De krachten van Licht

image_pdf

10 maart 1975

We hebben vandaag een wat wonderlijke gast, tenminste als het lukt, en ik weet niet hoe ik hem moet aanduiden. Eén van de meesters van het Licht is misschien de meest juiste aanduiding. En dat betekent, dat ik u vanavond iets zal proberen te vertellen over de krachten van Licht, die op dit ogenblik met de wereld werken.

Elke mens heeft innerlijk licht. Nu is innerlijk licht op zich een stelling. Je moet het namelijk eerst beleven voor je weet of je het hebt. En de meeste mensen zijn daar blind voor. Ze zien niet. Het is er wel. Het geeft allerlei impulsen af, maar de mensen zijn doof, ze horen het niet. Als deze mensen door het Licht beroerd moeten worden, dan kan dat alleen van buitenaf, want binnendoor zijn ze niet te bereiken.

Er zijn ook mensen, die innerlijk wel die kracht van Licht hebben en die zullen daar enorm door worden gestimuleerd. Het betekent voor hun vaak wel een grote verandering, want wanneer dat licht werkelijk actief wordt, dan raak je in de mystiek, dan gaat er een andere wereld open en dan blijkt alles op aarde alleen maar bijk0mstig. Je hopeloze zoeken om alles netjes in de oude orde te houden, om alles  vooral goed te regelen, gaat voorbij. Je gedachte, dat je het allemaal zo mooi wist en het vooral aan anderen moet vertellen, gaat ook voorbij en er komt iets anders voor in de plaats.

Nu is Licht in zich een kosmische waarde. Het omvat het geheel van alle geestelijke en stoffelijke werelden, maar in dat Licht zijn er bepaalde entiteiten die daar praktisch één mee geworden zijn, maar die geleerd hebben dat Licht op een meer persoonlijke wijze te uiten. Het is hun werk vooral om de mens bewust te maken van het Licht, ook wanneer hij het in zichzelf nog niet vinden kan. En één van deze entiteiten, zeker niet de hoogste in hiërarchie – als je tenminste daarvan kan spreken in het Licht – hebben wij vanavond als gast.

Ik heb misschien enigszins uit wanhoop (want wat moet je er over vertellen?) een beetje met deze gastspreker gesproken. Ik heb getracht in een contact iets te leren van wat voor hem Licht is en van de betekenis die hij, vanuit zijn standpunt, aan dit Licht verbindt. Ik geloof, dat ik maar het beste doe een deel van dit interview met persoonlijke commentaren daarop door te geven.

Mijn eerste vraag was eigenlijk: “Wat is Licht?” Niet dat ik het Licht niet ken, maar ik wilde weten wat onze gast van vanavond daarover dacht. Het werd een enorm symbool. Er werd een opgaande zon geprojecteerd, die veelkleurig was toen ze net boven de einder was en daarna uitgroeide tot een licht dat de hele hemel verzwolg. Er was eenvoudig niets anders meer dan licht en al het andere was alleen maar een heel vage lijntekening geworden, die in dit licht nog bestond. Zijn interpretatie is: Licht is alomvattend en al wat bestaat is niets anders dan een verdeling van het Licht, dat echter het Licht niet werkelijk gescheiden kan houden.

Mijn commentaar: Dat kan waar zijn als je op een bepaald niveau bent, maar persoonlijk zal je er al tijd mee te worstelen hebben. Want licht in jezelf vinden, is soms ontzettend moeilijk. Je vraagt je af wat er allemaal in je is en meestal stuit je op bergen duistere verwachtingen, mislukkingen, zelfbedrog en bedrogen worden. Het niet weten. Het vasthouden van stellingen, die je eigenlijk zou moeten prijsgeven en ga zo maar door.

Als je daar helemaal doorheen bent gegroeid, dan k0mt er misschien een beetje licht. Naar op het ogenblik dat je dat licht beleeft, dan ben je jezelf niet. Dan kun je je ervaring niet meer registreren. Dan is het gewoon een opgenomen zijn en een verrukt zijn. Daarom zou ik zeggen: Voor ons is het niet helemaal terzake doende. En het is ongetwijfeld waar wat mij werd gezegd, maar het ligt buiten ons niveau van beseffen en buiten onze mogelijkheden, naar ik aanneem. Ik spreek hier ook voor mijzelf als geest, ofschoon ik aanneem dat ik misschien iets meer voordelen heb dan u als mens.

Mijn tweede vraag was: “Wat doet het Licht?” het antwoord was: “Leven, maar dan leven in alle vormen. In alle leven is het Licht, maar het gaat eigenlijk verder. Alle leven is Licht en het Licht is alle leven. Waarop ik op mijn manier slagvaardig repliceerde: “Wilt u zeggen, dat het Licht bestaat uit alle leven samen?” Toen was het antwoord: “Neen, het Licht is de bron, het kenbaar worden daarvan voor ons ligt in alle leven.” “Voor ons” vind ik alweer ver gegrepen, maar alles in het bestaan heeft ongetwijfeld een doel en zin en als wij die begrijpen, dan zullen wij waarschijnlijk ook iets van het Licht in het leven zelf overal terugvinden. Ik wilde dan toch graag een klein beetje meer puntjes op de i zetten.

Wanneer je met dergelijke geesten te maken hebt, dan is het zo moeilijk om ze tot een antwoord te bewegen waarvan je zegt: daar kan ik van uitgaan. Ik heb hem persoonlijk gevraagd: “Wat doe je met het Licht?” Zijn antwoord was: “Bruggen bouwen.” Ik moest even nadenken en toen kwam ik tot de conclusie dat hij bedoelde: de taak van hen, die bewust zijn in het Licht, is het scheppen van verbindingen tussen alle zich afzonderlijk belevende bronnen van Licht. Dus alle leven moet verbonden worden en dit verbonden geraken is de taak van deze hogere entiteiten in het Licht.

Toen ben ik zelf wat gaan filosoferen en ik kwam tot de conclusie dat: gezien vanuit deze meester is de wereld ongeveer als volgt: Er is Licht. Licht is tijdloos. Licht is eindeloos. Het is wel een verschijnsel, maar het is een verschijnsel dat niet te beperken of in een bepaalde plaats of in een bepaalde tijd te vangen is. In alle leven is dat Licht aanwezig. Het Licht blijft gelijk, ook al wijzigt zich de vorm van leven. Dat is reïncarnatie-theorie. Alle vormen die het Licht aanneemt, leven door het Licht. Wanneer er een begrenzing van het Licht bestaat in een bepaald besef, dan zal dat besef dat Licht blijven begrenzen, ongeacht de vorm waarin het optreedt.

Dan kom je tot de conclusie, dat je eens moet gaan kijken hoe het zit met het leven door alle tijden heen. Dat was het aspect dat mij hier bijzonder getroffen heeft. Ik ben in de tijd teruggegaan zover het voor mij mogelijk was en dat is tot vóór het bestaan van deze wereld. Ik ben teruggegaan tot een periode, waarin de zon haar eerste activiteiten net goed en wel begonnen was. In die tijd was er hier geen leven. Buiten de planeten hebben wij de sterren – hier waren er toen geen planeten – en elders vond ik wel leven van meer organische aard. Er waren in die andere entiteiten op heel verre planeten, persoonlijkheden die ook op aarde geleefd hebben. Ik heb ze kunnen volgen door een reeks van levensvormen over een tijdvak van ca. vierhonderd miljoen jaar. En dat is heel lang. Fragmentarisch, ik heb het niet allemaal achter elkaar kunnen absorberen. Ik heb het wel kunnen zien, maar ik kon het niet absorberen.

Ik kwam tot de conclusie, dat iemand die geleefd had als een kreeftachtig wezen met een wat laag bewustzijn, een hoger bewustzijn bereikt, in een insektiëde-maatschappij terecht komt op een andere planeet, daar een hele reeks incarnaties doormaakt, vanuit die incarnaties op een planeet komt, die in dit zonnestelsel heeft gelegen, maar er nu niet meer is, en in een vijftal incarnaties een enorme reeks van conflicten doormaakt. Uit die conflicten zijn een aantal verbindingen ontstaan met allerlei entiteiten. En wanneer ik op aarde kijk, dan zie ik hem ongeveer 90.000 jaar geleden incarneren en met die anderen tezamen een stamverband vormen. Die stam ontwikkelt bepaalde technische en andere mogelijkheden, ze worden sterker dan andere stammen. Ze bereiken wat. Die entiteit overlijdt weer en komt in een latere periode terecht, blijkt dan vorst te zijn. K0mt in een latere incarnatie terug als dienstmaagd. Daarna gaan er ongeveer 15.000 jaren overheen voor hij weer terugk0mt en dan in priestervorm. Deze priester in de oosterse gebieden heeft weer invloed op allerlei denkwijzen en krijgt zo directe relaties met o.m. de Egyptische ontwikkeling, incarneert een volgende keer inderdaad in Griekenland en zet daar zijn contacten door.

De verbindingen die hebben bestaan tussen deze entiteiten in al die incarnaties en al die andere persoonlijkheden van verschillende sterren en/of planeten over een enorme tijdsspanne haast onvoorstelbaar, blijken nu nog te bestaan. Nu wil ik niet dichter naar de werkelijkheid van vandaag toe gaan – dat zou weinig zin hebben en u hoogstens aan het speculeren brengen – maar het blijkt, dat deze persoon in die tijd gaven heeft ontwikkeld. Hij is nogal telepathisch gevoelig. Hij zou misschien kunnen worden beschouwd als filosoof-mysticus. In zijn laatste incarnatie was hij een man. Alles bij elkaar heeft hij contacten met deze wereld, met geestelijke werelden en zonder het te beseffen zelfs met wezens, die niet tot het menselijk ras behoren. Hij krijgt daar allerlei gegevens uit en zijn denken wordt daar mede door bepaald. Na de overgang blijken die bruggen intenser te worden. Het is net of ze een beetje flauw zijn geweest en deze persoonlijkheid, die later nog verschillende keren geïncarneerd is, eindigt tenslotte als een magiër-mysticus-filosoof, een periode van zeg 200 jaar geleden. Wat er verder mee gebeurd is, doet niet terzake. Het belangrijkste voor mij is, dat die banden van Licht die bestaan hebben, niet meer teniet gedaan kunnen worden.

Ik ben toen zo vrij geweest weer heel globaal na te gaan hoe dat in elkaar zat. Of die bruggen nu werkelijk altijd even sterk waren. Dat is niet het geval. Ze fluctueren in sterkte. Soms zijn het hele vage, kleine lichtlijntjes, soms zijn het zulke dikke banden dat je zegt: het kan niet anders, maar die entiteiten moeten geestelijk of anderszins ergens zeer intens met elkaar verbonden zijn. Ik heb mij afgevraagd; hoe komt het, dat die bruggen zo in sterkte verschillen? Ik ben toen naar een bekende van mij gegaan, die wel geen meester van het Licht is, maar wel wat hoger dan ik, en die zei mij het volgende: “Wanneer eenmaal het Licht in een persoon gestalte krijgt, dus een persoonsbewustzijn, dan zullen die bruggen inderdaad allemaal wel gebouwd worden en blijven bestaan. Maar een brug kan pas volledig sterk zijn wanneer er ergens een wederkerigheid is van voldoende kracht. Wanneer jij nu spreekt van zo’n heel lichte brug, dan zijn het ofwel mensen, die in elkaars nabijheid leven, het kan ook zijn dat het geesten zijn, die zeer sterk verbonden zijn en waarbij een wederkerig contact bestaat.

Dan k0m je weer tot een conclusie: Mensen, die op aarde leven, weten het misschien niet en veel geesten in onze sfeer ook niet, in ons zijn voortdurend delen van anderen werkzaam. We worden voortdurend a.h.w. aangevuld en misschien ook wel aangevallen door denkbeelden, door impulsen, die niet helemaal van ons zelf zijn. Ze zijn het resultaat niet alleen van ons hele voorgaande bestaan, in de zin van oorzaak en gevolg, maar het is ook een kwestie van harmonieën die mogelijk zijn en waar een harmonie mogelijk is, daar ondergaan we een zeer sterke beïnvloeding.

Dan vraag je je weer af: Wanneer dit het geval is, wat bepaalt dan die harmonie? En mijn collega en ik kwamen tot de volgende vreemde conclusie: (ik geloof dat ze juist is) Een mens is in zekere zin een vergaarbak van allerlei invloeden uit het verleden die in hem samen k0men. Hij kan alleen antwoorden op die banden, die voor die mens inderdaad op dit moment relevant zijn. Die dus passen bij zijn persoonlijkheid en zijn behoefte tot het opdoen van ervaring. Maar nu blijkt vaak dat een aantal banden van gelijke sterkte is. En nu blijkt ook dat de werking van die banden dan ten dele elkaar opheft.

Het is dus zo, dat wij door heel sterke invloeden worden beroerd, maar dat die invloeden eenvoudig niet tot uiting kunnen komen, omdat er andere invloeden aan ons wezen gebonden zijn, die wij niet gelijktijdig kunnen verwerken. Dan komt dat in ons tot botsing en dan kennen wij de impulsen wel, we worden er soms een korte tijd door gedreven, maar het is nooit iets wat tot verwezenlijking voert.

Dit was dus het een en ander over Licht en bruggen van Licht, maar als je een onderwerp als dit voorbereidt, moet je steeds verdergaan en ik heb mi j ook afgevraagd of die banden misschien kunnen bestaan t.a.v. planeten, van de aarde, enz. Ik dacht eerlijk gezegd in de richting van de astrologie. Ik dacht dat wanneer een speciale band bestaat tussen de mens en de zon – het is tenslotte een zonnejaar dus laten we de zon nemen – dan moeten toch alle invloeden van die planeet of die zon bijzonder sterk spreken. Het leek zo logisch, maar het was niet waar.

Wat blijkt: Wij kennen wel bepaalde banden met Licht, maar dat Licht is niet identiek met de planeet of ster. En wat meer is: dat Licht is ook nooit een enkele waarde. Je kunt niet zeggen: Ik ben in harmonie met de zon en niet met de rest van de planeten, want dat is a.h.w. een eenheid. En wanneer ik harmonisch ben met de zon, dan ben ik het ook met alle planeten die van die zon afhangen plus met alle sterren die, zeg maar, op voet van gelijkheid staan met die zon qua uitstraling, qua waarde, qua werking. Een beetje tegenslag, anders had ik kunnen vertellen waarom de astrologie zo juist zou zijn. Ik kan u alleen zeggen, dat ze op een bepaald terrein althans niets kan zeggen, namelijk t.a.v. lichtwaarde in de mens. En toen ben ik mij gaan afvragen: Wat is er dan wel?

Het blijkt, dat mensen die het Licht in zich of buiten zich slechts ten dele ervaren, hierdoor k0men tot allerlei droombeelden. Ik ben dat gaan toetsen. Ik heb een aantal personen onderzocht en gekeken hoe dat in elkaar zat en wat blijkt? Wanneer een mens beroerd wordt door het Licht, dan heeft dat Licht een harmonische waarde, die vaak niet strookt met de eigen persoonlijkheid of met datgene wat die mens doet. Dan moet die mens het gaan 0mzetten in iets wat aanvaardbaar is en in vele gevallen sublimeert die mens dan één van zijn eigenschappen. Hij neemt iets wat hij altijd doet, maar zegt: Dit is mijn zending, mijn roeping of dit is mijn recht. Het idee van uitverkoren zijn lijkt mij ook heel sterk hiermede in verband te staan. Die mensen kennen werkelijk Licht.

Neem nu bv. een Jehova’s getuige. Die mens, die werkelijk Licht kent en voelt, maar dit niet kan aanvaarden zonder beperking, zoekt naar iets, waarin zijn eigen persoonlijkheid, zijn idee van persoonlijkheidswaarde, ook geborgenheid misschien een rol speelt, dat toch mede de uitdrukking is van dat Licht. En dan gaat hij het woord verkondigen. Een ander zal op dezelfde basis overal helderziende waarnemingen lopen rond te brengen. We hebben hier definitief te maken met de mens die de zaken omzet. En wanneer dat zo is, dan zijn er misschien ook conflicten te vertalen en toen kwam ik tot een paar eigenaardige conclusies, dit dus allemaal voor mijn rekening:

  1. De mens, die het innerlijk Licht ontmoet, zal de aanvaarding van dit Licht niet in een traploze beleving kunnen doormaken. Deze mens ontwerpt voor zichzelf een reeks van illusies, die hij tussen zich en het Licht kan stellen, maar telkens wanneer hij in die illusie leeft en eraan gewend is, dan moet hij een volgende illusie hebben om meer van dat Licht te kunnen aanvaarden. Hierdoor zullen heel veel mensen inwijdingsdromen hebben of bereikingsgedachten, waardoor zij op een gegeven ogenblik de veranderingen in hun innerlijke persoonlijkheid en innerlijke contacten kunnen verwerken.
  2. Mensen, die 0m welke reden of hoe dan ook, direct in contact k0men met dit innerlijk Licht, worden er door verblind. Zij gaan dan een Goddelijk gezag toekennen aan hun eigen onderbewustzijn en k0men dan tot allerlei daden, die volgens hen van God stammen, maar die in wezen niets anders zijn dan een voortdurende vlucht voor een Licht, waarmee ze geen raad weten.
  3. Mensen, die het Licht buiten zich vinden, hebben de neiging dit te lokaliseren. Ze doen dit door het Licht te binden aan een plaats, een persoon, een voorwerp of aan een symbool. Er zijn andere moge1ijkheden denkbaar. Wanneer dit gebeurt, dan wordt een plaats enz. voor deze mens een soort sleutel tot die beleving buiten zichzelf. De ellende daarin is, dat door deze eenzijdige beleving van het Licht, gebonden aan scherp omlijnde condities, de mens blind wordt voor het Licht dat elders aanwezig is.
  4. Mensen, die het Licht buiten zich vinden, komen hierdoor vaak in conflict met hun wereld en met zichzelf. Wanneer je namelijk dit Licht buiten je erkent, dan vallen alle grenzen weg. En waar grenzen wegvallen ben je niet meer geneigd een indeling of systeem te accepteren. Een mens, die zo reageert op de wereld buiten hem, is voor die buitenwereld een gevaar, 0mdat hij zich niet laat beperken. Het resultaat is vaak, dat die mensen innerlijk in grote conflicten komen, een aanpassing zoeken, maar die aanpassing niet kunnen vinden, tenzij ze ook in zichzelf het Licht vinden. In dat geval krijgen wij niet alleen te maken met inwijdingsillusie, maar met een feitelijk soort inwijdinkje, waarbij de persoon de evenwichten tussen buiten hem erkend Licht en in het ik erkend Licht gaat samenvoegen tot praxis en zo komt tot een vernieuwing van eigen denken, maar ook zijn eigen  handelen.

Een onderzoek naar dit alles zou eigenlijk eeuwen moeten vragen, zelfs voor een geest. Het is niet mogelijk om de kwaliteiten en eigenschappen van het Licht helemaal te zien en eigenlijk is dat ook niet zo vreemd als u rekent dat u, zodra u over bent gegaan, alleen al aan kleuren ongeveer het duizendvoudige waarneemt van wat een goed ontwikkeld menselijk oog kan registreren en dus zijn voorstellingsvermogen beheerst. Dan kunt u wel nagaan hoeveel variaties, varianten van werkingen en invloeden er in dat Licht eventueel geconstateerd kunnen worden en ook eventueel voor een mens bepalend kunnen zijn.

In een behoefte om toch nog te proberen die werking enigszins beter te 0mschrijven, er een denkbeeld voor te vinden, ben ik gegaan naar één van onze hoogste vrienden in de Orde en ik heb hem gevraagd mij duidelijk te maken wat het verband is tussen het Licht en de straal. En ook daar werd ik enigszins geschokt in mijn opvatting, want we weten dat die stralen over het algemeen ons hele leven beheersen en nu zei mijn vriend dit: “Dat is waar zolang je jezelf blijft. Maar op het ogenblik dat je buiten je of in jezelf hogere krachten gaat beseffen, die Licht zijn, verandert je eigen trillingsgetal. Hierdoor kom je in een andere straal. Maar je bent nog steeds eenzijdig georiënteerd. Wanneer je bewustwording reëel wordt, dan ga je a.h.w. naar dat punt toe, waarbij de werkelijkheid van het Licht in een aantal verschijnselen gesplitst wordt en dan ga je steeds meer stralen gelijktijdig in jezelf dragen. Ben je in staat om in jezelf de volledigheid van alle stralen te erkennen, dan ben je onafhankelijk geworden van de verschijnselen, omdat je het totale Licht buiten jezelf eveneens ervaart.” Ik heb hem heel vriendelijk bedankt, waarschijnlijk met een sip gezicht voor zover een geest een gezicht heeft en ik ben weer gaan nadenken.

  1. Wanneer je alle kleuren, dus alle stralen kunt omvatten, ben je eigenlijk meer dan een heer van één straal. Het is dus zo, dat ons bewustzijn – het gaat niet over onze macht – en eventueel ons doel of onze taak in het leven meer kunnen omvatten dan wat dan ook wat wij aan die hoge, vaste geestelijke waarde toekennen als de tronen, de heerschappijen, enz.
  2. Een mens is weliswaar gebonden in een stoffelijk bestaan aan één straal, die hem tijdelijk domineert, maar dat hij op grond van vorige levens en vorige ervaringen reeds andere stralen gekend kan hebben en erin en eronder geleefd kan hebben. Wanneer dat het geval is, dan moet daar – gezien de bruggen waarover wij het hadden – altijd iets van aanwezig blijven. Ook hier heb ik een klein onderzoekje aan gewaagd – ik heb ca. 10.000 à 12.000 gevallen gesorteerd – en daar kwam het volgende uit naar voren:
    Wanneer u leeft, leeft u onder een bepaalde straal. Dat wil zeggen dat zekere invloeden voor u bepalend zijn en dat uw eigen denken en eigen karakter daardoor voor een groot gedeelte bepaald wordt. Maar…. wat blijkt? Wanneer ik te maken heb met mensen die de blauwe straal – wat met weten en overwegen te maken heeft – en de groene straal van hoop en verwachting, een deel droomwereld, een deel onbewuste erkenning en inspiratie hebben doorgemaakt en ze komen weer op aarde terug, dan zou je verwachten, dat je iets heel hoogs zou krijgen. Neen, dan krijgen we rood. Vitaliteit. Dan krijgen we mensen met een enorme vitaliteit, die in staat zijn weten te gebruiken, meestal daarnaast erg mystiek zijn aangelegd. Die om  diezelfde reden in hun normale leven erg wispelturig lijken – ze gaan van hot naar her en terug – al is het alleen maar omdat ze proberen om elke invloed afzonderlijk te laten gelden

Mijn vraag aan mijn hoge vriend van de Orde was: “Wanneer dit het geval is, hoe lost zich dat dan op?” Het antwoord was: “Zolang je probeert de delen van je persoonlijkheid samen te voegen, zonder daarbij te erkennen dat ze in de eerste plaats een eenheid zijn, zul je altijd die wispelturigheid behouden. Want de invloeden, die voor jou een rol spelen, wisselen af, vooral ook 0mdat van buiten bepaalde stralen eveneens activerend optreden.” Maar, zei hij erbij, “Wanneer iemand  gaat begrijpen, dat hij alle dingen tegelijk is en dat het dus noodzakelijk is om een synthese te vinden, niet alleen maar in zijn beleven, maar wel degelijk in zijn uiting, in zijn gedrag en wereldvisie, dan plotseling valt de wispelturigheid weg en komt daarvoor in de plaats een doelbewustzijn, dat bovendien een steeds sterker worden van harmonieën met andere persoonlijkheden en geestelijke krachten tot stand brengt. “

Ik zat toch al een beetje in de incarnatiemolen; die hadden ze hier vroeger ook. Men vertelde mij, dat er hier een stond, dat was de oude wijvenmolen; daar gingen de besjes aan de ene kant in en kwamen de jonge maagden aan de andere kant uit. Dus het tegenovergestelde van het leven.

Ik heb mij afgevraagd: Wat kunnen wij t.a.v. incarnaties op grond van dit alles concluderen? Ik moet erbij zeggen, dat de conclusie die ik u geef, slechts oppervlakkig gecontroleerd is.

Een mens zal na een reeks van incarnaties op de duur een soort innerlijke veelzijdigheid ontwikkelen die, wanneer delen daarvan op de voorgrond worden geschoven en andere onderdrukt worden, voeren tot een innerlijke gespletenheid. Wanneer die gespletenheid ontstaat, is het een strijd tegen jezelf en dan zal waarschijnlijk een langere geestelijke periode plus mogelijk weer een incarnatie in de stof noodzakelijk zijn om die eenheid terug te vinden. Wanneer je echter de veelzijdigheid begrijpt als eenheid, alles facet van het Ene en daardoor komt tot een hogere kernbeleving in jezelf, die je tot uiting kunt brengen in die verschillende facetten van je persoonlijkheid, dan zul je daardoor a.h.w. alles wat tot de stralen behoort –  dus de verschillende invloeden waaronder je geleefd hebt en wat daarin is geweest – hebben voltooid.

Zodra een samenvoeging van verschillende invloeden in één persoonlijkheid op harmonische wijze gebeurt, zal deze persoonlijkheid een geestelijk bewustzijn bereiken, waardoor het mogelijk is een ander deel van de totale invloeden in zich te integreren en zo een groter besef van Licht te verwerven. Maar dat betekent ook dat een volgende incarnatie, zoals noodzakelijk, zeer zeker nieuwe en grootsere elementen van Kracht en Licht in zich gaat dragen. Ik heb mij zelfs afgevraagd of vele ingewijden niet op die manier ontstaan.

Aan het eind van dit alles wil ik kort samenvatten wat mijn indrukken zijn geweest aan de hand van het contact met onze gastspreker, het onderzoek van het Licht in mijzelf, de werking van het Licht elders. Wij zijn deel van het Licht en in het Licht tijdloos. Maar in het Licht zijn we door die tijdloosheid ook oneindig veelzijdig vanuit een menselijk standpunt. De veelzijdigheid wordt bepaald door de erkenningsmogelijkheid van alle waarden, die ooit uit het Licht kunnen voortkomen. Waar wij in beperkte vorm hiertoe niet in staat zijn, zal er voor ons een voortdurende strijd bestaan tussen datgene wat wij kennen en datgene wat wij nog niet kunnen beseffen. Deze strijd zal menselijk misschien sterk onderbewust of voornamelijk in uittreding worden uitgevochten, maar ze zal altijd optreden. Ze is altijd aanwezig. En zij brengt ons tenslotte tot een taakaanvaarding, waarbij wij bewust al datgene wat in ons is, gebruiken om anderen diezelfde mogelijkheden duidelijk te maken.

Wanneer u een taak kiest, bv. iemand helpen op een bepaalde manier in de geest of in de stof, dan betekent dit dat deze poging tot helpen voortkomt uit hetgeen u bent. Niet uit hetgeen de andere in de eerste plaats behoeft. Daar echter harmonische elementen elkaar plegen te zoeken, zult u meestal die taken aanvaarden, waarin uw werken een reëel nut kunnen hebben voor de ander. Maar dat is vaak weer een kwestie van bruggen die er bestaan.

Om u weer een voorbeeld te geven: Iemand ging na de eerste wereldoorlog overgegane Fransen helpen. De man was nota bene een Hongaar. Maar het feit dat hij dit deed, kwam voort uit het feit, dat onder de Fransen een aantal entiteiten waren, waarmee hij bruggen bezat en enkelen van hen waren overgegaan. Daardoor kwam hij tot erkenning van het probleem. Er ontstond een contactrelatie en deze kon hij oplossen door geestelijk actief te zijn en in uittredingen ontzettend veel te doen voor de bewustwording van hen die nog een beetje in schaduwland zaten. Die voorkeur voor de Fransen en zijn rapport daarmee werd bepaald door zijn vroegere levens plus de conclusie van zijn huidige persoonlijkheid. Het is werkelijk grandioos zoals je ziet hoe dit tijdloze Licht gelijktijdig de tijdelijke verschijnselen beheerst.

Eindconclusie: Wij allen zijn in onszelf rijker aan mogelijkheden dan wij beseffen, omdat wij maar zelden het geheel van onze capaciteiten – of wij die nu gunstig of ongunstig zien – samenvatten als één geheel. Toch zullen wij dit moeten doen, omdat wij op die wijze het innerlijk Licht beter kunnen beseffen en ook op harmonische wijze juister kunnen reageren op alles wat rond ons bestaat en dat betekent, dat wij de beperktheid van een dominerende levensinvloed langzaam kunnen overwinnen om daardoor te k0men in een meer kosmisch besef, dat steeds meer facetten van de totaliteit zal 0mvatten.

Gastheer: De hele kosmos is één trilling.

Elke mens spreekt het liefste over zijn eigen belangstelling en een geest maakt daarop meestal geen uitzondering. U moet het dus niet vreemd vinden, wanneer ik vanuit mijn persoonlijke belangstelling en leven spreek over de krachten van Licht. Men heeft mij verzocht dat in aardse termen te zeggen. Ik wil niet zeggen of dat duidelijk of minder duidelijk is. Het betekent alleen, dat ik gebruik zal maken van uw wijze van uitdrukken en zeggen, voor zover mij dit mogelijk is.

De hele kosmos is één en dezelfde trilling. Er bestaat geen afzonderlijk leven zonder deze trilling. Ieder van ons is deel van deze trilling. Wij beseffen deze kracht niet omdat wij zozeer deel ervan zijn en ermee omgeven zijn, dat wij alleen wakker schrikken, wanneer bepaalde verschijnselen van deze kracht toevallig voor ons kenbaar worden. Misschien wel hierdoor, mogelijk ook door iets wat in dit Licht zelf ligt, is een persoonlijkheid in de eerste plaats een afsluiting van een deel van deze trilling t.a.v. alle andere trillingen.

Wanneer je leeft, dan absorbeer je voortdurend deze kracht, maar je brengt ze naar buiten met alle beperkingen van je eigen wezen. Er zijn delen van die kracht die je zelf opneemt. Ze zijn je bestaan, maar ze zijn daarnaast ook een groot gedeelte van je geestelijk vermogen. Andere delen laat je door zonder ze te veranderen. Daarvan merk je niets. Maar enkele delen van kracht kan je beheersen. Je past deze kracht aan, verandert ze. Je vormt ze om totdat ze gelijk is gek0men aan datgene wat jij wil zijn of wat je beseft.

Hoe je ook leeft in die wereld van Licht, je kunt nooit zonder. Wat je ook doet met die wereld van Licht rond je en met jezelf, je kunt de essentie van het Licht niet wezenlijk veranderen. Je kunt alleen een lichte verandering tot stand brengen in de manier waarop het optreedt. Wanneer een mens het Licht neemt en het vanuit zich, aangepast aan zijn wezen voor een deel probeert uit te stralen, dan doet hij niets anders dan een mens die de longen volpompt en even blaast. Plotseling is er een herkenbare stroming. Maar ze gaat meestal niet zo ver.

Zo leer je leven met het Licht wanneer je weet wat het is en zal je met het Licht maar m0eizaam leven, ofschoon je eruit leeft, wanneer je blind blijft voor de werkelijkheid ervan. Het is belangrijk dat een mens, een geest, kort0m alle leven, zich van dit Licht bewust wordt. Zij die dit Licht wat beter kennen, begrijpen dat Licht vaak als verschijnsel ervaren kan worden, terwijl het onveranderd aan het leven, zoals het zich voorstelt te zijn, voorbijgaat. En dan verander je wat aan dat Licht. Je maakt het tot een gebeuren. Tot een kracht. Maar daarmee doe je niets, wat niet elke bewuste kan doen. Het verschil tussen een bewuste geest of mens en een niet bewuste geest of mens is eigenlijk alleen maar het vermogen zelf te bepalen hoe het Licht als verschijnsel buiten je zal werken.

Ik hoop dat ik, voor zover althans voor u, begrijpelijk en redelijk mijn beelden kies. Want Licht is natuurlijk veel meer. Maar je kunt niet iets zien, wanneer het oog niet in staat is het op te vangen. Dan moet je eerst een ander geestelijk zien ontwikkelen, als je mens bent om die dingen waar te nemen.  Wanneer je kijkt naar het werkelijke Licht, dan is je bewustzijn een filter die een deel daarvan weghaalt. Wij beseffen alleen het Licht door ons vermogen het te constateren. Het verdere wat er is, beleven we niet, ofschoon het aanwezig is en onze existentie bepaalt.

Nu is dit Licht niet alleen buiten je aanwezig. Want ik kan niet leven zonder dat dit Licht deel is van mijn wezen en dat geldt ook voor u. Wanneer ik in mijzelf Licht ben, dan kan ik soms iets van die grens, die ik “ik” noem a.h.w. verminderen. De afscheiding tussen werkelijkheid van Licht en het in mij bestaande wat lager maken. Dan k0mt die vloed Licht naar binnen toe en in het wezen van een mens wordt dan plotseling kracht geboren. En een mens ervaart het Licht dat in hem bestaat vooral als kracht. Als het vermogen tot zijn, het vermogen tot doen.

Dit vermogen vergroten betekent natuurlijk je betekenis veranderen voor het geheel van alles wat nog begrenst is in besef van het Licht. Maar je kunt niet gelijktijdig geheel open zijn voor het Licht en dit Licht geheel bewust aangepast en gericht doorgeven. Daar0m zal je, wanneer je bewuster wordt van de werkelijkheid waaruit en waarin je leeft, proberen je wezen a.h.w. meer poreus te maken ervoor. Het “ik” moet blijven bestaan als een werkelijke persoonlijkheid. Maar gelijktijdig moet het “ik” steeds meer toch dit Licht van buiten in zich opnemen en vanuit zich aangepast uitstralen, opdat het kenbaar zij.

Elke mens zal dit op zijn eigen wijze doen en ook elke geest beleeft dit op een wat andere manier. Maar hoe kun je het bv. benaderen? Toen ik voor het eerst ontwaakte en de kracht van het Licht niet meer zag als een verschijnsel, maar als de vaste werkelijkheid waarin de verandering zich afspeelt, toen wilde ik dit Licht ontvangen en ik ben uitgegaan in dit Licht, maar ik werd teruggestoten. Want ik moest mijzelf blijven. Daarna heb ik gemediteerd en geconcentreerd op het Licht in mijzelf en gedurende één van die concentraties was ik in staat mijn stoffelijke persoonlijkheid voorgoed achter te laten.

Maar ook als geest bestonden diezelfde moeilijkheden. Wanneer ik het Licht toeliet tot mijn wezen, was mijn vermogen tot beseffen verdwenen. Wanneer mijn vermogen tot beseffen groter werd, actiever, intenser werd, dan was de directe band met het Licht verbroken. Toen ben ik gaan beseffen, dat onze fout is, dat wij een te groot verschil maken tussen wat in ons is en wat buiten ons bestaat. Wat in mij is, is wat buiten mij is. Wat buiten mij is, is wat in mij is. Ik ben buiten en binnen dezelfde kracht. Ik besta als beperking “ik”, maar ook als oneindigheid alles.

Wanneer je leert steeds meer het andere en jezelf te zien als gelijk, dan verandert er iets. Het Licht is gemakkelijker te aanvaarden en toch blijft het besef van je eigen wezen bestaan. De werking wordt opgeheven van een bewustzijn, dat het Licht buiten het ik als met een mes probeert af te snijden, opdat wat in het ik is als enig werkelijk levend Licht zal worden beseft. Nu het besef geen grens meer is, k0mt het Licht van buiten en langzaam als een fijne wolk meel verdeeld en toch intens doortrekkend en lost zich op in wat je bent. En wat je bent: sterk, vitaal, krachtig, vermogend, ziet hoe anderen doof en blind zijn. Dan zeg je, zoals ik eens besefte, dat er in mij iets was, dat antwoord gaf op dat Licht, zo moeten anderen dit beseffen. Ook wanneer wij gescheidenheid verbreken.

Wanneer wij het besef van eenheid, al is het maar een eenheid van leven en kracht, weer toelaten in ons gemeenschappelijk besef, dan zijn wij dicht gek0men bij de werkelijkheid van de bron van leven. Zo heb ik dit beleefd. Zo zal ieder dit op zijn wijze en op het ogenblik van zijn bewustzijn, wanneer hij er rijp voor is, wel doormaken, neem ik aan.

Wanneer je begint te werken met het Licht, ben je een mens van zekerheden. Je schiet het Licht af als een schietende pijl, alsof je een harpoenier bent, die een andere ziel wil vangen en dan tot die eenheid intrekken. En je ziet dat het niet gaat. Want elk ego is Licht. En Licht en Licht zijn één. Hoe kun je een eenheid nader tot elkaar brengen? Dan besef je: niet als een pijl, maar eerder als een brug. Als een netwerk van aderen, waardoor de kracht pulseert van mens tot mens, van geest tot geest, van ster tot ster, tot alle besef en leven vereend is. De eeuwige hartklop van het Licht zelf. Een droom die werkelijk is wanneer je niet-ik bent, maar die droom is wanneer je zegt: “ik”.  Maar een droom die op de feiten, op het werkelijke leven is gebaseerd.

Mensen zijn zo graag logisch. Wat is dan logischer dan dit? U bent allen in uw leven ergens van elkaar afhankelijk. Daarom moet u leren elkaar te begrijpen. Moet u leren op elkaar te reageren, niet volgens een schijnvoorstelling, maar alleen volgens het wezen. Dat is toch logisch, dacht ik. Maar moet je dan ook niet zeggen: Ik moet de verbinding maken, waardoor het tijdloze bestaan gevormd uit de oneindige fasen, die ze tijd en verschijningsvorm en leven noemen, langzaam maar zeker die eenheid verkrijgt door het pulserend bewustzijn van het schijnbaar gescheiden. Oh, je wilt het zo graag. Het zou zo mooi zijn.

Toch is het nu werkelijk. Niet morgen en niet over tienduizend jaar; maar op dit moment zelf is er de eenheid van het Licht, de wevende kracht van een totaliteit, waarin niets alleen en niets afzonderlijk kan bestaan. Maar het is zo moeilijk het te beseffen. Ik probeer een verbinding te maken van Licht met Licht. Ik probeer een uiting te scheppen, waarin kracht en kracht elkaar niet bestrijden, maar overgaan in elkaar als een bevestiging van bestaan.

Wie het Licht kent, weet dat je nooit het Licht kunt beheersen. Wanneer je er open voor staat, ben je er deel van en kun je niet meer buiten en zonder dit Licht met eigen besef of bewustzijn reageren tegen het Licht. Je kunt niet zeggen: Ik dien het Licht. Want wie het Licht dient, stelt zich onder het Licht en hij is deel van het Licht. Eén ermee. Je kunt alleen maar zeggen: Ik ben het Licht, dat zoekt naar de erkenning van het Licht. Ik ben de kracht, die zoekt naar het evenwicht van alle krachten. Ik ben de waarheid van bestaan, die zoekt naar leven in het sterven der illusies.

Kijk rond je in de wereld. Jazeker, dat ben jij. Die bloem, die boom, die mens, die wolk, dat huis, die berg, die aarde, die ster, die zon. Dit ben jij. Dat is deel van je wezen en werkelijkheid. Het is het Licht verbonden met Licht en niets scheidt je buiten het bewustzijn, waarin je zegt: Dit ben ik wel en dat ben ik niet. Mystiek, Ja, mystiek. Want voor de menselijke werkelijkheid is dit een Hogere Werkelijkheid. Maar het is een werkelijkheid die bestaat.

Een mooi beeld, ja, maar wie zal kijken naar het beeld van een dier, een hert, een spin, een konijn, een leeuw en kijkend naar de plaat zeggen: Dit is werkelijk? Het beeld is niet genoeg. De werkelijkheid moet leven. De werkelijkheid in al zijn veranderingen, in zijn voortdurende wisseling van verschijnen, de schijn van leven en dood is één en hetzelfde Licht en één en dezelfde werkelijkheid.

Dat ben jij. Dat Licht. Je bent een aap, die kwettert in een boom, een slang die zoekt naar warmte nadat het koel is geweest. Je bent een vijver, die rimpelloos wacht tot ze de blauwe maan mag weerkaatsen en een ogenblik de hemel op aarde tekent. Dat ben jij. Dat ben je allemaal. Er is geen grens dan die van het bewustzijn. In je is het Licht. Buiten je is Licht. Licht en Licht zijn één. Er is geen grens buiten de onze door ons besef gesteld. Deze tijdelijke scheiding, die in het Licht zelf niets betekent, maar die wij maken tot de kracht van ons bestaan, zolang wij dwazen zijn.

Kijk naar je wereld. Dat ben jij. Niet iets anders. Niet iemand anders . Jij. Je bent niet mooi, niet lelijk, niet groot en niet klein. Je bent niet lichtend en niet duister. Je bent deel van het Licht. Je bent werkelijkheid en niets dan werkelijkheid kan bestaan. Al wat er is ben jij. Want jij bent Licht van Licht. Al wat mogelijk is ben jij. Want alle gebeuren is werking van Licht in Licht. Alle sferen ben je, alle besef is het spel van weten in Licht en Licht. Ook dat ben jij. Zonder grens, mensen.

Besef een beetje van het Licht in jezelf. Een beetje van het Licht rond je en laat het Licht in je werken. Laat het werken tot je weet: ik ben krachtig!  En zendt dan zo goed je kunt het Licht uit, niet als een pijl om anderen te kwetsen, niet als een stoot om anderen te vermorzelen onder je besef en kracht, maar als een vriendelijke streling. Als een ochtendbries, die het voorhoofd even kust en verdergaat door de ritselende bladeren. Een kenbaarheid, opdat steeds meer leven wete: ik ben Licht van Licht, kracht van kracht. Werkelijkheid zonder grens.

Wat zal ik u nog meer woorden voorzetten? Wie alleen woorden eet, versteent. Ik heb u niet slechts woorden van kracht willen geven. Ik heb u iets van eenheid en Licht willen geven ten teken, dat u meer één kunt zijn met uw wereld, uw wezen en de werkelijkheid.

Moge de eenheid van ons bewustzijn stijgen totdat er tussen ons en alle leven geen scheiding meer bestaat en wij, belevende de werkelijkheid van het Licht, tezamen omschrijven het tijdloze Licht, dat de enige werkelijkheid is.

image_pdf