De overdracht van licht

uit de cursus ‘Ontwikkeling’ (hoofdstuk 9 ) – juni 1975

De overdracht van licht

Als wij spreken over licht, dan kunnen wij natuurlijk kijken naar de zon. Maar er zijn veel meer bronnen van licht. Sommige daarvan zijn van geestelijke, zelfs van hooggeestelijke aard. Nu bestaat er iets wat wij het hoogste Licht noemen, dat is hoofdzakelijk kracht. Men kan het niet omschrijven. Het is iets wat alle dingen kenbaar maakt, maar wat in zich eigenlijk voor ons begrip onaantastbaar blijft. Het is dit licht waarmee we ontzettend veel te maken krijgen als wij bezig zijn om in ons leven een bepaalde bewustwording te zoeken en die ook verder door te geven. Het is een combinatie van zien, van kunnen beseffen en van kracht, die wij op de een of andere manier ‑ wij weten niet precies hoe ‑ kunnen hanteren.
Ik zou nu oude verhalen kunnen ophangen over de Heren der Stralen, de Heren der wijsheid en al wat daarbij hoort. Voor degenen die daarvan niet op de hoogte zijn, zou ik willen opmerken dat daarover reeds vele malen en zelfs uitvoerig is gesproken. Daarom wil ik mij hier beperken tot een paar eenvoudige vaststellingen.
Het licht dat uit de kosmos komt en afkomstig is uit die hoog­geestelijke bron is voor ons niet altijd gelijk. Het doet ons denken aan een kleureffect waarin licht b.v. van blauw langzaam overgaat naar diepviolet, zodat wetenschap plotseling tot mystiek wordt. Soms zien wij het heldere goud van vitaliteit en een ogenblik later verandert het weer in een fel zilver dat helder, rein en scherp is, maar ook zo koud als de winter.
Deze wonderlijke effecten hebben zeer veel te maken met onze eigen persoonlijkheid. Wij zijn afgestemd op een bepaalde kwaliteit van licht, als ik het zo eens mag zeggen. Die kwaliteit wordt meestal door een kleur weergegeven. Die kleur zal altijd wel actief zijn, alleen zal ze veel grotere mogelijkheden hebben indien toevallig precies diezelfde kleur licht uit de kosmos komt. Ik zou het vergelijkend willen zeggen want precies kun je deze dingen eigenlijk nooit helemaal weergeven.
Stel, dat uw eigen kleur zilver is, dus wit. Een heel mooie kleur voor een mens. Nu komt het blauwe licht. Daarin is zilver wel aanwezig.
In het witte licht heeft u de neiging om alles heel scherp te formuleren, zelfs een beetje koud, misschien recht door zee, zoals men zegt: zonder al te veel respect voor de gevoeligheden van anderen. Als u nu met dat blauwe licht in conflict komt, dan heeft u wel kracht, maar u heeft niet de mogelijkheid het zo uit te drukken dat het voor eenieder die voor blauw licht gevoelig is, ook helemaal begrijpelijk is. Dus zult u in die tijd een wat groter isolement ondergaan. Wanneer ech­ter het witte licht terugkomt, dan heeft u niet alleen in de wereld meer kans om begrepen te worden, maar u wordt ook sterker. U kunt dus meer uit de ruimte putten en op een fantastische manier die kracht aan an­deren overdragen.
Het overdragen van krachten is niet alleen, zoals de mensen wel eens denken, een kwestie van hocus pocus en dan is een patiënt genezen; of iemand die bedroefd was, is opeens getroost. Zo gek gaat het niet. Het is eerder een zaak van beantwoorden aan een type. Om u een voor­beeld te geven:
Uw eigen kleur is wit of zilver en u heeft te maken met iemand wiens kleur blauw is. Als deze mens mentale problemen heeft, kunt u hem niet helpen. In de mentale sector staat u heel zwak tegenover die persoon, want u denkt rechtlijnig en de ander denkt in een opbouw. Deze bestaat echter niet voor u. Maar tevens heeft die persoon in zich ook levenskracht en die reageert scherp op zilver. Dus als u hem li­chamelijk wilt genezen, dan kunt u dat gemakkelijk doen; maar als u in zijn zieleleven wilt ingrijpen, dan heeft u daarmee moeilijkheden. (Dit zijn natuurlijk maar voorbeelden, dat zult u begrijpen.)
Het overdragen van die kracht kan geschieden aan voorwerpen, aan personen, aan de gehele omgeving. U kunt planten beter laten groeien. Maar als u nu toevallig zilver als kleur heet, dan is dat een niet selectieve kracht, ze is nl. alomvattend. Dan kunt u b.v. het koren laten groeien, als u er maar aan denkt dat het onkruid in eenzelfde versneld tempo groeit en dat betekent heel vaak dat, als het koren nog laag staat, u beter met de kracht ervan af kunt blijven, anders heeft u een veld met onkruid dat het koren verstikt. Het is dus een kwestie van weten wat je met die kracht doet. Het ligt kennelijk in de verschil­lende kleuren en de vele verschillende werkingen. Vuistregels hiervoor zijn:
Eerste vuistregel
Ik heb in mij een bepaalde kleurgevoeligheid, of ik nu mens ben of geest. Dit komt tot uiting in de kleuren waarop ik het scherpst reageer. Het komt ook tot uiting in mijn voorkeur voor kleuren en voor vormen.
Blauw betekent een voorkeur hebben voor mathematische figuren: sterren, kubussen enz.
Groen geeft een voorkeur voor ronde vormen.
Hebben wij een voorkeur voor vormen, dan kunnen we ook weer zeggen: wat is mijn voorkeur? Niet wat zie ik in mij voor een hoog visioen? (Mensen, die in zichzelf kijken naar hoge visioenen, zien altijd datgene waarvan ze denken dat het het hoogst is.) Als u die voorkeur kent, dan kunt u daar weer een paar punten bij onthouden:
Naarmate de eigen voorkeur meer uitgaat naar flamboyante (felle) contrasten, zitten wij dichter bij wit en is de factor wit in ons wezen sterker. Als er in dat contrast dan verder een fel rood voorkomt, dan hebben wij in ons wezen een combinatie van rood-wit. Wij zullen de witte kracht kunnen gebruiken, maar in de uitingen en in ons besef zijn wij ge­bonden aan rood, wat een emotionele sfeer betekent.
Hebben wij blauw, dan geldt ook weer, indien dit blauw een bepaalde tint heeft, dan geeft dat ons wezen weer. Er zit dan bij ons ook nog wel wit licht bij (dat is er overal wel), maar naarmate onze voorkeur meer uitgaat naar rechte lijnen, zal de invloed van wit in ons wezen minder zijn.
Purper, violet e.d. Hier zitten wij in de mystieke kleuren. Maar of die mystieke kleuren nu domineren of dat er bepaalde vormen van wit (levens­kracht) in zitten, kunnen wij weer zien als wij kijken naar de voorstellin­gen die wij ons bij voorkeur maken.
Geven wij de voorkeur aan ronde lijnen, dan zullen wij tevens moeten stellen dat het witte licht voor ons betrekke­lijk beperkt van invloed is. Wij moeten ons dan op de mystiek werpen. Hebben wij een voorkeur voor rechte lijnen, voor blokjes e.d, hebben we bewondering voor b.v. Mondriaan, dan is hier voor ons een sterke wit-­factor werkzaam. Wij kunnen de mystiek het best gebruiken als een verken­ningsmiddel, waardoor wij de kracht, die in ons bestaat, toepassen. In het andere geval is de mystiek voor ons de beleving en daarin zullen wij dan vanzelf wel vinden welke richting wij uitgaan. Het is niet: ik ga bewust kijken hoe ik mijn kracht kan gebruiken. Het is: ik beleef en uit dat beleven komt mogelijk kracht voort.
Goud. Goud is zuivere levensenergie. Wij hebben dan geen bepaalde vorm­voorkeur, maar wij zullen over het algemeen sterk voelen voor een naturalistische weergave van dingen. Wij vinden b.v. een gewone tekening niet interessant, maar als we er een boom in zien, een huisje, beestje of wat anders, dan is het mooi. Is dit het geval, dan kunnen wij een enorme levenskracht overdragen. De wit-factor is betrekkelijk beperkt.
Voelen wij meer voor de abstracte voorstelling, die meestal in ma­thematische figuren kan worden uitgedrukt, dan is het witte licht bij ons ook sterk aanwezig en kunnen wij levenskracht baseren op waarheid, op rechtlijnigheid.
Groen. Hebben we met deze kleur te maken, dan zal er bijna nooit een volledige wit-factor aanwezig zijn. Het wit speelt altijd een beperkte rol maar naarmate het groen, waartoe wij ons aangetrokken voelen, lichter is, zal het goud (levenskracht) voor ons van groter belang zijn. Wanneer on­ze voorkeur daarbij uitgaat naar bepaalde symbolen (contrastsymbolen zoals mandala’s), dan moeten wij verder stellen dat wij door onze geloofs­voorstelling doordringen in een andere waarheid en dat wij die waarheid kunnen manifesteren in vormen van levenskracht.
Dit zijn de voornaamste factoren. Er zijn duizend‑en‑één variaties mogelijk. Het zal nooit zo zijn dat u een bepaald type bent. U heeft hier een paar grondlijnen en als u merkt dat u er ergens tussen hangt, dan mengt u de begrippen een beetje en komt u vanzelf waar u wezen wilt.

Tweede vuistregel.
Ik kan alleen die kracht tot uiting brengen waarmee ik mij één voel. Dit betekent dat harmonie noodzakelijk is. Of om het heel eenvou­dig te zeggen: Als je een patiënt wilt genezen en je hebt de p. aan hem, blijf er dan van af, want dan ben je zo geneigd hem met je kracht om de oren te slaan, dat hij er misschien doof van wordt.

Derde vuistregel.
Er zijn kosmische tendensen. Ook het geestelijk Licht zal in ver­schillende tinten voorkomen. Die tinten zijn zelden felle kleuren, het zijn altijd pasteltinten. Maar de kleur die domineert is de kleur, die de mogelijkheden bepaalt. Als ik het gevoel heb dat plotseling de hele wereld ineens klikt ‑ en dat kan van het ene ogenblik tot het andere veranderen ‑ zodat ik zeg: het kan mij niet schelen, nu ben ik er, of nu ga ik mijn weg, want ik voel dat het goed is; dan beschik ik plotseling over veel grotere krach­ten dan normaal en zal ik voor mijzelf, voor anderen of t.a.v. voorwerpen ook veel meer kunnen presteren dan anders het geval is.
Dit zijn regels waarmee u misschien praktisch iets kunt doen.
Wat ik tot nu toe heb verteld, hangt in de eerste plaats samen met uw reactie. Maar het Licht zelf moet natuurlijk ook aan een bepaalde wet­matigheid gehoorzamen. Nu kunnen wij die wetten niet precies definiëren. Het is namelijk voor ons onmogelijk het begrip van een onevenredige tijd­sequentie volledig op te nemen. We kunnen komen tot het beleven van een persoonlijke tijd. We kunnen, zoals u op aarde, werken met een afgeleide en daardoor een meer regelmatige tijdseenheid en tijdsverdeling; maar in de kosmos kan het zijn dat 10.000 jaren worden samengeperst in een invloed die zo intens is dat, als ze de aarde bereikt, ze haar misschien maar voor één dag beroert. Omgekeerd kan het zijn dat een enorme gebeurtenis a.h.w. wordt uitgespreid en dat zo’n invloed vele jaren, soms eeuwen, nodig heeft voordat ze helemaal voorbij is. Nu is het niet mogelijk die wetten geheel juist en in tijd te geven. We kunnen het kosmisch gebeuren en onze eigen begripswereld eenvoudig niet synchroniseren. Maar de regels ervoor ­zijn toch tamelijk eenvoudig. Dat zijn deze:

  1. Een blauw-factor kan nooit overgaan in een rood-factor zonder dat beide gescheiden of verenigd worden door een wit-factor. Die komt er dus altijd bij te pas.
  2. Er kan geen blauw-factor overgaan naar een groen-factor zonder dat beide gescheiden worden door een invloed die wij goud noemen. Op grond hiervan zijn ze bij ons tot de conclusie gekomen dat de wer­kelijke krachten, die uit de kosmos op ons inwerken, moeten worden onderscheiden in: wit is energie die niet selectie is en goud is energie die de eigenlijke levenskracht is, de levensenergie. Alle nevenverschijnselen zijn bewustzijnsverschijnselen.
  3. Ongeacht de onmogelijkheid om het in tijd precies te zeggen, stelt men: Er zal altijd een overheersende kracht zijn die als ondergrond over een langere periode heerst. Voor uw wereld is dat op het ogenblik een rood-tendens. Er zullen daarin voortdurend nieuwe varianten optreden. De achtergrond-tendens valt weg op het ogenblik dat zuiver wit licht of zuiver gouden licht (althans de invloeden die wij zo omschrijven) op aarde optreedt. Daarom zijn de enige factoren waarmee een mens volledig rekening kan houden, als hij zijn eigen krachten ge­bruikt, alle invloeden waarin wit en goud voorkomen. In alle andere gevallen is het zijn persoonlijke afstemming en een gevoelskwestie waar­door hij kan komen tot een optimaal gebruik van de krachten die in en rond hem zijn, of dat hij eventueel zal falen in het gebruik van die krach­ten.

Ik heb u hier een beeld gegeven van inwerkingen. Maar wat is dan de aarde zelf? Ook dat is belangrijk. Alle kleuren die wij berekenen en die geestelijk spontaan optreden, zul­len ook moeten ageren op de eigen uitstraling van de aarde. Nu is daar al het een en ander over gezegd.
Uw aarde heeft wonderlijk genoeg twee factoren: blauw en groen. Ze reageert zeer scherp op wit‑ en goudinvloeden. Alle andere invloeden zijn in wezen minder sterk. Daaraan kunnen wij weer een conclusie verbinden, name­lijk dit: Als wij te maken hebben met het witte licht of met het gouden licht, dan zal de hele werelds ook reageren.
Hebben wij te maken met een kleur, dan zal de aarde vaak veel minder reage­ren dan wij zelf dat doen.
Gaat het om het gebruik van grote krachten, dan doen wij dat wanneer de aarde harmonisch is: dus wit‑ en goudinvloeden.
Gaat het om het uiten van iets wat in ons persoonlijk bestaat, dan zullen wij die fase kiezen waarin onze kleur optreedt; datgene wat wij aanvoelen als bij ons behorend. Als wij op die manier te werk gaan, dan bereiken wij heel veel.
Er zijn heel wat vreemde figuren geweest in deze mensenwereld, die het werken met de krachten van licht hebben geleerd. Wij hebben daarbij onze eigen voorkeur. Eén van de figuren die mij altijd erg intrigeert in dat op­zicht, is Apollonius van Tyana. Die ingewijde en wijsgeer heeft nl. in zijn leven nogal wat wonderen gedaan. Maar er waren ook tijden dat hij geen won­deren kon doen. Als je nu Apollonius nagaat, dan is het opvallend dat deze man gevoelig was voor mystieke invloeden. Violet was voor hem een heel sterke kleur. Daarnaast was hij heel sterk blauw gericht. Hij kon dus de krachten van het leven gebruiken, maar alleen indien er voor hem een vol­doende mystieke invloed was. Door die mystieke invloed kon hij het gouden licht nemen en volledig overdragen. Als ze vertellen dat hij doden heeft opgewekt, dan kunne we geloven dat het in een dergelijke periode is gebeurd. Als hij zieken geneest of als hij ‑ naar men zegt ‑ bepaalde beelden voor zijn leerlingen doet ontstaan, dan is ook dat een factor waarin het violette licht, dat voor hem zo sterk werkt (de mystieke beleving), dominant is geweest op aarde.
Als wij horen dat hij eigenaardige kunstjes uithaalt (hij verplaatst zich b.v. van Rome naar Ostia in een paar minuten, hij analyseert anderen bijzonder scherp), dan is het het blauw dat werkt. Maar dan kan hij alleen rechtlijnig functioneren. Hij is niet in staat op dat moment te genezen. Hij is wel in staat om waarheden te zien, te openbaren en krachten voor zichzelf te ge­bruiken. Op dat moment kan hij bepaalde natuurwetten uitschakelen. Dat was voor de Romeinen natuurlijk erg vervelend. Ze hadden hem voor het gezag gehaald (de prefecten e.d. erbij) en hij moest nu maar eens vertellen hoe hij aan al die waanzin kwam die hij verkondigde.
Nu had hij het geluk dat net in die tijd de invloed wisselde naar blauw. Dus begon hij de heren precies te vertellen waarom ze hem aanvielen, daarna zei hij de heren heel vriendelijk goedendag, verdween ter plaatse en dook een heel eind verder op aan het strand waar hij zijn leerlingen had gezegd op hem te wachten. Die Romeinen waren natuurlijk horendol en gek, dat kunt u begrijpen. Zij wisten daar geen raad mee. Nu het wonderlijke: men heeft Apollonius toen een hele tijd met rust gelaten. Het onbegrijpelijke is iets waar men liever met de vingers af blijft. Misschien is dat een lesje dat ook wij eruit kunnen trekken.
Wanneer wij werken met licht, moeten wij dat bij voorkeur niet zo doen dat het voor een ander begrijpelijk is. Het mysterie mag rustig blijven bestaan, want het licht draag je het best over als daar niet een redelijke verklaring aan verbonden is.
Ongetwijfeld heeft het licht niet alleen op mensen invloed. Als wij zien dat grote geesten op aarde werkzaam zijn (het is nu weer de tijd dat dat heel sterk gebeurt: Wessac‑tijd), dan kun je zeggen:
Wonderlijk, als Jezus kracht geeft, is dat voornamelijk gouden licht, een gouden uitstraling. Als de Boeddha bezig is, dan is er geen gouden licht, maar wit licht. En als je naar Mohammed kijkt ‑ hoe vreemd het ook moge lijken ‑ dan werkt hij met rood licht en dat terwijl hij zelf een groene vlag heeft ingevoerd. Je zou kunnen zeggen: Mohammed is in de geest lichtelijk geschift.
Elk van hen kan daardoor op aarde bepaalde dingen tot stand brengen. En als je dan de werking ziet en je overziet wat er op het Wessac‑feest gebeurt (we hebben zelfs een paar Ordeleden uit de stof daar ook aangetroffen), dan zie je ook de werking van kleuren.
Nu is het wonderlijke dat, als je zo’n beschrijving hoort, dan spreken ze over een gouden straal of ‑ zoals in dit geval ‑ over wit licht en daaromheen een gouden gloed, linten van allerlei kleuren of wolken van allerlei kleuren, bijkomstige gestalten en figuren zelfs, die een eigen kleur hebben. Dan kun je zeggen: Dat is nu eigenlijk een programmering. Zo’n feest en alles wat erbij komt, wordt gedragen door de kleur die nu de aarde domineert. Overigens is ook wel aardig te weten dat we op het ogenblik een invloed hebben die van blauw overgaat naar violet. Dat is erg interessant. Het betekent namelijk een grote mentaliteitsverandering op aarde, maar gelijktijdig betekent het ook werkelijkheidsvervreemding voor veel mensen.
Nu zien wij daarin een kern van wit licht, m.a.w. onderzoek, waarheid. Er is een kracht die door de maskers heen kan dringen. Dat is heel duide­lijk. Maar er is ook een gouden gloed bij. En dan kun je natuurlijk optimis­tisch zijn, zoals sommige economen, die zeggen: dat wordt een economische opleving. Maar wij bekijken het zo: er is een nieuwe vorm van levenskracht. Een groot aantal mensen zal levenskracht in zich ervaren en vaak plotse­linge en onverklaarbare veranderingen in zich waarnemen. Er zullen mensen zijn die in een krankzinnig korte tijd genezen. Er zullen mensen zijn die ineens zoveel vitaliteit hebben, dat ze veel meer aankunnen dan iemand ooit van hen had kunnen vermoeden.
Dan kijk ik verder op het Wessac‑feest en zeg: Wat is nu het vreemde? Het blauwe licht, dat ook deze keer aanwezig was, was als een soort rooster. Ik zou haast zeggen: Noorderlicht met een paar dwarsstrepen erin. Het kwam niet helemaal tot beneden toe, het bleef halverwege zweven. Dus de wetenschap gaat op dit moment te ver van de werkelijkheid afstaan. Er zal een conflict ontstaan tussen werkelijkheid en wetenschap. Maar hoe komt het nu dat daar vlak naast een aantal paarse, purper-violette linten, bijna helemaal tot op de grond komen en dan licht naar het altaar toebuigen? Ik zeg tot mijzelf: Dat is een kwestie van grote mystieke invloeden. Paranormale waarden, maar ook gewetensconflicten en gevoelens zullen vaker een veel grotere rol spelen dan feiten.
Aan de andere kant zie je, wonderlijk genoeg, rood in verschillende schakeringen tegelijk optreden. Dat moet ook wat betekenen. Als het gewoon rood is, dan zeg je: emotie. Maar waarom vuil‑rood? Vuil‑rood. is een haat‑, een afgunstelement. Dus een negatieve invloed op het gebied waar hartstochten optreden, van welke aard dan ook. Ook dit licht buigt iets naar het altaar toe. Anders gezegd, het is verbonden met de werking van het witte licht dat zich in het midden bevindt.
Verder zie je dat groen licht de indruk maakt van een lint dat neer­hangt en dat van onderen uitwaaiert alsof het uitgerafeld is, zoals een koord dat is uitgeplozen. Hiervan zeg je: Geloof is een kwestie van ver­deeldheid. Het geloof zoekt nieuwe wortels en zal het misschien ook wel vinden. Ook dit is belangrijk. Je hebt nu in die uitstorting van licht een diagram gekregen van wat de kosmos op dit moment aan elementen bevat.
Nu worden die elementen a.h.w. kunstmatig door het werken met hoge geestelijke krachten naar de aarde gebracht. Het is alsof iemand een geestelijke loep heel dicht bij de bron heeft gehouden en daarmee bereikte dat stralen, die anders diffuser en trager de aarde bereiken, nu in brandpunt worden gebracht en veel sneller en intenser optreden. Het is niet een schema van iets wat nu bestaat, het is een schema van ontwikkelingen. En dat is voor ons wel zo prettig, en ook voor u op aarde. Als we met al die dingen tegelijkertijd te maken krijgen, dan worden wij er gek van, dat kunnen we gewoon niet verdragen. We hebben dan gelijktijdig harmonie en disharmonie. We worden gekweld door rechtlijnigheid en hebben tevens een vitaliteit, maar weten dan weer niet wat ermede te doen. Dus laten we blij zijn dat het achtereenvolgens komt.
Verder zien wij dat die gemene rood-invloed in het begin van dit jaar (het loopt voor ons van lentepunt tot lentepunt.) valt. Er moeten dan heel wat gekke dingen gebeuren. Er gaan de meest onredelijke dingen gebeuren en overal speelt haat, nijd, afgunst e.d. een rol. Maar daarnaast zie ik dat uitwaaierende groene licht dat ongeveer aan diezelfde kant op aarde komt ‑ en dan schat ik dat zo’n beetje, hoe buigt zich dat af, je kunt het niet precies een tijd geven ‑ dan moeten we verwachten dat eveneens in de eerste helft van het jaar (omstreeks oktober) allerlei nieuwe geestelijke tendensen en invloeden merkbaar zullen worden. Er gaat iets veranderen.
Als ik nu zie dat het groen a.h.w. uit elkaar valt, dat het pluizig wordt, dan moet ik zeggen: Hier is het een kwestie van een algemene gang naar het geloof met gelijktijdig een vervaging van het geloof als een specifiek omschreven iets. Het omvat nu bijgeloof, kerkgeloof, al die dingen bij elkaar en niemand zal nog precies kunnen zeggen waar het ene begint en het andere ophoudt.
Kijk je naar de andere kant, dan zie je dat de blauw-factor eveneens tamelijk fel is en gezien de buiging komt die factor waarschijnlijk in augus­tus tot gelding. Wat zou die blauw-factor betekenen? Het blauw nu respondeert op het wit. Het wit is nogal fel, maar het is beperkt en heeft een gouden glans. Ik neem aan dat er in het denken bepaalde conflicten komen die voorname­lijk van ideologische aard zullen zijn, b.v. wetenschappelijke geschillen. Men is het niet eens met elkaar. Maar er is niet alleen de rechtlijnig­heid, er is ook de vitaliteit, de levenskracht en in dit geval zou ze har­monisch kunnen werken. Ze zou namelijk door besef en evenwicht al die haat­tendensen een beetje kunnen neutraliseren.
Het geloof kan bijna niet worden beïnvloed. Er is in de eerste plaats een klein verschil in buiging van het licht en in de tweede plaats heeft nuchter denken er niet geheel in plaats, ergens harmonieert dat niet. Het geloof correspondeert echter weer wel met de mystieke factor, die ver­derop in het jaar zit, tegen de wintertijd. Als ik een gissing moet maken, dan begint die mystieke invloed ongeveer een week voor december en omdat ze nogal breed en sterk is, blijft ze tot bijna maart. Dat is een heel eind. Dan komt daar de groen‑invloed nog bij: geloofsgeschillen, maar ook vooral nieuwe geloofsvormen. Nieuwe geloofsbelevingen en mystieke zaken, gepaard gaand met mogelijke profetieën e.d. zullen in het tweede gedeelte van het jaar een grote rol spelen. Op deze manier kun je uit het licht van alles aflezen. Het klinkt allemaal mooi en zelfs ook logisch, als je het zo vertelt, maar het is zo onlogisch als maar wat.
Hoe komt dat licht daar? Wel, dat licht draagt zichzelf a.h.w. over aan de aarde. Dat licht verandert ergens de tendens tussen aarde en zon, aarde en planeten. Dat licht verandert de inhouden aan levenskracht, aan rechtlijnigheid en besef in de mensen. En zo ontstaat er door deze grote krachten, die zich op aarde gaan manifesteren, ook een spel van overdracht van kracht tussen de mensen onderling. Zo komen wij als vanzelf aan een punt dat heel belangrijk is.
Als mensen geladen zijn met die krachten en zij beseffen dit niet, dan zullen zij het niet gericht gebruiken. Maar anderen zullen dat toch ontdekken. Een niet gericht gebruik van een kracht, waarmee je harmonisch bent, betekent zoiets als een soort persoonlijk magnetisme; de mogelijkheid om in de wereld gemakkelijker antwoord te krijgen. Maar indien zo iemand be­wust die kracht gebruikt, kan hij bepaalde mensen, maar ook bepaalde voor­werpen, situaties, planten enz. met die kracht in het bijzonder bereiken. Hierbij is het belangrijk dat je je concentreert (dat moet je dan speciaal doen op de kleur) op het gevoel dat de kracht in je is. Projecteer je die nu naar een bepaald voorwerp of een bepaalde persoon, dan zal die invloed de ander altijd bereiken. Maar als ik iemand bereik die niet harmonisch is met mij, dan krijg ik een deel van die kracht terug. Ik moet dan niet boos worden, ik moet haar gewoon terugnemen, ze is niet gewenst. Heb ik iemand, die wel harmonisch met mij is, dan zal die niet alleen de kracht absorberen, maar hij zal zijn persoonlijke inhoud a.h.w. terugstu­ren langs het lijntje dat ons verbindt door de kracht die wordt uitgestraald.
Als wij bij een krachtoverdracht iemand bereiken, dan ontstaan er plot­seling in ons denkbeelden, voorstellingen of gevoelens die normaal aan ons wezen vreemd zijn. Het is een plotseling afwijkende ervaring. Een belangrijk punt!
Wil ik kracht overdragen voor genezing e.d., dan moeten we rekening houden met het feit dat voor alles procedures denkbaar zijn. Naarmate ik harmonischer ben met b.v. het gouden licht of met het witte licht, zal ik meer moeten reageren volgens de kracht die daaruit voortvloeit. Nu is dat een conditionering. Dat weet ik zelf niet op zo’n ogenblik maar ik ga instinctief reageren.
Als u wilt genezen, dan voelt u wat u met de handen wel en niet moet doen. U voelt welke woorden u moet gebruiken, welke instraling u moet geven. En als dat niet volgens het boekje is, laat dat boekje dan maar barsten. Werk volgens de kracht die in u is, dan kunt u meer tot stand brengen.
Heeft u te maken met mensen die innerlijk in grote moeilijkheden zitten, dan moet u hen confronteren met zichzelf. Dat is erg belangrijk. Zo’n confrontatie kan voor anderen wel eens onaangenaam lijken. Ik moet iemand b.v. zeggen: Je moet rekening houden met je omgeving, je moet je eerst zelf overgeven. Als u dat zegt, dan zegt hij: ik ben hier niet gekomen om mij over te leveren, ik wil wat hebben. Dan antwoordt u: Ik kan je niet geven wat goed voor je is, tenzij je je eerst zelf daarvoor openstelt. U kunt tegen iemand zeggen: Hoor eens, je zult waarschijnlijk eerst nog zieker moeten worden, want je bent op het ogenblik nog niet bereid om de toestand te accepteren. Tegen een ander kunt u zeggen: Als je nu maar accepteert wat er op dit moment aan de gang is en je probeert daar zo rustig en zo blij mogelijk mee te zijn, dan zul je aan alle kanten die kracht krijgen.
Hier hebben wij te maken met een soort mentaal‑emotioneel sleuteltje dat in de mens zelf zit. Als wij een kracht willen overdragen, krijgen wij daar natuurlijk zelf mee te maken. Het zal duidelijk zijn dat die kracht niet alleen maar via een mens kan worden uitgestraald. Ze kan ook uit de geest worden uitgestraald en ze is werkzaam in de gehele aarde.
De kleur van de aarde, blauwgroen, dat betekent dat elke variant waarbij blauw of groen te pas komt, eigenlijk een soort sfeer rond de aarde schept. De mens die daarop een beetje is afgestemd en ervoor openstaat, ontvangt die kracht.
Kracht is niet iets wat alleen moet worden overgedragen. Het is een potentiaal dat voortdurend rond je aanwezig is. Sta je er zelf voor open, dan zul je daardoor jezelf automatisch vullen met die kracht. Staat iemand er niet voor open, dan is het nog altijd moeilijk dat een ander hem die kracht zo gericht overdraagt, dat hij ook voor de omgeving komt open te staan zodat hij niet alleen de kracht krijgt die een persoon hem een ogenblik geeft, maar in feite daardoor afgestemd raakt op de krachten om hem heen en een hoeveelheid energie naar binnen krijgt en kan gebruiken en verwerken, die anders niet denkbaar is.
Hier zijn alle eigenschappen van wat wij het licht noemen, uitgedrukt in onze beperkte termen.
Nu denkt u waarschijnlijk: het is een heel verhaal en het klinkt allemaal wel aardig, maar is dat dan zo nieuw? Neen, het is niet nieuw. Als wij heel ver teruggaan in de premenselijke periode, dan vinden wij een soort robachtige wezens. Ze zijn amfibisch van aard met een begin van warmbloedigheid door een verandering van bloedcirculatie. Deze wezens hebben een contact met wat zij zien als lichtende goden, in feite zijn het groepsgeesten. Wanneer zo’n god zich manifesteert, zien zij dat als licht. Maar dat licht heeft voor hen niet alleen maar een betekenis, het is ook een emotioneel ondergaan. Het is een gevoel van welbehagen, maar ook van een taak te hebben. Trek, seksuele activiteiten en wat dies meer zij worden door dit ervaren van licht a.h.w. gestimuleerd. De schakelaar wordt omgelegd en ineens begint er in die wezens iets te gebeuren.
We kunnen verdergaan en denken aan b.v. de maanaanbidders van Azië. Dan zitten we al veel dichter bij de moderne tijd. Als deze mensen tegenover de maan staan en haar licht absorberen, dan ontvangen zij daarmee iets wat de moderne wetenschap een beetje over het hoofd ziet, namelijk een vorm van weten, een besefsinhoud. Die besefsinhoud is hard; zilver is de achtergrond. Maar er is ook een blauwe tint in. We krijgen te maken met een harde gemeenschap, die niet erg sentimenteel is, maar wel we­tenschappelijk denkt, die systematisch gaat reageren. Hier ligt ook de beginperiode van de Chaldeeën.
De waarnemers en onderzoekers van de hemelen gaan nog wat verder en dan vinden we Egypte met zijn zonaanbidding. Als we denken aan wat daar wordt gezegd voor het aangezicht van de rijzende zon (deze wordt gezien als de kracht van het leven), dan valt ons op dat in een van de overigens niet algemeen bekende odes aan de zon wordt gezegd: “Gij komt op en met uw rode gloed verwarmt gij mij. Gij stijgt ten hemel en uw goud teistert mij. Gij staat aan het zenit en uw fel zilveren licht verblindt mij. Maar in u vind ik het gehele leven terug.” Hier wordt ook het licht beleefd en vreemd genoeg gaat men de kleuren van dit licht associëren met de eigen toestanden.
Nu is er een priester geweest, Sereptchotep (?), die daar zelfs een bepaalde conclusie aan heeft verbonden waarmee zijn leerlingen erg blij waren. Hij zei: “Wanneer de zon aan het zenit staat, is haar kracht verblindend. Zo laten wij ons neerleggen in de schaduw en onze geest openstellen voor het licht van de zon, opdat wij haar kracht en boodschap verstaan.” Hier werd kennelijk gezegd: Er zijn ogenblikken dat het licht te sterk is. Wij kunnen dat dan menselijk niet meer emotioneel en lichame­lijk ervaren, maar wij kunnen het wel omzetten in een paranormale ervaring. Dat is al een hele tijd geleden gezegd.
Ook in andere perioden van de historie vinden wij plotseling licht, of zon of kleur als een belangrijke factor. Zo zegt een alchemist in ca. 1550: “Als ik in mij het gouden licht besef en zo mijzelf sterkend de wit­te gloed doe branden onder de ketel, dan zal hierdoor het distillaat ontstaan waaruit de Steen der Wijzen wordt geboren.” Dan denk je: die knaap moet een beetje geschift zijn geweest. De Steen der Wijzen, bestaat dat en bovendien: Hoe kun je met je krachten een ke­tel zo gloeiend heet krijgen? Wat de man bedoelde was dit:
De levenskracht, het milde licht van het leven, moet ik gebruiken om sterk te worden. Zodra ik sterk genoeg ben, ben ik ook in staat om het licht der waarheid te verdragen. Dat licht der waarheid richt ik dan op het geheel van mogelijkheden en besef dat ik in de wereld bezit, en dit zal uitkristalliseren tot waarheid. De waarheid, die ontstaan is uit onze wereld en ons besef, is voor ons de Steen der Wijzen.
Denk dus niet dat de kwestie van het licht zo eenvoudig is. Het is werkelijk met de gehele mensheid verweven. Als het naar mijn hart ging, zou ik u een hele geschiedenisles geven vanaf het begin der tijden. Maar dat kan helaas niet. Het is voldoende te constateren dat het begrip licht niet alleen als een zichtbaar, fysiek beleefbaar iets, maar ook als een innerlijk iets een grote rol heeft gespeeld door de gehele ont­wikkeling van het leven op aarde. Het is dat licht waarmee wij worden geconfronteerd. Het is dat licht dat wij proberen te beleven en te inter­preteren.
Als ik tracht om hieruit, op grond van alles wat ik in het licht heb gezien de laatste tijd, een kleine extrapolatie te geven van hetgeen voor deze wereld waarschijnlijk zal zijn voor de komende periode, dan is dat geen spelletje meer. Het is een poging om te beseffen wat dit licht in de mensheid betekent. En als u zegt: in welke tijd zal het gebeuren, kan ik dat niet in het algemeen zeggen. Ik heb u daarnet wat tijdstippen ge­noemd voor invloeden die zullen optreden. Nu ga ik eens kijken wat ze voor de mens betekenen en kom ik dan tot de conclusie:
De tegenstellingen m de maatschappij zullen op heel veel plaatsen in de wereld plotseling en zeer sterk toenemen. Dit zal niet zozeer een kwestie zijn van revoluties als wel van terreur, moord en doodslag, want de haat in de mensen is buitengewoon sterk. Daardoor zullen ze geneigd zijn hun bestaan en al wat voor hen belangrijk is, op het spel te zetten, alleen maar om te overwinnen of om datgene te bereiken wat zij als overwinning beschouwen. Het houdt ook in dat de redelijkheid voor een groot deel zoek zal zijn.
In de geïndustrialiseerde delen van de wereld betekent dit een machtsstrijd, die in de laatste 100 jaar zijns gelijke zeker niet heeft gehad en die zich voornamelijk zal afspelen, naar ik aanneem, tussen bepaalde delen van de arbeidende bevolking en de overige bevolking. Dit zal kunnen leiden tot stakingen, maar het zal evenzeer een kwestie kunnen zijn van acties waardoor men b.v. prijsverhogingen ongedaan probeert te maken en men enerzijds zegt werkloosheid te willen beperken terwijl, aan de andere kant, men die plotseling veroorzaakt. Een situatie dus van chaos en radeloosheid.
Deze situatie zal voor heel veel landen een behoorlijke tijd kunnen duren. Als ik mag gissen – dit is maar een veronderstelling ‑ dan zal dit proces zich voortzetten tot ver in september 1975. Dat hierbij grote verwarringen zullen ontstaan, is duidelijk want de oprechtheid van de mensen is niet bepaald groot. Zij zullen proberen zichzelf en anderen te bedriegen. Maar dat gaat niet, want er hoort een andere invloed bij.
Vermoedelijk in augustus zal er een zeer felle flits van waarheid op deze aarde een rol spelen. Ik ben bang dat heersende machten, uit angst voor die waarheid, naar terreur gaan grijpen. Het is zelfs mogelijk, dat er in die periode grotere gewapende conflicten uitbreken. Geen oorlogen! Men gaat gewoon naar de wapens grijpen omdat men bang is voor de waarheid, die aan het licht is gekomen. Daarom kan ik ook moeilijk geloven dat die periode een economisch herstel brengt en kan ik ook moeilijk aannemen dat de sociale omwenteling, die zovelen nastreven, in deze periode goede voortgang vindt. Maar wel zullen wij te maken krijgen met een verzwakking van normen op elk terrein.
Extremisme neemt natuurlijk toe, maar gelukkig krijgen we een tendens van nadenken en van mystiek. We zullen zien dat een groot gedeelte van de onrust van het Keltische karakter toch weer gekanaliseerd kan worden, hetzij in een geloof, hetzij in een nieuwe, bijna wetenschappelijke benadering van bepaalde problemen van het bestaan.
Dan is er de mystiek op de achtergrond. De mensen gaan in zich iets beleven wat veel belangrijker is dan alles dat ze buiten zich zien. Een toenemend aantal mensen gaat leven volgens eigen normen niet alleen, maar ze gaan bovendien op grond van die innerlijk beleefde normen vrijelijk diensten aanbieden aan anderen. Ze zijn a.h.w. een soort reddingsbrigade.
Ik neem aan dat in het laatste gedeelte van dit jaar dit aspect in vele landen belangrijk wordt. Vrijwilligers blijken plotseling bereid om allerhande mistoestanden op te vangen. Ze zijn bereid om mensen hulp te verlenen, ofschoon er helemaal geen zekerheid is dat ze er ooit iets voor zullen terugkrijgen. Dus een verbetering van de menselijke mentaliteit in vele landen, zo niet in alle.
Aan het einde van dit jaar (dus rond het volgende lentepunt) zal waarschijnlijk een groot aantal mensen zeer extreme tegenstellingen laten zien. Ik denk dat het extremisme dan weer wat zal zijn opgelaaid. Ik vermoed ook dat veel mensen in die periode met hun energie geen raad zullen weten. Indien dat gebeurt, dan is alles denkbaar. Dan is het zelfs mogelijk dat iemand een moordaanslag pleegt op Van Agt of Den Uyl, bij wijze van spreken. Het is denkbaar dat iemand het plotseling nodig vindt een bom te leggen in de toren van de Big Ben in Engeland. Je kunt vreemde dingen verwachten. Die krankzinnige periode zal dan hopelijk ‑ ik neem dat wel aan, maar ik kan het niet met zekerheid zeggen ‑ in een nieuwe kracht van feller wit, van fellere onthulling van waarheid verzanden en de mensen doen begrijpen dat ze alleen door samenwerking iets kunnen doen tegen de sluipende ontbindingsverschijnselen, die het geheel van de maat­schappij aantasten.
Dat is mijn preview op de komende tijd. Ik mag erbij zeggen dat ik, althans op een aantal van deze punten na, heel voorzichtig heb toege­luisterd bij het een en ander dat door de Grote Raad van de Broederschap werd besproken. Het is zeker niet allemaal mijn eigen visie. Ik meen dan ook dat al hetgeen ik heb gezegd, juist en gefundeerd is.
U heeft in deze tijd de kans dit licht zelf te ervaren. En u zult, indien u daarop even wilt letten, ontdekken dat er steeds weer ogenblik­ken zijn dat voor u het wonder mogelijk is. Dat er voor u plotseling de projectie van grote kracht mogelijk is. Doe dit dan en probeer anderen iets mee te geven van vrede, van openheid voor het geheel van de krach­ten die rond u zijn en die in de aarde worden weerspiegeld. Zo draagt u niet alleen uw licht over, maar maakt u steeds meer entiteiten en mensen gevoelig voor het totaal licht, zoals het zich op aarde openbaart. En dat betekent dat wij een verbetering kunnen krijgen op geestelijk en stoffelijk terrein.
Als ik een zeer persoonlijke hoop daarbij mag uitdrukken, dan krijgen wij misschien ook nog de mogelijkheid om steeds meer mensen persoonlijk te beïnvloeden, om zo steeds meer mensen te confronteren met een geestelijke werkelijkheid, die voor hen een grote steun kan betekenen, ook in hun da­gelijks stoffelijk bestaan.

Incarnatiecycli

Het zal u bekend zijn dat reïncarnatie bestaat. Maar wat de meeste men­sen niet weten, is dat daar bepaalde sequenties in voorkomen.
Men denkt vaak: ik reïncarneer en kom ongeveer op hetzelfde peil uit waarop ik het vorig leven heb geëindigd. Dit is niet helemaal juist. Er bestaat een bekende voorstelling over de wisseling van de standen in India. Dat lijkt wel een beetje op datgene wat wij bij incarnaties opmerken. Er is namelijk een verdeling van alle menselijke belevingsmogelijkheden in verschillende cycli (verschillende afdelingen) en deze worden achtereenvolgens beleefd bij opeenvolgende incarnaties. Ik zal trachten u daarvan een voorbeeld te geven.
Als iemand krijgsman is geweest, dan zal zijn volgende incarnatie kun­nen zijn: priester of koopman. Hij zal niet in de landbouw terecht kunnen komen. Ben je priester geweest, dan kun je in de handel terecht komen of je kunt krijgsman worden. Je kunt dus altijd twee kanten uit, maar je hebt niet de mogelijkheid om alle factoren van indeling te bereiken. Er is al­tijd een deel van het leven gesloten voor je.
Hetzelfde geldt voor de sekse. Wat zal ik zijn: man of vrouw? Als je man bent geweest, dan is de kans man ‑ vrouw ongeveer gelijk. Ben je vrouw geweest, dan is het precies hetzelfde. Maar heb je twee mannelijke incarnaties achtereenvolgens gehad, dan is de kans dat je weer als man incarneert, maar ongeveer 1 op 4. Voor vrouwen geldt weer precies hetzelf­de. Als wij dus een aantal levens hebben doorgebracht in een bepaalde vorm, dan is het bijna zeker dat we die zullen afwisselen met de andere vorm. Als wij in een bepaalde stand hebben geleefd, dan is het zeer onwaarschijn­lijk dat we in een volgend leven in een gelijke stand terecht zullen komen.
U zult misschien willen weten hoe het komt dat je bij die keuze naar twee kanten een bepaalde keuze maakt. Het antwoord is nogal eenvoudig:
Stel dat we wederom iemand hebben die krijgsman is geweest. Hij kan dan de handel ingaan of hij kan priester worden. Nu zal hij als krijgsman belangstelling hebben gehad voor muziek. Dan is de kans dat hij priester wordt aanmerkelijk groter geworden. Heeft hij daarentegen grote belangstel­ling gehad voor ordelijkheid, het opstellen van allerlei dingen, heeft hij veel gevoeld voor formuleren en schriftelijk werk, dan zal hij zeer waar­schijnlijk in de handel gaan. Het is de eigen voorkeur, de eigen liefhebbe­rij die mee bepalend is voor wat je in een volgend leven gaat doen. Maar ook in een incarnatie kun je, wat je liefhebberijen betreft, worden beïnvloed door wat je in een vorig leven hebt gedaan. Ik ken iemand die bouwmeester is geweest in de jaren 1400 ‑ 1500 en die in deze tijd is ge­ïncarneerd. Op het ogenblik maakt hij als liefhebberij kerkjes uit lucifers. Het klinkt een beetje gek, maar die relatie blijft dus ergens wel bestaan.
In ons gehele leven zullen we dus worden beheerst door zowel de voor­gaande incarnatie als ook door onze mogelijkheid voor een volgende incar­natie. Dat klinkt misschien vreemder dan het is, maar er is nu eenmaal een kosmisch ritme. Dat ritme bepaalt evenzeer de incarnaties.
Als wij tot een bepaalde groep behoren, dan is er grote kans dat wij met die groep zullen incarneren, want het is een gelijk bewustzijn en dat wil zeggen dat daardoor een gelijke geestelijke bereiking mogelijk is. Er zijn verschillen van 30 à 40 jaar denkbaar, veel meer niet. De incarna­ties zullen zo plaatsvinden dat men elkaar kan ontmoeten, ook al zullen sommige leden kleine kinderen zijn en anderen al heel oud wanneer deze worden geboren. Maar ze behoren tot dezelfde groep.
Nu is het in deze groepen altijd weer zo dat er gezagsverhoudingen zijn. Iemand die een gezagspositie heeft gehad, zal bijna altijd in een ondergeschikte positie komen. Iemand die een enorme daadkracht heeft gehad en anderen heeft gedreven, zal nu worden gedreven of althans een zekere apathie, een luiheid in het leven vertonen. Een mens die heel veel relaties met anderen heeft gehad, zal waarschijnlijk in een volgende incarnatie wel emotioneel verbondenheden aanvoelen, maar in zijn leven veel meer teruggetrokken zijn. Op deze wijze compenseert zich in de incarnaties alles. En dat is heel belangrijk, want een geest die incar­neert, doet dat ten slotte niet om alleen maar een paar stoffelijke bele­vingen mee te maken, maar vooral om een aanvulling te krijgen van eigen geestelijke inhoud en wel zo evenwichtig mogelijk.
Het zal u duidelijk zijn dat iemand, die alleen koning, generaal of minister-president wordt, een zeer eenzijdige opvoeding en scholing heeft gehad, ook geestelijk gezien. Wanneer daartegenover dan een tijd staat van een leven als misschien boerenknecht of handelaar, dan wordt het evenwicht al groter. Hij wordt bij verschillende aspecten van het leven betrokken, zal daardoor ook verschillende ervaringen opdoen, verschil­lende waarderingen in zichzelf gaan erkennen en zal zo ook geestelijk dus een groter gebied kunnen omvatten en aanvaarden.
De cycli worden vaak in tijd bepaald. Dat is volgens mij nogal moei­lijk. Je kunt zeggen: Als we te maken hebben met groepsincarnaties, dan zijn perioden van 700 jaar en van ongeveer 250 jaar de meest voorkomende. Maar er zijn ook groepsincarnaties die over duizenden jaren lopen. Er zijn zelfs incarnatiegroepen die tussenliggende incarnaties kennen voordat de groep als geheel weer bij elkaar komt. Er is op het ogenblik een incarnatiegroep, die feitelijk behoort tot de vroeg‑Tolteekse beschaving en die een lange tijd afzonderlijk geïncarneerd is. Een deel van hen in India, een ander deel in U.S.A. en weer een ander deel in Europa.
Deze mensen komen nu samen in het Noord-Afrikaanse continent. Dat is heel wonderlijk, maar de groep heeft kennelijk toch voldoende bindingen om weer samen te komen. Alleen, de verhoudingen in die groep zullen, wat stoffe­lijke waardering betreft, volledig veranderd zijn.
Het is misschien voor u een gek idee dat je bij een zeer sterke bin­ding tussen bepaalde persoonlijkheden in de eerste incarnatie b.v. de ou­der bent van het kind en dat je later het kind wordt van degene die in een vorige incarnatie jouw kind is geweest. Ook dat komt veel voor. Hierdoor krijg je een ontwikkeling waarin het ego voortdurend wordt ge­confronteerd met de totaliteit van het bestaan en dat is heel belangrijk.
In alle incarnatiecycli, of ze persoonlijk worden beschouwd ten aan­zien van de groep of als een totale wetmatigheid, mag worden gesteld:

  1. De eigen geestelijke bereikingsmogelijkheid is mee bepalend voor de tijd die er zal liggen tussen twee opeenvolgende incarnaties.
  2. Stoffelijke incarnaties hebben altijd ten doel datgene te beleven en voor het ‘ik’ mogelijk te maken wat in een voorgaand bestaan niet mogelijk is geweest. (Dus als u in een vorig leven heel mooi bent geweest, heeft u kans dat u in dit leven er maar een beetje miezerig uitziet.)

Het is belangrijk dat u leert alles van verschillende kanten te be­leven. Want uw gehele emotionele bestaan dat voor de geest erg belang­rijk is, wordt mee bepaald door datgene wat u in de wereld denkt te zijn. En door u in steeds verschillende maatschappelijke posities, zo goed als in verschillende gemeenschappen te doen incarneren, is het mogelijk u een volledige opvoeding te geven waarin u alle aspecten van het leven leert kennen en zo vele verschillende soorten van harmonie leert besef­fen. Juist door de vele verschillende harmonische mogelijkheden die u be­zit, zult u in de geest op den duur alle factoren kunnen ontvangen, die deel uitmaken van de kosmos. Heeft u dat bereikt, dan is een verdere in­carnatie niet meer mogelijk. U gaat gewoon verder in een totaal nieuwe verhouding waarin u zich nog wel met de materie kunt bezighouden, maar niet meer geïncarneerd als een mens.
Ik hoop u hiermee een klein inzicht te hebben gegeven in de samen­hangen die in uw leven en de ontwikkelingen daarin bestaan. Het is zo ge­makkelijk te zeggen: Ik ontmoet bepaalde mensen en dat is karma, dat is mijn noodlot. U kunt eerder zeggen: Wanneer ik mensen ontmoet, dan is dat omdat er relaties zijn geweest waardoor een werkelijke band ontstond, die nu op een totaal nieuwe en andere wijze moet worden uitgedrukt. Het is niet: wat ik de ander heb aangedaan, zal de ander mij nu aandoen. Maar het is wel: de handicap waaronder de ander eens heeft geleefd en gewerkt, zal ik nu aan den lijve ervaren. Ik zal op mijn eigen wijze moeten trachten daarin toch een zekere harmonische existentie te vinden. Ik hoop dat dit korte betoog u in staat zal stellen om uw eigen hui­dige incarnatie in een wat objectiever licht te bezien. Niet meer als iets wat onherstelbaar en onrechtvaardig is, maar gewoon als iets wat voor u mee noodzakelijk is, omdat u al zoveel andere dingen hebt gekend en hebt gehad en juist deze ervaring u kan helpen daar meer van te maken.

Verrassing

Het onverwachte. Datgene wat gebeurt voordat ik eigenlijk besef dat het gebeurt. Zo zien we een verrassing, maar is dat wel waar? Is een verrassing niet iets wat we eigenlijk steeds voelen aankomen? Hebben we niet steeds weer het gevoel: nu gaat er iets gebeuren, of: nu moet er iets gebeuren.
Er is geen sprake van de feitelijke verrassing van het opeens en plotselinge ontstaan van iets geheel onverwachts. Maar we hebben het voor onszelf niet willen weten. We hebben het altijd in een hoekje weggeduwd. Want we zijn verbonden met de totaliteit van de kosmos en uit het geheel van die kosmos voelen we voortdurend aan wat de werkelijkheid is. En als we het voor onszelf niet willen toegeven, nu ja, dan komt dat misschien naar buiten in vreemde dromen of wonderlijke beelden. Maar eigenlijk wéten we ook als we niet de exacte vorm kennen.
De verrassing ligt meer in de uiterlijkheid dan in het feit van de verrassing. En zo we dit beseffen, zullen we ook minder snel verrast zijn in het leven door wat er gebeurt. Want al kennen we de vorm niet die het gebeuren zal aannemen, we weten dat het op komst is. We weten dat het zich voltrekt. We weten dat het voorbij gaat. En hiermee moeten we ons vooral bezighouden. Dan zullen we nooit wezenlijk verrast zijn.
Als anderen ons door een vriendelijkheid verrassen, dan zullen we heel vaak weten wat er gaat komen. Maar dan zullen we toch zeggen dat we het niet hebben geweten. Want de kunst van de verrassing is vooral je te laten verrassen, zelfs als je alles al weet.
Ik geloof dat dit ook voor het leven geldt. Wanneer je alles weet omtrent je leven en je toekomst, is het leven zelf niet erg interessant meer. Toch voel je heus wel waar het naartoe gaat. Geef jezelf dan gewoon de kans om verrast te worden. Probeer niet alles te weten. Probeer niet alles vast te leggen. Laat het een beetje over je heen komen, al is het alleen maar om spontaan te kunnen reageren in het leven en niet voortdurend jezelf te bedriegen door te doen alsof het onverwachte geschiedt, terwijl je eigenlijk allang bezig bent om het te verwachten.