De legende van de Heer der Wereld en zijn raad

2 april 1987

Het onderwerp, zoals u bekend is, luidt: de Heer der Wereld en zijn Raad, ofwel de legende daarvan. Die legende hebben wij er overigens zelf voorgezet, omdat het niet meer en niet minder is dan dit. Het verhaal is betrekkelijk eenvoudig.

Eens in een ver verleden was er een groot en wijs koning, die naar men zegt ook het geheim der onsterfelijkheid kende. Er dreigden toen op aarde grote rampen en met zijn raad en hofhouding verdween hij in een grot naar een onderaards rijk. In dit rijk leeft nu de Heer der Wereld. Hij heeft daar regelmatig bijeenkomsten met zijn Raad en volgens de Tibetanen bv. geldt: wanneer de Heer der Wereld spreekt met zijn Raad, dan is de natuur stil, dan staan de hazen en konijnen verstijfd, alles rust en zelfs de gelumpa staat met de tip van zijn voeten op het niet buigend gras. Tot alles voorbij is; dan beginnen de wolken weer te drijven en gaat het leven verder. Het is een betrekkelijk korte versie, dat zult u begrijpen, maar er zijn een aantal aanwijzingen dat er inderdaad dergelijke dingen gebeurd zijn en dat mensen, op vele plaatsen op de wereld zelfs onder de aarde gevlucht zijn. We kennen bv. in Afrika het verhaal van Oebaloemboe, een vorst, wijsgeer en tovenaar, die met een aantal van zijn getrouwen onder de aarde zou zijn verdwenen en nu als het ware de rust en de schepper is die men alleen aanroept wanneer geen enkele andere uitkomst meer mogelijk is. Wij kennen dergelijke verhalen van Indianen en van de verschillende Maya‑stammen, waarbij eveneens wordt gesproken over een grote ramp die over de aarde komt, waarbij mensen onder de aarde zich in grotten verschuilen. In andere gevallen, zoals bv. bij de Perzen en in het zuiden van India, horen wij weer van een vorst die gevlucht is voor het geweld van de goden en die nu een heer der onderwereld is geworden. Al deze feiten bij elkaar – of moet ik zeggen: al deze overleveringen bij elkaar – maken het waarschijnlijk dat er een periode is geweest waarin inderdaad mensen onder de aarde zijn gevlucht voor het geweld ‑ mogelijk een meteorieten‑regen of iets dergelijks, groot vulkanisme misschien ‑ en daar een langere tijd vertoefd hebben.

In de Zuid‑Amerikaanse legenden komen de mensen later weer naar buiten, geleid door een held en bevolken de aarde opnieuw. In andere legenden blijven de vorsten onder de aarde wachten, tot het ogenblik dat de hele ontwikkeling die door het geweld ontstaan is, ten einde is, om dan weer tevoorschijn te komen. Dat dergelijke vorsten bestaan hebben lijkt mij een feit. Dat ze terug zullen keren is de bekende legende. Uiteindelijk zit ook Frederik Barbarossa niet ergens in een berg te wachten tot het ogenblik dat Duitsland hem nodig heeft? En dat dat niet werkt dat hebben we ook gezien, want Duitsland had hem nodig, maar hij kwam niet.

Dus wat moeten wij ons voorstellen van de Heer der Wereld? Wanneer ik alle gegevens naga, en probeer zoals je voor zo’n onderwerp doet een beetje in de historie terug te gaan, dan ontdek ik een eigenaardig feit. Er is een lange tijd een bloeiende beschaving geweest op gebieden die men tegenwoordig nog tot de uitlopers van de Gobi, en ten dele zelfs tot het hartje van deze Aziatische woestijn rekent. Er was een twist tussen de priesterkaste en de krijgsmanskaste; de krijgers zouden de priesters overweldigd hebben. Daarna zouden de rivieren steeds minder water gegeven hebben, er zouden allerhande gebeurtenissen zijn, zoals aardbevingen, en er wordt verteld dat inderdaad een aantal mensen zijn weggetrokken, waaronder naar men aanneemt een vorst met zijn voornaamste regeerder, zijn raadgevers en satrapen. En deze zou dus, zeg maar in de buurt van de Himalaya, ergens onder de aarde verdwenen zijn.

De Tibetanen geloven dat dit rijk onder het Hoogland van Tibet ligt. En er zijn een aantal grotten en krochten die door hen worden aangeduid als de toegangen tot het rijk van de Heer der Wereld.

Is er een Heer der Wereld? Ik geloof het niet, althans niet zoals men zich dit voorstelt: een aardse hofhouding in holen onder de aarde, waar toch zonlicht is en weet ik wat nog meer. Dat hoort eerder in de fantastische verhalen van Edgar Rice Burroughs thuis dan in de werkelijkheid.

Maar: we hebben te maken met een bezieling van de aarde. Dat de aarde een eigen persoonlijkheid heeft, is volgens ons on­miskenbaar. Personifieer nu deze heersende persoonlijkheid en zie de samenhangen van die persoonlijkheid eens nauwkeurig aan. Er zijn relaties waarbij de zon domineert, maar waarbij de ver­schillende planeten eveneens een wisselwerking hebben met de aarde, mede bepaald door de baanomloop, enz.

Wanneer we aannemen dat tussen de aarde en die andere planeten en natuurlijk ook de zon een uitwisseling van gedachte mogelijk is, dan zou dit geheel als de Raad kunnen worden beschouwd. Het is opvallend dat in de Chinese astrologie oorspronkelijk het geheel van het horoscoopveld, zoals u weet rechthoekig en gedeeld in driehoeken die onderling aansluiten op elkaar, het paleis werd genoemd en soms het rijk. Verder blijkt dat men aanneemt dat de werkingsgebieden van een dergelijke horoscoop corresponderen met bepaalde personen en raadsheren, dat is bij de opkomst van het taoïsme eigenlijk al voor een groot gedeelte in het vergeetboek geraakt, maar de horoscopie bestond al voordien. In hun denken zou dus inderdaad de zon de heer der wereld zijn. Er zijn heel wat analogieën te bedenken met andere godsdiensten en magische praktijken, waarin hetzelfde geldt.

De werkelijke aarde is de “zetbaas” van de zon. Ik zou haast zeggen. Het is dus Obaloeloe en de meestal aangeroepen Ogalala, die zijn representant of werkzame heerser is. Dan zou je het volgende mogen stellen: de legende van de Koning der Aarde berust op feiten uit een ver verleden die overgeleverd zijn en die langzaam maar zeker zijn opgegaan in mystiek‑godsdienstige opvattingen omtrent de bezieling van het heelal.

Wie zich realiseert dat in het verleden en zelfs nu nog vaak, animisme in feite één van de belangrijkste denkrichtingen was, zal begrijpen dat het personifiëren van dergelijke krachten zeer natuurlijk en vanzelfsprekend tot de mens komt. Wanneer we kijken naar bv. de Germaanse godenwereld, dan zien we ook dat er een ondergang van de goden is. Zij worden tijdelijk verslagen door degenen die behoren tot het ijs en die zich dan ook nog wapenen met de Midgardslang, als een soort bondgenoot, onder aanvoering van Loki de god van het vuur.

Balder, de brenger van leven, maar gelijktijdig ook de personificatie van de relatie aarde‑zon, verdwijnt in de duistere krochten, is blind, dankzij een boompje wat hem in het gezicht is gegooid, ‑ een mistletoe overigens. Hij komt elke zomer toch weer tevoorschijn en heerst en als hij spreekt met de zon bloeit de aarde.

Het zijn allemaal maar eenvoudige verhalen, naar het moet toch wel terugvallen, dacht ik, op een essentiële denkwijze. Dan zeg ik: ja, in deze zin bestaat er een Heer der Wereld. Zijn Raad is het geheel van de wisselwerkingen die binnen het zonnestel­sel mee bepalend zijn voor de gebeurtenissen op aarde, voor het lot van de mensen, en zelfs voor de loop der jaargetijden.

Als de Heer der Wereld spreekt met zijn Raad, hoe moeten we dat dan verstaan? Binnen niet al te lange tijd, ik meen in 1996, treedt er een eigenaardige constellatie op van de planeten die dan praktisch allen aan de kant van de zon staan; alleen de aarde staat aan de andere kant. En dat zou inderdaad een hele hoop eigenaardige verschijnselen kunnen oproepen. Kunnen, niet moeten. Er zijn zelfs mensen die daar hun wereldondergangsgedachten op gebaseerd hebben. Maar: een Raad zou kunnen slaan op bijzondere constellaties, waardoor zeer sterke invloed wordt uitgeoefend op de aarde.

Het stilstaan van het leven in de Tibetaanse legende herinnert mij aan de strijd van Joshua, die de zon beveelt om stil te staan boven het dal van Kedron. Ook hier: “de zon staat stil”. Dergelijke dingen komen wij meer tegen.

Er is iets niet natuurlijks aan de hand. Dat mensen dat voor een keer van een enkeling vertellen, wil ik aannemen. Dat volkeren, over de gehele wereld verdeeld, echter dergelijke overleveringen kennen, tot de Indianen toe, lijkt me minder waarschijnlijk. Daar moet een basis voor zijn.

Laat ons stellen dat het samenvallen van planeten in grotere aantallen aan de andere kant van de zon, ten aanzien van de aarde dus, een reeks verwarringen en verwikkelingen teweeg heeft gebracht in het verleden, die men alleen als het ingrijpen van een soort bovennatuurlijke macht kon verklaren. Dan wordt het ook duidelijk dat de Heer der Wereld in zijn onderaardse Rijk, niet een dodenvorst is, dat zijn rijk geen Hades is, maar dat hij eerder de vertegenwoordiger is van krachten die in de aarde leven, en de wisselwerking van die aarde met alle planeten, en evt. wie weet, met andere sterren. Als het zo is, is het Rijk van de Koning der Wereld niets anders dan een door de natuur ingeschreven noodlot, dat mede de gebeurtenissen en ontwikkelingen op aarde voor een deel bepaalt.

Dan gaan we nu over naar het tweede deel. De mystieke voor­stelling van een Heer der Wereld van een verborgen Rijk treffen wij overal aan waar we te maken hebben met mystiek.

Zo spreekt wen in bepaalde kringen over het verborgen Priesterrijk. In andere kringen heeft men het over het verborgen Rijk van de in­gewijde van de geesten. Zelfs beschouwen sommige mensen, die zich bezighouden met de Witte Broederschap, ook deze als een soort ver­borgen regering, die op aarde uiteindelijk toch wel het lot van de mensen bepaalt. Het laatste is niet waar, ze kunnen alleen proberen het lot van de mensen te leiden (met “ei”, met een lange “ij” zou niemand ervoor voelen).

Deze verborgen rijken zouden iets te maken hebben met de innerlijke mens. In onszelf voelen we vaak ‑ we weten niet waarom ‑ ineens verbondenheden, of we voelen ons gestuwd in een richting die we eigenlijk niet eens in willen slaan, maar die we, ondanks onszelf dan gaan, voor enige tijd, of misschien voor geheel ons leven. Dat is een kracht die ons stuurt en die kracht moet verklaard worden.

Wanneer we begrijpen dat we deel zijn van een totaliteit, ach, zeggen we: het is onze functie binnen die totaliteit om voor zekere impulsen voor anderen te zorgen. Maar wanneer we wat primitiever denken, dan proberen we het te verklaren door te zeggen dat we een roeping hebben, of dat God het wil, of dat het een noodlot is dat ons dwingt. En in de oude tijd werden dergelijke dingen allemaal gepersonifieerd.

De koning der Aarde en zijn Raad, zijn ook voor ons, weerkaatsingen van iets wat in onszelf leeft. Misschien wel een verzet tegen de machteloosheid, waarmee we ons door het leven voelen voortgestuwd, zonder te begrijpen wat er vooraf is gegaan of wat erna zal komen.

Zo bezien word ik opeens herinnerd aan een uitspraak van Jezus, die zegt: het koninkrijk is in u lieden. Als het Koninkrijk in u is, is de Heer van het Koninkrijk, de Koning, ook in u lieden. En als die een Raad heeft, dan is die ook in u lieden. De Koning der Wereld is iets wat ook in onszelf leeft. Product van legenden, overleveringen. Product van personificatie, kwaliteit en eigenschappen, maar gelijktijdig een weerkaatsing van iets wat in onszelf leeft.

Want ook wij zijn in onszelf voortdurend verdeeld, zoals in een raad waar ieder probeert zijn eigen belang te verdedigen tot er uiteindelijk één stem is, een noodlot dat ons dwingt om te beslissen en de beslissing dan ook op te volgen. De legende krijgt opeens leven, ze wordt deel van een nieuwe werkelijkheid.

Wanneer wij spreken over een Koninkrijk dat alleen bereikt kan worden door de verborgen krochten der aarde, spreken we dan niet ook over een waarheid die in onszelf woont? En die alleen bereikt kan worden, wanneer wij door alle uiterlijkheden, weerstanden van ons bewustzijn en onderbewustzijn heen, doordringen tot de essentie van onze eigen persoonlijkheid? En de verdeeldheid waar­over wij spreken, zou die ook niet in ons eigen bestaan gelegen zijn?

Ik weet dat ik nu even iets afwijk van de legende, ik stel het u niet als een geloofsartikel maar eerder als een vraag. Stel dat reïncarnatie een feit is ‑ voor mij is dat zo ‑ stel dat u in vele persoonlijkheden geleefd hebt en ervaringen hebt opge­daan. En stel verder dat de herinneringen aan die persoonlijkheden ergens in uw ego, hoe dan aan ook, aanwezig blijven, dan zal elk van die persoonlijkheden, wanneer er een beslissing is die belangrijk wordt, bezig zijn om vanuit zijn eigen ervaring te spreken. Dan kunnen daar conflicten door ontstaan en is er een kracht nodig die de beslissing neemt.

Al die persoonlijkheden zouden onze innerlijke Raad wel eens kunnen vormen. En de Kracht die uiteindelijk de beslissing neemt, is dan niet alleen maar het noodlot, maar het is als het ware de kern van ons eigen wezen, onze verwantschap met het Goddelijke, waaruit die beslissing wordt afgedwongen, ook al zullen vele persoonlijkheden van de Raad schouderophalend weggaan. Dan is de legende van de Heer der Wereld gelijktijdig de legende van de innerlijke mens. Dan zijn de bijgelovige verhalen over een wereld die stil staat, de verlamming die bij ons optreedt als wij in innerlijke concentratie de buitenwereld voor een ogenblik buiten beschouwing laten. Als u zeer geconcentreerd bent dan lijkt het of de tijd stil staat en pas later constateert u dat in, wat u één moment van roerloosheid toescheen, misschien de klok een uur of meer heeft weggetikt.

De parallellen zijn in overgrote mate aanwezig. Volgens mij is dit een juiste interpretatie. Wanneer u vindt dat het niet zo is, kunt u als het even kan met omkleding van redenen dat na de pauze kenbaar maken.

Waar ik echter tot een werkelijkheid ben gekomen achter een legende, moet ik mij natuurlijk ook afvragen of al datgene wat te maken heeft met deze legenden, zoals ze ook nu nog in bepaalde streken verteld worden, misschien ook terug kan slaan op de mens zelf.

Men daalt soms af naar het onderaardse rijk. Volgens bepaalde Chinese opvattingen ontmoet men daar een draak. Een rode draak, een witte draak en een zwarte draak zijn de drie symbolen die er een grote rol spelen. Je vecht eerst tegen de zwarte draak en daarna, vreemd genoeg, niet tegen de witte, kleur van rouw, maar tegen de rode, kleur van vreugde. Deze draken moet je verslaan om door te kunnen dringen tot de poort van het onderaardse rijk, het verborgen rijk.

Wanneer wij te maken hebben met onze eigen persoonlijkheid dan zijn er in ons onderbewustzijn vele factoren die proberen ons te beletten iets van onze werkelijkheid in onszelf te beseffen en elke keer weer zullen we die moeten overwinnen. Pas wanneer we elke keer weer al die weerzin, al die ontvluchtingspogingen overwinnen, komen we tot een innerlijk rijk waarin vrede is, waarin werkelijk­heid is, waarin openbaring voor ons mogelijk is.

De oude Egyptenaren hadden een dergelijk verhaal in hun dodenboek. Ook daar moet je trappen opstijgen om te komen tot de plaats waar de rechteren zetelen en je zult daar o.m. de schorpioen, de leeuw, de slang ‑ symbolen die vergelijkbaar zijn met de draken – in feite ontmoeten. Met de juiste spreuk, dus met de juiste kennis eigenlijk kun je ze overwinnen en zelfs dan kom je nog in de Hof van het Oordeel terecht.

In andere oud‑Perzische legenden daal je af in een Rijk van de Onderwereld en je kunt aan die onderwereld ook weer ontsnappen, je kunt terugkeren. Maar je moet precies weten wat je moet doen, je moet de juiste prijs betalen voor een overtocht over een meer – dat uit een verterend zuur bestaand – je anders zou vernietigen.

Je moet de juiste spreuken weten wanneer je de koning van de onder­wereld ontmoet, maar als je tot hem doordringt en je overwint als het ware alle hinderlagen, dan keer je terug als een bewuster en wijzer mens. Een deel daarvan vinden we al in een primitieve vorm weergegeven in het Gilgamesj‑epos. Ook hier vind ik weer allemaal parallellen die wijzen op de innerlijke mens.

Misschien is het leven een droom. Een droom die wij gebruiken om de werkelijkheid die wij zijn te ontwijken. De Heer der Wereld is de scheppende kracht, waarvan we deel zijn. Voor ons is dat de enige waarheid. In en met die kracht levende, zijn we als het ware tijdloos, alles staat stil en alles is gelijktijdig volledig aanwezig. Wanneer wij echter die kracht beleven en aanvaarden, dan bestaat de grote moeilijkheid ook weer uit de terugkeer, want wij moeten terugkeren tot onze eigen wereld waartoe we behoren, omdat we daarin in het tijdselement onze taken te vervullen hebben.

Wie het rijk van de Koning der Wereld betreedt zal daar altijd leven, en zo hij ongeroepen komt, een slaaf zijn. Bijgeloof uit verschillende staten in Azië o.a. komt het voor in Laos, Cambodja en in het zuidelijk deel van Tibet. Zelfs in een deel van het vroegere Indochina, tegenwoordig Vietnam.

Waarom denkt men dat je slaaf kunt worden? Als je gevangen bent in je eigen waanbeelden en de werkelijkheid ontmoet, vlucht je voor haar weg, maar wanneer je je waanbeelden dan tot werkelijkheid verklaart, ben je niet meer in staat je taak te vervullen. Je wordt gestuurd door krachten buiten je. Je leeft als het ware in een droom die bepaald wordt door krachten, waarover je zelf geen zeggingsschap hebt.

In bepaalde vormen van esoterie en magie bestaat ook iets dergelijks. Daar gaat het nl. over uittreding naar de werelden van Licht, waar de engelen rondwaren, waar God zelf als het ware zich kan openbaren. De weg daarheen is een weg die duister en moeizaam is en altijd weer ontmoet je een monster en dit moet je overwinnen, elke keer weer, voor je binnen kunt treden in het lichte rijk.

Parallel is aanwezig, maar waarom zegt men dit? Omdat de mens angst heeft voor datgene wat hij wezenlijk is. Omdat hij niet bereid is zichzelf te beleven als een volledige eenheid, maar slechts deel na deel zichzelf durft aanvaarden en bezien. De angst voor wat je werkelijk bent, maakt het je onmogelijk de werkelijkheid te beleven, en zo gaat het verhaal verder, wie overwonnen wordt door zijn angsten zal zijn leven lang door die angsten worden gejaagd. Verhalen van slaven die gevlucht zijn uit het rijk van de Heer der Wereld en dan door geheimzinnige krachten en stemmen achtervolgd worden, tot ze een onnatuurlijke dood sterven, zouden hier als een aardige parallel kunnen dienen.

De legende van de Heer der Wereld is niet alleen maar een ver­haal waarin historische zaken langzaam maar zeker vertekend en ver­draaid zijn, totdat ze een soort verwachting, een soort hoop, heb­ben gewekt bij de mensen, waarop ze zich beroepen wanneer ze niet meer weten hoe het anders moet. Het is wel degelijk langzaam maar zeker geworden: de historie van de mens zelf. Zijn vervreemding van zijn werkelijk wezen, zijn zich verbergen voor de werkelijkheid, zijn ontkomen aan een bewuste erkenning van de invloeden die rond hem bestaan.

En wanneer ik weer even mag afwijken: het is niet zo verwonderlijk dat ik dit stel. Hoeveel mensen vluchten niet weg voor datgene wat ze innerlijk weten te zijn, in religie? Hoeveel mensen vluchten niet weg in wat ze noemen: wetenschap of studie? Hoeveel mensen klampen zich niet vast aan idealen waarvan ze de onvervulbaarheid in zichzelf kennen? Ze vluchten weg voor datgene wat ze zijn, datgene wat ze toch weten dat hun wereld is. En zo’n wereld die vlucht, die kan niet meer doordringen tot de waarheid.

Zou die hele legende van de Heer der Wereld niet langzaam maar zeker het beeld zijn geworden van onze eigen neiging voortdurend weg te vluchten voor alles? En daarnaast onze neiging om steeds weer te rekenen op krachten die in zullen grijpen omdat we het zelf niet goed doen en niet bereid zijn om het beter te doen?

Waar is het verschil: met een Heer der Wereld, die met zijn Raad aan de oppervlakte zal verschijnen, en het verhaal van de mannetjes van Mars, of van een verdere ster tegenwoordig, die neer zullen dalen op de aarde om de mensen die op het punt staan zichzelf te vernietigen, te ontwapenen en te voeren tot het goede leven. Die de aarde zullen ontdoen van alle verontreinigingen, zodat ze weer een ecologisch zuiver geheel worden. Want dergelijke verhalen worden ook verteld, zelfs in deze dagen.

Wij praten onszelf onmacht aan en nemen aan dat de Heer der Wereld een kracht buiten ons is. Niet beseffende dat al wat wij van buiten verwachten en hopen, in onszelf ligt als een potentie, als een kracht, die ook door onszelf waargemaakt kan worden. Dat wij het zelf zijn die in onze gezamenlijkheid die Heer der Wereld kunnen vormen, die weerspiegeling van de zon.

Dat wij zelf de Raad zijn, omdat alle invloeden van planeten kunnen worden samengevoegd in het totaal van de facetten waaruit onze persoonlijkheid en ons bewustzijn zijn opgebouwd. De legende van de Heer der Wereld is een vermomming van onze zelfkennis en ons begrip voor de wereld waarop we leven, geworden tot een legende, tot een schijnbaar zinloos verhaal, omdat wij weigeren te zien wat erin onszelf bestaat.

En daarmee dacht ik dat ik u over deze geschiedenis van de Heer de Wereld in zijn onderaardse Rijk voldoende had geschetst. Is dat niet het geval, dan kunt u na de pauze uw vragen dienaangaande stellen. Ik zal proberen ze zo zuiver en duidelijk mogelijk te beantwoorden.

Ik ben mij ervan bewust dat ik een paar keer van het eigenlijke thema enigszins ben afgeweken. Maar het leek mij belangrijk om de samenhang te laten zien met de innerlijke processen van de mens en de verhalen die hij buiten zich creëert.

Vragen

  • Als je stukje voor stukje merkt wat je niet bent, kom je dan op deze manier er achter wat je wel bent? Is er misschien een min­der omslachtige weg om daar achter te komen?

Tja, wanneer je dus weet wat je niet bent, weet je wat je mo­gelijkheid zou kunnen zijn. Maar het is hetzelfde als het onder­zoek van een onbekende streek op aarde, waarbij je steeds een klein stukje meer in kaart brengt; wat er precies ligt in dat witte ge­deelte dat kun je pas weten als je er geweest bent.

Je kunt dus, dacht ik wel, een klein stukje dichter bij de werkelijkheid komen, maar of je nu op een minder omslachtige manier ook die hele werkelijkheid omtrent jezelf kunt leren kennen, betwijfel ik.

  • Is het bewustzijn van de aardgeest (of van andere planeten) enigermate vergelijkbaar met dat van Meesters; kun je er ook van “het gouden en witte licht” bij spreken?

Ja je kunt natuurlijk alles, maar in hoeverre dat ter zake dienend is, is een andere vraag. Het bewustzijn van een aardgeest is totaal anders dan van een mens. Een Meester echter is een mens die een hogere waarheid kent. Een vergelijkbaarheid hierbij lijkt mij dus praktisch uitgesloten. Je zou hoogstens kunnen zeggen: in de aarde is het bewust­zijnsproces in vergelijking met dat van een mens veel trager, maar om­vat gelijktijdig veel meer details.

En wat betreft het spreken over het witte en het gouden licht: in de betekenis van bepaalde bewustzijnstoestanden boven de norm, geloof ik inderdaad dat je dat kunt doen. Als je het alleen als een kracht-uitstraling ziet – zoals wij die op aarde dus soms kennen ‑ invloeden die we het gouden licht of het blauwe of witte licht noemen, dan meen ik dat die verge­lijking niet opgaat, omdat hun onderling netwerk dermate complex is dat je hier eigenlijk niet van kleuren kunt spreken, of je zou moeten spreken van een regenboog waarbij de verschillende sterkte der kleu­ren voortdurend fluctueert.

  • Die kleuren hebben toch niets te maken met het spectrum van het licht, waarbij men ook allerlei kleuren kent? Dit is toch heel iets anders?

Het is heel iets anders, Maar het is een vergelijking die wij gebruiken, en wel om de doodeenvoudige reden dat een kleur ontstaat wanneer uit de frequenties van het licht alles, behalve één bepaald gedeelte, wordt geabsorbeerd. Dit gedeelte is in feite datgene wat weerkaatst wordt. En de krachten die wij constateren, dat zijn de krachten die tot uiting komen uit een totale kracht, waarvan de rest echter verborgen blijft.

  • Zijn die bewustzijnsvormen ook nog begrensde persoonlijkheden.

Ja, het zijn begrensde persoonlijkheden, zover ik dat kan na­gaan. Hun bewustzijn is gebaseerd op wat wij als mensengeest waar­schijnlijk een evolutieproces noemen, wat zich afspeelt in hun be­lichaming en op hun belichaming. En daarbuiten is alleen een vergelijkbaarheid met omstandigheden van elders waar ze signalen van ontvangen. Maar die ze waarschijnlijk toch ook wel interpreteren volgens de facetten van hun eigen ontstaansgeschiedenis.

Ik meen dus dat je kunt zeggen: dat er sprake is van een be­perkt bewustzijn, omdat het mijns inziens niet zondermeer de gehele kosmos in volledig begrip kan omvangen.

  • Is er iets te zeggen over de aura van de Heer der Wereld, bepaalde kleurschakeringen en eventuele betekenis? En ‑ analoog ‑ iets over de aura van de Zon en/of andere planeten en de Maan?

Tja, dat is een beetje moeilijk. Als je de uitstraling wilt vergelijken met een aura, dan zit je al helemaal fout, dacht ik. Want ze hebben wel een eigen uitstraling, maar die omvat geheel andere delen van het totaal spectrum dan de uitstraling van een mens.

En wat de Heer der Wereld betreft: wanneer het de aardgeest is, dan kunnen we natuurlijk zeggen: zijn uitstraling is in feite blauw. In verschillende varianten blauw. Maar wanneer we het willen zien als de figuur “de Heer der Wereld”, die bestaat in feite niet, dat is maar een beeld wat men aan vroegere, in de historie voorgekomen, gebeurtenissen ontleend heeft en waaruit men een legende heeft gemaakt.

Wat betreft de uitstraling van de Zon, je zou kunnen zeggen: de feitelijke uitstraling van de Zon is purper, dus niet het ver­blindende licht wat u ziet, of het gouden licht wat u van de zonne­schijn ziet. Het zijn gewoon de ontbindingsverschijnselen van de feitelijke uitstraling. De Zon schijnt een zekere mystieke insta­biliteit te vertonen welke voert tot contacten met andere en reacties daarop, die ook uitwerking hebben in de kernwisseling ‑ of moet ik zeggen, de kernuitstulping  en daaruit ontstane hitte­ processen van de Zon zelf

Wat betreft de Maan kunnen we zeggen: haar uitstraling is be­trekkelijk gering, zij ligt vooral in een magnetisch spectrum en ze heeft daarnaast enkele fluctuaties welke doen denken aan zilver­achtig of lichtgroen‑zilverachtig. Wat deze te betekenen hebben?

Ik vermoed dat we ze kunnen omschrijven als polariserende werkingen waarbij de Maan zelf dus in feite in haar bewustzijn reflex is van datgene wat ze ondergaat.

Vergelijking: een kind tussen volwassenen, dat in zijn eigen fantasie en bewustzijnsleven voortdurend door analogieën van het gedrag van anderen wordt beïnvloed.

  • De Heer der Wereld heeft natuurlijk een ontzaglijke grote in­vloed (misschien wel de grootste) op alles wat we “het milieu” noemen. Kunt u daar nog iets verder op ingaan? Wil ze alles in het reine brengen?

Je zou het zo kunnen zeggen: we hebben het hier dus over de aardgeest eigenlijk, de ziel van de aarde. Zij trekt zich weinig aan van de milieuprocessen zoals die zich afspelen, behalve in één as­pect: zij probeert voortdurend een aanpassing te vinden waardoor leven en een deel van levend bewustzijn op die oppervlakte blijft bestaan. In welke vormen dat optreedt is echter voor de aarde zelf van minder belang.

De evolutie die ontstaat, wordt door haar niet ervaren als een ziekte, maar verandering van ecologie is voor haar eenvoudig zoiets als bij u haaruitval of de noodzaak om je te scheren.

  • Kunt u ook de planeetgeest nader karakteriseren? Wat voor persoonlijkheid is dat?

Ja, de aardgeest ‑ ik moet oppassen dat ik niet al te oneer­biedig wordt, want hij is in vele opzichten ver boven mij verhe­ven ‑ zou vanuit mijn standpunt beschouwd moeten worden als een bijna schizofreen geheel. Er zijn een groot aantal factoren in van vorming, van groei, maar gelijktijdig is er een mate van onver­schilligheid in gelegen die in vele gevallen destructief kan werken.

De persoonlijke reacties zijn altijd gericht op een evenwich­tigheid waarin de aardgeest zelf zich, gezien haar belichaming en manifestatie, prettig gevoelt. Daarbij wordt geen rekening gehouden met al datgene wat aan de oppervlakte aanwezig is. Dat is voor de aarde zelf van minder belang.

Haar geestelijke band met de Zon is betrekkelijk sterk. Daarnaast is zij vreemd genoeg sterk verwant met uitstralingen van Jupiter en van Saturnus. Waarom? Ik weet het niet precies. Maar ik neem aan dat in Jupiter bepaalde processen veel actiever zijn dan in de aarde zelf, maar wel vergelijkbaar. En dat ze daar­uit dus bepaalde stimuli ontneemt die zij nodig heeft voor haar eigen denken ‑ zeg maar – haar plannen van belichaming.

Wat betreft de invloed van Saturnus, als deze grotendeels is, ik geloof dat wij hier in de eerste plaats te maken hebben met een relatiekwestie. De eigen relatie met de ruimte is nl. veel intenser voor Saturnus dan voor de aarde en dat daaruit als het ware gegevens ontnomen worden die dan weer weerspiegeld kunnen worden o.m. in de relatie aarde‑maan en die daarnaast gebruikt worden voor interpretatie van bepaalde uitstraling van de zon. Wat de relatie met de Zon betreft, je zou zeggen: dat is bijna een moeder‑kind verhouding.

  • De aardgeest is waarschijnlijk verantwoordelijk voor aardbevingen e.d.; ook actief voor oorlogen en omgekeerd. Waar heeft ze het meest last van?

Ja, een beetje moeilijke vraag. Maar, laten we zeggen dat de aarde een hond is. Wanneer de vlooien gewoon door de haren heen­gaan en ze drinken zo nu en dan, dan voelt de hond zich niet ge­stoord. Zodra een aantal vlooien ruzie krijgen over een bepaald plaatsje waar het bloed goed bereikbaar is, krijgt de hond jeuk en hij krabt zich. De aarde begint dan met aardbevingen of andere abnormale verschijnselen te reageren op bepaalde disharmonieën die ze ervaart. In zoverre is zij dus eigenlijk indirect aansprakelijk voor aardbevingen e.d.

Verder: er zijn bepaalde verschijnselen, vulkanische en andere die eigenlijk voortkomen uit innerlijke processen van de aarde en mis­schien vergelijkbaar zijn met bv. acne bij een mens, u weet wel: vetpuistjes. Dan breekt dus een innerlijke onevenwichtigheid naar buiten uit en ontstaan eveneens verschijnselen die voor het leven aan de oppervlakte destructief kunnen zijn.

  • Kan de aarde ook reageren op destructieve invloeden van de mensheid?

Ze kan het waarschijnlijk wel, maar zover mij bekend doet ze dat zelden of nooit. En dat is ook begrijpelijk, want de historie van de mensheid is één lange geschiedenis van opbouw en destructie. Oorlog is er eigenlijk geweest vanaf, nu ja, als we de Bijbel mogen geloven vanaf het ogenblik dat Kaïn en Abel ruzie kregen, en sedertdien is het niet veranderd. Wanneer er dus een grote, oorlog ontstaat, zal die oorlog op zichzelf op die aardgeest weinig of geen indruk maken. Maar wanneer daardoor grote psychische span­ningen ontstaan en deze een vorm krijgen van absolute disharmonie, dan is het mogelijk dat de aarde daarop reageert, denkt u aan de hond en de vlooien.

  • “Alles is bezield” zegt men wel. Bij mens en dier kan men zich een geest of ziel voorstellen; maar hoe zit het met de bezie­lende kracht bij mineralen, lucht, water en bergen?

Wanneer u zich de moeite zou kunnen getroosten ‑ u moet dan over de kwaliteiten beschikken ‑ om te kijken naar een plant bv., dan zult u ontdekken dat bij de meeste eenjarige planten er een soort spindel van kleurige energie is die naast de plant schijnt te hangen, vooral in de bloeiperiode.

Gaat u kijken bij bomen dan zult u ontdekken dat er een uit­straling is die vanuit de wortel zich enigszins naar boven uit­breidt, bijna peervormig, en waaruit een wat trage vibratie schijnt te komen, alsof er een heel langzaam werkende oscilloscoop aan de gang is.

Zou u kijken naar stenen, dan zou u heel lang moeten kij­ken om een fluctuatie van uitstraling te zien, maar plaatsen hebben wel eigen uitstralingen. Het is dan ook wel duidelijk dat in alles een kracht aanwezig is waarin of waaraan een zeker bewustzijn ver­bonden kan zijn. Dat dit bewustzijn met het menselijke verder niets te maken behoeft te hebben, zal eveneens duidelijk zijn.

Bij bepaalde processen en elementen ‑ ik denk aan lucht, maar ook bv. aan vuur, een oxidatieproces in versnelde vorm ‑ hebben wij te maken met de mogelijkheid voor geesten, wezens met een be­wustzijn, om zich daar tijdelijk of voor langere tijd mee te identificeren. Wij spreken dan ook bv. over luchtgeesten, aardgeesten, vuurgeesten, watergeesten.

Maar watergeesten bv. behoeven zich niet te identificeren met het totaal van alle wateren. Zij kunnen zich met bepaalde verschijnselen in het water, bv. bij een bron, een bepaalde stroming, een waterval, een bepaald ritme van een oceaan of zee, zich vereenzel­vigen en leven dan in al hetgeen daarmee gepaard gaat. Er is dus wel degelijk sprake van een bezieling maar bezieling betekent niet een vergelijkbaarheid met de mens.

Mensen hebben helaas de neiging om bv. dieren sterk te vermenselijken. Die spaniël krijgt altijd meer dan hem toekomt, daarom wordt ie zo vet, want hij kijkt zo melancholiek. Dat beest kijkt helemaal niet melancholiek, hij kijkt alleen.

Of bv. die foxterriër lijkt wel een zenuwlijder. Dat beest reageert volgens zijn jachtnatuur en is daardoor wat abrupter in zijn bewegingen dan u gewend bent. Het beest is helemaal niet zenuwachtig, tenzij u het zenuwachtig maakt. Of bv. die poes zit zo heerlijk te mediteren. Dat beest medi­teert niet. Dat zit in een half dommel te dromen over de muizen waarvoor ze te lui is om ze te vangen.

Ik wil maar zeggen, u maakt van iets zo gauw een mens. Van een aard­geest zou u ook een mens willen maken, vandaar ook waarschijnlijk de Heer der Wereld. Maar het zijn geen mensen.

Een mens is een bepaalde vorm van bewustzijn, gebaseerd o.m. op een bepaald werkingsbereik, een bepaalde leefperiode in een be­paald milieu, bepaalde waarnemingsorganen en daardoor reactiemogelijkheden en beoordelingsmogelijkheden. En wanneer die verschillen, dan krijgen we te maken met en wezen dat geheel anders is, ofschoon de energie die erin schuilt evenzeer uit de totaliteit is voortge­komen als degene die in u op het ogenblik aanwezig is.

  • Kent u een techniek van fotograferen, waarbij als iemand bv. een zaadje fotografeert het toekomstige plantje op de foto komt te staan?

Ja, Kirlian‑ fotografie.

Hij maakt ook foto’s van vrouwen die in verwachting zijn en dan kan ie gelijktijdig foto’s maken van het kind als het een maand, drie maanden, vier maanden is en die zijn vlak na elkaar gemaakt. M.a.w.: wanneer je een bepaald stralingsveld aanlegt in fei­te een magnetisch veld, dan blijkt dat tijd een ander verschijnsel is dan de mens zintuiglijk ondergaat en er kunnen andere tijdse­quenties soms worden vastgelegd, onder condities, met apparaturen die voor de mens schijnbaar in dezelfde tijdsequentie bestaan. Daar heeft u volkomen gelijk in.

Tijd is een waarnemingsverschijnsel. Ze is niet in de eerste plaats een zelfstandige meetbaarheid, anders dan door degenen die een gelijk ervaringssysteem hebben.

  • Op die manier zou dat dus bewerkstelligd kunnen worden?

Inderdaad. Een helderziende kan iets zien wat 20 jaar later pas gebeurt, en als ie zich dan niet vergist en zegt: het gebeurt morgen, maar gewoon zegt: ik zie dat dat gebeuren zal, dan krijgt­ ie later gelijk en zegt iedereen: hoe heeft ie dat nou kunnen weten?

In het geheel van de mogelijkheden van de toekomst steken be­paalde punten boven water. Die zijn zodanig, vastgelegd in de hele historie van de mensheid, dat ze bijna onvermijdelijk zijn.

Wanneer je die dus constateert, komen ze uit. Maar dat is doodge­woon zien terwijl je zelf niet meer gebonden bent aan de normale ervaringstijd.

  • Wat zijn “elementalen” precies?

Elementalen, een naam die gebruikt wordt voor krachten van be­zieling die zich al dan niet, en soms in vorm, manifesteren, ver­bonden zijn aan bepaalde processen. Dus bv. luchtgeesten, aard­geesten, geesten verwant met planten en plantengroei, maar dan meestal niet met een enkele plant; geesten die met processen in de aarde verbonden zijn en die dan gnomen of aardmannetjes worden ge­noemd; wezens die zich uitleven in vuur en die dus overal waar een infrarood ontwikkeling ontstaat boven een bepaalde norm zich plegen te koesteren in deze uitstraling en tot een zekere waarneming van hun omgeving komen, we noemen ze salamanders. Dat zijn elementalen.

  • Maken deze soort krachten dan ook deel uit van “de Heer der Wereld”?

Ja, een beetje moeilijk, ik zou haast zeggen: maken de vlooien deel uit van de hond? Ze leven ervan, en bij bepaalde wezens zou je eerder kunnen spreken van een symbiosum dan van een parasitisme, maar ze zijn afzonderlijke bestaansvormen. Ook wanneer hun aanwezigheid voor de hoofdpersoonlijkheid bepaalde ervaringsmogelijkheden of ervaringsnoodzaken met zich kan brengen.

  • Maken kabouters, elfen, boom‑ en bosgeesten deel uit van de reïncarnatiecyclus?

Niet van de menselijke. Over het algemeen zijn het entiteiten die zich langere of kortere tijd in een bepaalde gedaante manifes­teren, daarbij al dan niet gebonden zijn aan de aanwezigheid van bepaalde levensvormen of bepaalde materiële structuurvormen.

Zij kunnen dan vervluchtigen en zich later in gelijke of vergelijkbare vorm manifesteren wanneer gelijke omstandigheden of mogelijkheden weer optreden. Dit zou ik echter niet een reïncarna­tie willen noemen in de zin waarin dat voor een mens gebruikt wordt.

Daarbij moet verder worden opgemerkt dat de geheugenfunctie van elementalen over het algemeen beperkt is en dat het ook geldt voor kabouters, gnomen, feeën en wat dies meer zij, het kleine volkje dus, dat een grote rol speelt in de volksoverleveringen van vele landen.

  • Bestaan ze werkelijk of zijn ze er niet, maar wordt het in ons bewustzijn, in ons hersendenken omgezet, en zien wij het?

Ze bestaan soms werkelijk. Wanneer ze zich nl. voldoende verdichten kunnen ze een zekere indruk maken op de materie en die ma­terie dus handhaven. Ik wil niet beweren dat ze nu direct ook schoenlapper kunnen worden of zo.

Aan de andere kant wat u waarneemt, zal in vele gevallen eerder een uitstraling zijn, door u vertaald in een beeld dat u uit legen­den en verhalen kent, dan een reële waarneming. Dus meestal is er sprake van een telepathisch ontvangen impuls, welke om kenbaar te worden moet worden omgezet in een of ander figuurtje dat u zich herinnert, zodat de natuurgeest wordt omgezet in tuinkabouter, maar dan wel bewegelijk.

  • Wat is vooral de taak van “kabouters”; worden ze wel 300 jaar oud? Kunnen ze ook, seksueel contact hebben; hebben ze dat ook en brengen ze nageslacht voort?

Aha, u bent geloof ik hier verwant met Rien Poortvliet. Kabouters bestaan niet zo reëel dat ze vergelijkbaar als mensen kunnen worden beschouwd. Ze brengen dan ook geen nageslacht voort, of het moet zijn een splijting van de persoonlijkheid die onder omstandigheden kan plaats vinden, maar is toch een ander proces. En vanuit uw standpunt emotioneel ook een minder bevredi­gend proces dan dat wat bij de mensen gebruikelijk is.

  • Hoe moeten we ons het wezen “Sanat Kumara” voorstellen; is het nog een begrensde persoonlijkheid, zoals de aarde zelf, of meer: het eeuwig‑lichtende in onszelf?

Wanneer u spreekt over “Sanat Kumara” en u gaat daarbij uit van de esoterische benadering, dan is het het onkenbare in onszelf, dat door ons erkend wordt als een stralend licht, dat in zichzelf wel alles omvat maar alleen benaderd kan worden vanuit ons eigen begrips‑ en inhoudsvermogen.

  • Hoe en in welke tijdperken zou hij een rol gespeelt heb­ben bij de vorming van de aarde zelf en bij de vorming van soor­ten en rassen?

Ja, om deze feuilleton kort te beëindigen dan: Sanat Kumara is een vermenselijkte gestalte die door sommigen wordt gezien als een deel van het scheppingsproces. In dat geval is hij echter ge­lijktijdig vaak schepper en vormende natuurgeest of groepsgeest.

Dit is een voorstelling die met de esoterische werkelijkheid weinig of niets te maken heeft.

  • Ook is er het wezen, “de Heer Maitreya”. Hoe moeten we ons dat voorstellen? Is het waar dat hij vanuit de geest een overschaduwen­de werking heeft gehad over belangrijke Meesters en Wereldleraren; in het verleden Jezus, Boeddha, Krishna; nu de huidige Wereldle­raar? Wat is het verschil met bv. de Christus of de Sanat Kumara?

De heer Maitreya is – het spijt me te moeten zeggen – een naam die is afgeleid van een inlands dialect en het eerst in verschij­ning is getreden in een briefje dat uit een geheim vakje viel in de zogenaamde heilige kamer, waar ik meen op dat ogenblik ook Madame Blavatsky aanwezig was. M.a.w. voor die tijd bestond eigenlijk deze uitdrukking niet. Maitreya was de aanduiding van de kracht die een bepaalde era bestuurt en als zodanig komt ze, licht gewijzigd, in bepaalde Sanskrietgeschriften al voor.

Wanneer wij dus zeggen: de Heer Maitreya, dan is de vraag wat bedoelen wij ermee? Als we daarmee een soort persoonlijkheid bedoe­len die menselijk is of menselijk geweest is: nee, deze bestaat niet. Wanneer we daarmee willen aanduiden een bepaalde vormende invloed, die kosmisch ingrijpt en bepaalde tijdsperioden lang kan overheersen, dan is het antwoord: ja, dat is wel juist.

Wanneer wij spreken van de Christus, spreken we in feite over de liefde, ‑ of moet ik zeggen de algemene aanvaarding, dat is juister ‑, die de Al‑kracht kent voor alle delen die daaruit zijn voortgekomen. Wanneer we die dan verder personifiëren in Jezus Christus, dan vermenselijken we aan de ene kant deze kracht, aan de andere kant verheffen wij een Leraar tot exponent van deze kracht in een bepaalde tijd; datzelfde geldt voor de Boeddha, dat geldt voor anderen.

Een wereldmeester of wereldleraar is altijd iemand die afkom­stig is uit de menselijke incarnatie‑cyclus. En dus al bestaan heeft op aarde voor hij tot een dergelijke trap van bewustzijn komt. Op het ogenblik dat hij dan als leraar of meester optreedt, probeert hij het geheel van zijn eigen verworvenheden op eenvoudige wijze aan anderen mee te delen, zodat ze de weg kunnen gaan die hij­ zelf gegaan is. Dat is dus heel iets anders dan een dominerende kracht die vormend optreedt en niet te personifiëren valt.

  • Waar denk u aan bij de term “era” in dit verband? Aan een periode van 2000 jaar of misschien wel aan een miljoen jaar?

Een era omvat over het algemeen rond 20.000 jaar. We kennen de kleine era van 2172 jaar. Deze laatste echter onttrekt u niet aan de algemeen vormende kracht, maar brengt wel andere aspecten daarvan tot uiting.

  • Er wordt soms gemakkelijk gezegd. “de aarde is ouder dan de mens”. Stoffelijk is dat natuurlijk zo, maar als ziel zijn we ‑ als deel van het eeuwig goddelijke ‑ toch even oud, of zelfs nog ouder? Wij (subject) bestuderen de ziel van de aarde, zon, enz. (object), ‑ het object kan nooit ouder zijn dan het subject?

Dat laatste ben ik het volledig mee eens. Het is heel eenvou­dig. Wij allen zijn deel van de Al‑kracht. Wanneer wij dus terug­keren tot de bron van ons bestaan zijn we allen even oud. De be­wustwording die we doormaken is echter verschillend, kan verschillende fasen omvatten en zelfs tegengestelde richtingen vol­gen. Op grond daarvan kunnen wij een vergelijkbare ouderdom van be­wustzijn wel berekenen, maar wij kunnen nooit een totale ouderdom constateren.

  • Ik ken iemand die paranormaal in contact kan treden met ufo’s, en die zegt dat ufo’s van de maan kunnen komen. Daar hebben ze een basis, en ook van Mars, maar ze komen daar van onder de oppervlakte, want ze hebben de basis daarop. Is dat iets wat uit die persoon zelf voortkomt of hebben we inderdaad hier met een zekere realiteit te doen?

Een beperkte realiteit. Er zijn inderdaad in de maan bepaalde basis geweest maar die zijn al lange tijd ontruimd. Er zijn inder­daad bepaalde koepels, zeg maar, krachtvelden in feite, waardoor ook op Venus wezens tijdelijk kunnen vertoeven. Hetzelfde geldt voor Mars, waar die mogelijkheid eveneens bestaat, en verder voor één van de manen van Jupiter. Maar dat wil niet zeggen dat deze dingen op het ogenblik voortdurend in gebruik zijn. U zou ze kunnen vergelijken met de reddingshuisjes voor wadlopers in de Waddenzee Het zijn mogelijk­heden om tijdelijk tot rust te komen en eventueel te kunnen afwachten tot je hulp ontvangt, of zelf de nodige ingrepen te doen bij een zonnestorm bv. wanneer je in de buurt van het zonnestelsel bent en je denkt dat ze gevaarlijk wordt, dan kun je daar schuilen.

Dus dat is de werkelijkheid.

Degene die dergelijke contacten heeft, denkt te hebben, zegt te hebben, zal over het algemeen zijn eigen voorstellingen verknopen aan impulsen die hij ontvangt, die uit die kosmos kunnen komen, maar evengoed uit de geest en zelfs uit de eigen persoonlijkheid kunnen stammen.

  • Er zit dus een zekere waarheid in, maar het is dus gedeelte­lijk waar?

Elke waarheid die een mens ontmoet is een gedeeltelijke waar­heid, omdat de mens de totaliteit van de waarheid niet eens kan verdragen, laat staan begrijpen.

  • Mag ik wat vragen over het laatste stuk wat u zei over dat geestelijk contact mogelijk is bv. met Venus‑krachten. Je hebt daar natuurlijk ook geestelijke krachten?

Neen, dat is niet mogelijk, want er zijn geen Venus‑krachten die ufo’s hebben.

  • Dat bedoel ik niet. Ik bedoel dus de geestelijke kant.

De geestelijke kant is wel mogelijk. Er is zelfs een reeks van magische rituelen ‑ ik wil daar niet te ver op ingaan, dat zou ons te ver voeren ‑, waardoor je je speciaal kunt afstemmen op bezie­lende krachten van andere planeten, op de geest ‑ de heerser van de geesten ‑ van deze planeten, of op bepaalde, meestal belangrijke, dienende geesten die eveneens aan een dergelijke planeet verbonden zijn.

De mogelijkheid bestaat dus inderdaad, maar je kunt ze nooit volledig menselijk uitdrukken en je kunt zowel de ontvangen boodschappen als de verschijning alleen, maar in vermenselijkte en ‑ hoe moet ik het zeggen ‑ menselijk‑geverbaliseerde vorm of menselijk‑verbeelde vorm ontvangen. Nooit in hun werkelijke betekenis of inhoud.

Ja vrienden, dan geloof ik dat we aan het ogenblik zijn gekomen dat ik mag afsluiten. Ik heb ontdekt dat de Heer der Wereld voor u eigenlijk een soort hutsepot is, waarin feeën en kabouters, natuurgeesten en stenen en al die andere dingen te vinden zijn. Eigenlijk hebt u nog gelijk ook. Want al de beelden waarover we zo-even hebben gesproken bij de vraagstelling zijn eigenlijk een deel van onze voorstellings­wereld. En in ons is onze voorstellingswereld bewust of onbewust een soort uiting die gelijktijdig vaak een versluiering van feiten betekent.

Een mens kan proberen realist te zijn, maar hoe kun je realist zijn als je de werkelijkheid niet kent? De werkelijkheid van de mens ligt diep in hem. En de Heer der Wereld is op één of andere manier een gestalte geworden die men kan stellen tussen de werkelijkheid waarvan men zelf deel is en de werkelijkheid die men innerlijk ervaart. Niet voor niets vinden wij in de tien geboden: Gij zult geen vreemde Goden voor mijn aanzijn stellen.

We zijn maar al te zeer geneigd om menselijke voorstellingen en menselijke wensdromen te stellen tussen ons en de totale werkelijk­heid waaruit we zijn voortgekomen.

Ik heb geprobeerd duidelijk te maken dat – al is er enige grond voor het ontstaan van de legende van de Heer der Wereld – voor velen die Heer der Wereld eigenlijk ook een soort ontduiking is geworden van feiten, die ze anders in zichzelf zouden moeten aanvaarden.

Dat wil niet zeggen dat ik de Heer der Wereld verwerp. Ik erken de kracht van de planeet, de ziel van de planeet, de geest van de planeet, zoals ze werkzaam zijn in en rond ons, en mede be­palend zijn voor de bewustwordingsgang die de mensheid op deze planeet kan doormaken. Maar ze zijn niet menselijk. Je kunt niet alle dingen tot mens herleiden. Je moet begrijpen dat je zelf ook niet alleen maar die gestalte bent, die persoonlijkheid, die op dit ogenblik voor jou werkelijk is. Je bent een hele ketting van aller­hande bewustzijnsvormen en gestalten, samengeraapt tot een aspect van een kosmische en blijvende werkelijkheid.

Wij behoeven niet af te dalen in de krochten van de aarde wanneer we doordringen tot de kern van ons eigen wezen, want daarin zullen we dat vinden wat men ook van de Heer der Wereld en van zo­vele andere droombeelden verlangt: de vrede, de kracht, de moge­lijkheid om niet slechts jezelf te zijn, maar jezelf ook nog te uiten in overeenstemming met een werkelijkheid waarvan je deel bent, zonder dat je haar in het geheel kunt beseffen of overzien.

Wanneer ik ertoe heb bijgedragen u bij alle dingen die u ontmoet, zelfs deze toespraak te verwijzen naar uzelf en u duidelijk te maken dat datgene wat u hebt gehoord en verstaan, vooral dat verstaan, voor een groot gedeelte uit uzelf voortvloeit, dan hebben wij vanavond nuttige arbeid verricht.

De werkelijkheid ligt in u, niet buiten u. Wat buiten u be­staat is alleen de vorm die een beperkt deel van de waarheid of de werkelijkheid voor u kan aannemen.

Ik heb het in de inleiding gezegd, en ik zal het herhalen:

Het Koninkrijk is in u lieden.

In u ligt God.

In u leeft de Christus, de Boeddha, al datgene wat meer is dan

zuiver menselijk.

En in uzelf zult u dat kunnen ontmoeten en vinden,

stukje na stukje.

Maar dan moet u uw angsten, de angst voor uzelf, de angst voor

het leven en de verschijnselen daarvan, kunnen overwinnen.

Want alleen degene die in zich de angst voor zichzelf en de

wereld overwint, kan nader komen tot de waarheid,

en haar ondergaande leren haar te beseffen.

En wanneer u het zover hebt gebracht dan bent u voor uzelf de Heer der Wereld.

Ik dank u voor uw aandacht.