De ontwikkeling van de intuïtie

Intuïtie is in feite het resultaat van een proces van onbewuste en bewuste factoren waardoor men komt tot conclusies die men redelijk niet zonder meer kan onderstrepen. Uw intuïtie is dus eigenlijk een soort zintuig waarmee men vele zaken registreert die redelijk gezien niet of niet voldoende aanwezig zijn. Het ontwikkelen van intuïtie zou dus moeten uitgaan van een groot aantal onbewuste factoren die men een grotere rol toekent in zijn denken.

Een mens die verstandelijk redeneert, dat zal u allen wel bekend zijn, controleert a.h.w. de feiten en is bovendien geneigd een zekere opbouw te plegen. Dat wil zeggen: elke fase moet door een aanpassende volgende fase worden aangevuld totdat er een conclusie is bereikt.

Nu weten wij dat er enig verschil pleegt te zijn tussen het z.g. mannelijke en het vrouwelijke denken. De man, zo zegt men, begint meestal bij het begin en weet niet waar hij eindigt. De vrouw daarentegen maakt een sprong van het begin naar de eindconclusie waarna zij zich begint te rechtvaardigen totdat ze gelijk heeft. Je zou dat ook anders kunnen formuleren:

De vrouw, mede door de situatie waarin ze lange tijd sociaal, maatschappelijk heeft verkeerd en ook door haar lichamelijk toch wel enigszins afwijkende evenwichten, is intuïtief begaafd. Een vrouw voelt dingen aan en kan niet verklaren waarom. Dan zoekt ze daar wel een verklaring voor, maar deze is eigenlijk niets anders dan een poging om een innerlijke toestand, die niet redelijk is, duidelijk te maken of aanvaardbaar.

Als u normaal leeft, dan leeft u in een menselijke maatschappij waarin redelijke en logische processen van groot belang zijn. U wordt a.h.w. afkerig gemaakt van conclusies die niet door gevolgtrekkingen eerst ondersteund zijn. Toch is intuïtie nu juist het vinden van conclusies die niet door de feiten worden gesteund en die niet eerst door redenering tot stand zijn gekomen.

Elke mens bezit een grote mate van intuïtie. Wanneer u een mens in een noodsituatie brengt, dan zult u zien dat hij vaak zoals dat heet instinctief gaat reageren. Zou dit alleen instinctief zijn, dan krijgen we een absoluut blind gedrag; men let nergens meer op. Het beste voorbeeld daarvoor is een brand in een bioscoop. De manier waarop dan de mensen allemaal tegelijk door één veel te kleine deur naar buiten willen. Maar het kan ook voorkomen dat die mensen aanvoelen: dit is niet juist. Zodat ze een langere en misschien gevaarlijker weg kiezen die echter meer mogelijkheden geeft om te ontkomen. Vraag je hun waarom ze dat gedaan hebben, dan weten ze het niet. Maar op dat ogenblik hebben ze de juiste keuze gedaan.

Een ander voorbeeld van intuïtie zien wij als we kijken naar treinen en vliegtuigen die ongelukken hebben gehad. Men heeft kort geleden een onderzoek daarnaar ingesteld. Daarbij is opgevallen dat de gemiddelde bezetting van deze treinen en vliegtuigen bijna altijd lager is dan het normaal gemiddelde voor de treinen en vliegtuigen op dat traject en op die tijd. Alweer, hoe komt dat? Ach, de één vergeet iets. Die wil eigenlijk die reis niet maken en daarom wordt er een verontschuldiging gezocht. Soms gaan ze terug om thuis de kaartjes te zoeken die ze allang in hun tas of binnenzak hadden.

Een ander voorbeeld is plotseling van idee veranderen. Plotseling besluiten om maar de volgende trein af te wachten, of om deze keer dan maar een stoptrein te nemen in plaats van een sneltrein of omgekeerd. Hoe vaak dat voorkomt? Men heeft daar geen juist overzicht van, maar men neemt aan dat ongeveer 20 % van degenen die normaal daarvan gebruik maken dergelijke gevoelens hebben zonder dat ze weten dat die redelijk zijn.

Nu moeten we één ding vooropstellen. Intuïtie moet je leren gebruiken. Het is niet een kwestie van ontwikkelen zonder meer. Het is er wel degelijk. Je moet gewoon leren welke flitsen en gevoelens zinvol zijn en welke voortkomen uit andere onbewuste factoren en niets te maken hebben met de feiten waarop je ze richt. Dit is de grote moeilijkheid. Ik zal proberen daarover zo dadelijk enige regels te geven.

Wij hebben een persoonlijke instelling. Deze persoonlijke instelling kan gaan van sympathieën voor bepaalde figuren op grond van vroegere ervaringen tot zelfs een afkeer van b.v. ongepoetste schoenen, van een te zware of te lichte make‑up, van een bepaalde haarkleur. Deze dingen beïnvloeden uw beslissingen wel, maar u kunt ze niet beschouwen als intuïtief. Het is in feite een confrontatie met onbewuste, vaak verdrongen factoren in de herinnering. Het is duidelijk dat het dus moeilijker zal zijn dan de meeste mensen denken om een scheiding te maken tussen intuïtieve factoren en gewoon onbewuste gevoelens. Gevoelens, die dus niet, te maken hebben met toekomstige ontwikkelingen of feitelijke situaties.

Als u uw intuïtie wilt scholen (ik vind dat een beter woord) dan zult u allereerst moeten beginnen met uw voorgevoelens zoveel mogelijk, ook als ze absoluut zinloos en onredelijk lijken, te noteren. Als het even kan met de tijd en met het onderwerp waarop ze betrekking hebben. Door dit te doen komt u tot de conclusie dat alleen een deel daarvan op de werkelijkheid slaat en dat andere gevoelens kennelijk helemaal niets te maken hebben met de feiten.

Dan moet u zich realiseren dat elk intuïtief proces berust op een relatie tussen uzelf en het andere. U kunt dus niet intuïtief aanvoelen dat een ander een ongeluk zal krijgen, tenzij u zich met die andere persoon verbonden voelt. Zelfs dan is het nog de vraag: welke gevoelens koestert u ten aanzien van de ander en op welke wijze probeert u misschien onbewust de ander weg te houden of bij u te houden. Als u zich heeft aangewend om al deze plotseling opkomende ingevingen te noteren en ze later zoveel mogelijk na te gaan, dan zult tot de volgende constatering komen: Uw intuïtie schijnt alleen te werken in bepaalde situaties. Het is dus niet alles dat intuïtief wordt beseft, maar het kan liggen in bv. menselijke kwaliteiten; u bent erg gevoelig voor de kwaliteiten van een medemens. Het kan zijn een gevoeligheid voor situaties, voor gevaar, niet gevaar etc. Het kan zelfs een kwestie zijn van een zekere kennis die u eigenlijk niet zou moeten bezitten; dat u op een bepaald punt staat (desnoods in een geheel vreemde stad of vreemd gebouw) en automatisch zonder na te denken precies op de juiste manier rechts of links afslaat of rechtdoor gaat zodat u langs de kortste weg uw doel bereikt. Deze verschillende factoren komen wel tezamen voor, maar zelf zult u moeten constateren, vooral in het begin, dat één bepaalde kwaliteit veelvuldiger voorkomt dan andere, begin dan uw intuïtieve processen te gebruiken door juist alle gevallen die samenvallen met deze door u veelvuldig als juist erkende gevoelens in de praktijk toe te passen.

Doe dit onder voorbehoud. Met andere woorden: als u voelt (ik heb het over de trein gehad): ik moet niet met deze trein meegaan, dan moet u wel degelijk afwegen in hoeverre dit te realiseren is. U kunt per slot van rekening niet anderen het slachtoffer maken van een onbestemde vrees die misschien niet eens terecht was. Toch krijgt u daardoor een grotere zelfverzekerdheid.

Dan zien we een eigenaardig verschijnsel: door de voortdurende controle, zelfs als je rationeel blijft handelen ondanks die gevoelens, krijg je meer zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen is, zoals vele zaken die met het paranormale te maken hebben, heel belangrijk. Het zelfvertrouwen treedt nu in versterkte mate op bij de intuïties, de plotselinge gevoelens die met de feiten te maken hebben. U heeft nu een criterium gekregen.

Op het ogenblik dat ik in mij een zekerheid voel, een bepaalde bijna fatalistische en gelaten constateren zonder dat ik wij daardoor bewogen voel tot ingrijpen of tot veranderen, dan ligt daar mijn grootste kans dat ik goed aanvoel.

Wij moeten proberen de intuïtie niet al teveel te overschatten. Zeker, er is helderziendheid in ruimte en tijd. Dat bestaat. Er zijn telepathische signalen die een mens ontvangt zonder dat hij zich daarvan helemaal bewust is. Er zijn ook nog andere zaken die een rol spelen zowel vanuit de geest als vanuit de wereld waarin u leeft, maar u mag al die zaken niet afzonderlijk gaan beschouwen. U moet het zo zien:

Intuïtief reageren is een procedé gebaseerd op zeer vele gegevens die in uw persoonlijkheid aanwezig zijn en zeer waarschijnlijk ook vele signalen die u van buitenaf bereiken. Dat houdt in dat u niet moet proberen u op de toekomst te specialiseren of op het erkennen van het karakter van persoonlijkheden. Dat is weer een ander soort gevoeligheid.

Als u daarmee gaat werken, dan zou u wel eens zeer eenzijdig kunnen worden, terwijl bij een bewust of onbewust intuïtief reageren het juist erg belangrijk is dat u zoveel mogelijk signalen verwerkt, zoveel mogelijk factoren onbewust samenvoegt tot een conclusie. Probeer dan ook, wanneer u eenmaal daarmee bezig bent, aan te voelen wat in een ander leeft. Dat is gewoon een test, een spelletje dat u met uzelf speelt. U kunt proberen om bv. het beroep te raden van mensen die voorbij gaan. Alleen denk niet dat u het altijd goed heeft. U heeft meestal ongelijk. U kunt proberen uit te maken welke tram op een bepaald punt het eerst zal komen. Zal dat 10, 12, 7 of 8 zijn. Als u dat zo doet, dan gaat u uw gevoeligheid oefenen en dit is belangrijk.

Dus het ontwikkelen van de intuïtie geschiedt eigenlijk door spelletjes te spelen met jezelf. Zo kunnen we dat het best zeggen: Je gaat proberen om gewoon bepaalde zaken aan te voelen, terwijl je niet zeker bent dat je gelijk hebt. Je maakt een keuze uit vele mogelijkheden die door het toeval worden bepaald en toch kom je tot een steeds juistere keuze. Als je dat spelletje met de tram of de bus speelt, dan zul je geneigd zijn te zeggen: De eerste is b.v. lijn 7. Maar het is altijd de tweede.

Let op in welke volgorde de feiten optreden: ook dit kan u bijstaan. Juist in het spelen van het spelletje ga je leren dat er soms een verschuiving in tijdsbesef optreedt. Het is hetzelfde wat je krijgt met de proeven met de Rhine‑cards. Daarbij is het ook mogelijk dat iemand achter loopt of zelfs voor loopt. De volgorde van de symbolen is wel goed aangegeven, maar ze staan niet op de nummers of de plaatsen waarop ze zouden moeten vallen, waarop ze dus getoond zijn. Deze dingen allemaal bij elkaar moet je gewoon aanvaarden. Op het ogenblik, dat je over de intuïtie begint na te denken, heb je haar in feite ontkracht. De intuïtie is spontaan.

Nu neem ik aan dat u dat spelletje wel eens heeft gespeeld en dat u misschien ook geoefend heeft, zoals sommige anderen, om te kijken welk getal de dobbelstenen zullen laten zien of wat de roulette voor nummer of kleur zal aanwijzen. Onthoud hierbij één ding: Op het ogenblik dat u sterk emotioneel bij een bepaald iets betrokken bent (dat kan dus ook zijn wanneer u gokt) de kans dat u intuïtief reageert kleiner wordt. Daarom dus spelletjes waarmee helemaal geen prijs is te winnen. Daarom juist voortdurend aantekeningen maken zonder dat het eigenlijk iets geeft en zonder dat u misschien zelfs rekening houdt met de gevoelens die u dan toch maar noteert. Probeer het zo rustig en onverschillig mogelijk te houden.

Nu we dit hebben geconstateerd (het zijn de eerste paar regeltjes) gaan we eens kijken wat er bij intuïtie allemaal aan werkzame factoren kan zijn. Het onderbewustzijn heb ik uit de aard der zaak genoemd. Maar er zijn meer dingen.

Heel veel mensen zijn in meer of mindere mate gevoelig voor de uitstraling van een medemens. Deze doet hem harmonisch of disharmonisch aan. Uw gevoeligheid is niet dezelfde van ieder ander. De één kan op 40 meter een andere mens aanvoelen. Er zijn ook mensen die eigenlijk al bijna in de aura moeten zijn (zeg op een afstand van 60 tot 80 cm) voordat ze dit gevoel duidelijk doorkrijgen. Ook dit kunt u door het veel te doen natuurlijk wel verbeteren.

Het aflezen van uitstralingen zegt niets omtrent de werkelijke waarde van de persoon die u afleest. Het zegt alleen iets over de relatie tussen u en die persoon. Dit houdt in dat intuïties ten aanzien van personen slechts in beperkte mate geldig zullen zijn voor de contacten die deze personen met anderen zullen hebben. Voor uzelf zijn ze over het algemeen tamelijk juist.

Dan kennen we de onbewuste empaat en telepaat. De empaat ontvangt gevoelens. De telepaat ontvangt gedachteflarden. Wanneer iemand in een stemming verkeert die naar buiten toe misschien mooi bemanteld is, dan voelt u dat op een gegeven ogenblik toch aan. Een strijdigheid tussen uiterlijk en aangevoelde stemming of inhoud zal u over het algemeen ertoe brengen om de persoon te verwerpen. Dat is heel vreemd, maar het is zo.

Wanneer u gedachten afleest, dan moet u zich realiseren, je leest nooit de werkelijke gedachten volledig af. Je kunt alleen reageren op bepaalde flarden van gedachten die in jezelf a.h.w. herontwaken omdat ze in je in zekere mate bestaan. Telepathisch kun je dus alweer geen definitief oordeel geven over de gehele persoon, laat staan over de waarde of het gedrag van die persoon over een langere tijd. Wel kun je aanvoelen waarmee die persoon bezig is, wat diens gedachteleven beheerst en kun je op grond daarvan je eigen gedrag aanpassen.

Dan kennen we een z.g. harmonische band. Een harmonische band ontstaat eigenlijk op zoveel verschillende gronden dat ik er maar enkele zal uithalen.

Ze kan bestaan uit geursporen. Ze kan bestaan uit associaties met een bepaald uiterlijk. Ze kan ontstaan door erkenning van bepaalde gedachten, bepaalde stemmingen die door een persoon worden uitgestraald.

Daarnaast kunnen ook geestelijke waarden van de persoon en de balans van levenskracht in die persoon invloed uitoefenen. Altijd weer, als we hier een harmonie constateren, is het zeker dat we op dit ogenblik (u moet het maar zien voor een uur of 4 à 5, want dat duurt meestal wel zolang) met die persoon goed kunnen samenwerken en dat we met die persoon een redelijke uitwisseling van gegevens en dergelijke kunnen hebben. Op het ogenblik echter dat u zich daaraan blijft vastklampen, dat u het tot een blijvend oordeel maakt, kunt u zich – ik wil niet zeggen 100% gegarandeerd, maar 80% gegarandeerd ‑ zeker vergissen. Want de veranderingen gaat u dan verwaarlozen. Doe dit nooit. Als u al intuïtief op een persoon reageert, probeer steeds weer even naar neutraal terug te gaan en opnieuw a.h.w. te ervaren, deze persoon is nu aanvaardbaar of niet aanvaardbaar.

Dan hebben wij natuurlijk ook nog geestelijke dingen daarbij. Dat brengt ons altijd in de sfeer van het irreële vanuit menselijk standpunt. U heeft een aantal voertuigen. Uittredingen e.d. kunnen daarvoor soms een bewijs leveren. Die voertuigen zullen juist de kwaliteiten op het gebied waarop het voertuig actief is die bij een ander bestaan kunnen aflezen en aanvoelen. Gaat het om geestelijke voertuigen, dan zal die aflezing tamelijk volledig zijn gezien de condities in bepaalde sferen.

Wat iemand geestelijk is, is echter nog niet datgene wat hij stoffelijk is, betekent en doet. Het is wel een invloed op zijn gedrag, maar het is nooit een bepaling daarvan. De geestelijke waarden die wij aanvoelen, kunnen we dus beter gebruiken om na te gaan in hoeverre er op een bepaald vlak harmonie bestaat. Maar daarvoor moeten we eerst weten op welk niveau nu eigenlijk die harmonie of disharmonie is ontstaan. Dit is zeer moeilijk aan te geven.

Iemand die bezig is zijn intuïtie nog een beetje op te voeren, te leren hoe hij ermee moet leven, doet er goed aan deze geestelijke factoren te verwaarlozen, tenzij ze bij voortduring optreden. In dat geval kunnen we wel zeggen dat het geheel van de andere gevoeligheden en interpretatiemogelijkheden hierdoor zullen worden beïnvloed.

Dan vraag je je natuurlijk af: Als ik het nu wil leren (mensen willen die dingen allemaal leren) hoe moet ik mij dan de zaak ongeveer voorstellen? Het antwoord is eenvoudig: In uw gehele leven, al wordt u honderd jaar, zult U steeds weer beslissingen nemen op grond van gevoelens die op geen enkele wijze rationeel zijn t.a.v. de stoffelijk feiten. U heeft de intuïtie, maak er gebruik van. Maar als u zichzelf niet toegeeft dat u er gebruik van maakt, dan wordt het wel heel erg moeilijk te leren hoe u ermee moet omgaan. Wanneer u tot een oordeel komt, eerst dat oordeel vastleggen, dan pas erover gaan nadenken waarom u tot dit oordeel komt. Kijken of het oordeel is uitgekomen en of de rationele gang van zaken misschien dichter bij de feiten was.

U heeft geestelijke waarden, geestelijke krachten. Een persoon zal naargelang van de symbolen die hij hanteert een bepaalde mate van licht bezitten. Hij zal een bepaalde mate van kracht uitstralen. Hij zal misschien domineren of hij zal u een gevoel geven van leegte of zelfs van kleverigheid. Deze gevoelens geven wel degelijk een relatie aan.

Besef dat deze gevoelens voor uzelf van groot belang zijn. Zelfs als er geen redelijke of logische verklaring voor zou zijn, zal uw gedrag ondanks de neiging om in overeenstemming met de feiten te handelen toch worden beïnvloed. Dan is het beter te erkennen dat u dit gevoel heeft, dan weet u ongeveer hoe u zult reageren.

Als u bezig bent met geestelijke oefeningen en hoeveel mensen doen dat niet, dan zult u ontdekken dat in heel veel gevallen de zaak erg verwarrend wordt. U heeft de intuïtieve constatering wel, maar u komt er niet verder mee. In dat geval geef ik u de volgende raad:

Ga gewoon langs redelijke termen verder, maar probeer u op geen enkel punt vast te leggen. Als u vervolgens de kans heeft om even te gaan rusten ‑ of dat nu een uiltje knappen is of naar bed gaan en slapen ‑‑ probeer het beeld van de persoon voor uzelf op te bouwen. Probeer u de gevoelens die u had te binnen te brengen en laat dit zich verder ontwikkelen. Het is een soort dagdroom. Het is een fantasie die soms overgaat in een sluimering of misschien zelfs een levendige droom. Door op deze manier terug te spelen, zult u de geestelijke elementen meer op de voorgrond brengen. U zult dan op den duur ook zien welke elementen in uw aanvoelen van meer geestelijke aard zijn, want het zijn juist deze die in de droom en in de fantasiewereld sterk op de voorgrond komen.

Dan krijgen we de vraag: Moeten wij onze intuïtie voortdurend gebruiken? Het antwoord is: ja ! Maar je doet het meestal niet. Als je bv. kijkt naar de mensen die gaan stemmen, dan kun je zeggen dat hun stemgedrag zeker niet intuïtief wordt bepaald maar grotendeels door lust of onlust en traditie.

Gebruik uw intuïtie nooit als een vervanging voor uw redelijke vermogens. Dan loopt u altijd vast. Gebruik haar als een aanvulling daarvan. Zodra u heeft geleerd die gevoelens een klein beetje te onderscheiden (daarvoor moet u de spelletjes spelen die ik u heb aangegeven en de aantekeningen te maken en dan kijken wat het allemaal betekent) geef ik u de raad om als redelijk gezien twee of meer wegen mogelijk zijn de weg te kiezen die het best past bij hetgeen u intuïtief aanvoelt.

Dus niet redeneren: ja, maar zakelijk of economisch gezien is dit of dat beter. Maar gewoon: deze mogelijkheid is aanvaardbaar, die mogelijkheid is aanvaardbaar en die andere ook, maar ik heb het gevoel dat deze voor wij beter is. Zeg dan later niet: Het zou misschien anders gelopen zijn. Zoals de echtgenote soms wel zegt: Ik ben nu wel met jou getrouwd, maar ik heb toch het gevoel dat, als ik vroeger met Jan Willem ervandoor was gegaan, ik gelukkiger geworden zou zijn. Dat komt alleen omdat ze Jan Willem nog ziet zoals ze dacht dat hij was. Ze heeft hem nooit in werkelijkheid gekend. Zo is het toch.

Mensen die elkaar het hof maken, laten alleen hun mooiste kant zien. Zodra dat voorbij is, valt dat anders uit. Dan blijken er heel veel fouten aanwezig te zijn die op een handige manier zijn bemanteld. En dan heb ik het heus niet over kunstgebitten en andere soorten prothesen. Dus realiseer u gewoon: intuïtief kiezen is goed, mits de keuze ook redelijk verantwoord is.

Nu kunt u ook dingen aanvoelen. Dat is eigenlijk niet helemaal zuiver intuïtie. Bijvoorbeeld: ik denk aan tante Toos en waarachtig, even later komt ze aanzetten compleet met bloemetjes, haar laatste operatie en haar slechte adem. Als u dat regelmatig heeft, dan is dat een aanvoelen. Het is geen intuïtie, maar een erkennen van personen die zich met u bezighouden. Het is eigenlijk meer een telepathisch rapport. Hiervan kunt u gebruikmaken door daar rekening mee te houden, zonder u daardoor te laten bepalen.

Dan heb je: Hé, ik heb het gevoel dat deze of gene ziek is, in nood is, dood is. Controleer dat even. Baat het niet, schaadt het niet. In dergelijke gevallen zijn het ofwel uw eigen onbewuste vrezen en eventueel begeerten die een rol spelen, dan wel de signalen die u van andere personen ontvangt. U zult ontdekken dat in deze gevallen u de meest juiste reactie heeft bij mensen met wie u enig contact heeft en die voor u behoren tot degenen die voor u sympathiek zijn.

Dan zien we onder intuïtie ook heel vaak noemen: Ik hoorde ineens intuïtief in mijzelf: Jan komt morgen later. Als u werkelijk contact heeft met de ander, dan is het mogelijk dat u dergelijke dingen afleest. Maar het is eigenlijk geen intuïtie. Het is vaak een licht vertekende realisatie van telepathische signalen. Op dezelfde manier kunt u signalen naar een ander uitzenden. Maar zeg dan niet dat u dit intuïtief wist of dat u het intuïtief heeft voorvoeld.

Vermijd ook te zeggen: Ja, dat voelde ik al. Zoals: Heb je dat gehoord? Jansen is failliet. Ja, dat voelde ik al zitten. Dat is een beroep op een intuïtie die niet bestaat. Dat is een jezelf gelijk geven na de feiten. Alleen als je van tevoren hebt gezegd: Jansen zit in moeilijkheden, dan kun je zeggen: Dat heb ik voorvoeld. Wees vooral redelijk. Het ontwikkelen van intuïtie is gebaseerd op een voortdurend zo redelijk mogelijk gebruik van al deze impulsen die in u ontstaan.

Denk ook niet dat het een kwestie is van: wij kunnen wel even gaan oefenen. Hoe meer u probeert te oefenen, hoe minder werkelijke resultaten u krijgt. U bent namelijk niet in staat om al die factoren te beheersen waaruit de intuïtie wordt opgebouwd. Wanneer u krampachtig wordt. sluit u uzelf grotendeels af. Wees ontspannen. Wanneer het komt, dan komt het. Is het er niet, ook goed.

Dat betekent dat je er geen cursus voor kunt geven. Degenen die het onderwerp hebben gesteld, hebben dat misschien gehoopt. Maar waarom zou ik u dingen beloven die ik u niet kan geven? Dat is gemakkelijk genoeg. Ik kan u allerlei trucjes verraden. Bijvoorbeeld: Neem een batterij van 4½ volt, verbind een draad aan de korte pool, leg de lange pool tegen het einde van uw ruggengraat en de draad van de korte pool (een contact metalen draad met een open einde) tegen het begin van de atlaswervel. Dat kan inderdaad helpen. Als je er wat spanning op zet, dan verander je wat spanning in de zenuwkanalen en die zitten in de ruggengraat nogal veel. 4½ volt is zo gering dat je er niets van merkt behalve door de reactie van de neuronen.

Er zijn dus wel trucjes te bedenken. Maar als u intuïtie mechanisch moet opwekken, waarom neemt u dan niet een huishoudcomputer. Die doet het in ieder geval rationeel, zij het dan wel in het tweetallig stelsel. Je kunt deze dingen niet doseren. Je kunt ze niet leren. Er zijn geen trucjes voor.

Om je bewust te worden van hetgeen intuïtie is, moet je er gewoon op letten wanneer het optreedt. Dat betekent dat je op het vinkentouw zit om jezelf te betrappen op onredelijke conclusies en dat je die conclusies vastlegt. Dan kijk je wat ervan aan is. Dat is de enige manier om er verder mee te komen.

Ik heb u wel een paar richtlijnen gegeven, maar elke mens is anders. De samenstelling van de signalen waaruit uw intuïtieve reacties voortkomen, kan sterk verschillen van die van uw medemens. U kunt alleen werken met uw eigen kwaliteiten. U behoeft ze niet te kennen, maar ze moeten er wel zijn.

Wees niet bang om voor gek te staan. Je kunt nog altijd je mond houden, als je intuïtief iets aanvoelt en denkt: nou, dat vindt een ander gek. Alleen als het gevaarlijk is, let op. Dan kun je altijd nog waarschuwen op het ogenblik dat het gunstig is.

Probeer ook nooit om plaatsen zonder meer aan te voelen zoals: Hier zijn spoken en daar niet. Onder ons gezegd en gezwegen: er zijn erg veel spoken. Sommigen zijn nog niet overleden, anderen wel. Een huis dat 60 jaar staat heeft altijd wel het één of andere spooksel. Trek je daar maar niets van aan. Per slot van rekening, als ze je niet lastig vallen waarom zou je het hun lastig maken. Je ziet er toch niets van. Probeer dus niet om geesten aan te voelen en te zien. Let echter wel op ongewone verschijnselen. Er zijn wezens om u heen die misschien wel gevoelig zijn op een bepaald terrein. De z.g. helderziendheid bv. van honden, katten, paarden, koeien. Die hebben daar ook de neiging toe. Ze zijn erg schrikachtig. Als u ziet dat dieren ongewoon reageren, zeg dan niet a priori: het zal wel dit of dat zijn. Vraag u gewoon af: Heb ik daar een reactie op? Dus gewoon nuchter blijven, maar wel opletten.

Als er ongewone dingen om u heen gebeuren, als er abnormale reacties zijn en u krijgt eveneens daarbij een gevoel dat u niet redelijk kunt verklaren, dan is er grote kans dat het samenhangt met de niet direct kenbare invloeden die ter plaatse of in een bepaald gebeuren werkzaam zijn.

Het is allemaal oefenen. Het is gewoon proberen. Het is kijken. Intuïtief reageren kun je soms tot zeer grote hoogte opvoeren. Mensen die intuïtief reageren zijn vaak heel goede kaartleggers/sters. Waarom? Omdat ze eigenlijk niet op de kaart reageren ‑‑ ook al doen ze alsof ‑‑ maar eenvoudig spontaan datgene tot uiting brengen wat in hen opkomt. Deze mensen hebben een zeker zelfvertrouwen en daarom hebben ze ongeveer 50 tot 60 keer wel enigszins gelijk.

U moet natuurlijk niet proberen om het op diezelfde manier te spelen. Maar waarom zou u nu niet eens gewoon een spelletje spelen met bv. knikkers. Een heel eenvoudige proef ook in het paranormale gebruik. Probeer eens aan te voelen of er nu een witte of een zwarte knikker aankomt. U zorgt dat u de knikkers niet ziet. U probeert ze te sorteren. Een oefening die u ertoe brengt u te concentreren op uitstraling. Kleur is namelijk een absorptieverschijnsel, dus een verschil in uitstraling. Als u dat kunt aflezen, dan zal uw gevoeligheid voor andere zaken buiten visueel bereik groter worden. U zult a.h.w. scherpere zintuigen krijgen. Dat is niet helemaal waar, maar u ziet a.h.w. dingen achter u omdat ze afwijken van de norm. Op deze manier kunt u uw intuïtieve reacties en ook uw instinctieve reacties aanmerkelijk verbeteren. Tot slot van deze inleiding nog het volgende:

  1. Besef dat intuïtie voortkomt uit een zo complex aantal invloeden dat de waarde daarvan nooit vaststaat.
  2. Als u zich oefent, kunt u leren om bepaalde factoren die voor u samengaan met een juiste intuïtie gemakkelijker te herkennen.
  3. Een z.g. intuïtie of intuïtieve reactie hangt samen met een groot aantal gegevens die worden verwerkt zonder dat het waakbewustzijn daaraan deel heeft.
  4. Alle waarden tezamen kunnen nooit een absolute conclusie ten aanzien van feiten vormen. Ze geven slechts een aanduiding van tendensen en mogelijkheden.
  5. Datgene wat u natuurlijk doet, doet u het best. Probeer intuïtie te zien als wat ze is: een natuurlijk proces in het menselijk bewustzijn. Door dan ook natuurlijk te reageren, zoals u bij wijze van spreken krabt als u intuïtief jeuk heeft, vergroot u de mogelijkheid intuïties te erkennen, juist te placeren en daarop juist te reageren.

 

Besluit.

Als wij ons bezighouden met intuïtie, dan houden wij ons bezig met een in elke mens in zekere mate aanwezige kwaliteit. Het gaat hier niet om iets wat je speciaal krijgt of verwerft. Het gaat om iets wat inherent is aan je bestaan als mens.

Het zal u duidelijk zijn dat gezien de wijze waarop het onderwerp is gesteld de nadruk ook moest vallen, zelfs bij herhaling, op de eenvoudigste manier om u bewust te worden van deze intuïtieve processen en een innerlijke zekerheid te vinden waardoor u deze beter durft gebruiken. Gezien hetgeen onze vriend zo-even heeft opgemerkt, is duidelijk: hier spelen geen geesten en hogere krachten een rol. Ook dat is nu eenmaal menselijk. Als je je bewustzijn uitbreidt tot andere werelden, dan ben je nog steeds jezelf. Eerst wanneer je contacten krijgt met anderen uit die werelden zoals dat heet, de hogere werelden, zal er sprake kunnen zijn van een vernieuwing die in je plaatsvindt en die dan eveneens niet redelijk kan zijn, maar die desalniettemin iets toevoegt aan hetgeen je bent. Intuïtie doet dit niet. Intuïtie stelt u alleen in staat beter gebruik te maken van het totaal van de gegevens die in u berusten en die u van buitenaf voortdurend ontvangt zonder dit te beseffen. Maar een mens die in zijn leven een zo goed mogelijk resultaat wil verwerven met de middelen die hij heeft, mag mijns inziens ook een dergelijke kwaliteit niet verwaarlozen. Hoe meer de mens zich bewust wordt van alle processen die zich in zijn bewustzijn voltrekken, hoe beter deze mens voorbereid zal zijn op het leven dat hij nu moet leiden en hoe beter hij zich kan instellen op het leven dat zo dadelijk na de dood het zijne zal zijn. Het vinden van banden met alle werelden is voor ons belangrijk. Maar hoe kunnen wij banden met andere werelden ontvangen en verwerken, als we niet eens bereid zijn om eerst onze eigen mogelijkheden zo goed mogelijk te overzien en te erkennen? Wees eerst jezelf. Ontwikkel jezelf zo goed je kunt. Besef de kwaliteiten en waarden die in je leven. Maak daarvan gebruik. Al het andere komt nadien.

Daarmee, vrienden, heb ik u misschien onbewust zoiets gezegd van: Onthoud nu maar dat al die punten die wij hebben genoemd vanavond behoren tot de kleuterklas. Het zijn dingen die je bent. Je moet alleen leren hoe je ze moet gebruiken. Zoals een baby moet leren hoe hij zijn evenwicht moet bewaren, zo moet een mens leren die intuïtieve processen te herkennen en te erkennen, zijn empathische reacties te beseffen en eventueel telepathische contacten te onderkennen voor wat ze zijn.

Pas wanneer je jezelf voldoende beheerst om bewust verder te gaan, heb je alle mogelijkheden om je verder te ontplooien. Het is daarom dat wij dit onderwerp hebben aanvaard. Het is daarom dat ik heb geprobeerd het zo goed mogelijk te behandelen. Het mag dan hier en daar een beetje taai zijn geweest, ik geef dat graag toe, maar de dingen die ik heb gezegd zijn essentieel. Ze zijn zo goed mogelijk geformuleerd. Ze zijn zo algemeen geldig als maar mogelijk was weergegeven, soms zelfs door verscheidene varianten te kiezen.

Ik hoop dat u in dit onderwerp een aanleiding ziet om voor zover u daarvan geen gebruik maakt uw eigen kwaliteiten in dit opzicht verder te ontwikkelen.

Ik ben de kosmos,

maar ik ken niet eens de horizon

van de wereld die ik ben.

Hoe kan ik zeggen dat ik ken

dat wat ik ben?

Ik ben één met alle leven,

deel van alle levenskracht,

maar ik heb mijzelf teruggebracht

tot één bekrompen stukje streven.

Wanneer ik niet erken

dat wat ik ben

hoe kan ik werkelijk leven?

Ik ben deel van oneindigheid

en heb mijzelf aan tijd gebonden.

Ik ben deel van de totaliteit

en heb in deugden en in zonden

ontleed de eenheid van het bestaan.

Hoe kan ik kiezend en verdelend

hervinden de ene werkelijkheid

waarin de tijd is geen baan,

maar een wereld die je leeft.

Dat heb ik geprobeerd op mijn manier duidelijk te maken. Ik hoop dat er voor u het één en ander in zit dat u belangrijk vindt, zo niet legt u het dan maar terzijde. Vindt u er punten in die voor uw praxis of zelfs maar voor uw overweging van belang kunnen zijn, ik zal er prijs op stellen, indien u probeert daarmee te werken. Ik heb de mij opgedragen taak zo goed mogelijk uitgevoerd. Mij rest nog u te danken voor uw aandacht en u toe te wensen dat uw avond goed en lichtend is, dat uw nacht rust geeft aan het lichaam en een dartelen in een lichte wereld aan de ziel en dat de krachten van uw bestaan in vrede en harmonie u in staat zullen stellen in deze wereld iets van dat licht en die harmonie over te brengen.