De kunst van oud worden

 10 juli 1959

Aan het begin van deze avond wil ik er allereerst op wijzen, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Vanavond beginnen wij met: De kunst van oud worden.

Ouderdom is een tweeledig verschijnsel. Wij zien dat bv. een mens oud wordt, wanneer hij zorgen heeft, teveel van zichzelf eist, ofwel weinig innerlijke vrede heeft. Een dergelijke veroudering kan reeds optreden rond de 20 – 25 jaar, zodat het mogelijk is, dat iemand die een jaar of 30 is, eruit ziet als iemand van 60 jaar en zich ook als zodanig voelt. In de tweede plaats kennen wij ouderdom die niet geestelijk is en hoofdzakelijk veroorzaakt wordt door lichamelijke verschijnselen. Bij de lichamelijke verschijnselen vinden wij slijtageprocessen, in de tweede plaats ziekteprocessen als oorzaak. Nu wil ik beginnen met de stoffelijke waarden en zal proberen van daaruit ook de geestelijke waarden aan te snijden.

Als je als stofmens leeft, dan leef je in een maatschappij die niet natuurlijk is. De wijze van leven, o.a. huisvesting, bezigheid, het verschil van zuurstofgehalte in de grote bevolkings agglomeraties, zorgen er samen voor dat de doorsneemens, wanneer hij een normaal maatschappelijk bestaan voert, onnatuurlijk leeft. Dit onnatuurlijke veroorzaakt in het lichaam zelf reeksen van verschuivingen.

In de eerste plaats: activiteitsverschuiving. Bepaalde spieren worden bijzonder sterk ontwikkeld, andere spieren praktisch niet. Bloedsomloop wordt over het algemeen niet regelmatig, maar slechts zeer onvolledig en bij vlagen behoorlijk gestimuleerd door lichaamsoefeningen. De ademhaling is vaak oppervlakkig en wordt ook vaak verder nog wat bedorven door overmatig roken, of het gebruik van andere narcotica. Het zal u duidelijk zijn, dat deze dingen hun weerslag moeten hebben op de meest belangrijke delen van het lichaam. Daar hebben wij dan in de eerste plaats wel de afscheiding van verschillende hormonen. De hormoonafscheidingen worden aangetast.

In de tweede plaats: onjuiste stimulansen van bepaalde klieren, die deze vochten afscheiden. Daarnaast zien wij verschil in omzetting. Het voedsel wordt bv. niet voldoende verteerd en bij de vertering is de omzetting te sterk in suiker, ook vaak te sterk in vetten. Het voedsel wordt niet meer toegevoerd naar de spierweefsels zelf, waardoor de vervanging van cellen onvolledig geschiedt. Dan krijgen wij mensen, die heel erg dik zijn, maar die zo’n papperige dikte hebben.

Wanneer je oud wilt worden, zul je in de eerste plaats moeten zorgen dat je lichamelijk in goede conditie blijft. De goede conditie kun je natuurlijk bevorderen door het regelmatig nemen van lichaamsbeweging, het zorgen, dat je regelmatig in de natuur bent, daarnaast door een zekere regelmaat te gebruiken. Ik ga u niet vertellen dat u met de kippen op stok moet gaan, want dat ligt aan het type. Wij hebben mensen die zeer actief zijn, zo ’s middags rond 5 uur tot ’s morgens twee uur, wij kennen ook mensen wier grootste activiteit ligt zo van ’s morgens 7 tot ’s middags 12. Elk type heeft dus een eigen activiteitscurve, maar zich houdende aan deze curve, zal men zijn leven moeten baseren op een schema dat activiteit vergt juist in de tijd, dat men tot een maximale prestatie in staat is. Dat geldt niet alleen voor degenen die een werkkring hebben, maar ook voor degenen die rentenieren. U hebt een bepaalde periode dat u in staat bent om veel te doen. Verschuift u zoveel mogelijk uw werkzaamheden naar deze periode. Houdt er verder rekening mee, dat rusten heel goed is, maar dat te lang rusten achtereen voor het lichaam schadelijk is. Het is beter 2 of 3 maal te rusten, bv. een nachtrust van 4 à 5 uur, plus 2 sluimerperioden van 1 à 1½ uur, dan ineens 10 uur achtereen te slapen.  Voor de gezondheid is dat schadelijker.

Wij willen oud worden met een zekere gratie. Dat betekent voor het lichaam, dat je over het algemeen probeert, juist wanneer de embonpoint opvallend begint te groeien, toch nog enige jeugdige charme wenst te vertonen. Dat betekent, dat juist in de tijd dat de huid zich langzaamaan gaat verslappen en rimpels gaat vertonen, je toch probeert om dat bij te houden. Want voor jezelf is het idee, dat je “nog mee kunt” heel erg belangrijk. Dat betekent dat men een goede lichaamsverzorging nodig heeft en een goede lichaamshygiëne, dat men aan het lichaam al datgene toe moet voegen wat noodzakelijk is, juist om die gezondheid te behouden, om die frisse teint te kunnen handhaven. Daarbij wil ik o.a. wijzen op het overvloedig gebruiken van fruit, het aanvullen van het dieet met stoffen als vlees, champignons, noten, kortom stoffen, die voorzien zijn van noodzakelijke opbouwstoffen. Uit de boze – en zeker wanneer je oud wilt worden – is het gebruik van die heerlijk gekruide worstensoorten. Waarom? Deze worstensoorten worden over het algemeen wat zwaarder gezouten en een teveel aan zout betekent een teveel aan vocht in het lichaam. Te veel vocht betekent een zwaardere belasting van het spierweefsel, met gelijktijdig een kleiner rendement.

Als u daar rekening mee houdt, dan bent u al een heel eind op weg. Verder: zeg niet “Ik voel mij vandaag zo slap en oud, nu ga ik zitten hangen”. Als u werkelijk oud wilt worden op een prettige manier, moet u zichzelf aanwennen om, ook al zint het eigenlijk niet, regelmatig toch beweging te nemen. In het begin zul je je daartoe moeten dwingen. Het vraagt een zekere zelfbeheersing. Op den duur echter gaat het vanzelf en word je vanzelf ook gespierder, werk je zuiverder en prettiger.

Dan is er nog een punt dat wij hier even aan moeten snijden: om het lichaam te voorzien van de toch werkelijk nodige zuurstof, is het noodzakelijk, dat zoveel mogelijk van het long-areaal zo gelijkmatig wordt gebruikt. Dit betekent niet alleen een vergrote toevoer van zuurstof, maar ook een sneller afvoeren van stoffen die wij via de ademwegen kwijt plegen te raken. Hierdoor treedt een verminderde belasting van het hart en de bloedsomloop op. Verder wordt een regelmatiger opbouw en versterking van de celweefsel bevorderd, evenals een geregelder verloop van de stofwisselingsprocessen. Wen u zich eraan, steeds wanneer u in de buitenlucht bent – bij voorkeur onder bomen – enige malen diep adem te halen. U doet dit natuurlijk niet bij voorkeur wanneer u juist achter een bus van de HTM staat, of ergens in een volle tram, of overdrukke straat. Diep adem halen bereikt u het best, door niet sterk in, maar vooral sterk uit te ademen. Stuw alle lucht maar uit uw longen, u houdt dan vanzelf een goede en diepe ademtechniek aan wanneer u de lucht weer binnen laat stromen. Een regelmatig volhouden van de zo eenvoudige ademoefeningen bevordert de goede toestand van het lichaam en dus ook de houdbaarheid ervan.

Nu spreken wij wel over het lichaam, maar er zijn toch zeker andere factoren die bij het ouder worden belangrijker zijn. In de eerste plaats moet men zich er steeds van bewust zijn, tot welke generatie men eigenlijk behoort. Er zijn namelijk vele mensen, die met alle geweld proberen om jonger te lijken, of te zijn. Wanneer men echter 50 jaar oud is en men tracht zich toch nog te gedragen als iemand van 25 jaar, dan legt men zich daarmede zoveel innerlijke spanningen op, dwingt men zich zozeer tot een verloochenen van eigen persoonlijkheid en eigen karakterpatroon, dat men alleen al hierdoor veel sneller veroudert. Dit betekent natuurlijk niet dat u, omdat u toevallig 50 jaar oud bent, nu ook gedekte kleding moet gaan dragen en uzelf aan de wereld moet tonen als een ambtenaar in ruste, of een douairière. Maar u moet zich er van bewust zijn – en zonder angst daarvoor – dat u ouder wordt.

Oud worden is namelijk evenzeer een geestelijk als een lichamelijk proces. Wanneer je leeft, doe je een bepaalde reeks van ervaringen op. Die ervaringen zullen de wijze bepalen, waarop je leeft. Dit heeft zeker niet in de eerste plaats te maken met het begeerteleven. Het bepaalt in de eerste plaats de wijze waarop je je in de wereld aan zult passen. Die aanpassing is nooit zuiver ten opzichte van het heden. U bent geboren in een tijd met zijn eigen problemen, met bepaalde opvoedingsmethoden en mogelijkheden. Verder hebt u aan de hand daarvan voor u zelf iets kunnen bereiken, dan wel bent u van anderen afhankelijk gebleven. Ook dit heeft zijn stempel op u gedrukt. U hebt vooroordelen en niet juiste opvattingen opgedaan. Het zijn eigenlijk juist deze dingen die u werkelijk oud kunnen maken, geestelijk oud. Geestelijk oud zijn betekent in vele gevallen echter ook veel meer geestelijke inhoud hebben. Niet noodzakelijk: wijzer zijn. Men gaat helaas maar al te vaak van het standpunt uit: ik ben ouder en dus ben ik wijzer, weet ik meer. Dus heb ik het recht aandacht te eisen en gehoord te worden. En helaas ook nog vaak. Dus heeft men zich maar naar mij te richten. En wie van dit laatste standpunt uitgaat wordt niet alleen sneller oud, maar is daarbij bovendien nog veel ongelukkiger. Op het ogenblik dat je je leeftijd als een argument gaat gebruiken in je strijd tegen de wereld, zal die wereld daar niet meer mee akkoord willen gaan. Zij verwerpt dan zelfs het waardevolle wat je te bieden hebt. Daardoor wordt het leven voor jou veel bitterder en hopen de moeilijkheden zich steeds meer op.

Stel u ook niet voor, dat de ouderdom betekent, dat men bijzonder veel rust nodig heeft. In tegendeel: lichamelijke ouderdom maakt het mogelijk om in een gestadiger, zij het ietwat lager tempo te werken dan een jongere, terwijl men dit dan langer kan volhouden. De oudere heeft in verhouding minder rust nodig en zal dan ook, tenzij men tracht het snellere tempo van veel jongere mensen te blijven volhouden, dan ook meer dan jongeren kunnen presteren. Op de lange duur is de ouderdom productiever op elk terrein, geestelijk zowel als stoffelijk, in maatschappelijk opzicht tenminste.

De vraag die nu als een tweede punt komt, luidt voor u nu: hoe gaat dat dan verder? Want als wij nu alles hebben gedaan wat hier is gezegd, wanneer wij ook hebben begrepen dat wij voor jongeren plaats moeten maken, of onze meerwaardigheid door eigen prestaties moeten bewijzen, wat dan? Wanneer wij begrijpen, dat wij geen recht kunnen ontlenen aan onze leeftijd om anderen te veroordelen, dat wij aan precies dezelfde normen zullen moeten beantwoorden als ieder ander, dan blijft er toch nog wel het een en ander over.

Ouder worden betekent m.i. voor alles: rijper worden. Rijper, door dat men het leven beter kent. Rijper ook, omdat men de eigen instelling t.o.v. het stoffelijke leven wat meer vast wenst te leggen. Naarmate de mensen ouder worden, zullen zij ook meer gevormd worden. De mogelijkheid tot bewustwording is groter geworden. Ook de belangstelling voor de raadselen van de dood en al wat daar achter ligt, is aanmerkelijk groter geworden. Het gevolg is, dat de oudere mens de grotere mogelijkheid heeft met geestelijke waarden in contact te komen. Hij is in dit opzicht althans de meerdere van de gemiddelde jongere mens. Door een intensifiëren van eigen geloof kan de oudere komen tot het overwegen van problemen van groot belang. Hij komt tot het bouwen van theorieën, die misschien niet juist zijn, maar toch ongetwijfeld het hunne bij zullen kunnen dragen tot de vorming van anderen.

Hij is in staat, vooral wanneer hij wat vrijer staat tegenover God in zijn geloof, contact op te nemen met de vele geestelijke invloeden rond hem. Hij voelt deze krachten sterker aan en kan zich vaak beter realiseren wat zij betekenen. Wanneer die mens daarnaast toch verwant weet te blijven met de natuur en niet, omdat men ouder is, uiterlijk grote bezadigdheid gaat tonen, terwijl innerlijk stormen van begeren bestaan, dan zal men zeker kunnen komen tot een steeds grotere en sterkere bewustwording. De kunst van het ouder worden bestaat erin, de ervaringen van het leven – met een aanvaarden van de werkelijkheden in het leven – steeds weer te gebruiken voor een verder doordringen op geestelijk terrein. Verder, om datgene wat je geleerd en beleefd hebt in de stof, te maken tot de drijfveer voor een geestelijk streven, dat niet meer door de dood kan worden onderbroken. Wanneer je jong bent, moet je leren je plaats in de wereld te vinden. Dan moet je leren te passen in de maatschappij, waarin je toevallig geboren wordt. Wanneer je bijna volwassen bent, begin je jezelf een plaats te veroveren in die maatschappij. Wanneer je eenmaal ouder bent, is het voor deze dingen veelal te laat. Dan is het noodzakelijk, je voor te bereiden op een eeuwigheid, die juist door de tijd, die op aarde werd doorgebracht, steeds sterker voor je kan gaan spreken.

Dan is het de tijd om te werken met de gemeenschap en voor de gemeenschap, zonder daarbij zelf eisen aan die gemeenschap te stellen. Een mens die oud is, kan zeer gelukkig zijn. Hij kan ook zeer gezond blijven, kan zeer wijs zijn. Maar die dingen zijn alleen mogelijk, wanneer die mens de innerlijke kracht en het innerlijk geluk weet te vinden. De grootste kunst van het ouder worden is nu juist, dit innerlijk geluk in jezelf te bevestigen. Vrede te kennen ook. Niet zeggen: ik heb nog zoveel in de wereld te doen. Wat u niet meer kunt doen, zullen, zo het noodzakelijk is, anderen wel doen. Het werken van uw eigen wezen is onbelangrijk vanuit de eeuwigheid gezien, wanneer wij de korte tijd van leven in aanmerking nemen. Het is niet van kosmisch belang dat u nog al uw plannen uit kunt voeren, wanneer u al wat ouder bent. Wel is het kosmisch belangrijk, dat u – zo ver u dit mogelijk is – de krachten van Licht, van wijsheid en bewustzijn uitdraagt in de wereld.

Het is belangrijk dat u in uzelf die stilte weet te wekken, die men vrede heet. Belangrijk is het aanvaarden van het leven. Niet in een absolute berusting, maar in een aanvaarden van het onvermijdelijke. Wanneer je deze rust hebt gevonden, ben je in staat veel van de onrust van anderen eenvoudig te absorberen.  Je neemt de problemen van anderen in je op en helpt zo ze op te lossen. Je krijgt dan betekenis in kosmische zin, niet omdat je leeft, maar door de wijze waarop je leeft. En of je nu jong bent of oud, m.i. is het meest belangrijke voor elke mens toch wel, dat hij iets betekent in de wereld. Juist wanneer je wat ouder wordt zul je moeten gaan beseffen dat een dergelijke betekenis niet alleen kan worden uitgedrukt in het stoffelijke. Zelfs kan men deze betekenis niet uitdrukken in het leiden van anderen, of het uitdragen van ervaringen en levenswijsheid.

Kosmisch gezien is de betekenis van je wezen eigenlijk hoofdzakelijk afhankelijk van de sfeer die je rond je legt. Hoe ouder je wordt, hoe belangrijker juist dit is. De kunst van het gelukkig ouder worden is vooral, rond je een sfeer te scheppen van vrede, van rust, van aanvaarding, zodat een ander – die het met uw denkbeelden waarschijnlijk niet eens is – toch bij u voor een ogenblik rust, even een veilige haven kan vinden. Belangrijk ben je dan, omdat de ander een ogenblik kan verpozen, om dan met grotere kracht in eigen leven en streven verder te gaan. De vrucht van het ouder worden dient te zijn juist daar, waar het de jeugd nog vaak moeilijk of onmogelijk blijkt, aan het drijven van de materie te ontsnappen, daarnaast sterker en sterker een contact te verkrijgen met de God die in je woont.

N.B. Ik bedoel niet, dat we nu allemaal vroom moeten worden, allemaal patertjes en nonnetjes of begijntjes. Blijf rustig, ook al ben je al 70, werelds. Dat maakt niets uit. Leef zoals je wilt, zoals je voelt te moeten doen. Maar probeer in u een contact te krijgen met God. Of je dit bereikt langs de weg van geestelijke vrienden en geestelijke geleiders, of langs de meer dogmatische weg van een of ander geloof, maakt ook al weer niet veel uit. Het is immers niet belangrijk hoe wij tot God komen, het gaat er maar om dat wij het bewustzijn van zijn Kracht, van het Licht, in ons hebben.

Er is eens iemand geweest die sprak over de zalige ouderdom. Nu spotlacht u een weinig en u vraagt zich af: hoe dat nu wel kan: zalige ouderdom. Maar deze mens maakte de volgende opmerking. In de jeugd was ik als een onweersbui. Later was ik als een licht, dat te fel is en verblindt. Maar nu ik oud ben geworden, straalt mijn innerlijk weten door mijn wezen naar buiten, als het licht van een kaars door albast getemperd, edel, openbarende juist zo, wat het licht eigenlijk is en betekent. Deze mens, een schrijver, was geheel niet godsdienstig. In tegendeel. Men heeft zelfs vele van zijn boeken op een verboden lijst gezet. Toch was het juist deze mens die meer dan anderen leerde begrijpen hoe je innerlijke kracht, het innerlijk beleven, het belangrijkste wordt van de ouderdom. Indien wij dit beseffen, kunnen wij de kunst van het ouder worden met enkele woorden omschrijven: Probeer innerlijk steeds rijper te worden. Probeer steeds meer tot de goddelijke kracht te komen, zoals deze zich openbaart in jezelf. Probeer daarnaast te leven als een normaal mens. Dit is dan het antwoord in een notendop op alle vragen.   Nu wil ik u nog een paar regels geven.  De eerste reeks begint met: doe niet en denk niet:

*Denk niet dat ouderdom u enig recht geeft op de eerbied van de jongeren.

*Doe nooit alsof uw ouderdom u onderscheidt van of meerwaardig maakt t.o.v. anderen.

*Denk nooit dat bezit of verworven wijsheid enige werkelijke betekenis kan hebben, zonder een geestelijke achtergrond.

*Doe nooit alsof u in staat zou zijn de wereld te redden, maar help de jongeren die trachten dat te doen.

*Klaag niet over de ongemakken van de ouderdom, maar geniet van de goede zijden die zij heeft.

En nu nog een paar dingen die u wel zou moeten doen:

*Wijs jezelf en anderen steeds op het vele goede dat het leven ook u heeft gegeven en geniet  er van, al is het maar als een herinnering.

*Houd je niet bezig met de problemen van de jeugd, de zakenwereld of de politiek, tenzij dit werkelijk noodzakelijk is. Moet je dit om enigerlei reden toch doen, zoek dan ook hierin de innerlijke waarden. Dat verrijkt u en maakt het leven belangrijk.

*Blijf altijd rustig en tracht, steeds een grote tevredenheid in jezelf te wekken. Slechts hierdoor kun je de overdaad aan levenskrachten verwerven die niet alleen een langer leven geeft, maar – wat belangrijker is – je ook maakt tot een lichtend baken voor de mensheid.

*En laatste regel: Leer te lachen. Leer vreugde te kennen. Verheug u steeds weer in de kleine dingen des levens. Zoek niet alleen naar vreugde in het grote, verheug u echter bovenal in het erkennen der waarheid. Zo kunt u komen tot de vreugde der Goddelijke Waarheid, de innerlijke kracht van het Goddelijk Licht.

  • Ik ben het voor 100% met u eens. Maar voor velen is het toch moeilijk op een  juiste wijze oud te worden.

 Dat komt door het feit dat de meeste mensen de ouderdom verkeerd zien. Of wel zij zien haar als het verliezen van iets, ofwel als het verwerven van een recht. Juist wanneer een mens ouder wordt, heeft hij de gewoonte, terug te zien op al hetgeen hij achter zich heeft gelaten, in plaats van de schatten op te sommen die hij in zich draagt als herinneringen en wijs- heid. Wanneer je echter ouder wordt in bewustzijn van het vele dat men gehad heeft, zich bewust van de vrede die men heeft gewonnen, dan hoeft men zich zoveel zorgen niet meer te maken. Ook dient men te bedenken dat men, juist wanneer men ouder is, met heel weinig al tevreden kan zijn. Stel geen grote eisen meer aan de wereld, en als je al eisen wilt stellen, stel deze dan alleen aan jezelf. Op die manier blijf je jong, zelfs al word je 100 jaar oud.

  • Ik wil niet alleen u, spreker, maar de ODV danken. Ik ben ook al wat ouder en weet hoeveel steun en inzicht men ons hier geeft.

 Daar word ik haast verlegen onder. Ook al betreft het mij niet in het bijzonder. Maar helpen wij de mensen eigenlijk om goed ouder te worden?

  • Ja, ja.

 Neen. Wij helpen de mensen alleen maar om betere mensen te zijn. Meer mens te zijn. En wanneer je in de goede zin mens bent, ben je eeuwig.

  • Daarom is er ook een verschil tussen leeftijd en ouderdom.

Ja, er zijn mensen die kinderen blijven in denken en leven, terwijl zij aartsvaderlijk worden in ouderdom. Mits dit kinderlijke gebaseerd blijft op de ervaringen van het leven, blijkt het buitengewoon kostbaar. Er staat niet voor niets geschreven: “Indien gij niet wordt als dezen – kinderen – zult gij niet ingaan tot het koninkrijk Gods.” Wanneer je daarover nadenkt, ga je vanzelf vragen: ja, maar wat is ouderdom dan eigenlijk? Ouderdom is het onvermogen om de eeuwigheid in jezelf te begrijpen, anders zou je eeuwig jong zijn. Uw leeftijd heeft er inderdaad niets mee te maken.

  • Maar het lichaam?

Wordt u ouder, wanneer uw winterjas motgaten gaat vertonen? Neen. U hoeft zelf, uw feitelijk wezen, niet ouder te worden, wanneer het lichaam ouder wordt. Wanneer je de eeuwige jeugd in je draagt en je daarvan bewust bent met kinderlijke vreugde aan het leven, dan kan je lichaam natuurlijk gebreken gaan vertonen, maar zij zullen nooit zo erg zijn, dat zij je werkelijk hinderen. Wanneer het lichaam op een gegeven ogenblik gebreken vertoont, dan moeten wij er zeker van zijn, dan mogen wij er zeker van zijn, dat dit voor een groot gedeelte komt, doordat wij zelf in het leven verkeerd hebben gestaan t.o. onze werkelijkheid. Ook de slijtage door de ouderdom is voor een heel groot gedeelte te wijten aan de innerlijke disharmonie. Als je dus de vrede in jezelf wel kunt vinden, maar je lichaam wil niet helemaal mee, zeg dan tegen jezelf: “Ik heb moeten leren. De kosten ervan betaal ik. Maar als ik nu maar de vreugden van het leven in mij draag, dan is het voldoende”.

  • U hebt gezegd dat de oudjes, wat de productie betreft, net zo goed meekunnen als de jongeren, maar wat zien wij in de maatschappij? Boven de 65 jaar moet je eruit.

Dat is niet de schuld van de ouderdom, maar van de sociale wetgeving. Gezien het feit dat men in de bedrijven een noodzakelijke premie moet betalen, om een zeker pensioengerechtigd zijn te garanderen, gezien het feit dat men over het algemeen verder aan ouderen een ruimer salaris moet toekennen dan aan jongeren, gezien het feit dat jongeren die in het bedrijf opgroeien en ermee vergroeid zijn, over het algemeen niet zo scherp veranderingen willen aanbrengen in het bedrijf als ouderen met voldoende inzicht.   Wanneer zij er eenmaal inkomen, is het logisch dat de bedrijven bij voorkeur jongeren, als wel zeer jonge mensen, aantrekken voor het…..

Het is begrijpelijk dat zo’n bedrijf bij het aantrekken van oudere werkkrachten, zich geplaatst ziet tegenover hogere financiële lasten. In de tweede plaats, gezien de sociale wetgeving en wat eraan verbonden is, vaak aan hoger risico ook. Een risico, dat niet alleen absenteïsme betreft, maar ook bv. een plotseling uitvallen. Het is dus logisch dat de meeste bedrijven in de moderne maatschappij niet geneigd zijn ouderen te gebruiken. Dat men daarbij wel eens helaas vergeet dat het vaak belangrijker is om een betrouwbaar en een regelmatig werkend mens neer te zetten dan twee of drie jongeren te nemen, die het eigenlijk zo goed niet kunnen…..  Dat is weer een verschijnsel van een maatschappij die meer afgaat op het diploma dan op de bekwaamheid, een maatschappij die zich meer bezig houdt met het regelen van het leven van anderen, dan met het vaststellen van de bekwaamheden van anderen.

Ik durf u te garanderen dat, wanneer hier een maatschappij, of een firma zou zijn die zou willen werken en tegen normale honorering verder, met mensen van ongeveer pensioengerechtigde leeftijd, met mensen van 55 tot 70 jaar – daarbij rekening houdende dus met hun bezetting die niet op belangrijkheid van enkele vooraanstaanden in de kantoren gericht is, maar op een gelijkmatige arbeidsverdeling – dat zij met ongeveer 50% van het gebruikelijke personeel een prestatie van 100% zou kunnen leveren. Daar ben ik van overtuigd. De doorsnee jonge mens ziet niet meer in het werk zijn leven, maar werkt alleen, om, zodra het afgelopen is, met leven te kunnen beginnen, terwijl juist de oudere in zijn werk vaak een levensvervulling ziet, een deel hebben aan de maatschappij.

Het gaat mij hier om het vaststellen van het feit, dat, gezien een gestaag werktempo over het algemeen, ook de bereidheid om wat meer te doen, men dus met een bezetting van ouderen bij minder personeel meer zou kunnen bereiken. En ook meer verantwoordelijkheidsgevoel.