De vesting in de Andes

1966

Het is nu ongeveer 60 à 65 jaren geleden, dat men begonnen is met het transport van allerhande waarden en personen, behorende tot de z.g. Witte Broederschap, van het Aziatische naar het Zuid-Amerikaanse continent. Dit transport heeft te maken met de juiste vestiging van een groep, die geestelijk werk doet en waarbij natuurlijke wetten ook een rol spelen.

Wij kunnen daarbij natuurlijk uitgaan van de vraag, of deze verandering op dat moment noodzakelijk was. Het antwoord daarop is eenvoudig: Aangezien een geestelijke ontwikkeling en in zekere mate ook magisch erkennen en magisch geloof de juiste sfeer vormen voor de nederzettingen van de grote Broederschap, terwijl Azië begon te ontwaken tot een meer materialistisch, economisch en politiek leven, was dit continent ‑ althans voorlopig ‑ niet meer aanvaardbaar. Daarbij kwamen de omwentelingen in China en de tevoren reeds erkende en onafwendbare aantasting van Tibet. Ook de geschillen van de andere staten hebben daarbij ongetwijfeld gewicht in de schaal gelegd.

De nederzetting in de Andes is, voor zover dit mogelijk is, een soort replica van datgene, wat men eens aan de voet van de Karakorums had. Wij vinden er de z.g. meditatieverblijven; wij vinden er hermitages; wij vinden er ook bepaalde dorpen. Maar dan is er toch een moeilijkheid; de dorpen in Azië waren bevolkt door Aziaten. Men kan nu wel ergens in de hoge Andes dorpen bouwen, maar men is niet in staat om alle aanwezigen ook onmiddellijk om te vormen tot voor iedereen kenbare bewoners van dat andere continent. Daarom is het noodzakelijk dit te doen in perioden waarin het centrum wordt opgebouwd en waarin een nieuwe inwijdingsweg eventueel wordt opengesteld. En daarvoor moest men besluiten tot een afzondering, die waarschijnlijk ongeveer 30 à 40 jaren heel strikt moet worden gehandhaafd.

In die tijd is het mogelijk de dorpen in zoverre aan de landsaard aan te passen, zozeer de gebruiken over te nemen, ja, zelfs de verschillende toch wat meer op ritueel lijkende gebruiken van deze gemeenschappen de vorm te geven die bij het land past dat een vreemdeling zo’n dorp kan betreden zonder te weten, dat hij zich in een zeer speciale gemeenschap bevindt. Vandaar dat wij boven dit onderwerp de titel hebben gezet: De vesting in de Andes.

Het is inderdaad een vesting. In de eerste plaats heeft men nog niet voldoende gelegenheid gehad om de juiste en zuivere bergplaatsen te maken voor de toch betrekkelijk grote, zeer oude en onvervangbare boekerij, die in enkele kloosters van de Broederschap aanwezig was. In de tweede plaats is men nog niet geheel geslaagd in een aanpassing van eigen gebruiken en werkwijze aan de omgeving. Er is daarom een bergterrein van ongeveer 800 ha omvattende enkele toppen en een dal (geen al te hoge toppen in vergelijking tot de andere) helemaal afgezonderd. Men heeft daartoe ‑ wat u misschien vreemd moge lijken ‑ een aantal inheemsen, van wie men zeker was dat zij zich niet in de sfeer van de nieuwe gemeenschap zouden kunnen voegen, verdreven. Men heeft verder door natuurverschijnselen en meer kunstmatig veroorzaakte ontploffingen bepaalde, toch niet zo belangrijke verbindingswegen verbroken. Op het ogenblik is de toegankelijkheid van dit gebied zodanig, dat er 3 wegen zijn waarlangs men de kern van de eigenlijke nederzetting kan bereiken. Deze kern kan echter alleen worden bereikt, indien men zeer deskundige gidsen heeft.

Een waarnemen vanuit de lucht is praktisch onmogelijk. Vliegtuigen, die op deze hoogte over de bergtoppen scheren zijn ofwel te ver weg om details te zien, dan wel zij worden door de daar heersende en vaak zeer hevige Föhn‑ en valwinden zodanig geschokt, dat zij geen tijd hebben om te kijken. Bovendien heeft men zelfs met al deze door de natuur gegeven verdedigingen nog op een andere wijze een soort camouflage aangebracht.

Nu zult u zeggen, dat dit alles wel interessant is, maar dat wij nog niet weten waarom de verhuizing nodig was.

Wel, Zuid‑Afrika is op het ogenblik een brandpunt van wat wij de negatieve krachten kunnen noemen. Gelijktijdig zien wij een brandpunt van meer positieve aard in Zuid‑Amerika ontstaan. Het evenwicht op geestelijk terrein, dat lange tijd door het noordelijke halfrond beheerst werd, heeft zich naar het zuidelijk halfrond verplaatst. Daarnaast zijn er geleidelijke, maar in de komende tijd toch toenemend snelle wijzigingen te verwachten in het aardmagnetisch veld. Dit hangt o.a. samen met andere reflexen van de hogere lagen der atmosfeer, een andere stralingsverdeling. En dat betekent dat een plaats, die wordt gekozen in een geestelijk positief actief continent, onder deze omstandigheden gepaard kan gaan met wat u misschien magie noemt of beïnvloeding of gedachtekracht in een zo gunstig mogelijke omgeving waarin de ijlheid van atmosfeer, de juiste luchtelektrische spanningen, de juiste magnetische verhoudingen aanwezig zijn. Technisch zijn er dus al heel veel redenen om deze verplaatsing tot stand te brengen.

Er is nog iets anders. Het blanke ras heeft voorlopig nog enige tijd van invloed te verwachten. De overgang naar eerst het gele ras en daarna het zwarte ras is ongetwijfeld nog ver weg. Maar in Europa en in mindere mate ook in het noorden van Amerika en Australië is de blanke mens vastgelopen in het materialisme. Dit materialisme komt voort uit een zekere mate van welvaart.

In Azië is de omwenteling naar het materialisme mede oorzaak, dat geestelijke waarden worden verworpen. Daar staat tegenover dat in Zuid-Amerika juist door de heersende nood, de heersende spanningen en ook door het karakter van de daar aanwezige mensen, die grotendeels toch het bloed der blanken in zich hebben, van een geestelijke reveil kan worden gesproken waarbij geestelijke waarden en belangen de materiële nog steeds voorgaan. Dus redenen te over.

Hoe kunnen wij ons nu zo’n geestelijke citadel voorstellen? Allereerst moet ik erop wijzen dat van een organisatie, zoals u dit begrip gebruikt, weinig sprake is. Er is natuurlijk een zekere geestelijke hiërarchie, maar deze blijft toch beperkt tot het allernoodzakelijkste. Ieder doet datgene wat hij te doen vindt, en hij doet dit omdat hij ziet dat hij daarvoor geschikt is of omdat anderen, die wijzer zijn, misschien zeggen dat de taak noodzakelijk is. Door deze basis van vrijwilligheid krijgt het geheel van de kern eigenlijk een wat vreemd uiterlijk.

Wij vinden daar niet, zoals u misschien zoudt verwachten, dat zij grote bescherming tegen het weer bieden, maar dat zij, indien gewenst, een vrij uitzicht in alle richtingen mogelijk maken, dat lucht en licht daarin vrij toegang hebben. Het zijn ruimten met een zeer eigenaardige sfeer. Zij liggen betrekkelijk hoog. Zij worden tegen een berghelling gebouwd en in sommige gevallen op een bergtop of nabij een bergtop in de rots.

Tot nu toe heeft men een viertal van deze gelegenheden geschapen.

Het is hier dat het feitelijke bestuur van de Witte Broederschap zetelt. Want degene, die een bepaald probleem erkent en wil weten wat er moet gebeuren, gaat in meditatie. Als hij heeft gemediteerd weet hij misschien dat hij anderen erbij moet betrekken en zij mediteren dan gezamenlijk. De uitkomst van dit uittreden, dit opgaan in een hogere waarde, wordt dan omgezet in richtlijnen die alleen beslissende kracht hebben voor degenen, die aan het proces hebben deelgenomen.

Daaromheen vinden wij vooral enkele hermitages. Dat zijn kluizenaarswoningen waarin een of meer mensen soms met hun leerlingen wonen. Zij zijn niet zozeer kluizenaars die de afzondering van de mensheid zoeken, maar mensen die dienen als brandpunt voor bepaalde gedachtekrachten. Zij zijn a.h.w. de zenders en ontvangers van deze grote Broederschap. Van hieruit kunnen soms, zeer scherp gericht en met grote intensiteit, golven van gedachtekracht worden overgebracht naar de minder bewuste delen van de wereld. Hier is het mogelijk om een bepaalde uitvinding die in één land, wordt gedaan, naar elders over te brengen, zodat waar ook maar enige harmonie ontstaat daar denkbeelden van gelijke aard zullen ontstaan. Wij zien hier dus a.h.w. een verdeelpost.

Als wij nu afdalen naar de dalen, naar de beschermde plaatsen, dan vinden wij daar kleine gemeenschappen, die uiteenlopen van 20 tot ongeveer 170 personen; de grootste op het ogenblik. Deze zijn ingedeeld als werkelijke dorpen. Men heeft er al voor gezorgd dat er een ‘jefe’ (dorpshoofd) is. Kortom, men heeft de gangbare structuur overgenomen.

Een dorp bestaat uit de groepen van mediterenden, de groepen van werkenden en dan nog eens als geheel de gemeenschap of de broederschap. Wetten of regels, zoals mensen die kennen, bestaan er niet. Er is alleen de kwestie van onderlinge harmonie en samenwerking waardoor gasten kunnen worden ontvangen die normaal misschien een minder stoffelijke vorm bekleden.

De contacten met de geest zijn, vooral in één van deze kleine gemeenschappen, op het ogenblik gelokaliseerd. Men zou kunnen zeggen dat grote meesters uit de geest hier regelmatig contact zoeken met de mensen en dat de mens hier ook de mogelijkheid heeft zijn problemen aan hen voor te leggen en ze met hen te bespreken. De belangrijkste rituelen van deze eigenaardige citadel, deze vesting van geestelijke waarden, is een tenminste eenmaal in de maand gehouden gemeenschappelijke maaltijd, gevolgd door iets dat het midden houdt tussen een gemeenschappelijk gebed en een gemeenschappelijke meditatie.

Hier heeft u dan een kleine schets van de vesting. Maar zij moet haar verbindingen met de buitenwereld hebben en die zijn, zoals u duidelijk zal zijn, onder de omstandigheden niet zo gemakkelijk te leggen en in stand te houden. Gelukkig beschikt men ook in Zuid‑Amerika over een aantal personen die in dat land thuishoren. Sommigen van hen zijn mestiezen, peones; mensen die als boeren (een soort cowboys eigenlijk) hebben geleefd en die in deze eenvoudige gemeenschappen ook nog vaak als zodanig optreden en werken. Enkele van hen staan bekend als vrome of heilige mannen en er zijn zelfs enkele Indianen, die als wonderdoeners bekend staan. Dezen zorgen ervoor dat al datgene, wat werkelijk noodzakelijk is uit de buitenwereld kan worden aangevoerd. Zij brengen dit naar verzamelpunten die buiten de eigenlijke vesting liggen; meestal ook weer kleine nederzettingen rond een huis dat eigenlijk meer een soort cafeetje, een kroegje is of een winkel, van waaruit men zonder dat het opvalt gemakkelijk veel kan transporteren.

Eén van de belangrijkste voelhorens van deze vesting in de Andes zit op het ogenblik in noordelijke richting. Deze houdt zich daar vooral bezig met bepaalde magische gebruiken en geloven zoals wij die o.a. vinden bij de indianen van de Amazone, de bosnegers van Nieuw‑Guinea: de voodoo die wij daar eveneens overal aantreffen. Hierin wordt gezocht naar diegenen. die ‑ niet zelfzuchtig zijnde ‑ over gaven beschikken. Hun wordt binnen het kader van hun geloof een zekere macht maar ook een extra opdracht verschaft. Op deze manier heeft men in de afgelopen paar jaren een tamelijk sterk contact‑ en mededelingennet opgebouwd, waardoor men over bijna geheel Zuid‑Amerika binnen 24 uur zelfs stoffelijke berichten kan laten overbrengen, voorwerpen snel kan verplaatsen en al wat dies meer zij. Een systeem zit er dus wel degelijk in.

Waarom zou een dergelijke vesting noodzakelijk zijn? De hedendaagse mens denkt misschien dat het gemakkelijk is om vanuit de geest al dat werk te doen. Dit is echter helaas niet helemaal waar. Ik kan hiervoor een vergelijkend beeld geven..

Als u pijl en boog neemt en u schiet, dan zijn er in het schot voor u verschillende factoren. Er is het opleggen van de pijl, het spannen van de boog, het richten van pijl, het doel en het punt waar de pijl terecht komt. Als wij nu primitieve volkeren nemen, dan is er voor hen eigenlijk geen schieten in de zin van “ik neem een pijl en een boog”; dat is automatisch. Voor hen is schieten een actie, inhoudende, de parabool die de pijl beschrijft, het punt waar hij terecht komt plus het resultaat dat dit zal hebben. Er is dus een heel andere conceptie van tijdswaarden en van ruimtelijke waarden.

Misschien kunnen wij het het best zo zeggen: Er zijn proeven genomen met kinderen. Men heeft daarbij gebruik gemaakt van filmpjes, niet stilstaande plaatjes die in een bepaald tempo werden afgedraaid. Nu bleek, dat kinderen onder de 8 à 9 jaar beweging zagen bij een supersnelle projectie waar volwassenen dat niet zagen. Omgekeerd bleek, dat bij een traag tempo de samenhang voor het kind verloren ging, terwijl de volwassene in staat was beweging te zien en dus het verhaal dat werd verteld te bevatten. Ook hier zien wij een verschil in tijdsbeleving, in tijdswaardering.

Misschien mag ik dit nu overdragen naar de mens en de geest. Als we aan een actie denken, dan is deze niet als een reeks afzonderlijke fasen te definiëren, zij is één geheel. Dit impliceert dat wij de betekenis, die de onderlinge fasen die daarin kenbaar worden voor de mens zouden kunnen hebben, niet kunnen beseffen of berekenen. Wij kunnen een totaalactie berekenen. We kunnen echter niet elk willekeurig punt daarvan afzonderlijk zien; zij zijn voor ons één geheel.

Maar als men vanuit de Witte Broederschap op aarde werkzaam is, dan is het noodzakelijk in te grijpen niet alleen volgens een groot geestelijk plan, maar ook tevens rekening houdende met de mens, dus met de invloed die de totaalactie ook geestelijk op de mens zal hebben. Dit betekent, dat we niet alleen de totale baan van de pijl (inclusief actie en doel) mogen projecteren, maar dat wij ook a.h.w. de verschillende acties, voorafgaande aan de vlucht van de pijl en de punten waarop de pijl tijdens zijn vlucht waarneembaar is plus het moment van impact en het gevolg afzonderlijk moeten zien. We moeten proberen het proces a.h.w. uitrekken en zijn zelf daartoe niet zo gemakkelijk in staat. Wij zouden een of meer van die punten eenvoudig over het hoofd zien, omdat het geheel voor ons een continuïteit is. Om nu te zorgen dat wij toch ook de menselijke standpunten en daarmee ook de menselijke reacties kunnen waarnemen is het dus noodzakelijk mensen op aarde te hebben, die enerzijds voldoende bewust zijn om deze voor u misschien primitieve eenheid van de totale actie in ons te kunnen aanvaarden en anderzijds mens genoeg zijn om deze in haar afzonderlijke fasen te zien en zelfs te kunnen corrigeren.

De vesting in de Andes is dus niet alleen maar een brandpunt voor menselijke en geestelijke actie. Zij is meer. Zij is een toetssteen waar bepaalde geestelijke impulsen en intenties worden nagegaan op hun werkelijke betekenis en waarden, niet alleen vanuit een historisch standpunt voor het geheel der mensheid maar ook voor elke mens afzonderlijk.

U zult begrijpen, dat de noodzaak een dergelijk centrum op aarde te bezitten nog lange tijd zal blijven bestaan. Het is dan ook wel zeker dat na verloop van tijd een inwijdingsweg wordt geopend in de Andes en dat deze weer wordt gesloten. In zeer beperkte mate zou men kunnen zeggen dat op het ogenblik de toegangsweg open is. Vanuit het noorden van Chili zijn er al mogelijkheden voor degenen, die geestelijk rijp zijn om in verschillende stages tot één van de dorpsgemeenschappen te worden toegelaten en daar misschien lering op te doen bij één van de z.g. heremieten.

Maar er is meer. Het is geestelijk gezien nu misschien niet direct noodzakelijk om een uitgebreide boekerij bij te houden (daaronder zijn de op metaalplaat en steenplaat gegraveerde en gebeitelde schrifttekens uit de Atlantische periode. Verder de quipos (knopenschrift), die een andere betekenis had dan alleen tellingen, een bepaald hiëroglyfisch schrift uit de Aztekenperiode en een plaats waar de oude oorspronkelijke geschriften worden bewaard zoals de eerste versie van het Uralinda boek. Maar deze boekwerken worden door de tijd vervalst. De denkwijzen en de overleveringen van de mens, worden steeds anders. En het is vaak noodzakelijk om te toetsen, materieel te toetsen wat is veranderd en waarom. Het is voor iemand vaak zeer belangrijk dat hij tot één van de oude, misschien lang vergeten boeken van wijsheid toegang krijgt. Die dingen moeten zo nu en dan opnieuw geopenbaard kunnen worden, en dat kun je niet alleen met geestelijke waarden doen. Je moet dat doen aan de hand van iets dat stoffelijk bestaat. Vandaar het preserveren van de boeken, het kopiëren van wat aan verval onderhevig zou zijn, het toepassen van zeer moderne methoden voor het bewaren en conserveren, vooral van geschriften die op papyrus, oud linnen, perkament e.d. zijn geschreven.

Het is dus niet alleen de bedoeling, van deze vesting om nu maar een geestelijk brandpunt te zijn of om een inwijdingsweg te openen. Het doel is ook een erfdeel van de mensheid te bewaren. Zolang de mens nog niet in staat is om zonder dat zo nu en dan stoffelijke bewijsgronden worden gegeven en stoffelijke bewijzen worden aangevoerd de geestelijke impulsen te verwerken, zal men voor het geval dat het nodig is bepaalde bewijsstukken moeten bewaren, conserveren, en handhaven. Daarnaast zijn er vele voorwerpen die van groot belang zijn omdat zij behoren tot oude en misschien vergeten wetenschappen. Er zijn bepaalde, op bijzondere wijze vervaardigde kristallen van loodglas, die in de oudheid voor het schouwen werden gebruikt. Er zijn als lens geslepen edelstenen en halfedelstenen. die werden gebruikt bij bepaalde soorten van magie. Er zijn voorwerpen van metaal en metaalmenging met hun recepten, die voor een deel op deze wereld verloren zijn gegaan en die een zeer bijzonder gebruik van de natuurlijke grondstof mogelijk maken Er is apparatuur om te trainen voor bepaalde magische praktijken. Er zijn zeer oude recepten voor chemie met de bestanddelen. Dit alles wordt bewaard. Niet zozeer als een museum of als een school. maar als een voorraadkamer waaruit men in geval van nood iets kan nemen om de mens te geven. Daar, waar de geestelijke wijsheid misschien niet compact en niet menselijk genoeg zou zijn, zijn deze relieken van vergane tijd van buitengewoon grote betekenis.

U ziet dat wij deze eigenaardige gemeenschap niet kunnen omschrijven op een bepaalde manier. Zij is een geestelijk brandpunt. Zij is het centrum van een soort geestelijk communicatienet dat de gehele wereld omspant. Zij is deel van een meer stoffelijk communicatie‑ en inwijdingsnet dat op het ogenblik praktisch reeds weer de gehele wereld omvat. Het is natuurlijk, dat het nu het sterkst en het meest actief is in Zuid‑Amerika. Men zou het een hoofdkwartier kunnen noemen, maar dan het hoofdkwartier van een geestelijke macht. En omdat een dergelijk hoofdkwartier een verdediging nodig heeft, zal men ook moeten zoeken naar wegen om veiligheid te scheppen. Ik geef u een paar voorbeelden van wat er mogelijk is.

Degenen, die weten hoe het rond de hoge Andes is, zullen ook weten dat daar altijd voldoende wolken te vinden zijn. Het is dus mogelijk neerslag te doen vallen op het ogenblik, dat men dit wenst. Daarvoor is er geen bijzonder grote geestelijke kracht of magische kennis nodig. Het is mogelijk deze van een grote hoogte te doen vallen, zodat er een sneeuwstorm of sneeuwjacht ontstaat. Het is mogelijk om bepaalde gebieden door het omleggen van enkele stroompjes droog te leggen, zodat zij dor en dodelijk zijn en onaantrekkelijk. Het is mogelijk de vele dieren, die in deze gebieden voorkomen (waaronder heel wat slangen en andere wezens) als een soort bescherming in de dalen rondom te stellen. Het is mogelijk het terrein onaantrekkelijk te maken. Dit is al een zeer grote verdediging.

Stel nu, dat men met een gewapende macht zou komen en dit terrein zou binnendringen. Op dat moment zouden die mensen waarschijnlijk door een vorm van massasuggestie, maar dan een zeer sterke, ofwel het geheugen verliezen, dan wel misschien ‑ indien zij kwaadaardig zijn ‑ door de uitgestraalde machten zelfs tot waanzin vervallen of worden gedood.

Maar neem aan dat zij doordringen, dan zullen zij nog niet zien wat voor hen eigenlijk niet past, want de meditatieruimten die zeer belangrijk zijn, zijn buitengewoon hoog gelegen. Er zijn geen direct kenbare wegen daarheen; die worden niet gauw gevonden. Beneden zijn alleen maar wat nederzettingen, die men kan doorzoeken omdat daar niets te vinden is. Men kan misschien in de rotsen doordringen. Maar wie denkt nu dat de geheimzinnige grot, waar men zich plotseling in bevindt, die naar roofdieren stinkt en waar achterin ergens een stroompje doorsijpelt, de deur is naar een ruim vertrek waarin de relieken van de oudheid zijn opgeslagen? Het is mogelijk deze dingen weg te werken, vooral omdat ze niet verwacht zullen worden. En als het nog een paar jaar verder is, dan zullen de mensen die daar komen zelfs aan de daar wonende stammen (want stammen zullen zij worden genoemd) niets bijzonders meer bemerken. Zij zullen zich hebben geassimileerd met het leven daar. Zij zullen ondanks hun misschien Aziatische origine zich voldoende hebben aangepast om meer te lijken op een vermenging van Indianen en de mensen uit de vlakte dan op een vreemd ras. U zult het met mij eens zijn, dat deze vesting in de Andes op vele wijzen kan worden verdedigd. Haar belangrijkste verdediging echter is de uitstraling die rond deze plaats bestaat en die in een ieder de neiging doet opkomen om iets van richting te veranderen. Het is iets, wat je niet ziet, of je de blik steeds doet afwenden als het in zicht zou komen. Het is iets, waar geen enkele weg meer heen voert, omdat je automatisch de ene weg kiest die er langs voert. Een suggestie, een sfeer misschien, maar een grote zekerheid. Dan als laatste punt van mijn inleiding, zij het een zeer beperkte, iets over de taak die men op dit ogenblik van daaruit volvoert. Als er één continent in gisting is, terwijl er voldoende geestelijke en mystieke achtergronden van hogere orde zijn, dan is het wel Zuid‑Amerika. Zuid‑Afrika heeft ook een achtergrond van onrust en geestelijke waarden, maar daar is het voor een groot gedeelte de groene magie. Het is de natuurgebondenheid en de mystiek van een vaak te dierlijke geaardheid om voor hogere doeleinden zonder meer geschikt te zijn. Daar komt bij dat de strijd zoals zij in Afrika bestaat, te sterk een broederstrijd is, en dat deze broederstrijd niet wordt veroorzaakt of zelfs maar kan worden gerechtvaardigd door de geschillen die bestaan.

In Zuid‑Amerika is dit wel het geval. Men zal dus van daaruit allereerst moeten rekenen op de nodige omwentelingen. Deze omwentelingen kunnen alleen optreden door een beroep op de massa. Een beroep op de massa kan alleen worden gedaan indien de tot nu toe in de religie gevonden sterke binding met het hogere aan andere ideeën wordt gehecht. Wij zullen dus binnen en buiten de godsdienst een bevordering van extremisme krijgen. Maar ook dit zal niet voldoende zijn.

Er moet worden gezorgd voor een aantal leidende figuren, die deze omwenteling, geen halt kunnen toeroepen. De dwaasheid van degenen, die aan het bewind komen, zal in vele gevallen bewust worden veroorzaakt en gebruikt om daarmee een omwentelingsproces tijdelijk wat af te remmen en, gelijktijdig met een voldoende intensiteit op het juiste moment te doen rijpen. Dat is zuiver politiek. Maar er gebeurt meer.

Er zijn in Zuid‑Amerika mensen gekomen met een zeer eigenaardige mentaliteit. Aan de ene kant schuilt in hen nog iets van de haast aartsvaderlijke verhouding van de rijke tegenover zijn horige, aan de andere kant staan zij open voor moderne wetenschap, moderne kunst en moderne mystiek. Er zijn er onder hen die geschikt zijn voor het doen van nieuwe uitvindingen. Het is wel zeker, dat zij deze uitvindingen niet in de eerste plaats zullen trachten te gebruiken als handelsobject zonder meer.

Er wordt dus een wetenschappelijke omwenteling voorbereid waarbij bepaalde landen een zeer grote rol zullen spelen. De grootste rol zal voorlopig worden gespeeld door Argentinië. Daarnaast moeten wij rekening houden met nieuwe impulsen uit het noorden en voorts ook uit Brazilië.

De geestelijke kracht, die er in dit opzicht emotionele volk bestaat is groot, want men staat voor een groot gedeelte nog dicht bij de natuur. Deze kracht echter gaat gepaard met een misschien nog wat bijgelovig aanvaarden van een allerhoogste kracht. Een contact met heiligen en soms ook met geesten van voorvaderen is algemeen, behalve misschien in de grote steden. Dit wil zeggen, dat er een zeer grote gedachtekracht aanwezig is die ‑ mits zij op de juiste wijze wordt gebundeld ‑ niet zal worden belemmerd door al te materialistische concepties van hetgeen er mogelijk en niet mogelijk is. Een hervormen van de wetenschap en het vestigen van de absolute invloed van een continent op de gehele wereld zijn aanwezig.

De kritieke punten van de komende tijd kunnen in deze vesting rustig worden beleefd. Het jaar 1967 kan zeer zeker met de bestaande middelen worden doorstaan. Hoogstens is het mogelijk, dat er in dit jaar nog wel enige maatregelen voor een verdere afsluiting zullen worden genomen.

De periode rond 1989 zal zonder meer van hieruit geheel kunnen worden geleid. Men heeft dus alles in de hand. Men kan bovendien dit jong enthousiasme, deze jonge vitaliteit, deze kinderlijke overgave aan de mystieke krachten in het “ik” projecteren op delen van de wereld, die nog veel hebben. te geven, zoals bv. Europa. Men kan met de krachten die hier bestaan de bijna demonische tegenpolen, die op het ogenblik in China aan de gang zijn, voor een groot gedeelte centraliseren men kan ze ook lokaliseren. Het is mogelijk ze te beperken, te weten waar ze zijn. De ligging maakt het mogelijk praktisch het gehele noordelijke halfrond door geestelijke krachten te beheersen. Men zal dit ongetwijfeld doen waar dit noodzakelijk is. Want wij moeten wel begrijpen: de vesting in de Andes is geen fort dat wordt gebouwd om de Witte Broederschap tegen de wereld te beschermen, maar wel om de grote geestelijke krachten en mogelijkheden van de aarde te concentreren en te beschermen, opdat de mensheid veilig moge zijn voor zichzelf in de komende dagen.

In het Oosten zijn er als tegenwicht grote geestelijke activiteiten aan de gang. Er is een wereldleraar geweest. Er is een wereldmeester. Deze krachten staan echter in direct contact met het centrum in de Andes. Er is dus geen sprake van een afzonderlijke actie, maar wel van een richting geven aan een bepaalde ontwikkeling, in casu de grote omwenteling in Azië en Afrika waardoor de mensheid een leer zal hebben, die haar een verder geestelijk evolueren mogelijk maakt.

Als ik het kort mag samenvatten. De vesting in de Andes is niet als een vette spin in een web dat de wereld omvat, zoekend wat zij kan vangen. Zij is eerder een rijke mijn waarin voor anderen onbereikbare kostbaarheden worden gedolven en eventueel opgeslagen en met een vervoersysteem waardoor deze kostbaarheden over de gehele wereld ‑ waar nodig – kunnen worden afgeleverd.

Ik hoop u met deze inleidende schets een beeld te hebben gegeven van wat wij kunnen verstaan onder deze vesting in de Andes. Vraag mij niet haar voor u nader te lokaliseren. Ik kan daarop toch niet ingaan. Dat zij bestaat weet u. Sommigen van u, die in de laatste jaren de natuurverschijnselen hebben gevolgd, weten ook wel waar die eigenaardige vesting, ongeveer gelegen moet zijn. Maar indien u geestelijk contact zoekt met de krachten, die zich in de vesting bevinden, dan is de kans groot dat u antwoord krijgt en dat u de juiste directieven ontvangt. Want het doel van de Witte Broederschap is niet de wereld te leiden, maar de mensheid tot haar vervulling te brengen, en wel langs de wegen die de mensheid zelf ambieert, maar ook langs de wegen die zij geestelijk kan gaan en kan verwerken.

*******************

*  Bestaat de vijand van de vesting in de Andes, waartegen deze zich moet beschermen, uit demonische machten?

De vijand, waartegen men zich beschermt, is eerder de onwetendheid dan het demonische. De demon kan alleen daar aanvallen, waar hij een zekere harmonie vindt en als zodanig is de demon voor de Witte Broederschap ongevaarlijk. Maar de nieuwsgierigheid en de onwetendheid. van de mens betekenen heel vaak dat men zich daartegen alleen kan verzetten, indien men die mens te gronde richt. Dit nu is eigenlijk tegen de beginselen van de Witte Broederschap. Men zal dit dus alleen dán doen, indien er werkelijk geen andere uitweg meer overblijft; daarbij bovendien dan nog zorgdragend dat men de daaruit voortkomende geestelijke moeilijkheden en verwarringen voor die mensen zo goed mogelijk opvangt. Ik hoop u dus duidelijk te hebben gemaakt, dat de tegenstander geen demonische kracht is. Ik heb echter niet ontkend, dat er op aarde demonische krachten werkzaam kunnen zijn.

*  Vindt u de gewone nieuwsgierigheid van de mens dan gevaarlijk?

Zij kan buitengewoon gevaarlijk zijn. Mag ik u een heel aardig, recent voorbeeld geven? Een aardig jongetje van 10 jaar was heel erg nieuwsgierig toen hij een kastje met een kruk zag staan. Hij ging eens kijken wat je ermee kon doen en draaide de kruk om …. er explodeerde een bergwand. Die nieuwsgierigheid was oorzaak dat door de explosie in een steengroeve 7 Turken werden gedood en 16 gewond. U heeft het in de dagbladen kunnen lezen. Zegt u dan nog dat nieuwsgierigheid niet gevaarlijk kan zijn? Ik geloof, dat ik daarmede mijn standpunt voldoende heb verduidelijkt.

*  Heeft de materialisering in het oosten ook tot gevolg dat Tibet zijn geestelijke invloed verliest voor wat betreft de opleiding van ingewijden of tot de inwijdingen. Zullen die kloosters met hun geheime geschriften altijd blijven bestaan?

Ik kan u allereerst antwoorden, dat de weg tot inwijding via het oosten (die overigens niet via Tibet liep) is gesloten in 1896. Dat wil dus zeggen, dat er vanaf dat ogenblik geen toegankelijke weg ter inwijding meer was. Verder moet men er rekening mee houden, dat de kloosters in Tibet voor een zeer groot gedeelte ontmanteld zijn en hun betekenis hebben verloren. Hetzelfde kan gelden voor vele van de heiligdommen en meditatieplaatsen in India. Waaruit de conclusie duidelijk is. De geestelijke invloed van Tibet is op het ogenblik praktisch alleen nog een overlevering. De geheimen van de kloosters bestaan ten dele nog voort, maar zij sterven uit met de monniken die daar leven.

De grote kunstschatten van die kloosters zijn voor een groot gedeelte op geheimzinnige wijze verdwenen. Daarover heeft zelfs het Chinese persbureau ongeveer anderhalf jaar geleden nog een publicatie het licht doen zien. Deze schatten zijn niet, zoals men meende, bij kunsthandelaren (o.a. in Singapore) opgedoken. Zij zijn eenvoudig verdwenen. Dat is begrijpelijk. Deze kunstschatten zijn, voor zover zij behalve om hun schoonheid werkelijk betekenis hadden, overgebracht naar de vesting in de Andes.

Er zijn op het ogenblik in Tibet nog enkele kloosters over die vooral door hun predicties nog een grote rol kunnen spelen, zoals het klooster van de Drie Blinden, het klooster van de Zeven Wijzen. Maar men moet begrijpen, dat deze kloosters, die eens een bezetting hadden van misschien 1500 à 2000 monniken, thans lege gebouwen zijn, waar in een klein gedeelte ervan misschien nog enkele monniken leven, terwijl het grootste deel der gebouwen op het ogenblik voor andere doeleinden in beslag is genomen.

Tibet is ten einde. Degenen, die de predicties daaromtrent kennen, weten dat dat in het verleden zelfs in de sterren geschreven heeft gestaan.

*  Is de boekerij, waarover u het heeft gehad, ook werkelijk stoffelijk aanwezig in de nieuwe verblijven in de Andes?

Zij is volkomen stoffelijk aanwezig in de nieuwe verblijven in de Andes, zoals zij o.m. in de Angkor-tempel in de Karakorums lange tijd aanwezig is geweest. Het gaat hier dus over feitelijke stoffelijke boeken en andere relieken, die voor een deel kopieën zijn van de oorspronkelijke, daar deze in de loop der tijden zijn vervallen. Daarbij zijn zij vaak zeer oude geschriften, die ‑ omdat zij waren gegraveerd en dus gemakkelijker konden worden bewaard – terugreiken tot zelfs voor de geschiedenis van de bekende beschavingen. Deze boeken zijn volkomen stoffelijk aanwezig. Zij zijn ook stoffelijk vervoerd.

*  Kan men zich in meditatie proberen te richten tot de Broederschap, of is dit een hoogmoedige gedachte en kiest de Broederschap zelf diegenen in de wereld uit die zij daartoe rijp achten?

Een ieder kan zich in meditatie tot de Broederschap richten. Een specifiek en voor de ontvanger kenbaar antwoord zal alleen dan worden gegeven, eigenlijk zelfs kúnnen worden gegeven, indien de persoon in kwestie geestelijk rijp genoeg is om in dit werk van de Broederschap ook een aandeel te hebben. Een ieder, die mediteert en zich in die meditatie richt tot de Broederschap, zal echter iets van de sfeer, van de geestelijke kracht en van de actie van deze Broederschap aanvoelen en misschien zelfs ontvangen. Het is dus niet nutteloos dit te doen. Indien het echter gaat om inwijdingen, om een bewust en volledig deel uitmaken van deze Broederschap, met alle voorrechten daaraan verbonden, zo zal het u duidelijk zijn dat hier de Broederschap zelf kiest. Het systeem kan misschien het gemakkelijkst zo worden omschreven: Een ieder, die op aarde een bepaalde taak voor de Broederschap vervult, heeft het recht leerlingen aan te nemen. Het aantal leerlingen is niet beperkt, maar zal over het algemeen gering zijn, omdat men als leraar de verantwoordelijkheid voor hun acties en experimenten draagt.

Uit deze leerlingen worden er dan één of ten hoogste twee van de bekwaamsten gekozen voor een verdere inwijding en overgedragen aan het centrum zelf. Zij worden dus stoffelijk verplaatst meestal naar een oord in de omgeving. Op het ogenblik brengt men hen nog wel eens in de richting van Bogota. Daar krijgen zij de mogelijkheid om, terwijl ze met handenarbeid hun brood verdienen, bepaalde dingen te leren. Blijkt het dat zij nog steeds bereid zijn om verder te gaan en dat hun capaciteiten niet werden overschat, dan worden ze gebracht naar een van de dorpen. Zij leven daar enkele jaren in de gemeenschap en komen dan, nadat zij als toeschouwer en tevens als deelnemer bepaalde plechtigheden hebben meegemaakt, op den duur weer als volledig ingewijde a.h.w. van de lagere orde in de wereld waar zij dan een bijzondere geestelijke taak te vervullen krijgen. Dit is het systeem

*  Zou ik u nog mogen vragen: Zijn het altijd mannen?

Wanneer wij in het Nederlands en over het algemeen in het Europees taalgebruik het mannelijk geslacht gebruiken, dan zal ‑ tenzij dit vooral nader wordt bepaald ‑ dit gelden voor beide seksen. Het mannelijke omsluit dus het vrouwelijke, ook in mijn uiteenzetting.

*  U gaf als voorbeeld het boogschieten dat als een totale actie in een geheel werd volvoerd. De Japanners beoefenen een soort ritueel boogschieten, dat in een innerlijke concentratie wordt beleefd, zodat zelfs met gesloten ogen de pijl a.h.w. automatisch het doel bereikt. Is dit een vorm van geestelijke integratie dat de mens tot een beter werktuig voor geestelijke krachten maakt?

Ik zou dit niet gaarne willen bevestigen of ontkennen. Niet bevestigen, omdat het zeker een grotere geestelijke integratie niet noodzakelijk als gevolg heeft; niet ontkennen, omdat het ook als methode wel bruikbaar is. Datgene waarover het gaat, ligt echter op een ander terrein. Indien het u interesseert kan ik u er iets over vertellen. Als wij als mens westers denken, dan denken wij punt na punt. Indien u mij nog een ander voorbeeld toestaat: Men kijkt door een sterrenkijker. Men ziet het firmament, men ziet een planeet. De volgende nacht ziet men deze planeet weer, zij staat dan een eindje verder, enz. De westerling ziet dan de punten waar de planeet is waargenomen. Een oosterling ‑ en wat dat betreft ook de vroegere, volgens u misschien primitievere waarnemer in oud-Syrië en India ‑ zag niet de punten waarop hij de planeet waarnam, maar hij zag de boog die de planeet aflegde. Voor hem waren dit banen. Wij kunnen dit o.m. nog zien in de lotus, die als symbool voor de z.g. chakra wordt genomen. Wij zien hier een aantal bladen. Als wij het aantal bladen ontleden dan blijkt dat ‑ uitgezonderd de duizend-bladige Lotus ‑ wij altijd weer te maken hebben met een planeet, die een bepaald aantal omloopfasen heeft. We kunnen dat zelfs zien in de klankassociaties die daarbij behoren. U moet heel goed begrijpen, dat er dus een verschil ligt in waarneming en dit verschil is ook een kwestie van tijdsconcept. De oude waarnemer rekende niet in uren of in dagen. Hij rekende in waarnemingen; elke waarneming op zich was een moment. Wanneer de waarneming werd onderbroken doordat een ander belevingsmoment er tussen kwam, betekende dit niet dat de volgende waarneming van hetzelfde als een nieuwe waarneming een nieuw punt werd gezien, maar dat beide werden gezien als een voortdurende waarneming, waarbij het bewustzijn de tussenliggende fasen invulde.

Als wij dit nu beseffen, dan kunt u zich misschien ook voorstellen, dat een actie als dit rituele schieten eigenlijk een voortzetten is van het bewustzijn. Als ik het geheel van het schieten in mijn bewustzijn heb, dan moet het geconcipieerde automatisch juist worden, omdat de realisatie (de concentratie) voor het ego van iemand, die zo denkt en waarneemt, samenvalt met de actie, ook al zou die voor een buitenstaander dus eerst daarna komen. En dat is een heel verschil in waarneming.

Als wij dit nu willen projecteren als een verinnerlijking en een bereiking, dan moeten wij toch wel in de eerste plaats stellen, dat dit niet afhankelijk kan zijn van de methode waarmee men iets doet, maar dat het doel, waarmee men iets doet en het daaruit voortvloeiende besef belangrijk is. En nogmaals, dat is zeker niet besloten in dit bepaalde ritueel.

*  Is de echte Dalaï Lama uit Tibet ook mee verhuisd naar de Andesvesting, zodat de Dalaï Lama, die heeft moeten vluchten voor de Chinezen en die zich de geestelijke Dalaï Lama noemt, in Tibet slechts camouflage is?

Er is op de troon van Lhasa geen ware Dalaï Lama meer. De Dalaï Lama is een waardigheid, die alleen binnen het lamaïstische staatsconcept met al zijn geestelijke achtergronden hanteerbaar is. Wij kunnen dus niet zeggen; De echte Dalaï Lama is ergens anders. Het zou hetzelfde zijn te zeggen: Wanneer Nederland deel wordt van een statenbond en geen eigen Buitenlandse Zaken meer heeft, is nu minister Luns meegegaan of zit hij in het hoofdkwartier van de UNO of zo. Indien hij dat doet zal hij dat niet in dezelfde functie doen. Er is geen vergelijking mogelijk. U moet dus goed begrijpen, dat in de eerste plaats de positie van de huidige Dalaï Lama onmiddellijk is aangevochten. Dan moet u begrijpen, dat al noemt hij zich de geestelijke Dalaï Lama (waarmee hij bedoelt, dat zijn stoffelijk rijk ten einde is) hij dit alleen kan doen binnen een bepaalde vorm van geloof. Hij is dus a.h.w. de Paus van een aantal lamaïstische boeddhisten. Dit heeft niets te maken met zijn geestelijke status of zijn verbondenheid met de Witte Broederschap. Als hij een hoge geest is, die op aarde herboren is, dan is een dergelijke verbinding denkbaar, maar dan behoeft hij zich (omdat hij als geest die binding, moet hebben gehad) niet te verplaatsen naar de Andes. Dan kan hij deel zijn van de Witte Broederschap, waar ter wereld hij ook is. Zou hij Dalaï Lama gewéést zijn, dan zou hij dat dus moeten blijven. Aan te nemen dat er een echte Dalaï Lama is, die is weggevoerd of gevlucht naar de Andes, is dus onzin; niet omdat die personen dit niet kunnen doen, maar omdat de waardigheid “Dalaï Lama” direct gebonden is aan een gezagsuitoefening op geestelijk terrein vanuit de Potala te Lhasa. Waar dit niet plaatsvindt en geen terugkeer mogelijk is, is er geen Dalaï Lama meer.

*  Is er samenhang, tussen de vesting in de Andes en het oprichten van de grote Christusfiguur op de grens van Chili, Ecuador en Peru om de mensen er aan te herinneren de vrede te bewaren?

Ik heb nog nooit gezien dat vrede kon worden bewaard door bolwerken, ook niet door beelden. Ik geloof niet, dat de Witte Broederschap ooit naar dergelijke symbolen zal grijpen. Want als je een beeld bouwt om te herinneren aan de vrede zal er een ogenblik komen, dat de een meent er meer recht op te bezitten of er meer verantwoordelijkheden voor te hebben dan de ander. Dan strijdt men over vredessymbolen. Toen de mens kerken begon te bouwen, begon hij met de godsdienstoorlogen. De Witte Broederschap bouwt geen kerken, zij bouwt ook geen symbolen.

*  Als men zich sterk verbonden voelt met een bepaald volk, dat zich in een crisisperiode bevindt, kan men dan door deze krachtcentrale in de Andes worden benut om ‑ waar mogelijk ‑ een gunstige invloed uit te oefenen in dat volk?

Theoretisch is dat niet onmogelijk. Maar denkt u niet, dat ook zonder dat u zich probeert in te schakelen met dit bepaalde doel de Witte Broederschap die kracht zal uitoefenen waar het nodig is? Op het ogenblik, dat u zich conditioneel ter beschikking stelt van de Witte Broederschap, maakt u een bewust werken met de Witte Broederschap over het algemeen voor u reeds onmogelijk. Het is namelijk niet zo, dat de Witte Broederschap kijkt of u toevallig de juiste bedoelingen hebt en u dan gebruikt als u zich aanbiedt. Dat doet zij ook zonder dat u eventueel samenwerkt. En dan moet u niet bepalen wat voor een bepaald volk goed is. U kunt dat trouwens niet op lange termijn overzien, zoals de Witte Broederschap dit doet. U kunt hoogstens erkennen, dat u met deze kracht wilt samenwerken, dat u er mee harmonisch wilt zijn. En dan kan het heel goed zijn dat de kracht die er op deze wijze van u uitgaat tegen dat volk waar u zo veel voor voelt, wordt gericht in plaats van mede te werken aan de ontwikkelingen, die u daar gunstig acht. Theoretisch bestaat de mogelijkheid dus wel, in de praktijk zal er maar heel weinig van terecht komen.

*  Conditioneel wil dus zeggen, dat je het beperkt.

Als u, mijn geachte vriendin, hier naar buiten gaat en u zegt: “Ik wil wel een aalmoes geven, maar alleen als je er brood voor koopt”, dan is dat misschien heel goed bedoeld, maar u grijpt in de vrijheid van de bedelaar. Als hij een verstandig man is, dan vraagt hij u nooit om een gave, want u maakt de aalmoes tot een vernedering en tevens tot een beroving van vrijheid. Als u een conditie stelt op uw medewerking aan de Witte Broederschap, dan kan deze die conditie niet accepteren, want daardoor zou zij zich binden. Zij heeft zich gebonden aan de grote krachten, waarmee zij harmonisch is en kan dus een geringere binding niet aanvaarden. Vandaar dat uw conditioneel streven in strijd is met het karakter van de Broederschap, waarbij u een volkomen vrijwilligheid wordt gelaten, maar waarbij de opdracht of kracht die u wordt gegeven eveneens uit een vrijwilligheid en nimmer uit een gezags‑ of contractsituatie kan voortkomen.

*  Bevinden er zich ook vrouwen in de Witte Broederschap? Bevinden er zich ook vrouwen in de gemeenschap? Bestaat er een gezinsleven?

Ik geloof dat ik op alle drie vragen bevestigend kan antwoorden.

  1. Aangezien de vrouw slechts een verschijningsvorm is van de geest in de materie en in de Witte Broederschap de geest en de geestelijke waarden en niet de uiterlijkheden bepalend zullen zijn, zullen vrouwen zowel als mannen en zelfs kinderen bewust lid kunnen zijn van de Witte Broederschap en zelfs in haar Grote Raad onmiddellijk actief kunnen zijn. Als de Hoogste Raad bijeenkomt is dit dus a.h.w. een gemengde bijeenkomst.
  2. Vrouwen zijn ook in de vesting aanwezig. Er zijn er onder hen die in een hermitage leven en die in de dorpen wonen.
  3. Meent u dat de Witte Broederschap, die tracht het ware mens-zijn op aarde mogelijk te maken, iets zo belangrijks als de samenleving tussen man en vrouw, gezinsvorming e.d. uit haar vesting zou durven bannen? Dan zou zij een deel van het mens-zijn verwerpen. Zij kan dit niet, omdat zij streeft niet naar een verandering van de waarden van het mens‑zijn, maar naar het volmaakt doen worden van de geestelijke achtergrond waaruit die waarden voortkomen en zo de waarden zelf te maken tot een directe weerspiegeling van de Goddelijke Werkelijkheid waaruit ze zijn geboren. Er is dus geen reden voor feminisme.

*  In Shangri La geeft de schrijver een beeld van een bijna ontoegankelijk gebied, waarin de meest waardevolle cultuurschatten worden bewaard. Was dit een visionaire waarneming? Of was het een poging de mensheid gemakkelijker aan het bestaan van een dergelijk centrum te doen geloven?

Deze roman valt in dezelfde periode van een groot aantal dergelijke romans. Mag ik u herinneren aan “She” van Rider Haggard en vele andere door hem geschreven werken? Mag ik u wijzen op de romantiek in bv. bepaalde werken van Conan Doyle, waarin dus ook de verborgen landen en hun eigenaardige gebeurtenissen een rol spelen? Zelfs de ook nu – naar ik meen – nog zeer verheerlijkte Edgar Rice Borroughs is een man, die zeer veel werkt met verloren beschavingen en cultuurschatten die worden bewaard.

Ik geloof, dat dit feit op zichzelf u al wat achterdochtig zou moeten maken. Zonder de schoonheid van geroemde roman te ontkennen is het een receptroman. Het is dus een bestaand “plot”, die door velen vele malen wordt gebruikt. Indien u dit beseft zult u ook wel willen aannemen dat hier geen sprake kan zijn van een bewuste poging de mens te conditioneren en hem te doen aanvaarden dat iets dergelijks bestaat. Maar het altijd bestaan van het verborgene zal ongetwijfeld aan de romantische voorstelling van de mensheid bepaalde impulsen geven, want velen voelen aan dat er ergens verborgen waarden moeten zijn. Ik geloof, dat wij dit ‑ uitgezonderd misschien in de bekende 4‑letterwoorden literatuur, die thans zeer modern en goed heet ‑ dan toch wel heel vaak aantreffen zowel bij de oude en klassieke schrijvers als bij de meer moderne.

Ik zou zeggen, dat de mens onbewust iets weergeeft waarvan hij de mogelijkheid aanvoelt en wat hij misschien zelfs begeert dat het waar zou zijn, doch niet om te conditioneren, niet met een bepaald doel, maar eerder als een weergave van zijn innerlijk erkennen dat er verborgen waarden in deze wereld moeten zijn.

*  Hoe kan men contact zoeken met de geestelijke krachten in de vesting? Door gebed of door meditatie?

Sta mij een onbenullige, domme opmerking toe. Ik ben nog nooit in staat geweest een precies onderscheid te geven tussen gebed en meditatie.

Een waar gebed is een Godserkenning en dus een meditatieve vorm, die wordt gebruikt om ergens de eenheid met de nabijheid van God te ervaren. Als zodanig geloof ik, dat er geen keuze tussen gebed en meditatie is, maar dat bepalend is, de instelling waarmee, men zich richt op deze krachten. Op de achtergrond van deze vraag ligt natuurlijk: Hoe kunnen wij dit bereiken? Mijn antwoord is dit: Indien u in het leven de voor u misschien belangrijke, maar in wezen toch zeer voorbijgaande problemen terzijde weet te zetten, als u met de absolute wil om het goede waar te maken (niet uw goede, maar datgene, wat bewustwording is en eenheid met God betekent voor de mensheid) mediteert of bidt en u alleen maar richt op God, op een sfeer of op het centrum in de Andes, dan bent u harmonisch. En als er van dit centrum, deze vesting in de Andes een kracht uitgaat, zal zij ook u beroeren. Er kan zelfs een wederkerig contact uit voortkomen, dat voor de doorsnee‑mens echter de vorm aanneemt van een vage droom, want menigeen is niet in staat de realiteit van dergelijke dingen voor zich concreet te beseffen. U allen kunt dit contact opnemen. Soms doet u dit misschien zonder het te beseffen. Maar dat zijn de onbewusten. Waarschijnlijker echter dan het opnemen van contact met de vesting zelf is het in harmonie komen met en zo contact verkrijgen met de ingewijden, die over de gehele wereld in alle landen en continenten aanwezig zijn. Er is dan een beperkter en voor u vaak begrijpelijker contact, dat resulteert in vreemde, spontane denkbeelden en vaak ook in een juistere analyse van eigen waarden in de wereld en t.a.v. de plaats in de wereld.

*  De leeftijd van de mensen die in de Andes wonen zal toch wel veel hoger liggen dan van de normale mensen als zij in 1896 al met dit proces zijn begonnen?

Pardon, ik heb gezegd, dat de stoffelijke inwijdingsweg in de Karakorum (het begon nl. aan de voet van de Karakorum) gesloten is sedert het jaar 1896, zodat de samenhang, welke in uw vraag naar voren komt, in mijn betoog zeker niet ter sprake is gekomen. Indien het u interesseert kan ik u wel zeggen, dat er in de vesting mensen zijn, wier leeftijd zo hoog is, dat zij nog van vader hebben gehoord, dat Columbus is teruggekomen, en dat er onder hen zijn zo jong, dat u zich zoudt afvragen, wat dergelijke langharige broekjes eigenlijk te doen hebben bij het grote geestelijke werk. De leeftijd in jaren telt niet bij de Broederschap. Het is de geestelijke rijpheid en het leven zelf. Het is een hoeveelheid levenskracht, niet een aantal jaren. Wie met de levenskracht op de juiste wijze weet te werken zou oneindig kunnen leven, maar er zijn er weinigen die dit wensen. Zij, die in de Broederschap onder de zeer ouden behoren, zullen – naar ik meen – dan ook verlangend uitzien naar het ogenblik, dat zij hun ketenen kunnen afwerpen en volledig de grotere vrijheid van de geestelijke activiteit genieten.

Slotwoord:

Er is in de totaliteit die wij de Witte Broederschap noemen meer dan alleen een vesting in de Andes of een inwijdingspad in de bergen. Er is een wijsheid, die de mens misschien niet begrijpt. Als gij een beeld van de Boeddha beziet, dan weet u dat hij een helm draagt en ge denkt aan de slakken, die op zijn schedel zouden zijn gekropen toen hij in meditatie was gezeten. Maar weinigen onder u hebben ze geteld en toch, als gij het volledig beeld ziet, zijn er duizend van die slakken. Het is de ontplooide duizend-bladige Lotus, waarin het geheel van de mens open ligt voor het geheel van het Al. En als ik een symbool mag gebruiken voor de Witte Broederschap, zou ik willen zeggen: Ook zij is een duizend-bladige Lotus. Zij omvat de vele kleinere geestelijke activiteiten van elk chakra dat denkbaar is. En al die chakra’s met hun eigen activiteiten worden samengevat in dit ene concept van kosmische waarheid. Een ritme van geestelijk werk, van klank, van kleur en van kosmisch licht en werken is tezamen opengebloeid tot één eenheid. Zo de mensen zeggen, dat ééns in het jaar de Broederschap bijeen komt in een bepaalde nacht bij een bepaalde stand van de maan om daar de hoogste krachten zich te zien ontladen, dan is dit geen leugen, het bestaat werkelijk. Maar het is niet een gebeuren van één dag en één nacht. Het is de continu ontlading van het Hogere Licht. Het is de eenheid van een bewustzijn, dat vele sferen en daarbij ook de mensenwereld omspant, dat hier tot uiting wordt gebracht en dat alle dagen, alle uren steeds dezelfde is. De uiterlijkheid is symbool.

De vesting in de Andes is één klein deeltje, een accent in één blad van een duizend-bladige Lotus, zoals een dienaar, een mens, een geest niet meer is dan één accent in de enorme kleurigheid van de geheel ontloken bloem van menselijk bewustzijn. Alle dingen, die deel daarvan kunnen zijn tot reliëf brengen waar en hoe dan ook, is de taak van de Broederschap.

Voor de mens die op aarde leeft is het goed te weten, dat er ergens in die steile, hoge en vaak sinistere bergen een dal ligt waar mensen wonen, die deze openbaring kennen en beleven, dat er ergens tussen de hoge toppen een bergje is waarop de meditatietempel staat (8 hoeken met de 16 vlakken in zich dragend de dubbele 3 van Mercurius) van waaruit de gedachten opflitsen in de oneindigheid en de oneindigheid terugbrengen tot uw wereld. Dit te weten kan kracht zijn en troost.

De nieuwsgierigheid die misschien de meesten uwer heeft aangetrokken tot dit onderwerp is begrijpelijk. Zij kan niet worden bevredigd omdat zij soms gevaarlijk zou kunnen zijn. Maar weten dat de kracht er is, weten dat deze achtergrond er is, weten dat gij – al kunt u geen bewust deel zijn misschien van dit geheel zoals gij zoudt wensen ‑ in eenheid met dit volledige toch reeds kunt bestaan, dat lijkt mij de troost die een mens heeft in een verwarde wereld. Daarom heb ik mij verstout daarop de nadruk te leggen.

Uit de veelheid van klanken wordt het kosmisch Woord voortgebracht. Uit de veelheid der verschillende planeten wordt de naam van de zon geschreven. Dit de veelheid van mensen van goede wil is de Lotus opgebouwd, die in haar volle ontplooiing zelfs God in zich draagt, God is in zekere zin en toch kan wortelen in deze wereld.

Dit is de grootsheid waarvan ik u sprak. Dit is de taak, die wordt vervuld door de Broederschap. Dit is de zegen, die u behoedt; niet slechts als mens, maar ook als een naar bewustzijn zoekende geest. Het is déze kracht, die zonder uw willen of weten aan uw dwaasheden soms zin geeft en u tot bewustzijn brengt vaak van het belangrijke daar, waar ge blind of doof zijt geweest.

De mensheid zal niet ondergaan. Zij zal zich verheffen. Want waar eenmaal de top van het ras ontluikt, waar eenmaal de band met de oneindigheid is gevonden, waar de rusteloosheid van de mens in de oneindige rust haar functie krijgt, daar, mijne vrienden, ligt de vesting van God. De vesting, die groter en sterker is dan één, die ooit op deze wereld word gebouwd, geestelijk of anderszins.

Gij weet nu, dat er een vesting is in de Andes. Gij weet iets, niet veel, over het hoe en waarom. Denk na over het hoe en waarom van uw leven en gij zult begrijpen hoezeer het eeuwige ritme spreekt in u en hoezeer zelfs de Witte Broederschap slechts een segment is van de cirkel der oneindigheid die alle leven omvat.