De nieuwe leer

image_pdf

18 mei 1984

Ik reken haar tot een van de vele oorzaken die in deze tijd hier conflicten veroorzaken. Mogelijk vindt u dit onbegrijpelijk, maar de nieuwe leer is in feite voor een deel opportunistisch. Zij erkent een eigen innerlijk doel, maar is geneigd alle middelen tot het bereiken daarvan aanvaardbaar te achten, zolang dezen niet ten koste van anderen gaan.

Voor de nieuwe leer hebben tradities dan ook maar een betrekkelijk geringe waarden. Zij hebben voor de volgelingen geen eigen betekenis meer, maar zijn eerder uiterlijke vormen die je kunt aanpassen aan je noodzaken en behoeften.

De heersende gezagsverhoudingen zijn echter grotendeels op de oude tradities gebaseerd en doen ter handhaving dan ook steeds weer een beroep daarop. Een mentaliteit die de dwingende invloed van de traditie afwijst, is dan ook iets, waar zeer velen maar heel moeilijk meer kunnen mee leven.

Te begrijpen is dit wel; wanneer een hodje, oelama of andere moslimgrootheid na veel studie van de koran, alle wetten eindelijk heeft uitgespeld en meent te weten hoe burgerlijke geschillen in het licht van de koran bezien moeten worden, hoe bepaalde denkwijzen beoordeeld moeten worden, is het voor deze mens onaanvaardbaar geconfronteerd te worden met een mens die al zijn regels ontwijkt, die niet gelooft en zich toch redelijk schijnt te voegen, maar wel zijn eigen weg gaat. Zo iemand is niet meer te vatten. Men moet dan wel een reden zoeken om zo iemand aan te pakken, omdat men anders heel zijn gezag verliest.

De nieuwe leer brengt ons nu eenmaal een sterk begrip van persoonlijke vrijheid, persoonlijke verantwoordelijkheid en legt de nadruk op de noodzaak zelf en volgens eigen geweten te beslissen.

Wanneer je leeft, leef je wel voor de gemeenschap – dit is waar – maar wel als jezelf. Je zult dus zelf uit moeten maken wat je doet en laat, op welke wijze je de dingen wilt doen. De vraag is niet, hoe het moet, maar hoe je innerlijk beter kunt leren beseffen en iets voor de gemeenschap waarvan je deel uitmaakt, tot stand kunt brengen.

Jij bent het, die alles uiteindelijk beslist en bepaalt, hoeveel leerstelligheden of wijsheden er ook zijn en worden verkondigd, zij kunnen alleen waarde voor je bezitten wanneer je ze beseft en het er ook nog geheel mee eens bent. Waar dit niet het geval is, moet je naar andere wegen zoeken.

Wanneer je bezig bent met stoffelijke ontwikkelingen en bereikingen – en wie is dit in deze dagen niet – zo zegt de nieuwe leer: Deze dingen zijn onbelangrijk. Want de mens die in zichzelf geen vrede kent, zal alleen maar ongelukkiger worden wanneer hij zich meer verwerft.

Dergelijke stellingen zijn voor degenen die menen te weten of gezag te hebben, niet bepaald aanvaardbaar. En wat te denken van een leer die stelt dat het dwaas is te gaan lopen wanneer je de trein kunt nemen…

Een leer die stelt dat het weinig zin heeft om een wonder te doen wanneer hetzelfde doel ook eenvoudiger bereikt kan worden en toch, je leert dat je innerlijk een kracht bezit die, wanneer je geen andere wegen meer open staan om voort te gaan, voor dit doel gebruikt kunnen worden. Krachten die jou dan dingen mogelijk maken die volgens alle anderen onmogelijk zijn. Dit blijkt aardig uit een verkort en in feite zelfs wat verbasterd citaat, toen de wereldleraar werd gevraagd of hij werkelijk meende dat men een juist geachte weg tot het einde verder moest gaan en opperde dat het verder volgen van die weg wel eens onmogelijk zou kunnen zijn wanneer er een stroom of kloof het voortgaan in dezelfde richting zou beletten sprak deze: “Wandel over het water of zweef door de lucht, maar ga voort. Wie in zich de kracht bezit en de zekerheid zal niet neerstorten in de kloof of verzinken in de stroom. Want hij volgt zijn weg en denkt niet aan gevaar maar aan zijn doel.”

Overigens een uitspraak die te vaak naar voren wordt gebracht door mensen, die graag iets meer willen zijn en zich voorstellen wat het zou zijn, gewoon over water te kunnen wandelen of door de lucht te kunnen zweven. Simpele mensen zagen die zelfs als reden om zich verder met de nieuwe leer bezig te houden onder het motto: wanneer wij dat eenmaal geleerd hebben sparen wij zoveel bootgeld dat het de moeite meer dan waard is.

Nu ja, zo zijn de mensen nu eenmaal. En nog erger komt de waarheid aan, dat degenen die uitlegging pretenderen te geven aan boeddhisme, islam, christendom, in feit maar heel weinig van belang te zeggen hebben. En gelovigen worden pijnlijk getroffen door de stelling dat alle zgn. heilige boeken en leringen geen dwingende waarheid zijn waaraan de gehele wereld zich dient te onderwerpen, maar alleen een handleiding die je leren kan hoe je beter en juister kunt leven en zo wijs worden dat je een dergelijke reeks voorschriften niet meer nodig hebt. Daar komt bovendien nog bij, dat een revolutie die zich op geestelijk gebied voltrekt, maar heel moeilijk is tegen te houden.

Het betekent eenvoudig dit: wanneer u allen innerlijk begint te veranderen dan zullen uw “leiders” en zelfs het kabinet Lubbers mee moeten veranderen.

Het kan niet anders. Indien wij allen grijpen naar geestelijke middelen en bv. met elkander leren spreken door middel van telepathie is er geen mogelijkheid meer ons te controleren, onze verklaringen vast te leggen, onze gesprekken af te luisteren e.d. En dit komt neer op een gemeenschap, waarin men de feiten niet langer kan onderdrukken, waarin voor het eerst meningsuiting en weergave van mening geheel vrij zijn en geen methoden anders dan geweld nog bestaan om zekere ontwikkelingen te veranderen of te onderdrukken.

Of stel, dat wij innerlijk eindelijk vrij leren zijn. Dan is er niets meer te denken dat ons zoveel angst kan aanjagen dat wij daarvoor de vrijheid onszelf te zijn en te beleven, willen opgeven. Ook dit maakt het heel wat moeilijker de mensen te manipuleren.

Laat ons niet vergeten dat het grootste gedeelte van macht op uw wereld enerzijds gebaseerd is op angsten, anderzijds op begeerten en ten laatste ook nog eens op de neiging van de mens zich illusies te maken en wel meer naarmate hij minder werkelijke mogelijkheden bezit. Geen mogelijkheid meer voor handige jongens de mensheid te bespelen door allereerst de mensen over te halen door een in verhouding gering  beroep te doen op hun begeerten en hen vervolgens te overheersen door een steeds duidelijker beroep te doen op de in elke mens nu eenmaal levende angsten.

Nu brengt de leer van zowel de nieuwe meester als de leraar ons steeds nader tot de innerlijke mens. Daardoor maakt zij ons ook steeds meer bewust van de zgn. geestelijke gaven, die in feite een weerspiegeling vormen van onze innerlijke krachten en mogelijkheden.

Wanneer mensen dingen kunnen gaan voorzien, wordt het steeds moeilijker voor machthebbers om bepaalde plannen door te zetten. Kleine voorbeelden hiervan hebt u in deze tijd reeds meerdere malen gezien. En mensen die aanvoelen wat iemand bedoelt, zullen aan de ene zijde vaak medewerking verlenen op punten, waar zij dit vroeger niet deden, maar aan de andere kant in de meeste gevallen, in ieder geval anders reageren dan men op grond van het verleden meende te mogen verwachten.

De nieuwe leer probeert de mens duidelijk te maken dat hij zijn behoeften dient te herleiden tot de werkelijke noodzaken. Slaagt men er in, dit bij voldoende mensen te realiseren, dan gaat een groot deel van de huidige handel en handelsmacht er aan.

Hiermee probeer ik u duidelijk te maken dat de nieuwe leer niet zozeer door haar inhoud als wel door haar gevolgen in conflict komt met alle structuren die in deze dagen onaantastbaar schijnen.

In het Oosten echter zijn juist dergelijk denkbeelden van nog grotere impact dan in uw wereldje. U zit in een materialistisch Westers levenspatroon. Maar de mensen daar kennen nog die diepten van ge loof, die armoede, die tradities, waardoor het stoffelijke voor hen een nevenverschijnsel is bij het veel belangrijker geestelijk bestaan. Wanneer je dergelijke mensen een weg kunt tonen, waardoor zij hun geestelijke processen volledig kunnen ontwikkelen en zich gelijktijdig kunnen onttrekken aan alle overheersing en macht van anderen, geestelijk en deels zelfs in de stof, en je schept een situatie waar niemand meer raad weet.

Deze elementen spelen reeds nu een veel grotere rol dan men in het Westen ooit zal erkennen of in het Oosten zichzelf durft toe te geven. Van de wereldleraar is de volgende spreuk bekend: “Wanneer je de gedachten kunt lezen van hen die je benaderen, zal je hen allen kunnen ontvangen zoals zij dit werkelijk verdienen. Dit nu is iets wat velen onder hen niet zullen kunnen verdragen.”

Hij liet daarop echter volgen: “Maar wie het innerlijk licht bezit, bezit daarmee een schild dat geen vijand kan doorbreken. Besef voor gij dit schild onnodig gebruikt echter, dat zij die u vijandig benaderen, vaak eerder zichzelf zullen vernietigen dan toe te geven dat er een geestelijke macht bestaat die sterker is dan hun wapens”.

De nieuwe leer is in zoverre nieuw, dat zij zich losmaakt van gezag; er is geen “stichter”, er zijn geen heiligen, geen vertegenwoordigers van God op aarde of iets dergelijks. Er zijn degenen die de leer kennen en aan anderen die dit wensen duidelijk maken, maar daarnaast is er alleen de mens zelf met zijn innerlijk licht.

Wanneer echter de nieuwe leer na lange tijd, neem ik aan, de mensen zo geheel vrij weet te maken, zullen vele structuren op aarde die niet werkelijk zinvol zijn als vanzelf verdwijnen. Op het ogenblik is zinloosheid nog steeds een van de dingen die op aarde het best verkocht, het best betaald worden. Zoals zinledigheid van woorden nu nog voor velen het kenmerk is van een deskundige benadering.

Alles wat op dit moment macht bezit, een greep op de samenleving heeft, of zelfs maar meent te hebben, zal dit alles verliezen door de innerlijke veranderingen die voortvloeien uit een beleven van de nieuwe leer.

Denk niet dat een mens die innerlijk vrij wordt opeens geheel anders gaat leven. Hij zal alleen de nadruk leggen op het voor hem belangrijke en zinrijke, maar al het andere blijft bestaan en wordt niet ontkend of afgewezen.

Enkele leerlingen van de meester vroegen hem eens: wanneer wij u geheel willen volgen, mogen wij dan nog vrouwen bekennen? Waarop de meester sprak: “Wat gij wel of niet wilt bekennen en beleven, is uw zaak. Want niet datgene wat ge doet in uiterlijkheden, maar dat wat gij innerlijk zijt, terwijl gij die uiterlijkheden kent, is bepalend voor hetgeen ge werkelijk bereikt en betekent”. Wat overigens vervelend zou zijn, wanneer het bv. in uw land opeens als leer werd erkend, dan mag je niet meer schelden op bv. de centrum partij, want dit is zinloos. Je moet alleen proberen te begrijpen waarom zij bestaan en zo eventueel die waarden in en rond je te scheppen waardoor zij haar zin als macht-zoekend geheel verliest en gelijktijdig toch nog iets van het zijn en streven dat zij vertegenwoordigd zou kunnen inbrengen in de samenleving. Op zich gezond, zelfs leuk, maar vanuit bepaalde andere standpunten levensgevaarlijk, omdat zo de gewenste eenzijdigheid van denken en streven in het gedrang komt.

En als ik even mag afwijken van het onderwerp: mij is opgevallen dat mensen die beweren met alle kracht te ageren tegen alle fascisme, op het ogenblik dezelfde methoden hanteren om hun gelijk door te zetten, die in de jaren 1926 tot 1956 door de nazi’s in Duitsland werden gehanteerd om hun tegenstanders machteloos te maken. Een mens die dit alles wil begrijpen, wordt radeloos.

Maar grijp je dan naar de nieuwe leer, dan besef je opeens: dit alles is niet belangrijk en niet noodzakelijk. Want wij moeten niet uitgaan van hetgeen ons van anderen scheidt, maar van datgene wat ons met anderen kan binden. Zoals wij niet mogen uitgaan van hetgeen wij juist achten, als maatstaf voor alle denken en handelen van anderen, maar alleen in ons streven dienen uit te gaan van hetgeen wij als juist ervaren en waar kunnen maken, zonder anderen daarmee te belasten of hen er door te beperken in de mogelijkheid zichzelf te zijn.

Zoals de leraar reeds verkondigde: “Wij moeten niet uitgaan van omschreven waarden, maar van de innerlijke beleving hoe naamloos deze ook moge blijven. Uit de innerlijke beleving moeten wij dan de kracht ook putten harmonisch te zijn, zowel met die kracht als met alles waarvan wij het bestaan rond ons kunnen beseffen”.

Dit alles maakt het wel erg moeilijk een concreet antwoord te geven op de vraag, wat in de huidige ontwikkelingen de nieuwe leer te betekenen heeft, juist in de gebieden van het nabije en het verre  Oosten. Het is niet mogelijk te definiëren. Ik kan alleen maar stellen dat de invloed kennelijk voert tot grote veranderingen en omwentelingen. Een revolutie die te laat herkend wordt als zodanig, al is zij ook nog zo gevaarlijk voor alle bestaande machten, omdat zij zich vooral op innerlijk vlak voltrekt en schijnbaar geen consequentie trekt in het dagelijkse leven.

Haar werkingen zijn niet onmiddellijk vast te leggen. Uiterlijk verandert er vaak schijnbaar niets. Er kan een Hindoe zijn die de nieuwe leer kent, beleeft en met de daarin gelegen mogelijkheden probeert te werken en toch uiterlijk Hindoe blijft, de tempels bezoekt, gebeden en offertjes brengt e.d. Bij een christen, een moslim, een boeddhist zal evenmin in het uiterlijk gedrag enige verandering van betekenis te constateren zijn. Uiterlijkheden blijven lange tijd hetzelfde, maar de betekenis die zij hebben, zijn veranderd, de uitwerking van  schijnbare sleurhandelingen of gebeden wijkt opeens sterk af van het verwachtte, zonder dat daarvoor een oorzaak is aan te geven: redelijk gezien blijft het alles een samenloop van omstandigheden zonder meer.

De nieuwe leer wijst niet naar andere vormen. Het is eerder een leer van andere betekenissen en belevingen. De uiterlijkheden veranderen niet, maar blijken opeens in plaats van hoofdzaak tot een soort decor voor het werkelijke leven gedegradeerd te zijn.

Een dergelijke omwenteling, mijne vrienden, zal voor het geheel van uw wereld en zelfs deels voor onze werelden van alles omverwerpende betekenis kunnen zijn.

Het machtigste wapen dat op aarde of in de sferen kan bestaan, heet innerlijke harmonie. Waar deze eenmaal door iemand innerlijk bereikt is, is de persoonlijkheid in zekere zin onaantastbaar geworden. Zelfs een atoombom kan zo iemand niet schaden, omdat zij eenvoudig niet zal werken of zal exploderen in diens nabijheid.

Degenen die die harmonie heeft bereikt, kan “wonderen” doen en zelfs van stenen brood of van brood stenen maken – dit laatste wordt door sommige bakkers ook zonder harmonie wel benaderd. Je kunt wapens anders zien en zo tot kunstwerken maken. Tanks tot zonnebloemen laten worden, want je innerlijke kracht plus je harmonie met het geheel maakt het mogelijk je voorstelling, als een tijdelijk deel van de werkelijkheid toe te voegen aan alle dingen. Men forceert in feite de materie niet, maar maakt gebruik van het feit dat alle geest en voorstelling zich mede zal uiten door middel van krachten en materie.

Afsluitende: mij is opgevallen dat de mensen van uw wereld zich eerst waarlijk belangrijk en groot voelen op het ogenblik dat zij anderen iets kunnen opleggen of verbieden. Maar de mens is in feite geen werkelijk mens, tenzij hij of zij vrij is, vrij zijn betekent heel wat anders dan alleen maar doen en laten wat je maar wilt. Het is een innerlijk beseffen wat je bent en dit dan ook waar maken. Want voor de mens is dit de enige wijze waarop hij werkelijk vrij kan zijn, dit zonder je door je eigen daden toch weer te kluisteren,

Wij hebben reeds in de jaren ’60 gesproken over deze periode tussen 1984 en 1987, die m.i. moet voeren tot zeer intense veranderingen in hetgeen men de maatschappelijke structuur noemt. Ik meen dat dit een verandering zal zijn waarbij de mensen elkaar niet meer beoordelen en veroordelen, maar waarin steeds meer mensen zullen proberen de harmonie die zijzelf hebben leren kennen, ook te delen anderen.

Zijn er eenmaal voldoende mensen daartoe in staat, dan zal er een sneeuwbaleffect optreden. Dan wordt er als van geestelijke hoogten een lawine op de aarde neergeworpen die uw hoog-technische beschaving op het eerste gezicht dreigt te verslinden. Dan zal blijken dat je alleen door je in te passen de groot-menselijke harmonie ook je techniek kunt behouden, de mogelijkheden van productie en al die dingen, die de zinrijkheid van het menselijke bestaan kunnen vergroten.

Laat ons nu eens aannemen dat al de schijnbare verwarring in de wereld niets anders is dan het losmaken van al die knopen die de mens van heden vaak al te zeer aan de materie binden en zo het scheppen van een mogelijkheid tot het verbreken van al die emotionele en irrationele beelden waardoor de mensen aan een te eenzijdige benadering van het leven en eigen bestaan gebonden schijnen te zijn. Dat alles zou wel eens kunnen betekenen dat u nog in dit jaar kenbare teken gaat beleven en zien van een omwenteling van zo verstrekkende betekenis dat zij, na en ondanks de daarmee gepaard gaande stoffelijke verwarringen, een beter vrijer en vooral bewuster bestaan op aarde voor de mensen mogelijk zal maken.

U zult zelf moeten beleven en bij uzelf moeten nagaan, hoe u dit alles kunt verwerken, wilt beleven en innerlijk kunt benaderen.

Tweede deel: De weg van het innerlijk licht

De mens is deel van alle dingen. In de mens is een deel van de kracht die alle dingen in stand houdt. De werkelijkheid van de mens wordt steeds bepaald door het geheel waarvan hij deel uitmaakt. Maar wij hebben een eigen bewustzijn, wij scheppen onze eigen problemen, onze eigen grenzen en mogelijkheden. Daardoor wordt de harmonie met het geheel, die voor ons toch zo noodzakelijk is, al te vaak verstoord.

In ons leeft het licht. Wanneer wij in harmonie zijn met onszelf, wanneer wij stil kunnen ervaren zonder te bepalen, is het licht voor ons een levende werkelijkheid geworden: iets waaruit wij onze kracht putten, iets waarin wij ook a.h.w. onze waarheid gespiegeld zien.

Wie een pad wil kiezen op aarde zal zich moeten afvragen welke weg hij of zij werkelijk wenst te gaan. Er zijn duizend en wegen te vinden die allen uiteindelijk naar de bewustwording voeren. Maar de weg van het innerlijke licht is daarvan wel een van de eenvoudigste, zij het dat zij tevens tot de moeilijksten behoort. Het is een weg die doet beseffen, die je snel verandert. Het is ook een weg, waarop je veel achterlaat. Wie die weg wil leren kennen zal aan het volgende misschien enig houvast vinden.

Begin alsof je gaat mediteren: ontspan jezelf, probeer niet te veel te denken. Laat alle problemen maar eens achter je, die lossen zich zelf wel op. De gehele wereld om je heen is deel van jezelf. Ook al zal die wereld dit niet bewust weten en weet ook jij het nog niet werkelijk, toch is dit de werkelijkheid. Aanvaard die wereld met alles daarin, ook je tegenstanders en je vijanden als deel van jezelf. Ik ben, ik besta, ik leef. De uiterlijkheden zijn zinloos. Diep in mij is er een kracht die dit alles in stand houdt. In mij is de zin en de reden van alle dingen, ook van de dingen die ik niet begrijp.

Ontspan je dan nog verder. Probeer alle denken terug te brengen tot er je nog slechts één ding rest: aanvaarding. In die aanvaarding lijkt het soms wel of je een nevel bent, of alles wat schaduwachtig en schimmig is geworden, ook jijzelf. Zelfs de dingen die je over jezelf meende te weten, zijn opeens vager, onbestemder. Zeg dan tot jezelf: Ik ben deel van Licht. Ik ben deel van alle dingen door het licht. Ik  ben deel van alle krachten in het licht. Herhaal dit tot het je toeschijnt dat ergens in de nevel en het duister een schemering schijnt aan te breken of desnoods alleen een vonkje licht dat dansend kenbaar wordt als speelde daar een vuurvlieg.

Je beleeft in ieder geval op de duur iets, wat voor jou licht betekent. Volg dan dit licht met geheel je bewustzijn. Staak je formuleringen en gebeden, denk alleen nog aan dit licht. Laat het diep op je inwerken, probeer je voor te stellen dat het naar je toekomt, tot het je omhult. Wanneer het je eindelijk bereikt, zal je ontdekken dat er je geen gedachte meer overblijft. Er is alleen nog maar een stilte, een soort perfecte harmonie die bijna verblindend en verdovend werkt. Als dit voorbijgaat – want dit gebeurt altijd – zeg tot  jezelf: dit is het licht en daarin ligt mijn kracht. Uit deze kracht en uit dit licht zal ik weten wat noodzakelijk is, zal ik kunnen volbrengen wat werkelijk nodig is. Want ik ben deel van het licht, deel van de kracht en deze werkt door mij.

Dit is maar een simpele benadering. Zij is zo eenvoudig dat eenieder dit alles met enige oefening wel grotendeels kan uitvoeren en ondergaan. Daarnaast ligt dit alles zo dicht bij de werkelijkheid dat bijna eenieder althans een glimp van het licht reeds in de eerste stadia voor zich zal kunnen ervaren.

Iets langer duurt het voor je inderdaad steeds weer in staat bent dit licht ook op je toe te zien komen en te leren daarin op te gaan, er geheel mee te versmelten. Dit laatste betekent dat je eigen besef tijdelijk uitgeblust wordt en velen hebben in het begin enige weerstand en aarzeling voor juist deze laatste fase van het proces van eenwording. Daarom waarschuw ik dat het vaak moeite en zelfoverwinning kost voor je er werkelijk in slaagt geheel op te gaan in het licht. Maar met doorzettingsvermogen is ook dit zeker voor praktisch elke mens te bereiken.

Nogmaals, het is een eenvoudige maar toch ook zeer moeilijke weg. Dit laatste voornamelijk omdat het gaan van die weg consequenties met zich pleegt te brengen, die je als mens geheel niet of tenminste niet voldoende en geheel kunt overzien.

Wanneer je werkelijk de weg van het licht kiest, is het m.i. niet genoeg het slechts een enkele maal te bereiken en voortaan met een soort heimwee voortdurend terug te denken aan dit ogenblik van volledige stilte, van vervuld zijn, van perfecte harmonie. Om dit te kunnen herhalen, moet je echter iets van hetgeen je in die eenwording bent geweest, hebt beleefd, uitgevoerd, wat je eerst later en in overdrachtelijke beelden je pleegt te herinneren, omzetten in dingen, stoffelijk waarmaken, uiten in gedachten die je in die wereld uitzendt en waarmaken in belevingen die je in die wereld opdoet.

Je kunt niet stil blijven staan bij het innerlijke proces alleen. Je zult langzaam maar zeker al wat er innerlijk dan in je leeft, door je moeten laten schijnen. Je moet leven alsof je een lamp zou zijn die licht geeft voor anderen die nog in het duister zijn. Dan pas vervul je je bestemming in de werkelijkheid.

De weg van het licht is ook een weg van onmetelijke kracht. Want de kracht in jezelf is niet slechts het product van wat je bent of mogelijk zelfs van hetgeen je wilt zijn. Zoals jij ook niet de bijzondere gever of ontvanger bent van de krachten die in je berusten. Dat is alleen op menselijk niveau een klein beetje waar.

Je bent deel van de kracht. Laat die kracht van jou uit gewoon werken, bepaal haar niet in haar werking. Het is een dwaas die God opdrachten wil geven, het is een nog grotere dwaas die tegen het licht wil zeggen, waar het wel en waar het niet mag schijnen. Laat het licht vanuit je wezen uittreden. Deel het met de gehele wereld. Vraag die wereld ook niet, wat zij je misschien daarvoor in ruil zal geven. Geef, zelfs wanneer je vreest dat je daaraan zelf ten onder zou kunnen gaan. Dan zal je een volgende ontdekking doen: Hoe meer je geeft, hoe sterker je wordt.

De krachten die je aan anderen geeft, het licht dat je anderen probeert te geven, worden sterker en vollediger in jezelf. De genezing die je een ander zou willen brengen, speelt zich ook af in je eigen persoonlijkheid. Want je bent deel van het geheel en je kunt niets en vanuit dit geheel doen of brengen dat niet gelijktijdig ook jou beroert. Heb je dit geleerd, dan komt de grote vraag: wat kan ik doen? Een mens zoekt zich zijn doel. Maar wie harmonisch is met de ene kracht, de ene werkelijkheid zoekt zich geen doel. Hij reageert, alleen wanneer een doel zich manifesteert.

Het doel dat zich a.h.w. aanmeldt, omdat dit deel van zijn doel, zijn taak is. Misschien is het het moeilijkste deel van althans deze etappe, dat je dient terug te treden en niet meer moogt uitroepen: hier ben ik, ik zal u genezen. Want je moet nu leren te wachten tot je de hulpeloosheid voor je ziet, je om hulp wordt gevraagd, om eerst dan te zeggen: “Sta op en wandel”.

Je spreekt ook niet meer over de zonden van de mensen. Want een mens kan alleen maar zondigen tegenover zichzelf. Tegen jezelf kun je alleen maar zondigen, wanneer je niet begrijpen kunt hoe je deel bent van het geheel.

De weg van het licht is een weg van bevrijding. Zij bevrijdt je niet van de noodzaak om te leven. En wanneer je mens bent, zal zij je ook niet vrijwaren voor de noodzaak te lijden en te sterven. Maar zij bevrijdt je van de noodzaak jezelf te laten gelden en steeds weer jezelf op de voorgrond te plaatsen, Zij geeft je de mogelijkheid je één te voelen en één te zijn met alles, zonder weerstand, zonder problemen, zonder zorgen of zelfverwijt.

Dan volgt de laatste fase: de fase waarbij je de wereld ziet en in jezelf beschouwt, niet alleen als datgene wat nu voor jou bestaat en rond jou gebeurt, maar beleeft als een samenhang, waarin oorzaak en gevolg beiden en gelijktijdig voor je kenbaar zijn. Gisteren, vandaag en morgen zijn een enkele kenbare lijn, die niet meer duidelijk te verdelen is in oorzaak en gevolg. Er is een samenhang die beleefd wordt, een samenhang waardoor je meer lichtend wordt naarmate je haar beter leert begrijpen. Dan komt het ogenblik waarop je bewust, eerlijk en zonder enig voorbehoud kunt zeggen: ik heb geen wil meer buiten de wil van het licht, dat ook woont in mij.

Niet omdat ik mijzelf wil offeren aan het licht, maar omdat ik slechts mijzelf werkelijk kan zijn, wanneer ik mijn beperkt willen vergeet in het alomvattende willen dat de eeuwigheid bepaalt. Dit schijnbaar jezelf verliezen is een herboren worden: herboren in weten, leven en taakbesef, terwijl je wereld hetzelfde is gebleven en toch voor jou anders schijnt te zijn.

Het is een herboren worden, waarbij alles wat je geweest bent je erfdeel schijnt te zijn en toch zijn betekenis grotendeels verloren schijnt te hebben. Voor het eerst ken je jezelf werkelijk en niet alleen maar als een verschijnsel in de een of andere wereld of sfeer, maar als deel van het geheel, als functie van dat levende dat al het andere omringt, doordringt, in stand houdt en feitelijk ook steeds schept en herschept, krachtens zijn wetten en eigenschappen.

Dit is de voleinding. Vanaf het ogenblik dat dit je waarheid is geworden, ben je deel van vele werelden en gelijktijdig niet meer de slaaf, de betrokkene, de gevangene van werelden of die nu geestelijk zijn of anderszins.

In de plaats van de mens die je dacht te zijn, treedt het deel van de totaliteit dat je bent. In de plaats van een tijd die je belangrijk leek, is een tijdloosheid gekomen die elk moment samenvoegt met alle momenten en daardoor slechts één waarde geeft: de waarde van een harmonie die tijdloos is, die alle tijd omvat en die je voortdurend in jezelf doorleeft.

Het gaan van de weg van licht – ik heb het u reeds gezegd – is enerzijds zeer eenvoudig, anderzijds moeilijk: Het is ons zo moeilijk ons zelfbeeld op te geven.

O, het is niet moeilijk u hier allen te samen te vatten en na enige suggestieve voorbereidingen tot u te roepen: “Laat ons ons licht nu samenvatten en het voor een ogenblik vanuit een stilte laten groeien tot een kracht. Laten wij daarmee alles wat rond ons sterken en voeden, omdat wij deel zijn van de eeuwigheid.”

U zult dit dan ook beleven. Maar dat is niet de ware weg, de werkelijke kracht zelf gebruiken. Want de werkelijke weg voorziet niet in een tijdelijk door een soort verdoving opgeroepen beleven en gebruiken van je vermogen. De weg voert naar het deel-zijn. En hierdoor ook naar het voortdurend beleven en beseffen, het voortdurende vermogen tot geven, tot waarmaken en tot opgaan in het geheel.

Misschien is dit voor sommigen onder u wat vaag gebleven. Het moge waar zijn, want niet eenieder kan hetgeen ik u meedeelde, ervaren en gelijktijdig beleven als deel van iets wat in hem/haar zelf woont.

Heus, ik kan mij voorstellen dat het sommigen onder u vaag en onwerkelijk voorkomt. Maar achter die vaagheid schuilt dan toch wel een werkelijkheid, die meer omvat dan woorden kunnen zeggen.

Misschien klinkt veel u ook bekend in de oren. Maar waarom zou veel van dit alles u niet bekend zijn, wanneer er door alle tijden heen wezens zijn geweest, die soms voor een ogenblik, maar voor een deel of zelfs het geheel van hun leven deze waarheid hebben verkondigd en deze toestand van één-zijn werkelijk hebben weten te bereiken.

Vraag u niet af, wat u van dit alles reeds hoorde. Het gaat er niet om of u het reeds kende of niet, het gaat er om u zover te brengen, dat u in staat bent er aan te beginnen en het leert beleven. Of dit voor ieder van ons mogelijk is? Het antwoord op die vraag geven wij zelf, want wij zijn het die de grenzen stellen die ons steeds weer scheiden van werkelijkheid en eeuwigheid.

Wij zelf zijn het die de sporen trekken in de tijd waaraan wij – schijnbaar tegen wil en dank – gebonden schijnen te zijn, zodat wij steeds weer wegen moeten gaan, die wij niet denken te willen gaan, dingen doen die wij in feite niet wilden doen. Dit terwijl wij gelijktijdig voortdurend weer tot onszelf roepen: ik heb gezondigd, ik had anders moeten handelen, ik had anders moeten zijn.

Nogmaals, al die dingen hebben wij, zij het niet bewust, zelf veroorzaakt. Er bestaat dan ook geen wet die stelt, dat je gedwongen dit en dat zult moeten doormaken, zult beleven. Er is slechts een regel die zegt: je zult alles beleven wat er in je eigen bewustzijn bestaat.

Dit, tenzij je boven de grenzen van een persoonlijk bewustzijn uitklimmende, het wezen en de zin der dingen beleeft en zo de werkelijkheid van alle leven zowel als je eigen wezen leert kennen.

Ik geef u dit alles niet als een soort recept. Het is geen prescriptie die u nu bij de een of andere geestelijke apotheker kunt gaan afhalen, al dan niet tegen betaling van kosten.

Dit is gewoon maar iets, waar je over moet denken, iets wat je een keer moet proberen. Maar wanneer er een ogenblik komt in uw leven, dat u denkt dat het niet meer gaat, dat u met het hoofd tegen de muur schijnt te lopen, wanneer inspiratie wegblijft, wanneer het u toeschijnt dat geheel uw wereld tegen u moet zijn, probeer dan eens althans de eerste schreden op deze weg te zetten.

Want daar waar wij harmonie gaan vinden, daar waar het licht zelfs maar als een schemering, een enkele glimp, voor ons bestaat, daar hebben wij een uitweg gevonden, daar blijken de problemen toch oplosbaar te zijn, ons lot toch te dragen. Daar blijkt opeens toch inspiratie aanwezig te zijn en kunnen wij zelfs afwijken van een baan, die ons bestemd leek en waaraan wij naar eigen innigste overtuiging gebonden waren. Daarom heb ik u dit alles gegeven. Het is uw zaak, de weg die u beschreven werd, al dan niet verder te beschouwen, al dan niet een poging te wagen, haar te betreden.

Maar zo er ooit voor u een ogenblik komt dat u niet meer weet waarheen of hoe, herinner u wat ik u vandaag gezegd heb. Want de eenheid met het Al is de oplossing voor elk conflict, het antwoord bij elk probleem.

Zeker ook voert deze weg tot de beëindiging van alle lijden en het einde van elke hopeloze jacht op de vreugde. Zij is besef van eenheid. Zij is het bestaan binnen een kracht die onomschrijfbaar is. Zij betekent zelfs in je eigen wereld en alle sferen, een reeks mogelijkheden, een overzicht, een samenvoegingsmogelijkheid die ook als kracht zich uit, maar in haar potentie en wezen onvoorstelbaar is. Zelfs wanneer wij alleen maar op weg zijn naar die eenheid, zo betekent de weg voor ons momenten van een geluk dat zo intens is dat je niet meer weet hoe dit zelfs maar bij benadering te omschrijven en aan anderen duidelijk te maken.

Dat is het geheel dat ik u op deze avond wilde voorleggen. Het is helaas geen onderwerp dat zich leent voor het geven van de mogelijkheid tot het stellen van aanvullende vragen.

U zult mij daarom wel willen vergeven dat ik nu reeds overga tot het behandelen van het laatste item op een avond als deze: een korte improvisatie aan de hand van enkele woorden die u mij wel wilt noemen:

Roos, tastbaar, vernieuwing.

Wanneer de roos van geestelijk besef open bloeit,

wordt voor ons alle vernieuwing tastbaar.

Reeds nu beleven wij dit soms

en toch is nauw de knop ontloken,

De roos. Zij bloeit,

In volle glorie, volle pracht

heeft zij zichzelf tot stand gebracht,

geuit

daar waar in het levend kruis

de balken zich samen smeden

de kruising tussen zijn en heden

daar bloeit de roos, van ’t kruis

zichzelve niet bewust.

Hoe tastbaar na is dan haar glans

hoe kenbaar koestert  ons haar gloed

en toch, al is zij rood als bloed

je kunt haar niet omvatten

niet vlechten in een krans

Je kunt haar niet benaderen

geen doren vind je in haar zijn

toch is zij soms een spitse pijn

zou het aanvaarden je ontbreken,

Zeg: in werelden van schijn

in het ontbreken van vastheid van weten

is mij een bloem ontloken en bloeit

die mij mijzelf bewust maakt

vanuit mijzelf mij spreekt.

Hier breekt nu eindelijk werkelijkheid

mij uit het eigen wezen aan

Hier wordt het kruis

de last ook die ik draag

versmolten met de tijd.

Gelijktijdig is verstaan

en een verbonden zijn met alle zijn

en alle tijd mij vreemd en stilgegeven

in een breken van de waan.

Mij staakt het leven van de tijd

de roos wordt mij symbool van eeuwigheid

waarbij ik, deel van het geheel

al weten zal en ondergaan

als zin en als betekenis

die alle zijn zal voorbestaan.

spreek dan de woorden van de macht

de woorden van het werkelijk licht

uit onvergankelijkheid.

ik ben deel van alle kracht,

ben deel van eeuwigheid

en waar de bloem mij bloeit

van zijn en leven spreekt

daar zal ik als een vlinder zijn

die de cocon doorbreekt

en waarlijk zwevend leeft,

Toch is de roos slechts vonkje

deel van licht dat uit mijn wezen breekt

en aarzelend tot mij spreekt:

zo zal je zijn. In alle zijn en tijd

is de bloem slechts het symbool

van grotere werkelijkheid.

image_pdf