De mens achter alle dingen

10 november 1980

De gastspreker van vanavond is iemand, die de hoogste sympathie en bewondering van Henri heeft gekregen. Hij zit tussen de grenzen van het witte en het verblindende licht. Hij is een type van “leven en laten leven” en is lang geleden o.m. rechter en moraalfilosoof geweest. Een uitspraak van hem is:

“De rechtspraak is de beste karikatuur van de gerechtigheid.”

De wijze waarop hij het leven benadert is er een waarin een mate van kritiek zit, maar waarbij het opbouwende element gelegen is in de erkenning van de mens achter alle dingen.

U weet dat ik mij de laatste tijd niet zo erg veel meer met citaten bezighoud. Maar deze keer zal ik het zo nu en dan niet na kunnen laten om een citaat naar voren te brengen, al is het maar omdat ze pakkend waren.’

Wanneer je de denkwereld van onze gast bekijkt dan komt het eigenlijk hierop neer: De mens leeft maar een betrekkelijk kort ogenblik in de materie en daarna een voor de beleving zeer lange tijd in de geest. Je kunt de jaren in de geest niet vergelijken met de jaren in de stof en daarom is het erg belangrijk, dat je datgene wat je geestelijk bent, ook stoffelijk steeds tot uitdrukking brengt.

Zijn visie is verder die van – ik zou haast zeggen – bijna alle meer ingewijden, te weten: “De krachten die in mij berusten moet ik activeren en gebruiken op elk niveau, want daardoor maak ik mijzelf waar. Door mijzelf waar te maken geef ik gestalte aan mijn werkelijk bewustzijn.”

Als je hem zo bekijkt zeg je het is eigenlijk een hele lieve, vriendelijke oude heer. Als hij zich manifesteert met beelden zoals hij vroeger was met appelwangetjes en bakkebaard, dan heb je het gevoel dat er een soort kruising zit tussen Charles Dickens himself en Mr. Micawber. Maar als hij spreekt vraag je je af: hoe komt hij eigenlijk aan die denkbeelden?

Sommigen van die denkbeelden kent u en hebt u bij ons wel meer gehoord. Andere zijn waarschijnlijk geheel nieuwe. Zo zegt hij bv.: “Een christendom dat de Christus verloren heeft verdient de Paus.” Dat is eigenlijk een totale kritiek gevat in zo’n korte zin.

Maar hij zegt ook: “Wanneer de mens zich van zijn mens-zijn bewust blijft, hoeft hij zich van het oordeel van de mensen niet veel aan te trekken.” Op die manier brengt hij eigenlijk alles in een heel nieuw vaarwater. Voor hem en volgens zijn beleven en visie, is de enige werkelijkheid datgene wat in ons leeft. En die werkelijkheid kan tienduizend gestalten hebben. De manier waarop hij het doet is vaak wat humoristisch. Een enkele keer een tikje cynisch. Een andere keer gevuld met een liefde voor het leven en voor de mens, die je een ogenblik stil maakt.

Ik heb geprobeerd mijn eigen visies bij hem te testen. Per slot van rekening, wanneer je nou de kans krijgt, dan moet je het niet laten. En zo heb ik gezegd: Ik vind dat het leven van de mens, juist door alle grenzen die hij voor zichzelf stelt en die voor hem gesteld worden, eigenlijk niet levenswaard is. Hij gaf een heel mooi antwoord: “De beste jager is degene die weet hoe hij over hindernissen moet springen.” Hij bedoelde kennelijk de vossenjacht.

Volgens mij zit daar wel iets in, want het gaat er eigenlijk niet om te slagen. Wat we bereiken, nou ja, dat is bereikt. Afgedaan. Maar ons vermogen om over hinderpalen tussen ons en datgene wat voor ons de moeite waard is heen te komen, hoe dan ook, en dat dan te doen zonder momentum te verliezen, zonder zwak te worden, dat is geloof ik wel de grootste prestatie.

Ik heb ook geprobeerd er wat esoterie in te brengen en ik heb het volgende als mijn eigen visie gegeven:

“Wanneer een mens diep in zichzelf doordringt verliest hij veel dingen die hij zich omtrent zichzelf voorstelt. Gelijktijdig wordt hij zich bewust van veel dingen, die hij is en waar hij nooit van heeft geweten.”

Hij keek mij zo eens aan en zei: “Is dat voor jou zo?”

Mijn antwoord: “Ja.”

Toen zei hij: ‘Nou, dat is maar goed ook!

Kijk, dat is misschien verborgen kritiek, maar hij geeft me wel gelijk. Aan de andere kant zegt hij: “Wanneer je er nog zo mee bezig bent weet je eigenlijk nog niet eens wat esoterie is.”

Mijn visie weet u allemaal De God in onszelf vinden. De vereniging met die God innerlijk aangaan en dan die vereniging manifesteren op elk niveau, waarop we leven. Dat vind ik inderdaad de meest juiste benadering. Maar onze gast zet er toch weer zijn kanttekeningen bij door zo eigenlijk met een glimlach te zeggen: “Wanneer je God in jezelf vindt, kijk je in de spiegel.” Met andere woorden: je vindt God niet, je vindt je ware ik. En daar heeft hij waarschijnlijk gelijk in.

De werkelijkheid, waarin wij leven is er een die zoveel facetten heeft, dat we niet in staat zijn, om het te overzien. Ik dacht dat dat voor ons het meest belangrijke is. En zolang we nu maar weten dat niets er werkelijk op aan komt behalve het beantwoorden aan ons innerlijk wezen, zijn we al een heel stuk verder.

Ik geloof ook, dat je de wereld op dezelfde manier benadert. Wanneer we naar de wereld kijken vragen we ons af: hoe zou het aflopen in Polen? 0, het is goed afgelopen in Polen. Wat zou er nu gaan gebeuren buiten? Zo zijn de mensen.

Ik zou zeggen: Wanneer er een Noordpool is dan is er ook een Zuidpool. Die polen zullen elkaar altijd blijven aantrekken. Gelijke polen blijven elkaar afstoten dus in Polen zelf komt een afstotingsproces op gang; maar voor de rest van de wereld is dat wel aantrekkelijk. U ziet, ik ben aangestoken

Een ander heeft het over Reagan. Wat moet je met Reagan beginnen? Ik zou zeggen: bereid je maar goed voor, hoe je afscheid van hem moet nemen, want dat zal zo lang niet meer duren.

Zij die dingen van belang? Ik geloof het niet. Dat wereldgebeuren is alleen belangrijk in zover er harmonie of disharmonie in leeft. Je zit niet aan te hikken tegen één of andere openbaring of tegen een noodzakelijkerwijze u opgelegd programma. Je hebt gewoon te maken met verschillende kanten van de zaak en het ligt er maar aan op welke manier je de zaken ziet, want zo beleef je ze: wij zijn nog niet in staat om de verschillende betekenissen en waarden in één brandpunt te brengen. En zo lang we dat niet kunnen blijven we aan de buitenkant leven: Dan zitten we in een incarnatiesklus.

Onze tocht naar de innerlijke werkelijkheid is eigenlijk niets anders dan het zoeken naar dat brandpunt, waarin alle waarden samenkomen. Zolang we eenzijdig zijn komen we niet veel verder.

Het is natuurlijk heel erg gemakkelijk om medemensen te veroordelen of jezelf te veroordelen. De meeste mensen die zichzelf veroordelen doen dit alleen om gemakkelijker hun medemensen te kunnen veroordelen. Alles bij elkaar genomen zeg ik: Wanneer we alle kanten tegelijk beseffen, alle waarden tegelijk, dan zullen al die tegenstellingen waarmee we geconfronteerd zijn zichzelf wel opheffen. Dan leven we in vrede.

Maar hoe kan ik in vrede leven zonder datgene, waaruit die vrede voortkomt op zichzelf weer aanvaardbaar te vinden. Of lief te hebben, als u dat liever wilt. Die liefde heeft niets te maken met menselijke liefde of vormen van genegenheid. Het is doodgewoon: je kunt niet zonder. Het is zo belangrijk dat het een verlengstuk is van jezelf. Dat zijn alle tegenstellingen. De tegenstellingen zijn de verlengstukken van onze eigen persoonlijkheid, maar ze komen pas tot hun recht wanneer ze elkaar in onze persoonlijkheid opheffen.

Op die manier zit je dan natuurlijk te oreren. Ik heb het niet op deze wijze, maar op een iets andere wijze tegenover onze gast gedaan en mijn conclusie was: Wanneer we de eenheid bereiken weten we pas wat de werkelijkheid is.

Onze gast: “Ja, maar we vergeten dan dat de werkelijkheid een veelheid is.” Daar ben ik over na gaan denken. Die werkelijkheid een veelheid …. Maar eigenlijk is het waar. De eenheid, het rustpunt bestaat in ons. Maar dat rustpunt in ons wordt veroorzaakt door de veelheid die buiten ons bestaat. Dat is een directe wisselwerking.

Je kunt ook niet zeggen: Ik zal in dit leven dit of dat afhandelen. Leven na leven — want je incarneert regelmatig — kun je bepaalde aspecten afhandelen en dan is het niet belangrijk wat er niet gedaan wordt. Het is alleen belangrijk wat er wel gedaan wordt.

In esoterische en in geestelijke systemen enz. kom ik ontzettend veel negativisme tegen. Wanneer je begint over de Goddelijke Liefde dan is het volgende kwartier gewijd aan de zonde. Die kan soms de moeite waard zijn, maar dat is dan weer te danken aan de Goddelijke Liefde.

Wanneer we spreken over het bereiken, dan spreken we over onze tekortkomingen. Wanneer we spreken over de innerlijke noodzaken of over de kosmische noodzaken die in de incarnatiecyclus een rol spelen dan zeggen we steeds: “Ik heb mijn kans net gemist.” Dat is niet waar. We hebben een aantal kansen waar gemaakt en dat er nu toevallig ook een kans bij is die gemist is, nou ja goed. Als de ene tram weg is neem je de volgende, want de laatste tram gaat voorlopig nog niet. Het gaat om de manier van kijken naar alles wat er werkelijk is en wat er waar is en dan die waarheid en die werkelijkheid te stellen boven de verschijningsvorm. Ook die van jezelf.

De grootste kracht die er in ons leeft ligt in het Licht en eigenlijk achter het Licht. Hoe we die kracht kunnen gebruiken is toch altijd afhankelijk van hetgeen we zijn. En hoe eenzijdiger wij zijn, hoe eenzijdiger die kracht voor ons zal werken.

Ik weet niet of u weleens aan het zeilen bent geweest? Wanneer je eenzijdig bent kun je de wind mee hebben en dan kom je aardig vooruit. Je kunt ook wind tegen hebben en dan kun je misschien als je een rak hebt aardig oplaveren. Je kunt kruisen tegen die wind in, maar je schiet niet hard op.

Wat wij nodig hebben is doodgewoon – wanneer we al eenzijdig zijn en voor de meesten van ons is dat nog onvermijdelijk – een positieve eenzijdigheid. We moeten zoeken naar de kracht die ons a.h.w. verder brengt en niet naar al datgene wat ons misschien tegen kan werken. Op die manier krijgen we, al is het deel van de werkelijke kracht dat uit ons werkt en in ons werkt nog zo klein, in ieder geval de juiste stuwkracht. We gaan de juiste richting in.

Dan nog een andere kwestie. Wat doe je al niet als je interviewt. Je bent dan steeds bezig met andere denkbeelden en ik heb gedacht aan de mystiek. Nu is de mystiek een innerlijk beleven dat moeilijk omschrijfbaar is en dat tot resultaat heeft, dat het onverklaarbare verklaarbaar en het onkenbare kenbaar wordt. Dat is het eigenaardige van mystiek. Ik heb onze gast gevraagd wat hij van mystiek dacht.

Onze gast: “Kijk, mystiek kan zelfbedrog zijn en wanneer het dat niet is, dan is het een werkelijkheidsbesef dat je nog niet verwerken kunt.”

Ik heb daar natuurlijk over zitten piekeren, maar hij heeft eigenlijk gelijk. Want heel vaak proberen we het onverklaarbare te verklaren op een manier, waarop we onszelf rechtvaardigen volgens het beeld dat we van onszelf maken. Als we dat doen is die, mystiek natuurlijk geen cent waard. Maar wanneer we komen tot een beleving waarbij eigenlijk alles wat gebeurt voor onszelf terzijde valt en alleen maar het positieve streven overblijft, dan hebben we een ontstellend sterke kracht die ons verder helpt.

Wanneer je bezig bent in jezelf word je natuurlijk weer geconfronteerd met heel wat complexen en fobieën. Als je daar doorheen bent kom je nog eens een keer met al je zondigheden, met je onvermogen, met je tegenstrijdigheden in contact en als je daar ook doorheen bent kom je uiteindelijk in de tempel van de stilte enz. Maar weet u, die dingen zijn niet nodig.

Soms doet de mens me denken, zeker wanneer hij aan mystiek doet, aan iemand, die bezig is om zich een pad te hakken door een bijna ondoordringbare jungle om te komen bij de deur van een kerk, terwijl hij aan de andere kant gewoon de weg had kunnen nemen, desnoods met een auto of een ezel erbij. Nu is hij zelf de ezel, want hij kiest de moeilijke weg. Hij komt door de achterdeur binnen en bereikt niet meer of niet minder dan de ander.

Dat zijn van die dingen waar je over moet piekeren. Er zijn mensen die zeggen: ja, de brede weg die naar de hel voert – waarschijnlijk iemand die gedroomd heeft van de A 14 of zoiets, waardoor hij op dat beeld gekomen is – en het smalle pad dat naar de hemel voert.

Ik geloof niet dat de weg smal is of breed. Ik denk dat het precies aan onszelf ligt hoe we de dingen zien.

Men zegt ook: de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens. Dan nemen ze zeker ook aan dat de weg naar de hemel geplaveid is met zonden en schuldgevoel. Maar dat is natuurlijk ook kolder. Het gaat er namelijk helemaal niet om of ik goede voornemens heb of niet. De vraag is: maak ik mijzelf waar of niet en van daaruit kom je volgens mij langzaam maar zeker tot een nieuw beseffen van je leven. En hoe meer facetten dat leven omvat, hoe belangrijker het eigenlijk is.

Ja, en dan zitten we misschien weer met moeilijkheden want er zijn veel mensen die zeggen: alle mogelijkheden. Maar dan toch wel de mogelijkheden die toegelaten zijn. Kijk, iemand die alleen de mogelijkheden gebruikt die toegelaten zijn volgens anderen, is innerlijk een hond die zo nu en dan door de geestelijkheid uitgelaten wordt. Dan mag hij even aan de lijn snuffelen en verder niet. Zoiets als het huwelijk tussen gescheiden partners en de katholieke kerk volgens de nieuwste inzichten.

Je moet je geloof ik heel goed realiseren, dat de normen die bestaan de normen zijn die uit onszelf voortkomen. Wanneer we met die normen leven en werken worden we geconfronteerd met oorzaak en gevolgwerking, daar onttrekken we ons niet aan. Dat kunnen we niet eens. Wanneer we de gevolgen zien als een logische consequentie van het kiezen van onze eigen mores, van onze eigen weg, dan vloeit daaruit voort dat we wijzer worden. En dat betekent dat we weer een stapje verder zijn op de juiste weg.

Kennis is volgens mij niet in staat om een mens op die weg verder te helpen. Trouwens, dat heb ik ook gevraagd. Ik heb onze gast van vandaag, namelijk de vraag gesteld: “Wat denkt u: kan een mens leren om dichterbij het licht te komen?”

Toen zei hij: “Leren door ervaring is de enige weg. Leren door het vergaren van kennis is de enige, bijna ondoordringbare muur.”

Vraag: “Bent u dan tegen kennis?”

Antwoord; “Nee, ik ben niet tegen kennis. Zolang kennis gebruikt wordt om de voortgang van het werkelijke ik gemakkelijker te maken ben ik er voor. Maar zodra de kennis hoger wordt geschat dan de innerlijke waarde ben ik er tegen.”

Vraag; “Dus u bent ook ergens voor en tegen.”

Antwoord: “Ja, maar daarentegen ben ik er voor dat je nergens tegen bent.”

Zelf zal hij die grappen natuurlijk niet verkopen als hij doorkomt, want hij weet wat hij aan zijn standing als gastspreker verplicht is. Daarom – ik heb het al gezegd – kan ik het niet nalaten sommige van zijn reacties om te zetten in woorden en te citeren.

Ik geloof dat hij het zo ziet: Wanneer je tegen kennis bent op zichzelf, ben je een dwaas. Maar wanneer je kennis boven alles stelt, ben je een nog grotere dwaas. Je kunt niet tegen iets zijn. Je moet voor kennis zijn, maar je moet ook voor een leven zijn, waarin die kennis alleen maar een middel is en niet een voleinding. Ik geloof, dat het zo bedoeld is en dat is dan ook mij weer uit het hart gegrepen.

Ik ben op aarde geen stommeling geweest. U denkt misschien anders nu u mij hoort praten, maar toch heb ik ontdekt dat je door na te denken heel vaak de dingen vergeet waar het op aan komt. Dat is heel gek.

Er zijn in onszelf allerlei dingen, waar van we heus wel weten wat ze betekenen, maar we gaan er niet op in. We proberen het op één of andere manier te draaien zoals wij het zien of zoals wij het willen. Maar daarmee gaan we juist in de fout.

We zijn er niet om de wereld te manipuleren. We zijn er om die wereld voor zover ze harmonisch is te absorberen. Dat houdt in dat alles wat je beleeft op zichzelf zijn waarde en zijn betekenis heeft, maar dat je nooit moet denken dat je die waarde zelf kunt bepalen. Want als je ze zelf zou kunnen bepalen zou je de beleving niet meer nodig hebben. Dan zou ze geen betekenis bezitten.

En dan de gewoonten waaraan we vastzitten, zeker wanneer we in de stof zijn. De stofmens is een gewoontedier dat zich beroemt op het feit, dat het zo nu en dan van zijn gewoonten afwijkt en waaruit zijn vrijheid distilleert. Gedistilleerd is trouwens altijd welkom, maar het wordt steeds zwaarder belast. Ook de vrijheid.

De werkelijkheid voor ons is dit: Wij zijn als gewoontedieren gebonden aan een bepaalde volgorde van reacties. Daaraan kun je gewoon niets doen. Op het ogenblik, dat we ons daarover boos maken komen we alleen maar verder in te knoop, want dan wordt ons boos zijn op onszelf wederom een gewoontepatroon en zitten we nog dieper in de modder. Maar wanneer we gewoon beginnen te aanvaarden wat we zijn en in onszelf — of je het nou intuïtie noemt of wat anders — zoeken naar waarheid, naar datgene wat nu belangrijk is, dan vinden we de vorm die daarvoor bruikbaar is. En dan blijkt dat de gewoonte eigenlijk een gedegen ondergrond is juist voor die belevingen, die buiten het gewoontepatroon omgaan.

Een geest heeft ook zijn eigen wereldje. Je hebt een sfeer. De één leeft nog met allerlei vormen om zich heen, de ander leeft in een symfonie van licht en trillingen, een derde misschien heeft het weer in een grotere eenheid van trillingen gevonden. Maar hoe je, leeft is eigenlijk ook een gewoonte. Het is je referentiemogelijkheid en door je voortdurend te baseren op dat patroon, op die sfeer, op die wereld waarin je bent, kun je waarden gaan beseffen die niet tot die wereld behoren. Maar je kunt ook plotseling ontdekken dat je eigenschappen bezit, die boven die normale wereld uitgaat. Het is het bewustwordingsproces in de sferen, het uitdijen van je besef. Maar je moet eerst helemaal een nieuw beeld van jezelf krijgen, voordat je die gewoontewereld kunt achterlaten en in een nieuwe wereld kunt opgaan.

Ik dacht dat, wat voor de geest geldt, voor de mens ook in zekere mate geldt. Je moet nooit proberen om alle gewoonten ineens te breken, want dat lukt je niet. Je moet gewoon proberen om vanuit die gewoonten of het sleurtje desnoods, ik noem het maar zo, dat er in je leven bestaat steeds datgene te vinden, waardoor je met één stap verder kunt gaan dan die sleur. Dat zijn de belevingen die de moeite waard zijn en ik geloof zelfs, dat het die belevingen zijn, waar ons hele proces van bewustwording en ik erkenning op berust.

Zo heb ik tenminste nog een paar dingen van mezelf gezegd ook. Ik ga het niet te lang maken. Dat heb ik op aarde ook eens een keer gezegd, maar toen bedoelde ik iets anders. Onze gastspreker zal zeer waarschijnlijk zijn tijd wel nodig hebben. Ik hoop dat ik u met dit betoogje, al klinkt het hier en daar misschien wat warrig voor u, heb voorbereid op datgene wat u gaat ontmoeten.

Vergeet niet, het is inderdaad een zeer intens lichtende geest. Het is een schijnbare goedheid, die in zijn formuleringen vaak het tegendeel schijnt te bewijzen, maar in zijn geheel gedragen wordt door een ontzettende liefde voor de mensheid. En dat mag u er wel bij weten: Hij is één van degenen, die binnenkort op aarde zeer belangrijke taken gaan vervullen. Het is inderdaad een soort voorrecht dat u ook met zo iemand in contact kunt komen.

Er is iemand die wilde weten wanneer zijn laatste incarnatie was? Dat was ±1670. Ik weet niet precies wanneer hij overleden is, 72 of 78 is het geweest, in ieder geval ±1600, dus 17e eeuw. Er zijn er ook bij die vragen; is hij rechter geweest? Ja, hij is rechter geweest, inderdaad, voor een soort strafgerechtshof, niet in Nederland.

Verder wil ik u erop wijzen, dat deze spreker zeker werkt op tenminste 3 niveaus. En dat kan voor u erg interessant zijn, omdat aan de ene kant u bepaalde impulsen gaat ervaren die misschien voor uw eigen ontwikkeling erg belangrijk zijn en u daarnaast waarschijnlijk zekere krachten of uitstralingen gaat ervaren, die u gewoon moet opnemen omdat ze u harmonischer kan maken.

Ik neem aan, dat als zijn diskoers tegenover mij ook maar een klein voorbeeld is, u een amusante en erg leerrijke lezing te horen krijgt. Vergeet door het één, het ander niet. Accepteer deze spreker zoals hij is: lichtend, specifieke eigenschappen en kwaliteiten aan het verleden ontleend, die nu weer worden gemanifesteerd. Daarnaast een zeer grote, bijna overweldigende genegenheid voor het geheel van de mensheid.

De Gastspreker

Het is mij een eer en een genoegen deze avond uw gast te mogen zijn. Degene die mij daarvoor heeft uitgenodigd heeft mij gevraagd om u het een en ander te vertellen dat meer esoterisch is.

Nu is esoterie in wezen de theorie van de interne ziekten van de geest: Daar ik meer juridisch dan medisch geschoold ben geweest in mijn laatste leven, geloof ik dat ik u beter kan confronteren met mijn eigen visie op de werkelijkheid, zoals die zich in en rond ons allen, ook rond u manifesteert.

De werkelijkheid is een caleidoscoop van droombeelden, geprojecteerd door het enig werkelijke, het licht dat in ons leeft.

Wanneer we het licht als werkelijkheid aanvaarden, zo betekent dit dat de projectie willekeurig kan zijn. Maar is er willekeur in datgene wat geprojecteerd wordt, wat wij zien, wat wij menen door te maken, dan moeten wij proberen los te komen van juist de belangrijkheid van het beeld. Als je de oorzaak van het beeld ziet, is het verhaal niet belangrijk meer.

Ik heb in mijn dagen nogal wat eigenaardigheden meegemaakt, die elk voor zich mijn vertrouwen in de projectie die menselijke gemeenschap heet, zwaar op de proef heeft gesteld. In mijn dagen was het nog steeds zo dat een stroper voor eeuwig verbannen kon worden. En iemand die fraudeerde op de Beurs hoefde alleen maar te betalen. Misschien is dat nog wel zo….

Ik geloof dat je leeft in een wereld die de jouwe is. Niet alleen maar in de zin van: je leeft erin, maar in de zin van: ze is in jou. Altijd weer zijn alle mogelijkheden die er voor je bestaan een deel van jezelf, van je eigen leven. Wat je ervan waarmaakt is dat ene wat je zelf bent, want het licht in je bepaalt de projectie buiten je. Daarom is het zo ontzettend belangrijk dat je leert om vooral vanuit het innerlijk te leven. Vooral vanuit datgene wat in jezelf bestaat.

Ik zoek naar de voor u juiste taal, gangbare uitdrukking, die de mening van de meesten kan weergeven. De meesten denken: wanneer ik kijk naar mijn leven en wat er van terecht is gekomen dan is het toch niet veel soeps. Nu is soep datgene, wat het voedsel der armen genoemd pleegt te worden. En iemand die innerlijk arm is zal inderdaad in die projectie van allerhande zaken dingen vinden, die hem frustreren en die hem van de werkelijkheid die hij is verwijderen. Maar wanneer je daarentegen kijkt naar de bron, dan is de verandering van beelden niet zo belangrijk meer. Dan ontdek je, dat je door in het licht een klein deel af te dekken of te versterken, de hele betekenis van de scène voor je kunt veranderen.

Wanneer je werkelijk bewust wordt ontdek je, dat je meester bent van je leven en niet de slaaf ervan. De enige moeilijkheid is, dat de meeste mensen liever slaaf dan meester zijn, want de meester moet de beslissingen nemen en de slaaf kan, een ander de schuld geven. Ik neem aan, dat dit ook de reden is dat er zoveel mensen zijn, die spreken over duivels en demonen.

Een duivel of een demon – of die nu echt bestaat of niet – is altijd de gemakkelijkste verklaring voor je eigen tekortschieten. Het is gelijktijdig de beste rationalisatie voor de haat die je tegenover een ander koestert.

Wanneer je dit gaat beseffen dan zeg je, tegen jezelf: ik moet niets te maken hebben met duivels en demonen. Ik voel er niet voor. Maar dan moet je ook een stap verder gaan en zeggen: de duivels en demonen die ik in mijzelf erken moet ik zodanig projecteren, dat ze engelen worden.

Nu is dat maatschappelijk weleens moeilijk. Ik heb in mijn tijd een aantal personen gekend die op handen werden gedragen en als engelen werden vereerd. Zij waren de werkelijke duivelen van mijn tijd. Maar wanneer je niet probeert bij een ander, die engel te maken, maar alleen in en vanuit jezelf, dan vind je de nieuwe bronnen van kracht. En de kracht, die de meest belangrijke is – al beseffen de meeste mensen dat niet – is gewoon de kracht, waar door het leven aanvaard wordt.

U denkt: nou ja, mens zijn. Als ik dadelijk dood ben, ben ik hopelijk wat anders. U begrijpt niet dat het mens zijn zoals u het nu kent, één van de belangrijkste delen is van de werkelijkheid.

Mens zijn betekent niet op twee voeten lopen. Dat betekent ook niet met je hersens denken. Trouwens, wie doet dat nog? Nee, het betekent doodgewoon dat je als mens in een voortdurende verbinding leeft met alles, wat er om je heen is. En de belangrijkheid van een menselijk bestaan is juist gelegen in de weerkaatsing van het mens zijn, die je in de ander terugvindt. Het is een scheppen van een eenheid die, zelfs in een wereldje dat voor driekwart projectie van de werkelijkheid is en geen werkelijkheid zelf, de Godheid, de kern van alle dingen kenbaar maakt.

Wanneer iemand mij zegt: “God is liefde,” dan zeg ik: “Ja, daar heb je wel gelijk in.” Maar, als hij zegt: “God is haat”, dan zeg ik: “Nou, dat heb je ook niet mis.”  Want God is precies wat je ervan maakt. En van God maken we meestal een mens, die niet geslaagd is, maar wel erg machtig.

Wat we nodig hebben is helemaal geen God die iets doet, maar een God die iets is. Het doen dat is het mens zijn.

Het mens-zijn is het diepste wat in je leeft omzetten totdat het een besef wordt: Een mogelijkheid. Een uitdrukking. En hoe meer je uitdrukking geeft aan de diepste kern van je eigen, wezen – en wat meer is, aan de kern van het Zijn en dat is iets anders dan je eigen wezen – hoe vollediger je de meester kunt worden van de wereld, waarin je leeft, en hoe meer je mens zult worden.

Zoals de mens altijd de mens nodig heeft om mens te blijven, zo heeft ook de geest het contact met de geest, met die hele kosmos en al die gebeurtenissen nodig om zichzelf te kunnen blijven. Zelfs wanneer je in staat bent om alle eigenschappen, die tot jou behoren, op te geven wanneer je zegt: “ik ben niet meer het actieve” dan nog kun je alleen existeren omdat je verbonden bent met al het andere. Een mens is iemand, die denkt dat hij voor zichzelf kan zorgen en pas zichzelf kan worden wanneer hij leert, voor anderen te zorgen. En dat is kenmerkend voor alles. Ik zou zeggen: de enige voor wie het anders ligt is misschien die hypothetische God waar over wij spreken.

Wanneer ik zeg: “kracht”, wanneer ik zeg: “mogelijkheid”, dan denken de meeste mensen aan iets dat van buiten komt. Maar kracht en mogelijkheid zijn dingen die in uzelf berusten.

U bent alleen slaaf zo lang als u banden erkent. De enige banden die voor u rechtens bestaan zijn de banden, die voortvloeien uit uw eigen bewustzijn. Hoe dan ook.

Nu komen we hopelijk iets verder. Ik ben geen esoterisch spreker. Het was eerder mijn gewoonte om het hoofd te bedekken en iemand te vertellen, dat hij richting Tibur kon vertrekken of naar een andere plaats, waar dan de zonden geboet zouden worden en eventueel, maar niet zeker, de ziel gereinigd. Dat laatste was niet voor de aardse gerechtigheid weggelegd. Trouwens maar goed ook, want hoe kun je met iets, dat vuil is iets schoonmaken?

Esoterie is voor mij altijd wat verborgen gebleven. Wat vaag. Ik heb het tijdens mijn leven een enkele keer ontmoet en dan altijd gedacht, dat het een vlucht was voor de feiten, gepleegd door zwakzinnigen. Nu weet ik beter. Ik weet nu dat esoterie, wanneer ze herleid wordt tot haar werkelijke kern, niets anders is dan een poging om je te ontdoen van de vele projecties, waardoor je anders beheerst wordt. Terugkeren tot de werkelijkheid die je bent. Maar dat wil nog niet zeggen dat ik er veel van kan vertellen.

Voor mij is kracht eenvoudig iets wat existeert. Als ik zeg: “Kracht” dan is er kracht. Waarom zou ze er niet zijn, want de kern van wezen is kracht.

Wanneer ik zeg: “Licht”, dan is dat alleen maar de erkenning van de toestand, waarin ik verkeer: Wanneer ik dat uitstraal ben ik het alleen maar zelf.

Ik geloof wel in een hogere macht. Wat meer is, ik meen de bewijzen daarvoor gevonden te hebben, maar wel in mijn wereld en niet in de uwe.

God is in uw wereld de onbewijsbare stelling van degenen, die niet durven volstaan met het aanvaarden van hun eigen verantwoordelijkheden. In mijn wereld is God een trilling, waaruit je alle kracht put om meer jezelf te zijn en waarvan je toch beseft, dat ze meer is dan je zelf kunt zijn. Dat is gewoon het verschil.

Ik moet zeggen, dat ik in mijn tijd wel ter kerke ben gegaan. Je ging ter kerke om gezien te worden Niet door God, maar door alle aanwezige standen. Wat dat betreft betaalde je de predikant uit je eigen zak, dus je kon ook nog zeggen: “Maak het vandaag wat korter.” Dat was heel erg prettig. Ik vraag me af, of het niet beter zou zijn, wanneer allen op die manier particulier betaald werden. Het zou in ieder geval de veelheid van hun woorden in vele gevallen kunnen beperken en dat zou een zegen voor de mensheid zijn. Ook wanneer dit misschien niet Gods zegen is zoals die kerkelijk wordt bezien. Ik vrees, dat wij door te praten over wat we niet weten, ontkomen aan de behoefte te erkennen wat we zouden moeten weten.

U leeft. Als u nu even God vergeet – en de duivel er bij natuurlijk – kunt u zich dan misschien eindelijk te binnen brengen, wat het is om te leven?

U bent mens en u vindt het zo normaal. Maar wat betekent mens zijn? Wat maakt u anders dan het dier? Niet dat het verschil vaak opvalt, maar het is er toch wel. Dat zijn de zaken waar het over gaat. Daar moet je je mee bezig houden.

Wanneer je hier op de weg loopt dan moet je uitkijken, dat je niet valt en niet naar de hemel kijken in de hoop, dat je God ziet zonder zeker te weten of Hij er is.

De werkelijke zin van mens zijn, van leven is voor mij ook: de essentie van wat u esoterie noemt. En dan ben ik waarschijnlijk een oude dwaas. Maar ja, het is bij God nu eenmaal zo, dat de dwazen sneller omhoogschieten door de sferen dan de geleerden, want die hebben te veel ballast bij zich; waar natuurlijk onmiddellijk een overigens geheel welgemeende verontschuldiging bij behoort ten aanzien van allen onder u, die geleerd zouden zijn.

Geleerd is datgene, wat je aangeleerd hebt. Hoe meer je je hebt aangeleerd hoe minder je bent wat je bent. Hoe minder je, bent wat je bent, hoe minder je waar kunt maken wat er in je leeft. En hoe minder je waarmaakt wat er in je leeft, hoe meer je jezelf bedriegt ten aanzien van wat je wezenlijk kunt zijn. Dat is het leven.

Ik probeer u op mijn manier het een en ander over te dragen en ik moet dit doen, in een wereld    waarin verschillen, tegenstellingen en gelijkenissen een rol spelen. Niet omdat ze essentieel zijn, maar omdat de mensen niet anders bevatten.

Wanneer ik wegdroom in mijn eigen wereld dan is alles schijnbaar gelijk en toch oneindig verschillend. In alle dingen vind ik mezelf terug en toch weet ik, dat ik zoals ik nu ben, anders ben dan al datgene waarin ik mezelf ontmoet. Dat is het leven, dat is de werkelijkheid van mijn wereld. Maar hoe kan ik u een dergelijk gevoel van eenheid overbrengen wanneer ik moet spreken met woorden?

En u weet, woorden zijn het meest moorddadige middel waarmee je de waarheid te lijf kunt gaan. Ik probeer te voorkomen dat ik er hier vermoord. In dit opzicht verschil ik van velen die hun leerstellingen in de wereld uitdragen.

U leeft. Nou ja, goed, laten we het leven noemen. In u is iets wat meer is dan stoffelijke vorm, net dat ene beetje dat net niet verklaard kan worden alleen maar uit organische werkingen. Denk nou eens even aan dat leven.

Jullie zijn mensen. Denk aan het leven. Het is het leven waardoor je mens bent. Niets anders. Neen, niet aan die vormen denken. Niet aan wat je geweest bent; Gewoon aan het feit dat je leeft. Dat je kracht bent. Kun je dat voelen?

Dit is de enige kracht die je in alle omstandigheden en overal kunt gebruiken. Dit leven zelf van je is een kracht die sterker is dan de zon. Maar wees er voorzichtig mee, want je kunt je er net zo goed aan branden als aan de zon.

Je bent mens. Je kunt niet alleen bestaan. Je kunt niet alleen tegenover anderen leven. Je bent verbonden met ze. Als je zou weten met hoeveel mensen je verbonden bent door alle verschillende levens heen die je hebt gekend, dan zou het je waarschijnlijk duizelen. Maar dat is niet nodig. Besef alleen dat je jezelf kunt zijn omdat er anderen zijn. Deel je levende kracht met die anderen. Deel in de levende kracht van die anderen. Het leven, het enig onveranderlijke, is niet van ons alleen. Het is van ons en alle anderen.

U hebt geen recht om alleen te nemen of alleen te geven. In de zin van het leven is beiden een even groot onrecht. U moet delen. Deel je levenskracht met anderen, die ze nodig hebben. Deel je levenskracht met allen, die op welke wijze dan ook, onevenwichtig zijn. Veroordeel niemand. Spreek nooit een schuldig uit. Ik heb het in mijn leven vaak genoeg te vaak gedaan. Het is alleen maar bitterheid en verwerping van de werkelijkheid, wanneer je oordeelt.

Deel met anderen. Deel wat je bent met anderen. Dat innerlijk wat je bent vooral.

Denk niet aan het leven als iets dat eindig is. Denk eraan als een kracht die onveranderlijk is. En probeer in die kracht dan die waarden te leggen, die je nodig hebt voor de uiting, die op dit moment wenselijk of noodzakelijk is.

Denk aan jezelf en aan anderen. Maar niet alleen aan anderen en niet alleen aan jezelf. Dan zul je ontdekken, dat er licht is. Dat er kracht is. Dat er leven is. Dan ben je niet bang om te leven en dan weet je, dat de dood alleen maar een projectie is, die niets meer betekent dan een verandering.

Ik heb nog een waarschuwing voor u. Hij, die goed is in de ogen van anderen maakt vaak zichzelf en anderen ongelukkig. Maar hij die gelukkig is, is goed voor zichzelf en voor anderen. Probeer maar rustig gelukkig te zijn.

Wat de wereld je heeft geleerd, gaat voorbij. Wat vandaag mag is morgen verboden. Er hoeft maar één edele heer tot een andere conclusie te komen en er ontstaat al een wet. In uw tijd heet het Noodwet of Koninklijk Besluit; bij ons was het eenvoudig een wet en dan is het anders.

Wat u bent en wat u kent, is afhankelijk van uzelf. Niet van een ander. U moet rekening houden met de anderen, zeker. Maar hoe kun je rekening houden met anderen, wanneer je jezelf niet kunt zijn? Laat de anderen maar lekker kletsen. Laat iedereen maar praten. Laat ze maar spreken over hun onvergankelijke waarheden en u dreigen met de toorn van hun goden.

Wees niet bang. Leef. Gewoon: wees jezelf. Wees je bewust van het leven. Voel het leven in jezelf! Heus, de werkelijkheid van het leven is een kracht, zo tintelend, zo wit, zo licht, zo sterk, dat er niets is wat ze doven kan. Laat je niets anders aanpraten.

Dromen van de duisternis zijn de dromen van diegenen, die het licht vrezen omdat ze het niet begrijpen. Wees licht. Leef. Wees gelukkig. Breng, geluk en wees mens! Vergeet niet dat je alleen mens kunt zijn te midden van mensen. Je kunt opstijgen naar de hoogste bergtop. Maar als je te lang in eenzaamheid leeft word je geen engel, maar een beest. Zolang je de engel in jezelf wakker kunt houden kun je misschien veel uitstralen wat voor de mensen belangrijk is. Maar je zult terug moeten naar die mensen, want je kunt het alleen niet.

Wanneer je een geest bent zul je het eveneens zien. Er zijn veel dingen waar je liever voor wegloopt, maar teek je niet terug. Vlucht niet, want je hebt het andere nodig. Zelfs als het maar een droomwereld is; je hebt het andere nodig om mens te zijn, om jezelf te zijn. En blijf je bewust van je leven, van de kracht die in je is.

Ik heb een geestelijke gekende die ongeveer als volgt predikte: “God heeft u lief. En om u ten goede te keren, dreigt Hij u met de hel.” Ik heb hem gevraagd: “Vindt u nou werkelijk dat het een teken van liefde is, wanneer je iemand bedreigt met het ergste wat hij zich voor kan stellen?”

Hij zei: “Ja, want zo ga je ten goede.” Waarop ik zei: “Nu, dan zal ik u ook eens liefhebben. Als je niet als de … ” pardon, ik versprak me bijna, omdat uw termen mij niet helemaal passend zijn, “maar als je niet zeer snel verdwijnt, zul je ontdekken wat de hel is.” Het wonderlijke was dat hij toen niet eens zei dat, ik hem liefhad. Toch meende ik het goed.

Weet u, wanneer u bezeten bent van de zonden en van de hel, dan maakt u het uzelf onmogelijk om in de hemel te leven.

Wanneer u vol bent van uw eigen regels van juistheid en de hele wereld eraan onderwerpen: wilt dan maakt u het uzelf onmogelijk om harmonisch te zijn. U moet leven vanuit het werkelijke, het levende in u en dat is harmonisch. U moet werken met de kracht die u bent en die in u leeft en dat is niet iets, wat je meteen oordeel of een hel kunt vormen. Dat is iets, dat je alleen kunt vormen met de aanvaarding.

Soms denk ik aan het leven als aan een Punch and Judy Show (poppenkast, Jan Klaassen en Katrijn) Er wordt in geschreeuwd. Er worden klappen uitgedeeld. En het klinkt erg ernstig en iedereen lacht. Maar daarachter zit alleen maar de man die hoopt dat hij er centen mee verdient. Een paar dimes en hij is gelukkig.

Weet u, het hele leven is een soort Punch and Judy Show. Er zit iets achter. Degene die er achter zit is meestal degene die hoopt door de show wat wijzer te worden. Maar als je kijkt naar het leven, dan besef je dat het de man is die de poppen speelt. Als je dat weet kun je bewondering hebben voor het spel. Je kunt je verheugen in hetgeen er wordt vertoond maar je zult niet misleid worden ten aanzien van de werkelijkheid.

Ik heb grote bewondering voor al die grote geesten op aarde. Nou ja, grote geesten: Als ik een Paus zie en ik zie wat hij weet te wekken in de mensen, dan zeg ik: Nou, dat is toch schitterend. Hij wekt nog meer indruk dan de landlord in de Punch and Judy show. Ook dan zeg ik: Wat zit erachter?

Wanneer ik grote figuren zie in de politiek, voor zover die daarin voorkomen – dit voorbehoud moet u me toestaan – dan zie ik wat ze naar buiten toe zijn. Maar ik kijk naar de man die erachter staat. Dan pas kan ik de show zien zoals hij is.

Wanneer ik geconfronteerd word met een leermeester of met een geest, zoals ik op dit moment zelf ben via een medium, dan kijk ik altijd naar wat er achter zit. Ik kijk niet naar de uiterlijkheid, naar de vertoning. Want wat er achter zit is het meest belangrijke.

Wat er achter zit behoort dit te zijn: een overtuiging van licht en van leven. Een liefde voor het licht en voor het leven. Een erkenning dat alles zinvol is en daardoor een bewust voortbrengen van al datgene, waarin die harmonie gedeeld kan worden met anderen. Zolang je dat doet geeft het niet of je prins of bedelaar bent, maakt het niet uit of je schijnbaar de wereld regeert of schijnbaar de nietigste zwerver bent. Dat geldt ook voor u. Niet wat u bent, maar wat u uitstraalt is belangrijk,

Wat zit erachter? Een mens: Een mens is een wezen dat in de beperktheid van zijn wereld de oneindigheid van zijn God kan aanvoelen. Een mens is een wezen dat achter alle zelfbedrog toch een waarheid in zich draagt waaraan hij nooit kan ontkomen. Een mens is een wezen dat zich een ik‑heid acht en toch slechts een deel is van een totaliteit. Wees die mens en wees gelukkig.

Er is een gezegde uit Amerika en dat zegt ongeveer het volgende ”Be good. And if you can’t be good, be happy. And if you can’t be happy, forget it all” Dat zou ik u ook willen zeggen.

Probeer de harmonie te zijn en het goede, zo goed als u kunt. Als het niet lukt, wees in ieder geval gelukkig. Want uit het geluk komt het goede voort. Als u ook dat niet kunt, vergeet het dan maar, zoek dan eerst je eigen leven te vinden en je eigen kracht en begin opnieuw.

U hebt het licht. Niets is onmogelijk vanuit het licht. Maar als je dat licht niet kent, als je de kracht niet beleeft, dan word je de slaaf van de waanvoorstellingen, die je zelf voortbrengt.

Wees vrij. Wees bewust. Wees lichtend En koester de vreugde in uzelf van het leven, ook wanneer de verschijnselen tijdelijk wat minder goed schijnen.

Daarmee kunnen we zeggen: Recht is gedaan. Ik heb geprobeerd esoterie te brengen, waarschijnlijk heb ik meer gesproken over feiten.

Ik heb getracht u de kracht te doen beleven en te doen zien. Mogelijk heb ik u alleen maar gewekt uit uw sluimering. Maar ik heb u de waarheid gegeven, zoals ze in mij leeft. Daarom meen ik mij te mogen rechtvaardigen in al wat ik heb gezegd en heb gedaan.

Ik gaf u mijn waarheid en mijn leven zo goed als dit mogelijk was. Neemt u uw waarheid en uw leven en maak ze tot licht voor anderen zo goed als het u mogelijk is.