De relatie tussen innerlijke en uiterlijke gezondheid

image_pdf

11 oktober 1985

Aan het begin moet ik er natuurlijk weer op wijzen, dat we niet alwetend of onfeilbaar zijn, en de hoop uitspreken dat u zelf nadenkt.

We zitten op het ogenblik weer in een tijd, dat het griepvirus gaat rondwaren, en dat iedereen weer allerhande winterse kwalen gaat ontwikkelen. Nu moet u één ding goed begrijpen: We hebben een geestelijke structuur, je kunt die in voertuigen indelen, maar voor dit geval kun je ook zeggen: je hebt een geest, dan heb je nog zo iets als een levenslichaam, dat is eigenlijk levenskracht, en dan heb je een body (en dan kun je wel een bodywarmer aan doen, maar als je geest koud is, dan ril je toch) . Want wat is nu het geval? De geest en een deel van het denken, het mentale, de gevoelswereld die werken samen in op de thymus, een klier.

De afscheidingen van die thymus reguleren voor een deel de krachtverdeling in uw zenuwstelsel en indirect de lading van spieren. Wanneer dat allemaal prima in orde is, kan er wel een griepvirus komen, maar dan haalt het geheel van uw lichaam z’n schouders op en zegt: nou, die bacil lust ik niet. En wanneer u een beetje reuma hebt: oh, daar is energie te kort, een beetje energie erbij en het gaat een heel eind beter. Ik wil niet zeggen dat dit voor alle dingen werkt, er zijn zaken waar je psychisch heel weinig aan kunt doen of alleen op heel lange termijn, maar er is een samenhang tussen geest en stof.

Trouwens, de wetenschap is er ook achter: je hebt op het ogenblik onder meer de psychosomatica, waarbij men dus enerzijds het lichaam behandeld met medicijnen en anderzijds tegelijkertijd een feitelijk psychologische verandering geeft.

U moet zich het volgende eens voorstellen: het lichaam heeft natuurlijk zijn gebreken: er kan slijtage in zijn, er kunnen van allerhande dingen in zijn, maar het lichaam heeft energie. Zolang in dat lichaam voldoende energie aanwezig is, heeft het de neiging om zichzelf te herstellen. Bent u nu emotioneel of mentaal een beetje in de war, dan heeft het lichaam die energie niet. De energie is er wel, maar er is geen verdeling. Er ontstaan stuwingen. Aan de ene kant heb je misschien ontzettend veel lading op de hartspier, dat is een van de dwarsgestreepte spieren waar het op voorkomt, en aan de andere kant, daar waar je het nu op dit moment nodig zou hebben: in je brein, is het niet. (Ik vraag me soms wel eens af of hooggeplaatsten er ook onder lijden.) Wanneer je psychisch weerstand hebt, wil dat zeggen dat je je gevoelswereld kunt aanpassen. Je moet nooit somber zijn. Natuurlijk, het kan slechter worden, het kan beter worden, maar je kunt er tegen. Zolang je die zelfverzekerdheid hebt, heb je een emotionele achtergrond. Wanneer je denken nu is gebaseerd op verder gaan, niet op wat was of op wat is, maar: wat ga ik doen, dan ontstaat als vanzelf in het levenslichaam een veel betere, zeg maar doorstroming van energie. “Zeg maar” want het is natuurlijk niet helemaal zo. Maar goed, dan heb je verder een lichaam dat daardoor gestimuleerd wordt; ik heb dat vermeld, de thymus gaat een bepaalde afscheiding voortbrengen, waardoor onder meer in het zenuwstelsel een betere krachtverdeling komt. De hypofyse heeft ook drie afscheidingen, die daar een beetje mee samenhangen. U weet wel, dat is dat kleine nootje dat daar ergens zit. (tikt tegen het hoofd) Je hebt dus eigenlijk een biologisch-chemisch evenwicht veroorzaakt plus een krachtevenwicht. Dat houdt in dat de bloedsomloop en de stofwisseling veel beter functioneren, dan het geval is wanneer je een beetje neerslachtig en opgewonden bent. Het resultaat is, dat u niet alleen beter en gezonder leeft, maar ook dat u minder slijt, (ouderdom is slijtage, dat weet u ook allemaal). Als je dan je realiseert, dat dit niet alleen te maken heeft met je lichaam, maar nog met zoveel dingen meer, dan ga je misschien begrijpen waarom het erg belangrijk is om juist je emoties altijd een beetje positief te houden. Al is het maar: ik zal wel zien, het komt er niet op aan, of ik kan dit aan. Als je dat nu maar weet te voelen, dan gaat het vanzelf beter ook in je denken.

 Er zijn een hele hoop dingen die vervelend zijn. Je kunt praten over: wat is er hongersnood hier, en ongelukken daar of aardbevingen, en dan heb je nog atoomcentrales, atoombommen, enfin genoeg dingen, waar je je woest over kunt maken. Maar waarom zou je het doen? Constateer die dingen. Kun je er wat tegen doen, doe er wat tegen, kun je er niets tegen doen, laat het met rust. Zit er niet de hele dag over na te denken. Zit niet gefrustreerd voor jezelf dromen uit te denken waarbij je met een machinegeweer al die onverantwoordelijke mensen even neermaait, of zo. (En die dromen komen voor hoor, ja wij lezen hier en daar wel eens zo’n paar gedachten en dan merk je dat wel). Realiseer je, dat je juist door die rust te scheppen, gelijktijdig ook je geest veel betere mogelijkheden geeft. Want al die emoties die de mensen zo over het algemeen verwerken, zijn voor negentig procent waardeloos. (Nu ja, bij u natuurlijk niet, bij u is het natuurlijk maar 10%). Geestelijk nl. is emotie noodzakelijk om bepaalde inhouden van het bewustzijn over te brengen naar de geest. Je zou het zo kunnen zeggen: wanneer een denkbeeld of een beleving gepaard gaat met een sterke emotie, wordt dit in een soort geestelijk geheugen geprent. Wanneer u nu gelijkmatig bent, dan zijn er nog altijd dingen waardoor u werkelijk geraakt of getroffen wordt.

Maar in de eerste plaats krijgt u dan veel meer positieve emoties dan negatieve. U bouwt een zodanig beeld van het bestaan op, een bewustheidsinhoud, dat je geestelijk veel beter past in een prettige wereld. In de tweede plaats: doordat je denken altijd bezig is met de positieve dingen, (wat kan ik doen, en wat zou nu prettig zijn, dat soort dingen), ga je ook je hele gedachteleven omhoog brengen, je benadering van de wereld wordt positief. Dat wil zeggen dat die wereld tegenover jou ook positief schijnt. Het is maar hoe je er naar kijkt. Je weet het allemaal: wanneer de zon schijnt dan hebben de meeste mensen een veel prettiger humeur, en als het regent dan zie je ze allemaal van: Bluh, bluh, bluh, met een paraplu rond lopen sjokken, elk met een klein privé dakje, met hun ellende door de vochtigheid soppend. Dus: we moeten proberen om van binnen dat zonnig idee vast te houden, want daardoor bouwen we een beeld op van een zonnige wereld.

Er bestaat een verhaaltje, het is bijna een sprookje, en dat is dit: Wanneer je op aarde leeft, bouw je een huisje in Zomerland. Nu ja, dat is natuurlijk onmogelijk, want de ambtenaren gaan ook dood, en bouwvergunningen krijg je bij ons maar moeilijk, maar wat je in feite doet is voorstellingen in jezelf opnemen. En als je hele benadering van het leven van de wereld positief is geweest en je gaat eenmaal dood, (je wil misschien niet, maar het komt toch hoor, het is mij ook overkomen), dan heb je allemaal prettige beelden in jezelf, en bij ons scheppen de gedachten de inhoud, die je dus zelf hebt, dus eigenlijk de wereld waarin je verkeert. Dus wanneer je een beetje rekening houdt met je gezondheid, lichamelijk en psychisch, dan bouw je bovendien geestelijk nog veel  betere mogelijkheden op. Want in een positieve wereld ben je geneigd om open te staan, je leert meer. In een negatieve wereld sluit je je af, je vlucht eigenlijk voortdurend weg. Dit betekent  dat je steeds minder ervaringen opdoet, dat je steeds meer bezig bent om dat weinige dat je bent, te verdedigen tegen een wereld, die je niet meer wil begrijpen. Dat zijn dingen die je ook in de materie tegen komt.

Heus, ik heb mede door mijn verleden helemaal geen bezwaar tegen iemand die een stickie rookt, of zo. Dat laat ik aan de mensen over die bang zijn dat iemand een beetje zichzelf wordt. Maar wanneer   je in een dergelijke wereld wegvlucht, op den duur afhankelijk wordt van een bepaald gif, denk aan morfine en heroïne enz., maar soms ook alleen van het gevoel, zoals je dat hebt bij hasj, marihuana, al dat soort dingen, dan sluit je je af van de wereld. Dan leef je eigenlijk in je eigen droomwereld, hoe prettig je het misschien ook toelijkt op het ogenblik, het betekent dat je afgesloten bent. Er komt niets nieuws bij. Je krijgt geen nieuwe inhoud. En wanneer je het heel goed bekijkt, heb je eigenlijk geen nieuwe impulsen. Die impulsen zijn alleen voortgekomen uit een ongeremdheid en onbeheerstheid, worden niet volledig bewust beleefd en worden later bovendien nog verheerlijkt tot iets bijzonders. Nu,  dat is natuurlijk onzin. Dus wat doe je, je begint te denken: ik wil een gezond lichaam hebben. Dan moet u allereerst aanvaarden wat er is. Zolang je bezig bent over hoe het gisteren was, kun je vandaag niks doen. Maar, wanneer je aanvaardt wat er vandaag is, dan zie je wat er kan komen. Dan ben je in beweging. Probeer verder niet bezig te zijn met: oh, als dat been van mij nou maar eens een keer niet zo trok, of als ik nu maar niet zo’n pijn in mijn lenden, mijn hoofd of ergens anders had. (Hoofdpijn komt erg veel voor tegenwoordig, vreemd genoeg vooral bij hooggeplaatsten. Die vallen zelden op de normale plaats, die vallen op hun hoofd).

Wanneer jij dus weet: ik heb het wel, maar ik kan het aan, ik kan er mee leven, dan zal je zien dat het voor een groot gedee1te verdwijnt. Oh, ik zeg niet, dat als u zware reumatiek hebt, dat het zo meteen weg is, maar u hebt er minder last van. Doordat u er minder last van hebt, beweegt u normaler. Doordat u normaler beweegt, worden uw spieren op de juiste wijze gebruikt, en dat betekent in heel veel gevallen, dat extra afvoer van afvalstoffen plaats vindt. U weet, het heeft vaak te maken met ureum of zouten, waardoor die pijntjes ontstaan. Gelijktijdig voelt u zich veel beter. U hebt weer tijd om met de wereld bezig te zijn. Dat houdt in dat u in die wereld een hele hoop dingen ziet, die toch eigenlijk ook wel leuk en aardig zijn. Als u de wereld zonder humor benadert, dan kunt u in de geest een hele tijd bij uw begrafenis stil blijven staan. Je moet ’n keer kunnen lachen om de wereld en om je zelf. Om een herinnering van het medium hier even te citeren “wanneer iemand zegt dat je idioot bent en dat de anderen idioten zijn, glimlach, en zeg tegen je zelf: nu, dan ben ik tenminste niet alleen. Het is misschien een beetje vreemd als reactie, maar waarom niet? Er is zoveel in de wereld, waar we toch nog mee te maken hebben, Er is zoveel in de wereld waar we toch nog plezier van kunnen hebben. Alleen, wij kunnen niet altijd bepalen wat wij plezierig vinden op het ogenblik. Maar laten we dan kijken of er iets anders is dat de moeite waard is. Natuurlijk er zijn een heleboel ellendige dingen, maar naast die ellendige dingen, zijn er misschien ook andere zaken, misschien minder wereldomspannend. Het is natuurlijk gemakkelijker om je druk te maken over een werelddeel in gisting, dan je te verheugen over het feit dat een paar kinderen daar zo gezellig aan het spelen zijn. Toch is dat laatste voor u belangrijker. Daar put u kracht uit. Daar vindt u evenwicht in.

En dan kun je dat misschien compenseren door vroom te zijn zoals sommige denken. Deze mensen zijn vroom bezig en denken: later komt het in orde. Er zijn er ook die denken: ja maar wij horen bij een uitverkoren ploeg. Zoiets van: onze club wint toch. En als die mensen dan later ontdekken dat die club eigenlijk alleen op aarde bestaat en niet in de hemel, dan gedragen zich ongeveer als voetbalhooligans, wanneer een club verloren heeft in uw eigen wereld. Dat is dus allemaal kunstmatig. Je hebt te maken met de wereld. Je hebt te maken met alles wat in je bestaat. Maar je hebt ook te maken met alles wat er buiten je is, en zolang je daarmee een positieve relatie, tot stand kunt brengen, betekent dit lichamelijk, geestelijk, mentaal en emotioneel ’n opgaande lijn. Wanneer je je alleen met het leven na de dood bezig houdt, (zo nu en dan moet de verleiding voor sommige mensen in deze tijd wel erg groot zijn), dan bent u bezig met iets wat u nu nog niet bent. Je bent niet een voertuig, dat later ’n keer heerlijk gevleugeld rond zal wapperen. U bent gewoon een totale mens en dat betekent een geest, een wezen dat in verschillende werelden en sferen zijn eigen mogelijkheden bezit en zich daar al of niet reeds van bewust is. Dan hebt u nog het astraal, u weet het, en je hebt het levenslichaam, en nog zo’n paar dingen, en dan heb je dat lichaam. Maar dat zijn geen afzonderlijke werelden, dat zijn geen afzonderlijke dingen, dat is één geheel. U kunt niet een deel van uzelf als het ware op een piédestal zetten en al vast verheerlijken, zo van: eens zal ik zalig zijn. Als je denkt: eens zal ik zalig zijn, dan sta je er wel verduveld slecht op als je overgaat, want mensen die dergelijke dromen hebben, komen over het algemeen in de helse shoarmazaak terecht, waar ze worden geroosterd met een uitje en een beetje piment. In hun eigen gedachten weliswaar, maar toch…

Maak je geen beelden van die wereld in het hiernamaals, dat is nog niet nodig. Beleef je eigen wereld zo positief als je kunt. Wanneer je dat doet dan zullen die geestelijke voertuigen, dat andere deel van het ik, dat nog geen contact heeft met je directe bewustzijn, steeds sterker gaan spreken. Het doet dat via het onderbewustzijn. Het is niet iets wat ineens als een stem met een klokkenklank door je heen spreekt, en zegt: goed zo ga verder! (Goed, als je dat ooit hoort, dan is het een overgegane politicus) Dus maak je niet druk, maar in je onderbewustzijn komt een aanvoelen van de dingen. Het is of je als vanzelf getrokken wordt naar hele minimale dingetjes, die een ander niet eens ziet maar voor jou hebben ze betekenis. Je leert als het ware het schrift lezen in al het levende en dan gaat die wereld een heel andere betekenis krijgen. Maar gelijktijdig wordt daardoor dat element van de wereld, wat ook in die geestelijke wereld nog doorspeelt, voor jou steeds meer kenbaar.

Heeft iemand commentaar?

  •  Hoe zit het met aangeboren ziektes, dus iemand, die met een handicap geboren wordt?

 In dergelijke gevallen kunnen er vele oorzaken zijn, maar die zogenaamde aangeboren ziekten zijn vaak op erfelijke kwaliteiten terug te voeren. In andere gevallen op prenatale schokken of een geboortetrauma. In dergelijke gevallen kun je daar niet onmiddellijk veel aan doen, dat ben ik direct met u eens, maar is het u wel eens opgevallen, dat er een heleboel mensen zijn, die noemen ze dan geestelijk onvolwaardig, die door de wereld gaan, met een blijdschap en een vreugde, die je van een gewoon mens gewoon niet voor kan stellen. Dus zeg je: ja, die is gek, kijk maar, die loopt gewoon over straat te dansen, zegt nog iedereen gedag ook. Maar waarom niet. Misschien is die wel veel verstandiger dan al die anderen. En zo zijn er meer van die dingen. Je hebt een lichamelijk gebrek,  maar je kunt er mee leren leven. Er zijn blinden die beter belezen zijn dan mensen met eerste klas ogen. Er zijn mensen, die in een rolstoel moeten zitten, omdat ze verminkt zijn, maar die ondanks uit hun leven allerhand weten te puren, en bovendien voor anderen vaak nog nuttig zijn, hetzij door hun bestaan alleen, hetzij zelfs door activiteiten, die ze dan nog wel kunnen verrichten. Dus laten we eventjes wel wezen, ik zeg niet, dat je dergelijke dingen kunt genezen zonder meer. Maar ik zeg u wel, dat wanneer psychische oorzaken mee een rol spelen, en dat kan zowel wanneer er sprake is van een prenatale schok, als wanneer er sprake is van een geboortetrauma zonder grote beschadiging, dan kan alleen deze positieve levensbenadering al een hele hoop dingen als het ware wegvagen.

Ja, nu ben ik ineens op een ander chapiter gekomen. Ik hoop dat u het me niet kwalijk neemt, maar ik vond het een interessante vraag. Ik vraag me af of de meeste mensen zich wel realiseren, wat er gaande is. Wanneer stottert de mens het meest? Weet u dat?

Wanneer een ander naar hem kijkt. Het andere woorden: driekwart van het stotteren is geen werkelijk spraakgebrek, maar het is in feite een verlegenheid, een verwarring, die voert tot een bepaalde onbeheerstheid, zich uitende in repetitieve klanken. Zo zijn er meer van die dingen. Wanneer je kunt leren daar boven te staan, dan kun je ontzettend veel compenseren. Er zijn mensen die bepaalde woorden bv. niet kunnen lezen, bepaalde relaties eigenlijk niet kunnen leggen.  Ja, ik weet wel hoe het in elkaar zit. Hier zit een centraatje en daar zit een centraatje. Het zijn hele kleine plekjes in de hersenen, niet beurs, maar normaal bruikbaar. En deze plekjes moeten onderling een uitwisseling hebben.

Is er nu in die uitwisseling een stokken of een fout, dan kan daar o.a. woord- en leesblindheid uit voortkomen. Laat je je daardoor ergeren, weet je er geen raad mee, dan wordt deze hapering a.h.w. in toenemende mate hinder1ijk. Daardoor ontstaat frustratie, waarbij het contact tussen die centra nog kleiner wordt. Stel nu het tegenovergestelde. Ik doe mijn best en voor de rest doe ik het met wat ik heb en ik probeer toch gelukkig te zijn. Het resultaat is meer energie. Zelfs wanneer door een cel-defect bv. de directe verbinding niet ideaal mogelijk is, ontstaat er een soort omleidingsweggetje d.w.z. de fout verdwijnt langzaam. Dat komt alleen door de positiviteit van de mens waardoor z’n eigen krachtpatroon beter wordt, z’n aura harmonischer wordt. Kortom alles werkt samen om het denken en de uiting van gedachten, het overbrengen van gedachten zo eenvoudig mogelijk te maken.

Ik citeer nu maar een paar voorbeelden, je zou er een avond over kunnen praten. Maar wanneer u zich goed realiseert waar het om gaat, dan zult u ook begrijpen dat je een erfelijke kwaal of zoiets niet zonder meer uit de wereld kunt helpen. Laten we zeggen: iemand heeft kanker, beginstadium. Daar kun je wat tegen doen tegenwoordig, maar de vraag is: hoe ontstaan die kankers?

Heel vaak door in feite gevoelens van onbekwaamheid, een poging om anders te lijken dan je bent, en dat betekent een onvrede met je werkelijke persoonlijkheid. Weet u wie daar last van heeft o.m. onder de bekenden? Reagan. Als u Reagan ziet binnenkort, hij zal wel weer hier of daar te zien zijn, moet u maar eens op zijn neus letten. Er zit nog zo’n mooi ding op. Hebben ze weer een stukje huidkanker weggehaald. Nu, dat is helemaal geen wonder, die man zit zich voortdurend op te winden, en aan de andere kant vraagt hij zich af: ja, maar kan ik het wel? En dan laat hij anderen komen, en dan vraagt hij of hij gelijk heeft. En als ze dan zeggen dat hij geen gelijk heeft, nou dan moeten ze van hele goede huize komen, want anders worden ze de mantel uitgeveegd. Er zijn er zelfs een paar, die hebben hun baantje verloren. En het is ook een goed inkomen nietwaar? Dus dat wil je ook niet zo gauw verliezen. Dus krijgt hij veel gelijk, maar innerlijk voelt hij zich nog steeds niet zeker. Het resultaat is dat die woekeringen bij hem aanmerkelijk verder gaan, dan ze zouden zijn gegaan wanneer hij in rust was.

Kanker is voor driekwart een psychisch veroorzaakte ziekte. Een kwart komt voort uit een virus dat aanwezig is plus een cel beschadiging, of cel zwakte. En deze factoren, virus zowel als cel zwakte, kunnen onder omstandigheden erfelijk zijn. Degenen die dat hebben zijn dan de cancerprones. Dat wil nog niet zeggen dat je kanker moet krijgen, maar als je nu een pessimist bent, krijg je het zeker. Of om het anders te zeggen: als je kanker wilt hebben, kanker maar door. Het klinkt misschien rot om het zo te zeggen, maar het is zo. Je kunt alleen al door een beetje zo te leven, dat je je zelf kunt aanvaarden, (tevreden ben je toch nooit hoor, niet met de wereld en niet met jezelf, maar je moet kunnen aanvaarden), bereiken dat je eigen krachtpatroon juister en beter is, zodat je lichaam beter functioneert , dat je geest meer positieve waarden opneemt, kortom, je bouwt je gehele persoonlijkheid op. Op het ogenblik dat je begint om negatief te reageren, eerlijk is eerlijk, u hebt er wel een beetje reden voor), dan kun je toch zeggen: je bent er steeds beroerder aan toe, ook geestelijk, ook lichamelijk, ja zelfs in je gedachtewereld. Dat kan gaan tot nachtmerries toe, voortdurende nachtmerries. En waarom zou je het doen? Weet u een vriend van mij, die zei: “Ach een Nederlander is een nuchter mens. Als er te veel zure regen valt, begint hij augurken te kweken, dan heeft hij ze meteen in het zuur”. En daar heeft hij gelijk in. Het is natuurlijk niet leuk en je zou er wat aan moeten doen. Maar gelijktijdig moet je dan uitgaan van wat er nu is. Wat vroeger was, komt niet meer terug. Dat is met uw hele wereld zo: Neem bijvoorbeeld de wereldzee. Een hele tijd is ze eerste klas in orde geweest. Het was eigenlijk de bloedsomloop van de aarde en nu op het ogenblik is ze wat vervuild. Dat betekent dus onder meer dat er andere soorten vissen komen, dat bepaalde delen van het onderzeese leven een beetje uitsterven, en dat andere soorten weer te sterk toenemen, enfin u kent dat verhaal. U weet ook hoe het met zoetwater gaat, algenvorming, enz. enz. Nu ja, dat is niet gezond natuurlijk, maar moet je dan zeggen: “ja, maar wat moeten we daarmee beginnen, over honderd jaar zijn we allemaal dood”? Dat bent u toch nietwaar, dus daar moet je je geen zorgen over maken. Je zegt gewoon: “wat kan ik op dit moment nog goed doen, wat kan ik op dit moment nog zijn, hoe kan ik ergens hoe dan ook zelf gelukkig zijn, anderen gelukkig maken.”

Als je dat nu maar doet, gaat het goed, En daarmee ben ik zo’n beetje dan aan het einde van iets, dat ik zelf erg interessant vind.

(Ik hoop natuurlijk op instemming, maar dat hoeft niet hoor).

Beste mensen, wat u voelt en wat u denkt, kunt u vaak veel verder beheersen dan u zich realiseert. Wanneer je negatief denkt, besef tenminste dat je negatief denkt. Dat is eenvoudig. Maar als je dan zegt: ik denk negatief, dan heb je al iets positiefs er in gebracht. Want dan zeg je: “er moet dus iets anders mogelijk zijn”. Met uw emoties ook. Natuurlijk emoties kunnen je overspoelen. Best, de vloed komt op nietwaar, maar het wordt ook wel laag tij. Dus: zeg tegen jezelf niet: “oh wat is het dit en wat is het dat”, maar zeg alleen tegen jezelf: “hoe kan ik er nu het beste van maken”. En als ik dat nu doe, dan kan het beter worden, dan kan ik sterker worden. Het klinkt misschien krankzinnig, maar weet u, ik denk wel eens dat mensen die hun emoties niet beheersen, een beetje lijken op kinderen, die een zandkasteel bouwen, zo bij de vloedlijn. Omdat ze verward zijn, en hierheen lopen en daarheen lopen, krijgen ze het nooit zover dat dat kasteel een tijd kan blijven staan als de vloed opkomt.

Maar iemand die precies weet wat hij doen wil, die graaft de greppeltjes; die zal dan niet het hele mooie bouwwerk behouden, maar er blijft een eilandje over. En voordat dat weg is gaan er wel een paar dagen voorbij. Kijk dat kunnen wij met onze emoties doen. We kunnen natuurlijk de omstandigheden niet beheersen, maar we kunnen voortdurend bezig zijn om te zeggen: “wat is er nog leuk, wat is er goed, waar kan ik blij mee zijn, waar kan ik nu aan werken, waar kan ik meewerken, waar voel ik me thuis. En als u daar voortdurend mee bezig bent, dan bouwt u een verweer op tegen de negatieve tijden, de invloeden die u zo nu en dan toch wel weer zullen beroeren. Dan hebt u een zekerheid. En als u steeds doorgaat, dan hebt u op den duur een soort bergje, daar kunt u rustig zitten, terwijl het tij om u heen spoelt. Een mens kan zijn emoties voor een groot gedeelte richten, zelfs wanneer je ze niet geheel kan beheersen. Een mens kan zijn gedachten positief maken, al is het maar door het beseffen van z’n eigen negativisme. En een mens kan daardoor voortdurend sterker in contact komen met de meestal verborgen delen van z’n eigen persoonlijkheid, en zo zichzelf niet alleen vollediger beleven, maar gelijktijdig allerhande kleine voordelen genieten van aanvoelen, van erkennen, van weten, van ontvangen. U hebt heus veel mogelijkheden om positief te leven. U hebt mogelijkheden om uw gezondheid te bevorderen, geestelijk, stoffelijk, mentaal. Als u daar nu eens mee bezig zou gaan, zou u dan niet het beste doen wat er is voor de wereld. Want per slot van rekening: als u verder gaat, zoals veel mensen nu bezig zijn, dan is een gekkenhuis binnenkort de enige plaats waar normale mensen nog hun toevlucht kunnen vinden.

Laten we alsjeblieft hopen dat het niet zover komt. Laten de mensen weer open staan, open staan voor hun eigen wereld, voor het gebeuren. Maar ook voor hun eigen innerlijke kracht, hun innerlijke wereld. Dan kunnen ze de wereld beter maken, doordat ze zelf de krachten uit zichzelf kunnen puren, waardoor die wereld voor hen aanvaardbaarder wordt, maar gelijktijdig voor een ander de mogelijkheid ontstaat om ook enige positiviteit te vinden.

Beste vrienden ik hoop dat ik u niet verveeld hebt, dat was niet  de bedoeling althans. Misschien vindt u het een hoop onzin maar denk er nog een keer over na. Probeer het eens een keer, dan kunt u zelf de conclusies verder trekken en ik denk dat u dan toch een aanhanger van mijn denkbeelden zult worden.

Tweede deel

Hebt u zelf iets te berde te brengen?

  • Ja, een dezer dagen heb ik gelezen dat het volgende onderwerp aan de orde gesteld is: “waarom wees de kerk reïncarnatie af?” Ik weet niet of nu gelegenheid is om daar hier ook iets over te zeggen?

  Als er belangstelling voor is, waarom niet? Kijk een kerk is een organisatie en wanneer we spreken over de kerk in de christelijke landen, dan hebben we het gemeenlijk in de eerste plaats over de kerk van Rome en daarnaast over de reformatie, die beiden een gezamenlijke stam hebben en beiden op hun eigen manier proberen een soort geheiligde rangorde te handhaven. De kerk is een macht, maar wanneer we ons goed realiseren, waaraan ze die macht ontleent, dan wordt al heel gauw duidelijk dat de mensen vaker gehoorzaam zijn, omdat ze de verdoemenis vrezen, dan omdat ze eeuwige zaligheid in het vooruitzicht gesteld zien. Wanneer nu de mensen zouden geloven in reïncarnatie, dan zouden ze al heel gauw zeggen: “nu ja, zeg, dat doe ik een volgende keer wel, dat kan dan wel eens een keer in een ander leven” of: “ja, maar laat ik me nu houden aan datgene wat ik zelf goed vindt, want die pastoor komt ook terug, en dan is hij misschien ook weer een schaapherder”. En kijk daarmee zou het gezag ondermijnd zijn. In de eerste kerkgemeenschappen werd reïncarnatie nog wel besproken en voor een deel aanvaard, zij het niet op precies dezelfde wijze als bv. in de hindoewereld, of het boeddhisme, waar men er ook vaak aan gelooft. Men dacht toen aan Jezus, die had gezegd: “voor Abraham was, was ik” en dan ook nog: “Ik zal terugkomen”. Dan zijn er ook nog profeten geweest, die ten hemel zijn gevaren en die terug zullen komen.

Zo dacht men eigenlijk toen dat uitverkoren personen konden reïncarneren. Men nam het dus niet algemeen aan. Maar er kwam een uitbreiding. Dat is eigenlijk door Constantijn gekomen, die daar eerst in dat Byzantijnse Rijk een soort regeringsgodsdienst van maakte en die later ook in Rome de macht van het christendom heeft bevestigd. En toen werden heel veel mensen geconfronteerd met die denkwijze, omdat in die dagen de gemeente nog ouderlingen had, d.w.z. degenen die dus in de leer waren ingewijd en dan in de dienst voorgingen, maar ook de predicaties hielden. Zoals in de joodse gemeenschappen, was het heel gebruikelijk dat iemand die belangrijk was, werd uitgenodigd om een stuk voor te lezen uit het evangelie of uit een epistel, en daar evt. commentaar aan te verbinden. En in die tijd begonnen een hele hoop mensen te geloven: “ach, we zullen nog wel een keer terugkomen op deze wereld”. Dat was natuurlijk tegen het zere been van de monniken, (het waren toen hoofdzakelijk monniken en kluizenaars, waaruit later de priesterstand is voortgekomen), die vanuit hun standpunt de ongehoorzaamheid zagen groeien. Hun woord was niet zonder meer wet en dat was natuurlijk niet aanvaardbaar. En wanneer je dan toch al een beetje de macht hebt, dan wil je hem natuurlijk houden. Zo ontstond dus langzaam maar zeker een synode van bisschoppen, maar die was nog steeds verdeeld. De Noord-Afrikaanse bisschoppen dachten in vele gevallen nog aan reïncarnatie, hadden vaak een afwijkende voorstelling van Jezus, en een groot gedeelte van hen dacht bv. dat Jezus in de eerste plaats mens was, en dus niet alleen maar de zoon van God. Toen kwamen er dus verschillende consilia.  In de tijd van Karel kwam dat beruchte consilium van Trente. Daar werd dan eens en voor altijd uitgemaakt: Jezus was God, reïncarnatie bestond niet, de mens had één leven en als je in dit leven leed, zou je daardoor zaligheid beërven. M.a.w.: jongens als we jullie mishandelen doen we het alleen maar om jullie ziel de zaligheid te geven. In die tijd waren bisschoppen en ook pausen eigenlijk vorsten. De meesten van hen hadden maar weinig theologische achtergrond, maar ze hadden heel vaak bijzondere bekwaamheden als veldheer bv. en soms als administrateur. Deze mensen moesten natuurlijk helemaal niets hebben van vragen, die hen gesteld werden, Zij zouden wel zeggen hoe het was, want anders moesten ze hun eigen onvolkomenheid bekennen. Dat ging ook niet. Daardoor ontstond, in toenemende mate eigenlijk, een dwang om het geloof zonder meer te aanvaarden. Dat werd bovendien later nog door een aantal monnikenorden en ook zwerfmonniken, uitgebuit. U kent dat allemaal wel: de aflaatverkopen. Bv. die mooie man, die overal een veer uit de vleugel van de engel Gabriel liet zien. Die had hij aan een papegaai ontvreemd. Weer een ander liet de kolen zien, waarop de heilige Laurentius geroosterd was. Die had hij hier of daar bij een boer meegenomen, en als ze te vuil werden haalde hij uit een vuurtje weer wat nieuws. En zo kun je verder gaan. M.a.w. het was een zwendel. Dat betekent niet dat het geloof op zichzelf slecht is, maar het betekent wel dat de kerk om allerhande redenen misbruiken heeft getolereerd. Die misbruiken zijn zo groot geworden dat een aantal mensen daartegen in opstand zijn gekomen: Zwingli, Calvijn, Luther, Hess, enz. (Er was vroeger ook een Johannes Hess maar dat was een ander). Kijk dan moet je dus bijtrekken.

M.a.w., de reformatie was aanleiding tot een hervorming in de kerk met haar gebruiken. Dit heeft o.a. gevoerd tot een heel andere benadering van bepaalde, ridderorden die nog bestonden.

Het heeft gevoerd tot andere regels voor kloosterorden, tot de Franciscanen toe. En het heeft zelfs een tijd lang gevoerd tot een verbod van de orde van Ignatius, de orde van de Jezuïeten. Maar die kerk had macht: achter elke troon stond een prelaat. Wanneer u zich realiseert hoeveel macht je moet hebben om een Rooms koning of een Keizer gewoon een knieval in de sneeuw te laten doen, alleen omdat hij met een banvloek is bedreigd, dan kunt u nagaan hoe machtig dat apparaat was. En denkt u niet dat dat later voorbij is gegaan, want zelfs in 1850—1860 had de kerk nog een enorme invloed. Was zij direct of indirect gelieerd met wat we de bezittende klasse kunnen noemen, met de adel. Mensen die geloven dat zij zelf in een volgend leven koning kunnen worden hebben veel minder respect voor een koning. Die denken dat ze in een vorig leven misschien zelf priester zijn geweest, hebben minder respect voor een priester. Dientengevolge werd alles steeds meer weggevaagd, wat met die reïncarnatie te doen heeft. Het is duidelijk: een kerk, die haar gezag voor een groot gedeelte baseert op de behoefte van de gelovigen, zich in één leven hemels na-bestaan te bezorgen, niet toelaten dat aan dat denkbeeld ook maar iets gewijzigd wordt. En zo is het in de meeste Christelijke gemeenschappen gebleven. Er zijn enkelen die wat ruimer staan, maar dat zijn dan bijna sekten, de oudkatholieken bv. denken over allerhande dingen weer heel wat ruimer dan de echte katholieken en er zijn vrijzinnig hervormden die ook weer veel opener staan tegenover allerhande mogelijkheden. Maar zij zijn eigenlijk een randverschijnsel. Een kerk is macht.

Het westen met zijn eigen tradities, z’n standenverdeling, en vooral z’n opkomende koopmansmacht, eist nu eenmaal een benadering waarbij niet in een volgende maal in een ander leven de plaatsen zouden kunnen wisselen. Daarom was reïncarnatie onaanvaardbaar. Dat is het in het kort.

  •  Hoe staat het met de macht van… (rest onverstaanbaar)

We moeten een groot onderscheid maken tussen kerk en geloof. Ik heb al gezegd: de kerk is een organisatie. Wanneer we nagaan hoe dat allemaal zit, dan komen we tot de meest verbijsterende ontdekkingen. Om u een voorbeeld te geven: De kerk van Rome is tegen anticonceptie geweest, maar in de tijd dat de pausen daar encyclieken tegen schreven, had men wel aandelen in een rubber fabriek die onder meer voorbehoedmiddelen vervaardigde.

Wat Nederland betreft, dat weet men misschien ook niet, er is een tijdlang een blad verschenen van, ja hoe heten die mensen ook weer, ze zeiden in de kerk godloochenaars, atheïsten, maar ze hadden voor zichzelf nog een andere naam. (noot: wellicht is bedoeld: humanisten). Dat blad was tegen de kerk. Het werd echter zeer winstgevend gedrukt door een drukkerij in Haarlem, die direct eigendom was van het diocees aldaar. Ik wil u maar zeggen: de kerk is bezig geweest zichzelf uit te hollen. De mensen geloven wel, ze geloven vaak intenser dan vroeger, maar ze zien de noodzaak niet in om met een vaste regelmaat kerkdiensten te bezoeken. Ze voelen zich helemaal niet meer verplicht om klakkeloos en zonder zelf na te denken de eisen van de geestelijkheid gevolg te geven. Zoiets als: grote gezinnen zijn de zegen Gods, dus zorg maar dat je vroeg begint. Iets wat letterlijk gebeurd is. Er is zelfs een man geweest, die tot zijn vrouw steeds sprak: “laten wij ons in de Heer begeven”. Daar bedoelde hij dus wel iets anders mee. Denkt u niet dat het grappen zijn, die dingen zijn historisch. Wanneer de mensen zelf gaan nadenken, dan blijft die kerk nog wel ergens ’n tehuis, waar je mensen treft met een vergelijkbaar innerlijk leven en geloof. Bepaalde plechtigheden en riten blijven belangrijk.

 Per slot van rekening: trouwen in de kerk zal voor een gelovige een soort erkenning zijn dat God er ook een rol bij speelt, en niet alleen de burgerlijke stand. Wanneer de gelovigen steeds ruimer gaan denken, hun eigen visie van geloof steeds wijder opvatten, dan zijn ze niet minder gelovig, maar minder kerks.

 D.w.z. dat de kerk haar eigen acties gaat verschuiven, om op een andere manier dan toch enige greep te behouden. Ze kan dat bv. doen door scholen en het vormen van sociale centra. Vroeger waren dat jeugdverenigingen en tegenwoordig exploiteren ze zelfs disco’s. Dus dat is niet iets wat aan de Bhagwan alleen  is voorbehouden. Al deze dingen wijzen er wel op, dat langzaam maar zeker de kerk aan het verschuiven is, van een geloofsmacht naar een sociale organisatie. Naarmate het geloof vrijer wordt, kan het ook intenser beleeft worden. Dat houdt in dat de vlucht naar allerhande oosterse filosofieën wel een keer afgeremd zou kunnen worden, omdat de mensen in het innerlijk leven ook met de Christus, met een beeld van God vrede vinden. Maar dan zien ze niet in, waarom je ruzie moet maken met iemand die twee woorden in de geloofsbelijdenis anders interpreteert. Ze zeggen, ach, wat geeft het eigenlijk, het gaat om de kern, het gaat om God, het gaat om onze relatie met God. Dan krijg je dus een samenvloeiing van allerhande groepen, kerkgenootschappen, die op dit moment nog voortdurend bezig zijn ten koste van alles hun eigen identiteit te verdedigen. We krijgen dan in werkelijkheid datgene wat nu verkeerdelijk als oecumene wordt uitgelegd. Dan worden de kerken eerder stiltecentra, niet meer rituele plaatsen van samenkomst zonder meer. Maar plaatsen waarin je je even kunt afzonderen, om in een sfeer en misschien samen met gelijkgezinden, voor een ogenblik je innerlijke wereld te beschouwen, en zo God te ontmoeten. En dat houdt in dat de kerken wel blijven bestaan, maar dat ze niet meer de macht zullen vormen die ze helaas in vele opzichten thans nog zijn, Ik denk dat de vrije mens dichter bij God komt, omdat hij niet uit angst, maar uit vrije wil, met innerlijk zoeken, tot zijn God komt, De heerschappij van de angst moet zo langzamerhand voorbij zijn. Het worteltje voor de neus van de gelovige, die eeuwige zaligheid met eventuele zalig- of heiligverklaringen in het verschiet, moet ook zo langzamerhand maar eens verdwijnen. Laten we terugkeren naar de werkelijkheid. De werkelijkheid die betekent; als je dood gaat, kom je niet in een wereld die helemaal beheerst wordt door het hoogste of het laagste, maar je komt in een wereld die is aangepast aan wat je zelf bent. Je verandert niet. Je kunt groeien, maar als je doodgaat, ben je diegene die stierf, en pas langzaam kun je veranderen. En dan kun je tegen die mensen zeggen: “als het nodig is kun je natuurlijk terug naar de wereld en opnieuw leven, waarom niet… Dan kun je tegen die mensen zeggen: “het is belangrijker dat je in dit leven vrede kent, dat je in dit leven goed bent voor anderen, zo zo juist als je dit maar beseffen kunt, dan dat je rijk of vroom bent” Een filosoof uit de tijd van Voltaire merkte eens op: “De ware vroomheid is de spa, waarmee de boer de aarde omwoelt, niet het woord dat in wierookwalm de gedachte smoort!”. Ik ben het daar volledig mee eens.

Hebt u commentaar?

  • Denkt u dat in de toekomst de kerken weer open zullen zijn? Ik zou dikwijls nu best een kerk binnen willen gaan om die stilte te krijgen, maar vanwege alle kostbaarheden is de deur op slot en vraag je je af: wanneer gaat die open?

Ja, dat is ook een van die eigenaardigheden van uw moderne tijd.    Aan de andere kant kan ik ze wel begrijpen hoor, Ze hebben die kostbaarheden met veel moeite losgekregen van mensen die het eigenlijk niet konden missen en nu hebben ze die eenmaal, nu moeten ze ook bewaard blijven. Als er nu een stelletje halfdronken jongelui  binnenkomen, die een slokje uit de avondmaalbekers willen nemen, dan wel een ogenblik willen demonstreren met een remonstrans, dan kan ik me echt voorstellen; dat men zegt: “ja, dat kan niet”. Per slot van rekening, mag ik er u aan herinneren dat veel openbare gebouwen ook heel vaak gesloten zijn. Dat er zelfs nu al gebouwen zijn, waar je eerst moet bellen en bij de portier langs moet, voor dat je echt naar binnen mag. Dat is nu eenmaal het gedrag van deze tijd, waarbij eenieder zich het recht schijnt toe te kennen om het bezit van anderen voor zijn eigen genoegen te misbruiken. Daarom is het antwoord: zolang de mens niet verandert, zal dit wel een beetje zo blijven. Maar aan de andere kant zijn er op het ogenblik al – ik meen in Nederland niet zo gek veel, ik geloof 14 stiltecentra. In andere landen en omgeving zijn er zelfs al meer die deze functie overnemen. Daar zijn geen sieraden. Daar kun je dan wel jezelf vinden. Dus de kerk door haar rijkdom, moet zich afsluiten en geeft daardoor als vanzelf een andere benadering van het innerlijk leven meer kans. Ik vind dat eigenlijk grandioos. Het schijnt dat we over dit onderwerp zijn uitgebabbeld. Maar misschien hebt u nog iets?

  • Kunt u iets zeggen over recht en onrecht?

 Aangezien er geen recht bestaat, kan er geen onrecht worden gedaan, want werkelijke rechtvaardigheid kan alleen daar bestaan, waarbij alle factoren volledig bekend zijn. Datgene wat dus recht heet op aarde, is niet werkelijk recht in de zin van rechtvaardigheid. Het is eenvoudig een constructie waardoor de gemeenschap probeert zichzelf te handhaven zoals zij is, of in andere gevallen, zichzelf in een structuur te brengen die door degenen die de macht hebben, wordt gewenst. Onrecht is al datgene wat ingaat tegen datgene wat de gemeenschap, of de macht, als recht heeft vastgesteld. Misschien vind u het vervelend om zo te horen maar laten we ons heel goed realiseren dat je nooit waarlijk rechtvaardig kunt zijn. Datgene wat recht en rechtspraak behelzen is in wezen niet een poging om recht te doen, ook al wil men dat vooral in die kringen, voor zichzelf nog wel graag geloven. Recht en rechtspraak zijn niets anders dan de middelen waarmee de gemeenschap probeert zich te verdedigen tegen al datgene wat vanuit die gemeenschap en haar opvattingen, dan wel vanuit de macht en haar opvattingen, onaanvaardbaar is. En dan kun je zeggen; ja, wat is dan wel recht?” Ik vind het krankzinnig dat in een wereld waarin iedereen een lichte hartcollaps krijgt, wanneer over doodstraf wordt gesproken, helemaal niet wordt nagedacht over het grote aantal verkeersdoden, verminkten en gewonden, die elk jaar vallen, want “dat behoort nu eenmaal bij ons levenspatroon”. Het respect voor het leven dat men dan proclameert is dus eigenlijk niet aanwezig. Het is meer een ideaal dat men in enkele gevallen wil dienen, meestal dan ook nog ten koste van de gemeenschap, terwijl men in zijn eigen benadering zegt: “ja maar, ach, de dood kan een ongeluk zijn, en dat kun je me toch niet kwalijk nemen”. Als je zo gaat denken, dan wordt ook duidelijk dat je niet kunt zeggen: “wij kunnen de gevangenen rehabiliteren” . Dat gaat ook in feite, dan moet je ze niet gevangen nemen. Dan moet je ze gewoon de mogelijkheid geven om hun eigen persoonlijkheid in een veel grotere vrijheid te ontwikkelen. Maar dan moet je ook de risico’ s nemen die er aan verbonden zijn. Men wil het een niet, men wil het ander niet.

Men komt tot een gevangenissysteem, waarbij de werkelijke straf eigenlijk alleen beperking van bewegingsvrijheid is. Dat kan heel erg zijn en het is erg frustrerend, maar kun je dat opvangen door de mensen een radiootje, een teeveetje, een schemerlampje en een wekelijkse filmvertoning en misschien ook nog eens in de maand een big band te geven?

Kijk, dat heeft niets met recht te doen; Dat is sentimentaliteit. Ik ontken niet dat het voor de gevangenen veel prettiger is. Ik vraag me alleen af, of het vanuit het standpunt van rechtspleging, zoals deze gebruikelijker wijze wordt gehanteerd, noodzakelijk is. En of hierdoor niet veel zwaardere lasten worden opgelegd, zowel aan de gemeenschap, als aan degene, die direct met de gevangenen te doen hebben, dan anders het geval zou zijn. U ziet mijn visie is een beetje anders dan de uwe. Recht, zoals het op aarde bestaat, nogmaals: bescherming van de gemeenschap, ik geloof niet dat je het recht hebt, dat is weer een ander punt, om een medemens het leven te nemen. Dat heeft niets te maken met rechtspleging, maar met de erkenning dat je dat  leven, als het genomen is, nooit meer terug kunt geven. Je zou je kunnen vergissen. Ik zou zeggen: wanneer iemand een  misdaad pleegt, en dus een gevaar voor de gemeenschap vormt, breng hem in de gemeenschap van zijn gelijken, sluit wat mij betreft een hele provincie af, en laat ze daar op elkaar los, laat ze een eigen maatschappij bouwen. Dan zal je zien dat datgene wat hier als misdadigheid wordt ervaren, in een dergelijke gemeenschap misschien weer een grote mogelijkheid, verdienste en ontwikkeling betekent.

Want datgene wat negatief wordt genoemd in de maatschappij, is het lang niet altijd. En dan kom je op problemen, die niets meer met recht en onrecht te maken hebben. Het is nu eenmaal zo dat mensen een eigen gevoel van juistheid hebben. Dat ze een eigen behoefte hebben om op welke wijze dan ook zich te doen gelden en te uiten. Het is hun recht om dit te doen. Maar het is het recht van de gemeenschap zich tegen een aantasting van haar rust, vrede, bezit en wat er meer zij, te beschermen, door dergelijke  figuren uit de gemeenschap te verwijderen. Maar je hebt volgens mij dan niet het recht die ander in een kooi te sluiten. Je hebt niet het recht die ander te doden. Wanneer je spreekt over straf of strafmaat, dan betekent het eenvoudig, dat je probeert om op welke wijze dan ook een vergoeding te krijgen voor het onrecht dat gepleegd is, zoals de parkeerpolitie bv., doet. Die begint ook langzaam maar zeker zichzelf alweer terug te verdienen. Alles bij elkaar zou ik willen zeggen: de benadering van wat men misdaad noemt, is een verkeerde. Er zijn onbewoonde gebieden genoeg op aarde, waar je die mensen naar toe kunt brengen. Geef ze dan een beginsel-uitrusting, zodat ze zichzelf kunnen handhaven en enigszins in leven kunnen blijven, en laat ze dan zelf maar zien wat ze er verder mee doen.

Het binnenland van Australië zou er heel geschikt voor zijn. En misschien zou op een dergelijke wijze zelf een deel van de Sahara weer vruchtbaar kunnen worden. Wanneer mensen weten dat dit de enige  manier is om zichzelf te handhaven, dan zouden er twee dingen gebeuren. Op de eerste plaats zou de gemeenschap een zekere mate van vrede, van rust kennen. Aan de andere kant zouden delen van de mensheid, die heel erg belangrijk zijn, zich zonder al te grote frustraties verder kunnen ontwikkelen. Ja, dat zal u weinig interesseren, mijn visie op het strafrecht en het strafwezen. De wet en de rechtspraak is nu eenmaal niet geheel in overeenstemming met hetgeen men er daar op aarde aan pleegt te verbinden.

Als u commentaar hebt, bent u welkom.

  • Commentaar onverstaanbaar.

 Er is een heel eigenaardig verschijnsel, dat, als u goed nadenkt, ook in uw eigen land kunt constateren, nl. wanneer de bevolkingsdichtheid op korte termijn zeer sterk toeneemt, ontstaat gelijktijdig een neiging tot minder nageslacht en een kleiner respect voor het leven. Dat wil dus zeggen: hoe minder mensen er in een gebied zijn, hoe kostbaarder het leven in het oog van een ander is, en hoe meer mensen er zijn hoe minder belangrijk in feite het leven in de ogen van anderen. Dit betekent dat het een beetje zichzelf compenseert. Wanneer u ze in de Sahara brengt, dan brengt u ze daar in een totaal nieuwe ecologie, waarvan ze zelf een belangrijke factor uitmaken: D.w.z. dat ze door de omstandigheden in die ecologie en de mogelijkheden ervan in aantallen beperkt blijven; en dat wanneer zij in aantallen toe gaan nemen, ze zich zodanig ontwikkeld hebben, dat heel veel van degenen die zich als civiele burgers beschouwen… (rest onverstaanbaar – opname werd steeds slechter).

Oh, de mogelijkheden zijn er wel, maar de wil is er alleen niet. Weet u, wanneer we zouden beginnen op die manier als het ware te deporteren, dan zouden er een hele hoop mensen in oproer komen, al is het alleen maar omdat dan hun eigen mensen in gevaar komen. Laat ik een voorbeeld geven. Engeland: Scargill. Deelgenomen aan aanvallen op de politie, aan allerhande demonstraties waarbij geweld is gebruikt tegen burgers. Leider van een vakbond. Nu heeft men hem in feite laten lopen want anders zouden er nog meer uitbarstingen komen. In het geval dat een dergelijk soort asiel er zou bestaan voor andersdenkenden, zou hij met een deel van zijn mijnwerkersbond daar onmiddellijk heen verhuisd zijn. En dat betekent nl. een grote slag voor Labour, want die heeft een dergelijk oproer weer nodig om de conservatieven enz., u kent het systeem. Het is hetzelfde wanneer u hier kijkt naar de verkiezingen, die in zicht komen, dan ziet u opeens dat de harde lijn en de soberheid die zo lang verkondigd is ineens ’n eindje gevierd wordt en dat wetsvoorstellen die in het begin van een zittingsperiode van een kabinet zonder meer worden aanvaard dan ineens allerhande kritiek krijgen, omdat men wil laten horen dat men zo erg in is. M.a.w. het systeem zelf is gebaseerd op onoprechtheid en een systeem dat gebaseerd is op onoprechtheid kan zich niet permitteren om een oprechtheid mogelijk te maken voor anderen. Ik weet niet of u mij kunt volgen. Ik heb het nu al gefulmineerd tegen de kerk en tegen de staat, misschien mag ik met een klein verhaal zo langzaam maar zeker mijn bijdrage aan deze bijeenkomst beëindigen.

Het verhaal dat nu volgt over de aankomst van verschillende aardse  persoonlijkheden aan de hemelpoort, werd helaas al snel geheel onverstaanbaar. Ook het resterende deel van de lezing moet hier helaas achterwege blijven.

image_pdf