De levensweg

13 februari 1978

Vanavond krijgen we een gast die misschien wat eigenaardig overkomt. Van origine Indiër. Tijd ± 900. Filosoof. Zwerver. Prins van den bloede. Wat deze gast gaat bespreken weet ik niet. De essentie van hetgeen wij besproken hebben, want ik heb contact met hem opgenomen, is de levensweg.

Elk leven is in te delen in een aantal fasen. Elk leven heeft daardoor een aantal punten waarop je bewust kunt worden. Bewustwordingen zijn afhankelijk van toestanden die buiten je zelf liggen. Onze gast heeft hierover bepaalde visies t.a.v. karma, en inwijding en bewustwording komen tenslotte neer op een absolute vrijheid, een absolute onthechting.

Laat me proberen om van mezelf uit enkele punten hierover naar voren te brengen. Wanneer ik denk aan het leven zoals onze gast het bekijkt, dan denk ik onwillekeurig aan het rad des levens zoals wij dat kennen in bepaalde lamaïstische voorstellingen. Een mens gaat door verschillende werelden en sferen en het leven op zichzelf is eigenlijk gelijktijdig culminatiepunt van alles, wat je hebt doorgemaakt en het startpunt van alles wat je kunt gaan doen. De situatie is dus eigenlijk betrekkelijk simpel uit te drukken.

In een geestelijke bewustwording doorloop je kontakten met verschillende sferen, zelfs wanneer je, wat voorkomt, het gehele geestelijke bestaan hoofdzakelijk aan één bepaalde sfeer gebonden blijft.

Wat je in al die sferen hebt opgedaan wordt mee verankerd bij de incarnatie. In die incarnatie ga je dan aan het werk en je begint over het algemeen met de meest overheersende factor, en dat is natuurlijk de sfeer waarin je het langst hebt vertoefd; misschien zelfs bijna bij voortduring. Vanuit die sferen en het daar opgedane probeer je je dan aan te passen aan het stoffelijk bestaan.

In het leven zijn echter altijd verschuivingen van omgeving, van mogelijkheden, van contacten, enfin noemt u maar op, en dan kan het zijn, dat zo’n verschuiving samenvalt met iets, wat je in een andere sfeer of wereld hebt geleerd. Op dat ogenblik kun je overschakelen op die andere wereld. Je kunt eventueel ook teruggrijpen en dan ga je zelfs vaak terug in de historie, zodat je in feite vroegere incarnaties ten dele weer gaat concretiseren.

Wanneer een mens normaal leeft – de levensduur die onze vriend aangeeft is daarbij, zover ik heb begrepen, wel iets korter dan wat u haalt, want 65+ is er bij hem niet bij. Het is zo’n 49 jaar en dat vindt hij een hele rijpe leeftijd. Dat zal in zijn tijd misschien zo geweest zijn – dan meent onze gastspreker, dat je de eerste veertien jaar altijd gebonden bent aan de hoofdsfeer waaruit je stamt en dat je daarna per zeven jaar de kans krijgt om te verwisselen. Dat is dacht ik eigenlijk meer een systeem dan werkelijkheid. Maar toen ik geconfronteerd werd met die denkbeelden ben ik natuurlijk voor mezelf eens nagegaan hoe dat zit en dan kom ik toch wel tot een paar wonderlijke conclusies.

In de eerste plaats heb ik natuurlijk teruggekeken naar mijn eigen leven. Jezelf ken je het beste. Dat kon ik gemakkelijk overzien. Ik heb kunnen constateren, dat, al heb ik dan niet lang geleefd, zelfs niet de volle 49 jaar, ik toch twee veranderingen heb doorgemaakt. Ik kan die twee veranderingen helaas niet terugbrengen tot werelden of sferen waarin ik voor mijn incarnatie heb vertoefd. Die hebben daar voor mij kennelijk heel weinig invloed op gehad, want beide veranderingen – zoals ik ze heb doorgemaakt – hingen samen met vroegere levens op aarde.

Daarna heb ik geprobeerd dat bij een paar anderen na te gaan en ik dacht dat de stelling, dat de geestelijke wereld op een knooppunt bepalend is voor je mogelijkheden, voor iedereen schijnbaar wel geldt, maar dat er nog voor geen derde van het aantal incarnerenden praktische consequenties uit voortvloeien. Dat derde gedeelte komt inderdaad tot een totale verandering en dan ga je je natuurlijk afvragen: wanneer er dergelijke veranderingen, dergelijke beïnvloedingen zijn, hoe zit die opbouw dan in elkaar? Wat is er eigenlijk oorzakelijk?

Ik kwam tot de conclusie – en dat is wonderlijk genoeg – dat bij sommige mensen eigenlijk geen sprake is van een absolute verandering. Je zoudt hier moeten spreken over een alternerende beleving. Die mensen hebben een fase A en een fase B. Maar als ze B hebben gehad gaan ze niet door naar C. Nee, ze gaan terug naar A. Het wordt wel A+ en daarna gaan ze over naar B, maar B is dan ook verrijkt. En in deze gevallen is wonderlijk genoeg wel een geestelijke sfeer aanwezig die invloed heeft.

De kontakten met een bepaalde wereld spelen absoluut een grote rol. Je kunt dat ook zien aan de verandering van betekenis die men dan heeft op aarde. Je kunt het zien aan de verandering van denken en van beleven, zoals die geestelijk en stoffelijk constateerbaar is.

Wat daar verder mee samenhangt heb ik een beetje onderzocht en heb het gevraagd aan diegenen, waarvan ik aannam dat ze er iets van wisten. Het beeld dat zich voor mij heeft opgebouwd is dus een persoonlijke visie.

Wanneer je op aarde leeft is het wel degelijk mogelijk dat elke sfeer waarin je vertoefd hebt of waarmee je contact hebt gehad een invloed heeft, maar in dergelijke gevallen betekent het ook dat je helemaal van leefwijze en dergelijke moet veranderen. Je zoudt dus een verandering van beroep, van roeping enz. daarin moesten constateren.

Een mens op aarde is daar vaak te traag voor en daardoor leeft hij meer de neiging om de verandering dan te vertalen in terugval op een oude fase en die fase blijkt dan meestal ook nog gebonden te zijn met voorgaande levens. B.v. je hebt iemand gehad die in het ene leven een losbol is geweest en in het volgende leven onderwijzer. Nu begint hij als losbol; wordt zich van iets bewust en hij wordt leraar. Daarop wordt hij een erudiete losbol waardoor hij weer zoveel ervaring opdoet, dat hij weer een leraar wordt met een veel omvattender inzicht. En zo ga je verder. De sferen die daarbij een rol spelen geven dan de mogelijkheid om iets uit te breiden of iets duidelijker tot gelding te brengen.

Wanneer je zo’n AB cyklus hebt dan is er nog iets anders wat mij is opgevallen en dat schijnt ergens in de stof te zijn ingebouwd. Tijdens de wisseling van fasen is er een periode die je zou kunnen noemen: perioden van toeval. D.w.z. niet gewilde of onvoorziene omstandigheden. In die periode zal men a.h.w. teruggehouden worden opdat de oude fase kan worden afgerond. Want de afronding is noodzakelijk voordat de nieuwe fase met een nieuwe inhoud met een grotere verdieping kan plaats vinden.

Maar er zit nog veel meer aan vast. Wanneer ik A ben dan hangt dat samen met sfeer A. Als ik B ben dan hangt dat samen met sfeer B. Maar indien ik nu contact heb gehad met sfeer C en ik keer stoffelijk terug naar fase A dan wordt het geestelijk komplement C.

Het typische is dus dat een hogere sfeer – of een hogere graad van bewustzijn, zult u misschien zeggen – een rol gaat spelen wanneer het oude patroon weer optreedt. En dat betekent dat vergelijkbare of gelijke situaties een nieuwe betekenis krijgen en daardoor ook nieuwe krachten los maken.

Het gemiddelde van alterneren – dus AB‑fase – bij mensen schijnt groot te zijn. Wanneer we zeggen, dat ongeveer de helft van de wereldbevolking zoals ze nu geïncarneerd is een fasering kent en niet rechtlijnig a.h.w. in een noodlot verder stoomt, dan zou van die andere 50% het alternerend optreden bijna 35 tot 40 betreffen. Dus als er 50 zijn, 35 of 40 die dat patroon hebben. Het patroon van het vervolgen naar een nieuwe fase komt dus in verhouding heel weinig voor.

Ik ben ook nagegaan wat er gebeurt wanneer iemand niet A en B alterneert maar in tegendeel verder gaat naar C. Wanneer hij naar C verder gaat blijkt hij ineens a.h.w. geïnspireerd te worden; niet door één geestelijke wereld, maar door het complex van geestelijke werelden, waarin hij voor zijn incarnatie kontakten heeft gehad, ervaring heeft opgedaan. En dat is nou het verbazingwekkende. De verandering die stoffelijk plaatsvindt wordt volledig versterkt door een verandering die geestelijk is.

Is die verandering geestelijk omvattend genoeg, dan blijkt er zelfs een soort stoffelijke vrijdom te ontstaan of absolute onthechting of hoe je het noemen wilt. Zo iemand verlaat dan eigenlijk alles en trekt een hele nieuwe weg op. Hij trekt zich van niemand meer iets aan behalve van een waarheid waardoor hij bezeten is. Dit komt overigens heel erg weinig voor. Misschien één duizendste op die vijftig waar we het over hebben. Die C-fase geeft aan dat het mogelijk is, dat alle geestelijke ervaringen niet achtereenvolgens maar gelijktijdig inwerken.

Ik heb geprobeerd om dat hier of daar weer terug te vinden en kwam toen tot twee beelden. De eerste is kabbalistisch. De tweede is alchemistisch. Wanneer ik in kabbalistische zin eenmaal de werelden van geesten en engelen betreden heb kan ik gaan waar ik wil en zijn wat ik wil, maar de geesten en engelen zullen met mij zijn en zij zullen voor mij meer wezenlijk zijn dan al datgene, wat in de stof rond mij bestaat. Nou dat lijkt er wel een beetje op, dacht ik. De alchemist zegt het weer heel anders nl: “Wanneer je in staat bent om de verschillende soorten van sulfer in jezelf te scheiden en daarop het ware vuur te nemen, zo ontstaat niet slechts de steen der wijzen, maar ook het kosmisch of vloeibaar goud waaruit de kracht en macht t.a.v. het geheel der schepping voortvloeit.” Het is dus een proces waarbij de toppen inderdaad onmetelijk ver gaan.

Als je dat allemaal hoort en overziet wat denk je dan? “Daar zit ik, arme sukkel, nou tussen in”, want zo gaat het. Maar zijn wij allemaal arme sukkels wat dat betreft? Ik heb het gevoel van niet.

Wanneer je namelijk kijkt hoe je innerlijk evolueert, hoe je gedacht hebt, laten we nu eens heel eenvoudig zeggen zo’n 15 of 10 jaar geleden, en hoe je nu denkt wat je 15 of 10 jaar geleden de belangrijkste ervaring vond en wat je nu in feite het belangrijkste vindt en wanneer je dat met elkaar vergelijkt, dan kom je tot de conclusie, dat er een soort verdieping plaatsvindt. Een verandering. Wanneer die verandering samenhangt met begrip voor harmonie en voor de kosmos dan kun je zeggen, dat dat alchemistische proces op gang is gekomen. Of, in kabbalistische zin, dat je leert eerst de werelden van de geest en daarna die van de engelen te betreden.

De grote kracht die een mens daarbij heeft, is dacht, ik zijn vermogen om achter de schijn van verdeeldheid de wezenlijke eenheid voortdurend te beseffen. Dit is bij heel veel mensen eerder een instinctieve zaak – dat weet ik wel – maar op den duur ga je begrijpen hoezeer je zelf eigenlijk gelijk bent aan de ander. En dat is het begin van de harmonie; van de synthese van krachten in de mensheid. Doordat je dit kunt doen en kunt gaan beleven, zal je ook als vanzelf je handelingen gaan aanpassen aan dat nieuw bereikte besef.

Wat eens zeer mondaan was kan nu tempel worden, zullen we zeggen. Wat eens een tempel leek is nu misschien meer een supermarkt van begrippen geworden. Wanneer je begrijpt hoe dat is veranderd in jezelf dan weet je ook: ik maak dus deze fase door. En als je dit dan toch constateert vraag je dan ook eens af, of er misschien die vreemde wisseling is geweest. Die AB-situatie. Dat je nagaat of je, wat je nu op jouw manier weer nastreeft en meemaakt, vroeger al eens in een andere vorm hebt gehad.

Kijk dan ook eens wat die tussenliggende wereld, die tussenliggende fase heeft gezegd, dan zul je heel waarschijnlijk ook begrijpen wat nu weer de mogelijkheid wordt.

Ik heb soms het gevoel, dat het een beetje als de droom van de Farao is, die door Jozef werd uitgelegd, nl. een kwestie van zeven magere jaren en zeven vruchtbare jaren. Ik geloof dat je dat in je leven als mens ook terug kunt vinden: een zeker ritme.

Je hebt een tijd dat alles in een bepaalde richting gelukt. Je kunt alles waarmaken. En dan ineens kapt het af. Er ontstaat een soort isolement. Je eigen situatie wordt een andere. Nu moet je ineens, in feite met veel minder, proberen jezelf te handhaven. Soms is dat steun die je van anderen krijgt. In een ander geval is het misschien een kwestie van bezit of van relaties. Het kan zelfs een situatie omvatten, waarbij je een bepaalde leerstelligheid hebt gevolgd – je bent wat mij betreft theosoof, rozenkruiser of wat anders geweest – en ineens zeg je: “Ik zie het niet meer zitten.” Je laat die beperking, dat systeem achter je en je moet toch verder. Dan ben je armer, want je hebt niets meer om op terugvallen. Maar gelijktijdig kun je putten uit datgene, wat je in het verleden toch wel voor jezelf verzameld hebt. Dat is het gekke.

Ik geloof dat het verleden ons in deze zin vormt zolang we op aarde zijn en ik meen dat er geen mens is die kan zeggen: Ik ben bewust geboren maar niet bewuster geworden. Want ik kwam tot de conclusie dat bij veel mensen een wisseling bestaat van hun geestelijke activiteit. Ook daar heb ik een soortgelijke ritmiek gevonden.

Mensen zijn bewust of onbewust uittreders. Ze hebben daardoor contact met andere werelden. Dat gaat een hele tijd erg goed, maar op een gegeven ogenblik kapt het af. Het is er misschien nog wel, maar het heeft geen betekenis meer. Het is net of het licht uit is. Het wonderlijke is nu dat ze in zo’n periode opeens magisch gaan denken. Ze gaan datgene, wat eerst alleen buitenwerelds beleefd en mogelijk was, vertalen in de termen van hun eigen wereld en proberen op hun eigen wereld de methode te vinden, waardoor ze toch resultaten kunnen bereiken, maar nu a.h.w. direct.

Ook blijkt dat, wanneer die mensen zover komen, dat ze inderdaad dit direct inwerken op de medemens goed te pakken hebben, ze weer een switch maken. Ze gaan nu geestelijk – en dat is altijd bewust – uittreden. Maar hun uittredingen zijn niet alleen meer uittredingen in een bepaald sfeertje. Nee, ze zijn voortdurend actief en die activiteit omvat de lichte én duistere geestelijke werelden, maar ook uittredingen op de eigen wereld. De wereld waarin ze zelf thuishoren. In die periode zullen ze over het algemeen hun geestelijke ervaringen proberen om te zetten in een bepaalde techniek.

Dat is ook weer zo zonderling. Ze hebben namelijk eerst dat absoluut technische denken gehad. Zo van dat functioneert zus en dat functioneert zo en zo moet dat. En nu komen ze in een fase van: Hé, dat is zo te beleven, dat is zo waar te maken. Hoe kan ik dat formuleren? Hoe kan ik dat omzetten in een analogie, die stoffelijk bruikbaar is?

 Dit zoeken naar een analoog in de stof voor de geestelijke beleving en de geestelijke werkingen betekent heel vaak een betrekkelijk korte fase met heel veel emoties en heel veel verschillende belevingen, maar daarna komt dan weer dat oude terug. Ze hebben hun ervaring verrijkt en zijn in staat om de verschillende geestelijke werelden steeds meer gelijktijdig in te schakelen.

Die inschakeling (dat is een peil. Zover kan ik komen, maar veel verder gaat het niet) is dan kennelijk iets waardoor zowel kosmische kracht, levenskracht wordt geregeerd, maar ook het zuiver stoffelijk verschijnsel wordt geanalyseerd. Het is een mogelijkheid om geest en stof zodanig te doen samenwerken, dat er resultaten ontstaan, die alléén geestelijk of alléén stoffelijk niet mogelijk zijn.

Ik heb enkele gevallen hiervan nagelopen en ben tot de conclusie gekomen, dat sommige van die mensen niet eens weten dat zij dat geestelijke gebruiken als een aanvulling voor hetgeen ze stoffelijk doen. Het is zo vanzelfsprekend geworden, dat zij elke handeling die ze stellen, onverschillig welke, automatisch laden met alle geestelijke kennis en geestelijke mogelijkheden. En toch denken ze dat ze stoffelijk werken. Dat is heel gek.

Ik geloof dat je hier de stromen‑analogie kunt gebruiken. Hij zei namelijk dit: “Alle water is een kringloop. In die kringloop ontstaan verschillende beken, elk met zijn eigen bron, met zijn eigen oorsprong. Wanneer die beken op de juiste wijze samenkomen vormen ze een rivier. Een rivier kan een land beheersen. Kan de weg zijn die de mensen gaan. Het kan de levensader zijn waardoor de plantengroei bepaald wordt. Kortom, de rivier is dan zo machtig, dat zij a.h.w. een deel van de aarde regeert.”

De gastspreker bedoelde daar mee, en dat is dan weer van mij: elke mens heeft een aantal gaven. Nu kun je die gaven op één doel richten. In dat geval versmelten ze en krijg je een enorme kracht, een enorme mogelijkheid, zowel in je eigen wereld als in het totaal van het bestaande. Wanneer je de gaven gebruikt, maar je richt ze verschillend, dan zullen ze elkaar niet ontmoeten. Dan zijn ze machteloos en komt er niets tot stand.

In de vele gevallen, vooral in die AB‑fase die ik heb gezien, is dit laatste verschijnsel nogal eens kenbaar. Je hebt mensen die een groot geestelijk gevoel voor waarheid hebben, die met die geestelijke waarheid inderdaad ook werken en ermee strijden. Maar zodra ze met hun zaken, hun wetenschap of met wat anders bezig zijn zetten ze die waarheid opzij. Dan zeggen ze: Ja, maar dit is anders. Zodra ze echter die scheiding maken, zullen ze op beide gebieden minder kunnen presteren, dat is heel gek.

Wanneer het samenkomt dan krijg je b.v. iemand, die een perfect chirurg is. Hij kan alles van elkaar snijden en aan elkaar naaien. Wat er ook bijhoort is diagnostiek. Maar die diagnostiek is beperkt in zijn mogelijkheden Nu komt er echter bij, dat deze man geestelijk ziet. Laten we zeggen dat hij alleen de aura kan lezen. Dan zal die aura hem vaak duidelijk maken waar hij precies een incisie moet verrichten. Maar het zal hem ook duidelijk maken wat hij kan verwachten. Met andere woorden, hij heeft een enorm voordeel. Hij grijpt onmiddellijk juist in. Hij komt niet voor verrassingen te staan waar een ander dat wel heeft. Dientengevolge werkt hij beter. Hij werkt vlotter en hij kan een patiënt gemakkelijker redden. Hij zal geloof ik ook eerder kunnen zeggen: laten we hier maar niets meer aan doen. Er is toch niet aan te beginnen.

Ieder van u heeft zijn eigen manier van werken, zijn eigen manier van leven. Wanneer je bij de normale taak, die je stoffelijk hebt en waar je stoffelijk voor bent opgeleid, dat geestelijke gaat voegen dan blijkt ineens dat je veel meer kunt. Dat je veel meer overziet en dat je veel meer tot stand brengt. En dat vond ik een zeer nuttige conclusie.

Ik heb verder geconstateerd dat ook in de AB-fase – de fasering van de twee verschillende vormen van verbondenheid of leven die elkaar steeds afwisselen – datgene, wat bereikt is tussen stof en geest samen, dus wat is samengevoegd, behouden blijft. De andere zaken alterneren. Het blijkt dus dat er één constante is die je als mens en ook als geest kunt hebben en dat deze constante steeds meer omvattend, steeds belangrijker kan worden. Maar wat je in een samenvoeging hebt verkregen kan alleen verder gaan, kan zich alleen verder ontwikkelen. Het kan niet wegvallen wanneer de tendens van je leven in een andere fase komt.

Dit is zo’n beetje wat ik van de gastspreker heb opgestoken en wat ik daarna zelf heb onderzocht. Het is natuurlijk erg brutaal om als inleider hieraan een paar regels te verbinden en ik geloof dat die regels op zich simpel genoeg zijn.

Het eerste is dit: Ga uit van hetgeen je stoffelijk bent, maar probeer te beseffen wat er voor geestelijke waarden een rol spelen. Zodra je dit beseft zul je intenser en juister kunnen reageren in stof en geest.

In de tweede plaats: Probeer niet het eens bestaande of bereikte zonder meer in stand te houden. Weest bereid de wisselingen die er in je leven komen te aanvaarden, maar probeer wel elke keer zoveel mogelijk geestelijke waarden daarbij te betrekken. Op het ogenblik dat je gevoelsleven, je geestelijk leven en je stoffelijk bestaan een steeds grotere versmelting vinden, krijg je een grotere continuïteit van mogelijkheden.

In de derde plaats: Veranderingen in levensgewoonten, denken en levensomstandigheden op zichzelve zijn nooit verwerpelijk. Ze zijn alleen dan niet aanvaardbaar wanneer men, zover men geestelijk bewust is, daarin niet consequent kan meegaan. Elke verandering die indirekt schuldbesef opwekt moet worden afgewezen. Elke verandering echter, die door het ik bevestigd wordt, moet worden gezien als een basis, niet alleen voor bepaalde stoffelijke zaken, maar wel degelijk ook als een mogelijkheid om geestelijk bepaalde krachten, aanvullingen of erkenningen te vinden.

En mijn laatste punt: Praktisch alle mensen treden min of meer bewust uit. Uittredingen zijn erg belangrijk wanneer je jezelf ertoe kunt bewegen, b.v. door jezelf steeds geheugen‑opdrachten te geven, je iets daarvan te realiseren. Dat is erg goed. Maar je moet wel beseffen dat de uittreding op zichzelf voor een mens pas betekenis krijgt, wanneer haar resultaten ook stoffelijk uitdrukbaar zijn. Je kunt niet de uittredingsbeleving in de plaats stellen van een stoffelijke beleving, maar je kunt wel – en dat is nu het mooie – de geestelijke beleving, de uittredingsbeleving gebruiken als een stimulans om in de stof de juiste veranderingen te ondergaan. Het is niet noodzakelijk dat uittredingsbelevingen en stoffelijke verwezenlijking identiek zijn. Slechts is belangrijk dat beiden een uitdrukking vormen van één en dezelfde harmonie, eenheid of aktienoodzaak.

Dit zijn punten die mij persoonlijk in dit alles getroffen hebben en het zijn regels, die, zover ik na kan gaan, wel voor iedereen zullen gelden.

Onze gast zal dat zodadelijk ongetwijfeld anders doen en misschien beter, als hij over hetzelfde spreekt. Maar toch zou ik u een raad willen geven. Het is misschien een heel gekke raad:

Wanneer je vol bewondering de redeneringen volgt van een mathematicus, moet je de tafels van vermenigvuldiging niet vergeten. Anders gezegd: De simpele eenvoudige benadering – ook al lijkt ze erg ingewikkeld en complex – heb je toch altijd wel nodig in je leven. Je kunt niet het één terzijde zetten en het ander weer opnemen. Ik geloof niet dat dat juist is. Ik dacht dat je – wanneer je verder gaat, geestelijk of anderszins – juist moet blijven beseffen, wat er aan eenvoudige mogelijkheden bestaan.

Ik heb dat gezien bij deze eigenaardige gastspreker. De man was prins van den bloede en dat betekende in feite, dat hij tegen een aantal familieleden heel nederig en gehoorzaam was, dat hij daardoor veel voorrechten had en een heel mooie titel had, die alleen maar betekende, dat hij anderen liet werken terwijl hij op de valkenjacht ging. Ik zou haast zeggen nog erger dan een playboy.

Dan gaat zo iemand nadenken en wordt waarachtig nog filosoof ook. Maar dan is hij zo ontzettend filosofisch, dat hij geen genoegen meer neemt met zijn eigen – zullen we zeggen – gehoorzaamheids‑, ja‑knikkers positie en wordt hij nog een tijdje piraat ook.

Als piraat komt hij dan tot de conclusie: nu heb ik wel veel, maar ik heb geen geluk. Ik heb geen vrede. Dan gaat hij mediteren en wordt hij nog een tijdje een soort goochelaar en magiër ook. En daaruit ontstaat tenslotte toch een bewuste. Ik dacht dat dit voor ons allemaal troostgevend is, want we halen allemaal op onze beurt de grootste stommiteiten uit. Dat is onvermijdelijk. Maar hij heeft het ook gedaan en is er toch ontzettend ver mee gekomen.

Hoe onze gast zich zal manifesteren weet ik niet. Misschien dat hij in prinselijke uitrusting komt aansjokken of hij komt aan vliegen als geestelijke meester. De vorm doet er tenslotte weinig toe.

Hij bezit in ieder geval een warmte die voor mij ontzettend verhelderend en verbluffend is. Hij bezit een vermogen tot synthese dat ik hem benijd en hij heeft in de loop van al zijn belevingen zoveel werelden en sferen leren kennen, dat hij ongetwijfeld een inzicht moet hebben, zelfs in de waarde van uw wereld en in al die andere werelden, die op zijn minst genomen enorm moet zijn. Daarom denk ik dat het voor u interessant zal zijn zo dadelijk deze spreker aan te horen en te kijken wat hij te brengen heeft.

Wat hij brengt is iets dat op verschillende vlakken ligt. En als hij zich enigszins manifesteert zoals ik hem heb leren kennen, zal het waarschijnlijk een werking zijn op drie á vier vlakken gelijktijdig. Wanneer u daar dan het één en ander van merkt denk wel, dat u naar huis gaat met de idee: hé, ik ben rijker geworden. Ik heb iets nieuws gevonden.

Na de pauze de gastspreker. Ik blijf zelf een beetje in de buurt, want ik ben heel benieuwd hoe hij het zal aanpakken.

De Gastspreker

Wij zullen vanavond, op verzoek van uw eigen groep, met elkaar moeten spreken over zaken die belangrijk zijn.

Het belangrijkste van alle dingen is en blijft het leven, dat zult u begrijpen. Het leven zelf is een samenstelling van beseffen, van gevoelen, van lijden, van vreugde.

De werkelijkheid van dit bestaan wordt in wezen bepaald door een oneindige reeks van belevingen. Ergens in het begin, toen de wereldzee nog een gloed was en daarin de straling het leven nog onmogelijk maakte, ontstond het eerste besef. Dat besef heeft zich vele vormen steeds weer opnieuw gemanifesteerd. Nu denken wij, wanneer we leven op aarde, dat eigenlijk het stoffelijk bestaan en het beseffen toch wel het belangrijkste is. Maar wie herinnert zich nog die eerste gouden vlucht van het bewustzijn op de stralen van nog niet geboren zonnen? Wie weet nog hoe in de werveling van een verterende gloed voor het eerst de ontmoeting plaats vond tussen twee wezens, die zichzelf ternauwernood beseften? En toch is daar ons staan begonnen.

Vele verschillende vormen heb je gekend. Vele werelden heb je doorlopen. Vele malen ben je gekluisterd geweest in de duisternis en vele malen heb je jubelend gedanst of glimlachend gerust in de hoogste sferen, waarin de tinteling van het licht het leven zelf schijnt te zijn. Wat u nu bent is een vage spiegeling van al wat u geweest bent.

U meet de tijd. Maar het beleven meet u. Dat wat u geweest bent, verandert, maar je moet het willen erkennen. Je moet beseffen hoeveel er telkenmale weer in je wezen en in je leven een andere wending krijgt.

Wij zijn, wanneer we leven in de stof, ten zeerste geneigd om onszelf te verontschuldigen. Wij zeggen: ik heb een mens gedood. Maar als ik hem niet gedood zou hebben, zou een ander hem gedood hebben en misschien had hij dan mij kunnen doden. Dus heb ik geen mens gedood. Ik heb mij verdedigd.

Je zegt: ik heb handelgedreven en niet altijd ben ik even eerlijk geweest. Maar ach, anderen waren oneerlijker, dus was ik toch een eerlijk mens. Want zo handel je. Maar wat je vergeet is dat toen je die dingen deed je anders was. Je anders dacht. Je anders leefde.

Leven is een illusie. Het is waan. Ongetwijfeld. Maar wanneer een waan vreugde kan brengen en pijn is ze een werkelijkheid. Ik heb vaak horen spreken over de begoocheling, over maya en de onbetekenendheid van haar uiting. Maar het is die waan, die begoocheling en de uitingen die u ervan beleefd hebt, die u gemaakt hebben tot wat u bent.

U bent niet goed. U bent niet kwaad. U bent niet helemaal geest. U bent niet helemaal stof. U bent van alles wat. Soms lijkt het leven van een mens op de nap van een bedelaar, waarin alle bijdragen door elkaar liggen en tenslotte misschien als een eenheid worden verteerd of geconsumeerd.

Alles wat anderen zijn geweest beïnvloedt jou. Het voedt jou. Alles wat je zelf hebt gezocht langs de weg bepaalt wat je hebt ontvangen: Sla een andere weg in en de inhoud van de bedelnap zal een andere zijn. Veel mensen begrijpen dat niet. Ze zeggen: “Ja maar, ik ben mijzelf.” Maar wat is dan uw zelf?

Ze zeggen: “Ja maar, ik moet leven volgens de wet die ik ken.” Maar wat is die wet?

Ik zeg u dit: Vele malen hebt u geleefd onder een andere wet. Vele malen bent u andere wegen gegaan. Wanneer in de ene incarnatie uw gehoornde voetzolen het stof op de karavaanwegen hebben opgejaagd zo hebt ge in een volgend leven misschien gedroomd in een klooster. Gewerkt in een laboratorium of mogelijk zelfs gewerkt als één van de onaanraakbaren, die alleen maar goed zijn voor dat, wat niemand anders wil doen.

Dat alles bent u. Je kunt niet een vorst zijn en vergeten dat je paria geweest bent. Je kunt geen paria zijn zonder te beseffen, dat je vorst bent geweest en weer vorst kunt worden. Dat vergeten de mensen.

De waarheid van het leven is een voortdurende verandering. Vanaf het eerste vage ontmoeten van zich nog niet beseffend bewustzijn met dat andere, tot de laatste versmelting zult u altijd uzelf zijn.

Al wat u geweest bent is deel van u. Elke geestelijke wereld die u betreden hebt heeft haar sporen in u achtergelaten. Zowel de lijnen van het gaan door het duister als de lichtende werelden die bloeien met de bloemen van de fantasie en de werelden, die zonder vormen het hooglied zingen van het werkelijk bestaan. Al die dingen bent u geweest. Al die dingen hebben u gevormd. Al die dingen bepalen wat u bent en wat u doet.

Er is geen vast spoor. Er is geen onbedwingbaar noodlot en zelfs de sterren kunnen niet bepalen wat uw leven zal zijn. U bent uzelf. Maar in uzelf zijn zovele krachten, zovele belevingen, zovele gestalten samengevloeid tot één denken, dat u soms niet in staat bent om ze te overzien. Dan maakt u een schijnfiguur en u zegt: die ben ik. En in een volgend leven zult u zeggen: zo ben ik geweest.

Maar uw werkelijkheid is elke kracht, elke gave. Heb je eens gezeten met een leermeester in de middaguren onder de bomen in de schaduw en geluisterd naar vage woorden, terwijl je ziel opvloog met de gedachten van hem die je leiden kon, dan is dat een deel van je leven. En nu zullen die gedachten terugkeren.

Heb je eens gedoold in de vage weiden van geestelijk zijn waarin de lichtende gestalten, die je tegemoetkomen, soms vreeswekkend, soms vertederend zonder einde zijn, dan zal dat nu meespelen. Dat zal nu deel van jezelf zijn.

Al die dingen samen bepalen wat je worden kunt. Al de delen van wat je bent, kun je samenvoegen zoals een bekwaam werker de stukken steen sorteert en samenvoegt tot een patroon van onvergelijkbare schoonheid. Dat muren doet lijken op kanten muren die, tegen de hemel rustend, spreken van onvergelijkbare grootheid en een liefde eindelozer dan het Al.

Alle delen van uw wezen zullen door u spreken. U kunt zeggen: “Ik luister niet” en ze zullen weer insluimeren. U kunt luisteren en zeggen: “Dit ben ik”, maar zeg het niet te luid, want ge zijt meer.

Wat u nu beleeft, die keuze die u nu maakt, komt mede voort uit alles wat u bent. De droom die u droomt is uit al wat u geweest bent, al wat u gedacht hebt. Wat u denkt, wat u hoopt en wat u vreest.

U bent een veelzijdig wezen, zoals wij allen veelzijdig zijn. Maar laat dan die veelzijdigheid uw werkelijkheid beheersen, laat ze samenvloeien totdat steeds meer facetten de fonkelingen van het eeuwig licht kunnen weerkaatsen.

Hij, die al wat hij is geweest, weet samen te voegen tot een eenheid, flonkert heerlijker dan de best geslepen edelsteen in de stralen van de zon. Maar hij die slechts één zijde wil zijn, alleen één zijde wil ontwikkelen, die alles voortdurend wil vergeten opdat hij zijn illusie van wijsheid moge behouden: hij straalt als een ongeslepen steen. Niet meer dan een afgebroken geslepen rots, dat dof met een enkele glans zegt: “Ik ben een mogelijkheid, maar ik ben nog niet waar geworden.”

Leven is het erkennen van de tegenstellingen. Leven is het paleis en de verworpenheid van de melaatse tegelijk. Leven is de hoogste wijsheid en gelijktijdig het dier dat speelt in de zon. Want al deze dingen zijn deel van uw bestaan. Leven is de veelzijdigheid die toch een eenheid wordt.

U leeft nu op aarde en zo dadelijk valt het scherm weg. Dan leeft u in de sferen. Maar denkt u dan dat het anders zal zijn? Wanneer je alles bent wat in je is, wanneer je samenvoegt wat in je is, dan ben je zo’n steen die straalt in het licht van de zon en zal je stralen in het licht van de zon in welk land ze ook wordt gebracht. Maar de doffe steen is waardeloos en wordt vertreden tot dat zij op haar beurt haar glans ontdekt, haar facetten vindt, dat het licht weerkaatst.

Wat je bent is de waarheid van je bestaan. Als mens ben je groter dan je denkt en kleiner. Als geest ben je groter dan je denkt en kleiner. Want al datgene wat je uit, noem je je grootheid. Maar je uit jezelf niet volledig en dat is je kleinheid.

Er zijn mensen die zeggen: “De liefde is de sleutel tot alle dingen.” En soms dromen ze van geestelijke verwevenheden en soms van de tuinen der verrukking. Maar liefde is maar één facet. Liefde kan niet bestaan zonder de haat en de toorn, zoals de rust niet kan bestaan zonder de stormen en de onrust.

Alles tezamen is deel van je bestaan. Niet slechts één deel. Verwerp dan niet de delen van je bestaan die duisterder lijken of somberder dan je zou willen, maar breng ze samen met die delen van je bestaan, die je lichtend en helder vindt. Voeg het samen tot één geheel en je zult zien dat, al zal soms het duistere dat je vreest schijnbaar overheersen, het licht dat je begeert beiden elkaar meer doordringen in een felheid en eenheid van lichten, waardoor de werkelijkheid al overspoelt wat duister lijkt.

Want het is alleen het oppervlak dat licht of duister lijkt. De werkelijkheid is vibratie, is weerkaatsing, is de wonderlijke magie van het licht waarin de kleuren weer versmolten worden tot het lijkt of de zon beantwoord wordt door haar eigen evenbeeld.

Ik zou u spreken over leven. Leeft u? Weet u wat leven is? Of leeft u dromen? Het is zo gemakkelijk te dromen. Het is zo gemakkelijk te zitten en haast verveeld te kijken naar het spel van een fontein. De dans van een danseres. Het is zo gemakkelijk mediterend neer te zitten en de grootsheid van de zon, die langzaam de aarde verlaat achter de bergtoppen, alleen maar te zien als het begin van een nacht en een nieuwe dag. Het is zo gemakkelijk te dromen

Maar jij bent deel van dag en nacht. De dans heeft pas betekenis wanneer ze jou doet dansen. Het klateren van de fontein heeft pas betekenis wanneer je haar koelte in jezelf gevoelt. De flonkering van het licht weerkaatst ziet alsof het de gehele omgeving nieuw maakt. Dan pas heeft het betekenis.

Wanneer je de zon ziet ondergaan achter de bergtoppen en je leeft met de gloed die ze geeft, met de verklinkende kleuren die langzaam tot grijs wordend gelijktijdig de nacht openbaren met haar sterren, dan leef je. Als je alleen maar droomt met de beelden in jezelf, leef je niet.

Leeft u?

Eens ben ik langs de wegen gegaan en ik heb gesproken met ieder en al. Ik vond een paar wijzen, welgeleerd in de oude geschriften. Bekwaam in de regels van het goede leven. Wetend omtrent veel. Ze spraken met elkaar en zij spraken hoge woorden en diepe waarheid. En waarheid pareerde waarheid en diepte werd overtroffen door grotere diepten. Toen brandde het vuur uit en men legde zich te ruste. En de omgeving kende niet eens een weergalm van alle grootheid die ze hadden opgesomd. Maar de krekels zongen luid.

Spreek je wijsheid en je waarheid. Laat je klinkende woorden uitgaan en ze versterven, zodra je zwijgt. Maar laat de levende kracht in je uitgaan en ze blijft leven. Wanneer een woord geladen is met de kracht van je leven zal het woord sterven, maar de kracht zal voortgaan.

Wanneer je gedachten alleen gedacht worden, versterven ze tot een vaagheid, die mogelijk na duizenden jaren weer in je gewekt worden. Maar laad ze met de kracht van je wezen en ze worden een werkelijkheid die buiten je staat. Een werkelijkheid die voortgaat wanneer de gedachte gestorven is. Dat is leven.

Al laden. Al volstuwen met de kracht die je bent. Alle facetten van je wezen samenbrengen opdat elke gloed van licht die je beroert geladen zij met de waarden van je wezen.

Al wat je doet is goed wanneer je wezen erin betrokken is. En al wat je doet zonder dat je erbij betrekken bent, is ijl en vaag en versterft. Leven na leven bouw je jezelf op. Wereld na wereld komen de belevingen van de geest en vormen tezamen dat wat je bent. Dat wat je werkelijk bent. En al wat dat niet weerkaatst, al waarin dat niet leeft, niets … weg … dwaasheid. Wat je nu leeft is niet belangrijk, wanneer je zelf daarin je kracht en je wezen niet legt.

Wanneer zodadelijk dit gebonden bestaan ten einde is zul vele werelden zien. Maar het enige licht dat er is ontstaat wanneer je je wezen, je belangrijkheid en je erkennen legt in datgene, wat je wilt erkennen en wilt zijn. Niet afwijzend maar al weerkaatsend met de kracht van je eigen wezen.

Uw wereld … een mot dansend tussen vele lichten met vele motten, zodadelijk verteerd en voorbij.

Uw leven is de geest van het vuur, waardoor de lampen ontstoken kunnen worden; vergeet dat niet.

In uw leven zult u telkenmale weer erkennen: nu kan het anders. Vraag je dan niet af of dat menselijk redelijk, goed of kwaad is. Vraag je af of de glans van je wezen als geheel, met al wat je bent, een antwoord weet. Zodra je het geheel van je wezen aanvaardt, zal het je zeggen wat dit wezen is en hoe het waar wordt gemaakt. Dan zul je misschien steeds veranderen, maar in elke verandering zul je jezelf blijven en jezelf ontplooien. Zul je meer licht uit de grote kracht weerkaatsen.

Ook wanneer je zegt dat er een God is, heeft die God vele aangezichten. Ook wanneer u zegt dat u één leven hebt, heeft uw leven vele aangezichten. Ook wanneer u zegt dat er één waarheid is, heeft die waarheid vele aangezichten. Het gaat niet om het aangezicht, het gaat om het wezen.

Wie dat voor ogen houdt, hij kan de hemel en hellewerelden samenvoegen met alle incarnaties en alle mogelijkheden. Hij kan een einde stellen aan het lot en zeggen: Ziet, ik weerkaats het Licht dat is. Ook in uw wereld. Ook in een duistere wereld. Overal. Altijd. Aanvaard dan uzelf met al wat ge zijt.

Erken de onbekende levens van eens, die nog steeds een rol spelen in wat u bent, doet en zoekt. Erken de werelden en sferen ingebouwd in uw besef, waarop ge nog steeds reageert. Wees uzelf als eenheid. De sluiers vallen weg. De waarheid wordt kenbaar en ge weet hoe ge in de vele veranderingen het pad kunt gaan dat het pad is van de waarheid, u onttrekkend aan alle noodzaken die behoren tot de waan.