De levensleer van Jezus

17 juni 1986

Aan het begin van deze bijenkomst moet ik u zoals altijd vertellen dat we niet alwetend of onfeilbaar zijn. Denk a.u.b. zelf na. Stelt iemand een onderwerp voor?

Als iedereen ermee instemt, zou u dan willen spreken over de levensleer van Jezus, praktisch gezien?

Ja dat kan, onder een voorwaarde: Dat niemand zich op de tenen getrapt voelt want Jezus levensleer en de praktijk van het christelijk leven, nou ja, laat ik het zo zeggen: Het verschil tussen het niveau van Antwerpen en de top van de Jungfrau.

Wanneer we denken aan Jezus, dan vergeten we heel vaak dat Hij leefde in een andere tijd. Het was de tijd van de kleine koningen, van de Romeinse veroveringen. Het is de periode van achterdocht, naijver, van allerlei standsgevoelens en in deze tijd werd Hij geboren. Dat die geboorte zo wonderbaarlijk is als zij wordt beschreven, ach, daar kun je eventueel wel een vraagteken bij zetten denk ik. Want we horen soortgelijke verhalen over allerlei anderen bijvoorbeeld bij de geboorte van de laatste Boeddha, gebeurtenissen bij de geboorte van andere wijzen en wijsgeren, zoals Franciscus van Assisi. Zijn moeder moest ook in een stal bevallen en zo kunnen we doorgaan.

Maar wat is dat kind Jezus? In de eerste plaats een wezen dat veel ouder is dan de lichamelijke leeftijd toelaat te veronderstellen. Jezus zegt het zelf: Voor Abraham was, was ik. En aangezien Hij dat zegt in een tijd waarin alles letterlijk wordt genomen, bedoelt Hij dus kennelijk dat Hij op aarde is geweest.

Dan: Jezus wordt opgevoed. Maar hoe? We weten van een vlucht naar Egypte. Uit enkele apocriefen, bijvoorbeeld het Thomas evangelie krijg je daar wel wat gegevens over en het ziet er sterk naar uit dat Maria, Jozef en Jezus een tijdlang geleefd hebben in een Esseense nederzetting. Dat zou in de opvoeding van groot belang kunnen zijn. Opvallend is verder dat er in de familie kennelijk ook relaties zijn met de Essenen. Anna bijvoorbeeld heeft een zoon die later eveneens als profeet optreedt maar die in zijn denken en in zijn prediking toch heel dicht ligt bij het Esseense denken, met dien verstande dat zijn Messiaanse gedachte daarvan sterk afwijkt.

Jezus wordt ouder. Hij heeft kennelijk allerlei lessen gehad in godsdienst: Anders is het niet te verklaren dat Hij in de tempel wordt ondervraagd. Dat was namelijk een gelegenheid om te bewijzen dat je geestelijk rijp was, dat je een ware Jood was.

Dan krijgen we te maken met Jezus waarvan bijvoorbeeld gezegd wordt dat Hij voorlezer was in allerhande synagogen en dat Hij toespraken houdt en uiteindelijk wordt Hij er uitgegooid. Die Jezus is een mens die zich vrij heeft gezet van heel veel dingen, niet om maar direct in opstand te komen, Hij is geen opstandeling, maar gewoonweg om te voorkomen dat Hij door de regels geleefd wordt. Hij doet alles om zelf te zijn, om zelf te leven. De uitleg die in het Christendom later wordt gegeven aan vele fasen van zijn leven is een klein beetje anders, denk ik, dan datgene wat Hij in zijn tijd zelf was en beleefde.

Toch kunnen we uit zijn leer toch wel het een en ander aflezen. In de eerste plaats: Hij heeft absoluut geen bezwaar tegen andersdenkenden.

De Samaritaanse vrouw, ze was nog vele malen gehuwd geweest ook en dat was ook al iets verschrikkelijks in de ogen van een aantal zogezegd fijngevoelige mensen, Hij blijft bij haar, praat met haar, helpt haar, geeft haar als het ware iets van zijn rust en van zijn wijsheid.

Wanneer Hij geconfronteerd wordt met de overspelige vrouw dan weet Hij onmiddellijk dat Hij niet tegen de wet in mag gaan. Hij kan niet zeggen: Doe het niet, want dan zou Hij ingaan tegen de geest van het volk. Maar Hij kan wel iets anders doen. En als ze dan zeggen: Ja, is het niet terecht wat wij doen? Die uwer zonder zonde is, die werpe de eerste steen. En daarna begint Hij in het zand te schrijven. Nu hebben ze weleens gevraagd: Wat schreef Hij dan. Niemand weet het. Misschien alleen maar tekens. Maar een collega van mij die vond een aannemelijke verklaring: Hij schreef de klantenlijst van deze vrouw op.

Diezelfde Jezus is kennelijk ook niet zo voor de ijver. Als Hij bij de twee zusters komt dan krijgt Martha te horen dat Maria heus wel het recht heeft aan de voeten van de meester te zitten en dat de ene op de ene manier handelt en de ander op de andere. Dat het uitstorten van kostbare reukolie geen verspilling is omdat het met een bepaalde intentie gegeven wordt en dat het beter is zo te geven dan uit te rekenen hoeveel het kost en het aan de armen te geven. Het is dus kennelijk niet iemand waarvan je kunt zeggen: Hij lag dan toch wel heel dicht bij datgene wat wij tegenwoordig maar al te vaak horen.

Jezus geneest zieken en daar kunnen we dan ook weer over vechten. De wonderen die Hij gedaan heeft, zijn misschien niet allemaal wonderen volgens onze huidige en technische opvatting, maar in ieder geval, Hij hielp iemand. Als Hij tegen de jongeling die werd neergelaten in zijn bed zegt: Uw zonden zijn u vergeven, neem uw bed op en wandel, dan vergeet die jongen helemaal dat hij denkt verlamd te zijn en hij loopt nog met dat zware bed te sjouwen ook. Wonderen genoeg. Maar het grootste wonder is misschien wel dat iedereen die met Jezus in beroering komt iets ondergaat en dat ondergaan dat kunnen we alleen verklaren als er meer is dan alleen de woorden. Zeker, er zijn gelijkenissen in volgens de rabbinale traditie van die tijd. U kunt het in bepaalde orthodoxe richtingen tegenwoordig nog horen, die manier van spreken. Maar wat doet Hij: Hij straalt iets uit. Hij is iets meer dan Hij schijnt te zijn. Hij zoekt meer dan hij zegt en Hij maakt er ook zo geen hele productie van, van ik zal eens even een dode opwekken. Hij ziet dat meisje, daar liggen op dat rustbed. Iedereen aan het klagen en Hij wil troosten, kijkt eens en zegt: Ze is niet dood, ze slaapt. Hij maakt haar wakker. Hup, ze staat op. Was dat kind schijndood of bewusteloos? We weten het niet. Maar daar gaat het niet om. Het is zijn manier van doen. En wanneer de apostelen bij Hem komen en op een gegeven ogenblik zeggen: Ja maar Heer, er zijn anderen die genezen in Uw naam, in den naam des Vaders. Zegt Jezus: Het is toch prettig dat ze dat doen. Wat maak je je druk? Wanneer ze dat doen, is het goed. Punt. Hij zegt niet: Je moet bij ons horen en dan mag het. Dus als er iets is wat je kunt zegen, ook dogmatisch is Jezus niet. Wanneer ze bij Hem komen, de Farizeeën over de inhouden van de wet, de Sabbat, zegt Jezus: Ja maar, wanneer ik iemand help op zondag dan is dat geen werken, en zelfs als het werken zou zijn, dan zou ik mijn Vader meer welgevallig zijn door te helpen dan door te rusten.

Als u dit als inleiding neemt, dan kunt u gaan begrijpen wat die levensleer van Jezus inhoudt. Ik kan dat allemaal wel gaan beleggen nu met citaten enz. De discrepanties aantonen tussen de interpretatie van de verschillende apostelen: Paulus-Petrus. Zelfs Bartholomeus heeft een brief geschreven die er niet bepaald om liegt en zeggen: Ja kijk, dat is anders dan de Meester het gezegd had. Dus hun interpretatie. Maar Jezus zou er nooit boos om zijn geworden, want zijn leer is: God is in en bij elke mens. De kracht van God woont in en bij elke mens. En wanneer je dat begint te begrijpen dan zie je ook waarom Jezus het ook niet zo belangrijk vindt dat mensen allerlei dingen op de een of andere manier netjes doen en dat het zo hoort en alles netjes afwegen of dit nu beter is dan dat.

Het is bij Hem eigenlijk zo dat Hij uitgaat van het denkbeeld: Er is maar één ding belangrijk: dat wij God in de ander erkennen, dat wij God liefhebben boven alle dingen. Maar daardoor degene die drager is daarvan, onze naaste, wanneer wij ermee in contact komen, dat we die liefhebben als onszelf. Want er is geen verschil. Er is geen verschil van rang of stand. Er is alleen verschil in uiting.

En op dat punt zou je Jezus leer dan weer heel kort samen kunnen vatten: Ieder die je ontmoet en die je nodig heeft, is je naaste. Er bestaan geen wetten voor het helpen van anderen. Er is slechts de innerlijke erkenning waaruit de hulp voortkomt. Er is geen wet die zegt waar je moet helpen en niet moet helpen. Er is geen wet die zegt wat heiliger is. Er is alleen je innerlijke wet die zegt: Ik ben deel van mijn naaste. Ik leef voor mijn naaste. Mijn naaste leeft ook voor mij. Daar waar ik nood herken daar zal ik helpen. En waar mijn naaste mij helpt zal ik God dankbaar zijn en niet mijn naaste.

Wat is recht? Wat is wet? Volgens Jezus is het zo: Regels en wetten moet je respecteren zolang ze niet in strijd zijn met de hoogste en innerlijkste wet. Daar waar in ons, in ons weten, ons besef, Gods wil in een bepaalde richting gaat, vallen alle andere wetten weg. Wij oordelen niet over wat beter is en wat slechter. Wij erkennen wat bestaat. Maar in die erkenning gaan wij onze weg. Nederig, want we willen niet op de voorgrond treden, maar wel zodanig dat we eventjes doen wat nodig is. Wanneer iemand ons nodig heeft, helpen we hem. Wanneer iemand een ander nodig heeft, dan halen we die ander om hem te helpen. Geen kwestie van collectes en van grote radio- en T.V.-acties, al was dat er niet in Jezus tijd hoor. Maar dan waren er ook al bepaalde groepen die rondtrokken om iets te verzamelen om in de tempel te zetten en zo, of misschien om wat te doen voor een gemeente die getroffen was, in een ander land, in een andere plaats. Jezus heeft zich daar nooit druk over gemaakt. Hij zei: Wat heb ik er mee te maken?

Daar is God, hier is God. Als God daar werken wil, hoef ik mij er niet mee te bemoeien. Maar wanneer in mij God werkt en ik herken een nood rondom mij, dan moet ik dienen, werken.

Dat zijn allemaal dingen waar de mensen een beetje raar tegenaan staan te kijken. Waar blijven we dan met de politiek? Als je het aan Jezus had gevraagd dan had Hij gezegd: een leugen is een leugen ongeacht de noodzakelijkheid waaruit je meent dat ze voortkomt. En als je Jezus gevraagd had: Wat is economie? Dan had Hij gezegd: Geef aan ieder wat hem toekomt. Dat is geen economie, dat is eerlijkheid. Wanneer economie berust op oneerlijkheid, is zij in wezen de ondergang van de mens. Dat moet je in deze tijd niet zeggen, natuurlijk.

Vroeg men Jezus in die tijd, laten we aannemen dat Hij in die tijd daarvan had kunnen weten, anderen daarvan hadden kunnen weten Jezus, wat denkt U over een atoomcentrale? Dan had Jezus gezegd: Ach, als degenen die daarmee werken, daar wonen, wie zijn wij om hen dat te verbieden. Maar wanneer ze u dwingen daarin te werken en zelf elders wonen, dan zult ge uw eigen beslissing moeten nemen. Zo bekeek Hij dat.

De levensleer van Jezus is eigenlijk heel eenvoudig, helemaal niet zo complex en ingewikkeld, zelfs niet meer op basis van de tien geboden. Die worden eigenlijk ook overbodig: Ik ben nu het einde van het Oud Verbond. Letterlijk: liefde, genegenheid, bereidheid om anderen te helpen, te dienen. Geen bankboekje kan belangrijker zijn dan de medemenselijkheid. Geen onderneming is belangrijker dan de medemens. Strijd? Oorlog? Is het leven van de medemens niet kostbaarder dan alle illusies en denkbeelden? Voor Jezus is het toch eenvoudig: Heb uw naaste lief gelijk uzelf en God boven alle dingen. Klaar! Als u iemand werkelijk liefhebt en God boven alle dingen, dan ga je een ander niet vermoorden. Dan ga je ook niet stelen tenzij je het nodig hebt maar dan zou die ander je begrijpen en zeggen: Ik gun het je. En als men Jezus zegt: Bezit is toch ook belangrijk zegt Jezus: Nou ja, waarom eigenlijk? Kijk naar de leliën des velds. Ze zaaien niet, ze maaien niet, ze spinnen niet, ze weven niet en toch zijn ze schoner gekleed dan Salomo in al zijn glorie. Waarom? Om duidelijk te maken, bezit is onbelangrijk. Zolang je gedreven wordt door bezit, vasthangt aan bezit, dan ben je eigenlijk bezig jezelf af te sluiten van God.

U hoeft het er niet mee eens te zijn. We kunnen zeggen: In de moderne tijd kan dat niet. Maar zo heeft Jezus het bedoeld, zo heeft Jezus het gezegd. Jezus heeft ook niet gezegd: Mensen denk erom, we zullen bepaalde figuren aanstellen om u te genezen en duivelen uit te drijven. Hij zegt tegen ons: Je hebt nu genoeg van mij geleerd, ‘t is tijd dat je ook eens wat gaat doen. Ga uit, genees de zieken, drijf duivelen uit in mijn naam en in de naam des Vaders. Ja Heer, maar dat kunnen we niet. Als de Vader met je is kun je. M.a.w. Stel je nu niet aan en zeg niet we kunnen het niet. Als je wilt is er een weg.

En ook erkenning vindt Hij helemaal niet belangrijk, eigenlijk. Het kan persoonlijk belangrijk zijn natuurlijk. Maar voor Jezus is die erkenning niet iets waar het om gaat. Hij zegt doodgewoon: Wat geeft het nu of ze jou groot of klein, heilig of dwaas noemen. Je bent toch jezelf? Zolang je in jezelf leeft met de kracht die in je woont, doe dan de dingen die nodig zijn. En als ze er niet van willen horen, ga rustig verder. En als de hele stad er niet van wil horen, jammer, er zijn meer steden. En zeg dan ook niet: Ik moet nog extra sandalen meenemen, ik moet de een of andere kredietkaart op zak hebben, want als je Gods werk doet, zorgt God. Als je daarin vertrouwt, wordt het waar.

Daarmee krijgt u misschien toch een ander beeld dan het gangbare. Als de apostelen zeggen: Ja maar Heer, hoe moet het nu allemaal verder? Ja, waar twee of meer van u tezamen zijn daar ben ik in hun midden. Niet, je moet een kerk bouwen, een tempel stichten. Doodgewoon, kom maar bij elkaar, denk aan mij dan zal ik met jullie zijn want ik leef in God maar ook in allen die mij gedenken.

En dan zit je ook weer met een probleem. Maar wat moeten we ermee? Tenzij u bezwaren hebt zou ik graag een paar praktische conclusies willen trekken, mag dat? Wanneer wij de levensleer van Jezus willen volgen, dan moeten wij in de eerste plaats leren vertrouwen in de kracht die in ons woont. Wij zijn niet zwak. Wij zijn niet slachtoffer. Wij zijn deel van God. We maken dat werk wat in die God woont op onze manier waar. Wat er ook gebeurt, we hebben de kracht om het te dragen. Wat ook de taak is die ons wordt opgelegd, al is ze schijnbaar onmogelijk, we zullen de kracht vinden om haar te volbrengen, want in ons leeft God, in ons is de kracht, in ons is de werkelijkheid. We moeten niet beginnen met de wereld te verbeteren. We moeten beginnen met onszelf te zijn. We moeten niet beginnen te preken wat een ander moet doen. We moeten zozeer zelf zijn dat de kracht die van ons uit gaat doordringt in die andere. Die andere mogelijk maakt om te beseffen op zijn eigen wijze. Dat kun je niet met woorden doen, niet met tekstboeken, niet met allerhande mooie argumenten. En ik geloof dat je dat in deze tijd wel kunt doen.

Weet u, veel mensen dromen. Er zijn duizend en één droombeelden en die worden meestal een beetje verscholen achter allerhande termen. Wanneer men tegen u zegt: democratie. vraagt u dan eens: Wat bedoelt u daarmee. Als ze het hebben over ideaal, vraag: Wat bedoelt u daarmee? Als ze het hebben over onze plicht tegenover het vaderland, vraag: Hoe ziet u dat dan? Lege leuzen. Moeten we opruimen. Zeker, ze mogen rondom ons bestaan, we hebben er niets op tegen. Maar wie werkelijk wakker wil worden die moet toch beginnen met dergelijke illusies eens een keer van zich af te schuiven.

Natuurlijk: er zijn dingen die belangrijk zijn en misschien heet zo’n ding vaderland. Maar dan moet je weten wat het betekent en waarom. En misschien bestaat er iets als democratie en iets als rechtvaardigheid, maar laten we ons dan wel afvragen wat we met het woord bedoelen.

Laten we proberen terug te keren naar de eenvoud van denken. De eenvoud van denken die niet is de simpelheid van mensen die droombeelden in de plaats van de werkelijkheid stellen. Ach, ik weet het, ik ben een zondaar. Ik heb veel gezondigd in mijn leven. Maar ja. Ik heb gebiecht, ik heb een kapel laten bouwen, ik heb wat nagelaten aan de nonnetjes en de paters en de kerk, dan krijg ik toch een plaats in de hemel. Nu, neem me niet kwalijk, als zo iemand een plaats in de hemel krijgt, dan weet ik wel wat voor een het er is. Een waarbij spijkers door de stoel zijn geslagen met de punt naar boven. Ga daar maar lekker zitten. Ik bedoel: dat is waanzin.

Wat je leeft en wat je bent dat kun je toch niet eventjes ongedaan maken met een handigheidje of met een check. Wat je doet, wat je leeft, veroorzaak je zelf. 0 niet alles natuurlijk. Er zijn de omstandigheden en er is: Ja, we hebben toch onszelf misleid of anderen hebben ons misleid. Maar ga terug naar de kern en vraag je af: Waar is het mee begonnen? Hoe is het eigenlijk geweest? Dan zie je jezelf en dan zeg je niet: Och maar God, wat heb ik allemaal…? Nee, dan zei; je: 0, dus zo was het? Dan kan ik een ander niet aansprakelijk stellen. Ik ben het en ik kan het aan. Dan zeg je ook niet, neem het mij niet kwalijk hoor, nog een zieke? iemand met hoofdpijn? Kan genezen weet u. Gelooft ge in God? Dan zal Hij u bevrijden. Lieve mensen! Natuurlijk, als een ander je nodig heeft en je hebt kracht, dan geef je die. En als er iemand komt die troost nodig heeft en je denkt: Hij heeft meer nodig dan straal je het uit en zeg je niet: ik ga dit of dat doen. Je doet het! Als iemand zegt: Ik ben zo bang om te sterven, dan zeg je niet: Je gaat niet dood hoor. Dan ze je: Ach, weet je, je hebt je leven geleefd en er zijn zoveel mooie dingen. Je hebt zoveel goeds gedaan misschien en je hebt zoveel betekenis. Kijk eens naar al die mensen die nog naar je komen kijken. En ondertussen probeer je ze de kracht te geven om langzaam maar rustig in te slapen en zo slapend die stap te maken waar ze zo bang van zijn en die uiteindelijk heel weinig betekent.

Weet u, het is allemaal: Wat maak je ervan? Er zijn mensen die kunnen niet geloven dat een ander iets doet om niets. Het is wel waar. Als er iemand komt en die zegt: Weet je wat, ik zal je huis schilderen, dan zeg je: Ja. Ik vind het wel prettig. Wat kost het? Niets. Maar wie betaalt het dan? Niemand. Gaat u dan maar weg, dat vertrouw ik niet. Natuurlijk, het is een waanzin ik weet het. Maar er zijn mensen die iets gewoon doen omdat ze een ander willen helpen. Er zijn mensen die hun best doen en meer dan dat kun je niet. In deze moderne tijd kun je niet beginnen met te zeggen: We moeten terug naar Jezus tijd. Het is onmogelijk. Niet denkbaar. Je kunt alleen maar zeggen. In deze tijd probeer ik de essentie van wat Hij was, zelf te leven. En dat kan ik alleen wanneer ik eerst probeer te aanvaarden zoals ik ben. Te erkennen dat toch God in mij woont. Ja, er in mij een kracht is, ik hoef het geen God te noemen. Noem het de Oerkracht, de Levenskracht, het Gouden Licht. Geef het een naam. Stoor u er niet aan dat het zo vroom klinkt. God is nu eenmaal een gebruikelijk woord. En doe dan als Jezus. Wees uzelf met al die anderen en voel u betrokken met al die anderen. Beoordeel ze niet, maar help ze. Wanneer ze iets misdoen, vergeef het ze. Als we lezen in het Evangelie dan zijn de laatste woorden van Jezus geweest: Heer, vergeef het hun, ze weten niet wat ze doen. Dat is een gebed dat zou je heel vaak in de moderne tijd kunnen herhalen, want er gebeurt nogal een en ander.

Maar wat wilt u? Dat is de grote vraag. De levensleer van Jezus is de leer van het leven met in die kracht het deel zijn van de Christus en dat is niet zomaar iets. Het brengt consequenties met zich mee. Je kunt niet zeggen: Heer, o heden is het zondag. Heer, in nederigheid lig ik aan uw voeten geknield. Heer, geef mij Uw zegen. Heer, vergeef mij mijn zonden want morgen is het maandag en dan moet ik weer zakendoen. Dat kan toch niet. Je kunt toch niet een verschil maken in wat je bent tegenover God en tegenover de mensen. En Jezus in de Christus, zoals wij hem noemen, Christos eigenlijk, is het beeld van de liefde, de goddelijke liefde. De aldoordringende, de alomvattende liefde. De liefde die niet eist, maar dient. De liefde die niet heerst, maar dient. De liefde die aanvaardt en niet verwerpt.

We zijn allemaal deel van die kracht. De ene een heel klein beetje en de ander misschien heel veel. En wat maakt het uit? Als ik zeg: De Christus is hier, in ons, met ons, tussen ons, dan is dat geen ijdele taal, geen retorisch argumentje. Dat is een feit want we houden ons bezig met datgene wat het meest belangrijk is van alle dingen, datgene wat alle cycli samenbindt, datgene wat de inhoud betekent van alles wat schepping is. Iets wat waarschijnlijk de oorzaak is waaruit het ongekende tot uiting is gekomen. Dan gaat het over de kracht die voor ons allemaal van betekenis is en dan moeten we niet zeggen: Ja maar, hoe moeten we dan dit of hoe moeten wij dan dat? Moet je weten in jezelf. Je moet weten hoe in jezelf een verbondenheid met anderen, een liefde voor anderen zich uiten kan en dat hoeft dan niet te zijn speciaal op de een of andere manier. Zolang ze maar het geheel van al wat je voor de andere doet, dienend a.h.w. tot uiting brengt.

Ik weet niet of u gelooft zoals zovele mensen helaas geloven. Vele mensen geloven namelijk dat er middelaars nodig zijn. Ze beginnen bij Sint Juttemis en die vragen ze of hij aan Jozef wil vragen dat die aan Maria zou vragen om aan Jezus voor te leggen of de Vader misschien dit of dat zou kunnen doen. Als je het bekijkt van buitenaf, is het niet onredelijk. Maar als ik u nu zeg: God leeft in u, waarom heb je dan nog iets anders nodig? God is in u. De Christus is met u, in u, verbonden met uw wezen en met uw kracht. Wat hebt u anders van node. Maar dan moet u die kracht aanvaarden zoals ze is, niet met voorwaarden, maar zoals ze is. Dan moet je die kracht in je opnemen, niet als een bijzondere gave, maar als een deel van je eigen wezen. Het klinkt krankzinnig als je tegen de mensen zegt: Leef God. En toch is het waar. Hierin ligt je bestemming, je doel en ieder heeft zijn taak. Zoals Judas nog door Jezus op het kritieke moment van zijn verraad nog werd aangesproken met: Vriend. Er is geen verwerping tenzij wij verwerpen. En zelfs als Jezus nu eens niets te maken had gehad met andere krachten, als Jezus een legende zou zijn, er zijn mensen die het zeggen, zou het dan nog niet een wonder zijn dat zo’n mens geleefd heeft? Zou dat niet een teken zijn dat er in de mens veel meer is en veel meer mogelijk is dan u algemeen denkt? Denk dan eens na.

Ik heb maar een paar dingen gezegd over de levensleer want dat is geen grote en omvangrijke leer, maar dit is de kern ervan en er staat helemaal niet in dat u dadelijk vroom en gedragen dient te schrijden onder het bewaren van een plechtstatige stilte.

Het betekent gewoon dat je jezelf moet zijn en dat je in jezelf moet proberen de God te voelen, die verbondenheid te voelen, die blijdschap te voelen dat ondanks alles leven zin heeft, betekenis heeft. Dat wat je bent, niet alleen maar op aarde maar ook daarbuiten behoort bij dat ene grote geheel.

Misschien gelooft u niet in het leven na de dood. Hebt u natuurlijk nog een mooie surprise te wachten. Zelfs wanneer het zo zou zijn dat er geen leven na de dood is, het is er, ik ben zelfs een van de restanten van de geestelijke uitverkoop op het ogenblik, maar zelfs dan zou datgene, wat Jezus geleerd heeft zinvol zijn. De leer van Jezus is niet: Leef braaf op aarde en wordt beloond in het koninkrijk der hemelen. Trouwens, er zijn vele woningen. Voor je het weet zit je nog in een krottenwijk, maar gewoon: Ik leef zoals die Jezus leefde. Ik wil zijn wat die Jezus was omdat ik op die manier mijzelf waar maak zonder mezelf aan anderen op te leggen, omdat ik op die manier anderen dienen kan zonder een ogenblik te aarzelen. Omdat ik op deze wijze een weg vind die mij de betekenis van het zijn steeds duidelijker doet beleven, doet voelen.

Jezus was er al lang voor Marx, maar als je kijkt naar solidariteitsbeginselen zoals Marx die uitwerkt samen met Engels, dan worden we geconfronteerd met iets wat bij Jezus naastenliefde heet. Voorhanden zijn voor een ander als die je nodig heeft en dan niet in het kader van een klassenstrijd bij Jezus. Klassenstrijd is een weeldeverschijnsel. Het is het verschijnsel van een maatschappij die zichzelf overschat. Bij Jezus is het veel eenvoudiger. U bent allemaal gelijk. En wat je doet, komt er niet zo erg op aan zolang je maar voortdurend jezelf a.h.w. deelt en dan bedoel ik uw innerlijke wereld deelt met alles wat om je heen is.

Kijk, dat heb ik nu te zeggen over de levensleer van Jezus. Misschien vindt u dat ik tekort ben geschoten, dat kan. Maar ik heb het beste gegeven op dit terrein dat ik geven kan, namelijk de waarheid voor zover ik ze kan beseffen en uitdrukken.

Vrienden, ik heb u een hele hoop verteld en ik denk wel dat er een paar dingen bij zijn waarvan u zegt: Nou, nou, nou. Vind ik helemaal niet erg. Maar één ding wil ik u nog zeggen. Jezus zou gezegd hebben tot zijn leerlingen: Mijn vrede geef ik u, mijn vrede laat ik u. Ik heb niet zoveel te geven als Hij. Maar wetend dat wij verbonden zijn door de kracht waaruit wij allen leven, dat wij deel zijn van één en dezelfde kracht en leven uit die kracht zeg ik u:

Wat aan kracht en leven uit die kracht in mij is, geef ik u. Wat aan kracht en vrede in mij is, laat ik u, opdat je gedragen moogt worden door de kracht van de Hem, de kracht van de Schepper die in u woont. En als die kracht u bezielt, dan zijn mijn woorden slechts een schamel omgrenzend schetsspel dat de waarheid die in u leeft maar zeer onvolledig kon weergeven.

Moge dat het geval zijn.