De ritmen van de wereld

uit de cursus ‘De wereld’ (hoofdstuk 10) – juli 1974

De ritmen van de wereld

Als we teruggaan in de historie, dan komen we tot een paar verbluffende ontdekkingen. Er is een zondvloedverhaal. Dat zelfde verhaal vinden we bijna overal. Het wordt dus wel moeilijk aan te nemen dat hier alleen maar sprake is geweest van een kleine overstroming ergens in Mesopotamië. Aan de andere kant zitten er mogelijk verschillen van 400 tot 500 jaar indien u historische datering nastreeft tussen de rampen, die worden gemeld in Afrika, in Zuid-Azië, in Mexico en in het noorden van Zuid-Amerika. Verder is het opvallend dat de meeste rampmeldingen terugvallen op ongeveer dezelfde keten, d.w.z. op een bepaalde afstand van de huidige equator.

Gaan we terug in de legenden of wat dat betreft, houden wij ons bezig met de uitspraken zoals die van Solon, dan krijgen we de indruk dat het meermalen is gebeurd. Er schijnen steeds weer rampen te gebeuren op aarde. Steeds weer schijnen ze een grote omkeer te betekenen in een bestaande ontwikkeling, steeds weer dreigen ze een beschaving te vernietigen en zien wij als gevolg van die rampen elders plotseling vreemde ontwikkelingen.

U moet niet denken dat dit alleen maar wordt gezegd omdat het mooi klinkt. Denk maar eens aan bijvoorbeeld de hoeveelheid wonderlijke geraamten, die zijn gevonden in de asfaltputten in het zuiden van de Verenigde Staten. Denk eens aan wat er in het ijs aan dieren is gevonden. Het gaat niet alleen om de mammoet en de wolhuidrinoceros, er zijn ook nog andere dieren gevonden, die theoretisch althans met deze dieren in de buurt plachten te leven. Er zijn ook nog andere deposito’s op deze wereld waar dergelijke vreemde dingen kunnen worden geconstateerd.

Er zijn opgravingen gedaan in een kolenmijn waar een stuk steen werd aangetroffen waarvan men dacht dat het een fossiel was. Bij nader onderzoek bleek echter dat daar een spijker in zat, althans een soort priem van metaal, die als spijker gebruikt zou kunnen worden. Maar gezien de manier waarop die in de steen was gedrongen, zou dat 50 tot 60 en waarschijnlijk meer duizenden jaren geleden daarin gekomen moeten zijn. Wij nemen nu het gunstigste geval: dat het in een moeras terecht zou zijn gekomen. Als we dat nagaan, komen we tot de conclusie dat er op deze wereld inderdaad vele wonderlijke rampen zijn gebeurd. Al die rampen betekenen een verandering in beschaving, een verandering ook in het leven dat op de aarde dominant is.

Nu zal het voor iemand moeilijk zijn om daaraan een ritme vast te knopen. Zo moeilijk lijkt het mij niet. Ga ik terug tot Atlantis, dan weet ik dat er een ramp moet zijn geweest ongeveer 20.000 jaar geleden. Dergelijke rampen schijnen eveneens te zijn voorgekomen in Ethiopië, waar bij onderzoekingen die gedaan zijn betreffende het Tafelland (het hoogland) is gebleken dat daar omstreeks die tijd een enorme waterstroom moet hebben gestaan. Er is verder een overlevering van een ramp die onge­veer 80.000 jaar geleden zou zijn gebeurd. En als ik dat nog verder uitreken (ik wil dat in dit korte bestek niet allemaal apart benoemen), dan kom ik tot de conclusie dat:

  1. rampperioden met een gemiddelde duur van ongeveer 750 jaren op deze aarde plegen terug te keren per 35.000 jaar.
  2. wanneer een dergelijke ramp is gebeurd, niet altijd de stand van de aardas is gewijzigd, maar dat in vele gevallen wel zeer extreme klimaatveranderingen zijn ingetreden en het atmosferisch geheel vaak sterk van karakter is veranderd.

Dergelijke rampen zijn kennelijk niet altijd watersnoodrampen, zoals het bekende verhaal van de zondvloed. Er blijken ook overleveringen te zijn van rampen, die direct of indirect te maken hebben met stenen die uit de hemel vallen of vuur dat uit de aarde komt en in één geval zelfs met een absolute duisternis die een aantal dagen geduurd zou hebben (de schattingen verschillen nogal, want het zijn overleveringen, laten wij dus veiligheidshalve zeggen een dag of drie) en gepaard gaande met geweldige stormen. Het zijn de stormen die dan alles vernietigen.

Zou dat nu allemaal toevallig zijn? Als we het zo bezien dan zit er een zeker patroon in. Er is een regelmaat, die zeker niet op een duizend jaar precies uitkomt, maar die toch ondanks dit alles een te vaste periodiciteit vertoont, een regelmaat, zodat wij kunnen aannemen: dit staat in ver­band met de aarde zelf. Om dit nader te definiëren moeten we geestelijk gaan werken en komen dan tot de gevolgtrekking dat de aarde een aura heeft.

Die aura verandert bij tijden van hoofdkleur. Op het ogenblik is de gemiddelde uitstraling van de aardaura blauw; d.w.z. dat de gemiddelde uitstraling van het meeste leven op aarde blauw is of mede door blauw wordt bepaald. Nu kunnen wij zeggen: dat is wijsheid, wetenschappelijk­heid en techniek. Dat is de duiding die wij eraan geven. Maar voor die tijd is de uitstraling een tijdlang purper geweest, dus met een rode gloed erin. En het is bijna zeker dat in die periode er op aarde een magische beschaving van hoge trap heeft bestaan.

Gaan we nog verder terug, dan vinden we zelfs een periode dat de uit­straling van de aarde tussen groen en geel schijnt te weifelen. In die periode vinden we de sauriërs e.d. Zou misschien, het is maar een vraag, die uitstraling van de aarde in bepaalde perioden verande­ren en zou dit betekenen dat de levensvatbaarheid van bepaalde vormen op aarde daardoor verandert?

Als ik u aan het einde van deze cursus deze vraag voorleg, dan is dat zeker niet omdat ik verwacht dat binnenkort de aarde zal vergaan. Integendeel. Ik verwacht ook niet dat er binnenkort een ingrijpende ver­andering in de aura (de uitstraling) van de aarde zal optreden. Maar wat intrigerend is, is dat de aarde, als persoonlijkheid, periodieke ver­anderingen vertoont. Deze veranderingen komen mede tot uiting in de uit­straling. Datgene wat wij u vroeger eens hebben verteld over de communicatie tussen planeten en sterren zult u zich wel herinneren. Daar heb­ben we toen gezegd dat er een fluctuatie in de aura is. Maar een fluctuatie is altijd geënt op de op dat moment bestaande hoofduitstraling.

De periodiciteit van een dergelijke communicatie is nooit helemaal uit te rekenen. Als twee mensen elkaar ontmoeten, kun je ook niet zeggen hoe lang ze met elkaar zullen praten. Maar als het een eigenschap van een persoonlijkheid is, dan moet je dat wel kunnen zeggen. Dan moet je kunnen zeggen, dit is een ritme. De conclusies over dit onderwerp zijn:

  1. In de aarde bestaat een ontwikkelingsritme dat in aardse tijd is uit te drukken. Het schijnt per fase ca. 35.000 jaar, iets meer of minder, in beslag te nemen. In elk van deze perioden ontstaat er een zodanig grote beïnvloeding van al het levende op aarde dat ook hierin sterke mutaties, zoals het uitsterven van rassen e.d. zonder meer kenbaar worden.
  2. De uitstraling van de aarde (de aura waarbinnen de mens en al wat er op aarde bestaat leeft) is mede bepalend voor de ontwik­kelingsmogelijkheden, maar ook voor de geestelijke banden en capaciteiten van de mens en van al het andere leven. Indien er een ver­andering optreedt in de uitstraling van de aarde, dan zal een mens, die daarop is ingesteld alleen niet verder kunnen komen. Hij zal dan plotseling geïsoleerd zijn, afgesloten van het gemeenschappe­lijk bovenbewustzijn. Hij zal daarnaast ook vele energieën die hij nu kan onttrekken aan de omgeving, niet meer vrijelijk kunnen ont­vangen. Veel van wat op het ogenblik heilzaam is, wordt dan gif­tig en omgekeerd.

Ik stel dat het ritme van de aarde slechts één van de vele veranderingen is, die op aarde periodiek plaatsvinden. Als wij rekening houden met de gemiddelde duur waarin een totale afwikkeling tot stand komt, dan ontdekken wij dat dat ligt tussen de 21.000 en 24.000 jaar; d.w.z. een ontwikkeling van 0 jaar tot maximum zoveel jaar. Nadien is er een periode van fluctuaties. Er is geen werkelijke vermindering of verbetering. Er is slechts een zekere golfbeweging in het uitstralingspatroon van de aarde en dat wil zeggen dat de mens, of het levende wezen dat dan aan de top staat, deze fluctuaties meemaakt zonder zich verder naar boven te kunnen ontwikkelen of te dalen tot onder een bepaald peil.

Dit is een heel interessante situatie want in 2/3 van zo een ritmische periode van de aarde speelt ontwikkeling een rol en in 1/3 van die tijd treedt stabilisatie op. Om dat te begrijpen zou men de functies van die ontwikkeling moeten bezien in verband met de aarde.

De aarde zelf is bezield. Rond haar zijn de z.g. elementen. Die zijn ook bezield, d.w.z. er komen levensvormen in voor. Al deze le­vensvormen, geestelijk en anderszins gebonden aan de aarde, zullen te allen tijde eveneens aan het ritme van de aarde gebonden zijn zowel voor hun ontstaan, hun bestaan, hun verdwijnen als voor hun ontwikkeling.

Ook dit is interessant, want als we ongeveer 10.000 jaar teruggaan in de geschiedenis, dan vinden we niet alleen allerlei verhalen over reu­zen, elfen, faunen e.d, maar ze krijgen enige zin van werkelijkheid.

Gaan we nog veel verder terug in de geschiedenis van de aarde, dan vinden we op een gegeven ogenblik het geraamte van een mens, die aanmerkelijk groter dan normaal moet zijn geweest. Men schat dat de mens toen een gemiddelde grootte had van tussen 2.70 m tot 3 m. Ofschoon er één skelet is gevonden waarvan de totale grootte ongeveer 5 m moet zijn geweest. Dat zijn dingen die gevonden zijn, die wetenschappelijk ge­constateerd zijn. Er zijn dus andere mensvormen geweest. Deze mensvormen worden een beetje opzij geschoven. Dat waren geen mensen, zegt men, dat moeten excessen zijn geweest of mutaties, die maar een korte tijd hebben geleefd. Een mens die zo denkt en die zich als het specimen ziet van de bewustzijn dragende krachten, zal waarschijnlijk ook andere levensvor­men die bewustzijn hadden opzij zetten. Zijn al die fauntjes, dwergen, reuzen en feeën wel zo onwezenlijk als het lijkt of zijn ze in de moderne tijd eerder een flauwe echo van iets wat eens werkelijkheid is geweest? Ik weet dat de mensen daar liever niet over nadenken.

Wij weten precies hoe het begonnen is. Adam kreeg Eva. Eva kreeg trek. De slang gaf de appel, Adam kreeg de appel en Adam en Eva zaten in de ellende en vonden de eerste mode uit: het vijgenblad. Maar daar voor moet er ook iets geweest zijn. Hoe kan het anders dat een zoon van Adam en Eva wegtrekt naar een vreemd volk? Hoe kan het anders dat er legen­den zijn over niet menselijke wezens, die in de vroege historie van de mensheid een grote rol spelen? Denk maar eens aan de strijd van Ardjoena en Krishna. Denk eens aan het optreden van Hanoeman, de apenkoning. Is dat alleen maar legende of hebben wij hier nog te maken met een echo van een werkelijk bestaan van een hogere bewustzijnsvorm in een andere dan menselijke gestalte? Ik meen dat dit niet onjuist is. Ik heb dat alles nagegaan en het volgende beeld ontwikkeld­:
Er zijn op aarde vele levensvormen geweest, die elk voor zich geestelijk en stoffelijk een maatschappelijk hoogtepunt konden bereiken. Elk daarvan heeft geleefd onder andere omstandigheden, maar de levens­duur van het ras is bepaald door het ritme van de aarde. Sommige rassen kunnen vele ritmische slagen blijven doorstaan, maar dan zullen ze in een dergelijke periode hun aard en inhoud aanmerkelijk veranderen. Er is dan sprake van een plotselinge mutatie die ten dele geestelijk, maar ook stoffelijk is.

Ik stel verder: dit ritme kan niet alleen van de aarde zijn. Het is de reactie van de aarde als persoonlijkheid op een totaliteit waarmede ook de aarde verbonden is. Dan is het duidelijk dat elke fase van de aarde (dus de kleur van haar aura gedurende zo een periode van één slag van het ritme), kosmisch zinrijk moet zijn en dat die ook voor de aarde zinrijk moet zijn.

Indien wij aannemen dat dit juist is, en ik meen dat wij dat mogen doen, dan kunnen wij ook stellen dat de aarde in zichzelf afzonderlijke ontwikkelingen doormaakt, die worden gereflecteerd in alle stoffelijk leven en in elke vorm van bestaan die op de wereld mogelijk is. De geest is kennelijk niet geheel aan de aarde gebonden, ook al bestaat er een attractie voor de overgegane waardoor de aarde nog voorkeur in zijn belangstelling heeft. Hij kan eveneens met andere planeten en ande­re werelden contact opnemen. Hij leeft in een ander dimensionaal bestel. Hij werkt met energieën en krachten, die hij alleen op aarde in een be­paalde gebonden vorm kan terugvinden. Dan is het redelijk om aan te nemen dat het ritme van de aarde voor de geest belangrijk is, omdat hierin afwisselende fasen van bewustwordingsmogelijkheid op aarde worden geschapen

De huidige tijd is dan niet een periode van decadentie. Het is een historische fluctuatie waarin de 2200 jaar periode een rol speelt, maar vooral ook de gehele ontwikkeling die de aarde zelf doormaakt. Ga ik na hoe de aarde in de huidige fase tot ontwikkeling is gekomen, dan moet ik veronderstellen dat we inderdaad een periode tegemoet gaan waarin de eigen uitstraling van de aarde praktisch stabiel blijft en een verdere ontwikkeling niet goed mogelijk is. Er blijft dan alleen de fluctuatie in het leven. Maar dat betekent dat het bewustzijn en de bewustzijnsmogelijkheid binnen een levensvorm nu geestelijk een top kan bereiken juist door het gelijk blijven van de stoffelijke mogelijkheden en de daaraan gebonden ervaringen. Dit impliceert volgens mij dat het Dui­zend-jarig rijk dichtbij is. Niet omdat er de een of andere hemelse ge­beurtenis plaatsvindt en de mens verlost, maar omdat er een periode komt waarin de stoffelijke ontwikkeling gelijkblijvend zal zijn, waarin de verstandelijke ontwikkeling van de mens niet verder kan voortgaan, maar wel de geestelijke ontwikkeling en zo de totale geestelijke inhoud van de mens kan worden uitgebreid bij een praktisch gelijk blijven van zijn stoffelijke mogelijkheden.

Indien u dit alles aanvaardbaar vindt en wij hierin een geestelijke betekenis zien, zouden wij ons kunnen afvragen wat die verschillende kleuren betekenen.

De werkelijkheid is wit licht. De werkelijke en totale kracht omvat alle krachten. In een kleurenvergelijking moeten wij dan ook wel wit noemen. De fase, die wij op aarde doorlopen, is een stoffelijke. Alle addi­tionele kleuren, krachten en inwerkingen kunnen we geestelijk projecteren, maar niet stoffelijk materialiseren. (Met stoffelijk materialiseren bedoel ik dat men in zijn stoffelijk wezen in staat is aan dergelijke krachten, die voor de geest te concipiëren en te richten zijn, een vorm of gestalte in stoffelijk waarneembare zin kunnen geven). Indien bepaalde krachten door de geest kunnen worden gericht, kunnen ze niet in zuiver stoffelijke vorm bestaan. De enige vorm waarin ze kun­nen optreden is die van kracht. En wel een kracht, die optreedt als een variant van de eigen uitstraling van de aarde. Dat is een belangrijk punt.

Ik kan niet de aura van de aarde veranderen; d.w.z. ik kan de ge­aardheid van de levenskracht zoals ze op dit moment op aarde bestaat niet wijzigen. Ik ben gebonden aan dit kosmisch ritme, ook als geest. Alle krachten zijn voor mij als geest, mits mijn bewustzijn voldoende is, zonder meer te bereiken of ik in de stof leef of in een geestelijke sfeer. Dan kan ik alle krachten op aarde projecteren, maar de werking die ik verkrijg is een verschuiving in de inwerking van de eigen uit­straling van de aarde. Anders gezegd, ik kan geen anders geaarde levenskracht aan een persoon toevoegen langs geestelijke weg, maar wat ik wel kan doen, is werkingen van de bestaande levenskracht zodanig notuleren dat het verschijnsel daarvan in een persoon anders wordt. Wij hebben dan met het bovenstaan­de iets belangrijks geconstateerd.

De mens is onderworpen aan de ritmen van de aarde. Hij is onderwor­pen aan haar relaties met zon, maan en planeten. Hij is onderworpen aan de aura van de aarde, kortom, hij is stoffelijk behoorlijk bepaald, maar hij heeft een geestelijke vrijheid. Door die geestelijke vrijheid kan hij niet veranderen wat bestaat, maar hij kan de werking van wat bestaat voor zichzelf of voor iemand anders waarop hij zijn geestelijk vermogen geconcentreerd richt, wel wijzigen. En hiermede is de onafhankelijkheid van de mens groter dan u zo op het eerste gezicht zou aannemen. Want om­dat de mens de werking van de aarde als het ware kan richten, kan hij de verschijnselen op aarde voor een aanzienlijk deel toch wel bepalen.

Hoe moeten wij de inwerking van een dergelijke geestelijke kracht zien? Het is als met biljarten. Als je drie ballen hebt en je speelt de speelbal wit recht aan dan stoot wit recht door en de speelbal wordt afgeremd, valt dood. Als ik echter mijn speelbal iets links of iets rechts richt, dan ontstaat er in tegengestelde richting een effect van de tweede bal. Door dit te berekenen kan ik eventueel middels een band of direct rood raken.

Indien u te maken heeft met de kracht van de aarde, dan is ze in zich niet zonder meer te veranderen maar door de wijze waarop mijn kracht de kracht van de aarde beroert, ontstaat er een effect. De kracht van de aarde blijft in wezen gelijk, maar verandert van richting. Daardoor veroorzaakt ze effecten, die zonder dat niet tot stand zouden komen. En daarmee is de mens soms machtiger dan de wereld zelf, niet door de massa-energie waarover hij beschikt, maar door het feit dat hij de energieën van de aarde voor eigen doeleinden kan gebruiken.

Nu is de mens niet het enige bezielde wezen op aarde. Er zijn aller­lei elementalen en andere entiteiten, die misschien niet stoffelijk ken­baar zijn, naar die onderhevig zijn aan de aura van de aarde. Voor hen geldt precies hetzelfde. Er zijn mensen die zich afvragen: hoe moeten wij ons dat voorstellen? “Ik kan een demon beheersen”, roept de magiër uit. Die man moet wel een beetje getikt zijn. Maar als je nu begrijpt dat ik de kracht van de aarde kan veranderen en daarmede een verande­ring tot stand breng in het leefmilieu van een niet stoffelijke entiteit, zolang die aan de uitstraling van de aarde gebonden is, dan wordt het ineens begrijpelijk dat die magiër dat kan en zijn die voorstellingen van goden en demonen plotseling niet meer zo dwaas als ze lijken. Zeker, een geest die even paleizen verplaatst (het ideaal van bepaalde bouwondernemingen), bestaat niet. Maar er bestaan krachten, die een gebouw kunnen vernietigen of de wording daarvan kunnen bespoedigen.

Als we de ritmen van de aarde en daarnaast de invloed van zon en maan precies kennen, dan kunnen we zelfs heel nauwkeurig berekenen op welk punt van de aarde en op welk ogenblik daar een bepaalde kracht is en hoe die gewijzigd kan worden.

Bij biljarten is een van de regels die je leert, baseer een stoot nooit op een bal die niet geheel stil ligt. Dus speel rustig. En dat is bij de magie ook het geval. Bij esoterie en geestelijke wetenschappen eveneens. U heeft rust nodig, want u moet zien hoe de zaken verlopen. Als u dat dan goed bekeken heeft, kunt u heel vaak dingen die u wenst verwezenlijken. Gebruikt u uw kracht verkeerd, ja dan……. Ik herinner mij eens een stoot te hebben gegeven, die m.i. een uitstekende massé moest worden, maar ze resulteerde in lichte schade aan het laken en een biljartbal die in een bierglas terechtkwam. Verkeerd gebruikte krachten kunnen ongevallen veroorzaken.

Krachten ontwikkelt de mens niet alleen als hij dat bewust wil. De mens ontwikkelt bepaalde energieën ook door zijn manier van denken en beleven. De emoties van een mens stralen uit en beïnvloeden en ver­anderen zijn omgeving. Maar als ze zijn omgeving veranderen, dan betekent dit ook dat ze een inwerking hebben op de kracht, de aura van de aar­de in die omgeving.

Indien één mens dat doet dan gebeurt er niet veel. Als honderd men­sen dat doen, kan er wat meer gebeuren. Als duizenden mensen dat doen, dan is er sprake van een onbewust geschapen grote invloed waardoor ef­fecten op aarde worden veranderd. Dan houdt dat in, dat onbewuste ge­richtheid van emoties, verlangens of angsten van een groot aantal men­sen in elke fase van het aardse bestaan een andere inwerking zullen heb­ben, maar dat ze in alle gevallen een afwijking zullen veroorzaken van de rechte lijn van oorzaak en gevolg, zoals die stoffelijk kan worden verwacht.

Hiermede hebben wij gezegd dat een groot gedeelte van de onregel­matigheden die op aarde plaatsvinden worden veroorzaakt door massale invloeden van bewust leven van mensen of geesten, die actief zijn bin­nen de aura van deze wereld. Dezen brengen onmiddellijk kenbare resul­taten of effecten tot stand die stoffelijk constateerbaar zijn.

Er zijn kosmische invloeden die op uw persoonlijkheid inwerken. U bent kleiner. U ontvangt die kracht dus op een andere manier dan de aarde. Daardoor verandert u meer dan de aarde en daarom hebben kos­mische kleuren of stralen invloed op u. U heeft echter invloed op de aarde zodra uw aantal maar groot genoeg is. Alleen de verstoring is plaatselijk. Dat betekent dat als een paar honderdduizend mensen op het Binnenhof, aangenomen dat het die zou kunnen bevatten, daar emotioneel geladen hun verontwaardiging uitbleren, zij onmiddellijk een verstoring van evenwicht tot stand kunnen brengen, die bijvoorbeeld een overstroming van de Oude Rijn ten gevolge zou kunnen hebben. Want wat dan gebeurt moet in de omgeving plaatsvinden. Het zal niet in Zeeland of in Friesland gebeuren. Het zal zeer waarschijnlijk blijven tussen het Noordzee-kanaal en de Nieuwe Waterweg, omdat het centrum in Den Haag is, want dat heb ik verondersteld. Hiermede heb ik alleen maar een voorbeeld willen geven van een plaatselijke beperking van dergelijke in­vloeden.

Als de mens een eigen ritmiek van emotie kent, zal hij onbewust in­werken op het ritme van de aarde en de daardoor mede bepaalde waarde van de aura van de aarde. Hij zal zo effecten tot stand brengen waarin zowel bezielde natuurkrachten als niet bezielde invloeden een rol spelen en die hemzelf en zijn omgeving tot brandpunt zullen hebben. Dan kunnen we zeggen:

Al zijn we de slaven van de wereld, al zijn het de ritmen van de we­reld die de ontwikkeling van mensen dieren en planten daarop bepalen, toch zijn wij, zodra wij bewustzijn dragen, machtig. Want wij kunnen, binnen de begrenzing van het ritme dat de aarde bepaalt, ook bepalen wat er op de aarde gebeurt. Wij kunnen niet onze eigen ontwikkeling stoffelijk zo vergroten dat we verder gaan dan de uitstraling van de aarde maximaal toelaat, maar wij kunnen geestelijke waarden en invloeden in ons­zelf vergaren waardoor wij in staat zijn de werkingen van de aura van de aarde binnen de begrenzing van het ritme te bepalen. Wij kunnen de kleur (de invloed) niet wijzigen, maar wij kunnen de gevolgen daarvan zodanig bepalen, dat het voor ons is alsof die invloed niet zou bestaan.

De ritmen van de wereld zijn schijnbaar bepalend voor alles wat er met mensheid en leven gebeurt. Bewust leven erkent deze standaardwaar­den die de wereld brengt, erkent de voortdurende pulsaties die worden bepaald door planeten, zon en maan en het bouwt daaruit een eigen kracht waardoor het in staat is zichzelf te zijn en te blijven en zijn eigen wer­kelijkheid zowel als die van de wereld te beseffen, terwijl de illusies van de wereld, die met elke uitstraling gepaard gaan, langzaam verdwij­nen.

Het gebeuren van de wereld is interessant, naar het wordt interes­santer indien wij begrijpen wat daarop inwerkt, want dan pas zien wij een werkelijkheid en weten wij waar onze mogelijkheid tot geestelijk ingrijpen ligt en op welke manier wij deze mogelijkheid kunnen realiseren onder onze huidige condities.

Ik meende dat dit een aardig slotonderwerp was. U heeft tamelijk veel gehoord over de wereld en over alles wat daarmee in verband staat, zowel van de moderne historie als van de bezielende en levende krach­ten in de wereld als geheel. Nu heb ik daaraan een soort sluitsteen wil­len toevoegen.

De aarde kent haar eigen ritmen. Ze heeft een eigen leven, een ei­gen uitstraling, die verandert in overeenstemming met de fasen van ont­wikkeling waarin ze zich bevindt. Maar de mens, ongeacht de fase waar­in de Wereld zich al dan niet bevindt, ongeacht zelfs een wisseling van fasen die optreedt op een bepaald moment, is in staat voor zich en voor degenen waarop hij bewust zijn geestelijke krachten richt die condities te scheppen waardoor hij een maximum aan bewustzijn, aan werking en aan even­wicht voor zichzelf kan handhaven. Een belangrijke conclusie.

Werelden zijn machtig, maar de mens is niet machteloos. Integendeel, mens en geest zijn zelfs tegenover dergelijke grote entiteiten met hun enorme energieën en mogelijkheden in staat hun eigen weg te kiezen en binnen de grenzen, die aan hen gesteld zijn, in een bepaalde uiting alles te bereiken wat voor hen werkelijk noodzakelijk is.

Ik eindig met een laatste vermaning:

Bedenk echter dat werkelijke harmonieën altijd en hoofdzakelijk zelfs mede geestelijk bepaald zijn. Stoffelijke aspecten zijn secundair. U kunt met stoffelijke aspecten niet iets geestelijks tot stand brengen. U kunt hoogstens stoffelijk een geestelijke toestand bevestigen om zo een versterkte concretisering te verkrijgen van uw eigen kracht en instelling en daarmede, binnen het kader van de uitstraling van de aarde, de door u gewenste effecten doen ontstaan.

De wereld in woorden

“De wereld is een gekkenhuis, daarom voelt zich de mens er thuis.” Wat natuurlijk wat overdreven is, want per slot van rekening kan het huis er niets aan doen dat er gekken in wonen en je kunt niet zeggen dat alle mensen gek zijn. Het is alleen moeilijk uit te maken wie er gek is. Degene die denkt dat hij normaal is of de ander.

Als je over de wereld hoort praten, dan is het altijd weer een po­ging om de mens te etaleren als de meerdere van de wereld waarin hij leeft. Ik denk dat het leuk is om een kleine selectie van dergelijke uitspraken bijeen te brengen waarop ik, en dat zult u van mij kunnen begrijpen, mijn commentaar doe aansluiten.

“De mens is de kroon van Gods schepping”. Arme God dat Hij niets beters heeft kunnen vinden.

“De mens is dat wezen waarin het geheel van de natuurlijke ontwik­keling zijn top aan intelligentie heeft bereikt”. Misschien kan de natuur ook niet verder, het zal haar schuld wel niet zijn.

“Als wij de mens bezien, zo is hij het stoffelijk voertuig van een hogere geestelijke kracht, die zich door bewustwording en voorstelling met de materie verheft tot eenheid met het Allerhoogste”.
Ik neem onmiddellijk aan dat het waar is. Ik hoop dat de meeste men­sen het beseffen, maar ik meen dat van eenwording betrekkelijk weinig te vinden is, behalve misschien in de een of andere slaapkamer voor de rest is het meer verdeeldheid dan wat anders.

“Het geheel van het leven is één”. Het is goed dat men het zegt, want als je ziet hoe het ene deel het andere opvreet, vraag je je wel eens af: waar gaat dat naartoe? Maar nu weet je het, naar de eenheid. Die eenheid zal dan wel bereikt zijn wanneer het ene deel al het andere heeft opgevreten.

“Alle krachten der natuur zijn bezield. Dat weet ik, daarvan ben ik overtuigd. Deze bezielde krachten hebben een eigen persoonlijkheid en een eigen structuur en reageren op het totaal van de aardse uitstralingen zowel als op menselijke gedachtengolven”.
Arme wezens dat ze ook op menselijke gedachtengolven moeten reageren.

“God wandelt op deze wereld”. Dat is een citaat van een nogal recente sekte. Als God op deze we­reld wandelt, is Hij een van de weinigen die nog geen auto heeft.

“Jezus houdt van je, oké?”. Natuurlijk is dat oké, maar wat word je er wijzer van? Het is verstandiger als jij van Jezus houdt en daar mankeert nog wel wat aan. De meeste mensen zeggen dat ze van Jezus houden, omdat ze van zichzelf houden en ho­pen dat ze door te zeggen dat ze van Jezus houden de anderen erop attent maken hoe goed ze zijn, zodat anderen hen zullen bevestigen in hun gevoel van meerwaardigheid en ze nog meer van zichzelf kunnen houden dan ze doen.

“Het geheel van de natuur toont ons een stoffelijke evolutie, die in steeds hogere vormen ten slotte resulteert in een menselijk bestaan”. Wat een afgang voor de aarde. Is er wel een evolutie? Alle stellingen daaromtrent zijn gebaseerd op een geleidelijke ontwikkeling die, mede gezien de historie van de aarde zelf zoals is neergelegd in haar lagen, niet bestaat. Waarom gaat men uit van een geleidelijkheid die niet bestaat? Waarschijnlijk omdat men niet wil toegeven dat men zelf een toevalsproduct is dat bepaald is door omstandigheden, die men zelf niet kan beheersen.

“De mens,” roept een goeroe uit,”is een centrum van geestelijke krachten en zo verdrijft hij de illusie en leeft hij in de werkelijkheid”. Ik zou zeggen, waarde goeroe, de ellende bij de mensen is dat ze geestelijke krachten hebben en die niet gebruiken; dat ze denken dat ze in de werkelijkheid leven en daarom hun illusies verdedigen tegen elke werkelijkheid die u zou willen openbaren, dat ze niet geloven in een leermeester, die hun iets leert wat ze reeds zelf al niet meer geloven.

Deze filosoof moet ik met enig respect citeren. Het is onze Wereldleraar, die sprekende tot de mensen zei: “Indien u beschikt over middelen en u gebruikt ze niet om een taak te vervullen, bent u een dwaas. Want hij, die over middelen beschikt en ze om welke reden dan ook niet gebruikt, zal zijn falen niet meer kunnen verontschuldigen. Daarom is het belangrijk dat elke mens zijn krachten benut, de stoffelijke zowel als de geestelijke, en dat hij met gebruikmaking van al zijn faculteiten voortdurend de eenheid en de vrede, die de basis zijn van alle bestaan, voor zich probeert waar te maken”.

Dat is mooi gezegd, Meester, maar binnenkort komt er weer een sekte die zegt, dat geldt alleen als je tot onze groep behoort en dan ben je weer net zo ver als tevoren.

Interessant zijn ook de van een wat ander niveau afkomstige uitlatingen:
“Zwart is mooi. De blanken zijn onvolmaakt en verwaand. Wij zwarten zijn niet verwaand. Wij zijn mooi en werkelijk en wij kunnen alles bereiken, indien wij ons niet laten overdonderen door de uitroep dat wit beter is”.Dat klinkt als een protest tegen een witwasmiddel. Het is een uiting van raciale verwaandheid en het maakt ook duidelijk dat blank en zwart kennelijk nog niet begrijpen wat menselijkheid betekent.

Er zijn ook mensen, die het op een wat wonderlijke toon brengen, zoals een staatsman kort geleden.“Het is onze plicht ervoor zorg te dragen dat allen in vrede en geluk kunnen opgroeien en hun eigen middelen zullen verwerven om een grotere welvaart te verkrijgen”.
Ik vond dat zeer opvallend. Deze staatsman namelijk behoort tot een land dat ontzettend veel wapens exporteert. Misschien beschouwt hij deze als het juiste middel om welvaart te verkrijgen. Er zijn althans verschillende banklopertjes in deze tijd, die het als zodanig reeds beschouwen.

Als ik probeer door te dringen in het wezen van de wereld, dan moet ik mijzelf gaan citeren.
“De wereld is een klas in een school waarvan je niet eens weet dat je er op bent”.
“De wereld is een werkelijkheid waarmee je rekening moet houden, zelfs als je droomt. Wanneer je rekening houdt met je dromen, dan kom je in de werkelijkheid altijd verkeerd uit.”
“Een wereld is voor een mens pas draaglijk door zijn geloof en zijn illusies, want als hij niets heeft om in te geloven en geen verwachtingen koestert die nooit waar kunnen worden, dan kan hij datgene wat hij is in zijn wereld niet meer aanvaarden.”

Dat is allemaal een beetje negatief. Maar ik kan, het ook positief zeggen en dat op grond van mijn persoonlijke ervaring.
“Wat je op aarde meemaakt is pas belangrijk wanneer je dood bent, want dan pas ga je de betekenis ervan beseffen en daardoor zul je zelf aan betekenis kunnen winnen.”
“Lijden op aarde is voor een groot gedeelte zelfmedelijden. Werkelijk lijden op aarde is ondergaan en sterker worden, omdat je de beproeving doorstaan hebt.”
“Een werkelijk geloof is op aarde een zekerheid, die zo sterk in je geworteld is dat je handelt volgens je geloof en dan ziet, dat de feiten aan je geloof beantwoorden, ook als dat niet logisch is”.
“Wetenschap op aarde is het verzamelen van feiten zonder te be­seffen dat die slechts op één enkel vlak liggen. Naast de feiten zijn de emoties van de mens evenzeer belangrijk, zo goed als zijn geestelijke waarden. Indien die worden toegevoegd aan de wetenschap ontstaat er een alomvattend besef dat echter niet meer in weten en zeker niet in wetenschappelijke betogen uitdrukbaar is”.
“Wil een mens bewuster worden, dan moet hij beginnen met te doen. Zij die voortdurend overwegen wat zij moeten doen, weten misschien wel wat ze zouden willen doen, maar ervaren niet wat er gebeurt wanneer ze het doen. De ervaring van wat je doet is belangrijker dan alle goede voornemens, alle overwegingen bij elkaar”.
“Magie is het gebruikmaken van krachten die anderen niet beseffen, om effecten te verkrijgen die anderen niet begrijpen, wetend dat je werkt met krachten die in en door jezelf werkzaam zijn en die uit jezelf in anderen direct kenbare resultaten tot stand brengen.”
“Wie de magiër speelt, is iemand die probeert om gewone dingen bovennatuurlijk te doen schijnen. Iemand die bewust is, probeert om schijnbaar bovennatuurlijke dingen als een natuurlijk facet van zijn bestaan te aanvaarden en daarmede te leven, want hierdoor vergroot hij zijn natuurlijk bestaan.”
“Alle bewustwording begint met beleving. Zonder beleving is bewustwording ondenkbaar”.
“Alle erkenning is eerst mogelijk door beschouwing. Zonder beschouwing geen erkenning. Waar beleving en beschouwing elkaar aanvullen, ontstaat erkenning en bewustwording en daarmede de mogelijkheid op hoger vlak te reageren, te ageren en resultaten te bereiken”.
“Luisteren betekent opnemen. Maar al wat je opneemt blijft eenvoudig dood, tenzij je het weergeeft. Daarmee maak je het voor jezelf levend. Eerst wat voor jezelf levend is, kan je leven en je besef van leven beïnvloeden. Neem op wat je leert, maar zorg er vooral voor dat je het weer tot uiting brengt, want eerst door het geuite heeft het werkelijk betekenis”.

“Een explosie is vaak een kleine menselijke vergissing met enorme gevolgen.” (Dit wordt waarschijnlijk einde augustus ’74 actueel).