De kringloop van het leven

19 oktober 1982

Aan het begin van deze bijeenkomst, zoals altijd, zou ik U er aan willen herinneren dat wij, vanuit de geest, niet alwetend of onfeilbaar zijn. Dat betekent dat van u verwacht wordt dat u zelf nadenkt, u zelf een oordeel vormt, dit onder meer onder het motto dat het beter is je eigen fouten te maken dan de dwaasheden van anderen na te volgen.

Ons onderwerp van vandaag, tenzij u daar bezwaar zou tegen hebben, u hebt inspraak, zou ik willen richten op het totale bestaan of de cyclus van het bestaan. Ik hoop dat u daar uw goedkeuring aan wilt geven en wie zwijgt, stemt toe. Wanneer we spreken over de kringloop van het leven, dan denkt een mens over het algemeen alleen maar aan de geboorte en de verdere ontwikkeling tot aan de dood. Maar is dit wel een juiste voorstelling? Zolang er mensen zijn, is er een geloof geweest dat wees op een voortbestaan, of althans op de mogelijkheid daartoe. Zeker in het begin is dat een kwestie geweest van de helden en de oudsten van stammen die zouden blijven voortbestaan als een soort half-goddelijke voorvaderen. Daarna hebben we de werelden gekregen van de goden en de uitverkorenen en langzaam maar zeker zijn we geëvolueerd naar een voortbestaan dat voor eenieder denkbaar is. Een dergelijk voortbestaan kan echter nooit één fase bevatten, zomin als een menselijk leven één fase kan omvatten. Wij zijn voortdurend of we nu geest zijn of mens, verwikkeld in een strijd met het onvatbare. Wij zoeken voortdurend meer te weten, meer te kennen, meer te begrijpen en wanneer ons dat niet gelukt, zijn we voortdurend bezig onszelf te overtuigen dat hetgeen wij weten het enig juiste is, en al het andere waarschijnlijk onjuist is en misschien zelfs niet bestaat. Wanneer je zo in de geest leeft, dan moet er een ogenblik zijn waarop je je geestelijke mogelijkheden hebt uitgeput. Er is geen kracht, geen energie meer en dan zou het voortbestaan op hetzelfde vlak, een voortdurende verveling worden, de absolute gelijkvormigheid die, zeker voor een bewustzijn als het onze, voorlopig nog niet aanvaardbaar zal zijn. Dus moeten we kijken naar een andere mogelijkheid. Een van de veel genoemde mogelijkheden is die van de reïncarnatie. Daarbij wordt gesteld dat je als geest na verloop van tijd op aarde terugkeert in een menselijk gedaante. Of dat altijd op aarde hoeft te zijn, is iets waar we een vraagteken bij mogen zetten. Op zichzelf is de leer zeker niet zo ontstellend dwaas, want elk leven, elk beseffen en elk denken zal toch mee bepaald worden door hetgeen je bent en hetgeen je aan mogelijkheden in jezelf bezit. Of je nu een mystieke weg volgt waarbij je de verklaring ad absurdum zelf geeft, of zoekt naar een wetenschapsweg waarbij je uitgaat van bewijswaarheden, maar gelijktijdig gelimiteerd bent door je eigen onvermogen om de dingen voor te stellen, om zaken te benaderen. Neen, het is redelijk om aan te nemen dat er een kringloop is. Wanneer je dood bent, blijf je voortbestaan, dat is een ervaring die ik persoonlijk heb en waarvoor ik dus, gezien de vele anderen die dezelfde ervaring met me delen, meen te kunnen instaan. Wat komt erna? Reïncarnatie komt zeker voor, ook dat hebben we onomstotelijk kunnen vaststellen. Maar wat is er verder? We kunnen dan grijpen naar oude leerstellingen die zeggen dat de ziel, en daarmede bedoelt men mede de geest, een soort reis maakt, afdalende uit het Goddelijke, door verschillende sferen en werelden heen, totdat hij in de stof komt. Vanuit de stof door het duister gaat en vanuit het duister weer oprijst tot het menselijke vlak en vandaar verder gaat tot het Goddelijke. Het is een denkbeeld en het heeft in ieder geval het voordeel dat het een kringloop voorstelt. Bovendien wordt daarin gesteld, dat je slechts kunt beseffen datgene wat je in jezelf reeds hebt opgenomen en dat houdt in dat je dus een ervaring moet hebben om een gelijksoortig fenomeen te herkennen. Dit houdt in dat je een deel van het Goddelijke, waardoor je als het ware zou circuleren, eenvoudig niet kunt waarnemen en begrijpen, dat je in die periode afgesloten bent, doof en blind voor een ogenblik. Toch zitten ook hier een paar haken en ogen aan, want we hebben hier te maken met steeds dezelfde werelden, steeds dezelfde cirkelgang. Het is niet redelijk om dat zonder meer te accepteren. Wanneer wij veranderen, dan moeten onze werelden mee veranderen. Het is niet zo dat de wereld ons verandert, het is ook zo dat wij onze wereld ook veranderen en zeker in de sferen en de werelden waarin de geest dominant is, zouden we dat laatste zelfs als bepalend kunnen stellen voor elke wereldbeleving. Conclusie: Er is sprake voor een voortdurend voor ons veranderende reeks, waarbij een dergelijke kringloop mogelijk, maar in het geheel van het opzet zoals het wordt gesteld, niet al te waarschijnlijk is. Wat ons confronteert met de moeilijkheden van onze eigen persoonlijkheid en ons eigen wezen. Nu zal ik in het volgende proberen, zover dat mogelijk is, uit te gaan van een mens die op aarde leeft. We hebben al heel dikwijls gezegd: Als je op aarde komt wordt je tot een bepaald gedrag, tot een zekere denkwijze en een zekere emotionaliteit ook, opgevoed. Je bent als het ware geconditioneerd. Maar er is een begin. Elk kind dat geboren wordt heeft reeds een eigen karakteristiek. Er zijn bepaalde reacties die je bij anderen niet vindt. Er is een grote reeks gemeenschappelijke reacties maar die kunnen weer eenvoudig worden verklaard vanuit lichamelijkheid, behoefte tot bestaan, zelfbehoud, de zekerheid die daarvoor noodzakelijk is, enz. Maar er zijn verschillen in karakter. Voor je geboren wordt leer je kennelijk al iets. Dat iets is zozeer bepalend, meebepalend voor wat je op aarde zult zijn, dat daardoor de hele wijze van denken en van reageren mee beïnvloed wordt. Maar je wijze van denken en reageren is van groot belang voor de ervaringen die je zult opdoen. Je ervaringen op hun beurt, vormen het beeld dat je je maakt van de wereld en van jezelf en zal denkelijk wel van invloed zijn op de reeks van conflicten die je in je leven op die wereld zult doormaken. Dan zou je moeten stellen dat een reïncarnatie in zichzelf door de voorafgaande vastliggende waarden, de karakteristiek die bij de geboorte kenbaar wordt, dus van invloed is op het totaal van de belevingsmogelijkheden en gelijktijdig van invloed zal zijn op de conflicten waar je mee te maken hebt en ook de toestanden van vrede, vreugde of geluk waarmee je geconfronteerd wordt. De incarnatieleer zegt dat, dat een vergelding is van vorige levens. Ik ben zo vrij om ook dit in twijfel te trekken. Ik geloof dat je eerder moet zeggen dat een mens op een bepaalde manier gevormd is, alleen al door zijn vorming, het kan zijn opleiding zijn, het kan zijn geloof zijn, het kan het sociale milieu zijn waaruit hij stamt, een neiging heeft tot een bepaald gedrag en dit gedrag is, dat wordt wel duidelijk, voor een groot deel bepalend voor de ervaringen die je in bepaalde fasen van je stoffelijk bestaan opdoet. Waarom zouden we dan aannemen dat het anders is geweest? Je bent gevormd door een mogelijk geestelijk bestaan, gevormd door ervaringen die voor het begin van de incarnatiemogelijkheid een zeer waarschijnlijk ook in de prenatale periode hun invloed op je hebben uitgeoefend en waardoor je zelf invloed hebt uitgeoefend op het lichaam. Wanneer je sterft blijft een deel van je bestaan. Niet het geheel, want het lichaam met zijn eigen invloeden verlies je heel snel. Dat is iets als een gewoonte waar je niets meer aan kunt doen en zoals u weet, wanneer het alleen een gewoonte is dan verdwijnt het wel weer. Wat overblijft is weer het geheel wat je werkelijk geleefd hebt, werkelijk in jezelf geleerd hebt, de wijze waarop je jezelf beseft en de kosmos beseft, en dat zal dan weer bepalend zijn voor je geestelijke mogelijkheden. Dan zou die kringloop, want als zodanig wil ik het nog wel beschouwen, in ieder geval te maken hebben met datgene wat wij leren, maar dat heeft gelijktijdig te maken met al datgene wat we zelf zijn en dat schept, wanneer je op aarde leeft wel enige moeilijkheden. Wanneer je op aarde leeft, heb je dus een reeks ervaringen die je bewust of onbewust, zelf veroorzaakt. Het heeft weinig zin dit aan anderen te wijten of anderen de schuld te geven, het is zeer belangrijk dat je die ervaringen zo goed mogelijk verwerkt. Maar het verwerken van ervaringen die je niet altijd erg bevallen, het is ongeveer dezelfde als een streng socialistisch iemand die kijkt naar de huidige regering hier, dan moet je dus toch wel proberen om op een of andere manier jezelf aan te passen. Nu ben ik het met zeer velen eens dat discipline zonder meer zinloos is. Een discipline die van boven af wordt opgelegd namelijk onderdrukt wel, maar ze kan niet uitwissen, ze neemt geen spanningen weg, integendeel, ze bouwt bepaalde spanningen op. Soms kan de discipline daarvoor wel een uitlaat geven, maar die uitlaat is dan weer niet in overeenstemming met de persoonlijke noodzaken en behoeften. Je vervalst de mens. Maar op het ogenblik dat die discipline zelfdiscipline wordt dan is het iets anders. Want zelf weet je heel goed welke dingen je wel en welke dingen je niet aanvaardbaar vindt, in je wereld, maar vooral ook in jezelf. En het eerste wat je moet doen is: ervoor zorgen dat datgene wat je onaanvaardbaar vindt, bij jezelf niet bestaat of bij jezelf in betekenis afneemt. Je kunt niet zeggen de andere moet veranderen. Je kunt alleen zeggen ikzelf moet veranderen. Hierbij speelt zich een proces af van zelferkenning. Wanneer je in een conflictsituatie bent moet je ook nagaan in hoever deze vanuit uzelf zou kunnen stammen, en in hoe ver je hierin zelf een verandering tot stand kunt brengen. Maar het betekent daarnaast ook een evaluatie van je wereld. Je moet opsommen wat de betekenissen en de waarden zijn, die jij persoonlijk in je wereld, vanuit je standpunt meent te ontmoeten. En dat wil zeggen dat je je er niet af kunt maken met een algemene kreet of leuze. Je moet definiëren stukje bij beetje. Hiervoor wordt in ieder geval datgene wat we bewustwording noemen, sterk bevorderd. Maar daarnaast gebeurt er nog iets anders. Doordat wij gaan beantwoorden, in deze persoonlijke beheerstheid, aan datgene wat voor ons als juist of meest juist bestaat, worden alle remmingen, alle normen, waardoor we normalerwijze in conflict zouden komen, voor ons minder belangrijk. Er is een verschuiving van belangrijkheden en door deze verschuiving wordt het mogelijk het leven anders te benaderen.

Ik ben zo vrij te stellen dat indien een dergelijk proces zich binnen de mens afspeelt en door die mens ook aan zichzelf wordt voltrokken zelfdiscipline dus, daaruit voort zal komen een totaal nieuwe visie op zichzelf en op de kosmos en zo een totaal nieuwe reeks van feiten die voor u tellen, daardoor wordt ook de ervaringswereld sterk beïnvloed. Wanneer dit het geval is, moet na de dood de inhoud van het blijvende bewustzijn eveneens sterke wijzigingen ondergaan. En daarmee heb ik weer een stukje van het verhaal verteld. Hoe moet je verder gaan? En wanneer ik nu eventjes terug mag buigen en iets van het onderwerp af, naar uw wereld, dan wil ik graag wijzen op bepaalde aspecten daarin. Heel veel mensen zijn ontevreden met de situatie zoals die op het ogenblik in vele landen bestaat. Ze willen allen verandering. Men eist dat de overheid ingrijpt. Men eist dat de mensen meer menselijk zullen zijn. Men eist kortom, dat zonder zelf grote veranderingen tot stand te brengen in of aan jezelf, de wereld meer zal beantwoorden aan je eigen voorstelling daarvan en de eisen die je rechtens of ten onrechte meent daaraan te mogen stellen. Wanneer daar dan zo’n wereldcrisis komt als de huidige, dan wordt al heel gauw duidelijk waar de oorzaak ligt. Iedereen wil steeds meer van anderen. Iedereen verlangt steeds meer op kosten van anderen. Eenieder is volkomen bereid, ten goede strevende, maatregelen te nemen waarvoor anderen, die geen of weinig zeggenschap hebben, dan maar de lasten zullen moeten dragen. Het resultaat kunt U overal zien: topzware bureaucratische, apparaten zoals dat heet. M.a.w. een overdaad aan deskundige ambtenaren die voortdurend met elkaar vechten over de betekenis van een woord, terwijl ondertussen soms een land bijna ten onder gaat. Men heeft naar veiligheid gestreefd en men heeft daarvoor deskundigen aangetrokken, vervaardigers van wapens en tezamen zijn ze tot de conclusie gekomen dat de vrijheid ten koste van alles verdedigd moet worden. Ten koste van alles de vrijheid verdedigen komt erop neer dat je bereid bent je hele land met de gehele bevolking te vernietigen om te voorkomen dat het in handen komt van de vijand. Dit lijkt mij dwaas, want men vraagt niet of een ander er dat offer voor over heeft, men neemt het eenvoudig aan. Men gaat uit van het standpunt dat wanneer bepaalde normen worden gesteld of dat nu morele of sociale zijn, eenieder zich maar daaraan heeft te houden en juist wanneer een ander zich daaraan houdt, dan vindt men deze aanvaardbaar of goed. Men vraagt zich niet af of het voor deze mens aanvaardbaar of goed is. Men is niet bereid dacht ik, in deze wereld afstand te doen van de macht die men over anderen uitoefent, en juist wanneer je macht over anderen uitoefent, verlies je meestal de macht over jezelf. Het betekent dat in de huidige situatie het begrip van de werkelijkheid van het menselijk leven afneemt, dat de conflicten die ontstaan grotendeels kunstmatige conflicten zijn. Ik ben er zelfs van overtuigd dat de huidige economische crisis in feite een kunstmatige is, die niet werd veroorzaakt door externe ingrepen, maar eenvoudig voortkomt uit het onvermogen van de mens om zich aan te passen aan zijn werkelijke mogelijkheden en omstandigheden, maar ja, daar mocht u zelf eens verder over debatteren. In een dergelijke wereld kun je niet verder komen. Juist wanneer we de kringloop, die het leven omvat, willen zien als een continuïteit moeten we toegeven dat deze menselijke fasen voor zeer velen, op zijn minst genomen, onnut zijn en voor velen waarschijnlijk in hun geestelijke status eerder belastend dan bevrijdend. Dan is de vraag: “Wat dan?” We kunnen natuurlijk zeggen dat er hiërarchieën zijn. Het hiërarchisch verband is al zo oud als de oudste stam, maar dat is een kuddeverschijnsel. Is de mens nog steeds niet in staat om aan zijn kuddedier zijn te ontkomen? Ik voor mij meen dat het voor de mens mogelijk is maar dan moet hij leren uit te gaan van datgene wat hij zelf is en zelf kan en dan maakt het niet uit of u man of vrouw bent, het maakt niet uit of je arm of rijk bent, of je geleerd bent of misschien met moeite hebt leren lezen of schrijven. Wat zijn de mogelijkheden waarover ik beschik? Wat is de mogelijkheid die ik zie om iets in mezelf binnen dat verband toch gestalte te geven en hoe bepaal ik, vanuit hetgeen ik besef, wil zijn en ben, mijn relatie met de wereld? Dat is een vraag die nooit door anderen bepaald kan worden, die ook niet beantwoord kan worden door iemand anders dan je zelf bent. Het is natuurlijk aardig zoals sommigen zeggen: Ja maar de genade Gods … Die zal ongetwijfeld veel doen, maar niet datgene wat de mens wenst, maar alleen datgene wat in overeenstemming is met de werkelijke wet, de werkelijke harmonie en dat is iets anders dan wat de mens ervan maakt. Er zijn mensen die zeggen: De Geest zal ons bijstaan. Zover het geestelijke processen betreft, ongetwijfeld, wanneer je maar wilt. Maar U kunt niet verwachten dat de Geest in uw plaats leeft. U kunt niet verwachten dat de Geest, omdat u van goeden wille bent, even een bankrekening voor u opent of op een andere wijze u van de stoffelijke zorgen ontlast die deel zijn, vergeet dat niet, van uw eigen ontwikkelingscyclus. Er zijn er die zeggen: Ja maar er zijn toch heiligen die iets kunnen doen. Die zijn er wel ja. Maar alleen op die punten waar een overeenstemming kan ontstaan tussen een dergelijke persoonlijkheid en uw eigen persoonlijkheid. U ziet hoezeer het eigenlijk terug wordt gebracht tot uzelf. De kringloop van het leven wordt voor elk ego bepaald door zijn eigen ervaring, zijn eigen besef, zijn eigen vermogen om een tijdelijke of blijvende eenheid te vormen met andere krachten. En dan, mijn vrienden, moeten we conclusies trekken die, sommigen onaangenaam zullen zijn. Kijk, ik heb er helemaal niets op tegen dat u gaat biechten. Per slot van rekening, de Roomse gelovige die biecht en de ongelovige die in het socialisme bijvoorbeeld opgaat en niet in God gelooft, die zoekt dezelfde uitlaat bij de psychiater. Dan kun je zeggen: Ja maar de Kerk kan zonden vergeven. En neem me niet kwalijk, vergeven kan elke gifmenger. Ik zeg niet dat de Kerk dat doet bewust, maar zij gaat uit van iets, dat alleen zou kunnen gelden wanneer alle mensen één en hetzelfde zijn en dan kun je daaraan ontkomen door ontsnappingsclausules, zoals dat, dit alleen kan gelden wanneer er sprake is van een oprecht berouw. Wanneer is berouw oprecht? Een dief die betrapt is heeft berouw. Maar heeft hij nu berouw omdat zijn daad niet geslaagd is en hij toevallig betrapt is? Heeft iemand berouw omdat iemand inziet dat wat hij deed niet past bij zijn wezen, niet past met zijn relatie met de Godheid, of heeft hij alleen maar berouw omdat hij later de kosten zal moeten dragen van zijn vergrijpen? Ziet U wat ik bedoel? Je kunt die dingen wel algemeen stellen maar ze zijn het niet. Ik geloof in een God, zij het niet in de zeer persoonlijke God zoals die door vele mensen wordt aanbeden. Ik geloof niet in Krishna, ik geloof niet in de Heilige Drievuldigheid zoals die wordt afgebeeld, ik geloof niet in Allah met Mohammed die hem te paard komt bezoeken in de zevende hemel. Ik geloof dat deze dingen alleen maar symbolen zijn, geen werkelijkheden. Ik geloof inderdaad dat er een God is die ons allen omvat, een Kracht waaruit we allen bestaan, waaruit we leven. Deze kracht is de enige omdat zij het werkelijke bestanddeel is van alles wat wij zijn of ooit kunnen worden. Die weet wat we zijn, die weet waar we falen, die weet waar we van falen herstellen. Niemand anders kan het weten. Maar dan wordt het toch weer herleid tot jezelf, dan is de rite misschien goed op zichzelf. Dan kunnen we het sacrament aanvaarden als een zegen voor diegene die er voor open staat, maar we kunnen niet stellen, dit is algemeen geldend. We kunnen alleen maar stellen: er is het Ik en dit Ik met zijn inborst met alles wat het bezit, wat het weet, wat het kent, wat het ervaart, is bepalend voor de wereld waarin het leeft, is bepalend voor de relatie met de wereld waarin het leeft en wanneer het voortdurend teruggrijpt naar het verleden zal het niet in staat zijn adequaat te reageren op de toekomst. Dan kun je niet werkelijk en bewust ingaan op de invloeden die komen. Wie begraven is in het verleden, verstikt de toekomst. Het is altijd aardig op te roepen om vernieuwing, maar vernieuwing is voor velen het opkomen van het zaad dat in het verleden gezaaid is. Er zit veel onkruid tussen. Wanneer het niet gewied wordt is de hele oogst niet zwaar.

En daarom zei ik u: het verleden is alleen dienstig om een uitgangspunt te vormen in het heden, en het heden is alleen dienstig om te beseffen wie en wat we zijn, wat we kunnen zijn en dan, dat alles beseffende, onszelf te vormen in de richting van hetgeen wij voelen wat juist is, niet ons afvragend hoe het gisteren was en niet hoe het morgen zal zijn, maar alleen ons afvragend wat vandaag mogelijk is.

Wanneer je elk ogenblik in de stof of in de geest op die manier blijft reageren, dan zullen al die onbekende waarden waarmee je voortdurend aan ’t worstelen bent je hele bestaan, langzaam maar zeker hun geheimen prijsgeven zover dit mogelijk is ten aanzien van de persoonlijkheid die je vormt. Dan zul je steeds bewuster, zoals men zegt, worden, anderen zeggen, hoger. Je zult steeds meer begrijpen maar je zult ook steeds meester worden van jezelf. Alleen degene die meester is van zichzelf, kan waarlijk een God dienen die hij erkent. Alleen hij die waarlijk meester is van zichzelf, is in staat om de gaven en krachten die hem voortdurend gegeven worden, op de juiste wijze te aanvaarden, zonder gelijktijdig afstand te doen van de werkelijkheid omtrent zichzelf.

En dit voert mij tot een laatste en afsluitend gedeelte van dit onderwerp zover ik het u voor wens te leggen. U zult zich afgevraagd hebben waarom ik zo druk bezig ben gegaan juist met die kringloop van het leven. Wel, ik weet op grond van eigen ervaring, dat hetgeen ik daaromtrent veronderstel, met zeer grote waarschijnlijkheid algemeen geldend is. Waarschijnlijkheid, want niemand kent anderen volledig.

Wat ik u gezegd heb omtrent zelfdiscipline is niet alleen maar een leuze. Ik vind het dwaasheid, en u moet mij vergeven dat ik het zo zeg, dat iemand om energiebesparing te bevorderen met een stoet van omnibussen door het land raast, van de ene plaats naar de andere. Dit lijkt mij op velerlei vlak gelijktijdig energieverspilling. We moeten consequent zijn. Datgene wat ik waar wil maken, moet ik zelf zijn. Datgene wat anderen zijn of doen, is hun zaak, zolang ik mijzelf kan zijn. Ik heb geen recht op anderen of op datgene wat anderen behoort, of datgene wat anderen tot stand brengen, zomin als anderen recht hebben op datgene wat ik ben, wat ik tot mijn eigendommen heb gemaakt, datgene wat ik dus werkelijk in zijn geheel produceer, tot stand breng, waar maak.

Maar ik kan niets werkelijk bezitten dat materieel is. Wanneer U denkt aan uw bankrekening dan moet U ook denken aan het ogenblik dat de staat een deel hiervan inslikt omdat u naar het hiernamaals bent gegaan, waar uw bank- of girorekening niet geldig is en waarbij betalingen in contanten eveneens wordt afgewezen. Denk aan de strijd of de moeilijkheden die uw kinderen of nabestaanden daarover zullen hebben. Als U daar een heel leven hebt voor gewerkt een heel leven hebt naar gestreefd, hebt u in feite niets anders gedaan dan het uzelf onmogelijk te maken verder te komen. Wat u geestelijk bezit, is uw eigendom. Het is deel geworden van uw persoonlijkheid, het is onvervreemdbaar. Dit zal altijd invloed uitoefenen, in welke wereld of sfeer u zich ook zult bevinden.

Datgene wat u werkelijk bereikt hebt door uzelf te beheersen, door uw wereld juist te benaderen en te begrijpen, dat zal u bijblijven tot aan het einde der dagen.

Begrijp goed waar het om gaat. Deze reis die we maken van wereld tot wereld, van sfeer tot sfeer, misschien van incarnatie tot incarnatie, is een reis die wij bepalen. Kosmische wetten bepalen de mogelijkheden waarbinnen zeker of zo u wilt: de Goddelijke wil, maar de wijze waarop het verloopt, dat is steeds duidelijker geworden, bepalen wij zelf. Laten wij dan niet in de wereld, in God of in de duivel een zondebok zoeken. Laten we eerlijk toegeven: wijzelf moeten het maken, wijzelf moeten leren hoe wij datgene wat het belangrijkste is, en dat is het geestelijke, dat is het innerlijke, dat is die kwestie van innerlijk weten en gevoelens samengesmolten tot dat onbegrijpelijke, dat mystieke. Die dingen, die zijn de enige belangrijke zaken en deze moeten daarom vooropgesteld worden. Zeg nooit tegen jezelf dat je offers moet brengen. Natuurlijk, iedereen brengt dingen als offer, maar kan er een waar offer bestaan? Wanneer Abraham, Isaak wil offeren zoals in het oud-testament staat vermeld, dan is het niet de vraag of hij offert. De vraag is of hij zich zozeer één gevoeld met zijn God dat al het andere niet meer telt. En wanneer dan het wonder geschiedt, u weet wel, de ram enz., de stem die zegt: neem nu die ram maar, ach, dat is allemaal bijkomstig. Dat is het antwoord. Wanneer je de harmonie vindt met de werkelijkheid dan is er geen offer. Een offer breng je uit onbegrip. Offer is niet weten waarom en toch doen. Maar je moet juist wel leren weten waarom. Je moet beseffen dat wijzelf geboren zijn. Alle geesten leven in de stof of daarbuiten, voor een onmetelijke vrijheid. Die vrijheid echter kan alleen bestaan binnen degene die ons heeft voortgebracht. Deze vrijheid nu moeten wij zelf verwerven, niet door haar af te dwingen, maar door de eenheid te vinden met datgene waaruit we voortkwamen. Het is bijna een preek, ik weet het. Maar misschien is het wel nodig dat er in deze tijd gepreekt wordt en dan niet in de zin van: kom bij ons, want waar u ook naartoe gaat, u zult uzelf blijven en uzelf meeslepen. En niet in termen van de Heer of wie dan ook zal u helpen, de goeroe zal u ontrukken, want wanneer je dat doet, doe je het zelf. En in negen van de tien gevallen is het alleen een hysterische zelfbegoocheling waardoor je langzaam maar zeker ofwel jezelf verliest, ofwel een enorme tegenstelling opbouwt tussen jezelf en de werkelijkheid. Ik probeer de werkelijkheid te prediken. Een werkelijkheid die bovenzinnelijke dingen omvat zeker, waarin een God voor mij een rol speelt ook al kan ik niet bewijzen dat die bestaat. Waarin voor mij de kringloop van het leven, die ik aannemelijk kan maken maar nog niet geheel kan bewijzen, een aanleiding is tot streven maar ook tot erkennen. Ik predik voor een werkelijkheid waarin de mens moet terugvallen op zichzelf zoals de geest of ze wil of niet, in haar werelden altijd zal moeten doen. Wees zelf, wees meester van jezelf, dan heb je iets bereikt. Want wie werelden beheerst en geen meester is van zichzelf, is alleen maar een dwaas of de speelbal van zijn onbegrip. En wie alle weten van de wereld in zich verenigt en niet in zich de harmonie de wijsheid kent waardoor het weten zinvol kan worden toegepast, zowel op het eigen ik als op eigen besef van de werkelijkheid, dan hebben we te maken met een dwaas, die weten verwart met wijsheid en die zichzelf verwart met feiten die nog onvollediger zijn dan zijn eigen besef en persoonlijkheid. Of u wilt of niet, u bent een eenheid. U hebt niet alleen te maken met weten, of met gevoelen, of met de zogenaamde feiten. Je hebt te maken met alle dingen tezamen en juist daarom roep ik u toe. Leer beseffen wat je bent en wat je kunt. Neem je eigen beslissingen, wacht niet op anderen, maar maak ze waar met je eigen krachten, op je eigen rekening en niet op kosten van anderen. En als dit te rechts klinkt, wat voor sommigen onder u ongetwijfeld het geval zal zijn, kan ik daaraan toevoegen dat werkelijke eenheid, solidariteit, dat werkelijk socialisme of christendom, alleen mogelijk is met degenen die deel daarvan uitmaken en die zozeer meester zijn van zichzelf en vrede hebben gesloten met zichzelf, dat ze zonder zichzelf te zoeken, met anderen kunnen samenwerken. Ik heb geprobeerd u dingen te zeggen die betekenis hebben. Denkt u nu niet: dit is een mooie redevoering geweest. Of die mooi is of slecht, daar gaat het niet om. Het gaat om wat u ervan begrepen hebt. Wat u ervan begrepen hebt is datgene wat volgens uw eigen ervaring en besef op uzelf bijzonder van toepassing is. U selecteert, zoals u wilt, de gehele wereld en al wat u ziet en hoort, selecteert op grond van datgene wat in u leeft, op grond van datgene wat voor u belangrijk is. Maar ik hoop ertoe te hebben bijgedragen dat u bij geestelijk streven en werken niet alleen maar denkt aan vage theorieën of een verwerping van de wereld. Wat u durft te denken in termen van uzelf als een eeuwig wezen dat in zijn leven een kringloopprincipe kent dat verder gaat dan geboorte en dood, en dat juist door zichzelf te kennen en te beheersen de mogelijkheid verwerft om het zijn waarvan het deel uitmaakt, eveneens te leren kennen en daarin een heerschappij te vinden zover die mogelijk is voor de maximale inhoud en besef, weten en kracht die voor een ego mogelijk zijn.