De waan van de wanhoop

uit de cursus ‘De vernieuwing in deze tijd’ (hoofdstuk 5) – februari 1981

De waan van de wanhoop

Bij de beschouwing van de vernieuwing, zoals die zich geestelijk en anderszins afspeelt, valt op dat steeds meer mensen gedesoriënteerd zijn. Zij weten niet meer welke richting zij uit moeten gaan en óók geestelijk grijpen zij naar elk redmiddel dat zich voordoet. Er worden kwakzalversmiddelen op de markt gebracht onder de naam van goeroe, meester zus en meester zo. Ook Jezus heeft weer een aantal nieuwe volgelingsgroepen gekregen die allen in feite niets anders doen dan proberen een zekere mate van welbehagen te scheppen in de wereld waarin het zo moeilijk is om je eigen richting te bepalen.

Toch is er geen werkelijke reden tot wanhoop. Als we kijken naar alles wat er gebeurt, dan moeten we eerlijk zijn en zeggen: Er is alleen sprake van een terugkeer tot het normale.

Een groot gedeelte van de wereld heeft geleefd in een situatie die niet meer normaal is te noemen. Ook geestelijk gezien hebben de mensen steeds eisen en vragen gesteld en zichzelf tot arbiter opgeworden ten aanzien van de kosmos, de Schepper en al wat daarbij te pas komt. Het is duidelijk dat dat niet kan.

Voor elke mens en wat dat betreft voor elke geest moet er een eigen innerlijke relatie bestaan ten aanzien van de Schepper. Dat behoeft niet te worden uitgedrukt in een godsdienst of een bepaalde wereldbeschouwing, maar het moet er toch wel zijn. Op het ogenblik dat je die God in jezelf op de achtergrond schuift en op de voorgrond gaat schuiven wat je zelf vindt, wat je denkt en je eigen vragen, je problemen gaat uitstallen, dan wijkt het beeld van die God steeds verderaf. Je hebt dus steeds minder contact met het onbekende. Gelijktijdig voel je je door dat onbekende meer bedreigd. Het is zoiets als de duistere trip van een lsd‑gebruiker.

Dan kijk je naar de wereld. De wereld heeft de laatste tijd een welvaart opgebouwd waarvan men misschien meende dat die reëel was. Ik zou hier kunnen wijzen op hetgeen daarover in de jaren ‘60 reeds is gezegd, maar het is misschien voldoende te volstaan met het volgende:

Een groeiende economie kan alleen daar bestaan waar een toenemende afzet is. Op het ogenblik echter dat toenemende afzet alleen gaat ten koste van de kwaliteit, krijgt men verspilling. Waar verspilling is, komt een tekort. Datzelfde geld ook voor een staat.

Indien een staat alleen datgene uitgeeft wat werkelijk noodzakelijk is, dan is de staat voor de mensen een heel nuttig organisme. Maar op het ogenblik dat de staat eigenlijk alle zorg voor het leven van de wieg tot het graf aan zich probeert te trekken, komt er een moment dat ze zozeer beslag legt op alles wat werkelijk wordt verdiend dat je niet meer, kunt volstaan met het werkelijke bedrag van het inkomen. Je krijgt dan de z.g. deficietfinanciering. Dat kan voor een jaar best een keer zijn, maar dat kan niet voor tien of voor twintig jaar worden toegepast.

Hier worden de tekorten zo groot dat je moet kiezen: je kunt devalueren of je hebt inflatie. In beide gevallen betekent het in wezen een diefstal van allen die op welke wijze dan ook de juiste waarde bezitten.

Dus als u een bankrekening hebt of tegoeden heeft uitstaan, dan krijgt u minder dan u toekomt. Dat betekent dat de mogelijkheden kleiner worden.

Maar als je gewend bent aan de welvaart en je meent dat dat je werkelijkheid is, dan stel je je eisen. En als de wereld tot nu toe altijd aan je eisen tegemoet is gekomen, als je maar hard genoeg schreeuwde, dan schreeuw je net zo hard tegen God. Alleen, God is geen minister‑president. Hij doet niet aan politiek. Hij hoeft niet te luisteren. Hij doet het ook niet. Niet als je zo komt. Daar ontstaat er eigenlijk een soort illusie dat er reden is tot wanhopen. Is die reden er werkelijk?

Als wij andere vernieuwingsperioden beschouwen (we kunnen denken aan bv. de tijd van het Romeinse Rijk in ongeveer 200 na Chr.), dan zien we soortgelijke verschijnselen. Een zelfoverschatting die grandioos is, maar gelijktijdig daardoor niet meer in staat te zijn slagvaardig op te treden tegen gevaren. Je kunt je niet meer aanpassen aan hetgeen er verkeerd gaat. Daardoor gaat dan zo’n rijk te gronde. Wanneer echter het rijk te gronde gaat, nemen anderen de erfenis over. Geestelijk gezien gaat er in wezen niets verloren.

Griekenland was allang gereduceerd tot een arm staatje dat zelfs als kolonie niet al teveel meer had in te brengen, toen nog de gedachten van de Griekse wijsgeren de hele bekende wereld rond de Middellandse Zee in feite beheersten. Als je je dat gaat realiseren, dan is er geen reden om te wanhopen.

In een vernieuwingsperiode moeten wij er vrede mee hebben dat de oude gevestigde waarden verdwijnen. En als die oude gevestigde waarden nu toevallig zaken zijn waarop wij hebben vertrouwd, dan moeten wij verstandig zijn en er niet meer op vertrouwen. Als wij dat wel doen   dan komen we in die wanhoop sfeer terecht, omdat we dan niet meer weten wat we moeten doen. Als wij er rekening mee houden dat alles kan falen, dan is het niet erg.

Als ik denk aan de wijze waarop mensen plegen te reageren, dan wordt al heel gauw duidelijk, dat altijd weer de mens heeft geprobeerd om het oude, zijn beeld van zijn eigen machten en rechten en al wat meer is te behouden ten koste van alles en dat waar hij dat niet kon krijgen op een redelijke manier hij het op een onredelijke manier heeft gezocht.

Er zijn machthebbers genoeg geweest die in moeilijkheden gekomen binnenlands een oorlog zijn begonnen alleen om door die oorlog een eenheid te scheppen in het volk en gelijktijdig de mogelijkheid te krijgen om hun voornaamste tegenstander ofwel aan het front, danwel elders te laten sneuvelen. Denkt u niet dat het iets nieuws is. Dat heeft zelfs David al gedaan. Hij zond Uriah naar het front, omdat hij in de weg stond. Het is dus allemaal eigenlijk oude en gesneden koek. Laten wij dan kijken naar de werkelijkheid zoals ze nu voor ons ligt.

De ontwikkeling gaat in positieve zin nog steeds verder. Maar als we de uiterlijke vormen blijven zien als bepalend, als wij onze pseudo‑rechten zien als bepalend en niet datgene wat we zelf zijn, zelf beleven of zelf tot stand brengen, ja dat is natuurlijk een reden tot wanhopen. Degenen die zo denken, zijn geneigd om de wanhoop te prediken.

In de komende periode zult u dat waarschijnlijk nog op vele verschillende gebieden moeten constateren. Degenen die zien dat zij hun macht niet meer kunnen handhaven, degenen die zien dat zij hun rechten (die ze eigenlijk niet verdienen niet meer kunnen vasthouden, zullen schreeuwen en uitroepen dat de wereld ten onder gaat. Het einde der tijden is gekomen en dat de gehele regering moet worden afgeslacht en dat je beter maar meteen alles in puin moet gooien. Dat is nu eenmaal zo. Maar realiseer je dat dit het afrekenen is met oude vormen. Het klinkt krankzinnig, ik weet het, maar zo is het.

Iedereen kijkt naar de problemen van deze tijd, naar de toch nog toenemende ontkerstening ondanks de intensifiëring van het geloof. De praktijk die zo laag is dat je een put moet graven om erbij te komen, terwijl de idealen, vooral naar buiten toe, zo hoog, zo edel worden verkondigd dat ze wel uit de hemel schijnen te komen. Het lijkt gek, maar dat is het niet.

De wanhoop is een waantoestand. Ze is de ontkenning van de mens met zijn inhoud en zijn eigen mogelijkheden en zijn eigen ontwikkelingen. Als ik kijk naar hetgeen er in deze dagen steeds meer voorvalt (u zult er misschien al ervaringen mee hebben opgedaan), dan mag ik toch aannemen dat zich geestelijk en ook qua bewustzijn veranderingen aan het afspelen zijn. Ik zal er enkele van opsommen.

Steeds meer mensen worden empathisch. Zij voelen anderen steeds sterker aan. Wij zien steeds meer gebeurtenissen die wijzen op bewuste of onbewuste telepathische contacten. Steeds meer mensen nemen verschijnselen waar. Steeds meer mensen gaan schijnbaar instinctiever maar in feite inspiratief reageren, als ze in een situatie komen waaruit ze zelf geen uitweg weten en kiezen dan de enig juiste mogelijkheid. Hoe kan dat allemaal? Dat kan toch alleen, als in deze tijd mede door de bestaande omstandigheden, door de bestaande kosmische invloeden van de laatste tijd en de werkingen die nog te verwachten zijn, zij zich steeds dichter gaan bewegen bij de grotere wereld, die we dan de wereld van de geest kunnen noemen mijnentwege of, de wereld van God.

De grenzen die getrokken zijn tussen de menselijke wereld en die andere wereld (de wereld van het paranormale, het occulte) worden steeds kleiner. Het is nu al zo ver dat een onbekende, pas gekozen president van een der machtigste landen ter wereld zijn eigen astroloog als raadgever meebrengt. Die man heeft heus ontzettend veel te zeggen, daar kunt u Reagan op zeggen.

Realiseer u dus, het paranormale is niet slechts bijgeloof, al zijn de vormen waarin het zich pleegt te presenteren vaak omringd door bijgeloof. Het dringt door. Steeds meer mensen gaan geestelijk bewuster en ook wel geestelijk wat slagvaardiger reageren. Dat houdt in dat de bewustwordingswaarde van het mens‑zijn in de komende periode en waarschijnlijk al in deze tijd aanmerkelijk is toegenomen. Dat betekent dat wij, wanneer de mensen overgaan, steeds meer bewuste geesten zullen zien. 0, niet allemaal meteen in het hoogste licht, natuurlijk niet. Maar er is wel degelijk ook wat dat betreft, een vernieuwing.

Het lijkt, alsof er een nieuwe fase aan het aanbreken is waardoor de scholing op aarde kan leiden tot een veel hogere verlichting dan vroeger zelfs maar denkbaar was. De uitschakeling van alle illusies over hemel en hel en daarvoor in de plaats de concrete ervaring van jezelf in een voortdurend contact met de kosmos en de andere entiteiten. Het zal wel even duren voordat iedereen zover is. Maar dat is, meen ik, toch zéér positief.

Ik geloof niet, dat er iemand kan bestaan, zelfs niet onder de deskundigen, die zal ontkennen dat ook het begrip voor ontwikkelingen, voor situaties, voor verschijnselen op aarde bij steeds meer mensen aldoor toeneemt. Het is natuurlijk wel lastig, want vroeger had je het als expert voor het zeggen. Als je tegenwoordig optreedt als expert, moet je er rekening mee houden dat iedereen met een contra‑expertise komt. Maar het feit bestaat.

Ook hier weer, kennelijk wordt bij een deel van de mensheid (niet bij het geheel maar bij een deel) het inzicht in de eigen werkelijkheid en de verschijnselen daarvan groter. Dan moeten we toch zeggen, dat dat positief is. Er is helemaal geen reden tot wanhopen. Ja, het is natuurlijk wanhopig, als iemand moet erkennen: al mijn plannen, die ik zo zorgvuldig heb ontwikkeld, worden door een stelletje ijveraars tenietgedaan. Maar misschien dat zo iemand toch wel een uitweg zou kunnen vinden, als hij maar bereid zou zijn om naar anderen te luisteren in plaats van alleen maar te decreteren wat juist is. Op die manier, zou ik zeggen, is er dus ook wat de ontwikkeling van een groot deel van de mensheid betreft een positieve waarde.

Dan kunt u erover zuchten en steunen dat een politieagent tegenwoordig iemand is die moet leren blaffen en die dan met stenen wordt bekogeld. Dat is wel waar. Het is niet meer de Hermandad, de gezagshandhaver van eens. Maar die gezagshandhavers zijn er eigenlijk nog niet zo lang. Zij zijn een verschijnsel van de geïndustrialiseerde maatschappij, van de grote gemeenschap. Vroeger knapten de mensen het onder elkaar wel op. Waarom zouden de mensen het nu niet onder elkaar kunnen opknappen? Indien ze maar bereid zouden zijn om zoals dat vroeger in gemeenschappen het geval was zelf medeverantwoordelijkheid te dragen voor alles wat er gebeurt. Het is natuurlijk pijnlijk; het gezag, de bescherming valt weg. Je moet zelf wat doen. Maar als je het zelf doet, leef je zelf, dan ervaar je zelf, dan doe je ervaring op.

Er zijn mensen die geworsteld hebben en die gestorven zijn alleen omdat ze zelf wilden denken over de bijbel en wat daarin stond. Zij werden ketters genoemd. Zij werden soms verbrand als een soort heksen. Die mensen wilden zelf leven in hun geloof.

Het is natuurlijk heel erg jammer, als je een zeer belangrijk theoloog bent en iedereen zegt: Je kunt mij nog meer vertellen. Dat ze dat nu tegen de commissaris zeggen is tot daaraan toe, maar niet tegen een theoloog.

Het is pijnlijk als je als paus bemerkt dat zodra je begint met een uitspraak ex-cathedra bij een hoop katholieken het pauzeteken voorstaat. Het is heel erg pijnlijk, als je als eerste minister of als hoogste ambtenaar in den lande moet ontdekken dat iedereen zegt dat je tenslotte ook maar een draaitol bent. Of dat je eenvoudig star en stoer bent, maar geen begrip hebt voor de werkelijkheid. Dat is allemaal pijnlijk. Het is aantasting van gezag. Waar moet dat toch naartoe tegenwoordig!

Waar dat naartoe moet? Naar een vernieuwde mensheid, maar een vernieuwde ontwikkeling. Een geestelijke ontwikkeling die een werkelijke vernieuwing betekent, houdt in dat de mens ook zelfstandig gaat ageren, dat hij zelfstandig gaat denken, dat hij een eigen oordeel heeft en niet eerst moet kijken wat er in het hoofdartikel van de krant staat.

Dus, vrienden, is er reden tot wanhopen? Er zijn een hoop onaangename dingen dat ben ik direct met u eens. Daar zijn de drop‑outs van de maatschappij die het niet meer zien zitten. Maar zijn dat eigenlijk niet de mensen die anders toch ook op de een of andere manier een parasitaire rol gespeeld zouden hebben? Vroeger had je struikrovers. Die roofden waarschijnlijk omdat ze op een andere manier niet goed konden leven. Nu heb je mensen die roven ook en ze doen dat omdat ze anders hun spuitje of hun snuifje niet kunnen betalen. Is er dan zoveel veranderd? Is dat zoiets verschrikkelijks? Je moet natuurlijk anderen niet betuttelen. In een betuttelmaatschappij is het verzet tegen betutteling een van de ergste dingen die je je kunt voorstellen.

De mensen beginnen overal zelfstandig te denken. Het is typerend voor u dat u zich wel voortdurend bezighoudt met en wordt voorgelicht over de vakbonden en de stakingen in Polen. Maar waar u niets van hoort en wat toch zeker even belangrijk is, dat is een aantal geschillen dat zich in de Sovjet‑Unie heeft afgespeeld. Daar zijn verschillende zeer grote fabrieken en bedrijven in staking gegaan. Niet vanwege een vakbond, maar omdat ze de leiding niet meer wilden hebben. Die leiding is weggegaan. Nu werken ze weer o.a. in Gorki.

U vindt het misschien krankzinnig dat soldaten vragen waarom? Ik kan begrijpen dat elke goede officier daarvan een beroerte krijgt, want waar is dan zijn gezag, als hij een bevel moet kunnen verklaren? Aan de andere kant blijkt, dat diezelfde vraag waarom of hoe op het ogenblik één van de redenen is dat men zo voorzichtig is met in te grijpen in Polen. Ook in andere landen heeft men daarvan last. Landen waar het officieel niet eens kan bestaan dat anderen zelfstandig denken, waar maar één waarheid is, datgene wat de Partij vandaag de waarheid noemt.

Realiseer u dat. Het is niet hier zo. Het speelt zich net zo goed af in Libië, in Senegal, in Oeganda, zelfs op het ogenblik in Iran, al zou u het misschien niet zeggen. Het speelt zich af ook in India, in Pakistan, in China. Overal waar u het maar denken wilt, vindt u die verandering.

De wereld is wel degelijk bezig zich te vernieuwen. Maar ja, voordat je je oude huid hebt afgestroopt, moet je wel enige wrijving doorstaan. Dat heeft zelfs een slang. Een slang die aan het vervellen is, heeft op z’n minst genomen zand nodig, maar bij voorkeur een paar stenen of een struik. Daarmee kan hij zijn oude vel kwijt.

De oude vormen moeten veranderen, dat is wel zeker. Maar de innerlijke mens groeit. De innerlijke mens wordt in wezen sterker, fraaier en niet alleen maar hulpelozer en meer verdoemd. Dat begrijpen betekent dat je alle wanhoopsprofeten een beetje lachend moet aanhoren. Natuurlijk, er zullen nog meer werklozen bijkomen in Nederland. Dat behoef ik u helemaal niet te verkondigen. Iemand, die nu aan onze kant is, kreeg aan uw kant al bijna een beroerte toen wij het hadden over een half miljoen werklozen in Nederland. Als wij nu kijken naar de feitelijke werklozen in Nederland, dan zijn we dat getal allang voorbij en zitten we al in de 650.000. Toch merkt u daar eigenlijk niet veel van. Het leven gaat door.

De wanhoop is dus een kunstmatig iets. De wanhoop is niet echt, maar ze komt voort uit een poging om met zo weinig mogelijk verantwoordelijkheid, zo weinig mogelijk moeite een zo groot mogelijk deel te krijgen van alles wat er is. Gewoon egoïsme. Dat is het enige dat wij in deze wereld als enigszins negatief kunnen beschouwen, de toenemende vervreemding van de mensheid bij steeds meer mensen. Maar als ze dat niet kunnen compenseren door hun geestelijke waarden aan het werk te zetten, dan komt er een ogenblik dat ze geïsoleerd zijn, dat ze de destructieve elementen voeden die zich verzetten tegen al dat oude zonder dat ze in staat zijn kracht te vinden in al het nieuwe.

Ik wil trachten duidelijk te maken waarom die wanhoop overbodig is; om u aan te passen bij de nieuwe golf van bewustwording.

In de tweede plaats; Deze wereld zou zichzelf kunnen vernietigen. Op het ogenblik dat de mensen nog direct staan achter degenen die oproepen voor het een of ander schoon ideaal, is een wereldoorlog onvermijdelijk. Er zal dan altijd iemand zijn die met atoombommen gooit en zullen de andere teruggooien. Maar steeds minder mensen zijn daartoe bereid, niet alleen in Nederland maar ook in de U.S.A., in de U.S.S.R., zelfs in Frankrijk. Realiseer u dat! O, zeker, er zal een beperkte atoomoorlog komen. Het is niet aan te nemen dat Europa daarvan de meeste klappen niet zal krijgen. Dat is onvermijdelijk en dat is jammer. Maar als die oorlog er niet zou zijn, dan zou er een wereldvernietiging komen. Het beperkte geweld, de terreur van de straat, het verzet tegen de overheid waar velen van u het er toch niet helemaal mee eens zijn, is in wezen noodzakelijk omdat alleen hierdoor kan worden voorkomen dat in een massapsychose, die bewust door de leiders wordt opgewekt, de mensheid andere delen van de mensheid te lijf gaat. Een nationaal machtsegoïsme wordt gebruikt en misbruikt om feitelijk de wereld te vernietigen.

In de derde plaats: Wij weten dat er op het ogenblik nogal eigenaardige staatslieden rondlopen. Al deze staatslieden met hun eigenaardigheden en hun kwaliteiten zijn eigenlijk niet in staat om alles in de hand te houden. Vroeger was een staatsman iemand, die het lot van zijn land wist te bepalen. Nu is het meestal iemand, die achter de feiten aan loopt en net doet of hij de beslissing heeft genomen. Maar dat is goed, want als er nu werkelijk sterke mannen zouden zijn, mannen die een heel volk achter zich zouden krijgen, denkt u dan niet dat er tienduizend Hitlers op deze wereld zouden optreden compleet met concentratiekampen? Ze zijn er wel, maar ze kunnen net niet een voldoende greep krijgen. Het zijn juist deze onvolledige z.g. staatslieden die de kans scheppen voor de wereld.

In de vierde plaats is daar de grote verwarring. Natuurlijk, het wordt steeds chaotischer (daaraan zullen wij ook een onderwerp wijden). Al die verwarring dient eigenlijk als een schild, een denkmantel voor een vernieuwing. Zonder die verwarring is de vernieuwing niet mogelijk. Als je je dat realiseert, dan is het ook niet zo gek dat het een beetje fout loopt.

Als je kijkt naar de manier waarop tegenwoordig volksmenners en volksverlakkers allerlei besluiten en beslissingen nemen die overbodig zijn, dan denk ik aan het optreden van vakbonden (zoals in Engeland), je kunt ook ergens anders kijken. Dat optreden is in verhouding tot de mogelijkheden die er nu zijn waanzinnig. Die mensen doen dat om aan de macht te blijven, want ze weten zelf wel dat ze eigenlijk het onmogelijke eisen. Maar als nu duidelijk wordt dat ze alleen het onmogelijke eisen om zo in de ogen van hun volgelingen groot te zijn, dan gaan die volgelingen misschien zelf denken.

Er zijn overal mensen met kreten als: “Volg mij, ik zal u de uitverkiezing bezorgen.” ‘Verkoop zoveel mogelijk exemplaren van ons blad en u behoort tot de 144.000 uitverkorenen.” Ik zeg u dat de Verlosser opnieuw op aarde is geboren, enz. enz. Allemaal mensen die de niet‑denkers met zich meeslepen.

Er gebeuren echter wel rare dingen, want het einde van de wereld was verkondigd door de uitverkorenen en het kwam niet en het kwam weer niet. Nu zijn er minder uitverkorenen. Erg jammer voor degene die het exploiteert, maar het betekent wel weer dat een aantal mensen wordt losgeweekt van dit absolute gezag, van dit kuddegedrag en daardoor langzamerhand toch komt tot een meer persoonlijk denken en leven.

Het is juist de verstarring die de reden geeft tot wanhoop. Als alles steeds meer vastloopt, steeds meer zodanig is dat je jezelf als mens niet meer kunt zijn, dat je niet één gedachte zelfstandig meer durft denken die je niet is voorgezegd door het bevoegde leergezag, dan is er reden tot wanhoop, want dan verliest de mens zijn mens‑zijn, zijn menswaardigheid. Zolang de mens nog voor zichzelf durft beslissen, als de mens voor zichzelf nog een eigen weg durft gaan op welk terrein dan ook, als de mens ook nog verantwoordelijkheden op zich durft nemen, is er geen reden tot wanhoop.

Men ziet hoeveel mensen in deze tijd op enigerlei wijze zelfstandig worden, meer gaan denken vanuit een persoonlijke benadering over alle gebeuren buiten hen, steeds intenser beleven wat er aan gebeuren in hen bestaat, dan kunnen wij niets anders zeggen, dan: Je zou in plaats van te wanhopen, moeten hopen. Want er komt steeds meer geestelijk licht in de wereld, steeds meer geestelijke mogelijkheden openbaren zich en steeds meer mensen maken daarvan bewust of onbewust reeds gebruik.

Denkt u eens na over hetgeen ik heb gezegd: Ik heb het aangepast aan een golf die ik op het ogenblik voel aankomen. Als u hiermee alvast rekening houdt, dan zult u daar in ieder geval niet door overspoeld worden.

Ik zie ik zie…………

Er zijn heel veel mensen die in deze tijd verschijnselen zien die ze niet helemaal kunnen thuisbrengen. Meestal is het in een hoek van het gezichtsveld dat er iets verschijnt. Men ziet ineens gestalten, wazige figuren, men krijgt het gevoel aangeraakt te worden en dergelijke dingen. Het lijkt mij aardig om daarover het een en ander te zeggen, omdat het aansluit bij hetgeen er in het eerste gedeelte is behandeld.

Allereerst dit. De periode waarin u de schimmige dingen ziet is altijd een overgangsperiode. Dus als u ineens links een groen gezicht ziet oprijzen, dan moet u niet denken: de Hulk is losgebroken. U moet gewoon tegen uzelf zeggen; Nou ja, dat is iets. Ik zal later wel merken wat het is. Dit is iets dat in ontwikkeling is. Als je eenmaal door die fase heen bent kun je selectief gaan waarnemen. Dat is erg belangrijk.

Iemand, die selectief gaat zien, kan bv. de aura van een medemens zien als hij dat wil. Hij behoeft er niet naar te kijken. Hij kan kijken, als hij voelt dat er iets aanwezig is en dan vaak visuele indrukken krijgen van datgene wat er is, maar hij behoeft het niet te zien. Hij kan het zelfs volledig negeren en van zich afzetten.

In een periode dat u steeds wordt geconfronteerd met al die eigenaardige belevenissen lijkt het wel een beetje alsof de wereld van de geest een soort verstoppertje aan het spelen is met de mensen. Dat is helemaal niet waar. De werkelijkheid is als volgt: Men erkent ook weer, inclusief eventueel verandering van zonnestraling, dat de mens zich gemakkelijker realiseert dat die dingen er zijn. Dit is ook zeer belangrijk:

Dan is daar nog een golf van niet‑stoffelijke oorsprong. Deze heeft veel van de effecten van het witte licht. Ze doet dus sterke tegenstel­lingen ervaren. En omdat de contrasten gemakkelijker worden beseft, zul­len ook daardoor bepaalde gevoelservaringen, visuele en auditieve, weer scherper worden onderscheiden van de norm.

Het zijn deze drie invloeden bij elkaar die er eigenlijk voor zorgen dat u met dergelijke vreemde dingen kunt worden geconfronteerd. Onthoudt u één ding:

Al datgene wat onwillekeurig gebeurt, kan wel betekenis hebben, maar u kunt nooit zeggen in hoeverre. Trek daaruit dus geen conclusies. Als u wordt geconfronteerd met zeer duidelijke uitspraken, controleer ze. Want als u niet volledig bewust bent en niet de gave werkelijk gericht hebt leren gebruiken, dan zult u altijd toch weer zelf iets erbij voegen. Het is heel gemakkelijk om van ‘neen’ ‘neen’ te maken of omge­keerd. Dus als u er al rekening mee houdt dat iets betekenis heeft, controleer het voor zover dat mogelijk is.

Laat u niet domineren door figuren die voortdurend opduiken in uw gezichtsveld of invloeden die u voortdurend een gevoel geven dat de ene keer uw kruin kriebelt, de andere keer krijgt u een klap op de schou­der. U weet hoe dat gaat. Negeer deze dingen zoveel mogelijk. Want zolang deze dingen niet verder gaan dan dat, is het voldoende dat ze ge­beuren. U moet langzaam maar zeker verschillen gaan voelen. Als u voelt wie er aan uw kruin kriebelt, dan wordt het wat anders. Maar zolang het alleen maar gebeurt, kunt u denken aan in het haar levend kleinvee tot de hoogste geestelijke invloed toe. U weet het niet. Door de zaken wel te accepteren maar als betekenis te negeren ontstaat het volgende;

Uw gevoeligheid blijft bestaan en kan groter worden. Als krachten zich bewust tot u richten, worden zij gedwongen tot een duidelijker uiting en zullen zich ook duidelijker manifesteren. U zult beter weten wat u eraan heeft.

Als het meer persoonlijke zaken zijn, dat kan soms een rol spelen, besef dan gewoon dat dit op zichzelf geen betekenis behoeft te hebben, tenzij het controleerbaar is. Een raadgeving, die niet gepaard gaat met gegevens waarvan u niet op de hoogte was, is over het algemeen iets wat u met voorbehoud moet aanvaarden. Juist omdat u zelf terughoudend bent tegenover alle invloeden die optreden, bereikt u dat de invloe­den die van betekenis voor u zijn duidelijker, meer direct omschreven kenbaar worden, terwijl al die andere invloeden waar u eigenlijk niets mee te maken heeft aan u voorbijgaan.

Ik weet, dat sommige mensen helderziendheid heel mooi vinden. Want, zeggen zij, dan zie je soms dat het in de kamer net een verkeers­weg is. Daar lopen maar geesten heen en weer. Nu ja, wie heeft er nu aardigheid in om een geest in de kamer te zien ijsberen? Dat is gewoon kolder. Daar heb je niets aan. Dus moet je zeggen: Ik sluit mij daarvoor af. Als iemand met mij contact wil opnemen, dan moet hij naar mij toekomen. Als ik met iemand contact wil opnemen, dan zal ik in mijn den­ken een gericht beeld opbouwen en als daar een antwoord uit komt, zal ik eens kijken in hoeverre dat klopt.

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Een spelletje dat de mensen graag spelen. Heel veel mensen zijn helderziend. Zij lezen in de sterren, ze le­zen in je hand, ze lezen in je hoofd, in je ogen en de rest. Het loopt van hemelkijkers tot piskijkers toe. Alleen iemand, die precies weet wat hij wil, heeft daar iets aan. Iemand, die in ontwikkeling is, weet niet wat hij doet. Dientengevolge moet hij passief zijn. Pas op het ogenblik, dat hij heeft geleerd dat bepaalde fenomenen steeds weer optreden, kan hij proberen één van die fenomenen met een eigen gedachtenbeeld te confronteren. Dus heel eenvoudig.

Stel, dat er iemand bij u komt en die roept steeds. Oh, oh, oh. Nou, dan denkt u intens aan een eksteroog met de vraag: Heeft iemand daarop getrapt? Als er dan een duidelijk ‘neen’ komt, dan is er een begin van communicatie. Is dat er niet, dan heeft dat ‘oh, oh, oh’ ook geen betekenis.

Het is eigenlijk gek dat mensen zo graag dingen willen zien. Er zijn er ook die zeggen. Voor mij hoeft het niet. Dat vind ik ook stom. Je hebt de gave om te zien, dan moet je bereid zijn om die gave te accepteren. Maar je moet je niet erdoor laten domineren. Anders zie je vandaag of morgen een geest op de motorkap zitten. Je kijkt er zo naar dat je helemaal vergeet waar de wal en de sloot zijn en dan zit je in de sloot. Dan ben je van de wal in de sloot gekomen alleen maar omdat je naar een geest hebt gekeken. Dat is niet de bedoeling.

Je moet gewoon reëel blijven. Hier heb ik geen interesse in, ik sluit mij af. Maar ik constateer eerst of er iets is. Ik sluit mij niet continu af, want dat heeft ook geen zin.

Nu heeft u wel gehoord dat in het afgelopen jaar die invloeden er al waren en dat ze in het komende jaar nog sterker zullen worden. Het ziet er nu inderdaad naar uit dat die invloeden lopen tot ’85-’84. Het houdt in dat u heel veel kansen zult krijgen om u verder te ontwikkelen. Maar leer reageren op hetgeen u ervaart door te zeggen ‘neen’ en u af te sluiten; door te zeggen ‘ja’ en aan eventueel door zelf beelden uit te zenden, een concreet antwoord af te dwingen. Een geest die voortdurende “mummele mummele mum” zegt, daar heeft u niets aan. Als die geest werkelijk iets wil zeggen, dan moet ze maar van mum tot ma gaan en duidelijk worden. Zend het beeld naar haar toe. Reageert die geest niet, sluit u ervoor af. Als ze u dan weer beroert (na de afsluiting stelt u zich toch weer open), dan krijgt u wel reële contacten.

Bij al die invloeden moeten we ook nog rekening houden met heel iets anders.

Op het ogenblik is het gemeenschappelijk bewustzijn van de mensen een beetje in de war. Dat komt waarschijnlijk omdat er zoveel mensen in de war zijn dat het in het gemeenschappelijk bewustzijn doorwerkt. Zo nu en dan lijkt het in het gemeenschappelijk bewustzijn nog erger toe te gaan dan in de een of andere Raadsvergadering of Kamerbijeenkomst, het gaat allemaal tegen elkaar en door elkaar. Omdat dat om u heen is zal het u kunnen beïnvloeden. Het betekent, dat u soms zonder enige reden bevangen kunt worden door een gevoel van wanhoop of plotseling een gevoel heeft van een grote blijmoedigheid zonder dat u weet waarom.

Kijk, de blijmoedigheid kunt u gebruiken, daar behoeft u niets tegen te doen. Maar als u de wanhoop heeft, dan moet u zich onmiddellijk realiseren: wanneer is dit opgekomen? Wat was er toen? Door zo te denken ziet u waar bij u die invloed ligt. Dan schakelt u de wanhoop uit, want u zegt. Dat is toen ontstaan, het is dus zonder reden. U kunt het dan inderdaad verdrijven.

U kunt ook zenuwspanningen, die vooral bij gevoelige mensen (sommigen zeggen hysterische mensen, maar dat vind ik wat overdreven) heel sterk kunnen oplopen, aanmerkelijk beperken, als u zich afvraagt. Wat is de reden van dit gevoel op dit moment en wanneer is het begonnen? Hierdoor dwingt u zich de zaak onder ogen te zien. En dat betekent tevens dat ze beheersbaar wordt. Beheersbaarheid is alles wat u nodig heeft in deze tijd. Als u occulte gaven wilt ontwikkelen, best. Maar beheerst. Laat u nooit gebruiken als het een of andere instrument voor willekeurige krachten die om u heen zijn. U zou uzelf het slachtoffer maken. Als dat niet het geval is, dan heeft u nog de mogelijkheid dat u voor anderen schadelijk bent of dat uzelf eraan te gronde gaat. Het heeft absoluut geen zin om dat te doen. Dan voorzie ik in de nabije toekomst enkele perioden die nogal intens kunnen zijn wat dit betreft. U moet er zelf maar eens op letten, misschien kunt u dat dan ook constateren.

In deze perioden zult u zeer waarschijnlijk worden overspoeld door dergelijke niet rationeel te verklaren gevoelens of u zult bepaalde occulte verschijnselen waarnemen. Houd er rekening mee, deze dingen zijn niet bestemd om bij anderen over op te snijden. Als u morgen komt vertellen dat u de geest van Mae West met een zwemvest aan door de kamer heeft zien dobberen, dan zijn er misschien mensen die denken dat u heel wat betekent. Maar in wezen is het zo onzinnig dat u uzelf ontwaardt door dergelijke dromen te zeggen. Zoek alleen maar die gegevens die direct begrijpelijke betekenis hebben en deel ze dan alleen mee aan degenen die daarbij betrokken zijn.

Dan zullen we in die periode zien (wij hebben dan het wisselende rood ‑ wit licht) dat er mensen zijn die zich moe gevoelen. Dat vermoeid zijn heeft niet alleen te maken met voorjaarsmoeheid. Het speelt er wel een rol bij. Daar kun je met Vit. C wat aan doen. In feite is er ook dit gaande.

Wij hebben een aantal zeer snelle wisselingen van straling gehad. Op het ogenblik hebben wij wit licht te verwachten. Wij hebben een roodlicht periode gehad die is afgelopen en een sterke rood‑invloed die zich nu alweer aankondigt. Eigenlijk wat onverwacht sterk. U zweeft dus tussen al die stralingen in. Als u dat gewoon laat gaan, dan zult u zich en lichamelijk en geestelijk minder prettig voelen. Probeer daar een denkbeeld tegenover te stellen. Denk wat mij betreft aan taart met slagroom als u dat leuk vindt of aan een vakantie op een zeiljacht, desnoods aan de honderdduizend. Zoek iets waar u plezier in heeft. Ga daar over denken. Op die manier kunt u de negativiteit die u dreigt te overspoelen voor een groot gedeelte beheersen.

Het zal blijken dat daardoor ook uw lichamelijke conditie iets beter wordt. Als de fantasie dan langzamerhand ten einde is, heeft u ook nog kans dat die occulte invloeden wat sterker dan normaal doorkomen zodat u misschien nog de tip krijgt waardoor u niet alleen zelf nog beter kunt worden, maar anderen nog beter kunt maken ook. Op deze manier kunt u gebruikmaken van alle invloeden van deze tijd.

Heus, ik weet dat het in deze dagen niet altijd even prettig is. Maar het ligt voor een deel aan uzelf. Als u zich negatief gevoelt en u geeft zich daaraan over, dan wordt de zaak steeds negatiever. Als u zich overgeeft aan een geestelijke invloed zonder u af te vragen wat ze betekent en zonder die invloed op de proef te stellen, dan doet u misschien dingen die u anders in uw leven nooit gedaan zoudt hebben en waarmee u later dan weer geen raad weet.

Probeer in deze dagen beheerst te zijn. Zet tegenover alle negativisme een positief beeld al is het maar een droom.

Probeer, als u met geestelijke krachten te maken heeft en u weet niet precies wat u eraan heeft, om een krachtig beeld vaan licht op te bouwen of van een geestelijke figuur die u bijzonder belangrijk vindt (of dat nu Jezus is, de Boeddha of een ander), maar iemand die voor u positieve geestelijke kracht representeert. Door dat beeld op te bouwen en zeer intens even in u vast te houden, ook als het helemaal geen voor­stelling is die met de werkelijkheid in overeenstemming behoeft te zijn, dan zult u daardoor vaak positieve contacten met de geest kunnen krijgen en zult u de negatieve invloeden die occult op u worden afgestuurd of die u zouden verwarren terzijde kunnen schuiven en daarvoor positievere contacten opbouwen.

Het is niet veel wat ik u vertel, maar het is wel erg praktisch. Het is heel mooi te spreken over de vernieuwing die op het ogenblik gaande is. Ze is inderdaad gaande. Maar wat hebben wij aan een vernieu­wing, indien wij er geen gebruik van kunnen maken? Wat wij moeten doen is, voor onszelf innerlijk een discipline volgen waardoor wij alle krach­ten van de vernieuwing – of die nu geestelijk zijn of anderszins – leren gebruiken, zodat wij ons prettiger voelen en de wereld een beetje beter kunnen maken.

Als u dat doet, dan zult u zien dat het niet meer is: ik zie, ik zie …. Maar dat het is; ik besef. Op het ogenblik, dat u beseft en volgens het besef handelt, heeft u iets geschapen waardoor de vernieuwing ook voor anderen kenbaar dichterbij ga gekomen.

Vragen

  • Ik heb begrepen dat er ook een blauw‑periode zou zijn in februari.

Die blauw‑periode is er wel, maar ik geloof niet dat ze erg belangrijk is omdat de meeste mensen met weten en beseffen niet zo gemakkelijk verder kunnen komen. De blauw‑periode kan, als je wetenschappelijk denkt, ineens nieuwe ideeën brengen. Ze kan je, als je religieus denkt, maar wel op een nuchtere manier, helpen om een nieuwe benadering te vinden. Je kunt echter, niet zeggen. De blauw‑periode maakt de mensen plotseling nuchter en ook niet rustig. Een blauw‑periode die bewust wordt beleefd verandert inderdaad de aard van de spanningen zodanig dat je evenwichtiger wordt. De blauw‑periode loopt op het ogenblik al en houdt aan tot ongeveer 12 februari. Dan krijgen we ineens die heel felle invloed daar achteraan waarover ik sprak en daardoor krijgen we ook die eigenaardige effecten.

  • Krijgen we ook dromen in deze tijd die heel duidelijk zijn en die iets betekenen?

Ja, dat gebeurt heel vaak. Maar u moet één ding niet vergeten: dromen worden vaak in symbolen uitgedrukt en daarom is het heel moeilijk om ze juist uit te leggen. Als u dat niet kunt, zet ze dan maar voorlopig opzij. Dan komt er wel een ogenblik dat u ineens weet wat voor betekenis ze hebben. Dat in een slaaptoestand, dus in een absolute ontspanning, geestelijke invloeden veel sterker op u kunnen inwerken dan anders, is ongetwijfeld waar. Dat betekent dan dat u daardoor een nieuwe visie kunt krijgen op uzelf of op bepaalde aspecten van uw leven. Maar alleen als u de symbolen kunt begrijpen. Op het ogenblik, dat u zich zit af te vragen; betekent het nu A of B, wacht dan maar tot een ander C zegt.

  • Maar als dromen je steeds bijblijven, waarom is dat?

Dan is er iets wat in uw leven erg belangrijk is of wat geestelijk voor u belangrijk is. Beide zijn mogelijk. Als de droom zich steeds blijft herhalen, dan geef ik u de raad om op te letten op datgene wat in die droom anders is. Want het is datgene wat steeds wisselt dat duidelijk maakt wat ze betekent. Het gelijke beeld is over het algemeen een associatiebeeld van uzelf, maar datgene wat er elke keer in verandert, dat is de feitelijke boodschap die achter het associatiebeeld ligt. Dus let op die veranderende associaties, dan komt u tot een erkenning van iets wat zich in u afspeelt en wat heel wat van buitenaf is geïnduceerd.

Wisselvalligheden

Wisselvalligheden zijn de zaken die we nog niet kunnen overzien. Het is de voortdurende afwisselingen van de frustratie van onze verwachtingen. Het is datgene wat anders gaat dan wij meenden te kunnen weten. Maar in feite zijn we deel van een groot geheel en in dat geheel veranderen de evenwichten voortdurend.

Als wij begrijpen dat wij deel zijn van dit geheel en dus zelf met ons oordeel en onze verwachtingen nooit bepalend kunnen zijn voor de werkelijkheid, dan zullen wij de z.g. wisselvalligheden gemakkelijker opnemen. Wij zullen ons er minder van aantrekken en we zullen daardoor ook als vanzelf gemakkelijker het schema gaan aanvoelen dat erachter ligt. En dan blijkt dat achter alle wisselvalligheden toch wel degelijk een vaste lijn te vinden is.

Het is geen lotsgebonden lijn, maar het houdt wel direct rekening met de inhoud van alle persoonlijkheden die bij de wisselvalligheden betrokken zijn. Als alle mensen op een gegeven ogenblik hetzelfde denken, dan maken zij vaak iets waar. Dat kun je op een voetbalveld zien. Iedereen denkt: schop die benen weg! en dan gebeurt dat ook onmiddellijk.

Realiseer u dus: wisselvalligheden bestaan voor ons, maar in wezen zijn het onontkoombare en logische ontwikkelingen voortvloeiend uit het geheel van de persoonlijkheden binnen het kader van de mogelijkheden waarin zij zich bewegen.

Dan komt de erkenning, alles is volgens plan. Ik heb binnen het plan de mogelijkheid mijn eigen positie te veranderen, maar ik moet er altijd rekening mee houden dat dan ook de positie van anderen een wijziging ondergaat.

In de samenhang tussen deze wijzigingen die ik zelf tot stand breng en datgene wat buiten mij als gevolg daarvan gebeurt, zal er toch een evenwicht blijven bestaan. Dat evenwicht in mij vindend kan ik geestelijk en vaak ook stoffelijk de wisselvalligheden maken tot iets wat voor mij toch altijd nog een kleine meevaller inhoudt.

Ik heb geprobeerd om er zo goed mogelijk iets over te zeggen. Ik hoop dat u begrijpt dat ik in de laatste overweging ook gedoeld heb op uw eigen karakter, het karakter van anderen en datgene wat zich zo afspeelt. Als u daar zelf maar rekening mee houdt, kunt u door zelf bij te sturen altijd heel veel in bedwang houden. Het eerste dat u in bedwang moet houden is altijd uw eigen ik.