De vier elementen

image_pdf

maart 1974

Aan het begin van de bijeenkomst graag de oude regel, die u waarschijnlijk wel kent: wij zijn niet alwetend of onfeilbaar. Denkt u in ‘s hemels naam ook zelf na, anders heeft u er toch niets aan. Ja, en dan het onderwerp: De vier elementalen

Dat is een onderwerp, dat kun je op 1001 manieren aanpakken; dat zult u wel weten. En ik geloof, dat je moet beginnen bij het punt waarop ze belangrijk worden.

Kijk eens, de vier elementen beginnen een rol te spelen een klein beetje in de Egyptische magie. Het is vooral in de Isis-cultus, dat daar een en ander mee wordt gedaan en ook de discipelen en vereerders van Maät doen het. Ze stellen het zich voor, dat er vier krachten zijn, zeg maar, de hoeken van de aarde en tussen deze krachten is de hele wereld verdeeld eigenlijk. Het zijn niet alleen de winden, maar het zijn werkelijk verschillende vormen van levenskracht.

Van daaruit kom je dan als het ware vanzelf terecht in de tijd van de Griekse filosofen, die dus ook weer die elementen zien en die proberen alle verschijnselen uit te drukken in het bekende reeksje: aarde, water, vuur, lucht. Dan zeggen ze: ja, dat is nog niet alles, er hoort nog een vijfde bij, dat is de ether, de essentie van leven, van bestaan.

Goed, we gaan wat verder. Er zijn geneesheren, die geloven ook in die elementen. En die zeggen: een bepaald ziekteverschijnsel wordt veroorzaakt door een onevenwichtigheid in de mens. En wanneer hij koorts heeft, dan heeft hij teveel vuur en dat vuur moeten we eruit halen. En als we dat niet kunnen, dan moeten we het bestrijden met water. En zo hebben ze een heel systeem. Galenus heeft er ook nog het een en ander over geschreven.

En langzaam maar zeker eigenlijk wordt de mens bewuster en hij gaat begrijpen dat die elementen, die hij zich heeft voorgesteld, alleen maar benoemingen zijn van een aantal hoofdverschijnselen op aarde.

Dat zal ook wel goed zijn, maar we zouden gemakkelijk door het onderwerp heen zijn geraakt, wanneer daar niet iets anders bij zit. En dan moet ik toch een kleine sprong terug maken.

Er is namelijk een geschiedenis, in de tijd van Jezus en bij zijn volgelingen daarna, waarbij we spreken over ‘boven, beneden en voor en achter of links en rechts’ naar gelang je wilt. En dan zegt u: ja, dat is het kruis. Neen, dat is niet het kruis. Dat is een kwestie van dimensies. En nu blijkt, dat deze mystieke factor eigenlijk de meest belangrijke is, wanneer je wilt spreken over de elementen.

Ik hoop, dat u dat goed vindt. Wilt u, dat we een andere kant uitgaan, dan kunt dat nu nog even zeggen.

  • Liever de mystieke factor.

Nu, dat vind ik ook, anders zou ik het niet voorgesteld hebben.

Goed, laten we dan maar eens beginnen. Kijk eens, wanneer ik spreek over  dimensies, dan spreek ik in feite over afmetingen. Neen, afmetingen is ook nog niet goed, je zou moeten zeggen: richtingen in de ruimte. En wel richtingen, die onder op een bepaalde wijze, onder een hoek van 90° ten aanzien van elkaar staan, en daarbij niet gelijktijdig het verlengde vormen van een andere lijn, die onder deze hoek in een andere richting als zodanig getrokken is. Ja, dat is technisch niet belangrijk.

Maar wat wel belangrijk is: Wanneer we leven in een wereld, dan worden we geconfronteerd met een aantal verschijnselen. En wanneer we nu kijken bijvoorbeeld naar leven en levenskracht, dan denken we misschien niet dadelijk aan vuur, maar dan blijkt toch eigenlijk dat vuur – of, als u het anders wilt zeggen, oxidatie, oxygenatie – een grote rol spelen. Ze zijn van groot belang voor een aantal verschijnselen, die in het lichaam zich afspelen. Ze werken samen met allerhande krachten die de aarde zelf vormen en vervormen. Vuur is zelfs de uitdrukking voor de zon en de zon is nodig om leven te geven. Het vuur is het element waarin de mens lééft, zegt men wel in de mystiek.

En dan vraag je je onmiddellijk af natuurlijk: maar waar is de aarde dan? Nu, zegt de mysticus, dat is heel eenvoudig: de aarde is datgene, waaruit wij gevormd zijn, aarde is de materie. Die materie kan alleen functioneren, daar kan alleen iets in veranderen, iets in gebeuren, wanneer het vuur erbij komt.

En wat is water dan? Nu, voor het water hebben ze ook een schitterende uitleg. Het water is niet alleen namelijk de vloeistof, maar is het verschijnsel van amorfie, van voortdurende verandering. Zoals wij voortdurend veranderen in de stroom van het leven, zo is de tijd de voortdurende verandering. Het water staat dus ook nog voor de tijd als een element, dat in ons een rol speelt.

En Lucht? Nu, de lucht blijkt dan te zijn wat we ook wel eens geest noemen, namelijk de essentie van leven, die niet stoffelijk bepaald kan worden, die overal tegenwoordig kan zijn en in deze tegenwoordigheid overal bezielend kan inwerken.
Zonder haar kan het vuur niet bestaan, kan het leven niet bestaan.

Ja, daar zit je dan met een schitterende filosofie. Maar wat heeft ze nu eigenlijk te vertellen?

Wel, er zijn verschillende werelden, waartoe we behoren. We behoren tot de wereld van de materie. Nu zijn er mensen, die zeggen: och, maak je niet druk, materie dat is gewoon, dat hebben we allemaal. Maar als je die materie verder gaat ontleden, dan kom je tot een gekke conclusie. In de mens zijn een groot aantal moleculen. Moleculen behoren tot de materie. De wijze waarop die moleculen een keten vormen, bepaalt de manier waarop een mens ontstaat, maar óók, op welke manier een mens leeft. Het bepaalt je eigenschappen, materieel. Kijk je naar het levensproces zelve, dan kom je inderdaad tot de conclusie, dat in dat leven het vuur een rol speelt. Maar ook in ons denken. Wanneer wij bezield zijn, wanneer we een toestand van verrukking kennen soms, dan is er in ons inderdaad iets dat we vuur noemen. En de symboliek zegt het ook overal, zelfs de Heilige Geest kwam in de gedaante van vurige tongen. Tongen waarschijnlijk, omdat er in vreemde talen gesproken werd, maar vuur, wel degelijk, omdat het wordt gezien als manifestatie van het bovennatuurlijke van een leven, een kracht, die meer is dan wij zelf alleen zijn.

In deze wereld waarin we bestaan, zijn we dus materie. En de materie bepaalt een groot gedeelte van wat wij kennen. Daarnaast hebben we het vuur. Het vuur, dat voor ons betekent: de inhoud van ons leven, van ons wezen, maar ook gelijktijdig de bezieling, de mogelijkheid om uit te reiken boven datgene wat we zijn.

En dan komt als volgend element natuurlijk daarbij: het water. Het water staat – ik heb het u al gezegd – mede voor de tijd in deze filosofie. Nu is tijd een element dat, juist voor het bewustzijn van de mens, krankzinnig veel doet. Je waarde van herinnering verandert bv. naarmate je ouder wordt.

De opeenvolging van ogenblikken waarin je beleeft, bepaalt hoe je de wereld ziet, maar ook hoe je erop zult reageren. Het houdt echter ook in, wat voor krachten je in jezelf hebt. Dat is een heel belangrijk ding. Wanneer wij de factor tijd in onszelven juist begrijpen, komen we tot een beleven van die tijd. Maar dat betekent dan ook gelijktijdig een persoonlijk verwerven van kracht, van energie.

 Blijft er over: de lucht.

Wel, de lucht is datgene waarin we ook buiten de tijd kunnen bestaan. Hier speelt niet meer de voortdurende verandering een rol, hier is het zelf niet meer het vuur alleen dat kan bestaan, het is de lucht, de totaliteit, waarin alles bestaat, waarin een mens leeft.

En wanneer ik, om te beginnen, u op deze wijze met die elementen confronteer, dan doe ik dit omdat dit voor mij de meest belangrijke benadering is.

Kijk eens, we weten allemaal hoe de elementen in elkaar zitten. We weten wat water is, we weten wat erin aan suspensie voorkomt, dus koper, zilver, goud, ijzer, sporen van metalen zijn er in de wateren te vinden. En we vinden er zouten in verschillende oplossingen in, jood bv., al die dingen zijn er. We weten het. Als je gewoon gaat praten over water als een element zonder meer, dan loop je achter bij de tijd. Maar wanneer je gaat begrijpen, dat water gelijktijdig iets kan zijn, waarin het beleven wordt uitgedrukt en dat juist de veranderlijkheid van het water, de voortdurende aanpassing aan nieuwe vormen, aan nieuwe invloeden een goed beeld is van wat in onszelf zich afspeelt, dan zie je dat beter, dacht ik.

Aarde. Ja, wat doen we daarmee? We kunnen er schatten uithalen. Goed, in onszelf zijn stoffelijke talenten, zoals dat heet. De ene mens heeft misschien een absoluut gehoor, de ander heeft een sterk richtingsgevoel, weer een ander heeft een bijzondere tastzin, iedereen is wel een beetje meer gespecialiseerd dan een ander. De een heeft een zenuwstelsel dat gemakkelijker beheerst kan worden, de ander een dat minder gemakkelijk beheerst kan worden. Goed, dat is de aarde. Maar wat betekent die aarde, als we er niets mee kunnen doen? En daarvoor hebben we weer dat vuur nodig, de levenskracht. Wanneer wij in staat zijn om die aarde met onze levenskracht, die mede bewustzijn inhoudt, te beheersen te sturen, te richten, dan zullen we de eigenschappen die in ons bestaan gemakkelijker kunnen ontdekken en kunnen gaan gebruiken.

En ja, dan blijft toch altijd nog ergens die lucht hangen. Gek. Dat element lucht, dat is iets, waar zelfs de geneesheren in Galenus’ traditie weinig raad mee wisten. Ze wisten: een kind heeft last van de wind en zelfs vorsten hadden last van winderigheid. En dan zeiden ze: ja, dat is teveel lucht. En dat probeerden ze dan heel vaak op te lossen, wonderlijk genoeg, door die goeie man zwaar verteerbare stoffen te geven, vaak iets waar ook een beetje aarde in zat.

Wat dat betreft kunt u blij zijn; er zijn dingen veranderd, maar het is niet allemaal slechter geworden. Als iemand u, wanneer u last hebt van wind, komt helpen met een hapje Brusselse aarde, al dan niet gegarneerd met slagroom, nou ja, dan heb ik zo het idee, dat het u ook niet zou bevallen. En toch is dat werkelijk wel gebeurd.

Goed, laten we dan proberen om die lucht dan op de een of andere manier een beetje gestalte, een beetje vorm te geven. U hebt dus iets, wat je niet ziet. Maar als het er niet is, stik je. Dat is gek. Dat is iets, wat niets lijkt te zijn, maar als dat niets er niet is, ben je zelf niets, je bent nergens.

Stel nu eens dat er een grotere kracht is, een geestelijke kracht. Of, als u dat wilt, een kosmische kracht of een alomspannend veld van energie, je geeft er maar een naam aan. Iets, wat je niet ziet. Iets, wat eigenlijk moeilijk opmerkbaar is, omdat het voor de mens kenbaar bijna niet fluctueert. Er komen stromingen in voor, maar die kun je dan als een zelfstandig iets gaan beschouwen.

Deze kracht omspeelt ons allemaal. Maar in die kracht zijn we zelf ook aanwezig. En dat wil zeggen, dat we niet alleen maar door die kracht gemanipuleerd worden, maar dat we die kracht kunnen gebruiken. Als er wind waait, kun je een windmolen zetten. Wanneer je voelt dat de kosmische kracht rond je is, kun je je opladen.

En je kunt zelfs verder gaan. Want onze gedachten zijn evenmin zichtbaar, evenmin stoffelijk. Ze hebben als het ware iets van de karakteristiek van de lucht. Als we nu eens zeggen: ons werkelijk bewustzijn behoort onder de lucht, onder de krachten van de lucht, dan wordt het ook begrijpelijk, waarom de Ouden zeggen bv., dat de luchtgeesten de machtigste zijn.

U kent het verhaal van de elementairen toch, dat hoef ik toch niet te vertellen, hè? Of wel? Elementalen? Nou goed. Elk element heeft dus krachten die daarin wonen. Alle materie is ergens bezield óf er kan bezieling uit voortkomen. In de aarde wonen dus verschillende krachten, die behoren tot die natuur en die kunnen zich vaak in kristallen en dergelijke manifesteren, soms ook in rotsen, vooral als daar basalt of graniet in voorkomt. En de mensen hebben daar aardmannetjes van gemaakt en gnoompjes en weet ik wat nog meer.

Nu, en dan hebben we het water. Het water kan bezield zijn, men heeft er Koning Nep Neptunus van gemaakt, met alles wat er bijkomt, maar er zijn krachten en stromingen, die de aard van een zee kunnen bepalen. En die stromingen zijn soms zo continu en zo onaantastbaar soms voor hun omgeving, dat je je af gaat vragen, of ze soms een heel eigen geaardheid hebben. Want de wijze waarop ze bewust een bepaalde baan kiezen, kan vaak niet eens verklaard worden, alleen op grond van warmte-onderscheid, winddrift en weet ik wat nog meer. Het gaat eenvoudig niet. Wanneer je de warme-golfstroom probeert te ontleden, dan vraag je je af: ja, waarom loopt hij nu zo en niet anders?

Nu zeggen degenen die aan elementalen geloven dus: ja, maar er is een bezielende kracht. En die bezielende kracht bepaalt het gebied waarin ze werkzaam is. En dat kan dan een warme golfstroom zijn, maar het kan net zo goed een soort warreling zijn, zoals bv. de Sargassozee.

Dan heb je natuurlijk het vuur. Nu, het vuur, dat is de salamander, het wezen, waarvan men aannam dat het in vuur kon leven. En de naam die op het ogenblik, tussen twee haakjes, gebruikt wordt voor de mensen die oliebranden uitmaken. Waaruit je toch weer ziet, dat die term voor de mensen heel sterk met vuur verknoopt moet zijn. Goed, een salamander is een wezen dat op een punt, waar dus een zeer sterke omzetting plaatsvindt van materie en zuurstof in warmte, zich manifesteren kan. Het is dus niet een vlam, maar het is een wezen dat, wanneer er voldoende infrarood is, voldoende dit, voldoende dat, daar zich kan belichamen. Het krijgt dan pas de mogelijkheid zich te manifesteren.

En de luchtgeesten zouden dan in hoofdzaak leven aan de grens van de troposfeer, ze zouden dus net onder de jetstreams eigenlijk drijven en sterk bepaald worden door wat u hoge- en lagedrukgebieden noemt. Ze zijn dus wel gebonden aan de wetten der natuur, maar ze kunnen de omstandigheden, waaronder ze leven, enigszins beheersen. Ze kunnen namelijk hun oriëntatie ten aanzien van het krachtlijnenveld van de aarde veranderen. En daardoor kunnen ze bepaalde gebieden aandoen en andere vermijden. Ik vertel het allemaal zo simpel mogelijk, want dat is al een heel verhaal op zichzelf.

Wanneer we nu zeggen dat elementalen bestaan, dan zeggen we dat bezield leven mogelijk is in elk der elementen. Gaan we de oude legenden na, die op zichzelf misschien onzinnig of sprookjesachtig lijken, dan kom ik tot de conclusie, dat elk soort wezen een eigen persoonlijkheid heeft. D.w.z.: het wezen heeft een karakteristiek, die niet alleen maar eigen is aan het element waarin het zich bevindt, maar zich daar soms zelfs van kan onderscheiden op een bepaalde wijze. Er zijn bv. salamanders, die alleen werken in gesteenten; en dat zijn dan degene die ergens in magma zouden leven, en voornamelijk dan tot uiting komen, wanneer vóór de uitbarsting dus een verhoogde oppervlaktetemperatuur ontstaat. Ik noem nu maar iets. Er zouden salamanders moeten zijn, die ook in een gewoon kacheltje kunnen kruipen; dat zijn de kleintjes, die kunnen niet veel, maar men neemt aan dat ze er zijn. Elk heeft zijn eigen kwaliteit: wanneer ze uitbarsten, dan domineren ze dóór dit element tijdelijk andere elementen. Dat is het belangrijke punt.

Of wij nu geloven in deze wezens als zodanig, of niet, dat is iets dat uzelf moet weten. We zullen toch in ieder geval steeds weer kunnen constateren, dat er in de schijnbare willekeur van de natuur regels zijn. En dat die regels veelal bepaald worden door het samentreffen of het samenwerken van verschillende van die oude elementen. Kunt u het met mij eens zijn ondertussen?

Nu, nu moet u eens luisteren. Wanneer ik uitga van die bezieldheid en ik ga uit van mijzelf, dan kan ik, op grond van die mystieke uitleg van de elementen zeggen: er bestaat vlak naast mij een wereld, waarin ikzelf, in een hogere orde van bestaan, mijzelf kan manifesteren. Is dat aanvaardbaar?

  • Dat is moeilijk.

Dat is moeilijk? (Ja) Nu, dan gaan we het toch eenvoudiger zeggen. Laten het dan eens zo bekijken. Wanneer we aannemen, dat de wereld van die elementalen verschilt van de uwe, daar zijn we het over eens, dat is eenvoudig, ja? Dan zou dat verschil normalerwijze u af moeten sluiten van die wereld. Dat is ook duidelijk. Maar nu kent u vier elementen en die vier elementen zijn deel van uw wezen. Dat betekent, dat u buiten het materiële nóg een wereld hebt die behoort tot de materie, maar die voor u toegankelijk is. U kunt het nog volgen, ja. En dat impliceert dus, dat er een bestaansmogelijkheid is voor de mens buiten zijn lichaam en dat hij handelingsbekwaamheid heeft ook buiten zijn lichaam om.

Nu zult u zeggen: ja, dat is natuurlijk ook weer onzin. Maar dat is het niet. Want, wat zien we? Telepathie, telekinese, het zogenaamde verschijnsel van uittreding, zelfs het gebruik van zogenaamde levenskracht of magnetisme bij genezing speelt een rol. Het zijn allemaal dingen, die je uit jezelf brengt, die onzichtbaar zijn, die kennelijk tot de andere dimensie behoren, maar die tóch kunnen functioneren. Een telekineet, die zich een klein beetje goed kan concentreren, kan met dobbelen vaak aardig geld verdienen, wist u dat? En omdat hij het zelf weet, dat hij het weet, gaat hij er dan voor zichzelf een suggestief proces van maken. Als u echte dobbelaars wel eens bezig hebt gezien, dan hebt u ze misschien wel eens horen praten tegen de stenen. Zo van: Kom, zeventje, kom. Kom zeventje, laat me nou niet in de steek, papa heeft je nodig, mama moet een nieuwe jurk kopen! Kom zeventje, kom! Kledder, en dan ís het zeven. Die kans wordt dan veel groter. Hoe komt dat? Omdat de mens, door deze suggestie, bij zichzelf een kracht heeft losgemaakt, die tot dat zogenaamde luchtelement behoort. Dus zeg nu niet direct: dit is nonsens. Denk er eens over na.

Nu komen we dus aan het mooiste gedeelte eigenlijk, want nu moet u eens luisteren. Wanneer ik aanneem, alleen maar, wanneer ik aanneem dat de mens buiten zichzelf kan functioneren – en nu heb ik het nog niet eens over dood zijn, maar gewoon, iemand kan waarnemen op afstand, iemand kan gedachten uitzenden op afstand, iemand kan iets bewegen op afstand, al die dingen meer – dan moeten we aannemen, dat er een onzichtbare wereld is, punt a) waarin voor ons als mens niet kenbare krachten optreden, punt b) , en, punt c) waarin wij, op grond van ons huidig besef, kunnen komen tot resultaten, die niet verklaarbaar zijn door de zogenaamd nuchtere of logische regels van onze eigen beperkte wereld. Akkoord?

Nu is er een vijfde element, naar de opvatting van de Grieken dus, de ether. Deze ether zou je de kracht ook weer kunnen noemen, of misschien ook wel de ruimte, datgene, waardoor het andere de mogelijkheid tot bestaan heeft. Nu stel ik – en dat is een stelling, daar moet je ook maar eens over denken – er bestaat een onzichtbare kracht of wereld, waardoor alle verschijnselen mogelijk worden. En ik stel verder: Wanneer wij de som nemen van de vier elementen, dan zal de totale kracht, die daarin bestaat gelijk zijn aan de kracht van de ether. Goed begrepen, wat ik wil zeggen daarmee?

Dan komen we dus eigenlijk terecht in de alchemie. Want wat zegt de alchemie? Ook over de oude elementen. En dan heb ik het speciaal eigenlijk over de Florentijnse alchemie van rond 1600. Daar wordt namelijk in een bepaalde school het volgende verkondigd: Wij, die zijn van de aarde, maken ons los van deze aarde door ons vuur te stuwen tot het het water (tijdselement, veranderingselement) beheerst, en zo onszelf veranderend, zien wij onszelven in onze samenstelling; begrijpende, hoe wij zijn, rijzen wij op in de ether en betreden de wereld waarin geen mogelijkheid meer beperkt kan worden. En dan gaan ze dus verder, dat daar de Steen der Wijzen ligt, maar dat gelooft u waarschijnlijk wel. De Steen der Wijzen hebben we niet nodig, want iedereen, die zich wijs noemt op deze wereld, maakt zoveel brokken, dat als je er nóg een steen bijgooit, dan wordt het helemaal een lawine. Dat hebben we niet nodig.

Belangrijk in deze stelling is het denkbeeld. Wanneer ik mijzelf als een eenheid zie, moet ik beseffen welke elementen in mij bestaan. En zodra je dat begrip hebt, dan maak ik me daardoor vrij van de beperkingen, die ik normaal ken en bezit. En pas op het ogenblik, dat ik die beperkingen opzij zet, kan ik deel uitmaken van, zeg maar, de alomvattende kracht en kan ik in die kracht tot beleving komen.

Nu gaan we eerst eens kijken of u wat te vragen hebt. Heeft u commentaar op het ogenblik? Of gaat het een beetje boven de pet? Volgende keer een hoge hoed opzetten.

Ja, nu heb ik het misschien een beetje ingewikkeld gemaakt voor u, maar ik heb het toch zo eenvoudig mogelijk gezegd. Luister, we kunnen natuurlijk nu gaan zeggen: als u geen vragen hebt, gaan we over op iets anders. Maar er is zo onnoemelijk veel over die dingen te vertellen, dat, tenzij u bezwaar hebt, ik nog graag even hierover door wilde gaan. Mag het? Nou, vooruit.

Nu gaan we een heel andere kant uit. U weet wat psychedelica zijn. Nee? Ik dacht dat dat heel modern was. Psychedelica, dat zijn middelen, onverschillig welke, waardoor je jezelf in een andere bewustzijnstoestand verplaatst. Oké? Nu, let op. Wat doen we, wanneer we deze dingen gebruiken? Dat kan dus licht zijn, dat kan een mantram zijn, noem maar op. Het kunnen ook bepaalde chemische middelen zijn, ofschoon die vaak een dubieuze kant hebben.

Op het ogenblik dus, dat ik mij losmaak van mijn normaal wereldbewustzijn, ga ik eigenlijk dwalen in wat ik ben. Iemand, die zich daar wel eens mee bezig heeft gehouden, zal waarschijnlijk weten hoe dat gaat. Allerhande kleuren licht, allerhande vreemde gevoelens, die soms met halve vormen gepaard gaan. Het is allemaal een wereld, waarin alles een beetje vormloos is en waarin wonderen mogelijk blijken, waarin er geen begrenzingen schijnen te zijn, maar waarin je steeds weer stuit op iets, ja, daar moet je dan jezelf aan overgeven – dat is dan het summum van geluk – of waardoor je wordt afgeremd en dan lijkt het opeens of alles donker wordt.

Met die middelen ga je dus eigenlijk die wereld betreden van de elementen. Je wordt namelijk geconfronteerd met wat je materieel bent. Er zijn omstandigheden geweest, waarbij mensen dus gewoon als het ware met het bloed door hun eigen aderen heenvloeiden. Anderen hebben zichzelf gezien als het ware als een hele reeks van denkbeelden, gedachten. Deze mensen zien delen van zichzelf. De grote moeilijkheid voor hen is, dat zij niet kunnen komen tot een aanvaarden van al die delen, vaak, en dan heb je dus een trip, die, nu ja, niet slecht is, waarbij je blijft hangen met een beetje kosmisch gevoel. Je hebt een slechte trip, waarbij je het gevoel hebt, dat je door de hel gaat en eigenlijk niet weet hoe je eruit moet komen. Je hebt daarnaast ook wel die trips, die eigenlijk niet meer dan een opiumdroompje zijn, gewoon een verheviging van bepaalde sensaties en basta.

Maar, wanneer je werkelijk zover komt, dat dus dat geheel begint te ontstaan in jezelf – en dat kun je ook door meditatie krijgen, dus denk niet, dat dat alleen maar met allerhande kunstmiddelen kan – dan ga je langzaam maar zeker relaties in jezelf erkennen. En die relaties zijn de relaties van de dingen waaruit wij zijn opgebouwd. Het is dus niet zo, dat we lós staan van ons lichaam of dat wij los zijn van de geest of dat we ineens op een astraal terrein bezig zijn, zoals door sommigen graag wordt gepreekt, het is doodgewoon een confrontatie met alle delen waaruit we zijn opgebouwd. De materie, maar ook de energie die in ons leeft, de levenskracht, de emotionaliteit, het tijd ervaren, al die dingen spelen een rol. Zijn we nu in staat om al deze kleine reflexen als het ware te zien als één geheel, dan ontstaat dat, men zegt wel eens “Gouden Licht”, dat openbloeien in een wereld waarvoor je geen woorden hebt. En dat is dan het betreden eigenlijk van de ‘andere wereld’. Op dat ogenblik kun je als mens niet veel zeggen, omdat je ervaringen opdoet, die je niet, gewoon niet als menselijke gedachten terug kunt brengen, hoogstens een paar flarden. Maar je leeft dan in een wereld, waarin de top van de geestelijke kracht aanwezig kan zijn.

En dan gaat iets anders een rol spelen. Je hebt een eigen afstemming. Dat is een soort mystieke afstemming vaak bij de mens; zeker bij de mens die resultaten had. De één stelt zich af op Jezus, de ander probeert misschien alleen maar een eeuwige rust, als het ware, te vinden. Iedereen zoekt op zijn manier. Datgene wat je zoekt, trek je als het ware tot je. Je ervaart datgene waarop je zelf bent afgestemd. En door die afstemming ben je in staat, om de samenwerking van de verschillende delen, waaruit je lichaam is opgebouwd, te vergroten. Is dat te begrijpen? Ja.

Dat is natuurlijk niet alleen maar interessant, dat kan heel erg belangrijk zijn. Een mens, die in zichzelf zover kan komen, dat voor hem lichaam en denken en al die andere processen tot één geheel worden van kracht – meestal is het ook nog een soort warreling van kleuren, als je dat voor het eerst beleeft – die betreedt een andere wereld. In deze wereld bestaat een kracht, die in staat is elk van de vier elementen tot stand te brengen of te niet te doen. De ether is de kracht, waardoor alle verschijnselen eerst zin krijgen. Wanneer we, vanuit deze kracht, onszelf als het ware opladen, onszelf inhoud geven, dan ontstaat daardoor, wat men noemt, een grotere harmonie, die niet alleen het denken omvat maar wel degelijk ook het lichaam, en daarnaast de uitstralingsmogelijkheid die je hebt met anderen, tot zelfs een gevoeligheid in de tijd.

Vragen? Nu, dat hebben we dan allemaal gehad, en heb ik het voornaamste wel gezegd.

De elementen op zichzelf, we kennen ze allemaal. En dat die elementen afzonderlijke persoonlijkheden zijn, nou, daar heeft de moderne chemie allang mee afgerekend. De moderne scheikunde heeft allang bewezen, dat het allemaal vormen zijn die vergelijkbaar zijn. Het zijn meer toestanden eigenlijk dan wezenlijkheden. Je zou het misschien zo kunnen zeggen: materie, dat is een bepaalde aggregatietoestand van de energie, die in water wat vloeibaarder optreedt en die in gasvorm een groter volume kan beslaan en dan misschien lucht wordt genoemd of zo.

Toestanden, mijn vrienden, die voor ons afwisselend optreden, maar die zijn vastgelegd in het geheel van datgene wat wij zijn. En dat is, dacht ik een punt, daar kun je nog wel eens even over nadenken. Het is niet: de elementen afzonderlijk; die elementen hebben pas zin, wanneer ze gezamenlijk bestaan. En al die elementen bij elkaar zijn alleen maar de toestanden, waarin ons bewustzijn op kan treden. Als u dat kunt begrijpen, dan zult u ook met mij eens zijn, dat we onszelf bevinden in een situatie, in een toestand, waarbij een bepaald element en dus eigenlijk een bepaalde innerlijke situatie ons domineert. In de astrologie hebben ze dat kennelijk goed begrepen en daar hebben ze het over ‘aardmensen’, stier bv., luchtmensen, Aquarius, wat hebben ze nog meer: water en vuur, terwijl we ook aan de andere kant, wanneer we gaan praten over de temperamenten – dat is dus eigenlijk het karakter, dat je naar buiten toe toont – men ook weer met dergelijke vergelijkingen aankomt. We zien eigenlijk die vergelijking met de elementen overal terugkomen. En de stam is heel gemakkelijk te begrijpen. Wanneer je teruggaat naar die oude tijd, dat dat onderling spel van de elementen eigenlijk voor het eerst belangrijk werd voor de mens en toen natuurlijk in het kader van de magie. De magie, die voor de mens het middel was om als het ware zijn God of zijn goden te bereiken en vanuit die goden iets te verwerven.

En dat was met een god, net zoals met een mens, vroeger ook zo: niets voor niets. Wel offeren, maar dan op zijn minst genomen, bescherming er voor terugkrijgen, hè. Nu, wat dat betreft, tegenwoordig betaal je belasting, en wat krijg je ervoor terug? Nou ja, Alva is begonnen met de tiende penning, Lieftink heeft het verder vervolmaakt en waar den Uyl naartoe gaat, weet niemand. Dus als u het zo gaat bekijken: uit het oude is het begonnen. Het is een indeling van het leven geweest. En door alle filosofieën heen, door de geneeswijzen heen, door de alchemie heen, ja, zelfs door bepaalde kabbalistische indelingen “The Garden of Pomegranates”, daar komt dus een indeling in voor, waarbij je zelfs een deel van de hemel onder de elementen schijnt te ressorteren. De mens begrijpt het wel. Ergens, diep in zichzelf, voelt hij dat die elementen niet allen maar verschijnselen zijn, maar dat het een spel van krachten is, waar hij mee te maken heeft. En onbewust, zoals met alle dingen, grijpt hij naar zichzelf als voorbeeld en bron. Hij deelt de wereld in naar zijn eigen wezen. Hij zegt niet: dit zijn de verschijnselen, neen, hij zegt: hier ben ik en wat zijn die verschijnselen voor mij? Hij zegt niet: dit is de werking, neen, hij zegt: wat is, van mij uit, de verklaring van de werking? Want de werking is pas belangrijk, wanneer ik haar begrijp en dus kan proberen haar te beheersen.

De mens heeft het heus wel aangevoeld. En dat die oude elementen nu een beetje ouderwets zijn geworden, och, dat is helemaal niet erg. Want de essentie daarvan blijft in je bestaan. En wat mijn eindconclusie is hiervan? Eenvoudig genoeg:

Wat een mens nodig heeft, om het wezen van de vier elementen te begrijpen is het doordringen in zichzelf en een vanuit zichzelf zoeken naar de totaliteit van wat hij is. Niet de delen, niet alleen je gevoel of je verstandelijk besef, of je lichamelijke toestand, maar het geheel. Maar niet alleen wat je nu bent, maar datgene wat je geweest bent en datgene wat je hoopt te zijn. Het geheel van je wezen. Als je dat kunt vinden, dan vind je niet alleen de betekenis van de elementen, maar ook de wijze waarop ze de werkelijkheid verdelen, zonder dat er een wezenlijke verdeeldheid ontstaat. En uit die harmonie kun je dan misschien de totaliteit van wat je bent begrijpen.

Nu, hier laat ik het werkelijk bij, tenzij u nu op dit moment vragen hebt of commentaar of opmerkingen.

  • U kunt misschien over die meditatie nog eens iets vertellen. Daar hoor je tegenwoordig zoveel over. Onlangs was er op de televisie nog iets over meditatie.

Ja. Meditatie is een woord, en het mediteren is eerder een toestand dan een proces. Een mens, die mediteert, begint met de buitenwereld van zich af te sluiten. Hij verhoogt dus zo ver mogelijk zijn bewustzijnsdrempel, zodat hij niet meer aangetast wordt door alle indrukken die van buitenaf op hem af komen.

Hij doet dit door zich te concentreren en veelal door bepaalde spreuken te herhalen of een bepaalde gedachtegang in te schakelen en alles, wat er niet bij hoort, af te wijzen. Dan zijn we dus op het punt gekomen, waarop de meditatie werkelijkheid wordt en nu zijn we afgesloten van de wereld en van een groot gedeelte van het stoffelijk gebeuren. Dat wil zeggen, dat alle andere indrukken, die in ons bestaan en die normalerwijze niet gehoord worden, nú naar voren kunnen komen. Er ontstaat nu een mêlee van denkbeelden en van gevoelens.

Wij moeten nu proberen – en dat is de kern van het mediteren – om deze niet af te wijzen, maar om ze tot eenheid te brengen. Wanneer we ze tot eenheid brengen, – en daar kunnen we dan een voorstelling voor nemen, daar kunnen we een woord voor nemen, we kunnen er een bepaald gebed voor gaan stamelen – maar wanneer we die eenheid bereiken, dan komt dus wat men noemt, het Punt van Verlichting. Een Punt van Verlichting is in feite alleen maar een totale ontspannenheid, een ontspannenheid die het lichaam betreft, maar daarnaast het denkvermogen en de geest. En in deze ontspannenheid is het dan mogelijk dat een openbaring optreedt. Maar dat is niet waarschijnlijk. Dat kan alleen maar, wanneer je heel lang getraind bent daarin.

Dus, om het nu heel eenvoudig te zeggen: als u wilt mediteren, er is geen bepaalde houding nodig. Zeker, er zijn bepaalde houdingen, die wat beter zijn dan andere, omdat ze bv. op een bepaalde manier de levensstroom ook nog kortsluiten.

Dat vindt u o.m. in de yoga, er zijn bepaalde assana’s speciaal voor meditatie. En, wanneer je in staat bent, om die spierverrekkingen uit te voeren, dan is dat wel goed. Kun je dat niet, dan is het geen absolute belemmering. Verder moet u  er rekening mee houden: je moet je absoluut afsluiten van de materie. Dat betekent wel, dat je eerst moet zorgen, dat er in dat lichaam van je zo weinig mogelijk processen aan de hand zijn waardoor je gestoord kunt worden. Je moet zorgen dat je geen honger hebt bv., dat je ook niet plotseling voelt dat je iets kwijt wilt. Je moet geen pijn hebben of het gevoel dat je op een of andere manier gebonden bent, anders dan door je wil. Dat is het belangrijke. Want u kunt bij meditatie wel degelijk een houding gebruiken, die op den duur erg pijnlijk wordt. Een van de oudste christelijke is het zgn. kruisgebed, waarbij men dus op de knieën, rechtop, de handen uitstrekt, alsof men aan een kruis zou hangen. En ik kan u verzekeren, dat wordt na verloop van tijd erg moeizaam. Maar de concentratie daarop is gepaard aan het gevoel: ik ben los van die wereld, hier is alleen nog maar God. God komt tot mij! Wat een formulering is dus voor het afwijzen van verdeeldheid. En daarom zal, vreemd genoeg, een dergelijk gebed de mens niet uitgeput achterlaten. Na een ogenblik, dat hij zich weer moet oriënteren in de wereld, heeft hij dan toch nog meer vitaliteit dan anders.

Dat is dus wat anders dan kwezels, hè. Kwezels knielen ook wel, maar…. Ik mag wel zeggen: een wonderlijk verschijnsel waren de kwezels. Het zijn hun knieën die lijden, maar het meeste eelt komt op hun hart. Heel eigenaardig.

In deze meditatie dus – en dat is het punt, dat ik niet genoeg met nadruk kan melden – gaat het er doodgewoon om, om los te komen van je wereld en alle spanningen van die wereld en alle emoties van die wereld achter je te laten. En dat betekent, dat meditatie voor iedereen goed is, ook voor iemand die daar verder helemaal niet in gelooft of er iets geestelijks mee wil bereiken. Omdat de ontspanning, die je op zichzelf bereikt, eigenlijk al een ruime beloning is voor de energie die je erin steekt. De tijd, die je nodig hebt voor een meditatie wil ik ook nog wel ongeveer geven. Zeg, dat er een minimum is van ongeveer vijf minuten. Een maximum voor ongeschoolden ligt tussen een half uur en een uur. Meer houdt u niet vol. Alleen wanneer u heel lang getraind hebt, kunt u inderdaad een paar dagen door mediteren. Maar dat duurt wel even, voordat u zover bent.

Dus, wil je met meditatie beginnen, ik zou zeggen, begin nu gewoon met ‘s morgens, ‘s avonds vijf minuten. En als je nu ‘s avonds uit moet, zorg dan, dat u voor uw uitgaan die vijf minuten hebt. Dan bent u weer veerkrachtig en ontspannen. U kunt de indrukken weer nieuw opnemen en u wordt niet meer zo zwaar belast door wat u die dag nog allemaal hebt gedaan of geleerd. Moet je een examen doen? Het grootste gedeelte van je kennis zit in het onderbewustzijn. Wanneer je dus voldoende relaxed bent, komt dat er uit. Dus, voor dat je begint, probeer, al is het maar vijf minuten lang, op deze manier te mediteren, tot je die ontspanning bereikt. Want dan zal het onderbewustzijn gaan aanvullen, wat je niet bewust direct paraat hebt. En dan kom je er heel aardig door. Ben je onder grote spanning, dan vergeet je een hele hoop dingen die je zelf direct, bewust wist. Dus, op die manier is meditatie eigenlijk altijd wel nuttig. Voldoende? Had er nog iemand enige opmerking?

  • Die quintessence, waar u over gesproken hebt. U hebt het, geloof ik, de energie of de. . . Het is eigenlijk de godheid, hè?

Ja, wat is een godheid. Ik vind godheid ergens een eigenaardig woord. God, dat is een woord, dat voor de mens alles moet betekenen, terwijl hij er geen werkelijke betekenis aan kan geven, buiten dan het projecteren van zijn eigen wensen naar macht en onfeilbaarheid en de rest in een persoon, waarvan we weten, dat hij zo niet bestaat.

Dat vind ik erg moeilijk. Er is een bewustzijn. Maar dat bewustzijn verschilt zo erg van al het menselijke, dat kun je je toch niet voorstellen. Maar ja, noemt u het God, of noemt u het De Groet Kracht, of De Eerste Oorzaak. De naam die u geeft, is niet belangrijk, wanneer u maar uitgaat van het standpunt: kijk eens, dat is boven mijn vermogen, zeker als mens en in mijn huidige toestand, om te begrijpen. Laat ik het dus niet begrijpen, laat ik het hoogstens beleven. En als u daar van uitgaat, dan komt u wel verder. Goed.

Ja, dat is misschien erg lastig. Maar weet u wat God voor de meeste mensen is? Het argument, dat ze aan laten rukken, wanneer ze geen redelijke argumenten hebben om hun zin door te drijven bij anderen. Dat is heel gek. Maar God wordt méér misbruikt op deze wereld dan wat ook. De laatste tijd zijn vrijheid en democratie erbij gekomen, maar God heeft het toch wel een hele tijd volgehouden. Vóór die tijd was hij meervoud, waren het goden, maar: hetzelfde.

Wanneer iemand iets wilde, dan was het God; en wanneer iemand iets niet wilde, dan was het de duivel. Als het ware: de goede goden en de demonen, of tegenwoordig: de democratie en het communisme. Waarbij ze niet begrijpen, hoeveel die twee vaak gemeen hebben, en gemeen zijn ze beiden ook. Vrijheid, het is een heerlijke leuze, maar vrijheid kan alleen bestaan, wanneer we haar beperken, dus elke vrijheid, die we ons voorstellen, is in wezen gebondenheid. En zo kun je doorgaan. Laten we dus maar begrijpen, dat dergelijke woorden heel vaak een argument zijn dat in zichzelf zinloos is, omdat een beroep wordt gedaan op het in wezen niet voorstelbare, in een vorm, afgeleid vanuit een menselijk voostellingsvermogen en als zodanig dus al onjuist, en dat dan bovendien nog gebruikt wordt in de plaats van rede en redelijkheid. Neemt u mij niet kwalijk, hè?

Ik heb er niets tegen dat u bidt tot God. Ik heb er wel iets tegen dat u zegt, wanneer u zegt, dat God u gezegd heeft, anderen te zeggen, dat zij dat en dat moeten doen. En bovendien, ik vind die God dan zo gek partijdig. Hij doet altijd, wat een klein klusje wil en dan zegt hij: dat is een wet. Nee, dat geloof ik niet.

Ik geloof, dat God de essentie is van ons aller leven, dat we er deel van zijn. Maar ja, dat moet ieder voor zich maar weten.

  • ‘t Leven zelf is toch goddelijk?

In zijn essentie wel, ja, in zijn uiting, zijn existentie dus naar buiten toe, volgens mij niet. Ik geloof dat je kunt zeggen: het leven zelf, dat behoort tot het grote raadsel, dat we God noemen. Het komt daaruit voort. Maar de wijze, waarop het leven zich manifesteert, is vaak alles behalve goddelijk. Dat is het enige wat ik ervan kan zeggen. En dan wil ik er verder bijzeggen: ik oordeel nu, maar hoe kan ik oordelen, wanneer ik de totaliteit niet kan overzien. Waarin het misschien goed kan zijn, terwijl het nu voor mij verkeerd is. Het is allemaal heel erg relatief, maar je moet ergens een standpunt innemen. En daarom zeg ik nu: die uiting – en dan neem ik de geest erbij ook; bij ons in de lichte sfeer –  die vind ik nu niet bepaald goddelijk. Voldoende?

Nu, dat was het dan. Wanneer u nu vragen hebt over het onderwerp, andere vragen wilt stellen over de elementen, omdat u misschien had gedacht, dat het toch wat anders zou worden, na de pauze krijgt u alle kans. En, wanneer die vragen op zijn en u hebt toevallig andere vragen, die ik toevallig zou kunnen beantwoorden, je weet nooit hoe er een samenloop van omstandigheden is, dan wil ik ook daar op ingaan. Maar ik zou willen voorstellen, om nu eerst maar een kwartiertje te gaan pauzeren. Bedankt voor uw aandacht zover.

Tweede gedeelte

(Door het te laat aanzetten van de bandrecorder werd helaas de beantwoording van de eerste vragen niet opgenomen)

  • Kunt u iets zeggen over de betekenis van de elementen, wanneer ze in de droom als symbool optreden?

Ja, ik zou u haast willen verwijzen naar het Groot Droomboek van Madame Lenormand en dergelijke. Kijk eens, wanneer je te maken hebt met aarde, dan is het maar de vraag: hóe? Als je het gevoel hebt, dat er aarde op je neervalt, dan betekent het heel vaak, dat je een betere periode tegemoet gaat. De mensen denken: dan wordt je begraven, maar dat is niet zo. Precies het tegenovergestelde.

Wanneer je in de aarde vastzit en je kunt niet verder, dan heb je dus weer een toestand van ja, moerasgebondenheid bv. of zo, weet u wel. Of, ik ben ineens een boom, ik sta ineens met mijn wortels in de aarde en waar moet ik nu verder nog naartoe? Als u zoiets hebt, dan hebt u meestal een aantal remmingen en dan is dat eigenlijk een waarschuwing, dat je niet doortastend genoeg, dat je niet duidelijk genoeg reageert. Dat zijn er een paar voor de aarde.

Nu vuur. Als ik mij brand aan vuur, dan is het meestal een waarschuwing. Maar wanneer het vuur mij warm maakt, dan betekent het meestal dat ik iets prettigs te verwachten heb, heel vaak in meer stoffelijke vorm. Droom ik dat ik wegvlucht voor het vuur, dan zal het heel vaak een kwestie zijn van emoties, waar ik zelf bang voor ben. En zo kun je doorgaan.

  • En als je een heel veld vol mooie kleuren ziet?

Ja, als je een heel veld vol mooie kleuren ziet, dan zie je waarschijnlijk een werkelijkheid, die je voor jezelf nog niet wilt vertalen. Dan heb je dus ergens een wetenschap omtrent meestal geestelijke zaken; soms kan het ook zijn een verandering in je eigen toestand, maar dat zal niet vaak gebeuren. En dat heb je dan in kleuren uitgedrukt en dan zeg je: ja, ‘t is mooi. Maar dat betekent wel, dat je rekening moet houden met een groot aantal veranderingen in je eigen bestaan.

Nu, en dan water. Over het algemeen: een stormvloed die op je afkomt, wanneer je niet nat wordt, betekent over het algemeen: winsten, je krijgt iets voor niets, loterij bijvoorbeeld. Ja, u lacht daar nu om, maar daar zit inderdaad iets in. Je krijgt iets voor niets. Wordt je wel nat daarentegen, dan sta je gelijk een beetje … dan moet je reuze oppassen, want de wereld heeft dus de neiging op dit moment, om je erg aan je woord te houden en elk woord dat je verkeerd zegt, dat wordt onmiddellijk gewraakt.

Van lucht. Ja, van lucht droom je niet veel. Maar we zeggen dus wel: wanneer we een wind in de rug voelen, dan hebben we het gevoel van hulp die aanwezig is. Moeten we tegen de wind op, dan zullen we over het algemeen rekenen met weerstanden die we moeten overwinnen. Vallen de herfstbladeren in ónze richting, dus is de wind tegen, dan betekent dat heel vaak, dat we beloond worden voor moeite, die we eigenlijk een beetje hopeloos ondernomen hebben. Valt het van achteren, dan krijgen we voordeeltjes voor iets wat we eigenlijk per ongeluk gedaan hebben. En zo kun je doorgaan. Nu zou ik een heel droomboek kunnen gaan opsommen, maar misschien is dit toch wel een beetje voldoende.

  • Kunt u iets zeggen over de beheersing van de kracht van het vuur?

Ja. Nu moet ik voorzichtig zijn, want als ik u een reële formule geef en u gebruikt hem verkeerd, dan komt u misschien wel in de brand uit de brand, maar dat is toch de bedoeling niet. Beheersing van de krachten van het vuur bestaat in het kennen van de symbolen van het vuur. En dat betekent dus, dat een bewuste beheersing daarvan alleen bereikt kan worden, wanneer je daarvoor bepaalde namen kent en vaak ook bepaalde gebaren en symbolen. Door die op de juiste wijze te manipuleren, wordt je geconfronteerd met je eigen voorstelling van de verpersoonlijking van het vuur. Dat zijn heel vaak wezens, die een beetje aan Indische tempeloffers doen denken. Wanneer je daar dus de juiste kracht bij gebruikt, kun je ze dirigeren. ‘t Is dus magie.

En dan heb je natuurlijk ook nog het beheersen van jezelf ten aanzien van het vuur, wat heel iets anders is. Wanneer je jezelf in een toestand brengt, waarin je niet gelooft in de aantastbaarheid door het vuur en gelijktijdig het gevoel hebt, dat het geheel niet door jezelf plaatsvindt en dat een andere kracht het voor je doet, dan zul je dus je lichaam en je geestelijke waarde zodanig instellen, dat je bv. door vuur kunt lopen.

Maar ja, vergeet niet, er zijn een hoop mensen, die het dan met hun geloof doen en dan loop het verkeerd uit. Kent u de geschiedenis van Savonarola? Nu, Savonarola was een monnik en die wilde dus de, ik meen de Florentijnen, ja, leren leven op een beetje soberder wijze. Enfin, de man had een soort schrikbewind ingesteld en liet zich leiden door een monnik, die een klein beetje idioot was, en wanneer die iets stamelde, dan beschouwde Savonarola dat werkelijk als een godsspraak, een orakel. En op den duur moet hij toch zijn gelijk bewijzen, want er was ontzettend veel tegenstand. En toen werd er dus een baan aangelegd van 30 meter lang van houtskool en over die gloeiende houtskool moest hij lopen. En hij stond daar zo’n beetje gek te kijken. Die idiote vriend zei: Natuurlijk kan dat! Want dat is geen vuur, voor ons is dat geen vuur. En die liep er zó overheen.

Zijn pij was geschroeid, maar hij had geen brandblaar op zijn voeten. Savonarola kwam niet verder dan 15 passen. Toen had hij zoveel blaren, dat hij er uitsprong. Dat is waar gebeurd en daardoor is zijn hervorming eigenlijk in elkaar gestort. Goed, dat was een kleine historische bijdrage.

  • Kunt u iets zeggen over de extase en de “Unio Mystica”?

Ja, ik zou willen zeggen: beide zijn eigenlijk hetzelfde, wanneer tenminste de Unio Mystica beleefd wordt, de mystieke eenwording. Kijk eens, in een toestand van verrukking ben je volledig ontrukt aan je eigen bestaan. De begrenzingen, die je normalerwijze aanbrengt tussen jezelf en de wereld, zijn er niet. En ook geestelijk doe je dat. Dus je zegt: dit ben ik, dat andere ben ik niet, dus dat is een tegenstelling tot mij, maar dat gevoel van tegenstelling valt weg. En daardoor is het mogelijk om in en met jezelf alles te ervaren. Je kunt spreken met je voorstelling van God, je kunt de Christus ontmoeten, je kunt als het ware één zijn met de hele kosmos, je kunt dansen tussen de sterren, het is allemaal mogelijk, omdat het alleen maar denkbeelden zijn, waarbij je Ik als besef, maar niet meer als tegenstelling tot het andere bestaat. En bij de Unio Mystica hebben we eigenlijk precies hetzelfde. De mystieke vereniging houdt hier dus ook in wezen in: het wegvallen van de begrenzingen voor het ik, de eenwording met het andere en daardoor de bevrijdende ervaring van de totaliteit.

  • Dus het wegvallen van het ik met een kleine i?

Nou, voor mijn part ook van het ik met een grote I. Kijk eens, ‘ik’ is een besef. Dat besef zegt: dit kan ik wel, dat kan ik niet; dat ben ik wel, dat ben ik niet. Als ik die grenzen weg laat vallen, dan zeg ik niet meer ‘ik’, dan zeg ik: besef, ik besef, ik definieer mezelf niet meer. Ik zeg ook niet: dit kan wel of dat kan niet, het is zo. En omdat ik dat gewoon aanvaard als zijnde, is het waar. Het is dat de meeste mensen dus veel meer kunnen en veel meer zijn dan ze ooit manifesteren, juist, omdat ze tegen zichzelf zeggen dat iets niet kan, of dat dit voor hen niet past, of dat in hun persoonlijkheid dit niet denkbaar is. En op deze manier belemmeren ze dus voor een groot gedeelte hun eigen capaciteiten zich te ontwikkelen.

  • Nu komen er twee vragen buiten het onderwerp om. De eerste: De geesten geven blijk van precieze kennis omtrent de gebeurtenissen en ontwikkelingen op aarde, die in kranten en boeken zijn geschreven. Is het mogelijk, om te zeggen hoe dit technisch kan?

Nu, dat is heel eenvoudig. Iemand die leest, of iemand die beleeft, denkt. Iemand, die denkt, zendt gedachten uit. Gedachten liggen op een niveau dat voor de geest afleesbaar is. Ga dus de gedachten na van een groot aantal mensen, kijk wat daar gemiddeld uitkomt, dat is dan de factor, die op zo’n moment meespeelt in het gemeenschappelijk bovenbewustzijn, en lees die af, dan vindt je daar alles in. Zelfs namen, uitslagen van voetbalwedstrijden, noem het maar op, je kunt er alles in vinden. En wanneer je dus contact wilt hebben met de mensen, zeker in deze tijd, dan moet je je toch niet alleen beperken, dacht ik, tot je eigen wereld en tot de mystiek. Dan moet je weten wie de mensen zijn en hoe ze leven, wat in hun leven een rol speelt. Want alleen dan zul je datgene wat je meent te weten op de meest juiste wijze aan die mensen kunnen voorleggen. Je kunt nooit met iemand spreken, tenzij je zijn taal kent. En uw taal is vaak voor ons een beetje ook een emotionele taal. Die hangt samen met Ajax-Feijenoord, met het Nederlands elftal, met de verhoging van het spoorwegkaartje, de mogelijkheden van veranderingen in de Grootmetaal, die op het ogenblik spelen – o, nee, dat hebt u nog niet gehoord, dus dat komt dan nog. Goed. Al die dingen dus spelen allemaal een rol. En wanneer we die dingen weten, dat weten we dus ook een klein beetje, hoe u zelf gemotiveerd bent en wat uw belangstellingen zouden kunnen zijn. En dan kunnen we vaak wat toespelen daarop, nadruk geven op wat bij óns belangrijk is. En omdat u dat gaat associëren, aanvaardt u. Ik heb een collega, die maakt van alles, als het even kan, een grapje. Zijn stelling is dus deze: een ernstig betoog vergeet u als u de deur uitgaat, maar het mopje proberen ze over een jaar nog na te vertellen. Daar heeft hij dan een beetje gelijk in. En als dat mopje dan een diepere betekenis heeft, dan zie ik helemaal niet in, waarom je niet op die manier zou werken.

  • Dan de tweede vraag: Is er mannelijk en vrouwelijk, zijn er huwelijken, gezinnen? Hoe is de omgeving waarin de geesten leven? Zijn er steden, dorpen en dergelijke?

Nu, dat is in de geest niet reëel, mannelijk en vrouwelijk. Er zijn niet reëel gezinnen en er zijn niet reëel dorpen. Laten we dat even vooropstellen.

Een persoonlijkheid heeft namelijk geen sekse. Ja, bij u is het een stukje meer of een stukje minder erg belangrijk, maar dat is alleen uiterlijk. Innerlijk is er een veel grotere gelijkheid tussen man en vrouw dan u beseft. Ook, wanneer het emotionele verschillen zijn, natuurlijk. Maar die emotionele verschillen zijn niet zo groot als u denkt. En waarom zou je dus deze zelfde vorm, als het ware, moeten voortzetten in een wereld waar het besef alleen een rol speelt? Maar wanneer je pas bent overgegaan, dus pas aan onze kant: ‘pas dood’, zegt u – zo’n lekker woord: ‘dood’, hup, kledder, een kluit erop, afgerekend! (had je gedacht) Maar dan kom je in een wereld en je bent gewend om alles in vormen te denken. En dáár zien wij dus, dat personen zich proberen uit te drukken in een mannelijke of in een vrouwelijke vorm en dat ze de illusie van het gezinsleven een tijdlang in stand houden. Dat er mensen zijn, die naar hun stamkroeg gaan en zelfs mensen die naar de bioscoop gaan, waar ze natuurlijk alleen de films kunnen zien die ze al gezien hebben, want ze kunnen ze niet nieuw doen ontstaan. Maar dat is allemaal iets dat vaag is; het heeft weinig zin. Het contact, wat je onderling hebt, dat is het meest belangrijke. En dan zie je dus na enige tijd, dan zie je die vormen niet meer, dan heb je de vormen niet meer nodig, om het contact te begrijpen en uit te drukken. En dat is het enig werkelijke.

En als je over huwelijken wilt denken, dan is er maar één ding mogelijk in onze werelden, wat mij dus enigszins aan een huwelijk doet denken. En dat is wel wanneer twee entiteiten elkaar zó volledig kunnen aanvullen, dat ze tezamen een bewustzijn vormen dat op een veel hoger niveau kan functioneren. In dat geval ontstaat een soort, ja, versmelting, zeg maar, ze blijven zichzelf wel, maar ze gaan tegenover de buitenwereld als één geheel functioneren, totdat ze beiden de inhoud hebben die nodig is om verder te gaan, desnoods gescheiden. Ze doen het dan meestal niet, omdat ze in die groei dan toch weer voldoende verschillen hebben om dan nog weer verder te gaan, meer te overzien. Dus dat is wel mogelijk.

Het is zelfs mogelijk, dat er dan meer bij komen en zo’n groep kan net zo goed uit honderd als uit twee entiteiten bestaan. En u begrijpt wel, dat er bij ons toch heus geen inrichting is voor groepsseks of zo, dat heeft er niets mee te maken. Het is bij ons doodgewoon een versmelting van bewustzijn. En dat is het enige, dat een rol speelt.

  • Wat houdt het begrip “dubbel” in?

Ja, ik zou eigenlijk willen zeggen: datgene, wat je ziet, wanneer je net een glaasje teveel op hebt. Maar u bedoelt waarschijnlijk het zogenaamd “astraal dubbel”. En dat kun je het best als volgt formuleren: de levensenergie, de fijnstoffelijke energieën, die in een lichaam bestaan, hebben een eigen vorm, die dus niet werkelijk dicht materieel is, maar onder omstandigheden zich kan verdichten tot een schijn daarvan. Nu ja, hier en daar verlies ik al weer bijna iemand, ik moet op gaan letten. Laten we het zo zeggen: Het is een gaswolkje, dat je tijdelijk kunt bevriezen, dan lijkt het net echt. En wanneer nu het bewustzijn van een persoon heel sterk op een bepaalde plaats is gericht, terwijl hij zich hier eigenlijk van niets bewust is, of bijna niets bewust is, is het mogelijk dat hij daarmee een groot gedeelte van zijn levensenergie en ook dus dit “dubbel”, deze weergave in zijn kracht van wat hij normaal is, dat hij die projecteert.

Het eenvoudigste voorbeeld is: een meisje op een kostschool, zit in een klas, zit te dromen, denkt: ‘was ik maar buiten’, en let helemaal niet op wat er gezegd wordt. Ze zit echt zo te doezelen en te dromen. Maar anderen, beneden, zien haar buiten rondlopen. En het was een nonnenschool, dat zijn altijd van die wonderlijke scholen. Dus een nonnetje zag dat ook, ging er op af en vroeg haar, wat ze daar deed. Waarop ze verdween. ‘t Is overigens vastgelegd, het is een geregistreerd geval.

En dan heb je natuurlijk de mens die het bewust doet. En dan krijgen we het wonderverhaal van de fakir, die drie maanden verdoofd ligt met vogelnestjes in zijn baard, terwijl hij honderden of duizenden kilometers verder in een stad bezig is om iets te doen. Nu, tot die vogelnestjes komt het meestal niet, want zó lang houdt je het niet uit. Ook, wanneer het metabolisme traag functioneert, je hebt dus bepaalde dingen lichamelijk nodig, en dan wordt je vanzelf teruggetrokken. Maar voor enkele dagen is het inderdaad denkbaar.

  • Het is dus mogelijk, om met behulp van de levensenergie en het op dat moment in je lichaam aanwezig bewustzijn voertuigen te scheppen voor andere sferen?

Nee, tot andere sferen, dat zou ik niet zeggen. Dat behoort namelijk niet tot je stoffelijk bewustzijn. Maar wel voor andere plaatsen op je eigen wereld. En wanneer je daar een voldoende besef van hebt of aan anderen kunt ontlenen, dan heeft dat inderdaad wel een mogelijkheid. Voor de meeste mensen zal die theoretisch blijven, maar wanneer je geschoold bent in uittreding, dan is dit uittreden met een op aarde kenbaar astraal dubbel inderdaad wel bereikbaar.

  • En zonder astraal dubbel voor het betreden van geestelijke sferen?

Dat is wel mogelijk, maar dan schep je geen voertuig, maar dan schakel je alle besef uit van de lagere voertuigen van je wezen. Want er zijn nu eenmaal verschillende fasen, als het ware – je bent net zo’n Japans poppetje, weet u wel, waar in het poppetje wéér een poppetje en wéér een poppetje zitten – nu de buitenste hulzen leg je dan gewoon opzij en dan ga je verder met het voertuig van die sfeer. Maar dat moet je dus ontwikkeld in je zelf hebben, anders kun je die sfeer niet bereiken.

  • Dus in het onderbewustzijn dan?

Het is een geestelijk bewustzijn, een geestelijke ontwikkeling, die dus niet noodzakelijkerwijze gebonden is aan stoffelijke kennis of ontwikkeling.

  • Wat is in die technieken het siderisch lichaam? Hetzelfde als het astraal lichaam?

Ja, het siderisch lichaam is eigenlijk het lichaam in het tijdsaspect en dat is meestal bijna identiek met het astraallichaam, of identiek daarmee, maar, aangezien het siderische een tijdsaspect omvat en de tijdenergie, kan het ook zijn, dat iemand, die een vrijheid vindt om die energie voor zichzelf te bundelen, daarmee vooruit of terug kan gaan in de tijd. En dat kun je dus met het astraal niet. Maar daarom kan het dan ook niet met het astraal mee en je kunt dus ook nooit een volledig concrete verschijning maken. Je kunt misschien een vaag effect veroorzaken, maar meer kun je met een siderisch lichaam niet. In een dergelijk geval tenminste. En in je eigen wereld is het dan eigenlijk meer een functie van het astraal.

  • Men spreekt over de mens en zijn engelen. Kunt u iets zeggen over de engelwezens? Houdt dat verband ook met….

Ja. Engel, dat is ook weer zo’n heerlijke naam, hè? Laten we het zo zeggen: Wanneer je als mens leeft, dan ben je, door datgene wat je in jezelf verlangt en ziet, harmonisch, dus op een zekere manier verbonden ook met die hogere werelden, want dat hoort er toe. En nu is eigenlijk datgene, wat je op zo’n ogenblik uitzendt, een soort signaal. En dat betekent, dat diegenen, die mensen willen helpen in die sfeer, daardoor zullen worden aangetrokken en dan een tijdlang als uw gezel zullen kunnen functioneren. Onder engelen zouden we dus in wezen moeten verstaan, een bewoner van een van de hogere, of beter gezegd, van een van de lichtere sferen, welke u probeert te helpen en bij te staan, op grond van een harmonie, die eenheid ten aanzien van uw persoonlijkheid erkent heeft. Het kan dus ook een mens zijn geweest, die op aarde heeft geleefd, het hoeft niet noodzakelijkerwijze een ander wezen te zijn uit een andere sfeer of een andere wereld zonder meer.

  • Het begrip ‘schutspatroon’. Is een schutspatroon ook een engel?

Een schutspatroon, dat is over het algemeen een symbool dat de mens gekozen heeft voor zichzelf. Wanneer hij teveel op zijn schutspatroon rekent, staat hij ook regelmatig voor schut. Want die is er eigenlijk niet. Laten we zeggen, vroeger had je het met goden. Janus was de god van de handel en van de dieven. Nou, dat is heel begrijpelijk, hij had twee aangezichten en bovendien was hij niet eerlijk. Nou ja, dat geldt voor de handel en voor de dieven. En nu zijn er dus ook dieven, die zeggen: ja, maar er is iemand, die gestolen heeft en die toch heilig is geworden: mijn schutspatroon, hè? En als ze dan voor de brandkast staan, dan zeggen ze: kom Janus, help me een beetje. (Hilariteit) ‘t Klinkt een beetje idioot, maar het is dus de neiging van de mens, om voor zich een symbool te scheppen, dat hém in het bijzonder ken helpen. ‘t Komt eigenlijk voort uit de hagiografie, de beschrijving van het leven der heiligen. Daar herkende men dan ergens zichzelf, men begreep helemaal niet waarom het ging verder, maar men herkende zichzelf en men zei dus: nou, die man, dat is een heilige, die is bij God, maar hij zit in het vak, dus voor een vakgenoot kan hij wat over hebben. En dan zie je dus, dat bepaalde personen, omdat ze eens een keer op een orgel gespeeld hebben, plotseling patroon worden van de muzikanten, en een ander, die eens een ton in elkaar heeft geslagen, wordt patroon van de kuipers.

En een ander heeft volgens de legende – ja, tegenwoordig kan het niet meer, dat is afgekeurd, hè, heiligen worden ook afgekeurd; dat is Christoforus, die is samen met Sinterklaas de mist ingestuurd. Maar Christoffel dus was iemand die de reizigers hielp bij het oversteken van een gevaarlijke diepe rivier. En hij was bovendien de man die, volgens de legende, iemand op zijn rug torste, een kind, en dat bleek het kind Jezus te zijn. Dat was ontzettend zwaar, hij kon het haast niet houden, want, hij droeg mét Jezus de hele wereld. Een soort Atlas-figuur. En nu zien we het typische, dat hij zowel de patroon van de lastdragers was, dus de sjouwerlui en zo, alsook van de reizigers. En zo kun je doorgaan. Maar dat hebben de mensen er dus zelf van gemaakt. En als je nagaat dat Christoffel nooit heeft bestaan, dan kun je moeilijk zeggen dat een schutspatroon een hoger wezen is.

  • Er zijn geen vragen meer.

Nu, dat was het dan; zijn er nog uitbarstingen?

  • Ja, ik zou nog wel wat willen vragen over wat u zei, dat u niet rechtstreeks kon zeggen, maar zou u dat misschien in een mooi sprookje willen gieten?

Wat precies?

  • Datgene, waarvan u zei, dat u het niet rechtstreeks kon zeggen omdat men dan misschien uit de brand in de brand zou komen.

Ah juist. Ja, daar kan ik wel een sprookje van maken, als u tenminste trek hebt in sprookjes. Nu, waarom niet.

Nu, elk sprookje begint natuurlijk met: er was eens!
Er was eens een clown. In zijn tijd heette hij ‘nar’ natuurlijk, maar zijn taak was het voornamelijk, om altijd weer alle vorsten bezig te houden. En daarom buitelde hij, boerde hij, zei hij gekke dingen en riskeerde hij elke keer weer zijn hoofd door brutaliteiten, in de hoop, dat hij daarmee anderen zou amuseren. Maar, omdat hij té vaak de waarheid zei, besloot men hem om te brengen. Hij vluchtte naar een ander hof en daar was het precies hetzelfde. Men zei: deze nar is een verterend vuur dat alle gezag ondermijnt. – Dat heb ik de laatste tijd nog wel eens gehoord. – Nu wist de nar van zichzelf misschien niet eens, dat hij een nar was. Maar op een zekere dag, hoorde hij plotseling zijn naam noemen. Hij was blij, dat er iemand was die zijn naam op een vriendelijke wijze wist te zeggen en hij ging dus onmiddellijk op het geluid af naar een grot, en daar vond hij een kluizenaar. Die kluizenaar zei tegen hem: Vriend, jij hebt zoveel vuur, zou je voor mij een taak willen vervullen? En de nar buitelde wat en boerde wat en schudde zijn rinkelende zotskap en zei: Natuurlijk wil ik dat. Maar dan moet je wel vertellen, hóe ik het moet doen. En toen begon die geleerde man daar, die kluizenaar, een heel betoog, waar de nar niets, maar dan ook niets, van begreep. Op een gegeven moment zei hij: Zeg het nu nog eens een keer! En toen begon de man weer opnieuw. En toen vergat de nar, dat hij een nar was en hij sloeg zó hard met zijn zotskolf, dat de man er niet bovenop is gekomen. Integendeel, hij kwam eronder. De groene zoden dan wel te verstaan.

De nar vond dat heel zielig. Maar aan de andere kant, hij was een nar en het vuur van zijn woorden prikte nog steeds door de wereld. Totdat op een dag hij weer zijn naam hoorde roepen, wéér in een grotje. Hij kwam er binnen en ziet, daar had men een stoel voor hem neergezet, een aantal dranken, eten, kortom, alles wat een zot kan begeren. En degene die met hem sprak, zei tegen hem: Nar, je hebt zo ontzettend veel kracht in die tong van je en zoveel vuur en hier in de buurt woont een tiran. Zou je die tiran misschien, gewoon maar eens een keer aan de kaak willen stellen voor me. Nou, dat was iets wat de nar eigenlijk wel graag zou doen. En dus zei hij: ja, wat moet ik zeggen? Dat weet ik niet, zei de wijze. Maar als je als nar er naartoe gaat en buitelt, ga dan eerst onder de armen en maak hen duidelijk, hoe vaak ze misbruikt worden. Ga dan naar de rijken en vertel hen, hoe wankel hun rijkdom is. En ga dan naar de tiran en zeg dat hij zijn rijk niet begrijpt.

En ziet, de nar ging. En als een verterend vuur kwam de verandering over het land. En de magiër, die hem had opgeroepen, liet het paleis herbouwen en vestigde zich daarin, met het voornemen, om een goed en wijs bestuur te voeren. Maar helaas, voor het drie jaar verder was, was ook hij een tiran. Goed, het was een sprookje, er zit een verborgen zin in. Wat we allemaal al niet doen, als jullie het vragen. (Hilariteit)

  • Kunt u ook vertellen, of er een bepaalde afwisseling of periodiciteit bestaat van het optreden van de 5 elementen? Ik meen gehoord te hebben, dat de elementen 24 minuten lang hun grootste werkzaamheid hebben en om de twee uren weer aan de beurt zijn. Mijn vraag aan u is: hoe is die volgorde van het optreden van de elementen en vanaf welk moment begint de reeks op te treden?

Ja, dat kun je niet zeggen, omdat de reeks dus volledig is. De 24 minuten is een bepaald stelsel. Het is overigens niet geheel juist. Het beste kunt u zich houden aan het uurstelsel, waarbij dus het optreden van de 5 elementen dus kan gebonden worden aan het zogenaamd optreden van de heersers van het uur. Kent u die? Nu goed, dat is in de magie; dat moet u maar eens een keer naslaan, een reeksje van zeven aartsengelen, die afwisselend een uur regeren. En onthoudt u dan eenvoudig, dat u begint te tellen vanaf Michaël en voor Michaël zet u: vuur. Voor de volgende zet u: lucht, de daaropvolgende water, de daaropvolgende aarde, na aarde zet u ether en van ether gaat u over naar vuur. Op deze wijze krijgt u dus een lijst van de elementen, die ongeveer juist is. Daar hun functie niet op 24 minuten beperkt kan worden, maar in wezen hun eigen heerschappij ongeveer, – als ik het goed uitreken – is het ongeveer 54 tot 55 minuten in deze periode dus. Maar dat verandert nog wel eens. Maar in deze periode, d.w.z. voor de eerstkomende 100 jaar nog wel, ongeveer 55 minuten is. Door ze te binden aan de heersers van het uur bereikt u, dat, ongeacht de verschuiving, die dan toch wel weer optreedt, u ongeveer juist de hoge geestelijke kracht hebt, die het element beheerst en van daaruit dus tot het element doordringt. U kunt zich namelijk niet alleen op de elementen zelf baseren. U kunt zich wel weer op de zogenaamde kosmische wisseling baseren, maar daarvoor moet u zich wenden tot de oude kaarten, die behoren bij de aqua punctura, waarin namelijk de uren van kracht worden weergegeven. En deze uren van kracht zijn inderdaad vergelijkbaar met de 5 oude elementen.

  • Zijn dat Ida en Pingala, die stromen, die Prana-stromen?

Ja, dat heeft er indirect mee te maken, maar niet direct. Ja, ik moet een beetje opschieten. Laat ik het zo zeggen. De stromingen worden niet bepaald door de elementen, zoals door mij opgegeven, maar de werking voor de mens kan, gezien zijn eigen grondtype, mede variëren in overeenstemming met de loop van de uren, omdat zijn eigen vatbaarheid voor de kracht dan groter wordt. En daarmee zijn eigen mogelijkheid van beheersing, de uitstraling van het slangenvuur, daarmee in verband staat.

Goed vrienden, dan moet ik sluiten. lk zal het heel kort doen. Als u mij drie woorden geeft, dan maak ik er wat van.

  • Stroming, zotskap, unio mystica.

Ja, nu heb ik een stroming, die in de unio mystica een zotskap heeft voortgebracht.
Moeten we het hiermee doen? Goed.

Mystieke eenheid.
Als een zot ga je door de straten
En je speelt je spel
En je voelt je fel gebonden met het leven.
In de stromingen van de tijd
Denk je wel aan eeuwigheid,
Maar je wordt voortdurend weer door het moment gedreven
En zoekt jezelf te zijn
En kunt jezelf niet zijn.
Je denkt: Ik, zelve
Ik hier, bepaal het lot
Maar de wereld stroomt weer verder en dan sta je als een zot
Niet wetend, waar te gaan.
En toch, in het bestaan
Steeds weer zijn er machten
Steeds weer zijn er krachten
Steeds weer is er nieuw beseffen
Steeds in het ik een vaag verheffen
Tot een lichtje openbreekt
In je diep een stemme spreekt
De woorden, die je niet verstaat
En toch als wonder ondergaat
Een eenheid, die je niet begrijpt
Een licht, dat fel en pijnlijk slijpt
Aan wat je bent.
En dat je dan erkent:
Ik ben misschien een zotskap
Ik ga door het bestaan
Ik speel mijn spel van woorden en grollen
Maar de waan is teloor gegaan.
Ik leef nu in een werkelijkheid
De stroming van het leven
Is niet meer, wat mij drijft.
Ik heb de stroom beschreven.
Door kracht en de gebondenheid
Die in mij is en in mij blijft
En zin geeft aan ‘t bestaan.

Wat dacht u ervan?

  • Buitengewoon.

Ja, maar u moet niet denken, dat het een hele prestatie is, want ik schakel gewoon mijn eigen tijd wat anders dan uw tijd en dan heb ik een hele tijd om over mijn woorden na te denken, en u denkt toch, dat ze redelijk achter elkaar komen. Dat is heel gemakkelijk. Als u bij ons bent, moet u het maar eens proberen, zult u zien, hoe goed u kunt dichten.

Maar nu moet ik u werkelijk gaan verlaten. Ik dank u voor de aandacht. Ik heb het prettig gevonden uw vragen te mogen beantwoorden. Ik geloof, dat ik hier en daar, al was het dan wel eens wat erg moeilijk, een idee heb gegeven voor innerlijk werken. Want dat is eigenlijk het belangrijkste wat er bestaat. Want de werkelijke elementen van uw bestaan zijn de geestelijke krachten, waaruit u de kracht kunt putten, om materieel te uiten, wat er in u bestaat. En dat is het belangrijkste, wat er voor een mens kan zijn.

image_pdf