De verborgen persoonlijkheid van de mens

image_pdf

18 maart 1960

Aan het begin van deze avond moet ik u erop wijzen dat wij niet alwetend, of onfeilbaar zijn. Ons onderwerp voor vandaag is: De verborgen persoonlijkheid van de mens.

Wanneer wij de mens in zijn normale doen en laten gade slaan, menen wij vaak deze mens te kennen. Wij zien een soort sjabloon die wij de persoonlijkheid noemen. Op grond daarvan rubriceren wij die mens en trachten wij hem in te delen bij voor ons bekende typen. Wat de doorsnee mens niet, of te weinig beseft, is, dat een groot deel van de uiterlijke verschijnselen, regels van gedrag en reacties bepaald zullen worden door factoren die niets met het werkelijke wezen te maken hebben. Om een paar van deze factoren te noemen: opvoeding, de sociale structuur van de maatschappij waarin men leeft, de gangbare mode. In de laatste komt hier nog bij het zogenaamd “psychic and human engineering”. Dit laatste is een hanteren van de onderbewuste factoren in de mensheid, waardoor angst en begeerteleven vaak aanmerkelijk gewijzigd kunnen worden. Verder spelen in het uiterlijke gedrag nog de normale drijfveren een rol, waarbij begeerte, prestige en angsten de voornaamste zijn. Zowel prestige als angsten brengen de mens er toe zich anders aan de maatschappij te tonen, dan hij in feite is. Het is dan ook niet zonder reden, wanneer wij spreken over de verborgen persoonlijkheid in de mens.

Bij het beschouwen van de meer stoffelijke delen van deze verborgen persoonlijkheid wenden wij ons allereerst tot de psychologie, de dieptepsychologie en alles wat daarmee samenhangt.

Dan komen wij tot een reeks van ietwat ontstellende conclusies. Een ervan – algemeen bekend – is, dat mannen die bij voorkeur grote sigaren roken, waarschijnlijk in hun jeugd te weinig borstvoeding hebben gehad. De mens zoekt dan onbewust compensatie door te streven naar een voor hem aangename en aanvaardbare wijze van orale prikkeling. Ook andere voorbeelden van de verborgen kwaliteiten vinden wij te over. Ja, hoe komt het, dat zovele mensen roken, terwijl dit niet noodzakelijk is? Alweer in de eerste plaats het zoeken naar een aangename orale sensatie. Het tastgevoel in de lippen ondergaat hierdoor een aangename prikkeling. Daarnaast geeft het de mens iets, wat hem een zekere houding geeft. De sigaret neemt voor de moderne vrouw vaak de plaats in van het vroeger populaire hanteren van een waaier. Op dezelfde wijze is het mogelijk met de sigaret zekere gebaren te maken en zonder al te opvallend te zijn, hetgeen men meent, of zegt, ook in diepere inhoud en zin te onderstrepen. Daarnaast kan men zich achter de sigaret terugtrekken en een soort rookgordijn leggen, wanneer men verlegen is, of tijd tot nadenken nodig heeft. Opvallend is bv. dat vele zakenlieden de neiging hebben omstandig een pijp te stoppen, of een sigaar op te steken, wanneer zij een ogenblik pauze nodig hebben om na te denken. Zij realiseren zich dit vaak niet, maar hun handeling spruit toch voort uit een onzekerheid en de behoefte tijd tot verder overleg te vinden. Ik noem nu alleen enkele factoren die kenbaar zijn in het dagelijkse leven. Ik geef daarmede weer, hoe anderen hebben aangetoond, dat achter de gebaren en gebruiken in het dagelijkse leven een gehele wereld verborgen ligt van instincten, gevoelens, onbewuste reacties en uit het onderbewustzijn stammende overwegingen.

Bij ons zoeken naar de verborgen persoonlijkheid van de mens dienen wij dan allereerst deze uiterlijke verschijnselen terzijde te stellen. Dan komen wij tot de conclusie dat de doorsnee mens in zich vele strijdigheden kent. Opvallend is hier bijvoorbeeld het in vele streken optredende puritanisme. Dit puriteins denken heeft niets te maken met een werkelijk en feitelijk beter leven, ofschoon men dit vaak schijnt te denken. Het betekent dat bepaalde complexen – bv. seksuele – uit het direct uitbare wezen van de persoonlijkheid worden verdrongen naar een onderbewust gebied. Het gevolg is dat de puritein deze impulsen op een andere wijze afreageert. Zo geldt de stelregel, dat, hoe puriteinser de opvoeding van de mens en de houding van zijn omgeving is, hoe groter zijn hardheid en liefdeloosheid tegenover anderen zal zijn.

Hierbij tracht hij – meestal onbewust – de door zijn levenshouding ontstane tekorten op de buitenwereld te wreken. Dan zou je oppervlakkig menen, dat deze mensen werkelijk harteloos en hard zijn. Dit is niet waar. Zij kunnen even sensitief zijn als andere mensen en zijn in vele gevallen innerlijk zelfs gevoeliger. De wijze echter, waarop zij uiterlijk menen te moeten leven maakt het hen onmogelijk deze zachtzinnigheid overal in toepassing te brengen.

Waar de werkelijke persoonlijkheid van de mens in conflict komt met de buitenwereld, zal hij naar een rationalisatie van zijn niet bij het ik passende gedrag zoeken. In de meeste gevallen zoekt hij bovenal naar een compensatie, die dan bestaat in een gedrag dat niet inherent is aan de persoonlijkheid, maar het wel mogelijk maakt in het Ik bestaande angsten – of begeerten – om te zetten in daden en door de spanning die met de daad verbonden is, of de zelfgenoegzaamheid die daaruit voortvloeit, de innerlijke spanningen tijdelijk te lozen. Dit punt is voor ons – zoals u wel zult begrijpen – interessanter dan voor u. U leeft immers hoofdzakelijk met de sjablonen rond u, die de persoonlijkheden van de omgeving voor u vertegenwoordigen. Maar al deze innerlijke kwesties, al, wat achter de sjablonen verborgen blijft, is juist voor de geest uitermate belangrijk.

Men leeft op aarde niet alleen maar om stoffelijk de toegemeten jaren zo goed mogelijk door te komen. Men leeft, omdat de kern van het ik – de geest – behoefte heeft bewust te worden. Dit is de aanleiding geweest tot uw incarneren op aarde en het feit dat de uiterlijke persoonlijkheid niet identiek is met de werkelijke persoonlijkheid, zou voor de geest van zeer groot belang kunnen blijken, wanneer wij te maken krijgen met tegenstrijdigheden in de persoonlijkheid, die voor de geest uitermate verwarrend zijn, zolang zij hoofdzakelijk door de bewuste emoties geleid wordt. Het belang dat de geest heeft bij een begrip in elke mens omtrent de in hem verbogen waarden, is eenvoudigweg niet te overschatten.

Wij kennen natuurlijk een aantal verschillende typen, die wij kunnen rubriceren van sanguinisch tot lethargisch. Hiermede tracht men dan aan te geven, hoe de één zeer snel reageert, maar vaak minder beheerst is, terwijl de ander een zich laten drijven kent, een laisser faire, dat slechts in zeldzame gevallen de mens toch nog tot een uitbarsting van energie laat komen, een zich naar buiten toe energiek, of zelfs gewelddadig uiten. Dit zijn karaktereigenschappen die niet met mentale of geestelijke eigenschappen mogen worden verward. Uw basis van leven is op het ogenblik uw eigen leven. In dit lichaam bevinden zich – zoals u ongetwijfeld al vaak hebt gehoord – een reeks van verschillende orgaantjes, die elk voor zich stoffen afscheiden, die een deel van het lichaam, of een groot deel van het lichaam doortrekken. Zij hebben daarbij bepaalde stimulerende eigenschappen, zodat sommige van deze afscheidingen bv. de bloedsomloop versnellen, anderen de spanning in de zenuwkanalen, de lading van de neuronen aanmerkelijk kunnen vergroten. Andere stoffen geven weer een stimulans aan bepaalde centra, zodat bv. de bijnierfunctie in belangrijke mate gekoppeld kan zijn met de schildklier en haar actie bepaalt aan de hand van het al of niet werkzaam zijn daarvan.

Dergelijke reacties zijn in het lichaam in ruime mate te vinden. Zij bepalen de wijze waarop uw lichaam op indrukken zal reageren, terwijl bovendien het niet juist reageren van die kleine organen bepalend kan zijn voor een stoffelijke meer of minder gevoelig zijn voor impulsen van buiten. Ook overgevoeligheid kan hiervan het gevolg zijn. Een verminderde gevoeligheid betekent een verminderde opname van visuele- en gehoorprikkels. Er is dus een beperktere reeks van gegevens aanwezig in een dergelijk geval, aan de hand waarvan men tot een eigen oordeel kan komen en waarop men zijn handelingen kan baseren. Voor het bewustzijn is de zuiver lichamelijke toestand belangrijk, terwijl bovendien de mate waarin de rede meester is over het lichaam en de reacties daarvan mede bepaald worden door de wijze waarop deze organen de reactie een traagheid laten, die een instinctief reageren voorkomt, door tussen en mogelijke relatie een tijd te laten, waarin men zich de toestand kan realiseren. Deze stoffelijke achtergronden geven ons de stoffelijke basis van de verborgen persoonlijkheid. De lichaamsstructuur, mede veroorzaakt door erfelijke eigenschappen, geeft de grondslag, waarop de mentale processen zich af gaan spelen. Er is een voorbestemd zijn, een gepreconditioneerd zijn in de richting van bepaalde acties, reflexen en reacties op de omgeving.

Waar vele van deze reflexen en reacties in die omgeving niet gewenst zijn, zal men trachten deze te onderdrukken. Dit kan onder meer door scholing worden bereikt. Ik denk hierbij aan de experimenten van Pavlov, die het zover wist te brengen, dat een hond op het geluid van een bel overmatig begon speeksel af te scheiden. Het dier was gewend het geluid van de bel met een maaltijd te associëren. Andere voorbeelden van associatieve scholing en verandering van impuls vinden wij in proeven met vogels, waarbij werd vastgesteld, dat deze dieren tussen elke toon van de voor de mens kenbare toonscala nog een 10 tot 12 andere tonen kennen. Interessant is hierbij op te merken, dat deze dieren met minder cellen van het klankherinneringscentrum, vergeleken met de mens van 1 tot 2, in staat waren deze tonen zuiver te onthouden en zelfs al na eenmaal deze gehoord te hebben deze ook zuiver wisten na te bootsen. Hieruit blijkt verder de mogelijkheid te bestaan dieren te scholen met bij bepaalde toonreeksen, of zuivere tonen, voedsel uit een apparaat te doen komen. De vogel zal bij een gebruik van bv. Een nest- of jachtroep voor dit doel zich een gewijzigde jacht- of nestroep aanwennen en daardoor dus van zijn natuurlijke en erfelijk milieu afwijken. Hieruit blijkt wel, dat de reacties die door de omgeving worden bepaald, in tegenstelling tot natuurlijke drijfveren, van groot belang kunnen zijn, daar zij een geheel andere wijze van leven en handelen kunnen veroorzaken. Datgene wat uit uw lichamelijke gesteldheid en mogelijkheden voortkomt, kan geconditioneerd worden; het kan dus ten dele door scholing en training aan de eisen van de maatschappij worden aangepast. Het kan nooit geheel onderdrukt, of weggewerkt worden, zij het tijdens een langere periode, waarin het bewustzijn omtrent deze mogelijkheden groeit, en tevens een omstelling van geestelijke en mentale waarden plaats vindt.

In het profiel van de werkelijke mens vinden wij ten tweede de waarde en betekenis van het denken zelf als zeer belangrijke factor. De lichamelijke gesteldheid is hiervoor belangrijker dan men in doorsnee denkt. Stel, dat een bepaald kind energieloos, of lui lijkt. Dit kan voortkomen uit de lichamelijke gesteldheid. De ouders en de omgeving zien dit al te vaak als een door de wil bepaalde fout van het kind, een schuld. Zij beginnen pressie uit te oefenen op het kind om het tot activiteiten te dwingen: “Ga spelen, zit niet te kijken, doe eens wat… .” Het gevolg is, dat het kind zijn gehele leven door, elke maal, wanneer dergelijke pressie wordt uitgeoefend, scherp zal reageren en een automatisch verweer optreedt tegen elke dwang tot handelen. Hierdoor zullen dergelijke mensen voor anderen veel moeilijker te benaderen zijn. Je kunt hen wel voorleggen, wat eventueel wenselijk is en hen na rijp beraad en overwegingen de mogelijkheid laten mede te werken hieraan, of een verwezenlijking van het gewenste zelf ter hand te nemen, maar je zult hen nooit tot een beslissing kunnen dwingen. Zodra u dit tracht te doen, is het redelijke element verdwenen en zullen zij onmiddellijk het tegenovergestelde gaan doen, als voor hen enig aanvaardbaar antwoord op deze bedreiging van hun innerlijke vrede. Dit houdt in, dat veel mensen die men eigenzinnig, irrationeel, koppig, of dwaas noemt, niet in de eerste plaats deze eigenschappen te danken hebben aan hun werkelijke persoonlijkheid, maar zo reageren als gevolg van een in hen bestaande psychische dwang. Het is een onderbewuste reactie, die zij vaak zelf zullen betreuren, maar waarop zij niet zo gemakkelijk terug zullen komen.

Een ander verschijnsel, dat al even vaak voorkomt, staat in verband met het begeerde element, dat op vele wijzen kan worden geprikkeld. Ik wil hier een voorbeeld aanhalen, dat voor uw tijd sprekend is en tevens een verklaring inhoudt van het uiterlijk profiel van de moderne jonge mens.

Gedurende vele jaren heeft men steeds het vrouwelijke model, bij voorkeur zelfs het op nog toelaatbare wijze zover mogelijk ontkleed vrouwelijke model, gebruikt als aanbeveling voor vele verschillende, maar begerenswaardige artikelen. U kunt geen film, geen kauwgum, of een auto zien, of er komt in de reclame een charmant meisje bij te pas, dat klaarblijkelijk de naakte waarheid niet te zeer schuwt. Dit betekent, dat in het onderbewuste denken vele artikelen onmiddellijk aan de kwestie van viriliteit zijn gekoppeld. Viriliteit voor de man en een seksueel attractief zijn voor de vrouw is dus onmiddellijk verbonden met alles, wat in het leven voor de mens op welk gebied dan ook prettig, of begeerlijk is. Zelfs voeding op meer aangename wijze wordt steeds meer op deze manier met het seksuele in verband gebracht. Hiermede speculeert men op lichamelijke en psychische drijfveren. Gelijktijdig wordt door het voeren van dergelijke campagnes de mentaliteit van de mens aanmerkelijk veranderd. Door de associaties, die op deze wijze ontstaan, zal op den duur voor de mens niets belangrijkers zijn dan aan te tonen dat men viriel, of seksueel is. Al, wat hiermede verbonden is, kan op zich nog onprettig, of – volgens eigen denken of het geleerde – gevaarlijk zijn, maar het vormt een risico, dat men moet nemen, omdat men alleen zo voor zichzelf volwaardig is en zijn aandeel in de luxe van het leven kan verwachten. Vele jonge meisjes en jonge mannen die in deze dagen – vooral waar het seksuele in het geding komt – zo lichtzinnig schijnen, zouden in hun hart eigenlijk anders willen zijn.

Door de opvoeding en het milieu worden zij tot voornoemde associaties gebracht, waardoor zij dan weer tot daden, die met eigen wezen feitelijk in strijd zijn, worden gedreven. Hun innerlijke persoonlijkheid zal zeer vaak degelijk en goed zijn. Zij komen steeds weer tot daden die de oudere generaties niet zullen kunnen begrijpen.

Verruwing en wreedheid vinden vaak een dergelijke oorzaak, die dus niet met de verborgen persoonlijkheid in verband staat. De flinke man, de heldhaftige vrouw, zijn voorbeelden voor iedereen geweest, sinds de verre oudheid. Rond de tijd van Walter Scott werd de ridderlijke held steeds sterker op de voorgrond geplaatst. Naast kracht en vermogen kwam een bepaald gedrag op de voorgrond. Hoffelijkheid werd in steeds sterkere mate belangrijk voor de jongeren die zijn boeken lazen en ervan genoten. Identificatie met de held, of heldin, bracht hoffelijkheid, ridderlijkheid, zachtheid op een peil, waarbij men zijn heldhaftige – misschien ook meer viriele en attractieve – persoonlijkheid alleen tot uitdrukking kon brengen door te handelen naar de helden die men kende. De helden van het heden zijn – helaas – geen Ivanhoe’s, of Robin Hoods.

Monsters, gangsters en soortgelijke figuren vormen de heldenschaar van het heden. Het is duidelijk dat de sadistische elementen in de dierlijke mens als deel van de gedragscode steeds sterker op de voorgrond komen. In vele gevallen is dan ook het sadisme, dat wij bij de moderne jeugd en sommige volwassenen kunnen vinden, het gevolg van de “helden” die men heeft leren kennen. De helden van de eerste jeugdjaren, wat dus in de eerste tien jaren van het leven bewonderd werd, is daarbij vaak bepalend. Hieruit zult u begrijpen dat ook deze eigenschappen slechte zelden een deel van de verborgen en ware persoonlijkheid zullen vormen. Niet het ware ik is sadistisch, geconcentreerd op seksuele uitingen, of het verwerven van prestige. De ware persoonlijkheid verlangt over het algemeen enkel gelukkig te leven in eigen wereld en door anderen aanvaard te worden.

Het is duidelijk dat vele soorten mentale misvormingen, niet een direct en werkelijk de eigen persoonlijkheid rakende innerlijke waarden zijn. Integendeel: door verkeerde scholing in de maatschappij zullen ook mentaal vele oorspronkelijke en goede eigenschappen worden onderdrukt, of worden gericht op een wijze, die voor de maatschappij en de mensheid uiteindelijk minder aanvaardbaar zijn. Laat ons niet vergeten dat de foute eigenschappen, welke tijdens een periode van vrede, als sadisme, ruwheid en rowdyism worden genoemd, in oorlogstijd vaak worden tot moed, opofferingszin en edelmoedigheid. De mens begrijpt dit niet. Ook de geest kan deze eigenaardige verhoudingen slechts moeilijk verwerken. Zolang de geest in de stof vertoeft, is zij afhankelijk van de ervaringen en emoties die het lichaam haar zendt.

Er bestaan in het heelal bepaalde wetten, waaraan de geest moet kunnen beantwoorden, indien zij verder wil gaan en bewuster worden. Een van de voornaamste wordt in het christendom uitgedrukt met het woord naastenliefde. In andere gevallen noemt men dit ook wel harmonie, eenheid, of kosmische rechtvaardigheid. Op het ogenblik, dat de emoties die uit het leven voortkomen, met de werkelijkheid van het leven, of de Goddelijke wetten in strijd zijn, wordt hiermee voor de geest een beeld geschapen, dat helemaal strijdig is met haar eigen behoeften en werkelijkheid. Hierbij denk ik aan een jonge mens, die een zwakkere, of oudere neerslaat, om zo prestige te verwerven en eigen kracht te bewijzen. De emotie van bevrediging die deze daad voort kan brengen, is gans strijdig met de Goddelijke wet. De geest die dit als waarheid heeft opgenomen in haar wezen, zal dit dan ook eerst moeten corrigeren, voor zij op het pad der bewustwording verder kan gaan.

Het is duidelijk dat wij allen belang hebben bij de verborgen persoonlijkheid van de mens en vooral bij onze eigen persoonlijkheid. Degenen die in staat zijn te begrijpen wat hen beweegt en hen tot bepaalde handelingen voert, zullen immers in staat zijn hun eigen leven op de juiste wijze te beoordelen en daaruit hun eigen conclusies kunnen trekken. Wanneer u weet, op welke wijze u wordt geleefd en geregeerd, wanneer u beseft dat uw luiheid in vele gevallen een lichamelijke oorzaak heeft, die soms op eenvoudige wijze medisch gecorrigeerd kan worden, zult u onder die eigenheid niet lijden. U zult zich ook niet fel verzetten tegen een maatschappij die bepaalde karaktertrekken in u minder aanvaardbaar vindt. Integendeel zult u gaan zoeken naar een wijze, waarop u de dwingende tendensen kunt volgen en aanvaarden; een wijze waarop u in de wereld gelukkig kunt leven, zonder daarvoor persoonlijke eigenschappen te verloochenen en te onderdrukken. Het gevolg is, dat u zuiverder, juister, prettiger in die maatschappij zult kunnen leven, en met de delen daarvan zult kunnen samenwerken. In de verborgen persoonlijkheid vinden wij verder nog een ander element, dat ik tot nu toe niet heb aangehaald; een punt, dat mij in een op feiten gebaseerde lezing als deze minder aangenaam aandoet, omdat het – zover dit de mensheid betreft – op een geloof, een aanvaarding zonder bewijzen is gebaseerd. Maar het geloof heeft in de verborgen persoonlijkheid toch al veel meer betekenis als men zich doorgaans realiseert. Het punt dat ik wil aansnijden luidt als volgt: de geest heeft een reeks ervaringen doorgemaakt. Zij bezit al een zeker bewustzijn en zekere ervaring op het ogenblik dat zij in een stoffelijk lichaam binnentreedt. Als gevolg hiervan zal ook die geest door haar eigen bewustzijn gepreconditioneerd zijn tot bepaalde handelingen en belevingen, zodat zij de impulsen daartoe in het lichaam zoveel mogelijk vast zal leggen.

Nu is het voor een mens praktisch onmogelijk te weten, dat zou zelfs een herinnering van het bestaan in andere werelden, of van vroegere incarnaties op aarde slechts tot misvattingen voeren, daar de geestelijke betekenis van deze belevingen nu eenmaal niet stoffelijk voldoende uitgedrukt kan worden.

Wij kunnen m.i. dan ook volstaan met de vaststelling, dat de geest bepaalde ervaringen heeft doorgemaakt en krachtens deze ontwikkeling en ervaring mee werkt aan een verder preconditioneren van zowel het mentale als het stoffelijke deel van de persoonlijkheid. Hieruit volgt, dat het kind, dat op aarde geboren wordt reeds voorkeuren heeft, voor het daartoe wordt geschoold. Ik wil niet spreken over de baby die een voorkeur heeft voor felle kleuren en schittering, want dit is eerder de verwondering over het nieuwe en de vreugde van het nieuwe, maar er is wel degelijk ook in het kleinste kind reeds een reactie op de uitstraling van de persoonlijkheid te zien. Het kind reageert op twee mensen die uiterlijk even goed, even vriendelijk en even prettig gestemd zijn, op heel andere wijze. De één wordt met een lach ontvangen, zelfs wanneer hij/zij voor volwassenen minder aanvaardbaar is, terwijl de ander, die door de volwassenen veel meer wordt gerespecteerd, met een gehuil en gebaren van afkeer wordt begroet. Dit zijn geen toevalligheden. Hier wordt gezocht naar een bepaalde harmonie met de omgeving, volgens het nu nog zeer sterk geldende geestelijk concept daarvan. Eerst naarmate het mentaal reageren zich verder opbouwt in stoffelijke zin, het bewustzijn van de wereld zich uitbreidt en de voorstelling van de wereld meer gedefinieerd is, zal dit geestelijk concept bij de benadering van personen minder merkbaar zijn. Het wordt nooit geheel uitgeschakeld uit de onderbewuste reactie.

Zoals de onberedeneerde voorkeur bij het kind aanwezig is, zo zal deze ook in volwassenen aanwezig blijven. Men zal als volwassene deze dingen vaak trachten te bemantelen. Per slot van rekening, deze mens is volgens iedereen zo goed en zo prettig om mee om te gaan. Wij kunnen ons van deze mens niet terug trekken. Er is geen enkele reden voor…. Toch zouden wij dit vaak innerlijk liever wel doen. In vele gevallen zoeken wij dan naar redenen om een dergelijk contact te verbreken. Hier treedt dus een soort dirigisme van binnen uit op. Wanneer men dit dirigisme geheel terzijde zou willen stellen, zou hieruit een voortdurende strijdigheid tussen bepaalde en belangrijke delen van onderbewustzijn en zelfs de geest en het bewust denken volgen. De strijd uit zich dan vaak weer door overdrevenheid in het optreden. Hierover bestaat een stelling die u misschien kent. Het is een citaat van Schopenhauer, die t.o.v. de vrouwelijke sekse niet direct vriendelijk gestemd placht te zijn. “Hoe luidruchtiger vrouwen elkaar prijzen en bewonderen, hoe meer zij elkaar in feite haten.” Misschien is dit wel overdreven gesteld, maar een grond van waarheid kunnen wij hierin zeker wel vinden. De mens is gewend de innerlijke drang die hij als niet redelijk aanvaardt, door overcompensatie voor zichzelf te verbergen. Hij is zich dan niet gans bewust van hetgeen hij doet. Later kan dit voeren tot een blijvend comedy spelen in het leven.

Men pleegt te zeggen dat elke mens een masker draagt Dit is zeker waar, maar het masker wordt getekend door omstandigheden en factoren, waarover de mens slechts zeer ten dele enige directe en redelijke zeggingschap heeft. Achter dit masker schuilt de werkelijke mens, de werkelijke persoonlijkheid, die leeft en streeft, die zijn vreugden kent en lijden moet.

Het is onmogelijk een algemeen beeld te geven in dit verband, dat op elk menselijk wezen gelijkelijk van toepassing kan worden verklaard. Toch zijn er – naar ik meen – voor de ware persoonlijkheid enkele punten aan te halen, die hetgeen achter het uiterlijk verborgen ligt, voor een ieder gemakkelijker definieerbaar maken. In deze zin wil ik trachten nog enkele gegevens en punten naar voren te brengen.

Het grootste verlangen van de doorsnee mens is zekerheid. De wijze, waarop deze zekerheid beleefd wordt, kan gans verschillend zijn. De avonturier zoekt steeds voor de zekerheid dat hij bekwaamheid en eigen kunnen heeft; de rentenier de zekerheid van het geborgen zijn in eigen bezit. De honger naar zekerheid is echter in elke mens sterk vertegenwoordigd.

Als tegenhanger geldt dan hier de angst voor onzekerheid en persoonlijk falen. Elke mens draagt in zich reeksen van meer dierlijke verlangens en begeerten. Deze zijn voortdurend in tegenstelling met zijn mentale begeerten. Hiervan zien wij soms heel komische voorbeelden. Er zijn mensen die vinden dat zij te dik worden. Zij eten daarom niet, tenzij zij langs een slager komen en een pondje worst zo consumeren. Dames, die hetzelfde complex hebben, zullen vaak gehele maaltijden overslaan, maar zich anderzijds niet van bonbons en gebak kunnen verwijderd houden bij koffie en thee. Deze eigenaardige tegenstrijdigheid heeft in dit geval meestal grote uiterlijke gevolgen, maar zij is in feite een gevolg van het in eigen leven niet erkennen van het gezond dierlijk element, waardoor een psychische versterking van gezonde en op zichzelf goede dierlijke aspecten geschiedt, tot dezen ziekelijk, ondragelijk, of welzijn verstorend werken. Slechts indien deze ziekelijke gedachtegang tot het normale kan worden teruggebracht en de mens komt tot het normaal aanvaarden van de dierlijke noodzaken en omstandigheden van de mens, blijft een beheersen en reguleren van het dierlijke element in de mens op eenvoudige wijze mogelijk.

In elke mens vinden wij een zekere angst voor de dood. Stel nu niet, dat u deze angst niet kent, omdat u een bepaald geloof heeft. U gelooft deze dingen juist en aanvaardt ze, juist omdat u angst hebt voor de dood. Deze angst brengt een verwoede strijd met zich om het leven te behouden, maar ook om alles, wat als een trofee, een bereiking in het leven van meer blijvende betekenis dan het leven zelf, voor zich te verwerven. Ter verduidelijking een voorbeeld. Wij zien bij de vrouw, die geen kinderen heeft, of enkel volwassen kinderen, heel vaak een soort heropleven van het moederinstinct, dat dan kan geprojecteerd worden op kleinkinderen, maar ook op andere en al volwassen personen. Onbewust tracht zij hiermede haar eigen invloed op en in het leven uit te breiden tot een periode, waarin zij meent niet meer te zullen leven. Bij de man neemt dit vaak de vorm aan van een helemaal gebonden zijn aan zijn zaken, waar hij aanneemt dat dezen voort zullen blijven bestaan, nadat hij de aarde heeft verlaten. In vele gevallen kent hij aan deze zaken dan ook een groter belang toe, dan aan persoonlijk leven en zelfs aan zichzelf.

Het tegengestelde zien wij, wanneer een vlucht voor mogelijke dood plaats vindt. De man zoekt in de vrouw veelal het moeder-imago, de vrouw – en dit komt de laatste jaren erg veel voor zoekt in de man een vader-imago. Hier wordt gezocht naar een beeld dat de eigen verantwoordelijkheid in het leven vermindert. Er zijn meerdere soortgelijke afwijkingen als gevolg van de angst voor de dood vast te stellen. Het is zeker niet zonder belang, wanneer wij vaststellen, dat alle mensen zonder uitzondering en ongeacht hun verklaringen, of geloof, bang zijn voor de dood, waardoor zij er toe worden gebracht geborgenheid te zoeken in symbolen. Alle geloof houdt tevens een reeks van deze symbolen in. Alle menselijke geloof is mede gebaseerd op deze angst voor de dood. Het erkennen van de werkelijkheid wordt ook voor de geest eerst dan mogelijk, wanneer de angst voor de dood overwonnen is.

Een laatste punt, waarmee ik wil trachten u de verborgen, maar ware persoonlijkheid van de mens wat nader te brengen. Elke mens in zich droomt van volmaaktheid. Dit weet u waarschijnlijk wel. Volmaaktheid betekent voor de doorsneemens tevens belangrijkheid. Het feit dat de mens egocentrisch is en leeft, slechts vanuit zichzelf kan waarnemen en slechts vanuit zichzelf over de wereld oordeelt, brengt hem in conflict met een wereld die hem slechts beschouwt als een kleine en te verwaarlozen factor. Zijn dromen van volmaaktheid, evenals een groot deel van zijn idealistisch streven zullen dan ook in vele gevallen terug te brengen zijn tot een poging zijn persoonlijk centraal-zijn in de wereld meer werkelijk te maken. Ik ben mij ervan bewust, dat u dit laatste erg onplezierig zult vinden. Enigen onder u zullen uitroepen: Maar je kunt toch wel een ideaal hebben, zonder daarbij voor jezelf iets na te streven… . U hebt gelijk, maar wat u dan niet begrijpt, is het motief dat achter het ideaal verborgen ligt. Die motivering is dan heel vaak de behoefte een stelling, die jij als belangrijk en noodzakelijk reeds lang kende en verkondigde, nu ook door anderen aan te zien nemen. Het doel zal niet een voor het ik iets bereiken hoeven te zijn, maar draagt altijd een element in zich, waardoor het einddoel en de bevrediging in het ik voortkomt uit de aanvaarding van dergelijke stellingen door anderen, vooral wanneer deze dan in de praktijk worden gebracht. Dan kan men immers – ook al is het alleen maar tot zichzelf – zeggen: “Zie je wel, ik heb gelijk…” . U mag mij niet kwalijk nemen, wanneer dit een ontluistering schijnt van het beeld dat de mens van zichzelf steeds weer droomt. Toch is dit het wezen waarmee u rekening hebt te houden. Toch zijn het deze dingen die uw emoties voor een zeer groot gedeelte zullen bepalen. Toch is het juist dit punt wat u zwak maakt ten opzichte van vele argumenten.

Zonder een lesje in verkooptechniek te geven, wijs ik u erop, dat het lanceren van een moderne sterke drank in de reclameslogans eist: “…….maar wees er matig mee, want het is sterk” menigeen drinkt namelijk bewust, of onbewust, om zo een roes te verkrijgen, om zo een nieuw deel van eigen persoonlijkheid, dat voor het ego bevredigend is, naar buiten te zien treden. Het gevolg van deze reclame zal zijn, dat men sneller en met zekere voorkeur de drank, die zo wordt aanbevolen, zal kopen. Zo zijn er mensen die u zeggen dat het vooral belangrijk is, dat ook u een ijskast, een tv en dergelijke bezit. Zij trachten u te tonen, dat u vooral gekleed moet gaan volgens de laatste mode. Deze mensen doen over het algemeen een beroep op uw minderwaardigheidsgevoelens en beloven u een zeker prestige, een prettiger aanvaard worden door anderen. Zij trachten steeds weer in een zeker comfort zijn met anderen u een zekerheid te doen zoeken, die u niet bezit en zo de producten, die als symbool hiervan worden voorgesteld, te doen kopen, ongeacht het al dan niet noodzakelijk zijn hiervan voor u. Zij schakelen, wanneer het maar even kan, een groot deel van uw redelijk denken uit.

Hetzelfde zien wij vaak in de politiek. In vele gevallen zien wij daar, dat men – bewust of onbewust – een leidende figuur voorstelt als een soort prettige oom, die procentjes weggeeft. Soms ook zoekt men het meer in het beeld van een vaderlijke vriend. “Vadertje Drees” en “Uncle Ike”. Met een dergelijke beïnvloeding wendt men zich niet tot de redelijke, de bewuste waarden van de mens, maar tot het onderbewustzijn. Dit is naar mijn mening niet juist. Ik wil niet zeggen, dat Drees of Eisenhower niet goed zijn. Maar de wijze, waarop men u deze mensen nader probeert te brengen, bevat maar al te vaak elementen, die juist het redelijke denken en het zelf verantwoord handelen trachten weg te vagen ten voordele van vage en niet gerealiseerde gevoelens. Zo brengt men u vaak tot daden die voor uzelf niet goed zijn en uw geest belemmeren in zijn bewustwording. Begrijpt u, dat u door omstandigheden buiten het ik gemanipuleerd wordt , dan begrijpt u ook, hoe opvoeding e.d. mede verantwoordelijk zijn voor vele van uw daden en de houding die u aanneemt. Dan zult u, meen ik, ook leren stellen: Ik heb een ware persoonlijkheid. Deze is niet de mens, die ik tracht te schijnen, of te zijn. Zij ligt achter deze uiterlijkheden verborgen. Toch is het deze verborgen persoonlijkheid, die in hoofdzaak zal bepalen, wat mijn geest ervaart en uitmaakt, wat het stoffelijke leven voor mij in meer kosmische zin beduiden kan. Het is voor mij uitermate belangrijk steeds redelijk te denken, te reageren en, met erkenning van eigen afwijkingen en zwakheden, voor mijzelf te leven in de zin van de innerlijke drang, die ik ervaar. Dit zal mij voeren tot aanvaarding en verwervingen in de wereld, terwijl het mij helpt een voorop gezet geestelijk plan te realiseren.

Dit laatste bemerkt men eenvoudiger, wanneer men wat ouder is geworden, wanneer na een dergelijk leven de stoffelijke persoonlijkheid aan het wezen ontvalt, blijft een persoonlijkheid over die voor de mens evenzeer verborgen is geweest.

De geestelijke persoonlijkheid die is opgebouwd uit het totaal der ervaringen, die in de stof werden opgedaan, vooral aan de hand van emoties, de ware gevoelens en intenties van de mens. Men dient te beseffen, dat alleen redelijk handelen niet voldoende is. De gehele persoonlijkheid, zonder enige aarzeling of voorbehoud, dient steeds weer achter daad en gedachte te staan. Dit zal ertoe bijdragen een vollediger en meer het gehele Ik beroerende ervaring in leven en geest te zoeken en te ondergaan. Dit helpt u bovendien steeds weer bij alle denken de nadruk te leggen op hetgeen voor u belangrijk en voor u aanvaardbaar is. Alleen wanneer u dit kunt doen, mag u aannemen, dat het totaal van uw leven een maximum rendement oplevert aan geestelijke waarden, een voor de ziel verdisconteerbaar weten, dat dan in elk volgend leven weer de kern wordt van de verborgen persoonlijkheid, ook in de sferen.

Ik hoop hiermede u een redelijk inzicht te hebben gegeven in een zeer klein deel van de dieptepsychologie.

  • Is het noodzakelijk reïncarnatie aan te nemen? U hebt dit aangetoond aan de hand van sympathieën en antipathieën.

Ik heb niet getracht hiermee het bestaan van reïncarnatie te illustreren. Voor ons is reïncarnatie een feit, voor u een niet controleerbaar iets. Het is dan ook niet noodzakelijk, dat u deze aanneemt. De afkeer die wij vaak vinden tegen een aanvaarden van een reïncarnatietheorie, is heel vaak gelegen in een onjuist beleven van het leven, waardoor men een mogelijke herhaling van dit leven nu niet direct met genoegen tegemoet ziet. Dit is een motief, dat heel vaak schuil gaat achter ofwel redelijke, ofwel godsdienstige gronden van verwerping. Het is niet belangrijk, of men nu reïncarnatie wel of niet aanvaardt. Ons standpunt werd overigens vastgelegd in een brochure. Zo het u interesseert, kunt u hiervan kennis nemen. Ik kan u zeggen dat de geest in een kind al een zeker bewustzijn bezit, en wel omdat de geest niet pas bij de geboorte ontstaat, noch onmiddellijk en zonder bewustzijn het lichaam kan binnen treden, maar – aannemende dat geen enkele stoffelijke fase voordien beleefd werd – toch zeker sfeer na sfeer voertuigen heeft moeten bouwen en ervaringen heeft moeten opdoen, voor het mogelijk werd voor deze geest een stoffelijk voertuig te hanteren.

  • Acht u het voor de bewustwording van het geheel beter dat de beleving introvert, of extravert is?

Het gemakkelijkste en meest eenvoudige zou ik het achten, wanneer de mens noch introvert, noch extravert is, doch deze waarden wisselend gebruikt. Hierbij dient hij in zichzelf al datgene te beleven en te verwerken, wat voor hem werkelijk belangrijk is, maar wat de wereld betreft daaraan gelijktijdig een zo volledige mogelijk uiting gevende als mogelijk is, zonder, zover de mogelijkheid tot uiting reikt, ook maar iets in zich te verbergen. Dit betekent innerlijk een zo juist mogelijk beschouwen en overwegen, anderzijds een zo volledig mogelijke uiting, waardoor voor het ik een grotere en nieuwe gelegenheid tot verdere ervaring ontstaat.

Gelijktijdig wordt het opkroppen van problemen en vreugden in het ik voorkomen, zodat men onbevangen en ruimer tegenover al het nieuwe staat en niet zo zeer meer gebonden is aan factoren uit het verleden.

  • U zegt, dat het dessin van de verborgen mens wordt gebouwd uit de ervaringen die hij in de stof opdoet en voornamelijk ook uit de emotie. Is het mogelijk dat de mens ook verkeerde normen als ware geïmpregneerd krijgt? Bv. Calvijn, die anderen op de brandstapel bracht en dit vermoedelijk toch wel uit diepe overtuiging deed?

Gaarne zou ik eerst de vraagstelling iets corrigeren. Wij spreken niet van de verborgen mens, maar van de verborgen persoonlijkheid in de mens. Wij hebben daarbij getracht aan te tonen, dat een deel van die mens door scholing wordt verdraaid. Zijn bewustzijn aanvaardt dan een reeks uiterlijke normen en beweegredenen, die niet in overeenstemming zijn met het totaal van de in het Ik aanwezige drijfveren. Hierdoor ontstaat een verminking van het werkelijke gevoelsleven en komt men tot reeksen van handelingen, die in feite compenserend zijn. Als voorbeeld kan gelden, dat vele heksenjagers bij voorkeur oudere vrouwen aanbrachten, omdat zij een hekel hadden aan grootmoeder, die lastig was, niets deed en steeds maar op hun kosten zat te eten. Haat voor vrouwen heeft in vele gevallen evenzeer tot het heksenjagen aangespoord.

Wat de emoties betreft, waarover ik sprak, wij mogen hier geen verwarringen stichten. De emotie – de totale beleving – is zeer belangrijk. Enerzijds is zij belangrijk door de zo ontstaande veranderingen in het stoffelijke lichaam, anderzijds voor het intens beleven en in zich opnemen van het beleefde door de geest. Als bewustwording op geestelijk terrein is de emotie dus zeer belangrijk. Het is redelijk aan te nemen, dat heksenvervolging en alle soorten ketterjacht, evenals rassenhaat, producten zijn van een innerlijke onzekerheid, waarvoor men geen uitweg kan vinden binnen eigen milieu en ras. Daarom richt men zich dan tegen uitgestotenen, of tot een ander ras behorende mensen; men tracht zich daarin dan uit te leven.

De redenen die men daarvoor opgeeft en als zelfrechtvaardiging gebruikt, zijn in de meeste gevallen rationalisaties van angst. Rassenhaat e.d. komen uit angst voort, tenminste in de eerste plaats. Deze angst berust op een gevoel van onvolkomenheid tegenover de wereld, onvolledig presteren en een niet zelf beantwoorden aan de eisen, die volgens het innerlijk eigenlijk voor de volvoering van eigen taak zouden moeten worden gesteld. Zoals eens door Anatole France werd opgemerkt: “De grootste heksenvervolgers waren de meest intense duivelaanbidders”. Dit is begrijpelijk, wanneer men inziet, dat de doorsneemens in anderen juist dat kwaad tracht te vervolgen, dat hij in zichzelf het beste kent.

  • Is de verborgen persoonlijkheid, waarover wij spreken, geheel identiek met hetgeen de dieptepsychologie beweert te hebben gevonden?

Niet helemaal natuurlijk. Grote delen kunnen als identiek worden beschouwd.

De dieptepsychologie stuit op een gegeven ogenblik op iets, wat wij de ziel willen noemen, of geest noemen. Dit is een niet definieerbaar complex, dat op de achtergrond van alle wel kenbare complexen schijnt te bestaan. Van Jung af vinden wij dit steeds nauwkeuriger gedefinieerd.. De persoonlijkheid, die de dieptepsychologie vooral in de voorbije, meer wetenschappelijke jaren trachtte te benaderen, was inderdaad de mens, maar ontleed in zijn verschillende drijfveren, waarachter de grondslagen van het ik kenbaar werden. Tot mijn spijt is de dieptepsychologie de laatste 10 jaren in steeds toenemende mate misbruikt om de mens krachtens erkende reflexen, angsten en begeerten te stuwen, in plaats de mens, dankzij het erkende, tot een geestelijk gezonder en meer reëel denkend wezen te maken.

  • Kunt u de laatste zin iets nader uitleggen?

Heeft u zich wel eens gerealiseerd, dat de gemiddelde productie der westelijke landen met hoge levensstandaard veel te groot is, gezien de werkelijke verbruiksbehoeften van deze gebieden? Heeft u zich wel eens gerealiseerd, dat u een radio, die nog goed is, vaak weg doet, omdat de nieuwe toestellen zovele nieuwe en moderne snufjes hebben? Realiseert u zich wel eens, dat u vaak een jurkje, een kostuum koopt, omdat, wat u nog heeft en in feite nog goed draagbaar is, niet meer met de mode in overeenstemming is? Weet u, waarom u met een bepaalde tandpasta uw tanden poetst? Waarom u aan bepaalde verpakte voedingsmiddelen de voorkeur geeft? Waarschijnlijk weet u dit niet.

De dieptepsycholoog kent echter de achtergrond van uw keuze. Hij weet zelfs, hoe u reageren zult. In plaats van u te helpen bepaalde onredelijke reacties te voorkomen, gaat hij meer en meer zich richten op een u dwingen om te doen, wat hij – of zijn opdrachtgevers – van u verlangen. Door de dieptepsychologie is duidelijk geworden, dat de mens meer naar het kind-zijn, of zelfs naar de embryonale geborgenheid zal gaan verlangen, naarmate hij onder grotere spanningen verkeert. Stel nu, dat een dieptepsycholoog raad geeft aan iemand die melk wil gaan verkopen. Een redelijke oplossing is dan, breng uw melk puur en in de vorm van gezoete dranken onder het bereik van de massa op punten, in situaties, waar men meer dan normaal onder spanning staat. Maar er zijn al concurrerende dranken, die zich hierop hebben toegelegd. De raad van de psycholoog zal zijn: Breng een aantal mensen onder verschillende spanningen en stel hun voorkeuren vast. Indien een bepaalde spanning goed is, gezien het verhoogde gebruik van uw product, is het raadzaam dergelijke spanningen op te wekken, ook al is dit slechts enkele malen per jaar. Hierdoor is het mogelijk een gewoonte te vormen, die een verhoogd melkverbruik in de toekomst verzekert. Er bestaan overigens ergere staaltjes. In ieder geval is een dergelijke toepassing van de dieptepsychologie niet verantwoord. Ik blijf bij bekende voorbeelden. Het is niet verantwoord u er toe te brengen dure zeepsoorten te kopen, wanneer zij niet beter zijn dan andere veel goedkopere soorten, alleen door u iets daarbij te beloven, wat u begeert en zij dit niet doen, of niet meer dan de goedkopere soorten, en die belofte niet na komen. Een vrouw koopt vaak bepaalde en duurdere zepen, omdat men haar daarbij of daardoor schoonheid belooft. Een man laat zich verleiden door de belofte, dat hij juist met deze duurdere zeep, dat echt mannelijke uiterlijk met die frisse huid zal krijgen. Dergelijke beloften alleen kunnen u er toe brengen 20 tot 50 cent per stuk zeep méér uit te geven.

Zo wordt dus inderdaad grotere winst gemaakt. Kan men echter aan die beloften ook maar enigszins tegemoet komen in de praktijk? Meestal niet; dan bezit het zo aanbevolen product geen enkele werkelijke verdienste boven de veel goedkopere producten. De psycholoog heeft kans gezien u geld voor niets uit de zak te kloppen en u gelukkig te maken met een illusie.

Of, om een krasser voorbeeld te noemen: Waarom betaalt men graag drie tot vier gulden voor een potje met wat lanoline, vulling poeder en een geurtje? Waarom betaalt u voor een dergelijk potje in een bijzondere verpakking graag tot ƒ 10? Niet voor het potje, de verpakking, of de lanoline, want deze dingen kunt u allen veel goedkoper krijgen. U betaalt voor de illusie, dat u hiermede meer zult bereiken dan met gelijkwaardig, maar niet aldus geadverteerd materiaal.

De dieptepsycholoog komt er steeds meer toe, in plaats van u hulp te verlenen en u duidelijk te maken hoe men u door een onbewuste impuls u tot onredelijke handelingen kan verleiden, uw onbewuste drang te gebruiken voor eigen doeleinden en u steeds meer te gewennen aan een toegeven aan onredelijke impulsen. Dit acht ik misdadig. Deze praktijk beantwoordt niet meer aan hetgeen men wetenschappelijk streven en denken kan noemen. Evenmin kan men dit menselijk en verantwoord achten. Het is eenvoudig een exploitatie van dat deel in de mens, dat zich in doorsnee niet, of bijna niet, verdedigen kan. Vandaar mijn ongenoegen over het feit, dat dieptepsychologie een steeds grotere plaats in is gaat nemen op het gebied van handel, politiek en godsdienst. Mij dunkt, dat men niet het recht heeft het onbewuste deel van de mens te manipuleren om zo zijn zogenaamd vrij leven steeds meer afhankelijk te maken van de impulsen die anderen ten eigen bate in hem trachten op te wekken. Een dieptepsycholoog die zich van zijn wetenschappelijke roeping en zijn menselijke taak bewust is, probeert een mens te ontspannen en hem tevreden te doen zijn met het redelijke. Hij probeert die mens tot rust te brengen en hem althans een zo redelijk mogelijk handelen mogelijk te maken.

Wat moeten wij dan zeggen van een dieptepsycholoog, die zijn kennis gebruikt om bewust ontevredenheid op te wekken en onrust te zaaien? In de reclame kunt u voorbeelden te over zien, waarbij de dieptepsychologie duidelijk invloed heeft gehad. Voorbeeld: Men toont in twee foto’s – of tekeningen – de oude en de nieuwe mode. Men zal die oude mode door vertekeningen, het gebruik van de grote maten, of opzettelijk verwaarloosde en zelfs versneden modellen voorstellen. De nieuwe mode ziet er correct en meer dan normaal mogelijk, elegant uit.

Zo wordt u er toe gebracht u met de oude mode belachelijk te gevoelen. Daarom doet u dat mantelpakje weg, mevrouw, dat u zojuist had gekocht. Daarom hangt u, meneer, uw nog zeer goede pak, dat nog wel een jaar mee zou kunnen, weg en koopt u een duur, maar misschien minder goed kostuum volgens de nieuwe lijn. Zo brengt men de zakenman er toe zijn oude en gedegen houten bureau weg te doen, want dat is niet modern en zakelijk genoeg meer. Men besteedt al zijn vindingrijkheid en weten aan het vinden van methoden om u ontevreden te maken, wanneer u in feite geheel geen reden hebt om ontevreden te zijn.

Wanneer u kunt kopen, is dit niet zo erg, maar de meesten kunnen dit niet, zonder zich daardoor in zorgen te steken. Op zo een manier maakt men de meerderheid ontevreden en ongelukkig, bezorgt men de mens meer zorgen, dan noodzakelijk is. Men dwingt allen meer en meer van de wereld te eisen, ofwel meer en meer te presteren. In het eerste geval brengt men u dus bewust in conflict met uw omgeving, in het tweede geval brengt men u ertoe de tijd, die feitelijk voor ontspanning en plezier bestemd is, aan arbeid te besteden, wat voor uw gezondheid en humeur nu niet direct bevorderlijk is. Men ontneemt u vrede en innerlijke rust. Dit is het tegengestelde van hetgeen wij van een dieptepsycholoog, of welke soort psycholoog dan ook menen te mogen verwachten.

  • Ik meen in de laatste zin van uw betoog gehoord te hebben, dat ook in de geest een verborgen persoonlijkheid blijft bestaan?

Ja, op het ogenblik dat wij leven en bevoertuigd zijn – ook in de sferen heeft men nog wat, wat wij een geestelijk voertuig plegen te noemen – zul je naar buiten toe in zekere mate conformist blijven en zal je je aanpassen aan het gemiddelde van de gemeenschap, waarin je je beweegt. Er is dus uiterlijk een grotere harmonie, dan er innerlijk krachtens het bewustzijn aanwezig kan zijn. Het gevolg is, dat wij innerlijk vaak van meningen en opvattingen van de voor ons kenbare massa deviëren, zonder dit uiterlijk toe te geven, of duidelijk merkbaar te maken. Zo kan ook in Lichtere sferen een tijdlang een tegenstrijdigheid tussen werkelijke persoonlijkheid en uiterlijke persoonlijkheid blijven bestaan. De afwijking is minder dan de op aarde gebruikelijke. In de lagere sferen en zelfs in Zomerland is er wel degelijk sprake van een uiterlijke en een verborgen persoonlijkheid. Dit verschil treedt voor de bewustere beschouwer wel aan het licht en is dus geheel kenbaar, maar dit wordt door de persoon zelf over het algemeen niet bewust ervaren.

Langzaam groeit in de vormsferen, waarin vormkennende voertuigen worden gebruikt, een bewustzijn van de onwerkelijkheid van de vorm. Daardoor wordt bv. een Zomerlandsfeer op een bepaald ogenblik fade, is niet meer interessant, waarop zij langzaam verbleekt en plaats maakt voor een nieuwe wereld en een nieuw bewustzijn, waarin de ware persoonlijkheid sterker, maar ook dan nog niet volledig op de voorgrond treedt. Het steeds sterker naar de kern van eigen wezen toegroeien is een bewustwordingsproces. Het bereiken van de eenheid is de uiteindelijke bereiking, het toppunt van bewustzijn en harmonie met de kosmos. Maar het is tevens een ophouden van het ik volgens de huidige opvattingen, waar het zich niet meer met delen van de Schepping als afzonderlijke grootheden bezig zal houden, maar alles zal zien als werkend deel van een volmaaktheid, waarin het ook zelf een functie vervult, waarbij het niet noodzakelijk is over eigen functie, wezen, handeling, daad en persoonlijkheid nog verder na te denken, waar alles uit de volmaaktheid zelf voortkomt.

  • De condities van een Zomerland- en een Lichtsfeer maken het gemakkelijker mogelijk de waarheid van eigen persoonlijkheid en de waarheid over anderen geheel te zien.

U vergeet hier, dat het wezen over het algemeen de verborgen persoonlijkheid ontkent. Dit is bij de doorsnee mens zo en in een Zomerlandsfeer zal dit ook voor de meeste geesten gelden. Aanmerkingen van bewustere over het verschil tussen geuite persoonlijkheid en werkelijke persoonlijkheid zullen ook daar veelal niet begrepen worden. Vergelijkenderwijze, ik wil u er op wijzen, dat vele mensen bepaalde dingen niet zien noch horen, omdat zij deze dingen nu eenmaal niet willen zien of horen.

Neem dit historische voorbeeld: Er was een gelegenheid, waarin twaalf mensen aan het drinken waren. Twee van hen lagen als bewusteloos over een tafel en schenen te slapen. Een nieuweling kwam binnen en bestelde een rondje voor iedereen. De twee, die lagen te slapen, hadden op geen enkele uitroep of opmerking gereageerd. Zij waren dronken en hadden geen geld meer om te drinken. Zij hadden geen interesse voor iets anders dan drinken. Het aanbod van gratis drank wekte hen onmiddellijk, zodat zij eerder dan de meeste anderen de toog bereikten om de aangeboden consumptie in ontvangst te nemen. Met de meeste mensen is het precies zo. Zij horen alle dingen scherp, die zij horen willen. Wat zij echter niet willen horen of zien, horen of zien zij inderdaad niet. Dezelfde eigenschap bestaat in de geest in zekere mate voort, zolang het een wereld geldt, die nog aan vormen gebonden is.

  • De weg van het leven ligt vol voetangels en klemmen. De angst voor de dood lijkt mij te wijten aan het feit dat het leven nog niet volmaakt is, waardoor men er nog niet van scheiden wil.

Voetangels en klemmen liggen er niet in het leven zelf. De mens legt dezen voor zichzelf door anders te willen schijnen, of zijn, dan hij/zij in werkelijkheid is. De angst voor de dood berust niet zo zeer op een zich bewust zijn van de onvolmaaktheid van eigen leven, als wel op de gedachte, dat de eigen wereld het eigen ik na het heengaan niet, of niet meer in voldoende mate, zal kennen, of erkennen. Sommige mensen zou je het sterven gemakkelijk kunnen maken door voor hen, tijdens hun leven, een standbeeld op te richten.

De angst voor de dood is overigens een psychologisch feit, waaraan men niet ontkomt. Zij kan alleen overwonnen worden, wanneer het eigen bewustzijn een ander – of volgend – leven zozeer aanvaardt, dat het huidige leven daarmede voor het ik één schijnt te zijn. Ofwel men moet volledig van alles, wat het stoffelijke leven betreft, afstand hebben gedaan, zodat men geen feitelijk verliezen voor het ik vreest in sterven of overgang. Dit alles blijft ook in de verborgen persoonlijkheid een belangrijke factor.

Geheimen die in mens en leven schuilen.

Ik zou graag de aandacht willen vestigen op de geheimen die nu eenmaal in mens en leven schuilen. Wanneer je jezelf afvraagt: “Wie ben ik?” Wat ben ik?” dan vind je vele antwoorden. Het vreemde is echter, dat geen van die antwoorden je werkelijk kan bevredigen.

Men zoekt ook naar het doel van het leven, doch in het vinden hiervan zal men eveneens slechts zelden slagen. Dit is te wijten aan het feit, dat het bewustzijn zelf sterk is gebonden aan het element “tijd”. Zolang wij ons baseren op iets, wat in jaren geschiedt, of ons voortdurend zorgen maken over iets, wat in de komende tijd zal geschieden – voor de mens is dit haast niet te vermijden – zullen wij de werkelijkheid van ons leven, ons wezen, of persoonlijkheid niet kunnen doorgronden. Ook is het doel moeilijk te vinden, wanneer wij alleen uitgaan van een ontwikkeling die aan tijd gebonden blijft.

De gedachte aan een volmaakte wereld en een volmaakte mens is niet aanvaardbaar, zolang je in de stof – evenals in enkele geestelijke sferen – een zeer persoonlijk bestaan voert. Het geheim van de eigen persoonlijkheid, haar wezen en doel is dan ook niet gelegen in wat zij zelf en onafhankelijk van anderen betekent, maar juist in wat zij in samenwerking met anderen kan betekenen. In de esoterie is haast iedereen geneigd tot eenzijdig denken en eenzijdig streven.

Toch is dit eenzijdig denken en streven zeer nadelig voor het bereiken van werkelijk inzicht en waar begrip.

Ik zou u gaarne enkele voorbeelden willen noemen. Wanneer ik zozeer christen ben, dat ik – zonder kennis te nemen daarvan – alle andere leringen en stellingen verwerp, zal ik niet in staat zijn te begrijpen, wat in de mensheid als geheel leeft en wat die mensheid beweegt. Ik zal dan ook niet kunnen beseffen, dat vele van de drijfveren, die in mijzelf bestaan, in feite deel uitmaken van de godsdiensten die ik terzijde heb geschoven. De openbaring van leven en levensdoel moet voor elke mens steeds weer gezocht worden in het totaal van weten, het totaal van geloven en de totale reeks van belevingsmogelijkheden.

Slechts indien wij op deze wijze – dus a.h.w. exoterisch – streven, werken, zonder ooit iets te verwerpen, maar steeds weer vóór alles onderzoekende, of iets bij ons past, zullen wij in staat zijn in ons en zelf – esoterisch – een juiste voorstelling te verwerven van de juiste samenhangen die tussen ons ik en de rest van de kosmos bestaan. Daarbij zijn wij geneigd ons steeds weer te beroemen op hetgeen wij zelf bereikt hebben en zijn wij ongetwijfeld zeer verontwaardigd, wanneer een ander onze eigen denkwijze niet volgt, of ons niet begrijpt.

Een bekend wiskundige gebruikte als scheld- en schimpwoorden hoofdzakelijk de termen van zijn eigen beroep. Hij was ook zeer verontwaardigd, toen een dame in lachen uitbarstte, toen hij haar uitschold voor een vertekend kwadraat, een mislukte hypotenusa. Dit klinkt komisch, maar de man in kwestie trachtte zijn ongenoegen uit te drukken in dezelfde termen die hij voor een bepaling van de wereld, of zijn ik placht te gebruiken. Van dezelfde mens is bekend, dat hij in een duel met woorden tegen de visvrouwen van Billingsgate vele meetkundige termen wist te veranderen in honende opmerkingen omtrent moraal, geslacht en wezen van zijn tegenstandsters.

Ook wij zullen echter steeds weer vanuit onszelf en ons eigen weten ons oordeel omtrent de wereld op eenzijdige wijze uitdrukken. Nu neem ik scheldwoord als voorbeeld. Wanneer ik dit eenzijdig gebruik en niet besef, dat ik daarmee in de eerste plaats anderen moet bereiken en dus mij voor hen verstaanbaar dien uit te drukken, terwijl ik de termen die zij gebruiken, niet volgens eigen inzicht, maar volgens de intentie en het inzicht van de gebruiker moet waarderen, kom ik tot geen resultaat. Alleen zo kan ik tot contact met, en begrip van anderen komen.

Eenzaam zijn is het ergste wat er voor de mens op de wereld bestaat, ook esoterisch gezien. De esoterie mag dan vergelijkbaar zijn met een kerk, die opstreeft ten hemel, of een levensboom, die zich bewust wordt van wortel tot kruin en zowel de basis der materie als de wolken van het Goddelijke beroert: Zij dient een basis te hebben, die hanteerbaar blijft. Voor de mens is deze basis de gemeenschap, waarin hij leeft. Ook in de kosmos zullen wij te allen tijde het persoonlijk bewustzijn moeten zien als de basis van onze bewustwording in de wereld, waarin wij bestaan.

Wij hebben niet het recht aan te nemen, dat anderen onze termen zullen gebruiken, noch het recht aan de termen en meningen van anderen eenvoudig voorbij te gaan. Indien ik hier dan al moet pleiten voor innerlijke bewustwording, zo wil ik in de eerste plaats pleiten voor een voortdurend streven naar begrip voor de medemens. Zowel de exacte kennis als het aanvoelen van je wereld en de verschijnselen daarop is belangrijk. Zowel exact als occult weten is voor een waarlijk esoterisch verder gaan een noodzaak. Je kunt nooit komen tot iets, wat werkelijk kosmisch is door een eenvoudig aanvaarden zonder meer. Hierbij is één enkel punt aan te geven, dat strijdig is met hetgeen wij op grond van het voorgaande zouden verwachten: Het geloof. Alleen door te geloven blijkt het mogelijk vele schijnbare wetten van de materie uit te schakelen. Verder blijkt het mogelijk in het ik contact te vinden met hogere krachten, of met de hoogste kracht, zonder dat wij hierbij à priori een weten nodig hebben.

Het vreemde hierbij is, dat, indien wij hierbij blijven staan, wij uit het geloof alleen praktische waarden zullen kunnen verwerven, zowel voor onszelf, als voor de wereld. Daarvoor is alleen noodzakelijk, dat het geloof tot uitdrukking komt. In het christendom vinden wij een aardig voorbeeld, wanneer wij het Pinksterfeest bezien. Hier komen mensen, krachtens hun geloof en gedreven door dit geloof en hun angsten, bijeen. Zij worden beroerd door de Heilige Geest. De geest die op hen neerdaalt, openbaart zich in hun daden. Zij worden door die geest beroerd en bewogen. Zij spreken in vreemde tongen en velen horen en verstaan elkaar, ieder in zijn eigen taal. Hier is sprake van een invloed, waardoor de mens tijdelijk een weten hanteert, wat hij oorspronkelijk niet heeft bezeten. Nergens lezen wij, dat dit weten zo en zonder meer behouden blijft.

In de esoterie kan het geloof – althans in eerste instantie – vaak vertragend optreden voor het weten, maar slechts in eerste instantie. Op het ogenblik dat het geloof ons tot een omschreven aanvaarding en zo een begin van weten voert, mogen wij niet enkel hierop blijven betrouwen. Wij moeten het weten zelf en daadwerkelijk in ons verwerven. Daarna dient het weten bewust buiten het ik te worden gebracht en omgezet te worden in daden. Uit de daden vloeit een ervaren voort, dat nieuw weten en nieuwe geloofswaarden zal baren. De directe ervaring is het meest belangrijke, wat er voor de mens bestaat, omdat hij alleen daardoor voldoende ervaringen en feitenmateriaal ter beschikking krijgt om zijn innerlijk ik nader te definiëren en zo nader tot de Oneindigheid te komen.

In alle leven bestaan er twee waarden die naast elkaar en in gelijke mate als belangrijk dienen te worden gezien. Voor elke mens is het zuiver materiële, het stoffelijke, van onvervangbaar groot belang. Even belangrijk is het voor hem het innerlijk beleven en hoe waarderen hiervan.

Men zou kunnen zeggen: God openbaart Zich enerzijds in het totaal der stoffelijke Schepping, anderzijds openbaart Hij Zich in de mens.

De wijze, waarop de beide delen van het Goddelijk geuite voor ons bewustzijn harmonisch worden, is bepalend voor de wijze, waarop wij God kunnen beleven. Het is niet voldoende beide waarden op zich te erkennen en te stellen. Wij hebben te maken met de stof en de geest.

Verwaarloos nu maar de stof, of verwaarloos de geest nu maar. Wij dienen binnen ons eigen wezen deze beide waarden met elkaar in overeenstemming te brengen. Alleen zo zullen wij een voldoende ervaring opdoen en een voldoende begrip vinden in de wereld om het eigen wezen vollediger te erkennen en op de werkelijke behoeften daarvan met ons streven intenser in te gaan. Laat ons verder stellen dat een voortdurend zelfonderzoek, een zich voortdurend afvragen: “Wie en wat ben ik?” niet impliceert, dat hiervoor een plotselinge pasklare oplossing gevonden wordt, of zelfs maar gevonden kan worden. Integendeel, het voortdurend stellen van de vraag kan ons slechts dienen tot een bepaling van de punten en feiten, die voor ons raadselen zijn, niet tot de oplossing daarvan.

Ik wil u niet langer met mijn onderwerp vervelen, maar wil toch voor ik eindig, u nog wijzen op het volgende. Op het ogenblik dat wij voor onszelf een raadsel vinden, dat wij niet op kunnen lossen – met voor ons redelijke middelen – zullen wij eerst moeten komen tot een geloof daaromtrent. Het is voldoende een punt – of gebied – gelijktijdig onder handen te nemen.

Door het geloof dat wij daarover hebben, te trachten in daden om te zetten, zullen wij dat ervaren, wat noodzakelijk is om het raadsel tot geringere proporties te herleiden, dan wel geheel op te lossen. Voor elke mens en voor elke geest is uiteindelijk het begrip van zaligheid, van Koninkrijk Gods en van bewustwording, te herleiden tot dit ene: Het erkennen van de innerlijke waarheid, het kennen van eigen wezen en daardoor het erkennen in waarheid van de kracht, die het wezen heeft voortgebracht.

image_pdf