De kringloop van het heden

De kringloop van het heden

Wie zich de moeite getroost te kijken naar het gebeuren in de laatste 50 jaren, die zal met verbazing ontdekken dat een groot aantal verschijnselen zich herhalen. Zoals er vroeger elk jaar, ik weet niet of het nu nog zo is, voor de kinderen op een bepaald tijdstip, zonder dat men precies wist wie het signaal gaf, knikkertijd was, zo zie je op dergelijke onbegrijpelijke signalen plotseling de damesrokken omhoog of naar beneden gaan, de broeken korter of langer worden, wijder of smaller. Waarom?

Wij begrijpen niet genoeg, geloof ik, dat er altijd een feedback is. Dat wil zeggen, het verleden heeft een zeer grote invloed op de toekomst. Wat is geweest, dat heeft u gemaakt tot wat u nu bent. Maar wat u nu bent, bevalt u nooit. Als er iets is waarmee de mens ontevreden is, dan is dat met het heden. Hij verheerlijkt over het algemeen het verleden en maakt zich illusies aangaande de toekomst.

In het heden probeert hij eigenlijk het goede van het verleden terug te vinden. Daardoor grijpt hij terug naar allerlei dingen die eigenlijk waardeloos zijn. De rommel van eens wordt plotseling het geliefkoosde verzamelobject van morgen.

Ik heb mij laten vertellen dat er tegenwoordig zeer hippe jongedames en heren zijn die zich o.a. bezighouden met het  verzamelen van oude foto’s van filmsterren en verbleekte foto’s van landschappen of gebouwen die al lang door de een of andere projectondernemer zijn gesloopt.

Kun je het verleden terugkrijgen? Neen. Kun je van het verleden uitgaan? Eveneens neen. Want het verleden heeft het heden bepaald. U kent dat verhaal wel. Maar als dat het geval is, dan kunnen wij ons ook nooit beroepen op wat is geweest. Dat het in de werkelijkheid een beetje anders gaat, zal u eveneens bekend zijn. Om een voorbeeld te geven: Nederland was eens een behoorlijk rijk en welvarend land. De prijzen waren in verhouding laag. Daardoor was een hogere belasting voor de burger draagbaar. Het resultaat was een aantal sociale voorzieningen die elk voor zich eigenlijk een enorm reservekapitaal zou vereisen. Maar, zei men, dat kapitaal hebben we niet nodig want we kunnen dat gewoon financieren uit de lopende inkomsten. Zo ontstonden de sociale verzekeringen.

Nu spreekt men over dit verleden als van een verworven recht. Dat kan alleen als men heeft betaald op grond van een persoonlijke verzekering. Dat betekent dat u, volgens de werklozenwet, wel degelijk normaal zou moeten worden gefinancierd bij het wegvallen van uw arbeid gedurende de daarvoor staande tijd omdat u zolang premie daarvoor heeft betaald en niemand u de verzekering heeft opgezegd. Datzelfde geldt voor de AWW, WAO e.d. Als je daarvoor betaald hebt, dan moet je die verzeke­ringen ook krijgen. Dat betekent dat voor de mens van vandaag de wer­kelijke lasten helemaal niets meer te maken hebben met datgene wat hij bijeen heeft gebracht. Integendeel, men heeft schul­den gemaakt op grond van inkomsten die er nog niet waren. Nu blijven de inkomsten weg en de vereiste uitgaven van de verzekering worden groter. Dan kun je zo’n verzekeringsmaatschappij natuurlijk failliet laten verklaren maar dat wil men ook niet. Dus wat zegt men? Wij moe­ten de zaak  aanpakken.

En nu het mooie. Omdat men in het verleden, ook uit een sociaal inzicht, vergoedingen heeft betaald aan mensen, niet op grond van een verzekering maar van gewone wetgeving, uit de belastinggelden die een hoogte hadden vergelijkbaar met de WW en noemt u verder maar op, roept men uit: dat is een verworven recht, dat moet zo blijven. Dat is na­tuurlijk onzin.

Kijk, hier is geen sprake van een verworven recht, alleen spra­ke van een gewoontemisbruik. Als het gaat om de bestaande sociale verzekeringen, zo zijn deze eigenlijk tot stand gekomen door een over­eenkomst tussen al degenen die daaraan mee betalen en de Staat, die garant is voor de uitbetaling. De Staat zal dat moeten blijven. Of dat prettig is of niet, of ze daaraan failliet gaat of niet, dat zal ze moeten doen.

Nu wil men dat niet. Men wil aan de ene kant de sociale uitke­ringen aanpakken, dat is duidelijk, maar men wil geen verschil maken tussen datgene wat volksverzekering is en datgene wat gewoon sociale uitkeringen zijn. Want dan krijgt men moeilijkheden. Om die moeilijkhe­den te omzeilen, besluit men alsnog een deficitaire financiering te plegen.

Een deficitaire financiering wil zeggen, dat u eigenlijk vandaag de dag geen inkomen heeft en u wilt toch naar Mallorca. Dan neemt u nu geld op om luxueus naar Mallorca te gaan met het idee dat u het later wel eens zult aflossen, zonder te weten of en hoe u dat kunt doen. Dat is nu precies hetzelfde als de deficitaire financiering van sociale uitgaven, van overbestedingen van de overheid.

Het zou natuurlijk denkbaar zijn dat iemand op een gegeven ogen­blik zegt: Dit kan niet meer. Laten wij eerst eens kijken wat onze wer­kelijke verplichtingen en onze werkelijke mogelijkheden zijn. Dat doen ze niet want dan moeten er beslissingen worden genomen waarbij er slacht­offers vallen.

Kijk, als je alle sociale uitkeringen kort, dan kun je dat percentsgewijs minder doen dan als dit op één bepaald type van sociale uitkering van toepassing is, want dan moet je toch besparen. Zo blijft die kringloop gaande, want daarom leent men. Omdat men leent, kan men minder doen, de rente is te hoog. En omdat men dus minder kan doen, moet men tenslotte weer korten, wat men probeert te voorkomen door wederom te lenen. Het is dus eigenlijk geen wonder dat politici in kringetjes draaien.

Wat is een politicus? Dat is iemand die ten koste van alles, op kosten van iedereen, zijn zetel veilig gesteld wil zien. Dat klinkt mis­schien hatelijk en er zullen mensen zijn die daar bezwaar tegen hebben, maar ook dat is weer een kringloopproces.

Je begint als idealist. Dan ontdek je al heel gauw dat de idealen niet helemaal met de werkelijkheid stroken. Maar, zo zeg je, binnen de groep waartoe ik behoor, kunnen wij die idealen toch meer waarmaken. En daar lijkt het ook inderdaad op. Nu wil die groep echter een bepaalde macht uitoefenen. Om die macht te kunnen uitoefenen mag ze haar idealen niet volledig waarmaken.

Dientengevolge maakt ze steeds minder waar en beroept zich steeds meer op haar ideaal om te verklaren waarom ze dat ideaal niet waarmaakt, een kringloop op zichzelf. Ze komt tenslotte tot de conclusie dat het beter is het ideaal te laten rusten en de macht te behouden dan het ideaal, voor zover mogelijk, te vervullen maar daardoor alle onmiddel­lijke macht teloor te zien gaan.

Misschien vindt u het vreemd maar de werkelijkheid is toch eigenlijk zo. Je kunt alleen maar roeien met de riemen die je hebt. Iemand die werkelijk oliedom is, kan misschien op een bepaald gebied veel presteren. Er zijn apen en idioten die uitstekende moderne kunste­naars blijken te zijn. Laat ze dan moderne kunstenaars worden en probeer niet om ze alsnog tot arts, rechtsgeleerde of iets dergelijke op te voeden.

Je kunt geen waarheid verkopen omdat de waarheid in zich evident behoort te zijn, ze is dus niet verhandelbaar. Wil je echter iets ver­kopen als de waarheid, dan moet dat een leugen zijn, omdat het immers niet evident is. Op deze manier raken wij in onnoemelijke verwarringen.

Ik heb nu wat politieke voorbeelden gegeven waarover u uw eigen mening kunt volgen. Laten wij proberen die kringloop nog even verder te volgen. Wat ontstaat er namelijk? Er ontstaat bijvoorbeeld in opeenvolgen­de geslachten het volgende proces. De ouders hebben een zeer streng beheerst leven moeten leiden in hun jeugd. Zij gunnen hun kinderen beter. Die kinderen worden dus vrijer opgevoed maar vinden nog steeds dat ze te veel bekneld heb­ben gezeten. Zij voeden weer hun kinderen nog vrijer op. Zij zijn echter zo vrij opgevoed dat ze niet meer bereid zijn om de vrijheden van kinde­ren te nemen zodra ze hun eigen mogelijkheden aantasten en zij treden dus weer streng op. Het klinkt krankzinnig maar het is waar.

Als wij met een geestelijke werkelijkheid of waarheid bezig zijn, zien we alweer precies hetzelfde. Ook hier is een typische kringloop­redenering die u allen kent. De bijbel is het woord Gods want staat dit daarin niet geschreven? Waarop onze vriend Henri, geconfronteerd met dit argument, onmiddellijk uitriep: Nou, dan ben ik God, want ik zeg het zelf!

Men zegt vaak: Er is een inwijdingsweg. Wij hebben de juiste inwij­dingsweg. Als je ons nu maar gehoorzaamt, dan zul je bewuster worden. Nou, je bent zo gehoorzaam als je maar kunt. Dan zeg je tegen hen: Waarom ben ik nog niet verder? Zij zeggen dan weer: Omdat je niet ge­hoorzaam genoeg bent geweest. Dat zijn allemaal van die eigenaardigheden.

Als wij proberen u een geesteswereld te laten zien (althans iets daarvan) die logisch in elkaar zit, dan zijn de meeste mensen daar bang voor. Waarom? Wel, een wereld van geesten die zo logisch en nuch­ter in elkaar sluit dat zelfs een mens de samenhangen kan overzien, is ook een onzichtbare wereld die door de mens niet verder te bepalen valt. Zolang wij een hemel hebben met een goddelijk gezag, ach, dan zucht men met Gijsbrecht wanneer het misgaat: ‘De Heer heeft zich ten langen leste ontfermd over mij en mijne veste’. Waarbij hij volgens mij sprak over een kledingstuk dat in zijn tijd nog niet bestond.

Wij kunnen zeggen: God wil het. Zolang God ons niet kan tegenspre­ken. Als God een abstractie blijft, dan is die God bruikbaar. Want als wij zeggen ‘God wil het’ en een ander vraagt ‘waarom?’, dan zeggen wij: omdat wij weten dat God het wil. Hoe weet u dat? Omdat God het mij heeft verteld. Hoe kan ik dat te weten komen? Dat kunt u niet te weten komen. U kunt alleen gehoorzamen tot God zich aan u openbaart. Dat zijn heel mooie redeneringen. Maar het is een kringloop waar eigen­lijk het gelijk door het onbepaalde wordt verkregen.

In de tijd zelf is dit natuurlijk niet zo. De tijd heeft zijn wetten, zijn regels. Als ik spreek over het kringloopeffect in het heden dat toch altijd weer constateerbaar is, dan komt dit eenvoudig voort uit de kwaliteit van de tijd, van de ontwikkeling. Een ontwikkeling kan name­lijk nooit een toekomst vinden indien daarin het verleden niet behou­den is. Omgekeerd kan een verleden nooit waarlijk worden beseft, tenzij het vanuit de toekomst wordt benaderd en dan is het de interpretatie van de toekomst. Zo zit je in het heden eigenlijk altijd een beetje in moeilijkheden.

Je bent zo geneigd mee te draaien. Je hebt je eigen denken, je eigen oordeel. De een weet het zus en de ander weet het zo. Zolang men daarvoor maar een rechtvaardiging kan vinden, hoe vaag ook, dan is dat zonder meer goed. Op het ogenblik dat alles rationeel moet worden, dat het dus een samenhang moet vertonen die tenminste op één punt con­troleerbaar is, lukt het niet meer. De kringloop van het heden wordt doorbroken op het ogenblik dat de werkelijkheid in het heden wordt beseft.

Als ik dat op politiek terrein zo-even heb gedaan, dan zouden we dit kunnen stellen: zolang een gemeenschap schulden moet maken om haar huidige bestaansvorm te financieren, is de norm onjuist. Dat is een logi­sche conclusie.

Kerkelijk kunnen we het zo zeggen: Op het ogenblik dat God als autoriteit wordt opgevoerd zonder dat op enigerlei wijze duidelijk kan worden gemaakt dat die God onmiddellijk ingrijpt, is dit geen argument. Dientengevolge is het geheel van de eisen en stellingen van een derge­lijke kerkgemeenschap niet als reëel te aanvaarden en te beleven.

Omdat wij proberen de kringloop ook in het heden te doorbreken, moeten wij uiteraard de werkelijkheid zoeken waar ze is. Die werkelijkheid ligt in de feiten. Als je van feiten uitgaat, zijn de conclusies niet altijd vleiend, dat geef ik graag toe. Heel vaak blijkt dan dat allerlei geliefde theorieën helemaal niet meer werken. Toch hebben wij te maken met de werkelijkheid. Wij kunnen ons niet ont­trekken aan de feiten. Wij kunnen alleen bepaalde effecten, welke die feiten veroorzaken, zodanig verwaarlozen dat ze op een gegeven ogenblik ons overrompelen en overspoelen.

Als u zover met mij mee heeft willen en kunnen komen, dan moeten we nu het schouwtoneel naar binnen verplaatsen. Leeft de lichtende geest in u? Zo ja, wat voor bewijs heeft u daarvoor? Anders gezegd, wat is het feit dat u kunt ontlenen aan die lichtende geest in u? Zolang u geen concrete feiten kunt geven en al­leen maar vaagheden die ook elders aan toe te schrijven zijn, is uw stel­ling niet aanvaardbaar. Behalve voor uzelf. Het is daarom ook foutief om deze stelling als argument te gebruiken tegen anderen, u daarop te be­roepen ten aanzien van de wereld of hoe dan ook hieraan enig recht te willen ontlenen. U heeft in u een waarheid? Uitstekend. Maar die waarheid mag dan niet door de feiten worden gelogenstraft. Als ik zeg: Er is een recht­vaardige God en ik kijk naar de wereld, dan lijkt het er meer op dat de duivel schijt op de grote hoop. Dat is niet rechtvaardig. Dan zegt men: Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Maar hoe weten wij dan dat God rechtvaardig is? Want rechtvaardigheid is een concept dat voortkomt uit ons besef. Dat heeft niets met de kosmos te maken.

Wij hebben de neiging om voor onszelf een beeld op te bouwen van een wereld in het hiernamaals. Een beeld van een liefdevolle God­heid, van een verlosser, van een profeet, van banen die voeren naar de hoogste toppen van de geestelijke werkelijkheid. Maar bestaan ze echt? Dat is nu de moeilijkheid. Wie aan de kringloop wil ontkomen die ontstaat als wij theorieën, innerlijke waarden en zaken die wij aannemen, als zekerheid gaan hanteren, dan kunnen wij dat niet. Wij kunnen de kringloop niet ontlopen. Wij blijven ronddraaien als een hond die pro­beert in het puntje van zijn eigen staart te bijten. En als ik zie hoe sommigen het doen, dan lijkt het er soms op of ze gecoupeerd zijn ook, zodat het bijna helemaal niet mogelijk is geworden. Realiseer u dit.

Uw innerlijk leven is voor u waar, maar het is niet zonder meer een werkelijkheid die in uw wereld of in een latere wereld volledig zal gelden. Alleen indien feiten kenbaar worden uit die veronderstel­ling, dan wordt de aanvaardbaarheid daarvan groter. Er zullen niet veel mensen blij zijn met een dergelijke boodschap.

Men zegt ook: De geest geleidt mij. Dat kan best. Wanneer heeft die geest dat gedaan? Hoe heeft hij dat gedaan? Wat waren de resulta­ten van die leiding? Zodra u dat kunt zeggen, mag u de geest en de geestelijke leiding aannemen als een persoonlijke werkelijkheid, een persoonlijke zekerheid. U kunt niet zeggen dat dit geldt voor de ge­hele wereld.

Als u zegt: De geesten zijn voortdurend om mij heen, dan kan dat een persoonlijke beleving zijn. Of ze zich nu laten zien of zich op een andere manier kenbaar maken, doet daarbij niet eens ter zake. U ziet deze dingen, u hoort deze dingen enz., dus voor u zijn ze er. Maar als dit alleen maar een spel is dat geen directe inwerking heeft op uw leven en werkelijke prestaties, kunt u het beter vergeten. Zelfs als die geesten helemaal echt zijn, hebben ze geen betekenis in uw huidige werkelijkheid. Pas als blijkt dat uit deze verschijnselen zich iets kristalli­seert dat een directe betekenis heeft voor uw leven op aarde en al datgene wat ermee samenhangt, kunt u de kringloop doorbreken waarin u anders terechtkomt, namelijk een voortdurend fantaseren, raadselspelletjes spelen met uzelf waarbij u veronderstelde feiten inpast in een veronderstelde werkelijkheid zonder ooit te beseffen in hoeverre uw beeld van wat echt is, wel in de wereld zou zijn waar te maken. Dus staan we weer voor een moeilijkheid.

Als wij de kringloop doorbreken, dan krijgen we te maken met fei­ten. Die feiten zijn niet alleen maar gevoelens, laten we dat heel goed vooropstellen. Feiten zijn zaken die direct werkzaam zijn. Als een geest tegen u zegt: Neem morgen uw paraplu mee want het gaat regenen, dan kan dat het onderbewuste zijn. Als die geest dat echter zegt nadat het 6 weken droog is geweest, dan mag u aannemen dat iemand u heeft willen waarschuwen. Zeker als er onverwachts een regen­bui losbarst. Het is een beetje moeilijk om de werkelijkheid te schei­den van alle illusies en feiten.

Leven in dromen is prima, als je maar niet denkt dat je droom echt is. Als een van de hier aanwezige heren droomt dat hij Superman in eigen persoon is en dat hij, wanneer eens de grote nood komt, met fladderende rode mantel door de lucht zal suizen om rampen te voor­komen, dan zeg ik: Het is erg leuk dat u dat droomt maar heeft u al iets gedaan wat erop wijst dat u ook maar een kleine ramp kunt voor­komen? Al is het maar het aanbranden van het gebraad dat uw vrouw in de oven was vergeten. Als u daar geen antwoord op kunt geven, dan is het een dagdroom. Je kunt ermee werken, je kunt ermee leven, maar het is geen feit en dit moet worden beseft.

Misschien kan ik het zo duidelijk maken: Zoals u weet, zijn er nogal wat politici die ook econoom zijn of doctorandus economie. Daarnaast zijn er ook nog echte economen. Wat is nu het verschil tussen die twee? De echte econoom gaat alleen uit van de cijfers, terwijl de politieke econoom probeert de cijfers zo te groeperen dat ze beantwoorden aan zijn politieke behoefte en veron­derstelling. In beide gevallen ontbeert de economie een besef van dat­gene wat menselijk aanwezig is (de mens is er eigenlijk als werkzame factor een beetje uitgezift) en dientengevolge hebben wij te maken met twee modellen die onbetrouwbaar zijn. Het economische model van de echte econoom is in zoverre onbe­trouwbaar dat het geen rekening kan houden met plotselinge veranderin­gen zoals die in de mentaliteit van mensen, in hun verbruikspatronen, hun behoeftepatronen, hun arbeidslust en dergelijke zouden kunnen optreden. Bij de politieke economen echter is de onbetrouwbaarheid bijna 50 %. Een econoom, of iemand die goed kan rekenen, weet wel wat ik daar­mee eigenlijk zeg. De economische conclusie van de politicus is in we­zen reeds onzin op het ogenblik dat ze wordt gesteld. Omdat ze wordt gesteld aan de hand van onjuiste premissen, met verwaarlozing van alle ongewenste feiten en van tevoren wordt getendeerd naar conclusies, die niet in de werkelijkheid haalbaar zijn, maar die politiek begeerlijk zijn.

Wat heb je dan eigenlijk nodig om toch de patstelling die hier is ontstaan, te doorbreken? Gezond verstand. Weet u waarom? Gezond verstand gaat af op de feiten en de mogelijkheden zoals ze nu bekend zijn. Het gaat niet uit van een toekomstig beeld dat mogelijk nooit te verwe­zenlijken is. Het gaat ook niet uit van een theorie die zonder meer een continueren van het verleden in de toekomst veronderstelt. Als u dat zo beziet, dan wordt u misschien duidelijk waarom wij het hebben over het kringloopeffect in het heden.

Als je met de feiten werkt, dan kun je eraan ontkomen. Want fei­ten zijn in de werkelijkheid een weergave van het totaal der bestaande tendensen plus het geheel van de bestaande mogelijkheden en instellin­gen. Het resultaat is dus dat iemand, die met de werkelijkheid bezig is, elke kosmische invloed mee verwerkt, bewust of onbewust, in het­geen hij doet. Dat hij rekening houdt met alles wat hij uit de mensen om zich heen opvangt, wat uit het gemeenschappelijk bovenbewustzijn komt, wat uit de normale feiten blijkt, ook uit de cijfers. Gezond verstand is een samenvoegen van alle factoren, niet het selectief gebruiken van bepaalde factoren om daardoor het geheel te bepalen.

Nu zou ik u enkele gewetensvragen willen stellen.

Heeft u een geloof waar u niet van kunt afstappen? Indien dit het geval is, heeft u persoonlijke bewijzen voor de juistheid van dit geloof ontvangen? Heeft u zodanige raadgevingen, tips of andere zaken op deze manier ontvangen dat dit geloof een feitelijke verandering betekent in uw stoffelijke mogelijkheden en omstandigheden?

Indien u op een van deze vragen ‘neen’ moet antwoorden, dan mag u niet uitgaan van uw geloof om aan de hand daarvan de feitelijke mogelijk­heden te overzien. Op het ogenblik dat u dat doet, zal het in eenzijdigheid kringetjes draaien.

Er is een vast mogelijkhedenspoor door de tijd. Afwijkingen daarvan zijn mogelijk maar we ontkomen dan toch niet aan het ontstaan van paral­lellen die, wat voor ons belangrijke ontwikkelingen aangaat, niet zoveel zullen verschillen van het hoofdspoor van de tijd.

In de tijd ontstaat een spiraalbeweging waardoor, maar met een ver­schil in tempo, voortdurend dezelfde invloeden zich herhalen. Dit bete­kent niet dat gelijke, maar wél vergelijkbare, invloeden zich manifesteren en dat hierdoor mee het geheel van de menselijke historie in het heden wordt bepaald.

Wij hebben daarnaast te maken met een bewustwordingsgang die eveneens dit spiraal‑element niet schijnt te ontberen. Ons bewustzijn heeft in het begin een betrekkelijk grote verbreiding voor tamelijk weinig feiten. Daarna blijkt dat ons bewustzijn beperkter wordt maar wel in die beperking meer feitenmateriaal bevat. Totdat wij op een ogenblik komen dat in één punt het geheel van alle, voor de persoonlijkheid denkbare, feiten aanwezig zijn.

Wanneer wij de geestelijke waarde plus de tijdswaarde beschouwen als de werkelijkheid zoals deze persoonlijk bestaat, dan kunnen wij op grond hiervan concluderen: Het is voor mij onmogelijk om uit het verleden enig recht of enige mogelijkheid voor het heden te ontlenen, anders dan die welke ik op dit moment zelf, vanuit en door mijzelf, feitelijk kan manifesteren. Dan volgt daar verder nog op: Wat ik ben volgens het oordeel van anderen, zal onbelangrijk zijn omdat een dergelijk oordeel gewoonlijk op eenzijdigheid is gebaseerd. Wat ik ben, moet ik zelf volledig kunnen aanvaarden. Zonder de aanvaarding van hetgeen ik zelf ben en doe, zal ik niet in staat zijn iets van de werkelijkheid buiten mij te beseffen, te aanvaarden en daarmee te werken. Hoe meer ik wegvlucht voor mijzelf of een deel van mijzelf, hoe meer ik eveneens in kringetjes loop en met een voortdurende feedback van een verleden probeer een gelijkvormigheid in mijn innerlijke persoonlijkheid te veroorzaken die nooit werkelijk kan bestaan omdat ze alleen in stand kan worden gehouden door een voortdurende aanpassing van illusies, die de feiten daardoor onkenbaar maken.

Als wij dat allemaal samenvatten, dan hebben wij ons onderwerp voor vandaag gemakkelijk afgerond, want dan zeggen wij: De kringloop in het heden is een bijna onvermijdelijk verschijnsel voor elke mens die, om welke reden dan ook, weigert de feiten van de wereld te erkennen zoals ze zijn. De feiten omtrent zichzelf te aanvaarden zoals ze zijn en te werken met de mogelijkheden, die op dit moment bestaan, zonder zich te beroepen op grotere mogelijkheden of andere mogelijkheden in het verleden en zonder een beroep te doen op mogelijkheden en ontwikkelingen die eventueel in de toekomst zouden kunnen plaatsvinden.

Vraag

  • Kunt u nog wat verder ingaan op de kringloop van de bewustwording?

De kringloop van de bewustwording in dit verband is niet te geven. Bewustwording is een proces dat in wezen tijdloos is en niet kan worden omschreven in tijd, anders dan het deel na deel beseffen van je eigen wezen en mogelijkheden. In de eigen bewustwording geldt echter wel dege­lijk: al datgene wat ik in mijzelf ontdek, besef, als geestelijke waarheid aanvaard, geloof of persoonlijk zie als juist, zal ik moeten toetsen aan datgene wat buiten mij bestaat, buiten mij mogelijk en kenbaar is. Door de vergelijking tussen deze beide word ik mij bewust van datgene wat waar en werkelijk is en datgene wat in feite vanuit mijzelf voortkomt en daardoor ook een vervreemding van mijn persoonlijke innerlijke werkelijkheid en bewustwordingsmogelijkheid betekent.

Als u hetgeen ik nu heb gezegd, met de voorgaande lessen vergelijkt, dan zult u met verbazing zien:

  1. bepaalde herhalingen komen voor
  2. in die herhalingen zijn de benadering en interpretatie anders
  3. de gegevens welke in die lessen zijn verstrekt, spreken elkaar niet te­gen maar vullen elkaar aan.

En aangezien dat de bedoeling is van een cursus, meen ik dat ik voldoende heb gezegd.

Oorlog en vrede

De moeilijkheid is dat vrede een vorm van oorlog is. De meeste mensen weten dat niet omdat ze aannemen dat oorlog alleen bestaat uit daadwerkelijk geweld. Toch zou ik willen zeggen dat het meest po­tentiële geweld bestaat in de vrede. En aangezien een potentieel geweld dat kan worden uitgespeeld, in feite een oorlogssituatie impli­ceert, zou ik willen zeggen dat de vrede een vorm van oorlog is. Het is maar hoe je het bekijkt. Ik geloof dat je het zo moet bekijken.

De meeste mensen zijn voor vrede, ze zijn ook voor rust. Zij zeggen: Als iemand de vrede verstoort, moeten ze hem afmaken. Als iemand hier de boel op stelten zet, moeten ze hem maar in elkaar slaan, dan hebben wij weer rust. Er zijn zelfs mensen die nog verder gaan dan dit. Zij zeggen: Kind, ik hou van je zoals je bent. Houd nou in vredesnaam je mond, anders sla ik je het ziekenhuis in.

U lacht er om, maar waar denkt u dat al die ‘blijf van mijn lijf-huizen’ vandaan zijn gekomen? Per slot van rekening wordt er heel wat geweld gepleegd. Zelfs in het gezin is de schijn van vrede vaak de ver­momming van een feitelijke toestand van oorlog. Als je dat zo bekijkt, dan wordt het ook veel duidelijker waarom de wereld eigenlijk zo gek in elkaar zit.

Ik heb mensen horen zeggen: Ik kan niet begrijpen dat ze oorlog voeren over een paar van die kleine roteilandjes. Nu is daar natuur­lijk een heel redelijke uitleg voor te geven die u ongetwijfeld al heeft gehoord. Maar ik kan het nog heel anders zeggen. Er zijn mensen die elkaar naar het leven staan over één sigarettenpeukje op de trap. Dat is nog veel minder dan een paar eilandjes. Het gaat tenslotte niet eens om een eiland. Het gaat niet om het be­reiken van iets. Het gaat er doodgewoon om dat iedereen zijn wil wil door­zetten ofwel zijn haan koning wil zien kraaien. Wat dat betreft, moet u maar eens opletten wanneer mannen aan het vechten zijn. Dan ziet u vaak aanmoedigende vrouwen terzijde staan die hun haan koning wil­len zien kraaien en als dat niet lukt, proberen de kip van de anderen te plukken. Dus laten we alsjeblieft niet denken dat de mens een vreed­zaam wezen is, tenzij we dat met een ‘t’ schrijven. De mens is zo dat hij bereid is alles te aanvaarden als hij maar zijn rust heeft, zolang hij zelf daardoor niet in een situatie wordt gedwongen waarin hij zichzelf niet meer kan aanvaarden, dan wel zijn rust teloor ziet gaan.

Er zijn mensen die in bittere armoede leven en misschien verhon­geren, maar volkomen bereid zijn om dit te doen zolang niemand hen maar dwingt om meer te werken dan ze zelf gezellig vinden. Dat is gewoon een situatie waarbij je je moet neerleggen. Dat doet zo iemand trouwens ook als hij geen zin heeft om te werken.

Maar waarom dat ideaal van de werkzame, de productieve mens, van de machtige natie? Een nazi was eigenlijk alleen maar de loopjongen van een Führer. En menig zogenaamde machtige natie van tegenwoordig is niets anders dan een misbruik uit het verleden dat nog steeds niet is uit­geroeid.

Als je spreekt over oorlog en vrede, dan moet je je realiseren dat oorlog de uitbarsting is van de spanningen die in vrede zijn ont­staan. Het is het daadwerkelijke geweld dat het denkbeeldige geweld komt vervangen. Nu zult u zeggen: Waar is dat denkbeeldige geweld dan?

Ik heb al heel veel mensen meegemaakt die, als ze een onaangename dag op kantoor hadden gehad, besloten om de directeur maar niet te ver­moorden omdat de een of andere tv‑held dit zeer kundig een aantal mensen heeft gedaan. Het vervangende geweld is kentekenend voor de menta­liteit van de mensen. En wat dat betreft ook als we spreken over porno. Er zijn een hoop mensen die tegen porno zijn. Maar vraag je nu eens af waarom porno zo attractief is. Per slot van rekening, als je een stilleven met bananen hebt, dan blijf je honger houden. Wel, omdat er altijd weer een soort wensvervulling in verwerkt zit. Ofwel meisjes die allemaal naar bars gaan en in feite zichzelf misbruiken en zo een uitlaat scheppen voor dames die zich misbruikt voelen, dan wel de wensvervulling van mannen die, ondanks hun eigen onmacht, op het filmdoek over hun oneindige potentie en hun even oneindig aantal mogelijkheden schijnen te beschikken. Dan kunt u zeggen: dat is niet echt. Dat ben ik direct met u eens, maar het is wel een beroep op iets wat in de mens leeft.

Gaat u maar eens na hoeveel films er worden gemaakt in deze dagen, inclusief tv.- en andere producties, waarin geweld, direct of geïmpli­ceerd, eigenlijk de hoofdrol speelt. Dat kan toch alleen maar voortko­men uit een innerlijke droom van geweld. Maar door het ontbreken van bijvoorbeeld moed of capaciteiten, kan men dit zelf niet verwezenlijken. Daarom neemt men het tot zich in een soort surrogaatbeleving.

Als er geen oorlog is, dan valt op dat er ontzettend veel films over oorlog worden gemaakt. En als het geen direct echte oorlog is, dan is het waarschijnlijk wel in het een of andere vreemd staatje. En als dat ook niet meer helpt, dan hebben we altijd nog de mogelijkheid om een psychologische western te produceren waarin eveneens in techni­color kan worden opgehangen, mishandeld, geslagen, geranseld en ge­schoten.

Laten we dan eens kijken naar de literatuur. De literatuur van al die vredige dagen schijnt voor een groot gedeelte te berusten op zeer handige en vooral hardhandige detectives die bovendien worden omringd door willige, schone vrouwen. Als ze aan hun 17e dode toe zijn, vinden ze met ongelooflijk vernuft een ontknoping voor het gehele probleem, waar de schrijver zelf nog niet eens aan had gedacht. Het is ergens altijd weer een kwestie van geweld of van list.

Als we kijken naar de 20-er, de 30-er jaren, dan vinden we heel veel romannetjes in de stijl van Woodhouse. Wat blijkt dan? Degene die heeft, de hebberd dus, is in feite een leeghoofd die zeer kundig door een onderdanige, maar zeer meerwaardige butler, of een andere dergelijke figuur, wordt bijgestaan. Waarom? Alweer omdat men zich daarin verplaatst.

Als we de laatste tijd een soortgelijke literatuur proberen te vin­den, dan blijkt ze er niet meer te zijn. Ofwel men rust psychologisch ondersteund door allerlei vreemde theorieën op een Stenen Bruidsbed, dan wel men wolkt omhoog tot achter het 5e zegel, om niet te zeggen het 7e zegel.

Misschien heb je daarnaast nog een samenkomst van dronken filate­listen, inclusief moord of de magische onderlinge strijd, waarin demonen door zeer machtige mannen met geheime wapens als daar zijn kruizen, rin­gen, geheimzinnige spreuken e.d. worden verslagen.

Als we de hele opbouw van de populaire lectuur zien en zelfs een deel van de literatuur, dan blijkt dat de mens deze dingen juist zoekt, koopt, leest, ondergaat om zo een mate van agressie a.h.w. te kunnen uitleven, die hij anders te zeer in zichzelf verborgen moet houden. Vindt u het nu nog zo vreemd als ik zeg dat vrede eigenlijk alleen maar een andere toestand van oorlog is? Werkelijke vrede, kunt u zich dat voor­stellen?

Vrede impliceert ook tevreden zijn. Wie is tegenwoordig nog tevre­den? Vrede impliceert het aanvaarden van het anders zijn van anderen en het gewoon met hen samengaan op grond van gemeenschappelijke waarden. De vooroordelen rijzen op het ogenblik de pan uit. Naarmate men meer de vrijheid en de emancipatie van verworpen groepen probeert waar te maken, blijkt er meer meerwaardigheidsbegrip bij andere groepen te bestaan waar­door het theoretisch schone, feitelijk onmogelijk wordt. Dus de oorlog was er eigenlijk al.

De oorlog was er natuurlijk ook in Engeland. In dat land was er in feite oorlog tussen de vakbonden en een op zuinigheid ingestelde huis­vrouw met première kwaliteiten die menige voorstelling, maar niet met volledig succes, tot nu toe heeft kunnen volbrengen.

Er was oorlog tussen de IRA en Ulster. De mannen van het leger van Engeland en daarnaast alle Orangisten, alle Engelandgetrouwen. Ook deze spanningen groeiden ze zo nu en dan over het hoofd. Ook daar­voor kon geen oplossing worden gevonden. Agressie na agressie die zich opstapelt en zich eindelijk kan ontladen, als er een feitelijke geweld­situatie ontstaat, waardoor je zeggenschap hebt. Verbaast u zich nog dat deze Engelse natie een soort horlepiep danste met vreugdegeba­ren voor Downingstreet 10, toen ze eindelijk een overwinning had behaald, eindelijk eens iemand geslagen zag?

Wat betreft de Argentijnen, vergeet één ding niet: Niets is meer frustre­rend dan voortdurend je populariteit te zien afnemen en gelijktijdig de onbeheersbare problemen te zien groeien. En als er dan een mogelijkheid is om, via agressiviteit naar buiten toe, de interne problemen op te los­sen, waarom zou je het dan laten? Het is gewoon verklaarbaar uit de he­le situatie.

Ik heb een eigenaardige kritiek gehoord in Amerika. Het ging over een James Bond-film. Men was het eens met de gehele inhoud. Het was een uitstekende film, maar ze begrijpen alleen niet waarom James Bond iemand van de Engelse geheime dienst moest zijn. Het had toch beter een CIA‑man kunnen zijn.

Alweer, wij zoeken superioriteit. Wij zijn het, een ander is niets. Op het ogenblik dat wij moeten toegeven dat wij eigenlijk niets tot stand kunnen brengen, moeten we dat op de een of andere manier uitleven. Dan kun je zeggen: de ene keer is het regen, de andere keer is het mooi weer. Ondertussen blijft ditzelfde probleem doorspelen.

Zo is het ook met de Russen. De Russen zitten ook met spanningen. In Rusland zijn intern net zoveel moeilijkheden als in een kapitalistische maatschappij. Dat kan socialistisch gezien niet waar zijn, dus zit je met steeds grotere moeilijkheden om steeds weer te bemantelen dat het steeds slechter gaat met steeds meer. Dan is een probleem ‑ of dat nu agrarisch heet of zelfs maar opstandigheid van de arbeiders in Polen en kapitalis­tische intriges ‑ een gevonden vrede. Dan kun je de agressie naar buiten toe kwijt.

Als je innerlijke spanningen hebt, dan hoop je dat er ergens een film loopt waarop je je kunt afreageren. Er zijn echter maar weinig films die de naties in hun geheel tot afreageren kunnen brengen al worden er nog zulke fraaie politieke stukken opgevoerd.

Nu moet ik toegeven dat in politieke stukken maar zelden een werkelijk goed stuk voorkomt. Over het algemeen zijn het meer brokken die in een verbale hachee elkaar vliegen proberen af te vangen en gelijktijdig de burger die toehoort, het idee geeft dat de burger zelf ze dan wel ziet vliegen. Dergelijke dingen zijn verantwoordelijk voor een voortdurend gro­ter aantal spanningen op deze wereld.

Dergelijke spanningen kun je niet oplossen met een oorlogje, ofschoon menigeen dat heel graag zou doen. Je kunt het niet oplossen door ze af te reageren in verwijten aan het een of andere fascistische of communisti­sche regime. Je kunt het alleen oplossen door je eigen spanningen op te heffen. Je kunt van het vervangingsmiddel misschien weer terug naar de natuur of naar het intern bewust zijn. Samen proberen het vraagstuk op te lossen en waar het niet gaat, elkaar desnoods om de oren slaan zodat tenslotte iemand tenminste iets verder komt. Als je dat niet aandurft, en wie durft dat aan in een democratische maatschappij, dan moet je het wel buiten je blijven zoeken. Maar dan is alles wat je zegt dat vrede en vredelievendheid is, niets anders dan een masker waarachter jij je angst voor een volledig afreageren van de spanning probeert te verbergen.

Natuurlijk, iedereen reageert op zijn manier af. De koningin bijvoorbeeld houdt een toespraak in het buitenland. Dan kan ze tenminste ook wat laten zien. De premier, ach, als hij het niet meer ziet zitten, dan neemt hij de fiets.

De heer Den Uyl, als hij merkt dat hij niet verder komt met zijn plan, nou, dan probeert hij in ieder geval verder te komen met zijn partij en als het geen van beide gaat, dan zal hij ongetwijfeld een kleine vakantie, bijvoorbeeld in Griekenland, trachten te nemen waardoor hij althans nog enige voordelen geniet voordat het doek gaat vallen.

Bekijk de zaak. Kijk naar het machteloze gedoe. Kijk naar de voortdu­rend verborgen maar in feite steeds groter wordende frustraties. Of dacht u misschien dat Dries en Joop elkaar om de hals zouden vallen? Dat zou dan een geval zijn dat zeer bedenkelijk is omdat dat wederkerig op waanzin zou wijzen. Realiseer u hoe in uw eigen land intern tussen bepaalde ministe­ries, tussen ambtelijke instanties, tussen bedrijven voortdurend een on­verklaarde oorlog woedt. En vraag u dan eens af of u nog over vrede kunt spreken.

Mijn stelling is niet alleen maar dwaasheid. De meeste mensen denken dat. Zij zeggen: Nou, daar heb je hem weer. Hij weet het weer mooi te zeggen, maar het blijft bij kreten. Vergeet dat maar.

De werkelijkheid is dat iedereen zozeer aan zichzelf twijfelt dat hij, meer dan normaal het geval zou kunnen zijn, erkenning eist van an­deren. En dan op grond van het niet volledig geven van die erkenning, voor zichzelf het recht meent te hebben om anderen te onderwerpen aan grotere vernederingen dan waaraan hij zelf onderworpen was.

De mensen met hun problemen zitten te wachten op een oorlog. Een oorlog zou goed zijn voor de economie. Het zou goed zijn voor de na­tionale eenheid. Het zou, kort en goed, goed zijn voor iedereen en alles, behalve voor de mens. Ontkennen dat je er zo over denkt, maakt het nog niet ongedaan.

Het gevaar van de komende jaren ligt niet in de eerste plaats in de een of andere krankzinnige machtsgreep van een staat die met atoombommen begint. Het gevaar ligt in de steeds minder te bedwingen conflic­ten en problemen. binnen de verschillende landen zelf. En als de mensen dan zo dwaas zijn om hun onderlinge geschillen en, op reële basis ontstane, conflicten te vergeten voor kreten als ‘vaderland in gevaar! de wereld heeft ons nodig’, dan heeft de wereld geen mens meer nodig omdat ze in een radio‑actieve wolk aan een volgende fase van levensontwikkeling kan gaan beginnen.

Het grote gevaar van deze tijd ligt helemaal niet in oorlog. Het ligt in de wijze waarop de vrede wordt beleefd. Het gevaar ligt niet in de waanzin van de mensen, maar in hun onvermogen om te leven met de feiten van hun bestaan, hun eigen mogelijkheden, hun eigen waardigheid. Zeg niet dat politici of generaals de schuld zijn. Evenmin kun je zeggen dat de hand schuldig is als je steelt. Begrijp dat heel goed.

Iedereen is mee aansprakelijk. Iedereen bevordert de spanning. Iedereen op zijn manier houdt zich bezig met die zaken, die ontwikkelingen, welke voor hem belangrijk zijn. Elke tegenstand wordt ervaren als een groot onrecht dat men het liefst onmiddellijk zou wreken.

Die mentaliteit waarop uw vrede is gebouwd, de mentaliteit van betweters, van eigen recht zoekers, van bezitsegoïsten en machtsmonomanen is de feitelijke oorlog die vernietiging kan brengen. Want als dan het geweld eenmaal losbarst, dan is dat alleen maar het waar worden van de symptomen die in deze periode van zogenaamde vrede voortdurend worden opgebouwd. Nu ik dit allemaal heb gezegd, hoop ik dat u iets begrijpt van de werkelijkheid van deze dagen. Kijk eens door alle idealistische leuzen, mooie beloften, fantastisch klinkende verklaringen heen. Vraag je gewoon af: Wat zijn de mensen? Waarom doen de mensen zoals zij doen? Hoe komt het dat ze zo agressief zijn? Als je daar een antwoord op vindt, dan vind je misschien een antwoord waardoor vrede mogelijk wordt. Namelijk een wederkerig elkaar helpen, een in plaats van voortdurend tegenstellingen kweken, het kweken van samengaan, van onderling helpen, van elkaar begrijpen. Misschien vind je dan een benadering waardoor je niet meer zo behoeft te spreken over wetten omdat je bezig bent met noodzaak.

Wij geloven niet dat de komende tijd werkelijk een oorlog brengt van grote omvang. Dit ongeacht de huidige zogenaamde ontwikkelingen in het geschil Engeland/Argentinië en al wat daaraan vastzit. Ongeacht de oorlogshandelingen tussen Iran en Irak en nog verschillende andere kleine problemen die in geweld zullen ontaarden.

Wij geloven wel dat de mentaliteit van de mensen op zeer korte termijn moet gaan veranderen omdat eerst als er vrede leeft in de volkeren, niet als een leuze maar als een werkelijk beleefd geheel, het mogelijk is om met geweld de feitelijke oorlog te vernietigen. Daarvoor heeft de mensheid nog de tijd tussen de 10 à 12 jaar. Wanneer het voorbij is en er is niets veranderd, dan is het voorbij. Maar dan ook helemaal.

Als de mensen wèl veranderen in die tijd, als de mensen anders leren denken, werken en samengaan, dan is er geen wereldoorlog in 1984, geen wereldoorlog in 1992. Dan is er wèl een volledige ommekeer, niet alleen internationaal en nationaal, maar vooral ook sociaal en mentaal.

Daarmee heb ik dan mijn hart zo ongeveer gelucht. Of u esoterisch of exoterisch denkt, aan één punt zult u in deze dagen niet kunnen ontkomen. Als u tegen oorlog bent, zult u eerst in uzelf vrede moeten vinden. Als u daar niet aan toe komt, dan krijgt u bij ons wel de nodige tijd om daarover na te denken. Dan denkt u misschien dat wij u met open armen welkom zullen heten. Maar zo breed zijn zelfs de armen van de geest niet. Er wordt overal gewaarschuwd voor falen. In de hele wereld gaan stemmen op. Stemmen van bewuste mensen, zelfs van ingewijden: Mensen, zoek vrede of ga ten onder. Er wordt van onze kant gedaan wat mogelijk is. Maar zolang u niet wilt luisteren en de benzineprijs belangrijker vindt dan de vrede in uzelf, dan heeft u zelf uw keus gemaakt en zult u ook daarmee verder moeten gaan.

Uw vrede van het ogenblik is vermomde oorlog. Overwin uzelf en u overwint een deel van die oorlog. Vind vrede in uzelf en u schept meer vrede op aarde. Wanneer er werkelijke vrede op aarde kan heersen, is er een harmonie geschapen, ook tussen de lichtende geest en de wereld die dermate groot wordt dat alleen daardoor reeds de mensheid een nieuw stadium van ontwikkeling en bewustwording kan binnentreden.