De omwenteling

 uit de cursus ‘De vernieuwing in deze tijd’ (hoofdstuk 10) – juli 1981

De omwenteling

Wij bevinden ons op het ogenblik in een wereld waarin vele ontwikkelingen dermate snel en naast elkaar plaatsvinden dat bijna niemand in staat is om precies te begrijpen wat er gaande is. Misschien dat ook daarom veel mensen deze periode van ontstellende vernieuwingen met veel meer rust doormaken dan anders het geval zou zijn. Want de oude dingen gaan verdwijnen.

Als we even kijken naar de mogelijkheden in deze tijd, dan komen we o.a. tot het volgende; Er is kortgeleden voor het eerst (experimenteel overigens) een bron in bedrijf geweest gedurende drie maanden waaruit atoomenergie kan worden gewonnen zonder dat bij explosie straling zou kunnen ontstaan die dodelijk of schadelijk is of zonder dat schadelijke afvalproducten daaruit voortkomen.

Een ander experiment dat buitengewoon hoopgevend is. Men is nu bezig met een zelfs oraal toe te passen methode voor kankerbestrijding waarmee althans bij een aantal proefpatiënten (70 á 80) een succes werd behaald van ruim 60%.

In de afgelopen periode hebben we te maken gehad met een groot aantal economische filosofieën. Nu blijkt dat buiten deze systemen om een aantal mensen en bedrijven kunnen functioneren op een economisch niet verantwoorde wijze en toch economisch er beter afkomen dan al degenen die planmatig handelen.

Als wij deze drie gevallen bekijken, dan wordt het duidelijk; er is in de wereld en ook in de techniek, in de menselijke wetenschap iets aan de gang. Het is alsof de deskundigheid van alle deskundigen heel voorzichtig langzaam maar zeker een beetje aan de kant wordt geschoven.

Overal zien we nieuwe ontdekkingen en nieuwe uitvindingen ontstaan waarvan u misschien iets ziet, zoals het teflonpannetje dat uit de ruimtevaart afkomstig is, maar waarvan de kleine facetten van de menselijke samenleving daardoor enorm worden beïnvloed. Het is duidelijk, de techniek is bezig aan een nieuwe, versnelde fase van verandering waardoor zeer waarschijnlijk het gehele technische stelsel zoals het nu bestaat binnen 50 jaar op z’n kop staat.

Er is een stille en eigenlijk niet helemaal te controleren revolte gaande op velerlei gebieden. Opvallend is ook, dat de data‑ en informatieverwerking op het ogenblik in een versnelling is gekomen. Er zijn verschillende dingen gebleken die niet zo leuk zijn. Bijvoorbeeld;

Verwerking van data door computers blijkt over het algemeens ongeacht de feilloosheid van de computer zelf tot een zodanig hoog foutenpercentage te leiden dat het bijna niet meer mogelijk is om snel te reageren en dat het heel erg moeilijk is om fouten terug te draaien. Het feit, dat de gewone computers van banken en dergelijke instellingen en ook de adresseerrollen die in verschillende randcomputers zitten die vergissingen maken, heeft natuurlijk zeer veel mensen achterdochtig gemaakt die tot nu toe hun strategie en hun berekeningen geheel hadden gebaseerd op de grote computers, die worden gebruikt voor politieke en strategische overwegingen in b.v. het Pentagon, in Moskou, Kiev en Parijs. Het is duidelijk, de mens heeft een lange tijd gemeend dat de techniek de plaats van de mens kan innemen. Nu komt men tot de conclusie dat de techniek eigenlijk gevaarlijk wordt op het ogenblik dat ze in staat is de menselijke onachtzaamheid te verveelvoudigen.

Er zijn ontzettend veel belangen verbonden aan de computers en andere installaties. Ik denk ook niet dat men te snel die zaak zal terugdraaien. De onregelmatigheden worden echter steeds duidelijker. Om een typisch voorbeeld te geven in uw eigen stad:

U betaalt voortdurend teveel voor uw gas. Dat komt namelijk omdat bij uitzetting de verbrandingswaarde per eenheid daalt, terwijl toch per eenheid wordt gemeten en uw tarief per verbrandingseenheid wordt berekend. Dit zijn zaken, die men in het begin gewoon niet wist en dus eraan voorbijging. Maar nu komen ze aan het licht. En wat meer is, de mensen nemen het niet zo gemakkelijk meer. Mijnheer Jansen is niet meer bereid om aan te nemen dat de computer geen fouten kan maken. Integendeel. En wat dat betreft, is men ook niet meer overtuigd dat de instanties altijd de juiste beslissingen kunnen nemen.

De neiging tot het voortdurend uitbreiden van productie in naam van de welvaart is eveneens onder vuur koren te liggen. U denkt misschien dat het alleen maar een kwestie is van de invloed van de olieprijzen en dergelijke. Vergis u niet. Het gaat om de macht.

Het zou mogelijk zijn om op dit ogenblik bij een gelijkblijvende gemiddelde barrelprijs van het Oosten u benzine te verkopen met ongeveer 40 % vermindering. Het zou mogelijk zijn om olie aan te voeren en te verwerken voor een prijs die per ton aanmerkelijk lager ligt dan nu. Waarom doen ze dat dan niet? Wel, dat is heel eenvoudig.

Iemand, die deze markt in handen heeft en daarmee in feite een heel grote economische invloed kan uitoefenen, kan daardoor tevens bepalen welke industrieën wel en welke industrieën niet rendabel zullen zijn. Anders gezegd. Men heeft de arbeiders, de gewone mensen weer in zijn greep. Maar dat kan natuurlijk niet altijd voortdurend. Je kunt niet altijd verdergaan met deze dingen. Een typisch voorbeeld;

Sedert men is begonnen met de olieschaarstetechniek, geïnstigeerd door de Arabische staten, maar sedertdien met grote gretigheid overgenomen door de verschillende oliemaatschappijen, is het gemiddelde olieverbruik over de gehele aarde met 50 % gedaald. Gelijktijdig blijkt, dat men zoekt naar alternatieve krachtbronnen. Er moet worden aangenomen dat binnen de komende 20 jaar het verbruik nogmaals met 50 % zal dalen. Als dat gebeurt, dan komt er een ogenblik, dat men om zijn winsten en investeringen op het normale peil te houden prijzen moet gaan berekenen, die niemand deer kan en wil betalen. Dus ook hier worden die grote machten ‑ misschien door hun eigen zelfzucht ‑ ondermijnd.

Opvallend is verder, dat de macht van de leuzen in deze tijd bijzonder groot lijkt. Maar dat is schijn. Als men namelijk goed kijkt wat er met die leuzen gebeurt, dan blijkt dat de meeste mensen ze tegenwoordig niet meer met een korrel zout nemen maar met een paar pond zout. Men gelooft er eenvoudig niet meer in. Men is te vaak bedrogen. En als zich dat in de politiek uit een soort lusteloosheid, gewoonte en sleur schijnt te onttrekken aan de directe feiten, dan moet u er wel rekening mee houden dat dat niet reëel is.

Gesteld dat een volgend Kabinet Van Agt zou ontstaan en dat dit Kabinet niet geneigd zou zijn bepaalde maatregelen van het vorige Kabinet terug te draaien, dan garandeer ik u dat de gehele regering en waarschijnlijk ook het openbare leven platligt binnen 6 maanden. U zult zeggen: Wat moeten zij dan doen? Dan moeten zij toegeven. Je kunt niet meer de massa zonder meer manipuleren. Het is niet voor niets dat men zich bv. zo druk maakt over de in feite toch tamelijk onschuldige revolutie in Polen. Waarom? Om de doodeenvoudige reden dat het een aantasting van de hiërarchie is. De meeste mensen realiseren zich niet hoe die zaak in elkaar zit.

De Russen beginnen steeds beter te beseffen dat de communistische Partij 50.000 leden heeft in een land van vele miljoenen. Dat wil zeggen, dat het lidmaatschap van de Partij een voorrecht is en dat wie lid is voorrechten heeft. Maar als je je gaat realiseren hoeveel mensen daartegenover staan die langzaam maar zeker beginnen te beseffen dat zij worden gemanipuleerd, dat ze ‑ laten we eerlijk zijn ‑ een beetje worden misbruikt, dan is het duidelijk dat een revolutie als die in Polen niet mag slagen. Want zou ze slagen, dan zou ze ongetwijfeld onmiddellijk de bron worden van een groot aantal gelijksoortige bewegingen in de verschillende deelstaten van de Sovjet‑Unie.

Dit is een tijd van omwentelingen. De vernieuwing is niet alleen maar een kwestie van; o, mensen wat worden wij allemaal geestelijk hoog. Een beetje high zijn de mensen wel, maar veel geestelijks is er over het algemeen niet bij. Het is eerder een situatie waarbij eigenlijk de stoffelijke omstandigheden veranderen, omdat de geestelijke noodzaak voor een andere wereld bestaat. Als je dat de mensen duidelijk maakt, dan zeggen ze: Dat is onzin.

Natuurlijk, God kan ingrijpen. Maar dat de behoefte van de geest ons stelsel en onze waarheid op deze wereld zou veranderen, dat is eigenlijk niet te geloven. Toch gebeurt het. Niet altijd even prettig en even vriendelijk, dat geef ik toe. Maar de geest weet, dat als de mensheid blijft doorgaan zoals ze nu doet, zij bezig is zichzelf te herleiden tot een soort superbe mierenstaat met technisch zeer hoogstaande bereikingen.

De geest denkt echter niet in gemeenschappen, in naties, in belangengroepen. De geest denkt in individuele ontwikkelingsmogelijkheden. En als die ontwikkelingsmogelijkheden steeds minder worden, dan is het duidelijk dat de geest moet ingrijpen, dat ze moet proberen om iets te veranderen.

Vroeger was dat alleen een kwestie van: de Witte Broederschap deed er nog wel wat aan. Misschien was er hier en daar ook nog een ingrijpen van het Verborgen Priesterrijk, maar daar bleef het bij. Nu beginnen steeds meer geesten die moeten incarneren zich ook hiermee te bemoeien. Dat betekent, dat het minder regelmatig gebeurt, minder overlegd misschien ook, maar dat aan alle kanten een verzet aan het oplaaien is tegen al die beperkingen van persoonlijkheid, persoonlijke ontwikkelingen en vooral van geestelijke vrijheid die een mens nodig heeft, wil hij als bewustwordingsdoel kunnen dienen voor een geest die een zekere bereiking achter zich heeft.

Wat kunnen we dan ongeveer verwachten? Beelden en jaartallen hebben we al zo dikwijls gegeven, ik meen dat we die achterwege kunnen laten.

In deze tijd zal een toenemend negativisme juist bij de sleurmensen ertoe leiden dat men wakker wordt voor een positivisme dat niet meer is gebaseerd op de oude stelregels. De mens moet positief kunnen denken. Als je gelooft dat je op aarde bent om alleen maar te lijden, nu ja, lijd dan maar. En als je denkt dat je uitgeleden bent, dan zit je pas goed in de puree. Je bent op aarde gekomen als mens om te leven, om lichtend te zijn, om bewust te worden, om te ervaren en gelijktijdig om een zo groot mogelijke mate van harmonie te vinden tussen jou en anderen. Daarvoor is niet veel kans in deze tijd. Daarom moeten we naar het nieuwe positieve toe. Er moet een omwenteling komen in de benadering van het bestaan en van het leven.

Men heeft het ons weleens kwalijk genomen dat wij groepen als bv. Provo’s indertijd en ook nu bepaalde bewegingen van jonge mensen hebben uitgeroepen tot ‘de voorboden van de vernieuwing’. Maar vergeet niet, dat het juist deze mensen zijn die hun leven zijn gaan aanpassen aan hun denken en hun behoeften en niet meer aan een gemeenschappelijk schema waarbinnen zij zich gebonden achten. Dat was een positieve en geen negatieve ontwikkeling.

Er zijn natuurlijk ontzettend veel negatieve facetten te noemen van deze periode van verwarring. Als we denken aan wat er zich op het ogenblik heeft afgespeeld in Leeds, Birmingham, Soho en andere delen van Engeland, dan kunnen we zeggen: zijn die rellen nu wel nodig? Nederland heeft er ook zijn deel van gehad en Duitsland, Zwitserland. Overal waar je kijkt zijn er straatgevechten en dergelijke. En dan niet zoals in Japan als een soort ritueel, maar werkelijk als een verbeten aantasting van het gezag en de beslissingen ervan. Is dat positief? Op zichzelf misschien niet. Maar het is de enige methode, meen ik, waarmee je op een gegeven ogenblik de mentaliteit kunt doorbreken die ambtelijk en bureaucratisch genomen beslissingen, omdat deze juridisch verantwoord zijn, menselijk juist kunt achten. Een mens is iets anders dan iets dat wordt bepaald door artikelen van een wet. En dat betekent, dat er heel veel moet veranderen in de wetgeving.

Het betekent verder dat het onderricht grote verandering zal moeten ondergaan. Niet iedereen zal dat even prettig vinden. Ik kan mij voorstellen dat kinderen, die ontdekken dat ze weer werkelijk moeten gaan leren, dat minder leuk vinden. Ze willen veel liever gezellig met hun vriend de onderwijzer gaan debatteren over het een of ander onderwerp. Maar dat is niet de taak van het onderwijs. Dat is de taak van de gemeenschap als geheel.

Wat er op het ogenblik in het onderwijs gebeurt dat is a.h.w. met je auto naar de fietsenmaker gaan. De fietsenmaker heeft wel degelijk kennis, bekwaamheid. Maar hij heeft niets te maken met het zichzelf bewegende voertuig. Hij heeft alleen te maken met voertuigen die door mensenkracht worden voortbewogen. Als je die beperking uit het oog verliest, dan heb je twee dingen: In de eerste plaats: de fietsenmaker begint zichzelf te overschatten, in de tweede plaats; er zijn steeds meer auto’s die kapotgaan. Dat is iets dat men ook in deze maatschappij moet leren.

Ik weet dat men op het ogenblik steeds bezig is om zijn lievelingstheorieën uit te leven; dat het nog steeds een kwestie is van hard doorknokken om ons geloof waar te maken. Zoals eens de ridders tot roofridders werden en op kruistocht uittrokken, zo zien we nu de socialisten raids uitvoeren op het sociale leven. Maar daar komen we niet verder mee. Je kunt de mens en de wereld van de mens niet ambtelijk bepalen.

Dit betekent, dat er een toenemende mate van anarchie losbreekt over de hele wereld. Zeg niet dat dat negatief is, want de anarchie zal op den duur ontdekken dat ze ook bepaalde spelregels nodig heeft. Maar die spelregels zijn veel minder bindend. Aan de andere kant, de repercussies ervan, als je daar tegenin gaat, zijn dan ook groter en directer. Daardoor krijgt het als vanzelf een corrigerende werking.

Laten we eens naar andere zaken kijken. Als we eens nemen de zorg voor de ouden van dagen. Ouden van dagen dienen deel te zijn van de gemeenschap. Ze dienen niet daarbuiten te worden geparkeerd totdat ze doodgaan.

Als we kijken naar de manier waarop men te werk gaat met werklozen. Je hebt recht op een inkomen, dus maak het je maar gezellig! Dat past niet… Iemand moet wat te doen hebben. En als dat dan geen taak is waarvoor men is opgeleid, nu ja, papierprikkers zijn er ook nodig. Dat is een werkelijkheid waar men op het ogenblik nog helemaal niet aan toe is.

Men praat over de grote problemen van de gastarbeiders, maar men vergeet er één ding dat indien alle grenzen wegvallen de bekwaamste mensen altijd daarheen zullen graviteren waar ze thuishoren. Dat is heel typerend gebeurd in de U.S.A., waar je verschillende steden met grote industrieën kunt bezoeken en dan tot je verbazing merkt dat er in Chicago mensen zitten die uit New York komen, uit Baltimore, San Francisco, Los Angeles, San Diego etc. Die graviteren gewoon naar de plaats waar zij, gezien hun bekwaamheden, hun neiging, hun inzichten het best thuishoren. Waarom zou dat alleen in de U.S.A. mogelijk zijn en niet elders op de wereld?

Ik wil niet zeggen, dat we daarvan direct grote resultaten zullen zien, naar het betekent op den duur wel dat je de beste teams bij elkaar brengt. Want mensen, die iets willen presteren, moeten toch leren samenwerken.

Die samenwerking kun je best vinden, als mensen op grond van hun bekwaamheden, hun persoonlijke voorkeur en eigenschappen samenkomen en samenwerken. En dan moet er ook de mogelijkheid zijn om weg te gaan, als je er geen zin meer in hebt. Dat is een systeem waarmee men op het moment niet zo erg blij is.

Men wil graag dat iedereen die eenmaal een plaats heeft in het arbeidsproces die plaats zal kunnen behouden. Maar is dat wel reëel? Het betekent namelijk, dat degenen die wel goed werken binnen het arbeidsproces eigenlijk een aantal non‑valeurs in dit arbeidsproces moeten dragen. Dit betekent weer dat de arbeid duurder wordt dan noodzakelijk, de kwaliteit daarvan slechter is dan noodzakelijk en dat bovendien degenen die normalerwijze zouden vertrekken veel minder mogelijkheden hebben om dit te doen, want ze zijn gebonden aan de zekerheid van hun functie.

Kijk, als je dat allemaal overweegt, dan is het duidelijk dat de verandering in mentaliteit die we bij bepaalde groepen jongeren vooral zien, heel erg belangrijk is; dat die a.h.w. wijst naar een vernieuwde maatschappij, naar een werkelijk menselijke samenwerking waarbij het geen kwestie is van hoeveel kan ik krijgen om zo weinig mogelijk te doen.

Laten wij ook even kijken naar de kwestie van rechten zoals die tegenwoordig wordt gehanteerd.

Natuurlijk, iedereen moet beschermd worden tegen ieder ander. Maar dat betekent, dat je iemand niet meer de kans geeft om zichzelf te beschermen. Daar komen dan de meest krankzinnige situaties uit voort. Mag ik u een vraag stellen? Realiseert u zich hoeveel mensen in Nederland met één of twee personen wonen in huizen van zes of meer kamers? Dat zijn er heel wat. Weet u waarom die mensen niet verhuren? Om de doodeenvoudige reden dat, als iemand eenmaal je onderhuurder is geworden je hem er met geen stok meer uitkrijgt, je bent dan geen baas meer in eigen huis. Met andere woorden: men zou een groot gedeelte van de woningnood kunnen opheffen alleen door die mensen een beetje minder rechten te geven als onderhuurder en desnoods daartegenover te stellen een beperkte vermindering van je vergoeding die ze dan voor de huur moeten betalen voor het betrekken van een kamer. Maar daaraan denkt niemand. Rechten, rechten, rechten!

Doordat zoveel rechten voor zoveel groepen van mensen steeds worden gehanteerd als dwingend en noodzakelijk, ontstaat er in feite een zo grote ontrechting van de massa als geheel dat het recht steeds minder nadruk krijgt. Dit betekent een uitholling van de machts‑ en gezagsstructuren zoals die maatschappelijk aanwezig zijn. Maar dat impliceert ook – en laat ons dat niet vergeten ‑ dat er iets anders voor in de plaats moet komen, want je kunt niet gewoon in een vacuüm verder gaan.

Als ik spreek over een revolte, dan heb ik het inderdaad over al datgene wat zich op dit ogenblik overal afspeelt: dit krankzinnige zoeken naar iets anders. Dit zoeken naar een middel om jezelf te blijven toch gelijktijdig wat vrijer te worden. Maar dat is pas een begin. Het is niet aan mij om hier een toekomstbeeld op te hangen van wat er over honderd jaar zal gebeuren, wanneer u toch allang bij ons bent en het zelf kunt zien vanuit onze kant. Dat heeft dus weinig zin.

Het is echter wel interessant en belangrijk op te merken dat de 90‑er jaren een totaal ander maatschappelijk beeld te zien zullen geven dan de 80‑er jaren.

Het is interessant op te merken dat er ook in arbeid, arbeidsproces en arbeidsverhoudingen dermate grote veranderingen zullen plaatsvinden dat men zich niet meer zal kunnen voorstellen dat het in het jaar 1980 nog zo en zo was. De mensen merken het niet, gelukkig maar. Maar het verandert. Het verandert ontstellend snel en volledig door al die veranderingen wordt de mens ook steeds meer geconfronteerd met zichzelf.

Tegenwoordig zijn er een hoop mensen die alleen maar grijpen naar het occulte en het geestelijke, eventueel zelfs naar de godsdienst, omdat ze gewoon geen raad meer weten met de wereld waarin ze leven. Natuurlijk, je kunt je godsdienst tijdelijk in de plaats stellen van de werkelijkheid of je kunt het occultisme verheffen tot iets dat zo belangrijk is dat de rest niet meer telt. Maar dat kun je niet volhouden, want je leeft op aarde.

In het occultisme, in de godsdienst, in de verschillende systemen en filosofieën zit wel degelijk een persoonlijke leidraad. Op het ogenblik dat je afziet van de massaliteit en je persoonlijke ontwikkeling en ervaring gaat gebruiken, kom je in een heel ander vaarwater. Dan is het ook niet meer zo belangrijk dat je anderen kunt betuttelen. Ik vind ze toch iets verschrikkelijks die betuttelaars. Dat zijn mensen, die voortdurend bezig zijn anderen te vertellen dat ze niet volmaakt zijn, vervolgens naar de Tour de France gaan om zich te laten aanbidden, dan van die zelfaanbidding terugkeren om te zeggen dat ze het toch werkelijk goed menen met alles en iedereen, terwijl ze in feite aan zichzelf hebben gedacht.

Het is nu nog natuurlijk, het is nog getolereerd. Over tien jaar niet meer. Het is nu nog zo, dat men luistert naar de stem van de geestelijke leiders ‑ of ze nu pastoors zijn of ayatollahs -. Hoe denkt u dat het er over tien jaar zal uitzien? Dan zullen ze tegen de pastoors zeggen; Man, als je daar zo zeker van bent, bewijs het dan maar. Wie bent u om op grond van een stel theorieën mij te vertellen wat ik moet zijn en moet denken? Dan zeggen ze tegen zo’n ayatollah; Hier heb je een machinegeweer, begin maar met je heilige oorlog. Als het goed gaat, kom ik weleens kijken. Dat is heel iets anders dan je te laten meesleuren.

Het uiterlijk enthousiasme onder de massa is op het ogenblik nog groot, maar het innerlijke verzet wordt steeds groter. Dat kunt u vinden in Iran, u kunt het ook vinden in Nederland. U kunt het zelfs vinden in de ambtelijke stad Den Haag. En dat betekent heel wat, want als de ambtsschimmel wordt aangetast, dan betekent dat dat in feite het systeem te beschimmeld is. Dus realiseer u, in de mensen is er iets aan het gebeuren. Nu kunt u het misschien betreuren dat daarbij vele oude geplogenheden, die u goed achtte, teloorgaan of dat er nieuwe visies en begrippen komen waar u zelf een beetje achter heen zit. Maar u bent uzelf. En juist als men in de vernieuwing steeds meer naar zichzelf gaat kijken, vanuit zichzelf in de gemeenschap gaat werken, dan zal men ook veel meer bereid zijn om een ander te accepteren. Dan zal men niet meer zeggen: Wat maak jij voor een krankzinnig geluid, noem je dat nog muziek? Dan zal men zeggen: Goed, dat is jouw muziek. De mijne is toevallig “Aan de muur van het oude kerkhof” of zoiets. Dat vind ik voor spiritisten heel passen.

Wat ik probeer duidelijk te maken: Deze revolutie met al haar uiterlijke verschijnselen heeft een innerlijke omwenteling op gang gebracht. De werkelijke revolte, de werkelijk onstuitbare omwenteling in de menselijke wereld ligt dan ook niet in de stoffelijke ontwikkeling. Ze ligt vooral in de innerlijke en persoonlijke ontwikkeling van steeds meer mensen.

Dan zitten we natuurlijk ook wel met problemen. Als je kijkt naar het aantal atoombommen dat de U.S.A. en de U.S.S.R. heeft, dan loopt het je koud over de rug. Die mensen kunnen gemakkelijk ongeveer 60 % ervan weggooien en elkaar nog doodslaan zonder de wereld te vernietigen. Maar ze zitten gevangen in het denkbeeld: bommen zijn macht. Heb ik dus meer bommen, dan heb ik meer macht. Maar op een gegeven ogenblik komen er ook mensen die zeggen: Moet ik daarvoor kromliggen? Wat kunnen mij die bommen schelen.

Steeds meer mensen zeggen: Moet jullie machtsspelletje dan worden uitgevochten ten koste van onze verkoolde lichamen, van een verziekte wereld? Daar geloven we niet meer in. Dan is het mogelijk, dat iemand zo’n wapen toch wil hanteren. Maar het gevaar is dan groot dat degene, die het eerst een atoomwapen afvuurt waarop een eerste barrage terugkomt, wordt afgemaakt door zijn eigen mensen.

Nu begrijpen ze het nog niet helemaal: Dat is ook te begrijpen, want per slot van rekening, legers zijn over het algemeen afzonderlijke maatschappelijke instellingen die zo ver van de normale maatschappelijke werkelijkheid verwijderd zijn dat ze weinig inzicht hebben in hetgeen er zich werkelijk psychisch en sociaal afspeelt in de gemeenschap. Maar zelfs generaals kunnen op een gegeven ogenblik niet helemaal meer doof blijven voor die voortdurende aantasting van hun onfeilbaarheid, de voortdurende aantasting van recht op geheimhouding, hun recht om te beslissen zonder iemand erin te kennen. Dat is veelbetekenend.

Het betekent, dat het oorlogsgevaar nog wel enige jaren groter zal worden, maar dat het daarna steeds kleiner wordt. Per slot van rekening, iemand die wil uittrekken om zijn vaderland te verdedigen, voelt zich niet gelukkig als hij weet dat hij daar niet meer in terug zal komen. Dan is het hele offer dat hij brengt zinloos geworden, dan is zijn hele leven, zijn hele mentaliteit aan zijn doel voorbijgeschoten. En dat gebeurt. O, er zijn over 10, 20 jaar nog wel legers. Maar waarom zou men legers niet nuttiger inzetten?

Legers hebben zoveel mogelijkheden. Waarom zou men ze niet inzetten om bv. de straat te vegen? Waarom zou men ze niet inzetten om het verkeer te regelen als het erg druk is? En om a.h w. een politietaak over te nemen. En als de boer veel hulparbeiders nodig heeft, het leger heeft toch mensen genoeg. Laten de manschappen kersen of aardbeien gaan plukken. Die mentaliteit gaat komen. Men gaat steeds meer zeggen: Het gaat er niet om wat je voorstelt. Het gaat erom wat je betekent. Wat je betekent, wordt bepaald door wat je doet. En dan zijn we een heel eind verder.

Iets daarvan heeft u waarschijnlijk naar buiten horen komen, zoals o.a. de onthullingen over de tekorten die het Vaticaan zou hebben. Die tekorten komen echter door een foute speculatie die nog niet 10% van het kerkelijke kapitaal heeft gekost; dat moet u ook nog weten. Dat wordt binnenkort bekend gemaakt. Het ging namelijk om een aantal land en niet industriële verkopen. Het Vaticaan heeft nog allerlei aandelen die dan anders, meer rendabel, belegd zouden worden. Degene die dat heeft gedaan, heeft echter kans gezien om de kerk voor een kleine honderd miljoen gulden te bedriegen. Toen is de man failliet gegaan.

Nu doet de kerk of zij eraan failliet gaat. De ene partij zegt; Ach, dat is niet zoveel; hoogstens 20 miljoen. De andere partij roept uit; Het is minstens 200 miljoen! Er moet extra gecollecteerd worden voor ons. Maar dat betekent ook dat er een mentaliteitssplitsing is.

Er zijn steeds meer geestelijken die in zich het gevoel hebben: ik zou eigenlijk eens naar Rome moeten gaan om daar de boel kort en klein te slaan, zodanig dat ze eindelijk eens weten dat de mensen er niet zijn voor de kerk, maar dat de kerk er is voor de mensen. En als dat zich onder geestelijken kan voordoen, niet alleen onder gewone mensen, maar onder geestelijken, dan is dat veelbetekenend.

Er is een verandering gaande.

Datzelfde zien we tegenwoordig ook overal in de protestantse groepen. Als u ziet hoeveel de dominees op het ogenblik afwijkende meningen aan het verkondigen zijn, hoeveel dominees ofwel vluchten in een superbe vroomheid die volkomen wereldvreemd is, danwel in een algemene sociale bewogenheid waarbij God eigenlijk alleen maar de stoplap en de leuze is die ze gebruiken, dan wordt het duidelijk, ook hier is een verwarring gaande.

Als we kijken naar hetgeen er ook nu in het boeddhisme gebeurt, dan zien we dat er eigenlijk daarbinnen alleen bepaalde disciplines zichzelf nog overeind kunnen houden. Dat zijn de filosofische discipline van de monniken op Ceylon en de Zen‑discipline die haar grootste vestigingen heeft in Japan. Wat er verder nog overblijft is van weinig belang. Nu ja goed, er zijn natuurlijk de “Mister Moon‑groepen” e.d.

Wij moeten ons goed realiseren wat er aan het gebeuren is. Er is een ontbinding maar vreemd genoeg niet van het geloof maar van een geloofsstructuur die niets te maken wil hebben met hetgeen er innerlijk bestaat, maar die alleen uiterlijke en klakkeloze aanvaarding eist. Dat is typerend.

Het is toch wel zeer opvallend (dat heeft u misschien zelf wel kunnen constateren) dat de Paus in de Ver. Staten door een non (dus iemand die de geestelijke gelofte heeft afgelegd) werd aangevallen omdat hij niet voldoende aan vrouwenrechten denkt. Dat is gebeurd. Realiseer u wat dat voor een enorme omwenteling betekent. Het betekent gewoon dat de heiligheid van de Paus wordt teruggebracht tot de menselijkheid van de bestuurder die zijn verstand moet gebruiken en niet alleen de inspiratie van de H. Geest.

Als we spreken over revolte, dan is dat wel degelijk een omwenteling die zo onvoorstelbaar is dat 50 jaar geleden de mensen zich nog niet eens konden voorstellen dat zoiets zou gebeuren. Toch is het gebeurd in deze dagen. En toch zien wij steeds weer soortgelijke en meer extreme verschijnselen. Laten we ons dan heel goed voor ogen stellen wat er eigenlijk aan de hand is.

Het is niet het afbreken van het waardevolle. Het is het afbreken van dood hout. Het is zoeken naar een methode om te kunnen leven met een werkelijk geloof, te kunnen leven met een werkelijk taakbewustzijn, te kunnen leven in een werkelijk vrije ontwikkeling, te kunnen leven buiten een systeem dat je op basis van een behaald middenstandsdiploma voortaan vastplugt in een winkel, of op grond van een boekhouddiploma in een kantoor. Kijk, dat is hetgeen het meest belangrijke is in de vernieuwing

Zeker, de betekenis ervan is geestelijk. En als ze zich aan het voltrekken is, dan zal de wereld plotseling heel wat grote geesten geboren zien worden. Dan zullen de mensen zich afvragen hoe het komt, dat er nu ineens zoveel geniale mensen op aarde zijn die zo eenvoudige oplossingen weten te bedenken voor zo oude en zware problemen? Dat komt, omdat de geest pas dan zal incarneren, als haar incarnatie op aarde werkelijk zin en nut heeft.

Ik neem aan dat die tijd over een tien jaar al begint aan te breken. Het is niet allemaal op lange termijn, het is kortbij. Er zijn er die dan zullen zeggen: Ach jullie met je prognoses, jullie zitten er altijd naast. Goed, wij zitten ernaast, maar we zitten er niet zo ver naast. Als u in uw leven met een even grote juistheid altijd had gefunctioneerd als wij doen in onze prognose, dan zou niemand over u te klagen hebben. Want een kleine fout is menselijk. Een kleine misschatting in tijd, in samenhang van gebeuren is geestelijk. Zo simpel is het eigenlijk.

Als u nu zo dadelijk naar huis gaat, dan moet u niet gaan met het idee, mensen, de vernieuwing komt eraan. Neen, de vernieuwing is bezig. U moet niet zeggen: Zij hebben het gehad over een revolte. Wat zal ons nu boven het hoofd hangen: U moet zeggen: Ik moet bereid zijn om mij aan te passen aan steeds meer zich wijzigende omstandigheden. Als u dat doet, dan zult u tot uw verbazing merken dat u niet alleen betrokken raakt bij een verandering van uw uiterlijke wereld, maar dat u innerlijk verandert. Dat er in u dingen gaan gebeuren, dat er krachten, wezens en waarden zijn waar u eigenlijk nooit zo bij heeft stilgestaan of alleen maar heel bijgelovig mee bezig bent geweest en die nu opeens veel concreter, veel reëler worden en die voor u ‑ al beseft u niet eens hoe – toch weer bijzondere mogelijkheden, krachten, ontwikkeling, uitbreiding van uw hele bestaan misschien kunnen betekenen.

Dat is de revolte waarbij u zelf betrokken bent. Dat is hetgeen dat ook nu in deze jaren zich aan en rond u aan het voltrekken is. Dat is de reden voor alle tegenslagen en ergernissen waarmee u te kampen heeft, tenzij u zich leert aanpassen, tenzij u ook leert ze soms te verdragen. Dat is de reden voor al die onverklaarbaarheden ‑ zowel meevallers als tegenvallers ‑ die op het ogenblik als hagelstenen uit de hemel op u neerkletteren.

U bent aan het veranderen en u weet het nog niet. Maar als u innerlijk kunt beantwoorden aan datgene wat er op u afkomt, dan is er geen tegenvaller meer, dan is er alleen nog een ontplooiing, een ontwikkeling. Dus denk niet, dat ik alleen spreek over een revolte, een vernieuwing van de wereld in deze tijd.

Nu aan het einde van deze cursus wil ik ook graag de nadruk leggen op uw persoonlijke revolte, de veranderingen waar u persoonlijk bij betrokken bent. Datgene wat in uw denken en optreden aan het veranderen is, soms zonder dat u het beseft.

Ik wil u erop wijzen dat u, gemiddeld in de komende twee jaar (voor de aanwezigen zou ik het nog nader kunnen definiëren), het zijn er maar een paar en dan ligt het gemiddeld op ongeveer 14 maanden à anderhalf jaar geconfronteerd zult worden met grote afwijkingen in uw huidige bezigheden, uw huidige mogelijkheden, het huidige patroon van leven zoals u het nu meent te kennen.

Als dat gebeurt en u kunt het accepteren, dan zult u ontdekken dat de hele revolte, de hele vernieuwing zich afspeelt als een soort zonsopgang. Het is nu nog duister. Hier en daar hoor je de eerste vogels. Het grijs dat wegschemert in het westen wordt langzaam vervangen door de gloed in het oosten. Ik zeg niet dat het licht uit het oosten komt. Het licht komt uit een wereld van geest en geestelijke kracht. Maar het is komende, steeds sterker. Ik zeg niet dat dat loodgrijze altijd in het westen ligt. Maar er ligt op het ogenblik een mentaliteit over de gehele wereld die loodgrijs, duf en zwaar is, maar ze wordt door het licht steeds meer verdrongen.

In een schijnbare anarchie strijdt de mensheid om een nieuwe vrijheid en de geest om een betere mogelijkheid om op aarde en in het menselijk leven haar eigen bewustwording juister en sneller te bewerkstelligen.

Dat is dan al wat ik u in deze laatste lezing heb te zeggen. Ik dank u voor de aandacht die u hieraan heeft gegeven. Uiteraard hopen wij, dat u het niet alleen zult overwegen als wetenswaardigheid, maar wel degelijk ook als een aanwijzing hoe u zelf moet reageren op de onverwachte omstandigheden die u steeds weer zullen treffen. Wij zijn ervan overtuigd dat al datgene wat in de loop van deze cursus is besproken steeds beter merkbaar zal worden voor eenieder die zijn ogen niet sluit voor de wereld waarin hij leeft.

Ik heb vele dingen gezegd. Ook in de afgelopen lessen zijn er vele dingen gezegd die direct samenhangen met het gebeuren dat zich vandaag de dag voltrekt.

Er zijn mensen die zullen zeggen: U heeft gezegd dat Van Agt natuurlijk minister‑president wordt. Maar zijn kans is op het ogenblik nog maar fiftyfifty. Ik heb dit als voorbeeld genomen. U zult ook zeggen: Al die wanorde, is dat nu nodig? Als u zich realiseert hoe verstard het systeem is, dan zult u moeten toegeven dat het nodig is.

Als u eerlijk en met open ogen vandaag kijkt naar de wereld om u heen en misschien ook naar uw eigen mentaliteit, dan zult u moeten toegeven dat die veranderingen nodig zijn. Hoe het dan verder verloopt, dat zult u wel zien. Dit is niet alleen een verklaring, het is een waarschuwing. De stormwaarschuwing is gehesen. Emotionele stormen zijn opkomst. Beheers uzelf een beetje, dan zult u ontdekken dat ze veel strandgoed brengen dat voor u zeer kostbaar kan zijn.

Verandering van grenzen

Als u zegt: verandering van grenzen, dan denkt u natuurlijk allereerst aan de grenzen tussen de verschillende landen. Als u dan nagaat wat er gebeurt, ziet u dat die grenzen eigenlijk steeds minder belangrijk worden. Er ontstaan wel grenzen die door ideologieën worden bepaald; die worden dan zeer strikt gehandhaafd. Maar de grenzen tussen landen met gelijke ideologieën nemen in feite de laatste tijd in belangrijkheid af. Daaruit kunnen we dan de gevolgtrekking maken dat er een ogenblik zal komen waarop grenzen zullen kunnen wegvallen. Dat ze nog bestaan is te danken aan het feit, dat elke natie een eigen bewind heeft. Als u minister‑president of regeringshoofd bent van een staat, dan zult u er weinig voor voelen om klerk te worden van een internationaal geheel. Dat betekent dus, dat er heel wat mensen zijn die alles zullen doen om een verdere internationalisatie zoveel mogelijk tegen te houden.

Aan de andere kant moet u eens zien wat er nu gebeurt in Nederland. In Nederland dachten de kwekers een appeltje voor de dorst te hebben. Maar er zijn andere landen die appeltjes hebben die zo week en voos zijn dat ze helemaal niet geschikt zijn voor de dorst. Als je al melig bent, word je nog meliger. Die landen nu verkopen de appels zo goedkoop dat de eigen kwekers daardoor in de puree zitten. Dat geldt ook voor allerlei andere zaken.

De overhemdenmakers in Nederland hebben geen hemd meer aan hun lijf om de doodeenvoudige reden dat andere landen de hemden goedkoper fabriceren. Dat betekent dus, dat zakelijk gezien die grenzen steeds verder aan het verwateren zijn, dat nationale begrippen eigenlijk worden afgewisseld door nutsbegrippen.

Kijk naar de kentekenen van de nationale macht, de legers. Die legers staan bij elkaar in het een of ander verband en hebben eigenlijk nationaal steeds minder te zeggen. Nederland heeft een eigen leger, maar de betekenis, de structuur, de ontwikkeling van dat leger wordt feitelijk bepaald door de NAVO. Dus hier zien we inderdaad dat de nationale grenzen wegvallen; dat de betekenis daarvan een andere aan het worden is. Het is in deze tijd meer een soort zeef geworden waarmee men probeert om de ongewenste elementen te gelegener tijd op te vangen. Maar houden kun je die legers ook al niet, want ze zijn net zo lastig als vlooien.

Kijk dan ook eens naar het verleggen van de grenzen in het besef van de mensen. Om de benadering van bv. de homoseksualiteit in deze dagen te bezien, moet u toch zeker teruggaan naar de 14 de eeuw om een soortgelijke benadering te vinden. Als je kijkt waar de mensen tegenwoordig naar streven, moet je zeggen: Eigenlijk trachten ze wat hun status betreft terug te gaan naar de bloeitijd van Athene. Dat is een verleggen van grenzen.

Diefstal is een tijdlang iets geweest dat deed alleen het geteisem (uitvaagsel). Als je nu ziet hoeveel er wordt gestolen, hoe eigenlijk langzaam maar zeker zelfs de meest solide burger probeert belastingen te ontduiken, zonder kaartje in de tram te zitten en dergelijke, dan moet je toch toegeven dat die begrippen ook aan het veranderen zijn.

Neem bv. de kerk. De kerk van Rome was lange tijd juist zo exclusief omdat ze werkte in het Latijn, een taal die de meeste gelovigen niet verstonden en dat is voor een verkondiger altijd prettig. Daarbij ‑ en dat was ook typerend – stond de priester als vertegenwoordiger van de gelovigen als brandpunt aan het altaar met zijn rug naar de mensen toegekeerd. Hij was de voorganger. Tegenwoordig, misschien is het wantrouwen, misschien is het iets anders, zien we dat de kerkdiensten van de kerk van Rome meer en meer in de landstaal worden gehouden; dus iedereen kan horen waar het over gaat. Bovendien staan de priesters met hun gezicht naar de mensen toegekeerd. Dat heeft een tweeledig doel: In de eerste plaats: daardoor is er een dialoog tussen de gelovigen en de voorganger. In de tweede plaats: de voorganger kan de collectebus in de gaten houden. Dat is in deze tijd ook nodig. Dus ook hier weer: grenzen die worden verlegd.

Laten we nu eens kijken naar de leefwijze. Vroeger zeiden ze. Zolang je maar fatsoenlijk bent, dan is een beetje armoede lijden niet zo erg. Tegenwoordig zeggen ze: Hoe onfatsoenlijk je bent, doet er niet toe, maar armoede lijden behoeft niemand. Als dat geen grote verandering is! Het is een verschuiving van waarden.

Vroeger zei men: De kunstenaar voedt uit armoede zijn kunst met zijn lijden. Tegenwoordig zegt men: Wij hebben een leider nodig voor de kunstenaarsbond, opdat we worden betaald voor datgene wat we als kunst voortbrengen en dit zonder eronder te lijden. Ons enig lijden is, dat wij door onze leiders soms worden tegengehouden, als wij meer willen hebben voor de kunstwerken dan we krijgen van de overheid. De grenzen zijn verlegd.

Vroeger waren de mensen beperkt tot hun eigen gebied. De gegoede burger ging ongetwijfeld uit. Misschien ging men enkele dagen met vakantie naar de Veluwe. Er waren ook mensen die heel lichtzinnig naar Brussel gingen. Je had ook mensen die iets deftiger waren maar niet lichtzinnig. Zij gingen naar Scheveningen waar men hervormd kon baden. Anderen gingen naar Zandvoort al was het om alvast hun Duits op te halen, want dat was in die dagen ook al zo.

Nu is het heel gewoon, als de werkster tegen u zegt: U moet mij niet kwalijk nemen, maar de volgende 3 weken heb ik geen tijd, want ik ga met mijn familie naar Mallorca. Iemand, die vroeger misschien een uitstapje maakte naar de Vergulde Kip bij Lisse, vindt het tegenwoordig krankzinnig dat hij in eigen land zou blijven. Hij gaat naar Disneyland.

De mensen leren elkaars landen beter kennen. Als er vroeger een Chinees in Nederland was, dan stond iedereen te kijken. Nu kijken ze verbaast op als ze ineens een blanke ontdekken. Ik wil maar zeggen. Er zijn zoveel dingen veranderd. Het is alsof de hele wereldbevolking langzaamaan door elkaar wordt gehusseld.

De goede Hollandse pot, afgewisseld eventueel door de chique Franse keuken, heeft allang moeten plaatsmaken voor de bami, de nasi, de patat, de polenta, de pizza, de goulash en al die andere gerechten die van elders koren. Ze worden allemaal in Nederland geconsumeerd. De snert is kennelijk ook een goed exportartikel, want die wordt zelfs in de tropen gegeten.

Er is een uitwisseling. Maar die uitwisseling betekent dat de grenzen wegvallen, want de mensen leren elkaar beter kennen. Vroeger was alles wat je van Afrika afwist dat er arme heidenen waren. Die moesten natuurlijk geholpen worden om hun naaktheid te bedekken met broekjes en hemdjes. Als je dan niet kon breien, dan was er altijd wel een vriendelijk negerkopje waarop je dan een centje kon leggen. Dan slikte dat kopje het in en knikte tweemaal dank je. Tegenwoordig is men bezig over de politieke situatie in Biafra etc. Ook hier weer, de wereld is veranderd.

Niet alleen in uw land, maar in vele landen matigt men zich een oordeel aan over andere landen, maar men leert er ook steeds meer van kennen. Daaraan zie je inderdaad dat grenzen gaan verdwijnen.

Ook in uw eigen leven zijn de, grenzen wel degelijk verschoven. Dingen, die u eens zeker nooit gedaan zou hebben, daar denkt u tegenwoordig op z’n minst weleens aan. Dingen die u vroeger nooit zou hebben getolereerd, vindt u nu wel begrijpelijk. Ook bij u zijn de grenzen aan het veranderen.

Dan moeten we ons niet voorstellen, dat we naar een wereld toegaan zonder grenzen. De mens is altijd iemand geweest die steeds probeert om voor een ander een grens te trekken. Als dat niet lukt, dan gaat hij lijntrekken totdat het een grens wordt. Maar hij heeft eigenlijk de behoefte aan een vaste gemeenschap voor een groot gedeelte ingeruild voor de behoefte aan een belangengemeenschap. Hij heeft zijn behoefte aan een vaste morele norm voor een groot gedeelte ingewisseld voor de behoefte aan een sociaal contact, een sociale eenheid. U denkt misschien dat er toch niet veel veranderd is.

Realiseert u zich wel, dat nog geen honderd jaar geleden een protestantse bakker in een katholiek dorp geen klanten kon krijgen? De pastoor vond dat dat niet goed was. Realiseert u zich wel, dat het niet zo lang geleden is dat iemand, die in bepaalde dorpen in een Nederlandse provincie een t.v. mast had staan, een zondaar en ketter was die door het hele dorp gemeden moest worden, terwijl men ook weleens probeerde om dat product van satan zijn werking te ontzeggen door de antenne te bombarderen met stukken ijzer, stenen en wat dies meer zij. Je zou kunnen zeggen, dat het Staphorst‑effect aan het wegebben is.

De gemeenschappen veranderen van aard. Ze zijn niet meer regionaal bepaald; ze zijn mentaliteit bepaald. Door het wegebben van de grenzen ontstaan vanzelf wel nieuwe eenheden, maar die zijn niet meer zo strak afgeleid.

Het is duidelijk, dat je daardoor ook heel andere zaken krijgt. Vroeger was het bijna ondenkbaar dat een Engelsman goed Frans en Duits sprak en misschien ook nog Nederlands. Tegenwoordig heeft u Engelse en Amerikaanse trainers, die met een aardig en pittoresk accent uitstekend in het Nederlands weten te vloeken. Realiseer u eens hoeveel grenzen er zijn weggevallen.

Denk nu niet, dat die grenzen nooit zullen terugkomen. Het ligt in de aard van de mens om op de een of andere manier lijnen te trekken of dat nu lijnen zijn van kaste, van nationaliteit, van dorpsgemeenschap of misschien van commerciële binding. Eén ding is echter zeker: de grenzen zoals ze nu bestaan hebben hun langste tijd gehad.

De wereld verandert voortdurend en in die verandering wordt het internationale belangrijker dan het nationale.

De wereld ontwikkelt zich voortdurend, maar juist daardoor is men meer en meer afhankelijk van anderen en kan men de grens tussen zichzelf en de anderen niet meer handhaven zoals men dat misschien toch zou willen. De wereld gaat een eind verder. Sommigen zeggen zelfs dat ze veel te ver gaat.

Voor ons betekent dit alleen, dat we kunnen constateren dat in de verandering in ieder geval de bewegingsvrijheid van de mens groter wordt en niet kleiner; dat in die verandering ook de mogelijkheid om jezelf meer tot uitdrukking te brengen groter wordt en niet kleiner.

Daarnaast zullen we in ons leven ontdekken dat we ons steeds minder gebonden voelen aan de grenzen die anderen eens voor ons hebben getrokken, en dat we steeds meer onze eigen grenzen gaan bepalen. Dat acht ik ondanks alles een goed teken.

Finesse

Finesse kun je op vele manieren interpreteren. Finesse kan zijn de verfijning. Het kan ook zijn een bepaalde handigheid. Het kan zelfs zijn een bepaalde sportieve benadering. Laten wij voor onze overweging uitgaan van verfijning.

Verfijning betekent altijd dat je eerst moet beginnen de grove lijnen meer in evenwicht, in samenhang te brengen. Maar als je dat hebt gedaan, is dat nog niet genoeg. Dan moet je proberen om de details steeds duidelijker, steeds kenbaarder en vooral steeds harmonischer in te vullen.

In ons leven hebben wij enige finesse vaak nodig, want als we met onszelf in strijd zijn, dan vergeten we dat alle tegenstellingen die deel uitraken van ons wezen toch een eenheid vormen. Als we echter alles aanvaarden wat deel is van ons wezen en dit met grove lijnen in overeenstemming brengen, dan hebben we enige harmonie bereikt.

Maar wil je een innerlijke perfectie, dan moet je verder gaan. Dan moet je leren om al die kleine schijnbaar onbelangrijke zaken in je gedachtenleven, in je zielenleven, in je beleven uiterlijk vorm te geven. Je moet ze a.h.w. invullen op de juiste wijze. Je moet zorgen dat in alle kwaliteiten die je hebt steeds meer de details waaruit ze zijn opgebouwd scherper, duidelijker tot uiting komen, zodat op den duur bijna microscopisch zuiver de harmonie wordt uitgebeeld in een aantal tegenstellingen, die gelijktijdig elkaar in balans houden en aanvullen.

Dat lijkt mij wel de grootste verfijning die bereikbaar is voor ons streven.

Leven betekent bewust worden: Maar goed bewust worden betekent harmonisch bewust worden. Dat kan alleen, indien je de evenwichten weet te vinden, ze voortdurend weet te benadrukken en weet te herstellen.

Als je dan daarmee bezig bent en je hebt een periode van evenwichtigheid, zoek dan naar die kleine beelden en tegenstellingen van licht en donker in jezelf. Beeld ze uit, geef ze vorm, doorproef ze en beleef ze totdat juist deze kleinigheden nadruk gaan geven aan het grote geheel waarvan ze deel uitmaken.

Dan pas besef je wie en wat je bent, wat je kunt en zul je door de verfijning van je benadering op den duur de openheid voor de totaliteit van de kosmos kunnen bereiken zonder blind te worden voor de details waaruit ook deze is opgebouwd.

Wij zijn gekomen aan het einde van de cursus. Ik weet dat sommigen iets anders of er meer van hebben verwacht. Dat kan ik mij voorstellen. Aan de andere kant hebben we een schema neergelegd van de vernieuwing die zich op het ogenblik in de wereld afspeelt, maar ook van de vernieuwingen die zich in de mens kunnen voltrekken.

U heeft er op z’n minst een soort spoorboekje aan dat u kunt raadplegen, als de wereld op een onbegrijpelijke manier reageert of verandert.

Als u nu maar leert leven in vrede met uzelf en in redelijke vrede met uw wereld, dan zult u vanzelf aan onze kant de rest wel vinden.

Tot u komt om bij ons het restant op te halen wens ik u in ieder geval een heel prettige zomer, een leven waarin de innerlijke vrede in staat is alles op te lossen en bij gebrek aan al deze zaken toch een klein beetje vrolijkheid en geluk zodat u tenminste vandaag nog kunt zeggen:

Nou ja, het was niet alles, maar het was toch een goede avond.