De krachten van deze wereld

De krachten van deze wereld zijn natuurlijk ten dele menselijke krachten, maar daarnaast hebben we toch ook te maken met een groot aantal geestelijke krachten. Ik wil proberen dat even heel eenvoudig, in een rijtje te zetten, dan kunnen we later daaraan refereren.

We hebben dan allereerst de z.g. aardziel of aardgeest. De aarde zelf is in zekere mate bezield. Het ego, dat daarin leeft, heeft echter een totaal ander besef van tijd en ruimte dan de mens zodat vele van de wisselwerkingen tussen mensheid en aardziel op toeval berusten en vanuit de aardziel beschouwd althans grotendeels onbewust zijn.

Dan hebben wij te maken met de z.g. Heer der Wereld (ik ontleen deze term aan een Tibetaans volksgeloof), een entiteit, die als een soort dienaar van de wereldziel leeft en die de coördinator kan worden genoemd van het gebeuren op aarde. Onder hem vallen natuurkrachten, echter ook vele werkingen, die van de aarde zelf kunnen uitgaan en die we dan meestal de z.g. ritmen of pulsaties van het aardveld noemen.

Daaronder en ten dele parallel daarmee kennen wij de z.g. rassengeesten die meestal ook weer te verdelen zijn in een geest, die een gehele volksgroep regeert (bv. de Aziaten) en ‑ onder deze – op zich nog zeer differente groep entiteiten, die zich bezighouden met de Noord‑Chinezen, de Zuid‑Chinezen, de mensen uit India, de Maleiers en wat er verder nog kan zijn. Elke entiteit beheerst in de eerste plaats haar eigen groep, maar is onderdanig aan de heerser van, – zeg maar al is dit niet helemaal juist ‑ haar eigen continent. De heerser van het continent is onderdanig aan de Heer der Wereld en wordt wel een raadsheer van de Heer der Wereld genoemd.

Onder de rassengeesten vinden we geesten, die met het planten en dierenleven te maken hebben. Zij zijn voor een deel hoger in rangorde dan de geesten, die de elementen vertegenwoordigen. In de elementen zelf vinden we dan weer de z.g. regenten of heersers, die elk voor zich dus een deel (bv. de atmosfeer, het vuur, de wateren) beheersen. Hun beheersing staat direct onder het gezag van de Heer der Wereld en eventueel van zijn raad. Anderszins zijn zij echter toch volledig vrij om in hun eigen element al dan niet samen te werken met andere natuurgeesten en kleine rassengeesten.

Dan zien wij in dit geheel bovendien nog optreden de z.g. Gestalt van de verschillende volkeren, die weliswaar een astrale schil is en dus geen eigen leven bezit, maar die uitdrukking geeft aan de menselijke reacties; en wel op een niveau, dat bijna tijdloos is.

Vervolgens kennen we het totaal bewustzijn van de mensheid als geheel. Dit totaal bewustzijn kan dan weer worden vertaald als “het spreken van de Gestalt der mensheid”, die weer is opgebouwd uit de Gestalt-figuren, die de verschillende rassen en de verschillende volkeren voor zichzelf hebben opgebouwd.

U begrijpt wel, dat er nog wat meer is, maar dit beeld is voldoende om u een voorstelling te maken van wat er eigenlijk op aarde aan de gang is. Wat gebeurt er nu? De aardziel reageert alleen op kosmische werkingen. Alle andere reacties zijn half onderbewust; en zo zij al tot het bewustzijn van de aarde doordringen, is het eerder als een reactie vanuit een droom dan vanuit een werkelijkheid. Kosmische impulsen, die voor de aarde enorm sterk zijn, zijn voor de aardziel zoiets als een gesprek met een ander. Het is duidelijk, dat een dergelijk gesprek ongeteld vele eeuwen kan vergen. Het denkbeeld, dat de aardziel spreekt over aeonen van jaren is dus zeker niet uit de lucht gegrepen.

Die aardziel kan zich alleen op een voor de mens verstaanbare wijze uiten via de Heer der Wereld. Men maakt zich daarvan wel eens stoffelijke voorstellingen: onderaardse grotten met een soort vorst, maar dat is toch werkelijk niet waar. De Heer der wereld kunt u zich het beste voorstellen als een soort engel, die echter in en met de aarde leeft.

Deze Heer der Wereld erkent vanuit de wereldziel de kosmische tendens en haar betekenis. Men zou dus kunnen zeggen: De Heer der Wereld spreekt enerzijds de taal van de wezens, die op de wereld leven en anderzijds de taal van de wereldziel. Hij zal deze beide zoveel mogelijk in overeenstemming, in harmonie trachten te brengen. Daartoe moet hij dan gebruikmaken van de eigen waarden, de karakterwaarden, die de wereld bezit. Eén daarvan is het vaststaande punt, dat een ontwikkeling alleen kan plaatsvinden door een afwissing van strijd en rust. Strijd en rust zijn dus noodzakelijk. Dientengevolge zal hij aan zijn raadsheren (de Heren van dit continent) de opdracht geven om meestal binnen hun eigen bereik het afwisselen van geweld en vrede tot stand te brengen. Is er geen voldoende geweld te vinden zal hij hun verzoeken hun gezag te doen gelden op de natuurkrachten om dus in samenwerking met de heersers der elementen in te grijpen.

Zo ontstaat er een beeld, waardoor de mensheid en ook al het andere leven nimmer volledig rust hebben. Als er een ogenblik van rust is, dan is dat eigenlijk alweer de voorbereiding tot een volgende periode van onvrede, van verandering. De rassengeesten zelf moeten dus, wanneer zij een continent (dus een groot aantal rassen) beheersen, eerst wel de belangrijkheid der volkeren t.o.v. elkaar afwegen, want men moet weten, of op het ogenblik China bv. belangrijker is voor de ontwikkeling van Azië of India of Pakistan. De factor, die dus de meeste kans geeft om daar een ontwikkeling (we zouden zeggen: een bewustwording) en gelijktijdig een vergrote stoffelijke vorming van de mensheid tot stand te brengen, krijgt een zekere bescherming. Een dergelijke grote rassengeest geeft dan aan de volksgeest de opdracht om met bepaalde krachten te werken en zo de superioriteit van een volk tijdelijk te vestigen. Als de andere geesten dat horen, dan weten zij dus, dat zij daar op dat ogenblik niet tegen op kunnen. Maar ze weten ook, dat ze van die strijd alleen gebruik kunnen maken (dus van deze superioriteit over de ander), indien zij hierdoor veranderingen in het eigen ras kunnen bewerkstelligen.

Zo zien wij dan dat er voortdurend mutaties plaatsvinden in de vorm en de sociale structuur der volkeren. Dat sommige, die zich als natie afgezonderd wanen, daarbij aan dezelfde impulsen onderworpen zijn als hun buren die ze misschien hun grote vijanden achten, is soms niet te vermijden. Het gaat dus eigenlijk niet om de volkeren, zoals de mens die samenstelt, maar het gaat om de volkeren, zoals men die qua ras en mentaliteit kent. Het resultaat hiervan is dus een langzame ontwikkeling en ontplooiing.

Wanneer nu, zoals in de periode sedert 1900 de afstanden steeds kleiner worden, dan kan men ook nog zeggen dat hier dus een versterkte uitwisseling van gegevens in de raad van de Heer der Wereld moet plaatsvinden. De geesten, die praktisch een continent regeren, moeten onderling beslissen, hoe zij op elkaar zullen reageren om een zo snel mogelijke bewustwording en een zo groot mogelijke harmonie met de door de Heer der Wereld aangeduide kosmische tendensen tot stand te brengen.

Hiervan zal de mens meestal niet al te veel bemerken. Hij leeft als eenling weliswaar in een zekere bewustwording, maar voor hem is het toch altijd wel heel moeilijk om zich te realiseren, dat hij voortdurend wordt bestuurd. Als ik daarvan een beeld moet geven (ik hoop, dat u zich daardoor niet gekwetst voelt) dan denk ik aan een schaapherder, die zo hier en daar een kluitje gooit, zonder dat de kudde hem eigenlijk ziet en zo bepaalt in elke richting ze zal lopen. Nu heeft de mens weer moeite om die tendensen voor zich te vertalen; en daarom gaat hij een beroep doen op wat wij de Gestalt hebben genoemd.

De mensheid als geheel heeft een Gestalt, die a-priori een superioriteit tegenover alle andere levende wezens stelt. Of dat in feite zo is, is een grote vraag. Maar voor de mensheid is het aanvaarden van een uitzonderingstoestand noodzakelijk om een zeker los raken van de zuiver natuurlijke ritmen tot stand te brengen en gelijktijdig een bewustere invoeging in de kosmische tendensen. Die Gestalt van de mensheid legt dus a.h.w. voortdurend de nadruk op wat we zijn ledematen zouden kunnen noemen: de volkeren.

De Gestalt van een volk reageert al heel anders. Deze beperkt zich t.a.v. de mensheid. Hij zal in deze beperking zijn superioriteitswaan natuurlijk doorvoeren, zoals ook de grote Gestalt dit in zich draagt. De karakteristiek van een volks‑Gestalt kunnen wij aflezen: Het is de reactie van het volk (dus van alle mensen) op bv. economie, politiek (voor Nederland weldadigheid) en op nog vele andere dingen. Het bepaalt zo’n beetje wat je tegenover de bent. Er is een gemeenschappelijk denken.

Maar nu moeten we heel goed begrijpen, dat deze zich bewegen op wat wij het astrale vlak noemen. Er is daar voor hen de mogelijkheid in verbinding te treden met entiteiten, zoals bv. de rassengeesten, de volksgeniën, de volksgeesten. Er is dus een bewuste uitwisseling mogelijk tussen de geesten, die vanuit de Heer der Wereld werken en het eigen bewustzijn, samengevoegd als Gestalt van een volk of van een deel van de mensheid. En daar begint nu eigenlijk het interessante. Van al die andere krachten kun je weinig zeggen. Zo bestaan nu eenmaal. Je kunt erover vechten of ze reëel zijn of denkbeelden. Voor zover ik het kan nagaan ‑ en dat is tamelijk ver ‑ bestaan ze werkelijk.

Wat echter interessant is: het totaal bewustzijn van een volk veroorzaakt een gevoel voor of een interpretatie van feiten, die weer berust op gegevens, welke van de Heer der Wereld afkomstig zijn.

Als men nu die krachten op aarde eens gaat bezien, dan lijkt wel een soort schaakspel. De spelregels worden gesteld door de Heer der Wereld, die binnen het speelveld speelt dat wordt, bepaald door de wereldziel. De figuren zijn de verschillende rassengeesten en heersers der elementen. De mens kan door zijn eigen plaats in het spel te veranderen het verloop van het spel voor zichzelf eveneens veranderen. Als u dus hoort over krachten in de wereld, zoals b.v. in de Vietnamkwestie, dan zoudt u denken: Het is toch wel dom van de Chinezen of van de Amerikanen dat ze niet tegen de Vietcong zeggen: “Jongens, we sluiten alle grenzen. Vecht het nu maar eerst eens zelf uit.” Niemand kan begrijpen waarom het nodig is dat daar praktisch aan volledige oorlog wordt gevoerd, zonder dat het volk zelf daarvan iets beter wordt. Maar het is noodzakelijk, dat er een ontmoeting is tussen twee Gestaltfiguren: n.l. de Gestalt China (hoofdzakelijk zuidelijk China) en de Gestalt Ver. Staten; vooral het centrum gebied, niet zozeer de kustgebieden.

Wanneer deze Gestaltfiguren elkaar ontmoeten, dan kunnen zo dat doen op eigen terrein; maar daarvoor zijn ze bang. Ze kunnen dit doen op het terrein van de ander maar dat is praktisch onmogelijk. Wat er overblijft is dus een ontmoetingspunt uit te zoeken; en daar gaan zij dan met elkaar iets nieuws opbouwen. Men zou kunnen zeggen, dat zij de feitelijke verhouding tussen twee volkeren gelijktijdig intiemer en intenser maken. Dat lijkt vreemd.

Als men dat politiek beschouwt is er natuurlijk sprake van een steeds groeiende tegenstelling, Maar men neemt (en dat zijn de kleine delen; de gewone mensen) van elkaar denkbeelden en technieken over. (De jungletechniek van de Amerikanen hebben deze eigenlijk te danken aan de Vietcong. Het optreden van de Vietcong in grotere eenheden bevat strategische factoren, die zijn ontleend aan de methode van de Amerikanen) Zij komen dus mentaal ‑ en dat is heel wat anders dan stoffelijk ‑ dichter bij elkaar te staan. En dat is nu de bedoeling. Want zo kan iets van het ene volk naar het andere volk worden overgedragen, zonder dat daarbij het volkskarakter en daarmee dus de mogelijkheid tot beheerste mutatie van de rassengeest wordt aangetast. Er zijn op aarde zeer vele van die plaatsen, waar op de een of andere manier een dergelijke ontmoeting tot stand werd gebracht.

Dan zegt u: Ach, het is zo vervelend, die mensen lijden. Maar voor de rassengeest betekenen de individuen net zoveel als de bloedcellen voor u. U zult u misschien wel eens in de vinger prikken en er een druppel bloed uithalen gewoon om te bekijken en dan doet u er verder niets mee. De rassengeest doet het tenminste altijd nog doelbewust. Dat bloed telt echter niet; dat is zo weinig. De waardering van de rassengeest is dus een andere, maar zijn bedoeling is nu wel te begrijpen, naar ik meen. Er wordt dus bewust en geleid een zeker contact tot stand gebracht tussen volkeren en rassen. En daarin wordt, ofschoon de mensen het zelf niet beseffen, een van tevoren vastgesteld plan uitgevoerd, waardoor in een periode van 100 jaar de verhouding tussen deze rassen zich op een bepaalde manier wijzigt.

Die wijzigingen houden weer in, dat ondertussen de Gestalt van elk volk rijker is geworden. Er is een grotere differentiatie van beleven en denken gekomen en ‑ meestal gelijktijdig ‑ een groter gevoel van verbondenheid. Die werkingen treden voor de mens op als bv. economische, politieke of bepaalde godsdienstige waarden. Een zendingsdrang van een bepaald volk kan dus ook op een dergelijke stimulans berusten.

Soms is de mens eigenlijk als Gestalt en als eenling handiger dan de rassengeest. U zult zeggen: dat kan haast niet. Maar toch is het waar. De mens is n.l. als groep of als eenling in staat en bepaalde pogingen zo intens voort te zetten, dat het niet meer mogelijk is de gevolgen daarvan binnen de perken te houden. Dan zien wij dat de rassengeest meestal eerst een beroep doet op de continentale rassengeest en daar dan bij haalt de natuurkrachten en vooral hun heersers.

De heersers der elementalen zullen dan weer in samenwerking met de eigen volksgeest overgaan tot het veroorzaken van aardbevingen, stormen, overstromingen en wat dies meer zij. Zo worden de elementen, die niet gewenst zijn en die zich toch sterk hebben ontwikkeld, afgezwakt of tenietgedaan. Op deze manier kan de aandacht van een volk in een andere richting worden geleid.

Neem nu bv. Rusland. Rusland is erg agressief naar buiten toe. Op een gegeven ogenblik is er een grote epidemie. Er zijn misschien aardbevingen. Er is hongersnood. Er zijn overstromingen. Dan zal Rusland ineens de hulp van buiten nodig hebben en het zal die misschien aanvaarden voordat het weet wat het doet. Dan kan het dus niet meer onmiddellijk gaan aanvallen. Zo worden dus door een schijnbare ramp de houding van een volk, zijn culturele achtergrond, zijn politieke en economische verhoudingen gewijzigd en daarmede ook de invloed, die het op alle andere volkeren heeft.

Misschien kan ik u het beeld het best als volgt geven: de rassengeesten zijn het werkelijke parlement en de Gestaltfiguren vormen daarbij een soort spiegelparlement of een jongerenparlement. Ze hebben dus veel te zeggen, maar ze zijn niet in staat om zonder meer al hun besluiten van kracht te verklaren; dat kunnen de anderen dus wel.

Nu wordt er over en weer gestreden. Men vecht over punten, die schijnbaar onbelangrijk zijn, maar verkrijgt daardoor een steeds helderder, een doorzichtiger structuur van de mensheid; en dat is nodig. In het begin heeft men bij de mensheid bepaalde chauvinistische gevoelens nodig gehad, Dat chauvinisme was onvermijdelijk en daarop werd eigenlijk de groei van de mensheid gebaseerd. Dan komt er een ogenblik, dat het chauvinisme niet meer zo noodzakelijk is. En wat is dan de eerste en logische actie? Men besluit om een aantal volkeren, die t.a.v. elkaar niet al te vreemd staan met elkaar te confronteren door de Gestaltfiguren te mengen. Denkt u maar aan de barbaren met een eigen krijgskunst en een eigen cultuur, die naar Rome gaan. Als ze terugkomen zijn het andere mensen geworden. Ze passen misschien nog heel goed in hun eigen milieu, maar hun denkbeelden over techniek, krijgskunde, transport en handel hebben zich gewijzigd. Zij brengen nieuwe elementen in de cultuur en gelijktijdig vergroten zij de mogelijkheid voor de z.g. barbaren om onafhankelijk te worden. U kunt in de historie vele van dergelijke voorbeelden vinden.

Een ander voorbeeld zijn de kruistochten. Ook hier ziet u nu met een religieuze achtergrond een roep ontstaan om te gaan strijden. Die strijd is in wezen geen geloofsstrijd, maar een confrontatie van twee totaal verschillende culturen, waarbij de deelnemende volkeren een geheel achtergrond hebben.

De beschaving van Europa, zoals zo nu is, bevat voor ongeveer 30% Moors‑Arabische elementen die er zonder de krijgstochten nooit geweest zouden zijn. De grootheid van Europa is dus voor een deel te danken aan een strijd, die op zichzelf zinloos leek. De mens mag een dergelijke strijd niet willen. Hij moet trachten daarvoor een aanvaardbaarder formule te vinden. Bijvoorbeeld: waarom niet in Europa een vereniging voor vreemdelingenverkeer bij de Moren stichten en reisbureaus voor pelgrimstochten naar Jeruzalem. Maar dat hadden ze toen nog niet. Toch zal steeds weer de noodzaak van confrontatie en strijd blijven bestaan; en daaruit kunt u wel de conclusie trekken, dat van vrede op aarde in de zin van rust nooit sprake zal zijn. De enige vraag, die de mens in deze kan beantwoorden is, of de confrontatie met het andere in lichamelijke in bloedige strijd of in meer geestelijke strijd zal plaatsvinden. Een andere oplossing is er niet.

De natuurkrachten moeten ook reageren op de mens; en de Gestalt van een volk zal vaak bepalen welke natuurgeesten zich bij dat volk het prettigst gevoelen. Daardoor wordt er een relatie gekweekt met de heerser van het element en ontstaat er eigenlijk een bevoordeling van een volk in een bepaald element. Men heeft daarmee misschien meer strijd; maar men kan er ook meer mee doen. Het is niet voor niets dat bv. de Nederlanders heel grote waterbouwkundigen zijn, maar als het gaat om wegenbouw, het aanleggen van wegen in bergmassieven, dan moet men daarvoor zijn in Zwitserland, Duitsland of nog verder. Als het gaat om landbouw, dan blijkt dat de Nederlander dat technisch heel mooi aankan, maar dat een natuurlijk gevoel voor de landbouw in heel andere gebieden te vinden is. In China is de landbouw niet gemechaniseerd, altijd intenser, groter en beter geweest dan in Nederland. Maar de watergeesten zijn de Chinezen over het algemeen minder vriendelijk gezind geweest dan de Chinezen van het westen. In dit opzicht kunt u ook weer een klein beetje achter de sluiers kijken.

Als u het leven rond u beziet dan is dat niet alleen maar een kwestie van menselijk willen en kunnen. De mensheid zou misschien volgens haar eigen idee veel meer kunnen bereiken, indien daar niet de raad van de Heer der Wereld was, indien daar niet de elementen waren en de verschillende rassengeesten. Maar het doel is niet de sublimatie van het denkbeeld van de mens. De bedoeling is de vervulling van het harmonisch beeld, dat in de wereldziel bestaat.

De mens denkt in tijd. De wereldziel praktisch in het tijdloze. De waarden, die de mens nastreeft, zijn alle tijdgebonden. De wereldziel zelf is tijdloos; en de bestemming van de mensheid als geheel is voor de wereldziel alleen tijdloos denkbaar. Daarom moet er wel ‑ ongeacht de ontmoetingsmogelijkheden, die er dan toch zijn in de tijd – een concept worden ontwerpen, waarin de sublimatie er niet één is van menselijke beschaving, maar van menselijk bewustzijn; een innerlijke zaak.

Alles, wat we zien: de eigenaardigheden van Afrika, de op zich typische revolutiezin, die we bv. in Zuid‑Amerika vinden het ‑ ik zou haast zeggen ‑ oubollige puritanisme van de Amerikanen bv., al die dingen behoren bij een rassengeest en ze hebben een bepaalde bedoeling. Zij moeten niet gelijk worden. De mensen kunnen nooit volledig aan elkaar gelijk zijn. Zoals de rassen zich misschien ten dele zouden kunnen vermengen, maar toch de eigenschappen van die rassen en daarmee het behoren tot een rassengeest niet vernietigd kunnen worden. Zij dienen elkaar aan te vullen. Het gaat er niet om de perfecte mens op aarde te scheppen, maar om het perfect menselijk bewustzijn te scheppen, dat in elke menselijke vorm op aarde kan leven.

U ziet, dat vanuit dit denkbeeld de grootse gebeurtenissen op aarde eigenlijk toch wel een beetje terugvallen. Ze zijn a.h.w. het boetseren van een zandfiguur, waarbij zo nu en dan een paar korrels zand wegvloeien maar waarin de grote lijnen langzaam maar zeker toch worden gevonden. Wat de menselijke ziel hiermee te maken heeft, is geloof ik ook van belang. Ik zal daarom dit punt ook nog noemen.

De menselijke ziel zoekt in zich een harmonie met het Goddelijke. De wereldziel is voor de menselijke ziel eigenlijk van weinig belang. Het is een tijdelijke woning of bescherming, maar het is geen blijvend behoren tot de wereldziel. Daarom zal de ziel van de mens trachten om voor zich binnen de omstandigheden, die er op aarde mogelijk zijn, iets van het eeuwige te realiseren. Die realisatie kan wel in een heel andere richting liggen dan de “planning” a.h.w. van de Heer der Wereld, en dan zien we het eigenaardige zich voordoen:

De ziel kan in omstandigheden, die zij niet geheel beheerst, door haar reactie daarop toch haar eigen harmonie vinden, bewaren en intensifiëren. Zij kan het totale schema niet blijvend veranderen, maar zij kan wel de vorm, waarin dit schema in verschijning treedt, ten dele wijzigen. U zoudt kunnen zeggen: De bedoeling blijft gelijk. Maar je kunt helpen die bedoeling met een zekere vreugde te verwezenlijken of je kunt haar met veel leed en door strijd verwezenlijken. Je kunt haar een wetenschappelijke basis geven of een mystieke. Dat is dus de taak van de mensheid. Want de ziel van de mens bepaalt niet wat er hier op de wereld gebeurt. Zij bepaalt slechts ten dele wat de Gestalt is, die ook de mens beïnvloedt op het niveau van het stoffelijk redelijk denken en zelfs op astraal niveau. De mens, zo vrij als hij is aan de ene kant, leeft binnen de beperkingen, die door een ander denken en door een ander bewustzijn dan het zijne tot stand komen. Wij mogen dit bij het beschouwen van de krachten der aarde nooit vergeten. Want als deze wereld krachten en machten tegenover elkaar zet, als wij het gevaar zien van bv. een economische ineenstorting van vele landen (en die is op het ogenblik niet zo ver af), dan moeten wij niet denken dat dit de enige mogelijkheid is of een noodlot. Wij moeten ook niet denken dat we het strijdelement, dat daarin is gelegen, kunnen vermijden. Wij kunnen die strijd winnen op een voor ons aanvaardbare of op een voor ons onaanvaardbare wijze. Als we hem moeten winnen, zullen we hem winnen, Moeten we hem verliezen, dan kunnen we hem verliezen met of zonder pijn, maar verliezen zullen we. Het totale schema kan niet volledig worden veranderd.

Als u dus in de toekomst zo nu en dan wat eigenaardige dingen zult horen, dan moet u zich niet al te veel zorgen daarover maken. De mens denkt wel en hij put daarbij zijn rationalisatie en zijn emotie meestal uit de Gestalt van het volk, waartoe hij behoort, maar hij kan niet de feiten veranderen, die door een hogere macht zijn vastgelegd.

Dit is dan het eerste deel van mijn inleiding. Ik hoop u hierin het spel der machten duidelijk te hebben gemaakt. Ik heb echter nog een tweede deel met een enigszins andere inhoud behorende tot het onderwerp.

Er is een legende dat de Heer der Wereld op een gegeven ogenblik naar boven zal komen uit de ondergrondse tuinen, waarin hij leeft (Dit is wel de meest bekende legende, noem ik aan). Hij zal dan de wereld overspoelen met zijn soldaten en hij zal de wereld een nieuw bestuur geven. Dat ligt in deze tijd niet zover meer af. Maar we moeten dit niet letterlijk interpreteren. Niet een onderaards rijk met een vorst, die zijn soldaten commandeert. We moeten dit zien als de Heer der Wereld, een wezen dat de kosmische ritmen verstaat en ze kan vertalen in menselijke gevoelens en beweegredenen; zij het dan van de massa en niet van de eenling.

Wanneer de Heer der Wereld naar boven komt, dan is er een ogenblik, dat de kosmische zin van het bestaan, zoals de wereldziel die ervaart, in veel sterkere mate op de mensheid wordt afgedrukt. Zo sterk, dat velen ‑ via hun rassengeest en volks-Gestalt ‑ daaraan deel hebben.

Men kan dan zeggen: Dat wordt een mystieke beweging. Maar de soldaten van de Heer der Wereld zijn geen soldaten met een geweer. Zij zijn mensen, die in zich een zodanig gevoel van mystieke verbondenheid met de denkbeelden hebben, die uit de Heer der Wereld stammen, dat zij de vervulling daarvan op den duur onvermijdelijk maken. Dit is een van de dingen, die in de toekomst staan te gebeuren. Daarna zal ‑ zoals de legende vertelt ‑ de Heer der Wereld regeren tot er vrede heerst en hij zal de mensen zijn vrede laten en teruggaan.

Dat kunnen we ook weer vertalen. We kunnen zeggen: Er komt een ogenblik, dat er tussen de verschillende volkeren, de verschillende rassen, de verschillende continenten, de verschillende mentaliteiten ook, ja, zelfs tussen de mens en de natuurkrachten een samenwerking mogelijk wordt, waarbij wel een zekere naijver of strijd blijft bestaan, maar waarin men niet strijdt om de ander te vernietigen, maar om op te bouwen. Dat is dan die vrede. Is die toestand eenmaal ontstaan, dan zal de wereldziel zich terug trekken. Ze heeft dan de kosmische tendensen doen heersen. Zij heeft een nieuwe, scherpe geestelijke mutatie in de mensheid veroorzaakt en kan nu afstand nemen. De Heer der Wereld kan dus weer terugkeren in zijn stilte en eigenlijk een de mensheid vertalen voor de wereldziel, voor zover dat nodig is en de wereldziel, haar begrippen en haar kosmische relaties aan de mens overdragen.

Dat dit processen zijn die een betrekkelijk lange tijdsduur vergen vanuit menselijk standpunt, zult u natuurlijk wel hebben geconstateerd. Toch mogen wij zeggen, dat een dergelijke overheersing van de Heer der Wereld meermalen is voorgekomen en dat zo’n periode meestal ongeveer 3, 3½ of 7 eeuwen omvat. Van een duizendjarig rijk is dus geen sprake.

De gevolgen van zo’n periode zijn altijd: een golf van nieuwe godsdienstigheid, een golf van nieuwe technische toepassingen en daarnaast een veel kortere periode van nieuwe ontdekkingen. Er is dus in zo’n tijdsspanne van 300 jaren een tijd van rond 50 jaar, waarin werkelijk het nieuwe wordt ontdekt; en dat betekent een omwenteling in al datgene wat men tot nu toe hoeft gedacht en gekend.

Daarnaast kennen wij binnen die 300 jaar een periode van zeg maar 150 jaar van een bijna koortsachtige ontwikkeling. De beginperiode wordt door de mensen een gulden tijd of een Gouden Eeuw genoemd. De 200 jaar daarna geven dan eigenlijk de bewegingen van de rassengeesten t.o.v. elkaar aan.

Wij zien dat op het schaakbord dus alles verandert; soms door een volksverhuizing, soms door uitgebreide en vaak zeer langdurige oorlogen; soms ook wel door een gedwongen vermenging van rassen. Deel kunnen we voor de toekomst dus wel verwachten.

Maar zal de mens als eenling daar veel van merken? Ik meen deze vraag ontkennend te mogen beantwoorden want ofschoon dit een concreet gebeuren is, is de mens gewend met dagen te tellen, niet met honderden jaren. Zelfs als hij het probeert, gaat hij nog uit van vandaag en niet van een eeuwigheid of van een grotere tijdsspanne omvattende achtergrond. Het resultaat is duidelijk: Deze veranderingen komen vanuit het standpunt van de mens geleidelijk en zijn meestal eerst achteraf te herkennen. Voor de Gestalt‑figuur is het een bewuste verandering, die in zijn wezen sterk ingrijpt. Voor de rassengeesten is het een deel van het natuurlijk levensproces.

Er zijn dus maar betrekkelijk weinig factoren op aarde die dit bewust registreren. Die registratie vindt dan ook plaats buiten de aarde om door wat wij dan misschien engelen of machten kunnen noemen; ten dele zijn dat zielen van planeten en werelden, ten dele onstoffelijk levende geesten van zeer grote macht. Deze registreren en hun bevindingen worden dan doorgegeven aan de wereldziel, die daarop weer haar eigen reacties toont.

Het zal u vreemd klinken, als ik u vertel dat zelfs de hitteontwikkeling in de aarde zelf en daarmee het gehele klimaat, van de wereld kan worden veranderd door een dergelijke communicatie in die betrekkelijk korte tijd van 40 à 50 jaar. Toch is dat mogelijk. De aarde kan dus bliksemsnel (voor haar begrip) reageren. Zij doet dit echter alleen in uitzonderingsomstandigheden. De noodzaak tot die reactie komt altijd weer voort uit het leven, dat op aarde bestaat en de eventuele tekorten aan mogelijkheden of aan ontwikkeling, die daarin worden geuit.

Dan kunnen we dus dit onderwerp, althans zijn inleiding samenvatten en zeggen: Zuiver stoffelijk gezien staat er boven de stoffelijke mens een hiërarchie van wezens, die hebben geholpen de wereld, het ras, ja, alle leven op aarde te vormen, en van krachten, die de verschijnselen van de wereld zelf uitdrukken en daarmee de z.g. elementale werkingen vertegenwoordigen. De mens kan hun werking t.a.v. zijn persoon wijzigen, nimmer t.a.v. het geheel.

De wereldziel zelve beantwoordt aan een kosmisch systeem, dat in tijd en ruimtelijk concept ver buiten het bereik van de mens ligt. Deze concepten worden via de Heer der Wereld overgebracht naar de mensheid, zodat de geest in een milieu leeft, dat ‑ ongeacht de beperking in tijd en ruimte ‑ een bewustwording van kosmische waarden voortdurend mogelijk maakt. Alle gebeurtenissen op aarde zijn voor een zeer groot gedeelte vastgelegd. Deze vastlegging vindt echter niet plaats in feiten, maar in tendensen. De ontwikkeling staat vast; de wijze, waarop zij zal plaatsvinden, kan worden gevarieerd.

Als wij de verschijnselen op aarde ‑ onverschillig welke ‑ bezien voor zover zij niet een eenling of enkele eenlingen betroffen, dan kunnen wij daaruit de eigenschappen van de Gestalt aflezen. De varianten in het gebeuren t.a.v. de eigenschappen van de Gestalt geven ons een inzicht in het werken van de rassengeest. Voor de mens is een aflezen van verdere werkingen in de praktijk onmogelijk. Hij kan echter wel degelijk het totaal van het volksgeheel, waartoe hij behoort plus de geestelijke invloed, die daarover kan regeren, kennen. Een zich daarbij aanpassen en tevens het bereiken van een zekere harmonie heeft uiterlijk misschien een gelijkschakeling ten gevolge, maar het voort innerlijk tot een grotere vrijheid, omdat in de gebondenheid aan de bestemming van het geheel de persoonlijke vrijheid aanmerkelijk groter wordt dan zij zonder dit kan zijn in de wereld, die wordt geregeerd door de krachten der Wereld. Dat is het einde van de inleiding, vrienden. Ik wil opmerken, dat ik een betrekkelijk summier beeld moest geven, maar dat u uit dit beeld vele dingen voor uzelf kunt afleiden.

********************

*  U spreekt over de geest van de aarde. Is er ook een geest van water, vuur, lucht?

Ik mag u verwijzen naar mijn inleiding, waarin ik niet heb gesproken van de geest van de aarde, wel van de Heer der Wereld en daarnaast van de ziel van de aarde; wat toch wel enig verschil uitmaakt. Ik heb u tevens gewezen op het feit, dat de elementen hun eigen heersers hebben, die wij de heersers der elementen zouden kunnen noemen volgens de oude betekenis van het woord “element.” Ik meen dat daarmee de vraag dan ook is beantwoord.

*  Wij kunnen nooit het schema veranderen; alleen onze eigen houding er tegenover ligt in onze macht. Kunnen wij (gewone mensen) het proces bespoedigen (of vertragen)? En zo ja, hoe?

De gewone mens is maar een klein deel van de Gestalt van een volk. Voor zover die gewone mens op het geheel der mensheid of op de massa, waartoe hij behoort, invloed uitoefent, kan hij bepaalde processen inderdaad bespoedigen of vertragen. Maar daarvoor is dus nodig, dat er een zekere invloed op de massa bestaat. Daar zeer weinig mensen in staat zijn om in korte tijd een groot deel van de massa te beïnvloeden, kunnen wij wel zeggen dat van een directe beïnvloeding door de eenling nimmer sprake zal zijn.

Er is echter een indirecte mogelijkheid tot beïnvloeding; en daarvoor moeten we allereerst ongeveer weten wat de tendensen zijn. De mens, die dit wil doen, moet een zodanig bewustzijn hebben, dat hij de Gestalt tenminste kan aftappen en zo mogelijk zelfs de grotere entiteiten, die tot de raad van de Heer der Wereld behoren. Is dit het geval, dan voorziet hij dus in hetgeen noodzakelijk is en hij kan zijn eigen geesteshouding en zijn leefwijze aan deze behoefte aanpassen. Doet hij dit zodanig, dat anderen hierdoor op gelijke wijze gaan denken en reageren, dan wordt het proces in zekere zin bespoedigd. Dat wil dus zeggen, dat hetzelfde wordt bereikt met minder strijd.

Maar zoals u zult begrijpen is dat een taak, die alleen de zeer bewuste op zich kan nemen. De minder bewusten kunnen bijdragen tot de moeiteloze vervulling van het gestelde door te zorgen, dat zij persoonlijk voortdurend in harmonie zijn, dat zij in zich alle elementen van haat, zelfbedrog, zelfoverschatting zoveel mogelijk uitsluiten, daar zij hierdoor de Gestalt helpen een grotere realiteit te bereiken. Dat is misschien een kleine factor, maar zelfs een 10 miljoenste of een 20 miljoenste deel meer werkelijkheidsbesef kan soms iets uitmaken.

Verder zullen zij door hun gedachten voortdurend positief te richten (dus het goede met nadruk te vermelden en het slechte te ondergaan en daarin desnoods nog het goede te zoeken) komen tot een geesteshouding en leefwijze, waarin voor hen het positieve element van het vastgelegde het sterkst spreekt. Ook voor anderen zal hetzelfde het geval zijn. Zij hebben minder ergernis en minder moeite. Degenen, die dit met hen delen, leven gelukkiger. Door dit gelukkiger leven is soms een geringe versnelling van aanpassing mogelijk. In ieder geval kan eigenlijk veel onnodig leed, onnodige ellende, onnodige smart worden vermeden.

*  U zegt: Je moet zoveel mogelijk haat en de onaangename dingen uit je leven proberen te verwijderen. Maar bestaan dergelijke gevoelens dan ook in een Gestalt?

Natuurlijk. Want een Gestalt is eigenlijk niets anders dan een samenstelling, waarin het totaal van het menselijk denken is vertegenwoordigd, in dier voege, dat de meest voorkomende denkbeelden en gevoelens het sterkst in de Gestalt tot uiting komen en zowel de vorm als de reactie van de Gestalt bepalen.

*  U hebt gezegd, dat er wezens waren, die hielpen de wereld te vormen. Waar kwamen die vandaan?

Dit is een vraag die iets buiten het onderwerp ligt.

Ik wil allereerst verwijzen naar hetgeen we hebben gezegd over de kosmos en over de schepping. Ik meen, dat dat twee maanden geleden is geweest. Kort gezegd komt het hierop neer:

Het Goddelijke deelt zich in delen, die t.a.v. ons een eigen persoonlijkheid bezitten en die wij als afzonderlijke goden of persoonlijkheden (hoge geesten) beschouwen. Daar deze niet allen deel hebben gehad aan de schepping voor zover het ons betreft, maar elk van hen een bepaald deel ervan regeert (ook zelfs t.a.v. de ruimte), kan worden gesteld, dat direct uit het Goddelijke geboren persoonlijkheden meehielpen aan het tot stand komen van de eerste zonnen. Daarin vond een bezieling plaats. De daar bezielende krachten zijn weer aansprakelijk geweest voor het ontstaan van de planeten. De planeten werden bezield, maar naast deze bezieling ontstonden andere krachten, die de relatie zon ‑ planeet erkenden als deel en doel van hun leven; en zij hielpen vorm te geven aan de planeet. Zij hebben zich op den duur met de planeet en haar bezieling ten dele vereenzelvigd en ‑ vanuit menselijk standpunt in verschillende delen uiteenvallend ‑ werden zij de eerste rassengeesten die het leven en de levende vormen op aarde ontwikkelden. Later zijn lagere intelligenties (of zo u wilt onafhankelijke brokdelen van die eerste figuren) ontstaan en dit zijn dus de kleinere rassen en volksgeesten zoals wij die nu kennen. De hoogste geesten zouden wij nog kunnen beschouwen als bv. de door mij genoemde rassengeesten van continenten en de rassengeesten van bepaalde plant‑ en diersoorten, zonder dat hun onderverdeling verder ter sprake komt. Dus, bv. een geest van de kat-achtigen, waarbij verder helemaal niet gesproken wordt over de onderverdeling in leeuwen tijgers enz.

*  De Gestalt‑figuren wensen geen ontmoeting op eigen terrein. Zij zijn daar bang voor, zei u. Waarom?

Omdat de Gestalt a.h.w. een compilatiewerk is. Wanneer een deel van het eigen volk binnen de invloedssfeer van het eigen volk valt, dan wordt hierdoor de Gestalt a.h.w. verwond; er vallen delen. En daar dit gebeurt in eigen omgeving, is dat te vergelijken met een wond, die men zelf niet kan verbinden: een inwendige wond. Als je je in de vinger snijdt, kun je dat gemakkelijk verbinden. Maar als je een scheur in een spier krijgt, dan heb je een zeer pijnlijke verwonding, waaraan je zelf niets kunt doen. Zoals de mens bang is voor pijn (dit is een vergelijking), zouden wij dus kunnen zeggen, dat ook de Gestalt bang is voor pijn. Zoals de mens bang is voor de dood, zo is de Gestalt in zijn geheel bang voor ondergang. Zoals de mens strijdt voor zelfbehoud, zal ook de Gestalt trachten zichzelf en zijn waarden te handhaven en te continueren. Want wat de eigenschappen zijn van de mens als eenling, zullen die ‑ vooral wat de primitieve instincten betreft ‑ enorm versterkt ook in de Gestalt tot uitdrukking komen.

*  Wat verstaat u precies onder Gestalt?

De Gestalt is het denken, het reageren, het temperament, de instincten, kortom, het geheel der karakteristieke eigenschappen van een bepaald volk (niet van een staat, maar van een volk of ras), waarin het totaal van het denken van dat volk aanwezig en geuit is. Deze waarden worden zoals u weet uitgestraald. Elke mens straalt zijn gedachten uit op astraal terrein. Wanneer een volk dit doet, ontstaat hierdoor een soort kunstmatige figuur, waarin de grondeigenschappen van dat volk en de heersende denkwijzen vertegenwoordigd zijn als dominante stimulansen. Het resultaat is, dat wij te maken krijgen met een niet uit zichzelf, maar uit het volk levende figuur, wier eigenschappen en kwaliteiten worden bepaald door het volk, dat die Gestalt in stand houdt. Als het volk verandert, zal de Gestalt ook veranderen; maar minder snel, omdat alle kracht van het verleden als een soort blijvende kracht in de Gestalt aanwezig is, totdat zij volledig is verbruikt. Daarom is de Gestalt t.a.v. de ontwikkeling van het volk altijd behoudzuchtig of conservatief.

*  Dus de Gestalt is uitsluitend voortgekomen uit de mensen en is niet een onderverdeling van een rassengeest?

Nee. Het is niet een onderverdeling van de rassengeest. Als u mijn inleiding herleest, zult u ontdekken dat ik heb gestipuleerd: De Gestalt is het product van de menigte of de massa en representeert die menigte of massa echter op astraal terrein, waar dus een uitwisseling van gedachten en van krachten mogelijk is met rassengeesten en zelfs niet andere geesten.

*  Is zo’n Gestalt dan niet bezield?

De Gestalt is niet bezield. Hij is een marionet, opgebouwd uit de eigenschappen van het volk en bewogen door de overheersende instincten en denkwijzen van het volk.

*  Maar heeft die Gestalt dan ook een intellect? Omdat de ene Gestalt niet op het terrein van de andere Gestalt wil komen, zoals u zegt. Daaruit maak ik op, dat het dus een krachtbron of een verzameling van uitgestraalde krachten is, zonder bezieling, naar toch van kracht. Die krachtbron heeft kennelijk een intellect.

Ja, de krachtbron heeft een intellect, in zoverre, dat zij alle grondeigenschappen van de mensen, die gezamenlijk de Gestalt vormen en nu als een massale invloed tot uiting doet komen in de Gestalt. Dat betreft dus niet alleen de bewuste gedachten, maar ook het onderbewustzijn, de rasseninstincten. Deze zijn in de Gestalt vertegenwoordigd. Of die Gestalt dus werkelijk denkt, dat zouden we nog moeten bekijken. Dat is een heel moeilijke kwestie, want dan gaat het om de vraag: Wat is intellect? Wij kunnen zeggen, dat de Gestalt binnen de beperking van de massa, waaruit deze is samengesteld, denkt; in het denken en reageren wordt beperkt door de eigenschappen en denkwijzen van het volk, waaruit hij bestaat. En dat omvat dus heel wat meer eeuwen dan het heden alleen.

Een Gestalt‑figuur zal in bepaalde gevallen remanente krachten hebben, die ‑ laten we zeggen – 2000 jaar kunnen blijven bestaan, terwijl andere krachten summier worden aangevoerd en daarom maar een blijvende werking kunnen hebben gedurende 4 à 5 jaar. Maar zo zijn er. En aangezien de Gestalt verschilt van de Mensheid (het volk op dit moment dat door de Gestalt wordt gerepresenteerd), kan worden gezegd: hij heeft tot op zekere hoogte een eigen vorm van denken en reageren, die niet geheel kan worden beheerst door de mensheid of het volk, zoals het op dit moment bestaat.

*  Is de aardziel een bewuste entiteit?

In mijn inleiding heb ik gezegd: De wereldziel of wereldgeest, als u dat nu graag hoort. Maar ik bedoel ermee: de ziel, het eeuwige. Zij is zich bewust van zichzelf en van de verhouding tussen dit “ik” en het andere. Maar dit bewustzijn kan niet worden gemeten de termen van een menselijk bewustzijn, omdat het zowel in zijn ruimtelijke als in zijn tijdsconcept totaal van het menselijke verschilt. Ik heb daaraan toegevoegd, dat de reactie op de mensheid vanuit de wereldziel eigenlijk een bijna onbewuste is, waarbij de bewuste fasen eventueel via de Heer der Wereld moeten worden vertaald; en dat kan alleen gebeuren over een langere periode. U ziet, het is dus niet zo onvolledig als u misschien denkt. Ik heb echter in de inleiding vele feiten bij elkaar moeten proppen en toch nog moeten proberen daarvan een vlot verteerbare vorm te maken. Ik weet niet, of ik daarin ben geslaagd.

*  Welke plaats neemt de Witte Broederschap in binnen de wereldlijke hiërarchie, die u zo juist hebt beschreven, of staat die ernaast? Het komt mij voor dat de Heer der Wereld en de Broederschap veel overeenkomst vertonen.

Als we dat in de moderne terminologie moeten zeggen: De Heer der Wereld is de wetgevende macht, de Witte Broederschap reageert als een uitvoerende macht.

Anders gezegd: De Witte Broederschap voert ‑ op haar eigen wijze overigens ‑ de erkenningen, wetten en projecties van de Heer der Wereld en van de raad van de Heer der Wereld (de rassengeesten) uit. Zij beschikt door de hoge geestelijke krachten, die ten dele aan het wereldbestaan zijn ontgroeid maar daar toch deel van uitmaken, over een besef van de kosmische golven en krachten, ook al zal ze deze voor een gewoon mens niet gemakkelijk kunnen vertalen. Zij maakt zelfs gebruik van deze krachten en golven. Hierdoor kan zij worden gezien als een poging van de Heer der Wereld om zijn leger in de mensheid reeds actief te maken. Als u het zo bekijkt, kunt u dus zeggen: De Witte Broederschap is de voorhoede van het leger van de Heer der Wereld, dat de aarde zal overstromen (ik heb dat in het 2e deel van mijn betoog aangehaald) op het ogenblik, dat de harmonie met de kosmos voor korte tijd bereikbaar wordt.

*  Van welke krachten maakt de magiër gebruik in verband met de krachten der wereld? Hoe is het mogelijk, dat hij deze krachten kan beheersen, terwijl zij toch worden gedicteerd door de Heer der Wereld?

Dat is heel eenvoudig. Als u wordt bekeurd, zult u 9 van de 10 politieagenten niet kunnen omkopen. Maar als u nu iets van hen weet, is het misschien wel mogelijk. De magiër verschuift de oorzaak‑en‑gevolg‑werking naar een ander niveau. Hij bereikt daardoor resultaten, die in de eigen wereld onbegrijpelijk zijn. Hij bereikt echter geen totale verandering, omdat hetgeen hij veroorzaakt voor hem en de krachten waarmee hij werkt, gelijktijdig een belasting wordt. U zoudt heel eenvoudig kunnen zeggen:

De wit‑magiër is iemand, die met geestelijke krachten op aarde iets doet op afbetaling en gelijktijdig door zijn eigen gedrag en denken een kapitaal aan geestelijke krachten bijeen probeert te brengen. De zwart‑magiër is dan iemand, die die krachten leent met de bedoeling een frauduleus failliet te maken.

*  Vele mensen (o.a. de Jezuïeten) zijn naar andere landen getrokken om onder die andere bevolking te leven. Maakten zij zich daarbij vrij van hun eigen volks-Gestalt? Welke gevolgen heeft dit gehad.

a. voor hen zelf;

b. voor de eigen volks‑Gestalt;

c. voor de volks-Gestalt van het andere volk?

In dit voorbeeld is dus eigenlijk het probleem van de zending gesteld. Zending is in feite een uitwisseling van cultuurvormen en zelfs van wetenschap, ingekleed in de vorm van een geloofsverkondiging. Want de zendeling kan zijn geloof niet verkondigen, zonder de waarden van zijn eigen cultuur en zijn volk te uiten. Wij kunnen dus een zendeling in dit concept van krachten der wereld misschien het best zien als een soort pode, die de eigen Gestalt uitstulpt om de andere Gestalt te beroeren. Voor de persoon zelf betekent dit, dat hij een groot gedeelte van zijn persoonlijke macht en persoonlijk besef als ik-heid verliest. Hij wordt veel sterker door de eigen Gestalt geregeerd en gedicteerd dan hij in eigen milieu dat zou worden omdat hij zich aan het vreemde alleen kan aanpassen door zich op de krachten van de eigen Gestalt en volk te beroepen. En daarmede is ook de totale invloed gemakkelijker te begrijpen.

De zendeling is dus voor de eigen Gestalt en eventueel zelfs voor de rassengeest een aftasten van de mogelijkheden in een andere Gestalt of in een andere rassengeest. Voor beide rassengeesten betekent dit een verrijking, ook als de zending zelf schijnbaar geen resultaten, heeft. De zendeling moet in dit verband dus niet anders worden gezien dan de zakenman, die b.v. in een vreemd land gaat wonen, of de toerist die een langere tijd bij een vreemd volk verblijft en daar een tijdje iets van zijn eigen mentaliteit, zijn eigen leven demonstreert en gelijktijdig iets van het werkelijke leven en denken van het gastvolk erkent.

Er is bij een versnelde uitwisseling dus sprake van een grotere mogelijkheid tot begrip, afstemming en juiste definitie van het strijdelement voor de betrokken rassengeesten, terwijl voor de Gestalt een vergroting van bewustzijn en van middelen daarvan het gevolg zullen zijn. Men moet daarbij echter wel beseffen dat één mens voor een Gestalt, opgebouwd uit een volk van 10.000.000 mensen, niet een‑10 miljoenste deel betekent, maar ‑ gezien de tijd waarover die werking moet duren ‑ ten hoogste een biljoenste deel. Eerst door een accumulatie van vele zendingen (dus het werk van vele zendelingen) kan het contact ook voor de Gestalt waarde krijgen. Voor de rassengeest, die zelfbezield en bewust is, is het echter een mogelijkheid tot experimenteren en waarnemen. De grote fout, die wij echter daarbij zien, is dat het strijdelement meestal niet wordt uitgedragen in een poging om de goede waarden van eigen bestaan te demonstreren, maar om de juistheid van eigen denken te demonstreren. Dit laatste is praktisch onmogelijk en maakt ‑ als ik mij niet vergis ‑ in de huidige ontwikkeling bij de zending ook een steeds minder belangrijk deel van het eigenlijke zendingswerk uit.

*  Heeft iedere planeet een afzonderlijke beheerder?

Elke planeet heeft een bezieling. Dat geldt zelfs voor Luna (de maan) en voor heel veel brokken (maar niet alle) van de asteroïden. Dus kort gezegd: Elk hemellichaam van enige betekenis met een vaste baan, een minimum aan massa en verder een eigen rotatie (dat hoort er meestal bij) kunnen wij beschouwen als bezield. De bezielende kracht kan in intelligentie en potentie aanmerkelijk verschillen; die verschillen zijn zeer groot. Maar als wij ons dan verder nog afvragen, of dit de enige manier is om de zaak te bekijken, dan moet ik zeggen: Nee.

Naarmate op een planeet minder hoog georganiseerd leven voorkomt, kunnen wij zien dat de atmosferische (de elementale) krachten de gestalte aannemen van een dienaar of een bewustzijn. Zij worden wat wij wel noemen: de geniën, de dienende geesten en krachten van de wereldziel. Maar naarmate er dus meer rassen en mogelijkheden ontstaan, zal het aantal van dergelijke natuurkrachten als een soort voelhorens en poden (dus als representanten van die wereldziel) afnemen. De raad zal dan in verhouding kleiner zijn. Maar wij nemen wel aan, dat elke planeet van enig belang naast een wereldziel een wereldheer heeft. Of die wereldheer dan nog onder zich een zekere hiërarchie kent, is dus afhankelijk van de bestaanswaarden en levensmogelijkheden, die een planeet biedt.

*  In de vorige les staat over de wet van oorzaak‑en-gevolg: “De straf kan ook aan het kwaad voorafgaan.” Na hetgeen u ons vertelde, wil ik aannemen dat wij de makers van ons eigen leven zijn; de vrije keuze. Maar als je nu eerst de straf ondergaat, waarom zou je dan nog het kwaad gaan bedrijven? Schep je dan niet een nieuw gevolg en ontstaat er dan niet een kringloop van straf‑kwaad‑straf enz.?

Ja, dat is nu juist de aardigheid. Misschien mag ik hier een wat dwaas voorbeeld nemen.

Zoudt u zich een film kunnen voorstellen, die over een oorlog gaat, bv. die van ’14 – ’18? Deze laat zien hoe het tot de oorlog van 1940 komt, hoe het dan komt tot een atoomoorlog, waardoor de mensheid terugvalt op ‑ laten we zeggen ‑ een oorlog in de Romeinse tijd en vervolgens weer terugkeert naar ’14 – ’18. Een film, die dus precies begint waar ze uitscheidt en omgekeerd. Als een dergelijke film wordt vertoond, dan kan ik op elk willekeurig moment binnenkomen en ik zie de hele film. De waarde van de film zal afhankelijk zijn van het punt, waarop ik ben binnengekomen.

Dan moeten we er verder rekening mee houden dat in die film steeds dezelfde personen optreden. Indien we de hele genealogie zouden nagaan, dan zien wij dus dat Hitler a.h.w. de zoon is van Alexander de Grote, maar dat hij gelijktijdig ook weer de betovergrootvader is van diezelfde Alexander. Het is dus een kringloop. Het is nogal een raar beeld.

Het leven zelf is dus een vast ritme. Het is het Rad de kringloop. Wanneer ik binnentreed op het moment dat de oorzaak voorbij is, zal ik door mijn plaatsing in het geheel het gevolg ondergaan voordat de oorzaak komt. Dat heeft voor mijn persoonlijk ervaren misschien niet veel te zeggen, maar kosmisch gezien zijn oorzaak-en-gevolg identieke en verwisselbare waarden, waarvan de placering in tijd geen vaste volgorde, maar slechts een toevallige is.

Als u dus nog even verder daarop doorgaat, dan komt u tot de conclusie: Als ik straf krijg, voordat ik het strafbare feit heb gepleegd, dan is ergens in mijn leven alleen de voor mij gangbare volgorde van oorzaak en gevolg omgekeerd. Maar het feit dat de straf er is, maakt het strafbare feit onvermijdelijk. Maar nu is het nog vreemder: Door de straf kan mijn bewustzijn zodanig gewijzigd zijn, dat het strafbare feit binnen de kringloop een strafbaar feit blijft, maar dat voor mijn bewustzijn niet meer is. Het bewustzijn is dus niet daaraan gebonden. De feitelijke vastlegging van feiten is dus altijd cyclisch. Die cycli kunnen we ons dan voorstellen als een slingerlijn, een soort meander, die zich de oneindigheid inslingert. Maar we kunnen ook zeggen: het is een kringloop. We voegen al die slingeringen bij elkaar en dan hebben we de werkelijke kringloop, die de tijd terugbrengt tot zijn punt van uitgang; en dat is eeuwigheid. Kunt u me volgen?

*  Ik wou dat u ons een voorbeeld kon geven van wat voor het bewustzijn geen strafbaar feit is.

Ik zal een aardig voorbeeld geven, dat misschien kinderlijk is en in dit verband niet juist, naar het is verklarend. U hebt altijd geleerd dat u het rechter, het mooie handje moet geven. Op een gegeven ogenblik breekt u echter de rechterarm. U geeft dus de linkerhand. Nu is uw schuldbewustzijn over “het rechterhandje geven” altijd aanwezig gebleven. Erg kinderlijk misschien, naar stel dat even. Door het feit echter dat u de linkerhand geeft en een reden hebt dat te doen, vindt u het normaal dat u het doet. Maar dan heeft u dus eigenlijk de straf voor het geven van de linkerhand in oorzaak‑en‑gevolg‑verband gekregen. U zou dat doen, u hebt uw arm gebroken; maar vanuit uw standpunt is het u daardoor mogelijk geworden om het te doen. Wat dus een verschuiving van oorzaak‑en‑gevolg-waarden is in de normale tendens van het materieel-psychische, is geestelijk een bevrijding geworden van een materieel-psychische belemmering. Het is misschien een beetje ingewikkeld, maar het probleem zelf is ook niet zo eenvoudig.

*  In een lezing, enige tijd geleden gehouden, is er gezegd: Op de wereld gaat het niet zo goed o.a. omdat in de organisatie (laat ik het zo maar zeggen) van de mensen fouten waren gemaakt. Het oude instinct van het dier werd onvoldoende verwijderd alvorens hij mens werd en daardoor werden er fouten gemaakt. Wie heeft nu deze fouten gemaakt?

De mensen hebben de fouten gemaakt.

*  Ik dacht dat de leiding die maakte.

Nee, de leiding niet. De mensen maken ze. Maar nu moet u dit even transponeren naar het onderwerp van vanavond.

Als ik de mensheid een technische bereiking mogelijk ga maken, dan zal het bewustzijn, het machtsbewustzijn b.v., van deze nieuwe ontdekkingen dus in de Gestalt tot uiting komen. Maar stel nu, dat de mens niet of onvoldoende begrijpt wat dit wapen betekent, dan is het normale, oude instinct dus bewapend met een nieuwe macht, en die invloed kan op de mensheid terugkaatsen. De rassengeest zal in dit geval een harmonisatie moeten afdwingen.

Maar nu kan de rassengeest weer als volgt redeneren: Ik kan normaal geen snelle, morele vooruitgang bereiken, maar als ik hen nu de gevolgen van hun eigen dwaasheden laat ondergaan, dan blijft mij van dit ras of dit volk voldoende over met een nieuw bewustzijn van technische waarden in verhouding tot morele, psychische en geestelijke verantwoordelijkheden. Dan kan ik dus a.h.w. de zaak saneren. Ik purgeer de Gestalt. Ik ontneem hem een groot gedeelte van zijn mogelijkheden en energie, maar laat hem zijn bewustzijn behouden. Door de reactie is de Gestalt zwakker, de invloed van de nog overblijvende mensen groter en zal dus de Gestalt‑figuur in dit aspect een evenwichtiger wezen worden en gemakkelijker ontvankelijk zijn voor communicaties, die wij via het astraal terrein aan de Gestalt willen geven.

Dan zegt u: Waar ligt de schuld? We kunnen zeggen: Ja, de leiding is schuldig, natuurlijk. Maar in feite is de mensheid zelf ergens schuldig en wel doordat zij weigert de beperkingen van haar eigen massaal besef te erkennen. Men is als wetenschapsmens geneigd aan te nemen dat het eigen gevoel van aansprakelijkheid en van belangrijkheid ook in anderen ontstaat en men voelt zich later zeer gekwetst, als een generaal b.v. een totaal ander inzicht heeft. Dat is heel vaak voorgekomen. Dat komt omdat de mens niet voldoende begrijpt dat hij binnen een volk of een gemeenschap als deel ervan functioneert, maar steeds meent zijn eigen maatstaven en waarden zonder meer te mogen stellen, zoals die in het geheel gelden. Daar ligt dus de schuld. En aangezien het individu de vrijheid heeft om zijn eigen houding tegenover het geheel en de overigens niet te beïnvloeden gang van zaken tot op zekere hoogte te wijzigen, mag worden gezegd, dat het niet gebruik maken van deze vrijheid de aansprakelijkheid naar het betreffende individu verschuift.

*  Maar is in laatste instantie de leiding niet verantwoordelijk?

Ja, als we over laatste instantie spreken, dan kunnen we zeggen: God is voor alle dingen in zijn schepping verantwoordelijk, daar zij zonder Zijn scheppend vermogen en Zijn instandhouding nimmer zouden hebben plaatsgevonden. Maar ik geloof, dat we dan te ver gaan. Dan doen we precies hetzelfde als een ongeorganiseerde arbeider die zegt dat het de schuld van de vakbonden is dat er op het ogenblik nog geen 4-urige werkdag is.

*  Is het juist, als ik de Gestalt vergelijk met de Rode Adam op een ander niveau?

Neen, dat is niet helemaal juist. De Gestalt is een niet‑bezield denkbeeld, opgebouwd door de mens. De Rode Adam staat voor de oervorm van de totale mensheid, bezield opgebouwd of gecreëerd door de Godheid, door die Godheid geplaatst in de wereld der oervormen en vanuit deze oervormen door zijn verdeeldheid, gelijktijdig vader van en bestanddeel van alle menselijk leven. Er is dus wel een verschil.

*  Bedoelt u dit meer materieel dan geestelijk?

Materieel is de vergelijking niet te maken, omdat de Rode Adam een voorstelling is, die de mens zichzelf heeft geschapen om zijn tamelijk ingewikkelde relatie met het Goddelijke voor zich op een begrijpelijke wijze uit te drukken, terwijl de Gestalt een door hem misschien niet gewilde, naar een voortdurend ervaren uiting is van de persoonlijkheid der gemeenschap, waartoe hij behoort.

Als we er zijn met de vragen, dan zullen we de zaak gaan sluiten. U heeft nu in een aantal lezingen de kans gehad om een klein beetje achter de schermen te kijken. U heeft gezien, hoe de hele kosmos het bestaan, het leven, ja, de wereld zelf en alle verschijnselen daarop deel uitmaken van een complex geheel. Een geheel, waarin wij een zekere “planning”, een zeker denken, ja, zelfs een aantal wetten kunnen ontdekken. Wij mogen natuurlijk niet aannemen, dat de gegeven voorstellingen volledig juist zijn, dat is onmogelijk, want het “zijn” omvat zo enorm veel, dat het in een tiental mensenlevens niet te omschrijven is. Maar zo achter de schermen glurende, krijgen wij het idee van wat, wij zijn, een denkbeeld, een soort droom misschien, die echter op de feiten is gebaseerd. Daaruit moeten we voor onszelf conclusies trekken. Die conclusies wil ik u dan aan het eind van dit betoog voorleggen in een zo eenvoudig mogelijke vorm:

  1. Onze persoonlijke vrijheid is qua uiterlijkheid zeer beperkt want wij zijn deel van een complexe machinerie en kunnen ons als de kamraderen in een machine slechts bewegen volgens onze eigen baan, daarbij anderen aandrijvende of we het willen of niet, het beseffen of niet.
  2. Als individu kan ik dit beseffen, of ik kan menen dat ikzelf zonder meer de drijvende en motiverende kracht van alle dingen ben. Besef ik dat ik deel ben van het geheel, dan zal ik de onvermijdelijkheid begrijpen van het streven binnen een bepaald kader, het leven binnen een gemeenschap, ook als dat niet alle dingen, die ik innerlijk als juist besef, tot uiting brengt. Anderzijds zal juist het besef, dat ik in die gemeenschap een dienende taak vervul, er deel van ben en dat ik daarnaast voor mijzelf een persoonlijkheid ben, het mij mogelijk maken daar, waar de gemeenschap mij niet dwingt of althans ik door de gemeenschap niet onmiddellijk word gedwongen, mijn eigen wegen te gaan. Ik mag mij niet tegen de gemeenschap keren, maar binnen het kader van de gemeenschap kan ik mijn vrijheid nemen.
  3. Dan moeten wij ons verder realiseren als gevolg van dit alles, dat er invloeden zijn waaraan men niet kan ontkomen. De Gestalt, waarvan we deel zijn, zal ook ons denken voor een deel regeren. Onze gedachten zijn niet altijd onze eigen gedachten. Wanneer wij daarbij toegeven aan instinctieve waarden, dan zal heel vaak dat een kwestie zijn van beheerst worden door de Gestalt. Is er echter sprake van een volgen van innerlijke of gevoelswaarden, waarbij het “ik” zich los van de gemeenschap kan voelen, dan betreft het hier een persoonlijke waarde. De persoonlijke waarde is het directe middel tot bewustwording. De uit de gemeenschap of uit de Gestalt voortkomende waarden zijn slechts dan voor de bewustwording belangrijk, indien ze in hun juiste betekenis worden gerealiseerd. Zonder dit scheppen zij slechts het toneel, waarop wij door het spelen van een rol een persoonlijk beleven en de interpretatie van het stuk mogelijk maken.
  4. Te weten dat het zo is, behoeft u niet te deren. U heeft zonder dat steeds gemeend, dat u op bepaalde punten gebonden was en dat u op andere punten vrij was. Dat blijft bestaan. Maar te weten waarom die onvrijheid soms moet worden aanvaardt te weten waarom u zelfs in uw persoonlijk leven aan sommige dingen niet kunt ontkomen, zal u misschien een steun zijn, daar u zich dan zult realiseren dat aandacht geven aan dat onvermijdelijke overbodig is, maar dat wij juist in datgene, waarvoor ons de mogelijkheden gegeven zijn, onze persoonlijke weg moeten zoeken; dat wij daarin de persoonlijke uiting moeten zoeken en de persoonlijke bewustwording.

U ziet, het is een betrekkelijk kort betoog in een viertal punten samengevat. Maar die vier punten kunnen u helpen om in het leven voor uzelf harmonischer te zijn, om het vrije deel van het leven aanmerkelijk te vergroten, zonder daarbij in conflict te komen met de werkelijkheid van het leven of van de gemeenschap, waarbinnen u op aarde bestaat. En dan zult u ongetwijfeld ook begrijpen, waarom vele dingen, die u droomt en die anderen misschien delen, nooit waar kunnen worden.

Doodgewoon omdat zij niet passen in het kader van de ontwikkeling. Ook dat is een troost, want dan kun je zeggen: Ik heb in ieder geval goed gedroomd.

Vrienden, ik hoop dat u heel vaak en heel ideëel moogt dromen. Maar ik hoop ook, dat u zich realiseert, dat het leven in deze werkelijkheid, al bent u schijnbaar onbelangrijk, voor het “ik” de meest belangrijke taak is en dat een persoonlijkheid, een ego, dat daarin voor zich innerlijke bewustwording en een zeker geluk, een zekere vrede kan vinden, zonder het leven te verloochenen, een stap verder heeft gedaan op een weg, die vrijheid betekent van al deze invloeden.