De relatie tussen de dingen

17 juni 1974

Ik denk dat het onderwerp van de gastspreker dat het meest aan de orde zal zijn, de verbondenheid is, de relatie tussen de dingen. Ik zou hieraan mijn inleiding willen wijden.

Er is een stelling die zegt: “Alle dingen zijn één. Wij zijn allen partikels van één en hetzelfde lichaam. Wij zijn delen van één en dezelfde kracht.”

Dat is natuurlijk heel aardig, maar aan de andere kant ervaar je jezelf niet als zodanig en dat brengt grote problemen met zich mee. Voor ons is de buitenwereld de tegenstelling tussen wat ik ben en de rest. En uit die tegenstelling moeten wij komen tot een relatie met die omgeving.

Je kunt dat natuurlijk doen vanuit een bijna dierlijk standpunt en zeggen: Die wereld doet mij dit aan, en in de wereld moet ik mij uitleven en daarmee basta. Je kunt het ook proberen te zien in een relatie die eigenlijk een beetje lijkt op een lijst van elementen: hoe de dingen met elkaar corresponderen, welke harmonieën daarin verborgen zijn en vooral ook welke wederkerige werkingen of beïnvloedingen je kunt verwachten. Aan dit laatste wil ik de meeste aandacht schenken.

We onderscheiden over het algemeen de lagere dieren (de insecten). Dan de planten, die in sommige gevallen een hoger bewustzijn hebben dan sommige insecten (ik zal dadelijk vertellen waarom). Daarnaast hebben we de koudbloedigen en de warmbloedigen. Aan de top stelt men over het algemeen de mens, ofschoon dat niet altijd helemaal terecht blijkt te zijn.

Waarom deze volgorde? Waarom de insectenwereld gesteld vóór de plantenwereld?

De insecten hebben zich over het algemeen ontwikkeld tot wezens met een groepsbewustzijn. Hun communicatie lijkt individueel. Wanneer u b.v. naar mieren of naar bijen kijkt dan ziet u zuiver individuele communicatiepatronen. Maar het wonderlijke is dat deze altijd weer bestemd zijn voor de relatie ik-gemeenschap. Er zijn weinig of geen zuiver persoonlijke relaties. Bij mieren zien wij b.v. wel het melken van de voorraadtonnen, maar ook hier zijn de patronen die met de tasters worden geklopt, geen reële signalen naar een persoon toe. Het is eerder het scheppen van een prikkel, waardoor voedselafgifte mogelijk wordt.

Kijken we echter naar de planten, dan blijkt dat planten wel degelijk een onderlinge communicatie en relatie hebben, ook al is deze niet cerebraal. Bij insecten kunnen wij nog denken aan een soort hersendenken; bij planten gaat dat niet. De bezieling van de plant pleegt ook niet geheel binnen de plant te vertoeven, ze is meestal ten dele daarbuiten. Ze kan zich soms manifesteren, vandaar de geschiedenis van de dryaden, al de natuurgeesten die voor een groot gedeelte in bomen en in planten of van bomen en planten leven. In dit geval heeft de plant het vermogen om, wat wij zouden noemen een emotionele relatie aan te gaan. De plant kent ook wel een communicatie, maar die is voor de mens niet te volgen. Ze heeft een te traag tempo voor de menselijke organen en zintuigen, terwijl daarnaast bepaalde trillingen die worden uitgestraald voor de doorsnee mens te hoog zijn.

Planten kennen echter een soort gemeenschapsleven. In dat gemeenschapsleven moeten wij er rekening mee houden, dat elke plant vanuit zich en voor zich leeft. Dat geldt zelfs voor dat ene grassprietje in het grasveld. U moet dus niet denken, dat ze hoger kunnen staan dan b.v. warmbloedige of koudbloedige dieren.

De indeling koudbloedig en warmbloedig is in zoverre te rechtvaardigen, dat de koudbloedige dieren over het algemeen een veel sterkere beheersing door de natuur kennen en dus minder persoonlijke vrijheden kennen; en dat komt ook in hun trillingsgetal tot uiting. Bij de warmbloedigen hebben wij te maken met wezens die veelal volkomen egocentrisch reageren. Die een aantal gewoontepatronen volgen, maar die aan de andere kant in staat zijn tot een persoonlijk denken en tot vormen van persoonlijk denken (dit is belangrijk), die wijzen op bewuste ik-heid binnen de gemeenschap.

Nu is de hele magie afgestemd op het volgende: Als een mens een bepaalde trilling heeft, dan kan een plant daarmee een harmonische trilling hebben. Dat betekent, dat wanneer die mens aanwezig is, die plant beter groeit. Zij krijgt groeistimulansen. Omgekeerd is, dat wanneer de mens een tekort aan energie heeft, juist deze plant dat tekort het snelst en het gemakkelijkst aanvult.

Als ik een ziekte heb is er een disharmonie, er is een afwijking. Indien ik die disharmonie in de uitstraling van een mens kan lokaliseren, dan is het mogelijk om bepaalde planten en kruiden te zoeken, wier trilling compenserend werkt.

Wanneer wij relaties zien tussen b.v. mensen en koudbloedigen, dan valt op, dat de koudbloedige sterk aangetrokken wordt door de uitstraling van bepaalde mensen. Vooral daar waar sereniteit aanwezig is, zal het koudbloedige wezen zich gemakkelijker in de buurt vertonen en in vele gevallen zelfs een deel van de gedachten van de mens overnemen. Datzelfde patroon zien wij ook bij warmbloedigen. Dan is het altijd de vraag: Wie is het sterkst in uitstraling?

Wanneer wij zeggen dat een slang dieren hypnotiseert, is dat natuurlijk niet helemaal waar. De slang heeft het vermogen om een enorme angst op te wekken en is voor een dier ergens volkomen vreemd en dus monsterlijk. Daarnaast – en dat is misschien wel belangrijk – kent de slang een techniek om een soort verschrikking, een verlamming, uit te stralen. Maar er zijn dieren, die juist op deze uitstraling geheel anders reageren: Eén van de aardigste voorbeelden is de mongoose, een klein diertje, dat elke slang opspoort en aanvalt. Dat dier zal bepaalde slangen negeren, dat is nu juist het vreemde. Alleen als die slangen zich bevinden op het terrein van de mongoose, valt hij definitief elke slang aan. Wanneer de mongoose bepaalde slangen buiten zijn gebied ontmoet, gaat hij er gewoon aan voorbij. Andere hebben kennelijk een uitstraling die irriteert, die agressief aandoet en bij het dier de agressie wekt. Vandaar dat de mongoose wordt beschouwd als één van de beste slangenbestrijders en in Brits-Indië ook veel wordt gehouden om het erf vrij te houden van slangen. Hier is weer een bepaalde relatie uitgedrukt.

Een mens kan een slang dresseren. Nu denkt u misschien dat dit heel beperkt is. Inderdaad, een slang kan niet zo ontzettend goed denken, maar zij reageert op bepaalde prikkels. Indien de mens in die slang geen agressie wekt, zal de slang die prikkels accepteren en dus a.h.w. gehoorzamen. Het dansen van een slang is het volgen van de beweging van de fluit van de slangenbezweerder. Daarnaast blijkt echter dat een goede slangenbezweerder het vermogen heeft een slang a.h.w. te domineren. Hij concentreert zich op de slang en doet dat vaak met zeer waarderende woorden en een liefdevolle uitstraling. Woorden zijn vaak de omschrijving van hetgeen de man in zichzelf tracht op te wekken, De cobra wordt vaak als “zeer eerbiedwaardige” aangesproken. Eerbiedig zelfs. Deze bezweerder is in staat een volledig ontwikkelde gifslang te vangen en mee te nemen zonder gebeten te worden en zonder dat hij daarbij een bijzondere vlugheid vertoont. Hij gebruikt bepaalde handgrepen die bij het vak horen, maar de slang voelt zich kennelijk niet werkelijk door die mens aangevallen.

Bij andere dieren is het precies eender. Nu is de relatie er één waarbij de uitstraling beslissend is. Alles heeft een eigen uitstraling. In alles is een vergelijkbare of gelijke kracht aanwezig. Overdracht van kracht van het ene wezen naar het andere is altijd mogelijk, maar slechts daar, waar een corresponderen van uitgezonden trillingen bestaat, is die overdracht spontaan.

Deze spontane overdracht brengt mij ook tot allerlei vreemde conclusies. Denkt u maar eens aan de mensen, die met een bepaalde soort optrekken. Er zijn mensen die erg goed met leeuwen overweg kunnen. Er zijn mensen die hyena’s beheersen, zoals er mensen zijn die slangen kunnen oproepen, wolven, etc. En dat is ook geen magie van een bepaald land, want de wolvenmagie b.v. wordt toegeschreven aan Finland. De beermagie blijkt zowel in Hongarije, Roemenië te bestaan alsook in bepaalde delen van Canada en Noord-Amerika. Er is dus ergens een verwantschap. Die verwantschap speelt over de gehele wereld een rol. Opvallend is zelfs dat jagers op katachtigen in de verschillende delen van de wereld, ongeveer een gelijke mentaliteit moeten hebben, willen ze een succesvolle jager zijn. Nu kunnen wij dit allemaal in een nutshell samenvatten en zeggen:

Elke relatie, die gebaseerd is op een harmonie, brengt automatisch gevolgen en werkingen tot stand. Waar deze volledige harmonie niet aanwezig is, ontstaat een aantasting van de zwakste van deze wezens. Zo kan disharmonie altijd gebruikt worden voor vijandschap, maar voor verbondenheid en relatie heb je altijd harmonie nodig. Waar harmonie bestaat, kan echter een beheersing ontstaan, die dan toch een vijandschap kan uitdrukken. Dat is de relatie in de stoffelijke wereld van de mensen.

Geesten hebben echter ook een eigen trillingsgetal en ook zij hebben bepaalde harmonieën en disharmonieën. Misschien kun je dat het best als volgt omschrijven.

Innerlijke verdeeldheid en verwerping van eigen wezen of een deel daarvan impliceert een voortdurend storende uitstraling, die een afstoting van anderen ten gevolge heeft. Dat is één van de dingen, die je in een duistere sfeer gemakkelijk kunt constateren. Daarnaast geldt:

Overal waar een wil tot aanvaarding bestaat, is een contact mogelijk tot zelfs in de duisterste sfeer of wereld, dat is dus in onze wereld.

De punten die hier het meest belangrijk zijn, zijn weer harmonie en disharmonie en de wijze waarop het functioneert. Iemand die harmonisch is, zal nimmer in het duister vertoeven. Iemand die disharmonisch is, zal nooit het volle licht kunnen verdragen. Dat zijn stellingen die waar zijn. Wanneer iemand een disharmonie heeft en ik wek een beeld, een vergelijkbare disharmonie, dan zal dit in vele gevallen nijd ten gevolge hebben. Daardoor is het mogelijk de persoonlijkheid met de disharmonie als vijand te richten en als wapen te gebruiken tegen een andere disharmonische persoonlijkheid. Dat is het zenden van geesten.

Nu vind ik het altijd een vervelende zaak. Je kunt een pijl afschieten, een lans richten of rook in een bepaalde richting blazen – er zijn riten te over – maar altijd is het weer die disharmonie waar het om gaat. Nu blijkt dat disharmonie inderdaad wordt overgebracht. Ik ben zo vrij geweest op dit terrein wat details na te gaan (ik heb mij nooit met duistere magie beziggehouden). Maar wat blijkt nu?

Er wordt een voorwerp genomen, dat ofwel behoort aan de magiër of aan degene, die de magiër een opdracht geeft, dan wel aan het slachtoffer. Dat laatste heeft men het liefste. Dit wordt onderworpen aan bewerkingen waardoor een bepaalde disharmonische trilling daarin a.h.w. geïmpregneerd wordt. Daarna wordt het in de omgeving van het slachtoffer gebracht; en dat is het lokaas. Het is wonderlijk, dat het allemaal zo natuurlijk werkt.

Als u een geest oproept, zit u met dezelfde moeilijkheid. Als u een geest oproept kunt u dat alleen doen door harmonisch met die geest te zijn, of dat nu gaat om de duivel uit de diepste hel of de engelen uit de hoogste hemelen. Alleen waar u een harmonie – hoe beperkt ook – t.a.v. die entiteit tot stand kunt brengen, kunt u een geest oproepen.

Nu hebt u waarschijnlijk gehoord, dat men in dergelijke gevallen gebruik maakt van magische cirkels voor afscherming. Dat lijkt wel een beetje strijdig, maar het is eigenlijk hierop gebaseerd: Wanneer ik een afscherming tot stand breng, dan gebruik ik een concentratie, waardoor die afschermingslijn (het symbool a.h.w.) geïmpregneerd wordt met een bepaalde uitstraling. Daarom kun je niet met het eerste en beste stukje krijt een magische cirkel tekenen. Dat kun je alleen doen met krijt dat van tevoren gewijd is (ingestraald of behandeld) en dan nog terwijl je bepaalde gedachten in jezelf wekt. Wanneer je te maken hebt met duistere geesten is het duidelijk dat die disharmonisch zijn. Wanneer ik mijn harmonisch vertrouwen volledig kan leggen in de magische cirkel, dan zal die geest deze barrière niet kunnen doorbreken zonder gelijktijdig daaraan zelf zo goed als te gronde te gaan. Hij zou het onder omstandigheden kunnen doen, maar ook dan zou ik met mijn eigen harmonie dit verzwakte wezen waarschijnlijk wel meester kunnen. De mensen hebben dit langzaam maar zeker uitgebreid tot drie à vier cirkels en nog een pentakel erin. Het gaat er hier om, dat wij met trillingen werken. Als je alle relaties op de juiste manier hanteert, kun je goede resultaten behalen en kun je met praktisch elke geest, met elke mens, met elk dier en elke plant contact krijgen.

Waar ik harmonisch ben, zal ik harmonisch zijn volgens mijn eigen aard en wezen. Met andere woorden: als je eenmaal een driftkop bent, zal die drift in de harmonie een rol spelen. Iemand, die bang is voor drift; wordt afgestoten. Maar ik kan mijzelf vergeten. En nu komen we bij één van de procedures, die we in elke magische leerschool, in elke esoterische school vaak tegenkomen: het je blank maken. Dat betekent dat je je emoties en denken uitbant tot er niets over blijft dan een bepaalde instelling of een bepaald doel. Daarmee maak je echter je karakter niet ongedaan. Je kunt het tijdelijk domineren, maar je kunt het niet volledig beheersen. Wat kun je dan wel doen? Je kunt het afzwakken. En nu kunnen de gedachtenimpulsen en de harmonieën die daarin liggen sterker zijn dan de eigenschappen, die ik normaal als karakteristiek in mijn wezen meedraag. Dan is de eerste tip:

  1. Wanneer u contact zoekt met geestelijke werelden of krachten en daarbij vrij wilt zijn van datgene wat door uzelf bepaald wordt, is het belangrijk dat u zichzelf volledig tot rust brengt. Ook indien die ontspanning een procedure is die dagen zou vergen. U moet eerst volledig ontspannen zijn. Wanneer die ontspanning bereikt is, dan is het belangrijk, dat u tracht aan niets te denken dan alleen aan uw doel, en doe dit altijd in termen van licht, van vreugde, van geluk. Hierdoor schept u een positieve relatie die zelfs voor zeer hoge geesten aanvaardbaar is. De geest die aanvaardt, zal dan sterker zijn dan u en zal het contact veelal domineren, maar de mededelingen die u doorkrijgt zijn zuiver, goed. Zelfmisleiding is veel minder mogelijk dan anders en – dat is ook een belangrijk punt – op deze wijze kunt u ook krachten en inzichten verkrijgen, die behoren tot een hogere geestelijke wereld.
  2. Nu een wereld, die ik niet bereiken kan. Er zijn entiteiten waarmee ik contact zou willen hebben, maar die voor mij niet onmiddellijk bereikbaar zijn. Dat kan een kwestie zijn van een niet met mij harmonisch kunnen zijn. Het kan ook een situatie zijn, waarbij die entiteit zo enorm sterk is, dat mijn kleine aanroep a.h.w. ongehoord verdwijnt in de ruimte. In deze gevallen hebben wij een mediator of mediatrix nodig. Deze kiezen wij dan altijd uit bekende entiteiten.

Je kunt niet iemand met wie je nog nooit contact hebt gehad, oproepen met de vraag om bemiddelaar te zijn. Wij moeten namelijk eerst een harmonie hebben vastgesteld, gevormd en bevestigd. Want de mediator/ mediatrix kan zich wel op ons afstellen – die harmonie is altijd mogelijk – maar ze moet gelijktijdig de afstelling met de hogere entiteit vinden. En dat is alleen mogelijk, indien de harmonie t.a.v. degene die probeert te werken met de bemiddelaar a.h.w. automatisch in stand blijft, anders is er geen volledig resultaat.

Voor degenen die met het spiritisme bezig zijn: dit is het werkelijke belang van een goede controle. Men denkt dat die controle belangrijk is als beschermer, maar dat laat weleens te wensen over. Men wil hem ook weleens zien als een soort garantie voor de juistheid van hetgeen er doorkomt. Ook daarover zou nog wel te praten zijn zo nu en dan. De controle is iemand, die afgestemd is op het medium. Wanneer in het medium het vermogen bestaat tot een harmonie met het hogere en de controle deze harmonie kan aanvaarden (dat is een vereiste), dan is dat de beste bemiddelaar die wij kunnen vinden.

Ik heb natuurlijk niet altijd te doen met bemiddelaars. Ik kan ook weleens zoeken naar een harmonie, die ik eigenlijk zelf niet eens goed kan uitdrukken. Nu blijkt dat hierbij bepaalde planten een grote rol kunnen spelen. Wanneer u b.v. contact zoekt met hogere geesten die op aarde kunnen inwerken, dan kunt u zeer goede resultaten krijgen bij een beuk (vooral de rode beuk) en de eik. Die hebben n.l. een uitstraling die sterk is, als ze oud zijn, b.v. vanaf 80 jaar. Wanneer je harmonisch kunt zijn met die boom, dan moet je die aanvaarden, die moet je in je opnemen. Die boom fungeert dan als een enorme versterker, omdat hij zelf niet denkt, maar alleen het gevoel van harmonie teruggeeft. Wat ik aan denken erin leg wordt door die boom gewoon overgenomen als doel van de harmonie, waardoor er een enorme versterking ontstaat van het vermogen, dat ik heb om anderen aan te spreken. Het betekent niet, dat de relatie met de ander hierdoor bepaald wordt, maar het betekent wel, dat ik van die boom gebruik maak als een soort neutrale bemiddelaar.

Wanneer ik te maken heb met natuurgeesten of te maken wil hebben met een minder lichtende geest, dan moet ik het ergens anders zoeken. En hier blijkt, dat de klimop een goede rol speelt en wat dat betreft de meer parasitaire klimplanten zijn voor duistere sferen ontzettend goede geleiders. Zij versterken het vermogen. Wilt u werkelijke alleen maar lichte kracht aanspreken, dan is het duidelijk, dat u meer hebt aan een groot aantal kleine zenders dan aan één grote. Dan zou u kunnen werken, -maar dan in een aantal van minstens honderd-, met afrikaantjes. Deze planten geven een heel goede uitstraling, waardoor het mogelijk is meer van de kracht van het licht voor jezelf te realiseren.

Rozen zou ik u niet aanraden. Rozen zijn nogal sterk gericht op bepaalde kleuren en dan moet u zelf wel sterk in uw schoenen staan om daardoor zelf weer niet gedomineerd te worden.

Een andere plantensoort die het heel goed doet, is het z.g. pluim- of siergras, ook wel wilde haver gedoemd. Wanneer we dat in de buurt hebben en we gaan daar rustig in liggen mediteren, dan kunnen wij ook weer dankzij deze plantjes een versterking krijgen van ons vermogen tot afstemmen en daarmede ook ons vermogen contact te maken met de kracht en die in ons op te nemen.

Ook met de wilde kastanje zijn bepaalde dingen te bereiken. Er zijn dingen, waarvoor men gebruik kan maken van de kersenboom, die heel bijzondere kwaliteiten kan hebben onder omstandigheden. Je moet met de sering uitkijken, want die is nogal tweeslachtig en geeft vaak heel onverwachte resultaten; en zo kun je doorgaan. Hier werken planten als versterkers. Dat brengt ons meteen naar de heksentijd terug.

Een heks had een familiaris; wat niets anders betekent dan de een of andere demon in diergedaante: een kat, een hond, een aap, enz. Nu is dat natuurlijk onzin. Ik zie de duivel hier al over de vloer lopen als een hond. Maar een dier kan afgestemd zijn op zijn meester(es). Omdat het dier in een bepaalde richting bijzonder fel is en sterk emotioneel reageert, kan de uitstraling van dat dier op één bepaald terrein gebruikt worden als overdracht. Een kat heeft n.l. een jacht-felheid, die maar zelden teloor gaat. (Het moet dan wel een kat zijn, die de normale geslachtsdrift kent). Een kat is dus te gebruiken om met luchtgeesten te corresponderen en daarnaast kun je met bepaalde kleinere demonen of lagere geesten corresponderen. Je bereikt ze gemakkelijker. Maar als iemand beter op een varken is afgestemd, dan zal hij een varken moeten nemen, want het is je eigen mentaliteit, inhoud en uitstraling, die een rol spelen. Nu denkt u misschien, dat de uitstraling van een varken niet zo prettig zal zijn. Ik zal u vertellen, dat wanneer u het juiste varken hebt gevonden, dat dier ontzettend moedig is. Het kan ook ontstellend agressief zijn, het heeft een zeer sterke verdedigende impuls en kan als zodanig ook gebruikt worden om bepaalde krachten van de kleine onderwereld op te roepen en daarnaast bepaalde telepathische signalen uit te zenden. Relaties die u dus overal ziet, maken duidelijk, dat wij leven in een wereld, die voortdurend op ons reageert en waarop wij – bewust of niet – eveneens zullen reageren.

Laten we het nu eens van de esoterische kant benaderen. In mij heb ik alle harmonische mogelijkheden. Door mijn wijze van leven, mijn denken, mijn milieu, door mijn voorgeschiedenis en vorige incarnaties zullen bepaalde harmonische factoren van mijn wezen voortdurend op de voorgrond treden. Ik heb alle mogelijkheden, ik heb a.h.w. alle snaren, maar er zijn er twee of drie, die heel gemakkelijk trillen, de rest doet eigenlijk niet mee. Wil ik dat veranderen, dan kan ik zeggen: ik maak mijzelf “blank” en op die manier kunnen die andere snaren ook gaan trillen; kunnen die andere trillingen mede in het geding komen, maar dat blijkt nogal eens op moeilijkheden te stuiten. In mijzelf heb ik altijd een beeld van de Alkracht, hoe dan ook. Nu geldt als een vuistregel:

Wanneer ik mij instel op het hoogste dat ik beseffen kan en mij daarvan een voorstelling maak hoe dan ook, dan zal het voldoende zijn mij daarin te verzinken om het geheel van mijn harmonische mogelijkheden tijdelijk te laten responderen op al wat daarbuiten is. Dat is interessant, want een groot gedeelte van onze bewustwording bestaat uit een uitwisseling van denkbeelden, van krachten, van energieën. Op het ogenblik, dat ik in die hoogste concentratievorm verkeer, kan ik reageren met alle krachten die mij bereiken. Daar bovendien mijn instelling op het hoogste is gericht, zal ik een voorkeur vertonen voor respons op al datgene, wat in zich ook harmonisch is. Dat betekent, dat ik in die toestand wel door demonische invloeden kan worden aangesproken, maar dat een beheersing van hun zijde uit praktisch onmogelijk is door mijn instelling, terwijl gelijktijdig alle harmonische factoren volledig in mij worden opgenomen en zelfs een tijdelijke beheersing van hun wezen tot stand kan brengen.

Nu is de grote taak van een mens om zijn eigen plaats in de kosmos te bepalen. Waarom zult u denken. Waarom heeft God je niet ineens op die plaats gezet? Wij hebben een plaats, waar wij in een kosmisch bewustzijn thuishoren. Om daaraan te beantwoorden moeten wij de eigenschappen, de harmonieën bezitten, die ons invoegen in die totaliteit op de juiste manier. Het is net als bij een klavier: er zijn heel veel verschillende snaren en voor een bepaalde toon heb je nu eenmaal een bepaalde snaar nodig. Maar om piano te spelen moeten alle snaren juist zijn.

Zo is het in de kosmos ook. Wij moeten ons vormen tot een deel van het geheel (onze plaats vinden) en gelijktijdig moeten wij leren om het geheel te aanvaarden, (te resoneren op het geheel) terwijl wij daarnaast onze specifieke harmonische eigenschappen inbrengen.

Dan is de eindconclusie: Datgene wat ik nu ben is het product van de ontwikkeling, die vooraf is gegaan. Maar er zijn in mij een aantal slapende harmonische mogelijkheden, die ik kan ontwikkelen, omdat ik ze vroeger bezeten heb. Ik kan niet teruggaan naar het leven van vroeger, maar ik kan de vroeger bezeten eigenschappen wekken zelfs in een veel later levend stoffelijk lichaam waarin ik tijdelijk besta. Daarom moet ik elke harmonische mogelijkheid die in mijn wezen bestaat proberen te gebruiken. Indien ik zelf die harmonische mogelijkheden zo sterk mogelijk ontwikkel en zo sterk mogelijk uitdruk, dan zal in een poging om de totaliteit te beleven als vanzelf een extra resonans in mijn wezen ontstaan, waardoor die eigenschappen, die harmonische mogelijkheden, die mij t.a.v. het kosmische bepalen sterker op de voorgrond treden. Zo kan ik uit dit mijzelf verliezen in het geheel een aanpassingsmogelijkheid verwerven aan het geheel.

Alles wat de magiërs hebben gedaan en alle systemen, die ze hebben opgebouwd, berusten op precies hetzelfde. De harmonieën waarover wij spreken wanneer het gaat om innerlijke kracht en eenheid met de kosmos, zijn in wezen alleen maar de weergave van hetgeen er buiten ons bestaat. De magiër realiseert buiten zich metterdaad al datgene wat voor hem belangrijk is en krijgt daardoor de beheersing over een deel van de totale kracht. Daar komt zijn hele werken op neer.

Zo’n heer is het, met wie u na de pauze in contact gaat komen. Ik weet niet hoe het zal worden. Mogelijk komen er wat beschouwingen. Misschien probeert hij u iets duidelijk te maken met verhalen over ervaringen. Wij kunnen het nooit helemaal voorzien. Zeker is dat deze persoonlijkheid tot zeer hoge graad erin geslaagd is zijn eigen trillingen binnen het kosmisch geheel juist te ontwikkelen en gelijktijdig toch met dat geheel harmonisch te blijven. Als zodanig is hij een hoge en belangrijke gast.

Ik hoop dat u door mijn verhaal begrijpt wat het voor iemand is. Het is iemand die spreekt met de dieren, iemand die de planten a.h.w. beheerst met zijn wil. Iemand, die met hoge en lage geesten kan spreken en corresponderen zoals hij wil en die toch zegt: “Ik ben deel van een totaliteit en de gehele magie van het verleden is niets anders dan een begin voor mijn verbondenheid met de totaliteit.

Essentie van eenheid

Wanneer iemand mij aankondigt als een magiër, dan zijn er altijd enkelen, die hopen dat ik vak-geheimen zal verraden. Laat mij u wat dat betreft althans teleurstellen. Mijn magie is niets anders geweest dan een poging om door te dringen in de kosmische waarden en zo een verbondenheid te vinden, die verder reikt dan beperkte menselijke mogelijkheden. Wanneer ik u daarover het een en ander probeer te zeggen, dan besef ik heel wel, dat er andere wegen zijn tot hetzelfde doel en dat de beleving bij elke mens toch weer anders zal zijn.

Voor mij was een wonder, de samenhang tussen de loop van planeten, de sappen in de planten of vreemde krachten die je kunt oproepen wanneer je de uren kent. Van daaruit ben ik doorgegaan. Ik heb mij afgevraagd of er ergens een grens is waar verbondenheid niet meer bestaat. Ik ben doorgedrongen tot de Heer van de zon. Ik heb mijn bevelen gegeven aan de Heer van de maan. Er was geen grens. Alle leven is een eenheid en de verscheidenheid is verschijnsel, geen werkelijkheid. Wie beseft hoe de werkelijkheid is, zal zich door de verscheidenheid niet laten misleiden. Maar de verscheidenheid kent haar vorm en aan de vorm beoordelen wij de inhoud van de werkelijkheid. En daar begint de vergissing.

Wie zich hult in magische gewaden is voor anderen een tovenaar. Wie zich hult in het gewaad van een bedelaar is voor anderen een bedelaar. De bedelaar wordt behandeld als bedelaar, de magiër als machtig heer. Dit is eigenlijk de oorzaak van alle verwarring die wij kennen. Wij spelen met woorden en met begrippen, zonder te beseffen dat ze niet werkelijk zijn, maar dat ze alleen een deel van de werkelijkheid voor ons kenbaar maken. De sappen, die ik in de kruiden heb gezocht, had ik elders kunnen vinden. De machten die ik afriep van Saturnus, van de maan, van Mars of van Mercurius, waren de krachten die rond deze wereld waren zo goed als tussen de sterren. Maar een dwaas werkt met de sterren, de wijze begint te begrijpen dat hij alleen zich bewegen kan in de krachten van zijn wereld.

U zit hier, verschillende persoonlijkheden. Bent u werkelijk zo verschillend? Ja, uiterlijk. Iemand denkt hier zelfs: denk maar aan de onderdelen. Maar dat is slechts de buitenkant. Dat is de illusie van verschillend zijn, die in de eigen wereld een bepaalde functie heeft, maar het is niet de essentie van eenheid.

U bent allen dezelfde kracht met een wat andere uiting. Indien u zich beroept op de kracht die uw wezen is, beroept u zich op dat wat in allen leeft en gaat er niets teloor. Beroept u zich op het uiterlijk, dan sluit u zich af van de kracht waaruit u leeft. Dan gaat er veel van de kracht die u nodig hebt teloor door uw poging apart te staan van de totaliteit.

Wanneer ik tracht eenheid uit te drukken, dan kan ik dat alleen in vorm, want eenheid is er. Ik ben niet de oude, eerbiedwaardige magiër. Ik ben gewoon deel van dezelfde kracht, waarvan ook u deel bent; uiting van diezelfde kracht. Innerlijk verschillen wij niet. Waarom is die uiting dan nodig?

Als je spreekt met een hond, dan moet je de taal van de hond leren verstaan. Als je spreekt met een ezel, dan moet je de taal van de ezel leren verstaan. Spreek je met de maan, dan moet je de kracht, die de taal is van de maan, leren verstaan. Wij zijn gescheiden door het begrip, maar wij zijn verenigd in ons bestaan.

Als je probeert krachten op te roepen en je doet dat met de aloude gebaren, dan speel je komedie, noodzakelijke komedie. Je bent als iemand die op de markt komt, een bedelaar met een wagen die een scherm ophangt, zich aankleedt en een vorst speelt. Komedianten, dat zijn we allemaal. Maar zonder die komedie, wie zal naar ons luisteren? Die arme dwaas met zijn wagen en zijn uit lappen samengesteld vorstengewaad kan niet eten als hij niet de vorst mimet. Een magiër kan niet eten als hij niet de magiër mimet. Een mens kan in de maatschappij niet fatsoenlijk eten en leven als hij niet de fatsoenlijke mens mimet. Maar verandert er dan wat?

Als je hoort van de oude wijzen, die zich voedden met het licht van de zon, dan is je eerste reactie: het is niet mogelijk? En als je denkt, dat het mogelijk is, dan denk je: het is niet smakelijk. Toch is dat meer waar dan veel van wat wij voorgeven te zijn. Wij kunnen veel meer, omdat wij niet de beperking zijn, die wij voorgeven te zijn. We hebben al die komedie niet nodig. Het is er alleen maar voor onszelf, omdat wij geloven in de komedie en niet in de eenheid die wij zijn. Laat mij u het beeld geven van die eenheid – als dat tenminste nog door te geven is met woorden:

Wij zijn allen hetzelfde water, maar verschillende golven. De golf verzinkt in het water, wordt opgezweept door de wind, maar het water blijft zichzelf. De golven kunnen de kust aantasten, schepen verbrijzelen, maar het water blijft zichzelf. Het water kan de wolken vormen, over het land gaan en vruchtbaarheid geven, maar het water blijft zichzelf. Het water kan in machtige rivieren stromen of vervuild door de goten van de steden drenzen, maar het blijft zichzelf. Wanneer er een einde komt, is er nog steeds het water, in welke vorm dan ook. Maar al hetgeen het water in stand heeft helpen houden, de vorm die het gegeven heeft, verdwijnt. De golf die is heengegaan, keert zo niet terug. Misschien een andere golf, maar het is hetzelfde water. De mens die heengaat, keert zo niet terug. Misschien dezelfde kracht en hetzelfde besef in een andere vorm; en ook die zal vergaan. Het water blijft, de kracht blijft.

Wie zal zeggen dat de ene druppel water beter is dan de andere? Wie zal zeggen waardoor ze zich onderscheiden, tenzij door de plaats, waarop zij zich bevinden, door de werking die ze hebben? Het water blijft zichzelf. Het water is het beeld voor de kracht waaruit wij leven en die de werkelijkheid is achter onze gestalte.

Gedachten hebben golven opgezweept en zo zijn wij gedaanten geworden. Gedachten gaan voorbij en de kracht blijft. Wat is er eenvoudiger dan de kracht te zijn in je bewustzijn, wetend hoe tijdelijk de vorm is, hoe tijdelijk het verschijnsel en je te beroepen op de kracht, want als de golf hoger wordt opgezweept, neemt ze meer water op. Wanneer het ik verder stijgt of meer volbrengen moet, neemt het meer van de kracht. Maar waarom zouden wij dan zeggen: “Ik ben” of “ik werk”, wanneer het de kracht is?

Geloof mij, in mijn leven heb ik dingen gedaan, die dwazen wonderen hebben genoemd. Zij hadden ze zelf kunnen doen met minder vertoon dan ik. In mijn tijd werd ik wijs genoemd, omdat ik vele dingen schoon wist te zeggen. De dwazen wisten niet, dat ze hetzelfde hadden kunnen zien en zo hadden kunnen weten, beter dan ik misschien.

Een magiër die zaaitijd moet bepalen voelt zich belachelijk, want de boer die leeft op het land weet veel beter wanneer die tijd gekomen is. Maar de magiër leeft ervan om te zeggen: “Nu is het de juiste tijd.” De magiër die dieren roept, die tot de adder zegt: “Kom hier” of “Ga” en die tegen de geit zegt: “Geef geen melk” wordt bewonderd. Maar eenieder die weet hoe de adder is en hoe de geit is, kan hetzelfde. Want iedereen kan hetzelfde. Wij zijn de kracht. De golven die van die kracht uitgaan, zijn verschijnselen. Het zijn dromen, niet meer dan dromen.

Je droomt over je werk, over je zaken, over de wijze waarop je een ander zijn beurs afhandig kunt maken of over het goede, dat je zult doen voor land en vorst. De heldenmoed die je zult tonen, of de veiligheid die je onopvallend zult zoeken. Dromen doen wij allemaal, maar het zijn de dromen die ons afzonderlijk zetten, die ons apart houden.

Wanneer wij de eenheid vinden, met de kracht één worden met die enorme zee van energie, wetend het zijn alleen golven, flarden die verwaaien, dan zijn die dingen niet belangrijk. En omdat ze niet belangrijk zijn, wordt het water glad. Dan gaan de dingen harmonisch voorbij.

Gebondenheid is in alle dingen. Niet zoals u het denkt, en u en u en u. Het is in alle dingen omdat ze het wezen is van alle dingen. Een lach en een traan zijn de uiting van hetzelfde: een gevoel, dat gestuwd wordt door omstandigheden. Als ze komen en ze lachen om je, neem de vrees en ze lachen niet meer; ze sidderen. En komen ze met tranen, spreek wat woorden, mompel een formule en zeg: “Nu zal het goed zijn.” En als ze je aankijken zeg je: “Ik ken een betere bezwering, betaal me wat meer”. Want als ze betalen geloven ze; en als ze geloven zijn de tranen gedroogd. Dat is de waarheid.

Terwijl je gedachten reizen tot achter de sterren, kun je alleen antwoord geven op de mensen met vertoon die kijken naar de golven en beseffen niet wat de zee is. Zij verlangen een demonstratie van macht en kracht en beseffen niet dat het overal rond hen is.

Soms denk ik weleens: de mens is als een dwaas, die een weide heeft en vele akkers en dan van iemand één grashalm koopt, omdat men hem zegt dat die kostbaar en bijzonder is. Besef kun je niet kopen. Het kan alleen ontluiken. Kracht kun je niet kopen, die moet je alleen beseffen.

Er is een band tussen alle dingen. Het vliegje dat daar gaat, de bloem die bijna verlept daarbuiten, de mens die hier zit, tot aan de geestelijke kracht die rond gaat om iets te voorkomen; ze zijn één en hetzelfde. Het is een band.

Indien u meent dat iets nodig is, trek u terug en zie de kracht. Het verschijnsel past zich wel aan, maar het is onbelangrijk. Indien u vindt, dat iets voorkomen moet worden, denk aan de vorm niet meer, denk aan het wezen en laat het wezen tot u gaan. Besef uw verwevenheid met alle dingen, met alle krachten, met alle wezens. De vorm gaat voorbij.

U kunt wijs zijn. Maar wijsheid is alleen door de buitenkant heen kijken. U kunt misschien ingewijd zijn: dat is door het buitenste naar de kracht binnenin kijken. U kunt ook gewoon leven. Dat is de kracht zijn, de kracht gebruiken, niet vragend naar onderscheid tussen uiterlijk en innerlijk en de daarachterliggende werkelijkheid. Maar levend uit die werkelijkheid zijn we één kleine golf, opgestuwd door de winden van de eeuwigheid, rimpelend over het vlak van het leven en gestuwd volbrengend wat nodig is om terug te gaan en te slapen; de eeuwige trilling van een Goddelijke werkelijkheid.

Dat is de werkelijkheid voor zover woorden werkelijkheid kunnen bevatten. Het is de waarheid van het menselijke leven, al zullen mensen het vaak niet willen begrijpen.

Denk niet dat ik eens een goed mens ben geweest of een slecht mens. Ik heb mijn rol gespeeld. Ik ben mijn weg gegaan. U gaat de uwe en u speelt uw rol. Begrijp alleen maar, dat ze niet belangrijk is. Als u het niet doet, doet een ander het wel. Als er geen mensheid is, zal het bewustzijn in andere vormen wel voortleven. En als alle materie uiteenslaat tot een massa van ijlheid en mogelijkheid, dan zal de kracht nog doorgolven op dezelfde wijze en zal het besef nog precies zo bestaan.

Soms zeggen de mensen: “We willen naar het licht.” Er is geen licht en er is geen duister, er is bestaan. Licht is wat je zelf maakt van het bestaan. Duister is wat je zelf maakt van het bestaan. Maar het bestaan zelf is de enige werkelijkheid, de voortdurende werking, waarin altijd weer de trillingen en golvingen zijn van een onbekend besef, dat bepaalt hoe wij zullen zijn. Daarom is het zo onbelangrijk. Daarom is het goed te leven en waar te maken wat er in je leeft. Daarom is het goed niet te aarzelen en je te beroepen op de krachten, wanneer het nodig is. Daarom is het goed niet je eigen denkbeelden te zien als enige werkelijkheid, maar het gebeuren als een tijdelijke werkelijkheid te aanvaarden, beseffend dat de kracht die er achter zit, onvergankelijker is dan alle verschijnselen.

Verbonden zijn wij, omdat ons wezen niet bepaald wordt door onze vorm. Verbonden zijn wij, omdat alle uitingen komen uit dezelfde kracht en zo dezelfde kracht in alle uitingen spreekt, die uitingen aanvullend, elkaar vervolledigend, omdat zij niets anders zijn dan een weerkaatsing van de eenheid, waaruit u bestaat.

Indien u magische praat had verwacht, dan wacht u hier de tweede teleurstelling. Ik heb het mijne gezegd. Ik heb iets geproefd van de kracht die in u is en in mij. Beroep u niet op mij, maar op de kracht die in u is en het zal u wel gaan op uw wegen. Gij zult gesterkt zijn in uzelf en gij zult onberoerd zijn door de grilligheid van een schijnwereld, die alleen door de kracht kan bestaan.