De massa

uit de cursus ‘ Relatie mens en de geest’ (hoofdstuk 6 )  –  maart 1973

Een bekend schrijver heeft eens gezegd; “Als je de massa zegt: vier een feest, zo vieren zij een feest. Als je zegt: maak je buurman af, dan maken zij die buurman af. En, als je zegt: wees stil, dan zijn zij stil.” Dat was natuurlijk iemand uit de vorige eeuw, dat is begrijpelijk. Maar hij heeft daarmee toch wel een aspect van de mensheid aangesneden, dat bepalend kan zijn voor de relatie tussen geest en mens.
De mens heeft de neiging om in groepen samen te komen. In die groepen ontstaat er dan een z.g. eenzijdigheid. In wezen is het eerder een verblindheid, omdat men slechts de argumenten en standpunten van de eigen groep waardeert en al het andere als een soort ketterij terzijde werpt.
Als wij met de massaliteit te maken krijgen, dan blijkt de eenling zich in die massa zeer sterk in te ordenen. En het is juist dit optreden van massale psychosen, waardoor de geest, niet zoals zij misschien liever zou willen, alles in pais en vree voor de mensen kan regelen.
Het is mij bekend, dat iemand eens met groot vertoon heeft geprotesteerd, omdat wij – althans onze groep – de brutaliteit hadden om duidelijk te maken dat de Witte Broederschap niet een groep entiteiten is, die alleen maar liefdevol zalf uitstrijkt over de wonden, die de mensen elkaar slaan.
De Witte Broederschap grijpt in het leven van de mensen in. Zij kan ervoor kiezen een oorlog te stimuleren in plaats van die af te remmen. Zij kan bepaalde geschillen, die voor de mens toch minder prettig zijn naar een hoogtepunt voeren in plaats van die wat ook mogelijk zou kunnen zijn af te remmen. Dit alles zou niet nodig zijn, indien wij niet te maken hadden met de massa, met de massaliteit van de mens in zijn gemeenschap, waarbij hij zijn eigen denken ondergeschikt maakt aan stellingen, die hij veelal zelf niet begrijpt, dan wel zelf niet wenst te controleren.
De geest, die tegenover een dergelijke massa komt te staan, weet dat zolang. er ook maar enige gelijkmatigheid van ontwikkeling is, de mens deze massa blijft aanhangen. Om u een voorbeeld te geven: Het Duitse rijk.
In het jaar 1942 mocht worden gesteld dat ongeveer 90 % van de Duitsers achter Hitler stonden en daarmee ook een deel van zijn systeem aanhingen. In het jaar 1943 was dat aantal wat geslonken; het waren er toen nog ongeveer 64 á 65 %, Maar zelfs na de nederlaag, toen het Duitse rijk op een enkel deel na, waar nog werd gevochten, uiteen was gerukt en bezet, was er nog 40 % die desondanks dachten dat de woorden van de Führer waarheid zouden blijken te zijn en dat Duitsland ten slotte een glorieuze overwinning zou behalen. Hier heeft men dus te maken met een verdwazing, die de feiten niet beoordeelt, ja de feiten in wezen verwerpt of verdraait.
Als men met mensen te maken krijgt, die in hun concept van de werkelijkheid zover zijn afgeweken van de mogelijkheden van hun milieu en beschaving, dan heeft men ook een vervalsing van geestelijke waarden. Een ervaring, die een mens opdoet, zal althans enigszins in zijn besef in verband moeten staan met het werkelijke gebeuren. Zodra dit niet het geval is, ontstaat er een illusie, die niet past bij al het andere. Ze kan dus niet harmonisch worden ingepast in een geestelijk bestaan. Is de illusie van weinig belang, dan verdwijnt ze zonder meer in onze sferen. Is de illusie echter voor die mensen een sóórt levensbehoefte geworden, dan zien wij dat deze mentaliteit een zeer lange tijd zelfs de beste mensen (dus geesten, die voor een hoge bewustwording in aanmerking komen) gekluisterd houdt in het schaduwgebied, dat tussen duister en licht is gelegen. Wij krijgen dan b.v. te maken met soldaten, die nog steeds bezig zijn aan een bestemming, die hun in een ver verleden eens werd opgedragen; met politici, die voortdurend niet bestaande menigten om zich heen trachten te verzamelen om hun te vertellen wat de waarheid is. Een waarheid die niet eens bestaat.
Om dit nu te voorkomen, om dus een gelijkmatige ontwikkeling mogelijk te maken, vooral voor de geest; het belangrijkste deel van de mens volgens ons, zal dus een gemeenschap zoals de Witte Broederschap kunnen ingrijpen en zeggen: Het is beter dat er een oorlog komt; het is beter dat er een crisis komt; het is beter dat er opstanden en burgeroorlogen zijn dan dat de mensen vastgeroest blijven in concepten, waarmee ze in wezen geestelijk niet kunnen leven.
De situatie is natuurlijk voor een Witte Broederschap een beetje anders dan voor een eenvoudige geest. Een eenvoudige geest zal zich sneller tot het individu wenden en denkt er niet aan om het lot van volkeren ten goede te leiden. Zij is al blij, als zij één of twee mensen kan helpen. Voor een gewone geest is dat dus niet zo belangrijk, tot het ogenblik dat zij ontdekt: hier heb ik te maken met een mens, die de feiten niet meer kan zien, die niet meer reëel wil denken, die zijn persoonlijke ervaringen verwerpt. Zij vraagt zich dan af: Hoe komt dat? En dan wordt ze weer geconfronteerd met deze massa binding, deze voortdurende, wederkerige suggestie waardoor de mens het geheel van zijn werkelijkheid uit het oog dreigt te verliezen.
Er zijn natuurlijk allerlei dingen waarover je als mens moet nadenken. Ik kan mij voorstellen, dat iemand in Nederland zich afvraagt hoe het nu moet, als op een gegeven ogenblik de grote woudgebieden, die deze aarde nog bezit, alle worden veranderd in industriegebieden; iets wat overigens in de bedoeling ligt van bepaalde ondernemers. Dat kan ik u wel zeggen. Maar de vraag is dan: in hoeverre is dit een reële schade? In hoeverre is dit een suggestie? In hoeverre vooral kunnen wij werkelijk iets doen behalve mopperen?
Als ik kijk naar uw land, dan valt mij op dat men nu bezig is met een feitelijke krachtmeting waarbij georganiseerde arbeiders, die in vele gevallen eigenlijk een minderheid vormen, proberen hun inzichten en wil aan het geheel op te leggen. Dat is op zichzelf aanvaardbaar, want de maatschappij moet veranderen. Maar het is niet meer aanvaardbaar, indien de arbeiders of de anderen tot een mentaliteit komen, waardoor zij de feiten eenvoudig niet meer willen of niet meer kunnen zien. Op dat ogenblik is een shockbehandeling noodzakelijk; en dat kan alleen, indien men de gevolgen van een dergelijke mentaliteit dermate verscherpt, dat de mens persoonlijk onmiddellijk de gevolgen van een dergelijke denkwijze ondergaat. Een situatie die, zoals u zult begrijpen, in Nederland niet zo heel ver weg meer ligt.
In Nederland is de mogelijkheid zeer groot, dat bij een verdergaan van de eisen – zowel de loon als ook de sociale eisen van de werknemersbonden – de werkelijke werkgelegenheid binnen twee jaren met meer dan 150.000 wordt verminderd. Dat betekent, dat de werkloosheid oploopt. Het klinkt krankzinnig als je zegt, dat de geest deze feiten probeert te bevorderen, want men zal uitroepen: Maar de ellende van die mensen dan, die werkloos worden en die dan toch maar een plaats moeten zoeken ergens in de samenleving! Het antwoord is eenvoudig genoeg: Deze mensen zijn gevangen in een massa psychose. Zij zijn niet meer in staat de feiten reëel te zien. Zij gaan niet meer uit van hun werkelijke behoeften, begeerten en mogelijkheden, maar van theorieën die met de feitelijke mogelijkheden heel weinig te maken hebben. Zij laten zich verwikkelen in een machtstrijd, die alleen door de werkelijke strijders wordt begrepen en waarbij zij zelfs als wapen worden gehanteerd.
Om deze mensen nu weer wakker te schudden. en duidelijk te maken wat hun eigen behoeften en eigen noodzaken in het leven zijn, moet een conflict dus dermate scherp tot uiting komen dat zij zich gaan afvragen: Hoe lang zal ik nog werk hebben? Dan pas zullen zij zich gaan realiseren wij moeten de zaak anders aanpakken.
Datzelfde geldt ook voor de ondernemers. Als wij de ondernemers in Nederland zien, wat valt in de eerst plaats op: steeds meer bedrijven worden in feite kleine kartels: samenvoegingen van bedrijven al dan niet in één maatschappij verenigd. Al deze groeperingen van ondernemers proberen hun risico te verminderen door kapitaal van buitenaf aan te trekken. In Nederland is een groot gedeelte van de bouwsector vooral voor utiliteitsgebouwen op het ogenblik reeds in Engelse handen. Meer dan de helft van de zware industrie is direct of indirect in Amerikaanse handen en zo kan ik doorgaan.
Dan wil ik nog erop wijzen, dat de levensmiddelenindustrie in steeds sterkere mate o.m. door Zwitsers en Duits kapitaal wordt beïnvloed. Dit is een situatie, die voor de ondernemers op dit moment gunstig lijkt, maar die hen gelijktijdig in een dermate grote afhankelijkheid van anderen brengt, dat zij zelf in moeilijkheden kunnen komen.
Nu is de enige methode om duidelijk te maken dat je niet alleen aan jezelf mag denken het scheppen ook voor hen van een dermate grote crisis, dat ook zij hun positie en hun voordelen dreigen te verliezen, zodat zij met zeer veel moeite zich kunnen redden. Is dat onrechtvaardig? Het zou onrechtvaardig zijn, indien het hier ging om één enkele mens, die vanuit zichzelf geen kwade invloed voor anderen betekent. Maar zodra wij te maken krijgen met de massa, dan blijken deze maatregelen niet alleen gerechtvaardigd, maar zelfs onontbeerlijk te zijn, indien een continuïteit van de mensheid en van de geestelijke ontwikkeling in het menselijk lichaam mogelijk moet worden gemaakt. En daar vallen dan juist de grote klappen.
De situatie is voor de mens vaak moeilijk te overzien. Ik herinner mij dat een van mijn collega’s, ik weet niet of dat hier ter plaatse is gebeurd, omstreeks 1971 heeft gezegd dat de strijd in Vietnam niet voor 1976 een mogelijkheid tot vrede in zich kon bergen. De mensen hebben toen gezegd: Maar dat is onzinnig. En toen daarna de vredesconferenties begonnen, zei iedereen: Nu zal het toch gauw afgelopen zijn. Zij (de geesten) zullen geen gelijk hebben. Maar men had niet gerekend met de werkelijkheid.
De werkelijkheid van Vietnam is niet alleen maar de zaak van Noord en Zuid. Het is de zaak van een volksbeweging, hoe wij die verder ook willen omschrijven, die een eenheid wenst van het vroegere Indo-China.
Op dit ogenblik wordt er gevochten in Vietnam. Op dit ogenblik vallen er wederom bommen, zij het in Cambodja. Op dit ogenblik worden acties van velerlei aard voorbereid, die onschuldigen het leven zullen kosten.
Nu zou het mogelijk zijn om aan een dergelijke strijd op betrekkelijk korte termijn zeg ongeveer 7 á 8 maanden een einde te maken. Maar indien wij dat deden, dan zou men toch van zijn gelijk overtuigd blijven. En dat wil zeggen dat daarmee de werkelijkheid niet is teruggevonden. Dat wil verder zeggen, dat de mensen blijven streven naar illusies en dat de agressie die daarmee gepaard gaat op een ander vlak toch tot uiting zal komen. Je kunt dus het kwade niet voorkomen. Je kunt hoogstens de aard ervan veranderen op een wijze, die voor de mens aanvaardbaarder is.
Nu zal de Witte Broederschap zeggen: wij hebben deze strijd nodig, omdat hij in zijn geheel nu een stabilisatie in de wereld tot stand brengt.
Dan zeggen de eenlingen onder de geesten: Ja, maar die mensen lijden; kunnen wij die helpen? Wij proberen dat. Als u wist hoeveel zorg er wordt besteed aan degenen die overgaan juist in die gebieden, dan zou u werkelijk verbaasd zijn. De zorg, die aan deze mensen wordt besteed, is te vergelijken met die welke werd besteed aan hen, die overgingen in de concentratiekampen.
Wij weten, dat deze strijd nu eenmaal onvermijdelijk is. Laten wij hem dan zo fel mogelijk maken, opdat de strijd dan snel ten einde is en dan bestaat er in ieder geval nog een kans, dat het maanlandschap van bomkraters binnen afzienbare tijd toch weer vruchtbaar land wordt. Bovendien zit daar veel ijzer in de grond en dat is bevorderlijk voor de vruchtbaarheid.
Dit klinkt cynisch. Vele mensen, die worden geconfronteerd met deze wijze van optreden uit de geest, zeggen: Maar dat kan niet goed zijn. Zij komen dan met het argument: als je iets ten goede doet, dan moet het voor ons (mensen) aanvaardbaar zijn. Zij denken niet aan het tegenargument. God is goed, nietwaar. Maar God laat de oorlog toe. God is goed, maar God heeft de strijd, de basis gemaakt van het bestaan op aarde. De gehele ecologie van deze aarde is van het begin af aan een kwestie geweest van “eet en wordt gegeten”. Als God zo redeneert, omdat daardoor de bewustwording mogelijk wordt, zouden wij in de geest dan beter moeten zijn? Het klinkt wel een beetje dwaas, vindt u niet?
Ik wil u herinneren aan de zondvloed, die volgens het bijbelse verhaal werd gebruikt om de mensheid eenvoudig uit te roeien, behalve enkelen die vroom waren in de ogen van de Heer. Wij kunnen zeggen, dat dat een verhaal is, een legende. Maar het feit blijft bestaan dat degenen, die verwerpen dat de Witte Broederschap en andere geestelijke groeperingen de wereld proberen te zuiveren, wel zonder meer aannemen dat God dit eens heeft gedaan en daarop geen kritiek hebben.
De geest probeert het werk te doen, dat de waarheid uit de hoogste sfeer en van de hoogste kracht manifest maakt in alle sferen, ook op aarde. Daarbij gaat ze uit van het standpunt: wij moeten de mens eerst losweken uit de massa, de massaliteit. Hij moet eerst terugkeren tot zijn persoonlijke erkenningen, zijn persoonlijk leven, zijn persoonlijke werkwijze, voordat er sprake kan zijn van een voortdurend steunen en helpen van de mensheid.
De vijand van de geest is zeker niet de eenling. Het klinkt krankzinnig als je hoort dat aan de ene kant een zekere strijd wordt bevorderd en aan de andere kant zeer veel geesten plotseling a.h.w. worden gedetacheerd om degenen, die sterven of gewond zijn te helpen; om genezing, rust te brengen. Dit lijkt tegenstrijdig. Maar de hulp wordt verleend aan de eenling. De strijd gaat tegen de massa; dit koploos wezen dat de mens ertoe brengt om zich als een wezen zonder kop te gedragen.
Nu wil ik zeker niet alleen hierbij blijven stilstaan, want de massa heeft zeker ook goede kanten en goede mogelijkheden. Wanneer de massa uit het bewustzijn der eenlingen ontstaat, om een bepaalde taak te vervullen, die door elk van hen wordt beseft, dan is zij iets dat bevorderd moet worden. Maar dan is zij niet meer een gedachtenloze groep die eenvoudig achter het een of ander boekwerk aan loopt (het Rode Boekje van Mao b.v) of zich laat leiden door de leuzen van enkele, misschien door macht bezeten voorgangers, die uitroepen dat deze staat de grootste en de machtigste in de wereld moet blijven, of dat deze klasse moet bewijzen dat zij meester is over alles. Indien de mensen tot samenwerking komen, kunnen zij, veel meer doen. Dit geldt niet alleen stoffelijk. Materieel is het zo: een last, die één man niet kan torsen, kan door twee, drie of vier man gemakkelijk worden getorst.
Ook geestelijk is het: waar één bewustzijn heeft en een bewuste keuze doet in zijn streven en denken, daar zal hij misschien veel kunnen bereiken, maar als hij hoe dan ook harmonieën vindt met de geest, met de mensen, medestanders a.h.w. en er wordt samengewerkt niet in een disciplinair verband, maar eenvoudig voor de vervulling van een enkele taak, dan zien wij de grootste mogelijkheden en resultaten ontstaan zowel voor de bewustwording als voor de mensheid. Het zal u duidelijk zijn dat zeer velen in de geest juist daarop mikken.
Wij willen de mens niet maken tot een geïsoleerd wezen temidden van een veelheid van mensen. Wij willen de mens brengen tot een zelfstandig denken en beslissen, waardoor hij in zijn samenwerking met anderen bewust een taak op zich neemt en na het volbrengen van die taak zich eerst zal beraden over hetgeen hij verder noodzakelijk acht. Wij treffen soms dergelijke mensen aan.
Er zijn op het ogenblik weer een aantal van die inwijdingstendensen aan de gang. Nu wil ik u daar niet al teveel over vertellen. Ik heb zelfs gehoord dat sommigen onder u doorgezaagd zijn over inwijding en een dergelijk doorgezaagd geestelijk weesmeisje lijkt mij in deze bijdrage overbodig.
Als mensen tot het besef komen: wij moeten zelfstandig reageren, zelfstandig beslissen van geval tot geval, dan worden zij geestelijk gesteund. Dan maakt het voor ons weinig uit, of zij behoren tot een uiterst rechtse groepering, tot een middenstandsgroep of misschien een bijna anarchistische groep, zelfs een Baader Meinhoff groep. Als die mens bewust kiest van geval tot geval en zich niet laat meeslepen, dan is de geest onmiddellijk klaar om te helpen, maar ook om hem dan te helpen de consequenties te zien. Want inwijding is: het vinden van een grotere wereld. Het is het zien op grotere schaal. Daar de mens zelf vaak niet onmiddellijk over de associatieve mogelijkheden beschikt om zich die grotere wereld reëel voor te stellen, kan de geest vaak door inspiratie en beïnvloeding die mens bijstaan.
De geest van de mens kent wel de grotere mogelijkheden, maar ziet geen kans om die over te brengen naar het stoffelijk besef. Dan zal de geest helpen om dit mogelijk te maken. Zij kan door allerhande inspiraties veranderingen tot stand brengen in het menselijk denken, die voor de eigen geest veel moeilijker te bewerkstelligen zijn, omdat de eigen geest zo sterk is vergroeid met het lichaam en zijn denkwijzen. In deze gevallen werkt de geest dus wel degelijk mee aan de bewustwording. De geest draagt bij tot de oplossing van conflicten , als dit mogelijk is. Maar u zult begrijpen, dat onze vijand is en blijft de massa.
Er zijn heel veel punten, die voor de mens wat onbegrijpelijk lijken, als wij daarover spreken. De massa bijvoorbeeld wordt een redeloos wezen, indien de bevolkingsdichtheid toeneemt met meer dan een zeker tempo (ik zal deze niet voor u preciseren). Als wij nu proberen een afremming tot stand te brengen van de voortplantingsdrang der mensen, hetzij door verlies van interesse (wat heel moeilijk te bereiken is), hetzij door het stimuleren van het gebruik van middelen die de gevolgen voorkomen- wat gemakkelijker is- dan gaan wij niet in tegen de belangen van de geest of van de mens, maar dan proberen wij eenvoudig de mens een zekere bewustwordingsmogelijkheid tijdens het leven te geven waarin hij nog zichzelf kan zijn. Want hoe meer mensen er komen, hoe gedisciplineerder men zal moeten leven, hoe sterker dus het denken en het handelen van buitenaf worden bepaald. Dat betekent, dat zelfstandig besef en “ik” besef langzaam maar zeker vervagen. Men komt dan tot een soort mierenmaatschappij.
De stadsmens is voor deze dingen trouwens gevoeliger dan de mens die wat meer ruimte heeft. Dat betekent ook dat wij boven een stad heel andere taken plegen te volbrengen dan b.v. ergens op de Pampas of op het grote vlakke land. Denkt u eens aan de vlakten van Rusland waar de mensen met hun kolchozen nog werkelijk ruimte hebben om te leven, waar hun gemeenschap nog een verbondenheid kan kennen, die gebaseerd is op natuur en zelfstandig leven ondanks partijdiscipline, doctrinaire regels etc.
Boven een stad hangt geestelijk gezien een soort vervuiling. Dat is begrijpelijk. Een stad is namelijk een verzameling van mensen, die dermate dicht opeen leven dat zij voortdurend storend in elkanders bestaan ingrijpen of zij het willen of niet. Dit impliceert dan, dat een ieder die gestoord wordt daardoor agressief wordt. De gemiddelde agressiviteit zonder gerichtheid is in een stad ongeveer 50 tot 60 maal groter dan in een plattelandsgemeenschap van ongeveer 200 tot 500 leden. Een plattelandsgemeenschap zal echter sterker agressief zijn tegenover de buitenwereld; d.w.z. vreemde elementen worden veel kritischer ontvangen. Maar in de stad vinden wij de onverschilligheid voor het wezen van de ander en de agressie tegen de storing, die de ander veroorzaakt plus een aantal eisen aan de gemeenschap, die bijna niet te verwezenlijken zijn.
Om een dergelijke vervuiling aan te tasten moet je dus proberen de zaak weer op de spits te drijven. Je kunt wel zeggen tegen de mensen: Hoor eens, de stadssamenleving is niets, trekt u maar naar buiten. Maar dat geloven zij niet. Je kunt echter wel ertoe bijdragen dat een stadssamenleving steeds ondraaglijkere elementen gaat bevatten. Die elementen zullen dan gelijktijdig uitbarstingen van geweld impliceren, uitbarstingen van allerhande bezitsvergrijpen, minachting voor de ander en voor de regels volgens welke men pretendeert te leven. Inderdaad. Maar is dat op zichzelf nu zo belangrijk? Indien wij daarmee kunnen bereiken dat er een langzame ontvolking van de grote steden tot stand komt, dat gelijktijdig een beperking van bevolkingsaanwas – juist in die stadsgebieden – eveneens wordt bereikt, dan hebben wij iets tot stand gebracht, waardoor de eenling positief kan leven.
Er zijn heel wat methoden geprobeerd om de samenleving een beetje beter te maken; vooral voor de massa mens, die daar in zeer grote getale in een kleine ruimte bijeen leeft. Men heeft gebruik gemaakt van b.v. bepaalde natuurgeesten (vooral luchtgeesten), die in staat zijn een groot gedeelte van de uitgestraalde onzuiverheid van denken en agressie te absorberen. Zij kunnen deze omzetten in een andere vorm van energie. Maar het blijkt, dat dit niet voldoende is, want als je weggaat, dan blijken weer andere agressies weliger op te schieten. Dat is niet de bedoeling. Dan zal de geest dus een keuze moeten maken. Die keuze is weer tweeledig:
In de eerste plaats: ten aanzien van de massa bevorder je wanorde en overlast. Alleen op deze wijze wordt het conflict zo sterk geuit, dat men zich daartegen zal gaan verzetten. En dat is heel erg belangrijk.
In de tweede plaats: moet je ervoor zorgen, dat in de steden de mensen, die in zich goede mogelijkheden hebben, worden geholpen en gestimuleerd.
Nu is het eenvoudig genoeg om de massa te beïnvloeden en de agressies dan maar een beetje verder te laten uitgroeien, maar om de eenling te helpen is moeilijker. Wij doen dit nu door de eenling vooral in stadsgemeenschappen te helpen bij de ontwikkeling van bepaalde paranormale vermogens. Wij proberen die mens vrij te maken van een aantal bijgelovigheden, maar ook om hem gelijktijdig los te maken van zijn bijgeloof aan alles wat bewijsbaar is; en dat is zeker niet alles wat er bestaat.
Wij proberen enerzijds de mens wat losser te maken van geloofsorganisaties en anderzijds een grotere geloofshonger te geven. En als dat gaat bij het individu, dan is het mogelijk om zo’n mens in zijn leven die ervaringen te laten opdoen, welke voor hem of haar noodzakelijk zijn. Dan is het mogelijk de bewustwording van een dergelijke geest te versnellen. Zo krijgen wij dan uit die massa toch weer een aantal individuen, die een zeer goede bewustwording op aarde doormaken en die na de overgang ook bijna onmiddellijk in staat zijn om daar waar nodig is hulp te verlenen aan anderen. Dit laatste is ook belangrijk.
Als ik u dit vertel over grote steden, dan denkt u waarschijnlijk aan Amsterdam, Rotterdam, Den Haag. Maar dan moet u ook eens denken aan nog veel grotere bevolkingsagglomeraties zoals b.v. New York, San Francisco, Los Angeles. Denk eens aan Berlijn of wat dat betreft aan Moskou. Ook bevolkingsagglomeraties die een te grote bevolkingsdichtheid bezitten. En dan behoef ik niet eens te spreken over landen als India waar deze bevolkingsdichtheid in sommige steden zo groot is, dat wij eigenlijk alleen nog maar aandacht kunnen besteden aan degenen die heengaan en die dan helpen, terwijl daarnaast slechts hulp kan worden bevorderd, indien men een beetje afstand van het leven weet te nemen. Dat zijn heel moeilijke problemen. De vijand is altijd weer de te grote massa.
Kijk b.v. eens in de steden van India. Daar sterven de mensen van armoede vaak op straat. En wat dat betreft kunnen we ook kijken in Brazilië waar datzelfde voorkomt. Hier zijn de mensen naar de bevolkingscentra getrokken, omdat zij meenden daar beter van te worden. Maar er is eenvoudig geen ruimte. En het ergste is: er is geen menselijke relatie te vinden. De mensen zijn vreemdelingen voor elkaar geworden. Een vreemdeling, die sterft op de stoep, zoals zovelen sterven; niet een buur die in nood is, zoals het in een dorp zou zijn. Ook hier weer dus dezelfde vijand: de onverschilligheid voor de medemens, die juist voortkomt uit te grote groepen die samenleven; de onverschilligheid voor menselijke waarden zoals wij die zien, als iemand probeert zijn zin en regels door te zetten zonder meer.
Het zal u waarschijnlijk niet bekend zijn, dat in deze wereld op het ogenblik in tenminste 60 naties marteling als een normaal middel wordt toegepast om gevangenen etc. te onderwerpen aan de regel of te doen bekennen wat men wenst dat zij bekennen. U vindt dat waarschijnlijk krankzinnig.
Er is in, voor zover ik weet, 54 naties een dermate grote onbetrouwbaarheid van alle gezagsorganen, inclusief de kerkelijke, dat kan worden gesproken van een staat, die alleen krachtens omkoperij in stand wordt gehouden. En vergeet u niet, dat geldt ook voor steden als New York waarvan kan worden gezegd dat 60 % van het ordehoudend personeel door omkoperij of anderszins zichzelf verrijkt ten koste van de gewone burger.
Dit zijn gewoon problemen, waarmee je als geest wordt geconfronteerd en niet alleen als mens.
Een mens ziet deze dingen. Hij kan ze betreuren. Hij kan zeggen: ik wil daartegen ingrijpen. Maar de geest moet verdergaan; zij moet zich afvragen: waar komt dat vandaan? Hoe kunnen wij deze tendens veranderen? En dan is het vaak het best om de beulen te laten martelen, om plotselinge gezagswisselingen of terreur te bevorderen, ook als wij de gevolgen daarvan op zichzelf ten zeerste betreuren. Want de mensen moeten terugkeren tot een persoonlijk besef. Zij moeten komen in een situatie, waarin zij elke hulp, ook die van de geest willen aanvaarden en waarin zij niet proberen hun eigen wereldbeeld ten koste van alles te handhaven, maar voor hen de vreugde van een inzicht, een reactie herontstaat.
De mens moet weer in verbinding komen met de geestelijke waarden, die zijn wereld omringen. Maar juist de massa, die grote samenbundeling van individuen die hun eigen individualiteit deels verloren hebben, maakt dit onmogelijk. Dan moet de geest wel ingrijpen tegen die massa.
Ik heb hiermede, naar ik meen, een duidelijk beeld gegeven van datgene wat de geest beweegt, wanneer zij zich bemoeit met menselijk leven op een wijze, die de mens niet erg aanvaardbaar vindt. Laten wij daar nu ook iets tegenover stellen.
Als wonden worden geslagen, proberen wij te genezen en te troosten. Daar waar mensen psychisch gebroken dreigen te worden, proberen wij hen te helpen om in zich een gebied van integriteit te behouden. Daar waar geweld kan worden voorkomen zonder schade voor het geheel, daar proberen wij dat te voorkomen. Daar waar bepaalde agressies nu eenmaal noodzakelijk zijn, proberen wij ze te kanaliseren. Dat geldt niet alleen voor de Witte Broederschap, maar voor zeer veel geestelijke groepen, die zich al dan niet onder het gezag van of samenwerkend met de Witte Broederschap richten tot de mensheid.
Als u hulp nodig heeft en u roept om hulp, dan wordt zij u gegeven. Niet omdat de geest het zo prettig vindt u te helpen, maar omdat u daarop recht heeft volgens onze opvatting. Als u als mens onzeker bent, dan trachten wij u te helpen om zekerheid en evenwicht te herwinnen. Als u teveel zekerheden bezit, die uw bewustwording dreigen te doen falen, zo trachten wij uw een onzekerheid te geven waardoor u iets flexibeler kunt worden en uw bestaan en dat van anderen misschien wat meer reëel kunt aanvaarden en bezien. Dat ik hier vanavond als invaller voor u zit, is te danken juist aan de behoefte, die er in de geest bestaat om voor de mens het beste tot stand te brengen.
Wij zijn op dit ogenblik in grote massa bezig conflicten te voorkomen in drie delen van de wereld tegelijk. Wij zijn bezig een groot bloedbad te voorkoren in Zuid Amerika. Wij zijn bezig wat wederzijds begrip te bevorderen en gelijktijdig overbodig geweld af te remmen in Zuid Azië. Wij zijn daarnaast bezig in Europa bepaalde ontwikkelingen mogelijk te maken, die misschien voor een deel als economische en politieke zullen worden omschreven, maar die in wezen toch neerkomen op een beter handhaven van persoonlijke vrijheden voor de eenling. Dat wij, met dit enorme aantal activiteiten, zo nu en dan overstelpt raken met werk, behoeft u niet te verwonderen. Wij zijn in de geest met zeer velen. Maar ook wij hebben specialisten. Die specialisten in menselijke benadering zult u heel vaak aantreffen in de groepen die zich op welke wijze dan ook met de mens bezighouden. U een voorbeeld gevend:
Er zijn bepaalde geestelijke groepen, die zich in een deel van Engeland bezighouden met geestelijke genezing. Ook van hen is het grootste gedeelte nu ingezet, de meesten overigens in Azië. Van onze groep zijn de meesten nu ingezet in verschillende delen van Zuid Amerika. Al deze groepen hebben hun specialisten, die met de mensen werken, die gewend zijn even in te grijpen in het menselijk zenuwstelsel; die gewend zijn een bepaalde inspiratie of bepaalde gedachten over te brengen; die niet zoals een geest – die hoofdzakelijk in de eigen sferen werkt – begrip hebben voor de menselijke denkwijzen en de menselijke reacties. Want ook dat is sterk verschillend in de sferen en op aarde. Wij zijn juist bezig om te voorkomen dat er teveel ellende ontstaat. Wij zijn bezig om conflicten een juistere gang te geven, omdat wij niet zoeken naar vernietiging of geweld, maar waar dit toch onvermijdelijk is de voorkeur plegen te geven aan een snelle afwikkeling van de problemen met veel geweld, boven een strijd zonder einde, die onder het mom van vrede wordt gevoerd.
Zeker, in deze dagen worden wij geconfronteerd met de conflicten van de massa van de niet- hebbers tegenover de massa van de bezitters. Dat is het grote conflict, dat eigenlijk overal een rol speelt. Maar of het nu dit conflict is of een ander, altijd weer staat de geest klaar en altijd weer tracht men met de beste entiteiten en de grootste geestelijke krachten de beste geestelijke resultaten te behalen: de bewustwording van de mensheid.
Uw wereld behoeft nog lang niet te vergaan, ook al denkt men er hier en daar op uw wereld anders over. Deze aarde kan zelfs nog terugkeren tot een paradijslijke toestand, hoe vreemd het u ook moge klinken. Dat zijn geen problemen, die voor ons erg belangrijk zijn. En zou uw wereld uitsterven, dan zijn er andere werelden, waarop de geest die moet incarneren haar leven in de stof kan volbrengen. Wat echter belangrijker is, dat is de bewustwording, want de stoffelijke zaken vergaan, zij vervallen. Wat dat betreft, wensen wij u altijd zoveel mogelijk plezier, zoveel mogelijk geluk, als u daarnaast maar komt tot een juiste innerlijke geestelijke ontwikkeling. Maar als het gaat om een verblinding, een verschuiving van geestelijke waarden, dan moeten wij ingrijpen. Dan zal de geest haar grote vijand de massa aantasten, totdat ze verbrokkelt en uiteenvalt in kleine groepen waarin weer een gedifferentieerd denken en een persoonlijke bewustwording, een persoonlijk reageren op innerlijke en hogere krachten mogelijk en zelfs als noodzakelijk wordt ervaren. Als dit is bereikt, dan heeft de geest haar taak op aarde goed volbracht. De middelen, die zij daartoe gebruikt, al zult u die vaak verwerpelijk vinden, zijn alle de beste middelen. Misschien mag ik dit laatste nog even toelichten, voordat ik mijn toespraak beëindig:
Indien wij t.a.v. de spanningen in Vietnam en de rond dit gehele complex ontstane reacties van Amerikanen, Russen en Chinezen daar nu eens vrede zou hebben gegeven (een vrede die overigens in de mensen zelf ook niet leefde), dan waren deze spanningen op een ander terrein tot uiting gekomen en waren er zeer waarschijnlijk oorlogshandelingen geweest tussen een deel van Nationalistisch- China en Rood- China waarbij de Ver. Staten en Rusland betrokken zouden zijn geworden. Er zou een wereldoorlog met atoomwapens zijn uitgevochten. Vietnam is daarvan een afleiding.
Indien er geen conflict zou zijn in het Midden Oosten, waarin de intriganten hun poging tot het gewinnen van invloedssfeer zouden kunnen uitleven, inclusief alle terreur en alle ellende die daaruit voortkomen, dan zou men moeten proberen om dat op een ander niveau uit te werken. Een zeer grote economische crisis voor Europa, de Ver. Staten en Canada zou dan onvermijdelijk zijn geweest en dit zou ongetwijfeld wederom tot geweld van allerlei aard hebben geleid.
Men denkt vaak: die geest doet maar en die Witte Broederschap schijnt te denken dat alle middelen goed zijn, als het doel maar goed is. Maar het doel heiligt bij ons de middelen niet. Wij moeten kiezen uit de middelen die we hebben. Daarbij moeten wij kiezen uit de middelen die zo snel mogelijk resultaat geven en waarbij gelijktijdig voor zoveel mogelijk mensen de mogelijkheid tot een vredige geestelijke ontwikkeling gehandhaafd blijft en de massaliteit, die in vele groepen leeft kan worden gebroken zodat de individuele ontwikkelingsmogelijkheden hernieuwd ontstaan. Daarom worden deze wegen gekozen. Daarom worden deze middelen aangewend.
Ik hoop u hiermede duidelijk te hebben gemaakt, waarom de geest de massa beschouwt als haar vijand, waarom de geest middelen gebruikt die menselijk gezien minder aanvaardbaar zijn en dat de geest in haar streven voor de mensheid inderdaad het beste doet wat onder de omstandigheden mogelijk is.

Vreemde denkwijze

Als je de mensen hoort spreken over degenen die zijn overgegaan, dan hoor je de gekste dingen.
Wij hebben in de eerste plaats laten wij dat vooral niet vergeten – de vampiers. Nu weten wij wat een vampier is, nietwaar? Dat is iemand die bloed drinkt; bij voorkeur van een ander natuurlijk. Zo’n vampier is eigenlijk het resultaat van een heel oude denkwijze. Die mensen dachten toen: doodgaan is niet leuk, dus je wilt leven. Maar als je doodgaat, kun je je bloed kwijtraken, want als je je bloed niet meer hebt, ben je dood. Dus als je dood bent, heb je geen bloed meer. Als je dan bloed van een ander pikt, dan leef je weer. Op die manier hebben zij dat bekeken.
Op gelijke wijze hebben zij het bekeken met de weerwolven. Een weerwolf is iemand, die in een wolf verandert. Nu ja, veranderingen van menselijke in dierlijke vorm worden aan de goden toegeschreven. Als u het niet gelooft, moet u maar eens praten met Leda. Zij heeft daar ervaring van.
Op den duur heeft men gedacht: dan zal een mens dus ook die verandering kunnen doormaken. Maar er moet wel iets vreemds zijn. Dat vreemde is dan vaak erfelijk; het zit in een geslacht of je krijgt het van iemand, je kunt het misschien ook nog krijgen van de duivel zelf. Hij geeft je dan die speciale eigenschap. En nu kun je voortaan veranderen, je kunt macht hebben over anderen.
Daarbij komt nog dat er vele dingen zitten in het bijgeloof, die ook nog echt zijn. Neem nu b.v. de lijkeneters. Dat is niet alleen maar een sprookje. Wij weten dat er kannibalen zijn die de lijken van mensen opeten, vooral bepaalde delen daarvan, om eigenschappen over te nemen. Zij redeneren: als er nu iemand is die bovennatuurlijke macht wil hebben en hij eet genoeg van verschillende mensen, dan zal hij door zo’n hartig hapje op den duur wel een meerwaardig wezen worden en dan zijn wij de minderen. Op die manier heeft de mens zelfs zijn eigen doden een beetje verdacht gemaakt. Want de dood is een probleem, waarmee de mens niet gemakkelijk klaar komt.
De mens heeft altijd weer geprobeerd op de een of andere manier de dood weg te schuiven. Soms doet hij dat met denkbeelden omtrent het eeuwige leven. Het eeuwige leven is voor die mens dan zoiets waar je binnenstapt, als je doodgaat. Je lichaam is je entree kaartje voor de eeuwige zaligheid. Maar die voorstellingen waren ook weer niet voldoende; daarmee kon je niets doen, want de mensen gingen wel weg, maar ze kwamen niet terug. Dus moest er iets gevonden worden, waardoor geesten zich weer konden manifesteren.
Wij zien al heel vroeg in de geschiedenis, dat men mensen gewoon opriep. Denk maar eens aan het verhaal van de heks van Endor. Zij riep ook even de koning (Saul) op. Toevallig had zij de goede te pakken, maar ze schrok zich dood.
Die dodenbezwering was erg in zwang. Dat vinden wij ook terug bij de Maori’s, die deden aan de bezwering van bepaalde voorouders. Voorouders waren gewone mensen, die je niet in een systeem kon inpassen, dus hebben ze er later heiligen van gemaakt. U weet wat een heilige is? Een heilige is iemand wiens zonden tijdens zijn leven niet zijn uitgekomen en die na zijn dood bedekt kunnen blijven.
Zo heeft men langzaam maar zeker een soort klasse van supergeesten geschapen, behorende tot verschillende systemen, waarop de mens een beroep kan doen.
Nu vindt u het waarschijnlijk heel eigenaardig, als ik daarmee een beetje de draak steek. Maar denk nu eens aan Christophorus. De goede man heeft volgens de Paus niet eens bestaan, maar als je op reis gaat en je wilt zeker zijn dat je geen ongelukken overkomen, dan ontvangt de arme Christophorus de opdracht. Je neemt een penning plus zegen en dan zorgt Christophorus voor de rest. Dat is een heel goedkope reisverzekering. Alleen, de vraag of Christophorus nu wel of niet bestaat, is pas in deze tijd opgelost. En dat juist in een tijd, waarin je niet meer kunt nagaan, of de goede man kan ingrijpen om de doodeenvoudige reden, dat er zoveel verkeer is, dat één geest het niet meer kan bijhouden.
Ook Bartholomeus wordt aangeroepen en Petrus natuurlijk. M. n heeft een heel stel heiligen. En wil men muziek gaan maken, dan heeft men Sinte Cecilia daar bij nodig, omdat ze ooit eens orgel heeft gespeeld Dat is natuurlijk wel aardig, maar op die manier heb je eigenlijk van mensen een soort goden gemaakt. Als je je dan beroept op die mensen en op de eigenschappen, die je hun toedicht, pleeg je volgens mij toch een soort ketterij, een bijgeloof.
Het is niet zo dat men zegt: Petrus is een god, of Sint Nicolaas is een god. Trouwens Sint Nicolaas is meer een zot tegenwoordig; hij is ook niet kerkelijk meer. Al die dingen zijn gesteld tussen de mens en zijn God, tussen de mens en de oneindigheid. Dat komt, omdat de mens van God geen direct ingrijpen op een speciale manier verwacht. Hij heeft dus een soort Gele Gids uitgedacht, waarin alle beroepen van heiligen staan opgetekend, zodat je weet wie je voor het klusje kan opbellen.
Deze vreemde instelling, die we nu nog in het katholicisme vinden, wordt weer vervangen door andere vormen van menselijk bijgeloof, waarbij de geest een rol speelt.
Neem nu eens de Protestanten. Die zijn niet zo bijgelovig, zegt men, maar die laten wel het Boek spreken. Dat wil zeggen, dat zij de bijbel als een soort prikplank openen en met een speld steken en zeggen: dat is de juiste spreuk. En wat staat daar nu? “Balaam zat op een ezel.” Dan zeggen zij; “Aha, dus mijn knecht is een ezel”. Zo zijn de mensen: het is geloof ik een poging om de grenzen van het mens zijn te overschrijven en dat nog wel op een manier, die niet altijd aanvaardbaar is. De mens wordt daarbij bewogen door zijn angsten en begeerten.
Denk nu eens aan de vampier. Wat is dat geen wonderlijk wezen: Vroeger waren er levende doden. De levende doden waren helemaal niet de vampiers waarover u tegenwoordig leest, die zelfs klassiek zijn geworden. Dat waren eenvoudig de doden die rondgingen, die niet bevredigd waren. Dat de doden voedsel krijgen toegediend althans schalen met voedsel dat is nog niet zo lang uit de mode. En als wij denken aan de bloemetjes, die in de westerse landen op de graven worden gezet (uit genegenheid, ik geef het allemaal toe), dan zitten wij nog heel dicht bij dit offer aan de doden, waarmee men de dode probeert om te kopen om alsjeblieft dood te blijven en niet te gaan ronddolen.
Neem de Chinezen. Elke Chinese yamin had een ingangspoort waarachter een muur stond. Dus om binnen te gaan moest je een bocht om gaan. Volant, zei men, een geest kan alleen rechtuit gaan. Iets wat ik een compliment vind voor de geest, want als wij zien hoe de menselijke geest soms kronkelende wegen kiest, dan lijkt mij dat rechtuit gaan toch wel verkieslijker.
De geest van de dode kan de mens achtervolgen. Denk eens aan de begrafenissen, zoals u die vroeger in Nederlands India kende, vooral op Bali: Daar moest elke keer, als men van de weg afboog, de dode worden rondgewenteld, voordat hij verbrand werd, want zo raakte hij de weg kwijt en kan later : niet meer terugkomen. Hoe lang is het geleden dat er hier in Nederland nog huizen waren, waarin een speciaal dodenpoortje of dodendeurtje was aangebracht? De dode werd naar buiten gedragen niet door de gewone deur; dus zou hij dan niet door de gewone deur kunnen terugkomen. Dat kleine deurtje hield je dan op slot, totdat er weer een kist uit moest. Het is een vreemde vrees voor de dood.
Gelijktijdig begeert de mens echter bepaalde eigenschappen, die hij aan de dode toeschrijft. Als wij horen dat een vampier iedereen kan bekoren, dan zit daar iets achter van een sexuele overtuiging. Trouwens de vampier kust in de nek. Nu ja, in het nekje bijten is bij dieren en ook wel bij anderen een uiting van sexualiteit en dan behoeven wij niet te vragen, of het verdergaat of niet.
De vampier kan zich veranderen in een rookwolkje dat onder de deur door kan. Hij heeft dus de mogelijkheid om overal binnen te komen. Veel mensen zouden dat graag willen doen. De vampier kan zich veranderen in een vleermuis; hij kan wegvliegen. Veel mensen zouden dat erg prettig vinden, indien zij zich zo uit een akelige situatie zouden kunnen verlossen. En gaan wij nog iets verder: zelfs de wijze om een vampier te doden wekt zekere Freudiaanse associaties, want je moet door het hart steken: een paal of een ijzeren staaf. Hier wordt kennelijk de vampier gemaakt tot een wezen, dat gelijktijdig tegemoet komt aan het verlangen van de mens en aan zijn vrees. En omdat hij in zijn onderbewustzijn vreest voor zijn verlangens, is het dus gemakkelijk een vampier te zien als een duivels wezen, waarvoor iedereen wegvlucht.
Natuurlijk zijn er van die dingen, die nu eenmaal bestaan. Er bestaan b.v. bepaalde vormen van lycanthropie (weerwolfziekte), die de mens tot een dierlijk gedrag kan leiden. Dan hebben wij te maken met iemand, die zich als een weerwolf gedraagt. Het is zeker zo, dat er mensen zijn, die onder de invloed van de maan sterke afwijkingen gaan vertonen in gedrag. Dat is allemaal waar. Maar waarom wordt de geest daar bij gehaald? Omdat de mens zo de geest meer levend kan maken voor zichzelf.
Het bijgeloof van de mens t.a.v. de geest is gebaseerd op zijn behoefte om de dood op de een of andere manier in zijn gedachten te overwinnen; om niet te behoeven denken aan de mogelijkheid van een absoluut einde. Nu is het niet noodzakelijk om daaraan te denken. Want als u dood bent, dan leeft u heus wel verder. Maar al die vreemde denkwijzen over de geesten en de machten uit het duister en weet ik wat nog meer, moeten wij toch even herleiden tot een koppeling van de begeerte van de mens en zijn angst voor de dood.
Nu zijn er heel wat meer vreemde denkwijzen op de wereld dan alleen deze. Wat moeten wij nu denken van een mens die gelooft dat, als je op een bepaalde dag en bij een bepaalde maanstand gaat kijken bij een bepaald graf, je toekomst op de grafsteen geschreven ziet. Het is een geloof dat inderdaad bestaat. Er is ergens in Zuid Afrika een kerkhof. De mensen, die daarheen gaan, verlangen de toekomst te zien. Maar zij geloven niet dat de toekomst te zien is. Nu moeten zij zich heel veel zorgen maken over het juiste ogenblik, de juiste tijd. Ze zijn dus enorm gespitst op het zien van de toekomst. En dan is het helemaal niet de geest van degene die daar begraven is, die op de grafsteen even opschrijft wanneer die mensen doodgaan of wat er verder nog komt. Het zijn de mensen zelf. Zij schakelen even een deel van hun bewustzijn in dat zij normaal hebben uitgeschakeld. Is het dan redelijk om aan te nemen dat er geesten zijn, die op grafstenen schrijven? Toch vinden wij dat geloof niet alleen in Zuid Afrika, maar ook op verscheidene andere plaatsen.
Een ander verhaal dat ook al zo eigenaardig is:
Er is een meer in Ecuador. Dit meer is onder bepaalde omstandigheden door nevel overdekt. Die nevel kan de vorm aannemen van allerhande gestalten. Je kunt hier iets zien van je toekomst, je kunt waarschuwingen krijgen en je kunt soms ook bedreigd worden. Hier probeert de mens in de nevel zijn gedachten te projecteren en zo verder te komen.
Dacht u dat de geest niet kon werken in die omstandigheden? Natuurlijk kan zij dat. Maar waarom zou zij het doen? De geest heeft geen behoefte om voortdurend en aan iedereen bepaalde dingen te verschaffen.
Als wij nog een paar stappen verder gaan (we zitten nu toch de kant uit van Zuid- en Midden- Amerika), dan vinden wij daar ook een eigenaardige kruising van christendom en voodoo (een oud negergeloof) in verschillende vormen. Wat doet men? Men wekt bepaalde ritmen, totdat een geest door een medium gaat spreken, iemand die kennelijk daarvoor geschikt is. De uitspraken van het medium zijn dan eigenlijk de kern. De geest kan allerlei goede en kwade dingen brengen. Zij kan gunsten beloven, kortom, de geest gaat zich gedragen als een soort heilige. En aangezien dat kerkelijk aanvaardbaar is in landen waar het katholicisme overheerst, is het wonderlijke dat men oude goden aanroept, maar wel onder de naam van katholieke heiligen. Ik meen zelfs dat in een bepaalde groep St. Bartholomeus gebruikt wordt als vervanger voor Exsu (?), een demonische god die veel kwaad doet, maar soms ook een beetje geluk kan brengen.
De mens heeft zich ook hier weer een beeld geschapen van het contact met de doden, dus de wereld van de geest. Hij heeft geprobeerd op de een of andere manier een relatie te vinden, waaruit hij zelf iets kan halen. Hij is doodgewoon uit op winst. Gelijktijdig bestrijdt hij daarbij zijn gevoel van onmacht, zijn angst en komt hij een beetje tegemoet aan zijn begeerte.
Nu zult u wel begrijpen, dat ik mij sprekende over vampiers en dergelijke nu niet direct heb gebaseerd op Dracula van Bram Stoker. Er bestaan trouwens heel wat meer goede romans over deze dingen. Ik heb mij ook helemaal niet willen bezighouden met de voorstellingen, die daarvan in verhalen worden gemaakt. Ik ben met mijn visie op de vampiers, de weerwolf, de lijketer enz. uitgegaan van de volksversies daarvan. Dan is het wonderlijke, dat wij de weerwolf en de vampier heus niet alleen aantreffen in Transsylvanië (Roemenië). We vinden ze net zo goed ook in andere landen. Zelfs in een deel van Frankrijk heeft men daaraan geloofd. In Engeland zijn er doden die wandelen. In Ierland bestaat het “Kleine Volk”, maar daar bestaan ook kleine Demonen, waarover overigens minder wordt gesproken. Ook in de Ver. Staten vinden wij bepaalde delen van het land waar men daarin gelooft. Om maar helemaal niet te spreken over Cuba, Haïti e.d. waar deze versies misschien niet zo gemakkelijk openbaar worden verteld, maar waar toch het vampierisme enz. mede in het volksgeloof een rol speelt.
Ik heb geprobeerd om al die vreemde denkwijzen niet alleen te citeren, maar ook om duidelijk te maken waar zij vandaan komen. Zij komen uit de relatie van de mens met de dood; zijn angst ervoor, zijn verwachtingen ervan; zijn begeerte naar iets wat hem zekerheden verschaft, die verder gaan dan normaal lijkt.
Wij zouden het misschien zo kunnen zeggen
Elke mens verlangt ergens naar het wonder. Indien hij dat niet direct zo in zijn eigen wereld kan vinden, is hij geneigd zich denkbeelden te vormen en deze te benoemen. Hij komt dan tot een personificatie van het verlangde en het gevreesde, meestal in één persoon vertegenwoordigd. En daarop doet hij een beroep, daarvoor vreest hij, daarvoor sluit hij zich af.
Het is een wonderlijke wereld waarin u leeft, indien u zich realiseert dat de geest zelf zich niet daarmee bezighoudt. En trouwens, waarom zouden wij? Wat voor aardigheid is er nu aan voor iemand, die al enige tijd is overleden, om nog elke woensdagavond met zijn hoofd onder zijn arm te sjokken door een verlaten gang van het een of andere bouwvallige kasteel? Daar is gewoon niets aan. Waarom zou hij het doen?
Als dergelijke dingen worden opgebouwd, dan zijn ze ofwel beelden uit het verleden, die door een mens tot werkelijkheid worden gewekt, dan wel heel vaak de overleveringen van mensen. De behoefte om op, de een of andere manier gelijktijdig, de toekomst wat meer in de greep te krijgen, de dood een beetje te overwinnen en in je leven het wonder mee te maken.
Denk nu eens b.v. aan de Banshee. Dat vreemde wezen komt zitten huilen, wanneer een echte Ier op het punt staat te sterven. Het is een geest. Maar wat is het wonderlijke van de Banshee? Het is iemand, die de dood voorvoelt: de voorspelling. Het is een kracht, die door de dood uit de andere wereld wordt geroepen en die dan door weeklagen duidelijk maakt, dat er werkelijk een dode zal zijn. En dat is ook niet zo verwonderlijk. Dat de mensen verlangen naar het bewijs dat de dode dood zal zijn wordt duidelijk, als men zich realiseert hoeveel mensen vroeger in schijndood begraven zijn.
Indien men uitgaat van gegevens uit de omgeving van b.v. Dublin, dan kan men zeggen dat de vorige eeuw nog ongeveer 10 % van de doden, die begraven waren, bij het opgraven in ongewone houdingen lagen; de botten lagen dus niet zo, als ze zouden liggen, indien iemand rustig in zijn kist blijft liggen. Vroeger scheen het nog veel erger geweest te zijn. Dat is ook begrijpelijk. De mensen waren nog niet zo ver bij het vaststellen van de dood. Als de klinische dood intreedt, dan wil dat nog niet zeggen dat die niet na enkele ogenblikken kan worden onderbroken. Als alle functies tot een minimum terugvallen, dan is het in feite een diepe bewusteloosheid, maar het werd soms als dood geïnterpreteerd. Dat die mensen dus een bevestiging wilden hebben dat dood dood is, is dan ook heel begrijpelijk. Misschien dat de Banshee iets daarmee te maken heeft. Ook hier weer: de geest wordt gezien als iets wat je onttrekt aan bepaalde menselijke onzekerheden.
U zou de gehele wereld door kunnen gaan. U zou alle goden en alle voorvader culten en geestenverering kunnen ontleden. U zou zich kunnen bezighouden met alle vreemde spoken, die er ooit volgens de mensen ergens op de wereld zijn geweest. U zult altijd worden geconfronteerd met de behoefte van de mens om ergens zijn vrees te personifiëren en gelijktijdig in die vrees nog iets van zijn verlangens en een bevestiging van, zijn verlangens tot uiting te brengen.
De mens zal met zijn vreemde denkwijzen over de geest in vele gevallen alleen maar proberen zijn angst voor de dood te overwinnen, ofwel de zekerheid van een leven na de dood voor zichzelf aanvaardbaarder te maken.

Raakvlak

Een raakvlak betekent: een vlak dat een ander vlak beroert, zonder daarmee één te zijn. Je zou ook kunnen zeggen: raakvlak betekent de oneindigheid door een lijn verdeeld in twee delen.
Wij zijn allen deel van één en dezelfde kracht en van één en dezelfde waarde. Maar het besef heeft lijnen door die oneindigheid heen getrokken en haar in vele brokstukken verdeeld; daardoor zijn we begrensd. Wat ons het naast ligt en wat ons het gemakkelijkst beroert, is dan het raakvlak. het vlak waarmee wij een lijn, een ervaring, een erkenning gemeen hebben.
Het doel van ons leven is om deze lijnen langzaam maar zeker weer weg te nemen, zodat er één geheel weer ontstaat, ook voor ons bewustzijn. Maar zolang wij dat niet kunnen doen, moeten wij begrijpen: zolang ik met een mens, een geest of een kracht ook maar één lijn van ervaring, beleving of erkenning gemeen heb, zo zijn wij daardoor met elkaar verwant en kunnen wij iets beseffen omtrent elkanders inhoud. Op het ogenblik, dat dit besef er is, kunnen wij de scheidslijn laten wegvallen althans geestelijk en daardoor iets meer van de kosmische eenheid herstellen, die ons einddoel en onze feitelijke betekenis is.

Waarde

Wat is waarde? Waarde is mijn waardering voor iets of iemand, want waarde kan niet absoluut worden bepaald. Goud is voor de mens vaak van grote waarde; een diamant eveneens. Maar wat zijn ze, als je in het leven hun werkelijk nut, hun functie beschouwt? Ze zijn alleen datgene wat de mensen eraan hebben toegekend.
Als wij spreken over waardevolle mensen en wij hun waarde gaan bezien, dan is het heel vaak onze waardering voor hetgeen zij hebben gepresteerd, onze visie van hetgeen zij betekenen. Niet hun werkelijke betekenis. Laten wij ons door het begrip “waarde” niet teveel beïnvloeden. Laten wij vooral ook niet denken dat waarde en waardigheid één en hetzelfde zijn, want dat gebeurt ook vaak.
Neen. Als wij zoeken naar een innerlijk licht, een innerlijk beseffen, een innerlijke vrede, als wij al deze eigenschappen bezitten, dan hebben wij iets waaruit wij altijd kunnen putten; iets wat voor ons altijd betekenis heeft. Dan hebben wij te maken met een waarde, een betekenis in onszelf, die niet kan worden uitgeblust door de dood of door een verandering van sferen.
De enige waarde, die er voor mij bestaat, is het licht dat ik in mij draag. Als ik dit besef en de betrekkelijkheid van alle andere waarderingen zie, dan geloof ik ook dat je kunt komen tot een aanvaarding van de innerlijke waarheid waaruit je kunt komen tot een besef van de totaliteit waarin je leeft.
Het omgekeerde bestaat ook. Indien een mens in zichzelf een harmonie van trilling bereikt, zodat zijn wezen één hoofdwaarde bezit, dan is hij daarmede eigenlijk automatisch harmonisch met de krachten in de geest. Want die trillingen verschillen nog wel in frequentie, maar de essentie ervan: de kracht waaruit ze bestaan, is gelijk. Dan moet je in de geest dus aannemen; hier heb ik een harmonische. Ik kan ofwel mijn eigen trilling veranderen wat lang niet altijd aanvaardbaar is dan wel ik moet reageren. En dit is misschien voor u een interessant punt, want de dwang tot reageren bestaat voor een entiteit op het ogenblik, dat er een harmonie is ontstaan tussen de trilling op aarde en haar eigen trilling en daarin energie en wil worden uitgedrukt. Men kan het eventueel bestrijden, maar een dergelijke bestrijding is vaak moeilijker dan aanhoren wat nodig is en reageren.
Misschien heeft u wel eens wat gehoord over heiligen, goden en dergelijken. Stel nu, dat deze waarden (de voorstellingen ervan zijn natuurlijk niet reëel); het zijn astrale vormen overeenstemmen met een entiteit, die in een hogere sfeer zou leven. Er is dus een basis harmonie te vinden tussen de eigen trilling van die hoge entiteit en de trillingen waartoe mensen komen, indien zij in die vorm geloven en zich daarop beroepen. Dan zal een dergelijke vorm of entiteit bijna genoopt zijn om tijdelijk de rol te spelen van die heilige of godheid. Dat is veel meer voorgekomen dan men zich realiseert; mogelijk is dit ook wel de verklaring voor de vreemde tweeslachtigheid in karakter en gedragingen, die aan de oude goden werden toegeschreven.
Hier heb ik trouwens nog een punt aangesneden dat interessant is.
Een projectie van een geest kan niet alleen naar een mens gaan, maar die kan ook naar een bepaalde plaats gaan. Nu zijn er voor geesten, behorend tot Hoog Zomerland maximaal heel veel plaatsen op de wereld die eveneens een eigen harmonie, een eigen trilling hebben, die de basis van het eigen harmonisch getal van die entiteiten beroert. Er zullen plaatsen zijn op aarde waar de geest a.h.w. sterker bij betrokken is dan op andere plaatsen. Gebeurt er iets op die terreinen, dan zal de geest zich geneigd voelen iets van zichzelf daarheen te projecteren en daarmee die harmonie ofwel totaal te verbreken, dan wel te herstellen. Meestal gaat het hier om herstel. Er zijn zelfs enkele plaatsen (deze zijn echter kunstmatig geconstrueerd) waar trillingen van zeer hoge orde zijn. Deze zijn meestal door ingewijden ingestraald, zodat wij kunnen zeggen: Hier hebben mensen hun hoogste begrip, verdergaand dan dat van de normale mens, ingelegd. Een van die plaatsen is b.v. een deel van de pyramide van Kefren, bepaalde bergtoppen o.a. één in Montana (V.S.). Ook bepaalde grotten aan de Adriatische Zee hebben dergelijke contacten.
Bevindt een mens zich nu op een van deze plekken, dan wordt hij beïnvloed door de eigen trilling van de omgeving. Kan hij deze trilling niet verdragen, dan voelt hij zich angstig en wordt afgestoten. Het eindresultaat is meestal een enorme depressie. Maar stel, dat deze mens in staat is iets daarvan toch te aanvaarden, dan ontstaat voor hem tijdelijk een eenheid met een trilling, die veel hoger is dan zijn eigen trilling. Hij past zich daaraan op zijn eigen niveau aan.
Nu is een geest met die plaats verbonden; en dat kan dan een zeer hoge entiteit zijn. Die hoge geest reageert dan op deze extra factoren. Zo kunnen die plaatsen dus worden gebruikt voor bepaalde inwijdingen, voor overdracht van werkelijk hoge geestelijke kracht aan een mens, zij het dan dat bij de overdracht een bepaalde bestemming voor die krachten wordt gesteld. Deze krachten kunnen dus alléén tot harmonische ontlading komen door bepaalde prikkels (genezing b.v.). Een interessant punt, als u dat zo allemaal nagaat.
Als u nu weet, dat wij begonnen zijn bij de zwarte magie, bij de Voodoo en de groene magie van Afrika. Wij zijn uitgegaan van deze vreemde natuurgodsdiensten waarin de god van de dood, de hoeder van het kerkhof vaak voor iedereen gelijk in toepassing. Toch zou ik willen stellen:
Degene, die zich bewust openstelt voor impulsen van anderen, zal op basis van zijn eigen harmonie- die aanwezig moet zijn- impulsen van met hem harmonische wezens kunnen ontvangen. Indien deze niet uit duidelijke gedachtenbeelden voortkomen (dat gebeurt vaak, als de resonantie niet groot genoeg is), dan kan men toch bepaalde stemmingen en associatieve impulsen in zichzelf aflezen. Begrip voor het ontstaan ervan betekent gelijktijdig grotere mogelijkheden om dit te hanteren.
Wilt u gedachten projecteren, dan is het over het algemeen het best om u gewoon een persoon voor te stellen. Desnoods neemt u er nog een foto bij. U kunt dat doen door u het gelaat van die persoon voor te stellen. U kunt zich ook zijn gehele persoon voorstellen of zelfs een functie ervan. Indien dit voldoende intens gebeurt, dan straalt u uit. Als de ander harmonisch is met het door u uitgestraalde, ontstaat er een contact. Denk echter nooit, dat een ander verstaat wat u tegen hem zegt. Dat zal doorgaans maar heel beperkt zijn. Maar de ander kan wel degelijk aanvoelen wat u hem wilt mededelen en hij zal, zonder te weten waarom, op deze mededelingen reageren. Hier krijgt de reactie vooral als de opdracht tijdens de slaap plaatsvindt iets van een post hypnotisch bevel.
Ik meen, dat u zich altijd weer moet leren instellen. Instellen is eigenlijk niets anders dan je concentreren en daarbij ook proberen voor jezelf een bepaalde stemming, een sfeer tot stand te brengen. Een mens, die zich instelt, brengt daarmee automatisch voor zichzelf een ontvankelijkheid voor alle harmonische projecties tot stand, terwijl hij op basis van die harmonie en zijn wil tot projecteren zelfs tot betrekkelijk grote kracht projecties in staat zal zijn.
U zult zeggen: Ik doe het anders. Dat is uw zaak. Er zijn mensen, die onbewust een bepaalde projectie of een bepaalde harmonie tot stand brengen en eveneens onbewust haast daarmee werken of daarop reageren. Zij vragen zich eenvoudig niet af, hoe dat gaat of wat dat is. Ik geloof, dat dit op zichzelf niet bezwaarlijk is. Want iemand, die werkelijk vergevorderd is in de occulte wetenschappen, die op aarde in een sterk contact met de geest staat b.v., zal dit automatisch doen. Het is net zo automatisch als spreken of ademhalen. Er zijn wel denkbeelden nodig om te spreken, maar de verklanking ervan behoeft niet verder te worden overdacht. Je weet, dat je ademhaalt, maar het is iets wat je zo automatisch doet dat je het bijna niet beseft. Op deze wijze projecteert menigeen van zich uit of stelt iemand voor zichzelf bepaalde harmonieën. Ik meen, dat het wel goed zou zijn, indien men zich realiseert dat men het doet. Want als er dan een keer iets aan mankeert, weet je tenminste waar je de fout moet zoeken.
Mensen, die op enigerlei wijze in een overgangsfase van ontwikkeling zijn, hebben vaak in zichzelf niet voldoende harmonie. Zij hangen aan uiterlijkheden, die tot het verleden behoren, en verlangen gelijktijdig geestelijke inhouden, die voor hen nog in de toekomst liggen. Dan is voor zo iemand dat contact afgelopen. Realiseer je je dit, dan kun je proberen om tussen je verlangen naar vorm en inhoud toch nog een harmonisch geheel te scheppen en dan is het contact hersteld. U ziet, het is practisch toch wel van betekenis.
Nu heb ik nog een paar laatste punten.
Alle projecties vanuit de geest zowel als vanuit de stof zijn gebaseerd op een zekere gelijkheid van trilling.
Een projectie behoeft niet een bewuste actie te zijn. Zij kan het nevenproduct zijn van een bestaande harmonie. Dit geldt voor de geest zowel als voor de stof.