De Nieuwe Leer

1 oktober 1961

Ik zou deze morgen eigenlijk graag door willen gaan op de nieuwe leer en al wat daarbij hoort. Uiteindelijk wordt het tijd, dat we ons daar langzaam maar zeker naar gaan oriënteren en naarmate voor ons de belemmeringen weg vallen om daarover verder inlichtingen te geven, geloof ik ook wel, dat u het prettig zult vinden, op de hoogte te zijn.

Nu moeten we goed begrijpen, dat de nieuwe wereldleer in een zekere zin hard is. U zult dat misschien al wel opgemerkt hebben. Het element van romantische liefelijkheid of van vrome gezapigheid ontbreekt daarin geheel. De grondslag hiervan is eigenlijk de mens zelf. De mens is een eigenaardig wezen. Ik weet niet of u er wel eens over hebt nagedacht, hoe vreemd die mens eigenlijk is. Hij besteedt grote kapitalen om een ander mens, wanneer dat nodig is, de wereld uit te helpen. Dat is waar. Hij riskeert vaak vele mensenlevens, terwijl het niet noodzakelijk is. Aan de andere kant zult u in uw kranten weleens lezen van die dingen als: Man in de bergen verongelukt. Honderd man op zoek. Drie gidsen dodelijk verongelukt, maar het slachtoffer is gered. Of: vijf man begaven zich in zee om een zwemmend jongetje te redden,  twee daarvan zijn bijna verdronken.

Kijk eens, wanneer u dat nu eens beziet, dan is dat een vreemde tegenstrijdigheid. Enerzijds vraagt de mens niet naar de kostprijs, anderzijds echter schijnt hij niet te weten, wat hij wil. Het leven van de mens bv. respecteren of vernietigen. Leven in voortdurende angst en vrees voor zijn naaste, of in naastenliefde zichzelf voor die medemens opofferen.

Die gevallen komen allebei regelmatig voor. Nu kunnen we natuurlijk gaan redeneren, dat dat allemaal een logische ontwikkeling is. Ik geloof het graag, maar juist omdat deze ontwikkeling onlogisch als ze is voor de mens toch een zekere logica bezit, is het noodzakelijk, dat de nieuwe leer in de eerste plaats hard is, helder, duidelijk. Ik weet, dat de duidelijkheid van hetgeen wij tot nu toe mochten brengen hier en daar nog te wensen overliet. Waarschijnlijk wil men u zachtjes aan gewennen aan de, moet ik zeggen de onverzettelijkheid, die er in ligt en het erkennen van feiten en toestanden in plaats van de idealen en de dromen, waarin de mensheid zo graag haar erkennen van de werkelijkheid begraaft. Wat maakt een mens tot mens? Zeker niet alleen deze inconsequentie, waarover ik sprak. Het is zijn streven naar het hogere, het vermogen om zichzelf te zien, zichzelf te herkennen in relatie tot de omgeving, te beseffen, wat hij voor die omgeving betekent. Maar die mens kan alleen tot een zelferkenning komen, wanneer hij ook volledig beantwoordt aan die werkelijkheid en niet probeert om met  vervalsingen te verdringen, enz. Hopelijk heb ik u hiermede althans enigszins een verklaring gegeven voor het typische karakter dat vele stellingen zullen dragen. En als ik ze nu eens in gewone woorden ga omzetten, dan komt het eigenlijk hierop neer:

Het is voor een mens beter onder te gaan, dan zichzelf te verloochenen. Het is voor een mens beter te zondigen, dan voortdurend met zijn gedachten in de zonde bevat te zijn en zich daarvan niet vrij te maken. Het is voor de mens beter om realist te zijn, ook al is dat minder mooi of minder ideaal, dan in idealen te dromen, te kunnen verwerkelijken en zichzelf daardoor bovendien nog volkomen verkeerd in te schatten.

Ook de nieuwe wereldleraar predikt ons dat God liefde is in de eerste plaats. “Maar”, zo voegt hij eraan toe “dat God liefde is betekent nog niets dat God dwaas is of halfzacht. Gods liefde impliceert rechtvaardigheid. Wanneer Hij niet rechtvaardig zou zijn tegenover allen gelijkelijk, zou Hij ons niet allen gelijkelijk waarlijk lief kunnen hebben, nietwaar?” De nieuwe Meester verwerpt dan ook de genadeleer, niet omdat hij bv. het idee van een verlossing uitsluit, maar omdat hij de verlossing ziet als een zelfstandig bereiken, een zelfstandig pogen, waarbij eigen handelen en eigen streven noodzakelijk zijn om uiteindelijk iets te bereiken. Ik neem aan,, dat u me tot zover hebt kunnen volgen?

Wanneer u lijdt, onverschillig hoe en waaraan, heeft dit een oorzaak. Het lijden is de indicaties dat de oorzaak niet goed was, maar gelijktijdig reinigt het lijden de mens, zodat deze eerste oorzaak wordt weg genomen. Ditzelfde geldt ook voor het onbewustere leven, want ook hier moet oorzaak en gevolg erkend worden. Ook hier moet de mens juist door de indicaties het is niet goed geweest, komen tot het besef van wat wel goed is. De nieuwe leraar zegt: dat God zijn grootste liefde vaak openbaart in het toestaan van een lijden, dat voor Zijn liefde zelf ondragelijk moet lijken. Hij heeft volkomen gelijk, maar hij gaat nog een stap verder.

“Het is niet noodzakelijk dat wij ons realiseren, waarom wij lijden, vanwaar het lijden stamt, dus wat de oorzaak is, omdat krachtens kosmische wetten, elk lijden, elk misverstand een automatische correctie inhoudt. Men kan alleen zijn leed overwinnen of ondergaan. Wie zijn leed overwint, hoe beperkt dan ook, overwint daarmede tevens de onzuivere oorzaken in het verleden”. Hierdoor wordt ook de karma kwestie aanvaardbaarder en begrijpelijker, want het heeft weinig zin om de oorzaken van een leven om te zetten in de gevolgen in een ander leven, wanneer het ik daartussen geen associatie kan vinden, zolang we tenminste uitgaan van het standpunt, dat het kennen van de oorzaak noodzakelijk is om het lijden te dragen, om er goede resultaten mee te bereiken. Maar stel dat lijden in zichzelf reinigend is en wel op de juiste wijze, dan wordt het geheel begrijpelijker. De nieuwe leraar maakte de vergelijking met iemand die door een slang gebeten is. Hij zegt: “Er zijn twee manieren daartegen op te treden. U kunt de plaats, waar gebeten is, onmiddellijk uitsnijden, of het lichaamsdeel, dat gebeten is afhakken. Maar zelfs dan is er meer nodig. Wanneer primitieve mensen dat doen in de jungle, in de woestijn, die geen andere middelen hebben dan cauteriseren ze wat overblijft, dus de wond of de stomp eventueel wanneer ze de zaak hebben moeten afhakken, met vuur. Niemand vraagt zich af, waarvoor dat vuur noodzakelijk is, iedereen aanvaardt dit.”

Met dit voorbeeld maakte hij duidelijk dat het lijden in zichzelf, ook volkomen gesepareerd van de oorzaak, als een cauteriserend vuur of gloeiend ijzer werkt, pijnlijk ongetwijfeld, maar gelijktijdig reinigend, reddend en instandhoudend. Deze opvatting zet zich voort. Zij gaat n.l. niet alleen over de enkele mens en zijn lijden, ze breidt zich uit over de wereld. Wanneer die wereld in enorme smarten en lijden gedompeld wordt en de gehele mensheid, schuldig en onschuldig, door elkaar, bv. zou moeten lijden onder oorlog of zoiets, dan lijkt dat onrechtvaardig, maar in feite zal het totaal van het lijden als enige oplossing later, ofwel onder gaan in haat, dan wel een uit het lijden opgroeien tot harmonie. En wanneer dat een hele wereld betreft, dan betekent dit, dat geheel de wereld in die verandering is betrokken, dat dus een geheel ras desnoods, plotseling een paar schreden voorwaarts maakt op de ladder van ontwikkeling.

Het is natuurlijk wat vreemd, om te zeggen: Je moet God eigenlijk danken, dat er oorlogen zijn. Ja, het klinkt vreemd, maar toch komt wat onze nieuwe leraar vertelt in dit opzicht, daar heel dichtbij want de fouten der mensen moeten worden verbeterd door ervaring. Het al of niet bewust schuldig zijn is niet belangrijk. Wanneer een kind tien keer aan een koude kachel komt en u bent bang, dat het zich eens gaat branden, (dat voorbeeld is van mij en niet van de nieuwe meester) dan zult u dat kind steeds verbieden aan die kachel te komen, een tik geven en het meent het toch zo goed, het is toch helemaal niet gevaarlijk, het wil alleen maar weten, wat die kachel is. U weet, dat straks die kachel weer gloeiend heet zal zijn, wanneer het weer winter is en u weet; dat dan de gevolgen ernstig zouden kunnen zijn. Daarom straft u. Niet omdat het kind in feite kwaad doet, maar omdat het nog leren moet. Op dezelfde wijze zou je kunnen spreken over onverschillig welk wezen. Neem een jonge hond, een jonge kat, onverschillig wat. Dat beest moet leren wat het in huis wel en niet mag. Het dier is volkomen onschuldig, het gaat alleen zijn aard na, ook wanneer de poes uw meubels begint te ruïneren met zijn scherpe nagels of de hond besluit om uw nieuwste paar schoenen even op te kouwen. Het dier moet leren dat het niet mag, want het past niet, want anders kan het niet binnen de gemeenschap bestaan. Daarom straft u, ondanks het goede, toch nog vaak. Lijden is niet alleen een consequentie van bewust verkeerde daden, maar even vaak een correctie op een kwaad, dat nu niet beseft wordt, of een poging een gevaar te voorkomen, dat u later in veel ernstiger mate bedreigt. Is het dan misschien nu aanvaardbaar, wanneer ik de volgende stelling citeer:

Het is niet de taak van de mens om het lijden te bestrijden, maar om het te overwinnen. Lijden bestrijden wil zeggen het niet aanvaarden. Het overwinnen is het in jezelf opnemen, en het a.h.w. maken tot een deels een bewust, een krachtig en een gunstig deel misschien van jezelf. De waarde van het lijden verandert, dus, niet het lijden verdrijven.

Ik weet dat er heel veel mensen zijn, die deze en soortgelijke stellingen onaanvaardbaar vinden. Maar we moeten het toch eindelijk eens gaan begrijpen, dat in deze tijd geen leer vol idealisme meer past, tenzij dit idealisme gedragen wordt door realisme. We kunnen ons alles zo mooi voorstellen als we willen, maar we moeten erkennen, wat feitelijk bestaat en vandaar uit moeten we verder bouwen.

Op deze manier wordt ook verklaarbaar, dat heel veel heilige huisjes door de nieuwe leraar worden ingetrapt. Nu zegt hij het wat fijner, ook al gezien het milieu waarin hij vertoeft dan ik het zou doen, want ik ben bang, dat de fijnheid van uitdrukking vaak voert tot misinterpretatie, vooral hier in het westen. Wanneer er gezegd wordt, dat het onder omstandigheden een misdaad is om kinderen op de wereld te zetten, dan komt het hele gelovige volk in opstand, maar het is feitelijk zo, want ouders zijn verantwoordelijk voor hun kinderen en ze zeggen toch dat je je kinderen lief moet hebben, nietwaar? Als u alleen een mestvaalt hebt, zelf voortdurend bijna omkomt van de honger, of morgen misschien onder gloeiende lava, bedolven zult worden, dan is het toch dwaas om daar een kind aan bloot te stellen. Hetzelfde geldt voor het totaal van de wereld. De nieuwe Leraar zegt heel rustig dat gezinsvorming, en kinderzegen alleen belangrijk zijn voor de mens die meester is van zichzelf en een voldoende meesterschap over zijn milieu bezit en tenminste de eerste 10, 12 jaren ook voor die kinderen zo te zorgen, dat zij instaat zijn in die wereld zich bewust en met een redelijke achtergrond en zelfs met een redelijk stoffelijk bezit, te bewegen. Zonder dat heeft het geen zin. Natuurlijk, protesten te over. Er zullen er wel meer zijn. Protesten tegen verklaringen waarbij de nadruk gelegd wordt op het seksuele, is alleen het doen ontstaan van zondebegrippen in uzelf, die niet noodzakelijk zijn; want indien ge niet aanneemt dat uw wereld door demonen is geschapen, maar geloven wilt dat zij volgens kosmische wetten is gevormd uit het goddelijk wezen en de goddelijke kracht zelve, zoals alle sterren en werelden, dan dient ge ook aan te nemen dat de natuurlijke eigenschappen op zichzelf aanvaard moeten worden en zonder meer. Dus om het nu eens heel plat te zeggen: “Kuisheid en zo, zegt de Meester” is zeker niet iets wat gelegen is in het al of niet hebben van lichamelijke contacten,” en hij zegt er heel rustig bovenop: “En al die komedie die jullie maken over heiligheid van het huwelijk en heiligheid van het gezin enz. is ook allemaal maar kouwe drukte,” en hij stelt daar iets anders voor in de plaats. Hij zegt: “Waar de mens een dierlijk lichaam heeft is het redelijk dat hij, zolang er geen geestelijke bindingen van hoger orde bestaan, (en daar komt nu weer het puntje waar het om gaat) zich rustig uit als dier. Slechts waar de geest bedreigd wordt, dient het dier onderdrukt te worden.” En dan gaat hij heel rustig voort meer axioma’s aan te vallen van nu ja, ik zou toch wel willen zeggen van driekwart van de wereld, door te stellen: “De mens die zijn eigen wet is, maar voortdurend volledig verantwoord zichzelf gedraagt volgens zijn beste geestelijke inzichten en zijn hoogste geestelijke streven, is meer waard dan hij, die alle wetten van godsdienst en wereldlijke macht voortdurend en volgens de letter navolgt.” Ja, bijna had hem dat een hele hoop last bezorgd, want men meende dat hij oproer predikte en misschien dat ze nu achteraf toch nog wel denken dat hij dat gedaan heeft, want het is weer zover in die buurt, maar hem gaat het erom de verhoudingen klaar te stellen, ze duidelijk te stellen.

Hij zegt: “God is een deel van je wezen.” Door de eenheid met die God te erkennen kun je alleen door het stellen van de behoefte de vervulling daarvan verwerven. Alleen door het erkennen van het bestaan van het goddelijke, ingaan erin en onmiddellijk volgt deze uitspraak, een heerlijk commentaar: “Zij, die eelt op de knieën hebben van het werk dat ze hebben gedaan, mogen zich gelukkig prijzen, doch bij wie de vereelting alleen aan het gebed te danken. En zij zijn meestal dwazen die hun tijd beter hadden kunnen besteden; want de band met God is niet gelegen in het prevelen van vrome woorden, maar in het stellen van daden en het denken van gedachten, die de eenheid met die God bevorderen en die eenheid meer bewust in de mens doet ontstaan.”

Ja, ja, dat zijn me dingen, hé? Ja, jullie willen toch graag voorgelicht zijn? Dan komt er de kwestie bv. van heiligen en niet heiligen. Nou heb ik een klein idee, dat onze vriend Henri eens gespiekt heeft toen de Meester zich voorbereidde op zijn lering, want prompt vinden wij in de uitspraken terug en laat ik het voor deze keer eens zo letterlijk mogelijk vertalen: “Degene, die zich een heilige of een uitverkorene noemt, is een bedrieger. Hij, die een ander een heilige of uitverkorene noemt is een dwaas, doch hij, die de innerlijke eenheid erkent met God is niet uitverkoren of heilig, doch één met het Grootste, kennend zichzelf en daardoor bewust.” Zo gij mij spreekt van heiligen en van uitverkiezing, van de uitverkorenen van uw God, zo glimlach ik medelijdend, doch indien ge spreekt van een wijze en een bewuste, die leefde naar zijn wijsheid, zijn denken en zijn daden één liet zijn, en daarin vrede vond, ik buig mij dieper terneer dan gij voor uw heiligen.” Ja, overigens, dat ging niet over katholieke heiligen hoor, maar dat ging over het graf van een heilige Imam die ergens begraven is. Nu, ja, goed, de stelling komt alweer naar voren: Geen illusies, mensen. Illusies maken is wel een deel van het menselijk zelfbedrog en het is logisch voor de mens omdat hij daardoor de harde werkelijkheid wat verzacht, maar alleen degene die de feiten erkent, kan waarlijk bewust handelen. Alleen degene die alle feiten omtrent zichzelf en de wereld volkomen reëel aanvaardt, zonder te proberen er een ander tintje aan te geven, zal zichzelf en de wereld leren kennen en alleen die mens kan de ware harmonie vinden met het goddelijke.

Zo zijn er ook nog uitspraken ik meen dat er kort geleden al wat over is gezegd maar ik zal ze nog even herhalen,

De nieuwe Meester zegt op een gegeven ogenblik doodeenvoudig: “Mens, als je denkt dat je kunt leven voor anderen, dan ben je dwaas. Je kunt alleen voor jezelf leven en je kunt zelfs niet weten, wat je voor een ander al dan niet betekent. Het gaat er dus nooit om, dat je beantwoordt aan wat je meent dat anderen van je eisen, maar je dient voortdurend te beantwoorden aan hetgeen je in jezelf voelt aan alle anderen verplicht te zijn. Het heeft weinig zin om uit te gaan om goed te doen in de wereld. Wie goed doet in de wereld, doet meestal zelve het meeste kwaad, doordat hij geen tijd overhoudt om in zichzelf goed te zijn.” Dit is ten dele van de Meester, maar ik interpreteer hem wat vrij. Maar de mens die tegenover zichzelf gestreng is, waar het zijn erkende plichten en verplichtingen tegenover zijn God en de wereld betreft, aanvaardt zijn levenstaak. Zolang hij die taak vervult kan hij voor zich verder alle vrijheid opeisen, hoeft hij zich om niets en niemand te bekommeren en hij zal nog zijn God vinden. En zeg niet dat dat een leer van egoïsme is, integendeel, het is een realistisch altruïsme; want we weten allemaal dat we niet alleen kunnen bestaan en we weten allemaal dat we verplichtingen hebben tegenover onze medemensen. Maar nu gaat het er toch niet om of die mensen eisen dat ge aan uw verplichtingen voldoet. Ik zou er een gek voorbeeld bij kunnen halen. Wanneer u voelt dat u verplicht bent een bepaald bedrag aan belastingen te betalen en de ontvanger vergist zich, hij eist dus minder van u, dan bent u naar geweten verplicht om te betalen wat u meent schuldig te zijn, dat is uw verplichting en dan heeft u niets te maken met die fout van de ontvanger. Als hij teveel vraagt dan moet u ook blijven vechten totdat u alleen datgene wat u voelt als uw juiste verplichting behoeft te geven. O, o, laat ik voorzichtig zijn. Daar zou menigeen weer een vals voorwendsel van kunnen naken. Nu ja, goed, u begrijpt wat ik bedoel.

Als iemand alleen maar van u vraagt dat u een vriendelijk gezicht zegt, terwijl u voor uzelf weet dat u bij wijze van spreken in dienstbaarheid een verantwoording moet dragen, die men u eigenlijk niet eens geeft, zult u die verantwoordelijkheid voor uzelf toch moeten dragen, U kunt er niet onderuit door te zeggen dat het een ander is die het moet doen. En als je dat allemaal door hebt, dan heb je alweer een aardig stukje begrepen van de inhoud van die nieuwe leer, weet u. Want het is allemaal gemakkelijk te zeggen: Er komt vernieuwing, halleluja. De Waterman is gekomen. Maar ja, mag ik opmerken dat het Watermantijdperk komt, zeker, en dat de wateren der eeuwigheid op een nieuwe manier spoelen op het strand van uw wereld, allemaal mooi. Maar denk nu niet dat het alleen maar het heerlijke, verzachtende, koele, heldere water is waar u naar snakt. Misschien voelt u zich als een kreeft die dacht een prettig bad te krijgen, maar in kokend water terecht kwam.

Deze nieuwe tijd is niet een tijd die aan uw eisen gaat beantwoorden. Nee, het is een tijd waaraan u moet beantwoorden en zo is ook die nieuwe leer geen leer die aan uw verlangens en eisen tegemoet komt, maar het is een reeks van regels en stellingen, waaraan u tegemoet zult moeten komen, wilt u vooruit komen, wilt u innerlijke harmonie kennen. Al die dingen kun je terug vinden in het verre verleden, in elke lering en in elke esoterische stelling, maar altijd weer zijn ze bemanteld, gesluierd. Het is allemaal zo mooi gezegd en je kunt zo heerlijk de zaak ontduiken. Dat is het als die man die een bord ziet staan met parkeerverbod en zegt: dus achter het bord is het, dan zet ik mijn wagen ervoor. Nu kan niemand mij iets maken en hij vraagt zich niet af of hij een verkeersopstopping veroorzaakt. Zo heerlijk precies langs de letter van de wet leven, ja, dat had je gedacht.

De tijd die komt is natuurlijk zwaar, dat weten we allemaal en ook de Meester windt er geen doekjes om. Alleen zegt hij het een beetje anders dan u het waarschijnlijk opvat; want hij zegt niet: de wereld zal vergaan of zo; je zult om je leven moeten bidden en worstelen. Nee, hij zegt: “De lasten van de nieuwe tijd ontstaan uit de noodzaak van de mens zichzelf te zijn eigen taak te vervullen en eigen verantwoordelijkheid te dragen; want zij die in de sterken hun beschutting zoeken, zullen het zijn, die dadelijk roepen: Bedelf mij, verberg mij, want ik kan de wereld niet meer aan; en er is niemand die uw lot voor u kan dragen buiten de kracht die in uzelf schuilt.” M.a.w. een hele hoop illusies kapot. Niet dus de sterke man, het hoofd van onze staat die overal voor zorgt, vadertje zus of broedertje zo en niet ons heerlijk parlement, waaraan je na je stem gegeven te hebben misschien tel je wel af ini, mini, manimo, voordat je een stempeltje zet of een tekentje, nietwaar dan wel alles over kunt laten, de zorg van de wieg tot het graf en desnoods nog de begrafeniskosten. Dat was, op het ogenblik lijkt dat allemaal aardig en ideaal, maar het kan niet verder gaan, omdat de menselijke geaardheid, die vreemde strijdigheid in die mens, die gelijktijdig zichzelf offert om te redden en om te vernietigen ik heb het in het begin verteld niet toelaat dat er een volledige verantwoording gedragen wordt, bv. door enkelen voor velen. leder moet voor zichzelf aansprakelijk en verantwoordelijk zijn. Alleen dan is de mens waarlijk mens.

Ik zal het nu niet zo lang meer maken. Ik moet rekening houden en met lichamelijke condities en met andere omstandigheden dus ik moet zo langzamerhand aan het einde van mijn betoog gaan komen. Vinden jullie het nu eigenlijk niet een beetje op z’n Jan boere fluitjes zo? Het zou veel mooier zijn als die leer in mooi klinkende gegoten volzinnen als bronzen klanken over jullie werd neergestrooid. “Nee, helemaal niet.” Nee, juist, de essence van de dingen is het enig belangrijke. De vorm telt niet. En ik ben blij dat er verschillenden zijn die dat zeggen, misschien ten dele uit beleefdheid ook en ten dele omdat het gemakkelijker is de dingen zo te begrijpen, maar we moeten altijd, juist in deze dagen en dat is nu niet van de wereldleraar, dat krijg je van mij zo cadeau, het is wel geen hoge wijsheid, maar je hebt er misschien wat aan ons nooit afvragen: hoe zien de dingen eruit, maar wat zijn ze. Gaat u dadelijk maar eens, nu ja het is Zondag, maar gaat u morgen maar eens de stad in en koopt u de stofzuiger die er het mooiste uitziet. Als de motor niet deugt dan gooi je het ding toch weer op de asbak nietwaar? Maar u kijkt naar dat mooie uiterlijk. U zou moeten kijken naar de motor, het hart. U leest een boek; u wordt overrompeld door het fijne taalgebruik, Couperus bv. Maar heeft u zich ook wel eens afgevraagd: Wat schuilt er achter U laat zich overweldigen door bv. een blabla roman van Elaman nietwaar, die op zichzelf literair verrekt aardig in elkaar zit en waarvan die intrige ook nog wel tot denken aanzet, maar realiseert u zich wat daar achter zit? Is dat eigenlijk geen psychologisch probleem waarin de schrijfster zelve een grotere rol speelt dan alle romanfiguren? Moderne kunst of wat ook, wat je wilt zien, of een medemens, het gaat niet en wat het lijkt, het gaat om wat er in zit.

Iemand die je heel erg onsympathiek is kan soms veel betrouwbaarder zijn dan die heerlijk sympathieke en prettige, o zo beleefde dame of heer enz. Al die correctheid kan wel eens een bemanteling zijn van een zwakte. Probeer de kern van de dingen te zien. Ja, als je je nu met anderen en andere dingen in je hoofd bezig wilt houden met die kern, vraag jezelf eens af wat die kern is. Heb je werkelijk de moed om hard te zijn tegen jezelf? Heb je de moed om zelf de verantwoordelijkheid te nemen voor wat je noodzakelijk vindt, voor wat je wilt? Een je inderdaad zo prettig en zo goed als je wilt zijn, als je denkt te zijn? Stel je niet heel vaak je eigen ideeën voor die van een ander bv. omdat die ideeën zo mooi zijn? Vraag je dat eens af waar het verschil zit tussen zonde en deugd en andere dingen en waarom je die dingen zo ziet. Vraag je bv. eens af, waarom je nu hier graag luistert en niet in een kerk. Je moet toch weten: Wat zit er in?

Niet: Wat zou ik willen doen? Maar: Wat doe ik? Niet: Wat zou ik willen zijn? Maar: Wat ben ik? Leer de kern kennen. Het gekke is: als je het gezonde punt in de kern vindt dan kun je daarmee vaak wonderen doen, je voorkomt teleurstelling, tijdverspilling en bovenal vanuit dat realistisch standpunt dat is dan weer een stelling van de wereldmeester, kom je sneller tot een waar contact met de delen van het goddelijke waarmee voor jou harmonie mogelijk is, zodat je inzichten verwerft en machten verkrijgt, waardoor je in staat bent beter en juister waarlijk jezelf te zijn, waarlijk je verplichtingen tegenover God en de mensheid te vervullen. Ietwat gevarieerd, maar dat is van de Meester. Nu hoop ik alleen maar dat ik niemand tegen de schenen heb geschopt. Onthoudt één ding: Wanneer één van de punten die hier zijn aangesneden vanmorgen u gekrenkt of gekwetst hebben, dan ben niet ik het die geschopt heeft of de wereldmeester, dan bent u ‘t zelf, want de meeste mensen beklagen zich dat het leven hen slaat, wanneer ze voortdurend bezig zijn om zichzelf een pak slaag te geven. Daarmee vrienden, geef ik het woord aan de tweede en voor deze bijeenkomst tevens laatste spreker.

o-o-o-o-o

Ik vind het prettig dat ik er ook nog even zo een paar punten achteraan mag leggen. Dadelijk komt u aan het woord: het slotwoord mag u zelf kiezen, maar als je dat nu allemaal zo hoort, hé, dan vraag je je af of die nieuwe leer en ook de nieuwe wereld niet in vele opzichten lelijk zal zijn. Want als je overal de illusies wegneemt dan blijft er niet zoveel over denken de meeste mensen. Maar ik vraag me af of dat eigenlijk niet een verschil is in opvatting? Zou het eigenlijk niet zo zijn, dat de mens van heden met zijn geestelijke instelling, zijn geestelijke inrichting, zo ongeveer staat tegenover die nieuwe, functionele en structureel juiste leer, als de mens uit de tijd van Queen Victoria tegenover stalen meubels? Die mensen zouden waarschijnlijk ook, of nu ja, je hoeft niet eens zo ver terug te gaan, kijk nu maar eens een 60 jaar geleden niet gelukkig zijn zonder de antima kassertjes en de trijp en de franje, nietwaar en de mooie pluche kleden en alles zo donker mogelijk. En als iemand het anders deed dan zeiden ze: “Nu ja, maar dat deugt niet, dat is zo kil en zo kaal, daar kun je niet in leven.” Maar een mens van tegenwoordig, die in die oude stijl zou moeten leven, werkelijk helemaal compleet met alle bric a brac met de pied de stalletjes, de bloemen en palmen en aspedistra, die zou zich waarschijnlijk erg ongelukkig voelen. De mens wordt langzaam maar zeker dus anders en het idee bv. dat alle ramen vooral zoveel mogelijk gesloten moeten zijn, dat je de zon buiten moet houden, u weet wel het die donker blauwe of  groene stores, dat is er ook helemaal uit. Tegenwoordig zegt men: De mensen mogen rustig naar binnen kijken, laat de zon en de lucht maar binnen komen. Vroeger zeiden ze : Hoei, daar verschieten de kleden van. Wee, dat kun je toch niet doen. Tegenwoordig zeggen de mensen: Laten we maar meubels kopen waar weinig aan te boenen is, dan hebben we meer tijd over om er werkelijk van te genieten. Vroeger zeiden ze: Ach, als een meubel niet gemakkelijk is, dat geeft niet, maar als het goed geboenwast is en het glimt, ja dat is zo verzorgd, dat staat veel beter.

Ja, u lacht er misschien om, naar is het in de geest eigenlijk ook niet zo? Zouden veel mensen en wat dat betreft heel wat bij ons in de geest ook nog, niet eigenlijk hangen aan hun antima kassertjes en hun heerlijke trijp en pluche en hun kwasten? Dingen die op zich zelf mooi zijn, maar die eigenlijk niet passen in een wereld die hoofdzakelijk functioneel moet zijn, Hebben we eigenlijk wel veel aan een christendom dat de mensen bv. van de voetbalvelden af wil halen en uit de zwembaden om ze in een kerk te proppen? Eigenlijk niet vindt u wel?

Of hebben we iets aan een mentaliteit die de kinderen zo onschuldig opvoedt, dat ze niet alleen het trouwboekje, maar ook een handleiding nodig hebben om de eerste huwelijksnacht door te komen? Dat is dwaas, dat is kolder, dat weten ze tegenwoordig wel, maar vroeger was het anders. Natuurlijk, je wist die dingen toch wel en je was toch wel ondeugend en je deed toch wel aan sport of wat anders, maar het ging allemaal achterbaks. Je moest achterom langs sluipwegen. Een hoop tijd verknoeien, een hoop schuldbesef en al wat erbij komt, onnodig. Die nieuwe, kale en misschien vaak wat harde leer, waartegen de helft van de wereld zich waarschijnlijk zal verzetten en zwaar op zijn achterbenen zal gaan staan, die is te modern voor velen. Maar dat wil niet zeggen dat ze minder juist is. Er zullen mensen zijn die ze op een overdreven wijze toepassen, maar beter in het begin een overdrijving maar in ieder geval een vernieuwing, dan een versuffen en verduffen in de stoffigheid van die dingen die niet werkelijk bruikbaar meer zijn.

Ik vind het prettig dat mijn voorganger niet alleen maar heeft willen volstaan met het opsommen van een aantal artikelen en regels, maar dat hij geprobeerd heeft u de essence van de dingen duidelijk te maken, want al is het misschien wat pijnlijk om het nu eens te horen op een andere manier dan je het zelf uit zou willen leggen, het is toch beter dat je precies weet waar je aan toe bent nietwaar? Zachtheid en een buitengewoon groot respect voor de opvattingen van de mensen t.o.v. sociale waarden, morele normen, noodzaken in politiek bestel en zo, godsdienstige waarheden en dogma’s, die kunnen we ons niet meer permitteren. We hebben er gewoon geen tijd meer voor vrienden. Dat is de grote moeilijkheid. Nu kunnen we natuurlijk proberen en het met een pleistertje af te doen, maar wanneer ergens zachte heelmeesters in staat zijn stinkende wonden te maken, dan is het wel in geestelijk opzicht, want door op het ogenblik de nieuwe leer wat te zoet en wat te aanvaardbaar op te dienen, krijg je een vergiftigingsverschijnsel. Dan schiften oude en nieuwe waarden door elkaar en dan krijg je iets wat onverteerbaar is voor mens en geest.

Ik hoop dus wanneer u zo in de komende tijd want het zal niet te vermijden zijn en heus niet alleen aan onze kant dingen hoort zeggen, die niet aangenaam zijn, dingen die in feite waar zijn of het nu een dominee door de radio is die het een of ander vertelt of een cineast die het een of ander misschien een beetje te duidelijk weergeeft, of het misschien een geest is die spreekt, altijd weer wanneer u merkt dat het eigenlijk onaangenaam is maar dat het waar is, geef je zelf toe dat het beter is en concreet en recht de waarheid te zeggen en te horen, dan om ze voor jezelf te vervalsen. Voor jezelf te vervalsen in die zin bv. dat je zegt: Nu ja, tegen een atoombom kunnen we een hele hoop doen. Het is wel waar, je kunt er wel een hele hoop tegen doen, maar dan moet u eerst aan onze kant komen. Daar heeft u als zo’n ding valt, heel grote kans of veel groter dan aan uw kant, om te blijven weet u. Dat die dingen waarschijnlijk niet zullen vallen is wat anders, maar daarom hoef je de feiten nog niet te misachten en dat is met alle dingen zo.

Wanneer ze u vertellen dat het allemaal zo goed gaat en dat men volledig vrijwillig en zonder pressie bv. maatregelen neemt over Nieuw Guinea, meer dat nu alleen maar, dan moet je tegen jezelf zeggen: Nu ja, kom, daar zit toch iets anders achter. Wanneer ze u vertellen dat Chroestsjof zo buitengewoon vriendelijk heeft gesproken met Kennedy, dan vraagt u zich toch ook af: wat zit erachter? Dat is toch waar? Vraagt u zich dat eens steeds af en laat je nu niet zo heerlijk met pleistertjes beplakken tot je op den duur geen adem meer kunt halen van de zoetgevooisde pleisters die je overal hebt gekregen.

Wij van onze kant wij beloven één ding: We zullen heus ons best doen om het zo netjes en zo goed mogelijk te zeggen, maar als het niet anders kan, dan zullen we liever duidelijk zijn met een scherpte dat ze zich afvragen: Is dat nu de O.D.V? Dan dat we het gevaar lopen dat de mensen het op hun eigen maniertje gaan interpreteren en daardoor de boodschap mislopen die we willen brengen. Daarom vond ik het zo prettig eigenlijk dat mijn voorganger zo heerlijk, hoe moet ik dat zeggen, met twee voeten op de grond aan het praten was. Ik vond het ook prettig dat u er met een zekere interesse naar luisterde.