De omkeer in de tijd

 24 september 1985

Mag ik u er eerst op wijzen dat wij nog alwetend, noch onfeilbaar zijn denkt u zelf na. Als onderwerp hebt u mij gevraagd met u te bespreken: de omkeer in de tijd. Nogal dubbelzinnig, hé? Je kunt zeggen de omkeer in de tijd is een terugkeer naar de kindertijd, maar dat zal wel niet de bedoeling zijn neem ik aan. Misschien is het aardig om eens na te gaan hoe het ongeveer in elkaar zit. Ik zal proberen om het heel simpel te houden. Als ik namen gebruik dan moet u niet denken dat het allemaal irreëel is. Het zijn alleen maar aanduidingen, die wel eens gebruikt worden.

Het begin van de mensheid, als u wilt het paradijs, wordt wel eens aangeduid als de zilveren mensheid. In die tijd was er een absolute harmonie tussen de mens en de ecologie van de aarde. Daardoor kon men leven van de vruchten die er waren, enzovoort, u kent het verhaal. Daarna kragen we te maken met de stenen ook wel leien mensheid genoemd. Die mensheid raakte in zichzelf verdeeld, moest werken en worstelde met het milieu inplaats van er deel van te zijn. Vandaar gaan we verder met de ijzeren, de koperen en uiteindelijk de bronzen mensheid. Zo zien we dat die mensheid steeds verder vervreemd raakt van haar werkelijkheid. De werkelijkheid van de mans is namelijk ook geestelijk en waar geen harmonie is kun je dat niet uiterlijk compenseren. Om het heel eenvoudig te zeggen: een computer kan goed rekenen, maar heeft geen ziel. Een mens die wil leven als een computer, vergeet dat hij een ziel heeft. Daardoor is hij z’n contact, zijn harmonie kwijt.

Dan komt er een tijd dat alles met die mens zich eigen maakt aan de ene zijde materieel uitkristalliseert tot allerlei buitengewone verworvenheden. Aan de andere kant wordt ook duidelijk dat de mensheid altijd twee zijden heeft gehad, de lichtzijde en de schaduwzijde. Daaruit volgt dat er weer een verandering op komst is. Die verandering doorloopt eerst alle voorgaande stadia in zeer versneld tempo. Daarna krijgen we weer te maken met wat men noemt de zilveren mensheid. In deze zin is er eigenlijk wel een ommekeer in de tijd. Je zoudt het duidelijker kunnen zeggen; als de cyclus volledig afgelopen is, dan begint samen met de bereikingen van de vorige cyclus, opnieuw een cyclus en herhalen zich de verschillende fasen. Je zit nu in een periode waarin het uitkristalliseren van al hetgeen met de mensheid materieel heeft en ook aan materialisme heeft opgezameld een hoogtepunt bereikt. In deze periode wordt steeds smartelijker kenbaar dat de mens ook een ziel moet hebben. Het wordt duidelijk dat bijvoorbeeld plantengewassen veel beter reageren op gedachten dan op kunstmest. Het moet duidelijk worden dat denken aan je naaste niet alleen is met geven aan je naaste, wanneer je zelf genoeg hebt, maar er moet een voortdurende wisselwerking zijn. Mensen beginnen dat heel langzaam te begrijpen en daardoor komen de veranderingen. De veranderingen van deze tijd zijn in plaats van uiterlijke, vooral innerlijke veranderingen. Die veranderingen kun je vanuit het huidige standpunt niet altijd als positief zien. Stel je nu eens voor dat je je geïsoleerd gaat voelen. Je probeert dan om die leegte op de een of andere manier op te vullen. Als je gewend bent dat te doen met materie dan krijg je een losgeslagen maatschappij. Hebben we op ’t ogenblik. Voordat een mens zijn onmacht begint te beseffen en niet begrijpt dat hij in zichzelf de geestelijke macht en de zielskracht draagt, dan grijpt hij naar machtsmiddelen. Terrorisme. Wanneer mensen vergeten dat in henzelf de wijsheid bestaat, gaan ze uit van de onfeilbaarheid van bewijsbare en niet bewijsbare stellingen. Die stellingen hebben ze nu eenmaal geaccepteerd en zullen ze met alle middelen verdedigen. Niet omdat ze daarmee de juistheid zouden aantonen, maar omdat elke andere oplossing hun onjuistheid zou aantonen.

Kijk naar de maatschappij.  De meeste mensen denken dat revolutie onvermijdelijk is en ook noodzakelijk. Maar een revolutie is een omwenteling, geen werkelijke verandering. ’t Is gewoon wat boven is komt beneden en wat beneden is komt boven. In deze dagen is het nog steeds niet helemaal doorgedrongen. Maar de innerlijke honger van de mensen wordt steeds groter. Ze proberen soms te ontvluchten aan die werkelijkheid door allerlei kerkjes en groepen te vormen. Dat zijn in zichzelf besloten eenheden die een eigen meester God of wat hebben en die op grond van een nu beleefd geluksgevoel of latere bekroning zich in feite geïsoleerd hebben. Mensen die in sprookjesland leven. Die mensen doen dat omdat ze in zichzelf bang zijn.

Misschien is het kenteken van deze tijd; angst. Maar een angst die voortdurend bestaat lost zich op. Of door gewenning of en dat is in veel gevallen toch wel waarschijnlijker doordat men probeert de oorzaken van die angst te vonden. Maar dat gebeurt hebben we geen revolutie nodig, maar een evolutie. ’t Is namelijk niet nodig om de uit het verleden voortgekomen dingen te veranderen. Evenmin als het denken van de mensen en de sociale indelingen. Met andere sociale wetgeving krijg je niets beter of slechter. Je verandert uiterlijkheden. Waar met een beter sociaal begrip bij de mensen verandert een stuk van de samenleving. Omdat de mensen daar intenser deel van worden. Evolueer je naar een hoger begrip van saamhorigheid en verantwoordelijkheid dan evolueer je op de duur ook naar een hoger begrip van de wereldworsteling. Het zijn deze veranderingen die op het ogenblik de boventoon voeren. Het is jammer voor een heleboel mensen, omdat men vooral in de laatste dertig jaren het elitair denken uit het begin van de negentiende eeuw heeft doen herleven. Zoiets van wij weten het en dus maken wij het maar uit. Je weet het niet werkelijk. Dat elitaire denken is een van de uiterlijke veranderingen op het ogenblik. Dat elitaire denken en gelijktijdig de oorzaak van veel wanhopig protest, een heleboel onnodige demonstratie, een heleboel onnodig geweld vanuit de massa. Want ook degenen die zich verzetten tegen de huidige maatschappij met vredige of andere middelen, gaan uit van het standpunt wij weten het en een ander moet het niet. Ik geloof niet dat het verschil tussen een anarchistisch leider en de Paus zo bijzonder groot is. Ze verkondigen beide een andere leer, maar verklaren gelijktijdig zichzelf onfeilbaar.

Je moet begrijpen dat de werkelijkheid een aaneengroeien is. Nu wil ik helemaal niet bepaalde ontwikkelingen van de laatste tijd overdreven belangrijk noemen.

Wat in Finthorn is gebeurd, was in het begin schitterend. De laatste tijd was het met dubieus en het wordt al weer een beetje een exploitatie. Maar wat er aan ten grondslag ligt is wel degelijk geldig. Wanneer u bewondering, liefde, aanvaarding uitstraalt naar een plant, zal die plant daarop reageren door mooier te bloeien, door beter te groeien, kortom vruchtbaarder te zijn.

Wanneer u dieren kunt zien als een deal van het milieu en dan mag u heus nog een jager zijn, dan zult u dieren als een normale factor in hun bestaan aanvaarden. Daardoor zullen ze minder verjaagd worden. Ze zijn in hun rust minder gestoord. Ze reageren op u als bij voorbeeld antilopen op een paar aansluipende leeuwen. Ze zullen uitkijken en wegvluchten als het nodig is. Dat hoort er nu eenmaal bij, maar als het dier gaat slapen dan kun je voorlopig rustig met je eigen zaken doorgaan. Je moet deel zijn van het geheel. Dat betekent heus niet half zacht, laat staan helemaal zacht. Het enige dat zacht is in de wereld is de kern, als je daar buiten komt dan blijft er niemand meer over, die halfzacht is, laat staan helemaal zacht. Realiseer je gewoon dat het leven bepaalde wetten heeft. Bij dat wetten systeem zijn er bepaalde dingen die je als mens misschien anders zou willen hebben, bij voorbeeld het eten en gegeten worden. Maar dia dingen horen bij de natuur. De moet die natuur eerst aanvaarden zoals ze is, voor je haar werkelijk kunt beleven. Beleef je die natuur echter dan zendt jij signalen uit naar al wat in die natuur bestaat. Al het levende in de natuur reageert op hetgeen jij bent en uitstraalt. Dat is het geheim van vele heilige mannen uit het verleden. Die mannen, die omringd door wilde dieren ergens als kluizenaar of goeroe leefden en die bij wijze van spreken door de slang nog verdedigd en beschermd werden. Het is helemaal niet zo gek als het lijkt. Het zijn geen wonderen. ’t Is doodgewoon wanneer de slang voelt dat u bij de slang hoort, dan zal de slang u verdedigen en beschermen. Maar als een slang voelt dat u bang bent en dus een vijand bent, zal de slang agressief zijn. Mant uw angst wordt in de slang gewekt. Van de slang is het dan geen gewone prooireactie meer, het is een verdedigingsreactie. Uw angst is in de slang aanwezig.

Die overdracht weten de mensen niet meer in deze tijd, behalve misschien heel simpele zielen, die door iedereen betreurd, nog zo ver van de beschaving leven. Nou ja, beschaving.

De verandering van de tijd wordt dus bepaald door de toenemende gevoelens van leegte die in de mens bestaat. In Italië bij voorbeeld zijn de mensen erg aan het veranderen. De mensen denken anders. Het geloof wordt niet ontkend, maar voor het volk is alleen een geloof aanvaardbaar met dicht bij de natuur staat.

het tweede punt zal u intussen eveneens duidelijk zijn geworden. Het veranderen gaat in een zoeken naar harmonie. Waarop berust die harmonie in feite? Ik heb in het begin al duidelijk gemaakt dat het is een deel zijn van het geheel. Voor een mens hoort er nog meer bij. Je kunt namelijk niet alleen deel zijn van de materiële de zienlijke wereld omdat een deel van je eigen wezen tot een ander soort wereld behoort . Je moet een eenheid vinden tussen wat men wel de geestelijke wereld of de wereld van de geest noemt zover ze in jou bestaat, en je benadering van je wereld. Het vinden van die eenheid is buitengewoon belangrijk. Hoe vind je die? In de eerste plaats door de natuur te aanvaarden zoals ze is. In de tweede plaats door jezelf te aanvaarden zoals je bent en in de derde plaats door een eenheid waarin geest, stofcontacten met de wereld en contacten met de geest eigenlijk samenvloeien tot een beleven. Daar weten de mensen ook niet veel van.

De oorspronkelijke heksen zijn eigenlijk geen heksen. Dat zijn een soort natuuraanbidders. Hun eenheid met de natuur maakt de natuur dienstbaar voor wat zij doen. Zij zoeken die eenheid met de natuur als het ware in zichzelf op te nemen omdat de mens een denkend element is en veel elementen in de natuur dat niet zijn. Zij treden eventueel sturend of stuwend op. Dat zijn in feite de heksen. Dat daar later de duvel bij te pas is gehaald, laten we daar niet over spreken. ’t Is hetzelfde als met de oude Goden en Godinnen, die ineens demonen worden. Neem bijvoorbeeld de oude Astarte verering. Dat was een hele normale godsdienst voor die tijd. Dat daarbij nogal met intermenselijke contacten van intieme aard werden bevorderd, was in die tijd bij de meeste godsdiensten zo. Zelfs de joden hebben een hele tijd prostitutie gehad, althans prostitutie die door de tempelwacht werd beheerd en waaruit de tempel ook inkomsten kreeg. Maar de joden waren toch wel een beetje kieskeurig en wat zien we dan gebeuren; de God of Godin, een aspect van de Moedergodin, die we in vele gestalten overal aantreffen, wordt tot de demon. Eerst Asmarod en later zelfs Asmodé. Wanneer we kijken naar de kracht van de natuur dan zien we dat de saters en Dyonisus goden zijn, maar wat is het eindresultaat? De sater wordt Satan. De instandhouding van de natuur geeft nogal met vruchtbaarheid. Uiteindelijk wordt Satan de jonkheer met de gespleten hoef, waar Faust contact mee krijgt. Eigenlijk een beetje zielig.

Al die krachten van de natuur bestaan nog net zo goed, alleen de moedergodinnen zijn veranderd. Als je kijkt naar de intense Mariaverering bij bepaalde ook hooggeplaatste personen in deze tijd, dan moet je je wel realiseren dat die maagd Maria heel vaak wordt afgebeeld met attributen die Dyonisus ook had. Met andere woorden hier is de moedergodin wederom in verschijning getreden. Maar nu gesteld in een relatie waardoor zij aanvaardbaar wordt voor een geloof dat vele uitingen van de natuur poogt te verwerpen, te onderdrukken of te veranderen. In deze dagen willen de mensen ervan loskomen. Men beklaagt zich wel eens over de bandeloosheid van de jeugd. Ik ge­loof niet dat die jeugd nu werkelijk zo bandeloos is, maar er is iets anders aan de hand. Deze mensen willen aan de ene kant het vrije harmonische beleven en aan de andere kant denken ze dat je het alleen maar materieel kunt doen. Daardoor komen ze inderdaad tot nogal met uitspattingen. Maar zeg je is dat nu zo erg? Ik denk dat het veel erger is als een mens in zelfgerechtigheid een ander onderdrukt dan wanneer hij toevallig een beetje te ver gaat in zijn persoonlijke vrijheid en de ander tenminste niet dwingt om daaraan deel te hebben.

We moeten begrijpen dat de heksen van eens bepaalde orgiastische riten kenden. Maar die riten waren de uitbeelding van de vruchtbaarheid. De vruchtbaarheid was niet iets dat alleen maar bij de dieren en gewassen op aarde plaats vond. De vruchtbaarheid was gelijktijdig de uitdrukking van de eenheid van de gehele aarde, ook in de mensheid. Heksachtigheid neemt de laatste tijd weer een toe.   In hun denken gaan ze steeds meer zoeken naar: hoe kan ik me daar een mee gevoelen. Kan ik hier iets belangrijks scheppen, Maar ik persoonlijk in thuis hoor, waar ik bij betrokken ben. En dat is een omschrijving van harmonie. ’t Is ook een omschrijving van naastenliefde. Want naastenliefde is niet alleen maar het hoogdravend galmen van allerlei spreuken terwijl je collectes houdt voor rampen, die ergens ver weg zijn gebeurd. Het is ook wel degelijk een gevoel van innige verbondenheid met alle mensen om je heen. Er is behoefte aan die genegenheid, aan die harmonie, die verbondenheid. En in de moderne maatschappij zien we dan ook dat zich twee richtingen ontwikkelen. In de heksentijd hebben we dat ook gekend. Je had de duistere heksen en je had ze van het lichte pad, degenen die eigenlijk probeerden te geven en niet probeerden te nemen. Ook in deze tijd is er een splitsing gaande in het leven van de mensheid. En we zien, terwijl het dan nog steeds de mode is er steeds meer mensen komen, die toch proberen te geven. Dat is erg belangrijk. Want als mensen gaan proberen om te geven, dan ontvangen ze ook en dat is iets wat men over het hoofd ziet. Er is de wet van evenwicht. Wanneer jij een ander dient zonder er iets voor te vragen of er verder over na te denken dan gebeurt er ook iets waardoor jij gediend wordt als het nodig is. Wanneer je van je bezit aan een ander geeft dan komt er een ogenblik dat jij bezit nodig hebt en dan wordt het jou ook gegeven. Er is evenwicht, maar je moet dat onzelfzuchtig kunnen doen, wil dat evenwicht functioneren.

Het aantal mensen, dat daar langzamerhand bij betrokken raakt, neemt toe. Ik wil het nu niet hebben over een aantal ingewijden dat op aarde werkzaam is en dat probeert om boodschappen als deze en anderen te verbreiden. Dat is eigenlijk het formuleren van iets dat in de mens zou moeten bestaan, maar dat hij eerst in zichzelf waar moet maken voor dat het werkelijk meetelt. Een mens moet begrijpen dat er niemand is die iets voor jou kan doen, werkelijk kan doen. Ze kunnen je van alles geven, maar met wat je ontvangt verlies je ook weer iets. ’t Ene ogenblik je vrijheid, ’t andere je zelfrespect of meer van je bezit dan jezelf gekregen hebt. Het is gewoon een wisselwerking. In deze tijd heb je steeds meer mensen die zeggen: in mij leeft het licht, in mij leeft de zon, in mij leeft die kracht, in mij leeft God. Die kracht zal ik uiten en ik vraag niet hoe, wanneer, waarom, maar wanneer het noodzakelijk is dan uit ik die kracht. Het zijn deze mensen die bezig zijn in het totaal meer evenwicht op te bouwen. Een evenwicht waar op den duur ook de elementen bij betrokken zullen zijn. Een evenwicht waarbij de planten en de dieren mee een rol spelen en je de oceanen niet kunt uitzonderen.

Deze harmonie is reeds misschien een afschaduwing in de komende periode. Datgene wat men het Koninkrijk Gods op aarde heeft genoemd in de christelijke Leer. Het is de terugkeer naar de zilveren tijd. De tijd dat de eenheid tussen de mensen en de natuur zo groot was dat de mens dienend de natuur geestelijke impulsen gaf en de natuur haar daarvoor beloonde met de vruchten, die zij werkelijk van node had. Het is een terugkeer naar de eenvoud, het is een terugkeer naar de eenheid. Wanneer die eenheid kan ontstaan in een relatie met de aarde, zal zij ook ontstaan in verband met de geestelijke werelden. De kunt niet hier harmonisch zijn en gelijktijdig daar disharmonisch. Dat wil zeggen dat de werelden van geest en stof gaan samenvloeien, dat er een soort nieuw bestaan komt, waarbij het wereldbeeld en de levensbeschouwing aanmerkelijke veranderingen ondergaan. Dingen die je redelijk niet eens kunt uitdrukken in termen van deze tijd. ’t Wordt een tijd waarin het geloof en het wonder dat het geloof doet weer even vanzelf sprekend wordt als nu het technisch wondertje als nu wanneer je alleen maar een knopje omdraait en het licht gaat branden. De mens moet terug naar de tijd dat de geestelijke krachten een natuurlijk deel worden van zijn bestaan. Hij is bezig daarheen terug te keren. Veranderingen van de tijd zijn in feite veranderingen van het bewustzijn. Er is een stelling die zegt de werkelijkheid die wij werkelijk denken te beleven is de werkelijkheid die wij scheppen door onze gedachten. Dat klopt voor een groot gedeelte. Er zijn ook mensen, die zeggen wanneer ik dus anders ga denken, wordt mijn werkelijkheid anders. Ik zeg niet, dat je de hele werkelijkheid kunt veranderen, maar soms lijkt het er heel veel op.

Er zijn wijzen die zeggen wanneer de kracht niet in je leeft, geen vijand meer kent, zal dat al beantwoorden aan je werkelijk denken, je werkelijke behoeften. Die tijd komt naderbij, maar ze is er nog niet. Waar in deze dagen voltrekken zich die eerste psychische, fysiologische en uiteindelijk ook geestelijke veranderingen die namelijk van groot belang zijn. Ik weet niet of ik u kan overtuigen. In de wereld waarin u vandaag bestaat lijkt me dat wel erg moeilijk. Ik kan me best voorstellen dat er dan gezegd wordt waarom er dan zoveel ellende op de wereld moet zijn. Het is heel eenvoudig. Wanneer je je richt tegen de wetten van de natuur, richt de natuur zich tegen jou. Je kunt de natuur tot je vijand maken of tot je vriend. Je kunt één zijn ermee, of je kunt een vijand zijn, die probeert haar te beheersen, maar dan gelijktijdig als vijand voortdurend haar slachtoffer wordt.

*  En al die onschuldigen dan?

Natuurlijk, onschuldigen genoeg die er onder lijden. Maar als je je realiseert dat het leven verder gaat, wat is dat lijden dan eigenlijk? Wat is het leven anders dan een voortdurend sterven? Is het sterven anders dan het geboren worden in een nieuwe wereld? De dingen zijn niet zo belangrijk als mensen ze zien. Als de eenheid van je wezen maar blijft bestaan, maar ook de eenheid van je wezen met de totaliteit of het isolement ervan met alle gevolgen die er aan verbonden zijn. Het is hier wel eens verteld dat in het hiernamaals de mens zijn eigen wereld door zijn eigen gedachten schept. Leer je zien hoe je die wereld moet scheppen, die haat en bang is. Die voortdurend een tegenstander van alles is hier op aarde. Die zal uiteindelijk al zijn dromen van weten van zichzelf zien waar worden, al zijn dromen van macht zien verkeren in een beheerst worden. Die eeuwige compensatie blijft bestaan, we zijn deel van een totaliteit en hoe meer we ons een gaan gevoelen met het Al, hoe meer het Al zich een zal voelen met ons.

Er is gewoon een continue verandering, die eigenlijk niet opvalt. Het gaat niet om eeuwen, maar ook niet om decennia. Omdat de uiterlijkheden zoveel mogelijk gehandhaafd blijven maar gelijktijdig aan inhoud beginnen te verliezen. Ik denk, dat je met enige zekerheid kunt zeggen dat vanaf 1988, 1990, die periode, die behoefte aan harmonie en eenheid steeds sterker kenbaar gaat worden. Dan zal ongetwijfeld een deel van het gebeuren op aarde gaan domineren. Tot het jaar tweeduizend, 2036 zullen zich zeer belangrijks ook materiële dingen gaan afspelen, als gevolg van die innerlijke verandering. Maar je kunt niet zeggen dat dit weer de zilveren tijd van de paradijsmens is. We zijn weer teruggekeerd van de ijzermaterie naar het toch alweer eenvoudiger brons dat zachter is, maar ook veel andere mogelijkheden biedt. Voor we het weten gaan we via het koper weer terug en beseffen we dat vele soorten gesteente tezamen een berg kunnen maken. Als we dat eenmaal beseffen dan zijn we al weer duizend jaren verder natuurlijk, dan ontstaat werkelijk dat rijk van harmonie en eenheid waar ik over spreek.

Er begint een nieuwe ronde. We mogen een ding niet vergeten. Ik heb gezegd dat wanneer die fase bereikt is, de voortgang van die fase gebaseerd is op alle voorgaande fasen. Je kunt dus niet zeggen dat er een herhaling is. Wij spraken daarom ook wel eens van de spiraal van het leven, de spiraal van de ontwikkeling en wat dies meer zij. Er herhalen zich wel gelijksoortige omstandigheden maar de middelen zijn anders en naar sommige van ons menen neemt daardoor de snelheid van aanpassing en verandering toe. Is dat voldoende?

*  U hebt het over de cycli gehad, achteruitlopend. Ik dacht dat de cycli altijd opstijgend waren?

Cycli zoals de mensheid doormaakt gaan altijd in een richting. Men gaat van begin naar begin. Dat betekent dat het begin waarvan men is uitgegaan ook weer bereikt wordt, maar men kan zelf een ander niveau bereiken. Een terug gaan in de tijd bestaat wel voor andere wezens. Wezens voor als de tijd als het ware in andere volgorde loopt. Hun bestaan is daarop gebaseerd en binnen dat bestaan geldt ook weer hetzelfde. Ze bewegen in een andere richting, maar ze komen ook weer op hetzelfde punt van uitgang terug.

*  U bedoelt de demonen?

Ja dat noemen mensen dan demonen. Demonen zijn eigenlijk de sprookjes van de mensen over de krachten die ze niet begrijpen.

* Zijn er nog crisisperioden op til?

Ja, wat noemt u een crisisperiode? Die krijgt u nog wel. Oorlogen niet waarschijnlijk, tenminste geen wereldschokkende oorlog. Er zullen natuurlijk altijd krijgshandelingen blijven, dat zal denk ik nog wel een jaar of vijftig doorgaan. Maar wanneer u zegt crisis in natuurrampen die kun je niet voorkomen. De strijdigheid in de mensheid resoneert in de aarde en vergroot de mogelijkheid dus van een gewelddadig herstel van evenwichten. Dat betekent dan voor de mens meer vulkanische uitbarstingen, aardbevingen ,tornado’s al dat soort dingen.

*  Er zijn toch bepaalde plaatsen op de wereld die er veel gevoeliger voor zijn op die breuklijnen en zo. Dat kun je dan toch de mensen niet verwijten.

Wat ik ga zeggen klinkt misschien heel vreemd. Neem nou een hond. Op de hond zitten honderd vlooien. Nu zijn er een paar vlooien bij die hebben honger, beginnen door te bijten en de hond begint te krabben. Is het nu de schuld van die vlooien of van al die andere vlooien die zich voortplanten of is het gewoon een wisselwerking die ontstaat. Schuld is een hele moeilijke kwestie, met is schuld? Schuld is in feite niets anders dan je schuldig gevoelen of door anderen schuldig geacht te worden omdat je niet in staat bent de werkelijkheid van met je bent en met je doet te begrijpen. Dus die mensen zijn natuurlijk niet zonder meer daaraan schuldig. Maar er zijn een groot aantal breuklijnen, die lopen onder meer in de richting van Afrika de Middellandse Zee. Aan de andere kant lopen ze tot Alaska. Dan is er ook weer een die loopt over de oceaan over Japan over de Philippijnen en Indonesië naar Aden. Als je dat allemaal bekijkt dan heb je daar inderdaad de kans dat er bevingen van grote omvang bestaan. Maar de invloed is niet wat er tot stand wordt gebracht ter plaatse. Er is altijd een spel waarbij hele delen van de aardschors ten aanzien van elkaar fricties en spanningen opbouwen en een ontlading is op bepaalde punten waarschijnlijker.  Dat komt niet omdat die Fransen of die Italianen zo slecht zijn maar gewoon door de verdeeldheid van de mensheid. Het voortdurend opbouwen van spanningen wordt dan in zoverre door de aarde overgenomen dat er ontladingen ontstaan die zelf dergelijke ontladingen tot stand brengen waar zij niet verwacht worden.

Vrienden, we zijn heel erg afgedwaald, maar het is wel leuk te constateren dat wij en de geesten toch niet helemaal gek zijn. Misschien dat u daardoor dan toch ook een beetje meer geloof kunt hechten aan de onwaarschijnlijke voorspelling, dat de mensheid een innerlijke verandering aan het ondergaan is. Deze gaat in steeds sterkere mate zijn inwerking tonen op de mensen onderling en maar ook op de relatie mens natuur, mens en aarde. Hierdoor gaan ook veel geestelijke harmonieën duidelijker en meer en meer deel uit van alle menselijk bestaan.

 En daarmee wil ik gaan afsluiten. Wanneer u zich afvraagt wat hebben wij hieraan, dan kan ik u alleen het volgende zeggen: Wees uzelf zonder voorbehoud en zonder schaamte. Zonder een ander te dwingen zonder uzelf te verloochenen, tenzij dit voor anderen een zeer belangrijk iets is. Probeer uzelf een te voelen met mensen waar u kunt, een te voelen met de natuur waar het u mogelijk is. Ban negatieve gedachten zo veel mogelijk uit. U hebt ze natuurlijk,, maar leg uw nadruk op de positieve dingen. Probeer met blijer wat feestelijker als het ware elke dag opnieuw te beleven, dan bevordert u de evolutie waarvan ik sprak. Dan maakt u voor uzelf, maar ook voor anderen een toenemend positief beleven het bestaan van de werkelijkheid mogelijk. Hierdoor lukt het u misschien uw eigen leegte te verdrijven en kunt gelijktijdig anderen iets geven. Hierdoor zien zij opeens hun innerlijke leegte als iets met andere mogelijkheden of andere bestemming. Niet de wereld die u hervormt zal van betekenis zijn. Wel echter datgene met u innerlijk bereikt, met u innerlijk uitstraalt. Als u daar dan bepaalde riten bij wilt gebruiken, zal dat mij een zorg zijn. Het gaat er niet om hoe u het doet, het gaat er om dát u het doet. Besef dat uw benadering van het hoog geestelijk bestaan tot het meest simpele stoffelijke toe, gebaseerd moet zijn op een geven. Geven betekent dat je daar waar een noodzaak bestaat buiten je dat je eenvoudig jouw waarden gebruikt om een ander verder gaan mogelijk te maken. Het betekent dat je daarvoor niets terug verwacht, niets terugkrijgt. Omdat je als deel van het geheel wilt leven en functioneren. Wanneer je dit doet met je geestelijke mogelijkheden zowel als met je stoffelijke, zult u ontdekken dat je daardoor niet alleen zelf verandert maar dat je ook je wereld verandert. Het is uiteindelijk die verandering van de wereld waar het uiteindelijk om ging bij dit onderwerp. De verandering der tijden. Tijd is een illusie. Tijd is een opeenvolging van momenten omdat het geheel niet als een geheel zonder breuk beseft kan worden. Tijd is eenvoudig een factor in de ruimte van beweging waarbij massa’s enzovoort een rol spelen. Het zijn allemaal maar dingen, die je een naam kunt geven. Tijd is iets dat in onszelf bestaat. Verandering van tijd is daarom iets met zich eerst in ons zelf moet voltrekken. Als wij in ons zelf de verandering ondergaan zullen we zien dat tijd eigenlijk wegvalt. Dat we steeds meer totaliteiten beleven en weten dat tijd een illusie is. Ik dank u voor uw aandacht.