De vrije wil

Dit onderwerp is de laatste tien jaar erg veel besproken. Ik zal proberen om het bondig in te leiden. De vrije wil is iets wat slechts zeer beperkt bestaat. De redenen voor deze verklaring zijn:

  1. Elke mens is genetisch bepaald. Dat wil zeggen dat hij beschikt over een lichaam, met eigenschappen, die door hem niet vol­ledig te beheersen zijn. Hij heeft zwakke en sterke punten in zijn lichaam en zal dus bij alles wat hij doet of wil doen daarmee reke­ning moeten houden.
  2. Een mens is geconditioneerd. Hij leeft in een maatschappij, die hem bepaalde waarden bijbrengt. De absolute waarde en beteke­nis van wat die maatschappij doet zijn eigenlijk niet vast te stel­ler. De mens wordt hierdoor echter zodanig geïndoctrineerd dat hij zowel ten goed als ten kwade bepaalde remmingen ondergaat.
  3. In de kosmos zijn vele invloeden. Deze invloeden zijn zeer wel in staat om de omstandigheden waaronder een mens leeft te wijzigen. Het is mogelijk dat hij door kosmische stralen in een toestand van een zekere opwinding of van een zekere lethargie – deze beide alleen als voorbeeld ‑ komt te verkeren.
  4. Geestelijke kracht, die rond de mens aanwezig is, kan in bepaalde gevallen zijn wil beheersen. Hij is dus niet altijd in staat om meester te zijn over zichzelf. Er zijn omstandigheden denkbaar dat de mens niet geheel in staat is volgens eigen bewustzijn en wil te leven, omdat hij door geestelijke krachten wordt gedomineerd.

Hieruit wordt wel duidelijk, dat wij de vrije, wil niet kunnen zien als een onbeperkte waarde en dat wij ook niet iedereen aansprakelijk kunnen stellen voor al hetgeen hij/zij is of doet. Zeer belangrijk bij dit alles is natuurlijk ook, dat de mens denkt vrij te zijn en een vrije keuze te kunnen maken, terwijl hij niet begrijpt wat eigenlijk de aanleiding is tot zijn keuze. Om u een aardig voorbeeld te geven: Het blijkt dat de mannen degenen zijn, die de meeste auto’s kopen, maar van ongeveer 93 % van de aangekochte auto’s worden model, kleur en vaak ook de keuze van het merk ten slotte bepaald door de vrouw. Hier heeft de man dus kennelijk een zeer beperkte vrije wil. Als wij nagaan hoe het patroon van de goederenomzet is, dan blijkt ook alweer dat een mens door vele onbewuste factoren kan worden gedomineerd. Wanneer u naar een supermarkt gaat, mijne geachte dames, dan bent u volkomen vrij om daar veel of weinig te kopen. Er zijn echter allerhande trucjes ingebouwd. U moet langs bepaalde artikelen gaan, die u zeker niet nodig heeft om iets te vinden wat u wel nodig heeft. En wat u niet nodig heeft, ziet er dan zeer aanlokkelijk uit. U neemt dat mee en vergeet waarvoor u bent gekomen. Heeft u nu nog een volledig vrije wil? U kunt natuurlijk redeneren: Ja, want ik had het niet behoeven te doen. Maar u kunt ook redeneren: Maar ik kon haast niet anders doen, omdat ik instinctief in een bepaalde richting werd gedreven. En dat is nu het grote probleem waarmee wij zitten.

Een mens wordt geboren. Voor de geboorte heeft u als geest al een keuze gedaan. U heeft gezegd: Ik wil incarneren. Dit lijkt mij een redelijk voertuig, ik probeer het. Maar weet u precies waaraan u begint? Als u niet een heel bewuste geest bent, dan weet u dat niet. U komt dan in omstandigheden terecht, die u niet bewust in hun geheel van tevoren heeft gekozen, maar waarmee u nu moet leven. Indien u dat zoudt willen veranderen, kunt u dat niet. De vrije wil is dus ook zeer beperkt. Een vrije wil heeft de mens natuurlijk wel in zekere mate. Een mens kan volgens zijn eigen manier van denken en leven zoeken naar die waarden welke voor hem het meest bevredigend zijn. Hij kan wel degelijk elke keer, als hij met een keuze wordt geconfronteerd, deze beredeneren en datgene kiezen wat volgens hem emotioneel of verstandelijk het best is. Maar zijn die keuzen dan weer onbeperkt? De keuzemogelijkheid van een mens blijkt zeer beperkt te zijn. Wij hebben dat eens uitgerekend. Het is een lange tijd geleden geweest. Daarom hebben ze mij afgevaardigd om dit onderwerp in te leiden en zo mogelijk af te handelen. Zij hebben gedacht: laten wij maar iemand erheen sturen, die dat eerste onderzoek heeft meegemaakt. Wat bleek toen?

Als een mens op een bepaald moment voor een keuze staat, dan is de keuzemogelijkheid het gevolg van omstandigheden, die hij niet alle zelf heeft bepaald. Daar begin je mee. Het aantal keuzemogelijkheden is over het algemeen beperkt tot ongeveer 7. Soms zijn het er een paar meer, meestal een paar minder. Dat wil zeggen: je kunt geen tussenliggende keuzemogelijkheid vinden, omdat deze niet realiseerbaar is. In gedachten kun je elke keuze maken die je wilt. Waarmaken kun je slechts die keuzen welke stroken met de heersende tendensen, de mogelijkheden van de omgeving, de mogelijkheden van je lichaam en de mogelijkheden van je levenskracht en eventueel de geestelijke inspiratie die daarbij ook, nog een functie kan vervullen. Je kunt dus wel kiezen.

Nu zijn er mensen die zeggen. Je bent toch volkomen vrij. Maar dan zeg ik altijd weer: Dat is eigenlijk een suggestie die niet reëel is. Men kan ook zeggen: Elke vraag moet u toch met “ja” of “neen” kunnen beantwoorden. “Bent u een christen of bent u nog steeds een heiden?” Kies een van de twee. Dan zeggen de meeste mensen: “Ik ben een heiden die zich als christen gedraagt” of iets dergelijks. Dat zou een eerlijk antwoord zijn. “Slaat u uw vrouw nog steeds of niet meer? Ja of neen.” Dit is suggestief. U heeft een vrije keuze. Maar die keuze is niet juist, omdat de tussenliggende mogelijkheid u niet wordt gelaten. Anders gezegd: U bent eigenlijk bepaald om tegen wil en dank iets te zeggen. Als u met “ja” of “neen” op de laatste vraag antwoordt, geeft u altijd toe dat u uw vrouw heeft mishandeld. U moet dus uitkijken. Het is altijd zo: het is de vrouw die verleidt en de man die de schuld krijgt.

Ik meen aangetoond te hebben dat de zogenaamde vrije keuze maar zeer beperkt is. Er zijn vele keuzemogelijkheden die eigenlijk helemaal niet stroken met je eigen inzicht, je eigen persoonlijkheid of zelfs met je eigen waarheden. Dit beseffend kun je niet zeggen: er is een volledig vrije wil. Daarmee heb ik eigenlijk de voornaamste factoren reeds genoemd.

Is een mens dan ergens toch vrij? Dit antwoord kan menselijk niet worden gegeven. Het kan alleen vanuit een geestelijk standpunt worden beredeneerd. Als ik dingen doe, dan zal ik de gevolgen daarvan niet kunnen overzien. Ik zal niet geheel vrij zijn in de keuze die ik maak en de weg die ik bij het aanvaarden van die keuze zal volgen. Maar er zit wel iets anders. Ik kan dit doen mét een bewuste inzet om het goede volgens mijn besef te presteren of te continueren. Ik kan het ook doen ‑ en met evenveel gemak ‑ om een ander de das om te doen,, dan doe ik precies hetzelfde. Neem nu bv. de politiek. Politiek is altijd een curieus geval, want er zijn mensen, die strijden voor de vrijheid van anderen om een beter salaris te krijgen en er zijn mensen, die strijden voor de vrijheid van anderen om daar­ door zelf vrij te worden. Wie handelen nu juist? Natuurlijk de tweede groep. Maar de eerst genoemden doen precies hetzelfde. Zij doen dezelfde keuze, alleen zijn de beweegredenen anders.

Nu zeggen dat de tweede groep degenen zijn die werkelijk vrij zijn, omdat de eersten hun keuze voortdurend worden gedomineerd door een begeerte‑element. U zult zeggen: De tweede groep begeert de vrijheid. Maar vrijheid is niet iets wat buiten hen bestaat. Het is namelijk iets wat ze in zichzelf proberen te vinden en waar te maken. Daardoor is hun keuze een persoonlijke. Ze komt voort uit het eigen “ik” en heeft niets te maken met de dingen die buiten hen bestaan.

Daarom zeggen wij: De vrij wil bestaat in dien voege dat elke mens, die uitgaat van hetgeen hij in op elk moment als het meest juiste erkent daarbij niet zoe­kend naar datgene er buiten hem bestaat, maar zoekend naar de waarheid die hij in zich draagt, heeft een vrije wil omdat hij daarmee het geheel van zijn ervaringen bewust kiest in de richting van een positieve erkenning van het “ik” en in een positieve vorming van zijn persoonlijkheid.

Hier rijst de vraag: wat is eigenlijk zonde?

Zonde is niet wat je doet, maar wat je denkt voordat je het doet.

Wat is verkeerd?

Verkeerd is alles waaraan je begint met het besef dat het niet juist is.

Wat is goed?

Goed is alles wat je doet naar beste weten en inhoud.

Wat is deugd?

Deugd is naar waarheid beleven wat in je bestaat en dit uiten in de wereld rond je, ook als anderen het niet daarmee eens zijn.

U ziet het, men kan het allemaal zo eenvoudig mogelijk zeggen.

De vrijheid ligt in ons. Wij kunnen ons beleven van de wereld voor een zeer groot gedeelte wel beheersen, omdat wij daarbij uitgaan van de werkelijkheid die in ons bestaat. In ons is een volmaakte wereld denkbaar. In ons is de totale waarheid aan te voelen. Als wij ons daarop baseren, zal alles wat er gebeurt wel degelijk onder alle genoemde invloeden lijden. Het zal daardoor worden gedomineerd. Onze keuze zal daardoor niet vrij zijn in feiten van stoffelijke aard, maar het wordt vrij in geestelijke zin. Daarom kunnen wij zeggen: Vrijheid van wil kan geestelijk bestaan. Zoals totale vrijheid voor mens en geest alleen innerlijk kan bestaan, maar nimmer aan de hand van uiterlijke waarden volledig kan worden uitgedrukt.

Men zegt dat God volkomen vrij is. Maar zelfs bij Hem moet je je afvragen, of Hij die vrijheid niet heeft opgeofferd op het ogenblik dat Hij heeft geschapen, want daardoor heeft Hij wetten geschapen waartegen Hij niet kan ingaan zonder Zichzelf te ontkennen en Zijn schepping te vernietigen. Daarom is de innerlijke vrijheid voor ons een van de meest belangrijke zaken.

Een vrije wil? Ja. Een mens heeft een vrije wil, omdat, hij in zich het besef van goed kan dragen zich in zijn streven daardoor kan laten leiden. Een mens geeft geen vrije wil in de materie. De mens wordt gevoerd in een richting, die hij niet zelf heeft gekozen noch bepaald. Een collega, die leefde in een tijd dat de maximumsnelheid van een trein ongeveer 50 km per uur was, heeft eens gezegd:

“Vrije wil is: in een trein stappen en dan in de coupé de mogelijkheid hebben en zelf een plaats uit te zoeken.” Je wordt meegesleurd door het gebeuren. De mens wordt meegesleurd door de ontwikkelingen in de tijd. Binnen die tijd kan hij zichzelf wel plaatsen. Hij kan proberen om op zijn eigen manier daarin te bestaan en zichzelf trachten waar te maken. Dat is zijn vrijheid van wil, maar hij kan niet bepalen waar hij terecht zal komen. Een oude grap, die mij persoonlijk zeer heeft aangesproken toen ik voor het eerst met de Nederlandse taal te maken kreeg was, dat alle stations in Nederland “uitgang” heten. Iets dergelijks is het geval, als wij met het noodlot bezig zijn. Wij komen allen aan dezelfde uitgang, ook als de afstand wel eens verschilt, wij komen allen aan de dood.

Een mens, die vol‑bewust is, kan het moment van zijn dood bewust constateren en in bepaalde gevallen zelfs kiezen. Een mens, die dat niet is, weet niet hoe lang hij leeft en zelfs als hij het weet, kan hij daar weinig aan veranderen. Het is dus duidelijk: wij zijn gebonden aan het levensverloop zolang wij ons bevinden in de materie.

Als ik in de geestelijke wereld kijk, dan valt mij op dat daar vrijheid bestaat, omdat wij leven in een wereld, die wordt bepaald door onze persoonlijke inhoud, onze persoonlijkheid. Ik kan in mijn wereld alles beleven waarop ik kan reageren, omdat ik herinneringen daaraan of ervaringen daarvan in mij draag. Mijn wereld is dus in overeenstemming met mijn persoonlijkheid. Als ik in een hel leef, dan is dat misschien niet iets wat ik voor mijzelf zou verkiezen. Het is echter wel iets wat ik voor mijzelf heb gekozen, omdat ik tot een verwerpen van licht kom waarin de werkelijkheid van mijn persoonlijkheid zondermeer voor iedereen duidelijk zal zijn: dat is dan duisternis.

Als ik leef in een wereld van Zomerland, zie ik daar al die mooie huisjes staan en zie ik al die mooie diertjes en plantjes en de mensen die zichzelf meestal ook mooi denken. Dat is het eerste verschijnsel dat je ziet als zij in Zomerland komen: ze beginnen te treuren over de fouten die zij hebben, dan denken zij aan de schoonheid die zij hebben bezeten en automatisch worden zij dan knap. Dat is dan vrije wil. Er zijn ook enkelen bij, die bewust de oude figuur blijven aanhouden. Wij hebben namelijk een vriend in deze Orde, die heel knap is geworden, maar die steeds weer zijn oude gestalte als een soort narrenpak aantrekt. Hij voelt zich daarin schijnbaar meer thuis. Dit is een vrije, maar een beperkte keuze. Geestelijke vrijheid wordt beperkt door de totale bewustzijnsinhoud van degene die leeft en beleeft.

Uitbreiding van bewustzijn is alleen dan mogelijk, indien ik voortdurend bereid ben om een deel van mijn wezen a.h.w. ondergeschikt te maken aan denkbeelden van anderen waarin dit deel van mijn “ik” past. Zolang ik op mijn waardigheid en weten blijf staan en het andere afwijs, is er geen uitbreiding van bewustzijn mogelijk, hoogstens de noodzaak tot spoedige incarnatie.

U zult kunnen zeggen: “In de geest bestaat de vrije wil, omdat hier ons vermogen tot willen en daarmee tot waarmaken van onszelf in de wereld alleen wordt beperkt door wat wijzelf daaraan als beperking opleggen.” In de geestelijke wereld zou men graag veel dingen anders zien. Dat is waar. Maar men kan ze veranderen door zichzelf te veranderen. In uw wereld bestaat die mogelijkheid helaas nog niet.

Men heeft ook eens gezegd. In God ben je vrij. Als je het hoogste bewustzijn hebt bereikt, dan bestaat de absolute daadloosheid. Je behoeft niets meer te zijn, niets meer te doen, je behoeft alleen maar te existeren. Maar er zijn niet veel mensen en ook niet veel geesten die tevreden zouden zijn met alleen maar te existeren. Als je tot het allerhoogste opgaat, dan is het aantal mogelijkheden tot beleving oneindig geworden. Gelijktijdig is er in het “ik” een grote noodzaak om de beleving van de facetten van het Goddelijke zodanig te richten en te groeperen, dat men daarmee zichzelf waarmaakt en zo nodig zichzelf kan uitdrukken in een beperktere vorm van leven in een lagere sfeer of wereld.

Het is duidelijk, vrije wil bestaat. Maar die bestaat niet volledig. Wij worden voor een zo groot gedeelte bepaald door invloeden van buitenaf – zeker in de materie ‑ dat het dwaas zou zijn te zeggen: Een ieder is volkomen verantwoordelijk voor al wat hij/zij is en doet.

Wij kunnen alleen zeggen: De mens is verantwoordelijk voor zijn intenties. Voor de geest kunnen wij niets zeggen. De geest is geheel verantwoordelijk voor de wereld waarin zij leeft. Wij kunnen alleen zeggen dat ze aansprakelijk is voor de gebreken, die zij zelf in de wereld constateert omdat zij die door haar houding tegenover innerlijke besefswaarden tevoorschijn tovert.

Wat moet ik u nog meer zeggen? Woorden heb ik meer dan genoeg. Maar zij moeten zinvol blijven en zij moeten op het onderwerp slaan. Dat betekent dat, als ik rationeel reageer op mijn opdracht, ik moet zeggen: ik ben aan het einde gekomen. Dit is niet mijn vrije wil: dit is geïmpliceerd in een taak die ik heb aanvaard. En dan kun je zeggen: Telkenmale als men een verplichting of een taak aanvaardt, delegeert men een deel van zijn eigen vrijheid. Hoe groter de taak is die men in de wereld wil verrichten of hoe groter de rechten zijn die men aan de wereld wil ontlenen, des te kleiner de eigen vrijheid zal zijn.

Slotwoord:

Wij hebben gesproken over iets wat eigenlijk nooit helemaal bestaat op aarde: de vrije wil. Waarom legt men zo de nadruk op de vrije wil? Heel eenvoudig, als wij toegeven dat iemand geen vrije wil heeft, dan kunnen wij hem niet aansprakelijk stellen voor de dingen, die hij volgens ons verkeerd doet. Zodat in feite het stellen van een volledig vrije wil berust op de behoefte een ander in een bepaald patroon te kunnen dringen en hem te kunnen bestraffen, indien hij dat niet wil. Zo is de prediking van een volledig vrije wil en ook de prediking van predestinatie niets anders dan een poging om anderen te onderwerpen. Wie echter wil beseffen dat vrijheid van wil beperkt is, dat condi­tionering van de mens ‑ genetisch en psychisch ‑ bestaat en wil begrijpen dat er een vaste lijn is in het leven, maar dat die niet tevens een bepa­ling van de ontwikkeling behoeft in te houden, die komt dichter bij de werkelijkheid. Iemand, die bewust is, zegt zelden: Zo is het. Hij zegt: Zo schijnt het mij toe. Daarmee drukt hij uit dat hij zich voortdurend bewust blijft van de vele variabelen, die er in interpretatie en in het gebeuren zijn. Wie de werkelijkheid zoekt, zoekt een vrijheid van wil die gebaseerd is op het ervaren van het positieve in het leven. Een mens, die in alles het goede zoekt en ook zelf op het goede voortdurend probeert te antwoorden, past een vrije wil toe. Want hij kan ook anders beleven. Misschien zal hij weinig aan de feiten kunnen veranderen, maar zijn beleving ervan zal een geheel andere kunnen zijn. Wie de vreugde vindt van wat men onthechting noemt, is niet iemand die alle bezitters beschuldigt of alle vreugde van de wereld van zich afschudt. De werkelijke anachoreet is een geestelijke vrek, die voortdurend zijn geestelijke munten telt. De werkelijk vrije is degene, die ‑ alles aanvaardend en genietend wat het leven hem kan bieden ‑ gelijktijdig zich aan niets bindt. Hij is niet gebonden door voedsel of genotsmiddelen, door menselijke communicaties, bezittingen of verplichtingen, maar alleen gebonden door zijn eigen besef van juist en goed. Ook deze mens zal veelal geconditioneerd als hij is, bepaalde wegen bewandelen. Maar die worden dan niet meer een geestelijke sleur. Het is een voortdurend beleven van jezelf in relatie met de kosmos die je kunt ervaren.

Een bewustwording is altijd weer: ervaren zo goed je kunt wat de kosmos rond je nu voor jou is. Daaruit groei je. Toch heb ik zo-even gezegd, dat het eigenlijk geen evolutie is. Het is geen ontwikkeling in uiterlijke zin. Het is eerder een involutie: een inkeer in jezelf, een terugkeren naar het punt waarvan je bent uitgegaan, maar nu bewust van hetgeen je doet.

Wij hebben de vrijheid om deze keuze nu zelf te maken, niet later. Eens zullen wij de kracht waaruit wij zijn voortgekomen moeten aanvaarden. Maar de wijze waarop wij nu die kracht proberen te beleven en steeds meer waar te maken is vrije wil. Dat is onze grootste vrijheid, ons voorrecht. Ons voorrecht is het niet de wereld aan te passen aan wat wij als juist zien. Ons voorrecht is het onze verbondenheid met de kosmos te beseffen of af te wijzen. Deze keuze is onze grootste vrijheid. Juist omdat wij die vrijheid bezitten en daardoor ons beeld van de wereld door onze eigen wil wel degelijk wordt beïnvloed, blijf ik bij mijn stellen. Een mens heeft een beperkte vrije wil.

Ik hoop, dat ik u dit deze avond duidelijk genoeg heb voorgelegd. Misschien is de tijdsduur niet zo lang als anders, maar ik geloof, als ik uw reactie zie dat de duidelijkheid over het algemeen zeer groot is geweest en dat is belangrijker dan de duur. Ik zie dat de meesten van u toch altijd nog graag ofwel een vrije wil hebben, dan wel een goede God die voor die dingen zorgt.

Besef uw beperking wat de wil betreft en besef dat u geen God heeft die voor u zorgt, maar een God die mét u is, die ín u is, die altijd dóór u bestaat in de vorm die u zich van Hem voorstelt. Dan weet u dat u nooit alleen bent. U bent nooit werkelijk machteloos in kosmische zin, maar u bent ook nooit werkelijk vrij in menselijke zin.