De Lama Kon Tze

De geheimleer van Jezus en de verborgen achtergronden van het christendom – deel 50

27 januari 1957

Vandaag krijgen we eigenlijk een eigenaardige gast. Wij hebben contact opgenomen met de Lama Kon Tze   Die leeft dus nog op Uw wereld. En Lama Kon Tze heeft zich bereid verklaard om met de nodige hulp hier dan toch voor U enkele mededelingen te doen omtrent recente gebeurtenissen, die plaats vonden op een hoogvlakte in het Andesgebergte. U zult zeggen: Wat doet een Chinese Lama in de Andes? Maar dat komt door een verplaatsing van bepaalde centra in recente tijden.

Waar zijn onderwerp zich bezighoudt met voorspellingen en besluiten, zou ik vóórdien tijd graag met U willen spreken over de wil Gods. Want we weten allemaal, dat ook Jezus zelf vaak heeft gezegd, dat de wil des Vaders dus van de Schepper moet geschieden. Maar het wordt ons soms zo raadselachtig, wanneer wij er over nadenken. Want hoe weet je, wat de wil Gods is? Hoe kan een klein schepsel begrijpen, wat de Almachtige besloten heeft? Is onze voorstelling wel juist? Daarom wil ik proberen vanuit het Christelijke standpunt de wil Gods wat nader uiteen te zetten.

Wij geloven allen in de Schepper van hemel en aarde, Die krachtens Zijn wezen in en rond ons is in alle dingen. Het is Zijn bewustzijn, Zijn denken, Zijn bestaan, dat het onze te allen tijde insluit. Het is begrijpelijk, dat niets in de Schepper kan bestaan, of het moet zijn weerslag hebben op ons allen.

Hoe verder wij komen, hoe meer wij kunnen doordringen in het gebied van de bewuste geest, ja, uiteindelijk misschien in die lichtende sfeer, die ik op mijn oude wijze toch graag de hemel zou noemen, hoe meer wij beseffen, dat wijzelf de dragers zijn van de wil Gods en de uitvoerders. Wanneer Gods kracht in ons werkt, dan ontstaat er een stuwing, die ons drijft tot daden en handelingen, waar wij misschien zelf niet zo op gekomen zouden zijn.

Wat meer is, er ontstaat in ons een weten, een weten omtrent goed en kwaad. En het is in dit weten, dat de kleine mens, de kleine geest, Gods wil vindt. Want dat, wat goed is in onze ogen, is datgene, wat wij volgens de wil des Vaders moeten volbrengen.

Maar dringen wij verder door in het geheimzinnig bereik van goddelijke krachten, dan verandert ons beeld. Want naast onze eigen besluitvaardigheid t.o.v. goed en van kwaad zien wij, hoe rond ons grote machten werkzaam zijn en hoe zij allen volgens een haast onvoorstelbaar plan besluiten nemen en de omgeving wijzigen. Indrukken wijzigen van mens en dier en plant, om zo hetgeen zij als goed ervaren, te openbaren en op een wereld tot uitdrukking te brengen. Invloeden die U, maar ook ons, voortdurend beperken en ons bepaalde belevingen opleggen.

O, we kunnen er misschien ons aan onttrekken, we kunnen vluchten voor al deze dingen. Maar…..wanneer wij het goede nastreven, dan moeten wij ook dit aanvaarden en doormaken. Want dan zegt ons innerlijk, deze geheimzinnige stem in ons: “Je moogt niet vluchten. Je moet voortgaan.”

Wanneer we het besef krijgen van deze samenhang, dan treden we binnen in het grote en geheime rijk Gods. Want het Koninkrijk Gods is uiteindelijk het gebied, waarin bewust Zijn wil wordt volbracht.

Onze Heer Jezus heeft dat eens gezegd. Gezegd tegen Johannes, die de ware erfgenaam was van zijn geheime leer, van Jezus werkelijke leerstellingen met alle verklaringen. Toen Johannes hem vroeg, zoals hem wel meer gevraagd is: “Zeg ons, Meester, wat is dan het Koninkrijk Gods?” Toen heeft Jezus hem geantwoord: “Het Koninkrijk Gods ervaren wil zeggen: In jezelf één zijn met alle krachten, die Gods wil volvoeren.”

We zijn niet gebonden aan deze dingen. Er zijn ons duizend mogelijkheden om hun betekenis voor onszelf te veranderen. Maar ach, wie zou Gods wil willen veranderen en ontgaan? Lieve vrienden, wij kunnen niet anders dan het goddelijk raadsbesluit aanvaarden, wanneer het zich duidelijk aan ons heeft geopenbaard.

Het is juist daarom, dat de uitingen ook vanuit geheel andere denkwijzen vanuit geheel andere richtingen soms zo belangrijk zijn voor ons aller leven. Het is daarom, dat ik ook hetgeen mijn opvolger gaat spreken, wil onderbrengen in dit Koninkrijk Gods, in dit Geheimzinnige, Onbegrijpelijke, dat ons aller leven regeert en mits wij het aanvaarden en niet ontvluchten ons voert tot die ware hemel, waarnaar wij verlangen.

Ik geloof, dat ik duidelijk heb gemaakt, waarom ook binnen het kader van Jezus leringen en leven en de betekenis van zijn leer hier profetieën en wondere gebeurtenissen op zijn plaats zijn. Het kan niet anders. Gods wil openbaart zich door alle wegen, door alle geesten en sferen, door alle mensen. En daarom zou ik zelfs indien zo’n profetie misschien voor dit wat somber klinkt eigenlijk willen uitroepen: “Jubilate. Jubelt en verheerlijkt de Heer. Want in Zijn grootheid heeft Hij ons goeds geschapen. Te Deum Laudamus. Laat ons de Heer loven, Die ons allen, in Zijne hand draagt tot de eeuwigheid, die Hij voor ons heeft voorbestemd.”

Misschien dat U later zult zeggen; “Een geest in de gestalte van een oude man, die jubelt over het noodlot der wereld, is dat geen dwaas?” Maar ik vertrouw in de goedheid Gods en in de liefde Gods. Wat meer is, vrijer dan gij allen zijt, mijn lieve vrienden, kan ik vooruitzien naar nieuwe tijden, naar nieuwe vreugden, naar nieuw bewustzijn. Ik weet, dat deze dingen op aarde zullen regeren, omdat het Koninkrijk Gods gerealiseerd zal worden op aarde, zoals in de hemel. Want wat Jezus heeft gebeden in het Onze Vader, wordt ons werkelijkheid door de goedheid van onze Schepper.

Daarom; versta de tekenen en begrijp de taal. Hier klinkt geen sombere doods trom, hier schalt een trompet, alsof een oordeel de aarde wekt tot herrijzenis en nieuw leven in de onschuld van hen; die wandelden in het paradijs. Zo groot is het lot, aan alle mensen voorbestemd. Zo zuiver en rein is de Kracht, Die deze aarde regeert.

Lieve vrienden, vertrouw op God, op Zijn liefde, op Zijn kracht. En gij zult Uzelf geborgen weten in het Koninkrijk Gods, waar niemand en niets U ooit kan deren of schaden in werkelijkheid.

Onze gast is op het ogenblik bereid om contact op te nemen, dus voegt het mij om bescheidenlijk te gaan. Na onze gast krijgt U één van de helpers, die dan nog verder diens rede zal aanvullen. Maar onthoudt een ding; Zoals ik met U spreek, gedragen door een liefde, die alle mensheid omvat en alle geest, zo is dit alles geboren uit diezelfde liefde. En zo is het deze grootse liefdekracht, die ons of wij willen of niet inleidt in de oneindigheid en ons in staat stelt Gods licht te aanvaarden, indien wij Gods wil leren verstaan. God zij met U.

o-o-o-o-o

Het eert mij met U te kunnen zijn.

Op verzoek van Uw geestelijke vrienden wil ik U enkele punten mededelen van hetgeen voorviel, geprofeteerd en besproken werd in de plaats van het nieuwe heiligdom te midden van de hoge bergen.

Het is gebruikelijk, dat de leider van de groepen, die zich hier in kloosterlijke bezinning hebben teruggetrokken, ingaat tot de geest en in contact met de hoogste sferen laat weerklinken de stem, die uit de hoogste werelden tot op aarde gehoord wordt. Deze profetieën worden door ons opgetekend en bewaard. Zij zijn het zegel der oneindigheid, dat wordt gesteld op het gebeuren dezer wereld.

De grootmachtige, uittredend en toch verheffend zijn stem, heeft gesproken: De zeeën der wereld kleuren zich rood. Een gloed doorbreekt de korst der aarde. Ik zie vele mensen in angst en bekommernis. De vogels des doods vliegen slechts in kleine landen.

Ik zie hen komen, die gevreesd zijn. En zij gaan, brengend oproer en dood, brengend nood en honger, brengend angst en vuur. En zij beroeren alle landen der wereld.

En na hen zie ik gaan een lichte kracht. En zij bevestigt al wat zuiver is en behoedt het tegen elke schade. Ik zie mensen in verwarring en hoor woorden, die hun betekenis verliezen, zo zij gesproken zijn. Maar ik zie daarachter de waarheid naderen. De waarheid, die een vernietiging betekent van veel, dat thans heilig wordt gehouden.

Uit de as der vernietiging bloeit de roos van een nieuwe hartstocht en ook zij verteert zichzelf. Maar uit de as van de roos bloeit de lelie en zij leeft in het licht, dat rond haar de aarde beroert.

Gesproken hebbende keerde de grootmachtige terug. Wij hebben hem gevraagd: “Indien gij spreekt over oorlog en verschrikking, geef ons een teken.” En de groot machtige zei ons: “Een teken zal ik U geven, want mij is een teken gegeven. Maar behoudt goed, wat gij aanschouwt, opdat gij begrijpe: Niet is dit, wat de wereld vreest, maar erger en schoner.”

Hij toonde ons in een visioen een wereld, waarin moeder tegen dochter, vader tegen zoon optrad. Waarin strijd was tussen allen. Hij toonde ons een gouden draad des doods, die rond ging, nemende hen, die hoog zijn en niet sparende hen, die nederig zijn.

Wij zagen uit dit alles een wereld ondergaan. Een stad word vernietigd in vuur, een tweede stad in de kokende vloed der wateren. Maar nadat het geweld de wereld omcirkeld had, nu hier dan daar een vlam ontstekend, dan weer sparend een kleine strekke lands, zagen wij een gouden wind waar zij de wereld beroerde, keerde de lente in.

En dit teken verstaande vroegen wij de grootmachtige: “Heer, wiens wil en wiens taak is dit?” En hij toonde ons drie, die samen zijn en toch gescheiden door hun volgers op aarde. Wij vroegen; “Laat ons spreken met dezen, opdat wij beseffen.

En zo sprak tot ons Jezus, die men noemt de Christus. En hij zei ons: “Gereinigd wordt de aarde. En is zij gereinigd, ik zal weerkeren om te zijn met hen, die in mij hun vertrouwen stellen.”

En daar kwam de leraar Siddartha. En hij sprak tot ons: “Ziet, zichzelf vernietigende gaat de waan ten onder. Maar voor de waan tot waarheid is geworden, zal ik wederom spreken tot hen, die op de wereld naar wijsheid zoeken.”

En er kwam een derde, Mohammed. Hij zegde: “Het geweld van de heilige oorlog keerde zich tegen de afgoden. Daarna tegen de mensen. Thans zal de heilige strijd zijn tegen het onrecht, dat de mensen verteert. En vernietigen zullen zij zichzelf, die in naam van de maan en de groene vlag zichzelf verrijken en verhogen. En wanneer de nieuwe goden vallen, zo zullen mijn heerscharen weer over de wereld gaan en vrede brengen en geluk.”

En een vierde kwam en zich buigend voor de drie sprak hij: “Ziet, de eeuwige strijd van Ahriman en Ormuzd is bijna ten einde. Want het kwaad en het goed zijn vermengd. In het vuur van het lijden en in het licht van het begrip worden zij saamgevoegd tot een onscheidbaar geheel. En nederig zal ik de voetsporen drukken op aarde van hen, die deze kracht gegeven hebben.”

En achter deze vier zagen wij een grijze man, gebaard en met een haviksneus. En zijn stem klonk ons zwak, toen hij zegde: “Voorzegd heb ik deze dingen en leven zal ik in hun vervulling. Keren zal ik tot de wereld, tot vervuld is het noodlot der mensheid.”

Deze allen waren echt. Sommigen onzer hebben hen beroerd. En ofschoon niet van deze wereld hadden zij reeds de voertuigen, die tot deze wereld behoren.

In diepe meditatie hebben wij samengezeten en hebben gevraagd: “Wat is onze plicht?” In ons ontwaakte dit bewustzijn: Uitdragen zullen wij deze gedachte daar, waar gedachten gaan. Maar de mond kan niet spreken tot zovelen als de gedachte. Daarom zenden wij de gedachten tot de wereld en zal de wereld bewust worden in angst en ontsteltenis, maar ook in nieuwe verblijding.

Wanneer ik U dit alles zeg, omdat mij gevraagd werd dit in woorden uit te drukken voor U, zo ben ik toch in mijzelf, gezeten in mijn hut. En tot U sprekend spreek ik tot een waanwereld; ik weet niet, of gij werkelijk zijt. Maar zo gij mijn woorden hoort: dit is geschied in het nieuw geestelijk brandpunt der wereld. En waar dit geschied is, zal het vervuld worden. Sterkt Uzelf en weet, dat wie het licht zoekt, door het licht gered zal worden.

o-o-o-o-o

Zo, vrienden, dat is dan een contact, dat U in Uw kring misschien eens eerder hebt beleefd, maar toch zeker niet vaak. Het brengt dan ook bepaalde problemen met zich. Maar wij meenden U deze dingen te moeten voorleggen, omdat zij uitgedrukt in een mysticisme, dat Oosters is toch een weerspiegeling kan geven al hetgeen er zich op het ogenblik op Uw wereld ontwikkelt.

U moet goed begrijpen, dat al deze symbolen inderdaad symbolen zijn. En zelfs de verschijning van Jezus en anderen zouden wij misschien een visioen kunnen noemen. Maar de hoofdzaak is wel dit; Op Uw wereld begint zich op het ogenblik sterker en sterker de omwenteling te voltrekken, die moet leiden tot de nieuwe standaardwaarden van het komende tijdperk. En waar dit gebeurt, zult gij ontdekken, dat heel veel van de oude erkende waarden teloor zullen gaan. Zeker, er zal oproer en opstand zijn in veel landen. Er zullen oorlogen zijn, kleinere, misschien enkele grote. En ofschoon niet in de nabije toekomst, staan ook nog enkele wereldrampen te wachten. Maar al deze dingen zijn van betrekkelijk weinig belang en zullen in hun consequenties de meesten Uwer slechts indirect beroeren. Er is dus geen reden deze dingen te vrezen.

Maar er is wel reden om deze dingen te beschouwen als een teken van geestelijke werking. En deze geestelijke werking is zo belangrijk, dat wij niet konden nalaten hierop de nadruk te leggen.

Dat Jezus op aarde terug zal keren is ongetwijfeld mogelijk. Dat een nieuwe kracht en leraar zich op het ogenblik op deze wereld bevindt en waarschijnlijk binnen niet te lange tijd zijn werkelijke leringen reeds zal gaan verbreiden, is ook wel zeker. In al deze tijden van onrust, van spanningen, van politieke en economische misslagen, van technische ontdekkingen en ongelukken, kan worden gezegd, dat zij de voorbereiding is voor een nieuwe periode. Een periode, waarin de vroegere groten dezer wereld, ingewijden en leraren, eindelijk in staat zullen zijn weer een wereld te beroeren, die door haar eigen instelling tot nog toe hun een werkelijk afdalen onmogelijk maakte .

Zo belangrijk hebben wij dit zelfs geacht, dat wij ondanks de inspanning, die voor ons in dit geval tamelijk groot was misschien door storende invloeden, niet alleen bij U maar ook elders toch hebben getracht U dit alles zo duidelijk mogelijk weer te geven. Ik zou U dus de volgende punten ter overweging willen aanbevelen.

  1. De grote krachten, waarvan de centra der Witte Broederschap eigenlijk uitvoerend orgaan zijn op deze wereld, hebben vastgesteld en/of besloten, dat hier op aarde een reeks wijzigingen zich in een steeds sneller tempo gaat afspelen. Het resultaat hiervan zal reeds in het komende jaar kenbaar moeten zijn.
  2. Een ieder, die voor zichzelf voortdurend verder de naastenliefde betracht, zoekt naar licht en bewustzijn, zal zichzelf dus in innerlijke gesteldheid kunnen vrijwaren voor de werkelijk ernstige consequenties, geestelijk en stoffelijk, die in deze tijden kunnen optreden.
  3. Deze consequenties bestaan niet in wereldvernietiging, maar in een gescheiden reeks verschijnselen, die alle in steeds sneller opeenvolging de verandering van deze aarde doen zien. Ze zullen gepaard gaan met beperkingen, met hongersnood, ziekte e.d. in vele gebieden. Maar niet overal. Er zullen steeds kleine gebieden vrij blijven als een rustpunt voor degenen, die door de ellende worden verjaagd. Deze rustpunten zouden punten moeten zijn van licht, van kracht, van liefde.

Wij menen vanuit ons standpunt, dat wij mede door onze leringen en U door Uw bestrevingen ertoe kunnen bijdragen dergelijke rustpunten ook te vormen hier in dit kleine land aan de zee. Wanneer er al gevaar dreigt uit de zee, zo zal het Uw kusten niet of slechts terloops beroeren. Voor anderen zullen de consequenties ernstiger zijn.

Al deze gebeurtenissen zijn een vervulling van hetgeen ook Jezus reeds voorvoelde in zijn tijd. Het is de voorbereiding tot een nieuwe, zuivere en reine aarde. Het is een voorbereiding, waarbij voor degenen, die reeds tot het Koninkrijk Gods behoren (waarover onze eerste spreker sprak) voor dit wetende groepje, dat bewust tracht Gods wil zo sterk mogelijk te uiten op deze wereld, dit slechts zal betekenen: een bevestiging van hun eigen wezen, van hun opdracht en van Gods kracht in de wereld, waarin deze tot nog toe niet kenbaar was.

Daarom wil ik met zijn ietwat eigenaardige aspecten voor U eindigen met een waarschuwing en een wens. De waarschuwing is deze: “Zoek naar de krachten van licht en van God, opdat ge niet ondergaat in de materiële zorgen en problemen, die deze wereld zullen overspoelen.” En het tweede: “Weet, dat wie met God gaat, veilig gaat te allen tijde en volbrengen zal Gods wil; daardoor een zegen zijnde voor de mensheid en een licht, zelfs voor de sfeer van de geest.”

o-o-o-o-o

EEN VERNIEUWING

Wanneer wij spreken over vernieuwing, dan weten wij in ieder geval, dat vele oude dingen moeten gaan. Maar een vernieuwing behoeft niet noodzakelijk te betekenen, dat het oude verdwijnt. Het krijgt een nieuwe gestalte en een nieuwe vorm. Daardoor krijgt het een geheel nieuw uiterlijk, ziet het er geheel anders uit, verhoogt het zijn waarde.

Dat is met een vernieuwing op aarde vaak het geval. Men neemt een oud en bouwvallig huis, men werkt er in, men breekt er in, en uit een warwinkel van puin en cement, van planken, hout en ijzer groeit plotseling een schijnbaar nieuw huis, schoner en beter aangepast aan de eisen van de tijd, zuiverder, lichter, kortom volmaakter.

Toch is het uit het oude geboren. En wanneer zo’n vernieuwing plaatsvindt, dan zien wij altijd, dat men begint met de brekers. Eerst komen de mensen, die vernietigen, die het oude verminken. Dan komen degenen, die opruimen. En daarna zie je aan alle kanten nu hier dan daar de werklieden komen, om gezamenlijk de zaak te restaureren, te vernieuwen en op te bouwen.

Zoals een vernieuwing in een huis in verschillende fasen gaat, zo zal het overal het geval zijn, ook in onszelf. Wanneer wij naar een geestelijke vernieuwing zoeken, moeten wij eerst beginnen om onze oude gevestigde ideeën opzij te zetten. Dan moet er gebroken worden. En dan zitten we soms vol geladen met wanhopige vragen: Hoe zit dat nu eigenlijk? En waar moet dat naar toe? Waarom?

Maar die tijd gaat voorbij. Langzaam maar zeker beginnen we voor vele van die vragen wat onverschillig te worden, wij zetten ze terzijde. We ruimen a.h.w. de warwinkel van ontstane problemen een beetje op. En voor je het weet, is daar een nieuwe gedachte, klinkt ergens een woord, dat je pakt, lees je een zinsnede in een boek. En langzaam maar zeker begint het oude gedachtebeeld zich weer op te bouwen. Maar nu anders, nieuw gegroepeerd, zuiverder en meer toepasselijk.

Dan is dat geestelijk huis nog onbewoond. Het klinkt nog leeg. Het is voorlopig nog eerder een samenstel van theorieën en oplossingen dan een werkelijk beleven. Maar….hoe weet je soms niet, soms een enkel woord, een enkele gedachte weer, een soort sluitsteen en daar ineens….daar tintelt iets in je. Ineens schijnen er een paar vonken uit je gedachten te springen. Je krijgt ineens inzicht en Licht. En voor je het weet vervullen nieuwe krachten je. Een nieuw bewustzijn is het jouwe geworden en als een vernieuwde mens, een vernieuwde geest ga je verder. Strevende, niet meer naar het oude maar naar het nieuwe, ook wanneer het oude de basis daarvan is.

Zo gaat het ook met de vernieuwing van een wereld. Een wereld, die zo oud en bouwvallig dreigt te worden, zo’n wereld waarin de oude, morsige muren langzaam maar zeker zijn schuilgegaan onder het chroom van de nieuwe ornamenten.

Er is veel verzet tegen het afbreken van de versierselen en het gezond maken van de ondergrond. Dat is begrijpelijk. Want van buiten ziet het er eigenlijk nog zo mooi uit. Het doet zo zakelijk en correct aan. En deze wereld is graag zakelijk en correct. Wanneer je dit zou afbreken, komt er weer al dat bijgeloof, al dat geloof, kortom al datgene, wat niet wetenschappelijk en niet aanvaardbaar is naar voren. En toch?

Eerst zullen wetenschap en redelijk denken hun offers moeten brengen. Eerst zal het bijgeloof moeten komen. En dan, wanneer ook dat langzaam maar zeker wordt uitgerukt, vinden wij daaronder de zuivere basis, waarop die wereld hernieuwd kan worden. De werkelijkheid van een stoffelijk en geestelijk bestaan, de werkelijkheid van een geloof, dat noodzakelijk is voor een ieder, die leeft.

Van daaruit krijgen we dan een nieuwe hervorming. Een hervorming, die zover gaat, dat ze alle grondslagen van economie, van sociaal bestel, van denken, van filosofie, ja, van wetenschappelijk onderzoek mede zal aantasten. Een vernieuwing, zover gaande, dat al lijkt de wereld misschien nog hetzelfde, het denken en streven van al haar inwoners anders zal zijn en beter.

Een vernieuwing aan alle kanten, Een vernieuwing in de sferen. Een vernieuwing, wanneer de doods geworden gedachten van je eigen sfeer langzaam in je afsterven. Wanneer je je verzet tegen een vaagheid en een treurigheid. Wanneer je zoudt willen terugkeren tot de volle intense beleving, die je had toen je pas binnenkwam.

En dan zeg je zo tegen jezelf; “Ach, eigenlijk ben ik er nog niet rijp voor. Laat dat oude nog een ogenblikje duren.” Hoe harder je worstelt, hoe meer deze wisseling, deze overgang naar een nieuwe wereld daarachter pijnlijk wordt. Want je kunt niets behouden van het vroegere vuur. De kleuren van het vroeger beleven doven. De volheid van bestaan, de contacten met anderen, zij breken af alsof een mens zo oud wordt, dat zijn lichaam zijn diensten weigert.

Dan… eindelijk komt er een ogenblik van bezinning en aanvaarding. En plotseling weet je iets nieuws. Van ergens komt een vreemde gedachte aan dwalen. Zij klinkt mee. Je had haar nog niet ontmoet. En ze stelt zo veel problemen, zo veel vragen. Je denkt en je werkt, je zwoegt en je vergeet de wereld, die je achter je hebt gelaten.

Dan komen er meer gedachten, beelden. Ze flitsen samen, totdat ze een nieuwe, lichte wereld vormen. En je staat plotseling met een vreugdige verrassing in een bestaan, dat je nog niet kende. Maar schouwende zie je onder de nieuwe vorm de oude kern. Dan zie je, hoe gevat in het witte goud van een nieuw licht toch de oude edelstenen van leven en denken, van menselijke geest, van geestelijke kracht gelegen zijn zoals tevoren.

Zo is overal vernieuwing een probleem. Iets wat niet zonder smarten gaat en niet geheel zonder lijden. Iets wat afstand doen betekent, maar gelijktijdig nieuwe rijkdom. Daarom is vernieuwing iets, wat je moet leren aanvaarden. Maar heb je het eenmaal zover gebracht, dat je aanvaardt, dan is het een steeds groeiende bron van vreugde, van bewustzijn en van kracht.

Daarom moeten wij de vernieuwing weten te aanvaarden. Wij zouden dat zo kunnen zeggen:

Vernieuwing. Oude wereld, die beeft. Gedachtesfeer, die nog een wijle zweeft over het oude. Maar als bewustzijn is het niet meer.

Vernieuwing. Kick, die klinkt met sterke klanken, tot je duizelend gaat, niet begrijpend wat ter wereld of in sferen nu bestaat en wat ten onder is gegaan.

Vernieuwing is een breken van de oude waan en ‘t bouwen van een nieuw bestaan, een nieuwe wereld, een nieuw begrip.

Hoe zullen wij vernieuwing vatten, wanneer wij zoeken te behouden wat wij hadden, lang geleden?

Geen. Gaan wij van het oude heen, aanvaardend we! de oude waarden, maar zoekend naar een nieuwe kracht, nieuw licht, nieuw leven, dat het oude tot nieuwe waarden heeft gebracht, dan zullen wij vernieuwing vinden als een zon, die opgaat in ons hart. Een kracht, die ons weer God doet vinden; materie, onbewust zijn tart.

Vernieuwing wordt ons tot een zegen en toont ons waar de wegen gaan, die aan het einde van het leven, aan ‘t eind van aards en geestelijk bestaan ons de zuivere waarheid geven van alle onbegrip en waan.

En dan, vernieuwend weer ons leven, kunnen wij in eeuwige velden gaan met Hem, Die ons dit alles heeft gegeven.

Dat is zo mijn gedachtegang over vernieuwing. Vernieuwing is niet een vernietiging van het oude, maar een hergroepering en herbouw. Wanneer wij die aanvaarden, zullen wij leren begrijpen, dat elke vernieuwing op zich een stap verder is naar die laatste vernieuwing, waarbij alle gedachten en waan toestanden wegvallen en ons een zuivere waarheid overblijft, die ons onze wereld en ons eigen wezen toont, zoals het is. Wat meer is, die ons God doet zien, zoals Hij werkelijk voor ons en in ons en rond ons bestaat.

Vrienden, met deze gedachte, die naar ik hoop U van al te groot pessimisme zal terughouden, zo mogelijk van alle pessimisme, wil ik dan voor deze Zondag weer afscheid van U nemen.

Bedenk dit: Wat er ook gebeurt, wie in God leeft, leeft veilig. Wat je ook moet ondergaan en wat zich ook voor problemen in je voordoen, zolang je je vasthoudt aan de lichtende Kracht, zal elke vernieuwing voor jou een grotere rijkdom zijn.

En dan wens ik U allen toe, dat U in staat zult zijn de rijkdommen, die Uw tijd en Uw leven U bieden, te vergaren. En indien U dat lukt kom ik misschien later als een bedelaar aan U een brokje wijsheid vragen, zoals ik thans probeer het U te geven.