De Orde in deze tijd

image_pdf

 9 december 1960

Orde = Orde der Verdraagzamen.

Aan het begin van deze avond wijs ik erop, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Verder wil ik er op wijzen, dat wij deze keer met een geheel nieuwe kracht zullen kunnen gaan werken, waardoor de Steravond een zeer bijzondere wordt. Het innerlijk symbool van de Orde zal veranderen van een vijfpuntige in een zespuntige ster. Eigenlijk vindt dat pas plaats op 21 december a.s. Op Steravond zullen wij al over het merendeel van de hiermede verbonden krachten kunnen beschikken. Wij hopen dan ook deze promotie van onze Orde in de geest te vieren door het met meer dan gewone kracht op Steravond uitzenden van gedachten aan eenheid en saamhorigheid, van verdraagzaamheid. Deze eigenschappen immers behoren het kenmerk van al onze groepen te zijn. Wij achten het niet noodzakelijk ook het uiterlijke kenmerk van de Orde, het bekende vijfpuntige sterretje, nu onmiddellijk te wijzigen.

Mijn onderwerp voor deze avond luidt: De Orde in deze tijd.

De mensen, die de Orde alleen kennen als een spiritistisch of spiritualistisch verenigingetje, realiseren zich veelal niet, hoe groot en hoe complex de Orde in feite is. De stoffelijke organisaties zijn betrekkelijk klein. Wij beperken ons meestal tot een deel van een taalgebied in de stof en gebruiken daarbij zo mogelijk slechts één medium. Blijkt het noodzakelijk met twee of meer mediums te werken, dan zorgen wij ervoor, dat deze een grote afstand van elkaar verwijderd zijn. Hierdoor is het mogelijk te voorkomen, dat prestigekwesties en persoonlijke geschillen in het Orde-werk invloed krijgen. Ongeacht de beperkingen van de stoffelijke groepen heeft onze Orde op het ogenblik op aarde 137 centra. Over geheel de aarde verspreid, liggen er 137 punten, van waaruit de Orde tracht verdraagzaamheid te brengen, begrip voor anderen, en te onderwijzen omtrent de geheimen van de kosmos, terwijl tevens wordt getracht de mensen een beter inzicht te verschaffen in de geheimen van het menselijke leven.

Onze Orde zelf is – in de geest – zeer oud. Wij hebben in het verleden al eens een overzicht van de historie van de Orde gegeven. Ik zal dit alles niet herhalen. Onze Orde bestaat – zij het niet onder de naam, die u kent – al in de tijd voor Christus’ geboorte. Zij werkt op deze aarde in vele verschillende vormen van ongeveer 500 n. Chr. Hier in Nederland, in de u bekende vorm, zijn wij werkzaam vanaf 1917-1918. Als geestelijke groepering hebben wij de ontwikkeling van uw huidige wereld wel degelijk meegemaakt. Daarom zijn wij ook steeds sterker betrokken geraakt in het wonderlijke werken van deze tijd.

De Orde kan in deze dagen niet enkel meer voor verdraagzaamheid strijden. Verdraagzaamheid is niet genoeg meer. Zij kan natuurlijk spreken over de kosmische liefde en de naastenliefde, maar ook deze dingen falen in deze tijd vaak en kunnen het menselijke hart niet voldoende meer beroeren. Wij hebben onze activiteiten herzien en getracht onze principes met deze tijd in overeenstemming te brengen. Dit blijkt voor u steeds sterker uit de cursussen, die wij geven, waar wij hierbij de nadruk steeds sterker leggen op de praktijk van het leven. Een groot deel van de gebrachte stof bestaat uit praktische raadgevingen, terwijl gewezen wordt op mogelijkheden, die uzelf kunt onderzoeken. Zo trachten wij voor elke mens een eigen weg van inwijding te tonen aan de hand van een reeks lessen, die ieder voor zich kan verstaan en gebruiken.

Het zal u duidelijk zijn, dat wij in openbare bijeenkomsten als deze, niet de gehele en werkelijke inwijdingsgedachte uit mogen dragen. Voor het brengen van dergelijke lessen is een zekere selectie van toehoorders noodzakelijk. Wij mogen u in het openbaar dan ook slechts zeer algemene richtlijnen geven. Toch is er in deze dagen onder de mensheid een buitengewoon sterke behoefte aan een inwijding, die – wel te verstaan – heel wat verder gaat, dan het alleen maar brengen van een beetje meer geestelijke kennis.

Het gevolg is, dat wij op velerlei wijze onszelf hebben ingeschakeld bij kosmische processen. Daarbij moeten wij noodzakelijkerwijze onze oude structuur op aarde behouden. Het is, helaas, in deze dagen niet mogelijk op aarde volgens deze richtlijnen te werken zonder een vorm van organisatie en een betrekkelijk strakke hand tussen de leden. Het is jammer, maar bepaalde juridische aspecten, bepaalde noodzaken van organisatie en financiën, maken een dergelijke vorm onvermijdelijk. Ongeacht de wijzigingen in geestelijke mogelijkheden zullen wij dan ook op aarde verder gaan op de ingeslagen weg, die zeker hier in Nederland op het ogenblik buitengewoon goede resultaten afwerpt.

Naast het eigenlijke werk, dat u van de Orde kent, willen wij gaan trachten bijzondere inwijdingsleren te geven. Wij zullen deze inwijdingen geven door inspiratie, of het aan mensen in handen spelen van bepaalde geschriften en gegevens, het hen doen ontmoeten van personen, die tot het geven van een dergelijke inwijding redelijk bevoegd zijn. Wij werken hierin samen met de Grote Witte Broederschap, die op het ogenblik op deze wereld zeer actief is. In het u bekende werk zult u verder kunnen ontdekken, dat steeds meer de nadruk wordt gelegd op het absoluut verwerpelijk zijn van geweld, op de noodzaak ook van een persoonlijke en zelfstandige, geestelijke ontwikkeling. Dit voert ons ook tot het geven van inlichtingen omtrent de politieke toestand in de wereld, het belichten van de politieke moeilijkheden die zich voordoen, terwijl u zeker ook tijdig zult worden verwittigd, wanneer er dreigingen van buiten komen, of er gunstige mogelijkheden op geestelijk en stoffelijk terrein bestaan. Een algemene voorlichting, die tevens voor hen, die hiervoor rijp zijn, al een mogelijkheid tot verdere inwijding gaat vormen, is wel ons eerste doel in deze dagen.

Bij het beschouwen van deze wereld blijkt ons, dat er op het ogenblik vele mensen vermoeid van geest zijn. Er zijn velen, die niet meer weten, waarheen zij moeten gaan, hoe zij verder moeten leven. De ervaring leert, dat deze mensen zich veelal zullen aansluiten bij kerken en andere geestelijke groepen, die met onze Orde – of de Witte Broederschap – niet direct gelieerd zijn. Ook deze willen wij zo mogelijk helpen. Daarom zullen wij onze aandacht in de geest en de stof steeds sterker op bepaalde geloofspunten richten. Wij zullen daarbij trachten bij steeds meer Christenen de oude inwijdingsgedachte te doen ontwaken. Verder hopen wij te kunnen helpen bij het genezen van vele mensen, ziekten hoofdzakelijk uit eigen onjuist denken en leven zijn voortgekomen.

Wij hopen in staat te zijn, waar nodig ook, persoonlijke leiding te kunnen geven in geestelijk opzicht, en zelfs leeft in ons de hoop en de verwachting, dat het ons gegeven zal zijn, in ver- schillende gebieden van Nederland, inwijdingsscholen te openen. Op welke wijze dit alles zal geschieden, kan ik u nu nog niet zeggen. Wel kan ik u vertellen, dat wij allen popelen van ongeduld om onze nieuwe taken te aanvaarden. Er is ons een nieuwe kracht gegeven. Deze kracht ontstaat op de volgende wijze: tot op heden werd onze groep normaal geredigeerd en geholpen door hogere entiteiten, wezens, die in de sferen van het Witte Licht vertoeven. Vandaar uit hebben zij ons geholpen onze taak te volbrengen, gaven ons kracht en hebben ons gezegd wat wij wel en niet mochten doen. Wij hebben dit gezag geheel vrijwillig aanvaard. Vanuit hogere sferen wordt geen enkele pressie op ons uitgeoefend. Tot op heden bleek het niet redelijk te verwachten, dat dergelijke hoge entiteiten zich ook direct met ons werk zouden gaan bemoeien. Ik vermoed, dat dit te wijten was aan het feit, dat binnen onze Orde nog niet een zodanige staffeling van krachten was bereikt, dat dit zonder te grote verspillingen van kracht en misschien zelfs gevaren mogelijk zou zijn.

Naast onze taken op aarde hebben wij zelf steeds naar het hogere gestreefd. Nu hebben wij een blijvend contact bereikt. De onmiddellijke kracht vanuit het Witte Licht, die heel vaak door de mensen, de Heilige Geest wordt genoemd, wordt een onmiddellijk deel van ons werken in de komende dagen. Overigens zij opgemerkt, dat de Heilige Geest een aspect van het Goddelijke is, dat, via vele entiteiten op hoger vlak, tot uiting komt. Het is moeilijk u geheel duidelijk te maken, hoe belangrijk dit alles voor ons is. Na ruim 2.000 jaren is het de eerste maal, dat ons dergelijke krachten zonder beperkingen worden geschonken. Wij zullen deze hogere krachten niet alleen op aarde mogen openbaren, maar degenen, die hiervoor rijp zijn, zullen zelfs tijdens hun leven op aarde deze hogere krachten kunnen openbaren en – waar dit noodzakelijk is – ook in onze groep.

De komende tijd zal ongetwijfeld voor velen een zeer moeilijke tijd zijn. U begrijpt, dat de spanningen van de afgelopen tijd en ook de onrust, die steeds weer overal optreedt, niet alleen en zonder meer uit het stoffelijke voort kan komen. Er is op het ogenblik een geestelijke omwenteling op deze aarde aan de gang, die wij zullen moeten gebruiken om het goede in de mens boven te doen komen. Alles, wat ons ter beschikking staat, zal dan ook worden ingezet om de mensheid vrijer te maken op de juiste wijze, de mensen groter en beter inzicht te geven op de juiste wijze en de mensheid te leren, wat werkelijke beheersing is. Daarnaast zullen de geestelijke krachten gebruik maken van deze omwenteling om de mens duidelijker te doen inzien, wat de werkelijke inhoud van zijn Ik is en hem de mogelijkheid te geven snel geestelijk tot hoger bewustzijn te klimmen. Wanneer zo dadelijk de spanningen op de wereld oplaaien, de politieke geschillen steeds feller en duidelijker tot uiting komen, zodat geheel de wereld weer onder hoogspanning komt te staan, zal deze mens, die zich niet kan beheersen, of geen voldoende inzicht heeft, kunnen falen.

Aanleidingen tot een dergelijk falen vinden wij in het komende jaar reeds, o.m. de kwesties: Congo, Algiers, Berlijn, Cuba en Mexico. Wij mogen niet ingrijpen in de vrije wil van de mensheid, maar wel kunnen wij er zorg voor dragen, dat hij inspiratie krijgt, dat hij geestelijke sterkte en leiding vindt. De zeer belangrijke taak, die wij aanvaarden, zal dan ook inhouden: het inwijden van enkelingen, het beïnvloeden van menigten, van staatshoofden en kerkelijke autoriteiten. Wij zullen trachten juiste formuleringen te inspireren voor hen, die interkerkelijke banden trachten aan te knopen. Ook zullen wij onze krachten wijden aan het vinden van een redelijke oplossing voor de vele rassenproblemen op deze aarde.
Het zal hier – naar wij vrezen – zelfs met de nieuwe kracht toch wel 5 à 6 jaar duren voor van werkelijk kenbare resultaten sprake zal zijn. U dient hierbij te beseffen, dat wij deze taken zeker niet op ons genomen hebben, omdat wij dit zo gaarne doen, of omdat wij het zo aangenaam vinden steeds weer sterk met de wereld verbonden te zijn. Wij doen dit, daar wij menen, dat dit ons een plicht is tegenover onze broeders en zusters in de stof. Want ook wij, ofschoon wij verheven zijn boven de kleine geschillen en spanningen van de aarde, zijn deel van de mensheid. Juist in een tijd van veranderingen is de Orde meer dan ooit met de mensheid gebonden. Meer dan ooit zal zij dan ook in deze dagen de Goddelijke en kosmische liefde in haar devies voeren.

Wanneer wij in deze tijd een beroep doen op u, is dit zeker geen verzoek om nu eens heerlijk “vergeestelijkt” te doen, of eens heerlijk boven het vulgus uit te zweven. Ons beroep op u zal sterker van u vergen: een tot uitvoer brengen in de stof van de noodzakelijke taken en het kenbaar maken van geestelijke werkingen en krachten aan anderen in de stof. De verdraagzaamheid, de opofferingsgezindheid en de bewuste beheersing zullen wij van u vragen. Wij zullen steeds weer u verzoeken alle agressiviteit en alle gedachten aan geweld van u af te zetten. Wij zullen u misschien moeten verzoeken taken op u te nemen, waardoor u voor de wereld steeds meer gaat betekenen. Niet omdat u dit leuk vindt – of dit wenst – maar omdat dit voor de wereld goed en noodzakelijk is.

In deze dagen zien wij verder nogal veel schaduwen in het menselijke leven. Hiermee doel ik niet alleen op liefde, leed en de andere normale aspecten van het stoffelijke bestaan. Er is een grote geestelijke leegte. Het materialisme worstelt op het ogenblik verbeten om zich te kunnen handhaven. Nu hebben wij niets tegen het materialisme, maar wij kunnen niet aanvaarden, dat de mensheid in deze strijd tegen begrippen als naastenliefde, het begrip God en het zelfwerkzaam zijn, vergeet. Voor de meeste mensen staan deze dingen ver van het dagelijkse leven. Zij menen in de stof rustig hun gang te kunnen gaan. Alles, wat met God en naastenliefde te doen heeft, komt later wel, wanneer men naast zijn stoffelijke beslommeringen nog wat tijd over heeft.
Deze wanbegrippen en de geestelijke leegte, die hiervan het gevolg is, maken het de mensheid haast onmogelijk te beseffen, hoe elk schepsel op elk ogenblik van zijn bestaan met God verbonden is, evenals met de kosmos. Men begrijpt niet meer, dat God op elk ogenblik Zijn liefde aan de mensen schenkt, maar dat men deze liefde ook elk ogenblik moet beantwoorden om haar te kunnen beleven. Aan de liefde van de Schepper kan het schepsel alleen beantwoorden door deze liefde op elk ogenblik van het bestaan en met alle middelen in de Schepping uit te dragen.

Deze geestelijke leegte kunnen wij zeker niet bestrijden met wat lezingen, of met wat gezellige samenkomsten. Wij kunnen een dergelijke leegte alleen werkelijk bestrijden, wanneer alle leden van onze groep in stof en geest zich geheel en voortdurend in willen zetten als positieve krachten op aarde. Deze lijders onder geestelijke leegte, deze versufte tv-kijkers, die in het leven niets belangrijker meer schijnen te kennen dan een flikkerend beeld en een dreunstem, deze knetterbrom huzaren, wier enige vreugde het is met gierende motoren door de straten te razen, mogen wij niet afwijzen.
Wij mogen niet stellen: wij staan geestelijk hoger dan jullie. Juist deze mensen moeten wij bij ons werk trachten te betrekken. Dit zullen wij niet kunnen bereiken door hen geestelijke lessen te geven, of verwijten te maken, doch alleen door begrip voor hen te hebben en hen te laten delen in eigen leven en alles wat voor jezelf belangrijk is. Deze taak zal waarschijnlijk de zwaarste zijn, die de komende tien jaren u en ons kunnen brengen.
Een veelomvattende taak, zoals u kunt beseffen, wanneer u zich realiseert, dat het aantal van hen, die aan deze geestelijke leegte ten prooi vallen, alleen in Nederland al 40 % van de bevolking bedraagt. In andere landen ligt het percentage nog hoger. In enkele Aziatische landen en Afrikaanse staten moeten wij zelfs rekenen met een aantal geestelijk, los geslagenen van rond 80 %. Gelukkig staat onze Orde niet alleen voor deze taak. Zoals u weet, werken wij zeer nauw samen met de Witte Broederschap.

Wij weten, dat dit de enig juiste weg is. Wij bereiden de tijd voor, die gaat komen. Daarom zal hetgeen wij hier trachten te doen, door anderen elders worden gedaan, steeds weer. Niet alleen met een zoeken naar gewin, met een beroep op de portemonnee maar met een beroep op een eerlijk en zelfstandig werken. Er zal overal van de geestelijk meer bewusten gevraagd worden met eigen handen, eigen tijd, eigen woorden en gedachten te helpen. Vanuit de geest zullen wij voortdurend aan de poorten van de menselijke geest hameren, tot ons wordt opengedaan en de mensen eindelijk zullen beseffen: ik heb geestelijke leiding nodig, dit is voor mij het belangrijkste, hier heb ik mijn eigen geestelijk pad gevonden. Dan eerst zullen de mensen immers weer beseffen, dat zij een doel in het leven hebben, dat hun leven zin heeft.

Misschien vindt u, dat dit alles als een omschrijving van het werk van onze Orde in deze tijd wat vaag is. Ik geef dit toe. Maar de gehele situatie in leven en wereld op het ogenblik is vol vaagheden. Misschien helpt het u, wanneer wij nog even vastleggen wat de zesde straal van kracht voor ons betekenen kan. Deze zesde straal van kracht betekent voor ons, dat wij directe contacten zullen hebben met de grootmeesters van de geest. Ook met grootmeesters als Jezus en Boeddha. Het betekent, dat wij niet meer in onze groep moeten bedelen om een gastspreker en slechts één enkele maal de hoogste gedachten kunnen doen spreken tot onze leden. Deze krachten zullen zichzelf nu – en zo nodig persoonlijk – aanmelden, zodra er een werkelijke behoefte aan hun ingrijpen is. Verder betekent deze straal, dat de krachten, die boven het bekend natuurlijke uitgaan – krachten, die wij ook in het verleden al in beperkte mate konden hanteren – waarschijnlijk reeds binnen een half jaar ook door onze Orde praktisch onbeperkt gehanteerd zullen kunnen worden en wel door middel van geestelijk ingrijpen en het geven van deze krachten aan degenen in onze groep, die voor deze taak rijp en bestemd zijn. Wij zijn dan ook geestelijk gewapend tegen de zware taak, die ons allen wacht.

In het verenigingsleven zullen natuurlijk wel wat onaangenaamheden voorkomen. Wij zullen ons moeten voorbereiden op wat laster, jaloezie, pogingen zelf in het middelpunt te staan, pogingen tot afbraak en alles, wat daarbij behoort. Wij zullen met aanvallen van verschillende kanten moeten rekenen. Reeds in het vorige jaar, toen het programma voor dit jaar werd vastgesteld, hebben wij reeds tegen het bestuur van uw groep moeten zeggen: op de vrijdagavonden zullen wel dingen gebeuren en dingen worden gezegd, waarvan u zich zult afvragen, of dit nu wel noodzakelijk was…. Het is werkelijk wel eens nodig de mensen te schokken.
Ik weet, dat velen onder u het nut niet zullen begrijpen van veel, wat wordt gesproken, van veel, wat door ons gedaan zal worden. Geloof ons: deze dingen zijn inderdaad belangrijk. Anders zouden wij dit alles niet doen. Wij hebben de tijd niet meer alleen maar wat met geestelijke begrippen te spelen, alleen maar publiek te lokken of de toehoorders ter wille te zijn. Van dit laatste kan als voorbeeld het feit gelden, dat u dit jaar geen prognose van stoffelijk gebeuren meer krijgt, doch alleen een klein overzicht van de komende ontwikkelingen. Het geestelijk gebeuren op deze wereld is zó belangrijk geworden, dat het weinig zin meer heeft een gehele avond te besteden aan een soort troonrede en u te vertellen – als in het afgelopen jaar – dat in Nederland een treinramp te verwachten is in de omgeving van Utrecht of Amersfoort e.d. Dergelijke dingen, met hun 80% waarschijnlijkheid, zijn te onbelangrijk geworden. Wij móeten verder.

In deze tijd verwachten wij – ook van u, die alleen als belangstellende of als lid op deze vrijdagavonden komt – dat u onze groep trouw zult zijn. Het gehalte van ons werk en de grootsheid van onze taak is in deze dagen zeker zodanig, dat u zich voor een mét ons werken niet behoeft te schamen. Er worden op het ogenblik middelen geschapen aan alle kanten om u te helpen, beter voor te lichten en de beschikking te geven over steeds grotere krachten en vermogens. Deze kracht, die ook tijdens een normale avond aan de juist ingestelde mens kan worden overgedragen, is een witte kracht, die u onaantastbaar maakt voor kwade machten en een verdediging vormt tegen alles, wat zich aan duistere geesten op deze wereld zou kunnen bewegen. Schrik nu niet, wij vergen niet van u, dat u trouw hier elke week zult zitten, maar wel, dat u voortdurend en regelmatig met onze groep voeling zult kunnen blijven houden. Dit alles onder beding, dat dit u zin heeft. De taak, die wij in deze belangrijke dagen van de menselijke geschiedenis mogen verrichten, is zó groot, dat wij behoefte hebben aan alle daadwerkelijke hulp en medewerkingen, die wij uit de geest en van mensen uit de stof kunnen verkrijgen. Alleen zó zullen wij er toe bij kunnen dragen, dat een harmonische oplossing voor de dringende problemen van uw tijd wordt gevonden.

Hiermee heb ik het voornaamste gezegd. Ik kan u natuurlijk nog gaan vertellen, dat bv. door onze groep over geheel de wereld op het ogenblik meer dan 200 cursussen worden gegeven, waarbij de inhoud reikt van lagere school tot materie, die eerder vergeleken kan worden met gymnasium en universiteit. Ook stelt u misschien belang in het feit, dat onze groep in de laatste tijd sterk is uitgebreid, ook met geesten uit de sferen van klank en kleur en uit Zomerland, die zich voor de Orde op aarde zullen gaan manifesteren en ons zullen helpen onze taak zo snel en goed mogelijk te vervullen. Het aantal in de Orde verenigde geesten bedraagt op het ogenblik ruim 1.000.000. Voor een groep als de onze is dit een groot aantal. In de geest zijn wij natuurlijk nog een minderheid. Er zijn immers veel meer geesten in de sferen dan op aarde mensen zijn. Toch stemt deze uitbreiding ons tot dankbaarheid. Ook kan ik u nog mede delen, dat wij zullen trachten het cursussysteem op te voeren en uit te breiden. Reeds nu zijn wij aan het onderzoeken, hoe in het komende verenigingsjaar juister en prettiger kan worden gewerkt, hoe een sneller tempo mogelijk is.
Nogmaals: ik zeg dit alles niet, omdat wij meer publiek willen gaan trekken. Wij willen de mensen – en ook geesten – in de komende tijd, die zo moeilijk is met zijn spanningen en onbeheerstheid in het eigen Ik, helpen tot een werkelijk goed leven te komen. Een leven, waarin zelfkennis steeds groeit, een steeds groter begrip ontstaat voor de Goddelijke wil, zoals deze op aarde is geopenbaard en voor de wetten van de Schepping.

Dit alles klinkt u misschien mooi in de oren. Maar u hebt er alleen wat aan, wanneer u het nut van onze lessen enz. werkelijk aan den lijve kunt ondervinden. Wij zijn geneigd om binnen redelijke grenzen het maximum te vergen van degenen, die zich aan ons als medium beschikbaar stellen en degenen, die zich beschikbaar stellen om in andere capaciteiten voor onze groep op aarde te werken, ongeacht hun functie. Laat mij hierover zwijgen. U zult zelf ondervinden, dat het werk van de Orde in deze dagen buitengewoon belangrijk is voor u en velen, die van deze groep niets weten, of haar zelfs aanvallen, of om haar lachen. Hopelijk neemt u het mij niet kwalijk, dat ik voor dit onderwerp uw aandacht heb gevraagd. Ik hoop ook, dat u juist over dit onderwerp eens met andere leden praat. Ook verwacht ik van u, dat u voor uzelf zult gaan bepalen, hoever u wilt gaan in uw samenwerken met de Orde, in hoeverre u bereid bent met ons samen te werken.

Wanneer u daar een besluit over hebt genomen, verwachten wij van u, dat u ook daadwerkelijk gaat beginnen verdraagzaamheid, samenwerking, naastenliefde en streven zonder geweld naar al het goede in de praktijk te brengen. Indien u met ons van ganse harte meewerkt, zo zult u niet alleen voor de wereld en uzelf veel goeds tot stand brengen, maar tevens zult u in staat zijn voor uzelf een bewust en daadwerkelijk deelgenootschap in de Witte Broederschap op de duur te verwerven. Uw werken en uw taak zullen zó belangrijk zijn, dat zij er mede toe bij zullen dragen, de mens van een vernietigen van zijn wereld terug te houden. Wij zijn er vast van overtuigd, dat wij allen gezamenlijk er in zullen slagen de wereld op te doen bloeien tot een paradijs, waarin de vrije geest, levende in een vrij lichaam, zich kan richten tot het hoogste Licht, en God nog in de stof in zich erkennende.

  • Zou u iets dieper willen ingaan op het veranderen van de ster?

Dit hangt samen met de symboliek. De vijfpuntige ster is het symbool van de strevende mens. Hij is geworteld in de aarde, reikt met een eenzijdig begrip ten hemel, terwijl de armen het bewustzijnsvlak aangeven, dat eveneens beperkt is, doordat slechts op één niveau van bewustzijn nadruk wordt gelegd. De vijfpuntige ster doet denken aan een mens, die met gespreide armen staat. Op aarde en ook elders is geen sprake van één enkel bewustzijnsniveau, maar eerder van twee grenzen, waarbinnen zich dit bewustzijn vormt en het bewuste leven zich afspeelt. De scala van bewustwordingsmogelijkheden is voor de mens zelfs betrekkelijk ruim. Om het Goddelijke niet alleen te ondergaan, maar ook te erkennen, blijkt dat de kosmos op twee vlakken gelijktijdig en geheel beleefd moet worden. Dit zijn de grenslijnen, waarover ik al sprak.

In de zespuntige ster komen deze beide vlakken kenbaar tot uiting. Tot op dit ogenblik had de Orde wel de mogelijkheid op deze wijze zelf te beleven, maar was het onmogelijk dit bewustzijn ook op de aarde juist tot uiting te brengen, of in lagere sferen te gebruiken. Stelt u zich nu even de zespuntige ster voor. U zult zien, dat deze is opgebouwd uit twee driehoeken. Deze vertegenwoordigen beide de kosmische of Goddelijke kracht in haar volmaakte uiting. De eerste, naar boven gerichte driehoek, vertegenwoordigt de uiting in de geest; de tweede driehoek is de Goddelijke openbaring in de materie. In beide waarden zijn kernpunten van de kosmische waarheid te vinden, zonder welke de Goddelijke kracht niet waarlijk beseft kan worden. De vijfpuntige ster was ons het symbool van de innerlijke en geestelijke weg. Maar de mens, die geestelijk naar beeld en gelijkenis van God is geschapen, zal, om zijn doel te bereiken, in beide vlakken, beide driehoeken God moeten erkennen en ervaren. Vanuit het standpunt van onze groep betekent dit, dat wij eerst alleen konden trachten de mens van de stof tot de geest te brengen. Met de nieuwe kracht of zesde straal, waarover wij nu zullen gaan beschikken, is het mogelijk de mens te brengen tot een geestelijk harmonisch zijn met het Goddelijke Licht, terwijl tevens de mogelijkheid blijft harmonisch te zijn met de drie-eenheid van door God geschapen materiële krachten.

De keuze van de zespuntige ster zal u waarschijnlijk nog duidelijker worden, wanneer ik u vertel, dat elke punt van de ster een naam draagt. Dit is steeds de naam van een kosmische grootmacht. Tussen deze grootmachten, die bepalend zijn voor de bewustwording, liggen nog andere namen van grootmachten, die meestal op de snijpunten van de lijnen worden geplaatst. Tot voor kort werd ons werk geleid vanuit één grootmacht. De andere en manifesterende grootmachten waren wel gekend, maar wij konden de geestelijke drie-eenheid, die voor ons eigen leven bepalend is, niet op voor mensen begrijpelijke wijze projecteren. Vandaar het feit, dat wij de mensen wel in harmonie konden brengen met bepaalde grootmachten, die op hun onmiddellijk geestelijk pad lagen, maar de mens niet in contact konden brengen met de drie-eenheid, die het vormende en scheppende principe is voor dit Al. Wij hebben nu de mogelijkheid gekregen de Goddelijk, scheppende kracht aan de mensen duidelijk en kenbaar te maken door stoffelijke werkingen, zodat op voor de mens kenbare wijze het hoogste principe, dat wij erkennen en dienen, zich in de stof kan openbaren.

Natuurlijk blijft hierbij ook het uiten van het Goddelijke Licht in verschillende personificaties een belangrijk deel van ons werk en onze mogelijkheden. De verandering van symbool is een uitdrukking van een intenser deel hebben aan de kosmos. Nu weet ik wel, dat dit op duizenden manieren symbolisch uit te drukken zou zijn. Indien wij een symbool zoeken, dan zoeken wij iets, wat gemakkelijk in de aura van een persoon is uit te drukken, zodat, indien noodzakelijk, ingewijden dit zouden kunnen erkennen, Verder zoeken wij naar een begrip, dat eventueel op aarde gemakkelijk als symbool te vervaardigen is en ook in het menselijke denken reeds een betekenis heeft, die past bij hetgeen wij daardoor weer willen geven. Wij menen dit het beste alles samen te vinden in het symbool van de zespuntige ster, die ook op aarde reeds wordt erkend in vele kringen als een teken van Gods werkelijkheid en de openbaring van Zijn gezondenen, waarin hemel en aarde in één begrip uitgedrukt wordt. Kort gezegd is dit de achtergrond van onze keuze.

Psychologie van de angst

Angst is iets, wat in de mens leeft, maar niet alleen uit stoffelijke waarden is ontstaan. Vooral het spel van de gedachten, mede aan de hand van ervaring en bewustzijn, maakt de angst voor de mens tot een verschrikkelijke realiteit. Iemand, die een gevaar niet beseft, zal ook dan logisch handelen en vaak zeer goede resultaten met zijn logische reacties bereiken. Indien zoiets in een oorlog gebeurt, dan noemt men zo iemand een held. Gebeurt het in de burgermaatschappij, dan noemt men zo iemand ook vaak een verstandige kerel, een moedig mens, of een genie. In de meeste gevallen is er dan geen sprake van een werkelijk beseffen van het gevaar, waardoor de normale reactie mogelijk blijft.

Een mens, die angst heeft, zal deze emotie vooral danken aan het geestelijk vermogen tot associëren van waarden. Wanneer men bv. in de jeugd bepaalde ervaringen heeft doorgemaakt, die, ofschoon niet werkelijk gevaarlijk, voor het kind onbegrijpelijk en dus ook angstwekkend waren, zal het vele verdere gebeurtenissen in het verdere leven met deze ervaringen blijven associëren. Hierdoor herbeleeft men dan, ongeacht zijn eigen wensen in dit opzicht, de emotie van het kind. Het gevolg is, dat de mens in paniek komt te verkeren, zonder werkelijke redenen en niet als een bewust mens beheerst kan reageren. Hij vergeet zelfs vaak zijn mens-zijn.

Ook mogen wij bij het bepalen van de oorzaak van de angsten rekening houden met bepaalde erfelijke waarden, die nu eenmaal deel uitmaken van het menselijke voertuig. Door de drang van zelfbehoud zijn n.l. in de loop van de tijd instinctieve reacties in het lichaam en zenuwstelsel vastgelegd, die bij het optreden van bepaalde omstandigheden alle redelijke reacties overheersen. Hier kunnen wij spreken van angst, die is ontstaan door conditionering van het ras.

Voorbeeld: vuur is zeer lange tijd voor uw voorvaderen iets begeerlijks en gevaarlijks tegelijk geweest. Vuur werd gevreesd, zodra het zich uit, buiten door de mens zelf geschapen banen. Waarschijnlijk is deze conditionering reeds begonnen tijdens het ontstaan van het menselijke ras, toen vulkanen en hun vurige lavastromen een grote rol speelden op aarde. Later was er de bliksem en de woudbrand, die voor de mens onvoorstelbaar gevaarlijk waren en vaak gehele stammen uitroeiden. Gelijktijdig werd het vuur de gever van warmte en licht, zodat de mens door de vlammen eveneens gefascineerd werd.
Tot op heden is dit zo gebleven. Wanneer de mens onverwacht komt te staan t.o.v. een vrij laaiend vuur, zal hij onmiddellijk willen vluchten. Hij wil alleen maar weg. Deze vluchtdrang heeft soms fatale gevolgen: een kleine vlam in een bioscooptheater veroorzaakt dan een paniek, die blussen onmogelijk maakt en vele offers eist. Dit is gebeurd in Chicago, Philadelphia, Tokio en kwam in mindere mate zelfs voor in Nederland. Er vallen dan onnodig vele doden, zelfs indien het brandgevaar op zich niet zo groot is en zeker door een tijdig ingrijpen nog bedwongen kan worden.

De afkeer van slangen, die vele mensen kennen, stamt uit de dagen, dat zijn voorvaders grote angst koesterden voor alle – toen veel grotere – reptielen. Zelfs het wakker schrikken door een lichte kitteling onder de voetzolen kan worden geweten aan de oude tijd van de jagers. Wanneer je in je slaap iets aan je voetzolen voelde, was dat zeker geen vriend. Ook de angst voor vallen is een bekend symptoom, dat vooral bij overspannen mensen in de droom wel pleegt voor te komen. Dit kan eveneens tot de ervaringen van de voorouders worden herleid. Dergelijke ingeschapen reacties plus eigen ervaringen scheppen voor de mens een imaginaire wereld, waarin de angstwaarde het bestaan regeert, zelfs indien de angst geen redelijke basis weet te vinden.

De mens is zelfs voor de angst bang, vandaar dat deze angst lang niet altijd als een kenbare en onmiddellijke vrees tot uiting komt. Er zijn mensen, die geen angst kennen, wanneer er gevaar is. Zij blijven nuchter en beheerst. Zij weten precies, wat zij moeten doen. Wanneer het gevaar voorbij is, zullen zij van uitputting ineen zakken. Dit vloeit dan voort uit een realisatie van het beleefde, waarvoor men in de redelijke reacties geen tijd vond. Wij zien mensen, die alle leed en tegenslag met de grootste waardigheid en beheersing weten te dragen. Wanneer er een einde aan hun lijden komt, worden zij door een opluchting en blijdschap overweldigd, die het hen onmogelijk maken om zelfs maar redelijk te blijven denken, waardoor zij dan gekke dingen kunnen doen. Ook hier is de verwarring niet te wijten aan de blijdschap zelf, maar is zij een verschijnsel van de angst voor verder leed, dat zo afgereageerd wordt. M.i. kan men dan ook stellen, dat een groot deel van het menselijke handelen door dit angstbegrip wordt veroorzaakt en wezenlijk bepaald.

De spanningen, die hierdoor in de mens ontstaan, zijn haast onvermijdelijk. Je kunt de angst overwinnen, maar de spanning zal langere tijd blijven bestaan. Bij beheersing tijdens de angstperiode zal de spanning voortbestaan en zich op een ander ogenblik ontladen. Zij kan dan aanleiding worden tot uitbundigheid, geestvervoering etc. Haast alle uiterlijke overdrijvingen kunnen terug worden gevoerd op angstcomplexen. Gelukkig bestaat de mens niet geheel uit dergelijke angstcomplexen. Voor de angst kent de mens n.l. een tegengewicht, waarvan het eerste deel onredelijk is, het berust op geloof. Een mens kan een zodanige innerlijke zekerheid scheppen, dat alle spanningen, die normalerwijze als een reflex op de angstassociatie in hem ontstaan, daarin worden afgeleid.
Let wel: de angstassociaties enz. zijn in een dergelijke mens nog evengoed aanwezig als bij anderen. Hij heeft in zijn Godsvoorstelling of geloof een mogelijkheid gevonden dergelijke spanningen haast onmiddellijk af te reageren, waardoor dus een beheersing eenvoudiger mogelijk wordt. De innerlijke zekerheid, die zo ontstaat, maakt het mogelijk alle associatieve en zelfs uit het ras geërfde angsten geheel terzijde te stellen. De mentale angsteffecten worden zodanig vervormd, dat zij voor de mens niet meer schadelijk zijn en zijn denken niet meer met uitsluiting van alle andere gedachten beheersen. De levensblijheid, de levensmoed en levensvreugde, die hieruit voortvloeit, zal vreemd blijven aan ieder, die een dergelijk geloof niet in zich kent.

Een tweede deel van deze mogelijkheid alle angsten te beheersen, is geheel redelijk: zij berust op het menselijk beredeneringsvermogen. Wanneer de angstimpuls opkomt, associeert u onbewust met alles, wat eens een dergelijke angst heeft gewekt, of met het gebeuren in verband zou kunnen staan en angstassociaties in zich draagt. Deze reeks van impulsen stuit op de rede. Indien u in staat bent snel genoeg waar te nemen en redelijk uw waarnemingen te verwerken, dan zult u in overlegd handelen en de spanningen van de angst eveneens op redelijke en beheerste wijze kunnen afreageren. Het gevolg is, dat de mens, die gelooft en snel waarneemt – en denkt – minder angsten kent dan anderen, ofschoon hij dezelfde impulsen heeft te verwerken.

Een geheel ander aspect vinden wij, wanneer een mens niet harmonieert met zijn omgeving. U kunt zich voorstellen, dat een mens door zijn neigingen, zijn wijze van denken en handelen het doel, dat hij nastreeft, door zijn geloof enz. in het milieu voortdurend detoneert. Hij komt daardoor buiten de gemeenschap te staan. De onzekerheid en daaruit voortkomende angsten kunnen eveneens tot het verleden van het menselijke ras worden herleid. In het verleden kon de mens alleen met enige zekerheid leven, wanneer hij in een stamverband was opgenomen. De stam was weliswaar niet groot – van 10 tot 100 – personen maar de gemeenschap gaf een zekerheid, een macht en een werkvermogen, dat de mens alleen nooit bereiken kan. Binnen een dergelijke gemeenschap was men alleen geheel opgenomen, wanneer men daarin ook een vaste plaats had.
Bij bepaalde dieren, die in kudden leven, zien wij iets dergelijks nu nog. Wanneer de mens op een of andere wijze niet in staat is zich binnen de menselijke maatschappij een vaste plaats te veroveren, dan gevoelt hij zich niet zeker. Zijn angst richt zich dan op de buitenwereld en komt tot uiting in drift, toorn, minachting, verwijten. Een dergelijke mens heeft in feite angst voor zichzelf. Hij past niet bij het beeld van een normaal mens, zoals hij dit in zich draagt.

Een mens die zijn plaats niet weet in de maatschappij, is niet alleen voortdurend in strijd met zichzelf, voortdurend onzeker en angstig, maar zal bovendien deze dingen niet kunnen beheersen en overwinnen, omdat hij voortdurend met zichzelf geconfronteerd wordt. Daarom vlucht hij voor zichzelf weg. Dit schept soms reeds in het menselijke leven een situatie, die geheel gelijk is aan de toestand, die wel optreedt, wanneer iemand na de dood met zijn werkelijke persoonlijkheid wordt geconfronteerd. Wanneer deze zijn werkelijke beeld ziet, een spiegelbeeld, vlucht hij daarvoor weg en beseft niet, dat dit beeld hem overal zal blijven volgen als de schaduw van de schaatsenrijder in het bekende verhaal. Al vlucht men ook nog zover in roes of waan, slechts wie zichzelf eerlijk en onbevooroordeeld durft aanschouwen, zichzelf durft kennen in zijn ware gedaante, zal een dergelijke angst kunnen overwinnen.

Een nevenaspect van een dergelijke angst is het begeren een mens die niet zeker is, dat hij te allen tijde voor zich en de zijnen zal kunnen zorgen, is geneigd gierig te zijn, te potten, ten koste van anderen te verwerven en zelfs ten koste van het grootste onrecht het verworvene te behouden. Men meent op aarde gewoonlijk, dat hier alleen sprake is van een begeerte. In feite is er meestal sprake van onzekerheid. Men wil zich in een dergelijk geval door zijn invloed, de relaties, geld of macht een zekerheid verwerven tegen de menselijke maatschappij, waarin men gevoelt niet juist te passen. Innerlijk voelt de mens, dat een dergelijke levenshouding onjuist is. Wij zien dan de pseudo-vreugde, de roes, i.p.v. het werkelijke beleven. Daarnaast zien wij de vlucht in dronkenschap, maar ook in bezigheden. Sport kan evenzeer een dergelijke afleiding van de werkelijkheid geven als verdovende middelen. Een dergelijke angst kan alleen overwonnen worden, wanneer men hetgeen, waarin men gelooft, ook voortdurend in de daad omzet. Alleen dan voelt men zich niet meer de mindere en valt het besef, buiten de gemeenschap te staan, weg.

Over de angst is nog onnoemelijk veel te zeggen. Vanavond wil ik nog slechts een enkel aspect van de angst onder de loep nemen. Er zijn mensen, die bepaalde eigenschappen of handelingen tot een deugd verheffen. Wij kennen allen de maatschappelijke deugden etc. Indien wij nagaan, wat deze deugden nu eigenlijk inhouden, zien wij, dat dit van 9 van de 10 keren een wijze van gedrag is, waardoor de innerlijk bestaande angsten van jezelf en eventueel van anderen enigszins beperkt worden. Dit klinkt u natuurlijk onaangenaam en vreemd. Wij willen immers allen zo gaarne een deugdzaam leven voeren. Zelfs indien wij dit in wezen niet willen, zullen wij toch zeggen, dat dit onze grootste wens is. Dit zoeken naar een deugd, het zien van iets als bijzondere eigenschap, of kwaliteit, vloeit haast altijd voort uit de angst voor alles, wat er in uw omgeving zou kunnen geschieden op het ogenblik, dat men deze eigenschap of kwaliteit niet meer waardevol zou achten. Iemand, die normaal zijn eigen leven leeft, intens, bewust en geestelijk bewust, zal niet van deugden spreken, maar ook niet over zonden. Zo iemand begeert immers geen hemelrijk, dat hem zou worden gegeven, of door anderen verworven, terwijl hij ook geen hel vreest. Een dergelijk mens kent leven als een continuïteit, die door de dood niet gebroken kan worden en handelt binnen zijn mogelijkheden, en volgens zijn doel, logisch.

De mens, die angst heeft, tracht de maatschappij net zolang te veranderen, verwringt zijn eigen wezen net zolang, tot hij meent aan die angst althans enigszins ontkomen te zijn. Een werkelijk uit die angst vluchten op deze wijze blijkt niet mogelijk. Hoe meer men de nadruk legt op de deugd, hoe sterker de zonde zal bloeien en groeien. Hoe sterker de zonde wordt beseft, hoe meer de waanwereld zonder angsten bedreigd wordt. Het zoeken naar deugden of zonden in jezelf of in anderen brengt dan ook meestal een groot risico met zich op geestelijk terrein. Wie deugden in zichzelf zoekt, meent zich daardoor verheven boven anderen, maar hij zal zich tevens genoopt zien deze deugden in anderen te doen ontstaan, om daardoor niet buiten de gemeenschap te worden geplaatst.
Voorbeeld: bepaalde groeperingen zijn zeer sterk tegen het dobbelspel geporteerd. Waarom? Omdat zij overtuigd zijn, dat, tenzij dit algemeen verboden is, steeds meer mensen zullen gaan spelen. Zijzelf zullen dan ook mee gaan spelen, want daarin hebben zij nu al innerlijk lust. Dit zou hun veiligheid, hun bezit, of maatschappelijke bereiking kunnen bedreigen. Daarom is dobbelen zondig. Indien blijkt dat men de lust tot wagen en verwerven zonder inspanning niet kan bemeesteren, wordt zoiets uiteindelijk gekanaliseerd in een goedgekeurde toto en een staatsloterij. Neem mij niet kwalijk, dat ik op bij u bestaande toestanden wijs. Het is duidelijk: de doorsnee mens is in zijn hart en denken een avonturier, een speler. Iedereen hoopt eens iets te verwerven, zonder dat dit moeite kost en is bereid risico’s te nemen in de hoop, dat dit iets zal opleveren. Dit mag natuurlijk niet, want indien men zo op geluk zou leven, waar blijft dan de overschatte welvaart en zekerheid? Een zuiver angstaspect.

Dergelijke angst voor het waagstuk, een dergelijk gevoel van onvolkomen zijn en niet voldoende presteren, vinden wij terug in de vaak gehoorde eis: wij moeten gesubsidieerd worden. Wij moeten voordelen hebben! Wij moeten zeker zijn, zelfs indien ons beroep eigenlijk een zeker risico met zich zou moeten brengen. Sommigen gaan zelfs verder en eisen: De staat moet voor een ieder zorgen met pensioenen, toelagen en verzekeringen, alles verplicht en van bovenaf opgelegd, want anders zou men wel eens een beroep op mij kunnen doen, wanneer mij dit niet convenieert. Bovendien durf ikzelf een leven vol risico’s niet aan. Maar vraag ik zekerheden alleen voor mijzelf, dan geef ik toe, dat ik minderwaardig ben. Daarvoor ben ik ook bang, want ik wil een geacht plaatsje in die maatschappij behouden, dus zekerheid voor allen! Ook dit zal menigeen onaangenaam in de oren klinken. Toch is ook dit voorbeeld geheel juist. Wanneer u gaat dreigen met hel en verdoemenis is er sprake van eenzelfde angstcomplex. Degene, die iets werkelijk zondig vindt in anderen, is meestal iemand, die vreest dit zelf eens te doen. Hij merkt het zogenaamde zondige op bij anderen, omdat hijzelf in gedachten daarmee voortdurend bezig is, maar het niet in daden durft om te zetten.

Juist degenen, die zichzelf niet beheersen en niet in staat zijn anderen op redelijke wijze te beheersen, slepen steeds weer het begrip zonde en hel er bij wanneer iets hen niet bevalt, of indien zij iets in zichzelf vrezen. Bepaalde waan en waanbegrippen worden inderdaad uit angst geboren. Deze angst voor het leven zal steeds verder worden opgevoerd, naarmate men de mens meer heeft gewend aan een vaste plaats in de kudde. Dit zien wij zowel op het gebied van politiek en godsdienst, als op het gebied van de reclame. Er zijn vele mensen, die haarmiddelen gebruiken, omdat zij vrezen zonder haren niet knap en mooi genoeg te zijn, terwijl zij niet op eigen persoonlijkheid durven rekenen om dergelijke gebreken te overwinnen. Er zijn meer mensen, die tanden poetsen, omdat zij bang zijn anderen te horen zeggen: “Die ruikt uit zijn adem”, dan om gezondheidsredenen. Er wordt op deze angsten voortdurend gezinspeeld: “Zie er niet belachelijk of verwaarloosd uit. Koop een nieuw pak, koop een nieuwe jurk. Dat staat niet meer. Mensen, die in het leven wat betekenen, dragen kleding van…” Een beroep op de angst, een poging u een minderwaardigheidscomplex aan te praten.

Hetzelfde gebeurt, wanneer op een steeds verder gaande bewapening wordt aangedrongen in uw wereld. Mensen, die niet zeker zijn van hun eigen krachten en vermogens, zullen zich wapenen. Als u zeker bent, dat deze democratische leefwijze voor u de enige is, dat u aan alle eisen daarvan zult blijven beantwoorden, wat er ook gebeurt, hoeft u zich niet te bewapenen. Dan zult u beseffen: ten hoogste kan ik ten onder gaan, maar dit zal, indien ik mij bewapen, evengoed gebeuren… Ofwel: ik zal, alleen door mijzelf te zijn, zeker staan tegenover anderen. Ik kan verstandig met ze praten en desnoods tijdelijk in een ander systeem onder gaan. Want indien mijn standpunt juist is, zal dit zich, ondanks alle geweld en onderdrukkingen, steeds weer moeten manifesteren. Degenen, die bang zijn, dat hun ideeën en gedrag op de proef zullen worden gesteld, mensen, die alles liever doen, dan dat ze zelf instaan voor wat zij zo heilig en onaantastbaar zeggen te achten, zijn mensen, die door angst worden beheerst.

Wanneer men u spreekt over al wat u zou kunnen verliezen hierdoor, speculeert men op de angst, die ook u koestert. Zo is het in de wereld, dat is waar. Maar in feite is angst de oorzaak van zovele onaangename dingen. Het is angst, die oorlogen veroorzaakt; angst, die de mensen maakt tot rovers, inbrekers en moordenaars. Het is de angst, die de mensen tot onrechtvaardigheid en rassenhaat veroorzaakt.  Al deze dingen zijn te herleiden tot angst. Steeds weer vreest men, dat iets niet in overeenstemming met eigen wensen zal zijn. De angst van de blanke, dat hij in een neger zijn meerdere zal moeten erkennen en zo zijn waan van meerwaardigheid zal verliezen. De angst van een politieke partij om toe te moeten geven: wij hebben het verknoeid. Daarbij vernietigt men dan vaak liever een heel land dan toe te geven: wij hebben het verkeerd gezien, wij hebben niet juist gehandeld. Dan wordt er gevochten tot 5 minuten over 12. Herinnert u zich dat nog?
Steeds weer zien wij de treurige resultaten van mensen, die bang zijn, te klein te zijn in de wereld, niet te passen in de maatschappij. Deze laatste angst is in de maatschappij zelfs belangrijker dan elke andere angst. Al het andere kan daarvan worden afgeleid. Op deze angst doet men steeds weer een beroep; op deze angst wordt door velen in de wereld steeds weer gespeculeerd.

Bevrijding van angst gaat verkeerdelijk vaak door voor vreugde en blijdschap. Zelfs gaat bevrijding van angsten door voor genot, omdat men tenminste even vergeten kan, dat men zich zozeer bedreigd gevoeld. Wanneer deze dingen in de wereld bestaan, zullen wij moeten trachten daar ook een middel tegen te vinden, want het is niet genoeg hier alleen te spreken over de psychologie van de angst. Wij moeten een stap verder gaan en durven vragen: hoe kunnen wij van die angst afkomen? Het antwoord luidt:

Door niets van de wereld te verlangen wat wij niet voor onszelf kunnen verwerven. Dat is het eerste en belangrijkste punt.

Ten tweede mogen wij alleen handelen, wanneer wij zozeer van ons recht overtuigd zijn, dat wij elke consequentie van ons denken, handelen en doen willen aanvaarden.

Ten derde: wij mogen ons alleen in zoverre voor onze medemensen aansprakelijk beschouwen als vanuit eigen leven en bewustwording klaarblijkelijk is en aan ons innerlijk duidelijk en zonder enige twijfel wordt geopenbaard.

Ten vierde: wij dienen te beseffen, dat boven alle beperkingen van ruimte en tijd in een menselijke wereld of geestelijke sfeer de Goddelijke grote eenheid bestaat, waarvan wij deel zijn en waarin wij, wanneer wij niet vrezen of begeren, ons steeds weer terug zullen kunnen trekken en de rust van het eeuwige zullen leren kennen.

Indien wij dit beseffen en deze voorwaarden in eigen leven tot werkelijkheid weten te maken, zullen wij meester zijn over de angst. Tot geheel de mensheid dit bereikt heeft, zal nog wel enige tijd verlopen.

Vragen

  • U stelde, dat belevenissen in vroegere levens voor bepaalde angsten aansprakelijk kunnen zijn. Een psychotische angst voor bladergeritsel e.d. zou volgens een psychometrist voort kunnen komen uit bijzondere ervaringen in vroegere levens.

Mogelijk is dit natuurlijk wel. In de meeste gevallen zullen wij een dergelijke psychose toch wel kunnen herleiden tot onbewuste ervaringen en daarmede gepaard gaande associaties uit het huidige bestaan. De ervaringen, die tot dergelijke psychosen aanleiding kunnen geven, blijken haast altijd – ook wanneer in feite een vroeger bestaan daarvoor aansprakelijk is – in de jeugdjaren van dit leven geproduceerd te zijn, zodat er altijd een psychologische verklaarbaarheid zal bestaan. Wel moeten wij er rekening mee houden, dat de lichamelijke impressies en impulsen, die de angsten scheppen, ook vaak zullen stammen uit gebeurtenissen in de prenatale periode; dat is de tijd, dat het kind nog in het moederlichaam geborgen is, met dit lichaam van de moeder bloed en circulatie deelt, terwijl bovendien vooral in de laatste drie maanden de gedachtensfeer van de moeder eveneens heel sterk wordt ondergaan.
Zo kan het dus voorkomen, dat een kind angstverschijnselen vertoont als gevolg van een ervaring die de moeder tijdens de zwangerschap had. Bv. de aversie tegen het geritsel van bladeren kan heel goed het gevolg zijn van het feit, dat de moeder tijdens de zwangerschap een slang heeft gezien en daarvan zeer is geschrokken. Het schuifelen van een grotere slang lijkt namelijk – vooral in het duister – op het ritselen van dorre bladeren. De mens, die uit het kind is gegroeid, zal over deze ervaring niet weten, maar toch een onredelijke afkeer behouden van het ritselen van bladeren.

Indien wij ons op een verklaren uit vroegere incarnaties toe willen leggen, zo mogen wij niet over het hoofd zien, dat alles, wat belangrijk was in het vroegere leven, verkort tijdens de jeugdjaren herbeleefd wordt. Een teruggrijpen naar de vroegere incarnatie is dan ook meestal een kwestie van nieuwsgierigheid. Wel kunnen wij uit deze vroegere levens soms een – zij het meestal niet noodzakelijke – verklaring vinden voor bepaalde ontmoetingen in dit leven, maar dat de psychologische verschijnselen – al datgene dus, wat als psychische invloed in de stof via bewustzijn en onderbewustzijn tot uiting komt – ook een stoffelijke oorzaak en verklaring zullen hebben. Zo de geest in dit leven een bepaalde angst of begeerte noodzakelijk acht als ervaring, zal zij in de vroege jeugdjaren deze impulsen vastleggen en als kind vastleggen en als kind zoeken naar de reeksen van belevingen, die dan via de misschien niet vermoede reeksen van associaties voeren kunnen tot de door u aangeduide psychosen en neurosen.

  • Staat dankbaarheid hiermede ook in verband?

Neen, wel opluchting, die als een soort van dank een bijzondere aandacht doet besteden aan de personen – of de Godheid – die ons van het gevaar bevrijd hebben. Maar een echte dankbaarheid is dit in feite niet. Eerder is de zogenaamde dankbaarheid een poging rationeel de gevoelde opluchting af te reageren. Dankbaarheid komt voort uit het gemeenschapsleven van de mens. Het blijkt ons, dat echte dankbaarheid praktisch alleen optreedt, wanneer de mens zichzelf of een deel van zichzelf erkent in anderen. Dankbaarheid heeft eigenlijk niets te maken met het geven of ontvangen van iets, maar alleen met het erkennen van jezelf in voorwerpen, omstandigheden, of personen. In gevolg hiervan ontstaat een innerlijke vreugde, een innerlijke warmte. Het is dit gevoel, dat wij ware dankbaarheid kunnen noemen.

  • God is volmaakt. Wij zijn door Hem geschapen. Hoe is dan het kwaad in de wereld gekomen?

Feitelijk bestaat er geen kwaad, maar alleen onevenwichtigheid. Op het ogenblik, dat de mens het doel en het wezen van de Schepping niet beseft, in zich geen eenheid met de Schepping gevoelt, zal hij vanuit zijn beperkte standpunt over het geheel gaan oordelen. Daardoor ontstaat – volgens zijn inzicht – onvolmaaktheid, daar hij onbegrepen delen van de wereld zal verwerpen. Hieruit vloeit voor hem een waan voort, die ook voor de mens zelf leed en disharmonie brengt.

  • Waarom beelden de mensen altijd heksen af met zwarte katten?

Dit is het gevolg van het oude volksgeloof, waarin men immers aannam, dat een geheel zwarte kat een vermomde duivel, boze geest of heks zou kunnen zijn. Heksen zouden zich vaak in katten veranderen en in deze gestalte de zogenaamde kattenfeesten houden. Hieromtrent vindt u vele verhalen in overleveringen en legenden, o.m. in Nederland, Overijsel en Brabant. Soortgelijke verhalen komen voor in de Russische folklore, maar ook in Spanje en Italië. Hieruit kan men concluderen, dat de zwarte kat werd gezien als magisch voertuig voor duivels en demonen. M.i. is het geheel te herleiden tot Egypte, waar heilige katten lange tijd als voertuigen van hoge geesten en godinnen golden. Denk aan de tempel van Bubastis.

  • Ik kan mij voorstellen, dat een verlichte of bewuste geest in sferen vertoeft, waarin alles tastbaar, zichtbaar en hoorbaar is, zodat deze de stof niet meer nodig heeft. Is dit juist?

Tastbaar, zichtbaar e.d. zijn begrippen, die behoren tot de stoffelijke wereld en de stoffelijke zintuigen. Als gevolg kan worden gesteld, dat dit voor de bewuste geest zeker niet zo bestaat, maar het kennen, het in zich ervaren van alle dingen op vollediger wijze dan door menselijke zintuigen ooit mogelijk zal zijn, voor de bewuste geest inderdaad een mogelijkheid is. Het betrekt zich dan op hoofdzaken en niet op de details, die men in de stof vaak waarneemt, terwijl men aan de hoofdzaken voorbij ziet. De geest in Zomerland ervaart op dezelfde wijze als voornoemd, doch reproduceert dit beleven voor zich nog steeds in beelden, die hij ontleent aan het stoffelijke leven.

  • Wat gebeurt er, wanneer een geest de stof verlaat en in de sferen komt. Is de geest zich dit bewust?

Niet altijd. Wanneer de geest in een Lichte sfeer komt, zal zij zich ook hiervan bewust zijn. Men kan zonder bewustzijn van Lichte sferen deze niet betreden. Het kan voorkomen, dat een geest na de overgang toch nog meent een lichaam te hebben. Het gevolg is, dat men meent te dromen, of te dolen in een vreemde ruimte of wereld. Een soms wanhopige toestand. Zolang men het contact weigert met de Lichtende geesten, die trachten de geest tot Lichtere sferen op te trekken, zal men in een dergelijke sfeer blijven vertoeven. Indien men de leiding van de meer Lichtende geesten aanvaardt zal het mogelijk zijn de werkelijke Lichte werelden te betreden en zal men niet zonder enig resultaat achter de lichten aan behoeven te gaan.

  • Hoe kan een overgegane een dergelijk contact weigeren. Ik begrijp het niet.

Overgeganen weigeren dit contact vaak, omdat zij vrezen misleid te worden door duivels en demonen, ofwel omdat zij wensen, dat de geest, die contact zoekt, gek is, waar zij immers volgens eigen inzichten niet dood zijn. Zij vluchten dan, of gaan verbolgen hun dwaalweg verder. Men dient dan te wachten, tot zij zover vermoeid zijn, dat zij eindelijk willen luisteren. Is er eenmaal contact opgenomen, hoe summier ook, zo zal het mogelijk zijn de geest langzaamaan op het goede pad te voeren.

  • Hoe doet de lichtende geest zich aan de overgeganen voor?

Zover mogelijk in een persoonlijke vorm. Indien het enigszins mogelijk is, zal een vorm worden gekozen, die geheel is aangepast aan de instelling van het wezen, dat in de tussensfeer doolt. Dit zal niet altijd mogelijk zijn, waar de perceptie van onze persoonlijkheid geestelijk plaats vindt en de voorstelling, die men zichzelf maakt van de ontvangen impulsen, zeer vaak de wijze, waarop men de Lichtende geest waar neemt, zal beïnvloeden. Ik verwijs hierbij naar hetgeen onze vriend Henri hierover wel vertelde.

Definities

Dankbaarheid: Buiten eigen verdienste, verrijkt, gered of verzekerd zijn, waardoor men de mens, die dit deed, een gevoel van warmte en genegenheid toedraagt.

Genotzucht: De behoefte zichzelf te ontdoen van het dagelijkse leven door het zoeken van een roes of genieting, dat de indruk, die deze op de zintuigen maakt, bepaalde geestelijke en psychische aspecten tijdelijk geheel uit het bewustzijn verdringt.

Blijdschap: Een innerlijk gevoel van harmonie en eenheid met de kosmos, waaruit men krachten kan putten, terwijl men deze eenheid soms in bepaalde feiten of personen uitgedrukt ziet.

Goedheid: Het vermogen anderen als deel van jezelf te zien en hen daardoor zo te behandelen als jezelf behandeld wilt worden.

Goedgeefsheid: Zo afgeven, dat aan het schenken zelf geen criterium wordt aangelegd. Je geeft te goeder trouw, waar een behoefte, hoe klein ook, schijnt te bestaan, zonder te overwegen, of de gave werkelijk enig doel heeft of zin heeft.

Liefde: Gevoel van eenheid. Kosmisch uitgedrukt: eenheid met God. Stoffelijk uitgedrukt: samensmelting in geest en mogelijk in de stof van twee mensen.

Geloof: Innerlijke wetenschap, waarbij men iets ervaart, dat stoffelijk niet bewijsbaar is, ofschoon je daaruit wel zekerheid en krachten kunt putten, die voor jou in jouw wereld reëel zijn.

image_pdf