De veranderende geest

15 juli 1983

Dat wij niet alwetend en onfeilbaar zijn hebt u zelf wel ontdekt. Zo niet, dan weet u het nu. Zelf nadenken is zeer wenselijk – zoals op elk gebied. Als onderwerp koos ik: De veranderende geest.

Zoals een ieder wel zal weten bevinden wij ons in de aanloop-periode van Aquarius. Wat duidt op een tijd waarin niet alleen stoffelijke veranderingen zich zullen voltrekken; maar eveneens een periode waarin mentaliteitsveranderingen plaats moeten vinden en ook in de geest een nieuwe benadering naar het stoffelijke toe plaats dient te vinden. In deze tijd zie je allerhande veranderingen optreden. Men weet er nog niet goed raad mee. Gezien de nog bestaande samenhangen werken die veranderingen op aarde niet altijd even gunstig uit. Maar er is een reden voor. Deze reden ligt mede voor een deel in de nu reeds veranderende instelling van hen die uit de geest komen.

Zoals u wel weet is de geest in feite een bewustzijn dat zich groepeert rond een krachtkern die wij als ziel plegen aan te spreken. Het bewustzijn van die geest doorloopt een groot aantal verschillende werelden en kan ook meerdere stoffelijke levens doorlopen. Maar die geest is in haar mogelijkheden en ervaringen bovendien gebonden aan een aantal kosmische en een aantal zuiver geestelijke, maar eveneens kosmisch werkende waarden. Mensen omschrijven deze waarden gemeenlijk met termen als: straal zus of zo, niveau van energie en soms zelfs als andere dimensies. Omschrijvingen te over. Vanuit een geestelijk standpunt komt het er op neer dat je behoort tot een bepaalde harmonie, een eenheid met een bepaald aantal geestelijke werkingen en entiteiten. Er is maar één maar aan verbonden: wanneer wij op aarde willen incarneren zullen wij allereerst een harmonie moeten vinden, die voor ons zowel als op aarde bestaat.

Daar er op aarde op het ogenblik nog verschillende harmonieën optreden krijgen wij in de stof te maken met geesten, die zeer behoudend zijn, maar zullen wij ook geesten aantreffen die volgens uw normen wel heel erg progressief zijn. Daartussen valt dan nog een reeks meer neutrale entiteiten die in feite alleen persoonlijke ervaringen op willen doen en zich voor het stofleven geheel in feite maar weinig interesseren. De harmonische waarden op aarde verschuiven echter langzaamaan. Degene die het nieuwe zoekt en in het nieuwe harmonisch wil leven zal daardoor steeds meer kansen krijgen. Want voor de aarde treedt een nieuwe aera op waarin andere kosmische tendensen het leven op aarde gaan overheersen. Daarnaast wisselen ook geestelijke tendensen die, zij het in een ander ritme met een gemiddelde duur van rond 230  jaren op aarde middels de geest tot uiting komen. Wat dit betreft zou je kunnen stellen, dat de nu aflopende geestelijke tendens onder de heerschappij van Michaël staat. De opkomende tendens van deze aard valt echter onder Gabriël.

Wij hanteren hier de namen van z.g. hemelentiteiten om bepaalde eigenschappen van het kosmische geheel uit te drukken. Je kunt dus evengoed stellen, dat geestelijk gezien, de aarde zich beweegt vanuit strijdvaardigheid naar een meer boodschappende  werking. Daar men vooral als geest met deze wisseling zeer veel te maken pleegt te hebben is het wel duidelijk dat een geest die nu op aarde wil incarneren en positief het pad van bewustwording verder wil gaan,  zelf zal moeten veranderen. Men zal steeds in de geest de samenhangen tussen verschillende ervaringen moeten herzien, bepaalde ervaringen en belevingen mogelijk ook opnieuw moeten rangschikken binnen het geheel van eigen bewustzijn.  Wat er op neerkomt dat een geest die in deze dagen incarneert, in het stoffelijk lichaam ook afwijkende neigingen en impressies zal proberen vast te leggen.

Begrijpelijk: je hebt niets meer aan al die oude tendensen die uitgaan van het opleggen van eigen gelijk aan anderen. Je hebt nieuwe beelden en impulsen nodig waardoor je gelijktijdig positief kunt zijn en toch in de wereld mede vernieuwend kunt werken. Er zijn op het ogenblik heel wat geesten, die aan een dergelijke innerlijke verandering werken. Niet dat zij allen bezig zijn een gelijktijdige terugkeer naar uw wereld te plannen. Maar zeer velen in de geest beseffen reeds nu dat er nieuwe harmonieën aan het ontstaan zijn en redeneren: indien ik mijzelf niet kan aanpassen een een nieuwe maar langzaamaan alles overheersende harmonie en daarin dus ook weer op mijn eigen wijze een plaats en bezigheid kan vinden, zal ik het contact met de aarde verliezen en steeds meer geïsoleerd worden in mijn geestelijke werelden door de voorstellingen die in mij overheersen.

Wie probeert alle feiten daaromtrent op een rij te zetten zal wel moeten concluderen, dat dit vooral geestelijk op het ogenblik nogal eens verwarrend werkt. Wat onze orde betreft: wij hebben altijd getracht zoveel mogelijk met alle tendensen mee te gaan en toch gelijktijdig onszelf te blijven. Juist wij weten daarom reeds hoe moeilijk een dergelijk je aanpassen kan zijn. U zult dit mogelijk eerst later ontdekken. U op aarde groeit nl. langzaam in een nieuwe situatie en hebt daarbij vaak niet eens in de gaten hoe in een betrekkelijk korte tijd veel van uw gevoelens, reacties en zelfs vermogens verandert.

De geest daarentegen kan zelf niet veranderen zonder dat ook zijn wereld verandert: En dit betekent dat mogelijk bepaalde veranderingen nog sluipend gebeuren, maar dat je veel eerder dan de mens ontdekt dat je wereld zo sterk veranderd is en je gaat afvragen: Waar ben ik nu terecht gekomen? De geesten die zich op het ogenblik het verste hebben voorbereid richten zich op de periode tussen zeg rond 1990 en 2010. Een tijd waarin inderdaad behoefte zal bestaan aan nieuwe incarnaties en nieuwe incarnatiemogelijkheden. Dit terwijl een nieuw geestelijk bewustzijn op aarde moet worden gemanifesteerd en niet alleen de gemeenschap, maar ook het  menselijke weten een grote vernieuwing ondergaan. Dit laatste mogelijk vooral door het feit dat de tot nu toe geheel gescheiden benaderde feiten technieken en methoden middels synthese tot een eenheid worden gebracht, zodat het menselijke weten weer wordt  tot  een voor een ieder bereikbaar, begrijpbaar en werkbaar geheel.

Ik geef als titel veranderende geesten, omdat het inderdaad gaat om intrinsieke veranderingen. Mogelijk denkt u nog steeds, dat die geest dan vooral van buiten zal veranderen. Maar  juist de wijze waarop men het ik in relatie tot de stof beschouwt is een van de  waarden die het  langzaamst  veranderen.  Ik ken nu geesten die nog rondlopen met een gestalte die zij duizenden jaren geleden op aarde bezaten, wanneer zij zich aan de stofwereld willen manifesteren. Waarbij ik op wil merken, dat die gestalten en hun beeld van kleding niet bepaald verouderd aandoen. Er zijn er zelfs die eerder uitgesproken modern overkomen. De werkelijke verandering betreft eerder een innerlijk bestaand evenwicht, dat nu zal moeten worden aangepast aan een anders wordende wereld buiten je.

Ik koos dit onderwerp omdat het volgens mij ook voor u van een meer praktische betekenis is: ook u leeft in een snel veranderende wereld en moet u innerlijk en in gedrag aanpassen aan die  geheel anders denkende en functionerende gemeenschap rond u. Op aarde beleven wij nu een periode waarin de op aarde eens zeer machtigen in feite een soort laatste veldslag voorbereiden  om zo hun macht alsnog te kunnen handhaven. Een strijd waarin velen betrokken zullen worden naar ik vrees. Want de aarde is nog vol van persoonlijkheden die niet kunnen begrijpen dat in de mensheid  een samenwerken mogelijk is zonder dat er een persoon is die alles regelt en die  over allen macht bezit. Te velen zijn nog gericht op het overheersen van anderen.

Aquarius nu is juist een invloed waarbij het broederlijke of moet ik zeggen samenwerking en wederkerigheid van begrip een grote rol spelen. Wie nu macht wenst  ondervindt  steeds meer  tegenslagen en ziet zijn kansen om alsnog zijn doel te bereiken steeds kleiner worden. Vandaar  dat volgens mij de nu woedende slag om de macht wel de laatste zal zijn voor  langere tijd.

U  moet bij mijn spreken over strijd nu niet meteen denken aan grote oorlogen, atoombommen   die uit de lucht regenen en dergelijke opwekkende zaken. Trouwens wanneer zoiets gebeurt zit u goed. Want wat kan u in feite gebeuren? U kunt sterven. Maar in onze werelden betaal je geen 70 tot 80% aan belastingen op je bruto-inkomen. U wel. Bij ons geen absolute machthebbers  met allerhande reglementen en wetten die je precies decreteren wat je mag doen en de rest moet je dan maar laten. Bij u komt dit wel vaak voor. Bij ons is er ook een algehele vrijheid om jezelf te ontwikkelen en volledig gebruik te maken van alles wat je bent en wat je kunt. Daaraan mankeert het bij u ook nogal  eens. Maar een werkelijk grote oorlog met wapens zal het niet worden. Die voorzie ik voorlopig nog niet. Wat wel zal gebeuren is het volgende: Bestaande  economische machten zien hun mogelijkheden steeds verder afbrokkelen. U denkt mogelijk dat economische machten niet zo belangrijk zijn als politieke. Maar vergeet niet, dat politieke machten zich gemeenlijk slechts dan kunnen handhaven wanneer zij door economische machten gesteund en verdedigd worden. De verschuiving van de macht in de richting van de grotere economisch werkende eenheden heeft gevoerd tot een reeks grove misbruiken. Dat zal een ieder wel beseffen. Zij heeft daarnaast het aanzijn gegeven een grote reeksen van sociale onrechtvaardigheden en dwaasheden. Ook hiervan kunt u zich in deze tijd steeds duidelijker bewust gaan worden.

Want steeds meer spreekt men over economische instandhouding van werkgelegenheid. Zonder er bij te vermelden dat dit gemeenlijk neer komt op zoiets als wanneer iemand een plasje wil doen in een openbaar toilet dan kost dat 10 cent, maar er moet winst gemaakt worden en salarissen moeten betaald worden, zodat de gemeenschap elk plasje in feite met een kwartje subsidieert. Pas wanneer men zich is gaan realiseren hoe wonderlijk en ingewikkeld uw huidige maatschappij in elkaar steekt zult u ook gaan beseffen hoe moeilijk het zal zijn, juist voor degenen die meenden het alles zo goed in elkaar gezet te hebben, om te moeten zien dat alles waarvoor zij gewerkt en geleden hebben. En die periode van verval is nu lange tijd aan de gang. Zij begon reeds in de aanloop van de 70-er jaren.

Wanneer langzaam maar zeker ook gezag een andere betekenis verkrijgt of zelfs deels feitelijk verdwijnt en macht niet meer een kwestie blijkt te zijn van werkelijk overwicht en in vele gevallen alleen nog met geweld kan worden gehandhaafd, wanneer economie in feite meer en meer een vraag wordt van de mensen vooral tevreden weten te houden en niet langer meer werkelijk een kwestie blijkt te zijn van vraag en aanbod, dan moet het wel mis gaan lopen. Want dan zijn de oude structuren niet langer meer te handhaven.

Wat gaat er nu in u gebeuren en wat is er al in u gebeurd? Want ook u bent innerlijk een veranderende geest, ook wanneer u dit maar zelden geheel zult beseffen. U hebt het in het nabije verleden nog steeds gezocht in bijna monolitische structuren: de ene waarheid, het ene geopenbaarde boek, de enig juiste staatsvorm. Maar op het ogenblik beginnen al die grote  organisaties en al die oude gebruiken meer en meer te wankelen. Het wordt voor de mensen eindelijk tijd om op te houden met het innerlijk optrekken van muren waar achter zij zich menen te kunnen verschansen door de feiten te ontkennen. Het wordt eerder tijd muren en zelfs grenzen eindelijk te slechten. Dan wordt het zelfs mogelijk de nu nog overal bestaande grenzen van staten eindelijk te slechten en is de enige werkende grens die nog bestaat die, welke voortkomt uit verschillen in leefwijze, gebruiken en gehanteerde taal.

De oudere structuren zouden mogelijk nog enige tijd hun invloed kunnen behouden, wanneer zij tot samenwerking zouden komen en een zekere eenheid zouden gaan vormen. Maar pogingen in die richting hebben in de laatste jaren nu niet bepaald werkelijke resultaten opgeleverd. Dat weet u ook wel. Toch is het vinden van een werkelijke eenheid, een werkelijke en niet meer door zelfzucht begrensde samenwerking een noodzaak geworden die steeds meer evident wordt. Denk eens aan uw kerkelijke overheden. Zij zien hun invloed tanen. Zolang een kerk zich aan het verkondigen van de leer houdt en deze zelf getrouwelijk uitvoert in de praktijk kan zij bestaan. Want een dergelijke leer, die ook in de praktijk werkt brengt zeer vele mensen er toe zich beschut en veilig te noemen. Maar op het ogenblik dat die kerk ook politiek gaat bedrijven en  een  zending bedrijft, waarbij je nog net geen lepeltje cadeau krijgt wanneer je je laat dopen ontstaat er een toenemende twijfel, gevolgd door steeds sterker zelfstandig nadenken bij de gelovigen.

Want een leer die uit God komt moet nu eenmaal iets anders brengen dan de leer van het best haalbare. Het gevolg is dat steeds meer kerken getroffen worden door ontkerkelijking, verlies van leden, verwateren van het geloof en bovendien sektarisme en met elkander strijdige praktijken die soms zelfs binnen één diocese, één parochie, tot uiting komen. Het is wel duidelijk, de grote kerken zullen steeds meer van hun macht, aanzien en geloofwaardigheid gaan verliezen tenzij zij in vele opzichten hun verkonding, gedrag en hantering van de  leer wijzigen. Van het grootste belang daarbij is dan, dat men niet langer uitgaat van het standpunt: dat men er uiteindelijk is om anderen te vertellen wat zij moeten doen en denken, maar dat men gaat beseffen dat men zelf zal moeten voorgaan in een praktisch en volledig beleven van de leer. Dan kan men eventueel nog altijd zeggen wie mij wil volgen zal ik bijstaan waar ik kan, want dat klinkt al heel  anders. Niet langer moet men roepen dat dit en dat verkeerd is. Men moet zelf een voorbeeld geven en duidelijk maken: leven zoals jij doet is je de moeite niet waard? Kijk naar mij, ik vond een betere weg. Wanneer je beter wilt leven, volg mij na, ik zal je helpen, jij zult mij helpen en zo, tezamen, zullen wij bereiken.

In de economie zien wij dergelijke situaties ontstaan. Er zijn al wat jongeren die beginnen te ontdekken dat je ook buiten de gebruikelijke gang van zaken en dienstverbanden je kostje kunt verdienen en vaak op een voor jezelf toch meer bevredigende wijze. Deze jongeren zullen zich op den duur steeds meer zelfstandig maken en zelfs rekening gaan houden met het feit, dat wie veel werkt ook veel belasting moet betalen. Zij zullen al snel niet meer geloven in het geluk  en de zekerheid van de vaste baan, de zegen van het sleur-bestaan. En zeker zullen zij steeds  minder gaan vertrouwen op de z.g. sociale zekerheden, die de staat stelt een ieder te geven  zonder dit ooit werkelijk en geheel waar te kunnen maken.

Er vreet en wroet iets aan de basis van de huidige maatschappij. U hebt mogelijk vele tekenen daarvan gezien en sputtert mogelijk over verval van zeden e.d.. Het heeft weinig zin je tegen de vrijheid van anderen te verzetten zolang deze jou daartoe niet dwingen. Denk maar eens aan die mensen die nog steeds schande spreken over het bestaan van bv. naaktstranden. Zij  vinden  dat dit eenvoudig niet hoort. Nu ja, wanneer je hun figuur ziet hebben zij voor zich waarschijnlijk  wel gelijk. Maar een moeilijkheid tot maatschappelijke en andere vernieuwing is afhankelijk van de  bereidheid om te leven en te laten leven. Wij hebben al die jaren de verdraagzaamheid niet gepredikt omdat het een geestelijke luxe is, maar omdat het voor het voortbestaan van de mensheid en de verdere menselijke ontwikkelingen eenvoudig een noodzaak is.

In vele mensen in deze tijd begint langzaam maar zeker het besef te ontstaan dat hun weg niet noodzakelijk ook die van ieder andere mens behoeft te zijn. Men beseft soms zelfs reeds dat iets, wat men voor zich niet kan aanvaarden voor een ander zelfs goed kan zijn. Zoals steeds meer mensen ook gaan beseffen dat het niet meer een kwestie is van: lk heb een waarheid en dus moet jij die aannemen, maar van een: ik beleef mijn waarheid en zal je respecteren zolang jij je eigen waarheid eerlijk beleeft.

Harmonische aspecten beginnen kennelijk te verschuiven. Wij zitten op het ogenblik nog met een nogal grote generatiekloof. Ik ben er echter van overtuigd, dat die over rond 50 jaar veel minder breed zal zijn, ook al blijven er altijd verschillen in denken en doen tussen ouderen en jongeren bestaan. Er komen immers steeds meer mensen, ouderen zowel als jongeren, die in zich het broederschaps-idee, het harmoniepatroon met een ieder zo goed mogelijk proberen te beleven. Daarmee brengen zowel hun emoties als de inwerkingen van hun eigen geest hen er steeds meer toe om elkander te respecteren en niet meer betuttelend te benaderen of op enigerlei wijze onmondig te verklaren – op uiterlijkheden en kleine voorvallen – tenzij in het overgrote deel van de voorvallen, de een of de ander zijn mindere zijn nadrukkelijk bewijst.

U bent veranderd. Denk eens aan rond 25 jaren geleden. U zag de wereld toen nog heel anders. Toen reageerde u ook op uw medemensen anders. Zeker, uw wereld, zoals u die nu ziet en beleeft is in vele opzichten harder, gemener zelfs soms. U voelt u gemeenlijk ook onveiliger. Want er zijn andere aspecten van de maatschappij steeds scherper naar voren gekomen en wat eens alleen verdoken gebeurde is nu een openlijke en overal aan te treffen zaak. In die zelfde wereld zien wij echter gelijktijdig veel meer samenwerking, bereidheid tot opofferingen, medemenselijkheid ook, wanneer je daar maar voor open staat.

Het vreemde is, dat u die samenwerking tegenwoordig als vanzelfsprekend ervaart, terwijl u de verschillen met vroeger gelijktijdig veel scherper dan eens pleegt te onderstrepen. Maar dat gaat veranderen. Wanneer u uw gevoelens van zekerheid niet meer voor het merendeel afhankelijk stelt van het boven u gestelde gezag, maar eerder zoekt in een samenzijn, samenwerken en zorg dragen voor anderen, denkt u niet dat u, ook op aarde, steeds meer nieuwe invloeden zullen gaan bereiken, dat steeds meer nieuwe wegen en wijzen van werken duidelijk zullen gaan maken dat u ook innerlijk open gaat bloeien? Let wel: samenwerking is niet afhankelijk van leeftijd, maar berust op een bereid zijn om elkander te helpen zonder daarbij de meerdere of mindere tegenover anderen uit te willen hangen. Inderdaad tekenen te over van een veranderende geest, zelfs in de geest des tijds. O ja, oorlogsdreigingen, voedselschaarste, toenemende overbevolking in vele gebieden, gif in grond en lucht kun je ook beschouwen als tekenen des tijds, ofschoon zij in feite eerder een erfdeel van het verleden vormen. Maar die ontwikkelingen dringen je in de richting van een jezelf niet meer alleen kunnen redden en juist daarom elkander bijstaan. Wij zijn van elkander afhankelijk. Dat zal men moeten gaan beseffen.

En hiermee doel ik niet op ontwikkelingshulp en dergelijke zaken, die van een geheel andere aard zijn. Ik spreek eenvoudig over medemenselijkheid, wederkerig respect en het bereid zijn als mens elke mens die het nodig heeft en dit wenst te hulp te komen. Steeds meer mensen beseffen dat je op aarde alleen nog maar redelijk gelukkig kunt leven wanneer je tot een samenwerking en begrip voor elkander kunt komen. Zoals men beseft dat vele regels en wetten die nu honderden jaren hebben gegolden niet recht, maar in wezen een vorm van willekeur zijn. Vooral ook begint men steeds beter te beseffen, dat niemand boven of buiten de wet kan staan zolang deze als geldig wordt beschouwd. Zeker wanneer die wet mede de basis vormt van de samenleving.

In u zijn dergelijke dingen langzaamaan wakker geworden. U weet niet eens, dat u het innerlijke licht op een andere wijze benadert dan u tot voor kort hebt gedaan. Het licht blijft voor uw gevoel het licht. U beleeft ook nu nog misschien die ogenblikken van verzaligde stilte, van dit niet bewust wetend zijn, waaruit je met een enorme kracht en een heimwee naar iets onuitsprekelijks wakker pleegt te worden. Want ook dit is een blijvend deel van de werkelijkheid.  Maar juist deze werkelijkheid is het, die in de nieuwe tijd steeds sterker op de voorgrond zal gaan treden. Wat betekent dat u dit innerlijke licht nu anders en beter zult moeten gaan benaderen, dat u uw zelfkennis niet meer mag uitdrukken in de termen van een geldende wetenschap of algemeen aanvaarde sociale regels. U zult uw kennis van uzelf moeten leren uitdrukken in een voortdurend besef van uw eigen werking, ook uw eigen persoonlijkheid te midden van anderen en uw eigen betekenis voor anderen.

Wanneer deze drie factoren van bewustzijn in u tot een eenheid samen kunnen vloeien zo kan ik u met zekerheid garanderen dat u na de overgang een geest zult zijn, die reeds zeer ver veranderd is, bewuster, zekerder ook. Al degenen die zich voorbereiden op een terugkeer naar uw wereld – en daaraan is geen gebrek, want er zijn altijd nog heel wat geesten die nog op herhalingsoefening moeten – houden zich met dergelijke zaken bezig: zij moeten leven onder een nieuwe harmonie, putten uit een nieuwe kracht. En na u te hebben verteld dat deze komende krachten voornamelijk door Gabriël kunnen worden gesymboliseerd wil ik er nog iets anders over vertellen: Gabriël is niet een bepaalde planeetgeest of zelfs alleen maar een bepaalde engel. Gabriël is de verkondiger, de boodschapper. Wanneer je de bijbel nagaat kun je zelfs zeggen dat hij iemand is die voortdurend optreedt als een soort public relationsman voor God. Wat u leuk mag vinden, maar wat daarom nog niet minder de waarheid benadert. Want Gabriël is degene die steeds weer een boodschap spreekt, of het nu aan Maria is gericht, tegen Balaam gaat of verschijnt als een hand die iets schrijft in de hallen van Nebukadnezar. Gabriël staat voor datgene wat tekens geeft van God, dat de mededelingen van het goddelijke overbrengt in de taal en de tekens die mensen nog net kunnen begrijpen.

Nu is de komende tijd er een waarin steeds meer van het onzegbare voor mensen een nieuwe vorm krijgt, zegbaar, uitdrukbaar, bewust beleefbaar wordt. Het is een tijd waarin het onverklaarbare voor u steeds meer denkbaar, voorstelbaar wordt. Het is een tijd waarin vreemde krachten je van buitenaf benaderen en in je wezen doorwerken tot je – met verwondering  misschien – ontdekt: Er is iets met mij gebeurd.

Mogelijk zult u zich zelfs gaan afvragen of u mogelijk bent uitverkoren. Dit alles is alleen een teken van de periode die gaat aanbreken. Want Michaël met zijn heerscharen trekt langzaamaan af. Mogelijk willen enkele van die heerscharen nog een laatste slag wagen tegen de duisternis. Maar dan is het ook voorbij. Een enkele eigenwijze engel begint mogelijk nog eens met een soort charge van de lichte brigade, maar daarvan zult u niet al te veel bemerken. Wat binnenkort nog overblijft is een vreemde stilte die u aankondigt dat er een boodschap verwacht kan worden. Er gaat iets gebeuren, zo voelt u. Een onvermijdelijk nieuws zal mij gaan bereiken. Dit is datgene wat in de meer nabije toekomst voor u het meest belangrijke is. Voor ons in de geest bestaat eveneens een sterk besef van een komende verandering, zij het dat die in een andere context wordt geplaatst dan bij u. Voor ons komt het neer op een steeds meer beleven van krachten waarvan wij het bestaan tot voor kort zelfs niet hebben vermoed.

Het is ook een wonderlijk besef van breken en opbouwen, van een opnieuw arrangeren, ook van allerhande geestelijke orden, groepen en samenwerkingen. Voor ons betekenen die tekenen die u ook al begint aan te voelen, voornamelijk dat een oude orde zich geheel gaat vernieuwen. Oude beelden worden vervangen door nieuwe. En al blijven wij wie wij zijn, wij zien steeds meer onze werelden rond ons veranderen zonder dat wij dit kunnen stopzetten,  zonder dat wij kunnen zeggen: Dit niet meer. Het enige wat je blijft wanneer je die veranderingen niet wenst te aanvaarden is een vlucht in duistere schaduwen. Andere mogelijkheden schijnen er voor ons niet meer te bestaan.

Nu wij bezig zijn aan zo ongeveer de laatste les van dit verenigingsjaar wil ik u er op wijzen, dat ook de orde haar wijze van werken langzaam maar zeker en onophoudelijk dient te veranderen. Zeker, er komen natuurlijk protesten van u. Een compacte les is nu eenmaal mooier dan iets wat in feite vooral een directe wisselwerking is tussen een paar mensen en een paar geesten. Maar toch zal dit laatste aspect steeds belangrijker moeten worden. En dan niet in de sfeer van een: u stelt de vragen maar, wij zullen er wel een antwoord op geven. Het is eerder een vragen of wij niet ergens een gedachte kunnen vinden, een gevoelswaarde kunnen treffen die wij gezamenlijk kunnen delen, daaruit dan de kracht en de hoop puttende op een betere wereld, maar vooral ook op een beter mens-zijn.

Wij zullen wat onze wijze van werken betreft ons overigens slechts zeer bescheiden en geleidelijk aanpassen aan de nieuwe noodzaken. Wij willen niemand frustreren, wij willen geen revoluties beginnen. Maar ook wij zijn geesten. Ook in ons spelen de veranderingen waarvan ik spreek een rol. Zelfs degenen onder ons die op het hoogste niveau verkeren weten en voelen, ervaren dat veranderingen nu onophoudelijk zich opdringen, gebeuren en zich door niets en niemand tegen zullen laten houden. Een van de eigenaardigste beslissingen in de laatste tijd die door de witte broederschap werd genomen was wel: na drie bijeenkomsten – en in uw tijd is dit 3 à 4 jaren – zal men overgaan tot een veranderde indeling.

De grote raad van de broederschap zal dan uiteen vallen en zeer waarschijnlijk vervangen worden door iets geheel anders. Maar ik weet nog niet, hoe of wat. De kleine raad schijnt te blijven bestaan maar zal zich volgens dit besluit veel minder dan tot op heden bezig houden met overwegen en beslissen. Wanneer ik het goed heb begrepen zal deze zich voornamelijk gaan richten op een sterkere en juiste communicatie met de mensheid, waarbij men veel minder sterk zal pogen in stoffelijke opzichten in te grijpen, maar zijn inwerkingen in geestelijk en vooral inspiratief opzicht denkt te verveelvoudigen. Dat weten wij nu al zeker. Dus zelfs de hoge ome’s in de geest houden zich met die veranderingen bezig. Dat doen zij zeker niet voor niets.   Wanneer u vandaag of morgen opeens denkt: wat is er toch voor vreemds aan de hand, krab dan maar eens op uw hoofd en vraag u eens af of ook dit mogelijk een kenteken zou kunnen zijn van die verandering van invloeden. Want ook u zult in steeds sneller tempo veranderen. Denk niet dat oude gewoonten u daar van zullen terughouden of dat alles wat tot nu toe is geweest opeens geheel waardeloos is geworden. Geen van beiden zijn juist. De wereld zal niet  zo heel veel veranderen. Maar uw beeld van de wereld, van het leven, van uzelf, gaat wel veranderen. Dit proces is reeds enige tijd gaande. Het is bijna onvermijdelijk, dat u op een gegeven ogenblik wakker zult schrikken en u opeens af zult vragen waarmee u eigenlijk bezig bent, wat u doet, waar u bent.

Op dat ogenblik moet u niet bevreesd zijn. Zeg juist op dergelijke  ogenblikken zo intens mogelijk tot uzelf: Hier ben ik. Ik wil leven in harmonie, ik wil het positieve doen. Want dit besef in uzelf handhaven is voor u in alle omwenteling het meest belangrijke. Zoals  het  ook voor  ons  in de  geest  zeer  belangrijk is. Wie in het Licht wil leven zal moeten meegroeien. Wie in het duister verkiest te leven kan beter reeds nu weg vluchten. En dat zou u duidelijk moeten maken, waarom ik op deze laatste vrijdagavond van het verenigingsjaar  verkoos te spreken over veranderende geesten. Veranderende geesten zijn er overal en in voldoende mate te vinden. Mogelijk schuilt een daarvan zelfs in u. Te weten dat die verandering geen negatieve is, maar dat zij deel uitmaakt van een grote stap die de gehele mensheid omhoog gaat doen in geestelijk opzicht, zodat dit voert tot geheel nieuwe harmonieën en ook voor u op  aarde  een  begin betekent van geheel nieuwe mogelijkheden, dat moet u toch wel moed geven wanneer het op het ogenblik wat tegenvalt. Wees dus maar niet zo nijdig wanneer weer eens gekken en dwazen hun bijnamen kalken op deuren en glazen. Erger u ook maar niet zo over al die mensen in deze tijd die kennelijk stuurloos zijn. Want het is voor een ieder erg moeilijk zich geheel in te passen in een nieuw patroon.

En wanneer u in of vanuit de geest soms dingen ziet of hoort waarbij u denkt: moet dit nu zo, kan dat niet anders…..? Realiseer u dan, dat ook die geesten een omstelling, een grote verandering doormaken die in zeer vele geestelijke groepen en spiritistische groepen binnenkort merkbaar zal worden, zover zij zich nog niet duidelijk heeft aangekondigd. Mijn raad luidt: mensen, maak je niet zo druk. Alles  verandert wel snel en sterk, maar wordt er uiteindelijk niet slechter op. En wanneer u daaruit dan enige moed kunt putten, kan ik mijn onderwerp gevoegelijk  besluiten. Maar ik weet dat er altijd nog wel enkelen zijn  die  willen weten, waarom ik dit nu zus heb  gezegd  en waarom het niet zo kan gaan. Ik sta nu open voor uw opmerkingen zoverre zij dit zus of zo betreffen.

  • U stelde dat er een soort broederschapsidee aan het groeien is in die nieuwe tijden die wij gaan meemaken. Mogelijk ondergaan wij dit inderdaad reeds. Maar is die broederschapsidee niet iets waarvoor ook wijzelf verantwoordelijk zijn en waaraan wij iets zouden kunnen bijdragen?

U bent allen ongetwijfeld mede deel van dit proces, maar om u nu voor het verloop van het gehele proces verantwoordelijk te gaan stellen gaat mij persoonlijk toch wel wat te ver. Maar wanneer je beseft dat je met anderen in een zo groot mogelijke harmonie moet leven is de eerste stap die je zult moeten zetten: de anderen aanvaarden zoals zij zijn en desnoods zelfs zoals zij zichzelf wensen te zien. Probeer vervolgens tot een wederkerig begrip en eventuele samenwerking met die anderen te komen waar dit noodzakelijk of zelfs alleen maar goed mogelijk blijkt te zijn. Dan draagt u bij tot de groei van de harmonische aspecten op aarde, die wij vaak omschrijven door het begrip broederschap te gebruiken.

Al is het maar omdat de vergelijking met een bepaalde familieband in dit opzicht niet zo vreemd is: In vele families zien wij, dat de leden van een gezin soms heel erg de p… aan elkaar hebben. Maar al zouden zij elkaar graag de grond in trappen, laat een ander maar geen pink naar zo iemand of diens gezinsleden uitsteken, want dan is die nog niet gelukkig. Dat lijkt mij ook de meest reële wijze om die harmonie in de mensheid te benaderen. U kunt nog niet alle mensen even liefhebben en zult sommigen zelfs niet kunnen luchten en zien.

Maar zij behoren bij u en dat betekent, dat u hen moet helpen wanneer zij aangevallen worden, dat u hen helpen moet wanneer dit werkelijk noodzakelijk is geworden en zinvol schijnt. Kortom, wanneer u zelf bij wilt dragen tot die broederschap dient u zich zoveel mogelijk verbonden te voelen met alle mensen en degenen die uw hulp nodig hebben te helpen waar en wanneer u maar kunt – niet bij het uitvoeren van hun voornemens, maar daar wij zij zichzelf niet meer kunnen helpen.

  • Meer concreet kun je denken aan de manipulaties van de oorlogsindustrie en de banken tegen o.m. de derde wereld. Dat zijn dan toch je broeders niet? Moet je daar tegen in gaan? Hoe moet je dergelijke dingen bestrijden om zo de broederschapsgedachte meer kansen te geven?

Naar mijn mening is de grootste fout van deze tijd wel dat zelfs welmenende mensen zich voornamelijk richten op het bestrijden van iets. Waarom vraagt men zich niet liever af of er iets is wat wel positief is en wat je kunt bevorderen? Wat de geldmanipulaties t.a.v. de derde wereld betreft, die zijn er natuurlijk. Uiteindelijk betaalt ook u grote bedragen uit aan dergelijke staten als ontwikkelingshulp, zodat zij de wapens kunnen kopen die andere staten, die meestal veel minder in verhouding aan die hulp bijdragen, bereid zijn hen te leveren tegen prijzen die in feite veel te hoog zijn omdat men hen alleen de verouderde modellen levert. Wij zijn zeker niet blind voor deze feiten. Maar hoe denkt u dit te kunnen bestrijden? U kunt demonstreren  en  staken wat u maar wilt en u zult niets bereiken. De enige wijze om dergelijke praktijken meer en meer onmogelijk en onrendabel  te maken  is, er iets anders voor in de plaats  te stellen.

Wanneer je een akker eenmaal hebt geploegd moet je niet je aandacht richten op het wieden van onkruid. Je komt dan nooit klaar. Men zal eerder zo snel mogelijk na het ploegen zijn koren uitzaaien. Wanneer het koren dan opschiet zal het het merendeel van het onkruid verstikken  en de rest die nog blijft valt niet meer op en is in feite van weinig belang. Wat betekent, dat je  beter doet te zoeken naar een positieve benadering. Bestrijd niet iemand, help eerder iemand. Wijs niet alleen op het onrecht dat er ongetwijfeld in de wereld bestaat en waaraan velen deel hebben, maar zorg vooral dat je zelf iets goeds, iets zeer positiefs voor anderen gaat betekenen. Die kleine dingen die je zelf nog kunt doen – ook al voel je je zwak en krachteloos – onderdrukken  het kwade in anderen. En hoe meer mensen in harmonie samen leren leven, hoe minder het onkruid de kans krijgt nog op te schieten.

Maar blijf elkander bestrijden en de machten die u zou willen bestrijden zullen door uw  strijdvaardigheid en onderlinge verdeeldheden in staat worden gesteld hun eigen macht te versterken. Door hen inefficiënt te bestrijden – en andere mogelijkheden bezit u nog niet – maakt  u het hen alleen maar gemakkelijker om dat te doen wat u verwerpelijk vindt en dit dan nog in de ogen van anderen te rechtvaardigen door te wijzen op uw fouten en twisten. Neem mij niet kwalijk dat ik juist deze vraag uitvoeriger heb beantwoord dan oorspronkelijk ook mijn bedoeling was. Maar misschien heb ik u duidelijk gemaakt waarom het gaat. Er is geen mens op deze aarde en geen gouvernement op deze aarde, dat vanuit zich de macht en invloed van bv.  internationals kan breken, laat staan dat men in staat is zijn wil aan dergelijke kongsi’s op te leggen. Neem echter de achtergronden weg waartegen zij plegen te opereren en zij hangen opeens in de lucht, zij kunnen zich niet meer rechtvaardigen, zij hebben geen macht meer. Hun trucs slagen steeds zeldener. Hun middelen raken op den duur uitgeput.

Dan eerst zullen zij zich moeten voegen in samenhangen die zij op het ogenblik minachtend plegen te beschouwen omdat zij immers hun macht en winst ontlenen aan de mogelijkheid hun  kapitalen van hot naar haar te verschuiven zoals het hen het beste uitkomt en de meeste winsten belooft. En wanneer u die achtergronden wilt wegnemen zult u de mensen eerst moeten leren dat het dwaas is te vertrouwen op grote instellingen, grote maatschappijen en zelfs niet op de staat. Dat je alleen moet vertrouwen op jezelf en je medemensen die je kent. Zelfs dan zal men  moeten leren, dat men eerst zelf alle vertrouwen waardig moet zijn en eerst dan de  medemensen kan leren, dat zij jou kunnen vertrouwen, voor onderling vertrouwen van grotere  omvang maar op de wereld kan ontstaan.

Neem het onderlinge wantrouwen en de onderlinge onverschilligheid weg en je verwijdert de achtergrond waartegen de geheime machten van deze wereld konden groeien. Voorbeeld: het  kapitaal zou nooit in geld zo machtig hebben kunnen worden wanneer er niet een voortdurende strijd was geweest tussen werkgevers en werknemers in de laatste eeuw. Een van de meest dwaze tegenstellingen in de huidige situatie. Er is zeker een tijd geweest dat deze strijd noodzakelijk was. Maar op het ogenblik dat de arbeiders zich gingen gedragen als een machtslichaam dat zich niet slechts met werkomstandigheden en loon bezig wilde houden maar dat eigen gezag en kracht steeds weer wilde demonstreren dwong men in feite andere werkgevers zich samen te voegen met elkaar en wegen te beramen waardoor men althans enigszins aan de greep van de bonden kon ontsnappen. Het gevolg is, dat men een internationale arbeidsmarkt met daarin bepalende werkgevers heeft geschapen die steeds weer de mogelijkheid heeft aan gebieden met te hoge eisen en te zware lasten te ontsnappen door  uitbesteden van werk. Wat erger was men schiep zo een internationaal werkzame belangengroep die zeker voor veel van de eigenaardige verschijnselen in de politiek van de laatste jaren verantwoordelijk is, ook in uw land. Ik zou hierover nog heel veel kunnen zeggen, maar het is niet mijn onderwerp van vandaag en bovendien wordt het tijd dat ik mijn bijdrage ga beëindigen. Vrienden, ik heb uw vragen beantwoord zo goed ik maar kon. Wilt u op uw beurt één ding van mij aannemen en onthouden? Er zijn veranderingen gaande. U zult die niet altijd begrijpen en het zal vaak moeilijk zijn om ze te verwerken. Maar ook u bent, innerlijk, aan het veranderen. Door deze innerlijke veranderingen plus de vele veranderingen die zich onvermijdelijk op aarde afspelen zult u het begin vormen van een nieuwe vorm van samenleving, het begin van een mensheid. En vanuit ons standpunt bent u het begin van nieuwe en nuttigere incarnatiemogelijkheden voor zeer vele geesten. Put daaruit moed wanneer u weer eens denkt, dat u toch maar in een ellendige wereld leeft.

ENKELE WIJSHEDEN

De laatste tijd weet je niet meer wat je dan weer moet verzinnen. Esoterie hoeft gelukkig niet meer. Dat is al één zegen. Ik zal dus maar volstaan met het uitkramen van enkele wijsheden. Uiteindelijk ben ik vroeger kramer geweest, dus heb ik wel wat in mijn mars, ook op dit gebied.
Om te beginnen iets wat voor u allen belangrijk is: Je kunt niet wijs worden voor je leert beseffen hoe dwaas je wel bent. Een zeer belangrijke stelling. Maar daar hoort nog een andere bij: je hebt niets aan alles wat je weet zolang je er niets mee doet. Ook een goeie. Maar er zijn nog meer kleinere en grotere wijsheden waar u misschien iets mee zou kunnen doen. Wat denkt u van de volgende:

Wanneer ik God in mijzelf vind, heb ik alleen maar de sleutel te pakken. Eerst wanneer ik die God in mijn wereld terug weet te vinden weet ik waar het slot is en kan ik de poort openen. Wat een van de dingen is die de meeste mensen vergeten, vooral wanneer zij hun leven op esoterische leringen hebben gebaseerd.

Trouwens deze is ook zo gek nog niet: Doodgaan is geen kunst. Maar zo te sterven dat je gelukzalig en bewust wakker kunt worden in een geestelijke sfeer wel. Een wat bittere wijsheid? Nu ja, je zou kunnen zeggen dat de dood het  bitterkoekje is in het leven van hen die alles voor zoete koek plegen aan te nemen. Overigens zal iemand die op aarde te bitter is geweest na zijn dood die bitterheid terugkrijgen als een koekje van eigen deeg waaraan je nog heel wat te herkauwen zult vinden.

Enkelen vragen zich af, waar ik al die tijd gezeten heb. Nu, zitten was er niet bij, maar daar trek je je als geest niet veel van aan. Ik heb gewerkt in het nabije en verre oosten. Waarlijk een gebied vol tegenstellingen. Je hebt daar volkeren die op grond van hun geloof geen alcohol meer mogen drinken en toch voortdurend in de olie zijn.

Mij viel zelfs op dat degenen die veel olie hebben in deze dagen zich nog bezopener aanstellen dan voorheen en dat met een gezicht of zij zojuist azijn gedronken hebben en gevoelens of je de gehele wereld niet meer kunt vertrouwen. Toch doet veel in die buurten zuiver bijbels aan: kijk maar eens naar de oorlog tussen Iran en Irak. De moderne versie van Kaïn en Abel. Ook andere landen zijn zeer interessant. Neem nu bv. India, waar steeds meer mensen komen die zo overtuigd geraken van hun eigen belangrijkheid dat zij hun medemensen en hun werkelijke opdrachten eenvoudig niet meer kunnen zien. En steeds meer groepen zien die belangrijkheid niet zo zitten en komen daardoor steeds weer in opstand.

Aan het geloof kan dit alles niet liggen, want die mensen hebben een sortering goden waar je  jaloers op zou kunnen worden. Wanneer je de kleintjes mee telt zijn er zelfs meer goden daar  dan er hier christenhelden, heiligen in de heiligenkalender staan. Voor alles wat een mens voelt, of nodig meent te hebben is er wel een aparte godheid te vinden. En toch kunnen al die goden bij elkaar de mensen er nog niet van overtuigen dat een godenwereld een eenheid moet zijn  omdat zij anders niet kan bestaan. Vreemd. Nou ja, laat mij maar zwijgen. Ik heb de laatste  incarnaties in de christelijke wereld doorgebracht en daar weten zij er ook raad mee: In de naam  van de ene ware God jagen zij elkaar voortdurend in de dood of op zijn minst de duivel in. In mijn tijd op aarde rees er in mij eens de vraag, of het ware geloof nu schuilt in de bijbel of in zwarte kousen. Waarvan ik er overigens heel wat heb verkocht. En kousenbanden natuurlijk. Dat waren in die dagen meestal nog linten. Geen elastiek, al was het er al wel. De “kousenband”  werd  enkele malen om het dikkere deel van het been gedraaid, aangetrokken en met een strikje vastgemaakt. Aan de soort kousenband die de mensen kochten kon je in die dagen nog zien, of de mensen echt heel erg fijn en vroom waren of innerlijk de zaak wat minder ernstig namen. De heel vromen kochten geen lint, maar eenvoudig een soort veter: net genoeg om de zaak redelijk vast te kunnen maken. De minder vromen kochten gewoonlijk linten, soms zelfs nogal brede. Want “die kon je beter vastmaken en mooi strikken en het stond ook leuker”. Dat laatste zeiden de dames wel onderling. Al weet ik niet hoe of waarom zij zo kozen, want wanneer je hun opvattingen op ander gebied hoorde vroeg je je toch wel af, voor wie het dan zo goed moest staan.

Trouwens, het waren toch vreemde dagen. Ik kwam wel in een dorp waarin de dominee allen in alles voorging, zelfs in bepaalde zonden…. Wanneer ik de wereld van heden bezie en zo eens terug denk aan mijn vertoeven op aarde moet ik wel concluderen dat er nog niet bepaald veel op aarde is veranderd. Nog steeds weet een ieder hoe een ander het zou moeten doen en nog steeds doet men zelf voornamelijk het verkeerde. Iets wat soms tot vreemde zaken en consequenties voert. Neem nu die politicus eens die een paar flesjes wijn meenam en zo het inkomen tijdelijk verloor waaruit hij die best had kunnen betalen. En onder ons gezegd was die wijn nog niet eens uitzonderlijk goed ook.

Een vreemde wereld, waarin sommige dingen eenvoudig worden geduld en andere in verhouding te grote consequenties krijgen. Ik heb zo het gevoel dat de mensen met hun gevoel voor verhoudingen niet bepaald goed meer uit de voeten kunnen. En wanneer men dan al beweert een goed gevoel voor verhoudingen te bezitten blijkt het nog het meeste te doen denken aan eksterogen: je lijdt er wel pijn aan, maar je komt er niet bepaald sneller mee vooruit. O hemeltje, ik zit maar te kletsen en u zit ongetwijfeld te wachten op het ogenblik dat ik eens een werkelijk diepe wijsheid ga lanceren. Maar daar ben ik voorzichtig mee: kijk maar eens naar de grote staten. Die hebben eerst hun wijsheid uitgewisseld en door verdragen hun satellieten binnengehaald en nu worden zij om wille van de commercie of het ideaal weer gelanceerd. Toch gek: dezelfde grote staat die zijn satellieten in feite het liefste nog zou verbieden met anderen te communiceren, stuurt nu communicatiesatellieten de lucht in. Maar ja, misschien brengt men die vreemde lichamen wel in de ruimte omdat men dan rustig tegen anderen in de ruimte kan zwammen zonder dat die iets terug kunnen zeggen.

Ik zie dat u dit wel erg belachelijk vindt. En toch doen de meeste mensen t.a.v. God iets dergelijks: hebt u wel eens nagegaan hoe de mensen bidden? Op zijn best gaat het ongeveer zo: Here, voor de spijzen die Gij ons gegeven hebt zijn wij u dankbaar … (waarbij men liever vergeet hoeveel het spul in de winkel heeft gekost) Here, geef ons uw zegen en verschoon ons opdat wij met onze zonden in uw licht en heerlijkheid mogen toeven. Amen.

Met andere woorden men begint met onwaarheid en stroopsmeerderij om vervolgens een verlanglijstje voor te leggen. En voor de heer iets terug kan zeggen wordt hem de mond gesnoerd met een gemeend amen, zo zij het. Waarop men aanvalt op de victualiën. Een gebed dat ik meerdere malen ongeveer zo heb moeten mee mompelen omdat in mijn dagen je broodwinning vaak mede van het geloof dat je met je klanten deelde afhankelijk was.

Maar de katholieken konden er ook iets van. Ik heb bij dergelijke mensen wel geslapen en moest natuurlijk meedoen met het “rozenhoedje voor het slapen gaan”. Moeilijk genoeg voor een halve ongelovige die liever een ander soort slaapmutsje had genoten. Allen op de knietjes en dan, stem verlopende van hoog tot laag, van duidelijk tot onverstaanbaar: Onze Vader die in de hmmm ut bmmm mmm mmum, amen. Wees gegroet Maria vol van gnaa uuu mrnmm brrr mmm  amen. En dat dan tot in het oneindige voor iemand als ik. Maar slaapverwekkend was het wel.  Zonder de pijn in mijn knieën zou ik mogelijk gesnurkt hebben – wat gelukkig niet gebeurde – zodat ik in een bed kon slapen.  Zo ging dat. En ik ben bang dat er nog steeds juist door de menselijke wijze van bidden vele communicatiestoornissen tussen mens en God voorkomen.

Zelfs in uw dagen hebben de mensen de neiging eerbiedig aan God te zeggen wat hij maar beter zou kunnen doen en gaan dan hunsweegs zonder ook maar af te wachten of God nog iets terug te zeggen heeft; hen mogelijk een ingeving of kracht zendt.  Want de mensen hebben het veel te druk met eten, drinken, werken en mogelijk nog andere dingen doen. Maar zo zij al het gevoel krijgen dat hetgeen zij doen niet geheel goed is, zij zetten zich er over heen weg en doen het toch, maar dan in de naam van de Heer. In de streek waar ik de laatste tijd nogal actief ben geweest hadden de mensen nog een heel andere benadering. Die gaan voor het beeld van een God staan, pakken een belletje en rinkelen er even lustig op los. Als je eigen geloof meer westers is zit je onwillekeurig te wachten op iemand die even zijn gebel onderbreekt om beleefd te vragen bent u al wakker en vervolgens door te klingelen. Elders staat men weer plechtig met olie, met boter, bloemen en zout en graan de hele zaak in te zepen. Om vervolgens zich in een soort wierookvuurtje te roken en zo zich te reinigen. Een exotisch en mogelijk voor een mens mooi en vroom schouwspel.

Als geest hoor je helaas ook, wat de mensen denken. En er zijn er heel wat bij, die niet denken aan hun god, maar aan de vraag hoe zij een ander te handig af kunnen zijn, dat kan ik u verzekeren. Maar ook als zij het werkelijk menen en eerlijk bidden blijft voor mij nog steeds de indruk bestaan, dat voor de mens bidden voornamelijk het voorleggen van een bepaald schema behelst met het verzoek aan de heer om zich daaraan a.u.b. in het vervolg te houden. Nu ja, de meesten weten niet beter en denken hun tijd ook veel nuttiger te kunnen gebruiken voor andere zaken dan het eenvoudig willen luisteren naar God.

Hebt u de stem van God wel eens gehoord? Neen? U vergist u. U hebt die stem zeker meerdere malen gehoord. Wanneer je maar heel stil bent, heel erg rustig en innerlijk gelaten afwacht heb je soms het gevoel dat er heel in de verte iets trilt, alsof er een gong vaag klinkt. Dan komen er allerhande dingen in je op, dan zijn er opeens gevoelens waarvoor je geen redelijke verklaring of menselijke verklaring kunt vinden. Dat is dan de stem van God. De meeste mensen redeneren “God zegt niets”. Maar dat komt omdat zij woorden en tekenen verwachten. God spreekt niet met woorden en geeft u niets cadeau. Hij geeft u alleen de mogelijkheid bepaalde dingen te doen, te beseffen, te dragen. God antwoordt u alleen met zijn kracht, met een vreemd gevoel van vrede en een soort heimwee naar een ongekend licht. En dergelijke dingen maken de meeste mensen te enigerlei tijd wel mee. Want zo een of twee keren in een mensenleven komt iets dergelijks onvermijdelijk voor.

Maar hoe reageren vele mensen op een dergelijke uitzonderlijke beleving? Zij vragen zich af of zij iets verkeerds gedronken hebben of dat het mogelijk veroorzaakt werd door de krab waarvan  zij nogal veel hebben gegeten. Want dat God tot hen spreekt is hen zo onwaarschijnlijk dat zij zelfs indien Hij met woorden tot hen zou spreken Hem waarschijnlijk nog voor de een of andere duivel of spokende geest zouden houden. Maar een God die antwoord als een vaagte kunnen de mensen gemeenlijk helemaal niet aanvaarden. Misschien kunnen de meeste mensen ondanks hun pretenties daarom ook zo slecht bidden.

Want bidden is je aandacht richten op God en dan kijken of Hij iets te zeggen heeft. En bovendien moet je vooral niet verwachten dat je god je  precies zal vertellen wat je moet gaan doen, zo in de stijl van ga morgen naar die en die  loterij-verkoper en koop een lot eindigende op de nummers …… en van serie c. Dergelijke dingen kunt u mogelijk van een duistere geest verwachten, maar niet van een lichtende geest en zeker niet van God. God geeft geen tips, Hij geeft harmonie.

Het wonderlijke is, dat ik moskeeën vol heb gezien, waarin de mensen werkelijk  fanatiek  tegen  God te keer gingen, vol vroomheid en met volledige overgave. Tot ik keek waarom het hen ging en dan bleek alle vroomheid neer te komen op de innige wens eigen gelijk ten koste van alles  aan anderen te bewijzen. Eigenlijk zielig. En ik had u nogal wijsheid beloofd. Nu ja, wanneer het geen wijsheid is, is het in ieder geval een reeks eigen meningen. Maar het is dan ook wel zo dat je, wanneer je als een eenvoudige geest probeert de mensen te helpen en je bezig te houden met hetgeen voor hen goed is, opeens tot engel van God wordt gepromoveerd wanneer je iets zegt waarmee zij blij zijn. En tik je hen pijnlijk op de vingers  dan ben je opeens heel iets anders en mompelen zij iets wat, omgezet in het Nederlands, neerkomt op een “ga van mij, satan”. Want de mens zoekt in feite alleen maar naar een zelfrechtvaardiging. En die zoekt hij dan zoals het uitkomt, nu eens bij God, dan weer bij de duivel. Maar zijn eigen werkelijkheid kan hij  alleen van binnen vinden.

Hoe jammer dat er nog geen chirurg is geweest, die de kern van de mens er uit heeft kunnen halen. Anders zou men misschien nog eens nadenken voor men zich alleen op uiterlijkheden  zou werpen. De mens weet te weinig van hetgeen er in hem aan hoge en grote maar ook vaak zeer gevaarlijke krachten rust. Daarom zijn de meeste mensen zo  onzeker  en zoeken  zij  overal naar  bevestiging  en wijsheid behalve  daar, waar zij die werkelijk en altijd zullen kunnen vinden:  in het diepste van hun eigen wezen. Laat mij dan, om iets van mijn voornemen waar te maken, maar eens enkele wijsheden geven die slaan op uw eigen innerlijk. Wanneer je stil bent in jezelf en voelt, dat er van binnen even iets bestaat van licht, een gedachte die je  plezier doet of een mooie herinnering van iets, desnoods een bloem, dan heb je contact gemaakt met je innerlijke werkelijkheid en de god die daarin leeft. Op het ogenblik dat je bang bent voor  hetgeen er in je leeft zul  je  geconfronteerd  worden  met  angstgevoelens  en verschrikkelijke beelden, die  alleen de strijdigheid in je eigen wezen uitbeelden.

In u ligt iets wat door uw gevoelens en niet op andere wijze tot uiting kan komen. Dit gevoel  wordt dan een soort sleutel tot God omdat je, wanneer je dit eenmaal innerlijk ervaren hebt, ook buiten je die betekenis ziet en vooral tekenen van die harmonie gaat zien. Er zijn heel wat mooie verhalen verteld in de loop van de tijden over alles wat je, zoekende naar de kern van eigen wezen, in jezelf alzo zou aan kunnen treffen. Nu geef ik toe dat het vooral in het begin ook nog het meeste weg heeft van een uitdragerijtje. Zo spreekt men nogal eens over een jungle vol verscheurende dieren. Wat dan gewoonlijk een toespeling betekent op de hartstochten van de mens. Die jungle is onbelangrijk. Zij is alleen maar een uiting van de beelden die in ons bestaan, datgene wat wij mogelijk op ons aangeleerde gronden vrezen in onszelf. Maar wat wij nodig hebben is niet een reeks opgelegde beelden, maar de essentie. Er zijn nogal eens mensen die dergelijke pogingen wagen omdat zij streven naar iets wat zij uitverkiezing noemen. Wie daar naar streeft komt gemeenlijk verkeerd terecht. Want het gaat er niet om uitverkorene genoemd te worden, maar om één te worden met het andere, waarin God zich uit.

Ik heb ook een wijsheid geleerd van een soort bouwmeester. Een primitieve, want hij werkte nog met gewone zongedroogde modderstenen. Hij sprak eens, toen de anderen rond hem stonden: Wanneer de stenen werkelijk droog zijn zullen wij ze stapelen. Maar het is de vorm die wij de modder gaven, die dit mogelijk maakt. Alleen daarom kunnen wij de muren sterk maken. En het is de klei die daarover wordt gesmeerd die de stenen eerst werkelijk samenvoegt tot een geheel. Het is Allah – zeg god, die het werk doet. Wij zijn het echter, die de delen die Hij maakt, bij elkaar moeten zoeken en daaraan onze vorm moeten geven. Ik denk dat die man gelijk had, ook voor alle andere dingen in het bestaan. Ik denk zo dat die man in zijn leven misschien het westen voornamelijk heeft leren kennen als leverancier van plastic emmertjes en ijzeren spaden die voordeliger zijn dan alles wat de mensen daar zelf kunnen maken.

Daarom geloof ik, dat alles wat hij van God wist eerder uit eigen denken en zoeken stamde dan uit de leringen van anderen. Maar wat zat hij dicht bij de waarheid.

Is het misschien zo: naarmate wij meer bezig zijn over hetgeen God wel is en wat die God van ons wil, wij ons innerlijk in feite steeds verder van die god verwijderen? Het is maar een vraag. Denk niet, dat ik een preek wil houden. Dat is mijn aard niet. Maar wanneer ik zo met u spreek wordt ik toch weer, denkende aan de wereld en de mensen, herinnerd aan alle problemen waarmee ik in de laatste tijd geconfronteerd werd. Dan word ik overweldigd door de dwaasheid van mensen, die zich geheel gerechtvaardigd achten om een ander, desnoods zelfs een familielid of broeder, te vermoorden wanneer hij anders denkt dan zij. Ik hoor hen dan beweren, dat dit noodzakelijk was, omdat die anderen niet wilden weten wat goed en juist is en hen dit duidelijk gemaakt moest worden. En wie niet wil luisteren moet sterven.

Maar volgens mij weten mensen die zo redeneren en denken zelf niet wat goed is. Anders doe je toch dergelijke dingen niet? En toch, ook onder de vromen wordt je geconfronteerd met bloedwraak, een elkander doden wat soms al geslachten lang verder gaat, ofschoon men de redenen voor de vete mogelijk al lang is vergeten. Hoe dwaas. Heb je als mens dan een vete, gevoelens van wraak, nodig om jezelf en je eigen leven te rechtvaardigen? En wat te denken in dat andere land, waar mensen wonen die geen vrede willen omdat zij niets anders hebben dan een wapen en het gezag dat zij daaraan ontlenen. Mensen die in feite bang zijn voor de mogelijkheid van een vrede, waardoor zij weer als gewone mensen zouden moeten werken en niet langer hun wapens rond zouden kunnen slepen. Vreemd. Heel vreemd. Eigenlijk zielig. Hoe zielig is het niet wanneer een mens, met zoveel innerlijke grootheid en mogelijkheden wegvlucht in een vorm van eigenwaan die dan bovendien nog gebaseerd blijkt te zijn op het onrecht dat hij anderen aandoet. O jee. En nu kwam ik nogal om een vrolijk afscheid van u te nemen en ieder een aangename rustperiode te wensen. Laat mij het dan maar over een andere boeg gooien. Wilt u soms nog wat spelen met omschrijvingen?

Simonis: de behoefte aan meer kerkelijk gezag, uitgedrukt in een persoonlijkheid die te eerlijk en te vroom is om dat gezag waar te maken waarvoor men hem heeft uitverkoren. Of dacht u soms, dat ik uw land geheel uit het oog had verloren? Neen, wees nu maar blij dat het nog Simonis is. Wanneer het Gijssen was geweest had ik gezegd: dat wordt iemand die een grauwsluier werpt over het geloven van een ieder die ook maar een beetje anders denkt. Maar met deze ex-kapelaan is men heus nog niet zo slecht af. Maar ja, de man krijgt natuurlijk wel een baantje waarop vele anderen zaten te vlassen.  En die vragen zich nu af: ”zat ik daarvoor nu zovele jaren met het celibaat”?

Celibaat: Een verplichting die men aangaat om zich te onthouden van geslachtelijk verkeer. Waarbij de kerk zich overigens nogal eens opstelt als een zeer oogluikende verkeersagent. Het celibaat is in feite bedoeld om te voorkomen dat men zijn familie boven God stelt en zijn familieleden bevoordeelt boven de kerk. Helaas is het niet meer werkelijk hebben van een familie en sterke menselijke banden vaak de oorzaak ervan dat mensen zo familiair worden met hun god dat zij hem alles aandoen waaronder zij anders hun familie hadden doen lijden. Want vroomheid vergt een uitlaat en daarvoor kies je meestal datgene wat je het naaste is. Een opmerking die niet alleen pastoors, maar ook vele dominees in hun zak kunnen steken.

Spelen: zo werken dat je in een volledige vreugde je inspanning beleeft. Want alle spelen is een vorm van werken en alle werken zou spelen kunnen zijn. De mens die een groot onderscheid maakt tussen spel en werk zegt daarmee in feite: werken is voor mij datgene doen wat ik ondanks mijzelf doe voor beloning. Spelen is voor mij alleen datgene doen wat ik zelf aangenaam of leuk vind, ook al besef ik wel dat een ander op de resultaten daarvan zelden prijs zal stellen.

Het verschil tussen inspiratie en transpiratie: Het verschil ligt voornamelijk in de volgorde: je krijgt een inspiratie en bent vervolgens zo hard bezig die in werkelijkheid om te zetten dat dit je meer aan transpiratie kost dan je ooit aan inspiratie hebt ontvangen. Inspiratie is datgene wat, meestal door anderen in je ontstaat. Transpiratie is datgene wat uit jezelf voortkomt,  vooral wanneer het te warm is of  je inspanningen pleegt die je zelf niet geheel op prijs  stelt.

Karakter: de omschrijving van de uiterlijke geaardheid van een persoon op grond waarvan wij  hem beoordelen zonder te weten, waarom al deze uitingen juist op deze wijze en in deze  samenhangen kenbaar worden.

Nog een raad: lach oprecht zo goed u kunt om de dwaasheden van de wereld, van uzelf, maar ook van vreugde om de schoonheid die nog in de wereld bestaat. Dan heb je een sleutel tot kracht, een weg tot het licht en in jezelf een vreugde die het bestaan zelf je tot een voortdurend weer beleefd geluk maakt.