De mens (1980)

15 januari 1980

Aan het begin van deze bijeenkomst wil ik erop wijzen dat wij sprekers van deze groep niet alwetend of onfeilbaar zijn. Denkt u a.u.b. zelf na. Het is altijd nog beter uw eigen vergissingen te maken dan het goede van een ander te volgen, zonder te weten waarom.

Wat betreft het onderwerp van vanavond, indien u wenst kunt u er een stellen. U kunt ook de keuze aan mij overlaten. Daar er kennelijk geen keuze is, zou ik u willen voorstellen om vandaag te spreken over de mens.

De mens heeft namelijk een groot aantal kwaliteiten die hij zelden of nooit gebruikt. Wanneer u zegt: de mens, dan denkt iedereen aan zo’n wezen dat omringd door textiel en in deze dagen ook met huivering, op twee benen probeert zich rechtop te houden.

Maar de mens is een conglomeraat van allerhande verschillende invloeden en werkingen. Ik geloof dat u allemaal wel weet hoe het stoffelijk in elkaar zit. U hebt de rede, zeker. Maar of u het weet of niet, de rede en zelfs uw logische vermogens worden sterk beïnvloed door emotionaliteit, die weer door zuiver lichamelijke condities mee bepaald kan worden.

Daarnaast beschikt u over een bewustzijn, dat meer feiten opneemt dan waar u over beschikt, althans direct over beschikt We noemen dat een onderbewustzijn, maar dit omvat ook zeker die delen van de persoonlijkheid die zelden of nooit in het dagelijks bewustzijn van de mens een rol spelen. U hebt bijvoorbeeld een astraal. Nu zegt dat astraal op zichzelf al iets over de aard van het voertuig en de kwaliteiten ervan. Er zit astro in: sterren. Ik wil helemaal niet beweren hier dat u door de sterren in alle dingen bepaald wordt, dat is onzin. Maar u beschikt over een voertuig dat voor vele aardstralingen en voor wijzigingen in magnetische en zwaartekrachtsverhoudingen, -stralingsverhoudingen- veel gevoeliger is dan uw stoffelijk lichaam. Het heeft dus zintuigen op een ander terrein en dankzij die zintuigen voegt het zijn eigen indrukken toe aan het geheel van uw normaal bewustzijn.

Als u het daarbij zou kunnen laten, kunt u ook al heel ver weg. Dan hebt u alleen nog maar te maken met een mens en zijn onderbewustzijn en daar kunt u wat aan sleutelen, daar kunt u wel iets aan veranderen.

Maar dan zijn er nog een aantal geestelijke voertuigen die ieder op zich ook hun eigen gevoeligheid bezitten; d.w.z. dat ze waarden aandragen die niet logisch zijn, die niet passen in het kader van zuiver lichamelijke beleving en die evenmin schijnen te passen in de menselijk-logische benadering van de kosmos waarin u leeft.

Uit al deze dingen tezamen ontstaat dan het wezen dat zich als mens presenteert wanneer het op aarde is.

Een mens gebruikt over het algemeen, voor een groot gedeelte zeker, zijn lichamelijke ervaringen als maatstaf voor het gehele leven, maar kan dat waar zijn? Wanneer we ons realiseren hoe vaak een mens intuïtief juist zou reageren wanneer hij niet eerst nog even na ging denken over alle dingen die u daar verstandelijk en maatschappelijk over kunt zeggen, dan zou u zeggen: ja, niets aan de hand. Maar de intuïtie zelf is het aanvoelen van zaken die te maken hebben bijvoorbeeld met het tijdsgebeuren.

Wanneer we kijken naar de mensheid, zoals ze op dit ogenblik bestaat, dan zien we dat allen zich getroffen wanen (wanen, want het is niet de volledige werkelijkheid) door een enorme reeks problemen. Er zijn, dat geef ik toe, vele sociale, economische problemen, maar het zijn geen problemen die u niet op kunt lossen wanneer u met elkaar samenwerkt. Zolang u alleen aan uzelf denkt wordt het erger, dat is duidelijk. Zodra u aan een ander mee gaat denken gaat het al wat beter. Zodra u komt tot een werkelijke samenwerking met anderen is het probleem in feite voor een groot gedeelte opgelost.

Dus wat dat betreft hebt u zelf zeer veel in handen. En dat heeft dan niet te maken met uw bankrekening misschien, maar wel met de levensvreugde die u kent. Nu hebben wij een neiging ontdekt bij de mens, ook omdat wij het zelf geweest zijn, neem ik aan, die zeer opvallend is: de mens is enorm geneigd om te verwerpen. U hoort de mensen zelden zeggen dat iets goed is: dat nemen ze als vanzelfsprekend. Wanneer iets verkeerd gaat in hun ogen of vanuit hun belangen gezien dan reageren ze onmiddellijk en dat is een situatie natuurlijk waarbij de mens dermate egocentrisch en egotistisch reageert (u weet: egotisme is zelfverering dat hij op grond daarvan alleen al een verandering rondom hem onmogelijk maakt.

De mens frustreert zeer veel van hetgeen er in en rondom hem gebeurt, eenvoudig door de houding die hij aanneemt tegenover de wereld en de wijze waarop hij probeert zich te onttrekken aan in wezen onvermijdelijke veranderingen.

Nu is de geest, en dat zult u ook weten, dat deel van de mens dat toch weer een deel van die ervaringen als het ware selecteert en opslaat buiten de hersenen om in een soort krachtveld. Een krachtveld met verschillende modulaties en een groot aantal, potentiaalverschillen, een soort computer die als een soort veld is opgebouwd en geen werkelijke materiële bestaansvorm kent.

Die geest leert uit de ervaring en die geest reageert op de ervaring door een aanpassing over te seinen naar het lichaam. Dat gevoel zal bij u zekerheid veroorzaken op het ogenblik dat u daarmee harmonisch bent, d.w.z. dat u het kunt aanvaarden, dat het past in het beeld dat u hebt in uzelf over de wereld. U zult het echter als angstwekkend ervaren op het ogenblik dat u ervaart dat het in strijd is met datgene dat u bent of wilt zijn en datgene dat u van die wereld om u heen, die stoffelijke wereld wilt verlangen.

Het is echt interessant om dat van ons standpunt uit te bezien. Vanuit het uwe is het meer pijnlijk, neem ik aan. Zo hebben we ontdekt dat in de laatste drie maanden het aantal angst- en achtervolgingsdromen bij veel mensen is toegenomen.

Een ander droomsymbool dat erg veel voorkomt op het ogenblik, is het dolen in een onbekende wereld, vaak een dreigende of onaangename wereld. En altijd weer grijpt die mens dan naar symbolen om zich te verlossen, zodat in veel van die dromen, maar niet in alle, voorkomen: lichtende kruisen, lichtende zwaarden en soms ook een soort magische cirkel die eveneens een gouden licht uitstraalt.

Die mens probeert op die manier zichzelf duidelijk te maken dat hij zich bevindt in een toestand van hoogste onzekerheid en dat hij die onzekerheid alleen kan compenseren door een toenemend gebruik van zijn eigen geestelijke waarden en mogelijkheden.

Die uitleg is zuiver psychologisch misschien wel voor enige kritiek vatbaar. Maar wanneer we dit vanuit geestelijk standpunt bekijken, dan wordt ook steeds duidelijker dat de mens op dit moment in vele opzichten een eigen angst aan het opbouwen is omdat hij gaat beseffen, zelfs redelijk, dat zijn wereld in haar huidige vorm, niet zonder meer te handhaven is. De ondergangsgedachte speelt daarbij vaak een grote rol.

Het aantal mensen dat vreest dat het gebeuren in Afghanistan een aanleiding zal worden voor een volgende wereldoorlog, waarschijnlijk met atoombommen uitgevochten ook, denkt men, dat is legio, die zijn ontelbaar. Toch is het niet zeer waarschijnlijk, integendeel, want het land waar dit alles zich afspeelt was een deel van de Russische invloedssfeer en als zodanig ook stilzwijgend aanvaard door andere grote mogendheden.

Het gaat dus helemaal niet om het land en om wat daar gebeurt, ongeacht wat men u vertelt. Het gaat er om elkaar propagandistisch een hak te zetten. Het wil zeggen dat men zich meer en meer van de trouw van zijn eigen volgelingen wil verzekeren. Maar dat is gewoon een kwestie van massabeïnvloeding. Dat heeft weinig te maken met een directe oorlogsdreiging.

Een veel groter gevaar ligt in Iran, niet omdat Iran op zichzelf de wereld zou kunnen bevechten; men kan wel zeggen: God wil het of zoals God het wil, maar daarmee komt u ook niet ver, want dit land heeft eenvoudig de middelen niet.

Het gevaar is de angst van een westelijke wereld voor een nieuwe godsdienstige macht: de macht van de Islam en juist omdat de mensen niet weten hoezeer die Islam verdeeld is, is ook dit een angstsyndroom, dat bij heel veel mensen onrust wekt, waardoor hun eigen zekerheid in de wereld wordt aangetast.

Wat blijkt nu? De geest geeft antwoord. Hij geeft u het antwoord, doorsijpelend ook in die angstdromen, dat u zich anders moet gaan opstellen. Hij zegt u dat er door aanpassingen wel degelijk nog veel kan bereikt worden. Hij zegt u als het ware dat u moet gaan leven in de richting van een zo groot mogelijke harmonie en niet meer naar een zo groot mogelijk bezit of een zo groot mogelijke zekerheid. Het afbreken, dat op die manier op aarde gebeurt, zou door velen betreurd worden. Wanneer u kijkt bijvoorbeeld naar wat zich afspeelt in uw eigen land, dan ziet u eigenlijk dat steeds weer tegenstellingen worden gewekt, kunstmatig vaak. Dat oplossingen, die mogelijk zijn, eenvoudig worden weggevaagd omdat degenen die daarover moeten beslissen hun eigen zekerheid in gevaar voelen en dat soort dingen. En dat hoeft u ook helemaal niet te verbazen.

Maar kan België functioneren zoals het nu doet? Het antwoord is: eigenlijk niet. Het kan alleen verder functioneren onder twee mogelijke voorwaarden. De eerste is dat men terugkeert naar de denkwijze en de systemen van omstreeks het begin van de eerste wereldoorlog. Het tweede antwoord is dat men uiteindelijk bereid is om een afzonderlijke ontwikkeling van verschillende gewesten te overzien en dat men daarbij in die gewesten ook een grote binding en geen grote verdeeldheid tussen de mensen tot stand weet te brengen.

Het laatste lijkt me moeilijk, hoor, maar dat is weer een kwestie waarover ik moeilijk kan oordelen. Wanneer ik verder zie hoe uw economie voor een zeer groot gedeelte mede door het buitenland bepaald wordt, dan zeg ik: Lieve mensen, wanneer jullie je niet aanpassen, dan ga je met alle zekerheid naar beneden. Wanneer je je zou kunnen aanpassen aan de situatie van voor de wereldoorlog dan zou je een hele hoop mensen, die nu een voorname positie hebben, daarmee een groot plezier doen, neem ik aan. Maar de werkelijkheid is dat u meer moet zoeken naar werkelijke gemeenschap, werkelijke samenwerking, werkelijk onderling verantwoordelijk zijn en dat hoeft u dan niet te doen op grond van ras of taal of iets anders. U moet het gewoon doen op grond van medemenselijkheid. De groep vormen met degenen die om u heen zijn, voor elkaar instaan, samen werken en dan blijkt dat u samen zeer veel tot stand kunt brengen ook wanneer schijnbaar economisch dit niet haalbaar is. De geest zegt u dat. 0 niet met de termen die ik nu gebruik, termen die misschien eerder bij een politiek commentator thuishoren dan bij een geest, maar de geest zegt u dit door u duidelijk te maken dat u op dit moment heel vaak verloren loopt, dat er conflicten zijn waar geen oplossing voor te vinden is.

De geest maakt u duidelijk dat u zich in een doolhof bevindt en dat u daar nooit alleen uit kunt komen, dat u dat altijd samen met anderen moet doen en daar ligt voor velen de grote moeilijkheid, want ik neem nu uw land tot voorbeeld, maar ik zou elk willekeurig land op aarde kunnen nemen en soortgelijke conflicten op gaan sommen.

De een is niet in staat om het bewustzijn van zijn burgers op te voeren, zodat ze de middelen kunnen gebruiken die men er zich kan aanschaffen. De andere heeft juist wel het bewustzijn en niet de middelen en nog anderen hebben een te grote verdeeldheid op grond van stamachtergronden waardoor ze elkaar voortdurend lastigvallen.

Wanneer u daarover gaat praten, ja, dan lijkt het of u spreekt over de toestand van de wereld, maar in wezen hebt u het over de mens, de kentekenen van de mens.

En zoals ik u al gezegd heb, die mens beschikt wel degelijk over een intuïtie waardoor hij juist kan reageren op die ogenblikken dat het er werkelijk op aan komt.

Die mens beschikt daarnaast over verschillende gevoeligheden waardoor hij zelf soms vooruitziet of de achtergronden ziet van de wereld waarin hij leeft. Want laten we eerlijk zijn, we leven in een wereld van illusies, een waanwereld, Maya, begoocheling. Alles lijkt zo, omdat u onderling hebt afgesproken dat het zo is. Maar is het wel werkelijk zo? Hebt u ergens een biljet van 100 F? Hoeveel zou het waard zijn? Tenzij u onderling afspraken maakte, misschien 1F, misschien niet eens. Wat bedoel ik nu? U kijkt tegen geld en bezit op, maar wat voor waarde heeft dat tenzij de gemeenschap dat erkent?

U kijkt naar de rang van anderen, naar geleerdheid, naar status. Maar is die er wel, tenzij u onderling afspreekt dat het zo is? Het zijn allemaal onderlinge afspraken waardoor uw leven in feite bepaald wordt en dat hoeft u niet te verwerpen, zolang die afspraken worden beseft voor wat ze zijn, maar wie doet dat?

Mag ik u wat vragen? Wat vindt u prettiger: dat uw inkomen met 50 % omhoog gaat en de prijzen met 50% of dat u 50% minder krijgt en de prijzen met 50% omlaag gaan? Het maakt ook geen verschil uit. M.a.w. de getallen die zo heilig zijn bij alle berekeningen, spelen geen rol. Geld is waard wat u daarvoor kunt kopen. Arbeid is waard wat u daarvoor kunt krijgen. Niet meer en niet minder. En in een maatschappij die op deze manier reageert is het extra niet te krijgen door eisen te stellen, is het extra alleen te krijgen door een harmonie te vinden waardoor uw eigen betekenis en dus die van uw arbeid, groter wordt. Dan alleen kunt u die verandering in die gemeenschap werkelijk tot stand brengen. Waar dat niet gebeurt, waar dat alleen maar gaat op grond van uiterlijkheden, daar worden de illusies en de verwaandheid steeds groter, maar daar is geen werkelijke oplossing en geen werkelijke bereiking.

Vanuit de geest kunt u aanvoelen op welke ogenblikken en op welke gebieden u harmonisch moet optreden en als u dat op kunt brengen, dat is met al die illusies om u heen niet zo gemakkelijk, dan kunt u daar geestelijk en misschien ook stoffelijk grote voordelen bij behalen. En dan zeg ik niet dat u rijk wordt, trouwens ik gun het u niet eens.  Rijkdom is namelijk in tegenstelling met wat velen op aarde menen, alleen maar een belasting omdat de mens steeds meer dingen in de wereld gaat beschouwen als deel van zichzelf en daardoor steeds minder tijd heeft om zich met de kern van zijn wezen bezig te houden. Maar beter, daar bedoel ik mee, juister, harmonischer u aanpassen, u beter invoegen in de gang van de tijd.

Er is een typerend verschijnsel dat zich door de gehele samenleving voortdurend weer herhaalt. Dat is het optreden van periodieke veranderingen en nu wil ik u helemaal niet vastpinnen op bekende periodes als 722 jaar, 2166 jaar, want dat zijn uiteindelijk berekeningen die men maakt, die kloppen niet helemaal. Maar er zit een zeker ritme in het gebeuren. Wanneer we nu kijken wat er bijvoorbeeld gebeurt in China en gebeurd is, dan zien we dat op een gegeven ogenblik de maatschappij te zelfvoldaan wordt. Dan komen de Mantsjoes, die eigenlijk dus in vergelijking met de oorspronkelijke Chinezen halve wilden waren en veroveren het rijk. Ze krijgen eigenlijk te veel onderdanen en worden dus tot een soort bovenlaag, een kaste. En die kaste kan zichzelf alleen handhaven door zichzelf te modelleren op degenen die ze overwonnen hebben Maar het resultaat is wel dat kort na de Mantsjoe-regering er een groot aantal verbeteringen optreden. Niet alleen komen er betere filosofen, maar er komen ook betere landbouwers. Er is niet alleen sprake van verandering in bijvoorbeeld het gebruik van de wegen en het vervoer, -de vervoermethoden maar ook zien we verandering in bijvoorbeeld de laktechnieken. We zien hoe de glazuurtechniek, waarvan u nu nog voorbeelden kunt zien, overal zich wijzigt en ook het opbrengen van de verf onder het glazuur op een andere manier begint te geschieden. Er is weer beweging gekomen in een rijk dat vast was gelopen in de bureaucratie.

Hetzelfde zien we dan later, wanneer de westerse invloeden beginnen door te dringen in China. Ook dan zien we opstanden de Boksersopstand bijvoorbeeld, tegen het nieuwe. We zien hoe de oude keizerin probeert zich eruit te weren met alle mogelijke en onmogelijke middelen. Maar we zien gelijktijdig dat in die Chinese cultuur nieuwe elementen worden ingebracht. En als we die tijdspanne overzien dan zult u zien dat het aardig past in een veelvoud van 700 jaar.

Wanneer we kijken naar Europa zien we ook dergelijke dingen. Er zijn grote eeuwen op creatief gebied. Die eeuwen vallen wonderlijk ongeveer 400 jaar van elkaar af. 1600, maar ook 1200 toont ons een culturele omwenteling. Maar ook in het jaar 800 zien we opeens nieuwe ontwikkelingen: een uitvloeisel van de Karolingische invloed. En dan gaan we weer verder terug: 400 dan zien we de opkomst van de nieuwe christelijke cultuur en zo kunt u doortellen.

Dat houdt in dat we gekomen zijn vlak bij een omwenteling waarin dus de cultuur zoals dat heet en daar bedoel ik niet alleen de schone kunsten mee, maar ook de wetenschappen, een grote omwenteling gaan doormaken, waar plotselinge en snelle vernieuwingen in zeer korte tijd op gaan treden en waarbij plotselinge uitvindingen de mogelijkheden van de mens aanmerkelijk veranderen.

Dan zult u zeggen: Ja, wat moeten we ermee? Dat hebben ze vroeger ook gezegd. Want in een periode waarin dat mogelijk is, zien we gelijktijdig dat er sprake is van een betrekkelijk dunne bovenlaag. Daaronder komt een soort regentenmentaliteit bij een iets bredere laag en daaronder degenen die alleen maar terug hunkeren naar de goede oude tijd.

Wanneer nu die mensen, die terug hunkerden naar de goede oude tijde bijvoorbeeld omstreeks 1600, zich hadden kunnen instellen op de nieuwe ontwikkeling, dan zouden ze vooruitgelopen zijn d.w.z. ze zouden haast automatisch in ritme zijn gekomen met de invloed van de toplaag. Wat meer is: ze zouden geleerd hebben niet alleen hun handen en hun zintuigen maar ook hun geest op een andere manier te gebruiken.

En het is die ommekeer die voor de mens steeds weer belangrijk is. Er kan geen mensheid zijn die statisch blijft voortgaan. Overal, waar een gemeenschap de neiging heeft statisch te worden, -wat heel vaak gebeurt, door middel van technocratieën, vastgeroeste sociale verhoudingen en dergelijke, bureaucratieën, – dan is de omwenteling noodzakelijk omdat de mens achteruitgaat op het ogenblik dat hij zich niet verder ontwikkelt.

Alleen maar het bekende uitbreiden, dat betekent dat de mens niet kan beantwoorden aan zijn innerlijke honger. Hij heeft een innerlijke honger, die ook vanuit de geest komt, naar de nieuwe ervaring, de nieuwe mogelijkheden, de nieuwe ontdekking. En zolang dat niet gaat, is die mens gefrustreerd Hij kan zich dan niet inpassen in die wereld zoals die zich op dat ogenblik rondom hem toont. Hij zal in verzet komen op duizend en één manieren.

Wanneer we kijken naar de oude tijd, dan zien we dat jeugdbenden helemaal niet eigen zijn aan uw periode alleen. Ze zijn namelijk ook voorgekomen in Alexandrië in zijn hoogtetijd. Ze zijn voorgekomen in Rome en in een licht gewijzigde vorm heeft zelfs Athene er last van gehad. Dus er is wat dat betreft niets nieuws onder de zon. Maar we kunnen wel iets constateren. De geest van de mens met die vele voertuigen en die vele mogelijkheden brengt hem voortdurend tot een beeld dat hij niet kan formuleren omdat hij mentaal gewoon daar de vergelijkingsmogelijkheden niet voor bezit. Maar vanuit die innerlijke drang komt zijn uiterlijke ontevredenheid met het bestaande en dat betekent dat hij ook zijn redelijkheid verliest. Dat betekent dat hij steeds meer emotioneel gaat leven en daarmee zijn eigen mogelijkheden om bewust te bereiken in feite kleiner maakt.

Misschien had u wat anders verwacht op een avond als deze, ik kan het me voorstellen. Maar wat hebt u eraan wanneer ik u spreek over de lichtende sferen, over de heuvels van het zomerland, waar de kleine tempels staan tussen een ijl wegwazend licht, waarin voortdurend weer zielen op hun eigen wijze de verlichting zoeken. Het is mooi, maar u bent niet daar, u bent als mens op dit ogenblik een stoffelijk mens en dat wil zeggen dat u rekening moet houden met uw eigen omstandigheden, dat u oog moet hebben voor de verdeeldheid die er vooral bestaat tussen uw stoffelijk denken en uw denkgewoonten en de innerlijke drijfveren die mede een geestelijke en ook astrale oorsprong hebben.

Dat probeer ik u duidelijk te maken. Nu moet u niet denken dat ik u gerust ga stellen wanneer ik u zeg: die wereld draait voort. De wereld draait heus wel verder. Maar kan die wereld verder draaien met mensen zoals u, dat is de grote vraag. En nu zijn er heel wat symbolen die u kunt gaan gebruiken. Ja, het is een ruwe brok en wij moeten weten de mens daaruit te halen. U kunt zeggen: we zijn een deel van het geheel en we moeten perfect passen in het geheel. Allemaal mogelijk. Maar met die beelden komt u nergens. Die beelden zijn alleen maar de theorie. De werkelijkheid confronteert u voortdurend met uw eigen innerlijk, met de krachten die in u leven, met de mogelijkheden die in u bestaan.

We hebben in deze zaal al meermalen experimenten gedaan. We hebben ons bezig gehouden met genezen op afstand, met het scheppen van een bepaalde kracht of verlichting voor de aanwezigen en of er resultaten zijn hebben degenen die erbij waren zelf kunnen constateren.

Waar het om gaat is niet die kracht hebben, maar of wij die krachten kunnen leren gebruiken. Maar om ze te kunnen gebruiken moeten we onze eigen mentaliteit, onze manier van denken en leven kunnen veranderen. Dan moeten we onszelf kunnen instellen op een werkelijkheid waarbij onze innerlijke wereld ook in ons uiterlijk gedrag een zo grote invloed kan krijgen dat we ons aanpassen aan die tendensen die materieel gezien meestal pas later zichtbaar worden. Dat we ons kunnen inpassen in een beeld dat nu nog niet gevormd is. Dat we deel kunnen zijn van werelden die u als mens nog niet beseft en die u in het geloof over het algemeen maar zeer onvolkomen kunt omschrijven.

Wat ik u probeer duidelijk te maken is dat u mogelijkheden bezit. U hebt een bewustzijn dat veel meer opvangt dan u normalerwijze bewust verwerkt. U hebt capaciteiten tot het opnemen van feiten die veel verder gaan dan datgene dat u normalerwijze gebruikt. U bezit zelfs een geheugen dat veel meer feiten omvat dan u ooit vanuit uw herinneringsvermogen weet te produceren. En dit hebt u op tenminste drie, vier andere niveaus, drie, vier lagen waarin dat bewustzijn met zijn extra waarden iets kan toevoegen aan hetgeen u nu denkt te zijn.

Wanneer u dat zo hoort dan rijst als vanzelf de vraag: Is mijn eigen oriëntatie in het leven juist? Daar kan niemand over beslissen. Ik kan niet zeggen of u juist leeft of onjuist. Ik kan u hoogstens een toetssteen geven. Kunt u gelukkig zijn en toch verder streven? Dan leeft u waarschijnlijk goed, op dit moment. Want een mens die innerlijk die vrede voelt en die vreugde die nu eenmaal met het leven gepaard gaat, steeds weer, ondanks alles, die is op de goede weg, dat is bijna zeker. Hebt u voortdurend het gevoel dat de wereld tegen u is, beantwoordt de wereld niet aan uw verwachtingen, ziet u overal maar rondom u reden tot kritiek en bent u niet in staat om uzelf werkelijk te ontspannen en even blij, vredig en gelukkig te zijn, dan moet u met uw intuïtie werken, dan moet u kijken wat de fout is, wat u anders kunt doen. Dan moet u werkelijk bereid zijn om te gaan breken met wat tot nu toe uw wereldbeeld was. En ligt u daar tussenin? Dan zult u verstandig doen wanneer u toch deze gevoelens en intuïties in uzelf wat meer op de voorgrond laat komen.

Ik zeg niet dat de mens ten koste van alles zichzelf moet zijn. Dat is dwaasheid. Maar ik zeg wel dat de mens ten koste van alles vrede moet zoeken met zichzelf, want alleen een mens die kan vrede hebben met zichzelf, kan in vrede leven met God en daartoe moet u uw illusies uitbannen, moet u werkelijkheid zien zoals ze is. Wanneer ik u dat kan bijbrengen, dan hebben we misschien veel bereikt.

Dan kom ik aan het tweede gedeelte. We gaan ons afvragen; Wanneer er een kracht is waarin ik geloof, waarom kan die kracht zich dan soms manifesteren en waarom zal een kracht waarin ik geloof zich niet manifesteren wanneer ik mijn geloof in een soort dwingende vorm giet, dus een bepaalde wens? Het antwoord is duidelijk. De wens, de omschrijving van de wens, de waardering van hetgeen tot stand zou moeten komen, komt voort uit een illusie, kan niet beantwoorden aan mijn werkelijke wezen. Maar wanneer ik de kracht vrijelijk laat werken, dan zal die kracht wel iets voor mij tot stand brengen. Ik zal een voorbeeld zoeken, dat is misschien gemakkelijker. Hoeveel mensen onder u mediteren over vrede zo nu en dan? Vrede op aarde, weet u wel. Rust, vrede, weg met de ayatollahs, weg met de generaals, weg met de atoombommen, weg met de gevaren en er zijn er nog een paar. Doet u dat nu werkelijk omdat u vrede wilt beleven of omdat u bang bent van het gevaar? Wanneer u bang bent voor het gevaar en daardoor mediteert, zo vreemd als het moge klinken, dan haalt u de dingen eerder dichterbij dan dat u ze minder mogelijk maakt. Wanneer u echter een vrede hebt ondanks alles wat er bestaat, en die vrede als het ware wensloos kan laten uitgaan, dan is er een grote kans dat die vrede zich buiten u verbreidt, dat u er dus reactie op krijgt.

Datgene dat wij in wezen uit negatieve beweegredenen doen, dat kunnen we voor onszelf als mens gemakkelijk verhullen. We spreken over onze goede bedoelingen, over al datgene dat we dan toch als offers willen brengen, maar we formuleren niet dat we er iets in ruil voor willen hebben, begrijpt u. Maar dat in ruil hebben dat zou nu wel eens in strijd kunnen zijn met die andere delen van de persoonlijkheid, met die geestelijke delen. En dan gaan die de kracht gebruiken om wat zij willen waar te maken. En het goede, dat u dan dacht mediterend te bereiken, verkeert in zijn tegenbeeld. Misschien dat dit beeld duidelijk maakt waar ik het over heb.

Wanneer we dus gewoon ergens mee bezig willen zijn, dan moeten we werkelijk ook leren om ontspannen te zijn. We moeten niet bestellen bij God wat God morgen moet doen. Wat dat betreft heb ik wel eens de idee dat veel mensen God als een warenhuis voor geestelijke goederen gebruiken, Al smekende zenden ze hun orders in: Heer geef mij genezing, geef mij gezondheid, geef mij opslag in loon, zorg dat de bank waarop ik beleg niet failliet gaat. En als het even kan, doet u dan meteen nog wat voor al die andere, arme mensen. Zo gaat dat, neem mij niet kwalijk. U niet natuurlijk, dat doen alleen die anderen.

Maar kan ik iets bestellen in een wereld die ik niet eens ken? Ik dacht dat dat onmogelijk was. Maar ik kan wel de kracht van die wereld die ik niet ken ontvangen zoals zij is. En dan wordt je een middel waardoor ik op mijn eigen manier, ondanks alles, iets tot stand kan brengen. En dat is nu het simpele gebeuren eigenlijk.

Wanneer u als mens kunt vergeten een ogenblik dat u zoveel angsten kent, dat u zoveel wensen hebt. Vergeten kunt dat u voortdurend u gejaagd voelt door het leven, door de eisen van anderen en de noodzaken om te worden tot iets, waarvoor u niet eens bestemd bent en u gewoon rustig kunt zijn en stil, dan kunnen die andere voertuigen met hun kracht, met hun weten, een sterkere greep krijgen op dat onderbewustzijn.

Dan wordt u duidelijker wat voor u werkelijk belangrijk en noodzakelijk is. Dan wordt er voor u steeds meer geschapen, de mogelijkheid tot die aanpassing en die harmonie die voor u noodzakelijk is. Dan geeft het toch niet in welke naam u dat doet. God heeft vele namen. Die namen zijn hem door de mensen gegeven. De eeuwigheid en de eeuwige Kracht is op velerlei wijzen omschreven, maar het zijn mensen die de omschrijvingen tot stand hebben gebracht. Ze zijn op zijn hoogste een zeer flauwe afschaduwing van een werkelijkheid die de mens niet eens kan verwerken. Maar we hebben allemaal onze termen. U zou zelfs Marx aan kunnen roepen want Marx is ook een symbool geworden. En in een wereld als deze zoekt u het dan meestal religieus.

Waarom zouden we ons dan niet richten tot die kracht die voor ons gemeenlijk de harmonie, de liefde, de werkende kracht van het goddelijke betekent? En laten we dan maar rustig zeggen Jezus Christus, in uw kracht, in uw wezen, in uw naam, en wij vergeten wat we denken te zijn. We willen deel zijn van uw liefde en uw kracht. Geef ons het vermogen onszelf te vergeten, al is het maar voor een kort ogenblik. Pas als u de mens vergeet, komt de werkelijke ziel aan het woord. Waarom zouden we daar stilstaan? Waarom zouden we niet zeggen: In de naam van Jezus Christus, in de naam van de eeuwige en lichtende Kracht die wij herkennen diep in onszelf. In de naam van al waarin wij geloven, laat de werkelijkheid en de kracht van de werkelijkheid op ons neerdalen. Moge het innerlijk wezen in ons versterkt zijn. Moge het innerlijk weten sterker doorklinken in ons. Laat de kracht zo sterk zijn dat wij beseffen wat er in ons werkt en bestaat? Waarom niet? Dat is wat we nodig hebben. Geen spreuken, geen leuzen, geen motto’s tot actie, maar besef. Want de mens die iets begint te beseffen van de totaliteit waarvan ook zijn stoffelijke vorm deel is, die zal juist door dit geheel dat in hem werkt, veranderen. En soms is het een pijnlijk proces als een geboorte, maar hij zal ontwaken in een nieuwe vrijheid en hij zal passen in een wereld en een mensheid die verder gaat. Hij zal passen in een leven dat zich in nieuwe vormen ontwikkelt en hij zal daardoor de kracht van het geheel kunnen uitdragen, zelfs binnen de beperkingen die het menselijk leven hem voortdurend schijnt op te leggen. En denk nu niet dat dit effectenjacht is.

Het is datgene dat ik weet, het is datgene dat ik in de geest pas heb leren kennen. Het is een waarheid waaraan u ook eens zult moeten geloven. Het is een waarheid die nu in u kan bestaan.

Wanneer ik dan bid in de termen van het menselijk gebed dan geef ik alleen vorm aan mijn verbondenheid met Licht, die verder gaat dan wat woorden kunnen vangen. En het is dat wat ik u zou willen geven: de ware verbondenheid, de ware en werkelijke kracht waardoor het geheel ook tot uiting kan komen, zelfs in een stoffelijk bestaan. Volgens de legende en volgens de bijbel heeft de mens dit eens gekend. Adam wandelde met God, de helden verkeerden met de goden. De mens moet het terugvinden Want alleen waar het hogere in ons een rol speelt kunnen we komen tot een uitwisseling met het hoogste dat voor ons aanvaardbaar is. In ons eigen wezen zullen we waarlijk mens zijn en als mens de weg kunnen vinden tot een verdere ontwikkeling.

  • Kunt u ons een omschrijving geven van God zoals de geest God ervaart en ziet?

God omschrijven, neem het me niet kwalijk, vind ik eigenlijk een brutaliteit. God omschrijven? Hoe kunt u God omschrijven? Een geest ziet God niet, u ziet God ook niet. U ziet God in zijn werken, maar wij beleven God. God beleven is iets anders dan God zien.

God? God is voor ons een oneindige vreugde, waarvan je de bron aanvoelt en toch niet weet waar ze vandaan komt. God, dat is voor ons een licht dat je niet ziet maar waardoor het lijkt dat je alles nieuw ziet.

God? God is voor de geest een lied dat je hart blij maakt, terwijl je de zanger niet kent. Het is een streling van de wind zonder dat je weet waar die vandaan komt. God, dat is een weg die zich plotseling voor je opent zonder dat je ooit geweten hebt dat die er was. God, dat is het zegel dat gesteld wordt op alles wat je bent. Het is een herleving, het is een gloed, het is een glans die uit je voortbreekt. Het is een levende werkelijkheid die uit je voortkomt.

Maar God zien? Nee! Ik geloof dat je als geest niet eens zo over God durft te denken. Een enkel ogenblik van Godsbeleven dat is een verblinding, dat is ondergaan in een licht feller dan dat van een zon, dat je bijna verteert en toch gelijktijdig oriënteert en vrede geeft. Maar als je dan weer terugkeert kun je niet zeggen ik heb gezien of ik heb beleefd. Je weet alleen, ik ben nog steeds.

Ach, God. Wat is God? Wie kan mij zeggen wat God is? Wie kan mij zeggen wat de bron is die buiten het kenbare om overal bestaat? Wie kan mij zeggen wat alles doet leven en tieren? Wie kan mij zeggen wie de sferen heeft gebouwd en wie de sterren bestuurt? Wie kan het mij zeggen? Wie kan het omschrijven? Wie kan hem zien? We weten dat de dingen er zijn en soms, soms herleven ze in onszelf. Dan is er een sterrennevel die draait in ons eigen wezen, dan is er een kracht die ons een ogenblik uiteen schijnt te scheuren en dan ineens, vervult met een volheid, met een kennen, met een weten waar je stil radeloos van bent een ogenblik. Dan zeggen we: dat is God. Maar God moet meer zijn. Wat kan ik zeggen van God?

Ik kan u spreken van God, ik kan u spreken van de Heer
Ik kan u spreken van zijn wil en alles veel meer
Nog uit mezelf verzinnen en zeggen dat is God.
Maar God is juist dat wat je niet kent.
God is datgene wat je niet leeft.
God is datgene wat je bent, wat je wezen inhoud geeft.
En wat je soms een ogenblikje voelt wanneer het weer vergaat.
En in je alleen nog maar een gouden gloed en vrede achterlaat
Waarin je vreugdig bent en als het weer verdwijnt
dan blijft nog een herinnering, het zijn, met God vertwijnd.
Saamgevlochten als een koord dat reikt naar onbekende eeuwigheid.
Maar je bent nog een wezen dat zichzelve beschouwt als anders dan de andere,
dat leeft in een tijd, al is’t persoonlijk. Wat is God?
God is de liefde, God is de kracht
Hij is het die het alles tot stand heeft gebracht.
Hij is het geweld, de wreedheid, het duister.
En het licht en de liefde, de onmetelijke luister van het zijn
Hij is de vreugde en de pijn, Hij is de angst, de bevrijding
Hij is de stuurloosheid en ook de leiding die in je leeft
Hij is het Al, hoe kan ik zeggen wat het Al voor aanzijn heeft?
Hoe kan ik u dan ooit omschrijven, wat werkelijk als God bestaat.
Wanneer Hij alles, schijn van wezen en tijd en leven achterlaat?
God is, en als je God beleeft
Dan trilt je wezen, beeft je zijn en voel je je in rust herboren
Wanneer je plotseling heel het zijn beleeft met scherpte nooit tevoren ervaren.
God is belevenis en kracht
Waaruit je eeuwenlang kunt putten
Omdat Hij eens één ogenblik
Een vonk diep in je heeft gebracht
Die je niet eens herkennen kunt
God beleven is een werkelijkheid
Ook aan de geest vergund.
Maar God aanschouwen dat kan slechts
Wanneer wij niet meer zelve denken
Onszelve slechts te zijn.
Ja, en zo is dat. Ik kan u alleen maar één ding zeggen:
Iedereen die God beleeft, beleeft hetzelfde.
Hij omschrijft het alleen anders.
Wie geest is of mens,
maar wie God wil zien, gaat ten onder aan zijn onvermogen om te zien.
Wees ermee tevreden dat God bij u is en dat God leeft,
dat God kracht is en sterkte.
Op een wonderlijke wijze een vervulling die je dan later zoekt,
maar die je je dan toch niet helemaal herinneren kunt.
Het is de meest wonderlijke vraag die je mij kunt stellen,
het is een vraag waar geen antwoord op mogelijk is.
Ik heb geen beeld van God en ik zal ook geen beelden bouwen van God,
geen voorstellingen want Hij is overál en Hij beroert mij duizend keer.
Toch heeft Hij geen vorm en geen gestalte.
Ik kan Hem niet omvatten of omschrijven, ik kan Hem alleen beleven.
Maar God beleven is mij meer dan het kennen van alle tijden
en alle eeuwigheid en al wat heeft bestaan.
Dat is het enige dat ik zeggen kan. Vreemd eigenlijk. Maar God is het Licht.
Ja. God is het Licht waarin we niet kunnen kijken,
omdat Hij verblindender is dan de zon.
Maar God is het Licht dat ons koestert, ons laaft
en het ons mogelijk maakt al wat is vanuit Zijn wezen te zien.
Het is het enige antwoord dat ik geven kan
en dan moet u mij maar vergeven als het erg zweverig klinkt,
maar God kun je niet vangen in woorden
en zelfs een godsbeleving kun je niet uitdrukken in een uitstraling,
in een woord, in een gevoel. Je kunt alleen maar zeggen :
Voor mij is God de werkelijkheid die ik soms volledig mag beleven
en die ik niet kan omschrijven, maar die voor mij, ondanks alles,
de bron is van mijn wezen en de reden van mijn bestaan.
Ik hoop voor u dat u het ook zo zult ervaren, nu of eens,
want dan pas zult u tevreden zijn dat u leeft.