De openbaring van Aquarius

Als wij de kosmos beschouwen, dan komen we aan het begin de eerste oorzaak tegen. De eerste oorzaak openbaart zich in de tegendelen. Uit de tegendelen komt voort de uitdrukking van de totaliteit, die wij dan liefde of Christos noemen. Dit is dus een goddelijke kracht en niet, zoals velen denken, een vaste persoonlijkheid in de stoffelijke zin van het woord. De Drie‑eenheid brengt weer met zich de 7 bestuurders of 7 hoofdmachten en uit deze 7 hoofdmachten worden de impulsen van de schepping geboren. De schepping zelf doorloopt ‑ en nu bezien wij dit vanuit de aarde ‑ met de zon een bepaalde baan. In die baan treden afwisselend de sterrenbeelden van de Dierenriem op als regeerder. Men kan dus zeggen: Er zijn 12 regerende impulsen, die elk voor zich in elke periode steeds weer optreden, maar waarvan er een een era domineert. Een era in de geestelijke zin van het woord duurt ongeveer 2172 tot 2224 jaar. Er is n.l. een klein verschil in progressie, zodat een blijvend nauwkeurige definitie in de huidige betekenis “jaar” niet is te geven.

De verschillende perioden, waarin het leven zich op aarde openbaart, staan dus onder wat men noemt een bepaalde regent. De regent van het afgelopen tijdperk was Pisces (de Vissen). In dit Vissen‑tijdperk zien wij dan ook, dat het vissymbool buitengewoon veel wordt gebruikt. Het christendom bv., een van de leidende religies, brengt de vis mede in het spel als symbool, vooral in het begin van het christendom. Daarnaast zien wij, dat bv. in het boeddhisme de vis en tevens het reptiel (dus ook dieren, die eigenlijk oorspronkelijk tot de wateren behoren) een zekere rol gaan spelen. Ik kan dit verder uitwerken, maar ik probeer u alleen duidelijk te maken, dat zo’n regent wel degelijk zijn stempel drukt op de periode, de era, in geestelijke zowel als in stoffelijke zin. De materiële ontwikkeling van de afgelopen periode geeft een fantastisch snelle en grote ontwikkeling van de beheersing der wateren te zien. De grote zeevaart is eigenlijk sedert lange tijd op aarde niet meer bekend geweest. Dat is in de eerste Atlantische periode wel het geval; daarna horen we er niets meer van. Nu komt Pisces en in dit teken zien we eerst de zeevaart op de Middellandse Zee zich enorm uitbreiden. Daarna het veroveren der oceanen. We zien zelfs de ontdekking van nieuwe landen, nieuwe werelddelen. Kortom, het is een beheersing van iets nieuws. Dat is in het verleden ook zo geweest, Altijd weer ligt er dus naast de materiele ontwikkeling een geestelijke. Een geestelijke ontwikkeling kan echter nooit gelijk zijn aan de materiele. Als wij te maken hebben met mensen, die eigenlijk alleen nog in voorvaderen geloven (de periode van Osiris), dan zien wij dat het offer wordt ingesteld, dus de godheid als eenheid van een groep, een uitbreiding van godsbegrip en een verandering van de relatie mens tot godheid. Gaan wij weer wat verder kijken, dan komen we in de periode waarin Melchisedek een grote rol speelt en daarmee ook de broederschap, de stille of witte broederschap (Witte Broederschap is een naam van de latere tijd). Deze leert dat het offer niet een bloedoffer mag zijn. We krijgen te maken met het offer van het natuurlijke; de erkenning van de goddelijke kracht in de natuur als een totaliteit. In het hindoeïsme is er eveneens sprake van veel goden en van een we­reld waar de geest afwisselende krachten tegenover elkaar staan. Ook hier brengt de mens zijn vaak zeer bloedige offers. Maar dan komt de Boed­dha en hij brengt in de brahmaans‑vedantische wijsheid een nieuw element: het element van nederigheid, van gelijkheid. Het offer moet plaats maken voor de bestreving. De magische formule, die buiten de mens staat, maakt plaats voor de mantram, die in de mens zijn bestemming vindt en men gaat verder vanuit de meditatie en een zekere onthechting.

Kijken we naar Jezus, dan zien we, dat zijn hele leer eigenlijk te herleiden is tot dat ene gebod. “Hebt God lief boven alle dingen en uw naaste gelijk uzelf.” Hier is de verhouding van gebondenheid, verplichting, trouw, die de voorgaande periode heeft geleerd, aangevuld. Zij wordt tot liefde. De God als een machtsprincipe wordt tot vaderbeeld, een vaderimago. Deze vaderlijke Godheid wordt geleerd in een tijd, dat alles nog macht is. En als wij nu zien hoe het christendom zich verder ontwikkelt, dan ontdekken we met enige verbazing dat de eenvoud, die Jezus zelf leert, al heel snel teloor gaat in de pronk en praal, de rituelen, de zelfverheerlijking van de priesters en profeten, zoals dat t.a.v. de mozaïsch‑abramische periode ook bij de joden het gevolg is geweest van de ontwikkeling van een godsdienst. Het gehele wereldbeeld echter wordt gekleurd door die leer van Jezus. De gedachte om leven te sparen, omdat dat ergens niet meer kan worden geschapen, omdat dat goddelijk is, zou circa 1500 jaar geleden dwaasheid zijn geweest. Nu op dit moment is het iets, wat men algemeen wel begrijpt, al brengt men het niet in de praktijk. Het denkbeeld dat God onbenaderbaar is, dat God geen potentaat is maar een kracht, zou 2000 jaar geleden niet te begrijpen zijn geweest. U neemt een groot gedeelte van de wereld dit toch wel aan. Ik zou zo kunnen voortgaan.

Wat is er dan in het verleden gebeurd? Wij zien een periode, waarin de heerser een zekere invloed heeft. Wanneer deze invloed zich begint te vestigen, ontstaat er een periode van onrust: een omwenteling. Het was bv. in Jezus’ tijd de dominantie van Rome, die tamelijk snel toenam en die de hele wereld en de tot dan bestaande orde (die van Egypte bv.) eenvoudig onderste boven gooide. In deze tijd staan we voor iets dergelijks. Jezus komt en brengt een leer, die vooruit loopt op datgene, wat eigenlijk een volgende periode (die van Aquarius ) pas brengt, want Vissen is niet direct een teken van vergeestelijkte broederschap. Maar Jezus’ gehele leer is gebaseerd op de broederschap in de geest en op de mens zelf. Het zal u duidelijk zijn, dat er in deze tijd dus eigenlijk een ontwikkeling ten einde gaat; de ontwikkeling van het christelijk principe, daarnaast de materiële ontwikkeling, die in de gehele periode Pisces ligt. In de huidige tijd worden wij dan ook geconfronteerd met plotselinge grote veranderingen. En als u nu even beschouwt wat er in de laatste honderd jaar is gebeurd, dan ziet u reeds dat de mens nu ineens begint zich in het luchtruim te bewegen, zoals men eens leerde de zeeën te bevaren. U ziet, dat de mens, zoals hij eens leerde de een­voudige chemie te kennen en te beheersen, nu overgaat tot de atoomchemie. Dat de mens, die eens de onbekende delen van de wereld ging verkennen, nu zijn aandacht richt op de onbekende delen van het Al. Er is dus kennelijk een soort transformatie aan de gang, waarbij dat, wat het verleden kende, in een nieuwe vorm, maar eigenlijk vergelijkbaar weer tot uiting komt. Dit is het spiraalbeeld, dat we allemaal kernen, naar ik aanneem. De spiraalvormige ontwikkeling, waarbij elke volgende fase dezelfde mogelijkheden brengt, maar in een hoger medium of op een hoger niveau.

Nu ik dat alles zo heb verteld, zal het u ook duidelijk worden dat de openbaringen van Aquarius tweeledig moeten zijn. Zij zullen in de eerste plaats betekenen, dat de mens de ruimte gaat overwinnen, zoals eens de wateren. Dat de grenzen, die in Jezus’ tijd langzaam maar zeker grotere eenheden gingen omvatten, nu langzamerhand moeten verdwijnen, omdat de grenzen buiten de wereld komen te liggen. Er is dus een verandering van milieu, die inhoudt dat ook het denken van de mens en zijn besef zich zullen moeten wijzigen. In de tweede plaats zal u opvallen, dat er een toenemend verzet is tegen uiterlijkheden. Er is een tijd geweest, dat het met pronk en praal optreden van vorsten, hertogen, graven enz. haast onvermijdelijk was, en de plechtige processies door de straten een noodzaak waren voor de uitdrukking van het geloof. Nu, u zult het wel kunnen zien, het is zo dadelijk de 3e Dinsdag, is de belangstelling voor vorstenhuizen wat normaler; emotioneel nog wel wat geladen, maar toch zeker niet meer alleen een verering, een vergoddelijking zonder meer. Zij bevat veel meer begrip. Zij gaat niet meer uit van rang zonder meer. De rang kan slechts bestaan, indien zij gepaard gaat met een verdienste. En daarmee wordt dus het denken van de mens anders. Hij kan niet meer de overheersing in uiterlijkheden erkennen. Deze moet gebaseerd zijn op meer dan alleen uiterlijk vertoon. Hij vraagt inhoud; d.w.z. dat hij zich dus richt naar de geest, naar de ziel der dingen. Een geestelijk niveau, al begrijpen de meeste mensen van deze tijd dat niet, omdat ze geen vergelijkingsmateriaal hebben, is op het ogenblik voor velen normaal, terwijl dit vroeger eigenlijk alleen maar voor de enkeling (de wijsgeer en de ingewijde) enigszins was weggelegd. Het is duidelijk, dat er in zo’n periode elementen naar voren gaan komen, die niet alleen in de tijd kentekenend zijn, maar die profetieën zijn t.a.v. de toekomst.

Nu weet u allemaal, dat er een toenemende neiging is om het zelf te doen. “Do it youself” is niet alleen maar tijd verknoeien, extra werk voor de vaklieden scheppen e.d., het is wel degelijk een poging tot onafhankelijkheid. Soms wordt dit ‑ dat geef ik toe – uit noodzaak geboren, maar in de praktijk komt het toch wel neer op de behoefte om zelf de zaak te kunnen overzien, zelf de zaak te kunnen indelen. De mens gaat zeggen: Mijn huis is van mij. Wat ik daarin heb, is van mij. Ik wil dit kiezen in overeenstemming met mijn wezen en kan ik dat niet, dan zal ik het maken. Draag dit nu over op de godsdienst, op het wijsgerig denken, op de esoterie, als u dat wilt. Wat blijkt dan? De mens is steeds meer datgene, wat hem of haar past. Ook hier vormen steeds meer mensen zich, zelfs binnen de kerken, een eigen voorstelling van wat goed en noodzakelijk is. De geschillen in vele religieuze groeperingen van deze tijd pleiten reeds daarvoor. Er is iets aan de gang. Als ik nu terugkeer naar wat Jezus zegt, dan valt het mij op, dat Jezus eigenlijk geen priesterdom instelt. Priesters komen er wel, maar dat is een ontwikkeling van de paulinische periode, een organisatorische kwestie. Jezus probeert de mens duidelijk te maken, dat hij in en vanuit zichzelf het Koninkrijk Gods kan betreden. Als hij zegt: “Het Koninkrijk Gods is in u”, dan bedoelt hij niet alleen dat niemand anders je kan helpen om het te betreden, maar hij bedoelt ook dat je het zelf kunt betreden, dat je geen bemiddeling van node hebt. De idee van Jezus als middelaar tot het Koninkrijk Gods is dus alleen in zoverre waar, dat hij toont hoe je dit innerlijk rijk kunt betreden. Maar er blijven problemen bestaan. Er zijn de problemen van goed en kwaad; het probleem ‑ zo sterk in het moderne christendom, maar ook in vele andere godsdiensten ‑ van vergeving der zonden; het probleem van de juiste leer. Het is op dit terrein dat Aquarius zijn openbaringen gaat geven. Deze openbaringen zijn uit de aard der zaak gebaseerd op datgene, wat Jezus op aarde ook heeft gebracht. Zij betekenen geen verandering, maar een aanvulling; en als u het mij vraagt, vooral ook een verbetering t.a.v. het menselijk begrip omtrent Jezus’ leer.

De openbaringen voor en van het Aquarius‑tijdperk zou je moeten formuleren in korte zinsneden, want het is onmogelijk het gehele terrein te overzien. Ik zal trachten dit in deze inleiding te doen en daarbij commentaar te geven waar en voor zover het mij noodzakelijk lijkt. “Het enig belangrijke en zinrijke in het menselijk leven is de werkelijke liefde, die niet vraagt in ruil voor wat zij geeft; die zich niet beperkt tot een of het ene of het eigene, doch lief heeft, omdat de totaliteit de uiting is van het Goddelijke.” Dit spreekt voor zichzelf. De genegenheid, de broederschap van mensen, kan niet berusten op de menselijke relaties; dan zou ze vaak onmogelijk zijn. De mens moet dus leren een andere maatstaf, een ander criterium voor deze broederschap te vinden. En deze kan alleen gelegen zijn in het behoren tot dezelfde schepping, in het een uiting zijn van dezelfde goddelijke Gedachte.

“Niemand kan u bevrijden van schuld. Niemand kan u beschuldigen, behalve gijzelf. De demonen, die u achtervolgen, zijn de gedachten, die gij in uzelf bezield hebt. De Engelen, die u beschermen, zijn uw verwachtingen en hoop, die gijzelf inhoud hebt gegeven. De waarheid van uw wezen is echter de goddelijke totaliteit; zoals zij in u is vastgelegd.” Ook dit spreekt weer voor zichzelf. Hel en verdoemenis hebben in de afgelopen periode een grote rol gespeeld. Het is echter duidelijk, dat de mens geen God heeft, Die wreed is en ook geen God, Die een bemoeizieke keukenpiet is, die overal komt kijken. Die God moet dus geen kwaad en geen goed scheppen vanuit menselijk standpunt. Daarom moet alles, wat de mens als goed en kwaad ziet, voortvloeien uit zijn eigen wezen.

Daar wil ik dan een verdere conclusie aan vastknopen, die past binnen de openbaring van Aquarius. Alle kwaad op de wereld komt niet voort uit datgene, wat bestaat, maar uit het verkeerd werken met of begrijpen van hetgeen bestaat door de mens. Al datgene, wat bij de mens leidt tot disharmonische reactie, zal voor hem kwaad zijn. Al datgene, waarin hij zich harmonisch kan bewegen en dat hij als harmonisch kan aanvaarden, is voor hem goed. Dan zal het u duidelijk zijn, dat indien wij in de openbaring van Aquarius, zo sterk de nadruk moeten leggen op de mens zelf, de eerst volgende stap is: “De enige priester, die voor de mens kan bestaan, is hijzelf, zo hij keert in zichzelf en durft treden voor zijn God.” Zeer eenvoudig. Geen toevoeging nodig.

“De kracht van de mens is de totaliteit van zijn wezen. De kracht, waarover hij beschikt, is dat deel van zijn wezen, dat hij durft of wenst realiseren.” Niet kan. Hier wordt niet gesproken over het vermogen. Het vermogen tot realisatie van het “ik” is in principe in ieder mens aanwezig. Maar dat, wat die mens tot stand kan brengen, hangt af van hetgeen hij zelf kan aanvaarden, wat hij kan voortbrengen, wat hij voor zich kan maken tot een bruikbaar iets. De krachten van de hele wereld en van het hele Al zijn de laatste tijd nog­ al zeer materialistisch uitgedrukt en omschreven. Maar Aquarius is zozeer in­ gesteld op de algemeenheid (de gemeenschap), dat zelfs de beperking van bv. een wetenschap voor Aquarius eigenlijk niet aanvaardbaar is.

En daarom stelt Aquarius: “Alle kennis der mensen is begoocheling. Alle erkennen der mensen, dat voert tot bewuste, uit het “ik” voortkomende actie, is waarheid.” Een criterium, waarover menigeen zou kunnen vechten en een zinsnede, die voor sommigen misschien duister is. Laat mij haar iets verder ontleden. Een groot gedeelte van wat de mens kennis noemt, berust niet op zijn eigen ervaring in de eerste plaats; en in de tweede plaats wordt het door hem aanvaard, zonder dat hij het zelf op de proef stelt. Dit kan dus absoluut onwaar zijn, maar de mens hanteert het als waarheid. Zodra de mens echter alleen die dingen aanvaardt en zelfs ook maar van anderen wil leren, welke hij werkelijk nodig heeft en deze zelf op de proef stelt, zal hij weten wat waar is. Zo zou men kunnen zeggen, dat naast de trouw van de vorige periode en naast de liefde van de afgelopen periode in de komende periode rechtvaardigheid en erkenning het motto van de tijd zullen worden. Een mens wordt beheerst door vele dingen en hij is niet in staat dat allemaal van elkaar te scheiden. Aquarius moet ook daarin een richtlijn geven, omdat een verdere materialistische ontwikkeling alleen maar ondergang zou betekenen.

De openbaring van Aquarius stelt daarom: “Alle stoffelijke waarden (of zij nu hartstochten, emotie, stoffelijke erkenningen, sensaties e.d. bevatten) kunnen slechts een interpretatie zijn van de hogere wereld, waartoe het “ik” behoort. Zodra het “ik” in zich van de hogere wereld bewust wordt, zal het totaal der acties, erkenningen, emoties, hartstochten e.d. slechts de uitdrukking, worden van een harmonie, die innerlijk en op hoger vlak reeds is ervaren.” Kort gezegd: De geest moet de uiting beheersen, niet op grond van wat er materieel gebeurt, maar op grond van wat er innerlijk aanwezig is.

Dat zijn dan algemene regels. Maar algemene regels, waarvan ik u er nog heel wat zou kunnen opnoemen, zijn zeker niet voldoende. Een openbaring houdt meer in. Zij houdt o.a. in: het begrip van de sleutel tot bepaalde waarden van het leven. Het betekent het toegankelijk worden van een groot aantal innerlijke waarden en mogelijkheden, die tot op dit ogenblik geheim of verborgen waren. Het zal u duidelijk zijn, dat ik niet alle sleutels, die in de volgende periode openbaar kunnen worden gemaakt, nu reeds met u kan bespreken. Maar er zijn er enkele, die toch de aandacht waard zijn.

“Als gij u schuldig voelt of zondig in de christelijke termen, zo vloeit dit voort uit een disharmonie, die gij zelf tot stand hebt gebracht. Indien er een disharmonie bestaat, kunnen wij haar inpassen in een harmonie van hogere orde. Zonde kan slechts door de persoon zelf worden opgelost; en wel door additionele waarden in en vanuit zich voort te brengen, waarin a.h.w. het zondebegrip wordt opgenomen en daarin versmelt.” Het vraagt wel enige uitleg, neem ik aan. Zondebegrip is dus disharmonische erkenning, onverschillig van wat. Disharmonie komt voort uit de geest en ook uit de materie, die reageert op bepaalde denkbeelden en door het milieu geschapen waarden. Als ik nu het gevoel heb, dat ik zondig kan ik wel beredeneren dat ik niet schuldig ben, maar ik kan het voor mijzelf niet waar maken. Ik kan een eenmaal in mij bestaand begrip niet terzijde schuiven. Het is een emotionele reactie. Deze kan door de mens niet worden beheerst via stoffelijke en mentale wegen en middelen. Maar het is mogelijk een tweede waarde te scheppen, die voor het “ik” wel goed is en die het “ik” zodanig in zich opneemt, dat het kleinere daarin teloor gaat. Misschien heeft u allemaal wel eens een situatie meegemaakt, waarin u hoofdpijn had, totdat u met een hamer op uw duim sloeg. Toen klopte de duim en u was de hoofdpijn vergeten. Ze was a.h.w. over. Nu moet u niet denken, dat ik bedoel dat je pijn met pijn en zonde met zon­de moet verdrijven. Ik bedoel hiermee dat een indruk, voortkomende uit een totale inzet van de eigen persoonlijkheid, in staat is vroegere indrukken, die nog hinderlijk zijn, a.h.w. in zich op te nemen en zo daaraan als ervaring een waarde te geven, zonder dat zij als schuldgevoel of disharmonisch beleven blij­ven bestaan. Dit is een heel belangrijke sleutel. Zo zijn er meer.

Bijvoorbeeld de sleu­tel tot het betreden van het innerlijk rijk. Ik kan niet alle sleutels van de toekomstige periode geven; dat vraagt ook een langzame ontwikkeling, u zoudt bovendien het merendeel ervan niet begrijpen of verkeerd begrijpen. “Om door te dringen tot de Godheid, die in mij is, moet ik mijzelf zozeer erkennen, dat ik wij kan uitschakelen. Daar, waar ik mijzelf vergeet in mijn innerlijk, betreedt ik het rijk Gods en sta ik voor het Licht, dat eeuwige dat blijvend is, de goddelijke Vlam, die in mij woont.” Ook deze stelling wil ik van commentaar voorzien. Ik merk nogmaals op; dit is dus niet de volledige openbaring. Deze zal ‑ naar ik meen ‑ eerst over enkele honderden jaren algemeen bezit kunnen worden. Maar het zal u duidelijk zijn, dat indien ik mijzelf ken, ik ook weet wat uit mijzelf voortvloeit en wat niet. Wanneer ik mij van de buitenwereld afsluit (men zegt dan “in eenzaamheid gaan”, wat Jezus doet, als zo vertellen “hij trekt zich terug in eenzaamheid in de woestijn”), dan kan ik, indien ik besef wat ik ben, een onderscheid maken tussen wat ik ben en het andere dat ook nog in mij kenbaar is. Ik ontmoet waarden, gedachten, beelden, (emoties misschien, om het menselijk te zeggen), die ik niet als uit mij voortvloeiend kan beschouwen. Ik concentreer mij daarop. Ik verlies dus mijzelf en wat er in mij bestaat uit het oog om het andere wat er in mij bestaat in ogenschouw te nemen. Het is een soort meditatief proces, dat geef ik graag toe, maar het kan met enige training werkelijk in redelijk korte tijd worden geleerd en men kan daarmee grote resultaten behalen. Een mens, die op deze manier doordringt tot de kern van zijn wezen, zal in het begin, dat is duidelijk, alleen vanuit die kracht tot zichzelf terugkeren. Maar de goddelijke Kracht in ons heeft een eigen taal. Die taal verstaan we wel, doch we verstaan haar maar half. We moeten a.h.w. liplezen, zoals een stomme moet trachten zonder de klanken te horen uit de beweging van de mond op te maken wat er wordt gezegd, welke klanken er worden gevormd. Wij moeten leren die Godheid te observeren. Nu is de goddelijke Gedachte, ook als zij zich in ons manifesteert in één kleine vonk, in wezen ondeelbaar.

De sleutels, die ik u op dit moment niet mag geven, hebben betrekking op wat men noemt: het lezen van de goddelijke Gedachte. Overigens een oud kunstje. We vinden dat terug in de Hallen der Herinnering der Egyptenaren, in de rollen van het Lot bij de brahmanen, in de Zend‑Avesta als een soort tafel van goddelijke waarden. Het is a.h.w. de eeuwige, de tijdloze waarheid. De openbaring van Aquarius is erop gericht om voor steeds meer mensen dit niveau bereikbaar te maken. Dat houdt dus in, dat dit in de tijd van Aquarius niet zonder meer een feit zal worden voor iedereen. Dit betekent alleen, dat de lering openbaar wordt gemaakt, waardoor men kan gewennen aan het denkbeeld (dat heeft de mens nodig) en door deze gewenning kan komen tot een aanvaarding, een innerlijke verwezenlijking ook op den duur. Nu deze christelijke era practisch is afgelopen, begint het christendom weer zijn ware gestalte te krijgen en zijn er meer ware christenen op aarde. Zo zal het ook in de volgende periode van 2100 jaar gaan; de openbaringen, die er verder nodig zijn en die meer algemeen zullen zijn, vinden we voor een deel reeds aangeduid in de leer van bepaalde wereldmeester, wereldleraren misschien ook, die ons zeggen: “De mens, die zichzelf meester is, en toch alles aanvaardt wat tot hem komt, leeft niet slechts in zijn wereld, maar erkent de sferen of de waarden van de geest.” De mensheid zal in die komende periode sensitiever worden. Maar die sensitiviteit ‑ en dat moet u weer begrijpen ‑ zal nimmer zuiver mystiek worden ge­bruikt. Aquarius is een periode, waarin techniek ook een rol speelt; en niet alleen materiële techniek, maar ook wel degelijk de techniek van zelferkenning, van erkenning van de geest, van contact met de geest. Een van de profeten uit het klooster van de Drie Blinden zegt daarover: “Wanneer deze tijd komt en de rode vloed heen en terug is gegaan over de wereld, zullen de mensen spreken en geen dood meer kennen. Zij zullen weten hoe de kracht (kracht van de geest) te gebruiken en te richten op de materie. Zij zullen de krachten der materie richten en maken tot waarden van de geest. En zij, die waarlijk zichzelf erkennen en bemeesteren. (een boeddhistisch concept, dat ik zo vertaal), zullen de geesten der elementen bevelen. Dit laatste zal ik u dadelijk verder uitleggen. Ik wil echter eerst nog een voorspelling nemen uit ongeveer 1640 van L’ Abbé Foyaut . Deze voorspelt n.l. ook. voor de Aquarius-periode: “Er zal geen grens meer zijn tussen hemel en aarde, en slechts eerbied en angst zullen de grenzen trekken tussen mens en God.” En daarmee bedoelt hij de hele wereld.

Waar het hier om gaat is het volgende: In de oudheid heeft men technieken gekend als ademhalingsbeheersing, lichaamsbeheersing, het redigeren van lichaamsstromen, beheersing van het Kundalini‑vuur, waardoor de mens bepaalde toestanden kan bereiken. Laten we zeggen “high” worden in meer geestelijk‑mystieke zin. In de nieuwe tijd zal men eenvoudiger technieken ontdekken, want een groot gedeelte van hetgeen eens door jarenlange lichamelijke training werd gedaan, kan door de uitoefening van de wil op de juiste wijze, mits de begeleidende omstandigheden goed zijn, eenvoudiger en sneller worden bereikt. En dat wil zeggen, dat die wereld voor veel meer mensen toegankelijk wordt. Maar denk nu niet, dat die openbaringen voor de Aquarius‑periode allemaal alleen maar geestelijk of vreugdig zijn. Ik citeerde zo even reeds die rode vloed. Die rode vloed zal men waarschijnlijk kunnen vertalen in de Mongolen‑ storm, die inderdaad grote veranderingen tot stand zal brengen in de hele wereld en alle verhoudingen in die wereld; wat niet betekent, dat u binnenkort Chinees zult rond lopen. Zo Chinees ziet de zaak er niet uit. Het gaat hier over een gedachte-invloed, die de wereld overspoelt. Wie daar oog voor heeft, kan reeds nu zien ‑ hoe deze gedachte-invloed zich in het westen overal uitbreidt. Die vloed moet veel oude, op het ogenblik vastgeroeste ideeën overwinnen. Wanneer dit is gebeurd en de werkelijke waarde, die ook in de westerse cultuur ligt, wordt beseft, dan verdwijnt deze invloed geestelijk ‑ en voor zover ze stoffelijk wordt uitgeoefend ook stoffelijk ‑ weer en blijft er een nieuwe essentie een nieuwe bouwstof over. Deze rode vloed is onvermijdelijk. Als ik het in tijd moet uitdrukken, kan ik zeggen: De periode van 1970 tot ongeveer 2100 kent in de 1e plaats vele oorlogsdreigingen en omwentelingen, ofschoon hoe later in de tijd hoe gunstiger in werking. Daarnaast echter kent zij wel degelijk een sterk verval van bepaalde beschavingen en een opkomen van nieuwe beschavingen. Dit is noodzakelijk, opdat de in gedachten geschapen nationale entiteiten (de rassengeesten, die door de gedachten van de volkeren nog geketend zijn) zullen vrijkomen. De gedachtevormen vervallen en de in de schepping meewerkende geesten zijn dus in staat om zich aan de gehele mensheid te wijden en niet alleen aan bepaalde delen. Door deze periode van veranderingen en omwentelingen, die voor de meesten van u niet zo sensationeel zal zijn, maar die in materieel en ook anderszins heel grote varianten teweeg zullen brengen in het huidig bestel, het huidig denken en zelfs in de huidige productiemethoden, komen wij dus naar de nieuwe tijd. De nieuwe tijd in zijn eerste periode (de periode van revolutie en aanpassing) gaat uit van de samenwerking der mensen. Eerst daar, waar mensen in vrijheid vanuit zichzelven en met inzet van hun gehele kunnen en persoonlijkheid gezamenlijk trachten iets goeds te bouwen, kan er op de wereld een nieuwe, meer omvattende harmonie ontstaan. Dit tekent de eerste jaren. Daarna geldt; Zij, die harmonie hebben, zullen harmonisch zijn met hen, die disharmonieën kennen en tot stand brengen, opdat zij door aanvaarding en begrip de eenheid in harmonie vinden: de absorptie van de nu nog zeer levendige restanten uit de oudheid, de restanten uit de technische ontwikkeling (de machine‑era, de ijzeren eeuw), de absorptie van nationale belangengroepen en godsdienstige groepen door de goedwillendheid, de liefde, het begrip voor de anderen. Dit is iets, wat zich gedurende een lange tijd uitstrekt; en dan hebben we ongeveer het jaar 2100. In die tussentijd treedt ook de nieuwe openbaring op een zeer algemeen kenbare wijze in verschijning. De eerste uitbreiding van de z.g. voorlopers of Meesters en Leraren is op het ogenblik aan de gang. Ze worden overal wel weer bekend. Overigens typerend: de voornaamste centra, waarin de huidige Wereldleraar zijn leer nu actief ziet worden, komen overeen met de kloosters waar Jezus in zijn jongelingstijd al lering heeft opgedaan. Het is zeer typisch, dat bepaalde punten van de wereld dus kennelijk een bijzondere krachtbron zijn voor geestelijke vernieuwing. Vandaaruit krijgen we de periode van vrede, die u echter helemaal niet moet zien als een periode van stilstand. Eerst wanneer er uiterlijk rust en voldoende levensmogelijkheden voor iedereen aanwezig zijn, is het mogelijk om innerlijk te werken. Wie kan er worden verstaan door de geest die onbewust is, als de maag van die geest nog schreeuwt van honger? En wie, is zo dwaas om in een woestijn te zaaien, voordat hij water heeft aangevoerd om haar vruchtbaarheid tot uiting te brengen? Oude gezegden, maar hier van toepassing. In die periode van vrede krijgen we een geestelijke ontwikkeling; en deze zal gepaard gaan met o.a. het contact van de mens met het Al, verder ook met een totaal nieuwe opvatting van leven. Daarom ga ik nog een paar punten aanhalen, die de meesten van u reeds in vele vormen hebben gehoord, maar die voor de rest van de wereld zeker zullen behoren tot de openbaring van Aquarius;

Moraal is een uiterlijk gedragsnorm, zodra zij uitgaat van het oordeel en de reacties van anderen. Zodra zij slechts is gebaseerd op eigen erkennen van juistheid, is zij de weergave van de goddelijke waarde en wet in onszelf. Niemand heeft het recht over zijn naaste te oordelen of hem te veroordelen, daar hij niet in staat is deze naaste te erkennen in waarheid. Wel zal hij echter de disharmonie zien, die door een ander tot stand komt en trachten deze in harmonie te doen verkeren door zijn harmonische waarden op de ander te richten, op hem in te stellen en met hem te delen. Dan zijn er ook nog aspecten, die misschien wat fantastischer zijn: bv. geneeskunde. De menselijke genezer wordt de geestelijke genezer. Want indien in de geest harmonie is en de wil sterk, zo zal het lichaam worden beheerst. Daar, waar nog niet een voldoende wil en bewustzijn aanwezig zijn, zal een zeer groot gedeelte meer mechanisch kunnen worden afgedaan. In plaats van de dokter komt er een samenwerking tussen de medische computer en de meer gevoelige, geestelijk hoogstaande, vrijwillig en meestal zonder vergoeding werkende geestelijk genezer. Het priesterschap, zoals we dat nu kennen en ook het gezag, de regering, berusten op uiterlijk aanzien. Het is bv. bekend, dat in het begin van de Zoroaster-leer en ‑dienst werd uitgeroepen: “Gij tooit u met kleurrijke gewaden, gij pronkt als pauwen met uw geestelijke hoogheid en in uw ledigheid zijt gij niets dan schimmen, marionetten van eigen ijdelheid.” Jezus zegt het een beetje anders tegen farizeeërs. Hij begint over witgepleisterde graven. Het gaat er dus om een inhoud te krijgen. Iedere mens zijn eigen priester is heel aardig, maar ook elke priester moet leren. In de plaats van de priester, die men nu kent, krijgt men de leraar; dus degene, die u helpt uzelf te vinden. In de plaats van de regeerder krijgen wij de coördinator. Niet degene, die regelend optreedt, maar ‑ indien u tot hem komt ‑ het mogelijk maakt een juiste samenwerking met anderen te vinden. Ook dit is een totale vernieuwing, die alleen mogelijk is, indien wij uitgaan van de geestelijke waarden. De geestelijke waarden van de komende tijd liggen reeds in het heden vast, omdat Jezus reeds heeft geleerd dat je om iemand te volgen alles moet achter laten. Het werkelijk belangrijke is het enige, waaraan je je volledig kunt wijden. Waarom dan delen van jezelf wijden aan het onbelangrijke, zodra het belangrijke gekend is? Daar komt het op neer. En in de leer, die Aquarius gaat brengen, krijgt dit nog een uitbreiding. “Waar gij de God in u weerkaatst ziet in het andere, vergeet daar u­ zelve en weest de uitdrukking van uw God, zodat gij in recht en eenheid, in besef en werken één moogt zijn met allen.” Niet het begrip van het volgen van bv. de Christos (denk aan wat ik hiervan in het begin heb gezegd), maar eenvoudig een zodanige overgave, dat men zelf drager van de Christos wordt. Niet meer een nalopen van een ander, ofschoon dat een tijd lang nodig is geweest en zeker in de Aquarius‑periode nog steeds zal voorkomen, maar een één‑worden met anderen; en dat bedoel ik dan zeker niet stoffelijk. Ik bedoel dit zuiver geestelijk als erkenning. Als Jezus in het verleden zegt; “Niet ik ben het, die spreekt tot u. Het is de Vader, die tot u spreekt door mij”, dan wil hij hiermee weergeven: Ik, Jezus, speel geen rol. Dit is het doel van de geestelijke strever van de Aquarius‑periode. Hij wil niet meer zelf zijn. Hij wil uitdrukking Gods zijn en daartoe heeft hij dus die hele ontwikkeling, die ik u reeds heb beschreven, van node. Dan wil ik u nog op het volgende wijzen; Aquarius is begonnen. Dat wil zeggen; u leeft op het ogenblik in de Aquarius‑periode. Wat aan goede waarden uit het tijdperk der Vissen is overgebleven, gaat zonder meer over in Aquarius‑waarden en Aquarius‑werkingen. Wat echter menselijk disharmonisch voortvloeide uit het verkeerde begrip van wat het Vissen‑tijdperk met zich bracht, zal natuurlijk in deze tijd zijn achtergrond verliezen. In dit verband herinner ik aan een magische uitspraak, die zegt: “Vele machtige goden en demonen zijn slechts bouwsels van de gedachten der mensen. Hoe zullen zij nog antwoorden, indien zij niet worden gevoed door de gedachten der mensen?” Dat zal gelden voor heel veel van het verkeerde. Dingen, die niet meer passen, vinden geen weerklank meer. Ze continueren zich nog wel, maar ze worden ‑ om het eens modern en politiek te zeggen ‑ a.h.w. uitgehold tot er op het laatst alleen een uiterlijkheid overblijft, waaraan niemand zich stoort en die ongemerkt vervluchtigt en verdwijnt als een wolkje voor de wind. Op deze manier zit u dus in een periode, waarin het zeer belangrijk is om datgene, wat nog waar is, wat nog werkelijk leeft en datgene, wat in feite al dood is, waarvan alleen nog een soort schijnvorm overblijft, van elkaar te onderscheiden. Daarom citeer ik iets dat misschien niet algemeen bekend is, maar toch wel degelijk uit de leringen van Jezus voortkomt; “Bedenk, dat vele woorden zijn als bladeren, die de rijping der vruchten verhinderen en de ware vrucht, waarin de plant voortleeft, verbergen.” Ontdoe dus reeds in deze tijd zoveel mogelijk alles van zijn woord betekenis. Herleid het tot wat het voor u betekent. Beproef het verder, indien het voor u betekenis heeft, op zijn reële werking. Wanneer men spreekt van democratie en gelijktijdig iemand de mond snoert, dan weet u: dit is geen democratie. Als men zegt; “Dit is geloof” en men predikt de opstanding der doden door de macht van Jezus en de apostelen, maar men durft er zelf niet aan te beginnen, dan is er iets fout. En indien men reclame nodig heeft om een mens te bekeren, dan betekent dat, dat men geen vertrouwen heeft in de geestelijke uitstraling en waarde, zodat men daarom andere hulpmiddelen gebruikt. Dat is logisch. Kijk dus niet naar de woorden. Dat geldt ook voor ons. De woorden zijn alleen maar een mededeling. Maar die mededeling moet werden getoetst aan de werkelijkheid. Door te zien wat werkelijk nog harmonisch is, wat goed is, waarin werkelijk iets levends tot stand komt, kunt u uitmaken wat blijvend is in deze tijd, wat uw aandacht waard is, waarin u de juiste mogelijkheden tot harmonie vindt. En wat de rest betreft, vergeet één ding niet: de enige arbiter van goed en kwaad bent u zelf. Dat betekent niet, dat u moet doen wat u wilt, want u wilt vaak iets, waarmee u het zelf niet eens bent. Doe datgene, wat u in uzelf als goed en juist erkent. Indien u zo reageert zult u reeds in deze tijd de krachten van Aquarius in uzelf voelen groeien en de paar openbaringen, de paar punten van belang, die ik in deze toespraak heb aangesneden, zult u niet alleen begrijpen, maar u zult ze ook kunnen gebruiken, want dit is de tijd, dat reeds vele sleutels voor een toekomstig tijdperk worden gegeven.