De lichtende kracht en het licht van de aarde

image_pdf

 3 september 1954

Natuurlijk de gebruikelijke inleiding, zeer in het kort deze keer overigens. Wij zijn niet alwetend, wij kunnen fouten maken en verwachten dit van u dat u zich de moeite zult getroosten om zelfstandig na te denken over de onderwerpen die wij u voorleggen.

Ik meende in deze dagen niet beter te kunnen doen dan te spreken over: “de lichtende kracht en het licht van de aarde”.
De lichtende kracht zal u waarschijnlijk bekend zijn, het is deze trillende, levende substantie, die zich voor ons veelal als licht voordoet en die behoort tot onze wereld. Deze lichtende kracht heeft, zover wij na kunnen gaan, een goddelijke oorsprong en schijnt overal en te allen tijde bereikbaar te zijn door het gehele Al. Nu staat daar tegenover het licht van de aarde. Het licht van de aarde betekent de hoeveelheid zonlicht die de aarde direct bereikt en de reacties van de mensheid daarop. We hebben eigenaardige conclusies moeten trekken.

Het blijkt ons nl. dat droog en zonnig weer bevorderlijk schijnt te zijn in veel gevallen voor de vitaliteit van de mens zelf. Na een ogenblik van lome aanpassing – een periode die 24 tot 36 uur ten hoogste in beslag neemt – zien wij een sterke verbetering van welbehagen, een beter humeur en wat dies meer zij. Hierdoor blijkt dan ook de ontvangstmogelijkheid van elk mens voor het geestelijk Licht, voor de levende Kracht sterk vergroot te zijn.

Anders gezegd: De levenskracht en het levenslicht kunnen het best ontvangen worden op die momenten dat de mens in een goed en zonnig humeur is, en dit goed en zonnig humeur wordt veelal bepaald door uiterlijke omstandigheden. Nu moeten wij natuurlijk deze kennis niet alleen maar aanhoren, maar voor onszelf gaan toepassen. Het licht van de wereld is een verstoffelijkte uiting van een geestelijke Kracht. Wanneer het zonlicht straalt en de mensen in een beter humeur en met grotere receptiviteit het geestelijk Licht ontvangen, uit zich dit in hun daden. Deze daden blijken dan plotseling meer te liggen in de lijn van een ontwikkeling van naastenliefde en verdraagzaamheid. Opgewektheid wordt groter, korzeligheid wordt minder, hulpvaardigheid sterk vergroot. Het klinkt u misschien erg vreemd, maar in veel gevallen zijn deze uiterlijk schijnbaar onbelangrijke omstandigheden voor de wereld van groot belang. Menig bankdirecteur komt er eerder toe een post, waarover men eigenlijk in twijfel verkeert, nu toch maar goed te keuren wanneer het goed weer is, dan wanneer het regent.  De dokter stelt sneller zijn diagnose, stelt die juister, weet grotere zelfverzekerdheid uit te stralen op het moment dat hij in een goede stemming is. Veelal wordt dit beïnvloed door goed weer. Wij zien dat de gehele menselijke gezamenlijke bewustwording z.g. het bovenbewustzijn van de mensen, juist op deze momenten van licht en daardoor harmonie en een zekere tevredenheid en vreugde in de mens zelf, sterkt vergroot zodat elk individu, ongeacht zijn eigen instelling, op deze momenten meer kracht en wijsheid kan putten in de onbewuste wereld dan normalerwijze. Dit leidt tot een paar conclusies die voor u misschien zeer begrijpelijk en eigenlijk zeer logisch zijn, maar die toch niet mogen ontbreken in dit betoog.

De geestelijke Kracht die op ons neerdaalt, wordt door ons slechts ontvangen wanneer wij harmonisch daarmee zijn. Wij zijn slechts harmonisch met deze Kracht, wanneer wij in onszelf een zekere sterkte en opgewektheid hebben. Een droevig geloof zou betekenen de dood van de levende Kracht in ons zelf. Hoe rechtvaardiger en somberder wij leven in de wereld, hoe slechter het ons gaat. Niet om de rechtvaardigheid die ons tussen aanhalingstekens slaat, maar omdat men in deze rechtvaardigheid de noodzaak schijnt te zien om alles somber en kritisch te bezien. Dit nu is wel heel erg, want er zijn veel mensen die met hun stuwkracht en doorzettingsvermogen en intens religieus beleven, een grote lichtende kracht voor de wereld zouden kunnen betekenen door het geestelijk Licht dat zij in zich opnemen en wederom uitstralen. In plaats daarvan worden zij tot dreigende wolken van duisternis. Wij zijn natuurlijk niet zo, vrienden, u hier in de zaal allemaal. Of het nu regent of stormt of dat de zon schijnt, u zoekt naar geestelijke bewustwording, u zoekt naar harmonie en vrede in uzelf, u wilt de problemen graag opgelost zien, maar meer nog wilt u in uzelf de geborgen zekerheid hebben die uiteindelijk gepaard gaat met geestelijke bewustwording.

Welnu, dan is blijmoedigheid de eerste taak. Op het moment dat u het gehele leven met een glimlach zonder kritiek, zonder onnodige verwensingen zoals het zo vaak gebeurt in stilte, kunt dragen en accepteren, dan verkrijgt u meer van de lichtende Kracht. En wanneer u meer lichtende Kracht in uzelf verzamelt, wordt u ook meer en meer de drager van het Licht in deze wereld. Niet voor niets noemt men Jezus Christus “het Licht der wereld”, want de geestelijke Krachten die Hem doorstroomden, het geestelijk Licht dat door Zijn wezen op deze wereld tot uiting kwam, was zodanig overweldigend en overstelpend, dat Hij inderdaad was een lichtende zuil, vergeleken bij de half duisternis en diepe duisternis van de mensheid. En dat wil niet zeggen dat Hij de enige is, want heeft Hijzelf niet gesproken over het Licht, het Licht van wijsheid, van bewustzijn, maar vooral van geestelijke Kracht dat gelegen was in Zijn leerlingen, in de mensheid? Overal is het geestelijk Licht rond ons, we zien het misschien niet altijd, een enkel moment misschien wanneer de vormen vervagen, wanneer de wereld ver afdrijft en we in de stilte een ogenblik genieten van deze lichtende Kracht, ja, dan zijn we er ons vaag van bewust dat er een grootsheid rond ons is en een heiligheid die stil doet worden, die ons een ogenblik haast terug doet deinzen tussen gewijde kracht en sterkte.

Maar meestal zien we dat niet, weten we dat niet. In de wereld en in veel van de sferen gaan we dat Licht eigenlijk maar voorbij. En wanneer we het een ogenblik beleven, dan is het een zwakke afschaduwing van de werkelijkheid, het licht dat de aarde ontvangt wanneer de dreigende wolken de zon verduisterd hebben en de regen neerstriemt. Zeker, het is licht, het is deel van het zonlicht wat er op de aarde komt. Zo is ook vaak het geestelijk Licht dat u ontvangt, verduisterd, maar het werkelijke felle Licht dat ontvangt men zo zelden. En toch kan ieder mens, elk wezen die Kracht in zich krijgen en dragen, want wij weten van de Ouden, denkt u bv. maar aan de Grieken, dat een ieder gerechtigd is om met het Licht te gaan, want zoals eens de wagenvoerder die de zonnewagen over de horizon jaagt, zijn zoon toestemming gaf, zelfs om de paarden te mennen omdat hij één wens had gebracht en de heilige eed was gezworen. De eed bij de Styx die niet verbroken mag worden door een godheid, wil hij niet een jarenlang in bewusteloze toestand zijn om daarna 9 jaar uitgestoten te zijn uit de godenwereld. Deze godheid laat zijn zoon toe om deze zonnewagen, dit licht te drijven.

Een zekere Hora gaat hem voor als een veilige gids. En wanneer hij de kracht had gehad om inderdaad zichzelf te beperken en niet in een hoogmoedige tomeloze vaart, met het licht dat hij voerde, over de aarde te druisen, dan zou hij niet gestorven zijn, dan zouden de goden hem niet met een bliksemschicht neergeslagen hebben, terwijl de aarde sidderde in kou en de verbrande sporen van het felle licht, de rest van de aarde tot dorheid en droogheid palmden.

Maar wij kunnen ook de zonnewagen voeren, want dit is niet zo maar een verhaaltje, een stukje mythologie zonder meer. De grote Schepper heeft ons een eed gezworen, een onverbrekelijke eed, een eed die God niet kan weigeren te vervullen, wanneer Hij niet zelf Zijn goddelijkheid daarvoor prijs wil geven. Stel dat dit volgens de oude opvatting mogelijk was, dan zou het nog niet gebeuren. Maar God is groter, completer, compacter en meer omvattender dan alles wat die oude Grieken zich voorstelden. God heeft gezegd in het begin tegen Adam, zoals het staat in de oude legenden, Hij heeft het gezegd tegen Noë toen de aarde hernieuwd geboren werd uit water en nood, volgens het oude verhaal, Hij heeft het gesproken tegen David en Salomo, Hij heeft het gesproken bij monde van Jezus Christus tot de mensheid van heden: “vraag en u zal gegeven worden”. Dat is een belofte, dat is een eed.

Wanneer God zoiets zegt, dan kan dat niet wegvallen. En het is ons recht om Hem te vragen: “Vader, wij willen graag de zonnewagen voeren”, of anders gezegd, “wij willen graag mede zijn Licht van de wereld”. En dat vervult zichzelf, daar gaat niets vanaf, wanneer wij dat willen dan zijn wij dat. Maar ja, dan moeten we natuurlijk eerst zorgen dat we dat Licht ook werkelijk ontvangen, want dat Licht is er, het ligt klaar voor ons en ieder van ons behoeft zich alleen maar in te stellen om er deel aan te hebben. Soms in een enkel moment van meditatie, van contemplatie, soms komt het onverwacht midden in uw werk en bezigheden. Eén momentje van een vreemde stilte en dan plotseling die sterke geladenheid en een geluksgevoel en die kracht om de mensen een ogenblik beter te maken en op te heffen boven zichzelf.

Dat, mijn vrienden, dat ligt voor u allen, voor ons allen klaar. Het is er, maar wij moeten het aanvaarden en om het te aanvaarden moeten wij begrijpen dat, wil men worden door het Licht van de geest mede tot het Licht van de wereld, men eerst het in zichzelf licht maakt. Dan mag men niet met sombere rouwige draperieën omhangen zijn van eigen denken en gemoed, dan mag men zijn wijsheid niet zoeken in de pessimistische uitingen die, materialistisch genoeg, het onheil van alle dingen verkondigt, dan mag men niet twijfelen aan de uiteindelijke goede leiding die alle dingen ten einde voert, zoals het noodzakelijk is voor de wereld.

Dan moet men met stil en diep vertrouwen de geest tot zich laten komen in stille blijheid, telkenmale weer ‘s levens last en lust aanvaardend. Dan moet je van binnen rein en zuiver zijn zoals een kind het is. Heus, een jokkentje dat overkomt een kind ook wel, toch is dat kind vaak veel lichter en sterker in kracht dan een volwassene. Waarom? Omdat het kind in het moment durft te leven, omdat het de volheid van zijn blijheid uitschreeuwt in de wereld en de diepte van zijn verdriet, al zijn ze dan ook nog zo afgrondelijk soms, dat de mens niet vaak beseft, de volwassene, ter zijde weet te schuiven en onmiddellijk weer het goede, het schone in de wereld aan te vatten met een nieuw enthousiasme, alsof het kwaad er nooit geweest was.

Zo moeten wij dat kunnen doen, want er is een geestelijk Licht voor ons en in ons. Zo moet de hele wereld dat durven doen en dan kunnen wij dan zien dat uit het Licht van de geest geboren wordt het Licht van de wereld, het Licht van geestelijke bewustwording, van zuiverder, doelbewuster leven, van vrede en harmonie tussen de mensen en volkeren. Dan komt er uit de pessimistische droom van gisteren en vandaag, morgen de schoonheid van een vlinder uit een pop die plotseling van afzichtelijkheid tot bloem van de eeuwigheid wordt.
En meer nog, want het Licht van de eeuwigheid is niet alleen het Licht van de aarde, wanneer het zich door ons kan uiten. Het Licht van de eeuwigheid dat is het Licht waaruit alles bestaat, elke sfeer, elke gedachte. En wanneer wij dit Licht eenmaal in ons dragen, hoe zou er een sfeer zijn die wij niet kunnen betreden, hoe zou ons vergrendeld en versperd kunnen worden een enkele poort, daar wij in ons dragen dit goddelijk Licht, Licht dat ons helpt om de kennis en de wijsheid te ervaren en op te doen die noodzakelijk is, willen wij uiteindelijk onze taak volbracht hebbende, de cirkelgang van het leven voorgoed kunnen beëindigen.

U vindt misschien dat ik wat erg aan de oppervlakte blijf met mijn betoog, of misschien vindt u wel dat dit een hoop enthousiasme is over ledige dingen, dingen die u niet veel zeggen, maar geloof mij, deze eenvoud, deze schoonheid van het geestelijke Licht eenmaal ervaren, wil zeggen: je hele leven door ernaar verlangen, het steeds in grotere mate in je door laten stromen en dat betekent afstand doen van de gierigheid die in jezelf woekert met elk greintje Licht en de buitenwereld het niet gunnen. Dan zet je je Licht niet meer onder de korenmaat om te voorkomen dat een ander bemerkt dat je Licht hebt, dan geef je, dan geef je je persoonlijkheid uitschakelend, dan geef je uit de volheid van je hart en je wezen, dan schenk je de wereld, niet de nuchtere gave van een dubbeltje hier en een guldentje daar, niet de nuchtere beleefdheid en hoffelijkheid omdat het nu eenmaal zo hoort, of omdat het nu eenmaal familie van je is, maar met het werkelijk diepe medeleven dat geen medelijden mag zijn, met het totaal van alle leven. Dan leef je voor en met alle mensen.

En omdat je voor en met hen leeft, dring je in hun wezen door, dan kun je leven voor en met de geesten zelfs in de diepste duisternis. En doordat je met hen bent in deze goddelijke bewustwording, kun je hen redden en opheffen. U kunt gaan en aanzitten aan de stenen tafelen van het offeren in de hoge sferen en daar in een moment van stil bezinnen, weten dat allen kinderen zijn van één Vader. Daarom vind ik het zo belangrijk dat het Licht van de geest, het Licht van de Eeuwigheid wordt tot het Licht van deze wereld, meer dan de zon, meer dan alle kunstmatige verlichtingsproducten die op het ogenblik ook hier tot uiting komen. Één vonk van dit Eeuwige Licht in je ziel is beter dan duizend schijnwerpers, één Vonk van het goddelijke Licht toont je meer waar het op aankomt dan duizend zonnen tegelijk. En het Licht is er, maar aan ons is de taak in ons zelf de vrede en harmonie te scheppen die het ons mogelijk maakt om dit grootse en wonderbaarlijke deelachtig te zijn.

Zo, vrienden, dat is dan voor vanavond mijn onderwerp geweest. We zullen nog enkele malen op dergelijke onderwerpen terug kunnen komen, voordat wij moeten beginnen met een nieuwe cyclus die actuele onderwerpen zal behandelen. Geloof mij echter dat het onze bedoeling zal zijn, ook met het meer actuele voortdurend weer te benaderen deze kern van de zaak: goddelijke Kracht, goddelijk Licht, die ons allen kan steunen en sterken, die ons kan leiden op de weg die juist is voor ons, voor de mensheid, voor het zijn. En daarmee dank ik u voor uw aandacht.

De piramide van Cheops

Ik mag vanavond dan een onderwerp naar uw eigen keuze behandelen, dus vertelt u maar.

  • Er is de laatste halve eeuw heel veel over de piramide van Cheops geschreven. Van Ginkel noemt haar een “inwijdingstempel”, Van de Vechte “een monument van maten” en “de geschiedenis der mensheid in steen”. Deze laatste opvatting heeft zelfs aanleiding gegeven tot het ontstaan van de Brits Israël beweging. Door sommigen is zelfs verband gelegd tussen de bouwer Choefoe en de aartsvader Henoch of Hanoch. Zou u uw mening over deze piramide willen geven, over haar oorsprong, wat zij voor de mensheid heeft betekend en wat zij nu nog betekent?

Dan wil ik allereerst even opmerken dat alleen reeds een nauwkeurige berekening van de tijd waarin Henoch of Hanoch leefde en de tijd waarin Cheops kwam tot een reconstructie – let wel, reconstructie – van dit oude tempelmonument, ertoe moet leiden dit op zichzelf als onwaarschijnlijk te betitelen. Deze piramide nl. heeft een hele lange voorgeschiedenis en zij is tot ontstaan gekomen een hele lange tijd voordat er nog sprake was van het Egyptische volk dat men ook tegenwoordig nog kent.

Lang geleden reeds nl. leefde er een volk, men noemt het soms de Atlanten of Atlantiërs, dat de gewoonte had om God te eren op de top van een berg. En om nog dichter tot de God, die werd geprojecteerd als wonende in het hemelruim, te kunnen opstijgen, bouwden zij toen tempelbergen van steen, die werden opgetrokken in piramiden. Dit waren echter afgeknotte piramiden en wij zien deze vorm van tempelbouw dan ook bij veel volkeren verschijnen, soms zeer vroeg, bv. de zeer oude Achter Indische monumenten vertonen reeds dergelijke torens.  Wij vinden ze terug in Perzië, wij vinden ze terug in Babylon, maar evenzeer ook in Zuid- Afrika en in Zuid-Amerika geloof ik overigens dat er nog niet veel zijn ontdekt, maar gezien het feit dat men toch daar ook de oude beschaving begint te erkennen, denk ik wel dat het oerwoud binnenkort weer verschillende van zijn geheimen zal prijsgeven. Enfin, dat interesseert ons op het ogenblik minder, want wij hebben het over de piramide.

De piramide nu, was dus reeds door de eeuwen vervallen, maar zij werd als tempel gebouwd volgens een bepaald plan. Dat plan nu was, eigenaardig genoeg, een vastlegging van de omgang van de  aarde, een vaststelling van de eigen positie van de tempel t.o.v. de hemel en verder een nauwkeurige duiding van de magnetische pool. Hierbij werd dus gebruik gemaakt van de blijvende waarde van de aarde, om hierdoor de tempel te maken tot een deel van die aarde en op zodanige wijze vanaf die tempel als vanaf de totaliteit van de aarde tot de God te kunnen spreken. Er zijn veel jaren overheen gegaan en de overlevering heeft deze maten bewaard. Wij zien dan ook dergelijke maten bv. optreden, wat natuurlijk dergelijke speurders u onmiddellijk vermelden, in de Bijbel wanneer er gesproken wordt over de Arke Noachs en later over het bekken dat Salomo laat gieten, of wil laten gieten en dan komen we weer diezelfde afmetingen tegen, steeds weer dezelfde getallen, uitgedrukt in een enigszins andere vorm misschien.

En we vinden die getallen ook weer terug, zoals u misschien bekend is, vereenvoudigd in de z.g. sarcofaag, in de koningskamer van de grote piramide.

Nu was het bij de Egyptenaren de gewoonte om een rotsgraf te hebben en dit rotsgraf dat betekende dan, uitgehouwen bij voorkeur in een recht opgaande rotswand, een diepe gang, waar dan verschillende kamers mee verbonden waren. Daar werden dan de mummies bijgezet en men kon daar dan ook zelfs nog in een soort voorkamer een bepaalde eredienst voeren voor de doden. Men woonde echter later meer en meer in de vruchtbare Nijlstrook en nu begrijpen we wel dat die Nijl van groot belang was. In het begin zullen de bewoners dat niet begrepen hebben, maar zij zochten nu eenmaal de vruchtbaarheid, ze hadden landbouwmogelijkheden en ofschoon ze die overstromingen misschien honderd jaar lang verwenst hebben, kwamen ze eindelijk tot het idee dat juist van deze regelmatige stijging en wassing van het Nijlwater gebruik kon worden gemaakt voor irrigatie. Dat betekent nu weer dat een grotere volkse samenhang ontstaat en het is begrijpelijk dat vanaf dit moment de simpele godenwereld van Egypte begint te veranderen. Men sprak vroeger van Seketh bv. als een aparte godheid, maar later noemde men zich priester van Re-Seketh, zoals men ook sprak van Re-Orate. Wij kennen verder Amon Re en alle aparte stadsgoden en plaatselijke goden die langzaam maar zeker met een universele godheid worden verbonden.

De mogelijkheden van dit Egypte worden steeds groter. En bij het intreden in deze beschaving van vreemde invloeden – ik denk hier aan de Phoeniciërs, de Kretenzen, de Syriërs, verder de aanval door veel semietische volkeren ondernomen, ook o.a. de Syriërs – dan komen er vreemde invloeden en komt men tot het bewustzijn dat deze volkeren kunstmatige bergen maken. En wanneer we dan ook de vroegste trappiramide zien, dan is dit een zuivere nabootsing van een tempelblok zoals dat gebouwd werd in de oude steden. Maar dat is niet voldoende, want men moet natuurlijk nu nagaan – daar zijn de priesters voor – wat eigenlijk de invloeden zijn die zo’n tempel heeft voor de doden, of dat een paleis is of wat anders.

En zo vindt er een langdurige studie plaats, waarbij men zich meer en meer met de eigenschappen en symboliek van die tempel vertrouwd maakt. Daardoor worden de Egyptische priesters langzaam maar zeker ingewijden in o.a. bepaalde oude Chaldese wetten die via Ur – ja, ze waren er in het begin nog niet toen Abram er was, maar later wel – doordringen tot Egypteland en hiermee wordt nu plotseling de piramide tot iets meer dan alleen maar een grafstede, een grafpaleis. Ze begint meer en meer te worden tot een symbool van het eeuwig leven. Men probeert dan ook de getrapte vorm meer en meer teniet te doen. Wij zien dat in plaats van in 3 of 4 trappen te bouwen, zoals de eerste primitieven dat doen, men een praktisch oneindig aantal stenen lagen gaat opbouwen en uiteindelijk zelfs deze af gaat vlakken, in het begin door dit met klei en leem te versmeren, later door het met aparte harde stenen af te kleden.

En dan komt het moment dat Cheops of Choefoe besluit om voor zichzelf een graftempel op te laten trekken. Daarvoor moet hij natuurlijk zijn architect raadplegen, zijn bouwers, zoals elke vorst nl. zijn bouwers heeft. Maar wij mogen nooit vergeten dat Farao de zoon van de zon is en als zoon van de zon heeft hij te maken met het priesterdom en het priesterdom alleen. U kunt in het oude Egypte zelfs geen kamerdienaar zijn van de zoon van de zon, zonder eerst althans de lagere priesterwijding ontvangen te hebben. Het is dus begrijpelijk dat de architecten van de Farao’s priesters zijn. En nu heeft de priesterkaste de gelegenheid gekregen om hier iets te bouwen wat ze zich al lang heeft voorgesteld, nl. de piramide die het volmaakte beeld wordt van het Goddelijke. Zo komt men er dan toe om langzaam en voorzichtig de Farao voor te bereiden op het feit dat deze berg meer is dan alleen maar een graftempel, een soort trappaleis. “Zeker” zeggen ze hem, “rond deze tempel, deze grote, machtige tempel, kunt u begraven worden en we zullen zorgen dat alles wordt gedaan dat u naar het land van de geest goed overkomt, we zullen de beste zonneschepen geven en de beste magische spreuken”.

U weet, nietwaar, de rijke Egyptenaar die kocht magische spreuken opdat, wanneer zijn hart gewogen zou worden tegen de veer van waarheid, dat dit hart zijn mond zou houden. Vandaar ook dat u op menige scarabee de spreuk vindt: “spreek niet tegen mij, mijn hart, wanneer ik gewogen wordt”. Dat hangt weer samen met het dodenboek van de 42 rechters in de hal van Osiris.

In ieder geval, dat doet ook niets ter zake, daar kunnen we misschien later eens een keer over praten, maar teruggaande weer naar de piramide. Daardoor wordt deze piramide gebouwd naar een ongebruikelijk plan. De indeling is volledig verschillend van al wat tot nog toe gewrocht wordt en men reconstrueert kamers die vroeger, eigenaardig genoeg, in de oorspronkelijke tempelbouw symbolisch aanwezig waren. Hierdoor krijgen wij te maken met de kamer van chaos, met de dalende, de stijgende gang, de put, de galerij en wat dies meer zij, ja zelfs gaat men nog verder en construeert inderdaad de drie kamers van de bewuste geest – foutievelijk door sommige constructeurs gezien als een verlichting van de top constructie – en op deze wijze tracht men een volledige tempel te bouwen. Dit gelukt echter niet, want men heeft bij de berekening een fout gemaakt en de topberekening gebaseerd op de oude tempel, daardoor past zij niet op de nieuwe. Zo blijft dus deze graftempel oorspronkelijk niet afgemaakt. De ingang is op een zodanige wijze geconstrueerd dat men waarnemingen kan doen en men grift inderdaad – als het ware ten gerieve van de waarnemers in het begin – enkele sterrenkundige data, astronomisch en niet astrologisch, in deze gang in.

Nu weet men echter dat in de oude tempel dergelijke tekens ook zijn voorgekomen en men zoekt na in de schrifturen tot men iemand vindt die inderdaad nog kan vertalen hoe vroeger, heel vroeger, de toestand is geweest. Het was nl. de oude astrologische duiding die in deze tempel was aangebracht, aangevende het verloop van de hoogtepunten in de laatste tijd van het bestaan van het Atlantisch ras. Onbewust begint men echter, door de voortzetting van de lijn die eenmaal begonnen is, nu met de eigen datum en geeft zo een schets van het verloop van de mensheid, Egypte, tot ongeveer het heden. Dat heeft niets te maken met de tien verloren stammen, dat heeft ook niets te maken met de Joden als zodanig, ofschoon zeer zeker in de esoterische boeken van het Jodendom gesproken wordt over deze piramide. En dat is begrijpelijk, want ze hebben sedert Jozef een zeer sterk contact met Egypte gehad.

Nu moeten wij ons goed realiseren, dat wat vast is gelegd in deze tempel – want een tempel is het – deze tempel bijzonder geschikt maakt om een ingewijde de realisatie van de aardgeest te laten doormaken. Dat is dus de volledige strijd van bewustwording, waardoor men op aarde tot een gevleugelde wordt, d.w.z. iemand die in geestelijke sferen zich evenzeer kan verplaatsen als in de stof. Hierdoor wordt inderdaad de tempel enkele malen gebruikt voor inwijding, maar het blijkt dat zij toch niet volledig geschikt is daartoe en dat het beter is om hier alleen werkelijk ingewijden te doen mediteren. De z.g. koningskamer met haar trog, die als sarcofaag voor de in te wijden persoon diende, wordt dan een langere tijd als een soort vergaderzaal voor de hoogst ingewijden en hier worden contacten met de geest tot stand gebracht op een wijze die u misschien op het ogenblik materialisatie zou noemen.

Dus er verschijnen inderdaad figuren en personen daar en wij merken op dat een lange tijd deze piramide tot een centrum wordt van geestelijk beleven. Echter men heeft met de bouw reeds met een onmiddellijke afsluiting rekening gehouden. En wanneer op een gegeven moment de geheimen van de piramide aan de profanen dreigen te vervallen, wordt deze sluiting nu tot realiteit gemaakt. Vanaf dit moment is de piramide alleen in het geheim te betreden voor degenen die weten waar. En dat is een hele moeilijke zaak, want dan moet men heel hoog op de Oostelijke wand naar binnen gaan.

Zo raakt het geheim van de piramide langzaam maar zeker in het vergeetboek. De ingewijden die nog weten van deze tempel, hebben al andere toevluchtsoorden gevonden en kunnen een eenvoudigere en betere bewustwording elders doormaken. Het pad in het Oosten ligt volledig en wijd open. Wanneer echter dit pad gesloten wordt en voor de wereld opnieuw een tijd van bewustwording moet komen, dan wordt de piramide als het ware herontdekt. Men ontdekt het geheimzinnige van de maten, men ontdekt dat zij vroeger anders geconstrueerd geweest moet zijn dan het op het ogenblik zich laat aanzien. Men begint iets te begrijpen van de symboliek die besloten ligt in deze hele structuur.

En dan komt de moderne mens, die helaas maar al te graag tot een duiding wil overgaan. En zo spreekt men bv. over het Engelse volk als een van de verloren stammen Israëls. In zekere zin is dat niet onjuist, maar men begaat vaak de grote fout het zg. Joodse volk te zien als Israël en dat is niet waar. Wanneer er gesproken moet worden over de werkelijk verloren stammen Israëls, dan moeten wij eerder denken juist aan de Joden, die immers in een formalisme kristalliseerden en niet bereid waren tot verdere geestelijke bewustwording over te gaan. Vandaar dat Jezus, de grote Ingewijde, juist in hun midden moest geboren worden, want van een vreemde zouden ze zeker niets aanvaard hebben. Vandaar dat daar juist  het werk moet beginnen van de vrijmaking, op het punt waar deze het moeilijkste valt. Vandaar dat ook de Joden over het algemeen Jezus verworpen hebben, terwijl de barbaren, zoals men ze toenmalig noemde, Zijn weg wel wilden begrijpen en aanvaarden, hoewel ze er ook niet al teveel van terecht hebben gebracht.

Nu zult u begrijpen dat deze piramide dus niet mag worden gezien als een voorspelling van astrologische data. Wel echter is het een astronomische waarnemingsketen, die, gezien het hier gaat om vaste beelden, te construeren is en waaruit de astronomische gegevens, de constellaties, berekend worden en dus ook de astrologische interpretatie wordt gevormd. Men kan inderdaad een astrologische interpretatie hieraan geven, echter dan is zij niet volledig juist en kan men slechts door correcties in berekening toe te passen, ze achteraf doen kloppen met alle, volgens de mens, grote gebeurtenissen op aarde. Een zuivere graftempel is de piramide van Cheops of Choefoe nooit geweest, want er is nooit een Farao in te ruste gelegd, noch heeft men erin gezongen het laatste afscheidsgezang en de bloemen gestrooid voor één die weggaat naar verre landen. Evenmin is het alleen een tempel van de ingewijden geweest.

Begonnen is deze bouw als een reconstructie van iets ouds, met de bedoeling hiervan te maken een moderne graftempel, zoals u misschien op het ogenblik van een oude boerderij zou willen proberen een moderne villa te bouwen. Dit is de waarheid, zover we die na kunnen gaan, over de piramide, die wordt toegeschreven aan Choefoe, Cheops, die inderdaad grotendeels werd afgebouwd door zijn opperbouwmeesters. Heeft u daar nog iets over op te merken of te vragen?

Vragen

  • We lezen in het Oude Testament in Jesaja: “En te dien dage zal er een wijssteen staan op de grens van Egypte of in het meer van Egypte en die zal gebouwd zijn door vreemde bouwers, die geen Egyptenaren zijn”. Is dit hetzelfde?

Nee, want ik heb u reeds geprobeerd duidelijk te maken dat de ogenblikkelijke piramide niet is het originele oude bouwwerk, dat het echter een reconstructie is van een oud tempelbouwwerk dat reeds zeer lang en nl. reeds vanuit de periode van het zesde Atlantische ras bestond. Ik hoop dus dat u, ondanks Jesaja, in deze mijn woord zult willen accepteren, …..

  • Ja zeker

… want een wijssteen is het inderdaad, en het is inderdaad gebouwd door vreemde bouwers, maar niet in de zin dat het vreemdelingen waren, maar in de zin dat het bewusten waren en dus ingewijden in Egypte die deze reconstructie inderdaad tot stand deden komen. Overigens kunnen we in de Bijbel meer verwijzingen hiernaar vinden, maar wanneer we teruggaan tot het zeer oude en we lezen in het oorspronkelijk geschrift uit de dagen voor Noach, dat Noach ging tot de tempelberg en klaagde tot de Heer, zeggende: “zie dit, Uw huis is verlaten”, dan wordt hier ook geduid op iets dergelijks, dus op deze wijsteen of wijssteen, waarbij dus inderdaad mag worden aangenomen overigens dat, indien Noë’s sage enigerlei werkelijke betekenis heeft, buiten zijn esoterische en symbolische waarde, deze Noë waarschijnlijk heeft gewoond in het gebied van de delta van Egypteland of in Babylon, in deze buurt dus, waar alleen hier in deze tijd deze tempelbergen reeds gebouwd waren. U kunt overigens ook hetzelfde anders interpreteren en dan krijgt u natuurlijk de vertaling die algemeen gangbaar is.

  • Dat het ingewijden waren dat is uit de Bijbel wel te begrijpen, want er staat dat de Egyptenaren die hadden een afkeer van hoeders van klein vee. En dat is dit dan ook dat herders wel zeker een hoge plaats innemen in de Bijbel, nietwaar, het herderschap, dus dat het hier dan ook herders waren, waarmee dan ook leiders bedoeld wordt.

In de versleuteling is inderdaad een dergelijk iets en dat kunnen we terugvinden in het oude Egypteland waar geschreven wordt op een gegeven moment…. “want ziet, zij die groot zijn en wonderen doen, worden geacht en niet ik, de hogepriester”. Dat zou dus inderdaad erop wijzen dat er herders van de kleine lui waren die niet erg gezien waren, vooral bij de priesters. Dus in zoverre kan het inderdaad juist zijn. Hebben we nog meer te zeggen daarover?

  • Allereerst dat uw uiteenzetting een merkwaardig licht werpt op een bijbeltekst waar ik vaak over gedacht heb: “zie ik hef mijn ogen op naar de bergen waarvan mij hulpe komen zou”. Dat zou een verklaring kunnen zijn van deze tempelberg.

Inderdaad

  • Dan is mijn volgende vraag: Ik meen in een van de vorige verslagen gelezen te hebben dat de piramide gebouwd is op een oud fundament.

Inderdaad

  • Was dat fundament dan van die oude tempel, die nu gereconstrueerd werd, bedoelde u die tempel die dan in het Atlantische tijdperk zijn oorsprong heeft?

Inderdaad. Dus de piramide is gedeeltelijk slechts door nieuwe materialen opgebouwd, maar er werden daarbij oude fundamenten en oude stenen mee verwerkt. Dat is natuurlijk te begrijpen, omdat er niet veel steen was en dat ze over verre afstanden moest worden aangevoerd. Bovendien mogen we aannemen dat degenen die de leiding hadden, de bouwmeesters, inderdaad rekening hebben gehouden met de wij-waarde, dus de geestelijke waarde van deze oude tempelberg, althans de ruïne daarvan. Want het is wel bekend dat toch ook veel van de ruïnen voor bouwstof is weggevoerd eigenlijk en gebruikt werd bij het opbouwen van sommige steden en andere tempels. En men heeft toen met de bouw van de piramide zelfs materialen van enkele tempels terug gevoerd naar de piramide toe. Dat wijst er dus inderdaad wel op dat niet alleen op een oud fundament werd gebouwd, maar dat bovendien vele oude materialen mede bij deze bouw werden gebruikt.

  • Dank u zeer.

Tot uw dienst. Hebben we nog meer over de piramide te zeggen?

  • In één van de boeken, juist over de piramide staat dat het wonderlijke is de manier waarop die zware stenen vervoerd zouden zijn en die zouden dan met muziek of met een toon zo precies aaneengepast zijn – dat de voegen ik geloof een honderdste inch maar waren – dat er geen blad papier tussen kon, wat anders op geen andere manier mogelijk zou zijn. Zit daar enige waarheid in?

Ja, daar is inderdaad wel enige waarheid in, want zoals u ziet, waren de oude Egyptenaren, en zeker de ingewijden onder hen, grote magiërs en die wisten gebruik te maken van veel verschijnselen. Zo is het bekend – het staat zelfs in een beschrijving – dat zij kwamen uit de tempel, spelende en omstraald met lichten, in hun handen dragende giftige slangen en schrijdende door de lucht, terwijl de tonen van hun fluiten de mensen bekoorden en betoverden. Daar blijkt dus reeds uit dat zij met de magie en de magische verschijnselen zeer goed op de hoogte zijn geweest. Verder is het heel begrijpelijk dat in deze tijd de trillingstheorie bekend is, wanneer wij denken aan de bazuinen van Jericho.

Wanneer nu twee stenen worden genomen die een gelijke afmeting hebben, of een ongeveer gelijke afmeting, kan men inderdaad door muziek – maar ja, dat is dan niet gewone muziek hoor, dat moet u niet denken, denkt u maar eerder aan een soort gillende trompetnoot – kunnen zij inderdaad zodanig gevoegd worden, dat zij door gezamenlijke trilling elkaar volkomen aanpassen en aansluiten, zo sterk dat je eigenlijk zou denken, ze kleven aan elkaar. Dat is inderdaad mogelijk.

Overigens werd bij het transport van die stenen in enkele gevallen ook een eigenaardige techniek nl. een omzetting van lichtkracht, dus de kracht van de hete zon werd gebruikt om hydraulische werkingen tot stand te brengen en daardoor de stenen te heffen. Verder is bij de piramiden – ook bij de piramide van Cheops – met een soort bouwrand gewerkt. U weet wat ik bedoel met een bouwrand, nietwaar, zo’n glooiing dus die het mogelijk maakt om ook met wagens te komen tot op het bouwvlak, ook wanneer dit ver boven de normale oppervlakte ligt. Er zijn dus heel veel verschillende technieken bij gebruikt. Maar er is inderdaad veel magie gebruikt. En eigenaardig genoeg is veel magie gebruikt voor de constructie van iets waar de meeste mensen niet aan denken dat het geconstrueerd is. Dat is nl. de benedenste kamer of de kamer van de chaos. Hier werd nl. een kunstmatig breken van stenen tot stand gebracht door magische middelen, om hierdoor de chaotische toestand op de juiste wijze uit te beelden, de woestheid van de dingen. En wanneer u daar een andere term aan wilt geven, werd hier dus het negatieve principe van de koningskamer uitgedrukt.

  • Volgens sommigen ligt de vervulling van ‘s mensen hoogste verlangen in de vereniging met de “tweelingziel”, die ieder mens ergens in het Heelal zou moeten hebben. Volgens anderen ligt die vervulling in de mens zelf besloten, omdat hij oorspronkelijk hermafrodiet zou zijn geweest en dit ook weer zou gaan worden, zoal niet in lichamelijke zin, dan toch in geestelijke. Hij zou dus genoeg hebben aan zichzelf. Volgens weer anderen is de vervulling alleen te vinden in de vereniging van de menselijke persoonlijkheid met het Goddelijke in hem. Wat is volgens u het doelwit van dit algemeen menselijke verlangen en hoe is het te bereiken?

Ik geloof dat het doelwit van het menselijk verlangen is om voor zichzelf volledig wensloos en toch tevreden te wezen. Het klinkt misschien niet zo erg hoog, maar dit wil zeggen dat je zo’n klein beetje alle poespas, alle teleurstellingen kwijt wilt, je wilt als het ware voor jezelf het volmaakte en alle drang die je hebt die is daarop gericht. Nu neem je misschien wel met een beetje minder genoegen zo nu en dan, omdat het gemakkelijker is, maar je wilt eigenlijk het volmaakte. Aangezien het volmaakte m.i. identiek moet worden geacht met het Goddelijke, zou ik willen zeggen: de eenwording van de mens met het Goddelijke, of anders uitgedrukt, de realisatie van het Goddelijke, dus het volmaakte in de mens is het einddoel van het leven. Geen protest?

  • Wat is het doel en hoe is het te bereiken?

Ach, ik zou zeggen door hard te werken. Ik ben helaas niet in staat om een tovermiddeltje te geven om nu een, twee, drie, de volmaaktheid in je zelf te verwezenlijken. Maar ik zou zeggen, je kunt het bereiken wanneer je al je eigenschappen zoveel mogelijk gebruikt om datgene tot stand te brengen dat jezelf als begerenswaardig ziet en wel op zodanige wijze dat je in generlei tweestrijd omtrent die bereiking komt te staan. Nu weet je nog niets. Nu ja, in ieder geval zo is het, hoor, dus ik hoop dat je er genoegen mee zult nemen.

  • De vorige keer hoorden we over het waakbewustzijn en het droombewustzijn. De psychologie spreekt ook nog over het onbewuste en het onderbewuste in de mens. Heeft de mens ook nog een hoger bewustzijn? Zou u deze laatste drie – onbewuste, onderbewustzijn en hoger bewustzijn – ook eens nader kunnen toelichten?

Ik zou het kunnen proberen. Onderbewustzijn: dat gedeelte van het stoffelijk wezen – dus de hersenen – dat niet normalerwijze het totaal van de daarin bevatte herinneringen en indrukken direct op het bewustzijn kan spiegelen maar waarvan bij tijden flarden naar voren komen. Geen bezwaar tegen deze definitie?

  • Nee

Het onbewuste: het totaal van de drang, het totaal van het weten en het totaal van alle zijn dat niet onmiddellijk wordt gerealiseerd in het waakbewustzijn. En dan zou ik het hoger bewustzijn eigenlijk in mootjes willen hakken, want we kennen het bovenbewustzijn waarbij de mens deelt in de gedachten van zijn omgeving, daardoor wordt beïnvloed en daaruit automatisch zijn wijsheid en kennis put. Dit is het bovenbewustzijn, waarbij de gezamenlijke – ik zou haast willen zeggen – vaak telepathisch overdragen van gedachten en denkbeelden, de mens brengt tot wat ik zou kunnen noemen een soort nv, een naamloze vennootschap waaruit ieder te gelegener tijd wel kan putten en wel wanneer hij op een bepaald probleem is afgesteld.

M.a.w. als mijnheer Jansen vandaag nieuwe sokophouders uitvindt en mijnheer Pieterse zit erover te piekeren ergens in een ander land, hebben ze veel kans dat, doordat de realisatie ook in het bovenbewustzijn plaatsvindt, Jansen en Pieterse enkele minuten na elkaar, misschien ook enkele uren na elkaar hetzelfde patent klaarmaken en het allebei aanmelden. Dan zitten ze er verder natuurlijk over te vechten wie de centen krijgt.

En daarnaast kennen wij bij het hoger bewustzijn het z.g. geestelijk bewustzijn. Het geestelijk bewustzijn is het bewustzijn van een wereld die zich aan het normale kenvermogen onttrekt en daarin waarden optreden die in de normale wereld, dus de daagse of materiële wereld, niet voorkomen. Hierin is het mogelijk een aantal bewustwordingen te realiseren en hieruit wordt het mogelijk bepaalde krachten te materialiseren zodat ze in kunnen grijpen in de stoffelijke wereld. En dan schijnt daarboven nog te staan, ook als hoger bewustzijn, de ziel, die in zich draagt de totale richtlijn van het bestaan en voortdurend beïnvloedend blijft t.o.v. alle verdere bewustzijnsvormen van de mens. Nou, zo goed als ik het kan, hoor. Bezwaren en protesten, of niet?

  • Dank u wel.

Hebben de meesten het ook begrepen, of niet? (gelach) Er wordt daar zo ergens gezegd: “dan lees ik het nog wel eens na”, wel ja, doe dat, pluis het maar eens uit.

  • Door één van uw sprekers is 14 dagen geleden, in een over karma gestelde vraag, gesproken over de bewustzijnswet en de daad wet. Ik weet dat er een evenwichtswet is waarvan de statica een praktische toepassing is.
  1. Zijn er nog meer wetten waaraan de stofmens en ook de aan uw zijde levende vrienden hebben te voldoen?
  2. Wanneer de mens met deze wetten in botsing komt zou dit voor hem minder prettige gevolgen hebben. Welke invloeden kunnen deze wetten voorts nog op het leven van de stofmens uitoefenen?

Nou, die laatste vraag maar eerst. Alles wat je doet wordt door die wetten beïnvloed, dus je hele leven bestaat eigenlijk uit de werking van die wetten. En dan, ja natuurlijk wij spreken over de daadwet en de gedachtewet, d.w.z. dat zowel in daad als gedachte een beperking van realisatiemogelijkheid bestaat die volledig gebonden is aan de bekwaamheden en mogelijkheden van het individu en waarbij in gedachte en daad altijd een volledige evenwichtigheid moet bestaan mét het individu.

De wet van evenwicht houdt verder in, dat op het moment dat gedachte wordt omgezet in daad, zij als gedachte ophoudt te bestaan. Wanneer je echter de gedachte niet omzet in de daad, kan zij obsederen, tot obsessie worden, en voorlopig alle andere realisaties in de gedachtewereld voor je onmogelijk maken. Dat wil dan zeggen dat je meestal met je daden ook in de knoop komt en nu ja, je kunt er last mee krijgen, je kunt er zelfs mee in het gekkenhuis komen, en je kunt ook een goed inkomen voor een psychiater vormen. Het ligt er maar aan hoe het gebeurt.

  • Dan: bestaan er nog meer wetten?

Ja, natuurlijk, wij kennen de grote wetten “oorzaak en gevolg”, verder de evenwichtswet, die hebben we ook gehad , daarnaast de wet van realisatie, d.w.z. dat al het kenbare gerealiseerd moet worden omdat ze anders niet kenbaar is en dat niets kenbaar kan worden wanneer het niet reeds tot realisatie ergens bestaat, inhoudend dat het totaal van het totaal van het zijnde ergens reeds vorm moet hebben aangenomen voordat het bv. in uw wereld tot een reële verschijningsvorm kan komen, dat geen gedachte gedacht kan worden die niet afhankelijk is van reeds gekende feiten enz. enz.

En dan is er nog een wet en dat is de wet die zegt: als eenling ben ik deel van de massa – het is de wet van de massa eigenlijk – maar als eenling ben ik binnen de grenzen van de massa verplicht om mijn eigen persoonlijkheid in de massa tot uiting te brengen. Op het moment dat ik dat niet doe word ik beheerst door de massa en als zodanig onderga ik de tegenstrijdigheid tussen het streven van de massa en mijn eigen streven in de kiem, als een tweeledigheid van mijn wezen waardoor innerlijke strijd ontstaat. Dat zijn de voornaamste.

  • Kan een nog ongeboren kind de persoonlijkheid van de a.s. moeder gedurende de zwangerschap dusdanig overstemmen, dat de moeder daardoor op een geestelijk hoger peil komt, al is dit tijdelijk. Als dit zo is, is hier dan sprake van de ziel van het kind, die domineert, of is het de aanstaande persoonlijkheid? Wat is volgens u het verschil tussen ziel en persoonlijkheid in een mens?

Nou kijk eens, je ziel dat is je levenskracht, dat is je hoogste bewustzijn, en je persoonlijkheid dat zijn al die dingen die je wel doet en die je eigenlijk beter niet zou kunnen doen.(gelach) Dus dat is nogal gemakkelijk. Dan moet ik helaas de eerste zin, om het deftig te zeggen, categorisch ontkennen.

De ziel van het kind, of de persoonlijkheid van het kind overstemt de moeder niet en de moeder kan dus ook niet komen tot een verhevener bewustzijnstoestand, zij het tijdelijk, door de persoonlijkheid van het kind. Wat er wel gebeurt is dit: Wanneer de zwangerschap optreedt dan zijn er in dat lichaam van die vrouw zo heel wat veranderingen aan de gang en nu kan het zijn dat het innerlijk evenwicht van de stoffelijke impulsen zodanig veranderd wordt, dat hierdoor een grotere vrijheid van geestelijk denken en ervaren, soms ook een grotere emotionele diepte mogelijk wordt en dat betekent dan ook weer dat t.o.v. het normale van een vrouw, dus de niet zwangere vrouw, een afwijking optreedt.

Bij sommigen neemt het de afwijking aan van zure bommen en bij een ander wordt het knolraap, (gelach). Maar u begrijpt dus wat ik bedoel. Er komen eigenaardigheden naar voren. En nu is dat wel vreemd dat de persoonlijkheid van de moeder in die tijd, dus in die toestand, vaak beïnvloedend is voor de wordende persoonlijkheid van het kind. Nou, dat is het hele zwikkie zou ik haast zeggen. Ja, als het niet goed is dan zeg je het maar, hoor.

  • Is het dan mogelijk dat een karakter totaal verandert in die tijd?

Ja dat is natuurlijk mogelijk. Kijkt u eens, wat u het karakter van de mens noemt, dat bestaat lichamelijk gezien, dus uitgeschakeld nu de geestelijke impulsen die vaak trachten het stoffelijke te beheersen, uit een groot aantal z.g. driften die in hun onderling samenspel het karakter naar voren brengen plus de reactie op de buitenwereld.

Dus als u van nature opvliegend bent, of erg laconiek, dat is niet uw verdienste of uw schuld, dat zit zo gezegd in het beestje. Dat is hetzelfde, nietwaar, als je een auto hebt die piept en kraakt, dan kunnen we toch moeilijk zeggen dat u kraakt, dat doet uw voertuig. Maar de buitenwereld beoordeelt u niet zoals u erin zit maar naar die rammelkast. Dan zeggen ze: nu moet je dat vehikel daar weer aan zien komen. Dus, wanneer die moeder beheerst wordt door het z.g. karakter, dan is dat karakter afhankelijk hoofdzakelijk van een aantal interne secreties. We kennen er zo wel wat van die dingen van, nietwaar, zo allerhande van die kleine endocriene kliertjes. Ja die heb je in het lichaam, hoor, er zijn ook klieren buiten het lichaam, maar dat is weer heel wat anders, (gelach). Dus wanneer die nu hun werking veranderen, dan kan het zijn dat u van erg zachtmoedig erg opvliegend of omgekeerd wordt, dat u van erg daadkrachtig ineens erg lui wordt of omgekeerd. Kortom dat je hele instelling, lichamelijk, verandert. En dat betekent dan over het algemeen ook dat je anders leeft, hoor.

Maar ja, als je nu een erg handige dokter zou hebben – zo’n handige dokter bestaat er op het ogenblik geloof ik nog niet – dan zou men u heel eenvoudig met een pilletje en een spuit je van lui tot vlug maken en dan zou u waarschijnlijk naar het kantoor gaan en denken, nou, de baas is meestal nogal cholerisch van karakter – u weet wel dat zijn van die heren die zo vriendelijk iets zeggen dat je denkt: daar staan vijf Deense doggen tegelijk te blaffen – en dan zou u zeggen tegen de dokters: “heeft u voor mij niet een pilletje voor mijn baas”, en dan kom je binnen, een kwartier over tijd, de baas begint en drinkt nog net een slokje water met een pilletje en ineens zegt hij: “nu ja, mijn beste kerel, ik kom ook wel eens te laat, dat is zo erg niet, zorg maar dat je je werk inhaalt” in plaats van dat hij, nu ja, laten we zeggen een lijst van woorden opnoemt die in de dictionaires meestal niet voorkomen. Begint het te dagen?

  • De moeder kan wel in die tijd het kind beïnvloeden is ons geleerd, waarom kan het andersom niet?

Nou, dat is heel eenvoudig. Je kunt wel een nieuw huis bouwen naar het patroon van een oud huis, maar je kunt moeilijk het oude huis gaan veranderen naar het nieuwe huis dat er nog niet staat. De moeder bouwt in haar lichaam, uit de bestanddelen van haar lichaam, beïnvloedt door de afscheidingen die in haar lichaam de levensfuncties bestemmen en stimuleren, in zich het lichaam van het kind. D.w.z. dat die bouwstoffen wel degelijk invloed hebben op de kwaliteit a.h.w. van het lichaam van het kind.

  • Dit gaat dus alleen over de lichamelijke …….

Ja, natuurlijk.

  • …..maar de kinderen die geboren worden hebben toch ook een achtergrond, dus ook een zekere inhoud.

Ja zeker, maar denk nu maar aan die auto waar ik het over had. In sommige gevallen is het zelfs een wagen waar meer personen tegelijk in stappen. Maar dat is het voertuig en u beoordeelt de mens naar zijn voertuig en de eigenschappen daarvan en u kunt heel moeilijk beoordelen of hij met dit voertuig nu heel goed of heel slecht rijdt, want als je een hele luxe dure wagen hebt met u weet wel tegenwoordig automatische schakeling, met eh..ie, nee wat was het nou? Ik heb het kort geleden gehoord, ik ben het kwijt.
Het was zoiets met “matic” erin. Enfin, dan is het geen kunst om netjes en soepel te rijden, maar je kunt een hoop ongelukken maken. Dat ziet de beschouwer niet, die denkt: nou, dat gaat allemaal zo gladjes, die weet zijn weetje wel. En dan komt er iemand met een ding dat helemaal niet in orde is en dat eigenlijk direct tegen de eerste de beste boom aan behoorde te rijden, en dat wordt met moeite op de weg gehouden. Dan zegt u: nou, moet je die daar eens zien zeg, helemaal geen beheersing, daar mankeert een hoop aan. Dat is nu juist de kwestie, de geest bestuurt een lichaam, maar dat lichaam heeft een volkomen eigen karakter, uiterlijk en eigenschappen. En de geest kan wel zijn wagen kiezen, maar als hij hem gekozen heeft, moet hij er mee rijden. En naar gelang hij dan van de kwaliteiten van die wagen gebruik weet te maken, kan hij zijn eigen geestelijk “Ik” tot uiting brengen, of overrompelt de stof en de kwaliteit van de stof totaal het geestelijk bewustzijn, maar dat zie je aan de oppervlakte niet. Iemand die erg driftig is, nietwaar, die kan zich een hele hoop intomen en dan noemt u hem toch nog driftig. Begrijpt u wat ik bedoel? Dus dat zijn twee verschillende dingen en die moet je niet zomaar zonder meer op gelijke basis stellen.

  • Wordt een mens dan beheerst door zijn endocriene klieren, of beheerst de geest juist die klieren?

Nou, meestal wordt de mens daardoor beheerst. Het is jammer dat ik het zeggen moet maar het is zo. Want als de geest die endocriene klieren beheerste, dan zou er minder geklier zijn. (gelach) Begrijpt u wat ik bedoel? Dus het is zo dat de geest eigenlijk het lichaam behoort te beheersen en onder omstandigheden kan hij dat ook doen. Ja, ik moet niet teveel praten daarover, want dan gaat mijn tijd voorbij, hè? Maar enfin, het geeft niet.

Als u namelijk geestelijk in staat bent uw lichaam te beheersen, dan kunt u zeer snel alle ongemakjes in dat lichaam herstellen, maar u doet het meestal niet. Uw lichaam wordt ziek, maar komt dat nu omdat de geest het lichaam niet beheerst? Daar zitten psychische oorzaken bij, natuurlijk, maar de psychische oorzaak is eerder een gebrek aan beheersing, waardoor het lichaam zijn eigen gang kan gaan. Zo moet je dat bekijken. En wanneer de geest niet in orde is, dan is het lichaam gauw genoeg om het over te nemen, maar als de geest prima is, zo eerste klas, super de luxe, dan heeft het lichaam toch nog wel eens kuren en moet die geest sterk ingrijpen om dat lichaam te regeren. Komt hij nu ergens waar het totaal van geestelijke krachten en energie één groot gedachteveld met één idee schept waar de geest volledig harmonisch mee is, nu dan krijg je zoiets als Lourdes, wonderbaarlijke genezingen etc.  En zo kan suggestie ook heel veel doen, het is dus het activeren van de geest, via de geest het bewustzijn en via het bewustzijn het lichaam. Ik geloof dat ik het nu toch wel aardig duidelijk heb gemaakt, hè?

  • God, als het Allesomvattende en Allesdoordringende is moeilijk te aanvaarden voor de grote massa, die behoefte heeft aan iets zichtbaars, aan iets, dat ze zich visueel kan voorstellen, iets “super menselijks”. Hebben de grote Leiders van de mensheid, in het bijzonder de Christus, uit deernis met deze grote massa, Zich als Mens God tussen de mensenmassa en het Absolute geplaatst, als een tussenstation, vanwaar men later verder kan reizen zónder Zijn middelaarschap? Of hebben de mensen zelf deze vervanging van het Absolute aan Hem toegekend? Hoe denkt u hierover?

Nou, kijk eens, de grote Geesten van deze aarde hebben allen in meerdere of mindere mate een contact gehad met het Goddelijke, dat is duidelijk. Maar zij moesten, zoals u zuiver opmerkte in het betoogje, de mensen dit aanschouwelijk voorstellen, vandaar dat Jezus tot de menigte spreekt in gelijkenissen, want anders snappen ze het toch niet. En nu is het een feit dat elk mens zich zijn God schept, d.w.z. de sublimatie van zijn eigen wezen buiten zichzelf projecteert en dit beschouwt als Vader of als Godheid. Dat is natuurlijk niet zomaar, dat doe je nu eenmaal. Vandaar dat de negertjes een zwarte God hebben, nietwaar, en de indiaantjes een Indiaanse God, de Chinezen een Chinees Godje enz. enz. enz. Dus God is eigenlijk een kwestie waar de persoonlijkheidssubstitutie optreedt.

Wij vervangen het onbegrijpelijke door een tastbaar iets. Moet u eens kijken. Wanneer deze middelaars nu zouden zeggen: “God kun je je niet voorstellen”, dan zou de hele mensheid zeggen: “nou, dan ga ik maar liever naar, voor mijn part naar een helderziende toe, die me vertelt dat God een baard heeft en een blauwe jurk aan”. Dat is geen schimpscheut op de helderziende, hoor, want er zijn er wel betere. Maar vroeger had je zoiets, dat waren priesters en die hadden visioenen. Nu ja, en soms waren het visioenen en waren het ook priesters en soms waren het epileptici in een bepaald kostuum. Maar dat heb je tegenwoordig nog, hoor, het is nog niet zo lang geleden. Dus, deze grote Geesten moesten iets scheppen en daardoor hebben Zij allen een voorstelling gegeven van God die voor de mens acceptabel was.

Ze was onvolledig maar gaf een aantal goddelijke eigenschappen aan, waardoor de mens toch althans een deel van dat Goddelijke kon benaderen. En wat hebben de mensen nu gedaan? Die hebben het beginstation met het eindstation verward. Ze zeggen: Jezus is God – een feitelijke waarheid overigens – maar werkelijk gezien toch wel een klein beetje anders dan alleen maar: Hij is het Zelf, Jezus was een deel van God zoals alles deel is van God, maar Hij was er zich van bewust, daardoor was Hij bewust deel van God en als zoon spreekt Hij over zichzelf als Zoon des mensen en als Zoon des Vaders. Deze Jezus nu, hebben de mensen nu verheven tot een godje en wel om tweeërlei redenen, als ik tenminste goed zie, hoor.

De eerste was dat het erg gemakkelijk is, omdat er van Jezus veel bekend is, er een hoop beeltenissen van bestaan en de figuur Jezus erg tot de verbeelding spreekt. En het tweede, dat is niet zo mooi, ik denk dat ze van Jezus God gemaakt hebben direct en in absolute zin, omdat, als ze Jezus als mens accepteren, ze Jezus na moeten volgen, nietwaar? Maar nu kunnen ze rustig zeggen: nu ja, Hij was God, ik mag het nu heus wel een stapje minder doen. Nou, hebben we daar nog commentaar op?

  • Leiding: Men zwijgt.

Ja, ik hoor het, of liever gezegd ik hoor het niet en daardoor hoor ik het, want als ik het gehoord had zou ik het niet horen. (Hier moest Henri zelf ook even lachen).

  • Ja, ik zou graag even een vraag willen stellen. Het gaat over de kracht of de uitwerking van de kracht van het gebed. Ik zal u een klein voorbeeld noemen. Iemand die is dogmatisch, voelt zich in zijn denkwereld thuis. Één van zijn naasten, verwanten, is spiritistisch denkend, en hij denkt natuurlijk, die dogmatische persoon, dat is duivels werk. Die dogmatische persoon begint te bidden, opdat die spiritist uit zijn denkwijze verlost zal worden en teruggaat naar het dogmatische, want hij denkt: dat is de veiligste manier. Hoe is dan de uitwerking op kracht van dat gebed t.o.v. die spiritist en hoe werkt dat uitgaande van die dogmatische persoon?

Nou kijk eens, wat doen we eigenlijk als we bidden. We stellen ons het hoogste voor dat we ons dan voor kunnen stellen en we richten ons dan tot God. En nu beginnen wij te bidden, d.w.z., wij geven uitdrukking aan onze verlangens en daardoor realiseren we die verlangens in onszelf en beginnen meteen aan de verwerkelijking daarvan. Dat is punt een. Hoe hoger en onzelfzuchtiger het is, mijn gebed, hoe beter de zaak in mijzelf is. Ik kan ook wel bidden om vijf tientjes, maar dan krijg je die vijf tientjes als deel van een ongevallenverzekering omdat ik dan net mijn pink eraf gehakt heb. Ja, ik kan ook bidden om vrede voor mijn medemensen, maar dan bid ik om vrede – ik stel mij dit hoog voor – leg die indruk in mijzelf en begin dus zelf vrede te geven meteen, hè? Maar als je nu spiritist bent? Nu zoekt die spiritist naar een hoog geestelijk bewustzijn en deze dogmatische mens wil die mens ook tot een hoog geestelijk bewustzijn brengen. Voor zover die kracht van het gebed dus weerkaatst op die spiritist, zal het hem niet hinderen in zijn spiritisme, maar het zal hem in deze weg waarin hij gaat, tot een hogere bewustwording en een betere realisatie van de waarheid leiden. Snapt u?

  • Ja zeker.

En omdat die orthodoxe man ook om bewustwording heeft gebeden, heeft hij ook in zichzelf dat voornemen gewekt en zal hij dus zelf ook beter bewust worden in zijn pak.  Niet gek, hè?

  • Nee (gelach). Dan heeft toch die dogmatische geen bevrediging van zijn gebed, want volgens zijn gedachte wordt dan toch zijn gebed niet verhoord.

Nou, dat weet ik zo net nog niet, want je hebt dogmatische mensen die weten hoe je moet bidden, hoor. Maar ja, ik geef toe, als het iemand is die een gebed beschouwt als een dubbeltje dat je in de automaat gooit om het pakje eruit te halen, ja… . Kijk eens, je hebt mensen die bidden heel eigenaardig en omdat wij in de gedachte er zo wel een zien, dan …… nu ja, ik zal je het verhaal vertellen:
Het is heel eigenaardig, het waren twee mensen en die twee mensen die speelden geregeld samen dam, waarom ze dat nu deden en niet domineren, schaken of biljarten, dat weet ik ook niet, hoor, maar ze damden. En nu had die één een tamelijk dikke buik en die schijnt nogal eens zo in de buurt van het bord gehangen te hebben als hij zo over de tafel leunde, met het resultaat dat die andere langzamerhand de onbedwingbare lust kreeg om daar eens een flinke por in te geven. Enfin die vriend – ja, zo gek heb je soms de mensen – die zegt: “mijn lieve God, maak het toch eens mogelijk dat ik die vent een por in zijn buik geef zonder dat hij woest wordt”.
Dan zou je zeggen, zo’n gebed gaat niet in vervulling, maar het ging wel, want hij komt de trap af om die dikke te verwelkomen, breekt zijn nek over het roedje, valt met zijn hoofd tegen die dikke buik aan. Nou, dat was een pets, hoor, hij had zelf pijn in zijn ribben, een bloedneus en een tand door zijn lip. Dus die andere was er niet boos om. Het was precies uitgekomen, alleen was hij er niet mee tevreden, (hilariteit). Ja, jullie lachen, maar als je de menselijke gedachte soms ziet, nu ja, laten we daar niet over beginnen, dan komen jullie niet meer bij. (uitbundig gelach).

Nou vrienden, zijn we door de vragen heen geworsteld, ja? Dan mag ik zeggen dat hiermee de arena gesloten is, nietwaar, de volgende matador of toreador die kan de volgende week komen, want voor vandaag ga ik afscheid nemen. En nu weet ik niet of ik er de volgende keer ben, maar ja, ik vind dat ik het nogal netjes gedaan heb en laat ik eens, net als de mens, verwaand zijn en zeggen: ik hoop dat die andere het net zo goed doet. (grote hilariteit).

Het schone woord

Wij zullen dan besluiten met de rubriek “Het Schone Woord”, zoals u bekend, niet pretenderende literaire prestaties te leveren, maar alleen trachtende om in klank, woord en woordritme iets te vangen van de sfeer die ons allen toch voorstaat, als sfeer van bewustwording. Mag ik u verzoeken mij vijf begrippen of woorden, zo mogelijk in één woord uitgedrukt, te noemen om hierop een these te bouwen?

  • Kruisgang – Gelukzaligheid – Hemelrijk – Stil zijn – Geestdrift

Wanneer onze geestdrift ons brengt tot een kruisgang, lijkt het vaak een bittere bewustwording, maar wij vinden ook hierin vaak gelukzaligheid, ja, het hemelrijk zelf.
Is dat voor u acceptabel?

  •  Geestdrift                                                     

Er brandt in mij een laaiend vuur, verterend mij van uur tot uur, en in mij wordt gedachtekracht wakker met een grote macht.
Ik kan niet leven, kan niet denken of  ‘k moet aan dit hier aanzijn schenken.
Ik kan niet zwijgen, kan niet verdoezelen de waarheid die nu in mij leeft.
Helaas, het schijnt dat heel de wereld daarom tot mijnen ondergang streeft.
Men noemt mij een dwaas, men maakt mij belachelijk, men noemt mij een gek en een idioot.
Men wenst me alle onaangename dingen en wenst me uiteindelijk zelfs de dood. Men zou mij in kerkers willen sluiten met ketenen zo zwaar belaân, men zou gelukkig zijn als ik met mijn geestdrift zou ondergaan.

En zo wordt mij eerst de vrede genomen, en dan het aardse, het goede geluk.
Dan breekt in mijn wereld het één na het ander,  ja heel mijn bestaan breekt uiteindelijk stuk.
Zo ga in de kruisgang met lijden beladen maar in mij leeft het verterende vuur. Ik moet verder gaan, de gedachte uitdragen en zo ga ik verder van uur tot uur.

Ik geef mijzelf zo gauw niet geslagen, al nagelt men mij dan ook aan ‘t kruis, al wordt ook het einde mijner dagen nabij gebracht, want in mij laait het vuur en brandt de kracht.

En zie, overwinnend in deze strijd sta ik plots in al mijn lijden, blikken in ‘t hemelrijk, ervaar een moment iets van gelukzaligheid. Een nieuwe wereld gaat mij open, het aardse zijn, ach, het ontglijdt  me aan mijn denken.

Ik wil nog steeds weer krachten schenken en geven. ‘k Moet juist voor dat wat ik weet, geloof en in praktijk wil brengen, leven. Maar ‘t is niet meer de hoofdzaak om op aarde dit te zien verwerkelijkt, om het te zien tot realiteit.
Gebouwd ter aarde en in de sferen, ik weet, mijn kracht is niet mijn kracht, maar is de kracht des Heren.
Zo kan ik verder gaan, en heb ik, geestdriftig werkend, dan eindelijk voldaan aan deze wet die in mij leeft, dan vind ik weer het hemelrijk.

Dat wat ik heb nagestreefd is onbelangrijk teruggevallen, ik weet niet meer hoe ‘k dat zag, maar ik weet, de kracht die, geboren uit verlangen in mij thans komt, waarmee ik nu weer werken mag, herlevend in sferen van wondere schoonheid gord ik mij aan nu, ten hemelse strijd en voer met mijn enthousiasme, mijn kracht en mijn denken ook anderen tot de gelukzaligheid.

En heb ik ook daar dan ten laatste voldaan aan de laatste wens die in mij leeft, dan weet ik: ‘k moest de kruisgang gaan, want al wat ik heb nagestreefd kon slechts door offer werkelijk worden.
En daarom dank ik voor dat leed, leed dat ik eens alleen kon dragen, maar waarvan ik nu de reden weet. Wilde ik vroeger niet graag klagen, nu zing ik hier een hooglied uit, want ziet het geestdriftig eens genomen, in mij gerezen vast besluit, bleek te zijn een goddelijk werken, ook wanneer ‘t op aarde heeft gefaald, want ik heb in ‘t werken en mij zelve en der wereld kracht gestaald.

Zo bidt dan nu in duizend kerken en luidt de klokken over ‘t land. God heeft in mij een wonder weer voltrokken, beroerd mij met een stille hand van kracht. De aarde is herboren, de wereld, vrij en vredig, lacht.
En in de vrede, nu herboren, denk ik, die zo weinig weet, aan God, aan Hem die voorging mij en die ons wezens nooit vergeet.

image_pdf