De Tarot

28 januari 1966

De tarot is op het ogenblik algemeen bekend, als een soort kaartspel, dat vooral bij waarzeggers nogal in gebruik is.

De origine van dit spel ligt echter veel verder terug dan men over het algemeen veronderstelt. Wij kennen namelijk in de tijd, dat voor het eerst vanuit het beeldschrift zich een letterschrift ontwikkelt, en dan voornamelijk in Beneden-Egypte, een reeks van voorstellingen op kleitafels, die gebruikt worden om de levensbegrippen zodanig te groeperen, dat zij tevens een woord spellen. Dit moge u vreemd klinken, maar men veronderstelde toen, dat het geheel van de godenwereld, door de verhouding van de goden onderling, het lot en wezen van alles op aarde zou bestemmen.

Wanneer men dus een bepaalde relatie van goden had erkend, kon men deze door tekens overzichtelijk maken. Men groepeerde daartoe de genoemde kleitabletten. Dit geschiedde meestal in de vorm van een rechthoek. Men kon nu lezen, wat de naam was, die op deze wijze gespeld werd. Deze naam was dan een omen. Men maakte van dit orakel o.m. gebruik bij het aanstellen van veldheren en gouverneurs. Vaak ook bepaalde men op deze wijze de plaatsen, waarop een tempel zou moeten ontstaan. Van hieruit ontwikkelt dit begin van de Egyptische tarot zich tot een algemeen systeem, dat in de tijd van Jozef reeds wordt meegenomen door zijn broeders, wanneer zij vanuit Egypte terug gaan naar Kanaän. Later zal men trachten dit systeem, dat nog steeds een methode van wichelarij is, in te passen in de godsdienstige opvattingen en gebruiken. In Egypte zien wij, rond de tijd van Mozes, bij de tempels staven gebruiken met symbolen, om zo voor de voorbijgangers een voorspelling te trekken. Vooral in de tempels van Re-Horus kwam dit veel voor.

De Joden nemen vele van de symbolen over, maar komen nog niet tot een dergelijke losse opstelling van de verschillende waarden t.a.v. elkander. Ook zij leren echter meer en meer schrijven. Het is hun eigen lettersysteem van 22 letters, dat in de plaats treedt van de Egyptische voorstelling, maar voor hen wel degelijk ook een aanduiding kan vormen van goden en krachten. Men bedenke hierbij, dat vele letters ook nog voor getallen staan, zodat niet alleen begrippen, maar ook aantallen en waarden kunnen worden afgelezen en weergegeven. Rond de tijd van Jezus leven op aarde zijn er dan al sekten, zowel in Israël zelf, waarbij men gebruik maakt van de letters om, zoals eens de Egyptenaren, bepaalde godswaarden naast of tegenover elkander te groeperen. Daarbij ontstaat ook het systeem van letteromzetting, dat later beken zal worden als deel van de praktische kabbala. Ik leg er de nadruk op, dat afbeeldingen toen nog niet door de joden werden gebruikt. Wel bestonden zij in Egypte. Het is duidelijk, dat dit systeem van letters en kaarten dus ouder is dan de later daarmede verbonden stellingen, doel van de mystieke als van de praktische kabbala.

De stellingen van deze kabbala worden het eerst rond 400 geheel geformuleerd, maar komen in een herziene versie eerst rond 822 op schrift te staan. Rond 1200 worden op dit oerschrift verschillende werken geschreven, die zich op de oude wijsheid beroepen en vaak als auteurs de naam van oude wijzen geven. Daarmede probeerde men waar te maken, dat deze werken bij de oudste en meest bekende heiligen en wijzen van het verleden origineerden. Dit was natuurlijk niet altijd helemaal waar. In de kabbala wordt nu de hiërarchie van het goddelijke uitgedrukt. Deze hiërarchie is in overeenstemming te brengen met de waarden van het alfabet en de in het alfabet mogelijke groeperingen van letters. Wij zien, dat langzaam maar zeker het kabbalistisch systeem van de levensboom gebruikt wordt in verband met de tekens van de nog steeds uit Egypte overgeleverde tarot, die later ook wel Rota wordt genoemd. Dit laatste dankt men aan het feit, dat men onder invloed vooral van de christelijke gnostici, naar ik meen, dat de kringloop, de gesloten cirkel, in het leven belangrijker is dan de rechthoek.

Men beeldt op de kaarten steeds meer de betekenis van de letters en niet de letters alleen maar. Er ontstaat dus een kaartsysteem, zoals men het nu kent. De kaarten in hun oudste vorm, zoals men hier nu de tarot met zijn voorstellingen kent, stammen echter uit rond 1500 en ontstaan in Frankrijk. Hiermede wordt gewerkt – voor meditatie, maar later ook wel voor prognostiek – vanuit de driehoek als centrum, een weergave van de goddelijke drie-eenheid in feite, met daaromheen de cirkel, die de oneindigheid aangeeft, waarin de openbaring plaats vindt. Daaromheen legt men dan wel, maar nu met gewone kaarten – waarbij wij in het boek echter t.a.v. de nu bestaande in elk boek voor elke kleur een ridder extra aantreffen – het vierkant, dat dan de wereld vertegenwoordigt, waarin men leeft. U moet goed begrijpen, dat er hier dus geen sprake is van een systeem, dat in de dagen van Europees ontstaan voor wichelaars bestemd is, ook al heeft het zeer waarschijnlijk wel zijn oorsprong in de wichelarij.

Het is een boek van voorstellingen, waardoor de mens in staat is voor meditatie een groepering van waarden samen te stellen en hun mogelijke wisselwerkingen binnen het geheel te overzien. De mens die zich hierin verzink, ziet dus niet zozeer naar verleden en toekomst, als wel naar de oorzakelijkheid van het goddelijke en de gevolgen, die dit goddelijke kan hebben voor de mens in bepaalde toestanden. Zo wordt langzaam maar zeker de tarot het gebedenboek van de werkelijke kabbalist. Ik mag hieraan wel toevoegen, dat dit ook vaak waar is voor alchemisten en andere mystici. Vanaf rond 1600 gaat de Franse tarot de gehele christelijke wereld door en slaat daarbij terug naar de Arabische wereld, waarin tijdens het kalifaat reeds een systeem op meer astrologische basis werd ontwikkeld, dat in opzet sterk met de kabbala en de tarot verwant was. Het eindresultaat kent u op het ogenblik als een soort combinatie van deze systemen.

Ik moet hier helaas namen geven. Misschien kent u de tarotkaarten “la gitana”- een Spaans type, of de kaarten die men wel noemt de kaarten van Lenormand, een Frans systeem. Indien u nu dergelijke kaarten beziet, zult u ontdekken, dat daarop niet alleen de voorstellingen van de oude tarot voorkomen, die beschouwelijk zijn, maar dat daarnaast planeten, getallen en letters worden aangegeven. Meestal geldt dit zover het de 22 kaarten van het groot arcanum betreft, die soms met fantasiekaarten worden aangevuld. De relaties, die in het Al bestaan, worden dus, dankzij de Arabische invloed, geassocieerd met planeten en sterren. De oude verering van de joden voor letter en getal als waarden van goddelijke origine, blijft in deze typen, die geen echte tarotkaarten meer genoemd kunnen worden, eveneens bewaard.

Tot zover dan een klein overzicht van de bron. Wanneer wij de kaarten bezien, zullen wij daarop kaartenbeelden aantreffen als bv. dat van de magiër en de ingewijde. Dezen kunnen worden beschouwd als een paar. De magiër wordt vaak voorgesteld als een tovenaar. Hij draagt een staf in de handen, maar is geen lichtende figuur. Hij zit meestal op een troon of staat bij een driepoot. Hij heerst, hij is in- en van uit de wereld der mensen georiënteerd. De ingewijde is de gehangene: hij hangt omgekeerd aan een galg – die in zich een driehoek pleegt te bergen – terwijl de houding van de benen eveneens een driehoek omvat, maar gelijktijdig een letter of cijferteken weergeeft.

In dit paar kunt u reeds zien, hoe de tegenstellingen in de kernkaarten wordt uitgedrukt: de ingewijde, levende in een hogere waarheid, wordt door de continuïteit van oorzaak en gevolg nog geketend aan een wereld en kan daarin slechts werkzaam zijn als een goddelijke hiëroglief. De magiër daarentegen zetelt op de aarde en zo hij hogere krachten tot zich weet te dwingen en hen weet te regeren, stelt hij zijn eigen daden. Hij blijft volledig mens.

Een typische kaart is ook de z.g. goochelaar, prestidigitateur of juggler. Deze toont een potsenmaker, die op een blad voor zich een aantal voorwerpen uitstalt. Bij het geven van een interpretatie moet men hier voorzichtig zijn, omdat er naast de oorspronkelijke vorm van deze kaart verschillende andere drukken bestaan, waaronder verschillende herziene en spiegeldrukken. Op het blad treft men echter meestal een symbool van waakzaamheid aan, een belletje, een beker, die een soort graalbetekenis kan hebben, dobbelstenen, die het noodlot, dat door de juggler beheerst wordt, aangeven enz.

Wanneer je een dergelijke voorstelling beschouwt en in de betekenis daarvan tracht door te dringen, komt daaruit een reeks persoonlijke associaties voor. Men zal dan zichzelf ten dele kunnen zien als bv. magiër, gehangene, beïnvloed door het symbool van hemelgeweld, traag maar vast als een rots enz. enz. Door de associatie van het Ik met deze waarden kan men dus een aantal waarden beleven, die in het goddelijke bestaan, en werkingen erkennen, die van daaruit op het ego inwerken. Door het erkennen van de verhouding in deze verschillende delen van het geopenbaarde tekent zich het beeld van de innerlijke mens, die dan weer een relatie blijkt te hebben met de buitenwereld, het z.g. klein-arcanum. Hierdoor kunnen innerlijke werkingen en uiterlijke belevingen en ontwikkelingen met elkander nog eens in verband worden gebracht. Men zou kunnen zeggen, dat de tarot in wezen een meditatiesysteem is, waarbij door de bewuste verandering van de letters t.a.v. elkander de godsnamen gespeld kunnen worden en goddelijke waarden kunnen worden uitgedrukt.

De mens kan dan, door het beschouwen van het beeld, in zich een beeld verwerven van eigen verhouding tot het goddelijke of een bepaald aspect daarvan. Men zegt daarom, dat hij, die de tarot geheel kent en in zich beseft, de letters of machten van de levensboom in zich bezit en in zich naar willekeur de wegen kan gaan, die hen verbinden.

Hiermede zal u duidelijk zijn geworden, dat de tarot alles is behalve een kaartleggerspel. Omdat de symbolen, die gebruikt worden, echter aanspreken in het oerwezen van de mens en de associaties haast psychologisch onontkoombaar plegen te wekken, zal ook degene, die met die kaarten niet waarlijk werken kan, toch in het geheel van de kaarten voor zich bepaalde symbolen zien ontstaan. Hij krijgt gevoelsassociaties – die hij in tegenstelling tot de bewuste kabbalist niet kan verklaren – en zal op grond hiervan bv. voorspellingen kunnen doen, die toch in vele gevallen redelijk juist blijken te zijn.

Maar een bewuste erkenning is noodzakelijk. Ik besluit daarom met uitspraken van enkele bekende kabbalisten. Allereerst dan dit: “Wanneer de drie zijden der goddelijke openbaring in het rad geopenbaard worden, leest de bewuste daarin de naam, die steeds verandert en toch zichzelf blijft. In deze naam weet hij, hoe de goddelijke kracht in hem werkt.” Abbé Nicolas Dumont, een kennelijk pseudoniem, in 1673.  Vervolgens een Duits commentaar. “Wanneer ik lees in de kaarten en de namen spel, zal ik weten, welke krachten op aarde kunnen regeren. Stel ik de naam van een ziekte, zo zal ik ook de naam, die geneest, kunnen lezen in de kaart. De kaart maakt mij steeds weer duidelijk, welke kracht regeert en welke kracht de werking op kan heffen, daar alle tegendelen als namen en goddelijke waarden in de uitspraken van het spel steeds aanwezig, zijn.” Ten laatste een citaat uit 1906. “Het geheim van de graal en het kosmisch goud staat geschreven in de 22 letters. Wie de letters spelt met de kaarten, kan in de geest het antwoord op zijn vragen lezen en zo de geheimen erkennen.”

Hopelijk begrijpt men hieruit, dat de tarot een werktuig is en niet een speeltuig. Op andere wijze kan men natuurlijk hetzelfde bereiken. Maar deze kaarten zijn eenvoudig mee te nemen, terwijl men daarmede elk probleem, dat in de mystiek naar voren kan komen, kan uitdrukken en alle haast vergeten kennis daarin steeds terug zal kunnen vinden.