De menselijke gevoeligheid

uit de cursus ‘Menselijke krachten’ (hoofdstuk 2) – november 1978

Elke mens heeft een zekere mate van gevoeligheid. Hij registreert waarden, die niet tot zijn bewustzijn doordringen als feitelijk. Hij komt tot conclusies, die niet alleen uit ervaring en door zintuiglijke waarneming verklaarbaar zijn. Het is deze gevoeligheid waarop wij nader zullen ingaan. Want daar elke mens, in meer of mindere mate, over deze gevoeligheid beschikt, is het duidelijk dat men ook kan leren deze beter te gebruiken. Dat is het voornaamste punt voor deze les.

Wanneer u een vertrek binnenkomt, dan kunt u alleen al door een ogenblik ontspannen en rustig te zijn, een indruk krijgen van al hetgeen zich daarin bevindt, zich daarin heeft afgespeeld zo goed als u ook – en dat komt veel meer voor – de stemming kunt aanvoelen van de aanwezigen, zelfs als u niet weet wat er zich eventueel vooraf heeft afgespeeld of wat er besproken is. Deze gevoeligheid manifesteert zich als een soort prikkeling die u niet helemaal kunt verklaren. Op het ogenblik dat u probeert haar te verklaren is ze weg. Ze treedt niet weer op. Hiermee komen wij tot het eerste punt dat belangrijk is.

Een mens, die wil proberen zijn menselijke gevoeligheden beter te hanteren en te gebruiken moet nimmer, op het moment dat hij deze gebruikt, trachten de daaruit voortkomende conclusies te analyseren, danwel de oorzaak van hun ontstaan te ontleden. Dit klinkt wat vreemd, omdat een mens graag bewust is en alle dingen wil nagaan. Maar je kunt nu eenmaal niet iets ontleden en het gelijktijdig in zijn volle waarde beleven. Als u bezig bent uw gevoelens te ontleden, dan zult u de ontwikkeling van die gevoelens en dus het normale verloop daarvan afremmen.

Als u driftig bent en u begint te beseffen dat u driftig bent, dan zult u in uw uiting nog enige tijd daarin verdergaan, maar het zal niet meer van harte gaan. U neemt afstand van uzelf en komt daardoor eigenlijk reeds tot kalmte op het eerste ogenblik dat er ook maar enige aanleiding voor is; iets wat zonder deze afstand zeker niet bereikbaar zou zijn. Op deze manier gaat het ook met gevoeligheden.

Nu heb ik als eerste punt aangestipt de gevoeligheden voor de omgeving. Er zijn er nog veel meer. Ik ga enkele daarvan achtereenvolgens omschrijven en daaraan een regel of een raadgeving verbinden.

Gevoeligheid voor datgene wat zich gaat ontwikkelen. Het is een aanvoelen van de toekomst, een prognostisch vermogen dat heel veel mensen in aanmerkelijk grote mate bezitten. U kunt daarbij nooit tot een definitieve conclusie komen van “dit zal er precies gebeuren”. Wat u namelijk aanvoelt is niet het gebeuren op zichzelf. Het is de relatie die er tussen u en dit gebeuren bestaat. Als u daarmede te maken heeft, geldt in de eerste plaats: erken datgene wat u aanvoelt als zodanig. In de tweede plaats: reageer eerst op hetgeen u aanvoelt en ga dan pas verstandelijk te werk.
Een aardig voorbeeld hiervan kent u allemaal: de man die in een vliegtuig of in een trein wil stappen en plotseling een onaangenaam gevoel krijgt en misschien voor zichzelf een verklaring bedenkt van: ik heb iets laten liggen of ik moet nog even opbellen, maar in ieder geval daardoor voorkomt dat hij deelneemt aan de rit met deze trein of de vlucht met dat vliegtuig. Later blijkt dan dat die een ongeluk hebben gekregen. Van dit soort gegevens zijn er zoveel beschikbaar dat u dit zeker niet als een sprookje zult beschouwen.

U zult zelf heel vaak aanvoelen dat er iets gaat gebeuren. Op het ogenblik dat dit aanvoelen optreedt, reageer op het aangevoelde, niet op dat wat redelijk zou zijn. Niet op de vraag of dit voor anderen aanvaardbaar te maken is, laat staan op de vraag of u er een goede uitleg van kunt geven. Reageer eerst, dan pas kunt u verder gaan. Door op deze manier uw intuïtie, zoals dat dan deftig wordt genoemd, een grotere rol te laten spelen in uw benadering van de verschijnselen van het leven, zult u op den duur deze gevoeligheid steeds meer gaan gebruiken. U zult u steeds bewuster worden, ook van kleinere signalen die u ten aanzien van toekomstige ontwikkelingen steeds ontvangt. U zult daardoor in staat zijn zeer vele ongevallen, onaangename situaties. e.d. uit de weg te gaan of, als ze onvermijdelijk zijn, u daarin aangepast en reeds bewust te gedragen zonder dat u eerst de schok behoeft te verwerken. U bent gewaarschuwd en een gewaarschuwd mens geldt – zeker in noodsituaties  -voor twee of zelfs meer.

Wat deze gevoeligheid betreft nog het volgende: het is heel vaak een gevoel dat vergeleken kan worden met “zwart”. U heeft het gevoel dat er iets gaat gebeuren wat negatief is. Wanneer u dat gevoel heeft, probeer dan eerst de huidige situatie, de loop der gebeurtenissen uit te schakelen. Hierdoor verbreekt u onmiddellijk de oorzaak en gevolg werking, al is het maar voor een gering deel, u krijgt dan de mogelijkheid juister te reageren.

U kunt ook andere gevoelens hebben, bijvoorbeeld een gevoel van een lichte prikkeling en verwachting. De meeste mensen zullen zich dan onmiddellijk afvragen wat er gaat gebeuren. Zij voelen zich bv. op zondagavond even vóór acht uur ineens opgewonden en blij. Dus, zeggen ze, heb ik de lotto gewonnen. Nou, vergeet dat maar! Er kan heel iets anders zijn. Het behoeft niet betrekking te hebben op datgene waar u aan denkt.

Wanneer u deze vreugdige verwachting ervaart, probeer nooit te analyseren waarmee ze in verband zou kunnen staan. Maar ga eenvoudig verder met hetgeen u aan het doen bent. Want indien de toekomst een gunstige mogelijkheid voor u in zich bergt, is deze ongetwijfeld gebaseerd op een rechtlijnige voortzetting van uw gedragingen tot nu toe. Dit is een gevoeligheid waarmee de meeste mensen in betrekkelijk korte tijd kunnen leren werken. Dat wat u aanvoelt, bepaalt in feite de houding die u aanneemt. Maar er zijn natuurlijk ook mensen die u aanvoelt en waarmee u wat meer moeite heeft. Laten wij maar weer een heel eenvoudig voorbeeld nemen.

U komt in de buurt van een persoon en u heeft ineens het gevoel deze mens  ziek is of deze mens heeft iets bijzonders. In dat geval is het heel erg moeilijk om die gevoeligheid juist uit te drukken. Je bent als mens meestal geneigd te denken: kan ik daar wat aan doen? Iets wat lang niet altijd het geval zal zijn. Daarbij is men vaak geneigd om aan zijn gevoelservaring of intuïtieve waarneming conclusies te verbinden, die men aan anderen mededeelt. Dit is niet de juiste weg.

U bent gevoelig voor alle afwijkingen t.a.v. levenskracht in uw omgeving. Dat geldt voor uw kamerplantjes, uw hondje, uw katje, uw buurman en misschien zelfs voor Sinterklaas. Want er bestaat tussen alle leven dat u bewust erkent een wisselwerking. Als in deze wisselwerking bepaalde fenomenen optreden die u niet bewust kunt waarnemen, dan zullen ze in uw aura een resonantie wekken. Door die resonantie ontstaat bij u dat gevoel. Als u ontdekt deze mens  ziek is, vraag u af, nadat het contact is verbroken (dus als u drie uur met zo iemand heeft gespro­ken, er drie uur niet aan denken) in hoeverre kan ik hier voor mijn gevoel iets aan doen? Heel vaak is dat antwoord negatief. Dan kunt u er ook niets aan doen. Blijf er dan liever af.

Soms heeft u het gevoel: ik moet hier ingrijpen. En dat is dan zo sterk dat u onwillekeurig zo iemand zou willen helpen, genezen of wat anders voor hem doen. Realiseer u in dat geval, dat uw gedrag alleen aanvaardbaar is voor de ander, indien het niet buiten de gang­bare normen valt. U zult dus in de eerste plaats in harmonie moeten blijven met de ander. Pas dan kunt u eventueel die empathische reactie wekken, waardoor u geestelijk zou kunnen genezen of iets anders zou kunnen doen wat goed is voor de ander.

Aanvoelen van afwijkende levenskrachtvormen is voor de meeste men­sen normaal. Als je erop let, leer je onderscheiden dat er twee soorten afwijkingen zijn:

  1. Er zijn afwijkingen waarbij wij het gevoel hebben te kunnen compenseren.
  2. Er zijn afwijkingen waarbij wij het gevoel hebben dat we die maar moeten aanvaarden.

Waar dit gevoel van aanvaarding optreedt, houdt rekening met minder gun­stige ontwikkelingen, maar ga gewoon verder uw weg. Waar u het gevoel heeft dat u kunt compenseren, probeer uw eigen krachten als compensatie te geven en wel op een zo onopvallende en natuurlijk mogelijke manier. U zult merken, dat u dan op den duur heel veel mensen niet alleen geneest, maar dat u ook hun psychisch evenwicht wat kunt herstellen en dat u in sommige gevallen zelfs in staat bent om hun levenslust en levenskracht opnieuw te wekken.

Een andere gevoeligheid zou ik de diagnostische willen noemen. Er zijn ook hiervan vele voorbeelden bekend.

Er zijn mensen die je aftasten met een wichelroede. Dan zeggen ze: daar ben je ziek. Anderen pendelen je uit. Er zijn zelfs mensen die je uit­kruisen over Uranus met een spel kaarten waarvan niemand weet wat ze bete­kenen. Dit zijn eigenlijk niets anders dan concentratiemiddelen. Want de uit­slag van de pendel, van de wichelroede, maar ook de interpretatie van de kaarten liggen niet in deze dingen zelf, maar bij degene die ze hanteert. Als u nu op deze manier ziekte aanvoelt, moet u weer een paar dingen ont­houden.

Aanvoelen op zichzelf is niet voldoende. Elke mens kan met enige training wel leren om gaande langs de aura van een ander de één of andere tril­ling, een warmte of koudegolf te ontdekken. Maar als u dat weet, wat weet u dan nog? Niets. Toch is het feit, dat u dit kunt aanvoelen het bewijs dat u ook verder – zij het paranormaal – kunt reageren.

Er zijn hiervoor heel veel regels te geven. Wij zouden voor elke ziekte een apart behandelingsvoorschrift kunnen geven, maar in de praktijk zal elke mens toch op zijn eigen manier moeten handelen. Een paar algemeen gel­dende regels wil ik u echter wel geven.

Als u bij het aftasten in de aura het gevoel krijgt van een grote gela­denheid of warmte op één bepaalde plaats, dan is het eerste wat u zult doen: afnemen. Dus overvloedige krachten, energieën en verwarringen zoveel mogelijk wegnemen. Pas wanneer u het gevoel heeft dat deze invloed is weg­gevallen, kunt u eventueel weer kracht gaan geven. Maar u moet eerst het kwaad wegnemen, voordat u het goede ervoor in de plaats kunt zetten.

Heeft men te maken met een gevoel van koude dan is er een tekort aan levenskracht. Onmiddellijke aanvulling is noodzakelijk of op zijn minst geno­men raadzaam.

Probeer in alle gevallen, wanneer u een prikkeling krijgt die niet beperkt is tot een plaats, u te realiseren dat er sprake kan zijn van een verschillende polariteit tussen u en de ander. Polariteit in geeste­lijk opzicht wel te verstaan. Dit kan betekenen dat uw eigen aura het tegengestelde is van de aura van de ander. In dat geval kunt u, wanneer afwijkingen optreden, daar weinig of niets aan doen. U heeft namelijk niet de mogelijkheid om kracht te geven, want als u kracht geeft, zullen ze voor de ander vaak negatief uitvallen. Onthoudt u in een dergelijk geval zoveel mogelijk van ingrijpen en als u al krachten zendt, doe dit dan op afstand, of doe dit door u een bemiddelaar voor te stellen, dan wel één te roepen. Dat is de enige manier waarop u zo iemand kunt helpen

In andere gevallen heeft u het gevoel van versmelting. Het is bijna of u de aura van de ander aanvoelt als een deel van uzelf. Is dit sterk genoeg, dan krijgt u, als zo iemand pijn heeft, vaak reflexpijnen. Dit bete­kent dat, als zo iemand de pijn links heeft, u ze rechts voelt of omgekeerd. Is dit het geval, dan kunt u zeker heel goed helpen. Maar u moet wel op­passen, anders neemt u de verstoring van de ander over in uw eigen aura. En zo goed als dit geldt voor lichamelijke zaken, zo goed zal dit gelden voor allerlei psychische conflicten.

Als u zich verwant voelt met iemand, dan gaat u ook iets van diens denken overnemen. Eventueel ook iets van diens waandenkbeelden, van diens verwarringen. Daarom moet u, als u voelt dat het psychische factoren zijn, onmiddellijk proberen een vast gevormd beeld in gedachten te houden. Dat is praktisch de enige situatie waarin iemand, die een ander wil helpen door middel van uitstraling of geestelijke krachten, geen resultaat kan krij­gen, zonder zich op een bepaalde voorstelling te concentreren. Als u ver­warring aanvoelt, concentreer u op rust. Voelt u zich problemen opdringen, probeer niet die problemen te sorteren. Tracht tegenover die problemen het gevoel van lotsaanvaarding, van oplossing of zelfs van onverschilligheid te stellen. Op die manier wordt het beste resultaat bereikt.

Uit dit alles blijkt wel, dat de gevoeligheden waarover de doorsnee­mens beschikt aanmerkelijk groter zijn dan men gewoonlijk beseft. Je moet je­zelf natuurlijk toestaan om die gevoeligheden te gebruiken. Ik zal opnoemen welke gevoeligheden er zijn. Er zijn gevoeligheden in tijd. Er zijn gevoeligheden in ruimte. Er bestaan gevoeligheden t.a.v. organische afwijkingen, afwijkingen van le­venskracht en levensstromen, van psychische uitstralingen en de resultaten daarvan. Er zijn gevoeligheden voor algemeen heersende invloeden. Er zijn gevoeligheden die geestelijke aanwezigheid en eventueel geestelijk ingrijpen kenbaar maken. Dit laatste uit zich overigens bij de meesten als koude rillingen of op zijn minst genomen een koude kruin of koude tenen.

Wanneer u met al die gevoeligheden te maken heeft en u aanvaardt ze zoals ze zijn, namelijk als een normaal deel van uw eigen mogelijkheid tot functioneren, dan zult u er ook gemakkelijk mee kunnen werken. Werken bete­kent heel vaak aanvaarden. Een mens, die zich van zijn gevoeligheden bewust wordt, heeft maar al te vaak het idee dat hij even moet ingrijpen.
Bijvoorbeeld: hier zijn geesten, maar die zijn niet harmonisch. Ik zal ze wel even tot harmonie dwingen of verdrijven. Dat kunt u alleen, indien u zeer deskundig bent en zelfs dan alleen maar voor een betrekkelijk korte tijd, zodat u ze­ker niet in staat bent om iemand van kwade geesten in zijn omgeving onmid­dellijk te bevrijden. U kunt hem hoogstens een beetje afschermen door hem een tegengestelde lading te geven waarop die geesten niet zo gemakkelijk reageren.

Wanneer u voelt dat er entiteiten in de buurt zijn en er is iets gaande, dan denkt u doodgewoon: ach, die arme geesten zijn ook aan het werk. Zij hebben ook hun baantje. Laat ze hun gang gaan. Behandel ze ongeveer als de man die voor uw deur staat te ploeteren met een pneu­matische boor. Vind hen desnoods ergerlijk, maar laat ze hun werk doen. Dat is het beste wat u kunt doen.

Voelt u aan dat er inwerkingen of krachten zijn waarmee u zich erg verwant voelt, stel u dan rustig daarop in. Er zullen dan gevoelens of denkbeelden spontaan in u rijzen waardoor u uw deelgenootschap wat beter kunt beseffen en uw eigen uitstraling, afgestemd op de ander zal van de ander krachten kunnen overnemen, maar zal gelijktijdig de ander krach­ten kunnen geven, indien dat nodig is. U ziet het, het is allemaal een­voudiger dan u denkt.

De grote moeilijkheid is, geloof ik, de redelijkheid van een mens. Elke mens denkt dat hij redelijk denkt. Dat betekent, dat hij veronderstelt dat hij redelijk is, ofschoon bij nadere analyse van hetgeen hij redelijk noemt de onredelijkheid daarvan gewoonlijk moet blijken.

Redelijkheid heeft, wanneer wij onze menselijke gevoeligheden nagaan, geen plaats. De rede is het instrument waarmee wij de indrukken rangschik­ken, ze samenbrengen in bepaalde patronen. De waarneming op zichzelf wordt niet eerst geanalyseerd of gaat u zich eerst voorstellen wat u zult zien voordat u kijkt? Probeer dan niet t.a.v. deze zogenaamde onzienlijke beïnvloedingen u een rol aan te matigen waarmee u van tevoren probeert te fungeren als filter voor de waarneming.

Aanvaard de waarnemingen als ze er zijn en als u voelt dat u ze niet aankunt, probeer u dan af te sluiten. De menselijke gevoeligheid kan voor een deel worden afgesloten. Zoals een hevige schok een verdoving tot stand kan brengen in een bepaald lichaamsdeel. Als iemand wordt getroffen door bv. een kogel of een knuppel, dan duurt het enige tijd voordat de werkelijke­ pijn begint. Dat is ook heel begrijpelijk, want de onmiddellijke indruk is te sterk en daar kan niet op gereageerd worden. Als u kijkt en er is plotseling een lichtflits, dan doet u automatisch uw ogen dicht. Als er een enorm geluid komt, dan sluit u het automatisch uit. Is er een zich steeds herhalend geluid, dan sluit u dat psychisch uit. U hoeft uw oren niet eens meer te sluiten, u hoort het gewoon niet. Op dezelfde manier moet u reageren, als het gaat om uw eigen geestelijke gevoeligheden.

Als u merkt dat rond u zeer sterke invloeden werkzaam zijn die niet in overeenstemming zijn met uw persoonlijkheid of wezen, vraag u niet af of ze goed of kwaad zijn, maar zeg tegen uzelf dat u bent afgeschermd: “Voor mij bestaan ze op dit moment niet!” Prent u dit heel sterk in. Wilt u het uiterlijk nog een beetje vervolledigen, dan mag u voor mij nog een paar cirkels om u heen trekken, een afschermíngsformule uitspre­ken of desnoods een kruisje strelen, dat is niet van belang. Dat kruisje mag u rustig voor u dragen, als u tenminste niet bang bent om voor gek te lopen. Het belangrijke hierbij is, dat u zegt: ik antwoord hierop niet.

Daar de gevoeligheden deel uitmaken van de aura, die althans in twee van haar drie geledingen ontvankelijk is voor een wilsbesluit, is het hier­door mogelijk bepaalde trillingen, stralingen, invloeden zonder meer van u af te wijzen.

Besef, dat u alleen die trillingen en invloeden kunt aanvoelen welke in overeenstemming zijn met uw wezen. Het is misschien wat vreemd om het zo te formuleren, maar als je geen twee benen meer hebt die je kunt gebrui­ken, dan kun je moeilijk John Travolta nadoen. En als je geen handen hebt, dan kun je moeilijk jongleur worden. Als je blind bent, dan kun je zeker geen mozaïeken vervaardigen. Je kunt dus alleen responderen op die zaken welke in overeenstemming zijn met je eigen wezen.

De menselijke gevoeligheid wordt mede bepaald door de structuur van de mens, inclusief zijn innerlijke en geestelijke waarde. Er zijn heel veel mensen die denken: de gevoeligheid kan ik door lichamelijke zaken beïnvloeden. Alleen als deze een ritueel worden. De rite namelijk is niets anders dan een concentratie op bepaalde waarden rond u. Hierdoor voert u inderdaad uw gevoeligheid daarvoor op. Maar op het ogenblik dat er een andere handeling plaatsvindt, die niet ritueel wordt erkend of bedre­ven, zal geen enkele handeling en dus ook niets wat ooit in het verleden heeft plaatsgevonden of in de toekomst zal gebeuren, enige relatie heb­ben met deze gevoeligheid. De gevoeligheid is uw wezen.

Hier komen enkele regels.

  1. Om de eigen gevoeligheid te doen toenemen, is het noodzakelijk deze te gebruiken en haar niet à priori aan de rede te onderwerpen.
  2. Om de eigen gevoeligheid juist te leren richten is het noodzakelijk, dat men de spontane reactie na de constatering en niet tijdens de constatering verwerkt in het denken en daarmee de eigen houding ook op grond van deze waarneming, dit aanvoelen, bepaalt.
  3. Alle krachten die u ontvangt, kunt u ook geven. U kunt elke kracht, die niet aan uw wezen eigen is, zonder moeite terugwerpen. Elke kracht, die u als niet aanvaardbaar erkent, maar die wel met uw wezen verwant is, kunt u door een wilsacte terugkaatsen. U moet haar bewust afwijzen.
  4. De gevoeligheden van de mens omvatten een aantal verschillende niveaus. Het zal u echter als mens niet mogelijk zijn zonder meer en direct te bepalen van welk niveau de beïnvloeding komt die u aanvoelt. Probeer dit dan ook niet te doen. Laat eerst de waarneming tot u doordringen. Verwerk deze als een normaal deel van uw erkenningsvermogen en probeer pas later eventueel en indien noodzakelijk na te gaan uit welke bron ze mogelijk afkomstig is.

Als wij spreken over de menselijke gevoeligheden, dan moeten we heel goed begrijpen, dat elk mens een zeer complex wezen is. Een geestelijke beïnvloeding zal in de eerste plaats de geestelijke delen van uw wezen tref­fen. Uw gevoeligheid voor geestelijke invloeden zal dus toenemen naarmate uw geestelijk bewustzijn en uw geestelijke beheersing toenemen. Als u echter te maken krijgt met bv. levenskracht invloeden, dan be­treffen dat zaken die liggen bij één van de lagere voertuigen: het levens­lichaam en in enkele gevallen ook het astraal lichaam. Als u met deze za­ken wordt geconfronteerd, dan kunt u deze niet beheersen. U kunt ze ook niet beschouwen als iets wat kan worden veranderd. Ze zijn er eenvoudig. Ze zijn een natuurverschijnsel.
Als het gaat om lichamelijke reacties op hetgeen u aanvoelt, dan is het mogelijk dat deze direct voortkomen uit invloeden in de omgeving die u zintuiglijk niet bewust heeft waargenomen. Gevoeligheden zijn dus voor een mens niet iets waarvan men de bron zonder meer kan constateren. Bij onbewuste waarnemingen is het opvallend dat de emotie altijd gepaard gaat met een verklaring. U vindt iemand eigenlijk onbetrouwbaar om­dat hij opgepoetste schoenen draagt. Dat komt nl. voor, misschien nu niet zoveel meer, maar vroeger kwam dat veel voor. U zult dan in het uiterlijk van die man proberen een reden voor die afwijzing te vinden, zelfs als u zich niet bewust bent van de associatie: opgepoetste schoenen – niet be­trouwbaar. Een projectie dus, die met stoffelijke uiterlijkheden direct te maken heeft, wijst over het algemeen op onbewuste stoffelijke associaties.

Heeft u te maken met zaken van astrale aard, dan valt op dat hierbij vooral veel gevoelens van temperatuurverschillen en prikkeling optreden. Die komen vaak zelfs zeer sterk voor op het ogenblik, dat u te maken heeft met manifestaties in uw omgeving, onverschillig of deze van stof­felijke of van zuiver geestelijke oorsprong zijn. Want een uitgetredene die in de stof leeft, kan dezelfde fenomenen veroorzaken als een geest kan doen die vanuit zijn wereld tijdelijk een astraal voertuig heeft aangenomen. Realiseer u dat al deze prikkelingen, die meestal plaatselijk van aard zijn, te maken hebben met de astrale wereld of met levenskracht.

Als u te maken heeft met levenskracht, dan valt verder op dat op het ogenblik dat u dichter bij de bron komt gevoelens van kou of warmte, maar zeer plaatselijk, hiermee gepaard plegen te gaan. Overigens warmte en kou die meestal niet meetbaar zijn. U kunt het niet met de thermometer meten. Het is een gevoelsverklaring, in feite een associatie.

Bij levenskracht kunt u altijd het gevoel van trekken of duwen erva­ren. Het is misschien moeilijk omdat in woorden duidelijk te verklaren, maar de volgende verklaring kan mogelijk dienen: als u rechtlijnig door een aura strijkt en er is een afwijking van levenskracht, dan heeft u de neiging om met de hand iets uit te wijken naar de buitenkant van de aura. Het is net, of u over een bobbel gaat. Hier heeft u het duw-effect. Maar het kan ook zijn, dat u het gevoel heeft van een tekort. En bijna on­willekeurig, omdat u een gelijksoortige uitstraling onbewust wilt blijven aanvoelen, gaat u iets verder in de aura en iets dichter bij het lichaam. Ik hoop, dat dit voorbeeld voldoende duidelijk is om de termen “trekken” en “duwen” redelijk te verklaren.

Hebben wij te maken met geestelijke invloeden die wij waarnemen, dan wordt het wat moeilijker. Geestelijke invloeden kunnen namelijk in grote verscheidenheid voorkomen. Ze kunnen voorkomen als eenvoudige verschijn­selen en ook als een massale inwerking. Om ook hiervan tenminste enigs­zins een beeld te kunnen geven, zouden wij die beïnvloedingen als volgt kunnen vertalen.

Als wij te maken hebben met een geestelijke beïnvloeding en het be­treft een enkele persoon, dan moet er een beroering van de aura optreden vóórdat we ons daarvan helemaal bewust worden. Onze reactie daarop zal er vaak één zijn dat de haren even overeind gaan staan, dan prikkelt het even in de hoofdhuid. In andere gevallen is het een gevoel alsof we be­roerd worden. Meestal op niet beklede lichaamsdelen zoals de handen of het gezicht. Voelt u dergelijke dingen aan, zeg dan niet dat het onzin is of fantasie, maar realiseer u, nadat u de waarneming zo goed mogelijk heeft verwerkt: dit kan alléén een enkeling zijn die in voldoende mate met mij harmonisch was om daardoor dit contact, deze wederkerige erken­ning mogelijk te maken.

Is er een groter aantal entiteiten in het geding, dan verandert de situatie. Er is dan sprake van een geladenheid in de gehele atmosfeer om u heen. In heel veel gevallen ervaart men dit als een soort stortvloed van kracht. Een van de bekende reacties is: wat tocht het hier opeens! Dan moet u zeggen: er zijn een groot aantal entiteiten aanwezig. Hun doel zal niet specifiek op mij gericht zijn, maar ik voel aan dat ze aanwezig zijn. Als u die invloed voelt, probeer dan – als u merkt dat er bepaalde disharmonieën in de omgeving heersen- deze disharmonieën zoveel mogelijk te ontkennen, terzijde te schuiven. Hierdoor zult u bijdragen aan elke geest die probeert de zaak in orde te maken en u zult een afremming be­tekenen voor eenieder die de tweedracht wil opvoeren. Op deze manier kunt u heel veel van die massale beïnvloedingen wel degelijk voor uzelf en vaak voor uw omgeving veranderen.

Al deze door mij genoemde gevoeligheden bestaan in elke doorsnee­mens. Het is geen kwestie van: iedereen is daar even begaafd en even sterk in. Het is eerder: de één ervaart ze bewuster dan de ander. Je bewust worden van deze beïnvloedingen is zeer belangrijk.

Hebben we te maken met boodschappen (dat kan voorkomen als het gaat om voorspellende gevoelens) en deze zijn afkomstig van één enkele entiteit, dan is wederom: de haren die even te berge rijzen, de rillin­gen over de rug of de beroering van de onbedekte delen van het lichaam door iets onzichtbaars. Als u een dergelijke waarschuwing wordt gegeven, dan komt ze ongetwijfeld van iemand die met uw lot zeer begaan is. Het betekent, dat u bijzondere aandacht daaraan moet geven.

Heeft u te maken met gevoelens die niet van een persoonlijkheid stam­men, maar uit bv. een lotssituatie die reeds is vastgelegd, dan is het een golf. Het is iets wat als een grauwheid of duisternis wordt aangevoeld. Dit zijn uit de aard der zaak vergelijkende termen. Het wordt niet werkelijk donker, maar het is even alsof er een deken over je gedachten ligt. In dergelijke gevallen betekent het dat je alleen door je te verplaatsen je kunt bevrijden van deze inwerking en gelijktijdig van alle dreiging die ermee gepaard gaat.

Bij gevoeligheden die te maken hebben met het verleden – ook dit komt voor – dan moet u zich wel realiseren dat al wat in het verleden ligt een echo-effect heeft. Het is alsof je een weerkaatsing voelt. Er is wel een vibratie aanwezig, maar hoe intens die ook wordt, ze is niet op één bron zuiver te definiëren. Ze schijnt uit verschillende kanten te komen waarvan één kant meestal de sterkste is.

Voelt u een invloed die helemaal om u heen schijnt te zweven en geen enkel brandpunt heeft, neem aan dat u te maken heeft met uitstralingen die tot het verleden behoren. Dit zijn uitstralingen die vaak in voorwer­pen zijn vastgelegd, in sommige gevallen zelfs op plaatsen lange tijd domi­neren. Indien u daar belang in stelt, kan een dergelijke gevoeligheid u helpen om de brandpunten te vinden. U gaat steeds op de sterkste invloe­den af. U kunt daardoor, als u bv. in de archeologie zit, haast onbewust die plaats kiezen om te graven waar werkelijk iets ligt wat de moeite waard is. Bent u in een spookslot, dan gaat u onwillekeurig juist op die plek af waar het spookverschijnsel zijn ontstaan eigenlijk aan te danken heeft. Die gevoeligheid kan u dus helpen bij oriëntatie. Heeft u daar geen interesse in, sluit u dan zo goed mogelijk daarvoor af.

Dan is er een laatste gevoeligheid, die de mens ook moet beseffen.

U heeft geestelijk in u een deel van uw verleden, dus delen van vorige incarnaties. Wanneer u te maken krijgt met personen, toestanden of plaatsen die in een vorige incarnatie voor u grote betekenis hadden, dan voelt u dit aan als een soort warmte, als een thuiskomen. Het is in dit geval dus een emotionele warmte. Het is een herkenningsgevoel dat overigens niet redelijk verklaarbaar is. Als dit herkenningsgevoel optreedt, zeg tot uzelf: hiermee heb ik al eerder te maken gehad en nu gaan wij over tot de orde van de dag. Probeer nooit die herkenning onmiddellijk te herleiden. Als ze be­langrijk is, zal ze zich later weer manifesteren.

Nogmaals, al deze gevoeligheden heeft de doorsneemens. Sta uzelf toe deze gevoelens te beleven. Ruim de grenzen van redelijkheid uit de weg: je kunt toch niet zo onzinnig reageren. Houd rekening met uw omgeving en uw medemensen, maar ook met uw aanvoelen. De menselijke gevoelighe­den zullen u dan kunnen helpen om u in uw leven ten aanzien van plaatsen, mogelijkheden en mensen beter te oriënteren. Ze kunnen ertoe bijdragen dat u zich van uzelf en uw mogelijkheden meer bewust wordt en ze zullen de be­tekenis, die u voor uw medemensen kunt hebben en eventueel zelfs voor over­geganen, aanmerkelijk doen toenemen. Daarom is het belangrijk de menselijke gevoeligheden niet terzijde te schuiven of als discussiepunt te gebruiken, maar ermee te werken als een natuurlijk en normaal deel van het eigen wezen.

Ik hoop, dat u zich de moeite zult getroosten om ook dit verder na te gaan. U zult merken dat er heel veel praktische aanwijzingen in voor­komen. U kunt ze heus niet allemaal tegelijk waarmaken. Als u met het eenvoudigste begint: het gewoon toelaten van die gevoeligheden tot uw denken, dan komt u vanzelf verder. En dan kunnen ook de verdere richt­lijnen u een goede dienst bewijzen.

De ongekende herinnering

Elke mens is meermalen geïncarneerd. Als een mens meermalen is ge­ïncarneerd, dan heeft hij herinneringen aan het verleden, maar kan die meestal niet plaatsen. Ze komen naar voren doordat men zich bijzonder voelt aangetrokken tot een bepaalde cultuur. Er zijn mensen, die dol zijn op Egypte. Er zijn ook mensen die Egypte niet kunnen luchten of zien, maar zij zijn weer gek op bv. Indianen. Het klinkt gek, maar op deze manier oriënteer je je.

Als je vroeger hebt geleefd in bv. het Florence van 1500, 1600, om maar iets te noemen, dan is de kans heel erg groot dat je je onwille­keurig juist tot de cultuuruitingen voelt aangetrokken die omstreeks 1600 in Florence te vinden waren. Er is dus een reactie op het verleden. Deze reactie betekent tevens een voorkeursoriëntatie in het heden.

Een mens, die herinneringen heeft, behoeft heus niet te denken ik ben altijd zo bezig met India of China of met eskimo’s, dus ben ik er vroeger één geweest. Dat staat helemaal niet vast. U kunt het niet bewijzen. Maar u kunt wel aan de hand van de voorkeur die u heeft, doordringen tot de werkelijke waarde daarvan. Die herinneringen namelijk kunnen via het onder­bewustzijn associaties wekken. En nu het wonderlijke.

U wordt geconfronteerd met een beeldje uit bv. Egypte. U houdt het vast en als u probeert erover te praten, dan gaat u dingen zeggen waarvan u zelf niet wist, dat u zich daarvan bewust was dat u dat nooit gehoord had. U brengt spontaan een aantal herinneringen over, mits u maar een brandpunt heeft, een associatiemogelijkheid. Op die manier kunt u dus gebruikmaken van die vergeten herinneringen om u in het heden gemakkelijker te oriënteren.

Een mens, die in het verleden heeft geleefd, heeft ook bekwaamheden verkregen. Misschien bent u in een ver verleden timmerman geweest en bent u vandaag de dag een kalme rustige huisvrouw, ofschoon die in deze tijd steeds zeldzamer worden. Het wonderlijke is nu dat, wanneer u een noodzaak ziet, u plotseling heel erg handig kunt omgaan met hout, hamer en spijkers. U doet het dan meestal wel een beetje anders dan het officieel zou moeten, maar u kunt ermee overweg en bovendien wat u maakt is stevig, het is houd­baar. Als u ontdekt dat u die affiniteit voor houtverwerking heeft, waarom zou u dan niet proberen daar wat meer mee te doen?

Een ander mens ontdekt in zich bv. een enorme gevoeligheid voor maat en muziek. Dat wil helemaal niet zeggen dat u nu plotseling in de muziek moet gaan. Bovendien, als u in een vorige incarnatie ergens neger bent geweest, dan past u helemaal in de hip hop beatgeneratie die op het ogenblik aan het woord is. Vooral hard, de rest komt er niet zo erg op aan. Maar heeft u die gevoeligheid, ontwikkel haar. Houdt u gewoon bezig met muziek en wees niet bang om eens te luisteren naar oude muziekstukken. Misschien dat u dan ergens een doedelzak en een lier te­zamen hoort en ineens het gevoel krijgt: dat liedje ken ik. Dat betekent vaak dat u met dergelijke instrumenten en met deze soort muziek zelf veel kunt bereiken, maar ook dat u ze zelfs kunt gebruiken om uw eigen gericht­heid te kunnen bevorderen.

Er zijn mensen, die zich het best kunnen concentreren bij Vivaldi. Anderen houden meer van Bach. Er zijn zelfs mensen die hun stommiteiten vergeten als ze Wagner horen. Dat is dan ook wel verdovend! Zo heeft eenieder zijn eigen affiniteiten. Maak er gebruik van, want ze helpen je over het algemeen om je werkelijke wezen een beetje beter te concentreren.

Als u dan toch met die vergeten herinneringen bezig bent, waarom zou u niet eens nagaan hoe u eigenlijk aan uw voorkeuren komt? Waarom heeft u bv. een voorkeur voor een bepaalde kleur? Dat hangt zeker ook met uw geestelijke structuur samen. Maar als u die kleur dan op een bepaalde manier verwerkt, moet er toch wel iets stoffelijks bij zitten. Er zijn dames, die altijd rode strikjes en kwikjes willen hebben, maar nooit een rood bloesje. Er zijn heren, die altijd een das met een stippeltje wil­len hebben. Dat zijn mensen die uit de Germaanse tijd stammen. Een dergelijke voorkeur, en dan op een bepaalde manier gebruikt, geeft een aanwijzing voor de eigen psychische mo­gelijkheden.

Als je ziet dat iemand altijd een streepjespak draagt, dan kun je daar ­ iets uit afleiden. “Daar loopt een streepje door.” Maar dat is nu uw re­actie. Dat is niet waar. Het wil alleen maar zeggen dat het iemand is die heeft geleefd in een periode waarin een verticale lijnvoering aan leiders was voorbehouden; dat men zich dus met het hogere probeerde te associëren.

Als je dat voor jezelf erkent, dan kan het je ook helpen te zien wat je aan het doen bent. Want heel vaak probeer je hoogten te beklimmen zon­der het te beseffen. Heel vaak probeer je iets te bereiken zonder dat je eigenlijk weet waar je naartoe wilt. Die vergeten herinneringen, die je dan in die kleine tekens kunt terugvinden, helpen je dan soms om ergens een brokstuk te pakken te krijgen waarvan je zegt: “daarom wil ik het” of “dat wil ik”. Zo kun je achter je beweegredenen komen en dat heeft ook een groot voordeel.

Nu weet ik wel dat de mensen zeggen: vandaag ben ik zo. Dat is niet helemaal waar. Er zijn mensen van wie de gedragspatronen in feite sterk worden bepaald door het verleden. Dan kun je wel zeggen: dat kan in deze tijd niet. Maar die neigingen, deze begaafdheid of geremdheid of bestreving, kunnen uit het verleden stammen.

Er zijn mensen, die op een onbeholpen manier proberen de liefde te be­leven. Nou, dan zijn dat heel waarschijnlijk mensen die in een klooster heb­ben gezeten in een vorige incarnatie.

Er zijn mensen, die altijd worden omringd door het andere geslacht en dat eigenlijk met een zekere minachting bezien en gebruiken. Dat zijn vaak mensen, die vroeger een harem hebben gehad. Dat geldt voor de dames net zo goed als voor de heren, want wisseling van sekse in incarnaties komt veel voor.

Dus als je dat eenmaal gaat begrijpen, dan kun je een verklaring vin­den niet alleen voor je eigen gedragingen, maar vaak kun je ook zien: bij die ander is een specifiek element aanwezig dat altijd weer op de voorgrond treedt. Dat moet dan slaan op een incarnatie die daarmede in ver­band staat. Speel dan eens in op iets wat je uit die tijd weet of kent en je zult tot je verbazing ontdekken dat die ander juist daarop spon­taan gaat reageren. Het is vaak een mogelijkheid om a.h.w grenzen te doorbreken.

Vergeten herinneringen spelen dikwijls een grotere rol dan de meeste mensen beseffen. Ze vallen uiteen in twee soorten. Je hebt de z.g. genetische herinnering, die bij de voortplanting vastligt in de cellen en daar spreken opa en oma ook een woordje in mee. Opa was altijd piraat. Het kan heel goed zijn dat zijn dochter dat ook heeft. Aan de andere kant, ma kan wel een bigotte ge­weest zijn. En als dat samenwerkt, dan krijg je genetisch een bigotte pi­rate. Maar dan moet daar ook nog een persoonlijke beleving achter zitten. Dan vraag je je af: wat is dan de manier waarop deze stoffelijke eigen­schappen worden geuit? En dan blijkt soms dat er alleen maar behoefte is aan een enorme vrijheidsdrang.

Iemand, die in het verleden gevangen heeft gezeten of waarschijnlij­ker nog slaaf of horige is geweest in een vorig bestaan. Iemand, die zelf geen stap kon verzetten en die nu ondanks alles wordt gedreven door de lichamelijke kwaliteiten die hij heeft geërfd om zich vooral onafhankelijk en vrij op te stellen. Dat zijn allemaal kwaliteiten die men in iedereen steeds kan terugvinden en natuurlijk ook bij zichzelf.

Vergeten herinneringen zijn vaak de basis van onze onverklaarbare gedragingen. En misschien is het voor ons ook weleens goed om te kijken welke afwijking wij persoonlijk vertonen. Eenieder constateert ze bij ande­ren, dus waarom zouden we niet een keer zelf in de spiegel kijken.

Als u merkt dat u met uw denken of handelen altijd in een richting afwijkt, wees er dan van overtuigd dat hier die vergeten herinneringen, die restanten van een vorige incarnatie een rol spelen.

Begrijp ook dat uw problemen, die daaruit voortspruiten dan ook in deze incarnatie zo goed mogelijk moeten worden opgelost. Want het is niet voldoende om te zeggen: O, nu weet ik het, het is een vergeten herinnering. Daardoor ben ik bijzonder georiënteerd op Neurenberg, Parijs, Milaan, Cairo en noemt u maar op. Het is niet voldoende te zeggen: daar ben ik geïncarneerd geweest. Neen, u moet ook kijken hoe wijk ik af van wat gangbaar is. En vooral als u weet, dat u dat instinctief, niet redelijk steeds weer doet, dan is het heel goed om u af te vragen waar dat vandaan kan komen.

Denk daar eens over na. Misschien krijgt u dan beelden uit vorige in­carnaties. Met zekerheid gaat u dan ook voelen: dit is een probleem waar­mee ik in dit leven heb af te rekenen. Juist in deze zin zijn die vergeten herinneringen erg kostbaar. Want ze kunnen u gewoon helpen om in dit leven, waarin u nu bestaat, af te rekenen met de problemen die u zelf voortdurend veroorzaakt. Dat betekent, dat u een evenwicht kunt herwinnen dat zo dade­lijk geestelijk van groot belang zal zijn.

Als ik daarmee bezig ben, dan rijzen er wel eens vragen. Zo heb ik soms het gevoel dat menige Dolle Mina de incarnatie van een heks is. Niet dat ik dat de Dolle Mina kwalijk neem, maar ze is kennelijk voortdurend in verzet tegen de wereld rond haar en wil bovendien haar oude magische macht, haar gevoel van meerwaardigheid terugwinnen. Dan zou dat betekenen, dat ze haar meerwaardigheid aan zichzelf moet bewijzen en niet aan de wereld. Want op het ogenblik dat zij dat doet, zal ze juister en harmonischer kunnen reageren. En dan zal ze misschien nog verder gaan in de vrouwenemancipatie of in iets anders. Dat maakt verder niets uit. Maar dan doet ze het als een homogene persoonlijkheid. Niet als iemand die wordt gedreven zonder eigenlijk precies te weten waarom die rationaliserend alle oorzaken naar buiten toe ver­schuift en daarbij zichzelf als feitelijke oorzaak en als eigen beweegredenen blijft ontkennen. Als je dat nu allemaal doet, dan kom je een heel stuk verder.

De hele situatie waarin je leeft plus je eenzijdige voorkeuren duiden aan welke problemen en mogelijkheden je in het verleden hebt ge­had. Daarmee moet je vandaag de dag op een harmonische manier afrekenen.

U heeft vergeten herinneringen. U bent al eens eerder op aarde ge­weest en u heeft misschien herinneringen aan bepaalde sferen. Dat u die niet bewust heeft, is niet erg, maar ze hebben u wel een bepaalde eenzijdigheid, een bepaalde voorkeur ingegeven. Soms zelfs een bepaalde vaardigheid. Maak van die gegevens gebruik. Probeer ze om te zetten in iets wat in uw huidig besef, uw huidig leven positief is. Als u daarin slaagt, dan heeft u de vergeten herinnering omgebogen tot een bewustwordingsele­ment, waarvoor u zo dadelijk in de geest dankbaar zult zijn en wat voor u zelfs hier op aarde veel meer geluk en vrede mogelijk maakt dan u anders ooit zou kunnen verwerven.

Compensatie

Als ik mijzelf beoordeel en tekortschiet, zo zoek ik compensatie. Ben ik klein in eigen ogen, ik wil groot zijn in de ogen van anderen. Voel ik mij machteloos, ik zal proberen macht te krijgen ten koste van alles om zo mijzelf niet meer als machteloos te ervaren.

Compensatie is eigenlijk een poging om aan jezelf te ontvluchten in datgene wat je buiten je verwerft. Maar kun je in jezelf een com­pensatie vinden? Wanneer een mens innerlijk leeg is, dan kan hij zijn leven vol stoppen met gebeurtenissen. Maar kan hij zijn innerlijke leegte verdrijven? En als een mens innerlijk volheid bezit, zal hij dan zelfs niet blijven bestaan, ook al zou hij de laatste mens op de wereld zijn?

Compensatie is iets waarnaar wij zoeken omdat wij niet weten dat we eerst zelf evenwichtig moeten zijn. De compensatie, die wij buiten ons zoeken, is in feite de ontkenning van de noodzaak om in onszelf de evenwichtigheid te erkennen.

Compensatie is een mooie leuze. Als je niet werkt, dan moet daar­voor een zekere compensatie bestaan, al is het maar een werklozenuitkering. Als je niet kunt denken, dan moet daar een zekere compensatie tegenover staan, al is het maar dat je filmster mag worden. Het is allemaal aardig geredeneerd, maar het feit is dat je jezelf eerst moet aanvaarden zoals je bent. Dat je moet werken vanuit datgene wat je innerlijk weet te zijn. Dat je jezelf manifesteert volgens je erkenning van eigen wezen. Pas als je dat bereikt, heb je geen compensatie nodig. Misschien dat dit de compensa­tie is die God ons geeft in onze onvolmaaktheid, dat wij door onszelf te aanvaarden innerlijk voortdurend fragmenten van die volmaaktheid kunnen ervaren, ongeacht het feit dat we dan toch weer naar onze eigen onvolle­digheid moeten terugkeren.