De laatste jaren van Atlantis

image_pdf

14 februari 1986

Aan het begin van de bijeenkomst moet ik er op wijzen dat we niet alwetend of onfeilbaar zijn. En aangezien ik nog net heb gehoord, dat hetgeen er vanavond komt een verrassing is, heb ik gedacht: Laat het ook voor mij een verrassing zijn; bepaalt u het.  Dus als u iets hebt, waarvan u zegt: dat willen we graag ter sprake brengen, vertel het maar.

  • Over de laatste jaren van Atlantis wil ik graag van u horen. Zon 10.000 voor Christus.

 Dan moeten we eigenlijk nog iets verder terug gaan, maar goed.

 De Atlantische beschaving is eigenlijk pas in de tijd van het  tweede rijk technisch wat verder gekomen. ‘t Eerste Atlantis was eigenlijk een vereniging, van eilanden, waarop boeren en vissers woonden en waarbij enkele voorname heren ook handelaren waren geworden. Deze kleine rijken hebben eigenlijk altijd elkaar een beetje bestreden, al was er dan officieel wel enige overeenkomst, en was er een gemeenschappelijke raad.

Toen de eerste grote ramp van Atlantis had plaatsgevonden waren de heren er van overtuigd dat je toch samen moest komen. En zo zien we dan een soort Natie in het klein en in de prehistorie. Een grote zaal, waar schilden hangen, waarop men dan ook nog had geprobeerd uit te beelden en voor een deel in een soort schrift neer te schrijven, wat de regels van het spel waren 0m met elkaar overeen te komen wat men wel en wat men niet zou doen.

Doordat deze verschillende eilanden – er waren enkele grotere en nogal wat kleinere bij – bepaalde behoeften hadden, begon men ook vaklieden uit te wisselen. De tempels, die ook in die tijd al betrekkelijk machtig waren, – al had de eredienst meer van sjamanisme dan van een echte afgodendienst – hadden een onderling contact op gebouwd, iets wat we dan later nog wel weer terug vinden o.a. bij de vroege Kelten die daar restanten van overgenomen hebben. Een deel van de regels van de Druïden, stamt indirect nog af van de regels die voor de priesterstand golden in de laatste tijd van Atlantis.

Wat zijn de dingen die je nodig hebt in een eilandenrijk? In de eerste plaats: je moet een betere vorm vinden van transport dan alleen vlotten. Er ontstaan dus de eerste scheepjes en sommige van die schepen zijn toch al 20 tot 50 ton. Dus niet zo klein als we rekenen hoe ver in het verleden dat allemaal gebeurd is. Daarnaast gaat men leren om gebruik te maken van natuurkrachten. Er wordt gebruik gemaakt van bijvoorbeeld de vulkanische krachten, die men zo hier en daar heeft. Men weet wat te doen met ertsen. ‘t Bekende aurichalcum, waarvan het recept nog steeds zoek is, het harde goud, is ook van Atlantische oorsprong. Dat recept is met de vluchtende bevolking indertijd meegenomen, en terecht gekomen o.m. in het noorden van Zuid-Amerika, later Midden-Amerika, en meegebracht tot zelfs bij de Navajostam.

Wanneer je dat allemaal bekijkt, dan kun je zeggen: ‘t vroege Atlantis is de basis. De ramp van Atlantis betekent een enorme noodzaak tot aanpassing, tot herziening en brengt de eerste technieken. Onder deze technieken zijn dan o.m. het verwerken van metalen, het bewerken van harde steensoorten, als bv. de lapis lazuli, het werken met hout in velerlei vormen en gedaanten, het werken met gehamerde platen van verschillende metalen die uitgesmolten worden, later ook wel een gangen- of puttenmijnbouw, die dus niet meer alleen naar de oppervlakte naar sporen zoekt.

Er zijn heel wat legenden over de technische bereikingen van Atlantis. Luchtvaart bv. Ja, inderdaad, er is een korte periode van nog geen 150 jaar voor de laatste ramp geweest, waarin twee eilanden een soort luchtvaart hadden ontwikkeld, Maar, het is geen luchtvaart zoals u zich die voorstelt. ‘t Gaat hier om betrekkelijk lichte platvormen, een houtsoort die wat sponsachtig is en die doet denken aan balsahout. Ze worden met gaszakken of luchtzakken, verwarmde lucht, dat gebeurde ook wel, drijvende gehouden. Er wordt gebruik gemaakt van een soort straalmotor, waarbij dus een verbranding plaats vindt en door de verbranding stoom wordt uitgestoten. Het was dus nog een levensgevaarlijk project ook. En in de allerlaatste fase had men geleerd om voor een deel met gedachtekracht te werken, maar dat was dan ook wel een speciale afdeling van de priesters die dat deden.

Men heeft gebruik gemaakt van elektriciteit, o schrikt u niet. Ik denk niet dat deze mensen elektriciteit precies hebben beschouwd zoals u dat doet. Maar ze hadden één ding geleerd en dat is dat er een groot luchtpotentiaalverschil is en dat je dus, wanneer je twee punten met elkaar verbindt, die voldoende ver van elkaar afliggen, een stroming krijgt naar het punt met het laagste potentiaal. Daardoor kon je enorme statische ladingen produceren en die ladingen waren dan weer voor sommige dingen bruikbaar gemaakt. Het was dus niet zo dat ze elektriciteit hadden zoals u.

Een ander punt wat zeer opvallend is, is dat ze in die tijd al wisten van magnetisme. De werkelijke oorsprong van die kennis ligt een beetje in de vaagte. Volgens de legenden zijn het mensen geweest uit de ruimte, maar of dat waar is weten we niet. In ieder geval, ze wisten dat je met magnetisme en met het aardmagnetisch veld bepaalde dingen kunt doen. Dit was een van de grapjes die ze gebruikten voor dat met gedachten besturen van die “vliegtuigen”, die overigens nogmaals helemaal niet lijken op de moderne vliegtuigen, en eigenlijk maar levensgevaarlijke constructies waren.

De medische wetenschap was wat eenzijdig ontwikkeld. Men was zeer goed in het behandelen van allerhande wonden. Ook bepaalde ziekten wist men, vaak met geïmporteerde plantensappen, over het algemeen aardig te overmeesteren. En in de laatste 400 à 500 jaar voor de tweede ramp zijn ook de eerste hersenoperaties voorgekomen, ofschoon, en daar moeten we ook weer even bij stilstaan, deze meestal gebeurden wanneer een zeer voornaam mens op sterven lag en men zijn geest een uitweg wilde verschaffen. Dus niet de trepanatie met operatieve doeleinden zoals men die tegenwoordig heeft.

Van bloedsomloop was het een en ander bekend, maar niet veel. Vreemd genoeg wist men wel het een en ander over het zenuwstelsel. Werkelijke ziekenhuizen heeft men nooit gekend en ook huisartsen niet, want deze “kunde” viel binnen het bereik van de priesters, die daar een soort monopolie van hadden gemaakt. Verpleging van zware zieken kon in aparte gebouwen bij de tempels plaats vinden.

In deze tweede periode heeft men ook nogal gekoloniseerd, zij het in beperkte mate. Zo heeft er een stad gelegen die eigenlijk voor een deel was nagebouwd van de hoofdstad van het eiland in de buurt van het huidige Cadiz, Iberia dus. Er zijn een aantal – we zullen maar zeggen – gevluchte groepen geweest, die grote invloed hebben gehad op de beschaving rond de Middellandse Zee. Van hen komen bv. de eerste pottenbakkers. De beste pottenbakkers waren diegenen natuurlijk die de baas waren in hun eigen land, daarom heeft de pottenbakkerij zich op de eilanden beter ontwikkeld dan bv. in Griekenland. Maar in beide gevallen is dus zowel de vormgeving als ook de  manier van versiering vergelijkbaar en heeft alweer Atlantische achtergronden.

In Egypte is eigenlijk betrekkelijk weinig overgebleven. Egypte heeft wel een aantal van de mythen overgenomen. Het regeringssysteem is eigenlijk gevormd aan de hand van het Atlantisch denken, maar dit op grond van een besluit van de krijgsheren, die bepaalde gebieden beschermden en zogenaamd de boeren.

En ook toen baden ze al: 0 God, bescherm ons voor onze beschermers. De kennis in de tempels is wel van Atlantische origine en vooral te danken aan de zogenaamde tweede trek, die de noord Afrikaanse kust heeft gevolgd en van daar is overgestoken naar Zuid-Azië. Daar bleven nl. priesters achter, die zich daar bij de plaatselijke tempels – de anderen waren er nog niet – verdienstelijk hebben gemaakt en daardoor ook weer uiteindelijk die eenheid, die samenwerking van allerhande steden met hun eigen goden, in de naam van één oppergod bereikt hebben. Ook het beeld van de Farao, en diens goddelijke afstamming van de zon, is eigenlijk iets wat we in Atlantis enigszins terugvinden, zij het dat men daar niet geloofde in een werkelijke persoonlijke afstamming van de zonnegod, maar meende dat de kracht van de zon kon neerdalen in een heerser wanneer hij door priesters op een bepaalde manier gewijd was.

Een andere reeks nederzettingen vonden plaats in de buurt van, zeg maar de Guyana’s en op de eilanden daar. Ook daar zijn nog restanten van over, naar ik aanneem. Men heeft daar een ontmoeting gehad met Mongolen. Dat is een heel ingewikkelde geschiedenis, maar er zijn dus Mongolen geweest, die vanuit het noorden van China een tocht hebben gemaakt, vermoedelijk over de Beringstraat, dus een korte oversteek; ze zijn naar beneden doorgetrokken en hebben contact gehad met de Indianenstammen van wat men tegenwoordig het Caribisch gebied en het noorden van Zuid-Amerika noemt. Ze hebben overigens ook invloed gehad op vooral de Eskimo’ s en de Canadese Indianen en daar kun je nu misschien nog enige sporen van terug vinden.

Ik vertel dit allemaal om duidelijk te maken dat we niet, zoals men wel eens denkt, te maken hebben met een feitelijk wereldrijk. We hebben met een conglomeraat van in feite zeer provinciaalse vorstjes te maken die een heerser uit zichzelf kiezen. Die is dan een soort goddelijke heerser geworden en heeft dus voor het volk alle zeggenschap, maar eens per jaar is hij verantwoording schuldig aan de vorsten over wie hij, althans in naam, regeert.

De verschillende contacten met andere delen van de wereld maakten natuurlijk de handel erg attractief en er is een periode geweest dat de eilanden zeer rijk waren, niet door hun eigen opbrengst – die was betrekkelijk karig – maar door al hetgeen ze in andere landen wisten bijeen te garen en evt., hoofdzakelijk voor ruilhandel, weer te exporteren naar andere delen van de wereld. In de laatste periode van Atlantis zijn de Atlantiërs bv. de eerste exploitanten geweest van tinmijnen in Wales en het zuiden van Ierland. Zij hebben ongetwijfeld een grote invloed gehad op de geaardheid van de bevolking van Wales en zijn daar enige tijd handelaren met een zekere missioneringsdrang ten aanzien van de cultuur geweest. De weerspiegeling daarvan kun je vinden in de sieraden, die door de Kelten tot ongeveer 500 voor Christus werden gemaakt.

Daarna ziet u dat de vorm vereenvoudigt en iets verandert. We krijgen wel een veel verfijndere uitvoering later, – dan zijn we al rond Christus geboorte of in de tijd van de Romeinse bezetting – maar deze zeer oude symbolen blijven terugkeren. Het kruis in de cirkel, iets wat we bijna de hele wereld door tegenkomen, is even— eens te herleiden tot de Atlantische beschaving. Atlantis had nl. een hoofdstad, zoals u weet, die in een aantal ringen was gebouwd.

In het midden vond je paleis en tempels, verdedigbaar, dus door een soort muur en gracht gescheiden van de rest. Daarachter lag de feitelijke wijk van de edelen en de handelaren, wederom beschermd door een soort gracht en een soort wal. Daarachter vond je een derde laag, waar voor een deel slavenbarakken stonden en waar ook warenhuizen waren. Ook deze werd door een gracht weer verdedigd; men moest dus over water om daar binnen te kunnen vallen. En daarbuiten lag dan een soort rede, een soort gegraven haventje, zelfs bij bepaalde eilanden en ook bij de hoofdstad, waar de betrekkelijk kleine schepen van die tijd veilig waren wanneer het stormde, enz.

Nu waren er in deze stad een aantal bruggen nodig, dat zult u begrijpen, en die bruggen waren op de windrichtingen gebaseerd. Dus noord, zuid, oost, west, vier. Zo waren er vier wegen met concentrische ringen. Dat is nu weer de basis geweest van o.a. het Keltisch kruis, in een vereenvoudigde vorm, het hindoe-zonneteken.

En zo zijn er meer. U kunt ze allemaal zelf wel nagaan. Wanneer we bv. kijken bij de stammen van de. Sioux en de Loir(?) dan vinden we daar ook in het wampenschrift een soort zonnekruis en in dit geval vreemd genoeg voorzien van drie cirkels. Een cirkel die niet door het kruis beroerd en twee cirkels die door het kruis doorsneden worden.

Het is allemaal heel aardig om zo te bekijken. Maar wat heb ik nu eigenlijk gezegd over die laatste dagen van Atlantis. Niet veel als ik het goed bekijk. Er is ook niet veel over te zeggen. Men had paleizen, zeker, maar dat was zogenaamde cyclopenbouw. Men gebruikte dus betrekkelijk grote steenblokken en stapelde die op elkaar, van voegen was geen sprake. Velen van de voornaamste gebouwen bestonden eigenlijk uit een muur die iets meer dan manshoog was en die dan verder door hout werd ondersteund. Het kwam voor dat er twee verdiepingen waren, dan was de bovenste verdieping meestal van hout gebouwd.

Over het algemeen was bij de grote huizen of paleizen een regenbekken aangebracht, dat had dus ten doel om de regens op te vangen, en in een soort cisterne op te slaan. Vanuit die cisternen waren er dan kanalen, die de woning zelf binnen voerden. Een vergelijkbaar iets, maar dan met water wat uit de bergen wordt aangevoerd, zien we op verschillende eilanden o.m. op Cyprus. En daarnaast treffen we een dergelijk systeem ook nog eens een keer aan in de Romeinse tijd, waarbij mag worden opgemerkt dat de Romeinen het weer hebben overgenomen van een wat noordelijkere stam met een hogere beschaving die al een dergelijk systeem en ook rioleringssysteem gebruikten ongeveer 700 voor Christus.

Al die dingen bij elkaar zeggen ons: het was dus wel een beschaving die in die tijd, en bij die bevolkingsdichtheid, zeer groot was. Er waren steden en dan moet u denken aan een stad met inclusief de slaven tot 5000 bewoners, veel meer werd het niet. Er waren versterkte dorpen, gemiddeld bewonersaantal 100 tot 2000 Er waren niet-versterkte dorpen 9 bewoners 10 tot 50. Er was een zeker wegennet, al zou u het eerder als een soort looppaadje of karrespoor beschouwen. Op de eilanden maakte men geen gebruik van rijdieren, dat is duidelijk, en daarom had men dus een bodesysteem. Een bodesysteem dat niet zo goed was georganiseerd als we later in de Azteekse tijd zien, de Tolteekse tijd in Mexico. Maar dat dan toch met lopers en zelfs met bepaalde bootjes in staat was om in een voor die tijd betrekkelijk korte tijdspanne een grotere afstand te overbruggen.

Er waren wat wonderlijke dingen, wat technische inrichtingen, maar ze waren specialistisch en eigenlijk onderdeel van de tempel. En soms gelijktijdig ook nog machtsapparaat van de heerser.

Een van de grootste stommiteiten die ze hebben uitgehaald is dat toen ze eenmaal op een vulkaanhelling aan het delven zijn gegaan tot de conclusie kwamen: daar was vuur, en als je er water bij gooide dan ontstond er kracht, die kracht wilden ze gebruiken om de vijand te vernietigen. In feite hebben ze daarmee een aardbeving veroorzaakt. Een vulkaankrater waar zeewater binnenkomt, u weet dat is nogal een eigenaardig gebeuren, en aangezien er een fout zit in de oceaanbodem, ongeveer op de hoogte waar die hoofdeilanden lagen, kunt u ook nagaan wat er verder is gebeurd, Uiteindelijk is de zaak daardoor uit elkaar gebarsten. Resultaat: een verzinking van een groot aantal van die eilanden.

Jammer genoeg zijn de voornaamste eilanden op het ogenblik alleen nog maar hele kleine bergrillen, die je dan op die oceaanbodem terug kunt vinden. Grotendeels begraven onder sediment. Het zal dus moeilijk zijn om daar iets van terug te vinden. Aan de andere kant zijn er een aantal eilandjes, althans bergtoppen, overgebleven en daarbij zou je nog een aantal van die overblijfselen van de beschaving, tenminste van de delen van cyclopenbouw en van de niet zo erg gevorderde beeldhouwkunst, moeten kunnen vinden.

De wegenbouw uit de laatste periode is voornamelijk belangrijk geweest in het meest westelijke deel van het rijk, omdat men daar de mogelijkheid heeft gehad om een paar landbruggen aan te leggen. Een deel van die wegen is verzonken en moet, althans deels, terug te vinden zijn. Een ander aardig gegeven is dat in die tijd de Sahara nog een meer, een binnenzee was, en dat er legenden over een stad bestaan die helemaal aansluiten bij datgene wat we weten van Atlantis en de bouwwijze die men daar gebruikt heeft.

Hier zitten we dan eigenlijk dus met de geschiedenis van een land dat zichzelf ten gronde heeft gericht, omdat eenvoudige mensen kennelijk niet in staat zijn te zien dat geweld meer geweld oproept, en dat wanhoop niet meer vraagt naar de houdbaarheid van de wereld, maar alleen naar de mogelijkheid om de tegenstander te vernietigen. Dat is daar gebeurd.

De resten die over zijn gebleven zijn twee richtingen uit getrokken, We krijgen beïnvloeding van voornamelijk Zuid-Amerika en gezien de levensomstandigheden, een vlucht die uiteindelijk heeft gevoerd naar de noordelijke Andes. Aan de andere kant krijgen we de zogenaamde tweede uittocht, die ook de eerste stad, waar het latere Troje op is gebouwd, heeft verbrand en ten dele oorlogstocht was, slaven die eigenlijk geen slaven meer waren en nog wat priesters er bij.

De wijsgeren waren meestal nog wat eerder gegaan. En dezen hebben dus een trektocht gemaakt, ik heb het u verteld, richting Egypte, vandaar naar Zuid-Azië, van Zuid-Azië weer terug naar zeg maar Turkije, vandaar Bosporus over en dan splitst het zich een beetje. Een deel komt in Griekenland terecht, en een deel komt terecht in het zuiden van Rusland, heeft ook de Kaukasische beschaving beïnvloed.

Al die dingen bij elkaar zeggen ons één ding. Een volk dat over wapens beschikt, hoe primitief dan ook, een volk dat bereid is om alle middelen te gebruiken, slaagt er meestal in zijn eigen huis te vernietigen. En het tweede wat het ons zegt is: wanneer een technische beschaving, hoe bescheiden en beschaafd dan ook, is opgebouwd, zullen de meeste van die technieken na heel korte tijd verdwijnen. Want de kennis zal bij velen nog wel aanwezig zijn, maar in een cultuur waarbij we een splitsing krijgen in taken en beroepen, is het heel erg moeilijk om weer terug te keren naar een overkoepelend produceren van iets.

Eenvoudig gezegd: u weet waarschijnlijk wat buskruit is, en ik denk dat er onder u wel zijn die met een beetje zwavel en kool en nog zowat, best een soort kruit zouden kunnen produceren, zij het primitief. Maar hoe kom je aan de zwavel, hoe kom je aan de houtskool, hoe kom je aan de nitraten? Dat is moeilijk. Er waren mensen die hele goede smeden waren, maar ze moesten beschikken over een gietoven. De gietovens in Atlantis waren betrekkelijk groot, ze werden doorgeblazen met grote blaasbalgen, die door slaven bediend werden. Je kon dus zachtere metalen heel goed gieten en je was zelfs in staat om metaal-mengingen te maken.

De laatste periode zijn bronzen gegoten van een heel behoorlijke kwaliteit en hardheid. Maar als je datzelfde weer moet gaan doen met de meest primitieve middelen dan krijg je te maken met een specialisme, en zo’n specialisme met zijn overleveringen wordt dan heel vaak een cultus. In Noord-Afrika vindt u nog steeds smeden die bepaalde bezweringen zingen. Oorspronkelijk waren het geen bezweringen, maar waren het gewoon de formules die behoren bij het proces. Namen zijn vervangen door goden-namen, er zijn allerhande voorouders bij gehaald en wat overblijft is een ratjetoe. Bewerken van harde metalen – en dat ging toen vooral om een legering van goud- koper, daar kwam zelfs iets nikkel en mangaan aan te pas, vergde ook bepaalde hardingsprocessen. Het is opvallend dat de hardingsprocessen die we bij het bekende Damascener staal en later het Toledostaal aantreffen – maar in Spanje dus eigenlijk pas, zeg maar ongeveer 900 na Christus – heel veel lijken op de hardingsmethoden met olie en met wijn zoals die gebruikelijk waren in een deel van Atlantis in zijn laatste periode.

En dan kan ik in ieder geval de conclusie trekken dat ongeacht de zelfvernietiging, de zelfoverschatting die ongetwijfeld de Atlantiërs van de laatste periode hebben gekenmerkt, dit volk en dit gebied met zijn cultuur een heel grote invloed heeft gehad op vele delen van de aangrenzende wereld. Zowel dus o.a. wat bouwwijze betreft en irrigatietechnieken in het gebied van de Andes, en bepaalde gebruiken die bij sommige amazone-indianen bestaan. En aan de andere kant, de cultuur zoals die in Noord-Afrika is ontstaan en eigenlijk loopt van stammen van grottenbewoners tot volkeren die toch al aardig op weg waren zoals bv. de Egyptenaren.

Er is ook nog een geestelijke trek geweest, maar die heeft plaats gehad ongeveer 800 jaar voor de eindfase intrad met zijn oorlogen en zijn strijd. Dat was de trek der wijzen, ook wel van de witte zieners en zo genoemd. Waarbij een aantal van hen is doorgedrongen, eerst naar het Ganges dal, en daar voor een deel verdreven, voor een deel niet in staat zich aan te passen en verder gevlucht. Zij zijn de aanleiding geweest indirect voor de specifieke beschaving in bepaalde delen van de Karakorum en van daaruit hebben ze weer een heel grote invloed gehad op zeg maar het huwelijk tussen godsdienst en natuurverering, zoals we dat o.m. in Tibet nog tegenkomen, zelfs nu nog, ongeacht de rode chinezen. De Tibetanen zijn wat dat betreft dan wel rare chinezen geworden.

Ik zou zeggen: Atlantis is een legende. Het is niet iets waarvan je het bestaan zonder meer kunt bewijzen. Je kunt nagaan dat er een aantal historisch enigszins betrouwbare overleveringen zijn die wel wijzen op het bestaan van steden en een wat hogere cultuur of beschaving dan de omgeving, o.a. in Spanje, in een deel van Noord-Italië, en aan de andere kant ook in het Andes gebied, de noordelijke Andes. Maar je kunt niet bewijzen dat het bestaan heeft. Dat is ook eigenlijk niet nodig, want Atlantis is ten onder gegaan.

Als de mensen van die ondergang zouden willen leren, zouden ze deze dagen veel voorzichtiger moeten zijn. Maar mensen leren niet graag. Zeker niet van het verleden. Het is dus wat dat betreft niet zo bijzonder important dat er oudere beschavingen zijn geweest. Er zijn er nog veel oudere geweest. En wanneer we in een Etrusken-graf soms sporen vinden, die dan toch weer heel sterk doen denken aan die Atlantische overleveringen, moeten we niet zeggen: die Etrusken waren dus kennelijk verwant met die Atlantiërs of ze hebben handel met hen gedreven. Dan moeten we gewoon zeggen: nu ja, goed, het is een cultuurinvloed, klaar.

Het is opvallend dat we een deel, een beperkt deel, van de overleveringen terug vinden in Noord-Afrika en bepaalde delen nog van Zuid-Europa, in bepaalde delen van Zuid-Azië, maar even goed, met andere namen natuurlijk, ook terug kunnen vinden in Midden-Amerika, een deel van Zuid-Amerika, Mexico en zeg maar de zuidelijke staten zelfs van de U.S.A. dat moet toch een betekenis hebben. Wanneer we ons realiseren dat er een brug bestaan kan hebben, dan kunnen we misschien ook beseffen dat de mensen veel meer gelijk zijn dan je wel denkt. Door een omgeving worden ze beïnvloed natuurlijk, door hun levensomstandigheden. Hun cultuur is de uiting van hun manier om fenomenen te benaderen. Maar op de achtergrond ligt de mogelijkheid om ieder op zijn eigen wijze, te werken met één leer, één waarheid, één reeks van gegevens.

Ik heb zo-even de Navajo Indianen genoemd. U weet misschien dat ook deze smeden hebben. Het zal nog niemand zijn opgevallen, neem ik aan dat wanneer voor ons op oude traditionele wijze nog eens een keer iets wordt gesmeed dat gebeurt met een techniek die vergelijkbaar is met de techniek die op het ogenblik de smeden van de Toeari – de Toeareg zegt u dan – nog wel hanteren,

De hele wereld deelt in alle dingen. Die les zou je er uit kunnen trekken.

Heeft Atlantis bestaan? Ja, het heeft bestaan. Het heeft in zijn laatste tijd laten zien dat ook een dergelijke beschaving uiteindelijk aan zichzelf ten gronde gaat.

En dat hebben we zo vaak gezien. Rome is ook aan zichzelf ten onder gegaan. En zelfs de Griekse cultuur en beschaving is voor een groot gedeelte alleen door assimilatie met de Romeinse overheersers in stand gebleven. De les is dat wat er in de mensen leeft belangrijker is dan al het andere.

En dan kunnen we wel zeggen: ja er is een gemeenschappelijk bewustzijn, er zijn gemeenschappelijke waarden, en daar komt het allemaal uit. Of: ja het is een psychologische noodzaak. Erg leuk gezegd. Maar het verklaart toch niet waarom er in zoveel gebieden, die sterk van elkaar gescheiden waren, volgens alle overlevering, zoveel gelijke en vergelijkbare benaderingen voorkomen, niet alleen van de natuur, maar ook van zuiver menselijke dingen. Atlantis is daar een verklaring voor. Wat deze beschaving is geweest, ach, het is een grote beschaving geweest, inderdaad. Maar ze was zeker niet de modelstaat, die een Griekse filosoof er van wilde maken. En ze is niet de wonderbeschaving, die ver uitstak boven alles wat de mensheid tegenwoordig kent.

Dat zijn gewoon menselijke verlangens of behoeften en begeerten, denkbeelden zelfs, overgedragen op het immers niet meer kenbare of bereikbare Atlantis. De laatste tijd van Atlantis zou misschien, voor iemand die er in wil geloven, een les kunnen geven. Je kunt niet ongestraft proberen alle krachten van de natuur ondergeschikt te maken aan de mens. En de wensen, eisen en belangen van de mens kun je niet altijd blijven stellen boven de evenwichten die in de natuur noodzakelijk zijn. Verstoor je ze dan kun je zaken op gang brengen die je uiteindelijke vernietiging ten gevolge hebben.

Zo, dat was dan misschien niet helemaal precies wat u wilde horen, maar ik dacht dat ik toch aardig wat heb verteld, ook over Atlantis zelf in zijn laatste tijd. Daarnaast over de invloed die het heeft gehad, en, neem me niet kwalijk, ook de les die je er vandaag de dag uit zou moeten trekken. Blijft alleen nog over om u te vragen of u daar specifieke vragen aan toe wilt voegen, of dat u opmerkingen hebt, die u van belang acht.

  • Is er na de vernietiging van het laatste Atlantis een cultuurbreuk op getreden? Met dien verstande dat de bevolking die nog over was zich in grotten moest ophouden en dat alles wat er was verdween?

 Er zijn aanwijzingen dat dit het geval is geweest met een deel van de wegvluchtende bevolking, in het noorden van Zuid-Amerika, terwijl daarnaast soortgelijken overleveringen bestaan ten aanzien van voornamelijk priesters met hun volgelingen, die dus in Tibet of in de Karakorums ergens ook in grotten gevlucht zouden zijn. In Tibet geeft dat aanleiding tot de legende van “De heer der wereld” met zijn raad en aan de andere kant o.m. tot een soort zondvloed-legende, waarbij het ook vuur regent en grote stenen vallen. Het is kennelijk niet helemaal vergelijkbaar en het is opvallend dat we daarnaast bv. in het geheel van Midden- en Noord-Afrika zondvloedlegenden kennen.

Misschien kunnen we aannemen, maar dit is voor mij een deel speculatief, dat hetgeen gebeurd is bij het verzinken van Atlantis een zodanig duurzame werking heeft gehad dat het bij alle mensen, maar op een verschillende wijze, reacties heeft uitgelokt. Grote vloedgolven, vooral in de Atlantische oceaan en omgeving, zijn zonder meer aan te nemen. Overstromingen, overmatige neerslag, verduistering van de zon zijn eveneens bij een grote vulkanische ramp niet ongebruikelijk. Dat zou veel zondvloedverhalen kunnen verklaren. Het zou daarnaast kunnen verklaren waarom we ook die holen- of die grottenlegenden hebben. En zelfs, wanneer we aannemen dat er een aantal uitbarstingen op sympathische wijze zijn ontstaan na die eerste grote ramp, wordt daardoor ook nog verklaarbaar hoe, zelfs jaren daarna, vulkanen in werking treden, grote brokken vuur uitspuwen en door de mensen, die dan toch al wat verwilderd zijn en wat weggevlucht, worden gezien als een kosmisch verschijnsel, wat dan weer tot goden, hergeboorten, legenden e.d. aanleiding geeft.

  • In Egypte is zo’n invloed geloof ik ook geweest?

Hun invloed in Egypte is betrekkelijk groot geweest.

  • Zijn zij de bouwmeesters of de plannenmakers geweest voor de  piramiden?

Ja, dat is inderdaad waar. Ofschoon de piramiden die ze zelf in Egypte tot stand hebben gebracht, zandpiramiden waren. En zover ik weet, is er zelfs geen tichelsteen-piramide opgericht in die periode. Maar dat het denkbeeld van dit soort tempel inderdaad is meegenomen, dat staat wel vast. En dat wordt ook begrijpelijk, want als we hun spoor volgen, dan vinden we Perzië, Babylonië en dan vinden we daar een ziggoerat: een tempel piramide, die ook weer dezelfde structuur heeft van de trappiramiden die we ook weer aantreffen in Mexico.

Het is dus heel goed denkbaar dat ze deze denkbeelden met zich hebben meegebracht. En het is bijna zeker dat de bekwamere en waarschijnlijk ook van slaven voorziene priesters, en misschien ook krijgers, daar eigenlijk de macht gegrepen hebben, voornamelijk in het boven-Egyptische rijk, vreemd genoeg, dus in het Nubische deel. En dat van daaruit pas later eigenlijk de contacten en de vorming van een soortgelijke vorstenstam, met afstammingsdenkbeelden etc. tot stand is gekomen in het meer noordelijke deel, zeg maar deltagebied. Dat is heel opvallend.

We moeten aannemen dat de legenden, of moet ik zeggen godenverhalen, o.m. de verslagen Osiris en dergelijke, dus oorspronkelijk niet alleen symbolische betekenis hadden, maar zijn ontleend aan krijgstochten die in een zeer ver verleden hebben plaats gevonden en waarbij heel waarschijnlijk krijgers van ander dan het eigen ras hebben deelgenomen. En nemen we dat aan, houden we rekening met wat bekend is over de trek van de Atlanten, dan is het bijna zeker dat we hier te maken hebben met Atlantische slaven, die overigens zelf vaak Nubiërs waren, ze werden o.m. uit Afrika weggehaald. En met blankere, of moet ik zeggen bruine – want ze zullen meer op Arabieren hebben geleken dan bv. op Germanen – vorsten die dan met hun lichte kleur en hun geheiligdheid regeerden, en een personificatie waren van een onbekende macht. Mogelijk hebben ze zich nog beroepen op Atlantis en is dat later vertaald in de wereld van de goden, die achter hen staat. En zo zijn ze dan afstammelingen geworden van de goden en eigenlijk pas werkelijk helemaal zonnegod na het samenkomen van de twee kronen, dus de eenwording van het rijk.

  • Die vroege Egyptenaren, zijn zij dan de oorspronkelijke bouwers van de piramiden geweest?

Wanneer u de piramiden bedoeld zoals die van Chefren en zo, ja, die zijn gebouwd door bouwmeesters, voor een deel van zuiver Egyptische afstamming, maar in enkele gevallen kwamen ze ook uit de buurt van het huidige Libanon en deze hebben daar inderdaad de bouw geleid. Ook de bouw van een aantal tempels en rotstempels, is door het volk van Egypte zelf uitgevoerd. Maar er zijn een aantal piramiden geweest die vervallen zijn, omdat ze niet duurzaam waren opgetrokken en die waarschijnlijk door de Egyptenaren op bevel of op verzoek van hun vroegste heersers zijn opgeworpen. Opvallend is dat we daarbij het eerste bewaarde graf te zien krijgen en dat is vreemd genoeg geen staande maar een inverte piramide, die dus ingegraven is, waarbij wel de symboolstructuur en de labyrintstructuur aanwezig is, inclusief dodenkamer, schatkamer etc., maar in een soort omgekeerde  piramidevorm.

En waar je, vreemd genoeg, zonder dat je dat bouwkundig kunt verklaren, onder de eigenlijke grafkamer een aantal lege ruimten aantreft. Dat is dus wel zeer opvallend.

  • Tot wat voor ras behoorden de Atlantiërs?

 Ja, een beetje moeilijk om te zeggen. Ze leken het meest op Euraziërs, zoals je tegenwoordig de mengafstamming hebt van Aziaten en blanken en dan een klein tikje naar het blanke toe; dan heb je ongeveer het type van de Atlantiërs. Ze waren niet al te groot. De gemiddelde hoogte is niet meer dan 1.65 meter. Ze zijn over het algemeen slank van postuur en erg pezig, ook begrijpelijk: volk van boeren, jagers en landbouwers. Het zijn veel gevluchte jagers die later de vissers worden. Dus echt een volk, waarbij de werkelijke heersers  vermoedelijk ook weer uitgestoten edelen zijn uit een vroeger rijk. Dat was weer hoofdzakelijk een rijk van nomaden en jagers. Maar ze hadden al vaste plaatsen waar handel werd gedreven. Dus wanneer je het zo bekijkt, moet je zeggen: ja, het is eigenlijk een mengras geweest, vanuit het huidige standpunt wel.

  • Is het niet aan te nemen dat die mensen cro-magnon zijn geweest, zo’n 300000 voor Christus? Men heeft aan de westelijke oever van de Dordogne allerlei resten gevonden van mensen waarvan men de grootte fysio—antropologisch heeft vastgesteld. Dat het mensen waren die ongeveer van 1 090 tot 2.10 meter hoogte moeten hebben gehad, dus een vorm van reuzen, wat zegt u daarvan?

Dat is iets wat we overal aantreffen. De legenden van reuzen zijn overigens rond de Stille Oceaan aanmerkelijk groter dan in de buurt van Atlantis en deze kusten zoals u weet.

Maar de Atlanten zelf waren dus geen reuzen. Er is echter een ras geweest en u kunt het cro-magnon noemen, we kennen het elders als de hypothese van homo-giganticus, waarbij inderdaad mensen voorkomen die tot 2.70 meter groot zijn en vreemd genoeg ook krijgers zijn, ofschoon je dat met die omvang haast niet kunt voorstellen. Opvallend is daarbij de schedelbouw van deze mensen. De hoek van het gelaat is aanmerkelijk geprononceerder, laag voorhoofd en doorgezet. Het achterhoofd heeft een iets ruimere welving dan het uwe, het zijn dus niet helemaal platschedels. En van deze mensen afstammend zijn een aantal mensen, krijgers, wel in Atlantische dienst geweest. Maar deze waren dus niet zo groot. Hun gemiddelde grootte was niet meer dan 1,80 meter. Dus toch nog reuzen voor het gemiddelde Atlantische volk. Zij kentekenden zich vooral dus ook doordat hun herseninhoud als het ware naar achteren gegroeid was, zodat ze een beetje punthoofden hadden. (Dat is dus iets – als u dat wilt imiteren – moet u veel naar Kamerverslagen luisteren, dan krijgt u zo’n hoofd vanzelf)

Maar er zijn een groot aantal menssoorten geweest in het verleden en je kunt dus niet alleen maar uitgaan van: we hebben die typen en daar kwam dus op een gegeven ogenblik de Sapiens en dit en dat, en ze wisselden elkaar af. In feite hebben een groot aantal mensrassen, sommigen zeer simiaans, andere soorten minder, naast elkaar bestaan en over het algemeen is het het recht van de sterkste en de slimste geweest, die heeft uitgemaakt wie zou overleven. Daardoor vinden we overal kleine gebieden waar nog primitievere soorten leven, terwijl andere typen daar omheen zich al weer beter weten te handhaven, te verdedigen, misschien een beetje gemener zijn ( het zijn uiteindelijk uw voorouders) en daardoor eigenlijk de rest van het gebied voor zich opeisen. Meer kan ik er helaas niet over zeggen.

 

Vrienden, dan mag ik hopen dat ik, al ben ik niet alwetend of onfeilbaar, toch voor u enig interessant materiaal heb kunnen aandragen. Het onderwerp hebt u zelf bepaald, dus als het u niet interesseert is het uw eigen schuld.

Interesseert het u wel: onthoudt dan één ding: Alles wat over Atlantis is geschreven, ook datgene wat zieners daaromtrent hebben gezegd, is zo sterk beïnvloed door uw eigen beschaving dat een reëel beeld daarvan hieruit niet geheel te verwerven is. Maar wanneer u beseft dat er volkeren bestaan hebben, en vergaan zijn, dan is dat al voldoende. Dat u niet denkt: wij zijn de kroon van de evolutie, maar dat u gewoon denkt: nu ja, wij zijn een soort die het tijdelijk voor het zeggen heeft, tot ze zichzelf om hals brengt, of er een nieuwere soort komt die handiger is. Mag ik het daarbij laten.

image_pdf