De levende en de dode God

uit de cursus ‘God in verschillende gedaanten’ 1985-1986

Zoals u weet zijn wij begonnen met God in Frankrijk. Juist in Frankrijk is iets eigenaardigs gebeurd. Daar ontstond een revolutie. Eerst de Jacobijnenclubs. Op een gegeven ogenblik was God dood. De kerk (God) speelde geen rol meer. Men verhief de rede tot de koningin en de godin van het volk. Ofschoon in deze tijd niet zo nadrukkelijk God overal terzijde wordt gevoegd, geloof ik toch dat wij met een soortgelijk effect te maken hebben.

God is een beetje een machtsbegrip geworden. Er is op het ogenblik, u bent er misschien van op de hoogte, een geschil tussen Rome en de Engelse kerk. Ik meen speciaal de bisschop van Canterbury. Wat gebeurt er? Men wil daar vrouwen tot het ambt toelaten en dat in the high church. De Paus zegt: Neen, als je dat doet dan ontstaat er een veel grotere verwijdering, want Jezus was een man. Als man heeft hij geleefd, geleerd, geleden. Hij is voor ons gestorven en daarom moeten zijn priesters mannen zijn. Nu ja, dat is natuurlijk een leuk argument, maar het bewijst eigenlijk hoe men is vastgeroest in allerlei denkbeelden.

God is een structuur. God is iets dat je voorrechten geeft. God is iets waardoor je meer bent dan een ander. Dan zou ik geneigd zijn een kreet, die een tijdlang in de mode is geweest, hier te herhalen: God is dood. Want de God die wordt geëerd, is niet meer. De levende kracht in ons, het licht dat ons aan alle kanten omgeeft, de eeuwigheid waarvan we deel zijn. Neen, God is een soort machtsfactor die je redelijke kunt benaderen, over wie je kunt debatteren, die je op een bepaalde manier kunt inschakelen zodat het voor jou en jouw denkbeelden het meest gunstig is.

Als ik kijk naar al datgene wat er in de naam des Heren verder wordt verkondigd, dan denk ik ook wel eens, wat is het verschil tussen Billy Graham en een popster. Bij de popster roepen ze ye-ye-ye en bij Billy Graham halleluja, maar dat is het enige verschil.in ons

Al die massaliteit, die vervreemding van de werkelijke krachten, de werkelijke God is de overlijdensacte van de Godheid die een lange tijd de macht is geweest waaraan zelfs vorsten zich hadden te onderwerpen.

Toch is er een levende God. Wij hebben daar al eerder over gesproken, de kracht in uzelf. De kracht waarmee u werken kunt. De kracht die door u werkt. Het leven zelf in al zijn facetten is een uiting van een kracht die wij niet kennen. In elk wezen of het een vlo is of een vlieg, een mens of misschien een sequoia die eeuwen heeft staan groeien en bloeien.

God is een levende kracht, één God, één werkelijkheid. Dit klinkt erg pantheïstisch. Maar als wij een verschil gaan maken tussen God en zijn schepping, dan maken wij onszelf tot de speelbal van de één of andere super kosmische romanschrijver die dan kennelijk behoef­te heeft aan wat romantiek en vooral veel oorlogsromans. Indien wij ech­ter aannemen dat Hij in alle dingen is en wij kunnen Hem vaak beleven als de Heer van alle dingen, dan is er niet alleen een levende God, maar dan is er ook iets dat zin geeft, inhoud, aan het gebeuren.

Wij kunnen natuurlijk de bekende praat uitslaan: Het is jammer dat mensen soms moeten lijden. Nu ja, het is de wil des Heren en wij moeten ons daaraan onderwerpen. Hij, de rechtvaardige, de Al-liefdevolle zal al­les goedmaken.

Ik vind het allemaal erg mooi, maar als je kiespijn hebt, dan komt het dus door God. Dan moet je niet naar de tandarts gaan, maar je moet in stilte en geduldig je lijden dragen. Dat is de stelling. Neem mij niet kwalijk, u kunt het een beetje paradoxaal vinden als het zo wordt gezegd. Als je werkelijk alles doortrekt wat door zoveel echt gelovigen wordt ver­kondigd, dan komt het erop neer:

Als je tandpijn hebt, mag je niet naar de tandarts, want dat is Gods wil en tegen Gods wil mag je niet ingaan. Alles wat gebeurt, is Gods wil. Als de dominee een stommiteit uithaalt, is dat Gods wil. Als er twee treinen tegen elkaar botsen, u kunt natuurlijk de schuld geven aan de bestuurder of aan het falen van de techniek, maar dat is dan Gods wil. Daar is niets aan te doen.

Als je op die manier te werk gaat, blijft er niets over van de zin­rijkheid van het leven. Dan ben je of je het wilt of niet een marionet. Dan zijn er degenen die het hebben over de uitverkiezing. Je wordt al geboren met als voorbestemming de hel of de hemel. Je hebt gewoon een stempel in je nek staan. Je bent gewaarmerkt voor de hemel of de hel. En wat je ook doet, daar kom je terecht, want je bent voor­beschikt.

Als wij met die onzin moeten beginnen, lieve mensen, laten we dan maar liever het z.g. primitieve pantheïsme nemen. Laten we ons maar wenden tot de God die werkelijk leeft, die in alle dingen leeft, die overal is, die niet in een kerk moet worden gezocht, die geen makelaars in vrome gewaden nodig heeft die bijbelwoorden of andere heilige boeken citeren. Een kracht en een God die zeker niet ons dicteert hoe we moeten leven, maar die ons gewoon confronteert met de grenzen waarbinnen wij le­ven.

Wanneer je leert wat sterven is (de meest mensen weten het onbe­wust wel een beetje, want ze hebben wel meermalen geleefd), dan is het dat wanneer je het doormaakt. Dan ontdek je pas waarmee je wordt geconfron­teerd. Enige schaduwbeelden, zelf opgeroepen, belevingsbeelden gecon­tinueerd soms, zelfs hele levens lang. Maar binnen dat alles, wanneer je zegt: ik heb licht, ik heb vreugde, dan gaat het niet meer om de vormen.

Als je in Zomerland bent, mooie huisjes, beestjes, bloemetjes, bijtjes alles wat je hebben wilt, maar wat geeft er de inhoud aan? Het vreemde gulden licht dat er als een soort tintelende, levende zon overheen ligt. Dat is God. De rest is onze fantasie. Als je dat gaat begrijpen, dan zeg je: Ja, waarom zou het alleen maar zo zijn in een bepaalde sfeer. Als het dáár zo is, zal het toch wel overal zo zijn. Een levende God is een kracht die niet de vormen bepaalt, dat laat Hij aan ons over. Hij is die energie, de inhoud. Hij is datgene wat beteke­nis geeft. En dan, denk ik, kunnen we verder gaan. God in alle voorstellingen en gedaanten vanaf de hemelse keizer in China tot een soort natuurgeest bij de indianen en als de Grote Beer bij de eskimo’s. De God in al die gestalten is onze fantasie. Naarmate we dichter komen bij een werkelijkheid, naarmate we meer worden geconfronteerd met onszelf en met de wereld, heeft die God de neiging om te verdwijnen, om weg te dooien als een sneeuwpop. Al die dingen kun je nu wel verkondigen, maar je kunt ze niet meer handhaven. Er zijn te veel zaken die je tegenspreken. Je gaat te veel inzien, je gaat te veel begrijpen. De God sterft. De God van onze fantasie sterft en is vaak dood. Die God die in stand houdt, moeten we niet ontkennen omdat onze fantasie sterft.

Men heeft eens gezegd, God moet je eigenlijk niet in de kerk zoeken, maar in de vrije natuur. Het was één van onze broeders die dat zei. Ik ben het daar grotendeels mee eens, niet helemaal. God is overal waar wij Hem erkennen. Als wij God in onszelf zoeken, dan is al het andere van minder belang. Dan is de vorm niet belangrijk. Of je dan ergens in een klooster zit in Tibet of dat je in een klooster zit hier in Europa, of je priester bent van Rome of een filosoof die aan niets meer gelooft. Als het godsbegrip in je is, is dat de werkelijkheid en dan zijn ze allemaal gelijkwaardig.

Ik denk dat heel veel problemen eigenlijk voortkomen uit die behoefte van de mens om alles in te delen, om verschillen te maken. Natuurlijk, er zijn zaken waarvan je kunt zeggen (in het begin heb ik er een aangehaald): Er is verschil tussen man en vrouw, absoluut. Dat is voor de voortplanting ook noodzakelijk. Maar het mens-zijn van beiden verschilt eigenlijk maar heel weinig. Er zijn enkele, door het fysieke opgelegde psychologische factoren, maar verder gaat dat niet.

God leeft in een vrouw net zo goed als in een man of omgekeerd. God leeft in een kind. God leeft, zoals ik al heb gezegd, in de zon, in de maan, in de sterren, in insecten, in de algen die ergens drijven, in een wat vervuild watertje, overal is God. Het is aan ons om die God in zijn vele gestalten waarin hij voor ons kenbaar of aanvaardbaar is te herleiden. Alles wat we zijn, alles wat we doen, is deel van God, is uiting van God. Alleen onze beleving kan het voor ons wel of niet, deel maken van het grote geheel.

Alles wat gebeurt is ergens vanzelfsprekend, of wij het nu zelf veroorzaken of het door anderen wordt veroorzaakt, want het is deel van een geheel. Als wij spreken tot het geheel met het bewustzijn dat het in ons en overal bestaat, dan kunnen wij de uiterlijke vormen natuurlijk veranderen. Waarom niet. Want die uiterlijke vormen komen voort uit onze voorstellingen. En als wij het met alle geweld willen, misschien kunnen wij het met gedachtekracht zover brengen, dat met kerstmis de kerstman inderdaad met zijn slede en rendieren met Rudolf the red nosed voorop cadeautjes komt rondstrooien in alle schoorstenen tot teleurstelling van de kinderen waar ze thuis centrale verwarming hebben. Waarom zou dat niet mogelijk zijn? Als we er allemaal in geloven, dan wordt het wel waar. Want dat wat wij geloven, proberen we waar te maken. Maar dan is het toch onze waarheid, onze werkelijkheid. Dat heeft toch niets meer te maken met die God waar wij voortdurend zo mee bezig zijn.

Er zijn mensen die zeggen: Bidden tot God is onzin. Misschien. Maar ik zeg u: in uzelf leeft God, in u is de kracht, de macht van God. Als u bidt, spreekt u eigenlijk met uzelf. Maar u spreekt intens, met een overtuiging en daardoor verandert u uw wereldbeeld een beetje. Wie zegt dan dat een gebed niet kan helpen. Het gaat er niet om dat erbuiten een engeltje staat met een registratie en een stempeltje. O, daar wordt gebeden, even kijken, gezondheid goedgekeurd. Stempeltje erop en over een paar dagen ben je wat gezonder. Als je denkt dat het zo gaat, dan ben je vies verkouden.

Aan het einde van alle voorstellingen die we de revue hebben laten passeren, aan het einde van alle filosofieën moeten we terug naar het feit, dat alle beelden en voorstellingen van God die worden verkondigd, dood zijn. Ze zijn niet echt. Ze zijn creaties van de een of andere theologische of misschien esoterische Madame Tussauds wassen beelden der verbeelding.

Maar de kracht die in ons is, leeft. De werking die in ons is, leeft. De werkelijkheid rond ons is doortrokken van die kracht. En met die kracht en met het besef van die kracht kunnen wij boven onze beperkte denkbeelden uitstijgen, omdat wij onze rede niet behoeven te verheffen tot godheid, maar moeten maken tot een instrument waarmee wij onze eigen benadering van de totaliteit, die we niet beseffen, zo goed mogelijk richten.

Ze zeggen wel eens: Ach, als je zo praat, ben je eigenlijk geen diepgelovig mens. Maar moeten we dan geloven in iets wat een feit is. Geloven doe je in onbewijsbare voorstellingen. Beleven doe je in een werkelijkheid. En geloof mij, als het voor een ander nog niet werkelijk is en u beleeft het, dan is het voor u echt en werkelijk. Kies dan voor die mogelijkheid tot beleven die zoveel mogelijk van al het zijnde samenvat. Als wij nu toch zo bezig zijn

God in Frankrijk was een Fransman, een bourgeois met veel grote gebaren. De Italiaanse God? Een z.g. machtige die hier en daar ook nog een beetje oplichterspraktijken eropna houdt. Wat waren de Griekse goden. Dat waren oversekste mensen met een mate van almacht die daardoor in staat waren in hun leven de verlangens te vervullen die onbevredigd bleven bij degenen die het op aarde met minder moesten doen. De goden van Egypte. Zij waren gelijktijdig de dood en de herrijzenis. De goden van India. Zij zijn het onbegrijpelijke dat achter de tijd ligt, ingedeeld in een aantal aangezichten en die dan weer onderverdeeld zijn in zoveel verschillende factoren en machten dat er voor iedereen wel wat bij zit. Allah heeft Mohammed de kans gegeven om te paard de Zevende Hemel te bereiken.

Al die beelden van God en van goden zijn maar de weerkaatsing van wat er in de mensen woont. Als God tolerant is, dan is er een volk dat zoveel welvaart en zekerheid kent, dat het probeert tolerant te zijn. Het lukt nooit helemaal, maar het is een ideaal dat je je stelt, dus is God tolerant.

Als je ergens anders je voortdurend belaagd en bedreigd wordt door anderen en je wilt jezelf uiten, dan is je God een wraakzuchtige, toornige God. “Waarom niet altijd weer worden zij geconfronteerd met denkbeelden die niets anders zijn dan uitdrukking van wensdromen, geprojecteerd in een almachtig wezen. Nu wij aan het einde staan van deze cursus, mogen wij ons toch afvragen of dat niet dwaas is. Ik zeg niet, dat u nu wijs moet zijn, want iemand die denkt dat hij wijs is, wordt daardoor altijd een dwaas.

Realiseer u nu eens dat er iets anders moet zijn dan alles wat er op aarde over God, goden en machten wordt gepredikt. Realiseer u dat de paus ook een toilet heeft in zijn vliegtuig dat hij nog even gebruikt voordat hij naar buiten gaat om de aarde te kussen. En dat ook koningen en presidenten een zekere training doormaken en bij een vochtopname rekening houden met de duur van de plechtigheden die zij hebben te doorstaan. Al die dingen zijn menselijk. Waarom moeten wij daar wat anders van maken? Laten wij gewoon kijken, wat hebben wij in onszelf.

Als je nu goed in jezelf kijkt, dan zie je heel veel twijfels van: zou het misschien; en ergens het gevoel van: als het nu eens. Maar als je die dingen achterlaat, dan blijft er nog iets over. Noem het bestaan, noem het hoop geven of geef het een andere naam, dan blijft er iets over. Als je dat dan op je laat inwerken, dan heb je misschien je eerste werkelijke contact met God, omdat je dan tijdelijk opgaat in een deel van datgene wat de totaliteit mogelijk maakt. Laten we niet te veel proberen om alles in stoffelijke termen uit te drukken. Er zijn ogenblikken dat emoties veel meer echt en waar zijn dan alle stoffelijke feiten.

Er is lang geleden door een spreker van onze Orde gesproken over God. Hij zei toen: Iemand zei: Kijk, al die sterren bij elkaar dat is nu God. Toen nam hij een ruimtevaartuig en ging buiten alles om tot hij eindelijk in het niets terecht kwam. Toen richtte hij zijn blik op alle Melkwegstelsels bij elkaar en wat zag hij? Een reuze amoebe. Het klinkt wat vreemd, maar daarmee wilde hij zeggen: Het onbepaalbare kun je niet bepalen, maar het innerlijk beleefbare kun je wel beleven.

Het is gemakkelijk genoeg om kracht op te roepen, maar het is moeilijk om je van die kracht bewust te worden, als er niet iemand is die haar voor je oproept. En toch is die kracht dezelfde. Als ik u zeg dat u kracht heeft en u erkent dat u haar heeft, dan werkt ze ook. Als ik zeg: Ik zal krachten voor u gaan oproepen (u kent dat bekende verhaal wel) dan zeggen de mensen: Die kracht daalt op ons neer. Die kracht is er. Laten we eerlijk zijn, als die kracht uitgaat, kan ze alleen maar de kracht in u aanspreken. Wat u beleeft, kan nooit de kracht zijn die ik uitstraal, het is datgene wat in u leeft. Dat is het levende en het is ook het onbestembare en het aldoordringbare. Noem dat dan maar God.

De Goden van het verleden zijn gestorven stuk voor stuk. Pan heeft zijn fluit allang ergens aan de wilgen gehangen en dartelt nu met een cocktailvorkje rond in een christelijke hel. Zeus heeft allang zijn plaats met donder en bliksem verruild voor een standbeeld, terwijl in de laboratoria kunstmatig zijn magische banvloeken worden geïmiteerd. Zelfs de God die alle dingen bepaalde is allang voorbij, hij is dood. O, ze spreken misschien nog wel over hem of ze citeren hem. Maar denkt u werkelijk dat ergens in de United Nations of waar dan ook God een rol speelt? Dat is toch te gek

God is dood, lieve mensen, overleden. Overleden aan menselijke zelfoverschatting. Het enige dat overblijft is wat er in de mens leeft. Niet omdat er geen God is, maar omdat die de enige weg is waardoor die God nog kenbaar en beleefbaar is. Mag ik dan zeggen dat de levende God in u lieden woont. Als ik dat mag zeggen, dan moet ik ook zeggen dat de kracht, het scheppingsvermogen, de werkelijkheidsbeheersing zelfs in u lieden woont.

De wereld is niet wat anderen daarvan maken. De wereld is wat uw kracht daarvan aanvaardt. Dat wat in de wereld onaanvaardbaar is, volgens u, wordt door u stilzwijgend toch aanvaard. Daarom bestaat het. Als u het niet doet, dan verandert het.

U bent het die de droomwereld opbouwt die menselijke realiteit heet. U bent de scheppende functie van de kracht die we God noemen. U zult dat altijd zijn. Nu heeft u nog geen begrip van wat u werkelijk bent. Zelfs na de dood duurt het een hele tijd voordat u er precies achter bent hoeveel afleveringen de roman die u leven noemt al heeft gehad. Misschien was u staljongen bij Caligula gezeten achter het paard met stoffer en blik. Caligula had zijn lievelingspaard senator gemaakt. Het was één van de verstandigste senatoren in die tijd.

U bent misscheien monnik geweest of een courtisane, u heeft vele mogelijkheden gehad. U kijkt daarnaar. Dan moet u niet zeggen Het zijn allemaal levens. Het is één lijn. Dat ben ik. Dat is mijn besef van leven. Dat is mijn groei van mijn emotionele aanvaarding en verwerping t.a.v. het leven. En als je dat beseft (in de geest kun je dat soms beseffen, een enkeling bereikt het ook op aarde weleens), dan weet je in al die levens ben ik het geweest, ikzelf, die heeft gekozen voor de vormen en voor beleven. Ikzelf ben medebepalend geweest voor elk beeld van de wereld waarin ik heb gewoond, inclusief de angsten, de vreugden en alle herinneringen die eraan vastzitten. Pas wanneer ik al die dingen kan samenvoegen en kan maken tot de eenvoudige waarheid van leven, zal ik niet meer worden beheerst door mijn droombeelden.

Wat ik u zeg, hangt direct samen met de tijd waarin u leeft. Het is een tijd vol illusies. Vele mensen zullen, omdat ze niet meer weten waarheen ze gaan, ofwel grijpen naar de destructie, dan wel grijpen naar de een of andere God, als er maar iemand is die zegt hoe ze moeten zijn, hoe ze moeten leven. Het zijn echter alleen degenen, die hun eigen innerlijke weg van leven vinden, die de toekomst helpen bepalen. Niet door de feiten, maar door de gevoelswaarde, de kracht die zij uit zichzelf op die manier voortbrengen.

U wordt belaagd door vele dromen en angstdromen. Heeft u zich wel eens gerealiseerd hoe sterk op het ogenblik in deze wereld de angst is voor allerlei dingen: Vooral niet te veel dit eten, niet te veel dat drinken, niet te veel roken, niet te veel zus, niet te veel zo. Er zijn atomen die gevaarlijk zijn. Niet meer het land bemesten, want dat is… enz. Zij hebben wel voor een deel gelijk, want de effecten waarin ze geloven, maken ze waar. Wordt uw wereld niet door angsten beheerst? Bent u niet voortdurend bezig u te verdedigen tegen iets waarvan u niet eens weet wat het is

In een dergelijke wereld heeft u houvast nodig. Die houvast kunt u, hoe goed ze op zichzelf misschien zijn of bedoeld zijn, niet vinden bij de één of andere vredesbeweging, bij Greenpeace of wat dan ook. Die kunt u alleen van binnen vinden. Daar ligt uw zekerheid, daar ligt uw levende God. Daar ligt uw weg naar een bewustzijn dat niet alleen de toekomst voor zichzelf en anderen nieuwe vorm kan geven, maar vooral een bewustzijn dat zich aan tal van die gebondenheid van vormen, al die schijn van redelijkheid, kan gaan onttrekken om te komen tot een werkelijk besef van alle samenhang en een deel zijn daarvan. Daarom beëindig ik deze cursus met de volgende betrekkelijk simpele verklaring

Elk levend wezen is een deel van dat wat wij God noemen. Wie zich bewust is van deze kracht heeft geen God buiten zich nodig. Wie zich bewust wordt van datgene wat in hem leeft, kan een harmonie vinden met al wat leeft. Wie in zich aanvaardt dat buiten alle schijn van rede en redelijkheid om, ja, buiten alle filosofische veronderstelling, er een werkelijke kracht in het ik bestaat die in stilte en in rust spreekt. Hij heeft de sleutel gevonden tot de werkelijkheid. U leeft dan beter dan God in Frankrijk. Dan zult u zichzelf niet willen bekleden met macht of waardigheid omdat u weet dat het voldoende is te zijn en deel te zijn.

Wij danken u voor de interesse waarmee u vele van deze lezingen heeft gevolgd. Wij hopen dat u er iets in heeft kunnen vinden dat het u mogelijk maakt iets vrijer te worden in uzelf en daardoor iets meer afstand te nemen van de vele stuwende factoren die de maatschappij met haar denkbeelden voortdurend op u afstuurt.