De tijd

4 januari 1988

Tijd is natuurlijk een verschijnsel dat sterk planeet-gebonden is. Tijd is een ritme, dat langzaam maar zeker los is geraakt van bewegingen van de aarde en de daardoor schijnbaar ontstane loop van de zon.

Maar wanneer we de ruimte ingaan, dan verandert, zodra we buiten het zonnestelsel komen, de factor tijd aanmerkelijk en je zou kunnen zeggen dat er zelfs drie verschillende tijd-assen zijn, die afhankelijk zijn van massa en beweging.

Als je terechtkomt op een as – ik geef het maar een naam: de alpha-as – dan bevindt je je in een tijd, die eigenlijk (als je het wilt vergelijken met het aardse tijd beleven) praktisch stil staat.

Je zou dus daar duizend jaar kunnen leven en dan een seconde later weer in de aardse tijd terug zijn.

Het blijkt echter ook dat de ruimte daar ook andere verhoudingen heeft, andere relaties toont en dat daarin o.m. veel meer schijnbeelden voorkomen dan in uw wereld.

Is ze astraal? Tja, ik weet het niet helemaal, maar ik ben wel tot een conclusie gekomen:

Tijd is een zaak van aardse verschijnselen. Daarbuiten blijkt tijd zeer sterk aan beleven en denken gebonden te zijn. Beide vormen van tijd zijn niet onderling uitwisselbaar.

Als je dat door zou voeren naar ons geestelijk ik-besef, dan ontstaat er nog een heel ander iets:

U hebt op aarde een aantal levens doorgemaakt – laten we zeggen dat u Romein met de Romeinen bent geweest en dat u misschien Isis-priesteres met de Isis vereerders bent geweest, enz. Voor u, rekenend vanuit uw huidig bestaan, is dat een ver verleden. Maar wanneer u in uw bewustzijn teruggraaft, dan sluit het eigenlijk voor een groot gedeelte aaneen. Alleen de punten waar uw eigentijds beleven geestelijk is geweest, en dus afwijkt van de aarde-norm, wordt u geconfronteerd met flitsen of met duister.

Alle levens zijn voor het ik een aaneenschakeling, waarbij de geestelijke elementen eigenlijk alleen naar voren komen, wanneer er in het bewustzijn van het ik tijdens een geestelijke periode een zeer belangrijke verandering van bewust­zijn heeft plaatsgevonden.

Dan is er nog een tweede ding: Als u ooit te maken hebt gehad met de incarnatieverschijnselen (onderzoek daarnaar, enz.), dan zult u opgevallen zijn, dat men weliswaar alles in een zekere tijdsrelatie zet – hetzij teruggaande, hetzij voorwaarts gaande – maar dat daarbij fragmenten wegvallen. De opeenvolgende fragmenten worden echter heel vaak weergegeven als een continu geheel.

Ook dat moet zijn reden hebben. Er zijn in de tijd voor het bewustzijn een aantal perioden die eigenlijk niet meetellen.

Het is het ogenblik waarin je van verveling niet weet dat je bestaat. En op aarde ben je dan druk bezig geweest, je hebt ontzettend veel gedaan in die tijd – maar het bewustzijn zegt: tja, het was eigenlijk niets. Dus is het er niet.

Dus de tijd, zoals wij die doormaken in ons innerlijk, is een proces van bewustwordingsmomenten, en heeft niets te maken met een feitelijk verloop van tijd en zelfs niet met de zogenaamde feiten van ons bestaan in de tijd.

Als je zo ver gaat, dan moet je er natuurlijk verder over na gaan denken wat daar verder aan vast zit. Ik moet nu spreken vanuit mijn geestelijke ervaring: In de Geest hebben wij een aantal verschillende “sferen”, contacten. Laten we die eenvoudigheidshalve met een toonladder, met een gamma, vergelijken:

Wanneer ik in een bepaalde sfeer ben, heb ik een bepaalde trilling. Alle harmonischen werken. Alle niet-harmonische trillingen blijken niet beleefbaar. Dan is de harmonie der sferen misschien wel al wat er aan trillingen bestaat, maar voor mij kan muziek der sferen alleen maar een opeenvolging zijn van de beperkte harmonieën die ik in het geheel van de mogelijkheden der sferen ervaar.

Wanneer we in die geestelijke wereld dan verder ons tijdbeleven toetsen, blijkt dat er in een tijdsverloop hiaten vallen – hetzelfde wat we ook bij die incarnatie al gezien hebben: het wegvallen van bepaalde perioden.

In het begin denk je dat dat misschien een verdrongen bewustzijn is. Maar dat is ook niet waar. Er zijn gewoon perioden waar wij als het ware volledig stilliggen. We zijn er wel, maar onze relatie met alles wat om ons heen is, ja zelfs met de inhoud van de eigen persoonlijkheid, ligt stil. Dan is het mogelijk dat je in bijvoorbeeld Zomerland leeft en op een gegeven ogenblik verbaasd kijkt, omdat alles spoorslags veranderd is. Want die wereld is veranderd in de tussentijd. En ofschoon jouw bijdrage nog wel bepaalde dingen in stand kan houden, zijn er zoveel nieuwe dingen bij gekomen, dat je je opnieuw moet oriënteren.

Dergelijke sprongmomenten schijnen nogal veel voor te komen, vooral in lagere sferen en Zomerlandsferen. Daarboven hebben we weer te maken met vormloze werelden, en dan krijg je meer te maken met een caleidoscoop-effect. Er is iets, maar je registreert het niet. En opeens zie je een ander patroon. Het vallen van de stukjes zie je niet, maar de opeenvolging van de patronen wel. Ook hier ben je dan dus een ogenblik kennelijk uitgeschakeld.

Dat leidt mij dan tot de veronderstelling, dat het bewustzijnsproces dat we allen doormaken niet – zoals we graag aannemen -een continu proces is, een steeds voortgaand iets. Het is steeds in kleine stukken in te delen, en wanneer we die stukken bij elkaar voegen, dan krijgen we steeds weer een andere conclusie en een andere uitkomst.

Als je dat caleidoscoop beeld nog even vasthoudt (u kent die oude kindercaleidoscoop vast nog wel: Een aantal gekleurde stukjes glas en drie spiegeltjes in een driehoek op elkaar gezet en als je draait dan ontstaat er steeds een ander soort rozet) – De stukjes blijven hetzelfde, hun samenhang verandert.

Ik heb het gevoel dat, zeker in de vormloze sferen, maar vermoedelijk ook elders, tijd eigenlijk het wisselen is van de patronen, en dat heeft niets meer met de reële tijd te maken. Het is zuiver persoonlijk geworden en in dat zuiver persoonlijke worden we dan bovendien nog geconfronteerd met de kern van je eigen wezen – noem het licht, noem het kracht. Geef het maar een naam; in u bestaat iets. U kunt die kracht op een bepaalde manier zelfs aanmerkelijk verhogen, u kunt ze zelfs bewegingen laten maken, onder meer langs de ruggengraat. De kracht echter die u geestelijk bezit is een soort weerkaatsing van die stoffelijke kracht.

De geestelijke kracht, of het licht, dat in ons bestaat schijnt het enige te zijn dat wel continuïteit kent. Willen wij zelf tot continuïteit komen en daarbij het geheel, en niet meer alleen een reeks fragmenten van het bestaan ervaren (beseffen kun je het niet, maar ervaren kun je het wel), dan moet je eigenlijk naar binnen toe kijken, totdat je die eenheid van het licht voelt.

Dan zeggen de mensen: ja, als je dat bereikt, dan ben je zo rustig, vredig en alles tegelijk. Dat zou te verklaren zijn door het feit dat dan de gehele inhoud van de persoonlijkheid gelijktijdig aanwezig is en daardoor de harmonie met de totaliteit veel beter ervaren wordt.

De situatie waarin je normaal verkeert, is er natuurlijk een van: tijd kun je niet maken, je kunt ze alleen gebruiken. Maar als u droomt, kunt u in tien minuten een gebeurtenis dromen die vele uren vergt of u kunt tijd synchroon dromen. D.w.z. dat in de droom de sequentie en het tijdsverloop identiek is aan datgene wat je normaal lichamelijk doormaakt. Wanneer daar afwijking mogelijk is, houdt het in dat het denken van de mens zelfs al niet gebonden kan zijn aan de tijdsnormen zonder meer. Het feit, dat het wel voorkomt dat men tijd synchroon droomt, zou er dan op moeten wijzen dat, wanneer lichamelijke factoren overheersen, de tijd-synchroniciteit blijft bestaan volgens de stoffelijke normen.

Op het ogenblik echter dat deze norm verwaarloosd wordt, ontstaat een totaal ander tijdsbeleven en tijdservaren en is de synchroniciteit ver te zoeken.

We kunnen dan veel sneller of veel trager ons voorstellen en beleven dan stoffelijk denkbaar is.

Nu hebt u ons allemaal wel eens horen zeggen: wij hebben meer tijd dan u.

We hebben natuurlijk niet meer tijd, maar de relatie tussen ons vermogen feiten te erkennen, en ons besef van tijd volgens uw norm, kent een zodanig groot verschil, dat we bij wijze van spreken een woord in een dictionaire kunnen gaan opzoeken, terwijl we het vorige woord uitspreken en dan onmiddellijk dat andere woord eraan toevoegen.

Is hier ook eigenlijk geen sprake van de persoonlijke norm of de sfeer-norm afgezet tegen een stoffelijke? En als u – wat voor iedereen toch wel zijn bestemming is – in het hiernamaals terechtkomt, dan kan het wel eens zijn dat de dingen u traag, dan wel heel snel toeschijnen. Dat ligt dan niet aan de wereld buiten u; het ligt aan het feit dat u nog steeds vergelijkt met uw stoffelijke tijdsnorm. Dat is uw klok-gewoonte: Hoe laat is het? Het nieuws kunnen we net niet meer aanzetten. Of: We moeten opschieten, over een kwartier gaat mijn trein.

Of: als ik nou even doortrap, ben ik nog net voor de spits binnen. – U kent al die dingen wel. Dan bent u dus helemaal ingesteld op stoffelijke tijdsnormen.

Na de overgang blijft een residu van dat bewustzijn over, maar de werkelijkheid van je geestelijk bestaan kent een andere norm. Het resultaat is dat je probeert met een stoffelijke norm een ander bestaan af te meten en dan kan het enorm traag zijn, of enorm vlug.

Op de deze manier wordt eigenlijk tijd een voorstellingswaarde waarvan we zo nu en dan afstand van moeten kunnen doen. Je moet je nooit meer afvragen: hoe   lang zal zoiets duren; je moet gewoon ingesteld zijn op de verandering. Dat is uw tijd.

En – ik heb toch over dat innerlijk licht en al die dingen gesproken – realiseer u ook even, dat u niet maar een enkel geestelijk voertuig hebt. Als we het goed bekijken is het menselijk lichaam een soort kruising van een Russisch poppetje (waar je steeds een nieuwe uit kunt halen) en een garage, waar het stikt van de voertuigen. Al die voertuigen hebben hun eigen afstemming en daarmee hun eigen ervaringssnelheid of tijd. Die voertuigen kunnen soms voor een deel tijdelijk synchroon zijn, maar zij kunnen het nooit lang blijven, want hun normen zijn anders.

Twee voertuigen die zich met verschillende snelheden bewegen, komen op een gegeven ogenblik op hetzelfde punt uit, maar ze verliezen weer heel snel het contact. Dat ligt bij onze voertuigen ook zo’n beetje vast. En ik denk – tja, ik weet het ook niet zeker – dat als we terechtkomen bij God, dat dan de tijdsomlopen de werkelijkheid worden en niet meer het zich langs een tijdslijn verplaatsend bewustzijn. Dan is er de absolute gelijktijdigheid. Daarmee is het dan mogelijk om het geheel te beseffen, niet alleen je eigen inhoud en misschien iets van de relatie met de totaliteit, maar het totaal van wat je bent als deel van de totaliteit. Met alle betekenissen, met alle mogelijkheden en inhouden erin.

Je zou bijbels kunnen zeggen: Zolang je zegt: de Vader spreekt tot u door mij, is er een verschil. Maar als je zegt: ik en de Vader zijn één, houdt het op. Dan is er nog maar Eén, en dan is Ik een poging om aan te duiden dat je deel bent van het geheel.

Dat zijn bijbeltermen of evangelische teksten. Zouden we dat elders ook kunnen vinden?

In de Veda’s komt een contact voor tussen God en een held, die dan later ook een soort God wordt. En die wordt gewezen op de plicht om te strijden, maar hij voelt daar eigenlijk niet voor. En dan zegt de ander tegen hem: Dat, wat is, blijft. Wat gij zijt, blijft. Maar de schijn der dingen verandert. Indien ge u onttrekt aan de veranderingen van de schijn, tast ge de werkelijkheid aan (Dit is een vrije vertaling overigens uit het Sanskriet).

Alweer eenzelfde idee. Misschien zou het goed zijn als een mens wat minder tijdgebonden zou zijn. Nou ja, hij moet het maatschappelijk waarschijnlijk zijn, maar in zijn eigen besef moet hij proberen los te staan van de dwang van seconden, minuten, en uren. Uren, maanden, jaren vlieden als een schaduw heen … Ja, ja, maar de schaduw is de werkelijkheid en de rest is illusie. In jezelf beseffen hoezeer alle gebeuren een illusie is, hoe datgene wat is blijft, maar datgene wat schijnt te veranderen, een illusie is waardoor het uitblijven van het blijvende beseft kan worden. Dan kom je een heel eind verder.

Dat is precies hetzelfde: Er is een oerkracht; die oerkracht bestaat in u. Met die oerkracht kunt u spreken tot de oerkracht en de vormen daarvan zoals ze in een ander bestaan. Maar wanneer u een speciale kracht probeert te gebruiken, dan bent u als iemand die een aambeeld probeert op te tillen met een tandenstoker. Dan breekt het. Wanneer je probeert het geheel te gebruiken, bestaat het aambeeld niet meer en vul je als het ware de kracht die in je bestaat aan met je besef van de kracht in de ander. Daardoor ontstaat een tijdelijke gelijkheid van krachten.

Dan kun je ook niet zeggen: zo’n genezingsproces duurt jaren, of: nou, dat zullen we wel even verhelpen, want dat weet je gewoon niet. Het enige wat je weet, is: De Kracht in mij – zo ze bestaat -kan ik in de ander uiten. En alles wat ik er verder bij gebruik aan omschrijving, kennis van het menselijk lichaam en zo, is alleen maar voor mezelf nodig om mezelf het gevoel te geven dat ik iets goed doe. Want als ik het innerlijk niet als juist, als aanvaardbaar, als mogelijk beleef, dan kan ik het niet waarmaken. De tijdsillusie, die ik eraan verbind, is en blijft een illusie. Daardoor kom je altijd weer voor onverwachte verschijnselen te staan. Maar gelijktijdig kun je zeggen: De Kracht is er altijd. Alleen kan ik die kracht niet altijd en volledig in mij beseffen. En daardoor word ik beperkt in mijn mogelijkheden om krachten te geven aan anderen. Dat zijn rare dingen, als je daarover nadenkt.

Wat is leven eigenlijk anders dan een geheel uitdrukken in allerhand fragmenten die je “tijd” noemt.

Wat zijn alle omlopen, de spiraal des levens bijvoorbeeld, anders dan onze uitdrukking van onze ontmoeting met een werkelijkheid op vele verschillende niveaus van trilling.

Wanneer wij in staat zijn gevoelig te worden voor het geheel van de werkelijke trilling, behoeven we niet meer met een brekingseffect te rekenen, behoeven we niet afzonderlijk elk trillingsgetalletje na te gaan, en misschien ook nog zwarte lijntjes ertussen te zien.

Dan hoeven we alleen maar te zeggen: dit ben ik. “Dit ben ik” is de tijdloosheid. “Dit moet ik worden” is de verwerping ervan. “Dit ben ik geweest” is een verwerping van de tijdloosheid. Maar “0ok dit ben ik” is de erkenning van het eeuwige, van het onveranderlijke waarvan wij deel zijn.

De Gastspreker

Ik bekijk u, want hoe kun je tot een ander spreken wanneer je niet weet welke taal hij beheerst. Mijn eigen taal is er een geweest van filosofie – ik was magister philosoforum – van magie, van het ongewone, het verborgene. Maar die termen kun je alleen maar gebruiken tegen degenen die de begrippen al beheersen waarover je spreekt. En zo is het met je innerlijke wereld, zo gaat het met al datgene wat je aan voorstellingen en dromen kent.

Een magiër is iemand die een droom opbouwt en dat zo intens doet dat een deel ervan waar wordt.

Een realist is iemand die de feiten zozeer vastklemt, dat hij de gevangene wordt van de feiten zonder in staat te zijn zich te ontworstelen aan hun beperktheid.

Magie wordt altijd beschouwd als een soort geheime wetenschap. Maar dan kan je een geloof ook een wetenschap noemen. Want het is een innerlijk weten, dat je uitdraagt door er bepaalde vormen aan te verbinden.

Ik heb me altijd afgevraagd waarom de mensen dachten dat elke demon voor het kruis zou terugschrikken. Waarschijnlijk omdat ze denken dat dit symbool in de gehele demonenwereld bekend is en gevreesd wordt. Maar daar gaat het niet om. Wat een demon afschrikt is mijn eigen beeld van Licht, van Zuiverheid, van Kracht. En wanneer ik daarvoor het symbool van een kruis gebruik, dan schrikt hij terug voor hetgeen daardoor in mij bestaat, niet voor het voorwerp zelf.

Datzelfde zou je kunnen zeggen over een Davidsster of onverschillig welk, als een soort talisman gebruikte voorstelling of voorwerp.

Wat doet het in je zelf? Wat vormt het voor jou?

Er zijn mensen, die alleen wanneer ze in een spiegel kijken zich in zichzelf kunnen verliezen. Er zijn ook mensen die zichzelf in zichzelf verliezen en vaak maar met moeite, en soms wat zwaarmoedig, terugkeren in de werkelijkheid waarin zij leven. De een kijkt naar een weerkaatsing om zichzelf te vergeten, de ander heeft zichzelf al vergeten en leeft in een droom, een beeld dat in hem bestaat, en vindt daarin al datgene, wat de ander moeizaam moet nazoeken met behulp van voorwerpen, van licht- en reukwerken en wat dies meer zij.

Wanneer je magiër bent dan werk je meestal met één, soms meer, leerlingen. En het eerste wat je altijd doet, is zorgen dat zij heel goed beschermd zijn. Dat is niet omdat zij het gevaar niet zouden kunnen weerstaan, dat voor jou opdoemt, maar dat is omdat het gevaar dat in hun gedachten opdoemt wel eens veel verschrikkelijker, en daardoor onverdraaglijker zou kunnen zijn, dan alles wat je zelf voor jezelf hebt bezworen. En dan zou hun zorg voor een schrikvoorstelling, die voor jou niet eens bestaat, je concentratie kunnen breken en je daarbij tot slachtoffer kunnen maken van het schrikbeeld dat de ander uit zich heeft voortgebracht.

U leeft in een werkelijke wereld. Maar denkt u dat er niet ergens een wereld is, waarin Doornroosje en Sneeuwwitje volledig echt zijn en u alleen ten koste van veel moeite en voorstellingsvermogen een plaatsje kunt winnen als een van de dwergen.

Die dingen bestaan. Ook wanneer ze niet altijd werkelijk zijn vanuit uw wereld.

Er kunnen omstandigheden bestaan, waarin een denkbeeld machtiger is dan al hetgeen u werkelijkheid noemt. Maar de mens moet dan geheel opgaan in het denk­beeld.

Al wat ik heb gevonden van magie, al wat ik heb nagegaan van geloof in mijn tijd, is daar eigenlijk aan onderhevig. Een mens die gelooft dat zijn God hem kracht geeft, ontvangt Kracht. Niet, omdat die God die kracht nadrukkelijk staat te geven, maar omdat de mens zich bewust wordt van de mogelijkheid van die kracht en ze ondergaat.

Nu leeft u in uw werkelijkheid. Een werkelijkheid, die bezaaid is met allerhande onaangenaamheden, met allerhande vreemde gebeurtenissen. Hoeveel van die gebeurtenissen, hoeveel van die belevingen ontstaan eigenlijk niet door uw verwachting en zouden zonder die verwachting niet waar worden.

Als u denkt: mij gaat een ongeluk overkomen, dan krijgt u er een. Komt dat, omdat het onvermijdelijk is, of komt het omdat u het verwacht?

Wanneer u denkt: ik zal zo dadelijk (na de dood, bijv.) leven in licht en vrijheid, en u gaat daar volledig innerlijk in op, dan doet u dat al. Dan is de overgang alleen maar een feit, waardoor een beleefde werkelijkheid plotseling hanteerbaar wordt en gestalte krijgt.

Als u zegt: ik roep een kracht op, dan is die kracht er omdat u denkt dat ze bestaat. En als u haar oproept, dan beantwoordt ze aan de voorstellingen die daar voor u in zijn gelegen.

Als u denkt aan engelen, dan moet je er rekening mee houden dat je ook duivels kunt ontmoeten. (Zoals menigeen o.a. in de huwelijkse staat heeft moeten constateren.)

Maar – wanneer je niet gelooft in engelen, bestaan er geen duivels. De norm, die in jou bestaat is bepalend voor al datgene wat er aan werkelijkheid voor je mogelijk is.

Vaak heeft men filosofen, dromers genoemd. Dromers, die verklaringen verzinnen. Maar wanneer ze de verklaring in zichzelf weten juist te zijn, dan zal ze zich ten dele of geheel als juist bewijzen.

Werkelijkheid is een variabele die door het denken van de mens wordt beïnvloed. Het denken van de mens is de zwakke weerkaatsing van een innerlijk weten, van een innerlijke verbondenheid misschien, die hij zich rationeel niet kan indenken of voorstellen.

Wanneer u van dit punt uitgaat kom je als vanzelf terecht in de wereld, waarin alleen de krachten nog werkelijk zijn. Maar wanneer ik zeg: deze kracht heet Licht, dan schep ik ook het Duister. En wanneer ik zeg: deze kracht is goed, dan schep ik ook het kwaad. – Niet omdat ze reëel bestaan, maar omdat elke keer wanneer ik een oordeel uitspreek, ik daardoor tegendelen tot aanzijn breng.

Mensen denken altijd: ik moet leven volgens een bepaalde norm. Het zij hen gegund. Maar wanneer ze een norm gesteld hebben, dan zullen ze daar zelf tegen zondigen. Dat is onvermijdelijk. Met hun gedachten in de werkelijkheid. Daarom geldt: mens, stel nooit algemene normen en probeer de tegenstellingen, wat je als een innerlijke waarheid beleeft, zo klein mogelijk te houden.

Wanneer je een kosmos wilt omvatten, dan zal je altijd geconfronteerd worden met al wat er in die kosmos gebeurt.

Wanneer je de kern, die de kosmos in stand houdt, benadert, dan is alles voor jou wel aanwezig, maar het heeft slechts een betekenis.

Wie in magie, in denken, in theologische debatten, die ook voor de denker in mijn tijd, onvermijdelijk waren, verzeild raakt, ontdekt al heel snel, dat alles ingewikkelder wordt, wanneer je niet weet wat je moet zeggen. Wanneer iemand een toespraak houdt die zeer ingewikkeld en langdurig is, onthoudt u dan maar: dan hebt u te maken met iemand die nog niet geheel weet waar hij het over heeft.

Eenvoud is niet alleen maar een teken van juist bewustzijn, eenvoud is het onvermijdelijke resultaat van weten, innerlijk of uiterlijk. En eenvoud is ook de weg, die we moeten gaan. – Niet omdat het zo belangrijk is, het gebeuren gaat toch wel verder, maar omdat wijzelf de waarheid alleen kunnen beseffen wanneer we ze herleiden tot de simpele eenvoud van waaruit wij kunnen leven.

Toen ik wat ouder werd, ben ik ben nog een keer in Avignon geweest, waar in die tijd nogal wat magiërs samenkwamen. En men vond het bespottelijk dat ik bepaalde incantaties gebruikte zonder daarbij de gebruikelijke bloedoffers te brengen. Dat ik niet uitvoerig bezig was juiste geurstoffen samen te stellen. En toch had ik net zoveel resultaat als die anderen.

Toen zeiden ze van mij: dan moet je een groot ingewijde zijn. Wat een fout was, want ik was even dwaas als zij. Alleen had ik beseft, dat je vele dingen niet nodig hebt, omdat ze alleen maar uiterlijke tekenen zijn van iets, dat toch bestaat.

Wanneer de mens bezig is in de alchemie, met het scheppen van de kunstmatige mens, de ununculus, dan lijkt het of hij iets heel bijzonders aan het doen is, maar in feite probeert hij alleen maar zijn eigen spiegelbeeld in de retort tot leven te wekken.

Maar wanneer hij bezig is met de werkelijke kracht der dingen, zijn geestelijke krachten versmelt met het mengsel dat in een alcaest borrelt en pruttelt, dan kan hij scheiden of oplossen; de alcaest neemt alles op en verteert het of doet het verdwijnen. Dat denken mensen. Maar op dezelfde wijze kan het eruit ontstaan. Het kan goud verteren, het kan goud voortbrengen. De richting bepalen wij, maar dan niet alleen met beredeneringen, niet alleen met woorden, spitsvondigheden en theorieën. Met een innerlijk weten. Wat onze innerlijke werkelijkheid is kunnen we altijd buiten ons waarmaken, maar datgene wat onze wensdroom is kunnen we zelden waarmaken. Datgene wat we vrezen, verwezenlijken we. Of we er slaaf van zullen worden, is afhankelijk van ons innerlijk.

De mens zegt: leven is belangrijk. En ze vrezen de dood.

Maar is leven niet een vorm van dood, is dood niet een vorm van leven? Want als je als mens leeft, ben je dan niet sterker gebonden aan alle voorwaarden van het menselijke zijn? Want de dode is, die rust tussen zes planken. En is de dode niet iemand die achterlaat wat zijn beperking is, om te zoeken naar een wereld waarin zijn nieuwe werkelijkheid past bij datgene wat hij wezenlijk is?

Onze voorstellingen bepalen het bestaan, niet het bestaan onze voorstellingen. Daarom is het ook niet belangrijk of een voorstelling waar of niet waar is, controleerbaar of niet controleerbaar is in de termen van mensen. Wanneer zij een bestaande voorstelling is, is zij voor jou een werkelijkheid, en uit die werkelijkheid kun je verder gaan door haar aan te passen, te veranderen in jezelf! Buiten je bestaat de mogelijkheid tot veranderen niet.

De mensheid gelooft niet meer in zichzelf. Ze droomt van vrede, ze verlangt naar vrede, maar ze kan zich geen vrede voorstellen, geen werkelijke vrede. Daarom zal er geen vrede zijn.

De mens vreest strijd, honger, ellende, rampen. Hoe meer hij ze vreest, hoe groter de kans is dat ze hem zullen overrompelen, hem met de werkelijkheid van zijn eigen verwachtingen zullen confronteren.

De mensen roepen uit: dit is de tijd van Aquarius! En ze denken aan Aquarius als broederschap. Maar is er niet altijd broederschap geweest? Wanneer een dergelijk symbool je volledig en innerlijk kan doen geloven in datgene wat broeder­schap, eenheid, samenhang betekent, dan wordt ze ook waar. Niet volgens stoffelijke normen uitgedrukt, maar als een essentie, een wezenlijkheid, die zich steeds meer doet kennen.

Hoe onzekerder je bent, hoe onzekerder je bestaan. Hoe groter je innerlijke zekerheid, hoe controleerbaarder alles om je heen schijnt te worden.

Mensen spreken vaak over het noodlot dat hen treft. Datgene wat hen ‘overkomt’. Wanneer ze goed nadenken, weten ze, dat ze beelden in zich hebben gedragen die aan die feiten beantwoorden. Soms angsten, soms verlangens. Zo hebben ze voor zichzelf meegemaakt wat anders te vermijden zou zijn geweest.

U bent hier, naar ik vernomen heb, een esoterische groep. Dat wil zeggen dat u zoekt naar een innerlijke waarheid. Kan een innerlijke waarheid beleefd worden, wanneer je probeert haar te omschrijven? Roep maar uit: 0, rond mij is het zilveren Licht – en de duisternis kolkt al rond uw voeten. Maar zeg tegen u zelf: Ik ben een met Al, en het al toont zich een met u, zolang u het niet omschrijft. Roep uw God aan in een bepaalde gestalte, en u krijgt te maken met een waanbeeld, een projectie van uzelf, bekleed met almacht. Maar beleef God als iets wat bestaat, ook al ken je het niet, en God werkt in u, door u, God is een deel geworden van wat ge zelf zijt.

Daarom juist is uw esoterie niet alleen maar een zoeken naar een innerlijke waarheid, dat zoekproces zelf schept voortdurend tegenstellingen, afleidingen. Uw esoterie zou moeten zijn: u terugtrekken in u zelf, ontkennend dat iets van uw gedachten of wat dan ook belangrijk kan zijn op dit ogenblik. Stel u niet voor dat de stromen van levenskracht op een bepaalde wijze in u pulseren, daarmee ontneemt ge uzelf de rust van het innerlijk beleven – maar laat het innerlijk beleven in u ontstaan; die schijnbare leegte, die alles wegdrukt en toch in zichzelf betekenis heeft. En zeg dan niet: het is Licht of Duister, zeg desnoods: het is God, wanneer u daar geen verdere voorstellingen aan verbindt. En leef dan even in datgene wat de werkelijkheid van uw wezen is, ontdaan van bijkomstigheden en beperkingen. U zult ontdekken wat u bent. Niet in omschrijving, maar in een kracht, die u voortdurend inspireert om meer waar en meer uzelf te zijn.

Spreek zo mogelijk geen oordeel uit. Maar als u het doet, doe het dan op een zeer subjectieve basis, en geef toe dat het subjectief is. Op deze wijze kunt u misschien dingen omschrijven of kenbaar maken voor uzelf, zonder gelijktijdig u te binden aan een onveranderlijke werkelijkheid. Het product van een bewustwordingsproces is niet identiek met het bewustwordingsproces zelf. En datgene wat u in uw leven als werkelijkheid ervaart is niet noodzakelijk identiek met datgene wat wezenlijk en werkelijk in u bestaat.

Als ik een esoterische kring een raad mag geven, hoe verwaand dat mijnerzijds ook is, hoezeer het indruist tegen alles wat ik u probeer duidelijk te maken, dan zou ik u willen zeggen: probeer elke dag een uur alles te vergeten, wensloos gelukkig te zijn. Want daarin schept u voor uzelf de harmonie die u nodig hebt. Daardoor maakt u in uzelf de krachten vrij, die anders misschien misbruikt en verspild zouden worden, uitgaande van uw persoonlijk beleven.

Wees tevreden, hoe moeilijk het soms ook is. Want de mens die tevreden is, heeft ook vrede met zichzelf. Wie vrede heeft met zichzelf schept geen wensdroom en geen onrust om zich.

Als u zoekt naar kracht, en u zoekt ze buiten u – hetzij bij een geestelijke leraar, of misschien een engel of wat anders, dan bevestigt ge uw eigen zwakte.

Ge zijt kracht, anders zou je niet bestaan. De absolute krachtloosheid is het einde van het bestaan. Ge zijt kracht, leef in en vanuit die kracht. Zonder haar te omschrijven of te limiteren; laat uw uiting naar buiten toe een pogen zijn, dat gedragen wordt door de zekerheid dat als het bij u behoort, waar zal worden.

Vele gastsprekers, althans dit heb ik begrepen, richten hun uitstralingen in het bijzonder op u, maar ik kan geen eigen uitstraling in het bijzonder op u richten, ik kan alleen dat deel van eenheid, wat nu in uw gevoelen en beseffen bestaat, voor een ogenblik concreter laten worden, meer tot ervaring laten worden. Want wanneer ik tracht meer te doen, dan te zijn, schep ik voor mijzelf een onevenwichtigheid, die ongetwijfeld zal weerkaatsen in al wat ik in mijn eigen werkelijkheid heb getracht te betrekken.

Maar u bent kracht, u hebt een tijdelijke eenheid. Wordt u bewust van die kracht. U luistert en daardoor is het, voor een deel althans, in uzelf rustig geworden. Laat de rust overheersen. Beleef de rust, die in u bestaat.

U koestert verwachtingen, zelfs wanneer dat alleen verwachtingen van geestelijke aard zijn. Leg ze opzij, verwacht niets. Ken in uzelf het aanvaarden, zonder begrenzing, zonder tegenwerping. En in de aanvaarding zult ge de vervulling vinden wat gij werkelijk zijt.

Kracht en Leven, het is bij mensen veelal een magie. Een poging om op te roepen wat er nooit kan zijn, tenzij het al in hen bestaat. Maak u toch niet moe. Alles wat u bent, wat u doet en wat u wilt, kunt u natuurlijk voortdurend te beoordelen en proberen te corrigeren, maar vraag u nou eens niet af wat u zou moeten doen, maar probeer te zijn, één met datgene wat binnen in u bestaat. Al het andere vloeit eruit voort.

Mensen roepen uit: Als God – of de Geest – maar met mij zou spreken, mijn wensen zou vervullen! Maar door die dingen zo te stellen, maak je ze zelf al onwaarschijnlijk en onmogelijk en kun je alleen dat kleine deel waar maken, waar je innerlijk mee één bent.

Wens niet, aanvaardt. Maar besef dat de kracht van het Al ook in jou woont. Probeer die kracht te zijn, niet te omschrijven, niet te benaderen of bewust te beleven, maar gewoon die kracht te zijn, zonder haar te begrenzen of te omschrij­ven.

Ik zeg u dat ge meer macht hebt dan de machtigste magiër, dat ge meer wijsheid bezit dan de meest geroemde filosoof. In de eenvoud ligt de sleutel tot de werkelijkheid.

Ik zal het niet te lang maken, want mensen rekenen met duur, en beseffen weinig van intensiteit.

Wanneer u de waarheid zoekt, zoek in uzelf! Niet door te omschrijven, maar door te willen ondergaan.

Wanneer u betekenis zoekt, omschrijf ze niet, maar wees uzelf, innerlijk en in uw wereld. Wat nodig is wordt geopenbaard.

Noem uzelf niet esotericus of esoterica om u van anderen te onderscheiden, maar ten hoogste om het besef te omschrijven dat voor u een benadering kan zijn van uw ware zelf en uw innerlijke kracht.

Misschien is dat niet veel, misschien bent u gewend aan gastsprekers, die meer zijn, of meer doen. Ik kan u slechts duidelijk maken wat waarheid voor mij is. Ik kan slechts trachten in onvolkomen woorden iets te tekenen van hetgeen voor mij de uitkomst is geweest van leven en verdere ontwikkeling. Ik kan u niet zeggen dat ik gelijk heb. Ik kan u alleen zeggen dat het mij de enige werkelijk­heid is.

Weest uzelf. Maar besef dat de voorstelling van uzelf vaak een karikatuur is van hetgeen ge in feite al zijt. Omschrijf uzelf niet, wees uzelf.

Waar ge uzelf uitdrukt in de wereld, waar ge zoekt de wereld te begrijpen, doe het in eenvoud. Vermijd meer tegenstellingen te scheppen dan noodzakelijk zijn. Dan zult ge weten wat de kern is van een esoterische wijsheid, wat de grote tempel is voor hen die zich tempelbouwers noemen. Dan zult ge beleven wat het ware licht is voor hen die het onder vele namen en vele vormen aanbidden, maar die ervoor wegvluchten, wanneer het in hen ontstaat.

Ik kan u mijn zegen niet geven. Ik kan slechts met u delen wat ik ben. Als dit voor u vernieuwing in uzelf betekent, het vinden van een andere mogelijkheid of weg, dan is dat uw zaak, maar daar het Licht in ons allen woont, de Kracht in ons allen woont, zullen wij bij het sterven van de tegenstellingen in ons meer één worden in de werkelijkheid, die wij allen te allen tijde zijn.

Moge dit besef van eenheid voor ons allen de schijn overheersen, opdat in het sterven van de illusies de waarheid de vervulling wordt van alle streven en leven, dat wij gekend hebben of kennen zullen.