De uitstralingen van deze wereld

U heeft in het verleden waarschijnlijk al het een en ander gehoord over de stralingen van deze wereld en datgene wat ze kunnen uitwerken. Daarom zal ik proberen het hier kort samen te vatten.
In de eerste plaats: De wereld communiceert met andere planeten, met de zon, soms zelfs wel met andere sterren. Als dat gebeurt, gaat het erg traag; een woord kan wel honderd jaar duren. Daardoor verandert er iets in de uitstraling van de aarde. Alles wat op de aarde leeft, ondergaat de invloed daarvan. Er ontstaan dus verschijnselen, die schijnbaar een pe­riodiciteit vertonen, maar die in feite afhankelijk zijn van veranderingen in het wezen van de aarde.
In de tweede plaats: De aarde is bezield. We kunnen niet zeggen dat dat een bezieling is zoals men dat bij de mensen aantreft, maar in ieder geval is er een zeer grote geestelijke persoonlijkheid die op haar geeste­lijk niveau ook bepaalde contacten onderhoudt. Het is dus niet alleen ma­terieel contact, het is ook geestelijk contact. Die geestelijke contacten impliceren weer veranderingen in de geestelijke uitstraling van de aarde, die invloed heeft op het gemeenschappelijk bewustzijn van de mensheid. Hierdoor worden de mogelijkheden van de mensen toch wel beïnvloed en ver­anderd.
In de derde plaats: Als wij rekening houden met de eigen activiteit van de aarde (die voortdurend warmte maar ook verschillende soorten stralingen produceert, een deel ervan heeft men wel eens aardstralen genoemd), dan moeten we ook zeggen dat de aarde haar uitstraling niet op alle punten gelijk merkbaar doet zijn. Dit impliceert dat vooral stoffelijke contacten vaak delen van de aarde eenzijdig treffen en daar bepaalde ontwikkelingen bevorderen die in andere delen van de aarde niet zullen voorkomen. Dit zijn de grondregels.
Nu is het interessante van de uitstraling van de aarde natuurlijk dat wij hier te maken kunnen hebben met een interne kwestie waarin de geestelijke kracht van de aarde een rol speelt en gelijktijdig een afstemming daarbij ontstaat op b.v. een deel van de mensheid of op een evenwicht van klimaat of iets dergelijks.
Als u even goed nadenkt, kunt u met verbazing constateren dat, terwijl er in het westen wel oorlogen zijn geweest in de laatste honderd jaar, er in het oosten praktisch aanhoudend oorlog is geweest. Als wij rekening houden met b.v. de strijd van het Aziatisch continent tegen de Japanners, dan kunnen we zeggen: Dat loopt eigenlijk al van voor 1870 en is pas in 1945 geëindigd. Als we rekening houden met de conflicten zoals die zich nu afspelen in Vietnam, dan komen we tot de conclusie dat de strijd, die zich daar in het vroegere Indochina heeft afgespeeld, ook al loopt van voor 1900. Als we kijken naar hetgeen zich nog steeds afspeelt tussen India en Pakistan en in India en Bangladesh, dan zien we dat daar een strijdont­wikkeling tussen de verschillende fracties is, die terug te volgen is tot het jaar 1830. Dus onder het koloniaal bewind bestond die strijd al.
Gaan we nu kijken naar Europa, dan blijkt dat er wel vlagen van strijd zijn, maar daartussen zijn er uitgesproken rustperioden. Het verschil ligt dan in de resonantie van de uitstraling van de aarde, het contact van de aarde, dat in Azië groot is, maar in Europa fluctuerend is, nu eens sterk en dan weer bijna niet.
Gaan we kijken naar uitstralingen van meer stoffelijke aard (b.v. een communicatie met een ster), dan zien we van de aarde een golf uitgaan die in een bepaalde richting gaat. En hoe de aarde ook verder wentelt, hoe zij zich op haar baan beweegt, die lijn blijft aangehouden. Het gevolg is dat dergelijke communicatie-invloeden altijd om de wereld lopen en wel van oost naar west. Een tegengestelde ontwikkeling ziet men maar zelden. Het gaat zover dat zelf de griep, die meestal ergens in Azië begint, door Europa wandelt en verder door de Ver. Staten, waar ze er ook last van krijgen. Zo zijn er bepaalde ritmen te herkennen die bewegingsritmen zijn.
De uitstraling van de aarde, eenzijdig gericht als resultaat van een stoffelijk contact met planeten of sterren, impliceert een verandering die van oost naar west loopt en die zich zowel in de mensen, de dieren en de planten alsook zelfs in de structuur van de aarde zelf kenbaar kan maken.
Hebben we te maken met geestelijke contacten, dan krijgen we golven in de aarde zelf en die a.h.w. van haar uitstralen. En hier is het dus be­langrijk: welk deel van de wereld reageert het sterkst op deze uitstraling? Het klinkt misschien krankzinnig als je het zo zegt. Als de aarde b.v. zegt: “sukkel”, dan zijn er veel mensen die helemaal geen behoefte hebben om zoiets te zeggen of daarop te reageren. Maar ergens zal er wel een land zijn of een deel van de wereld waarin de mensen het erg belangrijk vinden om een ander duidelijk te maken hoe dom hij is. En dan ontstaat er weer een oorlog.
Op deze manier kun je ook de noordzuidverhouding heel aardig definiëren. Het is namelijk zo dat het aardmagnetisch veld noord-zuid is georiënteerd en in de uiting (in de atmosfeer) zuid-noord loopt. Het loopt dus in de as noord-zuid en buitenom zuid-noord dat is de kringloop. Hierbij ontstaan er ook fluctuaties. Die fluctuaties kunnen o.m. ontstaan doordat de aarde doodgewoon haar eigen energieverhouding verandert.
We hebben te maken met een heel dichte aardkern, die niet in alle delen even actief is. Er zijn verschillen van druk die ontstaan doordat de daarbuiten liggende laag materie meer of minder absorberend werkt o.m. ten aanzien van warmte. Wanneer die onevenwichtigheden een rol spelen, dan zou je denken dat dit overal direct boven de grond merkbaar zal worden. Dat is echter maar heel beperkt. Want daarboven zijn lagen van gneis (een metamorfe steenlaag onder druk: ’t is vast, maar de moleculen hebben een zeer grote rotatiesnelheid). Daarboven vinden we de eerste korstvorming. Boven die korstvorming vinden we weer vochtlagen en daarboven de concrete porforlagen, die dikker zijn en waarin we magma aantreffen. En daar weer bo­ven zijn dan de schotsen van de continenten waarin zich de magmahaarden kun­nen voortzetten.
Als er in de kern dus veranderingen plaatsvinden, dan is er maar één punt waarop ze grote invloed kunnen uitoefenen: het aardmagnetisch veld. Dat passeert de kern. Dat veld wordt door de kern en de draaiing van die kern gegenereerd. Zo ontstaat er een aantal invloeden. Daarbij is het won­derlijke dat ze in het zuiden uit de aarde treden en in het zuiden een overweldigende werking hebben, maar pas in het noorden verschijnsel veroor­zaken. In het zuiden zie je maar heel weinig poollicht. In het noorden komen die lichtverschijnselen veel meer voor. Het aardmagnetisch veld en de statisch elektrische lading van de lucht tezamen veroorzaken een aantal verschijnselen.
Nu zult u zeggen: wat hebben wij daarmee te maken? Nu, dat is heel eenvoudig. Als er afwijkingen zijn in dat magnetisch veld, dan zullen die afwijkingen ook door u heen lopen. Of dacht u soms dat u magnetisch was afgeschermd? Dat betekent dus dat uw zenuwstelsel daarop gaat reageren. U moet maar eens opletten. In een tijd, dat er zeer veel noorderlicht is, voelen veel mensen een bijzondere vitaliteit. Ze zijn gelijktijdig wat prik­kelbaarder en ze hebben een enorme behoefte om bezig te zijn, een activi­teit die ze bijna niet kunnen weerstaan.
Verder valt op dat in zo’n periode het verschil tussen de dag en de nachtwerkers, om het zo maar te zeggen, ook wegvalt. Er zijn mensen die in de vroege ochtend het meest actief zijn zij werken dan het best. Anderen doen dat in de namiddag. Weer anderen in de late avond. Er zijn zelfs mensen die beginnen pas goed wakker te worden als iedereen naar bed is, om een uur of twee ’s nachts. Die bewegingsdrang blijkt nu zo te werken dat iedereen voortdurend actief is. Dus als hij maar wakker is, is die mens actief. 0ok als hij normaal zo sloom loopt als men zich voorstelt dat een ambtenaar naar kantoor gaat, dan loopt hij nu veerkrachtig, haastig en driftig. Maar gelijktijdig heeft hij geen geduld. Al het werk dat in die periode wordt gedaan, wordt onvoldoende nauwkeurig gedaan. Er zijn allerlei hiaten, allerlei misvattingen. Een werk wordt begonnen en niet geheel af­gemaakt. Afschuiven van werk komt heel veel voor. Men heeft steeds de drang om aan iets nieuws te beginnen.
Dat allemaal doet nu de wereld. Het zijn de uitstralingen van de wereld die voor een groot gedeelte mee bepalen hoe men zich voelt. Dan kunt u wel zeggen: Maar wij hebben toch onze innerlijke geestelijke kracht. Natuurlijk, maar als het erg koud is, dan is het heel moeilijk om een auto te starten. Als er buiten u een soort energiearmoede is, dan is uw lichaam ook niet energiek. Dan kan de geest wel willen en zeggen: de geest is willig, maar het vlees is zwak. Soms is het ook omgekeerd. Dan hebben we een geeste­lijk rustige, bijna beschouwelijke periode en dan is het het vlees dat op hol slaat. Met zo’n zuidnoordstroming, zo’n magnetische werking komt dat voor. Dan zou je eigenlijk moeten zeggen: het vlees is willig, maar de geest is zwak. Op zo’n ogenblik weet je zelf eigenlijk niet meer wat je doet, omdat je het tempo van geest en stof niet met elkaar in overeenstemming kunt brengen.
Al die dingen, die ik nu zit te vertellen, zijn eigenlijk ook praktisch van belang. Elke mens heeft natuurlijk zijn eigen energieritmen. Maar als u nu ontdekt dat u die gejaagdheid heeft en u ziet misschien dat de hemelen ook nog verschijnselen vertonen, al zult u die op deze breedtegraad niet zo erg veel zien, en u hoort dat er noorderlicht is gezien, dan weet u van tevoren: hier moet ik mijn energie niet gaan gebruiken om veel te doen, maar ik moet nu juist proberen die energie te gebruiken om een taak perfect af te maken. Ik moet mijn energie omzetten in perfectionisme.
Datzelfde zou het geval moeten zijn voor alle mensen die met elkaar in oorlog komen Als de aarde zo’n woord aan het uitstralen is of een bepaalde geestelijke invloed heeft, dan zouden we moeten zeggen: We weten nu dat die invloed er is, wat kunnen wij ermee doen? Wij kunnen er niet aan ontkomen. Iemand heeft eens gezegd: “De hond bepaalt waarheen de vlo gaat die op zijn huid zit.” Dat is met de mens op aarde ook zo’n beetje het geval. Niet dat ik de mensen met vlooien wil vergelijken.
De mens wordt eigenlijk voor een groot gedeelte bepaald door de wereld. Geestelijk kun je erboven staan, want geestelijk ben je daar niet vatbaar voor omdat het geestelijk bestaan van de aarde en wat die geestelijk allemaal doet voor een groot gedeelte, in een andere trillingsverhouding ligt dan uw persoonlijk geestelijk bestaan en werken, dat daar een scheiding tussen mogelijk blijft. Stoffelijk zit u er echter gewoon aan vast. Het is dus maar de kwestie: wat wil je? Hoe zul je die energie gebruiken?
Als je weet dat er een griepgolf komt, dan kun je ook zeggen: Nu ja, ik zal het wel niet krijgen. Je kunt ook zeggen: Ik ga een griepprik halen. Dan heb je de kans dat je het al krijgt voordat de anderen het krijgen. Je kunt natuurlijk ook zeggen, en dat is het verstandigst: Ik probeer een in­stelling in mij te vinden waardoor ik mijn gedrag zo regel dat deze golf mij niet treft. En het gekke is, dan gaat het gewoon aan je voorbij. Als je dat zo vertelt, dan zeggen de mensen: Dat is medisch nonsens. En als ik u vertel dat de onrust van bepaalde mensen, die een wat labiel geestelijk evenwicht hebben, vaak wordt beïnvloed door juist zo’n periode van uitstraling, dan zeggen de mensen ook: Dat is psychologisch gezien toch nonsens, er zijn andere oorzaken voor. Maar de praktijk wijst uit dat het inderdaad zo is. Net zo goed als de praktijk uitwijst, dat de maan in­vloed heeft op de reacties van bepaalde geestesgestoorden. Moeten we dan zeggen: Dat is bijgeloof? Of moeten we zeggen: Als we het weten, dan houden wij er rekening mee.
Kijk eens, niemand kan zeggen dat de aarde altijd gelijkmatig aan het woord zal blijven. Ik geloof wel dat er een ogenblik kan komen dat de aar­de zou beginnen te schelden tegen een ander. Misschien niet zoals wij het doen, ongemotiveerd, maar heel gemotiveerd, gewoon een verwijt plaatsen of een felle opmerking maken. Dat zal zijn invloed hebben op de mensheid. Maar als we nu weten dat die invloed bestaat, dan ontdekken we ook dat we worden beïnvloed. De uitstralingen van de aarde zijn alleen beheersend op het ogenblik dat wij ons niet daarvan bewust zijn. Zijn wij ons er wel van be­wust, dan kunnen we geestelijk de instelling vinden waardoor we dat wat stoffelijk gezien onontkoombaar is, in een richting sturen waardoor het voor ons toch nog aanvaardbaar en goed blijft.
Het is heel vaak een kwestie van compromis. U kunt niet zeggen: Ik wil met alle geweld naar Parijs b.v. en u stapt bij vergissing in een bus die naar Oslo blijkt te gaan. Maar u blijft zeggen: Neen, ik wil naar Parijs. Zeg dan: Nu, ik maak een nieuwe tour over Oslo naar Parijs. Laat mij nu goed uitkijken, dan kan ik de verschillen tussen die twee steden beter definiëren. Ik kan er toch niet aan ontkomen, dus maak ik er maar het beste van. Dat is iets wat de mensheid nog steeds niet heeft geleerd, zij maakt er het beste niet van.
De uitstralingen van de aarde zijn er. Er is een onrust
die binnenkort ook zal oplaaien in bepaalde delen van Europa, terwijl ook in Zuid-Amerika en in een deel van Noord-Amerika weer allerlei spanningen en onrust zullen optreden. Het is nu eenmaal zo. Je kunt er niets aan doen. Het zijn resonan­ties. Maar wat zullen de mensen ermee doen?
In Zuid-Amerika kan het misschien ontaarden in een aantal revoluties waarbij iedereen ten slotte zoekt de koek te krijgen die tot nu toe een an­der heeft gehad. Dan wordt de zaak niet beter maar slechter. Men zou die­zelfde invloed ook kunnen gebruiken om nu eindelijk eens samen iets te gaan doen waardoor de heersende machten wat minder invloed krijgen. Als men dat zou doen, dan zou men er veel beter aan toe zijn.
In de Ver. Staten is het mogelijk dat hierdoor allerlei grote conflic­ten ontstaan. Maar het zou ook mogelijk zijn dat men, in plaats van die con­flicten verder te bevorderen, zou zeggen: Wij moeten het nu eens op een andere manier trachten te doen. We moeten niet zeggen: Wij gaan wachten totdat de economie beter wordt. Neen, wij gaan op dit moment zo economisch werken dat het voor ons beter wordt. Als ze dat zouden doen, zou het waar­schijnlijk ook beter gaan.
Alles in de wereld kan twee en soms zelfs meer richtingen uitgestuurd worden. We kunnen niet de zaak veranderen in die zin dat we het uitschake­len of dat we het oproepen als we het nodig hebben. Maar we kunnen wel degelijk ervoor zorgen dat de energie die ontstaat, de invloeden die in en om ons een rol spelen, in een bepaalde richting worden gestuwd en ons zo be­paalde mogelijkheden geeft.
Wanneer er een geestelijke invloed is die het bovenbewustzijn van de mensheid beïnvloedt, dan zal hierdoor inderdaad een deel van die bewust­zijnsinhoud veel gemakkelijker kenbaar en aanvaardbaar zijn. Als ik nu be­zig ben om een vernietigend chemisch middel te maken, dan zal ik in die periode eerder en meer vernietigende middelen maken dan anders. Maar uit diezelfde invloed kan ik dan ook de kracht putten om betere geneesmid­delen te vervaardigen. Uit dezelfde invloed die je kan helpen de mensen magisch te doden, kun je de kracht ontlenen om mensen magisch in leven te houden. Dezelfde invloed die de mens scheppend doet werken maar die hem gelijktijdig eigenlijk in conflict brengt met de wereld, kan ook wor­den gebruikt om zich af te vragen: wat heeft de wereld nodig aan schep­ping? En als je dat vraagt, dan breng je juist iets wat in de wereld be­tekenis heeft. Maar dan wordt je eigen positie in de wereld ook een andere.
De uitstralingen van de wereld zijn van groot belang voor iedereen. Het is niet altijd gemakkelijk om precies te zeggen wat er aan de hand is. Zeker, we kunnen bepaalde kosmische stralingen aangeven. We kunnen b v. zeggen dat we na een wat rustiger periode binnenkort weer een felle rood-­invloed krijgen. Dan weet u dat iedereen weer een beetje driftiger en on­redelijker is. Maar deze kosmische invloeden op zichzelf ontlenen vaak een bijzondere nadruk en betekenis aan de processen die in de aarde zelf aan de gang zijn. Ik geloof niet dat het redelijk zou zijn om zo’n onder­werpje te beëindigen zonder een poging te wagen iets te vertellen over de invloeden, die op dit moment aan de gang zijn en de ontwikkeling die we daarvan moeten verwachten.
Ik wil in de eerste plaats opmerken dat wij vooral op de wat hogere breedtegraden en in de gematigde zones – dat geldt voor een stuk van Duitsland, Nederland, Tsjecho-Slowakije, Zuid-Lapland (Georgië) en nog wat landen – voorlopig wel moeten rekenen op een sterk roterende invloed,­ dus een stoffelijk contact voor de aarde waarvan de inhoud animatie betekent, het is een heel geanimeerd gesprek. Er zit een levendigheid en een zekere vrolijkheid in. Dat betekent dat daardoor veel mensen juist in die gematigde zones zullen komen tot zelfoverschatting. En dit betekent weer dat een aantal onnodige conflicten wordt veroorzaakt. Die onnodige con­flicten zullen dan weer even onnodig fel worden onderdrukt. Deze tendens loopt ongeveer tien jaar en geldt speciaal voor het noorde­lijk halfrond.
Er is een geestelijke invloed die op het ogenblik opkomend is en waarschijnlijk een communicatie bevat die minstens 40 tot 60 jaar zal du­ren. Wij nemen aan dat dit, wat men noemt, een korte communicatie is. Het is dus een kwestie van geestelijk kosmisch besef, een kosmische uit­wisseling tussen het bewustzijn van de geest van de aarde (de ziel van aarde) en de grootkosmische kracht. Het gaat nog verder dan de kern van het Melkwegstelsel. Het is het nulpunt tussen de sterrennevels. Met de bezielende kracht daarvan wordt gecommuniceerd.
Wij moeten daaruit opmaken dat de gevoeligheid voor geestelijke im­pulsen en voor fijnere trillingen bij zeer veel mensen groter gaat worden. Het contact is pas begonnen en het duurt nog enige tijd. Wij moeten dus aannemen dat bij steeds meer mensen een toenemende gevoeligheid ontstaat. We moeten er echter erg voor oppassen dat dat geen overgevoeligheid wordt voor de reacties van de mensen rond ons. Wij moeten gewoon afgaan op dat­gene wat we innerlijk als juist voelen en we moeten proberen om dat zo har­monisch mogelijk naar buiten te brengen. De mensen die dat doen, krijgen steeds meer inspiratie of innerlijk bewustzijn. Daarnaast krijgen ze zeer waarschijnlijk ook meer begaafdheid; ze gaan iets meer zien of beleven.
Ten laatste, en dat lijkt mij ook wel interessant, moeten wij er rekening mee houden dat de mensen daardoor in staat zullen zijn om ge­heel nieuwe wegen en benaderingen te vinden zowel voor stoffelijke pro­blemen alsook voor geestelijke zaken. Een zeer interessante invloed dus.
Dan moeten we ook rekening houden met het feit dat er op dit mo­ment een grote spanning bestaat, iets meer zuidelijk, ongeveer bij de equator, een graad of 3 noord of een graad of 3 zuid. Daar vinden we de receptie- of resonanslijn met de communicatie waarover ik u sprak toen ik het had over de noordelijke streken. En aangezien die ongelijk­matig valt, moeten we aannemen dat dit waarschijnlijk langer duurt dan de zending van de aarde zelf.
We moeten verder rekening houden met storingen. Een deel daarvan zal ongetwijfeld gepaard gaan met stoffelijke reacties en storingen. Ik denk aan wat aardbevingen en zeebevingen, zeer sterke afwijkingen van de norm in watertemperatuur, bewolking etc. Voor de mensen die in deze omgeving leven, betekent het dat zij bij vlagen overmatig gestimu­leerd zullen zijn. Dat houdt in: regelmatig uitbarstingen van onredelijk­heid; dat kan ongeveer 20 jaar duren. In die periode, neem ik aan als ik uitga van wat er nu aan de hand is, dat de felste onredelijkheid in de eerstkomende decade zal vallen, ongeveer 1 jaar na heden (eind 76) en dat die een duur zal hebben van naar schatting 8 maanden. Dat is net de tijd dat de aarde nodig heeft om zoiets te zeggen als “je bent gek”.
Als ik verder kijk, dan zie ik dat de gehele aardinvloed sterke im­pulsen ondergaat in het centrum. Het schijnt dat de stoffelijke communica­tie plus het geestelijk contact dat aanbreekt, een aantal veranderingen in de aardkern tot stand brengt. Ik neem aan dat dit gepaard zal gaan met zeer sterke uitstralingen waarvan het merendeel, meen ik, Afrika zal treffen en als ik het helemaal goed heb, vooral Oost-Afrika. Ik vermoed dat we hier plotseling te naken krijgen met een zeer opvallen­de verandering bij de mensen en, tenzij ik mij heel sterk vergis want het is een gok, we hier ook te maken krijgen met een totale vernieuwing van kennis of van magie, beide is mogelijk. In ieder geval zullen er re­sultaten zijn waarmee de hele wereld wordt geconfronteerd. Het moment van optreden: vanaf 4 maanden na heden tot ongeveer 22 maanden na heden (sept. 75 tot ± juli 76).
Als je dat kosmisch gaat berekenen, kun je doorgaan tot het jaar 5000, altijd met een mate van onzekerheid. Want in die communicatie, en dus ook in de stralingen, zit een mate van volitie (wil), er is een wil bij betrokken. En wil is nooit helemaal berekenbaar. Maar omdat de reactie van de aarde langdurig is en gelijktijdig traag t.a.v. uw levenstempo, be­tekent het voor u wel dat een situatie waarin u verkeert, in zekere mate berekenbaar is. U weet niet precies wanneer het zal eindigen, maar u weet wel dat een invloed, die eenmaal bestaat, verdergaat. Het houdt ook in, als u weet dat een bepaalde cirkelbeweging zich van oost naar west vol­trekt, dat deze zich ongeveer in één lijn zal voortzetten. Die lijn behoeft niet gelijk te zijn met de kunstmatige indeling, dus met een breedtegraad. Die kan desnoods schuin er doorheen gaan, maar het is wel een ongeveer rechte lijn.
Het gebied dat bij het begin van zo’n gebeurtenis daardoor wordt getroffen, geeft aan in welke breedte het zich kan ontwikkelen. Het be­tekent niet dat de gevolgen overal precies hetzelfde zullen zijn, de af­stemming van de mensen speelt een rol, maar het betekent wel dat die in­vloed te verwachten is.
Als u dus ziet dat er iets gebeurt b.v. rond Peking en u ziet dat daar een provincie wordt getroffen die ongeveer zo groot is als Nederland (dat is een kleine provincie in China) en dat het volgende verschijnsel in Rusland is, dan kunt u er bijna zeker van zijn dat dat verschijnsel zich ook zal vertonen als invloed in de E.E.G. Dan houdt u daar gewoon rekening mee. Op deze manier kunt u de uitstralingen van de aarde nut­tig gebruiken.
Het is mogelijk u te prepareren op dergelijke dingen omdat ze voor u een tamelijk lange duur hebben en u geestelijk daarop in te stellen en zo stoffelijk de juiste aanpassing te vinden.
Ik hoop dat ik met dit kleine onderwerp toch een beetje inzicht heb gegeven in hetgeen er gebeurt, de invloeden waaraan u onderworpen bent en u daarnaast een stimulans heb gegeven om rond u te kijken in de wereld en aan de hand van de regelmatig zich verplaatsende of bestaande ontwikkelingen, daaruit voor uzelf conclusies te trekken ten aanzien van uw gedrag en vooral voor uw geestelijke instelling ten aanzien van uw stoffelijke mogelijkheden.