De mens en de tijd

uit de cursus ‘Menselijke krachten’ (hoofdstuk 3) – december 1978

Het lijkt zo natuurlijk wanneer je leeft, dat de minuten tellen volgens het lopen van de klok. Maar er zijn heel wat verschijnselen te vinden waardoor de mens ineens buiten die tijd schijnt te staan. Ik wil hier herinneren aan de vele voorspellende dromen, aan mensen die psychometrisch of op andere wijze in het verleden kijken. De tijd is kennelijk niet zo gefixeerd als de mens wel aanneemt. Daar zijn heel wat aanduidingen voor. Een zekere Dunne heeft zelfs een heel betoog opgesteld over een A-tijd en een B-tijd.

De mens is een wezen dat over verschillende voertuigen beschikt. Die voertuigen ontwikkelen zich in beheersbare vorm ongeveer overeenkomstig de ontwikkeling van de chakra’s. Dus als een chakra geheel ontplooid is, dan kun je zeggen dat er ook een mogelijkheid tot geestelijke beleving is en wel met het voertuig corresponderend met dat chakra. Nu zou het mij te ver voeren om dat allemaal precies te gaan uitwerken, maar zeer simpel gezegd, komt het op het volgende neer:

Een voertuig, dat verder van de stof staat, overziet een veel groter deel van de werkelijkheid. Doorleeft heeft het zelf ook een ander tijdsbele­ven en een ander tijdservaren. Voor een mens is dat misschien moeilijk te begrijpen, maar laten we een vergelijking maken, dan wordt mogelijk hetgeen ik bedoel duidelijk.

Er is een vliegtuig dat op 200 meter hoogte vliegt. Dit is natuurlijk niet toegestaan door de Rijksluchtvaartdienst, maar wij nemen dat even aan.
Dat vliegtuig gaat ontzettend snel. Voor degenen die daarin zitten is ook het overzien van wat er op aarde gebeurt bijna niet mogelijk. Nu is er een ander vliegtuig dat zich op 2000 meter hoogte bevindt. Dat gaat voor u al veel langzamer, ofschoon het mogelijk veel sneller gaat. Voor u is dit een trager verloop, maar gelijktijdig overzien de mensen in dat vliegtuig weer een veel groter deel van de wereld en kunnen zij ook veel meer waarnemen.

Stel u nu voor dat de plattegrond de tijd is zoals u die kent. Als u in een astraal voertuig of in een levenslichaam aan het ronddolen bent, dan staat u t.a.v. de tijd op aarde ongeveer zoals een vliegtuig dat op 200 meter hoogte over raast. U kunt wel het een en ander zien, maar u heeft niet de mogelijkheid om details gefixeerd te bekijken, het gaat voorbij. Als je echter een hoger voertuig hebt (één van de grotere lichtlichamen), dan overzie je zoveel van de tijd dat je je eigen bestaan als mens misschien van begin tot eind overziet en zelfs mogelijk ook vele incarnaties.

Het is duidelijk dat iemand, die in die positie is en de weg met een kijker afziet, dingen voorziet die op aarde nog niet kenbaar zijn, maar schijnbaar onontkoombaar in de toekomst. Nu wil ik erbij zeggen dit zijn allemaal wegen van de grootste mogelijkheid, want er bestaat geen enkele gefixeerde gang. Er zijn altijd afwijkingsmogelijkheden.

U leeft op aarde en normaal ontspant u zich, u gaat slapen. Slaap is goed voor de mens. Hij ontspant zijn lichaam en allerhande reinigingsproces­sen kunnen zich dan afwikkelen, het zenuwstelsel kan tot rust komen enz.. Maar stel nu eens, dat u eenzelfde stand kunt bereiken en daarbij bewust blijven. Dus gelijktijdig een stoffelijke slaap, een lichamelijke slaap en een geestelijk bewustzijn bezitten dat dermate intens is dat het in staat is om indrukken naar de hersenen over te brengen. Dan ligt het er maar aan welk voertuig u heeft. Naarmate het voertuig hoger is, kunt u meer tijd overzien.

Nu heeft de mens in zich heel veel verschillende krachten. Bij die krach­ten behoort zeker ook het vermogen om bewust en door wil uit te treden. Dit uittreden behoeft niet noodza­kelijk altijd naar een andere plaats te zijn. Je kunt ook uittreden en waar­nemen dus van bovenaf a.h.w. neerschouwen op de wereld. In dat geval kun je alle mogelijkheden, die in een bepaald deel van de toekomst optreden, overzien. Naarmate je hoger komt, zou je meer kunnen overzien, maar tevens wordt het gebeuren dan wat kleiner van proportie en dus in je ogen ook min­der belangrijk.

U zult zeggen: wat hebben wij daar aan? Helderziendheid bestaat, dat weten we, maar wij kunnen dat niet. Dan zeg ik: ja, dat kunt u niet omdat u daar niet aan gelooft. Wilt u komen tot helderziende waarnemingen in de tijd, zoals het verschijnsel heet, dan zult u in de eerste plaats ontspannen moeten zijn. Die ontspanning kan ontstaan door slaap, maar ze kan ook in me­ditatie of door bepaalde vormen van zelfsuggestie worden opgewekt.

Wanneer wij ontspannen zijn en onze wil is gericht op een waarnemen van het leven en wel in het verloop van de tijd, dan ontstaan als resultaat daarvan eigenaardige beelden: dromen. Beginnen wij hiermee, dan is dat in het begin nogal caleidoscopisch. Natuurlijk, iemand die voor het eerst in een vliegtuig zit en met een kijker naar beneden kijkt, schrikt ook weleens. Hij zit dan met verschillende dingen in de knoop en vaak ook met zichzelf. Hij kan dan niet lang genoeg een bepaald punt bekijken om de hele situatie op te nemen. Dat gebeurt u ook.

In het begin krijgt u te maken met beelden die caleidoscopisch zijn. Allerlei fragmenten die schijnbaar niet bij elkaar horen. Later zou u, alles afzonderlijk beschouwend, punt voor punt kunnen zeggen: hier heb ik werkelijk delen van de toekomst beseft. Alleen, het waren geen volledige delen. Het waren allemaal flitsen, momentopnamen.

Ga je iets verder met deze zelfde mogelijkheid, dan leer je om te fixe­ren. De belangstelling wordt dan getrokken door een punt van die nog steeds op zich caleidoscopische hoeveelheid toekomstwaarden. Als je nu  zo’n waarde hebt, dan weet je die in focus te houden. Ze blijft dus in het brand­punt van je waarnemingsvermogen bestaan. Dan is het mogelijk dat je van een gebeuren het gehele verloop ziet, inclusief de mensen die erbij zijn, de kleuren, de dingen, de weersomstandigheden, de woorden die worden gespro­ken, de geluiden op de achtergrond. Zo volledig, dat je later zegt: hé, is dat nu déjà vu? Heb ik dat niet al een keer meegemaakt?

Als je zo ver komt, dan zul je ontdekken dat dat zekere bezwaren heeft. Zelfs als je niet, zoals bij vele mensen gebeurt, de waarnemingen in het be­gin vertaalt in symbolen, iets wat (vooral als het in slaaptoestand wordt waargenomen) nogal eens voorkomt, dan zul je toch altijd het gevoel hebben, op het ogenblik dat ik het herken, breekt het af.

Ik weet niet, of u het wel eens heeft meegemaakt, maar ook spontaan kunnen dergelijke waarnemingen voorkomen. U zit met een paar mensen te pra­ten, er valt een woord en u weet plotseling wat die gaat zeggen of wat die ander gaat zeggen en wat er nog meer zal worden gezegd, maar de clou ont­gaat u. U weet net niet waartoe het zal voeren. Deze ervaring zult u in het begin heel vaak hebben, omdat u nog niet in staat bent om de zaak ge­heel op te nemen en vooral omdat u nog niet geleerd heeft naar knooppunten te kijken. Een term die een verklaring behoeft, merk ik.

Een knooppunt is a.h.w. de clou, de eindfase van een bepaalde reeks ontwikkelingen. Wij zeggen: in het knooppunt treffen verschillende oorzaak­ en gevolg werkingen zodanig samen dat er praktisch een gefixeerd beeld van mogelijkheid ontstaat. Het komt erop neer, dat je dan weet wat er gaat ge­beuren, ook al zal je soms daarbij de gesprekken die tevoren plaatsvonden en de geluiden die er waren minder goed kunnen registreren. Het is een hele kunst om dat langzamerhand te leren. Wanneer er gewoon wordt gesproken en het is onbelangrijk, dan moet er in dit geheel een knooppunt zitten, anders komt u namelijk niet tot die waarneming. Dan moet u zich dus bewust afvra­gen waar voert dit toe? Deze vraag alleen is dan al voldoende om de kritieke fase te herkennen.

Dan zal je, ook als je het geheel toch wel redelijk juist registreert in het brein, nog wel punten hebben waar je niet verder kunt. Want er zijn bepaalde consequenties of conclusies, die je gevoelsmatig of mentaal gewoon niet kunt aanvaarden en die verdring je dan.

In het begin zijn er heel veel mensen, die de hele tijdwaarneming pro­beren te verdringen. Ze proberen gewoon het geheel voor zichzelf a.h.w. weg te drukken en gaan het vervangen door allerlei symbolen. En dan krijg je de bekende voertuigdromen: ik zit in een boot op een snelstromende rivier en ik heb geen roeispanen. Je drijft en je hebt geen mogelijkheid, denk je, om jezelf te helpen. Dan is dat beeld alleen maar een erkenning dat je je bevindt in een omgeving – let wel, het gaat dus niet over jezelf – waarin een bepaalde ontwikkeling onvermijdelijk is geworden. Voor ieder van u die derge­lijke voertuigdromen heeft, is het misschien goed zich dat te realiseren. U kunt daarbij inderdaad in de tijd vooruitkijken.
Wat je echter niet kunt doen, is je eigen positie bepalen. Dit gevoel van gebondenheid, stuurloosheid of voortgejaagd worden – ook dat komt voor – slaat nooit op jezelf zonder meer. Het slaat op het milieu, op de relaties rond je, die volgens een gefixeerd patroon verlopen.
Als je dan in zo’n boot zit op een stroom en je hebt geen riemen, dan kun je toch wel iets doen. Als je aan één kant gaat peddelen, gewoon met de hand, dan zal de boot langzaam naar de kant gaan, d.w.z. dat ze in een tegen­stroom kan komen en dat dus de onvermijdelijke afloop die je voorziet helemaal niet bewaarheid wordt. Besef je dit – en dat gebeurt in de droom weleens – dan betekent dit weer dat je je losmaakt van de invloeden van je omgeving. Het zegt dus niets omtrent jezelf.

Symbooldromen kent u in heel veel verschillende vormen. Er zijn de be­kende schaamtedromen. U staat bv. midden op het marktplein en ineens ontdekt u dat u alleen nog maar in ondergoed of in bikini rondwandelt. U voelt zich dan ontzettend gegeneerd. Maar wat wordt hier bedoeld? Als daar een toekomst­waarde in wordt uitgedrukt, dan betekent het: ik bevind mij in wezen in conflict met mijn omgeving en ik ben nog niet in staat om dat milieu terug te bren­gen naar zijn werkelijke betekenis, dat ik bereid ben mijn eigen weg te gaan. Een dergelijke droom geeft altijd een conflict aan tussen eigen innerlijk besef en daarmee ook tussen het gebruik van de eigen werkelijke mogelijkheden en de stuwende krachten uit de omgeving.

Nu zult u zeggen: er zijn zoveel van die uittredingsdromen. Is zo een uit­tredingsdroom nu altijd een droom in de tijd? Dat is moeilijk te zeggen, maar er zijn toch wel enkele kenmerken.

Als u te maken heeft met dromen die verband houden met de toekomst, dan is het in de eerste plaats een droom die zich herhaalt. Dus een dag drijft u stuurloos met de stroom mee, de volgende dag zit u in een tram zonder be­stuurder en de keer daarop zit u op de fiets en u kunt aan het stuur rukken zoveel u wilt maar u gaat steeds rechtuit. Door de herhaling wordt dan bepaald dat het hier gaat om iets wat met de toekomst te maken heeft. Hier is een toekomstbesef vermengd met een “ik” besef uitgedrukt in symbolen. Zo zijn er meer van die mogelijkheden, want er zijn ook tijdsdromen die teruggaan in de tijd. Bij deze dromen is de grote moeilijkheid vaak dat de mens niet in staat is het leven, zoals het vroeger is geweest en zoals hij dat werkelijk waarneemt, te accepteren. Laten we een eenvoudig voorbeeld nemen.

U droomt dat u in Engeland leeft in de tijd van Koning Arthur, de Tafelronde en Merlijn de tovenaar. Maar als u dat krotachtige kasteel ziet dat op een soort mestvaalt is gebouwd, dan kunt u dat niet verwerken, want u heeft het idee: Tafelronde – Arthur – gebeurtenis. Laten we nu even aan­nemen dat het reëel is en dus maakt u er een kasteel van dat eerder in Dis­neyland thuishoort dan in de achtste eeuw.

U gaat terug naar Rome, maar u bent niet in staat om bv. die oude flatgebouwen die er waren precies te aanvaarden zoals ze zijn. U maakt er dus een modern flatgebouw van. Daardoor lopen herinneringen van het heden, dus van het leven nu en de feiten die in het verleden zijn waargenomen, vaak door elkaar. Ook dat is belangrijk om te begrijpen. U drukt dan wel in dat verleden een functie uit, maar die functie heeft meestal met uzelf te maken. Soms met anderen met wie u – en dan meestal ook in het huidige leven – in een nauwe relatie staat. Indien dat het geval is, dan zijn de functiebepalingen juist, maar de milieubepaling is door uw stoffelijk denken a.h.w. omgevormd tot iets wat ook nog goed zou staan in bladen als Libelle, Margriet e.d.

Begrijp goed, in het verleden is functie altijd bepalend en juist, maar – en dat is het belangrijke – de omgeving is altijd een mengeling van hetgeen u nu omtrent die tijd meent te weten en datgene wat u feitelijk in het verleden waarneemt. Er ontstaan dus nogal wat verwarringen.

Er zijn ook nog mensen die zeggen: kan ik dan naar believen naar het heden, de toekomst of het verleden gaan? Indien u ver genoeg gevorderd bent wel. Als u in de toekomst wilt kijken, dan moet u zich een bepaalde ontwikke­ling of mogelijkheid voor ogen stellen. U kunt dus in de toekomst kijken, in­dien u een houvast heeft. Bijvoorbeeld: wat zal er staan in de Telegraaf van 2 december 1983? Als u van dat punt vertrekt, dan is het niet zeker dat u de Telegraaf zult lezen, want dat is maar een te gering detail, begrijpt u dat goed. Maar dan verplaatst u zich inderdaad naar de omgeving van die da­tum. En wat u dan ziet, heeft een samenhang met hetgeen er dan gebeurt.

Wil je teruggaan in het verleden, dan zit je met de grote moeilijkheid dat je een mate van persoonlijke binding moet hebben. Je kunt niet willekeu­rig in de toekomst gaan kijken wat er met Jan Pietersen gaat gebeuren. Tenzij Jan Pietersen in je leven een heel belangrijke rol speelt, dan is dat contact er wel. En zo is het in het verleden ook.

Als u het gevoel heeft van: ik ben een reïncarnatie van bv. een Albi­gons of een Scyth die met zijn strijdwagen aan het aanvallen was, dan moet u proberen u een bepaalde tijdspanne binnen te brengen. U kunt hier niet op datum fixeren. Wel op uzelf, op een bepaald volk of desnoods een bepaald kunstvoorwerp dat uit die tijd stamt. Doet u dat, dan zult u zich centreren op de delen van het bestaan waar u zelf bij betrokken was. Daardoor kunt u dan veel corrigeren.

U denkt: ik ben een Hun van Attila geweest en u komt dan tot de conclusie dat u feitelijk een ietwat simpele pastoor was die bijna het slacht­offer is geworden van een paar van Attila’s volgelingen. Het beeld dat dan ontstaat, heeft altijd uzelf in één van de hoofdrollen. Onthoudt u dat goed. Als je het zelf bent, zal je ontdekken dat je geen pijn kan voelen en geen angst kent als je de aanvaller bent. Ben je degene die wordt aangevallen, dan heb je die gevoelens wel. Je kunt op die manier in het verleden wel de­gelijk een klein beetje de punten vaststellen, maar je moet zelf bindingen ermee hebben. Pas als je heel erg bewust bent geworden, maar dan al zo ver dat ze op aarde zeggen: “zelfs het kruinchakra is al ontwikkeld”, dan kun je zeggen: ik wil die bepaalde tijd zien. Je gaat dan niet meer uit van je­ zelf, maar van de mensheid. Ga je van de mensheid uit, dan kun je ook naar het verleden toe preciseren. Je kunt zelfs een bepaalde datum, een bepaal­de dag, een bepaald jaar, een bepaalde plaats daar waarnemen. Maar ja, dan sta je praktisch ook helemaal los van de wereld. Laten we eerlijk zijn, veel mensen met een geestelijk voertuig van die kwaliteit dat beheersbaar is, lopen er niet rond. Dus daar moeten we ons niet al te druk over maken.

Waarom zitten we met dat eigenaardige tijdsverschijnsel; dit vooruitzien en terugzien in de tijd? Hierover bestaat alleen een theorie. De theorie die ik u geef schijnt door alle feiten tot op heden te worden bevestigd.

Het “ik” leeft op verschillende niveaus. Elk niveau heeft een eigen z.g. tijdsequentie. Dat wil zeggen: dat de tijd in elk van de afzonderlijke voertuigen en de daartoe behorende werelden een geheel eigen verloop kent. Daar de ervaringen op aarde niet identiek zijn met de ervaringen van de ver­schillende voertuigen, bestaat de mogelijkheid om als objectief beschouwer het aardse gebeuren waar te nemen. Daarbij ben je gebonden aan de tijdsmogelijkheden van het geestelijk voertuig dat beschouwt. Je leeft dus in een geestelijk voertuig waarin het tijdsverloop naar believen kan worden versneld en dan kun je een aardse tijd zien die voor de mens nu nog toekomst is. Je kunt ook teruggaan langs de tijdslijn en dan kun je dingen zien die al ge­fixeerd zijn in het stoffelijk gebeuren, maar die vanuit de geest nog als een ontwikkeling worden beschouwd.

Nu komen we aan een volgend punt en dat is misschien nog veel interessanter.

Elk geestelijk voertuig heeft invloed op het menselijk lichaam. Elk be­heerst geestelijk voertuig heeft de neiging bepaalde kenmerken van het men­selijk lichaam te beïnvloeden. Dat wil zeggen, dat je dus niet, zoals men wel in de handlijnkunde zegt, een hand hebt die nooit verandert. Bepaalde lijnen en kruisingen kunnen zich in de loop van de tijd lichtelijk wijzigen en wel in overeenstemming met de geestelijke waarde die daarop van invloed is. Dat is dan het derde geestelijke voertuig dat niet zo erg hoog staat. Het is vergelijkbaar met hoog Zomerland.

Wanneer u dus het lot uit de hand leest, dan leest u niet het onontkoombare, maar het waarschijnlijke met behoud van het huidige bewustzijn. Maar aan de andere kant is het natuurlijk wel gemakkelijk, want we hebben een aantal kentekenen die afleesbaar zijn. Kentekenen waarvan lichamelijk een constateringsmogelijkheid aanwezig is. Wie daarin getraind is, kent ook de verschillende methoden om daarmede te werken. Ik noem nu handlijnkunde, maar er zijn er natuurlijk meer.

Als je te maken hebt met de z.g. directe voorspellingen, dan is het op­vallend dat iemand, die zich daarmede bezighoudt steeds meer treffers gaat scoren. Je kunt binnen het kader van de beheersbare geestelijke voertuigen alleen door een stoffelijke suggestie, die je eigenlijk jezelf oplegt, een tijdswaarneming in de toekomst bevorderen. Die tijdswaarneming zal dan worden beïnvloed door de bestaande stoffelijke contacten.

Bent u ooit in “the old teashops” in Engeland geweest? Misschien heeft u dan weleens meegemaakt dat er iemand was die uit theeblaren las. In Neder­land kijken ze in het koffiedik. In Engeland lezen ze theeblaren. U weet hoe dat gaat? Wanneer het kopje bijna leeg is, blijft er een restje thee in zitten. Het kopje wordt een beetje rond gehutseld, er wordt in gekeken, het kopje wordt dan omgekeerd en dan kijkt men wat er aan blaadjes blijft kleven.

Dat zijn dan inderdaad patronen, toevalspatronen. Maar wat is nu het eigenaardige? Dit is iets waarop je je alleen maar fixeert, er bestaan namelijk geen vaste regels voor. Het is gewoon een intuïtief reageren anders niets. Door dit intuïtief reageren schakel je echter het geheel van de redelijke be­perkingen uit en wordt een mate van tijdswaarneming mogelijk. En daar heb je dan het kritieke punt, want de mens met zijn begrip van tijd zit heel vaak gebonden aan het tikken van de klok. In de praktijk blijkt echter dat dat he­lemaal niet nodig is.

Wij weten dat een mens, die een voldoende concentratie kan opbrengen, in de helft van de tijd en met dezelfde kwaliteit van werk, een taak kan ver­richten die van een ander de volledige tijd vergt of zelfs meer. Het betekent dat iemand, die geconcentreerd de tijd hanteert in staat is om in een tijds­verloop, dat voor anderen gelijk blijft, zijn prestatiemogelijkheid te veran­deren en daardoor bv. wachttijden kan terugbrengen tot een ontspanning waarbij het tijdsbesef praktisch nihil is, terwijl alle concentratieperioden een versnelde handeling-, actie-, en reactiemogelijkheid te zien geven. Dit beperkt uit de aard der zaak door de stoffelijke mogelijkheden waardoor men in die tijd juist meer presteert.

Tijd is, wanneer het gaat om eigen actie, prestatie en bewuste reac­ties, een veranderlijke factor in het menselijk bestaan. Dat komt omdat u, als u mentaal bezig bent, daarbij automatisch een aantal van uw geestelijke voertuigen inschakelt. Welke? Ja, dat hangt van uw ontwikkeling af. Geïmpliceerd in dit alles ligt de constatering dat de mens in zekere mate heerser is over de tijd en niet de slaaf ervan.

Hieraan kun je de conclusie verbinden dat ook bepaalde lichamelijke processen, zoals slijtage e.d. niet afhankelijk zijn van tijdsverloop alleen, maar van een psychisch tijdsverloop dat niets te maken heeft met klokken­tijd en jaartallen. Dan is er een eindconclusie die ook nog hieraan moet worden verbonden.

Het betekent dat de mens, die innerlijk kan komen tot een voldoende erkenning van deze persoonlijke tijdswaarde niet enkel in staat is de toe­komst te beheersen, maar tevens in staat is zijn eigen leven juister te be­steden en zo nodig de duur daarvan aanmerkelijk te verlengen. Als u niets tegen de A.O.W. heeft, dan kunt u 102 of 105 jaar worden zonder veel moeite, als u maar de tijdsbeheersing in de gaten houdt. Hiermee wordt duidelijk dat de mens een steeds grotere mate van meester­schap over de tijd kan verkrijgen en ofschoon dit in de materie maar beperkt is door te voeren, kunt u uw normale levensduur hoogstens verdubbelen. Alleen de zeer grote ingewijden, die ook nog levenskracht weten te winnen, kunnen de normale levensduur ongeveer vertwintigvoudigen, maar dan zijn ze ook aan het einde van hun mogelijkheden.

Daarnaast hebben we de geestelijke mogelijkheden om de tijd waar te nemen en te overzien. Wij kunnen voorbereid zijn op datgene wat schijnbaar onverwacht gaat gebeuren in de komende dagen, als wij maar in staat zijn om een kenteken aan te brengen. Dat is erg belangrijk. Je kunt namelijk nooit zeggen: over zo­veel dagen of uren zal dit of dat gebeuren. Je kunt ook niet zeggen: ik heb in mijn uittreding, mijn droom of tijdswaarneming gezien dat er een ongeluk zal gebeuren op de hoek van bv. de Badhuisweg en de Stevinstraat met dodelijke afloop. Je kunt dat wel zeggen, maar je kunt niet zeggen: dat gebeurt van­daag of dat gebeurt morgen. Wel kun je zeggen: het is waarschijnlijk in de och­tend, de avond, de nacht. Of het was donker. Dat kun je wel zien.

Nu kun je zeggen: wanneer dat gebeurt, dan moet ik er op de een of an­dere manier bij betrokken zijn. Je probeert dan iets terug te gaan. Dus als je in de toekomst met een feit of een dreiging wordt geconfronteerd, concen­treer je dan niet alleen daarop, maar realiseer je dat er iets aan vooraf is gegaan. Maar wat? Dan blijkt dat een enkel woord, desnoods een opvallend voertuig dat voorbijkwam of een plotselinge klap die je ergens hoorde vooraf ging aan het verdere verloop. Fixeer dan dit teken zo goed je kunt in je her­senen. Dit betekent dat zelfs, als het beeld dat je hebt gezien misschien snel is vervaagd, er toch een automatische reactie ontstaat. Als je dit teken ontmoet, weet je wat er gaat komen. Dit betekent ook, dat je je eigen positie t.a.v. dat gebeuren kunt veranderen in verhouding tot hetgeen je in de toekomst als de grootste mogelijkheid hebt voorzien.

Het is allemaal goed en aardig te zeggen: ik stond daar voor die trein en dacht: het is zo onheilspellend, maar dat zal wel aan mij liggen. Nu zit ik in deze ontsporing. Of: ik ben teruggegaan en daardoor is het net niet gebeurd. Gemakkelijk genoeg om dat te zeggen. Maar het is veel beter als je de daaraan voorafgaande kentekenen herkent. Want dan ontstaat automatisch het besef. Niet van een dreiging, maar het voorvoelen alleen: de flits dat gaat er gebeuren. Dan zeg je niet: ik pak deze trein niet, maar: ik rijd over een andere weg. Zo kun je voor jezelf veel moeilijkheden voorkomen.

Wanneer u bij een aanrijding betrokken bent volgens de waarschijnlijk­heid van de toekomst en u heeft dat signaal van tevoren (bv. een brom­fiets die ineens voorbij komt schieten vlak voor u) dan zegt u: in plaats van dat ik doorloop, neem ik de volgende straat. Het resultaat is, dat de gebeurtenis niet plaatsvindt, althans niet met u. U kunt dus de toekomst beïnvloeden door kennis van de grootste mogelijkheden en door de maximale waarschijnlijkheidsontwikkeling in die toekomst te erkennen. U beschikt over voertuigen waardoor dit mogelijk is.

Het is duidelijk dat intuïtieve reacties waarover we hebben gespro­ken vaak aan de hand van bepaalde dingen tot stand konen.

Neem bv. I Tjing: het werpen van munten of van stokjes of stengels. Dat is een methode om zich te concentreren op een toekomstige gebeurtenis, om te proberen een toekomstprobleem dat in het “ik” aanwezig is te benade­ren. De I Tjing heeft het grote voordeel dat ze geen gefixeerde verklaringen kent. Het is altijd weer een reeks stanza’s van onderaf opgebouwd, waar­door je eigenlijk zelf tot nadenken en tot associëren wordt gedwongen ten aanzien van de vraag die je stelt. En dat betekent, dat de toekomstwaarden, die normaal niet tot het bewustzijn doordringen nu misschien wel daaraan worden overgedragen. Daardoor heeft het in enkele gevallen wel degelijk een grote voorspellende waarde. In bepaalde gevallen, maar niet altijd.

Hetzelfde zou kunnen gelden voor het werken met kaarten. Een kaartleg­ger werkt ook met het toeval. Hier kunnen echter zekere nadelen in zitten waardoor de werkelijke toekomstvisie niet zo gemakkelijk bereikbaar is. Als wij uitgaan van een vaststaande uitleg voor de kaarten, dus een vaststaan­de waarde door de kaarten in verhouding tot elkaar, dan komen we tot een constructie. Deze constructie heeft niets te maken met de diepe innerlijke waarden. Integendeel, ze worden erdoor terzijde geschoven. Daardoor zal er juist, als wij geheel volgens de voorschriften werken en interpreteren veel­al sprake zijn van mislukken. De voorspelling, die uit de kaart wordt gedaan, heeft niets meer te maken met de grootste waarschijnlijkheid die in het lot van de mensen en in de tijd is gefixeerd.

Een vraag die weleens wordt gesteld is: als wij een associatietest doen, zoals bv. een Rorschachtest, wat dan? Het antwoord is, dat wij hier te maken hebben met zaken die gericht zijn op het eigen “ik”. Ze zijn niet ge­richt op heden of toekomst. Daardoor is het praktisch onmogelijk, dat men aan de hand hiervan en een toekomstvisie toegang kan vinden tot het waakbewust­zijn. Ditzelfde geldt t.a.v. een visie in het verleden. Hier hebben wij zuiver te maken met een associatie waardoor het “ik” zichzelf ontmoet in de uitge­drukte waarde.

Er zijn heel wat methoden van waarzeggen bekend. Dat loopt van de kristal­len bol, het schaaltje met water, de druppel inkt in het water tot de meest ingewikkelde somnambulistische toestanden. In alle gevallen geldt dat concentratie of de concentratiemethode op zichzelf zinloos is, tenzij er een geestelijk voertuig is waarin een tijdswaarneming of een vermogen tot reizen in de tijd is opgenomen. Het overzien van de tijd, dat in het geestelijke voer­tuig gebeurt, kan dan aan de hand van deze methode misschien gemakkelijker tot het bewustzijn doordringen, terwijl het gelijktijdig eenvoudiger is geworden een voldoende concentratie te bereiken waardoor dat voertuig inderdaad die tijdslijn gaat waarnemen.

Maar dat betekent helemaal niet dat met al die moeilijkheden de mens niet de mogelijkheid bezit om de tijd waar te nemen, de toekomst zo goed als het verleden, dat de mens niet over een beheersing kan beschikken waardoor hij zelfs lichamelijk de betekenis van tijd kan veranderen. Dat nu is het punt dat wij, sprekend over de krachten in de mens, toch wel even op de voor­grond moeten schuiven.

Elke mens is door zijn wezen gelijktijdig eeuwig en tijdgebonden in een groot aantal verschillende werelden. Dat kan lopen van 3 tot ongeveer 144. Een mens die een redelijke mate van geestelijke ontwikkeling en be­wustzijn bezit, zal over een aantal geestelijke voertuigen kunnen beschik­ken en deze kunnen beïnvloeden ook vanuit de materie, terwijl de voertuigen zelf over een veel grotere afstand in de tijd kunnen waarnemen dan voor een mens redelijk mogelijk is. De grote kunst is het terugbrengen van dit alles.

Dit terugbrengen kan geschieden in de vorm van droombeelden. Dat heb­ben wij reeds besproken. Het kan geschieden in de vorm van visioenen waar­bij vaak symbolen en werkelijkheid dooreen gemengd zijn. Het kan een vorm van intuïtie zijn waarbij men iets zegt zonder te weten waarom, daar de redelijke samenhang teloor is gegaan. Het kan zelfs zijn, een volledig juiste erkenning van een toekomstige ontwikkeling, zelfs met de mogelijkheid om die althans enigszins in tijd te bepalen. Zoiets van: die mode heb ik al gezien, maar dat zal toch een tiental jaar geleden zijn. Details van de waarneming in de tijd helpen om het tijdstip mede vast te stellen. De precieze tijd zou theoretisch kunnen worden vastgelegd, als het feit waar het om gaat zich afspeelt in een vertrek waarin een goed lo­pend uurwerk en een kalender met de juiste datum erop zich bevinden. Dan zou u misschien nog in moeilijkheden kunnen komen ten aanzien van het jaar, maar mogelijk staat ook dat op de kalender. In dat geval (en dit is bijna het enige geval) kunt u zeggen wanneer er iets gaat gebeuren en u dus een beleving in de toekomst kunt fixeren in tijd. Benaderingen zijn mogelijk.

Ik heb u gewezen op de belangrijkheid van het zoeken naar kentekenen. Dergelijke tekenen zullen in uw besef wakker liggen en soms ook vanuit het onderbewustzijn als een weksignaal dienen waardoor de hele sequentie van een toekomstige gebeurtenis opeens weer als een ervaring wordt beseft en er dus een zekere mate van vooruitzien op zeer korte termijn plotseling mogelijk wordt.

Er zijn echter ook nog andere methoden om bepaalde punten te fixeren.

Ik geef u hier de belangrijkste kort aan:

  1. Als u zo’n soort droom heeft en u denkt dat het een droom is betreffende de toekomst, bespreek haar met anderen. U behoeft niet te zeggen dat u daar zelf iets in de toekomst van verwacht, maar bespreek haar. Door het bespreken fixeert u de droom ook in uw normaal bewust­zijn, uw waakbewustzijn. Redelijke processen kunnen u daarbij helpen om de symbolen van de feiten te scheiden en tot een betere interpretatie te komen.
  2. Wanneer u bewust probeert in de toekomst te schouwen (voor de meesten van u zouden dergelijke proeven heel aardig kunnen verlopen), dan moet u zich aanleren de beelden daarvan zonder enige kritiek vast te leggen. De eenvoudigste methode is natuurlijk de cassetterecorder. Druk op de knop, vertel wat u heeft gezien, laat het even rusten en luister het later nog eens na of maak een aantekening. Alweer, door dit te doen, fixeert u de zaken ook in uw waakbewustzijn. Datgene wat anders zeer snel weer naar het onderbewustzijn verhuist blijft benaderbaar en dit kan u ongetwijfeld helpen uw houding nader te bezien.
  3. Niet aan alle, maar in zeer vele met toekomst en tijd samenhangende droombeelden, visioenen en waarnemingen kennen wij een z.g. “rode draad” toe. Deze draad heeft vele verschillende vormen. Een in het oosten heel vaak voorkomend beeld bij kristalkijkers is bv. de veger. Men ziet een wat schimmige figuur, die met vegende bewegingen iets schoon schijnt te maken. Dan geldt voor de ingewijden in het kristalkijken: let goed op hoeveel malen die veegbeweging wordt gemaakt, want dat bepaalt hoe ver in de toekomst de volgende scene zal liggen. Dat is wel niet helemaal juist, maar het helpt u inderdaad de tijd te bepalen. U zult ontdekken dat die draad (de verbinding tussen heden, toekomst of verleden) altijd weer bestaat uit een aantal resultaten of symbolische gebeurtenissen.

Heeft u een voertuigdroom, dan ziet u misschien bomen. U rijdt bv. 6 bomen voorbij, daarna bevindt u zich ineens op een open weg, u ziet geen bomen meer. Dan zijn die 6 bomen een aanduiding dat 6 perioden later (u weet niet volgens welke perioden) de gebeurtenis zich zal voltrekken. Het kan zijn: 6 jaar, in dat geval zullen wij de zon als symbool erbij zien. Het kan ook zijn: 6 maan­den later, dan zien we daar meestal de maan of maanlicht bij, waardoor ook weer een bepaling mogelijk wordt. We kunnen zelfs ook, soms als het om dagen gaat, zien dat de bomen alle een verschillende kleur hebben. Als we te maken hebben met minder dan 6 bomen, die alle een sterk afwijkende kleur vertonen, dan is het bijna zeker dat we in dagen tellen.

De draad kan ons niet helpen om precies te bepalen wanneer het gedroom­de of het geziene waar wordt. Het kan ons wel helpen om met enige waarschijn­lijkheid een periode in de tijd aan te geven waarbinnen het geziene waar kan worden. Door van de draad gebruik te maken, vooral als u al enige ervaring heeft met deze dingen, leert u om een tijdsdefinitie in menselijke termen te geven voor gebeurtenissen die geestelijk vanuit een totaal ander tijdsverband werden waargenomen.

U bent, of u het weet of niet, in zekere mate meester over de tijd. Dit betekent, dat u in zekere mate ook meester bent over uw eigen lot. U kunt zeker niet het gehele verloop van uw lot volledig beïnvloeden, maar u kunt vele ervaringen daarvan wijzigen en wel door vooruitziende gevaren of gunstige mogelijkheden te erkennen en daarvan dan ook direct gebruik te maken.

Ik heb nu nog een beeld dat eigenlijk op wat andere zaken berust. Het hangt o.m. samen met het telepathisch vermogen.

Het is mogelijk, dat u kort voordat u iemand ontmoet of voordat er iets gebeurt, het idee heeft dat u in gedachten een gesprek daarover voert of hoort voeren. U fantaseert daar een ogenblik over. Dergelijke fantasieën blijken vaak dicht bij de werkelijkheid te liggen. Ook dan gaat u vooruit in de tijd, maar het is een heel korte periode.

Als je een dergelijke droom hebt, zijn er altijd bepalende kenmerken. Zoals je weleens in een advertentie leest: ik draag een rode roos en the Times in de hand, zo zijn er altijd in dergelijke perioden van voorschouw op korte termijn dingen die belangrijk zijn. Bijvoorbeeld: ik heb een blauwe, gele of rode jas aan of er zit een man op de bank. Het zijn altijd weer gegevens die direct slaan op iets wat je waarneemt wanneer de ontmoeting of de ge­beurtenis plaatsvindt. Door daarmee rekening te houden, kun je het werkelijke verloop van het gesprek vermijden of waarmaken. In zo’n geval heb je te maken met een mogelijkheid, die op korte termijn wordt beseft, waarin de medespe­lenden ook wel vaststaan en het bestaan van deze kenmerken op zich beslis­send zal zijn voor het verdere verloop van de gebeurtenissen en de eigen re­acties daarop een beheersbare reactie is op die gegevens. Het verdere ver­loop wordt bewust door u bepaald, ook als er verder eigenlijk geen daadwer­kelijk ingrijpen is.

Dit kan van groot belang zijn als u onaangename visite moet ontvangen. Als u hoort zeggen: “Jij hebt altijd lekkere soesjes,” stop dat schaaltje weg, dan verdwijnen ze gauw of als het aangename visite is en ze hebben het ook over “die lekkere soesjes”, zet alvast een schaaltje op tafel, dan blijven ze langer. Op die manier kunt u ontzettend veel bereiken. Zelfs op korte ter­mijn is een mate van voorschouw mogelijk, waar u als mens van tevoren een ver­der verloop kunt bepalen.

Ik heb u in dit geheel een paar gegevens verstrekt die voor een prak­tisch beoefenen ervan als handleiding kunnen dienen. Voor hen die nu nog niet weten hoe ze het moeten doen nog zeer kort samengevat:

Bij het zien in de toekomst: concentratie. Concentratie op die toekomst en wel in verband met bepaalde persoonlijkheden of gebeurtenissen. Het behoeft niet vast te staan dat die gebeurtenissen inderdaad zullen plaatsvinden. Het behoeft ook niet vast te staan dat die personen in de toekomst inderdaad een rol zullen spelen. Ga uit van uw verwachtingspatroon. Als u zich daarop concentreert en dan probeert spontaan ingevingen te ontvangen, dan zult u merken dat u met uw reactie dichter bij de toekomstige werkelijkheid zit dan op grond van de verwachtingen redelijk is.

Als de zaak in het begin nogal caleidoscopisch en verwarrend is, gooi dan de zaak er niet bij neer. Dat is een normaal verschijnsel. Blijf die concentratie volhouden. U zult ontdekken dat de zaak steeds overzichtelijker wordt en steeds meer fragmenten toch een geheel blijken te vormen.

Wanneer u zich hiermede bezighoudt, moet u zeer goed beseffen dat u niet gerechtigd bent anderen vooral ongunstige ontwikkelingen te voorspellen. U kunt hen wijzen op bepaalde gevaren, maar dan zonder toespeling op hetgeen u heeft gezien of meent te hebben waargenomen. Alleen op deze manier kunt u uw verantwoordelijkheid tegenover anderen dragen.

Wat de goede dingen betreft: laat de mens alstublieft zelf de vreugde of de verrassing ervan ervaren. Als je iets verwacht en het komt, dan valt het meestal tegen.

De mens en het duister

Als een mens probeert zichzelf te beschouwen, dan wordt hij steeds weer geconfronteerd met verwachtingen die niet worden bewaarheid en met moeilijkheden die hij meent niet geheel te kunnen overwinnen. Een mens veroordeelt zichzelf bijna voortdurend tot een duisternis waarin hij op zijn eigen manier een soort Purgatorium (Vagevuur) doormaakt. Altijd weer zit hij met de klachten over zijn eigen leven, maar ook heel vaak met angsten ten aanzien van zijn geestelijk bestaan. De mens, die het duister op zijn wijze beleeft, vergeet daarbij soms ook dat duister alleen daar mogelijk is waar licht is.

De benadering van zijn eigen wezen is veelal verkeerd. Als hij denkt aan duisternis en negativiteit, dan ontneemt hij zich de mogelijkheid om onmiddellijk lichtend en dus met de krachten die in hem leven te werken. Een mens, die zich bindt aan duister, ontneemt zichzelf alle mogelijkheid om bewust te reageren. Maar een mens, die in het duister probeert licht te zijn, doet een beroep op zijn eigen krachten. Als je licht bent, is er geen duister meer.

In de hele menselijke geschiedenis van de mystiek treffen wij al deze eigenaardigheden steeds weer aan. Mensen, in het diepste duister en in de diepste wanhoop, komen tot een mystieke verheerlijking. Opeens verandert de betekenis der dingen. Mensen, die schijnbaar hopeloze taken moeten volbrengen, denken aan iets positiefs en bijna zonder hun ingrijpen, schijnt opeens de taak voltooid te worden. Het is alsof zij slaapwandelaars zijn die in de verrukking van hun innerlijke vreugde, het onmogelijke waarmaken zonder het zelf te beseffen. Wie zijn krachten wil gebruiken, wie zijn per­soonlijkheid op de juiste wijze wil ontwikkelen zal daarbij zeker ook moeten uitgaan van dit licht, van het positieve.

Wanneer de toestand dermate duister lijkt dat ik geen uitweg zie, dan is het tijd een ogenblik innerlijk te rusten. Wanneer de situatie dreigend is in stoffelijk opzicht, zal uw lichaam instinctief reageren. Dat lichaam gaat zijn eigen wegen. Maar als u innerlijk die rust terugvindt (denk aan licht, denk aan kracht), dan bereikt u daarmee niet alleen dat u stoffelijk meer kunt presteren, maar u bereikt gelijktijdig dat u geen panische reacties kent, dat u alle mogelijkheden en feiten overziet en dat niet alleen voor uzelf, maar ook voor allen die mede betrokken zijn bij de toestand of bij het gebeuren.

Wie zich beroept op zijn innerlijk licht vindt uitwegen die schijnbaar niet bestaan, omdat zij niet worden beseft. Het verhogen van eigen besef door een beroep te doen op de innerlijke kracht en te vertrouwen op de in­stinctieve reacties van het lichaam brengt de mogelijkheid om duisternis steeds meer te verdrijven.

Heel veel mensen kunnen het duister in zichzelf niet aan. Zij maken daarvan dan onmiddellijk een dreiging van buitenaf. Zij noemen die dan duivel, djinn, demon, misschien een boze geest of de invloed van een tovenaar die hen kan beïnvloeden. U kunt nooit van buitenaf zo beïnvloed worden, als u niet eerst innerlijk daarop reageert. De beste tovenaar kan u niets doen indien u innerlijk niet ontvankelijk bent voor de suggestie die men u zendt. Geen geest van licht of duister kan u beroeren of dwingen, tenzij u eerst innerlijk aanvaardt wat in die geest is en de suggestie daarvan zodanig absorbeert dat u het zelf begint waar te maken.

Zeker, een tovenaar of een heks kan iets doen, als u reageert. Zij kunnen uw reactie versterken, zowel uw lichamelijke als uw psychische reactie. Maar zij kunnen u niet veranderen. Zij kunnen alleen werken volgens datgene wat u reeds bent. Wie dus in het duister is of door het duister wordt bedreigd, moet zich goed realiseren dat alleen al door het besef, door u daaraan over te leveren, u zich kwetsbaar maakt. Als u voelt: hier is duister, denk aan licht. Als u voelt: ik word bedreigd, denk: ik zal alle krachten in mij oproepen en ik zal voorlopig maar reageren volgens de instinctwaarde.

U heeft in uzelf, als mens en als geest, een gevoel voor goed en kwaad. Nu zijn goed en kwaad geen algemene en objectieve waarden, maar voor uzelf zijn ze bepalend. Kwaad is voor u duister. Goed is voor u licht. Als u be­trokken bent bij iets wat u aanvoelt als kwaad, dan moet u daar licht tegen­over stellen. U kunt duister niet met duister vernietigen. Licht kan echter wel duister vernietigen. Alleen degene die zich overgeeft aan het duister, kan daardoor het licht uit zichzelf verdrijven. De mens die bang is voor het duister, is in wezen bang voor zichzelf. Alle angsten, alle demonen bestaan allereerst in u. Dan pas kunnen zij van buitenaf worden gemanipuleerd en ver­sterkt.

Als ik spreek over de mens in het duister, dan doe ik dit vooral om­dat menig mens zijn krachten verkeerd gebruikt. Als er duister is, en je be­gint je daar wanhopig tegen te verzetten, dan zul je alleen al door het ver­zet het duister aanvaarden. Maar als je duister erkent en daar licht tegenover zet (niet het duister bestrijden maar het licht sterker maken), dan win je in jezelf die positiviteit, die onaantastbaarheid waardoor de gehele be­dreiging rond je a.h.w. wordt weggedrukt en je denken, je reageren, je mo­gelijkheden zo positief mogelijk kunnen worden gebruikt.

De mens vreest het duister zoals hij de dood vreest. Hij ziet het als een uitblussing. Maar wie zich bewust is van het feit, dat hij in de hele kosmos zelf licht is, zal zeggen: wanneer de laatste ster dooft in het heelal en ik wil niet meegaan, dan zal ik zeggen: ik ben licht in mijzelf, en ik zal zelf de schepper worden van een totaal nieuwe schepping, als ik dit wens. Want ik heb licht. Ik heb een kracht die ik kan omzetten in licht. Ik ben positief, en niet alleen negatief. Ik ben een wezen van evenwichten. Maar in die evenwichten kan ik door alleen het licht steeds sterker te maken mijn vermogen om in balans te blijven met de duistere factoren uitbreiden.

Het is gemakkelijk genoeg om al deze duistere dingen van de mens weg te verklaren. Je kunt dit doen zoals Freud en de zijnen hebben gedaan met seksualiteit. Je kunt het doen zoals Jung in bepaalde perioden heeft gedaan, door vooral terug te kijken naar de gehele ontwikkelingsgeschiedenis van de mens of van de geslachten. Je kunt het doen door de mystieke factoren van andere denkers en filosofen erbij te betrekken. Maar de uitleg helpt je niet. Uitleg is slechts een verdringing van een innerlijk toch nog feitelijke toestand. Daarom wil ik in dit korte betoog nadrukkelijk stellen:

Indien u in uzelf geestelijk, emotioneel, mentaal duisternis ziet, vreest en ontmoet, richt u op uzelf. Er zijn in u zaken die u erkent als goed of licht. Probeer die sterk te maken. Denk daaraan. Beroep u daarop. Tracht die emotie weer in u op te wekken. Door dit licht zult u in staat zijn het duister te beheersen. U zult het niet uitroeien. Duister is een nodig bestanddeel, ook van de mens. Maar als het duister wordt beheerst, als het niet een dwang wordt, dan is dit duister, wat u nodig heeft om uw eigen licht duidelijker te zien en te beleven. Dan is de positieve beleving van het bestaan op zichzelf voldoende dankzij dit duister om elke lichte kracht en elke lichte wereld zonder vrees te aanvaarden en alle duister van u af te wijzen, indien het niet wordt beseft als een noodzakelijk gebeuren om uw eigen leven en het licht daarin het juiste reliëf te geven.

Pauze

Pauze, rust. Ogenblik van bezinning. Noodzakelijk als verbinding tussen wat is en wat zal worden.

Als wij worden voortgedreven zonder te beseffen, dan zullen wij niet weten wat wij zijn en wat wij doen. Maar als wij de rust vinden in onszelf, als wij uit onszelf de bezinning kunnen vinden waardoor wij het verleden juister beseffen, zo zullen wij bewuster onze toekomst bepalen.

Als wij alleen maar verder gaan in de naam van God, dan kennen wij God niet. Maar op het ogenblik, dat wij in een moment van rust God beleven, dan ondervinden wij een waarheid, een mogelijkheid die veel verder gaat dan alles wat wij ooit zelf hadden kunnen doen of zijn.

Pauze is noodzakelijk. Altijd weer is dat een ogenblik van rust, van ontspanning, van beseffen waardoor wij gisteren beter begrijpen en morgen beter zullen beheersen. Dat is voor mij het belang van een pauze.