De totale harmonie

uit de cursus ‘zelfprojectie’ 1984-1985

Een totale harmonie zal, zoals u kunt begrijpen, alomvattend zijn; d.w.z, alle delen van het ik omvatten een geheel en daarnaast nog de relatie tussen het totale ego en al het erkenbare.

Als wij bezig zijn om ons eigen ik te zien als een waarde die overal kan bestaan dan is het ook duidelijk dat het maken van splitsingen tussen delen van dat ik op zichzelf verkeerd is. Hier speelt het voorstellingsvermogen van de mens een grote rol. Laat mij proberen een paar voorbeelden te geven;

Als u uittreedt is het een beleving die als een soort droom is terug te vinden; althans bij sommigen. Als u bewust uittreedt, blijft dit effect nog bestaan. Op het ogenblik echter dat u zich als een gehele persoonlijkheid beschouwt en niet een deel van uw ik ergens naartoe zendt, maar uw totale ik met uw gehele besef verplaatst in die andere wereld of die andere toestand, zult u een volledige herinnering hebben aan de uittreding. Dat is punt 1.

Punt 2. Al datgene wat u in uitgetreden toestand doet, zal ook zijn directe terugslag hebben op het lichaam. Komt u in een strijd terecht dan zal het lichaam verwondingen vertonen. Neemt u kracht op, dan zal niet alleen uw geest rustig en harmonisch zijn, maar zal ook uw lichaam daaraan deelhebben. Het is dus erg belangrijk dat wij onszelf leren beschouwen als een geheel zonder aparte afdelingen.

Het is onmogelijk te zeggen: In de geest ben ik dit, maar stoffelijk ben ik genoopt om dat te zijn. Hierdoor wordt het evenwicht in de persoonlijkheid verstoord en wordt elke relatie met de krachten die buiten u bestaan vervalst. Zoek nu naar die mogelijkheden waarmee u zich a.h.w. projecteert in een andere situatie, wereld of toestand. Noem het mijnentwege dromen.

Als u een fantasiebeeld zo levendig weet te maken dat het voor u werkelijkheid wordt, dan blijkt dat al datgene wat dat fantasiebeeld voor u betekent ook voor u feitelijk wordt. Als u in die fantasie rijk wordt, dan zult u, al is het dan niet in de mate waarin u later meende het gedroomd te hebben een verbetering van uw stoffelijke omstandigheden ondergaan. Haalt u een dwaasheid uit; dan krijgt u de rekening ook gepresenteerd, wanneer u wakker bent.

Het ik als geheel moet leren en functioneren in de totaliteit. Daarvoor zijn bekende grondstellingen. U heeft ze al meer gehoord. Ik herhaal ze volledigheidshalve even.

Het heelal is een geheel. Alle kracht in dit heelal heeft eenzelfde basis en kan in haar uiting verschillend zijn, maar in de essentie is ze gelijk. Dit geldt voor onszelf en voor al datgene wat kenbaar is en voor wat nog niet kenbaar is maar beleefbaar kan worden. Doordat deze eenheid bestaat is het mogelijk om deel te hebben aan elk deel van het geheel, mits wij daarbij een onderscheid tussen ons en dit deel van het geheel tijdelijk opheffen. Dit is een betrekkelijk eenvoudige stelling. Voor een deel berust ze op de magie.

In de magie kennen we het simulacrum, het beeld dat men maakt van een mens. Als je dat dan liefelijk bewierookt, voelt de persoon zich gezond. Als je hem met naalden doorsteekt, dan kan hij zelfs een beroerte krijgen. Meestal is dat iemand bij wie men dat ook zonder naalden al wenselijk vindt. Hier wordt dus een eenheid geschapen op grond van identiciteit. De afbeelding en het wezen zijn één en dezelfde. Een primitieve magische regel.

Wij kunnen natuurlijk niet zo primitief zijn. Dat past niet bij deze tijd. Dat past ook niet bij de denkprocessen van de moderne mens. Maar wij zouden misschien wel kunnen zeggen Op het ogenblik, dat ik mij één gevoel met iets anders, zal dit gevoel voor mij een werkelijkheid doen ontstaan waarin de betekenis van dat andere wordt gewijzigd.

Er staat een boom. U kijkt naar die boom. U neemt hem niet alleen waar, u wordt a.h.w. zelf even die boom. Op dat ogenblik zult u bepaalde processen, die voor de boom belangrijk zijn, in uw herinnering kunnen terugvinden. U zult waarschijnlijk ook weten dat een wortel wat moeilijkheden heeft met een steen. U zou kunnen weten dat een aantal levende wezens in de takken wonen, maar u zult daarnaast wat de boom ook niet kan, niet kunnen onderscheiden welke wezens. Dat kunt u dan later als mens weer gaan bekijken.

De totale harmonie betekent dat wij één kunnen worden met alle dingen. Het betekent echter niet dat wij één moeten worden met alle dingen, want in het geheel hebben wij een eigen functie, een eigen kwaliteit, een eigen ontwikkeling. Voor zover deze gelden is het erg belangrijk dat ze dan ook bewust worden beleefd en dat al datgene wat noodzakelijk is ook wordt volbracht. Maar wij moeten de grens tussen onszelf en het andere kunnen opheffen. En dat betekent dat wij afstand zullen moeten doen van vele menselijke kwaliteiten.

Een totale harmonie kan niet bestaan waar er enig voorbehoud is, onverschillig of dit angst, begeerte, schaamte of iets anders is. Je kunt alleen een eenheid hebben, als je komt tot een vanzelfsprekende aanvaarding van jezelf in elke verbinding met de totaliteit of met een deel daarvan waar dit op een gegeven moment noodzakelijk is of voor jezelf misschien aanvaardbaar wordt geacht. Daar hebben we een heel belangrijk punt.

Een groot gedeelte van de grenzen die aan de persoonlijkheid zijn gesteld, ja, een groot gedeelte ook van de scheidingen, die zelfs tussen de sferen en uw eigen wereld in de stof bestaan, zijn opgebouwd uit denkbeelden, niet uit feiten.

Het verschil in wezen tussen een geest en een mens in de stof is duidelijk. Wij kunnen uit de geest tot u spreken. Wij kunnen in uw wereld ingrijpen. Wij kunnen in uw wereld allerlei fenomenen veroorzaken.

Wij zeggen niet dat dat zo buitengewoon is, maar kennelijk aanvaarden wij uw wereld uitgaande van ons ik-besef zoals dat in de geest bestaat als iets dat behoort tot onze mogelijkheid van bereiking en uiting.

U daarentegen weet wel dingen omtrent de werelden van de geest, maar u zult ze voor een groot gedeelte terzijde schuiven als iets waarvan u misschien wel iets kunt zien, maar dat eigenlijk verder in uw leven alleen maar een betekenis heeft van later. Dat is natuurlijk niet waar. Zo goed als wij in uw wereld werkzaam zijn, bent u onbewust in onze wereld werkzaam. Maar als u niet bewust bent, dan kunt u ook niet bewust handelen. Met andere woorden: wat u in de sferen tot stand brengt is een automatisme geworden. Het is geen deel meer van een bewust en overlegd reageren.

Als u echter uw voorstelling van de relatie tussen onze wereld en de uwe verandert en onze wereld gaat zien als een verlengstuk van uw wereld, dan zult u steeds bewuster daaraan kunnen deelnemen. Dan zult u gaan beseffen.

  1. Wat u in de sferen eventueel bent of doet en wat u zo in dromen ervaart,
  2. U zult merken dat in uw wereld fenomenen van onze wereld veel meer gaan optreden. Dat wil niet zeggen dat dat altijd prettig of aangenaam behoeft te zijn. Het is niet zo, volg dit recept en u krijgt de hemel thuis bezorgt. Het is geen postorderbedrijf. Trouwens, als ze de hemel beloven en ze be­zorgen die thuis, dan blijkt ze toch de hel te zijn. Dat hebben ze met de verkondiger van de een of andere leer wel gemeen.

Wanneer de grens tussen onze werelden wegvalt (denk aan wat wij voor­gaand reeds hebben besproken), dan vallen de grenzen weg tussen de krach­ten van onze wereld en van uw wereld. Bij ons is het besef geest te zijn toch iets sterker. Daarom hebben we vaak een stoffelijk aanknopingspunt nodig, al is het maar de uitstraling van een mens; misschien de aura, in andere gevallen, een deel van diens levenskracht en dan pas kunnen wij ons manifesteren. In dit opzicht zijn wij dus even gebonden als sommige spook­verschijnselen, die niets anders zijn dan een vaste programmering die door gedachtekracht is afgedrukt in het materiaal van een omgeving (een oud huis, een oud kasteel) en die pas ontwaken en weer tot uiting komen, als er iemand is die paranormaal begaafd is die dus een uitstraling heeft waardoor dat gebeuren zich opnieuw kan gaan afspelen.

Wij maken ook die fout. Wij remiseren ons niet dat de geschiedenis in de steen altijd aanwezig is. Wij zouden de steen dus moeten kunnen be­grijpen en niet alleen de projectie die daaruit voortkomt.

Zo is het bij ons ook. Wij zouden uw wereld meer moeten zien als iets waar onze kracht zonder meer werkzaam is en niet als iets wat toch een beetje anders is. (Maar ja, niemand is volmaakt, ook de geest niet.)

Hier gaat het dus, om het doodgewone feit dat te vaak harmonie voor ons onmogelijk is omdat wij te zeer worden beheerst door onze voorstel­ling van ons wezen en van wat wij onze wereld gelieven te noemen of­schoon het alleen maar een deel is van een totaal continuüm waarin deze vormen, die wij wereld noemen, alleen maar een breukdeeltje zijn van de feitelijke werkelijkheid. Daarom moeten wij altijd als wij kunnen ons besef van onszelf behouden, maar het besef van onze grenzen terzijde kunnen zetten. Pas dan zullen wij in staat zijn te reageren op de krachten uit de andere wereld. Pas dan zullen wij in staat zijn zelf onze krachten in andere werelden bewust te sturen en werkzaam te maken.

Als wij zeggen: zelfprojectie, dan is dat niet alleen maar het naar buiten kenbaar maken van de gehele persoonlijkheid. Zelfprojectie is in feite; het ik zodanig weten uit te breiden dat de relatie met de totali­teit, daarin voortdurend kan worden beseft en op een harmonische wijze nog kan worden waargemaakt ook.

De mens, die bezig is om zijn ik te beschouwen, heeft vaak de neiging om een bepaalde toestand als noodzakelijk te beschouwen voor een bepaalde prestatie. Voorbeeld; Wij hebben een medium. Dit medium wil in een bepaalde autosuggestieve trance verkeren om datgene door te geven wat wij willen zeggen. Dat wil niet zeggen dat dat de enige mogelijkheid is. Het zou zelfs geheel bewust kunnen gebeu­ren. Maar dan zou weer het vertrouwen weg zijn. De overgave, de relatie zou niet meer beseft en aanvaard worden zoals ze is, daardoor zouden dan allerlei grote fouten kunnen optreden.

Dat komt bij mensen die genezen ook voor. Zij kloppen zich op de borst. Zij spreken over de geest die hen zal helpen. Dan kunt u nog kie­zen wat voor geest ze hebben. Sommigen doen het met indianen, anderen met Egyptenaren. Er zijn er ook nog een paar die doen het met de Here Jezus zelf. Allemaal voorstellingen die op zichzelf niet helemaal zin­vol zijn. Ze gaven namelijk alleen contacten aan met werelden of bewust­zijnstoestanden en niet reële contacten met persoonlijkheden zonder meer als krachtbron.

Als zo’n mens denkt dat het van elders moet komen, dan zal hij elke keer falen op het moment dat hij zijn afhankelijkheid beseft. Pas op het ogenblik, dat het deel zijn van de totale kracht voor hem vanzelfsprekend is en die kracht niet wordt gezien als iets wat hij overdraagt naar een ander maar als iets wat in die ander bestaat en waarvan hij alleen be­wust moet worden, dan kan hij wel resultaten verkrijgen.

Ik heb u al gezegd, ik moet voorbeelden gebruiken om enigszins dui­delijk te maken waar het om gaat.

Wanneer wij ons manifesteren, dan spelen wij eigenlijk mee in een soort charade. Als een acteur Julius Caesar speelt, dan neemt dat niet weg dat hij thuis een pantoffelheld kan zijn. Terwijl hij bezig is alle fraaie toe­spraken, die Shakespeare ooit heeft bedacht, te reciteren is hij in gedach­ten misschien ook nog bezig met een ruzietje met de intendant en een standje dat hij de kleedster moet geven. Op zoveel niveau’s is hij actief, maar de uiting is de toneelfiguur.

U beseft het niet, maar wanneer wij ons uiten of dat nu in de sfe­ren is of op aarde zijn wij in zekere zin allemaal toneelfiguren. Wij beelden een deel uit van hetgeen wij zijn en gelijktijdig zijn wij actief op andere vlakken. Zolang wij menen dat ons spel de werkelijkheid is, zul­len wij al het andere niet beseffen. Wij zullen het zien als een beïnvloe­ding die vanuit elders ontstaat. Dat is niet waar; het ligt in jezelf. Jij bent het die de situatie in je waarmaakt.

Als je denkt, dat je verdoemd bent, dan schep je niet alleen een hel waarin je later kunt branden, maar je schept bovendien alle demonen die je kunnen verleiden en aanvallen en alle onmogelijkheden waaraan je meent door kwade krachten onderworpen te zijn geworden.

Er zijn demonen, zeker. Maar een demon wordt voor ons pas demon op het ogenblik, dat wij hem in onze relatie met deze kracht die functie geven. Een engel is geen engel omdat hij hoogheilig is. Een engel is een engel omdat in onze harmonische aanvaarding van een deel van de totali­teit die functie als een weldoende, een zegenende, een lichtende wordt erkend.

Het is natuurlijk een beetje moeilijk om dat zo te beschouwen. Het is veel gemakkelijker als ze allemaal zelfstandig zijn. Het is veel gemakkelijker te zeggen; De duivel fluistert ons allemaal slechte dingen in. Dat is dan heel prettig als hij dat doet, want dan kunt u hem de schuld geven voor dingen die u anders op uw eigen kap zoudt moeten nemen, omdat u ze toch te leuk vindt. Die duivel creëert u. Niet de impuls die u be­reikt, maar wat u ervan maakt is de demon.

Als u dit gaat begrijpen, dan zegt u: Die totale harmonie is toch eigenlijk heel belangrijk. Ze berust op niets verwerpen. Ze betekent dat alles, ook het meest fantastische waar kan zijn en dat u volgens uw moge­lijkheden en middelen reageert in een werkelijkheid waarin u meent te ku­nen functioneren zonder daarmee uit te sluiten dat die werkelijkheid ande­re aspecten heeft waar u op dit ogenblik geen raad mee weet. Pas op het moment, dat de totale harmonie voor u steeds meer deel gaat worden van uw leven, op het ogenblik dat u leert uzelf te aanvaarden als iets wat in alle dingen kan leven en niet alleen maar in een vorm en in een li­chaam, komt u op een punt dat de ervaring kan worden uitgebreid.

U heeft bewustwording nodig. Bewustwording opbouwen op alleen een levensvorm is natuurlijk een nogal summier en vaak onevenwichtig proces. Stel, dat u de eenheid weet te vinden met vele levensvormen, dan gaat u begrijpen hoe een geheel functioneert.

Laten we de ecologen nemen. In de ecologie heeft men de samenhang tussen de dingen ontdekt. Daar zijn heel veel eigenaardige dingen bij. Bijvoorbeeld: om de gewassen minder aangetast te krijgen, gebruikt men middelen om allerlei parasieten te vernietigen. Deze dringen door in de bodem. Daar wordt een deel van het leven in de aarde zelf aangetast waaronder o.a. warmen, heel kleine aaltjes en wat dies meer zij die toch allemaal voor het instandhouden van goede, gezonde grond noodzakelijk zijn. Dus moet men kustmest gaan gebruiken en kunstkalk gaan toevoegen. Maar wat is daarvan weer het resultaat?

Ecologen hebben uitgerekende daardoor ontstaat weer een kwetsbaar­heid voor nog meer soorten parasieten. Daardoor moet men weer meer be­spuiten. Het lijkt een eindeloos proces tot het moment dat de bodem zo weinig reëel leven heeft dat je er eigenlijk geen natuurlijke groei meer op kunt verwachten en alleen nog maar zeer specifiek gekweekte rassen en soorten kunt handhaven op die grond. En als de mens niet daarvoor zorgt, dan verwildert de zaak en kan er een woestijn ontstaan. De samen­hangen zijn dus veel belangrijker dan u denkt.

U moet niet denken aan een proces of aan een product, zoals de boer alleen maar denkt aan een rijke oogst en alsjeblieft een product met zo weinig mogelijk aantasting door parasieten en andere dingen. Je moet aan jezelf niet denken als een wezen dat als mens moet uitblin­ken en voor de rest zien we het dan wel weer, want dan gooi je de sa­menhang weg. De totale harmonie is juist nodig omdat er een voortduren­de wisselwerking dient te zijn tussen het nu als ik besefte deel van de totaliteit en alle andere delen waarmee het in contact komt.

Het is niet mijn aard om te preken, maar ik mag u hier herinneren aan dat bekende gezegde: Bemin God boven alle dingen en uw naaste ge­lijk uzelf. God representeert het geheel. Het geheel ligt boven alle dingen en dat­gene wat je uit het geheel kent alsof je het zelf bent. Het is een vorm van ik projectie. Ik ben die naaste. Er is geen onderscheid tussen de naaste en mij, behalve in de beleving van vorm misschien, maar dat is eigenlijk bijkomstig. Het lijden van een ander is mijn lijden geworden, om­dat ik het heb erkend. Pas dan kan ik die overdracht, die eenheid krijgen.

Dan zeg je; De naastenliefde geldt alleen voor mensen. Maar waarom zou ze niet gelden voor dieren, voor planten, voor de lucht, voor de wa­teren, voor de aarde, voor de zon, voor alles wat je in het leven ont­moet? Als je leert om jezelf te zien als gelik aan en op den duur als deel van het andere, kom je voor het eerst tot de juiste definitie van hetgeen je bent.

Ik heb u in het begin al gezegd; Het is noodzakelijk dat bepaalde grenzen van je voorstellingsvermogen wegvallen, dat je begrippen als angst en begeerte a.h.w. terzijde kunt schuiven omdat ze op zichzelf niet volledig meetellen. Realiseer u dat dergelijke dingen ophouden te bestaan op het ogenblik dat wij onszelf erkennen als deel van een groter geheel.

De mens sterft, maar dat wat de mens is, sterft niet. Dat wil niet zeggen dat u moet denken aan een geest die los van de stof voortwiekt zonder meer. Het betekent alleen dat leven op zichzelf is vervlochten met alle andere leven. Door het één zijn met al het andere leven kan het van vorm veranderen, maar het kan nooit als bewustzijn verdwijnen. Het kan misschien sluimeren als bewustzijn, maar het kan zich niet aan zijn inge­schapen oerharmonieën onttrekken.

Als u denkt aan zelfprojectie, als u denkt aan meditatieve zaken, realiseer u dan dat het maken van onderscheid, zeker in deze gedachte­processen, de grootste hinderpaal is voor beleving. En dat een beleving (een besefsbeleving wel te verstaan, dus geen worstelwedstrijd) het meest belangrijke is voor de uitbreiding van het bewustzijn; de volledige ont­plooiing van het menselijk wezen. Het wezen dat zich nu mens noemt met al zijn mogelijkheden en facetten. Om het nog even te zeggen in andere ter­men:

Wanneer de 144 bladen van het kruin of topchakra volledig zijn ont­plooid, dan is de vorm waarin dit orgaan bestaat verbonden met alle kos­mische waarden. Het kan zich nooit meer beleven of beschouwen als een mens, afgezonderd van andere werelden, onderscheiden van andere mensen.

Ik hoop, dat u daaraan zult willen denken. Niet dat u al zover bent. Maar als u streeft naar een juistere ontplooiing en het meer waarmaken van uzelf, het vinden van een juister evenwicht, ook tussen dat ene wat u bent en doet en datgene wat er in u bestaat, dan heeft u hier de basis om van uit te gaan.

Ik hoop, dat u daarom hetgeen ik heb gezegd eens zult willen over­wegen. Misschien dat u dan in sommige gevallen kunt leren om althans in uw gedachteprocessen grenzen terzijde te stellen. Ik ben ervan overtuigd dat dit zal bijdragen tot uw bewustwording en tot een betere ontplooiing van uw persoonlijkheid.