De menselijke geest in de wereld

uit de cursus ‘ Relatie mens en de geest’ – ( hoofdstuk 4 ) januari 1973

De mens heeft een geest. De mens leeft stoffelijk in de wereld. Het gehele voorstellingsleven van de mens wordt bepaald door stoffelijke factoren. Zijn geest is aan deze stoffelijke voorstellingen gebonden, omdat ze de enige mogelijkheid zijn om een uiting tot stand te brengen, die voor het gehele menselijke wezen bereikbaar en aanvaardbaar is.
Nu weet u ook allemaal, dat de mens in de wereld vele dingen doet. Sommige mensen zijn sportief, ze doen aan wintersport, rijden scheve schaatsen. Anderen zijn weer meer mathematisch aangelegd en houden van een dubbele boekhouding en zo. Kortom, iedereen heeft zo zijn eigen methode om de wereld te benaderen en heeft dus ook eigen waarderingen, eigen referentietermen en daarmede een aantal beelden, welke voor die geest een betekenis hebben, die niet voor elke mens gelijk kan zijn. Dit is het eerste punt, dat wij vanavond willen stellen.
Er zijn dus speciale beelden of voorstellingen, welke van mens tot mens kunnen verschillen, maar die voor de geest bepalend zijn voor de uitdrukking van harmonie en van reactie. Het zal u duidelijk zijn, dat als je daarmee begint, je automatisch terecht komt bij het sterk persoonlijke karakter van het geestelijk leven in de stof. Het is eenvoudig niet mogelijk om b.v. een geloof te vinden dat voor een ieder gelijkluidend is, voor een ieder een gelijke geestelijke inhoud en betekenis heeft en bovendien nog in gelijke termen in de wereld kan worden uitgedrukt. En omdat die mogelijkheid niet bestaat, moeten wij dus proberen de wijze waarop de menselijke geest werkt als zij in de stoffelijke wereld vertoeft wat nader te definiëren. Ik heb daarvoor een paar stellingen gekozen.
Ik stel:
Het geheel van een harmonisch complex – zoals dit in de kosmos bestaat – kan voor de menselijke geest worden uitgedrukt door één enkel beeld of door één enkele voorstelling, die aan de stof kan worden overgedragen, maar die als symbool de totale kosmische waarde voor deze geest en van deze geest betekent.
Dan zal u duidelijk zijn, dat wij dus, terwijl wij in de stof zijn, om God te bereiken of om een bepaald geestelijk niveau te bereiken niet met standaardvoorstellingén kunnen volstaan. Wij zullen zien, dat een klein jongetje de hemel bereikt in de geest, als hij droomt van een voetbal in de stof. Voor hem zijn deze dingen op dat moment identiek. Wij zien dat iemand zijn absolute machteloosheid, zoals hij die stoffelijk heeft aangevoeld, vergeet en geestelijke inzichten en energieën verwerft eenvoudig door te denken aan b.v. een biefstuk of een gekookt ei. Dit alles klinkt een beetje vreemd. Maar het symbool, dat wij kennen in de materie, is niet slechts een symbool van zuiver stoffelijke aard, doch het is de uitdrukking voor een toestand van het ego. Deze toestand wordt door de geest tijdelijk met dit beeld a. h. w. omschreven.
Nu is er in de psychologie heel veel te zeggen over de vele droomsymbolen van de mens. Bijvoorbeeld in het Freudiaans denken is iemand, die droomt van een bezemsteel niet iemand, die droomt van de grote schoonmaak, maar van een veel intiemere bezigheid. Hier is sprake volgens de psychiatrie en psychologie van een verdrongen stoffelijke impuls. Is dat wel zo? Is dat wel waar?
Gezien het eerste punt dat ik u heb beschreven, zou het ook zo kunnen zijn. Voor een mens kan een gevoel van eenheid alleen op lichamelijke wijze worden uitgedrukt, ofschoon hij dit maatschappelijk niet mag aanvaarden. Vandaar een beeldverdringing. Dan kunnen wij zeggen, dat voor deze mens een sexuele eenwording in feite een kosmische eenwording representeert. De geest zal deze volgens de mensen minder nette beelden gebruiken om daarmede haar eenheid met de Godheid uit te drukken. Het is belangrijk, dat wij dit in de gaten houden. Niet de waarderingen zoals die op aarde bestaan, maar de innerlijke emotionele betekenis van bepaalde beelden is datgene wat de geest aan een uitdrukkingsmiddel helpt. Het geeft daarmede de geest ook de mogelijkheid om macht over te dragen aan de materie.
De geest, die in de stof leeft, beschikt over het geheel van haar geestelijke vermogens en krachten, die reiken tot het maximum van bewustwording dat in de geest ooit werd bereikt. Dit geldt ook voor een geest, die tijdelijk in een toestand van bekrompenheid of verduistering a.h.w. verkeert. Elk beeld, dat de geest in zich kan aanvaarden als representant van de hoogste bewustwording en de hoogste kracht, zal haar in staat stellen om de hoogste bewustwording en kracht ook aan de stof door te geven. Hierbij is dan echter het symbool a.h.w. het werktuig geworden waardoor deze kracht wordt geactiveerd.
Hier worden wij weer geconfronteerd met een eigenaardigheid van de geest in de stof, die men vaak over het hoofd ziet. Men denkt: ach, die geest leeft in het “ik” en als zij het in het “ik” maar netjes en goed doet, dan zal het wel een keer naar buiten komen. Maar dit is helemaal niet waar. Die geest kan uitdrukken wat zij in zich heeft, wat zij is door een beeld dat zij aan de stof heeft ontleend. Haar uiting van kracht in de materie is dan ook gebonden aan het herontstaan in de materie van dit beeld.
In de magie hebben we daarover veel gehoord. U kent allemaal de z.g. overdrachtelijke magie, waarmee wij op aarde iets doen in de hoop dat de hemel het ook zal doen. Dat lijkt dan wel heel erg primitief. Wij gooien een beetje water op de grond in de hoop, dat het gaat regenen. Hoe kun je zo stom zijn, zegt dan de redelijk denkende mens.
Als wij het nu eens anders stipuleren en zeggen: Dit geven van water aan de bodem die dat nodig heeft is een daadstelling. Dit water is de uitdrukking van leven en levenskracht. Indien voor de geest het symbool “water” identiek is met leven, dan zal het totaal van haar levenskracht op aarde gemanifesteerd kunnen worden dank zij het feit, dat men dat beetje water uitgiet. Dat gieten van water op zichzelf doet dus niets, maar het is voor de geest een middel om haar eigen krachten in de stoffelijke wereld tot ontplooiing te brengen op een zodanige wijze (daarbij spelen astrale factoren natuurlijk ook een rol), dat daar werkelijk veranderingen in het milieu tot stand kunnen worden gebracht.
Een punt waarover men over het algemeen ook niet teveel nadenkt is dit: De mens heeft een rede, die voor een groot gedeelte wordt misbruikt. De rede echter geeft aan: de samenhangen, die voor de mens in de materie volledig aanvaardbaar zijn. Anders gezegd: het schema volgens hetwelk zijn wereld functioneert. De geest kan nooit tegen de rede in functioneren. Zolang er een strijdigheid is tussen het redelijkheidsbegrip van de mens en zijn geestelijke vermogens, zal hierdoor een beperking van de geestelijke vermogens tot stand komen.
Nu zult u zeggen: dat is allemaal wel mooi, maar wat heb ik eraan? Weer een heel eenvoudig voorbeeld:
Als wij de theologie hanteren, dan bouwen wij een hele wetenschap op om daarmee aan een reële, redelijke vraag te ontkomen. De vraag: Is er een God? Die hebben wij a priori reeds beantwoord en wij doen nu alles om een verdere beantwoording vanuit ons standpunt te ontgaan. Het is duidelijk, dat een theoloog daardoor veel moeilijker dan iemand anders in staat zal zijn waarlijk goddelijke kracht op aarde te manifesteren, want hij weigert de in hem bestaande werkelijke problemen en regels te aanvaarden. Hij heeft zijn redelijkheid op een bepaalde wijze gericht, maar hij kan deze niet volledig aanvaarden. Dat blijkt wel uit zijn methode van argumenteren. Dan is het logisch, dat naarmate er meer theologen komen er minder wonderdoeners op aarde zijn. Dit klinkt nu even als een hatelijke stelling, maar het is volkomen waar.
Een wonder is niets anders dan een ontlading van kosmische krachten middels de menselijke geest en overgedragen aan het lichaam en via dit lichaam aan de stoffelijke wereld. Dat is het wonder.
Op het ogenblik, dat ik niet meer redelijk het ingrijpen van een dergelijke kracht kan aanvaarden, zal ik elke uiting van een soortgelijke kracht verwerpen, omdat zij mijn eigen stellingen in gevaar brengt. Een heel bekend gebed van een Kerkvader (Ambrosius) luidde:
“Ach, Here God, wij bidden en smeken U; geef ons de waarheid, maar wacht daarmee alstublieft totdat wij dood zijn.”
Toen zij hem zeiden dat hij daar met God spotte, zei hij:
“Neen, want wij allen zijn bang voor de waarheid die in ons ligt. Zolang wij de waarheid niet kunnen aanvaarden, kunnen wij God niet aanvaarden. Als wij dus tot God bidden, moeten wij dat voorwaardelijk doen.”‘
Een heel logische opvatting.
Als wij dus de rede gebruiken, dan moeten wij die hanteren op een zodanige wijze, dat ons innerlijk geloof past binnen het kader van de redelijkheid. Wij mogen van God geen bovenredelijkheid verwachten. Voor ons moet God iets zijn dat zich op een voor ons redelijke, kenbare wijze uitdrukt. Wat meer is; laten wij gewoon Hem maar als mysterie voortbestaan. Maar wij moeten eerst het contact hebben gelegd, want dan vinden wij de termen en de wetmatigheden in onszelf, die door de geest worden overgenomen en dan haar weer de mogelijkheid geven de krachten van God te openbaren in de wereld.
Dan denkt u. Wat moeten wij daarmee doen? Wel, er is nog een ander punt.
Het geheel van de kennis van de mens omvat het totaal van zijn herinneringen – ook de niet bewuste – plus het totaal van zijn geestelijke herinneringen betreffende vorige levens zowel als van zijn verblijf in sferen. Hij kan dus uit dit geheel putten zolang hij beschikt over de termen, waarin deze begrippen kunnen worden weergegeven. U zegt: Dat is niet waar (dat is namelijk de eerste reactie die je krijgt, als je zo’n punt stelt), want wij vergeten zoveel. Ja, wij vergeten veel, natuurlijk. Maar dat komt, omdat wij niet tot een ontspannenheid komen, omdat wij de geest niet aan het woord laten. Op het ogenblik, dat een mens zichzelf vergeet en dus niet meer als mens wil functioneren en daarnaast misschien ergens nog geestelijke waarde hebben, maar zich gewoon geeft als één geheel, is zijn geest geheel ingeschakeld in datgene wat hij stoffelijk naar voren brengt. De termen, die hij gebruikt zullen uit de aard der zaak de termen zijn, die hij lichamelijk heeft leren kennen. De beelden, die hij gebruikt, zijn dus symbolen, die voor hem stoffelijk- lichamelijk belangrijk zijn geworden. Zijn redeneertrant zal aangepast zijn aan de wijze waarop hij zich op aarde pleegt uit te drukken. Maar het feitenmateriaal dat hij binnen dit kader kan gebruiken omvat het geheel van zijn bestaan en niet slechts dat kleine beetje dat hij op aarde heeft geleerd en onthouden.
Wie zich wel eens heeft beziggehouden met die vreemde dingen zoals inspiratie en dergelijke, zal tot de conclusie komen dat, ofschoon de geest hierbij natuurlijk ook wel rol kan spelen dat heb ik in een andere les duidelijk gemaakt wel degelijk ook het eigen ego een rol speelt.
Ik zou hier even willen afwijken van het zuiver stoffelijk aspect en zeggen: Elke harmonie, die voor de geest mogelijk is, terwijl zij in de stof verkeert, zal voor haar alleen realiseerbaar zijn in de termen van haar stoffelijk bestaan. Dat wil zeggen, dat hoge entiteiten u kunnen helpen om in en vanuit uzelf de juiste dingen te vinden, maar dat u zelfs dan, in uw manier van uitdrukking, sterk gebonden bent aan hetgeen er in u berust.
Een tegensputteraar zou hier onmiddellijk kunnen opmerken dat er toch veeltaligheid voorkomt, dus het gebruik van vreemde talen. Mijn antwoord daarop is. Als u tien keer heeft geleefd, dan heeft u tenminste tien talen leren gebruiken; waarschijnlijk echter meer. Er zijn mensen, die in één leven vier, vijf, zes talen redelijk beheersen en gebruiken. Het zal dan duidelijk zijn, dat de kleinste herinnering aan een taal in het lichaam voldoende is om de geest de mogelijkheid te geven zich in die taal ook verder uit te drukken, want dan is er de aanleiding.
U ziet, het is allemaal betrekkelijk eenvoudig zolang wij tenminste de geest, terwijl ze in de stof als mens actief is, niet willen belasten met taken die stoffelijk zijn.
Er is bij vele mensen de neiging te constateren om hun gehele leven of bepaalde aspecten daarvan over te hevelen naar het geestelijke. Nu zult u wel begrijpen, dat het voor een ingewijde mogelijk is om zich met geestelijk voedsel te verzadigen, ook lichamelijk. Maar de doorsneemens brengt het niet zover. Daarom moeten wij voor de doorsnee mens stellen: hier zijn dus nog uitzonderingen mogelijk. Hij, die stoffelijk al datgene doet wat hij lichamelijk kan volbrengen, schept daarmede de meest perfecte basis voor zijn geest om tot aanvulling van de stoffelijke vermogens en mogelijkheden over te gaan vanuit geestelijke sferen.
Hier is het dus een kwestie van eerst zelf iets doen, eerst zelf iets presteren en dan pas kan er de bovennatuurlijke aanvulling zijn. Er zijn een hoop mensen, die dat juist het lastigst vinden, omdat zij graag zouden willen zitten wachten, vol geestelijke geladenheid, totdat de wereld rond hen verandert. Maar je moet tot het uiterste van je stoffelijk kunnen gaan, dan pas kun je de aanvulling verwachten. Om het nog duidelijker te zeggen: Als u niet alles doet wat lichamelijk mogelijk is en dus in uw stoffelijke wereld u beperkingen oplegt (de wegen doen er verder niet toe), dan is het duidelijk dat uw geest eveneens deze begrenzingen beleeft. Er kan geen absoluut vrije reactie van een geest zijn in een lichaam dat zichzelf begrenst om welke reden dan ook. Eerst als het lichaam tot het uiterste van zijn krachten gaat, ontstaat er een versmelting, een eenheid. En door deze eenheid kan de geest met haar vermogens en krachten aanvullen. Hier wordt dus in feite gesteld:
Vraag God om kracht, maar begin zelf. Dat is een leefregel, die menigeen tegenwoordig over het hoofd ziet.
Datgene wat moet geschieden, zal geschieden. Maar indien wij dit doen met volle inzet van onze persoonlijkheid, zal het gebeuren voor ons een aantal geestelijke nevenwaarden tot stand brengen, waardoor wij in onze wereld toch bereiken wat wij voelen als ons doel, onze eindbestemming.
Hier is het misschien ook goed om erop te wijzen dat elke mens door milieu, opvoeding en al die dingen meer een wat stoffelijk beeld krijgt van de eindbestemming. Zeker, God is voor de meeste mensen vaag geworden, dat weet ik wel. Maar zij hebben toch nog steeds wel een bepaald denkbeeld van wat zij later na de dood zullen zijn of worden. Wij hebben dat nodig. Niet omdat het waar is, maar wij hebben deze beelden doodgewoon nodig, omdat het de enige mogelijkheid is de niet stoffelijke waarden in het stoffelijk leven te integreren. Een heel eenvoudig voorbeeld:
U zit in een levensfase, die voor u een aantal moeilijkheden kent gevoelens: van stilstand, gevoelens van overbelast zijn en al deze dingen meer. Nu kunt u zeggen: Dat is niet aanvaardbaar, ik stop. Er gebeurt niets, alleen de toestand blijft voortbestaan, die verandert niet. U kunt ook zeggen: Ik kan deze belasting zó niet aanvaarden, maar ik wil proberen er het beste van te maken wat ik kan. Dan lijkt dat wat kinderachtig, vooral omdat u zo weinig bereikt, zo weinig presteert in uw eigen gedachten. U komt niet verder. Maar u heeft geestelijke krachten ingeschakeld en daardoor zal op het ogenblik, dat dit harmonisch mogelijk is, de omwenteling ook in uw leven plaatsvinden. Dan zal de invloed van de kosmos, van de sterren, de planeten, van allerhande sferen die rond u zijn, van goeroes en weet ik wie nog meer, plotseling in een geheel nieuw kader tot uiting komen en voor u dan weer leefbaar en hanteerbaar worden.
Je kunt geen scheiding maken tussen wat je geestelijk en wat je lichamelijk doet. Je kunt geen scheiding maken tussen wat stoffelijk nu eenmaal onvermijdelijk is en wat geestelijk begeerlijk is en wat je dus innerlijk als zodanig voortdurend probeert te beleven. Wat je bent, ben je. Als u zich op aarde tegenover anderen een beetje als een schoftje gedraagt (niet dat u dat zult doen, maar het zou denkbaar kunnen zijn onder omstandigheden), dan kunt u niet zeggen: Dat is iets lichamelijks; dat heeft met de geest niets te maken. De geest echter is daar even intens bij betrokken. De geest neemt dezelfde eigenschappen en kwaliteiten over. Haar eigen harmonie wordt mede door dit stoffelijke gedrag bepaald. Daarom is het voor veel mensen maar gelukkig dat de maatstaven, die de wereld pleegt aan te leggen niet de maatstaven zijn, die gelden voor kosmische harmonieën en voor de harmonische mogelijkheden van de eigen geest, terwijl ze in de stof leeft.
Als alle mensen besluiten om morgen wit, zwart te noemen, blijft het toch wit. De eigenschap blijft; de verandering van naam zegt niets. Als alle mensen morgen besluiten dat elk medegevoel voor de naaste slecht is, dan blijft het desalniettemin een uitdrukking van harmonie en zal als zodanig de harmonie voor een ieders die medegevoelens heeft, middels de geest doorwerken naar de materie. Dat mogen wij niet vergeten.
Er zijn op aarde zoveel dingen: Vandaag mag dit niet en morgen mag dat niet. U weet precies hoe dat gaat. Een tijdje geleden was het voor een vrouw zeer zondig een enkel te laten zien. Wat zij verder deed was niet zo belangrijk, maar in publiek liet je geen enkel zien. Tegenwoordig is het al zo, dat alleen jonge meisjes, die zich eigenlijk onbehoorlijk gedragen, enkel lange rokken dragen. De oudere dames beginnen daar niet meer aan.
Er is een tijd geweest, dat het huwelijk zuiver een bezitskwestie was, een conractkwestie waar liefde niet bij te pas kwam. Er is een tijd geweest waarin men zei: dat liefde de enige reden of noodzaak was voor het huwelijk, maar dat zonder dit sexualiteit mocht bestaan. En nu heeft men daar weer een scheiding tussen gemaakt.
Denkt u nu werkelijk, dat die dingen veranderen? Wat de mensen ervan zeggen verandert toch de zaak op zichzelf niet. Wij kunnen teruggaan tot Adam en Eva en wij kunnen vooruitlopen tot het jaar 2000, maar de waarden van harmonie, van liefde, van eenheidsgevoel, van egoïsme (want dat zit er ook wel degelijk in), het zoeken naar eigen bevrediging blijven bestaan. Het zijn deze waarden, die voor de geest tellen, ongeacht de waarderingen die de materie eraan geeft. Schuldgevoelens kunnen daarbij een mens vaak enigszins remmen in de ontplooiing van een geestelijke harmonie, maar dat is dan een remming van de uiting. Die remming wordt over het algemeen later omgezet in een emotionele beleving, die dan weer een deel van de geestelijke belemmeringen wegvaagt.
De geest die in de stof leeft, de geest die als mens over de wereld trekt, is nu eenmaal gebonden aan het menselijk lichaam, maar zij is niet gebonden aan de maatstaven en waarderingen, die willekeurig en zonder persoonlijke aanvaarding a.h.w. door de gemeenschap worden opgelegd. Als men morgen vertelt dat het zonde is om aardappelen te eten, dan zult u er heus geen geestelijke schade van ervaren, als u het toch doet. Dat moet u goed begrijpen.
Er zijn een aantal kosmische maatstaven, die ook in de materie hun weerslag hebben gevonden. Wij kunnen deze maatstaven in heel eenvoudige regels neerleggen.
Naastenliefde.
Het gevoel van verbondenheid met al het levende waarmede men in contact komt. Dit gevoel van verbondenheid en eenheid met het levende in de eigen wereld impliceert namelijk de aanvaarding van de volledige verbondenheid van de geest met alle werelden waartoe zij behoort; en als zodanig de mogelijkheid om goddelijke krachten binnen het ego te ervaren en eventueel vanuit het ego te manifesteren.
Zo is het niet goed iemand iets te ontnemen, tenzij dit een kwestie wordt van zelfbehoud. Dat geldt voor bezit zo goed als voor het leven. Als wij namelijk willekeurig van anderen nemen, dan scheppen wij hierdoor tussen onszelf en die anderen een grens. Wij begrenzen niet alleen ons stoffelijk bestaan op die manier, maar daarnaast ook onze mogelijkheid tot geestelijke harmonie. De geestelijke krachten, die zullen worden geopenbaard, zullen minder zijn. De mogelijkheid om te putten uit de totaliteit van je persoonlijkheid wordt minder etc.
Het begrip zonde zullen wij heel weinig terugvinden, als wij zoeken naar de werkelijkheid. Maar er blijkt voor de mens wel een regel te gelden, die eigenlijk ontleend is aan de kosmische regels van evenwicht.
Ik kan slechts daar kwaad erkennen waar ik in dit kwaad ook het goede erken. Op het ogenblik, dat ik iets als absoluut beschouw in welke richting dan ook heb ik hierdoor mijzelf afgesloten voor kosmische harmonieën met betrekking tot dat punt of onderwerp.
U zult zeggen: Dat is krankzinnig. Natuurlijk. Maar als u nu zegt: “kwaad”, dan zegt u: “hier is dus iets wat niet aanvaardbaar is, maar het heeft wel aanvaardbare waarden in zich.” U kunt zeggen: Deze slang is uitermate gevaarlijk en giftig, maar zij is ook mooi. Als u dat kunt zeggen, dan heeft u daarmee de mogelijkheid tot harmonie opengelaten. Dat wil zeggen: dat je geestelijke krachten kunnen samenwerken, zelfs met die slang.
Een bekend verhaal dat van allerlei ingewijden wordt verteld, ook van de Boeddha en van vele andere heiligen is, dat zij verscheurende en gevaarlijke dieren bij zich hadden en dat deze dieren niets deden. Van de Boeddha wordt zelfs verteld dat hij in de zengende zon zat en dat er een grote koningscobra kwam, die zijn “hoed” (zijn kop) opzette of opblies en zo schaduw wierp op de Verlichte. Nu kan dit natuurlijk een sprookje zijn. Maar helemaal een sprookje behoeft het niet te zijn, omdat op het ogenblik, dat wij in het dier het goede én het kwade erkennen door deze erkenning harmonie mogelijk wordt; en harmonie is altijd positief. De gedragsnorm verandert dus in de richting van het meest positieve onder de huidige omstandigheden.
We kunnen zeggen, dat oorlog verkeerd is; dat is volkomen waar. Maar de oorlog heeft ook facetten, die toch schoonheid bezitten, die toch menselijke waarden en waardigheid naar voren brengen, ook deze moeten wij erkennen. Dan vinden wij misschien een harmonie waardoor oorlog werkelijk overbodig wordt, omdat de verschijnselen van geweld dan niet meer noodzakelijk zijn om de gehele harmonische structuur tot uiting te brengen.
Ik zou nu willen besluiten met het volgende:
In deze les heb ik geprobeerd u te laten zien dat uw geest en uw stof een eenheid zijn; dat de waarde van de geest alleen door een eenheid, (dus een harmonie) met de stof tot uiting kan komen; dat deze onscheidbaar zijn. Ik heb mijn betoog verder doorgevoerd om duidelijk te maken, dat de aanvaarding van alle dingen noodzakelijk is. Ook indien wij bepaalde vormen verwerpen, moeten wij nog het goede erkennen dat daarin ook bestaat, omdat harmonie altijd weer is gebaseerd op een aanvaarding. Al datgene wat wij als goed erkennen op dit ogenblik en volgens ons huidig bewustzijn behoeft niet noodzakelijkerwijs kosmisch goed te zijn, maar het is zeker één aspect van iets wat behoort tot de totaliteit; en vanuit deze totaliteit zijn volledige en positieve waarde heeft.
Laten wij dan door de positiviteit van onze persoonlijke benadering materieel, redelijk en daardoor ook geestelijk voor onszelf de kosmische krachten en harmonieën voortdurend tot uitdrukking brengen. Laat ons niet zoeken naar die ene onveranderlijke waarheid waaraan wij ons kunnen vastketenen. Laten wij zoeken naar de positieve waarde in alle dingen, waardoor de geest toegang krijgt tot de totaliteit van haar eigen wezen en tot alle harmonieën uit de geest en de hoogste sferen en deze tot uitdrukking kan brengen in en door de stof, zodat het volledige “ik” zich voortdurend kan manifesteren, ook in de geest en door de geest in de stof. En zo de geest, die in de mens leeft en in de menselijke wereld de vrijheid verschaffend om zichzelf te zijn en gelijktijdig de volheid te proeven van alle mogelijkheden tot ontwikkeling en erkenning, die in de stoffelijke wereld voor haar zijn gelegen.

De wereld op haar kop

Als wij de wereld beschouwen, dan ziet het er wel eens naar uit, of alles op zijn kop staat. Als wij horen spreken over recht en rechtvaardigheid, dan blijkt over het algemeen dat de rechtvaardigheid bestaat in het handhaven van een recht, dat op zichzelf een onrecht is en dat op deze wijze het onrecht op de meest rechtvaardige wijze wordt verdeeld over al degenen, die niet in staat zijn zich voldoende te verweren tegen aantasting van hun werkelijk recht.
Dit is natuurlijk een politieke leuze, als men dat zo hoort, maar het is ook een droevige werkelijkheid. Want in uw wereld gaat men niet uit van datgene wat persoonlijk eerlijk en waar is, maar men gaat alleen uit van datgene wat waar zou moeten zijn. En datgene wat waar zou moeten zijn is over het algemeen datgene wat men nooit weet waar te maken. Vandaar dat men bij u leeft met twee waarheden. De waarheid, die daarbij bovendrijft, is eigenlijk een ideële waarheid waarop men zich eventueel zou moeten stoelen om te komen tot de werkelijke bereiking. In feite hangt men het ideaal boven en de rommel daaronder wordt dan met de mantel der liefde bedekt; en dat is overigens meestal de mantel der eigenliefde, zoals u weet.
Als ik kijk naar uw politiek, dan vraag ik mij af wat dit voor een spel is. Het wordt beschouwd als een soort spel met vaste spelregels. Maar ik vraag mij af hoe het dan komt dat de verliezers altijd ruim betaald worden. Dat komt in een spel naar ik weet niet voor. Is nu eigenlijk uw politiek wel werkelijk datgene wat zij pretendeert te zijn: een systeem van samenleving? Of is het misschien een systeem waarvan men omschrijvingen voor de samenleving vindt waardoor men die nolens volens aan anderen kan opleggen?
U ziet, als ik begin over uw wereld die op haar kop staat, dan heb ik geen ongelijk. Ik vind het b.v. krankzinnig dat men op een gegeven ogenblik religieus de zaak als volgt bekijkt:
Wij moeten allereerst het gezag van de kerk handhaven en dan mogen wij ook nog een keer aan God denken. Ik meen, dat God het begrip van een religie is. Maar ja, de zaak staat eenvoudig op haar kop.
En als wij dat allemaal zo bekijken, dan vragen we ons wel eens af: Wat is de wereld van de mensen vandaag aan de dag? Is het een kermistent met een groot vals front en binnen maar een heel erg magere voorstelling? Is het misschien een omgekeerde pyramide, die beweert tot aan de wolken te reiken en in feite in de diepte van het woestijnzand is begraven? Is het idealisme van de mens misschien het graf van de werkelijkheid van leven? Ik zou daaraan op mijn manier een paar commentaren willen verbinden.
De werkelijke vrijheid, die de mens kan vinden, is alleen een geestelijke vrijheid, omdat hij voor zijn gehele bestaan afhankelijk is van de samenwerking met andere mensen, wat een beperking van zijn directe handelingsvrijheid inhoud.
De geestelijke vrijheid is dus dermate belangrijk, dat wij deze ten koste van alles moeten bereiken, moeten handhaven en voortdurend moeten bevorderen.
Geestelijke vrijheid is de vrijheid om in jezelf de hogere krachten te activeren en met deze krachten actief te zijn. Wie met geestelijke waarden werkt, behoeft zich niet tegen anderen te verzetten. Hij behoeft slechts te leven en anderen mee te betrekken in het licht dat hij zelf uitstraalt. Ondanks de vele lantarens op aarde lijkt het soms wel vanuit de geest gezien, alsof er een verduistering aan de gang is. Vermoedelijk omdat men geestelijke vrijheid het meest verwerpelijke vindt dat er bestaat. Ik kan mij dat wel voorstellen, want de geestelijke vrijheid impliceert een protestloos waardig en waar jezelf leven. Erg als je niet kunt protesteren, kun je een ander niet meer de schuld geven van de stommiteiten die je zelf uithaalt. Dan is het wel begrijpelijk:
Het feit, dat mij ook ontzettend heeft getroffen in de wereld, is dat een ieder menswaardig dient te kunnen leven. Wat is menswaardig? Ik meen, dat menswaardig niet kan worden uitgedrukt in goederen, niet kan worden uitgedrukt in een bepaalde vorm van welvaart of in het bezitten van bepaalde rechten, maar wel in een eigen houding tegenover het leven waardoor men voortdurend zichzelf kan aanvaarden zoals men leeft. Iemand die alles heeft, maar die het gevoel heeft dat hij zichzelf niet is, dat hij zelf geen beslissingen kan nemen, dat hij machteloos is, is iemand die niet menswaardig kan leven.
Men heeft mij eens gevraagd: Wat is de paus eigenlijk? Toen heb ik gezegd: Kijk, de paus is de beste remedie tegen het christendom. Daar zijn ze heel boos om geworden, want zij konden niet begrijpen dat christendom een samengaan in vrijheid betekent. Op het ogenblik, dat ik iemand een absoluut gezag geef, waaraan ik het christen zijn verbind, maak ik het christen zijn tot iets dat niet meer christelijk is. Zo krijg je een antichristelijk christendom, dat zich op anti christelijke wijze en soms zich gedragende als anti christ, zegt in te zetten voor de volledige waarheid van de Christus, waarbij echter de goddelijke liefde toch wel beperkt blijft tot de eigen gelovigen. En daarbij is het natuurlijk de vraag: welk van de gelovigen werkelijk gelooft wat hij zegt te geloven. De meeste mensen geloven niet wat zij zeggen te geloven, maar zij doen alsof zij geloven wat anderen willen dat zij het geloven, opdat zij aanvaard als gelovigen – in vrijheid innerlijk zullen kunnen geloven wat zij voor zichzelf nog geloofwaardig vinden.
Ik zal zo op mijn manier een paar definities van begrippen geven. Het geloof in de mens zal moeten uitgaan van het geloof, dat de mens zelf weet wat goed voor hem is, ook indien dit volgens u niet altijd het geval is. Maar echter het geloof in de mens is gebaseerd op het geloof, dat elke mens datgene moet hebben wat men voor hem nodig vindt, gelooft men niet in de mens, maar slechts in een structuur waarin de mens zelf verder geen rol speelt.
Samenwerking onder mensen. Samenwerking onder mensen is gebaseerd op het erkennen van de noodzaak tot samenwerking. Kortom, men moet van elkanders onmisbaarheid overtuigd zijn. Zodra dit niet het geval is, is er geen sprake van een samenwerking maar van een samengaan waarbij een ieder probeert een ander het werk te laten doen. Dit is overigens een methode, die de laatste tijd meer in aanzien is gekomen.
Geestelijk bewust worden is iets wat elke mens schijnt te willen. Maar hij schijnt zijn geestelijke bewustwording vooral te baseren op aantallen van regels, die absoluut niet geestelijk zijn ofwel fantasieën, die mogelijk geestelijk zouden kunnen zijn, indien zij meer geestrijk waren opgesteld. Zij zijn echter over het algemeen van een dermate laag peil dat de mens niet komt tot een werkelijk begrip van zijn innerlijke wereld; en dat is toch het voornaamste.
Veelzijdigheid is voor de mens een mogelijkheid en een noodzaak. Als de mens echter veelzijdig is, dan probeert hij dit te doen door oppervlakkig vele dingen af te doen zonder zich bezig te houden met de werkelijke structuur. Werkelijke veelzijdigheid betekent het willen beschouwen en aanvaarden van alle waarden die op je weg komen, daaruit kiezende volgens eigen begrip en vermogen en werkende volgens eigen inzicht in een voortdurend intenser wordende synthese van het totaal van je ervaringen.
De geest is voor vele mensen een dooddoener, voor anderen een duivelsvermomming en voor nog anderen een “niets” dat de emotionele pretenties van bepaalde mensen bevredigt. De werkelijkheid van de geest op uw wereld is echter een kracht, die nog zo dicht bij de begripswereld ligt waarin u bestaat, dat zij vandaaruit mede betrokken blijft in datgene wat u bent.
De geestelijkheid op deze wereld betstaat uit mensen, die pretenderen dat zij ondanks hun eigen onwaardigheid die zij nederig plegen toe te geven, zoveel méér waard zijn dan alle anderen, dat zij al die anderen op hun onwaardigheid en onwaarheden mogen wijzen, waarbij zijzelf echter de waarheid en de wijsheid in pacht hebben. Daar er echter geen verpachting van waarheid en wijsheid heeft plaatsgevonden, kunnen wij over het algemeen zeggen, dat de geestelijkheid; ofschoon zij soms tot een zeer behoorlijk geestelijk leven komt, de werkelijke mogelijkheid van geestelijke ontplooiing voor velen pleegt te beperken.
Sociale verplichting.
Onder sociale verplichtingen verstaat men over het algemeen het anderen laten betalen voor de tekorten, die je zelf hebt. Dit heeft echter niets met sociale samenleving te maken. Een sociale samenleving is gebaseerd op onderling begrip, onderlinge waardering en respect voor de rech-ten van anderen.
Het is mij opgevallen dat naarmate de termen, die men gebruikt om uw maatschappelijke vormen aan te duiden meer met sociaal en socialistisch te maken hebben, er minder overblijft van het respect voor anderen. In feite wordt een dergelijke samenleving dus minder sociaal.
Ik vind ook dat zeer veel mensen zouden moeten begrijpen, dat in hen een waarheid berust, die ook als zij deze niet volledig kunnen openbaren of overdragen aan anderen voor henzelf de enig juiste basis is voor hun leven. De mens, die een innerlijke waarheid bezit, dient deze te leven. Op het ogenblik, dat hij zijn beleving van die waarheid ook in de praktijk om welke reden dan ook beperkt, geeft hij daarmee toe geen innerlijke waarheid te bezitten, doch alleen een lichtreclame die niet goed functioneert, maar die hij voor zichzelf tracht te gebruiken om zijn zelfverheffing te rechtvaardigen.
Dan wil ik u nog op het volgende wijzen:
In uw wereld heeft men het tegenwoordig over de derde wereld. Zolang er wordt gesproken over de derde wereld, spreekt men over iets dat niet werkelijk bestaat. Er is namelijk maar één wereld. Zodra je een bepaalde macht ervan als een afzonderlijke wereld gaat beschouwen, geef je toe dat er geen eenheid bestaat en geen eenheid denkbaar is. Door het maken van dit onderscheid bereik je dus een steeds grotere antithese tussen datgene wat je wilt begrijpen en wat je waar maakt.
Er zijn derde wereld winkels. Daar proberen zij de derde wereld te verkopen als een recht hebbende. Ik geloof, dat men de derde wereld niet zou moeten verkopen als een recht hebbende, maar dat men de derde wereld eenvoudig haar rechten zou moeten geven. Over het algemeen geven de mensen echter alleen rechten aan diegenen die ze kunnen opeisen. Degenen, die ze niet kunnen opeisen, krijgen geen rechten, maar een kleine toelage, die hun niet rechtens toekomt en die ze dus met zeer veel dankbaarheid dienen te ontvangen, zodat zij door deze dankbaarheid hun eigen ontrechtheid verder doen voortbestaan.
Nu wij het toch hebben over derde wereld en andere zaken, is het ook opvallend, dat men spreekt over afzonderlijke machtsblokken. Ik geloof niet, dat je mensen als blokken kunt beschouwen. Op het ogenblik, dat je dit toch doet, kun je dit alleen waar maken door de mensen geheel van elkaar te vervreemden door hen in plaats van de waarheid een voortdurend grotere hoeveelheid leugens voor te houden. Indien dit echter geschiedt, zal er een zodanige misinterpretatie van wereld en wereldtoestand ontstaan, dat daardoor de mensen geestelijk, moreel, mentaal en zuiver stoffelijk die situaties scheppen waaraan zijzelf te gronde gaan.
Wat misschien ook de moeite van het vermelden waard is, is de orde en het militaire gezag. Deze zijn nl. in uw wereld meer en meer identiek aan het worden. Daar waar orde is, zien wij doorgaans een aantal generaals, soms zelfs een sergeant, op de achtergrond. Deze mensen uitgaande van datgene wat zij juist achten, scheppen orde door al diegenen te doden, die het niet met hen eens zijn, zonder te begrijpen dat zij daardoor een enorme geestelijke tegenstand te overwinnen krijgen. Misschien is het maar goed dat zij dat niet begrijpen, want daardoor zou een wereldrevolutie dichterbij komen dan door een meer rechtvaardige behandeling van de mensheid.
Amin, zo min, dat hij niet meer kan optellen en hij zichzelf door zijn rekenfouten als aprioriteit tot minoriteit veroordeelt. Deze minderjarigheid in politiek en ander opzicht zal zich ongetwijfeld wreken op zijn te grote lichamelijke structuur.
Nixon is iemand, die zijn tong over het algemeen achter zijn kiezen schijnt te houden, maar die door zijn kiezers gekozen is op een punt, dat hij onmiddellijk heeft verloochend. Daardoor heeft hij voor zichzelf een zodanige situatie geschapen, dat hij datgene wat hij wil, niet meer kan waar maken. Dit brengt hem ertoe winst te nemen op elk terrein om zichzelf en de zijnen te bevorderen, hetwelk zal resulteren in een schandaal, dat voor hem zowel als voor vele anderen wel eens het einde van de huidige Amerikaanse staatsvorm zou kunnen betekenen. Het is goed te zien hoe degenen, die bouwen aan het onrecht daarmede het recht, aan de kans helpen, zich eindelijk te doen kennen en te manifesteren.
Nu hebben wij in Nederland wel een heel stel namen, maar je weet nog niet wie je daaruit moet halen.
Nederland is een dermate perfectionistisch land, dat men in de poging een goed Kabinet in elkaar te timmeren zoveel spaanders laat vallen, dat men geen hout over heeft om wat goeds in elkaar te zetten. Nu weet ik wel dat Nederland op dit moment nog een zeer belangrijk land is, in eigen ogen wel te verstaan. Dit zeer belangrijke land zal zeer belangrijke nadelen ondergaan in de zeer nabije toekomst, waardoor het wordt geconfronteerd met zijn eigen onmacht om datgene waar te maken wat men wil waar maken. Men zal dan tot de conclusie komen, dat de meeste bedrijven in Amerikaanse handen zijn, de meeste kantoren aan Engelse maatschappijen behoren en dat de meeste Nederlanders alleen dan kunnen werken, indien er gastarbeiders zijn om eerst het werk voor hen voor te bereiden. De overbodigheid van de Nederlanders zal daardoor dermate sterk tot uitdrukking komen, dat men zich zal afvragen, of het nog nodig is om Nederlander te zijn. Op dat ogenblik is het ontstaan van een werkelijk Nederlandse staat weer mogelijk.
Het is jammer, dat Den Haag geen Athene is. Er zijn een hoop mensen vandaag aan de dag die graag uilen naar Athene zouden willen dragen in dat geval. Heeft men in Den Haag dan geen Athene, lange tenen heeft men er wel. En deze lange tenen zullen via het CBS ongetwijfeld binnenkort op zeer duidelijke wijze manifesteren dat een regeringscentrum, zoals dat in uw stad is gevestigd, niet waarlijk regeert, naar wordt geregeerd door zijn behoefte zichzelf in de bestaande vorm te continueren.
Laten wij één ding niet vergeten: Wij zijn voortdurend bezig met geestelijke waarheid en wij moeten ons bezighouden met de geest en de mens. Maar ik vraag mij af, of de mens zich wel realiseert dat de geest zich met dergelijke dingen soms bezighoudt. Misschien zou de mens zich dan ook bezighouden met die aspecten van het geestelijke werken, die op aarde voortdurend duidelijk tot uiting komen, maar waar de mensen met een bochtje omheen lopen, opdat ze bang zijn dat het onnet, revolutionair, althans niet christelijk genoeg is. Waarbij ik met vreugde overigens mag constateren, dat Nederland als eerste land door middel van een christelijke omroep de naaktheid heeft gepropageerd: Men heeft er wel een servet voor gehangen, maar dat was geen voldoende bedekking. Ook dit lijkt mij een teken te zijn van wat er bij u tegenwoordig plaatsvindt.
De mensen willen geestelijk en stoffelijk in de eerste plaats anders zijn. Als zij nu eerst eens probeerden om beter te zijn, zou het waarschijnlijk anders worden. Maar zolang zij alleen maar proberen om anders te zijn wordt het nooit beter. Wie dat begrijpt, zal ook begrijpen waarom het noodzakelijk is dat men zijn eigen harmonieën en zijn eigen geestelijke krachten in toenemende mate leert inzetten voor het geheel der ontwikkelingen, niet alleen in uw eigen land, maar in de gehele wereld. Want daar waar stof en geest op harmonische wijze kunnen samenwerken, daar is, het mogelijk om tegen alle schijnbaar onveranderlijke situaties in een nieuw besef, een nieuw bewustzijn, maar ook een nieuwe praktijk van leven te doen ontstaan. En waar deze praktijk zich eenmaal vestigt, zullen de uiterlijke vormen zich vanzelf daaraan conformeren.
Ik wil hiermede besluiten. Men heeft mij nl. gezegd dat ik kort en krachtig moest zijn en dat ik gezien de situatie het niet al te zwaar moest maken. Ik heb daarom geprobeerd een lichtere toets te handhaven, zonder daar ook maar de lichte cavalerie bij te halen. Ik geloof trouwens dat de lichte cavalerie het erg zwaar krijgt in deze tijd, al is het maar dat zoveel mensen zo verlicht zijn dat zij lichter leven dan voor de lichte cavalerie goed is.
Onthoudt u één ding: de waarheid vindt u in uzelve. De juiste houding en de juiste actie vindt u uit uzelf en als u deze weet samen te vlechten tot een aanvaarding van uzelf en het gehele leven, zult u daardoor de aanvaardbaarheid van het leven en de mensheid aanmerkelijk vergroten.

Overweging

Als je iets overweegt, dan is dat een soort samentrekking van een overzien (een beschouwen) en een afwegen; en waarden tegenover elkaar a.h.w. beschouwen. Een overweging is altijd weer een poging om een geheel te overzien en de relaties daarin te constateren.
Als wij een overweging hebben t.a.v. recht en rechtvaardigheid, dan moeten wij ons afvragen Wat is recht? Wat is rechtvaardigheid? Wat is de werkelijkheid? In hoeverre is die werkelijkheid recht en wat is rechtvaardigheid in wezen? Dan komen wij er achter en dan weten wij ongeveer waar wij aan toe zijn. Zelfs als wij spreken over goddelijke liefde, dan moeten wij ons eerst proberen voor te stellen: wat zien wij dan als goddelijke liefde? Dan blijkt, dat het instandhoudend karakter te zijn, de voortdurende goddelijke aanvaarding van alle dingen. En als wij dan zien hoeveel er kapot gaat, hoe wreed de natuur is, hoe wreed de mens zelf is wat dat betreft, dan vragen wij ons meteen weer af; waar blijft dan hier die goddelijke liefde? Dan kunnen wij ons daaraan onttrekken door te zeggen: Die liefde laat ons vrij. Maar ik geloof niet, dat werkelijke liefde je helemaal zal vrijlaten. Dus moet je gaan afwegen wat die goddelijke liefde is en blijkt dat het een aanvaarding van je bestaan inhoudt. Niet echter een goedkeuren en bevorderen van dat wat je bent of wilt zijn. En zo kom je als vanzelf weer verder.
De overweging is dus a.h.w. geschapen voor de mens om zich een weg te banen door de chaos, de wildernis van onbegrepen gezegden en denkwijzen en daarvoor in de plaats terug te keren tot een overzien van hetgeen hij bedoelt met een bepaald begrip. Een afwegen van wat in zijn wereld wezenlijk is of kan zijn. En een op grond daarvan het trekken van een conclusie, die hij dan in zijn gedrag verwerkt.
Ik hoop, dat deze overweging voor u als voorbeeld kan dienen voor de verdere overwegingen, die u ongetwijfeld op velerlei terrein nog zult willen stellen.