11 januari 1980
Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar, zoals u bekend zal zijn, denk dus alstublieft zelf na. Het is beter dat u zelf een verkeerde conclusie trekt dan dat u zonder te weten waarom, de conclusies van anderen volgt.
De mens bezit een gedachteleven, dat nogal sterk pleegt af te wijken van de realiteit om hem heen. Niet voor niets beweert men wel, dat alles rond u Maya – illusie – is. U leeft in feite in een wereld, die u door interpretaties zelf schept. Op het eerste gezicht lijkt dit mogelijk wat nadelig: een mens bedriegt zichzelf. Maar ja, zelf doen is tegenwoordig de mode en indien u het zelf niet doet wordt u toch omringt door deskundigen, die bereid zijn dit voor u te doen. U behoeft zich daarover dus zeker niet te schamen.
De situatie is in feite de volgende: de werkelijke wereld, de werkelijke feiten, zijn neutraal. Zij omvatten geen licht en duister, geen goed en geen kwaad. Het is eenvoudigweg het zijn. Maar op het ogenblik dat de mens hiermee geconfronteerd wordt, maakt hij onderscheid en schept vanuit zichzelf een verdeling van waarden, die in wezen door niets geheel gerechtvaardigd is. Zeker niet wanneer je rekening houdt met de tijdloosheid, waarin het werkelijke bestaan zich voltrekt. Maar gelijktijdig maakt de mens daardoor uit de wereld iets, wat voor hem inhoud en zin verkrijgt. In die mens leven immers gedachten en gevoelens en tezamen boetseren deze uit de neutrale grijze massa van het bestaan, beelden van schoonheid en van verschrikking.
De mens bouwt vanuit zich aan een wereld, waarin wreedheid en oorlog evenzeer voorkomen als liefde, broederschap en zelfopoffering. De mens heeft juist hierdoor iets goddelijks. Ik zeg niet dat de mens God is. De Heer beware mij daarvoor. Wel stel ik dat de mens door zijn interpretatie, door zijn leven en werken eigenlijk voortdurend de werkelijkheid waarin hij meent te leven, aanpast. Dat hij daaraan waarden verleent, die zij op zich niet bezitten en daardoor ook in staat is belevingen door te maken die de mogelijkheden van de werkelijkheid zonder meer in wezen verre te boven gaan.
Nu weet ik wel dat je de realiteit nooit geheel kunt ontkomen. Alles wat denkbaar, doenbaar en beleefbaar is, bestaat wel ergens in de Schepper die ons heeft voortgebracht. Wij kunnen nu eenmaal niet buiten de grenzen van het goddelijke gaan. Aan de andere kant kunnen wij wel uit de gegevens, die op dit ogenblik voor ons schijnen te tellen, iets bouwen wat bij ons past.
Wanneer je hierover spreekt met mystici of occultisten dan spreken zij onmiddellijk over de gedachtenkracht, over het vermogen van de mens, de wereld te herscheppen door zijn gedachten. Soms is dit ook feitelijk waar, soms ook is het eerder een illusie. Want waar de werkelijkheid zelf aan bod komt, kan de mens daaraan niets veranderen. Het enige dat hij veranderen kan, is de illusie die voor hem bestaat. Dus datgene, wat de menszelf heeft toegevoegd aan de werkelijkheid waarin hij leeft. En toch…
Soms neemt een mens eenvoudig een paar kleuren en in een soort drift probeert hij een beeld dat in hem leeft, na te bootsen. Dan zeggen wij dat zo iemand een schilder is of mogelijk een tekenaar, iemand die zijn innerlijke beelden in lijnen probeert te vangen. Wij zien het als een activiteit. Iemand etst, gebruikt nog andere technieken of zet zijn innerlijk beleven om in klanken en schept zo het ene ogenblik het schema voor een kakofonie van geluid en het volgende ogenblik een melodische associatie die zelfs de toehoorder voor een ogenblik mee kan voeren naar een hogere werkelijkheid.
Hij schept. Hij maakt uit dat, wat er niet kenbaar schijnt te zijn, iets wat waardevol is, iets wat beleefbaar is, iets waardoor de innerlijke wereld van anderen kan veranderen. Dat is dan de kunstenaar. De kunstenaar die een vergeten melodie leest, die in een ver verleden door een ander werd neergeschreven ook en op zijn instrument de tonen herschept tot zij opeens weer een stroom worden van geluid die de geest wegdraagt naar verre oorden. Kunst.
Zeker, maar het leven zelf is ook kunst. Het leven zelf is voortdurend creatief, ook al beseft u dit mogelijk niet. Er zijn zoveel dingen waar je als mens aan voorbij pleegt te gaan. Stel mij toe u enkele retorische vragen te stellen: Waarom zou nu een maaltijd opeens veel lekkerder schijnen wanneer de tafel goed gedekt is, wanneer er een kaars brandt, wanneer er een paar glanzend gepolijste glazen staan te wachten op een drank die zich mogelijk zelfs ten onrechte wijn noemt. Het is net of er dan iets verandert, of je alles opeens toch weer anders verwerkt en waardeert. Natuurlijk is het een illusie. Die doperwtjes zijn mogelijk dezelfde groene kogels die u eerst niet lustte toen zij u maar op het bord gekwakt werden. En het vlees dat nu als ragout verschijnt, was gisteren het lendestuk, dat u veel te taai en daardoor onsmakelijk vond. Zelfs de appelmoes komt uit blik, al hebt u er zo vaak bezwaar tegen gehad om blikgoed te eten. Iemand heeft er mogelijk een kers op gelegd of heel misschien zelfs een vleugje drank door gemengd om het wat anders te laten gelijken. Het verschil ligt kennelijk niet in de spijs, maar in de ambiance. Wanneer wij onszelf veranderen door bv. ons anders te kleden, dan veranderen wij de indruk die wij maken op anderen. Maar, mogelijk zonder dit geheel te beseffen, veranderen wij daarmee ook de wijze waarop wij contacten maken met anderen.
Wanneer je je dit gaat realiseren, zeg je tot jezelf, dat de werkelijkheid zoals je die beseft toch in feite plooibaar en kneedbaar schijnt te zijn. Want wij kunnen die werkelijkheid wel degelijk omscheppen tot iets anders. Maar dan moeten wij wel alle middelen gebruiken waarover wij kunnen beschikken. Wij werken met suggesties, met denkbeelden die wij in feite alleen zeer schematisch in uiterlijkheden aanduiden. En voor wij het weten hebben wij ons beleven en daarmee de wereld, zoals die voor ons beleefbaar is, veranderd.
Maar daarmee hebben wij onszelf niet werkelijk veranderd, ofschoon wij dit wel eens denken. Wij zijn tijdloze wezens, eeuwige wezens die leven in dit beperkte brok besef, die voor het ogenblik voor ons, leven schijnt te moeten heten. Maar ook dan werken wij steeds vanuit onze totaliteit en kunnen wij niets anders zijn dan wij in die totaliteit werkelijk aan wezen en mogelijkheid bezitten.
Kijk echter eens naar dat kleine brokje van het ware leven en zie wat je daarin niet al kunt scheppen. Want de mens schept. Soms schept hij alleen maar holle frasen, doortrokken van een ijle klank van ongeloof die naar anderen weerkaatsende een onbegrepen wrevel pleegt wekken. Frasen, die zozeer de weerzin van de medemens schijnen te wekken, dat hij zelfs niet meer in staat schijnt te zijn, vanuit zich daar enige positiviteit tegenover te stellen. De ander kan zich met de frase niet geheel vereenzelvigen en zo wordt deze voor hem negatief.
Met woorden kun je het mooiste wat er op de wereld kan bestaan tot een mestvaalt in de ogen van anderen maken. Er zijn heel wat mensen, die iets dergelijks doen. Zij kijken niet naar de zon, naar de lucht, naar de kleuren van het licht. Zij ruiken niet de geuren die zelfs in de door verkeer verpeste steden nog steeds worden aangedragen op de wind. Zij kijken niet naar alles wat er is. Zij jagen verder, want zij willen “verdienen”.
Daarmee hebben die mensen alles wat schoonheid was, wat ritme betekende, wat illusies wekte, vernederd en van alle menselijke waarde ontdaan. Zij hebben er iets van gemaakt dat tot een grauwe, saaie eenvormigheid wordt, alsof het leven zelf uit beton was gegoten. De vaste maatschappij met de vaste doeleinden, afgewisseld mogelijk met slaap uit de kleuren-tv en een reisje naar Spanje. Maar dat is de werkelijkheid niet. De werkelijkheid is de onstuitbaarheid van het leven, dan kan een grasspriet die zich ondanks alles door het macadam heen geboord heeft je toch opeens weer iets doen beseffen van de trillende levende, vibrerende kracht die rond je is. Want die is werkelijk. En wanneer je dit beseft, dan kun je daaruit dromen opbouwen. Met die dromen verander je dan iets in jezelf, iets in je wereld. Want het wonderlijke is dan dat de wereld schijnbaar gaat beantwoorden aan je droom.
De mens schept. De mens schept de onbestemde angsten die atoomwapens nodig maken en de vele wederkerige maatregelen nodig maken. Hij schept angsten mogelijk in een eigen geloof; angsten voor de mogelijke onjuistheid van eigen geloven vooral, die hem er toe brengen om allen die anders geloven dan hijzelf te vernederen en mogelijk zelfs uit te moorden. De mens schept de angst, schept de demon die hij vreest. De demon is niet de ander, dat ben je zelf. Maar als je een demon kunt scheppen, waarom zou je dan ook niet engelen kunnen scheppen?
Wanneer je in alle dingen iets van het goede ziet, wanneer je voor eenieder probeert enig begrip te gevoelen, hoe moeilijk dit ook is – vooral in het begin – zo begint je wereld langzaam, maar onophoudelijk rond je te draaien en te veranderen, tot het bijna lijkt of je in een ander continuüm terecht bent gekomen. Je leeft dan in een wereld, die je zelf geschapen hebt, zoals altijd weer het geval zal zijn, ook al beseft men dit niet. Maar het is wel een wereld in het gestelde geval waarin de mensen broederlijker zijn, waarin men meer antwoord kan vinden.
Toch grijp je als mens steeds weer terug, zelfs in die wereld, naar je ingehamerde denkbeelden, die met de werkelijkheid niets te maken hebben. Het rechterhandje is het mooie handje. Alleen ons boek is waarlijk heilig, alleen wij verkondigen de waarheid, ons systeem is goed en alleen mijn familie heeft werkelijk recht op mijn zorgen. O ja, ik weet het. En dan schep je jezelf soms toch weer een hel in een wereld, die even goed voor jou een hemel zou kunnen zijn. Maar dat neemt niet weg dat de mens de goddelijke gave van het scheppen bezit.
Uit zichzelf bouwt de mens, indien het nodig is, een geheel nieuw universum op. In zichzelf bouwt hij werelden op die nog nooit aanschouwd werden en geeft ze steeds meer vorm, gedaante, een vaste gestalte tot zij uiteindelijk uit zijn poriën schijnen te wasemen en vaag en onmerkbaar als een te fijne nevel doordringen in alles wat rond hem is. O ja, dan spreken wij over gedachtekracht. Helaas beseft de mens de werkelijkheid daarvan onvoldoende. De mensen zeggen dat zij vrede wensen en zenden gedachten uit om die mogelijk te maken. Maar waarom wensen zij dan die vrede? Omdat zij bang zijn voor geweld en oorlog. En indien deze angst je zozeer beroert, wat is dan in werkelijkheid je innerlijke wereld? Dan is die innerlijk wereld vol van geweld.
Wanneer je vrede wilt scheppen, moet je eenvoudigweg vrede zijn. En wanneer in jezelf dit begrip van vrede voortdurend het enige is wat voor jou aanvaardbaar is en al het andere door je wordt afgestoten, dan adem je de vrede uit in de wereld. De wereld zal daarop dan reageren, langzaam maar onophoudbaar.
Wanneer je bang bent voor de hel, dit schimmenrijk geschapen door de menselijke verbeelding, die steeds weer een eeuwige stok achter de deur nodig heeft om anderen zo daarmee te dwingen, dan is er een hel en wat meer is, dan spookt die hel steeds rond je heen. Wanneer je werkelijk bang bent voor de duivel zie je overal de vertrokken grijns van het beeld dat je duivel hebt genoemd. Dan hoor je overal zijn gefluister en is het of hij overal en steeds weer rond je de hand uitsteekt om de zaken en mogelijk zelfs jou te veranderen. En als je alleen maar leeft met het beeld van het licht, dan doordringt dit licht alle dingen, maakt het alles milder, eerlijker en maakt bovendien en vooral ook alles voor jou harmonischer.
Het ligt aan jezelf. Wat schept u, u mensen begenadigd met het vermogen tot scheppen? Schept u een wereld van vrede? Schept u een beeld van een kosmos die ondanks alles harmonisch is? Of laat u zich door angsten en vrezen, door ergernissen en veroordelingen ertoe brengen al het goede wat er voor u nog in de wereld is te breken en te vergruizen tot u het zelf niet eens meer kunt zien en beleven, tot anderen steeds meer overtuigd worden door u dat er alleen maar kwaad bestaat.
O, u hebt gelijk. Mooi gesproken, maar het strookt niet met de feiten. Je gaat vol van verheven gevoelens naar buiten om de wereld te herscheppen en dan komt er een drugverslaafde die zijn portie niet bij elkaar heeft kunnen krijgen. Bom, daar lig je in het ziekenhuis, maar minus portefeuille of tas.
Zeker, ik weet dat dit voor u bestaat. Maar wie heeft die wereld geschapen? Niet de verslaafde, maar uzelf. U heeft een wereld geschapen, waarin niet voor eenieder plaats is. Zeker er zijn anderen die in wanhopige opstand tegen een maatschappij die zij niet aan kunnen, mensen gijzelen, moordaanslagen plegen. O, voor u is dit een feit, ik weet het. Het staat immers overal te lezen, tot diep in uw wezen en denken toe. Maar wie veroorzaakt dit alles? U misschien, omdat u geen andere meningen naast de uwe wilt dulden? U omdat u uw eigen schijnbare belangen wilt verdedigen en u zo steeds weer automatisch richt op het ontwaarden van de menselijkheid van anderen?
Dat mag natuurlijk niet gezegd worden. Ik weet het. De wereld bedoelt het immers zo goed. Maar wanneer je bv. eens kijkt naar de wijze waarop uw land in de gehele wereld steeds weer bezig is om goodwill te verdienen met een van der Klauw of ziet, hoe uw natie zijn vroomheid heldhaftig en vastberaden uitdraagt in de woorden van van Agt, wanneer je ziet hoe de bisschoppen voortdurend werken om hun kerk tot een levend iets te maken, terwijl zij naar de begrafenis van een werkelijk christendom gaan, die in Rome gestalte moet krijgen, dan krijg je het gevoel dat wij, wij Nederlanders, toch wel iets heel bijzonders zouden moeten zijn.
De werd is slecht, maar wij zijn goed. Enkele mensen draaien dit laatste zelfs om en beweren dat de wereld goed is, maar dat zijzelf, slecht en verdorven zijn. Vanuit hun eigen standpunt hebben zij waarschijnlijk gelijk. En wanneer u verdorven wilt zijn, moogt u dit voor mij denken. Ik heb er geen overwegend bezwaar tegen.
Maar u bent een scheppende mens. U kunt al die dingen nemen en veranderen. U kunt dit alles een glans van lichtende eeuwigheid meegeven. U kunt alles wat er in de wereld gebeurt, in uw gedachten omscheppen tot een symbool van een werkelijkheid die niet ten gronde kan gaan, van een menselijkheid die niet alleen maar kan bestaan door weer delen van de mensheid te vernietigen.
Ik weet het, wanneer het zo gesteld wordt, worden er maar heel zware eisen aan u gesteld en degenen, die er zo over spreekt, heeft maar gemakkelijk praten. En wanneer je als mens dan uiteindelijk besluit, de mogelijkheid toch zelf te bewijzen, loop je steeds weer vast. Want je stuit altijd weer op geloof.
Zou er een God zijn? Wij weten het niet. Maar ergens is er iets in je dat je zegt dat er meer moet zijn dan alleen jijzelf en de wereld die je meent te kennen, ergens is er iets in je, wat je zegt: er is een God. Je kunt dit beeld in jezelf een andere naam geven, wanneer je bang bent voor het gevoel van eeuwigheid en het mensheid noemen of anders. Goed, maar het is er. Ik zeg u dit: in u leeft de tijdloze werkelijkheid. Juist omdat u die in uzelf bezit, omdat u deze voortdurend in u draagt, bent u in staat te scheppen, uw wereld te herscheppen, uzelf te herscheppen.
U bent in staat hierdoor uw angsten uit te bannen en in de plaats daarvan de bijna kosmische melodie van het harmonisch erkennen te stellen. U kunt het, maar dan moet u niet bang zijn. Wat hebt u te vrezen op aarde? De dood? De dood is alleen maar een andere vorm van leven. Het is niet leuk. Je had nu eindelijk net een prima job en nu sta je opeens in de geest aan het begin en moet je maar weer afwachten welke mogelijkheden je nu zult vinden. Of u was net rijk geworden en aangezien het doodshemd nog steeds geen zakken heeft, zodat je je geld nog steeds niet mee kunt nemen of overmaken op een hemelse bank, zult u ook wat dit betreft natuurlijk na de dood weer geheel aan het begin staan. Dat is waar.
Maar eigenlijk leef je gewoon verder. Voor de dood behoef je niet bang te zijn. Voor de onvrijheid dan? Maar wie kan de vrijheid doden die in u woont, de eeuwigheid zelf? Bang zijn voor pijn dan? Wanneer uw denken weigert de pijn te aanvaarden, zal uw lichaam voor een zeer groot deel aan dit denken gehoorzamen. Alleen de wanhoop kan u vernietigen, verder niets. Buiten de wanhoop hebt u niets te vrezen.
Zeker, het lijkt alweer gemakkelijk gezegd. Je moet maar in de één of andere politieke martelkamer zitten en lijden onder het één of andere regiem… Maar waarom zou je zelfs voor zoiets bang zijn? Je kunt scheppen, mens. Schep dan de lichtende wereld in jezelf en zelfs de beulen zullen week worden. Absorbeer de haat en maak ze tot liefde en alle haat zal uiteindelijk uit de wereld verdwijnen.
Neem de afzichtelijkheid en vorm haar om tot schoonheid en de wereld zal worden als een tweede tuin van Eden. U bent bang voor dergelijke denkbeelden en dat is natuurlijk. Het klinkt zo mooi en toch denk je dat je het nooit kunt waarmaken. Maar wanneer het nooit waar is geworden tot op heden, is dan de reden niet dat niemand tot nu toe het werkelijk heeft geprobeerd? Is het niet veroorzaakt, wanneer u al poogt, door het feit dat u voorwaarden en beperkingen stelt, omdat u alleen een zeer bepaald doel van uw innerlijke werkelijkheid waar wilt hebben? Komt het niet omdat u anderen delen van uw innerlijke wereld krampachtig en zelfs voor uzelf probeert te verstoppen?
Een mens die de waanzin van de zon kan vangen als een van Gogh, een mens die raadsels op kan geven met de glimlach van een Mona Lisa, die een hemelverwachting kan uitdrukken in een symfonie, die mens kan ook meer. Die mens kan de God die in hem leeft waarmaken.
Wanneer wij spreken over de scheppende mens juist in deze tijd, dan is dat voornamelijk, omdat in deze dagen zoveel mensen negatief denken en bang zijn. Zeker, u zult het mogelijk de komende jaren met wat minder moeten doen. Maar aan de andere kant moet u maar denken dat iemand, die wat minder eet ook minder behoeft te trimmen en dat spaart dan toch ook weer moeite.
O, de mens wordt zo overstelpt met onzinnige denkbeelden, natuurlijk, u hebt gelijk. Maar zelfs een zogenaamd onzinnig denkbeeld moet nog zinnige kanten hebben voor iemand, anders heeft het werkelijk geen zin. Dus geldt ook voor u zelfs: zoek de zin in de onzin. Wees er niet bang voor, lach er niet om, maar zoek naar de kernwaarden.
Wanneer je de kern weet te zoeken van al wat er leeft, al wat er is, wanneer je steeds ook weer in jezelf de schoonheid opbouwt, is je leven op aarde en waarschijnlijk ook daarna een deel van de schoonheid. Want je schept voor een groot deel je eigen wereld. Een stelling die vele mensen toch wel erg onpraktisch en irreëel moet toeschijnen. Ik begrijp het ook wel. Zo dadelijk gaat u weer naar buiten en wanneer u dan geluk hebt, zit er geen bekeuring achter de ruitenwisser van uw wagen. Of het zou glad kunnen zijn en voor u gevaarlijk. U zou ruzie kunnen krijgen met iemand anders. De stoppen van het licht zouden kunnen doorslaan wanneer je je woning binnenkomt. Het is toch verschrikkelijk. Er kan zo van alles gebeuren. Maar wat is dat gebeuren dan waard wanneer jij er iets tegenover leert stellen? Dat zou men zich af moeten afvragen.
Je kunt niet stellen dat de feiten niet bestaan, dat de Russen niet werkelijk vechten in Afghanistan en dat de Perzen elkander niet proberen af te maken in Iran of dat Nederlanders ook en bij voortduring bezig zijn elkander zakelijk de das om te doen en wanneer zij geen das bezitten zelfs bereid zijn te gaan staken in de hoop dat zij er dan een krijgen. Dit alles is zo, is deel van uw wereld. Maar wanneer u die wereld ook zo blijft aanvaarden, kan zij nooit veranderen, het enige wat u zonder meer kunt veranderen is uw eigen ik.
U kunt in uzelf een wereld scheppen die onaantastbaar is, die lichtend sterk en harmonisch is, een wereld waarin de schoonheid voortdurend weer doorklinkt en waarin alle schoonheid en licht gepuurd worden, zelfs uit de zaken die anderen buiten u een ramp noemen. Wanneer u die wereld schept, verandert uw uitstraling. Het is heel iets anders dan het krampachtig denken aan vrede door hen die geweld vrezen. Zeker, vrede op aarde. Maar met het bereiken van die vrede zijn de mensen nu al zo lang bezig. En waartoe heeft hun bidden en streven geleid?
Van vele kleine schermutselingen tot uiteindelijk wereldoorlogen. Want iedereen dacht aan en bad voor vrede, niet omdat hij vrede in zich kende, maar omdat hij bang was voor het geweld van anderen. Als je niet meer bang bent voor geweld, komt de vrede als een vanzelfsprekend iets.
Wanneer je bang bent voor veranderingen, dan bedreigt de gehele wereld je voortdurend. Maar wanneer je geen angst meer wilt kennen, omdat je beseft hoe oneindig de mogelijkheid van je leven is, dan is er geen vrees meer. Dan komt er steeds meer mogelijkheid tot harmonie. Dan is er een samenwerking, samenleving vol broederschap en al die andere mooie dingen waar de mensen meestal alleen maar over praten. Dan is er zelfs een werkelijke naastenliefde.
Zeker, de meeste mensen hebben hun naaste wel lief, maar dan in naam en niet in wezen. Werkelijke naastenliefde betekent doodgewoon dat je steeds weer innerlijke schoonheid weet te puren uit de erkenning van de anderen. Dat is een in jezelf de rust en het licht zien ontstaan, juist omdat je weet dat de anderen er zijn.
Naastenliefde is de uitwisseling, die alleen vanuit de innerlijke wereld tot stand kan komen, vanuit die wereld die u zelf kunt scheppen. Wat waarschijnlijk iets anders is dan u zo-even verwachtte. U dacht: Hij wil gaan spreken over de scheppende mens, dus krijgen wij nu een schitterende lezing over kunst. Maar dat doen, is geen kunst. Er zijn boeken vol geschreven over de scheppende mens in deze zin. En wanneer men daarmee niet voor eenieder een weg kan aangeven, zijn er altijd nog mooie termen, die vooral in het latijn zo goed klinken. Dan spreekt men over homo ludens als de scheppende mens. Wat overigens door sommige mensen geheel verkeerd begrepen pleegt te worden op grond van de eerste twee lettergrepen.
Men schrijft boeken vol ook over die spelende mens. Maar is dan het gehele menselijke leven niet een soort spel? U gaat erin op alsof alles dodelijke ernst is, zeker. Maar na 50, 60 of desnoods 100 jaren is het spel afgelopen en het werkelijke leven gaat door. Dan blijft er niets meer over buiten de werkelijkheid van uw bestaan. Dan is de vraag niet, wat u speelt, maar wat uw persoonlijke werkelijkheid is en is de enige vraag van belang voor u nog: hoe u die hebt geschapen?
Dat is de grote vraag, waarmee je na de dood wordt geconfronteerd. Ik kan mij overigens best voorstellen dat er nu mensen zijn die denken dat dit wel een mooie preek was, maar laat nu maar verder dit onderwerp rusten, waar wij toch weinig of niets mee kunnen doen. Maar wanneer u meent dat dit zo is, waarom probeert u dit dan niet eens toch voor uzelf uit? Kijk eens na, of er iets van waar kan zijn. Ik beveel u niet iets aan dat alleen maar uitmond in een waanzinnig spel van illusies. Ik geef u een weg aan, waardoor u in uzelf verandering tot stand kunt brengen. Iets ook, wat zo sterk is, dat het zelfs in uw lichaam en in de wereld buiten u op de duur veranderingen kan veroorzaken.
Kunt u dan niet eens proberen om een keer nu eens niet bang te zijn? Gewoon, niet bang te worden. Probeer het eens een dag met alle kracht die in u is. Mogelijk ervaart u dan opeens dat u innerlijk sterker en rustiger bent, dat het u alles opeens veel beter afgaat. Probeer nu eens een keer, niet steeds weer kritiek te hebben op anderen en tracht alleen het goede te puren uit alles wat u op uw weg ontmoet. Misschien kent u dan opeens een blijheid, waardoor u opeens veel beter door dit leven heen kunt komen dat u allen tezamen geschapen hebt.
En wanneer u denkt dat u ziek bent of zoiets, probeer u dan eens intens voor te stellen dat u gezond bent. Probeer harmonie te vinden met de wereld, ook diep in uzelf. Zo zult u dan wonderlijk genoeg kunnen constateren, dat ook uw lichaam op deze innerlijke verandering gaat reageren Het is niet alleen maar een spelletje zonder meer dat ik u voorhoud. Het is geen vage en lege belofte, geloof mij. Wanneer u de proef op de som neemt, zult u ook zelf en aan de hand van eigen ervaring kunnen zeggen: Waarlijk, de mens heeft de goddelijke kracht van het scheppen gekregen. En wanneer hij in zich een wereld schept die waarlijk goddelijk, lichtend is en voor hem de meest harmonische die voorstelbaar is, dan wasemt het gehele wezen die harmonie uit. Dan krijg je steeds meer antwoord.
En verlies de moed nu niet, wanneer niet opeens, op zeer korte tijd, alles voor u ook buiten u harmonisch wordt. Probeer eerst eens, die harmonie in jezelf te vinden en kijk pas daarna eens nader naar de wereld buiten u. Dan zult u ontdekken dat gedachtenkracht inderdaad vaak wonderen kan doen, ook al verloopt dit toch wat anders dan u tot nu toe altijd had gedacht. Dan zult u ontdekken dat ook in u een enorm terrein ligt waarop u scheppen kunt, in u een kracht schuilt waaruit u scheppen kunt. Misschien dat u dan niet schept in vormen, lijnen, kleuren of klanken, maar u zult ontdekken, dat ook u schept, dat u in uw wereld steeds kenbaarder vorm leert geven aan de wereld, die er in u bestaat.
En wanneer u dat kunt doen, bent u pas waarlijk mens geworden. Want de mens is deel van de eeuwige kracht en heeft het vermogen tot scheppen in zich, wanneer hij dit vermogen bewust en goed gebruikt, benadert hij de kracht waaruit hij is voortgekomen. En dit is mijn toespraak voor heden; heeft iemand daarop nu commentaar?
Zal de uitkomst van de synode in Rome ook niet afhankelijk zijn van de mensen, die ernaartoe gaan?
O ja. Veel goede wil, gemengd met Gijsen, gekroond met Simonis en alles voorzien van de pauselijke zegen en alles blijft zoals het was. Geloof is ook een scheppen van God door de mens in de mens. Want de werkelijkheid van God kun je niet beseffen, niet waarmaken. Maar je kunt aan je aanvoelen daarvan gestalte geven,
Pas wanneer de mensen geloof gaan zien als het beleven van een God die je in jezelf kent en niet als het gehoorzamen aan het gezag van de één of andere al dan niet vergeestelijkte herder, dan is er waarlijk dienst aan God voor de mensheid mogelijk. Tot die tijd is godsdienst een in naam van God dienen van de dwaasheid van anderen. Daar moet u maar eens goed over nadenken.
U zult het in uzelf moeten vinden, daaraan kan geen conclaaf en geen concilie iets veranderen. Zelfs het al dan niet onfeilbaar zijn van een paus zal hierop geen invloed kunnen uitoefenen.
Trouwens, wanneer pausen zich niet kunnen vergissen, hoe komt het dan dat er ex cathedra zoveel dwaasheden zijn uitgehaald zoals het heilig verklaren van figuren, die nooit werkelijk geleefd hebben? U lacht er even om. Ik wil zeker de huidige paus niet afbreken. Hij is een goed mens die vecht voor wat hij ziet als de werkelijkheid – een werkelijkheid die echter nooit geheel goed kan zijn, omdat hij te veel veroordeelt en te weinig als goddelijk beleeft.
Dit alles zal ongetwijfeld ook weerkaatsen naar de mensen die zo eerlijk en oprecht proberen datgene, wat zij als waarheid beschouwen in anderen te bevestigen en tegen alle aantasting te verdedigen. Want ook hun beeld van de waarheid wordt door zoveel angsten belaagd dat zij meer de angsten dan de weerzin uitstralen dan de lichtende werkelijkheid die zij nastreven.
Ik kan dus nu eindigen met één aansporing. Eén maar, probeer in jezelf zo door te dringen, dat je leert beseffen waar je angsten liggen. Vorm die dan om tot licht, tot iets, wat voor jezelf aanvaardbaar is. Dan zal je zien dat steeds meer angsten uit de wereld verdwijnen en dat de vrede voor de mensen en de geest in de mens steeds dichterbij gaat komen.
