De Nieuwe Leer

10 september 1961

Binnenkort krijgt u daarover trouwens een uitgebreidere lezing, waarbij debatmogelijkheid bestaat. We moeten goed beseffen, dat elke periode op aarde haar eigen achtergronden heeft. Die achtergronden vindt u terug bv. in de godsdienst, maar ook bij de godsvoorstellingen, die in die tijd voorkomen. Wanneer u zich de moeite getroost om bv. alleen in de bijbel na te gaan welke symbolen in bepaalde perioden gebruikt worden, dan ontdekt u dat deze gerelieërd zijn met de sterrenbeelden. Er is steeds weer voor de mens een beïnvloeding van buitenaf, kosmisch. Door deze kosmische beïnvloeding wordt hij langzaam maar zeker opgetrokken tot een bepaald niveau van begrip en een bepaald peil van denken. Hij kan zich nimmer geheel daaraan ontworstelen. Hij ondergaat dus die invloed te allen tijde, maar om het de mens gemakkelijker te maken zich in zo’n periode aan te passen, wordt hem een leer gegeven. Deze leer is niet de leer van de eigen periode alleen, zoals bv. het christendom (sta mij toe deze leer als voorbeeld te nemen) niet alleen de aanduiding is van de afgelopen periodes maar gelijktijdig de voorbereiding voor de komende. Dit houdt in dat in een tijd dat in feite de wereld materialistisch zal gaan denken, de gegeven leerstellingen vaak meer geestelijk en in sommige gevallen ook meer magisch zijn.

Terwijl juist in een periode waarin de geestelijke invloeden gemakkelijk op de wereld inwerken, de leer ook haar aandacht zal moeten richten op bepaalde meer materiële toestanden, verhoudingen en punten. Op deze wijze wordt een continuïteit in de ontwikkeling van de mensheid mogelijk gemaakt, terwijl gelijktijdig door zo’n leer de mens in staat is voor zichzelf, geestelijks dus niet beperkt meer door de dood, een vast inzicht plus een vaste taak te verwerven, die bij een eventuele incarnatie op aarde zonder meer kan worden voortgezet. Heeft men deel aan zo’n leer, dan mag dus worden gesteld, dat men voor de eerstvolgende perioden voldoende geestelijk inzicht en instelling heeft gevonden om elke geestelijke of kosmische taak zonder meer op aarde of in de sferen te volvoeren en voort te zetten. Voor de christenen betekende dit een leer, waarbij de stoffelijke onthechting op de voorgrond kwam. Duidelijk, want de wereld ging een periode van toenemend materialisme tegemoet. De structuur, die zich tijdens de heerschappij van het christendom opbouwde, was steeds meer materieel redelijk, wetenschappelijk en bracht de verwerkelijking van vele dingen juist in de stof.

De nieuwe periode moet een verwerkelijking brengen van het geestelijke. Hierbij zou ik willen wijzen op de eigenschappen die Aquarius nu eenmaal heeft nl. een grote weldenkendheid, een belangstelling en ook een genegenheid, die zich eerder richt op de wereld als geheel dan op bepaalde personen of bepaalde instellingen of mogelijkheden, een sterke belangstelling voor het occulte en daarnaast een technische begaafdheid, die beheersing van al het noodzakelijke mogelijk maakt, zonder dat er direct, hoe moet ik het zeggen, wetenschap of techniek beoefend wordt en ten wille van zichzelf, een soort “art pour art”. Hier is absoluut geen sprake van. Aquarius is in vele opzichten, in de ogen van de moderne mens althans, traag, want hij wil graag het totaalbeeld beleven en heeft weinig interesse voor de details. Hij wil eerst het grote beeld geheel overzien, voordat hij vandaar uit zijn beslissingen neemt. In deze periode is het niet voldoende om te spreken over een “Heb uw naasten lief gelijk uzelf” in de oude vorm, als iets wat ver weg ligt, iets wat je moet nastreven en waarbij je langzaam maar zeker de verantwoordelijkheid voor je naaste gaat dragen. Neen, de leer, die eens de binding, de geestelijke binding, trachtte te bevorderen in een tijd dat stoffelijke organisaties, stoffelijke ontwikkelingen, de geestelijke samenhang bedreigden, moet nu plaats maken voor een leer die, – ofschoon principieel hetzelfde zijnde – zich aanpast aan een nieuwe tijd en daarmede tracht om bv. alle materiële wetten, instellingen en zelfs bezittingen niet te miniseren, maar in een juiste en nieuwe verhouding te plaatsten.

Wanneer Aquarius tijd voorbij is, dan zal het naar alle waarschijnlijkheid met de mensheid in haar huidige vorm wel gedaan zijn. O, er leeft een mensheid voort maar ze zal een andere gestalte hebben en andere capaciteiten. Gedurende Aquarius heerschappij echter, kan worden gezegd, dat de wisselende invloed der komende sterrenbeelden of zo ge wilt grootkosmische krachten, die op aarde inwerken, allen een eigen aspect geven van een onthechtheid, van een wereldeenheidsgedachte. Misschien mag ik hier nog iets aan toevoegen. Er is nl. in het verleden een periode geweest, dat ook Aquarius heerste. In deze periode bestonden er op aarde volkeren met een zekere cultuur en beschaving, volledig vreemd aan de mens. Dat waren de z.g. insectenvolkeren, die echter toen nog niet georganiseerd waren als mierenvolk, de bijenstam, enz. Ze hadden een maatschappij, maar een maatschappij waarin de regels van die maatschappij niet overheersend waren. Bij de komst van Aquarius werd het gemeenschappelijk deel zo enorm belangrijk geacht, dat al het andere daaraan ondergeschikt werd gemaakt, ook het individu en de individuele ontwikkeling. Het resultaat was een verstarring, die u nu nog kunt zien in de veel kleinere vormen, die op het ogenblik nog op de wereld leven als de termietenvolkeren, mierenvolkeren, bijen, enz.

Dit moet voorkomen worden bij de mens. De nieuwe leer moet dus uitgaan van het standpunt, dat naastenliefde noodzakelijk is, dat kosmische bewustwording noodzakelijk is, maar dat deze nooit en te nimmer kan geschieden in een absolute gebondenheid. Gelijktijdig moet deze leer rekening houden met een periode, op Aquarius volgende, waarin bindingen steeds sterker zullen gaan vallen, waarin vaste organisatie, vaste groepering een tijdlang, gepaard gaande waarschijnlijk met een zeer grote behoudzucht, de wereld regeren. De eerste stelregels van deze leer zijn schijnbaar volledig christelijk; “Gij moet uw medemensen liefhebben. Gij zijt allen broeders en zusters. Gij zijt een.” Maar de mens, die dit verkeerd interpreteert; gaat dus denken dat het er alleen om gaat om een grote, goede en gelukkige familie te worden. Dat is toch niet de bedoeling. Er komt een ander element bij: “Wees vrij en laat anderen vrij.” De moderne mens interpreteert dit als een vrijheid volgens de geldende normen. Hier zou hij al een fout begaan. De vrijheid, die de nieuwe leer predikt, is er een, die alleen gebonden is aan het persoonlijk besef van goed en kwaad. In deze zin zal de nieuwe leer dus anarchistisch zijn. Zij zoekt een zo fel mogelijk en zo uitgestrekt mogelijk verwerpen van gezag tot stand te brengen. Er is één gezag: God. God, zoals Hij in mij leeft. Alle andere vormen van gezag, die op het ogenblik bestaan en alle regels en normen moeten worden beschouwd als een nu nog noodzakelijk kwaad, dat echter zo snel mogelijk teniet moet worden gedaan, want alleen de mens, die van binnenuit leeft, in volledige vrijheid, kan ontsnappen aan angst dromen, de beperkingen, de vreemde wraakzucht, kortom al deze ziekelijke verschijnselen, die op het ogenblik de mensheid zover omvatten.

De mens van heden weet niet precies wat hij wil. Hij verzet zich tegen een bestaande vorm of hij onderwerpt zich eraan, maar hij vraagt zich niet af, wat hij persoonlijk is, wat zijn persoonlijke behoefte is. Daardoor zou men o.m. een groot deel van de huidige wereldtoestand kunnen verklaren. Wanneer deze mens leert om vrij te zijn, in de periode dat Aquarius heerst, dan zal deze vrijheid in een redelijke vorm van organisatie – zo vreemd als het klinkt – in de komende periode, gehandhaafd kunnen worden en zal de ontwikkeling van de mens tot een hoger wezen door niets meer worden belemmerd. Ik probeer u hiermee duidelijk te maken hoe belangrijk dus deze achtergronden zijn. De leer zelf, ach, daar zal veel over worden gesproken, en u zult horen van de gelijkenissen, die naar voren worden gebracht, en van de toespraken en al wat erbij hoort. Ik wil u daarmee dus niet lastig vallen, om dupliceren van gegevens zoveel mogelijk te voorkomen. Maar te beseffen wat hier op de achtergrond ligt, lijkt me voor u van het hoogste belang. Het gaat er niet om een nieuw christendom of een nieuwe leer te scheppen. Het gaat erom een geestelijke achtergrond scheppen, die het de mens mogelijk maakt zich tijdens de periode van Aquarius heerschappij zo goed en zover mogelijk te ontwikkelen, daarbij sterk te zijn tegenover elke andere kosmische invloed en deze op de juiste wijze deel te maken van het eigen wezen, om uiteindelijk te komen tot een absolute geestelijke vrijheid, waarbij een ieder op zijn eigen wijze opgaat in het kosmisch geheel en een bewust en actief deel van dit geheel uitmaakt.

Misschien klinkt het u wat vreemd en vraagt u zich af of het wel zin heeft bv. met dergelijke leringen duizenden, tienduizenden jaren vooruit te denken. Vanuit een menselijk standpunt lijkt het ongetwijfeld wat dwaas, de mens leeft kort, maar het gaat hier niet alleen om de mens, want de geest, die in de mens leeft, neemt een groot gedeelte van zijn geestelijke instellingen en leringen mee. Er zijn op dit ogenblik op aarde nog mensen, die, al noemen ze zich christenen, in feite beheerst worden door hun geestelijke achtergrond uit bv. een vroege Isisperiode. Er zijn nu nog mensen, die, al dienen ze onze Heer Jehova, in feite dezelfde wrede en bloeddorstige Baälaanbidders zijn van eens, want de geest kan dergelijke ontwikkelingsfasen niet zonder meer opzij zetten. Wanneer die overgang te plotseling wordt, wanneer er geen mogelijkheid is voor de geest om verder te bouwen op basis van hetgeen nu op aarde geleerd wordt, dan zal dus in een komende periode een groot gedeelte van de fouten, die nu op aarde bestaan en in de geest zijn overgeplant, weer herboren worden.

Het gaat dus om de opvoeding van de geest en niet alleen van de stof. Zoals de regels, die worden gegeven, in de eerste plaats geestelijk belangrijk zijn en pas daarna stoffelijk belangrijk. Mag ik aannemen dat ik deze punten voor u begrijpelijk heb uiteengezet? Dan moet u eens goed luisteren. Alles wat in de komende tijd omtrent die nieuwe leer vermeld wordt, moet beschouwd worden in het nu omschreven kader, dus een hoofdzakelijk de geest geldende voorbereiding, waardoor die geest zich niet alleen in de nieuwe periode kan aanpassen tijdens haar stoffelijk vertoeven op aarde, maar tevens een bewust doel kan uitmaken van de grootkosmische ontwikkeling. Alles wat daarover gezegd en gebracht wordt, niet alleen door ons, maar eveneens via vele andere kanalen, is dus voor uw geest bestemd.

De stoffelijke verwerkelijking van die leer zal moeten worden aangepast aan de mogelijkheden. U kunt niet onmiddellijk bepalen wat nu op dit moment van die leer in de praktijk kan worden omgezet. Indien de innerlijke gedachtegang, eigen instelling, eigen benadering van het goddelijke, wordt aangepast aan deze leer, heeft zij wat u betreft haar doel bereikt. Nu zou het onrechtvaardig zijn, wanneer ik verder helemaal niets over de leer zelf vertelde. Dan zou ik bij u verwachtingen gewekt hebben, die ik niet nakom. Verwachtingen beschamen is onrechtvaardig. Alle dingen die op aarde geschapen zijn, of door de mens herschapen worden, maken deel uit van het groot goddelijk patroon. In alle dingen is een deel van het goddelijke terug te vinden. Voor de mens zijn deze dingen alleen belangrijk voor zover zij overeenstemmen met en harmonisch zijn met de krachten, die in hem leven en het bewustzijn dat hij bereikt heeft.

Elke mens dient zijn God op aarde het best door een zo groot mogelijke harmonie te bereiken met anderen, in zichzelf een zojuist mogelijk inzicht in eigen wezen te verwerven en een eenheid tussen de innerlijke God, die hij erkent en zijn uitingen op aarde tot stand te brengen. Broederschap impliceert hier de gebondenheid door de ene God, zij heeft niets van doen met de familierelatie die zo wel omschreven wordt, maar geeft dus alleen aan het erkennen van gelijke oorsprong en de daaruit voortvloeiende noodzaak tot onderlinge samenwerking en steun. Indien mijn broeder verkeerd handelt, zo mag ik hem tot de orde roepen en ik mag hem zelfs straffen, maar alleen wanneer die handelingen mij of mijn broeders en zusters onmiddellijk bedreigen of schaden. De dwaasheden van mijn broeders en zusters gaan mij niet aan. Slechts datgene waarmee zij in de wereld of sfeer, zover het de geest betreft, dingen tot stand brengen, die schadelijk zijn voor mijzelf of anderen, waarmee ik een innerlijke eenheid erkend heb, mag ik ingrijpen.

Het is voor mij belangrijk dat ik vrijheid als het hoogste goed dien. Vrijheid echter betekent niet alleen een vrijheid tot leven of tot genieten en tot denken, vrijheid impliceert, in zijn betekenis, het zelf dragen van verantwoording, het zelve aansprakelijk zijn voor al datgene wat op eigen leven direct betrekking heeft. Het is belangrijk dat een mens zelve en voortdurend de wetten van oorzaak en gevolg ondergaat. Alleen op deze wijze kan hij zich juister richten op het ideaal dat voor hem bestaat, zijn eigen plaats binnen de schepping vinden. Hoe meer men de verantwoordelijkheid anderen van de schouders neemt en deze zelve tracht te torsen, hoe moeilijker men het voor die anderen maakt om hun juiste mogelijkheden, hun juiste plaats en juiste betekenis in het geheel te leren kennen. Het is noodzakelijk dat men zijn vrijheid ook beschouwt als een vrijheid tot dienstbaar zijn. Dienstbaar zijn echter, wil in deze zin zeggen; gedragen door de erkenning van dezelfde God, levend in mij en in anderen en volgens mijn eigen besef van goed en kwaad, anderen bijstaande in alle taken die m.i. goed, althans niet uitgesproken kwaad zijn.

U ziet, in deze leer zitten heel wat punten, die niet alleen religieus of geestelijk zijn, maar die ook politieke en staatkundige betekenis hebben, die zelfs in de wetenschap van belang kunnen zijn. Voor een ieder die zich in de toekomst verder met deze leer bezig gaat houden, wil ik nog wijzen op een uitspraak van de nieuwe wereldleraar, die ik persoonlijk van het hoogste belang acht:  “Alle dingen zijn ons middel om de innerlijke vrede te vinden, de eenheid met de scheppende kracht, waaruit wij in werkelijkheid leven. Daarom mogen wij nimmer kunsten of wetenschappen, werkzaamheden in de stof of in de geest, alleen volvoeren omdat zij zelve voor ons aantrekkelijk zijn. Slechts indien elk van onze daden en onze gedachten een en hetzelfde doel heeft, grotere eenheid met de Gods die in ons leeft en zich rond ons manifesteert, kunnen wij waarlijk voortgaan op het pad der verlichting.” Ik hoop dat ik u met deze gegevens niet heb verveeld. Ik hoop ook dat u, wanneer u deze dingen overdenkt en ze juist vindt, wilt proberen om ze langzaam en binnen de beperkingen die uw eigen tijd noodzakelijk maakt, toe te passen. Gij zijt altijd voor uzelf verantwoordelijk. Ge kunt uiteindelijk voor niemand anders een verantwoording dragen, begrijp dat wel, maar ge zijt ervoor verantwoordelijk, dat de wereld rond u niet in strijd is met uw beeld van het goede en van het juiste, voor zover gij zelf daarbij betrokken zijt. Indien ge met deze beperkingen begint om deze nieuwe tendensen in uw daden en uw denken te ontwikkelen en voort te laten klinken, dan zal u blijken, dat ge meer christen zijt dan de christenen, dat uw kennis sneller groeit dan van de geniale wetenschapsmensen en leraren en dat bovenal uw geest aangepast is aan de huidige kosmische verhouding en zo onmiddellijk en voortdurend kan putten uit de nieuwe bronnen, die sinds kort voor de mensheid op deze wereld geopend zijn.

o-o-o-o-o

We hebben vandaag helaas niet de mogelijkheid om een gastspreker voor te stellen en dat betekent, dat u maar met een betrekkelijk onbelangrijke vervanger als ondergetekende genoegen moet nemen. Want er zijn op het ogenblik op aarde zoveel dingen aan de gang en zoveel belangrijke ontwikkelingen, dat, nu ja, ik wil niet zeggen personeelsgebrek, maar toch wel een gebrek aan geschoold personeel, zelfs ons hier en daar parten kan spelen.

Ik zal dan ook niet beginnen met een belangrijke verhandeling op te zetten, maar ik wil wel proberen om jullie iets duidelijk te maken. Dat is nl. Dit: Er waren eens 500 mensen, die allemaal binnen wilden in een en hetzelfde park van vermakelijkheden. Er was een betrekkelijk smalle poort en omdat ieder de eerste wilde zijn, waren de enigen die het beloofde oord der verrukking bereikten, degenen die gekwetst uit de massa werden doorgegeven. De anderen kwamen niet door de poort, omdat ze elkaar de voorkeur niet gunden, omdat ze elkander niet gunden dat zij de eersten zouden zijn, omdat ze allemaal zo’n haast hadden. Daarom besloot men het park althans voorlopig te sluiten. Na ongeveer anderhalf uur werd het park hernieuwd geopend, maar nu, dat moeten we erbij zeggen had men door ordebewaarders de mensen in een rij op doen stellen. Ofschoon intussen het aantal belangstellenden tot het viervoudige was gegroeid, waren ze allemaal binnen een kwartier binnen. Nu zult u zeggen, wat heeft dat nu te maken met esoterie of met al die geestelijke dingen waarvoor we hier komen.

Wel, de mens is in zichzelf nogal verdeeld, weet u. Per slot van rekening, als je elk beeld dat je van jezelf hebt, nu eens naast elkaar zoudt zetten, dan leek het net een regiment, dan hoef je alleen maar geef acht te commanderen en dan staat er een aardig stel in de houding. Daar heb je het zakelijk ik en het zinnelijk ik, het hooggeestelijk ik en het iets minder geestelijk ik. Daar heb je het gemakzuchtige ik en het ijverige ik, het zakelijke ik en het goedmoedige ik. Daar heb je het ik vol christelijke naastenliefde en het ik vol eigenbelang. We bestaan eigenlijk uit een heel stel onderdelen, als je het zo bekijkt, allemaal ikjes op zichzelf en wanneer we al die ikjes met hun eigen neigingen gelijktijdig vanuit onszelf in die grote wereld zouden willen laten gaan, dan zouden we ook vastlopen, wat er dan uit komt is ook gekwetst en verminkt. Dat is toch logisch nietwaar? Dan komt ons ik vol naastenliefde met een klap op zijn hoofd en een blauw oog te liggen naast ons ijverige ik en ons luie ik sluimert al in, bewusteloos geworden door de zware spanning en wat blijft er dan uiteindelijk over? De ongelukken die we maken door onbekwaamheid, onvolledigheid, enz. bij het uiten van hetgeen in ons leeft. Nu ja, als ik de zaak zo bekijk, dan krijg ik het idee dat de mens, die in zich zoveel verschillende factoren draagt, eigenlijk zou moeten leren om ze ook op een rij te zetten. Je moet goed begrijpen, je kunt niet die persoonlijkheden, die in je leven, de ijverige en de luie, de goede en de kwade, bij wijze van spreken, precies uitlaten wanneer het je convenieert, het zijn geen hondjes. Als je dat probeert, dan loop je ook vast. Maar je kunt wel trachten om elk facet van je persoonlijkheid, wanneer het optreedt, eerst een redelijke uitingsmogelijkheid te gunnen voordat je het in conflict brengt met het volgende facet.

M.a.w. als het zakelijke ik nu eenmaal aan de beurt is, laat het dan even doorpraten en pas wanneer het uitgesproken is, breng je het ik vol naastenliefde en medeleven aan het woord. Anders maak je van je zaken liefdadigheid en van je liefdadigheid je eigen faillissement. Ja, u grinnikt er nu een beetje om, maar dat is niet juist. Je weet nooit wat je wilt. Waarom? Omdat je eigenlijk twee delen van je eigen wezen gelijktijdig laat dringen die nu toevallig op de voorgrond moet komen. Durf eenzijdig te zijn voor het ogenblik, dat het noodzakelijk is.

Dat is zo’n beetje mijn opinie. Wat hebben we eraan als we hooggeestelijk streven. Als ik hier een vergelijking mag gebruiken: Er is indertijd een mooi circusnummer geweest. Het is al een tijd geleden, dat was in de tijd toen Hagenbeck pas begon te reizen, nu dan kun je nagaan, dat zit al een tijd in het verleden. Daar was nl. een man, die liet zichzelf omhoog voeren door een hele reeks ballonnetjes. Dan stond er beneden een scherpschutter en die schoot ballonnetje na ballonnetje kapot, wat een hele kunst was natuurlijk, zodat uiteindelijk de man met zijn tros ballonnen langzaam, zij het met heel wat minder hele ballonnen, weer op de grond terecht kwam. Altijd daverend applaus, redelijk succes en uiteindelijk een hele vlucht duiven die opwiekte, natuurlijk als finale.

Er zijn mensen, die beginnen zo geestelijk te zijn, dat ze zich door dat geestelijke omhoog laten sleuren en omdat ze er niet op getraind zijn,gaan ze niet met de statigheid van die meneer met die ballonnen de lucht in, maar als wezens, die spartelen en eigenlijk niet weten wat ze nu zijn, cupido’s, mensen met hoogtevrees of engelen. Het resultaat is, dat de rede, de materie, die beneden staat, als scherpschutter optreedt, maar elke blaas, elke ballon van geestelijke ideeën waaraan je jezelf omhoog hebt laten voeren, die kapot gaat, ben je kwijt. Het resultaat is, dat mensen die al te veel zich omhoog laten slepen door te zeggen; nu gaan we alleen geestelijk zijn en we blijven dat, eigenlijk vastlopen. Alleen lopen ze vast in een ijle hoogte, waarbij het gevaar van een enorme smak, een reuze ontgoocheling niet is uitgesloten.

Ik hoop, dat je me door hebt, hé? Je snapt waar ik naar toe wil, want nu zou je natuurlijk ook kunnen zeggen: Ja, laten we dan maar helemaal met twee voeten op de grond blijven, maar dat is nu eenmaal niet mogelijk. De mens is immers stof en geest. Daarom zou ik zeggen, moet je in staat zijn om, wanneer het nodig is, een behoorlijke sprong in de hoogte te maken en op het wankele koord je evenwicht te bewaren, zelfs wanneer dat koord filosofie heet of rede. Maar, en dat is belangrijk, dit moet je bewust doen. Je moet je niet laten ontvoeren door al dat hooggestemde. Je moet dat hooggestemde gebruiken om te zijner tijd voor jezelf de kracht te winnen, die je nodig hebt en het inzicht te krijgen, dat noodzakelijk is en, daarnaast moet je rustig a.h.w. op de platte grond, platvloers, soms zelfs laag bij de grond, door leven. Wat ik nu zeg is misschien niet erg netjes, maar u houdt me ten goede, het is het beste beeld dat ik kan vinden: Sommige mensen gaan zo op in geestelijke ethiek, dat alles wat daar niet bij past voor hen absoluut verwerpelijk is. Die mensen die zo esthetisch, enz. zijn uitgevoerd, zouden hun leven lang niet mogen pissen en poepen, want dat is ook niet mooi. Begrijpt u wat ik bedoel? Je grijnst erover of je voelt je gechoqueerd, dat maakt niks uit, je kunt de noodzakelijke dingen van het leven niet opzij gooien. Net zo min als u kunt leven zonder zo nu en dan datgene wat u meent weer te laten vallen, evenmin kunt u geestelijk stijgen, als u niet het normale stoffelijke proces zolang u nog in de stof bent, ook weet door te zetten en daarbij niet probeert om een deel van de zaak voor uzelf te bemantelen. Nietwaar, nu zijn er natuurlijk die zeggen: “Tjonge, ik moet uitkijken, ik zit in een verkeerd voorbeeld.” Ja het geeft niet, maar ik wou alleen nog maar dit zeggen: Nu zijn er mensen, die op de plaats zitten waar de keizer te voet gaat en zichzelf dan voor goochelen dat wat zij produceren, nog beter is dan de beste Parijse parfum en die denken dat ze zoiets afgeven van Chanel 15 of zo.

Wat is nu de kwestie? Die lui beduvelen zichzelf, want een ander, die het ruikt, houdt net zo goed zijn neus dicht, nietwaar? Zo gaat het in het leven heel vaak. Er zijn mensen, die zichzelf proberen wijs te maken; dat alles wat zij doen, hoog verheven en mooi geestelijk is. Och, och, jonge, jonge, wat zijn ze toch edel. Dat is alleen, nu ja, wat de engeltjes doen en verder niets. Ja, potverdorie, maar een ander die daar in de buurt komt, die weet wel beter. Je hoeft jezelf niet te bedriegen. Wanneer je gebonden bent aan de noodzaken van de wereld, dan mag je dat gerust accepteren. Maar dan moet je ook weten, dat er geestelijke noodzaken bestaan. Tussen die twee op een juiste manier een evenwicht te vinden, dat lijkt mij nu het belangrijkste. En dat evenwicht kun je nooit vinden als je beide dingen tegelijkertijd wilt laten gaan. Als je een wip wilt laten functioneren, moet je nooit met je tweeën aan dezelfde kant gaan zitten, want dan kom je nooit de lucht in. Op dezelfde manier. Je hebt verschillende dingen in je persoonlijkheid, Nu komt het ene facet naar voren, dan het andere.

Leer deze dingen, naar behoefte en afwisselend, maar dan ook werkelijk met volledige overgave en zonder al te grote beperkingen, naar buiten te laten treden en houd er alleen maar rekening mee natuurlijk, dat degene die een bokskampioen op zijn tenen trapt, in bewusteloosheid zijn vergrijp uitboet, dat degene die tegen de goddelijke wetten ingaat, geestelijke klappen op het hoofd krijgt, die soms nog een veel langere invloed, een veel groter resultaat hebben. Dit was dan een klein pleidooi voor de nuchterheid, misschien niet zo mooi en zo hoog als u het zou wensen, maar nu nog wat. Ze zeggen weleens, dat een clown een misantroop is. Dit is gelukkig niet altijd waar, maar je kunt wel zeggen, dat iemand die druipt van de vroomheid, onder al die vroomheid ergens iets heeft, dat niet zo mooi is. Alles wat je bent in je leven, wordt door een zekere evenwichtigheid beheerst. Iemand, die zo vroom is als het Kindje Jezus in de kribbe, is meestal nog zuurder dan een vat azijn, die nog niet eens behoorlijk gegist is. Begrijpt u wat ik bedoel? Je moet proberen om ook in je leven de weg te gaan, die ze noemen “het gouden Midden.” Je kunt niet altijd wonderen doen, maar er zal een ogenblik zijn, dat je tenminste een klein wondertje kunt plegen, dus houd er rekening mee, dat je ook nog een taak hebt hier en daar als een beperkte wonderdoener of doenster. Je kunt niet direct een heilige zijn, maar dat is geen reden om met veel vertoon van schijnheiligheid te zondigen.

Je moet het gemiddelde weten te handhaven, je kunt niet voor alle mensen alle dingen zijn, maar je kunt voor enkele mensen vaak vele dingen zijn, dat is belangrijk. Je kunt nooit altijd vanuit jezelf blijven geven. Er komt een ogenblik, dat je aan jezelf moet denken en dat je voor jezelf moet zorgen. Dat gaat nu eenmaal niet anders in het leven, maar doe het dan zo, dat je anderen zo weinig mogelijk schaadt en dat je bovenal jezelf in staat stelt om verder te gaan. Streef niet alleen naar het hoogste geestelijke licht, want als je dat doet, kots je er op een gegeven moment zo van, dat je zegt; laat me nu maar eens even in de modder duiken en dan ben je helemaal de pineut. Nee, zeg tegen jezelf; wanneer ik bij elke 10 dingen, die ik doe, er een uitsluitend doe om geestelijk verder te komen, dan doe ik genoeg. Beperking en middelmatigheid is het kenteken van de mens. Degene, die dat probeert te ontkennen, zal ontdekken, dat hij minder dan een mens is. Degene echter, die de beperkingen van het menszijn zelve aanvaardt, vindt dat hij aan het menszijn kan ontgroeien en aangezien het de meeste mensen toch schijnbaar om dat laatste gaat, lijkt het me dus verstandig om eerlijk met beperkingen en zonder jezelf steeds maar weer in tweestrijd te storten wanneer het niet nodig is, in deze tijd zoveel mogelijk te leren en zoveel mogelijk te doen waaruit je dadelijk geluk, veerkracht en bovenal inzicht en innerlijke harmonie kunt putten.

 o-o-o-o-o

 Ja, u heeft al twee verschillende tonen beluisterd vanmorgen en dan mag ik de derde zijn. Dat wordt dus eigenlijk een trio vanmorgen. We gaan over tot de orde van de dag en dat betekent dat ik als laatste spreker voor u een onderwerp zal behandelen, dat u zelf kunt stellen.

VRIJHEID

Vrijheid is een wonderlijk ding. “Ik wil vrij zijn” zei een mens en in zijn streven naar vrijheid heeft hij zichzelf zo gebonden, dat hij zwaar belast met zonden in een eigen hel belandt en daar in de brand van de onvrijheid leerde hij pas door schand en pijn hoe moeilijk het is als mens of als geest werkelijk vrij te zijn.

Want vrijheid is niet, zoals men zou denken, een onbeperkt zijn. Laten we nu stellen een ideaal van vrijheid zoals menigeen het op aarde ziet. Die denkt een ideaal van vrijheid dat is, ik doe en ik laat precies wat ik wil. Ik neem alles wat ik wil en voor de rest kan iedereen doen wat hij of zij wil, als hij maar van mij en mijn dingetjes afblijft.

Maar vrijheid is wederkerig. Ik kan voor mijzelf geen enkele vrijheid opeisen, die ik niet gelijkelijk aan de wereld moet toekennen, wil ik in harmonie blijven, m.a.w. je kunt in de wereld alleen vrij zijn, indien je datgene wat je voor jezelf eist of wilt of doet, aan anderen gelijkelijk en even volledig toe staat.

Als u meent dat vrijheid betekent te nemen wat anderen bezitten, dan moet u ook anderen toelaten zonder enig verzet te nemen wat u bezit. Wanneer u als vrijheid ziet de mogelijkheid om elke verantwoordelijkheid van u af te schudden, dan moet u ook toelaten, dat niemand voor u enige verantwoordelijkheid gevoelt.

Vrijheid is dus een balans a.h.w. en niet iets wat eenzijdig kan worden opgeëist. Vrijheid is iets waarin vaak veel grotere verplichtingen een rol spelen dan in alle gebondenheid, want waar je van buitenaf gebonden bent, kun je veel van de verantwoordelijkheid a.h.w. overdragen aan hen, die de voorschriften hebben gegeven of de wetten hebben gemaakt. Maar wanneer je vrij bent, dan moet je elke verantwoordelijkheid zelf dragen en word je door je eigen wezen en datgene wat je voor jezelf vergt vaak veel sterker gebonden, bepaald en gericht, dan je je nu kunt voorstellen.

Ik hoop, dat u deze kleine inleiding niet onaangenaam vindt. Ik kan nl. niet alles zonder meer in een mooi dichterlijk woord samenvatten, geloof me, want vrijheid omvat zo enorm veel, dat ik een principiële verklaring tevoren meest afgeven, om duidelijk te maken, hoe ik dit woord zie en in deze zin dan. “Vrijheid.” Ik ben vrij. Ik ben uitgegaan in het Al en niemand zal mijn baan mij tekenen of berekenen hoe ik voort moet en zal gaan en waar het einde ligt van alle zijn.

Ik ben mijzelf en wat ik in mijzelf draag en voor mijzelf vraag uit het Al, dat is mijn wet, dat is mijn baan, het pad mij uitgezet niet door krachten buiten mij, maar door bewustzijn, rede en verlangen zoals ze in mij bestaan. Ik wil vrij zijn en ik ben vrij. Ik ben vrij om alle dingen te doen en alle wetten te verwerpen, zelfs Gods wetten, indien ik zelf de gevolgen daarvan wil aanvaarden en niet voor mijzelf andere waarden opeis dan ik aan het Al en wat rond mij bestaat wil geven.

Vrijheid wil zeggen: Leven zo, dat eis en geven in evenwicht zijn. Vrijheid dat is een harmonie waarin je niet voor jezelf vraagt en niet voor anderen verantwoording draagt, die niet noodzakelijk is en waarin je zonder enig gemis of last voort kunt gaan en zeggen kunt: Ziet, ik heb mijn bestaan mijzelf gevormd. Ik heb zelf de normen geschapen, waaraan ik beantwoord in het leven. Ik heb uit wat mij aan mogelijkheden is gegeven in het Al, voor mijzelf dit opgebouwd, dit beeld, dat mij vertrouwd is, waaraan ik trouw zijn zal, want dat is vrijheid.

Vrijheid wil zeggen: Te leven, zoals je wilt, wanneer je de gevolgen wilt dragen en het wilt wagen om een ander al hetgeen te geven, wat jezelf opeist in het leven. Maar; bovenal, leven moet je. Dat is de enige wet, het enige gebod, dat ondanks alle speling van het lot, alle kracht en macht van vrije wil nimmer kan worden bedwongen. Nimmer staat het leven stil, dat jaagt je altijd voort. En hoe meer je beseft, dat het juist vrijheid is, het akkoord tussen het ik en God te doen weerklinken in en rond je, tot een echo wekt en wordt een harmonie met kosmos en met Al, hoe beter je het begrip van ware vrijheid groeien zal, niet zijnde eenheid of alleen zijn, maar zijnde kosmische harmonie, waarin de melodie van alle krachten uit het Al weerklinkt in het ik en wordt erkend.

Vrij zijn wil zeggen vrijwillig aanvaarden het leven. Bepalen wat je in het leven bent en voor jezelf uitmaken hoe je wilt reageren op de wet door God en Zijn schepping geschreven. Dat is vrijheid. Vrijheid is leven, leven waarbij tijd en ruimte niet golden. Vrijheid dat is meester zijn over jezelf om zo vrij te zijn van overheersing door anderen.

Ik weet niet of het u duidelijk is, maar laat ik het zo zeggen. Een lichtstraal is vrij om te gaan. Uitgezonden door de zon gaat zij stralend werkend voort tot zij langs gebogen baan terugkeert waar haar zijn begon. Zo is de mens. Vrij is hij om achter wolken voort te stralen of door de wolken neer te dalen om de aarde te beroeren, om haar warmte toe te voeren aan hen, die haar begeren of voort te gaan en zich van mensheid en van aarde af te keren. Want het is niet haar baan die dit bepaalt. De trilling waarin zij straalt en is, maakt de lichtstraal vrij. Maar eerst is haar doel vervuld, wanneer zij met haar. licht in het duister nieuwe krachten heeft onthuld. Wanneer zij nieuwe luister heeft bijgezet aan het rijzen van de zon, of de ondergang wanneer de rode zon zich in de wateren bedt. De lichtstraal heeft haar taak eerst werkelijk volbracht, wanneer zij lichtweerkaatsing werpt van glans en zonnekracht.

Zo is de mens eerst werkelijk vrij, maar heeft eerst werkelijk in vrijheid zijn lot en zijn volbracht, wanneer hij een weerkaatsing wordt van ‘s Heren grote kracht. Misschien dat ik daarmee dan mag besluiten, hopende zo het begrip vrijheid juist te hebben weergegeven. Wat wij zijn door de Schepper, waaruit wij voortkomen, moeten we vervullen om werkelijk vrij te zijn, maar het is aan onszelf om te ontdekken wat wij zijn vanuit die Schepper en het is aan onszelf om te bepalen op welke wijze, we dat realiseren en dan hoop ik dat u er op deze dag althans in zult slagen om iets van het grote geluk, de grote eeuwige harmonie en vrede te realiseren, die krachtens uw afkomst uit het goddelijke zeker ook deel van uw wezen zijn.