De mensheid van nu

image_pdf

13 februari 1987

Aan het begint het gebruikelijke verhaal: Wij zijn niet alwetend, we zijn niet onfeilbaar, dus denkt u a.u.b. zelf na. Het is een avond dat we een beetje de vrije hand hebben, als u een onderwerp aan de orde wilt stellen, kunt u dat doen.

  • Zou u ons willen vertellen hoe wij er als mensheid op het ogenblik voorstaan? Of is dat een beetje een te moeilijk onderwerp?

Het is niet moeilijk, maar het is voor velen pessimistisch.

De mensheid van nu kun je karakteriseren als een mensheid die haar eigen verantwoordelijkheden langzaam maar zeker vergeten is. Alles wordt verhuld achter mooie termen, alles wordt opgeborgen in verschillende vakjes.

Laten wij eens kijken bv. wat men doet ten aanzien van de natuur. Zure regen; ach, iedereen weet, het komt van de industrie, het komt van het autoverkeer, maar aan die dingen doet men niets. Ja, het roken wordt bestreden, ongetwijfeld, maar het roken van een paar mensen doet daar niets aan, die mensen doen alleen zichzelf iets! Vergiftigde materialen worden rijkelijk overal uitgestrooid over het land. Wanneer er eens een keer iets verkeerd is gegaan, denkt u maar aan het geval van Beieren. Melkpoeder met een behoorlijk aantal radioactiviteit, wordt zogenaamd als veevoeder – en dat was nog niet eens echt, want het was niet als veevoeder, het was als melkpoeder – geëxporteerd naar een derdewereldland. Nu is er een heen en weer van wie moet het vernietigen? Want niemand weet hoe je dat moet doen.

Ik denk dat de mensen van vandaag teveel zijn gaan letten op woorden en te weinig letten op de feiten. Men leeft in een droomwereldje. Democratie is een schitterende leus, maar democratie bestaat niet! Socialisme is een schitterende leer, maar de socialisten kun je haast nergens vinden. Ze zijn even zeldzaam als echte christenen. Wanneer je kijkt naar alles wat voor de verdediging van de vrijheid noodzakelijk is, dan vraag je je toch wel even af: Is dat wel juist? Raketten ter verdediging of ter uitroeiing? Als je zegt: uitroeiing, dan zijn de mensen er tegen; dus is het voor verdediging. Maar iedereen laat het zich rustig aanleunen. Kerkelijk wordt allerhande uitgebraakt, uitgesproken, met stelligheid en leergezag, zonder dat men zich afvraagt of die dingen wel kloppen. Bv. “God is Liefde. Kom bij ons, anders kom je in de hel.” Wat een “Liefde” van God, hé?.

Andere dingen: “Wij weten hoe je aids moet bestrijden. Dan moet je maar leven als een goed christen”. Is dat wel waar? Ik meen me te herinneren, dat er onder de aidspatiënten, 1 in Engeland en 3 in de V.S., geestelijken zijn, van dezelfde kerk die die uitspraak doet. Hoe kan dat dan?

Er zijn zoveel van die dingen. De mensheid van vandaag de dag begint langzaam wakker te worden. Iedereen is druk in de weer met protesteren, met demonstreren, met het uitspreken van zijn mening. Alleen het jammere is, ze doen zo weinig. De grote menigte gelooft het wel: “Zo lang het mij goed gaat ….” Het is het oude liedje van Engeland: I am allright, Jack …., mij gaat het goed, en of het jullie beroerd gaat, gaat mij verder niet aan.

Overal heeft men leiders, ze doen me een beetje denken aan de beginselen van de “Volkskerk”, want het zijn allemaal “mis”-leiders. Ze vertellen: Wij weten wat goed voor u is” “Wij zorgen dat u meer loon krijgt ” “Wij zorgen dat u dit…” en “Wij zorgen dat u meer dat …”, terwijl ondertussen de schroeven worden aangedraaid. Dat je met het “meer” dat je krijgt steeds minder kunt doen, dat gaat iedereen kennelijk gewoon te ver boven het hoofd. Men zegt niet : “Wat kan ik kopen?”, men zegt’: “Hoeveel krijg ik?”

Onduidelijkheid overal. Ook in het geestelijke leven. Ja, u zult me niet kwalijk nemen dat ik ook dat erbij haal in deze tijd. Want we leven uiteindelijk in een periode dat we overspoeld worden met “scholen” van de meest verschillende aard. De een brengt u de “alomvattende wetenschappen van de geest”, tegen contante betaling. De ander zegt: “Wij hebben de gemeenschap waarin u geborgen bent. Geef ons uw bezit en werk voor ons, en wij zorgen voor u.” Weer een ander roept uit: “Wij tonen u de weg om geestelijk uit te gaan tot in de hoogste werelden en sferen. U kunt gratis met ons kennismaken” en de cursus kost dan zoveel duizend. Laten we al die dingen nu eens even op een rij zetten.

Overal zijn de mensen ontevreden. Juist met hun innerlijke toestand. Ze proberen een oplossing te vinden door geestelijke hogere waarden te bereiken of door zich te realiseren wat ze geweest zijn en daardoor gemakkelijker het heden te kunnen verwerken. Maar is dat de oplossing? Op het ogenblik lijkt het of het een oplossing is. Maar, neemt u me de vergelijking niet kwalijk, dat is iemand die een zware breuk heeft, een breukband cadeau doen. Zolang je hem draagt, heb je er niet veel last van, als je hem even af laat, dan zit je onmiddellijk bekneld. Dan kom je uiteindelijk aan de operatieve ingreep toe, die in beginsel al veel vroeger noodzakelijk zou zijn geweest.

Je moet terugvallen op jezelf. Wanneer al die krukken eenmaal voorbij zijn, of ze zich nu loge” noemen of anders, dan komt er een ogenblik, dat je met jezelf alleen bent. Dan moet jezelf de oplossing vinden. Ik heb geen bezwaar tegen scholen, die u laten zien wat mogelijk is, wat denkbaar is. Ik heb niets tegen al die filosofen, die u stellingen voorleggen. Ik heb alleen bezwaar tegen diegenen die zeggen: “Ik heb gelijk, dus doe het nu maar.”

De mensen van vandaag zijn nog veel te veel aangewezen op het – ja, alweer zo’n gekke term – het “leidersprincipe”. “We hebben iemand nodig die voor ons uitmaakt of het wonder echt is of niet.” Als ik er een beleef, is het voor mij echt. Als ik het niet beleef, kunnen ze mij vertellen wat ze willen. Dan haal ik mijn schouders op en zeg: Ik zal wel zien.” Er zijn mensen die je vertellen hoe je tot in de allerhoogste sfeer op kunt stijgen, wanneer je maar heel trouw bij hun schooltje komt, hun zegeningen doet en hun meditaties volgt. Ik heb er geen bezwaar tegen, maar 3/4 van de beleving is suggestie. Pas wanneer je zelfstandig bepaalde werelden kunt bereiken in een geestelijke wereld, niet alleen maar mooie, gezellige dingen kunt beleven, maar dingen kunt leren waar je wat aan hebt, ook in je eigen leven op aarde, dan heeft het betekenis. In de huidige situatie zitten we met de “machtelozen”, ook de “machtelozen” van de geest, die voortdurend in opstand komen tegen alle gezag, die anarchistisch als het ware, God tot hun eigendom willen verklaren en die gelijktijdig niet in staat zijn om vanuit zichzelf tot een beleving, een werkelijkheid te komen.

We hebben te maken met mensen, die tegen allerhande toestanden en systemen protesteren en die dan liever anderen uithongeren en vermoorden dan toe te geven, dat wapens toch niet de juiste weg zijn om de mensheid tot een juister beleven van geestelijke of stoffelijke waarden te brengen. Waar gaat die mensheid dan naar toe? Wanneer ze verder gaat zoals ze nu doet, ongetwijfeld naar de zelfvernietiging. Daar zijn heel wat redenen voor te geven. Bv.: Wanneer de huidige aantasting van het ecologische systeem verder gaat, dan is over 100 jaar de wereld voor mensen met de huidige levenseisen, onbewoonbaar geworden. Wanneer men de wapens, die men op het ogenblik voortdurend weer uitvindt en produceert, maar één keer zou gebruiken, is er geen mensheid meer! Wanneer de ontwikkeling van mechanisatie steeds verder gaat, dan is het falen van één centrale van de elektriciteit, voldoende om een groot aantal doden te veroorzaken. Mensen die niet meer weten hoe ze het zonder magnetron moeten doen.

Neemt u me niet kwalijk, maar het is toch zo. Dus, wat moet die mensheid doen? Ze moet zelfstandiger worden. Maar die zelfstandigheid moet zich niet alleen maar beperken, tot nu eindelijk eens uitmaken door wie je wel, en door wie je niet wordt bedonderd in de politiek. Het is wel degelijk ook uitmaken wat innerlijk een waarheid is, wat in je zelf beleefbaar is, wat vanuit jezelf juist en goed is. En dat ook metterdaad uitleven. Juist omdat er steeds meer hopelozen komen, omdat steeds duidelijker wordt dat je ook met geweld het niet kunt bereiken wat je wilt, zullen de mensen steeds meer moeten terugvallen op zichzelf, hun eigen reserves, hun eigen mogelijkheden.

We leven in een tijd van het verval der systemen. Topzwaar geworden regeringen nemen beslissingen die helemaal niet meer passen bij de situatie en de omstandigheden. Allerhande groeperingen, die machtsbelust zijn, nemen maatregelen zonder zich af te vragen of dat ook volgens de regels is, of dat eigenlijk wel goed is. Wapenleveranties aan Iran bv.. Of, wat Nederland betreft: export van bepaalde artikelen, zowel achter het IJzeren Gordijn naar Iran, als ook naar Zuid-Afrika bv., waar men officieel dan niets mee te maken wil hebben.

Men zal, langzaam maar zeker, zien dat de dingen ook anders kunnen Steeds meer mensen beginnen de dingen anders te doen. Ze zeggen eenvoudig: “Dit is onzin, ik ben oud en wijs genoeg om zelf uit te maken wat ik doe”. We zien dit bv. in een vermindering van de verkeerslichten. Binnenkort komt er zelfs in Nederland een regeling waarbij voetgangerslichten voor een groot gedeelte zullen verdwijnen. Dat is ook heel begrijpelijk, een voetganger die in regen staat, blijft niet op een lege straat wachten tot het licht groen wordt. Wanneer pastoors, dominees en andere gezaghebbende geestelijke bronnen spreken, dan knikt ieder zeer gelovige: “Ja”, maar men gaat naar huis en doet wat men zelf wil. De Paus kan tegen de pil zijn, maar zijn vrouwelijke volgelingen zijn maar wat blij dat het ding bestaat. Dat is de praktijk. Is het dan ook niet begrijpelijk dat de mensen, juist door die teleurstelling, door het verval van die systemen, geconfronteerd worden met de noodzaak vanuit zichzelf te leven, vanuit zichzelf te denken.

We leven in 1987. 1987 is een beslissend jaar, zoals u misschien weet. Wanneer er dit jaar geen wereldoorlog komt, en dat is heel onwaarschijnlijk op het ogenblik, dan kunnen we er op rekenen dat een groot aantal jaren in feite alleen wat plaatselijke oorlogen zullen worden uitgevochten, maar dat geen wereldvernietiging meer op gang komt. Gelijktijdig kunnen we er op rekenen dat alle monopolistische instellingen en systemen in dit jaar en de daarop volgende 4 jaren zullen worden aangetast. Dat wil zeggen, dat de mensheid van heden, geconfronteerd met zoveel onzekerheden, of ze wil of niet, steeds meer op zichzelf zal moeten terugvallen. Wanneer je eenmaal leert om materieel zelfstandig te zijn, dan ga je als vanzelf ook een grotere zelfstandigheid in je geestelijk beleven, in je innerlijk leven vinden. Gebed zal binnenkort wel praktisch overal vervangen worden door iets dat meer op meditatie lijkt. De mens die in zich schouwt, komt dichter bij God dan de mens die formules zit te prevelen, zonder zich de inhoud daarvan volledig voor ogen te stellen.

Wij zullen zien, dat steeds meer mensen in deze tijd een zekere begaafdheid, een zekere gevoeligheid bezitten. Je kunt dat onder meer zien aan de golf van belangstelling voor het paranormale. Maar daar naast ook het steeds groter aantal mensen die, dan toch in zekere zin, paranormaal begaafd zijn. Empathie, vormen van telepathie enz, komen meer en meer voor. Het is duidelijk, ook hier wordt de mens geconfronteerd met een innerlijke wereld, die mogelijkheden bezit, die geheel buiten de wereld van logica en wetenschap is gelegen. Maar wanneer je dat constateert, dan constateer je ook dat alle zgn. wetenschappelijke betogen op een zo klein deel van de werkelijkheid betrekking hebben, dat je het veel beter vanuit je innerlijk en grotere wereld kunt bezien en van daaruit dan eventueel dat kleine deel nog kunt benaderen.

Ik voorzie inderdaad een grote geestelijke verandering. Niet binnen enkele jaren, dat is duidelijk. Het is een traag proces. Het speelt zich in de mens af. De afspiegeling daarvan in de maatschappij geschiedt, zoals gewoonlijk, vele jaren later. Maar het geschiedt.

Waar gaat de mensheid naar toe? Naar een wereld, waarbij heel veel dingen eigenlijk anders worden. Natuurlijk, er zullen altijd kinderen geboren worden, maar steeds meer ouders zullen zich af gaan vragen of het wel redelijk is om kinderen in die wereld te zetten. Ze zullen zich af gaan vragen of ze op dit ogenblik wel bereid en in staat zijn om die kinderen voort te brengen en op te voeden. Het kindertal is slinkende in zeer veel landen. De bevolkingsaanwas is tot stilstand gekomen, of komt binnenkort tot stilstand voor bepaalde andere landen. In Duitsland is men op het ogenblik al aan het overwegen hoe men het maken van kindertjes al attractiever kan maken. Ofschoon ik dacht dat de natuur daar al voor gezorgd had, maar ja, dat is een andere kwestie. Waarom? Omdat de bevolking regelmatig afneemt. Er overlijden elk jaar veel meer mensen dan er geboren worden. Als we dat proces eventjes over de wereld bezien, dan ontdekken we dat in landen waar dus de kindertallen erg hoog zijn, de sterfte en kindersterfte door allerhande omstandigheden enorm is toegenomen.

Dan kun je wel zeggen : “Och, dat is zo wreed, kunnen we daar iets aan doen?”, maar je kunt er niets aan doen. Hier is de natuur bezig, de mensheid wordt uitgedund. Dat wil zeggen dat er meer mogelijkheden komen, er meer ruimte komt. Dat wil ook zeggen, dat het huidige bestel, met zijn hoge industrialisatie e.d., op een gegeven ogenblik, ofwel volledig moet automatiseren, ofwel langzaam verdwijnt door gebrek aan vakkundige medewerkers.

In zo’n wereld wordt het innerlijke leven niet alleen belangrijker, maar het wordt ook de bron van waaruit je gaat leven en werken. Ieder mag leven zoals hij wil, zal men zeggen. Alle moraalpredikaties zullen daar niet veel aan veranderen. Men wordt, ondanks alles, duldzamer, lijdzamer, tenzij men de rechten van anderen direct aantast. Wie die vrijheid aan anderen toekent, moet ze ook innerlijk enigszins beleven.

Het weten dat er een grotere wereld is, dat er meer mogelijkheden zijn. Het langzaam maar zeker aan de lijve ervaren dat er niet logisch verklaarbare effecten zijn, die ook door jou kunnen werken, die van jou empathische banden, die tussen mensen kunnen, ja, moeten bestaan. De emotionaliteiten worden anders uitgedrukt. Niet meer als zuiver stoffelijke, om niet te zeggen mechanische, chemische reacties; neen, ze worden omgezet in begrip voor innerlijke responsen. Wanneer de innerlijke wereld de overhand krijgt, gaat de mensheid zoeken naar een wijze waarop ze leven kan met haar wereld. Niet ondanks en tegen haar wereld, wat op het ogenblik nog over het algemeen het geval is.

Waar gaat de mensheid naar toe? Nu, in ieder geval niet naar de wereldondergangsrampen die overal gepredikt worden. U weet het? In 1992 zal een alvernietigende atoomoorlog plaatsvinden volgens sommige mensen die denken dat ze het weten. Anderen hebben uitgemaakt, dat in 1999 de aardas zal kantelen en dat er maar ongeveer 5% van diegenen die nu op aarde leven, in leven zullen blijven. Nu, die mensen hebben dan ook geen leven meer. Daarnaast wordt nog verteld, dat er binnenkort een ruimtevloot zal komen, die de mensheid dus eventjes op “punt stellen”. Er zal een wereldregering van ruimtevaarders worden gevormd, om de mensheid her op te voeden. Nu, dergelijke sprookjes behoeft u ook niet te geloven. Ze hebben evenveel inhoud en betekenis als Roodkapje en de wolf.

Maar het zijn symptomen die wel zeggen: Wij zoeken naar een uitweg. Wij zouden er zelf wel een kunnen vinden, maar dat is te moeizaam. Wij weten niet hoe wij dat aan moeten pakken. Dan zouden we offers moeten brengen, dan zouden we slachtoffers moeten worden, dus er moet een kracht van buiten komen. De wereld vergaat. Zijn wij van de hele rotzooi af! Of: er komt een atoomoorlog. Wij willen dat niet. Maar degenen die overblijven, die zullen weer in “vrede” kunnen leven. Dat soort dingen, ontdaan van een goddelijke ingreep, versierd met allerhande verwachting van mensen die ook niet meer weten hoe het moet.

Laten wij eerlijk zijn, de mensheid is aan het veranderen. In de mensheid verandert steeds meer. Er zijn symptomen te vinden die u waarschijnlijk niet alle even aangenaam zijn. Mensen als Maggie Thatcher, de heer Lubbers en zelfs de heer Reagan, ofschoon de laatste dus de ledepop is van zijn bestuurderen. Maar goed. Je zegt: “Ja, die mensen die zijn voortdurend bezig met overheidsbemoeiingen te verminderen ten bate van het particulier initiatief. Het is waar. Maar aan de andere kant, wanneer je dingen nu zo graag wilt, kun je er zelf dan niet voor zorgen? Moet dan iedereen aan jouw liefhebberij bijdragen? Oh, ik vind het heel erg dat de musea in Nederland op het ogenblik een beetje op het schopstoeltje zitten. Maar aan de andere kant, wanneer men die schatten inderdaad zo op prijs stelt, is er dan niemand te vinden die daarvoor zorgt? Waarom moet een firma wel een voetbalteam sponsoren en niet het Haags Stedelijk museum of het Openluchtmuseum in Arnhem of iets dergelijks sponsoren? Ja, maar dat is te commercieel. Ach onzin, overal zit commercie in. Het grote gevaar is natuurlijk dat er allerhande zekerheden en baantjes worden aangetast. Dat ben ik met u eens. Toch is dit een symptoom dat wijst in de richting van: men moet zelfstandiger worden. Wat op het ogenblik bestaat is niet te handhaven. Dan is dat jammer voor degenen die er onder lijden. Maar het kan eenvoudig niet anders.

Er komt een ogenblik dat u niet meer gevraagd wordt of u doet wat de pastoor zegt, maar of u innerlijk weet wat God zegt te doen. Er komt een ogenblik dat u weer zelf moet denken, zelf moet zorgen, zelf moet vechten. Dat u vanuit uzelf de dingen tot stand moet brengen. Dat ligt niet zover weg. Ik vermoed dat vanaf het jaar 1994-95, dit proces bijna overal op de wereld in versterkte mate op gang komt.

Als de mensheid met lijden, met protesten, natuurlijk en met stakingen en met wat ze allemaal zullen bedenken, dan eindelijk gaat begrijpen: wijzelf moeten het doen, dan zullen ze zich moeten afvragen: waar moet ik de kracht vinden om het tot stand te brengen. Die kracht ligt niet in boeken van schrijvers in het verleden, in predikaties opgesteld door zogenaamde deskundigen. Die ligt in jezelf.

De mensheid wordt terug verwezen naar zichzelf. Wanneer je vraagt: Waar gaat deze mensheid naartoe? Dan is het antwoord: Naar een door omstandigheden bijna afgedrongen grotere innerlijkheid. Een beter leven vanuit de werkelijke persoonlijke waarden en voorstellingen, een grotere belangstelling voor datgene wat men in wezen zelf is, inclusief een mate van zelfkennis. Uiteindelijk het gebruik van de volledige persoonlijkheid met zijn volledige mogelijkheden en inhoud, ook ten bate van anderen, om in de eenheid, die men zo met anderen vindt, voor zichzelf, zijn mens-zijn bevestigd te zien.

Hebt u commentaar?!

  • Wat denkt u van de ontwikkeling van ziekten zoals aids, zal dat een wereldomvattende epidemie worden?

Ja, je kunt in ieder geval zeggen dat het in bepaalde landen een neiging heeft een epidemisch verschijnsel te worden. Dat zou gezien het toeristenverkeer, heel snel epidemisch kunnen oorden. Maar ik geloof dat aids eigenlijk overschat wordt. Aids is niet alleen maar het resultaat van, zullen we zeggen, een te ruime opvatting van geslachtelijke mogelijkheden. Aids is het resultaat van een voortdurend groter isolement van de werkelijke natuur. Hierdoor is op de duur het mogelijk geworden dat de mens kunstmatig leeft. Het is deze kunstmatigheid die een ontwikkeling mogelijk heeft gemaakt, van een virus dat anders nooit erger zou zijn geworden dan een lichte griep. Het verschijnsel is u gekend. Het is niet in de eerste plaats een directe aantasting, maar het is vooral een vergrote vatbaarheid voor andere kwalen. Anders gezegd, aan aids gaat u niet dood, alleen van de wijze waarop ze uw weerstand tegen andere kwalen aantast. Maar het blijkt dat, zelfs op dit ogenblik, al enkele therapieën ontwikkeld zijn, inclusief zelfs een chemotherapie, die dus goede resultaten geven. Aids wordt niet ongedaan gemaakt, de besmetting, dat kan niet, maar zij kan niet meer het volledige eigen weerstandssysteem van het lichaam uitschakelen en onbeperkt blijven aantasten. Ik geloof dat we aids niet moeten zien als de epidemie van de toekomst. Dat we veel van het lawaai dat er over gemaakt wordt, eerder moeten zien als een poging om de schuld van zich af te schuiven. De schuld van een samenleving. Een samenleving die alles adverteert met seksuele attributen, vanaf de mooie dame en mooie man tot andere verborgen symbolieken. Maar die dan gelijktijdig uitroept: “Ja maar, we hebben nooit gezegd, dat je zo maar…..” Het is commercieel uitgebuit. Nu zegt men: “Ja, maar we moeten toch wat doen aan die ziekte, aan de mensen die er aan lijden.” Natuurlijk, maar laten we een ding niet vergeten, dat ook t.b.c, overwonnen is. Dat ook de kankers langzaam maar zeker al benaderd worden op een wijze die haar veel minder levensgevaarlijk maakt, zeker in de beginstadia zonder meer te genezen is. Voor aids zal hetzelfde ontstaan. Dus geen wereldoverspoelende epidemie, geen begin van de ondergang van de mensheid. Maar wel één van de vele ziekteverschijnselen en ziektes en ziekte-veroorzakers die eigenlijk algemeen tot uiting komen. Als gevolg van een volkomen verkeerde levenswijze van de mensen, als gevolg van een niet-rekening houden met de eisen van de natuur. De eisen van een waarlijk menselijk bestaan. De voortdurende verdergaande vlucht in een absoluut kunstmatig menselijk milieu, dat zich steeds verder afzet tegen de werkelijkheid van de wereld waarin het moet leven.

  • Eigenlijk wilde ik nog vragen: wat zou een geestelijk genezer daaraan kunnen doen?

Een geestelijk genezer kan daar heel weinig aan doen. Het enige wat je kunt doen is de patiënt energie geven. Wanneer de patiënt voldoende energie krijgt, dan zijn we daarmee nog niet bij de remming van de aantasting van het weerstandsvermogen. We verminderen wel de vatbaarheid. Er is meer energie. Maar we kunnen de aantasting niet ongedaan maken. Die kan alleen ongedaan gemaakt worden, op den duur, door een totale innerlijke verandering van de patiënt, gepaard gaande met een voortdurende energietoevoeging. Met daarnaast een voldoende therapie, die onder meer zal moeten liggen in de voeding. Daarnaast is het toedienen van bepaalde stoffen, waaronder dierlijke hormonen.

  • In hoeverre is er een geestelijke gesteldheid. Gaat dat vooraf aan het krijgen van aids? Een bepaalde negatieve houding?   

Dat is niet duidelijk te zeggen. Ik geloof niet dat het een negatieve geestelijke gesteldheid is. Maar het is een onvermogen om de eigen relatie met de wereld en met anderen, in zichzelf juist te beoordelen en af te schatten. Ik zou het dus niet een negatieve houding willen noemen, maar een innerlijke onzekerheid, die op het gedragspatroon invloed heeft, en daarmee het besmettingsgevaar vergroot. Waarmee ik het antwoord dat u misschien had willen horen netjes en toch zeer duidelijk ontweken heb.

Zijn er verder nog vragen of commentaar?

  • Mag ik een vraag stellen die absoluut niet met dat te maken heeft? Ik ben journalist. Wij vragen ons wel eens af of op den duur alles wat met journalistiek te maken heeft in handen komt van computers. Een computer kun je programmeren. „Je zegt: “vrouw gilt, het huis staat in brand” en de computer (dat kan nu al) maakt al een bericht, zo goed zelfs dat het niet van een echt bericht te onderscheiden valt.

    Inderdaad.

  • Wat is (wordt) het als deze ontwikkeling zich voortzet?

Dat ligt aan de journalisten zelf. Er zijn zeer veel journalisten, neemt u me niet kwalijk dat ik het zag, die in feite menselijke computers zijn. Die bepaalde gegevens ook samenvoegen tot een net leesbaar verhaaltje van voldoende lengte of kortheid, zonder zich verder af te vragen wat ze er mee doen. Maar de werkelijke journalist is de mens, die kennis neemt van feitelijke omstandigheden en daarbij ook zijn emoties mee uitdrukt. Het is deze berichtgeving die van het allerhoogste belang is en zal blijven. Die niet kan worden overgedragen aan een computer. De computer kan wel simuleren dat er een bepaalde emotie wordt uitgedrukt, maar precies dat ene echte, dat door de medemens onmiddellijk herkend wordt, ontbreekt. Ik zou dus zeggen: een  groot gedeelte van verwerking van “klein nieuws” zal door de computer inderdaad beter kunnen geschieden dan door de journalist. Maar het grote werk, het kennisnemen van achtergrond en het verwerken daarvan zal mensenwerk blijven.

Had u verder nog vragen?

  • Ja, ik zou u willen vragen: De omstandigheden van de derdewereld, gaat daar voorlopig nog wel een trend tot overbevolking in door, of neemt dat eigenlijk ook met al het andere samen af?

De trend tot overbevolking is er, omdat ze is ingebouwd in de cultuur. We moeten ons daarbij heel goed voor ogen houden, dat er heel wat landen zijn waarbij nageslacht eigenlijk hetzelfde is als de A.O.W. in Nederland. Verzorging van je oude dag. Maar wanneer u kijkt naar wat er in die landen gebeurt, dan zien we daar waar een cultuur ontwikkeld wordt, die in staat is ook voor de ouderen zorg te dragen. Denk bv. aan China, dat we gelijktijdig een beperking van het kindertal zien. Dat we in staten die althans pogingen doen in die richting. bv. India, steeds meer nadruk zien vallen op kleinere gezinnen. In de praktijk ook het gemiddelde kindertal zien afnemen, ofschoon het overbevolkingsprobleem dan nog een rol speelt. Daarentegen hebben we andere landen, waar eigenlijk nog niets aan de hand is. Maar bij deze gebieden ontdekken we tot onze grote verbazing steeds allerhande gebeurtenissen, natuurrampen, het optreden van oorlogshandeling e.d., waardoor ook hier de kindersterfte en ook de sterfte van volwassenen zo groot wordt dat feitelijke bevolkingstoename tot praktisch nihil wordt afgeremd. In sommige gevallen zelfs de bevolkingsaantallen zich negatief ontwikkelen. Daarmee rekening houdende kunt u dus zeggen, dat ook in de derdewereldlanden de overbevolking langzaam maar zeker wordt teruggedrongen. Zij het op een wijze die niet erg aantrekkelijk is, omdat het veel beter zou zijn, als de mensen bewust de aantallen zouden gaan beperken en bewust nageslacht zouden voortbrengen.

  • Wat vindt u van de ogenschijnlijk veel vriendelijker houding van de Sovjet-Unie op dit moment? Een nieuw geluid?

Nou ja, het heeft iets te maken met de mensheid nu. Het antwoord is heel eenvoudig; de laatste 2o jaren, en dat wil dus zeggen: eigenlijk reeds in de laatste jaren van Stalin, en daarna in de periode van Chroetsjov, bleek dat de economie en de ontwikkelingsmogelijkheden in de Sovjet-Unie faalden. Het is duidelijk dat er wat aan gedaan moet worden. Je kunt er heel weinig aan doen, omdat zoveel mensen, die een belangrijke positie hebben, alles zullen doen om dat te voorkomen. Nu echter, is er de laatste tijd iemand die zich wat los heeft gemaakt van deze partijpolitieke overwegingen en daarbij dus probeert realistischer te reageren. De “vriendelijkheid” van de Sovjet-Unie is niet een poging om plotseling “vriend” te worden met de hele wereld. Het is een poging om contact te krijgen met een buitenwereld, waarvan men bepaalde dingen, technologie, nodig heeft. Waarbij men bepaalde opvoedingsmogelijkheden zou wensen en uitwisseling van gegevens vaak hard nodig heeft. Door gelijktijdig het toch falende socialisme, wat volgens het oude Leninistische systeem bestond, aan te passen aan de werkelijkheid, zal men gelijktijdig ook een grotere persoonlijke vrijheid toestaan van bv. particuliere productie en handel – zij het onder staatscontrole –  bevorderen. Het is dus een poging om een falen, dat de laatste tijd niet meer in hogere kringen ontkend kon worden, op te lossen, door gelijktijdig naar buiten toe een vriendelijker gezicht te tonen en , intern, door bepaalde veranderingen zgn. “oogluikend” toe te laten, die men op die wijze kan testen, om te zien of daardoor de economie van de Sovjet-Russische Staten, want het is het hele blok, dus inderdaad verbeterd kan worden. Een rol hierbij spelen experimenten zoals bv. in Hongarije, die na de opstand plaats hebben gevonden, waarbij men een zekere grotere vrijheid en zelfs een zekere royaliteit, die van persoonlijk verbruik, heeft geprobeerd, en daar inderdaad goede resultaten van heeft gezien. Het zal u dus duidelijk zijn. Het is niet een oprechte poging om nu plotseling het Westen te omhelzen. Trouwens, als een Rus je omhelst moet je uitkijken, tenzij je een Russin bent.

  • Als u zo de dingen naast elkaar zet, de technologie die toeneemt, de dreiging van 2 kanten, is de mogelijkheid op een wereldoorlog dan wel groot, wel zeer sterk aanwezig of denkt u dat het allemaal wel mee zal vallen, ook al omdat …..

Ik denk dat het mee zal vallen, om de volgende redenen: Beide partijen zijn zich er volledig van bewust, dat een oorlog, zelfs wanneer ze die volkomen onverwacht en zonder waarschuwing zouden beginnen, een zodanige retaliatie ten gevolge heeft, dat ook het eigen land daar zeer zwaar onder zou lijden. Men zou dan dit tegenover de eigen burgers moeten verantwoorden. Dat er echter een neiging zal bestaan, zowel in Rusland als in de Verenigde Staten om eigen economisch voordeel boven alle relaties in de wereld te stellen, zal in de komende jaren onvermijdelijk kenbaar worden. Men heeft eenvoudig de neiging om zich van de wereld af te zonderen en gelijktijdig uit die wereld het noodzakelijke tot zich te trekken. Voor de rest, die wereld te zien als een soort afzetgebied, een soort kolonie. Deze neiging bestaat in Rusland, in enige mate in China, maar bestaat ook in de Sovjet-Unie (hier zal misschien de V.S. bedoeld zijn). Neemt u me niet kwalijk dat ik het zeg, maar deze mentaliteit neemt ook hand over hand toe in landen als Engeland en Frankrijk.

Hebt u verder nog commentaar?
Nu vrienden, dan kunnen we dit afsluiten. U hebt het onderwerp zelf aangedragen. Ik hoop dat ik er redelijk op ben in gegaan. Ik weet dat je dat in een korte tijd nooit kunt gaan doen, maar ik dacht u een beeld gegeven te hebben van de stand van zaken op het ogenblik en de mogelijkheden die er liggen. Of die mogelijkheden waar worden hangt nl. ook van u af. Ook u zult moeten zoeken naar een grote innerlijke vrijheid. Dan moet u niet zoeken naar de mogelijkheid om geestelijk meer te worden dan een ander, maar naar de mogelijkheid om bewuster uzelf te zijn en in uw contacten met de wereld dat werkelijke ik dat u bent, juister tot uitdrukking te brengen.

De wereld kan beter worden, voorlopig zal het in de wereld schijnbaar wel wat slechter gaan, dat duurt nog 3 tot 4 jaar. Daarna krijgen we een absolute verbetering. Als u in dit jaar ontzettend veel klachten hoort en iedereen mekkert over alles wat er verkeerd gaat, dan wil ik u er aan herinneren dat voor de Chinezen dit het jaar van de geit is. Ik dank u voor uw aandacht.

Deel 2: Tarot

Tja, het is vandaag: u vraagt en wij draaien, heb ik ontdekt. Dus vertelt u maar wat er gedraaid moet worden.

  • Mag ik als onderwerp stellen: de achtergronden van de Tarot?

Ja, dat mag u doen. Waarom niet?

Kijk, de Tarot is eigenlijk ontstaan uit een fichespel. Dat werd gespeeld als vervanging van een spelletje met allerhande zaadkorrels o.a. in het vroege Perzië, Babylonië, Ninive en zo in die tijd. Het heeft zich verder ontwikkeld en werd een soort tempelspel in de Egyptische periode. Daar is helaas weinig van over gebleven, want het werd over het algemeen met houten staafjes, met ingegrifte dingen, en papyrusbladen, gespeeld. Daar werden dus een aantal symbolen ingevoegd, die o.a. opduiken bij soortgelijke vervangende dobbelspelen, die eerst in Griekenland en later zelfs bij de Romeinen in zwang zijn. Daarna verdwijnt het spel voor een groot gedeelte. Het enige dat overblijft is een soort kaartspel met oorspronkelijk 24 kaarten. Rond 1400 zien we, en waarschijnlijk is dat een gevolg geweest van de Moorse invasie in Spanje, dat een aantal van de Oosterse opvattingen, maar ook vreemd genoeg samengestelde Tarotkaarten ontstaan. Hoe dat precies naar Italië is gekomen, zal wel een raadsel blijven. Ik neem aan dat dat door reizigers is meegebracht. In Italië zien we dat in ongeveer 1450 voor het eerst, maar dat is handgeschilderd, kaartspelen ontstaan die inderdaad 52 kaarten + nog een keer 12 grote kaarten hebben. Daar komen trouwens ook de symbolen voor van de penningen, de stengels enz. die men tegenwoordig nog bij de Tarot ziet. Vandaaruit schijnt het ook naar Frankrijk over te waaien. In Frankrijk wordt het eigenlijk een soort gezelschapsspel. Maar sommigen, en er zijn daar in die tijd nogal wat van die magiërs en pseudo-magiërs, die daar een rol in spelen, wordt het dus een spel waarbij het groot-arcanum, nu in volledig aantal, gebruikt wordt voor bespiegelingen. Het kaartleggen is altijd nog secundair, en de zgn. kleine of normale kaarten worden hoofdzakelijk gebruikt om de betekenis van de kaarten van het grote arcanum te onderzoeken.

In ruim 1600 worden de eerste Tarotkaarten gedrukt in Parijs. Dat is een stempeldruk, zonder kleur. We zien dat deze kaarten snel door handgekleurde kaarten worden opgevolgd. Deze kaarten worden praktisch door heel Europa verbreid. Ze zijn terug te vinden in Duitsland, waar in 1754 of 55 dus een druk ontstaat, die in Dresden schijnbaar uitgegeven is. We zien dat verschillende versies van kaartspelen ontstaan, zowel in Italië als in Frankrijk. De eenvoudige, of zgn. Egyptische kaarten die van de eerste druk afstammen, vinden het meeste gehoor en het meeste gebruik in Spanje, waar ze echter hoofdzakelijk voor kaartleggen worden gebruikt. Daar ontwikkelen zich dan ook de “waarzegkaarten”, waarbij steeds meer symbolen worden toegevoegd en uiteindelijk, in meer kleurendruk dus, de waarzegkaarten ontstaan die men tegenwoordig verkeerdelijk ook een Tarotspel noemt.

Het geheim van de Tarot is eigenlijk een filosofie, die verbonden is aan de betekenis van het Groot Arcanum. Je hebt bv. de “Ingewijde”; de Ingewijde is een gehangene. Maar hij hangt aan een arm van een 9o° hoek, daaraan de driehoek. Als zodanig daalt hij vanuit de geopenbaarheid, opvatting van die tijd, terug neer naar de wereld, maar verbonden met die grote kracht daarachter.

Dan hebben we de “Magiër”, de Tovenaar. Dat is degene die zich bezighoudt met de geheimen van de wereld. Dat is dus ook de filosoof, de leraar in vele gevallen. In dit beeld wordt later een duivel bijgevoegd of een aantal duivelse aspecten, maar oorspronkelijk zijn die niet aanwezig. Een van de meest bekende kaarten is waarschijnlijk de zgn. “Goochelaar”, die een tafeltje heeft waarop een aantal symbolen verwisselbaar zijn. Als je goed kijkt kun je zien dat schijnbaar in die periode ook de “Shell-game” al beoefend werd. Hier zijn symbolen op het tafeltje belangrijker dan de figuur zelf. De Goochelaar voegt op verschillende manieren de krachten van de natuur samen en wordt in bepaalde kringen dan ook beschouwd als het teken van de praktische alchemist.

Ik zou dat allemaal kaart voor kaart kunnen nagaan, maar dat is, geloof ik, niet zo interessant. Wanneer wij kijken naar de betekenis, dan hebben we nu te maken met een spel met mystieke inhoud en betekenis, dat zowel gebruikt wordt om de toekomst te leren kennen, als gebruikt wordt om het leven a.h.w. door overpeinzing duidelijker voor ogen te stellen en de betekenis daarvan in de wereld eventueel aan te vullen, een deel van de kaarten uit het Kleine Arcanum te trekken en deze als duiding te zien voor wat men gevonden heeft.

Dus, wanneer we teruggaan naar het begin, dan hebben we te maken met spel. Het is een spel dat vooral opgang doet bij de soldaten. Voor die soldaten is het begrijpelijk dat ze op een gegeven ogenblik overgaan naar afbeeldingen, omdat het vaak heel moeilijk is om overal nu eens eventjes zo’n speelruimte te maken waarin je met graankorrels kunt spelen. Graan speelde bv. in Babylon een grote rol en speelde zelfs een rol bij de orakels. De zgn. “pik-orakels”, waarbij een kip uit verschillende gekleurde graankorrels een tijdje mocht pikken, wat overbleef, dat was de toekomst. De kip speelde toen dus kennelijk de rol van onze minister van financiën in onze dagen. Al deze dingen bij elkaar – er zijn natuurlijk veel gedegener werken over verschenen dan wat ik u hier kan vertellen – zou je kunnen zeggen dat het Egyptisch spel of “Tempelspel” het begin is geweest van andere beduiding van het Groot Arcanum. Die betekenis is maar aan enkelen overgeleverd, en speelt bv. in  Griekenland en later, bij het gebruik van soortgelijke spelen (in Rome hadden ze ze zelfs op een gegeven ogenblik van ivoor), eigenlijk geen grote rol. Er zijn wel enkele magiërs die er wat mee doen, maar er wordt verteld dat al in de zgn. tempel van Isis, zoals die in Rome bestond, ook in Ostia, dat daar dus ook die kaartenorakels werden gegeven. Of dat volledig juist is, durf ik niet te zeggen.

De kaarten, zoals wij ze kennen, zowel de zgn. Egyptische als de later versierde Franse, Duitse en Italiaanse kaarten, stammen dus kennelijk vanuit Parijs, waar de ontwikkeling heeft plaatsgevonden en de eerste verspreiding. Ik hoop dat ik daarmee voldoende heb gezegd; als het niet zo is, vertelt u het maar.

  • Hoe werd de Tarot gebruikt in de “Golden Dawn”, de magische groep van +/- 1900?

Nu, daar wil ik niet alles over zeggen. Maar ze werd in ieder geval in deze groepering gebruikt om a.h.w. constellaties uit te beelden. Deze constellaties dan te vergelijken met de krachten + de persoonlijke kaarten, getrokken kaarten van de aanwezigen van de binnenste cirkel, daar buiten is ze weinig of niet gebruikt, en aan de hand daarvan vond o.a. een rolverdeling voor bepaalde plechtigheden plaats. Daarnaast werd op grond van en op grond van astrologische gegevens heel vaak de tijd voor bepaalde zaken, reizen e.d. vastgesteld.

  • In de Egyptische magie, waar oorspronkelijk de Tarot-troef-kaarten vandaan kwamen, hoe werden ze daar gebruikt? Was het een soort beleefde emotie, of een beeld van Isis als een archetype?

Nee, in de eerste plaats, de Egyptenaren wisten wel meer dan men tegenwoordig weet. Nee voor hen was het oorspronkelijk dit, zeg maar, Groot Arcanum, dat bij het Tempelspel gebruikt werd, een uitbeelding van de krachten van de goden en hierbij had je dus bv. de tegenstelling tussen Osiris en Horus. Die werd dan uitgebeeld door wat wij tegenwoordig de Magiër noemen, te stellen tegenover wat wij de Jongleur noemen. Ra werd uitgebeeld door het teken dat wij vaak de Zon noemen. Het was dus eigenlijk een methode, om daarmee een soort horoscopie te bedrijven, die de onderlinge relaties van de goden, zoals die in de Raad der Goden, waarin men ook geloofde, dus bestond op dat ogenblik, moest weergeven. Daarmee dus ook magische verrichtingen eenvoudiger zou maken, maar bv. ook aanwijzingen kon geven voor de juiste vorm voor een begrafenis en eventueel voor het tijdstip waarop bepaalde kwalen, door de daarvoor bestemde priesters, genezen konden worden. Dus het was eigenlijk een soort wichelspel dat echter ook wel eens speels werd gebruikt, waarbij men dan tegenover elkaar een bepaalde groene cirkel neerlegde en dan de waarde daarvan verder door getallen deed bepalen. Dus, laat ik het zo zeggen: een soort monopoly met goden.

  • Hoeveel van die kaarten waren er toen, hoeveel van die symbolen waren toen besproken?

In het begin 12, later zijn er 4 aan toegevoegd, toen waren het er 16.

  • Egypte, daar staan piramides, daar wordt van gezegd, dat het een onmogelijkheid voor de mensheid geweest moet zijn een piramide van die omvang te bouwen, dat daar een buitenaardse beschaving aan te pas is gekomen.

Nu, dat is natuurlijk onzin. Laat ik heel duidelijk zijn: er werden technieken gebruikt, die men op dit ogenblik niet meer kent. In Egypte waren bepaalde dingen als telekinese, zgn. vormen van hypnose enz. bekend en werden door de priesters gehanteerd. Maar de taludbouw, die men daar gebruikte, zandtalud meestal met rolbanen daarop, die waren meer dan voldoende om de steenblokken over te brengen en in de juiste vormen op elkaar te zetten. Een ander punt is, dat de piramide eigenlijk een afbeelding is uit het verleden. Dat kunnen we ook zien wanneer we dus teruggaan, komen wij in de legende-tijd terecht, en we kijken bv. in Yucatan, in Mexico. We kijken naar de structuren van ziggurats in Babylon enz., dan zien we overal een soortgelijke bouw. Aangezien ze zo vroeg hebben bestaan, dat zelfs bij de maantempel van Uruq, niet van Ur zelf, maar van Uruq, dat lag iets verder deze kant op, iets westelijker, dat men daar dus een soort piramide had gebouwd voor het huwelijk van Zon en Maan. Wat wij waarschijnlijk een “verduistering” zouden noemen, dan moeten we aannemen, dat er een vroegere beschaving is geweest, waarin deze vorm, deze bouwwijze dus, van groot belang is geweest. De verschillende beschavingen hebben dat, op hun eigen manier, later aangepast. We kunnen bv. zien dat in Amerika’s piramidebouw verschillende malen a.h.w. nog eens overtrokken is met een tweede bouwsel, of een derde zelfs, vooral de Azteekse en Tolteekse invloeden zijn er heel sterk in kenbaar. Dan kunnen we dus zeggen: zeer waarschijnlijk stamt deze vorm, zowel voor graven als voor, vermoedelijk ook voor inwijdingen, als voor contact met goden, uit een verleden, dat wij “Atlantis” zullen noemen. Als je dat gaat begrijpen, dan zeg je: ja, die tempelbouw, met voldoende “slaven” toen, vergeet niet, wij zeggen nu “slaven”, maar heel wat boeren, die dan opgecommandeerd werden, in een tijd dat de oogst toch niet zo groots was, hadden ze dan in ieder geval hun rantsoen van graan uit de, zeg maar: keizerlijke schatkamers. Iets daarvan kunt u in de Bijbel ook nog terug vinden. De 7 magere en de 7 vette jaren, weet u wel? Dus het was ook nog een vorm van werkverschaffing. Men beschikte daar over zeer grote arbeidslegers, terwijl ook het leger zelf, de soldaten, wel te verstaan, mee werden ingezet. Verder maakte men gebruik van de zgn. aanverwante volkeren, of winvolkeren, voor voornamelijk het transport van de steen vanuit de groeve (ze werd meestal wel door de Egyptenaren geslagen), maar ze werd getransporteerd onder toezicht door, zeg maar: de Nubiërs, diegenen die later het Boven-Egyptische rijk zijn genoemd, en oorspronkelijk het Rijk van het Midden zijn genoemd (net of dat China was). Maar goed, die transporteerden.

De bouw zelf gebeurde dus door slaven, soldaten en boeren. Als we kijken hoe weinig van die grote piramides er zijn opgetrokken, dan kunnen we ook begrijpen dat de bouw daarvan dus een enorme belasting heeft betekend voor de Karaonische schatkist, en dus ook voor alle offers aan de Farao, die door de provincies moesten worden gebracht. We vinden wel gewoon meer, hoe moet ik dat zeggen, eenvoudiger piramides, en in-verte piramides, die gebouwd worden uit tichelstenen, dus zongedroogde steen van klei en stro. Werkelijk uit gehouwen steen opgetrokken zijn er maar weinigen. De bouw van de grote tempels en van de andere grote bouwwerken kan bijna allemaal herleid worden tot de perioden dat de twee kronen waren samengevoegd tot Egypte dus één rijk was. En daarmee in de handel erg belangrijk was, ook in het geheel van Midden-Afrika. Maar het is menselijk werk. Bv. het oprichten van een stèle, dat men ook vaak onmogelijk heeft genoemd, is eenvoudig genoeg: wanneer je de steen elke keer steunt door een talud, de voet laat rusten in een put, een uitgegraven put dus, en dan elke keer met mensen hout er tussen brengt, dan een zandsteun aanbrengt enz., tot men een hoek heeft bereikt van, laten we zeggen: 5o°  ten aanzien van de grond, en vanaf dat ogenblik kan met hout gewerkt worden en met spankabels. Ik garandeer u dat men op die manier heus niet alleen stèles maar ook vaak belangrijke, uit één stuk gehouwen beelden heeft opgesteld.

  • Ja, aansluitend, géén buitenaardse beschavingen dus.

In dit verband niet. Maar er zijn inderdaad buitenaardse beschavingen die met de wereld contact hebben gehad. Die daar werkelijk allerhande eigenaardige verschijnselen hebben veroorzaakt voor de arme ingeborenen. Het visioen van Ezechiël bv.. Leest u het maar eens goed na. Stel u nu gewoon eens een keer voor, hoe dat zou zijn, als een arme boer, die van niets weet, daar een paar ruimtevaarders, compleet met helm op een soort, ja, hoe moet je dat zeggen, door raketten gedragen platvormpje ziet rijzen. Dan hebt u precies alles wat Ezechiël beschrijft. Voor hem zijn het engelen van de Heer. Er zijn ook in andere historische werken, tot zelfs in de oude Hindoe-werken een aantal van die gegevens te vinden. Dan moeten we dus aannemen, dat er inderdaad buitenaardse beschavingen zijn geweest. Maar om alles aan die buitenaardse beschavingen toe te schrijven, gaat me nu net een beetje te ver.

  • Er zijn een stel Japanse onderzoekers momenteel bezig in de Grote Piramide, die beweren dat zij met verfijnde elektronische apparatuur hebben aangetoond dat er nog een verborgen gang zit onder …..

Ja, er zijn meer ruimten en gangen. Ik verwijs naar wat we daar in 1950 al over hebben gezegd. Nee, het is heel eenvoudig, oorspronkelijk was dus de Grote Piramide wel bedoeld als graf, maar ze is nooit als zodanig gebruikt, omdat de priesters deze zijn gaan gebruiken als een soort brandpunt voor hun inwijdingen en hun kennis, maar ook gelijktijdig als een toegang tot een “repositorium” van hun belangrijke instrumenten. Er is dus nog wel kans dat men een deel daarvan terug vindt, omdat er o.a. uit primitief groen glas, geslepen bollen waren, die onder meer gebruikt werken bij de telepathische overdrachten en om bepaalde mensen a.h.w. door “goden” te laten bezitten. Dus dat soort dingen kun je er nog terug vinden, en een paar dingen waar ze hier nog van op zullen kijken; er zit een soort rekenmachine bij, die voor die tijd zeer gevorderd was, en er was nog meer. O ja, je vindt ook nog een paar batterijen, maar die hebben ze al gevonden. In Mesopotamië hebben ze die al gevonden, primitieve batterijen, waarmee je dus inderdaad elektrische spanning op kunt wekken. Ik denk niet dat er heel veel van over is gebleven buiten wat asfalt en wat potjes; metaal zal er wel niet inzitten, maar de kool die er in zit (het waren dus geen koolstaven, maar verkoold hout), die kan je nog wel vinden. Het zou erg interessant zijn en er zal ook blijken dat er een verbinding is tussen de Grote Piramide en de Sfinx. Dat de Sfinx ook niet zo massief is als ze denken. Ja, voorlopig kan het er mee door als ze zeggen: nu ja, we hebben wat gevonden. Want uiteindelijk, het zou de mensen alleen maar kunnen confronteren met het feit dat ze wel anders, maar niet zoveel wijzer zijn dan de mensen van vroeger.

Het is heel vreemd, je bent van een magische beschaving over gegaan naar een religieus-materialistische, van een materialistische ben je nu overgegaan naar de technologische. De meeste dromen van een wetenschappelijke beschaving. Maar die valt in puin, omdat de mensen nu eenmaal niet wetenschappelijk zijn.

  • Die vorm van die piramiden, wat is daar voor bijzonders aan? De vroegere beschavingen, wat is de bedoeling van die kracht?

De verhoudingen spelen een grote rol, omdat men aanneemt dat de kosmische krachten, vaak gepersonaliseerd in een bepaalde godheid, daardoor een brandpunt hebben voor hun werking. Bv. de oude ziggurats, die hebben bovenop een apart klein gebouwtje. Je ziet dat ook in Mexico bv., zeg maar in de Amerika’s, dus van die piramide-achtige bouwseltjes vindt men bovenop een tempeltje. Alleen dat tempeltje daar, dat was een tempeltje waar een priesteres zo nu en dan vertoefde. Want men nam aan dat met het onweer de god Bel daar binnen zou komen. Dat gebeurde dan ook een keer en de maagd was dus verkoold. Toen zeiden ze: ziet, ze was niet vroom, want ze kon de gloed van Bel niet weerstaan. In de tempel waren overigens een aantal aparte tempels, 7 in getal, ondergebracht, tempelruimten moet ik zeggen. De onderste tempelruimten die waren eigenlijk bestemd voor het gewone volk. Daarboven had je de tempel van Naboe, daar was onderricht en wijsheid en daarboven had je nog weer een tempeltje waar veel tempeldansen werden uitgevoerd enz. enz.. Dat principe, dus de kracht van de goden, kan zich in deze vorm manifesteren. De piramidologen van deze tijd, althans degenen die zich verkeerdelijk zo noemen, die zeggen: wanneer we een piramidetje maken, dan wordt daarin kosmische kracht geconcentreerd. Daar hebben ze een heel klein beetje gelijk in.

  • In hoeverre is de vertaling van de Bijbel juist? Hoeveel fouten zijn daarin?

Ja, het spijt mij, ik kan maar tot 1000 tellen. Er zijn nogal wat fouten ingeslopen, omdat de evangeliën, niet allen, geschreven zijn in Grieks-Romeins. Een aantal van de evangeliën was Grieks. Twee van de evangeliën waren zelfs in Aramees oorspronkelijk geschreven. Ze werden verbreid in de periode van tussen 40 en 80 na Jezus’dood.

De vertaling daarvan heeft in het latijn, dus in het romeins zeg maar, plaatsgevonden. Deze eerste vertaling bevat al een aantal fouten. Omdat je nl. bepaalde begrippen moeilijk kunt uitdrukken. Daarnaast in het Aramees een aantal begrippen hebt die eigenlijk door elkaar bepaald worden. Dat heb je ook met het joodse schrift. Daar wordt de betekenis van het woord bepaald, niet alleen door de lettervolgorde, maar de tussenliggende eigenlijk weggelaten klanken, die worden bepaald door voorgaande of nakomende woorden. Dat is een tamelijk ingewikkelde zaak geweest. Dus zijn daar nogal wat interpretatiefouten gemaakt.

Daarna zijn de evangeliën door mensen die dachten dat ze het beter wisten, verschillende malen herzien o.a. weer hij de Grieken. Daar kwam al een beetje een politiek machtsbewustzijn een rol spelen. Daarna een aantal Afrikaanse kerkvaders die er het hunne toe hebben bijgedragen. Een deel ervan is toch terecht gekomen in de evangeliën die zijn goedgekeurd door het concilie van Nicea of Trente (ik weet dat waarachtig niet meer. In kerkgeschiedenis ben ik niet sterk). Goed, in ieder geval, daar zijn dus uit een groot aantal evangeliën – evangelie-vertalingen ook vaak – daar zijn de 4 juiste uitgekozen. Die vier juiste, die waren dus in overeenstemming  met de behoefte van, zullen we maar zeggen: de hogere clerie.

Het was een afgesloten tempel, ze hadden er stekken bijgelegd en bij die 4 evangeliën bloeiden die takken. Die kerk was afgesloten, dat wel, maar toevallig was er wel via de crypten een toegang tot het paleis van de bisschop. Tja, ik weet het niet. Het is net als met de Rijksdagbrand, je kunt zeggen dat het zo gebeurd is. Maar het kan ook anders gebeurd zijn. Nou ja, en vandaar krijgen we dan inderdaad wel de Latijnse Bijbel. Het Nieuwe Testament tenminste, maar het blijkt dat die later ook nog wel vertaald is, en dat daar woorden gewijzigd zijn. Het opvallende is dat sommige van die woorden die gewijzigd zijn, in de tijd van Julianus II passen bij datgene wat de paus op dat ogenblik meent te mogen opeisen. Dat is bedenkelijk.

Dan krijgen we de vertalingen dus in de volkstalen. Luther is de eerste die daar goed mee begonnen is. Maar ook die Lutheraanse Bijbel wordt weer aangepast en vertaald, zodat bv. de oorspronkelijke Luthervertaling van de Bijbel niet woordelijk gelijk is aan de Staten vertaling die in Nederland zo lange tijd gehanteerd is.

Nu hebben ze de Bijbel gemoderniseerd, dat wil zeggen dat er nog veel meer fouten in zitten, omdat de interpretatie in de woordkeuze, in de interpretatie van de betekenis dus, een heel grote rol speelt. Daarom zult u me vergeven; ik kan in dit opzicht slechts tot 1000 tellen.

  • Het Evangelie van Magdalena, wat voor betekenis geeft u daaraan? Het is algemeen niet zo bekend, maar wel in de vrouwenbeweging, maar daar blijft het ook bij.

Maria Magdalena. Mag ik het een beetje plat zeggen? Het was een zgn. danseres die viel onder het toezicht van het hoofd van de tempelwacht. Ze hadden dus geen officiële tempelbordelen in Jeruzalem, maar ze hadden ze wel, daar zorgden ze wel voor, daar kwam ze vandaan. Ze was dus niet alleen maar een danseres. Ze ontmoette Jezus, ze werd smoor op hem. Ze liep hem achterna. Nu kunnen we er natuurlijk op speculeren, of wel of niet …., maar als er duidelijk staat dat de Christus mens geworden is, dan ben ik geneigd om ten aanzien van Magdalena daar nog een bepaalde betekenis aan te geven. Maria Magdalena is, zoals ook Maria, de moeder, eigenlijk op de achtergrond gebleven, dat is heel begrijpelijk in een mannenmaatschappij, maar dat ze invloed heeft gehad op Jezus, dat staat buiten kijf.

Het is heel waarschijnlijk dat zij het is geweest, die er voor gezorgd heeft, dat hij een kleed heeft gekregen, overigens in Kapernaum, een overkleed, waar ze later nog om hebben gedobbeld. Er waren nl. ververijen in Kapernaum, wanneer we dan verder kijken, de wijze waarop Magdalena de eerste zou zijn die de herrezen Jezus ontmoet, dan wordt hierbij gewezen op het feit dat er tussen hen een bijzondere relatie moet hebben bestaan. Wanneer we verder vernemen dat Magdalena aanwezig is geweest, dat wordt in de officiële evangeliën niet genoemd. In het Thomas-evangelie komt het wel voor: aanwezig is geweest bij de uitstorting van de H. Geest, in de Graanmarkt in Jeruzalem, dan moeten we aannemen dat ze ook religieus een grote betekenis heeft gehad. Je zou kunnen zeggen: Magdalena is het beeld van de vrouw, die vanuit haar ondergeschikte positie, een geestelijke zelfstandigheid weet te bereiken, en deze temidden van andere volgelingen weet te handhaven. Ik denk dat dit nog een stap verder gaat. Dan moet je denken aan de eerste christelijke commune, ook in Jeruzalem, dat het Magdalena is die in vele van deze procedures toonaangevend is geweest. Zeer waarschijnlijk waren het ook haar commentaren. Ze kon scherp zijn, onder ons gezegd en gezwegen, maar dat hebben meer vrouwen.

U geeft 3 woorden en ik probeer er wat van te maken. U geeft de kapstok en ik hang mijn ideeën er aan op; mezelf niet, dat ben ik niet van plan. Welke woorden?

  • Een vogel, empathie, asbak.

Juist. “Een asbak die empathie voelt met een vogel, is blij als hij naar iemands hoofd gegooid wordt”

Maar waarom zouden wij het niet zo zeggen:

Gebonden voel ik mij,
gevuld met alle denken
dat anderen mij geven
opdringend schenken
op dat ik, zoals zij ‘t “juist “ noemen
kan leven

De asbak van ideeën,
de asbak van gedachten,
de asbak, die man zal ontkrachten,
door alles wat men neemt,
van wat er in jezelve leeft,
waarvoor men je dan altijd weer
slechts lege woorden geeft..

En toch …. in mij leeft ergens iets
dat als een vogel wilde vliegen,
stijgen als de leeuwerik naar de zon,
vliegen over alle tijd:
tot  ‘t ogenblik dat “zijn” begon
en gaan tot ‘t eind van de tijd
te weten waarom men leeft!
In mij is kracht,
die vlieden wil, en over alles zweeft,
wanneer ik niet mijzelve zeg:
‘k ben mens; de menselijke melodie
wordt door t menszijn zelf bepaald.

‘t Is de empathie met mens en menszijn
die mij bindt,
en als een mens doet verder gaan.
Maar in mij is de vogel steeds
die vlerken uit wil slaan.
Ik wil geen asbak zijn,
in mij leeft nu mijn eigen kracht!
mijn eigen denken, uit mij vliedt
dat wat mij leven geeft
tot stand mij heeft gebracht
en zweeft over alle tijd
en over alle eeuwigheden.
Opdat ik in mij zelve weet:
‘t heeft zin om voort te gaan
te stijgen duizend treden
te zoeken naar die ene naam,
de Ene werkelijkheid.
Want, ondanks vorm, en ondanks al,
ben ik ‘t wiekend deel van Eeuwigheid!

Zo, dat zijn een paar gedachten. Voor de rest zou ik nog het volgende willen zeggen: als je verkouden bent moet je je neus snuiten, als je verbitterd bent moet je over je eigen fouten nadenken en als je anderen vereert, moet je toch even in de spiegel kijken of je niet ook meetelt. Als je deze dingen steeds weer doet, dan verontreinig je je wereld minder, je spaart je eigen mogelijkheden meer en je vindt een innerlijke vrede die je werkelijk nodig hebt, wanneer je ook voor anderen menswaardig mens wilt zijn…

image_pdf