De menselijke uitstraling

uit de cursus  ‘Menselijke krachten’ (hoofdstuk 1) – oktober 1978

Inleiding

Mens: wezen dat zich van zichzelf bewust is en zodanig van een wereld, dat het zich ook in het kader van die wereld kan leren beschouwen.

Mens: een stoffelijk voertuig waarin zich naast het bij dit stoffelijk voertuig behorend levenslichaam een aantal andere voertuigen bevindt, elk behorend tot een eigen niveau van kracht.

Mens: bewustzijn dat enerzijds in zuiver stoffelijke waarden kan denken, maar gelijktijdig de mogelijkheid heeft om de krachten van hogere werelden en sferen in zich zodanig te ontvangen, dat hierdoor een tweeledigheid van bewustzijn wordt bereikt.

Als wij spreken over de krachten van de mens, dan spreken wij uit de aard der zaak over al zijn kwaliteiten en eigenschappen. Maar wij hebben te maken met de mens op deze wereld. Alles wat wij zeggen over de geest is mooi; daar heeft u later wat aan, niet nu.

Het is de bedoeling om in het kader van een reeks lezingen u zoveel mogelijk informatie te verschaffen omtrent alle kwaliteiten waarover u – zij het rudimentair, zij het volledig – beschikt, u duidelijk te maken hoe de kwaliteiten gebruikt kunnen worden en u zo in staat te stellen uw krachten op de meest juiste wijze te verdelen, gebruikmakend van alle voertuigen en van al uw mogelijkheden.

De menselijke uitstraling

Door de vele voertuigen die deel uitmaken van het menselijk leven ontstaat buiten het lichaam een aura. Deze aura bevat in zich een aantal energieën die deels behoren tot het stoffelijk lichaam, deels tot de geestelijke voertuigen. Hierin worden allerlei processen die zich in de mens afspelen, maar ook tussen de mens en de kosmos als zodanig kenbaar gemaakt. Het geheel functioneert bovendien nog als een soort zender, omdat de sterke impulsen die in de aura ontstaan of daar worden ingebracht, kunnen worden uitgestraald naar anderen. Het is deze uitstraling die voor ons zo belangrijk is.

Uitstraling is niet veel meer dan een woord. Misschien kunt u denken aan een radiozender. Een radiozender straalt uit door een magnetisch verdringingsverschijnsel. Er ontstaat een magnetische golf. Ze valt weer weg, maar voordat de gevormde magnetische krachtlijn kan wegvallen is er al een tweede. Die stuwt dan de vorige krachtlijn weer voort etc.

Bij de mens is het ongeveer hetzelfde maar met één verschil: een zender straalt over het algemeen rondom uit (al zijn er enkele soorten zenders die sterk gericht kunnen stralen). Waar de mens zijn uitstraling, zodra hij zich daarvan bewust is, meestal gericht zal gebruiken. Dit impliceert dat het geheel van de fluctuerende energieën in de aura op één enkel doel wordt gericht. Het deel van de aura dat behoort tot de astrale wereld vormt dan zelfs een soort parabolische spiegel. Wij kunnen dus een zeer sterke en intense straling uitzenden. Deze uitstraling kan alle krachten bevatten die niet behoren tot de stof zelf. Anders gezegd: krachten van het levenslichaam, astrale energieën en geestelijke energieën van verschillende kwaliteit kunnen worden uitgestraald.

Zo gezegd lijkt het erg ingewikkeld en moeilijk, maar er zijn heel veel dingen waarmee u dagelijks te maken heeft. Hoe vaak voelt u iets aan? Er is een spanning in de omgeving. Een mens wekt bij u bepaalde reacties op zonder dat u weet waarom of hoe. U voelt de aanwezigheid van mensen, ook als u redelijk of zintuiglijk hun aanwezigheid nog niet had kunnen vaststellen. Dat zijn nu reacties op uitstralingen.

Het is duidelijk dat die uitstraling van het grootste gewicht wordt wanneer iemand bv. in een labiel evenwicht verkeerd. Als uw innerlijk evenwicht van krachten en werkingen erg wankel is, dan kan een gerichte uitstraling voldoende zijn om dat gehele evenwicht te verstoren. Dan kunnen er allerlei hallucinaties worden opgeroepen. Er kan worden gewerkt met allerlei ziektes en dan zitten we haast onwillekeurig op het terrein van de zwarte magie. Het heeft echter alléén te maken met de uitstraling, niet met demonen of andere geesten.

Het omgekeerde is natuurlijk ook mogelijk. Wanneer een mens onevenwichtig is, dan kunt u vaak diens evenwicht herstellen door alléén maar uw uitstraling op die mens te richten. U kunt een deel van uw kracht aan een ander overdragen, als u dat wilt. Deze praktijken kent u voornamelijk onder de naam magnetiseren of geestelijke genezing. In beide gevallen is er alléén sprake van het projecteren van een deel van uw eigen aura en wel met een zodanige kracht dat hierdoor in de uitstraling en ook in het organisme van een medemens iets verandert.

Andere aspecten van de uitstraling die u regelmatig ontdekt, zijn de pseudo-telepathische impulsen. U kunt ze ook wel empathische impulsen noemen.

U denkt plotseling aan iemand die u al in jaren niet heeft gezien, de volgende dag komt hij langs. U krijgt de neiging om maar alvast thee te gaan zetten en u heeft net de thee klaar en daar is de visite met een gebaksdoos in de hand. Dit is een soort telepathie. Het gaat hier echter helemaal niet om gedachtebeelden of woorden die worden overgedragen. Dat is wel mogelijk, maar het komt zo zelden voor. Werkelijk goede telepaten zijn er betrekkelijk weinig. Mensen, die deze empathische gevoeligheid bezitten, zijn er erg veel. Het belangrijke blijkt hierbij te zijn dat de mensen een mate van afgestemdheid bezitten.

Die afgestemdheid kan gewoon liggen in een geconcentreerd denken aan een bepaald punt. Wanneer iemand aan u denkt en het beeld is duidelijk genoeg, dan zal zelfs over een grote afstand bij u opeens de aandacht wakker worden. U wordt gewekt door dit signaal en u reageert daarop door aan te voelen waar het vandaan zou kunnen komen. Dit proces speelt zich zelden bewust af, het is een soort gevoelsopwelling. Sommige mensen zouden zeggen: het is de rechter hersenhelft die daar functioneert. U heeft daardoor de mogelijkheid om niet-verstandelijk en niet-zintuigelijk en zelfs niet bewust toch in te spelen op de gedachteuitstraling van anderen.

Hier heeft u een paar voorbeelden dat de uitstraling van de mens inderdaad het één en ander betekent. Maar we kunnen nog verder gaan. Er zijn mensen die zoals dat heet telekineten zijn.

Een telekineet is iemand, die in staat is om op afstand van zijn lichaam voorwerpen te manipuleren of te beïnvloeden. Sommigen denken dan aan piano’s die door de lucht vliegen. Nu, er zijn er niet veel die dat aankunnen. Maar dobbelstenen beïnvloeden komt wel veel voor. In sommige landen komt het meer voor dat iemand aan het praten is tegen een dobbelsteen en ook wel tegen een bal die hij moet gooien. Het komt bij ‘jeu de boules’ in Zuid-Frankrijk nog weleens voor dat men gaat praten, terwijl men zich op de worp voorbereidt en daarbij zichzelf aanpraat dit moet er gebeuren. Nu is het wonderlijke dat door dit suggestief proces hun kans tot het bereiken van hetgeen ze willen aanmerkelijk vergroot. Als met dobbelstenen 7 moet worden gegooid dan zal men i.p.v. 3 op de 10 keer misschien 5 op de 10 keer raak gooien. Als het gaat om het werken met ‘jeu de boules’ (sommige biljarters hebben die neiging ook wel, maar dat doen ze dan binnensmonds), dan zult u zien dat ook hun gemiddelde mogelijkheid van treffen oploopt.
Anders gezegd door de uitstraling van de mens is het mogelijk te komen tot een zekere beïnvloeding van het gedrag van stoffelijke z.g. dode voorwerpen. Laten wij nog een stap verder gaan.

Er zijn mensen die in staat zijn plotseling visioenen te zien. Waar komen die vandaan? In sommige gevallen weet je het. Dan zijn die visioenen niets anders dan een uiting van frustraties, dat is een psychologisch proces. Maar als je nu werkelijk in de toekomst kijkt? Als je vandaag droomt wat er morgen in de krant staat en het staat er nog in ook, hoe moet je dat dan verklaren? De menselijke uitstraling omvat alle geestelijke voertuigen en daardoor een grotere tijdseenheid dan het onmiddellijk besefbare.

Dit zijn maar een paar voorbeelden. Ik heb ze opzettelijk in de verschillende categorieën gezocht. Ik heb dit gedaan om u duidelijk te maken dat de menselijke uitstraling niet alléén maar een aura is. Ze is wel degelijk een mogelijkheid tot het uitzenden van signalen. Met de juiste instelling kunt u daarmee heel veel verschillende dingen tot stand brengen. Nu ga ik proberen u een beetje thuis te doen voelen in het werken met uitstraling. Want weten dat je het allemaal zou kunnen, is erg leuk maar als je niet weet hoe je het moet doen, dan heb je er niet veel aan. Ik heb het gevoel dat in een cursus als deze, die handelt over de menselijke krachten, het er vooral om gaat de mens te leren die krachten te activeren, om er iets mee te doen. En dan beginnen wij maar bij het begin.

Heel veel mensen denken dat men geestelijke krachten activeert door concentratie, dus door een heel sterk denken. In feite is dat niet waar. Geestelijke krachten activeert u wanneer u ontspannen bent en er een emotionele intentie is. U werkt via uw uitstraling het best vanuit uw gevoel, niet vanuit een redelijk overleg. Hoe groter uw ontspannenheid t.a.v. hetgeen u wilt gaan doen met de uitstraling, des te groter de kans dat u succes boekt. Daarom geldt het volgende voor eenieder die wil proberen een medemens te genezen.

  1. Probeer niet uw eigen beeld van gezondheid aan een ander op te leggen. Zeker in het begin moet u trachten de ander aan te voelen. Hierdoor ontstaat er wat wij noemen: empathie, een bepaalde wijze van verbondenheid. Op het ogenblik, dat u zich deze realiseert, is het voldoende dat u een beweging maakt om tot genezen over te gaan of eenvoudig de ogen sluit, desnoods om u te concentreren. Daarmee activeert u de uitstraling en des te gerichter naarmate u haar meer specifiek op één patiënt richt.
  2. Probeer nooit een heel stel patiënten tegelijk te genezen. Wat u wel kunt doen, is puntsgewijs aanvoelen. Alléén datgene wat u werkelijk in u voelt, waarmee u een ogenblik een innerlijke eenheid bereikt, is gemakkelijk te be­reiken. Indien het niet mogelijk is om dit te doen, ga dan niet in uzelf graven. Zeg dus niet: ik wil genezen, ik moet genezen, ik zal genezen. Stel u gewoon de patiënt voor. Praat desnoods tegen hem. Vertel hem een grap. Probeer hem aan het praten te krijgen. Concentreer u op de patiënt. In die uitwisseling ontstaat uw gerichtheid en wanneer in u de wil tot genezen aanwezig is, voltrekt het proces zich praktisch automatisch. Want de wil tot genezen, is in feite een gevoel te moeten compenseren voor onevenwichtigheden in de ander. Dit gevoel op zichzelf is voldoende, mits de verbondenheid met de ander wordt beseft.
  3. Als u te maken heeft met voorwerpen die u wilt beïnvloeden, dan blijkt dat u zich zelden goed kunt voorstellen dat u met uw geest een dobbelsteen, een bal of iets anders kunt besturen. Als u dat probeert te doen, dan bent u daar zo op geconcentreerd dat het zich wel in u voltrekt, maar dat het in uw uitstraling absoluut niet meer tot uiting komt. Wat blijkt nu? Als u praat tegen een dobbelsteen of tegen een bal, met andere woorden u daarop richt en concentreert en u niet bewust wilt zijn van het ontstaan van een eigen beïnvloedende uitstraling, dan heeft u de beste kansen op resultaat. Ontspanning is voor alle werkingen die vanuit de aura gaan van het grootste belang.

U heeft allen in de aura bepaalde knooppunten, bloemvormige warrelingen waaruit velden uit de materie en uit de geest samenvloeien. Men noemt ze chakra’s. En men zegt: dit chakra is open en dat niet. Een chakra geeft u, indien u het innerlijk beleeft, een veel grotere mogelijkheid tot concentreren, omdat het geheel van alle materiële en geestelijke kracht in het chakra kan samenvloeien en vandaaruit ooit geprojecteerd kan worden. Maar als u bezig bent u eerst af te vragen of dit of dat chakra open is, dan bent u ongeveer als de man die zei: ik moet toch wachten tot bakker open is en toen liep hij net zolang te zoeken naar een open zijnde bakker, tot ze allemaal gesloten waren. Toen zei hij: er is geen brood in de stad. Op die manier komt u niet verder. Een chakra dat functioneert, en dat doen ze allemaal, werkt op de kruin (het topchakra) evenzeer als in het laagste chakra. Elke functie die ontwaakt, is in het laagste chakra actief tot in het hoogste. Dit impliceert, dat u zich niet behoeft af te vragen, of u nu moet werken, zoals sommige mensen doen, met het middenrif, het keelkop, of het voorhoofdchakra. U moet dit gewoon beseffen. Elke functie, die voorstelbaar en bereikbaar is, zal vanuit elk chakra gebruikt kunnen worden. Indien u een concentratie op een zeker punt nodig heeft, dan kunt u dat het best bereiken door intens daarnaar te staren. Indien u op die visuele impressie afgaat, dan is meestal het voorhoofdchakra geactiveerd. Dat zal dan misschien niet helemaal open zijn, maar dat geeft niet. Want die delen waar het om gaat – en die vallen binnen het voor u voorstelbare en mogelijke – zijn open, anders zou u niet eens het gevoel kunnen krijgen dat het mogelijk is. Dat houdt meteen in dat u t.a.v. uw eigen uitstraling niet teveel twijfels moet hebben. Niet zoiets van: anderen kunnen het en ik kan het niet. Een dergelijke mentaliteit of zelfs maar een voorbehoud uit angst voor mislukking maakt in feite de mogelijkheid tot het projecteren van iets uit de uitstraling veel minder. Als u denkt, het werken met de uitstraling daar ben ik toch niet rijp voor, dan zou ik u de raad willen geven over te gaan tot receptiviteit, ontvankelijkheid.

De aura – als geheel – is gevoelig voor alle krachten die in de omgeving optreden. Op het ogenblik, dat wij proberen die krachten te verbaliseren, uit te drukken in woordbegrippen – al is het maar in onszelf – zullen wij over het algemeen mislukken. Absorberen van signalen betekent: zelf stil zijn. De reacties die zij in ons teweeg brengen, zijn later besefbaar en zullen dan worden omgezet in woorden, in beelden, in het denken en zelfs weer naar buiten worden gebracht om het anderen duidelijk te maken.

Ontspannenheid is een eerste vereiste. Maar ontspannenheid alléén is natuurlijk niet genoeg, want wij hebben nu wel de aura, maar die moet ook een beetje tot rust komen. Dit betekent, dat ons lichaam niet teveel storende invloeden moet ondergaan. Iemand, die rammelt van de honger, moet niet denken dat zolang hij bezig is met zijn honger zijn aura evenwich­tig functioneert. Pas op het ogenblik dat hij werkelijk ontspannen is, treedt de gevoeligheid het sterkst op. Wie ontvankelijkheid als eerste be­nadering neemt voor het erkennen van zijn uitstraling, zijn mogelijkheden, zou ik de volgende raad willen geven:

Leer u te ontspannen. Wie boodschappen zuiver wil ontvangen, moet een mate van onverschilligheid bezitten. Probeer niet betrokken te worden bij de boodschap die u ontvangt. Alléén op deze manier zult u ze zuiver en onvervormd doorkrijgen.

Besef, dat boodschappen die u van buitenaf bereiken slechts zelden onmiddellijk in een duidelijk omschreven begrip kunnen worden weergegeven. Ze zijn eerder emoties, gevoelens. Het is een aanvoelen van kracht, van zwakte, van licht, van duister, van vreugde, van droefenis enz.. Dit aanvoelen nu wekt bij u associaties, die u moet vergelijken met de feiten. Want elk signaal dat u bereikt, is een inwerking op u en indirect op een deel van uw wereld. Uw gevoelens zullen dus weerkaatst worden in de wereld. U leert de betekenis ervan onderscheiden. Dit is erg belangrijk voor een mens. Want alle onbestemde gevoelens, soms zijn dat zelfs grote angsten, zijn niet zo prettig. U weet dan niet wat u ermee moet doen. Maar als u leert dat een bepaalde vorm van angst een aanduiding is voor b.v. een beproeving of een beslissing waarvoor u komt te staan of voor een tegenstelling waarin u uw positie moet definiëren, dan wordt het veel gemakkelijker.

Controleer uw gevoelens met de feiten. Ga uit van het standpunt dat een dergelijk aanvoelen, zeker in het begin, betrekking moet hebben op een gebeurtenis die binnen 36 uur duidelijk en kenbaar plaatsvindt. Als u zich moet afvragen, of er in die 36 uur iets is gebeurd dat past bij hetgeen u aanvoelt, is het al waardeloos. U moet gewoon onmiddellijk kunnen associëren.

Als u die gevoeligheid aan het opvoeren bent (wat u op deze manier door training kunt doen), dan zal het ogenblik komen dat u denkt: ik wil graag wat meer energie hebben.

Energie is ook weer een kwestie van juiste instelling. De hele wereld rond u is vol van energieën die u lichamelijk nodig heeft. Maar of we nu spre­ken over nous (nvdr. Oudgrieks voor geest of intellect)of Od-kracht, dat maakt geen verschil uit. Rond ons zijn krachten van kosmische, maar ook van stoffelijke aard welke elke mens die op aarde leeft kan absorberen. Het absorberen van die kracht is een kwestie van de juiste instelling. Dit is een heerlijk vage term waarmee we alle kanten uit kunnen.

Wat is een instelling? Over het algemeen een tamelijk overbodig ambte­lijk apparaat. Voor ons is instelling gewoon een volledige gerichtheid, maar ook openheid. Als u goed op kracht wilt mediteren (het is een soort ontrukt­heid), dan is het volgende van belang:

  1. Bewust uitschakelen van uw omgeving.
  2. Bewust beheersen van uw ademhaling. Het geeft niet of u langzaam of diep ademhaalt, maar doe het wel gelijkmatig. Concentreer u rustig op die ademhaling.
  3. Concentreer u op uw houding. Een ontspannen houding is volgens ons de beste. Maar als u een lotushouding wilt proberen en u heeft de kramp ervoor over, dan mag dat best, mits u zich bewust blijft van de positie van uw lichaam, uw ademhaling en later van het ritme waarmee uw hart klopt en dergelijke dingen. Dus niet krachten zitten sleuren.
    Er zijn mensen die een ander systeem hebben. Zij zeggen: je moet grijpen. En dan zitten ze naar alle kanten uit te grijpen en de kracht Gods over zich heen te slepen. Dat is allemaal goed, dat kan allemaal wel. Maar als wij zoveel mogelijk van die kracht rond ons willen opnemen: ontspannenheid en concentratie op ons eigen wezen, waarbij we de oefening doen met het doel om kracht op te nemen. Dat doel kunnen we rustig ver­geten, omdat de hele oefening niets anders is dan een bevestiging van het doel dat we ons hebben gesteld. Op deze manier kunt u uw energie vergroten.

Het kan zijn dat u het gevoel heeft dat u een beetje onevenwichtig bent. In dat geval kunt u niet onmiddellijk beginnen met: laat nu die kracht maar komen. U moet eerst proberen zelf evenwicht te krijgen. Dat kunt u het best bereiken via een zelfsuggestie. Wanneer u bezig bent uw eigen onevenwichtigheid in bedwang te houden, kijk naar iets wat u erg mooi vindt, luister naar iets wat u mooi vindt. Doe iets waarin u helemaal opgaat en wat u prettig en goed aanvoelt. Kortom ontspan u door schoonheid, in feite factoren van harmonie, buiten u te zoeken en die op u te laten inwerken. Als u dan ontspannen bent, kunt u het andere procedé volgen. Dan blijkt dat de instelling op har­monie, op schoonheid, op evenwichtigheid een juiste verdeling van de krachten in uw lichaam, in uw aura tot stand brengt waardoor een evenwichtige toestand en gelijktijdig een toename van energie wordt bereikt.

Dan zijn er nog heel veel dingen waarover wij kunnen praten. Een van de meest voorkomende is toch wel de beroering van de aura.

Een geest kan uw aura bereiken, beroeren en er eventueel in ver­ward raken. Dat gebeurt meestal in de buurt van een chakra. Dat is he­lemaal niet zo verwonderlijk, als u zich realiseert dat de hele uitstra­ling geen stoffelijke situatie is. Het is eerder een soort krachtveld. Als u wilt weten hoe dat werkt, neem twee magneetjes. Als u die met de juiste polen naar elkaar toe brengt, klikken ze en blijven vastzitten. Draait u één van de magneten om, dan kunt u ze niet tegen elkaar krij­gen, als ze tenminste sterk genoeg zijn. Datzelfde principe werkt ten aanzien van alle entiteiten, maar ook bij de projectie van mensen.

Als er veel mensen bij elkaar zijn die door een emotie worden be­wogen, dan stralen ze die gezamenlijk uit. Die uitstraling is sterk, ze kan doordringen in de aura. Indien u de polariteit van uw aura kunt bepa­len, dan is dat gunstig. Want iemand die in de aura is vastgehaakt, zal bij het ompolen ervan eruit worden gesmeten. Van aanhechtingen heeft u dan geen last meer, van beïnvloedingen van buitenaf door emotionele golven evenmin. Door de juiste instelling drijft u ze van u af en u krijgt a.h.w. een betere visie op hetgeen er buiten u gebeurt.

Hoe doet men dat? Daarvoor zijn heel veel procedures. Ik meen, dat daarvoor op aarde zo’n 60 verschillende systemen bestaan. Ik geef u er één van, omdat ik deze de eenvoudigste en de meest praktische vind.

Wanneer u het gevoel krijgt dat u een aanhechting heeft, dat een an­dere persoonlijkheid zich aan u opdringt, dan heeft het weinig zin om daar regelrecht tegenin te gaan. Hierdoor ontstaat er een erkenning en blijft uw eigen polariteit gelijk. Maar u kunt wel wat anders doen. Al datgene wat u daarin als niet harmonisch ervaart, vergeet u en stelt daar te­genover een beeld van de perfecte harmonie zoals ze voor u op dat ogenblik bestaat. Concentreer u daarop, mediteer er desnoods even over. U zult merken dat u daardoor a.h.w. de polariteit heeft veranderd, want de harmonie in u zal alléén datgene aanvaarden wat daarmee in overeenstem­ming is. Al wat niet daarmee in overeenstemming is, kan niet meer doordrin­gen.

Wanneer u zich temidden van een menigte bevindt en u wilt vrij blij­ven van de emotionele golven, dan moet u gewoon even bewust en diep adem blijven halen en u voorstellen wat rust is. De onrust van de anderen, want het is een emotionele verstoring waardoor dergelijke stralingen ont­staan, kan u dan niet meer direct beroeren, althans u wordt niet meer geestelijk en psychisch beïnvloed. De enige beïnvloeding waaraan u zich niet kunt onttrekken, is de zuiver lichamelijke. Maar omdat u niet gebon­den bent aan de emotionaliteit van de anderen, zult u daar snel bewust en juist op reageren. Ompolen is dus doodgewoon in jezelf een instelling proberen te wekken die tegengesteld is aan hetgeen de ander is.

Dit is wat anders dan het polen. Men zegt gelijke polen stoten el­kaar af. Dus zou je eigenlijk moeten denken aan allerlei hatelijkheden. Als iemand hatelijk is, dan hebben hatelijkheden geen invloed. Dat is niet waar. Psychisch geldt namelijk dat gelijke waarden de neiging hebben zich met elkaar te verbinden, terwijl tegengestelde waarden de neiging hebben elkaars bestaan te ontkennen, dan wel elkaar af te stoten. Wie dit voor zijn eigen uitstraling gebruikt, zal ontdekken dat hij daardoor ook wat objectiever temidden van de mensen kan leven.

Wanneer u voelt: hier zijn invloeden aan het werk of hier is een stemming of sfeer die mij niet past, moet u zich daardoor niet laten be­heersen, maar moet u zelf de tegenovergestelde sfeer genereren. Door dit te doen verdrijft u de invloed die eventueel op u zou kunnen inwerken. In vele gevallen compenseert u ook de onevenwichtigheden om u heen zoda­nig, dat ook anderen gemakkelijker hun evenwicht herwinnen.

Wanneer wij spreken over uitstraling en we doen dat vanuit de mens dan moeten wij ons niet vergissen en denken dat de mens het enige wezen is dat die uitstraling bezit. Er zijn onnoemelijk veel verschillende vor­men van uitstraling denkbaar. Ik, als geest, werk in feite door mijn uitstraling te richten op bepaalde centra in het brein van mijn medium. En mij daarmee vereenzelvigend krijg ik daardoor de capaciteit tot een uiting te komen welke niet meer die van het medium is, maar die de mijne althans redelijk benadert. Dit is een kwestie van gewoon mijn uitstraling te gebruiken. Maar die kan ik tegenover u ook gebruiken en u bent geen medium. Ik zou daarmee echter wel uw gedachten kunnen veranderen. Ik zou uw visie op de wereld tijdelijk kunnen wijzigen. Als ik dat als een gewone geest kan, dan is het duidelijk dat er heel veel entiteiten zijn die ook over een dergelijk vermogen beschikken.

Dan hebben wij daarnaast nog allerlei kosmische stralingen en in­vloeden die we met dezelfde resultaten kunnen benaderen en eventueel uw gedrag, uw denken, uw innerlijk beleven daarmee kunnen veranderen. Het is voor een mens belangrijk deze invloeden wel te erkennen, maar gelijktijdig te beheersen.

Wie zijn eigen aura voortdurend probeert op te laden met kracht en tevens een zo groot mogelijke innerlijke evenwichtigheid tracht te hand­haven (ik heb enige aanwijzingen in die richting gegeven in het voor­gaande), zal merken dat zijn aantastbaarheid voor uitstralingen van el­ders veel geringer wordt. Wanneer bv. een uitstraling van een entiteit zich aankondigt, dan wordt u zich wel daarvan bewust, maar u zult u bewust a.h.w. moeten openstellen om die geest toegang te verschaffen en dus de invloed de mogelijkheid tot inwerking te geven. Dit geldt ook voor kosmische invloeden, alléén heeft men daarvoor een hoger eigen potentiaal nodig, een grotere kracht in de aura.

Over al die krachten en inwerkingen zullen wij een volgende keer verder spreken. Met hetgeen ik u vandaag heb voorgelegd, heeft u een eer­ste mogelijkheid om te beginnen.

Begin uw aura en uw persoonlijkheid op te laden door de juiste vorm van ontspannen gerichtheid op die kracht. Wilt u verder gaan, leer uw kracht te richten door een voorstelling van hetgeen u gaat doen en tijdens het werken met de uitstraling zo ontspannen mogelijk te zijn. Wees niet bang om trucjes te gebruiken als het zonder dat niet gaat. In deze dingen is het belangrijkste dat u tot resultaten komt.

In deze cursus krijgt u tips. Niet iedereen zal geneigd zijn onmiddellijk een avond uit te trekken om daarmee te trainen. Ik vraag me zelfs af, of dat goed zou zijn. Maar probeer die gegevens zo goed mogelijk in u op te nemen. Als u dan onevenwichtigheden erkent, tracht dan volgens de gege­ven richtlijnen het evenwicht te herwinnen.

Bedenk, dat u uiterlijk als een automaat gewoon kunt voortgaan met spreken en handelen, terwijl in u de processen zich afspelen.

Als u een gevoel heeft van zwakte, tracht uw energiepotentiaal op te vijzelen. U zult altijd wel een paar minuten vinden waarin u dat kunt doen.

Als u het gevoel krijgt dat u op welke wijze dan ook door geestelijke of andere krachten wordt benaderd, realiseer u dat u door een juiste in­stelling kunt bereiken dat alléén die krachten, welke voor u harmonisch zijn en dus aanvaardbaar, kunnen doordringen en voor u werkelijk betekenis kunnen hebben.

De richtlijnen zijn de basis. Als u ze kent, dan zal dit het u mogelijk maken in uw leven direct en beter te reageren.

Wij zullen later nog weleens ingaan op telekinese e.d, maar dan wel in meer technische zin, niet in de algemeen praktische zin waarin ik heb geprobeerd dit eerste hoofdstuk voor u uit te werken.

Uit al deze gegevens kunt u afleiden dat de menselijke krachten van groot belang zijn en dat de in het overige gedeelte van de cursus gegeven richtlijnen om het eigen “ik” en de krachten van dit “ik” verder te ontwik­kelen ook voor u wel degelijk een praktische betekenis kunnen hebben.

Ik heb de hoop dat u niet alleen zult willen denken aan de mooie theorieën en mooie woorden, maar dat u voor uzelf zult willen nagaan in hoeverre de verstrekte gegevens en richtlijnen voor u bruikbaar zijn, opdat u komt tot een ontwikkeling van uw persoonlijke geeste­lijke krachten en daardoor uw menselijke en geestelijke betekenis kunt vergroten.

  • U heeft gesproken over het richten op dode voorwerpen. Hoe is uw inzicht als je je richt op zieke lichaamsdelen van jezelf?

Als u zich richt op zieke lichaamsdelen, dan begint u uw totaal even­wicht te verstoren in de hoop plaatselijk een onevenwichtigheid te herstel­len. Dit is niet de juiste benadering. Maar als u zich niet richt op het zieke lichaamsdeel, doch op het geheel van uw persoonlijkheid als zijnde harmonisch, dan zult u, en dat gaat dan t.a.v. een aantal levensstromen en krachtstromen die in het lichaam pulseren, dit evenwicht herstellen. Met andere woorden, u gaat compenseren voor de onevenwichtigheid en de kwaal verdwijnt, ook als u die niet direct bestrijdt. U kunt tijdelijk wel symptomen doen verdwijnen, maar er ontstaat daarvoor in de plaats weer een andere onevenwichtigheid in de levensstromen en krachtvelden in het li­chaam en daaruit komen dan weer andere symptomen en onaangenaamheden voort.

Dus altijd werken voor het geheel en niet op een deel. Werken op een deel van het lichaam kunt u doen voor iemand die bui­ten u staat, omdat u dan onbewust het geheel in evenwicht brengt. U heeft zich bv. op een vinger geslagen en deze begint hevig te kloppen. Dan kunt u zeggen: dat ga ik even gene­zen. Goed, de pijn in de duim wordt minder, maar u loopt de hele tijd met een kikker in de keel. Want wat heeft u gedaan? U heeft geprobeerd een nor­maal proces te reguleren. U heeft daarbij o.a. bloedstuwing en serum stuwing moeten beheersen. De productie van het lichaam door die zenuwsignalen gaat toch door en dus komt de rommel ergens anders terecht. Maar als u het hele lichaam zegt: dit is niet zo belangrijk, dan valt de stuwing, het ze­nuwsignaal, de productie weg, daardoor wordt als vanzelf minder bloed toe­gevoerd en zullen ook de cellen zelf reageren op de gehele uitstraling.

Als die uitstraling harmonisch is, dan zegt de cel: ik ben niet normaal, ik moet mij herstellen. Ze herstelt zich dus. Een andere cel zegt: ik ben normaal, waar maak ik mij druk over wat er met mijn buurman is gebeurd, ik moet rustig zijn. Nu, dan verdwijnt ook de zwelling en u heeft geen kikker meer in de keel. Dat is het verschil.

Dit maakt duidelijk hoe het ook met andere kwalen kan gaan. Hoe meer u bij genezing van uzelf u richt op details, des te groter de kans is dat u uw totale onevenwichtigheid vergroot in plaats van vermindert.

Zoek altijd naar een perfecte harmonie waarin de ziekte of de storing niet kan bestaan, dan zal het zoeken naar het evenwicht krachten toevoeren.

Deze krachten zullen onevenwichtigheden dermate compenseren dat de ver­schijnselen, daaruit voortgekomen, als vanzelf zullen verdwijnen. Als je sterk genoeg bent natuurlijk.

Engelen en duivelen

De mens spreekt over grote entiteiten die rond hem zijn. Soms beschouwt hij ze als een engel soms als een duivel. De grootste moeilijkheid daarbij is wel, dat de mensen het verschil tussen een engel en een duivel niet we­ten. De engel is degene die het met hen eens is. Een duivel is degene die het niet met hen eens is. Toch hebben ze te maken met de kosmos en met allerlei entiteiten die een andere wordingsgang hebben doorgemaakt. Daaronder zijn geesten die niet belichaamd zijn geweest zoals u, die niet een cyclus doorlopen die door de stof gaat. En toch zullen ze op hun eigen manier bewust moeten worden. Want het is niet iets wat je cadeau krijgt. Een stille aanvaarding zonder meer, dat is wel bereikbaar.

De primitieve mens leefde ook onder de invloed van geesten. Misschien had men die ook engelen kunnen noemen. Die engelen gaven gewoon de signa­len. Zij bepaalden eigenlijk alles: de trek van de mensen, de paringstijd, wat u verder maar wilt. Zij reguleerden dus.

Een geest die dat doet, kan daardoor een hoop ervaring opdoen. Wij zouden kunnen zeggen dat wat wij engelen en duivelen noemen (voorname­lijk als ze niet in de stof hebben geleefd) entiteiten zijn die hun ervaring krijgen door psychische manipulatie. Een heel deftige term die niets anders betekent dan dat zij alle zielekrachten, op welke wijze dan ook, kunnen erkennen en eventueel wisselwerkingen daarmee veroorzaken of deze beïnvloeden.

Nu zijn wij geneigd het heelal in te delen in twee gedeelten, de goede jongens van ons en de andere. Dat hebben wij ook gedaan t.a.v. de bovenna­tuurlijke wereld. Wij hebben gezegd: er is een wereld van duister, dat zijn de duiveltjes en er is een wereld van licht, dat zijn de engeltjes. Maar het wonderlijke is, dat de entiteiten die bij het duister horen soms voor zichzelf net zo lichtend zijn als die andere. Het zit zelfs een beetje in de overlevering. Want wat zegt men? Lucifer, de Zoon van de Morgen werd neergeworpen uit de hemel in de duisternis. Maar wie zegt u dat hij daar gebleven is? Hij kan best weer overeind gekrabbeld zijn.

Het is aardig een tegenstelling te scheppen en de geest aan de ene kant al het kwade te wijten en aan de andere kant al het goede. Maar goed en kwaad bestaan kosmisch niet, die lopen door elkaar. Als wij dus te maken krijgen met engelen en duivelen, dan moeten we niet denken dat dat de aard van zo’n wezen, zo’n kracht bepaalt. Waarmee wij te maken hebben is de verschijningsvorm in vergelijking met onze ogenblikkelijke ontwikkeling en mogelijkheid. Een kracht, die destructief is t.a.v. datgene wat wij op dit ogenblik als juiste ontwikkeling ervaren, is voor ons een duivel. Degene die ons helpt, ons bijstaat en harmonisch met ons is, is een engel. De engel van de ene mens kan de duivel van de andere zijn en omgekeerd.

Nu wij dit hebben vastgesteld, wordt het misschien wat gemakkelijker om de hele kosmos te omschrijven.

Het is geen eeuwige strijd. Het is eerder iets wat je kunt vergelijken met de beweging van het getij. De invloed van het Goddelijke is soms crea­tief op een meer fijnstoffelijke wijze en op een ander ogenblik is het meer de idee. De ene keer is het weten, de andere keer is het de wijsheid die uit­straalt. Als golven komt dat toe op alles wat leeft, ook op ons.

Maar er zijn dragers. Er zijn geen golven mogelijk zonder water. Een engel of een duivel is de drager van een invloed uit het Goddelijke. Alle invloeden die uit het Goddelijke komen zijn voor ons kosmische invloe­den. Wij kunnen ze niet nader definiëren.

Als er bv. een golf van rood licht komt waardoor de hartstochten van de mensen ongetwijfeld sterk worden gestimuleerd, de drift veel hoger oplaait dan normaal, dan kunnen we zeggen: dat zullen de duivels wel zijn. Als er wit licht komt, dat rechterlijk is, dan zullen wij zodra het anderen betreft zeggen dat het engelen zijn en zodra het ons betreft dat het dui­velen zijn. Komt er het gouden licht dat ons omhult met een gouden gloed, onze levenskracht een beetje opstuwt, dan zeggen wij: nu zijn de engelen Gods in de nabijheid. Zo gaat dat.

De kosmische krachten op zichzelf doorlopen weer vele stadia. Je zou kunnen zeggen dat het eigenlijk een vertakkingssysteem is. Zoals je bij een wortelnet kunt zien dat er een hoofdwortel is die zich weer verdeeld in takken die elk op zich weer verder gaan, zo kun je ook zeggen dat de kos­mische krachten een dergelijke vertakking ondergaan.

De bron is wat wij God noemen, ofschoon wij niet weten wat het is. Dan komt het terecht bij krachten die we dan met plechtige namen omschrijven. Soms noemen wij het Aartsengelen, in andere gevallen hebben wij het over de Heren van Wijsheid, van Kracht, van Kleuren enz. Deze indeling geeft alleen aan dat de kracht dus uiteenvalt in een aantal verschillende aspecten.

Elk aspect verdeelt zich verder. Dat houdt in, dat wij heel vaak met dezelfde kracht in twee of meer aspecten te maken krijgen. Maar wijzelf, als persoonlijkheid, dragen in ons de psyche (de ziel met de geest en het bewustzijn) en deze is bezig aan een bewustwording. In die bewustwordingsgang blijkt nu dat het ene aspect van het Goddelijke voor ons aanvaardbaar, maar het andere schadelijk is, omdat het ene ons helpt duidelijker onszelf en daarmee de kosmos te begrijpen en te aanvaarden, terwijl het andere ons juist afremt en onze aandacht op iets heel anders richt. Dan kunnen wij niet zeggen dat wij worden omringd door engelen en duivelen hoe gemakkelijk een dergelijke uitleg ook is. Wij moeten eerder stellen dat wij eigenlijk voortdu­rend worden geconfronteerd met de noodzaak om ook bij geestelijke krachten en beïnvloedingen te kiezen, want wij zijn het zelf die uitmaken wat ons be­roert.

Het is geen noodlot dat onze bewustwording bepaalt. O, het gebeuren op aarde kan noodlottig zijn, indien je niet een volledig ingewijde bent met een compleet geestelijk bewustzijn, want dan weet je wel wat je mogelijkheden zijn. Voor de meeste mensen is het leven net een grabbelton, je moet er een pakje uithalen. Wat er in zit, weet je niet. Het kan niets zijn, het kan ook de hoofdprijs zijn. Dat noemen wij dan noodlot. Maar als het erom gaat naar de grabbelton toe te gaan, dan moet je toch een bepaalde richting hebben. En als je in de ton wilt grabbelen, dan moet je niet de kant uitgaan waar een collecte wordt gehouden.

De gerichtheid van ons wezen, mits beseft, maakt het ons mogelijk om uit alle invloeden die ons beroeren altijd die te halen welke bij ons passen, die ons helpen om duidelijker te zien. Dan is een duivel voor ons elk aspect van het Goddelijke dat ons bijstaat in het verwerpen van het­geen wij innerlijk weten, dat wij als scherm kunnen gebruiken tussen ons­zelf en de werkelijkheid. De illusies zijn vanuit ons standpunt demonisch. Alle bewustwording (dus besef van de werkelijkheid) is vanuit ons standpunt de kracht Gods. Elke kracht die dat draagt is een engel.

Ik heb dat getij beeld naar voren gehaald. Het zal u nu duidelijk zijn dat we het ene ogenblik meer kunnen doen dan het andere, want de kosmische golven zijn niet altijd gelijk. Wij moeten dus leren selecteren. Nu kunnen wij wel bidden tot de engelen of tot de een of andere heilige en we kunnen mis­schien de duivels bezweren, oproepen of bannen, maar wij kunnen deze kosmische vloed, deze ademhaling van het heelal niet uitschakelen. Wij moeten ons invoegen in het ritme.

Nu krijgen we een heel typisch verschijnsel. Wanneer wij een geestelijk hoogtepunt doormaken onder invloed van engelen, dan moeten wij begrijpen dat het geestelijk hoogtepunt alleen zin heeft, indien het kan worden omgezet in een nieuwe benadering van het stoffelijk bestaan. Indien wij dat doen, dan blijkt dat de meer stoffelijke invloeden die ons bereiken eveneens engelen zijn, want zij helpen ons beter beseffen wie en wat wij zijn. Zij helpen ons ook beter begrijpen wat wij voor de wereld en in de wereld betekenen. Maar als wij die hoge geestelijke toestand willen vasthouden, zonder daaraan de praktijk vast te knopen, dan wordt degene die ons confronteert met de stoffelijke noodzaak de verleider, de duivel.

Ik vind het altijd zo wonderlijk dat de mensen hun duivels zo gemakke­lijk bij de hand hebben. “Hier spreekt de Duivel”. Dat hebben ze van ons ook een keer gezegd. Wij voelen ons daardoor zeer gevleid, want er werd van ons een veel hogere macht en rangorde verondersteld dan wij in feite bezitten. Want een duivel is een engel en een engel is een duivel. Het ligt er maar aan welk facet je ontmoet.

De meeste mensen denken: die wezens die nooit in de stof zijn geweest, zijn óf licht óf duister. Neen, ze zijn, juist omdat ze niet gebonden zijn in een cyclus van veranderingen zoals u, maar alleen in een cyclus van ontwik­keling, goddelijk van origine. Ze zijn licht en duister tegelijk. Ze zijn een veld van mogelijkheden. Eenieder, die met hen in contact komt, zal zelf uit die mogelijkheden een keuze moeten maken; niet de kracht maakt de keuze voor u.

Wij zijn wat dat betreft altijd een beetje kinderlijk gebleven. Ik kan mij voorstellen dat iemand, die in zich een stem hoort, die hem zegt waarheen hij gaan moet, zegt: dat is de stem van God. Dat hebben de profeten vroeger ook gezegd. En ik kan mij ook voorstellen dat iemand, die ergens heen moet gaan waarin hij geen zin heeft, denkt: wat moet ik daar beginnen, dat loopt verkeerd af en dat hij dan zegt: dat is de duivel.

Dat betekent dat rassengeesten, groepsgeesten in vele gevallen ook een rol hebben die soms die van een engel is en soms die van een duivel. Het is dan heel gemakkelijk om dat aan afzonderlijke instanties toe te bede­len. Per slot van rekening, de Nederlandse regering heeft Justitie die je in de nek zit en Sociale Zaken die dan de schade voor je betaalt. Dat is in de kosmos precies hetzelfde.

Praktisch samengevat geldt het vol­gende:

  1. Hou u niet bezig met het benoemen van de krachten die u beroeren, maar ga uit van uw innerlijke waarheid. Al datgene waardoor u zich innerlijk lichter en gelukkiger voelt, is voor u het goede, dat komt van de engelen. Al datgene waardoor u zich schuldig voelt of waar­door u zich niet meer kunt oriënteren in uw wereld, is voor u het kwade, dat is dus de duivel.
    Kies steeds voor datgene waardoor u innerlijk evenwicht vindt. Laat u nooit verleiden uzelf te verwerpen. Per slot van rekening als u zichzelf niet eens kunt aanvaarden, dan is het heel moeilijk u voor te stellen dat een ander dat ooit zal doen. Daarom moet u beginnen met uzelf te aanvaarden. De basis van alle praktische ont­wikkeling in dit opzicht is: ik aanvaard mijzelf zoals ik ben met al wat ik heb gedaan, met al wat ik ben geweest, met alle incarnaties die ik achter mij heb en al wat nog voor mij ligt, want ik ben mijzelf en bestaan is voor mij de hoofdzaak.
  2. Als u kiest voor geluk, dan moet u onthouden: u kunt nooit een geluk vinden dat gelijktijdig het ongeluk van een ander betekent, omdat het besef van het ongeluk van een ander voor u het geluk in wezen onmogelijk maakt; het belast het met een schuldgevoel. Het werpt een schaduw. Het wekt angst op. Dus wees gelukkig, maar zo dat u niemand ongelukkig maakt.
  3. Wanneer u gelukkig bent, probeer het dan niet alleen te uiten naar buiten toe, maar tracht in u het geluk te beseffen. Op het ogenblik dat u deze harmonie (= het geluk in u) beleeft, zult u daar­door een verbondenheid voelen met hogere werelden. Het is deze ver­bondenheid met de hogere werelden waardoor het bewustzijn langzaam kan openbloeien voor een groter deel van het eigen “ik”, voor het werkelijke bestaan eigenlijk.

Als u bang bent voor een hond, dan gromt hij tegen u en heeft u kans om gebeten te worden. Wanneer u niet bang bent voor de hond en u maakt bewegingen die aanvallend kunnen lijken, dan heeft u eveneens kans dat u door die hond wordt gebeten. Maar als u geen angst kent en stilstaat, opdat een contact, een beroering mogelijk wordt, dan blijkt dat de hond zijn dreigende houding laat varen en dat hij op den duur ofwel zijn eigen weg gaat, dan wel u kwispelstaartend begroet en u aanvaardt.

Nu is dit natuurlijk een vreemd voorbeeld, als je over engelen en duivelen spreekt, maar wij worden soms geconfronteerd bv. in een astrale sfeer of ook wel in ons innerlijke met demonen, afzichtelijke wezens die ontzettend dreigend op ons afkomen. Als we bang zijn, dan kunnen zij ons schaden. Niet omdat zij schaden, maar omdat onze eigen onevenwichtigheid de schade veroorzaakt. Maar als wij nu net als bij de hond rustig blijven staan zonder angst, zonder zelfs een houding aan te nemen, dan komt de ander tot de noodzaak van confrontatie, dan moet die zijn houding bepalen en agressiviteit heeft dan geen zin. Dan is er óf ontwijking óf aanvaarding en harmonie. U zult dan tot uw verbazing zien dat vele afzichtelijke demonen ineens veranderen in schone gestalten, want harmonie kan zich alleen uitdrukken in wat voor ons harmonisch is. Het gaat niet om de gestal­ten, voor zover een geest een eigen gestalte kan hebben. Het gaat om de verschijningsvorm.

Elke verschijningsvorm van alle geestelijke waarden wordt mede bepaald door onze reactie daarop. Dus monsters, draken, demonen zijn er door onze houding tegenover de kracht waarmee wij in aanraking komen. Onze eigen in­stelling, onze vooropgestelde denkbeelden zullen dergelijke beelden mis­schien wekken. Daarom moeten wij juist stil kunnen staan. Dat wil zeggen, beheerst en zonder angst kunnen afwachten. Als wij dat kunnen, dan blijken de duivelen weer engelen te worden.

Het is in het droomleven precies hetzelfde als bij uittredingen. Het is tijdens het leven precies hetzelfde als na de dood. Als u iets ziet wat u niet begrijpt en dat dreigend en afzichtelijk is, blijf staan totdat u weet wat u voor zich heeft. Beweeg u niet, neem geen beslissingen, begin niet in paniek te reageren. Juist daardoor zult u de juiste be­slissing kunnen nemen, de juiste actie kunnen voeren. Denkt u maar aan uzelf in het verkeer. Er komt een auto aanstormen. U heeft daar niet op gerekend. Als u zich nu afvraagt of u moet door­lopen of teruggaan, dan is het gevaar dat u door die auto wordt aan­gereden ongeveer 35 maal zo groot dan als u regelrecht zou doorlopen. Dat is nu eigenlijk het hele probleem van engelen en demonen waarmee u wordt geconfronteerd.

Laten wij ook niet proberen de kosmos te benoemen zo van, dit is hier en dat is daar. Het is natuurlijk prettig ons omringd te weten door een leger van heilige martelaren en andere vaklieden die ons komen bijstaan, allen met hun eigen specialisme. Laten wij gewoon het besef hebben dat eigenlijk elke kracht die we ontmoeten de totale god­delijkheid representeert, maar deze uit in een bepaald facet. Als u dat eenmaal te pakken heeft, dan zult u ook begrijpen dat er heel weinig werkelijke schuld is, als die schuld niet in u berust; dat er geen hel kan bestaan, indien er geen hel in u geboren wordt en dat er geen hemel beleefbaar is, indien u niet in uzelf het besef van perfecte harmonie kunt bevatten. Kijk, dat is nu hetgeen ik u wilde vertellen.

Wij zullen ongetwijfeld moeten doorgaan met deze dingen o.a. over de zonen Gods die ingingen tot de dochters der mensen. Daarover hebben de mensen zo’n schitterend idee: dat waren een paar loslopende ruimtevaar­ders die met verlof op aarde waren. Want wat doet de mens? Zodra hij wordt geconfronteerd met iets wat hij niet begrijpt, maakt hij er een God of een duivel van. In dit geval kun je moeilijk zeggen: ik heb mij vrijwillig over­gegeven aan de duivel, dus moesten het wel zonen Gods zijn. Zo gaat dat in de wereld.

Wij zullen ons ook zo nu en dan moeten bezighouden met demonologie. Maar wat is demonologie anders dan de angstdromen van een mens, uitge­stald in een wereld waar ze als verontschuldiging dienen t.a.v. eigen on­macht en onvermogen of de verklaring worden van hetgeen hij ziet als het kwade. Als wij dat heel voorzichtig op ons laten inwerken, dan gaan wij langzaam maar zeker begrijpen dat we wel voortdurend te maken hebben met entiteiten, die dan misschien nooit een stoffelijke ontwikkeling hebben doorgemaakt, maar dat wij ze nooit kunnen benaderen als wat zij zijn. Dat weten wij niet, dat kunnen wij niet bepalen. Maar als wij God in hen zoeken, dan zullen zij voor ons een aspect van het Goddelijke openbaren en daar kunnen wij alleen maar bewuster van worden, niet slechter.

Vragen

  • U zei: als je juist reageert, kan een duivel een engel worden. Maar als de duivel maar tijdelijk een engel wordt en kort daarna weer met het duivelse begint en dat regelmatig, hoe verklaart u dat?

Dan is het voor u kennelijk onmogelijk de andere aspecten te vergeten. Hij wordt duivel door uw verwerping van iets of uw angst voor iets. Dus u moet het in uzelf zoeken. En dan is het niet de geest die voortdu­rend van engel weer duivel wordt, maar dan is het uw wezen die een be­paalde mogelijkheid, een uiting, een voorstelling steeds weer gaat ver­binden met iets waarmee u om de een of andere reden die harmonie niet kunt vinden. Met andere woorden: vindt de harmonie in jezelf en dat heen en weer gaan houdt vanzelf op.

  • Dat zal dan van twee kanten zijn.

Neen, dat is niet van twee kanten. Dat is nu juist het aardige. Die geest is vanuit uw standpunt gezien gewoon een natuurverschijnsel. Het is uw eigen oriëntatie waardoor de betekenis van dat natuurverschijn­sel door u wordt bepaald. U maakt dezelfde fout die heel veel mensen maken. U moet één ding goed begrijpen: de duivel is een benoeming, het is geen feit. Water kan onder omstandigheden dodelijk zijn en het kan uw le­ven redden. Maar dat wordt bepaald door de omstandigheden. Als u midden op de Noordzee overboord valt, dan is water helemaal niet leuk. Maar als u in de woestijn een oase treft met een klein meertje, dan is water een verrukking. Het is niet het water dat dat uitmaakt, maar uw situatie. Daardoor wordt de verschijningsvorm bepaald.
Wat u een duivel noemt is geen demon in die zin dat het een duister wezen is dat alleen maar bezig is om u aan te zetten tot zonden en u te kwellen. Natuurlijk als u geen vrede heeft met uzelf, dan wordt dat aspect, die uitingsmogelijkheid naar voren gehaald. Dan haalt u een duivel naar voren waar u een engel zou kunnen verwachten. En dan ligt dat aan u, niet aan het wezen.

Nu is het eigenaardige, dat door u een wil wordt toegekend aan die duivel, die een wezen is dat geen stoffelijke evolutie heeft doorgemaakt en de stof in feite niet kent, dat geen wil kent t.a.v. de materie.

Iemand, die op aarde heeft geleefd en de mensheid haat en daardoor aardgebonden blijft, kan optreden als een duivel, omdat hij in zijn haat het vernietigende probeert te wekken in de mensen die nog op aarde leven. Dat is mogelijk. Maar dat is niet mogelijk bij deze kosmische krachten die geen stoffelijke ontwikkeling hebben doorgemaakt. Zelfs niet bij de krachten die in een heel ver verleden, en mogelijk op andere planeten, al een volle bewustwording hebben gekend. Zij kunnen ook niet op die manier reageren. Als er een deur is waarvan de ene kant wit is en de andere kant zwart, dan zegt u: elke keer als ik die deur opendoe, is die zwart. Maar waarom doet u die deur open? Wilt u dan ergens naar toe? Zo maken wij van witte magie zwarte magie of omgekeerd. Niet door de procedure, maar door de in­tentie. Het is ons besef van wat wij magisch doen waardoor wij zwart ma­gisch of wit magisch werken. En als wij zwart en wit niet beseffen, dan spreken wij over grijze magie, die in feite alleen een doelmatige magie is zonder dat ze specifieke erkenning heeft t.a.v. goed en kwaad.

Nu weet ik wel, iedereen preekt u die duivel aan. Maar dat is een verontschuldiging voor uzelf. Het is het projecteren op een wezen buiten u van de onevenwichtigheden of van hetgeen u niet wilt aanvaarden. En deze kan dan zijn wezen en kracht op u weerkaatsen. Maar daarmee zijn het wezen en de kracht op zichzelf niet bepaald. U moet er niet bang voor zijn. Op het ogenblik, dat u een strijd wilt beginnen, krijgt u als vanzelf tegenstand. Als u met uw hoofd tegen de muur loopt, dan heeft de muur niets gedaan, maar u heeft een buil. Deze geestelijke krachten zijn in relatie tot u als die muur. Zij kunnen u geleiden, door haar af te tasten en zo weet u waar u heen moet. U kunt u er ook tegen verzetten en dan loopt u weer een buil op. Dan zegt u : dat is kwaad. Neen, dat is stom. Dit kun je de mensen moeilijk duidelijk maken, omdat het geloof nu eenmaal op dat dualisme tussen twee bijna gelijk sterke machten van licht en duister is opgebouwd. De mens vergeet steeds dat licht en duister in hemzelf bestaan en dat het evenwicht tussen deze beiden de enig juiste godsbenadering en gods­erkenning mogelijk maakt voor een mens op aarde en voor een geest in de sferen.

Ik heb u nu dit beeld voorgehouden. Probeer daar eens over na te denken. En als u dan nog aan demonen blijft vasthouden, vraag u dan af wat dat voor een God is die monsters loslaat op een deel van zijn schepping om die te ver­derven. Als de stelling, dat er duivels zijn naast engelen, dan is in de zin waarin dit wordt geponeerd de Schepper een duivel. Hij wordt tot he­mel verklaard, maar dit is demonisch vanuit ons standpunt. Dan ligt daar de demonie. En aangezien niemand het zover wil doorvoeren, moet u er toch eens over nadenken of het misschien niet zo is dat het ons bewustzijn is dat uitmaakt welke werelden voor ons licht en welke duister zijn. Of om het heel deftig te zeg­gen: op het ogenblik, dat wij bereid zijn onze angsten en verwerpingen onder ogen te zien, hebben wij toegang tot het rijk der harmonie.