De omwenteling van deze tijd

18 februari 1975

Wanneer we spreken over een omwenteling, dan moeten we wel begrijpen dat, dat niets te maken heeft met een paar evoluties of een paar sociale of economische veranderingen. Maar wij zien bv. in het verleden, aan het begin van het vissentijdperk, hoe in die wereld, met al zijn goden, zijn krachten, zijn feitelijke natuurverering, de mens, langzaam maar zeker gaat begrijpen dat er andere en hogere waarden moeten zijn.

Op verschillen plaatsen van de wereld zien we filosofen opstaan die zeer belangrijke denkwijzen naar voren brengen. We worden geconfronteerd met een zoeken naar verinnerlijking en er komt zelfs een denker die op een gegeven ogenblik stelt: de goden leven in u, niet buiten u, wat bedenkelijk dicht komt bij Jezus verklaring: het koninkrijk der hemelen is in u, het koninkrijk Gods is in u.

De situatie verandert natuurlijk niet helemaal. We zien wel verschillende dingen, bv. oude goden en godinnen worden demonen, Diana wordt Diases enz. Maar wat wel gebeurt is dat de mens anders gaat denken over de medemens en ongeacht de verdere opbouw met al zijn oorlogen, met zijn materialisme ook, later moeten we toch zeggen dat in deze periode de wereld verandert. De mensen leven anders, ze denken anders, er vallen grenzen weg tussen volkeren, de wereld wordt kleiner. Gelijktijdig zien we dat die mens als het ware gevangen wordt in hetgeen hij zelf presteert. En zoals eens de oude rijken aan zichzelf ten gronde zijn gegaan, zo zien wij ook nu dat de wereld ten onder dreigt te gaan aan hetgeen zij tot stand heeft gebracht.

Gelijktijdig echter zien we de tekenen van vernieuwing. De mensen zijn niet meer tevreden met de situatie zoals ze bestaat. Een poging om God te beleven maakt zich weer los van de zuiver filosofische, theologische zijde, ze willen weer naar de innerlijke beleving van God toe. De mens zoekt naar nieuwe wegen om te leven en vrij te zijn. Hij wil de banden niet meer accepteren die noodzakelijk zijn voor een economische ontwikkeling zoals die op dit moment bestaat.

Kortom, aan alle kanten zijn tekenen dat de mens anders gaat denken. En in dat anders denken zien we een toenemende hang naar de mystiek.

Wat mystiek is, kun je eigenlijk moeilijk verklaren. Het is het zoeken naar de innerlijke verklaring voor de feiten die je beleeft, plus de erkenning van je innerlijke waarden en al datgene waarmee ze in verband staan of kunnen staan. Je wilt losbreken uit een wereld van zuivere logica en redelijkheid maar aan de andere kant wil je je denken niet opzij zetten.

De grote revolutie van deze tijd kun je misschien het beste zien in wat er bv. de laatste tijd is gebeurd in de architectuur. Toen deze periode ten einde begon te lopen waren er architecten die uitriepen: Wij zijn de kunstenaars, de mensen hebben maar te nemen wat wij voor hen scheppen. Daarna kwamen er denkers die zeiden: Alles moet functioneel zijn, zo eenvoudig mogelijk. Ze zijn begonnen met de grote betonnen kolossen op te trekken die soms, zoals bij een Le Corbusier, een esthetische waarde vertegenwoordigen, maar die toch eigenlijk de mens vervreemden van zijn omgeving en hem niet de kans geven om zichzelf helemaal te zijn.

En nu zien we overal de mensen terugtrekken, ze willen weer een boerderijtje op het land, ze willen weer een eigen huis, ze willen een eigen omgeving scheppen. Ze willen als het ware weg van het massaliteit effect, het stapeleffect van grote steden en industrieën. Dat lijkt allemaal een beetje als een sociale omschrijving. Maar de achtergrond van dit alles is een innerlijke onrust die zeker niet redelijk verklaarbaar is. Want als je het op de keper beschouwt dan hebben de mensen het heus niet zo slecht. Zeker, er zouden vele dingen beter kunnen en er zijn voortdurend ook mensen die om verbetering schreeuwen van dit of dat, maar meestal zonder aan te geven hoe het tot stand moet komen. Maar aan de andere kant zie je ook dat steeds weer mensen zeggen: Ach, wat heb ik eigenlijk met dat alles te maken. Deze dingen zijn zo gegroeid dat ze een mechanisme vormen, ik moet me daarvan losmaken of ik roest er in vast en ik word door de machine die gemeenschap heet, langzaam maar zeker vermorzeld Wanneer ik spreek over een nieuwe revolutie dan gaat het mij vooral over deze, vaak niet eens beredeneerde sentimenten.

De mens droomt weer van de natuur. Hij droomt zoals misschien in de tijd van een Rousseau e.d., van de eenvoud, hij droomt van velden met graan, bossen waar hij vrij in kan dwalen, bloemen die overal groeien, een kleurig geheel waarin alles, tot zelfs de geneesmiddelen toe bij de hand zijn en waarbij een grote chemische industrie vervangen kan worden door een paar blaadjes van de ene plant, en een paar van de andere. Hij wil weg van het specialisme dat langzaam maar zeker, een industrie is geworden, ook in de geneeskunde, in de economie en hij wil terug naar de beredenering. Hij is doodgewoon ergens emotioneel losgeweekt van deze maatschappij en hij probeert dat te camoufleren door een extra bewogenheid. Hij gaat zich in het bijzonder bezighouden met één of ander aspect, hij wil erg veel goed doen voor de mensen, misschien voor de negertjes elders of de arme revolutionairen of desnoods voor de ontrechten in eigen vaderland. Maar ergens erachter is een verwijdering, wat hij doet is niet werkelijk protesteren tegen de maatschappij, het is een poging zich los te maken ervan.

Hetzelfde zien we in de kerken. In alle grote godsdiensten op de wereld zien we op het ogenblik dat steeds meer mensen zich los maken van de oude gewende tradities. Die tradities waren eens een sleur waarin je je voor jezelf kon verschuilen, het was een vorm van zekerheid. Maar nu die zekerheid innerlijk niet meer aanwezig is, worden vele uiterlijkheden eigenlijk meer hinderlijk dan behulpzaam. Men verwerpt een groot gedeelte van de magische elementen die men eens onbegrepen heeft aanvaard om de doodeenvoudige reden dat men ze voor zichzelf niet kan verklaren, men kan er niet in leven. Maar die mensen die dat doen weken zich niet los van de maatschappij, los van de kerk. Ze blijven zich wel degelijk bewust van hun deelgenootschap. Ze zoeken naar de magische oplossing en een magische oplossing kun je eigenlijk alleen geven wanneer je diep in jezelf graaft.

Er is een heel eenvoudig gezegde: wanneer de mens doordringt door de duisternis van zijn angsten, vindt hij het licht dat de kern is van zijn wezen. En dat klinkt natuurlijk allemaal heel erg romantisch, maar als je even nadenkt, dan begrijp je waar het hier om gaat: de mens heeft zich langzaam maar zeker omringd met duizend en één angsten, hij is bezig gegaan zichzelf zekerheid te verschaffen ten koste van alles, ook ten koste van zichzelf en zijn eigen integriteit. Nu wil hij daarvan vrij zijn, hij wil door die angsten heen breken en dat is een sombere worsteling, het is een hele duistere trip om een moderne zegswijze te gebruiken. Wat je in het begin in jezelf vindt, dat is een reeks van vale en onverzadigde kleuren, dat is een zwart dat dieper lijkt dan zwart kan zijn, een soort verzadigdheid der onvolkomenheden. En in die wanhopige sfeer die je in jezelf ontmoet, met al die twijfels, met al die vragen, moet je dan toch verder gaan, je moet eenvoudig doorbijten, je moet je losmaken van al die traditionele gebondenheden, van al die behoeften van maatschappelijke zekerheden en erkenning. Maar als je erin slaagt, dan verandert het geheel, dus de wereld verandert wanneer de zon opgaat. Ik weet niet of u dat wel eens hebt gade geslagen. Wanneer zo die ochtendnevel hangt over de weilanden, dat koeien pootloos schijnen rond te roeien op een grauwe zee, en alle kleuren eigenlijk een pigment van grijs, schijnen te bevatten, dan komt de zon, en het is even of de aarde dampt en wasemt, groen wordt plotseling van flets tot rijk vol smaragdgroen zelfs, je ziet duizenden tinten en varianten, er komt een beetje zon overheen, het lijkt ineens of je in een andere wereld bent. Dat is wat er innerlijk gebeurt wanneer je door die brij van angst heen wilt en durft breken. Je vindt innerlijk licht, je vindt innerlijk een vernieuwing en je vindt vooral de besluitvaardigheid terug die je nodig hebt om, zoals men het menselijk uitdrukt, “gevaarlijk” te durven leven.

Nu zult u zeggen, wat heeft dat te maken met deze nieuwe revolutie er zijn steeds meer mensen die geen uitweg zien. Je hebt maar een paar keuzen vaak in deze tijd: of je moet je bewust tot uitbuiter van anderen maken, je moet bewust onrecht begaan, of je wordt teruggedrongen op jezelf, steeds dichter op jezelf tot je innerlijk de moed hebt, je eigen onzekerheden, je eigen pretenties en alles te ondergaan en onder de loep te nemen. En geloof me, in de wereld van vandaag zijn steeds meer hopeloze mensen. Mensen die geconfronteerd worden met de onbetrouwbaarheid van idealen, met de onbetrouwbaarheid van de voorstellingen die ze zich hadden gemaakt, van de macht, van God, van de kerk, van de heiligen, van de geest en al die andere dingen. Ze worden geconfronteerd met hun eigen menselijke onmacht om hun lot te veranderen zoals ze dat zouden willen. En in die confrontatie is er eigenlijk nog maar één weg mogelijk: de weg in jezelf, de weg terug.

Wanneer ik dus spreek over een revolutie die zich feitelijk aankondigt in een vorm van mystiek, dan zeg ik niet dat er iets bijzonders gebeurt. Dan constateer ik alleen waar de huidige ontwikkelingen van de wereld toe leiden. Zoals ik ruim tweeduizend jaar geleden had kunnen zeggen dat de mens terug moest keren naar menselijkheid en gelijktijdig naar redelijkheid; dat het geloof zoals het verkondigd werd in die dagen, een geloof was dat losmaakte van bijgelovigheden, dat het gehele menselijke gedrag op een redelijk meer aanvaardbare basis bracht, ongeacht de beleving, de mystiek die er dan deel van uitmaakte. Het denken van de mathematici, het denken van de filosofen, de benadering van de geheimen van de natuur is kenmerkend voor de overgangsperiode geweest. En wanneer je in deze dagen kijkt, dan zie je dat steeds meer een wonderlijk mengsel wordt gepresenteerd van wat in feite filosofie is en wat harde wetenschap genoemd kan worden. Men werkt aan de ene kant met alle materiaal van de wetenschapsman, aan de andere kant selecteert men filosofisch zijn stellingen en onderstreept ze dan met de feiten die men vinden kan.

En overal in die hele wereld is er niemand die precies weet waar hij naar toe moet. Geen staatsman, geen vakbondsman, maar ook geen hogepriester. Niemand weet waar hij naar toe moet. Iedereen probeert het oude, als een façade overeind te houden, terwijl daarachter het gebouw instort. Wanneer je dat goed in de gaten hebt, dan zeg je: Er is dus een parallel. Rond 2.000 jaar geleden (iets meer) begon een grote revolutie, begon een verandering die de verhoudingen tussen de mensen maar ook zelfs de wijze waarop de mens op aarde zou leven, geheel wijzigde. We zien soortgelijke verschijnselen in deze tijd . Dan moeten we ook de conclusie trekken dat deze revolutie, al zal ze even geleidelijk en traag voltooien als die andere, onvermijdelijk is geworden. Laten we ons dan afvragen waar die nieuwe revolutie de mens toe moet voeren.

Wel, hij zal heel veel van zijn idealen, heel veel van zijn bereikingen moeten vernietigen. Dat is onvermijdelijk. Maar de oude alchimisten hadden een geheim (dat overigens verschillende malen gedemonstreerd is en zelfs ook vastgelegd, al weet niemand hoe ze het doen) waarbij ze bv. een roos namen, die roos helemaal verbrandden tot as, die as fijn stampten, dan werd er een poeder bijgebracht en werd het geheel in een gesloten bokaal van glas verhit. En wat zag je dan? Dan zag je die roos plotseling weer precies zo ontstaan. Koelde het geheel af, dan was de roos weg. En die mensen zeiden dan: Kijk dat is de essence, de werkelijke persoonlijkheid, de tegenwoordigheid van de roos, die kun je niet vernietigen, die krijgt met deze geheime poeders en deze warmte, een voor ons zichtbaar gestalte.

Dat is natuurlijk erg leuk als je zoiets vertelt. Maar wat gebeurt er wanneer wij een maatschappij ten dele ten gronde zien gaan? De kennis blijft bestaan, de verwerving blijft bestaan, de manier van denken verandert ook niet in één, twee,drie. Het is of er een onzichtbare geestelijke figuur van het bereikte blijft bestaan, terwijl gelijktijdig veel van het stoffelijk bereikte, onherkenbaar verandert of zelfs vernietigd wordt.

Ik dacht dat deze revolutie een nieuwe vorm zou moeten vinden voor de geest van het mens-zijn en dat die geest van het mens-zijn omvat, zijn diepste innerlijke beleving, maar ook de uitdrukking die hij daaraan heeft gegeven in zijn zoeken naar kennis, zijn poging om zich uit te drukken in de wereld, in de maatschappij. De vorm van de revolutie zou je natuurlijk ook kunnen uitdrukken in andere termen. Dan zou je moeten zeggen: Dit is de tijd waarin de nationale macht teloorgaat. De mogelijkheid van een bepaalde natie om zich te handhaven tegenover anderen wordt steeds minder. Er helpen ook geen legers aan en geen controle van staatswege op bepaalde ondernemingen. Je raakt eenvoudig de macht kwijt, je bent te sterk afhankelijk van de rest van de wereld. Het is een toenemende interdependentie waardoor de gezagsstructuren worden uitgehold en waardoor gelijktijdig ook de gebondenheid aan de gezagsstructuur (die immer minder zekerheid kan bieden) losser wordt. We zien de neiging om van centralisme weer terug te keren naar de kleinere groep waarin alles overzichtelijker is en waarin men dus ook gemakkelijker een besluit kan nemen en dat ten uitvoer kan brengen. Misschien lijkt het een beetje op een terugkeer naar de Middeleeuwen. De eenheden worden verbroken, (de grote eenheden) en brokkelige, kleine rijkjes ontstaan. Dat kan dan misschien zijn, het zich vrij maken van een aantal staatjes en staten die tot nu toe als eenheid bestonden onder één of ander gezag van een industrienatie. Het kan worden uitgedrukt in de enorme machtsstrijd en innerlijke verbrokkeling in andere landen, denk eens aan Brazilië, Argentinië bv.: het kan worden uitgedrukt in een sterke splitsing en geloofswaarden, denk eens aan het sektarisme dat hand over hand toeneemt en het Christendom bv. maar evengoed in de Islam en het Boeddhisme om maar een paar te noemen.

Realiseer u dat alles terug wil naar het kleine. Maar als je teruggaat naar het kleine dan kan er maar één macht zijn die het kleinere functioneel houdt. Het grotere kan nog functioneren met haat, omdat die haat onpersoonlijk kan zijn. Maar haat in een kleine gemeenschap vernietigt haar. Haar enige werkelijke band kan die zijn van genegenheid of als u een algemener woord wilt gebruiken, van liefde. Ik geloof dat deze hele wereld in haar revolutie weer terug moet naar de onderlinge genegenheid van de mens. Ik denk dat het niet lang zal duren voordat ze werkelijk wordt. Ondertussen is het natuurlijk chaos. Je kunt nu wel zeggen dat het allemaal zo goed gaat, maar kijkt u eens naar de toenemende hoeveelheid werklozen in de industrielanden. Kijk een naar de grote moeilijkheden die men heeft, in de ontwikkelingslanden. Realiseer u hoe bijzonder onbetrouwbaar zaken zijn geworden als de internationale markt,  de energievoorziening e.d. ’t Is chaos!

En in chaos moet je wel terugvallen op de kleinere groep. Die groep zal zich moeten vormen vóór het grote geheel in elkaar stort. Er moet iets zijn dat kan blijven functioneren wanneer de nu bestaande gezagsstructuren wegvallen doordat de mensen niet meer geloven in de autoriteit van de bestuurders. Dat moeten mensen zijn die werkelijk elkaar genegen zijn, die bereid zijn om voor elkaar op te komen, die bereid zijn om niet alleen maar in een bepaald opzicht, maar in hun gehele leven, solidair te zijn. Ik doel niet op een kloostergemeenschap, ofschoon daar soms iets gevonden wordt wat er op lijkt. Ik doel eenvoudig op een gemeenschap waarbij niemand armoede kan en mag lijden omdat de gehele groep anders arm zou moeten zijn. Ik bedoel een groep waarin niemand eenzaam kan zijn, omdat eenzaamheid een schuld is die de groep voor zich, niet kan verwerken. Ik doel op kleine groepen die tezamen middelen en wegen zoeken om hun problemen op te lossen, niet omdat die problemen misschien zo gewichtig zijn, maar omdat het zo belangrijk is om iets tezamen te doen. Er zullen heel veel vreemde varianten van de huidige opvattingen bij ontstaan, dat is onvermijdelijk. Maar dergelijke kleine groepen zullen ook als vanzelf een verklaring moeten hebben voor hun genegenheid. Je kunt niet alleen zeggen: nou ik hou van die mensen wel en van die niet en daarom ben ik dit. Je moet verder gaan. De mens wil een verklaring die zijn leven omvat. Dat betekent dat juist in dergelijke kleine groepen, het zoeken naar het innerlijk licht, belangrijker wordt. En het zal belangrijker worden omdat de mens meer te maken heeft met gespecificeerde angsten, specifiek omschreven angsten. Kijk in een grote maatschappij kan dat allemaal vaag zijn, weggemoffeld worden onder een roux van machteloosheid en gelijktijdig een beetje verborgen door het idee: nou ja, het komt er niet op aan, wie weet het. Maar in een kleine gemeenschap kun je dat niet doen, dan zul je moeten afrekenen met jezelf, zoals je bent. Je zult moeten afrekenen met al die onvolledigheden van jezelf en ze moeten aanvaarden. Je zult je pretenties moeten herzien, want je kunt ze in een kleine gemeenschap niet onbeperkt handhaven. Kortom, je moet werkelijk door het duistere heen. Maar naarmate je meer doorrijpt bent om dat duister als het ware te accepteren en er mee te vechten in jezelf, kom je dichter bij de rest van de groep, je wordt gedragen door die gemeenschap. Het is die gemeenschap die je er doorsleurt. En dan kun je zover komen dat je je eigen gestalte met al wat er bij behoort, onder ogen durft zien, zeggende: Kijk, dat ben ik nou echt, en daarmede als het ware de sleutel vindt tot het werkelijke licht dat in je woont.

 Het is niet mijn bedoeling om te preken, het is ook niet mijn bedoeling om u hier alleen maar theorie voor te schotelen. Wat ik hier zeg is volkomen reëel. Weet u, wanneer wij vanuit de geest naar uw wereld kijken, waarbij onze mogelijkheden (ik geef het graag toe) vaak beperkt zijn, zeker wat ingrijpen betreft, dan zien wij dat de mens die eenzaamheid en dat gevoel van ergens zich dan door een gezag of op een andere wijze aanvaardbaar te moeten maken, niet lang meer kan doorstaan. De mensen raken verdeeld in zichzelf, de mensen weten eenvoudig niet meer wat ze wel en niet mogen doen. Ze worden heen en weer gesleurd tussen verlangens waarvan ze de juistheid betwijfelen, en plichten die ze willen ontkennen, omdat ze ze niet kunnen aanvaarden.

En wanneer je dan die omwenteling ziet, want dat is het inderdaad, er is een grote verandering waarin alle zekerheden tot onzekerheden dreigen te worden waarin alle gevoel van zelfrechtvaardiging weg schijnt te vallen, omdat je doodgewoon niet meer weet wat je moet doen, eenvoudig niet meer weet hoe je kunt vluchten voor de aansprakelijkheden die je voelt. Zij het dan dat je je helemaal los maakt van de wereld en dan de eenzaamheid niet kunt verdragen. En dan probeer je voor die revolutie een paar regels te vinden. Maar wie ben ik dat ik u regels kan geven? Wat ik u nu ga voorleggen, dat moet u dus niet zien als een verplichting, maar gewoon als een beschouwing van mogelijkheden.

Dan zeg ik in de eerste plaats: Een mens moet voor zichzelf weten wat hij wel gelooft en wat hij niet gelooft. Er is niets belangrijker dan dit, en datgene wat je niet zonder aarzeling en volledig als het ware naar de letter kunt aanvaarden, dat kan nooit je geloof zijn. Zoek naar datgene wat u werkelijk gelooft, datgene wat je niet behoeft te interpreteren, waarvan je innerlijk zegt: Zo is het en anders niet.

Een mens moet weten wat hij kan. Het kunnen van een mens is nimmer gebaseerd op hetgeen hij samen met anderen kan doen. Het kunnen van de mens is gebaseerd op de vaardigheden die hem eigen zijn. Elke mens heeft talenten, probeer ze te ontdekken en gebruik die zonder er ook maar enig recht tot verheffing of gezag aan te verbinden. Kijk, waar men u nodig heeft, waar uw speciale bekwaamheden of talenten passen bij die van anderen.

Derde raad: maak u een beetje los van het idee dat bezit zekerheid geeft. Wanneer de praktijk u nog niet bewezen heeft dat bezit geen zekerheid is mag ik u wijzen op een geldontwaarding die een zo hoog tempo aanneemt dat bv. uw banktegoed met tenminste 10, waarschijnlijk meer procent  jaarlijks aan koopkracht inboet, en ik zou u op een hoop andere dingen ook nog kunnen wijzen. Maak u los van het idee dat, dat de zekerheid is, de zekerheid heb je in wat je met anderen tezamen kunt en bent, niet in datgene wat je bezit ten aanzien van of ten koste van anderen. Probeer te begrijpen dat materieel bezit veelal ballast is in deze tijd en wanneer het zo gelegen komt, kunt u rustig wat ballast uitgooien. Daarvoor in de plaats moet je vinden een samenhorigheid die de balans gaat vormen van je eigen leven.

Dan is mijn raad: probeer niet de wereld te verbeteren. Het is zo gemakkelijk om er op uit te trekken, één of andere dolende ridder in één van de oude romantische verhalen , om draken te verslaan, jonkvrouwen te bevrijden, politiek onrecht recht te zetten en eens eventjes iedereen die het verkeerd doet op de vingers te tikken. Daar bereik je zo weinig mee. Het is beter één grashalm op te kweken dan om een hectare braamstruiken te verbranden. Onthoud dat nou maar.

Probeer gewoon in het kleine, onderling wat op te bouwen. Probeer vanuit jezelf met een paar mensen samen misschien, wat goed te doen. Vraag je dan ook niet af hoe dat nou precies moet en hoeveel het je mag kosten en hoeveel tijd er in moet gaan zitten. Vraag je af wat nodig is en wat je kan, en doe het beste wat je kan. Dan heb ik nog een raad en dat is misschien wel de meest vreemde raad die ik u geven kan: ik geloof dat dit geen tijd is om te bidden, ten minste niet op de gebruikelijke wijze. Het heeft weinig zin God voortdurend lastig te vallen met onze woordenvloed wanneer we niet durven luisteren. Als je gelooft aan een licht in jezelf, aan een God die ergens staat in de kosmos, aan een God die ergens misschien alles in zich omvat, besef dan dat die God elk ogenblik alles weten zal. Het is niet nodig God expliciet duidelijk te maken wat hij moet doen. Het is belangrijk dat jij weet wat je vanuit God moet doen. Durf elke dag eens een ogenblik van stilte te nemen, luisterende naar hetgeen er in je ontstaat en dan zul je als vanzelf de gouden lijn zien die je voert niet alleen tot het innerlijk licht maar tot de verbondenheid met een groter licht.

En daarom ja, zou ik u eigenlijk nog een raad willen geven, het is misschien een hele gekke. Ja die andere was ook al een beetje vreemd voor de meesten, dus waarom niet. Besef dat je meer dan vijf zintuigen hebt. Besef dat de hele wereld voortdurend en in duizenderlei vormen indrukken geeft die niet materieel verklaarbaar zijn. En begrijp dat die indrukken even betekenisvol en zinvol zijn als al wat u met uw zintuigen waarneemt. Probeer open te staan voor je eigen wijder begrip, je wijder besef. Probeer eens een beetje meer te werken met die inspiraties die je krijgt. Ga niet in een wanhopig verzet tekeer tegen wat er is en wat je anders zou willen zien. Vraag in jezelf als het ware aan God, maar vooral ook aan alles wat uit de omgeving naar je toekomt: Wat moet ik nu zijn en nu doen.

Leer een beetje meer leven in het heden, ook dat is een oude en voor u waarschijnlijk meer gebruikelijke raad. Kijk eens, je kunt er niet aan ontkomen dat er morgen weer een dag is, zoals je er zelfs door de dood niet aan kunt ontkomen dat het bestaan verder gaat. Maar je kunt wel degelijk (en dat is erg belangrijk) eerst werken met wat er nu is, niet met wat er morgen zal zijn en wat er gisteren is geweest. Met wat er nu is, de mogelijkheden die je nu hebt, het besef dat je nu bezit, de mogelijkheden en vermogens waarover je op dit moment beschikt zijn de belangrijkste werktuigen. Daarmee kun je de taak vervullen die je nu beseft als belangrijk en noodzakelijk. Laat dan morgen maar weer voor zichzelf zorgen. Dat is natuurlijk niet zo gemakkelijk voor een mens. Mensen die geneigd zijn om te denken in termen van jaren, zullen niet zo gauw geneigd zijn om te denken in termen van uren. En toch is één uur waarin je naar waarheid, en volledig met al wat je bent, met al wat je kunt, datgene wat in jou ligt als een taak waarmaakt, werkelijkheid gestalte geeft, is belangrijker dan alle planning voor 10.000 jaar.

Want daarmee hebben we iets waargemaakt in de revolutie die nu aan de gang is. In deze nieuwe revolutie ontkom je daar niet aan. Je kunt niet meer een plan maken voor over een jaar. Want over een jaar is de wereld anders en wat vandaag voldoende lijkt om alles te bereiken wat je wilt is over een jaar misschien nog niet eens genoeg om nog fooien te betalen voor diegenen die je teleur moet stellen omdat je niets kunt. Geloof niet wat morgen misschien de waarheid zal zijn. Geloof wat je vandaag innerlijk beseft. Werk vanuit dat besef, gebruik de kracht uit dat besef, dan kom je verder. Stel niet dat de wereld logisch en verstandig moet zijn. Alle logica en alle verstand van de wereld hebben haar de laatste tijd nu niet bepaald in een begeerlijke situatie gebracht. Logica en verstand zijn de werktuigen van het werkelijke ik. Besef dat. Ga eerst bij jezelf innerlijk te rade. Probeer eerst iets op te vangen van het licht of desnoods van het duister wat je nog in jezelf ziet en vreest. En ga uit van deze werkelijkheid die in je bestaat en gebruik dan je verstand en je rede en je logica om wegen te vinden waardoor je dit beter en juister in je eigen leven kunt uitdrukken. Misschien is dat geen raad die u erg verbluft. De meeste mensen willen graag bewust worden, maar bewustwording zien ze dan als iets wat gegeven moet worden, een genade. Iemand heeft eens gezegd tegen mij in een dergelijk debat: Gaat u niet voorbij aan de genade Gods? Toen heb ik geantwoord: Gods genade is dat wij mogen leven en beseffen, maar zijn genade is ook dat we zelf daarmee moeten werken omdat hetgeen wij bezitten, een verwerving is en niet slechts een gave die ons ontnomen kan worden. Dat zijn de feiten van een nieuwe revolutie, vrienden. U zult ze binnenkort zien.

Nu is er misschien een tijd lang sprake van een modieuze terugkeer naar het verleden. Ik herinner me dat in Rome, de tijd dat het dicht bij zijn ondergang stond, men probeerde de oude godsdiensten van Kebule, de verering van Isis, de verering van Ishtar en al die anderen, opnieuw leven in te blazen, en zelfs kleine mooie tempels voor hen oprichtten waarin de oude tradities werden geëerd. Dat men zich ging kleden naar oudere modes en begrippen zoals de voorouders hadden gedaan, misschien zult u het ook wel gaan doen. Maar je kunt niet terug, je kunt niet terug in de tijd. Een mens kan alleen geestelijk terug in de tijd, maar nooit materieel en in een materiële ontwikkeling. Je moet verder. Als je dat begrijpt dan zul je zeggen: Een nieuwe revolutie kan alleen waar worden wanneer wij in onszelf proberen ons aan te passen bij hetgeen door het bestaan onvermijdelijk werd. We kunnen ons niet beroepen op het in stand houden van het verleden. Het verleden is stervende. Maar we kunnen ons wel bezig houden met het doen leven en bloeien van de vrucht van dat verleden, de mogelijkheid van een nieuw besef, van een nieuwe gewaarwording van de wereld. En misschien dat het dan een beetje lijkt op die alchemistische proeven; dat we in de hitte van allerhande beproevingen en materiële rampen en veranderingen, opeens de edele, zuivere vorm weer zien ontstaan van de mens, de geestelijke vorm van de mens.

Ik ben ervan overtuigd dat de komende periode dit onvermijdelijk maakt. Ik ben er nog meer van overtuigd dat de problemen niet liggen,in de toekomst, wanneer die verandering misschien overal gangbaar is geworden, maar dat ze ligt in het heden waarin je die verandering innerlijk aanvoelt en er op moet reageren, wil je niet ten ondergaan aan de vervreemding van werkelijkheid in uzelf die meer en meer de mens bedreigt.