Een Jupiterjaar, dat betekent dat de eigenschappen van het weer voor een groot gedeelte zullen worden bepaald door lucht-elektrische verschijnselen, m.a.w. veel onweer. Veel onweer betekent ook veel neerslag; dat betekent verder veel stormen, dat betekent ook de mogelijkheid dat wervelstormen e.d. meer dan normaal ontstaan. Wanneer je dus zegt: We gaan een Jupiterjaar tegemoet, dan zeg je niet, dan wordt het heerlijk een gouden jaar – het is een negatieve cyclus op het ogenblik – maar we zeggen: Dit wordt een jaar dat regenachtig zal zijn. De eerste drie maanden vallen nog eigenlijk onder Saturnus, want het is zonnejaar van lente tot lente. Dus dat blijft koud en onaangenaam, vooral met veel neerslag. Dan krijgen we de overgang naar Jupiter, die brengt ons wederom een abnormaal koude, waarschijnlijk een late lente, waarbij vroege gewassen enkele weken later dan normaal rijpen. Dan krijgen we een zomer, die in vele gevallen zwoel zal zijn, veel onweer kent, enkele ongetwijfeld mooie en hete perioden heeft, maar daarnaast de bekende bijna moesonachtige regenbuien. Dan zeggen we: In het najaar wordt die luchtelektriciteit voortgezet; we krijgen in het najaar ook wel veel vocht, maar vooral vroege hagel en mogelijk wat vroege sneeuw en dat zal hier aan de kust niet zo’n vaart lopen. En dan ga je verder kijken en je zegt: Nu, de winter belooft nogal streng te worden en die winter zal dan waarschijnlijk iets vroeger vallen dan nu en kort en hevig zijn. Ik zou hem u voor kunnen stellen dat u bv. de eerste paar weken van december kunt schaatsen en dat u daarentegen tegen 1 januari gaat zeggen: Nu, ik geloof dat ik toch maar mijn regenjas aantrek, want die winterjas is zo warm. Dus dát is de karakteristiek die je geeft. En wanneer je dan die karakteristiek past, dan moet je daar een omschrijving aan geven, omdat die nu eenmaal bestaat, krijg je dus: nu ja: het is een Jupiterjaar, want zo en zo en zo. Anders moet je elke keer al die omstandigheden uit elkaar gaan rafelen.

  • Het schijnt iets langer te zijn dan een jaar naar uw beschrijving.

Het is niet iets langer dan een jaar, maar het is zoals ik zeg een zonnejaar, dat loopt van lentepunt tot lentepunt

  • U was al bij een volgende herfst en een volgende winter.

Dat is toch volkomen logisch. U bent nu in de winter, maar deze winter die loopt nog onder Saturnus. Wanneer dus de lente begint, begint Jupiter’s invloed, die loopt tot de volgende lente.

  • Hoe weet een mens op aarde met welke planeet of entiteit in de kosmos hij affiniteit heeft?

Nou, wanneer u materieel wilt zien ten aanzien van de planeten, dan zou ik zeggen: let u op welke planeet gunstig geaspecteerd staat in uw geboortehoroscoop en wel in het elfde en twaalfde huis. Dat is over het algemeen één planeet, waarvan je kunt zeggen, nu die staat er het dichtste bij, dat is dan over het algemeen de planeet waartoe de affiniteit het grootste is en die affiniteit zal dan zijn hoogtepunt bereiken op die momenten dat ze staat in het teken dat ligt op uw ascendant. Dus dat is materieel gezien en geestelijk gezien, is het eigenlijk iets dat je niet kunt berekenen, maar u kunt het wel merken. Je hebt perioden waarin je spontaan en origineel denkt. Ga eens na welke aspecten er zijn. U hoeft daar heus geen grote efemeriden voor door te kijken; als u een gewone tiendagen efemeriden neemt van het jaar, dan kunt u dat wel ongeveer bekijken. Dan zegt u: In die perioden ligt het voor mij buitengewoon gunstig. Dientengevolge heb ik op dit ogenblik affiniteit tot de planeet die in die periode actief is, aangezien dezelfde gunstige aspecten voortkomen uit een gunstige relatie van die ene planeet met de andere. En dan wil ik u er nog bij vertellen dat de meeste mensen op aarde op dit ogenblik gunstige affiniteiten hebben tot de langlopende planeten.

  • In de maand mei komen Uranus en Pluto precies in conjunct in Virgo op de 15de. Is dat niet iets bijzonders?

Of het iets bijzonders zal worden, zullen we moeten afwachten. Maar in mei zelf hebben we, als we het over aspecteringen hebben, nog steeds te maken met de invloed van een teruglopen en dus blijvend werkende Jupiter. En dat houdt in dat wij op dat ogenblik mogen verwachten uitschakeling door ziekte of dood van bepaalde belangrijke personen, maar dan ten gunste van de mensheid. Dat wij in diezelfde periode enkele omwentelingen kunnen verwachten. Ik denk hier bv. aan de mogelijkheid dat er in Rusland een omwenteling komt.

Er is er nu pas één geweest, maar er is een tweede onderweg van – naar ik meen – zelfs wat grotere importantie. Dan zouden ook daar bepaalde dingen a.h.w. sterven. Het is een aspect dat op aarde nogal wat vervangingen brengt. En nu is het daar heel erg belangrijk voor welke groepen en welke landen en dan kunnen we zeggen:

Rond 15 mei liggen deze aspecten sterk voor Rusland positief, voor Rood-China negatief. We zouden voor Rood-China bepaalde agressieve handelingen en eventueel ook weer dood of onmondig worden van een bepaald belangrijk staatsman kunnen verwachten. Dan ligt daar verder dat aspect, ten dele ongunstig, voor een groot gedeelte van Zuid-Amerika. Wij moeten rond die 15de mei daar wat stakingen en revoluties verwachten en mogelijk een natuurrampje, maar over het algeheel gezien kunnen we verder zeggen, gaat het nogal.

Het is wat men noemt een geremd aspect en dat heeft juist door het feit dat het niet volledig tot uitwerking komt als resultaat dat er wel veel gebeurt, maar dat het eigenlijk allemaal in zijn belangrijkheid pas veel later kenbaar zal worden. Als we dat voor dit aspect verder uitwerken dan zou ik zeggen: Dat wordt kenbaar in 1967.

Vanaf 17-18 februari tot ongeveer 22—25 maart. Dat is de periode waarin we de scherpste gevolgen zullen zien van dit aspect.

En zo kun je dit altijd weer uitrekenen en verplaatsen, maar dat is interpretatieve astrologie en wil je die op de wereld goed gebruiken, dan zou je de geboortehoroscopen moeten hebben van staten, staatslieden, van wetenschappelijke inrichtingen, dan zou je op grond daarvan kunnen gaan bepalen, hier krijgen we dit en daar gebeurt dat. Maar vergeet u niet dat is een zodanige precisie wetenschap die verder zoveel gevoelswaarde, interpretatief vermogen, aannemingsvermogen vergt, dat men in doorsnee daarmee niet te veel resultaten zal bereiken.

Het is bv. typisch dat alle mensen menen dat Chroesjtsjov weer aan de macht zal komen in Rusland. Men heeft die aspecten ook wel redelijk geïnterpreteerd, maar ze hebben één ding vergeten en dat is dat de gezondheidstoestand en de mentale vermogens van Nikita Chroesjtsjov in de laatste achttien maanden sterk geleden hebben en dat dientengevolge hij nooit meer als werkelijk regerende figuur op de voorgrond kan treden. Begrijpt u? Dat moet je dan allemaal weten.

Zijn er nog meer vragen? Kennelijk geen. Dan zou ik voor willen stellen om de avond nu te gaan besluiten. En dan moet u me niet kwalijk nemen dat ik nog even terugkom op datgene dat toch eigenlijk het belangrijkste is.

U staat, mijne vrienden, wel degelijk onder invloed van sterren en planeten. Er zijn krachten die misschien niet wetenschappelijk geconstateerd kunnen worden of aangetoond, maar die zowel uw stoffelijk leven als bepaalde meer geestelijke tendenzen bij u kunnen beïnvloeden. U bent echter een volledig vrij wezen. De stoffelijke invloeden kunt u niet altijd ontgaan, maar u kunt voor een zeer groot gedeelte, door u daarnaar te richten, er gebruik van maken naar eigen believen.

Bewust leven betekent niet altijd, ook niet wanneer we het hebben over geestelijk bewust leven, met je hoofd in de sferen leven. Het betekent dat je leven moet op aarde, maar op zo’n manier dat ook het element van het “ik”, dat dan niet de stoffelijke dood, de stoffelijke veranderingen kent, daarbij volledig aan zijn recht komt. Het samengaan van materie en stof. En daarbij helpen u vaak de krachten uit de ruimte, de krachten van de sterren, de krachten van de planeten. Wanneer u beseft dat u er goed aan doet om rekening te houden met deze invloeden, zonder u daarbij op een dagelijkse horoscoop van een of andere krantenschrijver te beroepen, dan geloof ik dat u al een stap vooruit hebt gemaakt.

Wanneer u beseft dat u als mens leeft te midden van een voortdurend vaak – voor u als mens – overweldigende uitwisseling van krachten en werken, waarvan vele liggen buiten het gebied waarop u eigenlijk bewust bestaat op dit ogenblik, dan zult u gaan zeggen: ik moet naar mijn beste weten, maar ook naar mijn eigen wezen leven. Want datgene dat goed is voor iemand die onder Mars staat, zal absoluut foutief zijn voor iemand die onder Mercurius staat, bij wijze van spreken: Datgene dat goed is voor de ene, is kwaad voor de ander. Je kunt niet anders handelen, denken en leven dan vanuit jezelf, vanuit de harmonieën die in jezelf bestaan, rekening houdend met de buitenwereld, maar in die wereld vóór alles jezelf zijn.

God is de kracht die ons bezielt. God is de wet die in ons leeft, maar dat is geen wet die menselijk geïnterpreteerd kan worden. Ze is uitgedrukt in ons wezen, in onze mogelijkheden. Uit het totaal van de mogelijkheden die we hebben, moeten we kiezen. Op zo’n manier, dat voor ons de harmonie en het leven en met God in stand blijven. En wanneer de omstandigheden dan veranderen en we vinden die misschien niet zo aangenaam of prettig, heeft het geen zin om je daar tegen te verzetten. Je moet jezelf blijven in alle omstandigheden. Dan in alle omstandigheden elke mogelijkheid zoeken om jezelf tot uitdrukking te brengen, jezelf te zijn, jezelf te leven.

Meer krachten dan u beseft hebben deel aan uw bestaan. Wanneer u ze ondergaat zonder enig begrip ervoor, zonder zelfs maar een poging om aan te voelen of ze bestaan, dan wordt u daardoor grotendeels geleefd. Maar wanneer u geleefd wordt door krachten van buiten af, is dat niet de schuld van die krachten, het is uw eigen schuld. Want u hebt in uzelf de goddelijke kracht en vrijheid waardoor u binnen het kader van de schepping, waar u zich als mens manifesteert, uw weg kunt en moet gaan. Bovendien u beschikt over de geestelijke krachten en mogelijkheden om het geheel van die onveranderlijke beïnvloedingen positief te maken. Datgene dat voor uw wereld vernietiging kan zijn, te maken tot hergeboorte, datgene dat ondergang schijnt te zijn, maken tot een vernieuwing, datgene dat lusteloosheid en decadentie schijnt te betekenen, kunt veranderen in een nieuwe prikkel, een nieuwe vitaliteit, een nieuwe opgang.

Zeker, u leeft binnen de mogelijkheden die de aardgeest u laat, maar die mogelijkheden zijn voor u als mens nog zo groot en uitgestrekt, dat u – gebruik makend van de goddelijke kracht die in u leeft, juist binnen deze krachten als mens een zekere volmaaktheid van bewustzijn en van bestreving kunt vinden en daar mede de innerlijke harmonie die noodzakelijk is – wilt u op aarde gelukkig zijn en als geest, een vrije geest, de lichte werelden zonder enige aarzeling kunnen betreden. Ik hoop dat ik deze les niet te ver van het onderwerp verwijderd heb; zij is hierop gebaseerd.

Het was me een groot genoegen u hier bijeen te zien, maar het zal me een nog veel groter genoegen zijn wanneer u hierdoor misschien iets meer uzelf leeft, uw ware ik, wanneer u hierdoor iets meer leert gebruik te maken van uw innerlijke vrijheid om in bestaande condities uzelf te zijn en zo uzelf a.h.w. te geven aan het totaal der mensheid als een geestelijke kracht die alle schijnbaar negatieve werkingen van buiten af omzet in voor de mensheid positieve en vormende, in voor de geest steeds meer bevrijdende en verlichtende werking. Daarbij, vrienden, dank ik u voor uw aandacht.

image_pdf